CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Meerjarenbegroting 2024-2027 gemeente Ermelo Boekwerk

Gemeenteraad 8 november 2023, gemeente ErmeloBij agendapunt: Meerjarenbegroting 2024-202759.486 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

Paragraaf Lokale heffingen

Algemene informatie

Op grond van artikel 10 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), is het college van burgemeester en wethouders verplicht de gemeenteraad inzicht te geven in ten minste: De geraamde inkomsten; Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarbij de mate van kostendekkendheid inzichtelijk wordt gemaakt; Een aanduiding van de lokale lastendruk; Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Ermelo beleid Op grond van artikel 212 van de Gemeentewet is de raad verplicht om bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast te stellen. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Deze Financiële Verordening Ermelo is op 27 november 2019 door de raad opnieuw vastgesteld. Met name artikel 18 gaat over de lokale heffingen.

Verder is het beleid in Ermelo inzake lokale belastingen en heffingen opgenomen in de volgende nota's: Belastingverordeningen (jaarlijks) Beleidsregels aanwijzen belastingplichtige Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen 2014 Reglement automatische incasso 2014 Beleidsregels ambtshalve verminderingen 2010 Beleidsregel wegingsfactoren proceskosten 2013 Leidraad invordering 2020 Nadere regels Kwijtschelding 2011 Regeling bestuurlijke boeten 2010 Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan (ZAP (2015) inclusief verlengingsnotitie ZAP (november 2020) Daarnaast zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd uit het Hybride-akkoord 2022-2026 Zorgzaam, spaarzaam en duurzaam en de Kadernota 2024. Wij laten de OZB (woningen en niet woningen) met maximaal het inflatiepercentage stijgen. Uitgangspunt hierbij is de Meicirculaire 2023. We streven naar minder verhoging om de inwoners te compenseren voor de (te) grote verhogingen van de afgelopen jaren. Wij houden rekening met de reële WOZ-waardes bij het innen van de OZB. De ontwikkeling van de Toeristenbelasting, de Forensenbelasting en de OZB (woningen en niet-woningen) aan elkaar koppelen. Wijzigt de OZB met 3% dan wijzigt ook de Toeristenbelasting en de Forensenbelasting met 3%. Concreet betekent dit dat wij de belastingen laten stijgen met het inflatiepercentage van 3,9%.

(Dit was bij de Kadernota 2024 2,8%) Daarnaast geven wij in 2024 € 130.000,00 eenmalig aan OZB woningen aan de burgers terug omdat de WOZ-waardes hoger waren dan de vooraf ingeschatte stijging van 15%. In 2024 en verder passen wij de hoogte van de Forensenbelasting en Toeristenbelasting aan. De bij de Kadernota 2024 opgenomen percentages voor "Compensatie wegvallen precariobelasting (3,7%) en Voorzieningenniveau / nieuw beleid (5%)" komen te vervallen. De verhoging van de

36 Toeristenbelasting en Forensenbelasting uit de Kadernota 2024 blijft i​n stand. Indien uit de Septembercirculaire 2023 blijkt dat het inflatiepercentage hoger is dan in de Meicirculaire 2023 aangegeven, zullen de OZB, Toeristenbelasting en Forensenbelasting met het percentage uit de septembercirculaire worden verhoogd. De definitieve percentages zullen aan het eind van het jaar worden bepaald en worden verwerkt in de Belastingverordeningen 2024.

De geraamde inkomsten

In de Begroting 2024 is rekening gehouden met de volgende bedragen voor leges en belastingontvangsten: Belastingontvangsten en heffingen 2024 vs 2023 Naam heffing of leges Begroting 2024 (bedragen x € 1.000,00) ​OZB eigenaar (won) 7.061 ​OZB eigenaar (niet won) 2.143 ​OZB gebruiker (niet won) 1.796 ​Toeristenbelasting 546 ​Forensenbelasting 1.628 Reclamebelasting 59

subtotaal alg.belastingen​ Verbrede rioolheffing ** Afvalstoffenheffing ** Begraafrechten Leges vergunningen en kabels Leges omgevingsvergunningen Leges welstand Leges burgerzaken Marktgelden Leges wet Bibob Leges openbare orde en veiligheid Afweging woningplannen

subtotaal heffingen en leges Totaal

in % t.o.v het totaal 34,72% 10,54% 8,83% 2,68% 8,01% 0,29%

6.411 2.063 1.729 576 1.520 59

in % t.o.v. het totaal 33,28% 10,71% 8,98% 2,99% 7,89% 0,31%

Begroting 2023

13.233

65,07%

12.358

64,16%

2.825 2.489 425 31 636 66 489 10 5 127 0

13,89% 12,24% 2,09% 0,15% 3,13% 0,33% 2,41% 0,05% 0,02% 0,62% 0,00%

2.825 2.401 410 31 636 66 474 10 5 47 0

14,67% 12,46% 2,13% 0,16% 3,30% 0,34% 2,46% 0,05% 0,03% 0,24% 0,00%

7.103

34,93%

6.905

35,84%

20.336

100,00%

19.263

100,00%

** Na aftrek van de kwijtscheldingen. De structurele raming kwijtscheldingen 2024 bedraagt € 170.000,00, waarvan € 100.000,00 Rioolheffing en € 70.000,00 Afvalstoffenheffing.

Beleid inzake lokale belastingen en heffingen

Onroerend Zaak Belasting Landelijk Beleid Maatstaf OZB: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven Onderdeel van de algemene uitkering is de verdeelmaatstaf OZB. Dit betreft een negatieve correctiepost op de algemene uitkering welke wordt bepaald door de omvang van de totale WOZwaarde in de gemeente en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. Het is staand beleid van het Rijk om voor dat effect te corrigeren door middel van een aanpassing van deze rekentarieven. Dit rekentarief wordt naar beneden (of naar boven) bijgesteld om de stijging (of daling) van de OZB-maatstaf als gevolg van de stijging (of daling) van de WOZ-waarde van woningen en nietwoningen ongedaan te maken. De maatstaf groeit wel met de inflatie mee (prijs Nationale Bestedingen, pNB). Dit leidt in de meicirculaire van het Gemeentefonds tot nieuwe rekentarieven. Hiermee is rekening gehouden in deze begroting. Vastgesteld gemeentelijk beleid D​​e OZB woningen is een Algemene belasting. De OZB woningen wordt geheven van eigenaren. Voor OZB woningen eigenaren wordt geen vrijstellingen verleend. Deze percentages gelden als stijging van de geraamde opbrengst t.o.v. vorig jaar. De OZB woningen eigenaren 2024 is gebaseerd op de WOZ-waarde van 1 januari 2023.

Areaal-uitbreidingen leiden tot een hogere opbrengst, maar worden niet in de tarieven gecompenseerd. Met ingang van 2021 is de mogelijkheid van kwijtschelding voor OZB woningen afgeschaft.​ Het OZB tarief wordt op basis van de formule A * B = C berekend. Waarbij A de WOZ waarde van het woningareaal is, B het belastingtarief en C de benodigde omvang van de totaalontvangst belastinggelden. Om een zo nauwkeurig mogelijk belastingtarief te kunnen bepalen is de kennis van de waarde van de woningen essentieel. Vandaar dat het tarief op een zo laat mogelijk moment in het jaar ter vaststelling wordt aangeboden. De huidige woningmarkt is erg overspannen. Woningtekorten leiden zeker de laatste maanden tot exorbitante prijsstijgingen. In 2021 was er sprake van een stijjging van 15%. Soms wordt zelfs boven de vraagprijs geboden. Voor het belastingjaar 2024 is de WOZwaarde naar peildatum 1 januari 2023 van belang. De eerste indruk is wederom een stijging

37 van rond de 15% voor de woningen. Dit kan nadat de hertaxatiegegevens bekend zijn straks hoger uitvallen. Een bijkomend effect van waardestijging van de woningen is een daling van opbrengsten vanuit het Ggemeentefonds. In eerste instantie zal de gemeente voor deze hogere WOZozwaarde extra gekort worden in de algemene uitkering. Omdat dit bij alle gemeenten gebeurt blijft een stuk van de algemene uitkering onverdeeld. Dit wordt dan in tweede instantie alsnog aan de gemeenten uitgekeerd, echter niet in dezelfde verhouding als waarmee gekort is. Is de waardestijging in de gemeente conform het landelijk gemiddelde dan zal het effect op de algemene uitkering redelijk budgettair neutraal zijn, is de stijging hoger dan het landelijk gemiddelde dan gaat de gemeente er op achteruit, is de stijging lager dan het landelijk gemiddelde dan gaat de gemeente er op vooruit. Het effect van deze vermindering is lastig te bepalen, vandaar dat in deze meerjarenbegroting hiermee geen rekening is gehouden. Maatregelen​ 2024:​ De geraamde opbrengst OZB woningen eigenaren 2023 wordt verhoogd met een inflatiecorrectie (3,9%). Over 2023 is een bedrag van € 130.000,00 meer ontvangen als gevolg van een hogere waardestijging van de woningen dan waar vooraf mee was gerekend. Dit wordt in 2024 eenmalig in de OZB woningen verdisconteerd.

Onroerende Zaak Belasting niet-woningen (eigenaar en gebruiker) Vastgesteld Beleid De OZB niet-woningen is een Algemene belasting. De OZB niet-woningen wordt geheven van eigenaren en gebruikers. Voor OZB niet-woningen wordt geen kwijtschelding verleend. V​oor OZB niet-woningen bestaan wettelijke vrijstellingen. De leegstand van niet-woningen wordt niet gecompenseerd door hogere tarieven. Areaal-uitbreidingen leiden tot een beperkte hogere opbrengst, maar worden niet in de tarieven gecompenseerd. Met ingang van 2023 is de compensatie voor de WOZ-korting op de algemene uitkering ter grootte van 1% komen te vervallen. Maatregelen ​2024: De opbrengsten 2023 OZB niet-woningen (eigenaren en gebruikers) worden verhoogd met een inflatiecorrectie van 3,9%. De OZB niet-woningen 2024 is gebaseerd op de WOZ-waarde per 1 januari 2023. Het tarief wordt vastgesteld en berekend op de te realiseren opbrengst in de begroting.​

Afvalstoffenheffing Vastgesteld Beleid De Afvalstoffenheffing is een specifieke heffing; een vergoeding voor de kosten van ophalen en verwerken van huishoudelijk afval. De Afvalstoffenheffing wordt geheven van gebruikers van woningen. Uitgangspunt is volledige kostendekkendheid, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de btw, de overhead, de rentelast en de stand van de voorziening Afvalstoffenheffing. Voor Afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk. Dit leidt tot een inkomstenderving. Deze inkomstenderving wordt gecompenseerd door hogere tarieven Afvalstoffenheffing. Voor Afvalstoffenheffing is een tegemoetkoming medisch afval mogelijk. De inkomstenderving is opgenomen in het bedrag vermeld bij kwijtschelding. Deze inkomstenderving wordt gecompenseerd door hogere tarieven Afvalstoffenheffing. Maatregelen 2024​ De tarieven Afvalstoffenheffing 2023 worden verhoogd met een inflatiecorrectie van 3,9%. Gelijktijdig wordt de uitgavenkant afvalstoffen met eenzelfde bedrag verhoogd.​ De tarieven Afvalstoffenheffing 2024 worden bij de Belastingmaatregelen 2024 definitief bepaald.

Riool- en Waterzorgheffing Vastgesteld Beleid De Riool- en Waterzorgheffing is een specifieke heffing; een vergoeding voor de kosten van onder andere de inzameling en het transport van afval- en hemelwater. De Riool- en Waterzorgheffing is een gebruikersheffing. De Riool- en Waterzorgheffing is gebaseerd op het ZAP (Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan)​. De actualisatie van het huidige ZAP (verleningsnotitie ZAP) is in de raad van november 2020 vastgesteld en wordt in het najaar van 2023 herzien. Uitgangspunt is volledige kostendekkendheid, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de btw, de overhead, de rentelast en de stand van de voorziening Egalisatie riolering. Voor Riool- en Waterzorgheffing is kwijtschelding mogelijk. Dit leidt tot een inkomstenderving. De inkomstenderving wordt gecompenseerd door hogere tarieven Rioolen Waterzorgheffing. De kosten van waterschouwingen zijn opgenomen in het tarief Riool- en Waterzorgheffing. De Riool- en Waterzorgheffing is gebaseerd op een tariefschijvensysteem. De tarieven worden naar boven afgerond op hele euro's (notitie ZAP nov. 2020). Maatregelen 2024 De tarieven 2023​ Riool- en Waterzorgheffing worden niet nader verhoogd, verwezen wordt naar de door de raad in november 2020 behandelde notitie ZAP. De Riolering is 100% kostendekkend. Voor- en nadelen verlopen budgettair neutraal door

38 middel van de voorziening Egalisatie riolering. Het bovenstaande leidt tot de navolgende tarieven: Riool- en Waterzorgheffing: Klasse-indeling ​0 - 100 m3 (incl. recreatie K2B) ​100 - 250 m3 250 - 500 m3 500 - 1.000 m3 ​1.000 - 2.000 m3 2.000 - 5.000 m3 5.000 - 10.000 m3 10.000 - 25.000 m3 25.000 - 50.000 m3 50.000 m3 en meer

Tarief 2024 (in €) 195 220 245 495 745 1.495 2.245 4.495 8.995 17.995

Toeristenbelasting : Vastgesteld Beleid De Toeristenbelasting is een Algemene belasting. De Toeristenbelasting wordt geheven op toeristische overnachtingen. De Toeristenbelasting is een bedrag per persoon per nacht. Voor Toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Van Toeristenbelasting kan vrijstelling worden verleend. Het tarief Toeristenbelasting wordt altijd naar boven afgerond op hele eurocenten. Maatregelen 2024 De structurele bevriezing van 2022 wordt ongedaan gemaakt. Voor de jaren 2025 en verder is een verhoging van de Toeristenbelasting voorzien (zie Kadernota 2024). De financiële consequenties van deze voorstellen zijn nog niet verdisconteerd in de tarieven in deze paragraaf. Het tarief Toeristenbelasting 2023 wordt verhoogd met de inflatiecorrectie van 6,9% (inflatie 2023 3% en inflatie 2024 3,9%) om zo te komen tot het tarief 2024. Bovenstaande leidt tot de volgende tarieven 2024. Omschrijving ​Tarief voor overnachtingen in hotel, airbnb en b&b ​Tarief voor bijzondere groepen Tarief voor overige overnachtingen

Tarief 2024 p.p.p.n 2,23 0 1,67

Forensenbelasting​ Vastgesteld Beleid De Forensenbelasting is een Algemene belasting. De Forensenbelasting wordt geheven bij niet-ingezetenen die meer dan 90 dagen per jaar beschikken over een gemeubileerde woning. Met de aangenomen motie van 14-07-2021 zijn de tarieven van 2022 voor 1 jaar bevroren op het niveau van 2021. Deze bevriezing heeft ook in 2022 plaatsgevonden. Deze percentages gelden als stijging ten opzichte van het jaar daarvoor. De tarieven Forensenbelasting worden afgerond en sinds 2020 altijd naar boven afgerond op hele euro's, dit heeft tot gevolg dat de daadwerkelijke stijging, als gevolg van afronding, uitkomt boven het de door de raad vastgestelde percentage. Voor Forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Maatregelen 2024 Het geraamde aantal objecten is ten opzichte van de vorige begroting niet gewijzigd. Met ingang van dit jaar worden de tarieven niet afgerond op tientallen euro's, maar op hele euro's naar boven. De structurele bevriezing van 2022 wordt ongedaan gemaakt. Voor de jaren 2025 en verder is een verhoging van de forensenbelasting voorzien (zie Kadernota 2024). De financiële consequenties van deze voorstellen zijn nog niet verdisconteerd in de tarieven in deze paragraaf. Het tarief Forensenbelasting 2023 wordt verhoogd met de inflatiecorrectie van 6,9% (inflatie 2023 3% en inflatie 2024 3,9%) om zo te komen tot het tarief 2024.

Bovenstaande leidt tot de volgende tarieven 2024. Klasse-indeling ​0 tot 50.000 50.000 - 100.000 100.000 - 200.000 200.000 en hoger

tarief 2024 € 364 € 551 € 738 € 1.107

Reclamebelasting Vastgesteld Beleid De Reclamebelasting is een Algemene belasting, maar wordt geheven in afspraak met de ondernemers. De Reclamebelasting is gebaseerd op de WOZ-waarde van 1 januari 2023 van het object waaraan één of meerdere reclameobjecten zijn aangebracht of geplaatst in het gebied dat in de verordening is vastgesteld.

39 Het tarief is per € 1.000,00 WOZ-waarde € 0,83 met een minimum van ​€ 300,00 en een maximum van € 600,00. De jaarlijkse opbrengst van € 59.000,00 wordt minus € 2.000,00 aan perceptiekosten, beschikbaar gesteld aan het Ondernemersfonds. Maatregelen 2024 Geen nieuwe of aangepaste voorstellen.

Begraafrechten: Vastgesteld Beleid De Begraafrechten zijn een specifieke heffing; een vergoeding voor onder andere het gebruik van de begraafplaats en diensten in verband met de begraafplaats. De exploitatie van de begraafplaats is niet kostendekkend, zoals door de raad besloten. Dit heeft te maken met: de fictieve bespaarde rente over de voorzieningen begraafplaats wordt beschikbaar gesteld; de dekking van kosten uit de algemene middelen; het maximeren van € 200.000,00 aan onderhoudskosten in de tarieven / alles boven dit bedrag komt ten laste van de algemene middelen. Maatregelen 2024 De tarieven begraafplaats 2023 worden verhoogd met een inflatiecorrectie van 3,9%. Gelijktijdig wordt de uitgavenkant van de begraafplaats met eenzelfde bedrag verhoogd.

Marktgelden: Vastgesteld Beleid De Marktgelden zijn een specifieke heffing; een vergoeding voor de kosten van het innemen van een standplaats en de aansluiting op de elektriciteitskasten, inclusief btw. De Marktgelden worden geheven van de gebruikers van de weekmarkt en standplaatshouders. Uitgangspunt is volledige kostendekkendheid, hetgeen thans niet gerealiseerd wordt. De huidige tarieven zijn gebaseerd op een raadsbesluit van 27 november 2019. In de Begroting 2024 is een opbrengst geraamd van € 10.000,00. Maatregelen 2024 De tarieven Marktgelden 2024 worden thans niet verhoogd. Op basis van de nog te actualiseren Marktgeldverordening en de Marktverordening alsnog de mate van kostendekkendheid te bepalen.

Overige legestarieven: Vastgesteld Beleid De leges zijn een specifieke heffing; een vergoeding voor, door of vanwege de gemeente verstrekte diensten, waaronder de Nederlandse identiteitskaart. Uitgangspunt is volledige kostendekkendheid, tenzij nadrukkelijk door de raad anders is besloten. Deze besluiten zijn genomen voor: gehandicaptenparkeerkaart en organisatiekeurmerk CBF. Op niveau van de verordening mogen de leges de 100% kostendekkendheid niet overstijgen. Voor leges is geen kwijtschelding mogelijk. De Legesverordening wordt eens in de vier jaar volledig geactualiseerd. De eerstvolgende herziening staat gepland eind 2023. Maatregelen 2024 In afwachting van de nieuwe legesverordening worden de tarieven 2023 vooralsnog niet verhoogd. Zodra de nieuwe legesverordening van kracht wordt, wordt een inflatiecorrectie van 3,9% toegepast. De kostenkant worden met hetzelfde bedrag geindexeerd. De nieuwe tarieven worden met de legesverordening ter vaststelling voorgelegd.

Kostendekkendheid tarieven

Als onderdeel van de BBV 2017 is het voor de paragraaf Lokale Heffingen verplicht een overzicht op hoofdlijnen op te nemen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk gemaakt wordt: Hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen. Hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd. Voor de cijfermatige berekening van de kostendekkendheid van de heffingen wordt aangesloten bij de in de "notitie Overhead" van de commissie BBV opgenomen tabel. Deze berekening moet vervolgens worden aangevuld met een inhoudelijke toelichting over de totstandkoming van de tarieven en de beleidskeuzen die daaraan ten grondslag liggen. Beleidskeuzen die ten grondslag liggen aan de tarieven is dat in principe een kostendekkendheid van 100% wordt nagestreefd. Voor de legesverordening is een onderzoek uitgevoerd. Voor de leges Burgerzaken zijn de diverse tarieven gemaximeerd vanuit het Rijk, wat impact heeft op de kostendekkendheid. De kostendekkendheid van de marktgelden wordt nog nader onderzocht, tegelijkertijd wordt de Marktverordening herzien. De kostendekkendheid van de tarieven wordt berekend door het totaal van de netto-kosten per

40 taakveld (exclusief omslagrente) en de toegerekende overhead, inclusief omslagrente en de toegerekende rente op basis van de visie rente toerekening af te zetten tegen de opbrengst van de heffingen per taakveld. In onderstaande tabel is de kostendekkendheid in beeld gebracht voor het begrotingsjaar 2024 inzake de afvalstoffen, riolering, begraafplaats, bouwen, marktgelden, burgeraangelegenheden, omgevingsvergunningen alsmede openbare orde en veiligheid: Berekening van kostendekkendheid van een heffing: (bedragen x € 1.000,00)

Kosten taakveld(en), excl. (omslag)rente *) Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente Toe te rekenen rente BTW Totale kosten

Afvalstoffen

RioleringBegraafplaats

502

OmgevingsBurgeraange- Openbare orde Marktgelden vergunningen legenheden en veiligheid

2.446

3.179

486

25

-440

-1.005

-73

0

0

0

0

2.006

2.174

429

486

25

476

29

75 6 403 2.490

195 58 498 2.925

109 1 0 539

85 0 0 571

2 0 0 27

219 0 0 695

13 0 0 42

Opbrengst heffingen *)

2.490

2.925

425

666

10

491

82

Dekkingspercentage

100,0%

100,0%

78,8%

116,6%

37,0%

70,6%

195,5%

*) De kosten voor kwijtschelding maken in deze tabel onderdeel uit van de lasten. In tegenstelling tot het staatje van de opbrengsten heffingen is de kwijtschelding niet verrekend met de opbrengsten. Met andere woorden deze opbrengst is bruto. Voor de Afvalstoffenheffing betreft dit de heffing inzake het vastrecht + verzamelcontainers, alsmede de Afvalstoffenheffing variabel (Diftar). Voor de brede Rioolheffing betreft dit de heffing bij woningen alsmede de niet-woningen. Voor de begraafplaats betreft dit de leges lijkbezorging, reiniging graven en instandhouding graven. De berekende kostendekkendheid betreft het gemiddelde van de tarieven. De invoering van de omgevingswet leidt tot veranderingen binnen het onderwerp omgevingvergunningen. Vooralsnog is in de begroting uitgegaan van gelijkblijvende opbrengsten. In het najaar 2023 worden de leges voor de nieuwe producten bekend. Mede om het hiervoor genoemde punt zijn voor de berekening van de kostendekkendheid voor de omgevingsvergunningen alsmede Burgeraangelegenheden de uitgangspunten gebaseerd op de "notitie Herziening Legesverordening" (docnr. e160034349, casenr. 16e0007645) zoals door de raad vastgesteld. Inmiddels is gebleken dat de uitgangspunten zowel de toerekening van de personele formatie alsmede de overhead dermate is veranderd dat een nieuwe opzet wenselijk wordt geacht.

Voor beiden geldt dat daardoor de verwachte kostendekkendheid lager zal uitkomen dan het hierboven genoemde getal. Wij zijn bezig om op onderdelen de "notitie Herziening Legesverordening" te herzien. Reden is dat het thans niet goed mogelijk om een nauwkeurige inschatting te geven van de kostendekkendheidspercentages voor de onderdelen omgevingsvergunningen, marktgelden, burgeraangelegenheden en openbare orde en veiligheid.

Lokale lastendruk

Jaarlijks wordt de COELO Atlas van de lokale lasten opgesteld. Dit betreft een jaarlijkse monitor van de ontwikkeling van de lokale lasten op macro- en microniveau. Voor onderstaande gegevens is gebruik gemaakt van de COELO Atlas van de lokale lasten 2023. De gegevens hebben betrekking op 2023, die van 2024 zijn nog niet bekend. Woonlasten per gemeente Woonlasten zijn betalingen die huishoudens doen in verband met wonen. De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de Onroerendezaakbelasting (OZB), de Rioolheffing en de Afvalstoffenheffing. Een eventuele heffingskorting wordt hiervan afgetrokken. De gemeentelijke woonlasten bestaan voor huishoudens met een huurwoning uit de Afvalstoffenheffing en soms Rioolheffing. Eigenaar-bewoners betalen daarnaast ook OZB. In enkele gemeenten wordt van deze bedragen een heffingskorting afgehaald. In Ermelo bedragen voor 2023 de woonlasten voor een éénpersoonshuishouden (eigenaarbewoner) € 1.057,00 en voor meerpersoonshuishouden (eigenaar-bewoner) € 1.143,00. Ter vergelijking in Gelderland bedraagt dit gemiddeld € 860,00 resp. € 940,00. Landelijk bedragen voor 2023 de woonlasten gemiddeld € 944,00 voor een meerpersoonshuishouden, waarbij het de hoogste lasten € 1.874,00 (Bloemendaal) bedragen en de laagste € 652,00 (Aalten).

Kwijtschelding

Particulieren die aan bepaalde voorwaarden voldoen kunnen, afhankelijk van de persoonlijke financiële omstandigheden, in aanmerking komen voor kwijtschelding van de gemeentelijke

476

29

41 belastingen. Geen kwijtschelding wordt verleend voor de leges en niet voor de OZB. Bij de invoering van Diftar is besloten om personen, die medisch afval hebben (bijvoorbeeld: incontinentie-, stoma of dialysemateriaal), tegemoet te komen in de Afvalstoffenheffing. Voor minima wordt 100% kwijtschelding gehanteerd. In de jaarrekening wordt jaarlijks verantwoording afgelegd over het aantal verleende kwijtscheldingen. In de Begroting 2024-2027 is voor kwijtschelding structureel de volgende ramingen opgenomen: Kwijtschelding (bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 6603060 Kwijtscheldingen Rioolheffing 100 100 100 6603060 Kwijtschelding vastrecht+verz.cont. 47 47 47 6603060 Kwijtschelding variabel (DifTar) 23 23 23 Totaal opgenomen 170 170 170

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Algemene informatie

Risico beleid van Ermelo De gemeente Ermelo wil voorkomen dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigingen, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Daarom wordt bij de meerjarenbegroting geïnventariseerd welke majeure financiële risico's de gemeente loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten. Bij de jaarrekening worden de risico's opnieuw geïnventariseerd en geactualiseerd. Op basis hiervan wordt door middel van een risico-simulatie de benodigde weerstandscapaciteit bepaald en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De door ons gebruikte systematiek is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit Twente (Naris). Het beleid is erop gericht om de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit tenminste 1,00 te laten zijn. Dit ratio is vastgesteld in de Kadernota 2018. Indien een risico daadwerkelijk leidt tot budgettaire gevolgen, dan zijn daarvoor in de huidige begroting in beginsel geen directe dekkingsmiddelen beschikbaar. Dit betekent dat zich bij het voordoen van een risico in eerste instantie dekking gevonden moet worden binnen andere posten van de lopende begroting.

Mocht dit laatste niet mogelijk zijn, dan vormt de Algemene risicoreserve de eerste buffer om de financiële gevolgen op te vangen. Het optreden van een risico kan ook structurele financiële gevolgen met zich meebrengen. Afhankelijk van de omvang van de financiële consequenties van een zich voordoend risico kan het ter dekking van een structureel nadeel nodig zijn om beleid te herzien dan wel te heroverwegen. Als de berekende ratio onder de vastgestelde norm van 1,00 komt te liggen, wordt een kritieke grens gepasseerd. Deze paragraaf sluit daarom af met een beoordeling van de weerstandsratio en een advies om het weerstandsvermogen op voldoende niveau te brengen indien de weerstandsratio te laag blijkt. Vastgesteld beleid inzake Weerstandsvermogen Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement (corsanr. 07026562; 2008) Raadsbrief Ratio weerstandsvermogen Programmabegroting 2012-2015 (corsanr. 11113198; raad maart 2012) Nota Reserves en Voorzieningen Ermelo 2023 (corsanr. 220047796) Strategisch financieel beleid, onderdeel Kadernota 2018 (corsanr. e170011021; raad 6 juli 2017) Het huidige risicomanagement wordt opnieuw geformuleerd. Daartoe is eerst de huidige nota Reserves en Voorzieningen geactualiseerd. Vervolgens wordt de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing geactualiseerd.

Deze nota wordt u binnenkort aangeboden zodat deze in de raadsvergadering van december 2023 kan worden vastgesteld met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023. Financiële ontwikkelingen, risico’s en onzekerheden In deze paragraaf beschrijven wij de financiële situatie per augustus 2023 en de inschatting van ontwikkelingen, risico’s en onzekerheden die wij voor de periode 2024-2027 op dit moment onderkennen. Wij moeten deze risico’s afzetten tegen ons weerstandsvermogen. Immers hoe hoger de risico’s en onzekerheden hoe hoger onze reserves (het weerstandsvermogen) moeten zijn. Wij maken onderscheid in landelijke en lokale financiële ontwikkelingen, risico’s en onzekerheden. Landelijke financiële ontwikkelingen, risico’s en onzekerheden Herverdeling Gemeentefonds Op 1 januari 2023 is het nieuwe verdeelmodel van het Gemeentefonds van kracht geworden. Het eerdere model stamde uit 1997. Sindsdien is veel veranderd in uitgaven van gemeenten, in het bijzonder vanwege de decentralisaties in het Sociaal Domein. De noodzaak om de verdeelmodellen te herzien werd gevoeld. Het nieuwe verdeelmodel is eenvoudiger van opzet. Dat is onder andere bereikt door verschillende maatstaven (dat zijn criteria waar een gemeente extra op scoort en dus ook extra geld voor krijgt) te clusteren. Het gevolg is wel, dat relevante maatstaven voor instellingsgemeenten (zoals Ermelo) niet meer

2027 100 47 23 170

42 bestaan óf zijn opgenomen in een algemene maatstaf. Dit betekent dat de gemeente Ermelo (en tientallen andere instellingsgemeenten) voor bepaalde criteria geen extra geld meer ontvangt omdat juist déze criteria (maatstaven) zijn verdwenen. Dat kan flinke financiële gevolgen hebben. Wij zijn daarom een lobbytraject gestart om de gevolgen van het nieuwe verdeelmodel voor de instellingsgemeenten onder de aandacht te brengen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het ministerie van BZK reageerde positief op ons verzoek om de gevolgen voor instellingsgemeenten mee te nemen in het onderzoek en werkte constructief mee om ons (namens de instellingsgemeenten) toe te voegen aan de begeleidingsgroep die meedenkt over het onderzoek naar de gevolgen van de invoering van het nieuwe verdeelmodel (waarbij ook expliciet aandacht komt voor de gevolgen voor instellingsgemeenten). De VNG heeft zich ook bereid verklaard om met ons mee te denken en ons van advies te voorzien. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat indertijd – toen het nieuwe verdeelmodel werd ontwikkeld – wel is gekeken naar de gevolgen voor instellingsgemeenten.

De operationalisering hiervan werd echter als complex gezien, omdat niet alle zorginstellingen in dezelfde mate tot extra kosten leiden en toentertijd niet duidelijk was in hoeverre de invloed van zorginstellingen zich beperkt tot de gemeentegrenzen. Wij zijn blij dat het ministerie van BZK ons de gelegenheid biedt de gevolgen van het nieuwe verdeelmodel – nu dit ook daadwerkelijk is ingevoerd – in beeld te brengen.

Invoering Omgevingswet per 1 januari 2024 Wat de uiteindelijke financiële impact zal zijn van de invoering van de Omgevingswet zal de toekomst ons leren. De invoeringskosten zijn nog niet volledig inzichtelijk en het is nog niet zeker of het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) uiteindelijk zal werken zoals verondersteld. Ook de impact van de invoering op de formatie en de hoogte van de leges van de gemeente Ermelo en ODNV zal zich nog moeten uitkristalliseren. Oekraïne De oorlog in Oekraïne zorgt nog steeds voor een ontheemdenstroom in westelijke richting. Ook in Ermelo vangen wij in gezinnen en op locaties ontheemden op. Deze opvang staat voorop. Wij gaan er van uit dat wij de kosten van het Rijk vergoed zullen krijgen. In 2022 is meer ontvangen dan uitgegeven voor opvang van ontheemde Oekraïners. Bij de jaarrekening is voorgesteld om dit geld in een aparte reserve onder te brengen. Omdat het niet zeker is dat het Rijk voldoende vergoedt, noemen wij dit risico. Mocht het Rijk niet tot (volledige) vergoeding van de kosten overgaan, dan zullen de budgettaire nadelen ten laste van de gevormde reserve Opvang ontheemde Oekraïners en daarna ten laste van de Algemene reserve (vrij besteedbaar) worden gebracht, onder de noemer calamiteit. Inflatie, koopkracht en rentestijging Door de oorlog in Oekraïne zijn de energieprijzen gestegen en daarmee ook de inflatie.

Hiernaast is er ook een stijging in de rentes. Wij zijn in een situatie van stijgende prijzen en vervolgens stijgende lonen terechtgekomen. Voor onze gemeentelijke financiële huishouding zien wij dat terug in stijging van investeringskredieten door de verhoogde prijzen voor grondstoffen, materialen, energie en diensten. Aanbestedingen zullen hoger uitvallen. Ook de energiekosten voor onze eigen gebouwen zullen stijgen. Ook de levering van materialen staat onder druk. Gesubsidieerde instellingen hebben ook te maken gekregen met kostenstijgingen. Er zal een groter beroep op de bijstand worden gedaan en een groter beroep op schulddienstverlening. Ook voor de overheidsbedrijven stijgen de kosten en mogelijk de lonen, wat weer een impact heeft op de winst en het uit te keren dividend aan de gemeenten. Wellicht zal er eerder geïnvesteerd gaan worden in energiebesparende maatregelen. Accountantstarieven fors hoger De afgelopen twee jaren hebben accountants hun prijzen met bijna 9% verhoogd. Die forse verhoging is nodig om onder andere de gestegen loonkosten op te vangen. Omdat de kantoren meer geld kwijt zijn aan personeel maar tegelijkertijd hun winst op peil willen houden, komen die kosten grotendeels op het bordje van hun klanten.

Er is een beperkt aantal aanbieders op de gemeentelijke markt maar wel een verplichting om aan het eind van het boekjaar de boeken te laten controleren door de accountant. Andere kostenverhogende factoren komen doordat accountants flink moeten investeren in ICT en digitalisering: de controlewerkzaamheden vinden steeds meer plaats op basis van ‘big data’. Nu de personeelsproblemen groter worden, neemt de noodzaak (en daarmee de kosten) om meer in ICT te investeren toe. Dan kan in de toekomst met minder personeel toch meer werk uitgevoerd worden. Los van de hierboven genoemde factoren, komen daar voor gemeenten ook nog de extra kosten bovenop die accountants moeten maken om de explosief gestegen hoeveelheid specifieke uitkeringen te controleren. Nu heeft de gemeente weliswaar een meerjarige contract afgesloten voor de reguliere controle, maar zodra het contract afloopt kan een nieuwe aanbesteding beduidend duurder uitpakken. Nieuwe verdeling IU Participatiebudget Gemeentefonds Vanaf 2025 wordt de integratie-uitkering van het participatiebudget voor budget werk, anders verdeeld, namelijk voornamelijk op werkelijke aantallen in plaats van op behoefte. De middelen voor beschut werk in de integratie-uitkering van het participatiebudget voor budget werk, worden nu per werkplek aan gemeenten verstrekt.

Dat gaat echter niet op basis van de werkelijke aantallen werkplekken maar op basis van de streefaantallen, met andere woorden: op basis van de behoefte. Deze behoefte is nog gebaseerd op Wajong- en Wsw-instroomcijfers uit 2012 – 2014, is verouderd, en sluit niet meer aan op de zichtbare behoefte aan beschut werk. De nieuwe verdeling vanaf 2025 zal voornamelijk gebaseerd zijn op het aantal gerealiseerde

43 plekken. De gevolgen voor de gemeente zijn nog niet bekend.

Ombuigingslijst 2023, bezuinigingsopties Rijk Het ministerie van Financiën heeft in de Ombuigingslijst, dat is een lijst met suggesties voor de partijprogramma’s voor de Tweede Kamerverkiezingen, bezuinigingsopties opgesteld welke kunnen leiden tot (grote) structurele nadelen voor de gemeenten. In deze lijst worden o.a. genoemd: 1. Als bezuinigingsoptie overweegt het Rijk het stopzetten van de gemeentelijke taak voor reintegratie van bijstandsontvangers en niet-uitkeringsgerechtigden, en korting van de vergoeding daarvoor in het Gemeentefonds. 2. Als bezuinigingsoptie voor het Rijk noemt het ministerie van Financiën het intrekken van de toezegging om de gemeenten vanaf 2026 structureel € 1 miljard compensatie voor 'het ravijn' te geven. In de Miljoenennota 2023 heeft het Rijk vanaf 2026 € 1 miljard aan het Gemeentefonds gegeven als (gedeeltelijke) compensatie van het ravijn in 2026. Van die € 1 miljard gaat € 924 miljoen naar het Gemeentefonds en € 76 miljoen naar het btwcompensatiefonds. In de Voorjaarsnota 2023 heeft het Rijk die € 1 miljard structureel gemaakt. De suggestie van het ministerie van Financiën is die compensatie alsnog niet te geven. Het ravijn wordt vanaf 2026 dan € 924 miljoen groter. 3. Als bezuinigingsoptie overweegt het Rijk het ravijn te vervroegen van 2026 naar 2024. Het Gemeentefonds wordt dan in 2024 € 2.076 miljoen verlaagd en in 2025 € 2.996 miljoen.

4. Het ministerie van Financiën noemt als bezuinigingsoptie voor het Rijk het afromen van het eigen vermogen van rijke provincies. Het is dan maar een kleine stap om hetzelfde te doen bij rijke gemeenten. De Financiële verhoudingswet moet hierop worden aangepast door middel van een tijdelijke wet. 5. Door de langdurige ouderenzorg te decentraliseren naar de gemeenten en daarbij 10% decentralisatiekorting toe te passen, kan het Rijk structureel € 1,6 miljard besparen. Het voorstel heeft tot gevolg dat de gemeenten de taak krijgen de ouderenzorg structureel € 1.625 miljoen goedkoper uit te voeren dan het Rijk nu doet. Duurzaamheid / warmtetransitie/RES De landelijke en lokale duurzaamheidsdoelstellingen en plannen kosten geld. In Ermelo staan dit decennium veel gebouwen van de gemeente en de onderwijsgebouwen voor een renovatie. Daarbij zal per gebouw een businesscase opgesteld moeten worden om te bepalen of renovatie of vervangende nieuwbouw de beste keuze is. Dit kan tot hogere investeringen leiden dan nu in het Investeringsplan is voorzien. Lokale financiële ontwikkelingen, risico’s en onzekerheden Implementatie taakstellingen. Voor 2027 is voor ruim € 7,5 miljoen aan ombuigingen ingeboekt. Hoewel wij vol inzetten om deze bezuinigingen te halen, kan niet ontkend worden dat er een kans is dat bezuinigingen niet volledig zullen worden gehaald als vooraf bedacht.

Daarom zorgen wij ervoor dat we continue de te behalen bezuinigingen monitoren en rapporteren aan uw raad over de status van bezuinigingen bij de reguliere P&C momenten.

Pensioenverplichtingen voormalige bestuurders In de begroting is een jaarlijkse storting in de voorziening Pensioenverplichtingen voormalige bestuurders opgenomen ter grootte van € 125.000,00. Als gevolg van de lage rekenrente zijn in de afgelopen jaren in de jaarstukken extra stortingen gedaan om aan de opgebouwde pensioenrechten te kunnen voldoen. In de Jaarstukken 2022 bleek de voorziening te hoog te zijn. Mogelijk zullen in de jaren 2024 en verder extra stortingen nodig zijn. Sanering voormalige stortplaats De Zanderij In september 2021 hebben wij de raad door middel van een informatiememo geïnformeerd. Totdat een saneringsvariant wordt gekozen hebben wij een risico ingeschat van € 750.000,00. Huidig weerstandsvermogen Bovenstaande financiële ontwikkelingen, risico’s en onzekerheden moeten kunnen worden opgevangen door het weerstandsvermogen van Ermelo. Daarom presenteren wij hieronder het overzicht van de reserves en voorzieningen in de periode 2024-2027. Daarbij is vooral van belang welke reserves vrij besteedbaar zijn. Reserves en voorzieningen De reservepositie​ van Ermelo bestaat uit het totaal van alle reserves en voorzieningen. De reservepositie is opgebouwd uit algemene reserves, (beklemde) bestemmingsreserves en voorzieningen. Reserves vallen onder het eigen vermogen van een gemeente. Voorzieningen worden gezien als vreemd vermogen.

Binnen het hybride-akkoord is afgesproken om de hoogte van de Algemene reserve vrij besteedbaar op een minimum niveau van € 5 miljoen te houden. Beleid met betrekking tot reserves en voorzieningen Reserves en voorzieningen vallen onder het budgetrecht van de raad. Dit betekent dat instellen, wijzigen, afromen, opheffen, toevoegen en beschikken altijd door de raad geautoriseerd moet worden. Dit kan gebeuren bij de jaarlijkse programmabegroting en/of de tussentijdse begrotingswijzigingen (bestuursrapportages) en/of de jaarlijkse jaarstukken. Het beleid in Ermelo is vastgelegd in de Financiële Verordening gemeente Ermelo (door de raad vastgesteld op 27 november 2019). In artikel 12 staat: "Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een (bijgestelde) nota "Reserves en Voorzieningen" aan. De nota bepaalt naast het doel, de vorming en de besteding van reserves en voorzieningen, een en ander in relatie tot het weerstandsvermogen. De raad stelt deze nota vast. Bij de kadernota wordt jaarlijks de actualiteit

44 van de nota getoetst". De Nota Reserves en voorzieningen gemeente Ermelo is oorspronkelijk op 28 februari 2013 door de raad vastgesteld. Daarbij is destijds een herstructurering van de reserves en voorzieningen gerealiseerd en is het beleid van Ermelo inzake de reserves en voorzieningen opnieuw vastgelegd. Eind 2022 is een herziene nota Reserves en Voorzieningen 2023 aan u voorgelegd en door uw raad in 2023 bekrachtigd. In Q4 2023 volgt nog de nota Weerstandsvermogen en risicomanagement ter besluitvorming, waarna, naar verwachting, eind Q4 2023 een nieuwe financiële verordening wordt voorgelegd die in 2024 door uw raad kan worden bekrachtigd. Conclusie De reservepositie van Ermelo blijft, ondanks dat het totaalbedrag in de komende jaren als gevolg van het investeringsniveau afneemt, goed. Een groot deel van de reservepositie ligt echter vast in de vorm van beklemde bestemmingsreserves. Meest belangrijk is echter de omvang van de nog vrij te besteden reserves. De Algemene reserve vrij besteedbaar heeft nagenoeg weer het saldo van € 5 miljoen bereikt. De reserve Grondexploitatie heeft eind 2022 een stand van € 1,4 miljoen, maar we voorzien een flinke daling als gevolg van de aanschaf van het terrein dat bekend staat onder de naam Hopcon.

Risicoprofiel en benodigde weerstandscapaciteit

In onderstaande tabel worden de voornaamste financiële risico's weergegeven en toegelicht. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen kwantificeerbaar en niet-kwantificeerbare risico's. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico optreedt en de inschatting van de financiële gevolgen. Tabel 1: Belangrijkste kwantificeerbare financiële risico's Omschrijving

Risico

Gevolgen

Mogelijke saneringskosten Geld - Er ontstaat een nadeel in de Zanderij op basis van de begroting. minimale variant Geld - Een beroep van Een instelling kan haar geldverstrekkers op de betalingsverplichting tot gemeente Ermelo om de Direct gegarandeerde rente en aflossing voor een betalingsverplichting van een geldleningen door de gemeente Ermelo instelling over te nemen ter volledig gewaarborgde grootte van het bedrag waar de geldlening niet nakomen. gemeente garant voor staat. Geld - Het uitbetalen van Voortijdige wachtgeld, een Functiebeëindiging functiebeëindiging van een arbeidsongeschiktheidsuitkering wethouder wethouder (óf of een levenslang wachtgelder). nabestaandenpensioen aan de achterblijvende partner Het handelen van de Ontwikkelingsmaatschappij Staatssteun Vitale Geld - Derden kunnen een claim Vitale Vakantieparken vakantieparken neerleggen wordt als staatssteun aangemerkt. Bij een van de verbonden partijen treedt een of meerdere van de door de verbonden partij Geld - Met als gevolg dat er zich Verbonden partijen gesignaleerde risico's op een nadeel voordoet in de welke niet door de begroting verbonden partij zelf binnen haar begroting kan worden gedekt.

Geld - Als aandeelhouder moet Er ontstaat een financieel de gemeente een bijdrage Tekort Vitale tekort bij de leveren wat leidt tot een vakantieparken ontwikkelingsmaatschappij ongedekt nadeel voor de Vitale Vakantieparken begroting Bij een door de gemeente Geld - met als gevolg dat de gesubsidieerde partij gemeente een aanvullende Calamiteit treedt een calamiteit op subsidie moet verstrekken wat gesubsidieerde partijen welke niet door haar leidt tot een nadeel in de binnen de eigen begroting gemeentebegroting kan worden opgevangen De Zanderij

Kans

Financieel gevolg

Invloed

90%

max € 750.000

72,01%

10%

max. € 588.000

9,38%

10%

max. € 600.000

7,87%

10%

max. € 300.000

4,76%

10%

max. € 200.000

2.65%

10%

max. € 100.000

1,71%

10%

max. € 100.000

1,60%

€ 2.638.000

Totaal risico's Tabel 2 Niet-kwantificeerbare risico's Omschrijving Risico

Gevolgen

Toelichting

45

Renteloze lening WEW

Het is niet in te schatten voor welk bedrag de gemeente aangesproken zal worden. Wel wordt de kans hierop klein geacht omdat de eerste achtervang geschiedt door het Rijk. De Meicirculaire 2022 laat een nadelig herverdeeleffect zien van € 153,00 / inwoner. Tot en met 2025 wordt een aanvullende suppletie-uitkering verstrekt. De situatie na 2025 is onzeker, al mogen gemeenten dit doortrekken naar 2026. De verwachting is dat in 2026 dit tot een nadeel van 2,7 miljoen leidt. Verwacht wordt dat deze Geld - Nadeel in de begroting aanvullende suppletie-uitkering zeker afgebouwd gaat worden. Het tempo waarin is hoogst onzeker. De gemeente houdt thans rekening met een extra nadeel van € 15,00/inwoner in 2026 en € 30,00 per inwoner in 2027 en € 45,00 per inwoner in 2028. Verwacht wordt dat dit jaarlijks met € 15,00/inwoner oploopt. Voor het jaar 2023 wordt het voorschotpercentage op basis van de Begroting 2023 vastgesteld medio juni 2023. De afwikkeling vindt niet plaats in het jaar 2023. Het is niet in te schatten of de Geld - Er treedt een nadeel op in gemeente in de jaarrekening een de begroting financieel nadeel ondervindt ten opzichte van de aanvraag. De regeling loopt af per 1 januari 2024. Het is nog niet bekend of de regeling wordt verlengd, aangepast of vervangen door een andere regeling.

De gemeente wordt aangesproken als schadegemeente om een Geld - Derving rentekosten renteloze lening aan het WEW te verstrekken

Nadelig herverdeeleffect Algemene Uitkering

Als gevolg van gewijzigde btw SPUK uitkering wetgeving wordt voor sport btw compensatie onvoldoende compensatie Sport ontvangen

Ten opzichte van de Jaarrekening 2022 zijn geen nieuwe risico's toegevoegd. Enkele risico's zijn verschoven naar niet kwantificeerbare risico's: Nadelig herverdeeleffect algemene uitkering; Renteloze lening WEW; SPUK uitkering btw compensatie sport. De overige risico's zijn opnieuw tegen het licht gehouden, dit heeft niet geleid tot aanpassingen Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van het kwantificeerbare overzicht is de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Deze berekening is gemaakt met behulp van de risicosimulatiemodel (NARIS). Het totaal van alle risico's bedraagt € 2.638.00,00. Deze risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag van de risico's ad € 2.638.000,00 onnodig en ongewenst is. De risico’s zullen immers naar verwachting niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Tabel 2 toont de resultaten van deze risicosimulatie. Hieruit blijkt dat, met een zekerheidspercentage van 90%, de risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 632.000,00 (= benodigde weerstandscapaciteit). In de laatste kolom van de tabel staat het op basis van deze simulatie de geschatte impact per risico weergeven. Tabel 3: Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages.

Benodigde Zekerheidspercentage​ weerstandscapaciteit​ 70%​ € 420.000,00 75%​ € 463.000,00 80% € 511.000,00 85% € 566.000,00 90%​ € 632.000,00 95% € 739.000,00 Uit de tabel volgt dat 90% zeker is dat de risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 632.000,00 (benodigde weerstandscapaciteit).

46

Risico's versus weerstandsvermogen

Beschikbare Weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan middelen dat de gemeente Ermelo beschikbaar heeft om de risico’s in financiële zin af te dekken. Aan de middelen kan daarbij gedacht worden aan posten als: stelpost onvoorzien, volume-ontwikkelingen, prijsmutaties, indexeringen; algemene en risicoreserves; bepaalde bestemmingsreserves welke weliswaar niet geheel vrij van bestemming zijn, maar in geval van calamiteiten wel op korte termijn kunnen worden ingezet. Uiteraard zal een beschikking over deze reserves kunnen betekenen dat de raad in een later stadium deze reserve weer moet aanvullen, dan wel de bestemming wenst te wijzigen. Het ratio weerstandsvermogen wordt in de meerjarenbegroting door ons in een meerjarenperspectief berekend. Bij de bepaling van de weerstandscapaciteit vermogen zijn de beklemde bestemmingsreserves buiten beschouwing gelaten. Deze beklemde bestemmingsreserves zijn ingezet ter dekking van toekomstige afschrijvingen van investeringen. De mogelijkheid om (een deel van) deze middelen alsnog aan te wenden als weerstandscapaciteit hangt af van het feit of investeringen nog gerealiseerd moeten worden en heroverweging nog mogelijk is. Tabel 3: Beschikbare weerstandscapaciteit Onderverdeling weerstandscapaciteit (bedragen x € 1,00)

2024

2025

2026

2027

861.000

1.331.000

1.431.000

1.531.000

861.000

1.331.000

1.431.000

1.531.000

6.354.000 1.828.000 3.000.000 11.182.000

5.255.000 1.828.000 2.911.000 9.994.000

5.095.000 1.828.000 2.858.000 9.781.000

4.960.000 1.828.000 2.847.000 9.635.000

Weerstandscapaciteit Grondexploitatie (C)

1.434.000

1.425.000

1.416.000

1.407.000

Totaal Weerstandscapaciteit (A+B+C)

13.477.000

12.750.000

12.628.000

12.573.000

632.000

632.000

632.000

632.000

21,33

20,18

19,98

19,90

Weerstandscapaciteit exploitatie stelposten Subtotaal Weerstandscapaciteit exploitatie (A) Weerstandscapaciteit vermogen Algemene reserve vrij besteedbaar Algemene Risicoreserve Vrij aanwendbare deel bestemmingsreserves Subtotaal Weerstandscapaciteit vermogen (B)

Benodigde weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen

* De Rioolheffing en de Afvalstoffenheffing maken formeel onderdeel uit van het theoretische kader waarbinnen het weerstandsvermogen berekend wordt. Aangezien zowel de Rioolheffing als de Afvalstoffenheffing van de gemeente Ermelo 100% kostendekkend zijn, blijven deze onderdelen bij de berekening van de weerstandscapaciteit buiten beschouwing. Ratio weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio weerstandsvermogen. ​Beschikbare weerstandscapaciteit ​Benodigde weerstandscapaciteit

​Ratio weerstandsvermogen =

Onderstaande normtabel (tabel 4) is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio weerstandsvermogen. Tabel 4: Waarderingsklassen Waarderingsklasse A B C D E F

Ratio > 2.0 1.4 - 2.0 1.0 - 1.4 0.8 - 1.0 0.6 - 0.8 < 0.6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

De weerstandsratio van de gemeente Ermelo valt in waarderingsklasse A, dit duidt op een ruim voldoende weerstandsvermogen. Schommelingen van de ratio worden zowel veroorzaakt door mutaties in de aanwezige weerstandscapaciteit als ook door veranderingen in het risicoprofiel. Ten opzichte van de Meerjarenbegroting 2023-2026 is de ratio gestegen en daarmee ook de waarderingsklasse. Dit kan worden verklaard uit een combinatie van factoren: wijzigingen in de reservepositie, welke steeds verder afneemt; het vervallen van enkele risico's;

47 wijzigingen in de hoogte van de risico's dan wel wijzigingen in het kans dat een risico optreedt. Omvang Algemene risicoreserve Bij de vaststelling van de Kadernota 2018 is bepaald dat voor de specifieke aangehouden Algemene risicoreserve geldt dat de omvang hiervan gelijk is aan factor 1 van het bedrag dat benodigd is om de risico's af te dekken met een zekerheid van 90%. Hierdoor hoeven afzonderlijke bestemmingsreserves niet langer indirect beschikbaar te blijven voor het op peil houden van het weerstandsvermogen. Overigens geldt dat bij het optreden van een of meer risico's in beginsel dekking dient te worden gevonden binnen de lopende begroting. Pas indien dit niet mogelijk blijkt kan voor incidentele dekking van het optredende nadeel aanspraak worden gedaan op de Algemene risicoreserve. In de notitie Reserves en voorzieningen gemeente Ermelo is bepaald dat de toereikendheid van het saldo van de Algemene risicoreserve jaarlijks wordt bezien bij de jaarrekening, waarbij een afwijking wordt geaccepteerd van € 500.000,00 naar boven of naar beneden. Bij overschrijding van deze grens zal het benodigde bedrag opnieuw worden vastgesteld. Op grond van de in deze paragraaf weergegeven benodigde weerstandscapaciteit en het hiervoor genoemde behoort de hoogte van de Algemene risicoreserve. Deze is bij de thans bekende risico's meer dan voldoende.

Algemene financiële kengetallen

Algemene informatie Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een provincie of gemeente. De kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de provincie of gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te kunnen vangen. Zij geven zodoende inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Van belang daarbij is ook het verloop van de uitkomsten en de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Onderstaand worden uitsluitend de financiële kengetallen weergegeven die op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten worden vermeld in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. 1. Netto schuldquote; 2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 3. Solvabiliteitsratio; 4. Grondexploitatie; 5. Structurele exploitatieruimte; 6. Belastingcapaciteit. Financiële kengetallen De algemene financiële kengetallen voor Ermelo zien er als volgt uit: Jaarstukken Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Kengetallen 2022 2023 2024 2025 2026 2027 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

18,7% A

54,9% A 53,8% A 59,0% A 64,1% A 59,6% A

18,7% A

56,7% A 60,8% A 66,0% A 71,3% A 66,8% A

35,6% B 30,3% B 34,5% B 33,1% B 32,5% B 31,7% B 0,99% A 0,0% A 0,86% A 1,66% A 1,72% A 1,72% A 5.06% A 2,4% A 1,7% A 0,9% A 0,3% A 0,1% A 145,9% C 145,7% C126,4% C 126,4% C126,4% C126,4% C

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het ratio wordt bepaald door het eigen vermogen (algemene en bestemmingsreserves en resultaat uit het overzicht van baten en lasten) uit te drukken in een percentage van het balanstotaal. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. Door het aantrekken eerdere een leningen alsmede de verwachting tot het aantrekken enkele nieuwe leningen alsmede de verdere daling van het eigen vermogen verslechterd de solvabiliteitsratio. Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamd) baten.

Voor de berekening van dit kengetal wordt het totaal van de bouwgrond in exploitatie gedeeld door de totale baten uit de begroting of rekening en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke

48 structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reëel evenwicht van de begroting wordt thans al onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves te delen door de totale baten en uit te drukken in een percentage. De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: Woonlasten meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, uitgedrukt in een percentage. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, Rioolheffing en Reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de Riool- en Afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt).

Onder de woonlasten worden aldus verstaan de OZB, de Rioolheffing en de reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. Hoe lager dit percentage is, hoe meer vrije belastingcapaciteit een gemeente heeft. Provincie Gelderland heeft in de brief 'Programmabegroting 2016-2019' van 27 januari 2016 de financiële kengetallen gecategoriseerd. De provincie geeft vervolgens een voorzichtige waarde aan deze categorieën, namelijk dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Kengetallen Categorie A Categorie B Categorie C Netto schuldquote < 90% 90% - 130% > 130% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen < 90% 90% - 130% > 130% Solvabiliteitsratio > 50% 20% - 50% < 20% Grondexploitatie < 20% 20% - 35% > 35% Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0% Belastingcapaciteit < 95% 95% - 105% > 105%

Uitkomsten De conclusie is dat bij enkele kengetallen sprake is van een continuering verslechtering van de financiële positie. Dit bevestigt het beeld over de financiële positie van Ermelo zoals eerder geschetst. Streefkengetallen De provincie Gelderland heeft aangegeven dat de gemeenteraad in overleg met het college van b&w per kengetal een norm kan bepalen. In Ermelo heeft dat nog niet plaatsgevonden. Voorstellen hiertoe zullen worden gedaan in de nieuwe Nota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing. De samenhang van de financiële kengetallen met de verschillende onderwerpen is terug te vinden bij het onderdeel financiële positie.

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Algemene informatie

Wegen, openbare verlichting, riolering, groen, speelvoorzieningen, water, sportvoorzieningen, gemeentegebouwen en onderwijsgebouwen worden tezamen als kapitaalgoederen aangeduid. Zij vormen het gezicht van de gemeente. Het onderhouden van kapitaalgoederen is van belang voor het zo goed mogelijk functioneren van de gemeente op het terrein van veiligheid, vervoer, recreatie, onderwijs en overige gemeentelijke diensten. Ook de gemeente Ermelo heeft veel in kapitaalgoederen geïnvesteerd. Kapitaalgoederen dienen zo lang mogelijk een bijdrage te leveren aan het doel waarvoor zij zijn aangeschaft of vervaardigd. Om het kapitaalgoed te kunnen blijven gebruiken waarvoor het bedoeld is, dient het derhalve te worden onderhouden. Met het onderhoud van de kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Een helder en volledig overzicht is daarom van belang voor een goede beoordeling van de financiële positie op de korte en de langere termijn. Teneinde de raad van voldoende inzicht te voorzien, wordt het onderhoud van kapitaalgoederen – een onderwerp dat versnipperd in de begroting staat – in deze paragraaf gebundeld in een kort overzicht. Deze paragraaf geeft daarmee een dwarsdoorsnede van de begroting voor het onderdeel onderhoud kapitaalgoederen.

Beleidsmatige uitgangspunten, voorgenomen acties voor beheer en onderhoud en de daarmee samenhangende uitgaven komen immers in diverse programma's voor. Op 20 en 21 maart 2023 heeft het college bezuinigingsvoorstellen geformuleerd. Deze voorstellen zijn verwerkt in de Kadernota 2024. Deze kadernota is door de raad vastgesteld op 5 juli 2023. De voorstellen die gedaan zijn zullen nog verder moeten worden uitgewerkt. Maar ze zullen ook van invloed zijn op het onderhoud van de kapitaalgoederen. Nadere definitie van het begrip "onderhoud" Voor een juist begrip van onder meer de financiële gegevens in deze paragraaf is het van belang te weten wat in deze paragraaf onder het begrip "onderhoud" wordt verstaan. Overeenkomstig de toelichting op het BBV wordt uitgegaan van regulier onderhoud (normaal en zogenaamd groot onderhoud). Dat is het plegen van preventieve dan wel correctieve maatregelen. Vervangingsinvesteringen en de uit investeringen voortvloeiende kapitaallasten worden daar uitdrukkelijk niet toe gerekend. Overige zaken voor het gebruik, niet zijnde onderhoud van een

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13136695/1