Rapportage Raadsonderzoek langlopende dossiers augustus 2021 e210034189
Tekst van het document
Hij had meer tijd nodig voor het aanleveren van de informatie en de termijn van zeven dagen was volgens hem niet reëel.47 Op 2 april stuurt de gemeente Ermelo een brief dat ook deze aanvullende stukken niet meer in behandeling worden genomen.48 Op 8 april 2015 wordt de ondernemer een preventieve last onder dwangsom opgelegd als hij alsnog zijn evenement organiseert tijdens Koningsdag. Dit wordt hem medegedeeld tijdens een gesprek met betrokken ambtenaren op 8 april.49 De reden voor de aangekondigde maatregel is dat de ondernemer in een gesprek met een politieagent heeft aangegeven al artiesten te hebben geboekt en te verwachten dat de vergunning alsnog rondkomt.50 In het gesprek wordt door de ambtenaren toegelicht waarom er dit jaar zoveel meer moest worden aangeleverd ten behoeve van de vergunning.51 De toelichting die tijdens het horecaoverleg van 25 februari is gegeven, wordt door de ambtenaren herhaald. De veiligheidsregio heeft in 2014 een risicoscan rondom evenementen uitgevoerd. Aanleiding hiervoor was een aantal incidenten, waaronder het incident met de monstertruck in Haaksbergen in september 2014. Naar aanleiding van de risicoscan zijn categorieën gevormd: zogeheten A-, B- en Cevenementen, waarbij een C-evenement de grootste omvang en hoeveelheid risico's met zich meebrengt.
Het evenement van Bar Twinns is aangemerkt als een C-evenement en dat betekent dat de ondernemer naast de reguliere stukken voor een vergunningaanvraag, ook een veiligheidsplan dient in te dienen. De gemeente is vervolgens verantwoordelijk voor het
43 Gemeente Ermelo (23-04-2015) - Feitenrelaas t.a.v. procedure omtrent Koningsdag bij café Twinns. 44 Gemeente Ermelo (03-04-2015) - Verzoek formulier aanvraag in te dienen. 45 Gemeente Ermelo (26-03-2015) - Besluit buiten behandeling laten aanvraag evenementenvergunning. 46 Casper Meijbaum (30-05-2015) - Aanvullende gegevens aanvraag (inclusief evenementenvergunning en veiligheidsplan ingevuld). 47 Casper Meijbaum (30-05-2015) - Reactie op besluit 26 maart 2015. 48 Gemeente Ermelo (02-04-2015) - Brief niet behandelen aanvullende stukken. 49 Gemeente Ermelo (08-04-2015) - Gespreksverslag. 50 Gemeente Ermelo (02-04-2015) - Mail politie. 51 Gemeente Ermelo (02-04-2015)- Mail mededeling aanvang promotie.
23
I
I
organiseren van hulpdiensten en advies van de veiligheidsregio.52 Blijkens gesprekken vindt de ondernemer dat zijn evenement te zwaar wordt ingeschat. Een C-evenement zou volgens hem vergelijkbaar zijn met een wedstrijd Ajax-Feyenoord of een dancefestival als Defqon, en zijn evenement met het optreden van enkele landelijk bekende artiesten zou daarmee volgens hem zowel qua opzet als omvang niet vergelijkbaar zijn.53 Betrokken ambtenaren geven aan dat het hen duidelijk werd dat de ondernemer vond dat zijn evenement te zwaar werd ingeschat. Ook geven zij aan dat de gemeente voorafgaand aan de vergunningaanvraag duidelijk met alle horecaondernemers - waaronder de ondernemer - heeft gecommuniceerd over de eisen die werden gesteld en over de mogelijkheid om hulp en advies van de gemeente, politie en veiligheidsregio in te schakelen om te komen tot een goed plan. Hierin is volgens hen geen onderscheid tussen ondernemers gemaakt. Op 10 april 2015 dient de ondernemer wederom bezwaar in tegen het weigeren van de evenementenvergunning. Hij haalt daarbij aan dat in het gesprek van 8 april is aangegeven dat met onvolledige vergunningaanvragen bij het verstrijken van de termijn niets meer wordt gedaan. Hij geeft aan dat bij andere horecazaken de termijn voor het inleveren van de stukken voor de vergunningdatum later was dan zijn eigen termijn, respectievelijk 8 april en 10 maart.
Hij geeft aan dat de vergunningaanvragen van andere ondernemers dus wel incompleet zijn meegenomen, maar die van hem niet. In dit bezwaarschrift geeft hij ook aan dat het weigeren van de vergunning leidt tot het failliet van de CV waarvoor de ondernemer hoofdelijk aansprakelijk is.54 Op 14 april 2015 wijst de toenmalig burgemeester zijn aanvraag alsnog af, op de grond dat deze te laat is binnengekomen.55 Op 20 april 2015 dient de ondernemer bij de rechter bezwaar in tegen het buiten behandeling laten van zijn evenementenvergunning.56 Dit wordt ongegrond verklaard door de voorzieningenrechter.57 Op 21 april 2015 dient de ondernemer bezwaar in tegen de verleende vergunningen aan vier andere horecaondernemers, omdat hij zegt ongelijk behandeld te zijn.58 Volgens hem hebben andere ondernemers incomplete plannen - later dan hijzelf - ingediend die wel in behandeling zijn genomen. Op 8 oktober 2015 beslist verklaart de toenmalig burgemeester het bezwaar ongegrond. De burgemeester benoemt onder meer dat de vergunningaanvraag te laat is ingediend en dat de ondernemer proactiever had moeten zijn als hij vond dat hij te weinig tijd had om deze op te stellen.
De aanvragen van andere ondernemers werden volgens de toenmalig burgemeester eerder ingediend en betreffen ook andersoortige evenementen met andere/lagere risico's dan die van de ondernemer.59 De ondernemer is het hier niet mee eens. Hij vindt dat zijn evenement onterecht zwaar is gecategoriseerd. Ondanks deze categorisering heeft hij van de toenmalig burgemeester geen extra tijd
52 In het evenementenbeleid van de gemeente Ermelo wordt een C-evenement als volgt omschreven: "Evenement waarbij het (zeer) waarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico's voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken (...)" Gemeente Ermelo (2018). Evenementenbeleid, artikel 2.3: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-153077.html. 53 Ondernemer (12-07-2020). Bericht op Facebook over gemeente Ermelo n.a.v. uitzending Opstandelingen: https:^www.facebook.comA00000933879808^osts^316302645077489^d^. 54 Ondernemer (10-04-2015) - Bezwaarschrift. 55 Gemeente Ermelo (14-04-2015) - Buiten behandeling laten evenementenvergunning. 56 Koninklijke Horeca Nederland (20-04-2015) - Pro Froma Bezwaarschrift. 57 Rechtbank Gelderland (23-04-2015) - Uitspraak voorzieningenrechter. 58 Ondernemer (21-04-2015) - Bezwaarschrift. 59 Gemeente Ermelo (08-10-2015) - Beslissing op bezwaar.
24
gekregen om zijn aanvraag in orde te maken. Dit terwijl de toenmalig burgemeester volgens hem wel coulance toonde richting andere ondernemers. Op 23 april 2015 plaatst de ondernemer een bericht op Facebook waarin hij zijn ongenoegen uit over het handelen van de gemeente. De gemeente Ermelo reageert via het Facebookaccount van de gemeente op dit bericht, waarin de gemeente de nadruk legt op de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer: "Vanaf begin december zitten we al met horecaondernemers om tafel en wisten zij wat er van hen verwacht werd om een evenement rond Koningsdag te organiseren. Meerdere keren hebben wij hulp aangeboden. Neemt een horecaondernemer niet zijn verantwoordelijkheid dan zijn de consequenties daar ook naar."60 In gesprekken komt naar voren dat de ondernemer dit ziet als een voorbeeld van de denigrerende houding die de gemeente in brede zin richting hem heeft. Betrokken ambtenaren geven echter aan dat zij steeds hebben gepoogd om de ondernemer aan de voorkant mee te nemen en hem te faciliteren in zijn verzoeken tot informatie. Op de momenten dat de ondernemer juridische procedures start, verloopt de communicatie volgens ambtenaren wel anders. De toon is dan formeler en juridisch van aard en verloopt voornamelijk via de advocaat of gemachtigde. Beroepsprocedures na ongegrond verklaren bezwaren I
I
I
I
Doordat de toenmalig burgemeester herhaaldelijk de adviezen van de bezwaarschriftencommissie niet overneemt, verliest de ondernemer langzamerhand het vertrouwen dat de gemeente hem nog op de een of andere manier tegemoet wil komen. Op 29 juli 2015 gaat de ondernemer opnieuw in beroep tegen het weigeren van de skihut, omdat het besluit van de toenmalig burgemeester volgens hem berust op onjuiste gronden en bovendien strijdig is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.61 De toenmalig burgemeester beroept zich op overlast 'bij en nabij de inrichting' zonder dat duidelijk wordt gemaakt waarom dit specifiek aan de ondernemer zou moeten worden toegerekend. De commissie bezwaarschriften heeft wel om deze onderbouwing gevraagd. Op 8 oktober 2015 wordt er door de toenmalig burgemeester in een hernieuwde beslissing op bezwaar een nieuwe grond toegevoegd voor het weigeren van de vergunning. De argumentatie is dat toen de VOF Bar Twinns werd opgeheven en als CV Bar Twinns is verdergegaan er een nieuwe Drank- en Horecavergunning aangevraagd had moeten worden. Hierdoor kon de vergunning voor de skihut ook niet verleend worden.62 De café-eigenaar gaat in beroep tegen het collegebesluit van 8 oktober 2015 bij de rechtbank Gelderland.
Op 25 februari 2016 verklaart de rechter het beroep om een procedurele reden niet-ontvankelijk, omdat het door de ondernemer verschuldigdigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is voldaan.63 Op 14 juli 2017 doet de rechter uitspraak in de zaak over het beroep skihut en ontheffing sluitingstijden. In beide gevallen wordt de ondernemer in het gelijk gesteld en oordeelt dat de gemeente de gevraagde ontheffing voor de skihut en de sluitingstijden niet in redelijkheid heeft mogen weigeren. De rechtbank acht het onder meer tot op zekere hoogte aannemelijk dat Bar Twinns schade heeft geleden door de collegebesluiten (zie ook onder 'samenvatting van het vraagstuk'). De proceskosten komen voor rekening van de gemeente.64
60 Gemeente Ermelo (23-04-2015). Reactie op Facebookbericht ondernemer: https://www.facebook.com/photo?fbid=4316279281746492&set=pcb.4316302645077489. 61 Rechtbank Gelderland (29-07-2015) - Beroep van C. Meijbaum h.o.d.n. Bar Twinns Ermelo. 62 Gemeente Ermelo (08-10-2015) - Hernieuwde beslissing op bezwaar. 63 Rechtbank Gelderland (25-02-2016) - Uitspraak over zaak beroep Bar Twinns. 64 Rechtbank Gelderland aan Gemeente Ermelo (14 juli 2017). Uitspraak beroep Bar Twinns.
25
I
Op 23 augustus 2017 stelt de toenmalig burgemeester via de raadsman van de gemeente hoger beroep in bij de Raad van State tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland op 14 juli 2017. Er wordt hoger beroep ingediend tegen beide uitspraken.65 Ook in het hoger beroep blijft de uitspraak van 14 juli 2017 overeind.66 In de mediaberichtgeving geeft de toenmalige burgemeester aan het te betreuren dat de argumentatie voor het gemeentelijk handelen niet door de rechtbank is overgenomen. De ondernemer krijgt hierdoor het gevoel dat de toenmalig burgemeester niet bereid is om toe te geven dat het fout zat en niet de moeite neemt om excuses aan de ondernemer aan te bieden. Op 2 december 2020 dient de ondernemer bij het huidige college een verzoek in in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), waarin hij correspondentie en gespreksverslagen opvraagt ten aanzien van besluitvorming omtrent Koningsdag 2015 en de juridische procedures die daarop volgden. Het college geeft op 3 maart 2021 gevolg aan het Wob-verzoek en verstrekt documentatie.67 Volgens de ondernemer zijn in de stukken die in het kader van het verzoek zijn verstrekt onevenredig veel passages zwartgelakt. Volgens betrokken ambtenaren is er juist met de ondernemer meegedacht en is er contact gezocht om uit te vragen wat hij precies nodig had.
Politiek-bestuurlijk en ambtelijk samenspel De ontwikkeling van een dossier is niet alleen afhankelijk van de relatie tussen de gemeente en (in dit geval) de betrokken ondernemer, maar hangt ook samen met het samenspel tussen ambtenaren, college en gemeenteraad. Ten aanzien van dit dossier zijn uit documentatie en gesprekken met betrokkenen verschillende bevindingen gedaan die hieronder worden weergegeven. I
I
I
Uit gesprekken komt naar voren dat de inhoudelijk bij het dossier betrokken beleidsmedewerkers in eerste instantie contactpersoon waren voor de ondernemer. In de communicatie met de ondernemer stond centraal dat de gedeelde informatie juridisch kloppend, maar ook begrijpelijk moest zijn. Wanneer er sprake was van knelpunten in de communicatie, kon daarover worden overlegd met de toenmalig burgemeester en indien nodig ook met medewerkers communicatie. Wanneer er bijvoorbeeld in de media dingen werden beweerd die volgens de gemeente niet klopten, werd daar in overleg tussen ambtelijk en bestuurlijk betrokkenen een reactie op gegeven. De ambtelijk-bestuurlijke lijnen in dit dossier waren kort en bevatten volgens betrokkenen geen identificeerbare knelpunten. In dit dossier heeft de toenmalig burgemeester als zelfstandig bevoegd bestuursorgaan opgetreden. Dat betekent dat besluitvorming niet door het voltallige college is gedaan, maar bij de toenmalig burgemeester berusste. Wel is besluitvorming ter kennisname aan het college verstrekt. Na het vertrek van de toenmalig burgemeester in het najaar van 2020 heeft een wethouder het dossier overgenomen om tot een schikking met de curator te komen. De schikking is ondertekend door de huidige burgemeester. Medewerkers geven aan dat er in dit dossier geen sprake was van sturing van de toenmalig burgemeester richting een bepaalde uitkomst.
Ambtelijk en bestuurlijk was er overeenstemming over de te volgen lijn, waarin net als in andere vergunning- en handhavingstrajecten de juridische basis centraal stond. Deze lijn werd ook vastgehouden in
65 Gemeente Ermelo aan Raad van State (23 augustus 2017). Twee nieuwe hoger beroepen. 66 Raad van State (24-10-2018) - Uitspraak in het hoger beroep van de burgemeester van Ermelo tegen de uitspraak van rechtbank Gelderland van 14 juli 2017. 67 Gemeente Ermelo (3 maart 2021) - Besluit Wob-verzoek, zaaknummer 02330000025030.
26
I
I
I
I
I
I
de communicatie met de ondernemer en in de informatievoorziening aan de raad door middel van memo's of beantwoording van raadsvragen.68 Uit gesprekken en documentatie blijkt dat de gemeenteraad van Ermelo met name na de media-aandacht voor het dossier in de zomer van 2020 schriftelijke vragen stelde aan het college. De aandacht voor het dossier in de periode daarvoor was gering. Raadsleden beamen dat het dossier bij enkelen wel op het netvlies stond, maar dat het lastig was om informatie te verkrijgen over het dossier. Wanneer er directe vragen van raadsleden aan ambtenaren werden gesteld, nam kort daarna de toenmalig burgemeester contact op. Hieruit maken raadsleden op dat er spanning op het dossier zat en dat de toenmalig burgemeester dicht op het dossier zat. Inhoudelijke informatie over het dossier wel werd gedeeld in het vertrouwelijke fractievoorzittersoverleg, maar deze informatie kon vanwege het vertrouwelijke karakter niet worden gedeeld met andere raadsleden. De raadsleden geven aan dat het logisch is dat informatie over een individuele casus, zeker wanneer het handhaving betreft, niet met de raad wordt gedeeld. De ervaring was echter dat ook in het fractievoorzittersoverleg geen mogelijkheid werd geboden om in vertrouwelijkheid vragen te stellen. Er werd zelfs boos op gereageerd. Over de reden hiervoor is geen duidelijkheid.
Raadsleden geven aan dat het lastig is om als raad in dit soort zaken positie te nemen. De raad gaat niet over individuele zaken, maar de burgemeester moet ook verantwoording afleggen om als raad te kunnen bepalen of het een individuele zaak betreft of staande praktijk is. Er bestond onduidelijkheid bij de raad over de spelregels tussen raad en portefeuillehouder op dit vlak. Uit de raadsvragen die in 2020 zijn gesteld aan het college, is op te maken dat er veel onduidelijk was over het verloop van het dossier en de houding van de gemeente richting de ondernemer. Met name vanwege de uitspraken van de rechtbank en de Raad van State, waarin de gemeente in het ongelijk werd gesteld en de omstandigheden van de ondernemer (faillissement). In de beantwoording van raadsvragen van augustus 2020 draagt het college aan dat geen inhoudelijke informatie over het dossier kon worden gedeeld, omdat de zaak nog lopend was bij de verzekeraar.69 Daarnaast is in gesprekken aangegeven dat het niet als een uitzonderlijk dossier werd beschouwd, de gemeente soms juridische processen wint en soms verliest en er daarmee geen bijzondere reden was om informatie uit een individueel dossier met de raad te delen.
In december 2020 krijgt de raad een informatiememo over het dossier waarin een toelichting wordt gegeven op het handelen van de gemeente in het dossier, de uitspraken van de rechtbank en Raad van State en het verdere verloop. Ook wordt er antwoord gegeven op de schriftelijke raadsvragen.
68 Gemeente Ermelo (23 juli 2020) - Informatiememo dossier Bar Twinns; Gemeente Ermelo (3 september 2020) - Beantwoording raadsvragen BBE d.d. 4 augustus 2020. 69 Gemeente Ermelo (3 september 2020) - Beantwoording raadsvragen CDA Ermelo 31 augustus 2020.
27
4.2. Analyse De gemeente en de voormalige ondernemer hebben tegengestelde opvattingen en verwachtingen Op basis van de bestudeerde documenten en gevoerde gesprekken kan worden geconstateerd dat de gemeente en de voormalige ondernemer in dit dossier opvattingen en verwachtingen hadden die tegengesteld aan elkaar waren en zijn. I
I
Voor de ondernemer is niet duidelijk waarom de toenmalig burgemeester de betreffende beslissingen heeft genomen. Opeenvolgende contactmomenten en besluitvorming door de toenmalig burgemeester hebben bij hem de indruk gewekt dat hij - maar ook de ambtenaren - een negatieve houding had tegenover zijn onderneming en hem persoonlijk. De ondernemer verwachtte door het volgen van de gebruikelijke bezwaarprocedure zijn gelijk te halen. Hoewel de bezwaarschriftencommissie hem op verschillende momenten in het gelijk stelde, verklaarde de toenmalig burgemeester zijn bezwaren toch ongegrond. De ondernemer zag zich daarom genoodzaakt om gerechtelijke procedures aan te gaan. Na zijn faillissement, wat in zijn beleving mede kwam door het gemeentelijk handelen, ontstond meer urgentie om via deze weg tot een oplossing te komen. Na de uitspraken in deze procedures verwachtte de ondernemer dat de gemeente hem tegemoet zou komen. Een uitkomst bleef voor hem echter lang uit, tot het moment waarop de gemeente een overeenkomst bereikte met de curator en de ondernemer in zijn beleving uiteindelijk slechts minimaal tegemoet werd gekomen.
Gemeentelijke ambtenaren geven aan dat in dit dossier steeds beslissingen zijn genomen op basis van bestaande wet- en regelgeving en dat er geen sprake was van een negatieve of vooringenomen houding ten opzichte van de ondernemer die reden zou zijn voor bepaalde besluiten. Gemeentelijke ambtenaren geven aan dat steeds is geprobeerd de ondernemer mee te nemen in te nemen beslissingen, met name in de voorbereiding op Koningsdag. Tegelijkertijd geven zij aan dat de ondernemer daadwerkelijk op bepaalde momenten niet voldeed aan wet- en regelgeving, wat gemeentelijke besluitvorming in zijn nadeel veroorloofde. Verder wordt door gemeentelijke ambtenaren bestreden dat de ondernemer failliet is gegaan als gevolg van gemeentelijke besluitvorming. Op verschillende momenten hebben gemeentelijke ambtenaren de ondernemer er ook op gewezen dat hij als ondernemer ook een eigen verantwoordelijkheid draagt. Tot slot geven zij aan dat de gemeente de twee procedures heeft verloren, maar dat dit niet inhoudt dat er onzorgvuldig (zeker ten aanzien van communicatie) is gehandeld.
Zes jaar na de door de ondernemer bestreden besluitvorming door de toenmalig burgemeester en zijn faillissement lijkt er een niet te doorbreken impasse te zijn ontstaan: de ondernemer wil alsnog een schadeloosstelling van de gemeente, terwijl gemeentelijke betrokkenen aangeven dat het dossier na de schikking is afgedaan. Met andere woorden: voor de ondernemer betreft het een lopend dossier, maar voor de gemeente is het dossier na de schikking gesloten. Gemeentelijk handelen en contactmomenten leiden tot wantrouwen bij ondernemer Gedurende de periode 2014-heden is bij de ondernemer veel wantrouwen richting de gemeente ontstaan. Dit wantrouwen komt met name voort uit het meerdere malen ongegrond verklaren van bezwaren van de ondernemer, terwijl de bezwaarschriftencommissie het tegendeel adviseerde; en uit persoonlijke contactmomenten met de toenmalige burgemeester en ambtenaren waarbij geen ruimte bleek voor oplossingen of alternatieven. De ondernemer vergelijkt zijn situatie met andere horecaondernemers in zijn omgeving, en doet op basis daarvan de constatering dat hij door de gemeente benadeeld wordt ten opzichte van andere horecaondernemers.
28
Het wantrouwen is versterkt door de gang van zaken omtrent de schikking tussen de curator en de gemeente na zijn faillissement. De ondernemer stelt dat de gemeente te lang heeft gewacht met het vergoeden van schade. Dit gebeurde pas in 2020, terwijl al in 2017 uitspraak is gedaan door de rechter. Gemeentelijke ambtenaren geven in gesprekken echter aan dat de curator lange tijd niet heeft gereageerd op het verzoek van de verzekeraar om de schadeclaim te onderbouwen en dat de gemeente graag wilde meewerken om de zaak voor de ondernemer snel af te handelen. Het college heeft in 2020 het initiatief genomen om direct contact te zoeken met de curator om tot een schikking te komen, zodat het dossier gesloten kon worden en de ondernemer nog in aanmerking kon komen voor schuldsanering. Het gevoelde wantrouwen op basis van de houding van de gemeente na 2017 wordt door organisatie en college als onterecht ervaren. Positie van de raad is onduidelijk in het dossier Bar Twinns De raad heeft moeite gehad met het bepalen van zijn positie in dit dossier. Enerzijds gaat de raad niet over individuele cases en wil hij kunnen vertrouwen op de professionaliteit van de organisatie en het college, anderzijds wil de raad kunnen toetsen of het handelen van de gemeente in een dossier staande praktijk is of dat er sprake is van een incident.
Waar de lijnen tussen de betrokken ambtenaren en de portefeuillehouder kort waren, liep de communicatie tussen raad enerzijds en portefeuillehouder en betrokken ambtenaren anderzijds moeizamer. De raad had behoefte aan meer informatie over het dossier, terwijl de organisatie en de toenmalig burgemeester oordeelden dat hier geen aanleiding voor was. In december 2020 is door het huidige college wel een informatiememo aan de raad verstrekt waarin een toelichting is gegeven op het dossier en het handelen van de gemeente. Ook wordt hier antwoord gegeven op de schriftelijke vragen van de fracties. De raad heeft gezocht naar manieren om informatie in te winnen over het dossier, omdat er vragen ontstonden op basis van berichtgeving in de media. In de ervaring van raadsleden is er onterecht boos gereageerd door de toenmalig burgemeester wanneer er in het fractievoorzittersoverleg naar het dossier werd gevraagd. Ook was de ervaring dat hoe meer vragen er werden gesteld, hoe meer gesloten de toenmalig burgemeester werd. De verstoorde dynamiek waarin het bestuur op dat moment verkeerde, wordt aangewezen als één van de oorzaken hiervoor.
4.3. Toetsing aan de normen en deelconclusies In deze paragraaf worden de bevindingen uit het dossier getoetst aan het normenkader en worden er deelconclusies op dossierniveau geformuleerd. Toetsing normen Hieronder wordt steeds in de linker kolom van de tabel de norm vermeld, en wordt in de rechter kolom aangegeven in hoeverre de gemeente aan deze norm heeft voldaan.
Norm
Toetsing
Open en duidelijk Transparant De overheid is in haar handelen open en voorspelbaar, zodat het voor de burger duidelijk is waarom de overheid bepaalde dingen doet.
Het voor het dossier relevante beleid op het gebied van horeca en toezicht en handhaving is openbaar, duidelijk en voldoet aan de
29
Goede informatievoorziening De overheid zorgt ervoor dat de burger de juiste informatie krijgt en dat deze informatie klopt en volledig en duidelijk is. Zij verstrekt niet alleen informatie als de burger erom vraagt, maar ook uit zichzelf.
Luisteren naar de burger De overheid luistert actief naar de burger, zodat deze zich gehoord en gezien voelt.
Goede motivering De overheid legt haar handelen en haar besluiten duidelijk aan de burger uit. Daarbij geeft zij aan op welke wettelijke bepalingen de handeling of het besluit is gebaseerd, van welke feiten zij is uitgegaan en hoe zij rekening heeft gehouden met de belangen van de burgers.
toegankelijkheidseisen.70 De toepassing van toezicht en handhaving en de genomen besluiten in dit dossier zijn navolgbaar in de documentatie die aan de ondernemer is verstrekt. Bovendien is de wijziging in de gemeentelijke benadering van aanvragen door ambtenaren aan de ondernemer toegelicht. De ondernemer heeft echter het vermoeden dat het 'echte' waarom van het gemeentelijk handelen niet op tafel kwam. Hoewel in de communicatie op een transparante wijze is toegelicht waar besluitvorming op is gebaseerd, wordt door de rechtbank en de Raad van State later echter geoordeeld dat de gronden waarop de besluitvorming gebaseerd is, niet juist zijn. Gemeentelijke ambtenaren namen in het dossier op verschillende momenten proactief het initiatief om informatie te verstrekken aan de ondernemer, waaronder telefonisch met betrekking tot Koningsdag. Ambtenaren hebben verder na het indienen van een Wob-verzoek door de ondernemer informatie verstrekt. De ondernemer geeft echter aan dat een onevenredig aantal passages in de verstrekte documentatie is zwartgelakt. Uit het gesprek met het college blijkt dat dit gaat om beleidsinhoudelijke informatie. De gemeente is verplicht deze informatie zwart te lakken. De gemeentelijke ambtenaren geven aan altijd open gestaan te hebben voor een gesprek en de ondernemer altijd serieus te hebben genomen in het onderlinge contact.
De ondernemer heeft een andere beleving en voelde zich op verschillende momenten niet gehoord ofwel niet serieus genomen door ambtenaren en de toenmalige burgemeester. Bij het optreden van de toenmalige burgemeester op het gebied van toezicht en handhaving is steeds schriftelijke informatie verstrekt aan de ondernemer over zijn handelen en besluiten. Deze informatie gaf aan op welke wet- en regelgeving de besluiten waren gebaseerd. Tegelijkertijd was de motivering niet altijd helder en duidelijk voor de ondernemer, bijvoorbeeld omtrent de redenering van de
70 Gemeente Ermelo en horecaondernemers (2015). Horecaconvenant Veilig Uitgaan Ermelo; Gemeente Ermelo (2018). Evenementenbeleid: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR611635; Gemeente Ermelo (geen datering). Ontheffing sluitingstijden: https://www.ermelo.nl/ontheffing-sluitingstijden.
30
Deze motivering moet voor de burger begrijpelijk zijn.
toenmalige burgemeester over de wijziging van rechtsvorm van zijn onderneming, de argumentatie omtrent de weigering van de ontheffing sluitingstijden en de argumentatie voor het aanmerken van het C-evenement.
Respectvol Bevorderen van actieve deelname door de burger De overheid betrekt de burger zoveel mogelijk actief bij haar handelen.
Fatsoenlijke bejegening De overheid respecteert de burger, behandelt hem fatsoenlijk en is hulpvaardig.
Fair play De overheid geeft de burger de mogelijkheid om zijn procedurele kansen te benutten en zorgt daarbij voor een eerlijke gang van zaken.
Gemeentelijke ambtenaren hebben in het geval van Koningsdag middels schriftelijke en telefonische communicatie geprobeerd om de ondernemer vooraf te betrekken in het voorgenomen handelen. Daarnaast is de gemeente omtrent de skihut en het faillissement van de ondernemer het gesprek aangegaan met de ondernemer over het gemeentelijk handelen. Het gesprek zelf is door de ondernemer niet als positief ervaren, omdat er argumenten op tafel kwamen die zijns inziens niet klopten. De ondernemer heeft het gevoel niet te zijn gerespecteerd door de gemeente (ambtelijk én bestuurlijk) in dit dossier. Dit baseert hij onder meer op de persoonlijke houding van de toenmalige burgemeester richting hem, besluiten die genomen zijn over de exploitatie van zijn bedrijf en het herhaaldelijk ongegrond verklaren van zijn bezwaren hiertegen. De gemeente heeft de ondernemer in zijn beleving onvoldoende willen ondersteunen bij het opstellen van een aanvraag en een veiligheidsplan en hem onvoldoende tijd gegeven om dit te kunnen doen. In 2020 heeft het college het initiatief genomen om de situatie te de-escaleren. Met als achterliggende reden dat de maximale termijn van drie jaar (voor de afronding van het faillissement) bijna verstreken was (en schuldsanering voor de ondernemer dan geen optie meer zou zijn).
De ondernemer heeft tijdens een aantal gesprekken met ambtenaren en de toenmalige burgemeester de mogelijkheid gekregen om zijn standpunt toe te lichten. Bovendien heeft de ondernemer procedurele kansen benut om bezwaar aan te tekenen tegen besluitvorming van het college. Over die mogelijkheid informeerde het college hem ook in de schriftelijke informatievoorziening. De ondernemer zelf omschrijft de manier waarop hij door de gemeente is behandeld als 'niet eerlijk'. Hij vergelijkt hierbij zijn eigen
31
Evenredigheid De overheid kiest om haar doel te bereiken een middel dat niet onnodig ingrijpt in het leven van de burger en dat in evenredige verhouding staat tot dat doel.
situatie met die van andere horecaondernemers. Volgens de ondernemer heeft de gemeente, specifiek de toenmalige burgemeester, nietproportioneel gehandeld door een reeks opeenvolgende maatregelen te nemen die nadelig waren voor de exploitatie van zijn bedrijf, en die uiteindelijk geleid hebben tot zijn faillissement. Gemeentelijke betrokkenen (ambtelijk en bestuurlijk) bestrijden dit en geven aan dat steeds afgewogen besluiten zijn genomen waarbij ook de positie van de ondernemer is meegenomen.
Betrokken en oplossingsgericht Maatwerk De overheid is bereid om in voorkomende gevallen af te wijken van algemeen beleid of voorschriften als dat nodig is om onbedoelde of ongewenste consequenties te voorkomen.
Samenwerking De overheid werkt op eigen initiatief in het belang van de burger met andere (overheids)instanties samen en stuurt de burger niet van het kastje naar de muur.
Coulante opstelling De overheid stelt zich coulant op als zij fouten heeft gemaakt. Zij heeft oog voor claims die redelijkerwijs gehonoreerd moeten worden en belast de burger niet met onnodige en ingewikkelde bewijsproblemen en procedures.
De gemeente heeft met betrekking tot de vergunningaanvraag voor Koningsdag met verschillende ondernemers andere deadlines afgesproken, en lijkt ook in de beleving van de ondernemer anders te zijn omgegaan met het te laat indienen van de benodigde stukken. Tegelijkertijd geven gemeentelijke ambtenaren aan dat er verschillen waren tussen het evenement van de ondernemer en de evenementen van andere ondernemers, en dat er dus verschillende regels van toepassing waren. Samenwerking met andere overheden is in dit geval van toepassing op het proces omtrent de vergunningaanvraag voor Koningsdag. In het kader van de veiligheid heeft de gemeente hierbij samengewerkt met de veiligheidsregio en de politie. Gemeentelijke ambtenaren hebben aangegeven de ondernemer het aanbod te hebben gedaan om in samenwerking met de veiligheidsregio mee te denken over het veiligheidsplan dat in het kader van de vergunningaanvraag werd gevraagd. De ondernemer geeft aan dat de toenmalige burgemeester op geen enkel moment heeft toegegeven fouten te hebben gemaakt of excuses aanbood voor zijn handelen, ondanks het feit dat de toenmalige burgemeester door de rechter in het ongelijk is gesteld. Ook verwijst de ondernemer naar berichtgeving van de gemeente op Facebook, waaruit in zijn beleving een denigrerende houding richting hem naar voren komt.
32
Voortvarendheid De overheid handelt zo snel en slagvaardig mogelijk.
De-escalatie De overheid probeert in haar contacten met de burger escalatie te voorkomen of te beperken. Communicatievaardigheden en een oplossingsgerichte houding zijn hierbij essentieel.
In dit dossier heeft de gemeente zich gehouden aan de wettelijke termijnen.71 In de beleving van de ondernemer hebben besluiten over bezwaarschriften wel vaak erg lang op zich laten wachten. Ook heeft een concreet vervolg op de rechterlijke uitspraken in 2017 enkele jaren op zich laten wachten. Het college geeft hierbij aan dat dit komt doordat de curator lange tijd niet reageerde op gemeentelijke verzoeken (en dit had weer als oorzaak dat de ondernemer zijn jaarrekening nog niet had opgesteld - zo geeft het college aan). Gemeentelijke ambtenaren geven aan geprobeerd te hebben om zo veel mogelijk op constructieve wijze met de ondernemer te overleggen, zowel voorafgaand aan als na besluitvorming in relatie tot zijn onderneming. De ondernemer geeft aan dat in zijn beleving de ambtenaren en de toenmalige burgemeester zich niet oplossingsgericht richting hem opstelden, maar hem slechts wezen op de feiten. Hierbij verwijst hij met name naar persoonlijke contactmomenten met de toenmalige burgemeester. In het dossier is er geen aanwijzing gevonden dat geprobeerd is om voorafgaand aan bezwaarprocedures alternatieve oplossingen aan te dragen bij de ondernemer. In 2020 heeft het college de-escalerend opgetreden (zie fatsoenlijke bejegening).
Eerlijk en betrouwbaar Integriteit De overheid handelt integer en gebruikt een bevoegdheid alleen voor het doel waarvoor deze is gegeven.
Betrouwbaar De overheid handelt binnen het wettelijk kader en eerlijk en oprecht, doet wat zij zegt en geeft gevolg aan rechterlijke uitspraken.
Gemeentelijke ambtenaren geven aan dat in dit dossier is gehandeld op basis van wet- en regelgeving en dat er geen sprake was van een vooringenomen negatieve houding ten opzichte van de ondernemer. De ondernemer ervaart dit anders. Hij geeft aan het idee te hebben dat andere ondernemers anders zijn behandeld, bijvoorbeeld bij de vergunningaanvraag voor Koningsdag. Volgens de ondernemer heeft de toenmalige burgemeester in persoonlijk contact omtrent de skihut verwachtingen gewekt die uiteindelijk niet zijn waargemaakt. Bezwaarschriften van de ondernemer zijn door de toenmalige
71 Na advies door de bezwaarschriftencommissie over een ingediend bezwaar dient het college binnen 12 weken een beslissing te nemen. Het college kan deze termijn verlengen met 6 weken, maar moet hier de betrokken indiener wel van op de hoogte stellen; Gemeente Ermelo (z.d.). Bezwaar maken: https://www.ermelo.nl/meldingen-klachten-en-bezwaar/bezwaar-zienswijze-schade-en-wob/bezwaarmaken#:~:text=De%20gemeente%20Ermelo%20heeft%20een,doen%20zij%20binnen%2012%20weken.
33
Onpartijdigheid De overheid stelt zich onpartijdig op en handelt zonder vooroordelen.
Redelijkheid De overheid weegt de verschillende belangen tegen elkaar af voordat zij een beslissing neemt. De uitkomst hiervan mag niet onredelijk zijn.
Goede voorbereiding De overheid verzamelt alle informatie die van belang is om een weloverwogen beslissing te nemen. Goede organisatie De overheid zorgt ervoor dat haar organisatie en haar administratie de dienstverlening aan de burger ten goede komt. Zij werkt secuur en vermijdt slordigheden. Eventuele fouten worden zo snel mogelijk hersteld. Professionaliteit De overheid zorgt ervoor dat haar medewerkers volgens hun professionele normen werken. De
burgemeester diverse malen ongegrond verklaard (terwijl de bezwaarschriften commissie het tegendeel adviseerde). Door de rechtbank en de Raad van State is in het kader van de aanvragen voor de skihut en ontheffing sluitingstijden geoordeeld dat de gemeente onjuiste argumentatie had voor haar besluitvorming en onterecht de aanvragen heeft geweigerd. Wel heeft het college in 2020 in navolging van de rechtelijke uitspraken een schikking getroffen met de curator. Zie ook integriteit. De ondernemer heeft bij persoonlijke contactmomenten met de toenmalige burgemeester en ambtenaren ervaren dat de gemeente zich in de besluitvorming partijdig heeft opgesteld. Gemeentelijke ambtenaren geven aan dat er op geen enkel moment sprake was van partijdigheid richting de ondernemer. Gemeentelijke ambtenaren geven aan dat besluiten zijn genomen op basis van wet- en regelgeving en constateringen in en rondom Bar Twinns. Ook geeft het college aan dat er op initiatief van het college een schikking is getroffen, waarbij rekening is gehouden met de termijn waarbinnen de ondernemer nog aanspraak kon maken op schuldsanering. Volgens de ondernemer heeft de gemeente zijn persoonlijke perspectief en positie juist te weinig meegenomen in de besluitvorming, wat volgens hem heeft bijgedragen aan het faillissement.
Gemeentelijke ambtenaren en het college geven aan dat afgewogen beslissingen zijn genomen en dat is geprobeerd de ondernemer hier vooraf zo veel mogelijk in mee te nemen. Uit de dossieranalyse blijkt dat de administratie en documentatie van de gemeente in dit dossier op orde is.
Gemeentelijke ambtenaren geven aan dat in dit dossier zo zorgvuldig mogelijk is gehandeld, met het oog op transparantie, betrouwbaarheid en professionaliteit. Tegelijkertijd heeft de ondernemer de ervaring dat dit onvoldoende
34
burger mag van hen bijzondere deskundigheid verwachten.
gebeurd is. Ook is de ondernemer van mening dat de gemeente in berichtgeving in de (sociale) media niet professioneel heeft gehandeld. Hij doelt hierbij op uitingen van de toenmalige burgemeester over de uitspraak van de rechter en berichtgeving van de gemeente op Facebook.
Conclusies op dossierniveau: Bar Twinns Open en duidelijk De gemeente Ermelo is in dit dossier richting de ondernemer open geweest in haar handelen en besluiten. De gemeente heeft zich op momenten servicegericht opgesteld richting de ondernemer, bijvoorbeeld in de communicatie rondom Koningsdag en door het contact met de curator op te pakken om tot een schikking te komen. Voor de ondernemer was de verstrekte informatie vaak echter niet duidelijk. Bijvoorbeeld omdat het niet navolgbaar was waarom zijn evenement als een Cevenement was aangemerkt, of waarom de toenmalig burgemeester de adviezen van de bezwaarschriftencommissie niet heeft opgevolgd. Gemeente en ondernemer hebben een andere beleving van de wijze waarop gesprekken verliepen, en of de ondernemer voldoende gezien en gehoord is in dit dossier. Dat blijft nu voortbestaan, gezien het dossier voor de ondernemer nog loopt, maar voor de gemeente gesloten is met het treffen van een schikking. Met betrekking tot het interne samenspel, geldt dat de communicatie tussen betrokken ambtenaren en de toenmalig burgemeester open en duidelijk verliep. Er was sprake van een korte lijn. Tussen de raad enerzijds en de organisatie en toenmalig burgemeester anderzijds liep de communicatie moeizaam.
Het was een zoektocht naar een balans tussen het beperkt kunnen delen van vertrouwelijke informatie over een individuele casus en de wens van de raad om zijn controlerende taak uit te kunnen voeren. Aan de informatiebehoefte van de raad is in de beleving van raadsleden onvoldoende tegemoet gekomen. Daarbij speelde de bestuurlijke dynamiek in 2020 mogelijk een rol. Respectvol De gemeente Ermelo heeft de ondernemer in dit dossier op diverse momenten proactief geïnformeerd en betrokken, onder andere over zijn procedurele mogelijkheden. Over de bejegening van de ondernemer en de vraag in hoeverre de gemeente hulpvaardig is geweest aan zijn adres, verschillen de gemeente en de ondernemer van mening. De ondernemer geeft aan zich niet gerespecteerd te voelen (en zelfs benadeeld ten opzichte van andere horecaondernemers) door de gemeente, en dan met name de toenmalige burgemeester. Voor het interne samenspel geldt dat er spanning op het dossier ontstond naar aanleiding van de vragen die de raad over het dossier stelde. Enerzijds omdat er weinig informatie gedeeld kon worden, anderzijds omdat het voor raadsleden beperkt mogelijk werd gemaakt om informatie te vragen. In die dynamiek werd er soms boos gereageerd op vragen en werden er aannames gedaan over de aanleiding tot de vragen.
Betrokken en oplossingsgericht De gemeente heeft in dit dossier beperkt rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van de ondernemer (bijvoorbeeld bij de vergunningaanvraag voor Koningsdag). Ondanks dat de rechter de gemeente (en dan specifiek de toenmalige burgemeester) diverse malen in het ongelijk heeft gesteld, zijn er nooit excuses gemaakt richting de ondernemer. Besluiten over bezwaarschriften
35
lieten soms lang op zich wachten (al zijn wettelijke termijnen nooit overschreden). Over de mate waarin de gemeente zich coulant dan wel constructief heeft opgesteld verschillen de gemeente en ondernemer van mening. Op één moment heeft de gemeente aantoonbaar de-escalerend opgetreden door in 2020 contact te zoeken met de curator en de impasse tussen de verzekeraar en de curator te verbreken. Eerlijk en betrouwbaar Over het feit of er sprake was van een vooringenomen (overwegend negatieve) houding van de gemeente ten opzichte van de ondernemer verschillen betrokkenen van mening. Ambtenaren en bestuurders hebben de twijfel hierover in ieder geval niet weg kunnen nemen bij de ondernemer. Door de toenmalige burgemeester zijn in dit dossier volgens de ondernemer mondeling verwachtingen gewekt die later niet waargemaakt konden worden. Ook zijn bezwaarschriften om voor de ondernemer onduidelijke redenen afgewezen door de toenmalige burgemeester. Hierdoor is bij de ondernemer veel wantrouwen ontstaan. Volgens hem was van zorgvuldig handelen geen sprake. Uit de uitspraken van de rechtbank en de Raad van State blijkt dat de besluitvorming van de gemeente omtrent de skihut en de ontheffing sluitingstijden door de gemeente wel onderbouwd zijn op basis van wet- en regelgeving, maar dat deze onderbouwing niet juist is en de gemeente de aanvragen niet in redelijkheid had mogen afwijzen.
36
5. Dossier Tomassen Duck-To 5.1. Casusomschrijving Samenvatting van het vraagstuk Tomassen Duck-To is een eendenslachterij aan de Fokko Kortlanglaan. In 2016 nam het bedrijf het personeel en de productie van Vlees Slacht Eenden (VSE) uit Harderwijk over.72 Sindsdien is het bedrijf gaan uitbreiden, waar nieuwe bouw- en milieuvergunningen voor nodig waren. Ondanks het ontbreken van deze vergunningen is het bedrijf toch gaan uitbreiden. Sinds de uitbreiding klagen omwonenden meer over geluids-, verkeer- en geuroverlast. Omwonenden hebben zich in belangengroep stichting DOEH verenigd.73 Deze stichting diende handhavingsverzoeken bij de gemeente in die grotendeels werden afgewezen door het college. De stichting maakte hier tegen bezwaar en werd uiteindelijk door de rechtbank (gedeeltelijk) in het gelijk gesteld. Gezien de ondernemer heeft afgezien van medewerking aan dit onderzoek, gaan de bevindingen met name over de feiten, ervaringen en belevingen van de communicatie en samenwerking tussen betrokkenen vanuit de gemeente en betrokkenen vanuit stichting DOEH rondom het dossier Tomassen Duck-To. Bevindingen ten aanzien van de communicatie en samenwerking tussen de ondernemer en de gemeente zijn gebaseerd op gesprekken met betrokken ambtenaren en bestuurders en op het schriftelijke dossier.
Op dit moment is er volgens stichting DOEH nog steeds geen sprake van een oplossing voor de bestaande situatie. Zo zouden er tien tot vijftien vrachtwagens per etmaal langsrijden, terwijl er volgens de vigerende vergunning maar vier mogen rijden. Ook zou eerder op de dag worden geslacht dan toegestaan. Gemeentelijke ambtenaren zijn van mening dat sinds de gemeenteraad in 2019 een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen (VVGB) heeft afgegeven, er concreet zicht op legalisatie bestaat voor Tomassen. Verder lopen er nog twee handhavingsverzoeken: een over een gasdruk- en regelstation en een over een 'emergency-exit' waar het college op zou moeten handhaven. Ook heeft de rechtbank in februari 2021 besloten dat er nog een extern geuronderzoek moet worden uitgevoerd om te achterhalen welk deel van de geur waar omwonenden zeggen last van te hebben afkomstig is van afvalstoffen.74 Dit onderzoek zou moeten worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN), die in geuronderzoek is gespecialiseerd. Uit berichtgeving in de media blijkt dat de gemeente in juni 2021 incidenteel beroep instelt tegen deze uitspraak, omdat gebleken zou zijn dat een dergelijk onderzoek niet zou kunnen uitwijzen welk deel van de geur afkomstig is van afvalstoffen.75
72 BR-Tomassen (geen datering). Over ons - geschiedenis: https://br-tomassen.com/over-ons/over-ons-geschiedenis. 73 Stichting DOEH (2021). Visie en beleid: https://stichtingdoeh.nl/. 74 Rechtbank Gelderland (15 februari 2021). Uitspraak weigering handhavend optreden: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:613&keyword=ECLI:NL:RBGEL:2021:613. 75 Ermelo's Weekblad (21 juni 2021). Geuronderzoek blijkt onmogelijk: https://www.ermelosweekblad.nl/nieuws/nieuwsflits/1073857/geuronderzoek-blijkt-onmogelijk; Ermelo Nieuws (21 juni 2021). Gemeente Ermelo stelt incidenteel hoger beroep in rond geuroverlast Tomassen Duck-To:
37
Lijst met belangrijke contactmomenten Het in dit onderzoek bestudeerde dossier behelst de periode 2016 tot heden. In deze periode zijn een aantal contactmomenten door de betrokken stichting en betrokkenen vanuit de gemeente76 aangewezen als belangrijk voor het verloop van het dossier. De contactmomenten zijn hieronder op onderwerp weergegeven. Vergunningsprocedure Tomassen Duck-To B.V. I In 2017 wordt in een rapport van de Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV) geconstateerd dat er een aantal zaken zijn bij het bedrijf die niet overeenstemmen met de vergunde situatie. Het gaat onder meer om afwijkende bedrijfstijden, een hoger aantal geslachte eenden dan vergund, het functioneren van de gaswasser en het gesloten houden van deuren.77 I Er worden door de gemeente gesprekken opgestart met de eigenaar van het bedrijf (vanaf hier: de ondernemer) met betrekking tot het aanvragen van een nieuwe omgevingsvergunning, waarbij tussen de gemeente en de ondernemer afgesproken wordt dat de aanvraag voor 1 februari 2018 binnen moet zijn.78 Op de bestaande situatie wordt niet gehandhaafd, omdat er zicht is op legalisatie middels een vergunning.79 In gesprekken met de organisatie en portefeuillehouders wordt verwezen naar de wettelijke plicht voor de gemeente om te onderzoeken of legalisatie mogelijk is.
I Hierna wordt de uiterlijke datum voor het indienen van deze vergunningaanvraag verschoven naar uiterlijk 4 april 2018, omdat er door de betrokken ambtenaren een verzoek tot aanvullende gegevens is gedaan bij de ondernemer.80 Er wordt een vooraankondiging last onder dwangsom gestuurd met betrekking tot de hierboven genoemde overtredingen met als uiterste datum ook 4 april 2018.81 Uiteindelijk wordt op 4 april 2018 de last onder dwangsom opgelegd.82 Betrokken ambtenaren geven in gesprekken met de onderzoekers aan dat de wens van de gemeente enerzijds is om te legaliseren (naast de plicht om de mogelijkheid tot legalisatie te onderzoeken), maar dat zij tegelijkertijd ook moet gaan handhaven. Deze tegenstrijdige situatie is volgens hen in de praktijk lastig vorm te geven. I Op 1 mei 2018 wordt de vergunningaanvraag van de ondernemer ontvankelijk verklaard en daarom wordt de last onder dwangsom ingetrokken.83 Uit een adviesrapport blijkt dat er geen milieukundige bezwaren zijn, maar er wel sprake is van strijd met het bestemmingsplan waardoor een verklaring van geen bedenkingen is vereist.84 Het gaat hierbij om bouwwerken in strijd met de vergunning zijn gebouwd.
https://ermelo.nieuws.nl/gemeenteberichten/20210621/gemeente-ermelo-stelt-inddenteel-hoger-beroep-in-rond-geuroverlasttomassen-duck-to/. 76 In interviews met raadsleden en ambtenaren. 77 Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV) (05-09-2017) - Rapport Milieucontrole. 78 Gemeente Ermelo (9-10-2017) - Gespreksverslag inzake omgevingsvergunning Tomassen Duck-To B.V. 79 ODNV (23-01-2018) - Memo over omgevingsvergunning Tomassen. 80 Gemeente Ermelo (13-02-2018) - Verzoek om aanvullende gegevens. 81 Gemeente Ermelo (13-02-2018) - Vooraankondiging last onder dwangsom. 82 Omgevingsdienst Noord-Veluwe (04-04-2018) - Opleggen last onder dwangsom. 83 Gemeente Ermelo (01-05-2018) - Opschorten begunstigingstermijn last onder dwangsom. 84 Hekkelman (25-10-2018) - Advies Tomassen.
38
I
I
De raad neemt uiteindelijk op 16 oktober 2019 een ontwerp-VVGB aan in de raadsvergadering.85 Gesprekspartners binnen en buiten de gemeente geven aan dat deze procedure onduidelijk en rommelig is verlopen. Verschillende factoren liggen hieraan ten grondslag. o Aanvankelijk zou richting stichting DOEH zijn gecommuniceerd dat het een beeldvormende sessie betreft waarbij kon worden ingesproken, maar tijdens de vergadering bleek het een oordeelsvormende vergadering te zijn waarbij wel mocht worden ingesproken, maar er niet in gesprek wordt gegaan met de insprekers. Hier hadden de insprekers echter wel op gerekend. o Hoewel van tevoren was aangekondigd dat het zowel om een oordeelsvormende als een besluitvormende vergadering zou gaan, was dit niet voor alle raadsleden duidelijk. De raad was net met een nieuw vergaderstelstel volgens het BOB-model (beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming) begonnen en moest hier nog aan wennen. Een deel van de raad had verwacht dat er meer tijd zou zitten tussen oordeelsvorming en besluitvorming. o De informatiepositie onder raadsleden verschilde die avond. De fractievoorzitters waren tijdens een fractievoorzittersoverleg door de toenmalig burgemeester bijgepraat over de stand van zaken in het dossier Tomassen Duck-To. Onder andere over het feit dat er op 17 oktober 2019, de dag na de geplande raadsvergadering, een rechtzaak zou plaatsvinden.
Voor deze rechtzaak was het in gemeentelijk belang dat er een raadsbesluit over het ontwerp-VVGB zou liggen. Andere raadsleden waren hier niet van op de hoogte. Tijdens de vergadering heeft de toenmalig burgemeester - op dat moment zowel voorzitter van de vergadering als portefeuillehouder op het dossier - een grote stempel op het proces van besluitvorming gedrukt. Er ontstond druk om snel van oordeelsvorming over te gaan op besluitvorming. Een druk die in zekere mate voor de fractievoorzitters te verklaren was, maar niet voor andere raadsleden. Dit zorgde voor verwarring onder de raadsleden. o Raadsleden geven aan dat de stemming in het besluitvormende deel van de vergadering vreemd verliep. Tijdens de stemming werd de lijst met raadsvoorstellen in één stemming behandeld. Dit betekende dat de raad voor of tegen de gehele lijst met voorstellen zou moeten besluiten. Wanneer een raadslid tegen het voorliggende raadsvoorstel over Tomassen Duck-To wilde stemmen, maar voor de andere raadsvoorstellen was, leidde dit tot een ongemakkelijk dilemma. o De wijze waarop deze raadsvergadering is verlopen, heeft volgens gesprekspartners gezorgd voor de schijn dat de raad in zekere mate gedwongen is om in te stemmen met het ontwerp-VVGB. Ook heeft het gezorgd voor schade aan het vertrouwen van stichting DOEH in de gemeente.
Zoals eerder benoemd, heeft Tomassen Duck-To aangegeven niet te willen meewerken aan het onderzoek. Hierdoor kunnen ten opzichte van de relatie tussen de gemeente en inwoners verenigd in stichting DOEH in beperkte mate bevindingen worden opgedaan over de relatie tussen de gemeente en de ondernemer. Op basis van gesprekken en documentatie blijkt dat er in ieder geval op verschillende momenten fysieke gesprekken hebben plaatsgevonden tussen de gemeente en de ondernemer om te overleggen over zowel aanvragen van de ondernemer als ingediende handhavingsverzoeken door omwonenden. Hieruit blijkt dat er van beide kanten wordt uitgesproken dat er bereidheid is om mee te denken om in samenspraak met elkaar tot een oplossing te komen.86 Uit gesprekken blijkt
85 Gemeenteraad Ermelo (16-10-2019) - Raadsbesluit. 86 Gemeente Ermelo (03-12-2019). Overleg over handhavingsverzoek; Gemeente Ermelo (22-01-2020). Overleg over nooduitgang.
39
ook dat er in de beleving van gemeentelijke ambtenaren sprake was van een goede onderlinge samenwerking tussen de gemeente en de ondernemer. Handhavingsverzoeken stichting DOEH I
I
I
I
I
In de periode 2018-2021 zoekt de stichting DOEH regelmatig contact met de gemeente Ermelo in het kader van verzoeken tot handhaving inzake Tomassen Duck-To. Gesprekspartners vanuit de stichting geven aan dat het contact met de gemeente rondom dit proces 'niet goed' is geweest, omdat de gemeente in hun ogen steeds afhoudend reageert en het contact door juridische procedures sterk verzakelijkt. Gesprekspartners van de stichting geven aan het gevoel te hebben dat de weg naar de rechtbank de enige optie is (en zo ook letterlijk wordt benoemd door de gemeente), omdat een constructief gesprek met de gemeente na verschillende pogingen nauwelijks mogelijk lijkt. Dit gevoel wordt versterkt door verschillende persoonlijke contactmomenten met de toenmalige burgemeester, waarin deze zich afhoudend uitlaat ten opzichte van de stichting. De stichting denkt dat er een persoonlijke relatie is tussen de toenmalige burgemeester en de ondernemer die meeweegt in gemaakte keuzes. Gemeentelijke ambtenaren geven echter aan dat er geen sprake is van een partijdige houding in dit dossier die in het voordeel zou zijn van de ondernemer (en in het nadeel van omwonenden). De stichting vindt dat de gemeente in bepaalde gevallen onzorgvuldig omging met de inbreng van inwoners.
Zo heeft de stichting begin 2018 een handtekeningenactie georganiseerd om de zorgen over overlast uit de buurt bij de gemeente onder de aandacht te brengen. Nadat hierover op een later moment navraag werd gedaan bij een ambtenaar, bleken de ongeveer 80 handtekeningen te zijn verdwenen. Ook zouden gemeentelijke ambtenaren bij overlastmeldingen van inwoners steeds aangeven dat dit de eerste keer zou zijn dat er een melding zou zijn gedaan of dat er maar een beperkt aantal meldingen zou zijn. Gesprekspartners vanuit de gemeentelijke organisatie beamen dat er sprake is geweest van een verzakelijking van het contact, met name rondom procedures. Dit werd volgens hen echter in de hand gewerkt door uitingen van de stichting in persoonlijk contact en in de media (en dan met name de uitzending van het BNNVARA-programma Opstandelingen). Het contact tussen de gemeente en de ondernemer is ondanks (juridische) procedures altijd als goed ervaren door gesprekspartners bij de ambtelijke organisatie. De secretaris van de stichting dient begin 2018 drie verzoeken tot handhaving87 in bij de gemeente. Deze gaan over de overschrijding van het totaal aantal transportbewegingen, het bedekken van de zichtlijn op de gebouwen en de overschrijding van de werktijden. Met de oplegging van de last onder dwangsom van 4 april 2018 wordt hier door het college aan tegemoet gekomen.
Op 24 mei 2018 wordt er opnieuw bezwaar ingediend,88 ditmaal tegen de hoogte van de last onder dwangsom; de opschorting van de begunstigingstermijn; het niet opleggen van een straf tegenover eerdere overtredingen van de vergunning sinds 2002 en strijdigheid met het bestemmingsplan. Pas op 9 oktober 2018 wordt hier, conform advies van de bezwaarschriften commissie, door het college op besloten89 dat het bezwaar ongegrond is, omdat er al handhavend opgetreden wordt. De secretaris van de stichting gaat hiertegen in
87 Secretaris Stichting DOEH (13-02-2018) - Verzoek tot handhaving. 88 Secretaris Stichting DOEH (25-05-2018) - Bezwaarschrift handhaving Tomassen Duck-To. 89 Gemeente Ermelo (09-10-2018) - Beslissing op bezwaar.
40
I
I
I
beroep.90 De rechtbank stelt de eiser in het gelijk, omdat er niet voldoende zicht is op legalisatie.91 De voorzitter van de stichting dient op 25 mei 2018 een klacht in92 bij het college over de door de ondernemer gebruikte transportroute van vrachtverkeer. Het college geeft hierop aan dit niet te kunnen verbieden.93 De gemeente Harderwijk is ook bij deze procedure betrokken en volgens de gesprekspartners verloopt het contact met de gemeente Harderwijk veel constructiever dan met de gemeente Ermelo. Op 16 juni 2018 dient de secretaris van de stichting opnieuw bezwaar in,94 ditmaal tegen het plaatsen van een bedrijfs-gasstation en leiding, omdat deze niet conform bestemmingsplan zijn. Eerst wordt door het college aangegeven dat de indiener geen belanghebbende is.95 Dit argument wordt ongegrond verklaard door de bezwaarschriftencommissie,96 die oordeelt dat het college een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen. Het college stuurt hierop een vooraankondiging last onder dwangsom naar de ondernemer.97 De stichting is het hier niet mee eens en gaat in beroep,98 omdat de begunstigingstermijn volgens haar te lang en de hoogte van de last te laag is. Het college oordeelt dat de gasleiding vergunningsvrij is, waar de indiener het niet mee eens is.
De rechtbank99 vernietigt het collegebesluit en oordeelt dat de verwijdering van de gasleiding moet worden opgenomen in het besluit en dat de hoogte en lengte van de last moeten worden herzien. Stichting DOEH dient op 5 december 2018 een handhavingsverzoek in tegen geuroverlast van de onderneming,100 nadat er in het verleden al vele klachten zijn ingediend. Volgens gesprekspartners van de gemeente werden deze klachten serieus genomen, geïllustreerd doordat de dossierhouder van de ODNV periodiek bij de stichting langs kwam, die over de contactmomenten ook terugkoppelt richting betrokken gemeentelijke ambtenaren. De stichting ervaart dit anders en geeft aan dat er vanaf het begin al afhoudend op klachten werd gereageerd. Het beroep wordt afgewezen door de ODNV,101 omdat er geen overtreding is geconstateerd, waartegen de stichting in bezwaar gaat.102 De rechtbank oordeelt uiteindelijk dat de gemeente een nader onderzoek moet verrichten naar de verspreiding van geur buiten de onderneming en daarna een nieuwe beslissing moet nemen.103
90 Rechtbank Gelderland (16-11-2018) - Het beroep van secretaris Stichting DOEH te Ermelo. 91 Rechtbank Gelderland (27-11-2019) - Het beroep van secretaris Stichting DOEH te Ermelo. 92 Voorzitter Stichting DOEH (25-05-2018) - Melding overlast bedrijven. 93 Gemeente Ermelo (31-05-2018) - Mail Transportroute Tomassen Duck-To. 94 Secretaris Stichting DOEH (14-06-2018) - Verzoek tot handhaving. 95 Gemeente Ermelo (27-08-2018). Verzoek tot handhaving. 96 Gemeente Ermelo (11-12-2018) - Advies commissie voor bezwaarschriften. 97 Gemeente Ermelo (31-01-2019) - Vooraankondiging last onder dwangsom. 98 Rechtbank Gelderland (13-03-2019). Het beroep van secretaris Stichting DOEH te Ermelo. 99 Rechtbank Gelderland (24-01-2020) - Het beroep van secretaris Stichting DOEH te Ermelo. 100 Stichting DOEH (05-12-2018) - Verzoek om handhaving ivm stankoverlast. 101 ODNV (21-03-2019). Besluit op handhavingsverzoek. 102 Raadsman Stichting DOEH (26 april 2019). Brief namens DOEH handhavend optreden Tomassen. 103 Rechtbank Gelderland (10-02-2021) - Het beroep van stichting DOEH te Ermelo.
41
I
I
De secretaris van stichting DOEH dient in maart 2020 een bezwaar in tegen het bouwen van onder meer een 'nooduitgang', omdat deze niet overeenkomstig is met het bestemmingsplan. Er wordt door het college een last opgelegd aan de ondernemer.104,105 Gesprekspartners vanuit stichting DOEH geven aan dat het overkoepelende probleem is dat de gemeente niet handhavend op lijkt te willen treden en dat daarom de ondernemer steeds door kan gaan met het begaan van kleine overtredingen die bij elkaar een groot geheel vormen. Proactieve informatieverstrekking aan stichting DOEH blijft uit, waardoor stichting DOEH zich genoodzaakt ziet om Wob-verzoeken in te dienen om bepaalde informatie te achterhalen. Uit gesprekken blijkt dat door ambtenaren persoonlijk contact is gezocht met de stichting over een bepaald Wob-verzoek om de stichting van dienst te zijn, maar dat het verzoek niet tot tevredenheid van de stichting is afgehandeld. In het Wob-verzoek werd ook de ODRN verzocht bepaalde informatie te delen. De ODRN koos ervoor deze informatie openbaar te delen, waar de gemeente bepaalde informatie had weggelakt met beroep op de uitzonderingsgronden van de Wob. Hierdoor is bij de stichting de ervaring ontstaan dat de gemeente informatie opzettelijk achterhield. Betrokken ambtenaren geven aan dat er andere uitgangspunten golden voor het delen van informatie.