Kadernota 2023 AANGEPASTE VERSIE 30062022
Tekst van het document
Wat gaat het kosten? De kosten zijn in 2023 structureel € 28.000,00 en € 56.000,00 vanaf 2024. Uitwisseling van gegevens Wat gaan wij er voor doen? Het belang van uitwisseling van data neemt onder invloed van de verdergaande digitalisering toe. Dientengevolge neemt ook het aantal koppelingen tussen applicaties toe. Om dit alles in goede banen te geleiden maken wij gebruik van een externe partner die deze koppelingen en externe verbindingen professioneel begeleid. Het interne beheer op deze koppelingen en de complexiteit daarvan overstijgt inmiddels de beschikbare capaciteit. En daarmee komt de beschikbaarheid van bedrijfssystemen (continuïteit) in gevaar. Mogelijk zal hier onder invloed van common ground een versimpeling in ontstaan. Maar dan nog geldt: Wie beheert de verbindingen? Of in het geval van common ground, wie beheert de toenemende hoeveelheid API’s. Het beheer van de verbindingen (nu dus nog vaak koppelingen) vraagt dus inzet van tooling en gespecialiseerde capaciteit om risico’s op het gebied van veiligheid en bedrijfscontinuïteit zo beperkt als mogelijk te houden. Hiertoe is 1 fte schaal 10 nodig. Wat gaat het kosten? Vanaf 2023 stijgen de kosten structureel met € 28.000,00 per jaar.
Juridische kwaliteitszorg Wat gaan wij er voor doen? Naar aanleiding van het rekenkamercommissie rapport over juridische kwaliteitszorg is op 12 januari 2022 door de raad besloten extra in te zetten op juridische kwaliteitszorg en de controlstructuur te versterken. De financiële consequenties worden in deze kadernota nu vertaald. Wat gaat het kosten? De jaarlijkse kosten bedragen vanaf 2023 € 50.000,00 structureel.
17 Bestuurlijke verplichtingen/afspraken Toenemende inkoop ICT als een Saas (Software as a service) Wat gaan wij er voor doen? De vier organisaties EHZM hebben tot nu toe nu toe een passief beleid gevoerd op de aanschaf van SaaS toepassingen. Hierbij wordt ICT niet meer in eigen huis maar via internet geleverd, inclusief beheer. In de praktijk geldt een voorkeur voor Saas toepassingen, maar dit is nog geen vastgesteld beleid. De trend is dat steeds meer leveranciers hun applicaties de komende jaren nog slechts als SaaS toepassingen aanbieden. Dientengevolge is er een stijging in de kosten waar te nemen. Verwachting is daarbij dat deze trend zich de komende jaren voortzet. Het betekent dat gemeenten langzaam maar zeker minder kapitaallasten gaan krijgen en meer exploitatielasten. Landelijke cijfers geven aan dat het percentage SaaS diensten van 35% in 2020 zal stijgen naar 60% in 2025. Binnen EHZM wordt dezelfde stijging verwacht. Een daadwerkelijke verschuiving in kosten zal dan ook vanaf 2025 zichtbaar worden in de begroting van Meerinzicht. Naast hogere kosten zullen eerst pas op langere termijn voordelen zichtbaar worden. Op dit moment kan nog geen reëel inzicht gegeven worden in de consequenties voor de begroting van Meerinzicht en dus de bijdrage van Ermelo. Wel zal er in 2023 beleid ontwikkeld worden, waarbij tevens de financiële consequenties in beeld worden gebracht.
Wat gaat het kosten? De budgettaire consequenties zijn op dit moment nog niet te berekenen. ICT dienstverlening in een digitale samenleving Wat gaan wij er voor doen? De invloed van digitalisering op de publieke sector gaat allang niet meer over het werken met computers binnen kantooromgevingen. Het gaat steeds meer over dienstverlening aan onze inwoners, bezoekers en bedrijven (denk aan toegang/betaling bij parkeerterreinen; het signaleren van vuilnisbakken die geleegd moeten worden; over kassasystemen van bijvoorbeeld zwembaden, maar ook ondersteuning bij raadsvergaderingen). Digitalisering (en automatisering) van gemeentelijke organisaties beperkt zich daarmee niet meer tot kantoortijden: het maakt een steeds groter onderdeel uit van onze dienstverlening. Daarnaast speelt de reactietijd van ICT op security issues. In het kader van GGI-veilig kan worden geparticipeerd in monitoring van onze ICT-omgeving gedurende 24 uur per dag. Maar er is geen capaciteit beschikbaar om de potentiële dreiging signalen op te pakken buiten kantoortijden. En ja, hackers werken ook in het weekeinde door. Binnen ICT is geen capaciteit voorhanden om een zodanige verdeling te realiseren dat een redelijke dekking gedurende 24 uur per dag beschikbaar is. De benodigde extra capaciteit ramen wij op 1 fte. schaal 9. Overige kosten bestaan uit onregelmatigheidstoeslagen etc.
Wat gaat het kosten? Vanaf 2023 stijgen de kosten met € 28.000,00 structureel per jaar. Gebiedsregisseur EHZ Wat gaan wij er voor doen? Voor de verdere samenwerking op EHZ-niveau is voor de jaren 2023 tot en met 2026 een zogenaamde gebiedsregisseur EHZ nodig. Wat gaat het kosten? Wij gaan uit van een structureel budget van € 40.000,00 voor de jaren 2023 tot en met 2026. Overige voorstellen, projecten en activiteiten Data openbare ruimte GISIB Wat gaan wij er voor doen? Met de samenwerkende organisaties (EHZM) moet beleidsmatig een stap gemaakt worden binnen de data van de openbare ruimte. IMBOR zal binnen GISIB geïmplementeerd moeten worden. Het ontbreekt aan tijd en geld om dit traject uit te voeren. Wat gaat het kosten? Deze kennis en capaciteit moet worden ingehuurd in de jaren 2023 tot en met 2025. Jaarlijks is een incidenteel budget nodig van € 40.000,00. Tijdelijke uitbreiding formatie communicatie Wat gaan wij er voor doen? De complexiteit van de (uitvoerende) taken van gemeenten neemt toe. Burgers zijn mondig en steeds vaker is gemeentelijk beleid in (sociale) media onderwerp van een publiek debat. De vraag naar meer hoogwaardige professionele ondersteuning door communicatieprofessionals vanuit de EHZM organisaties neemt daarom toe. De inzet van de professionals van team Communicatie wordt de komende jaren minder uitvoerend.
In plaats daarvan wordt (strategische) advisering van colleges en directies geïntensiveerd en worden strategische projecten beter ondersteund. Investering: communicatie investeert in de kennis en vaardigheid van eigen medewerkers, gericht op meer strategische advisering. Als extra investering en ter versnelling van deze ontwikkeling willen we vanaf 2023 de formatie (kwantitatief en kwalitatief) tijdelijk uitbreiden met een strategisch communicatieadviseur (1 fte schaal 12). In 2025 en 2026 wordt deze formatie, door gebruik te maken van natuurlijk verloop, weer afgebouwd tot het niveau van 2022. Wat gaat het kosten? In 2023 en 2024 stijgen de lasten structureel met € 38.000,00 in 2025 en 2026 dalen de structurele lasten naar € 19.000,00 (in 2027 naar nul). Tijdelijke uitbreiding formatie Human Resource Management (HRM) Wat gaan wij er voor doen?
18 De toenemende dynamiek in organisaties in het algemeen, en de ontwikkeling van de EHZM organisaties (organiek en kwalitatief) in het bijzonder, leidt tot een toenemende vraag uit de EHZM organisaties voor meer strategische inzet daarop vanuit HRM. Meer dan nu kan worden geleverd, wordt van HRM gevraagd (ook) een strategisch business partner voor directie en management te zijn bij het inrichten en ontwikkelen van (delen van) de EHZM organisaties. Als deze doorontwikkeling met de bestaande formatie moet worden gerealiseerd, zijn we afhankelijk van de mogelijkheden tot vakinhoudelijke doorontwikkeling van het bestaande team en / of van (natuurlijk) verloop om deze kwaliteiten aan het team toe te kunnen voegen. Als de behoefte op kortere termijn noodzakelijk wordt geacht, vraagt dat een tijdelijke toevoeging op de formatie. Investering: HRM investeert in de kennis en vaardigheid van eigen medewerkers, gericht op meer strategische(organisatie) advisering. Als extra investering en ter versnelling in deze ontwikkeling willen we vanaf 2023 de formatie (kwantitatief en kwalitatief) tijdelijk uitbreiden met een strategisch HRM adviseur (1 fte schaal 12). In 2025 en 2026 wordt deze formatie, door gebruik te maken van natuurlijk verloop, weer afgebouwd tot het niveau van 2022.
Wat gaat het kosten? In 2023 en 2024 stijgen de kosten structureel met € 38.000,00 in 2025 en 2026 dalen de structurele kosten naar € 19.000,00 (in 2027 naar nul). Procesbeschrijver Wat gaan wij er voor doen? Binnen MiZ is geconstateerd dat er op het gebied van procesbeschrijvingen achterstallig onderhoud is. Niet overal zijn procesbeschrijvingen, soms zijn ze er wel maar niet meer actueel etc.. Navraag bij de brongemeenten leerde dat dat, in verschillende mate herkend wordt. Naast dat e.e.a. voor continuiteit, overdracht e.d. nodig is, is het ook een relevant punt voor de interne controle en de accountant. Hier is geen formatie/functie voor binnen EHZM. Binnen EHZM wordt nu als eerste stap door een trainee een overzicht van, de staat van, procesbeschrijvingen gemaakt zodat die geprioriteerd kunnen worden. Afhankelijk van de bevindingen en de beschikbare capaciteit zal vervolgens een tijdpad voor actualisatie kunnen worden gemaakt. Daarbij zal natuurlijk gelijk gelegenheid zijn voor het waar mogelijk slimmer inrichten van processen. Voorgesteld wordt vooralsnog 1 fte hiervoor structureel beschikbaar te maken voor EHZM en te positioneren bij MiZ. Wat gaat het kosten? De kosten stijgen vanaf 2023 met € 24.000,00 structureel per jaar (1 fte schaal 9).
Programma Samen Leven in Ermelo Onderwerpen
Juridische (wettelijke) verplichtingen Onderwijshuisvesting aanvullend krediet gymlokaal 's Heerenloo Wat gaan wij er voor doen? In de primitieve begroting 2022 hebben wij al rekening gehouden met kapitaallasten in 2025 voor de nieuwbouw van een gymlokaal 's Heerenloo op het terrein van ’s Heerenloo voor leerlingen Emaus College, Rietschans College en Jeugdzorg Plus. Er is rekening gehouden met de kapitaallasten van een krediet van 1.500.000,00 euro. Anno 2022 is dit krediet niet voldoende. Inschatting is dat dit minimaal 2.000.000,00 euro is. Het aantal zaaldelen dient nog definitief bepaald te worden, e.e.a. in afstemming met Interactie in het kader van alle gymcapaciteit en gymbehoefte in Ermelo. Aanvullend krediet is dus 500.000,00 ten opzichte van huidige begroting. Bouwen in 2023/2024. Gemeente zal bouwheer zijn. Wat gaat het kosten? Het aanvullend krediet is in totaal € 500.000,00 verdeeld over de jaren 2023 en 2024 voor ieder € 250.000,00. De extra kapitaallasten vanaf 2025 bedragen € 15.000,00. Onderwijshuisvesting nieuwbouw Klokbeker en Augustinusschool Wat gaan wij er voor doen? Voor De Klokbeker en Augustinusschool wordt ingezet op vervangende nieuwbouw via een Kindcentrum. Op dit moment vindt de voorbereidingsfase van het project plaats, bestaande uit het projectplan en ruimtelijk functioneel Programma van Eisen.
Beide producten worden afgerond in 2022, aangevuld met het selecteren van een architect. In de loop van 2023 start de ontwerpfase. Na het uitwerken en vaststellen van het definitieve ontwerp halverwege 2024, wordt een aannemer geselecteerd. De start van de bouw staat gepland voor begin 2025. Oplevering vindt plaats halverwege 2026 (verhuizing zomervakantie 2026 en ingebruikname schooljaar 2026/2027). Wat gaat het kosten? Het gaat om een totaalkrediet van € 16.926.000,00. De voorbereiding en bouw is over meerdere jaren verspreid. De verhuizing naar de nieuwbouw is gepland in de zomervakantie van 2026. Dit betekent dat de eerste afschrijving plaats vindt in het boekjaar 2027. 70% van het krediet is bouwkundig en wordt in 40 jaar afgeschreven (afschrijving € 296.000,00). 30% van het krediet zijn installaties en wordt in 15 jaar afgeschreven (afschrijving € 339.000,00). De totale afschrijving in 2027 bedraagt € 635.000,00. In de financiële opzet van deze Kadernota zijn de financiële effecten meegenomen in het overzicht financieel perspectief, waarin als extra het jaar 2027 is toegevoegd (valt net buiten de periode van de eerstvolgende Meerjarenbegroting en deze raadsperiode). Bestuurlijke verplichtingen/afspraken Exploitatiebijdrage Interactie inzake de Dialoog vanaf 2023
19 Wat gaan wij er voor doen? In de overeenkomst is de exploitatiebijdrage 2021 t/m 2023 vastgelegd en volgt de vaststelling vanaf 2024 na een financiële evaluatie. De exploitatiebijdrage aan Interactie m.b.t. de Dialoog exclusief huur betreft € 264.000,00, waarvan reeds structureel € 215.000,00 gedekt is uit de ‘oude’ gemeentelijke begroting de Dialoog. Er is derhalve een aanvullende dekking benodigd voor het verschil van € 49.000,00. Wat gaat het kosten? De extra exploitatiebijdrage bedraagt € 49.000,00 structureel vanaf 2023. Aanpak laaggeletterdheid Wat gaan wij er voor doen? Laaggeletterdheid is nog steeds een aanzienlijk probleem in Ermelo. Vanuit de centrumgemeente (Apeldoorn) worden elk jaar beperkt middelen beschikbaar gesteld (circa 3k), dit is te weinig om een gedegen aanpak vorm te geven. Met de Bibliotheek Noord-West Veluwe is afgesproken om de komende tijd een plan van aanpak te ontwikkelen voor bestrijding van laaggeletterdheid, waarbij specifieke aandacht is voor een aanpak laaggeletterdheid in de kinderopvang. Deze aanpak moet in 2022 en 2023 verder uitgewerkt worden en hiervoor zijn extra middelen nodig. In het plan van aanpak zal duidelijk moeten worden in hoeverre er (naast de nu aangevraagde incidentele middelen) structurele middelen benodigd zijn. Wat gaat het kosten? Incidenteel in 2023 is een budget van € 20.000,00 nodig.
Overige voorstellen, projecten en activiteiten Arbeidsdeskundige Wat gaan wij er voor doen? De arbeidsdeskundigen adviseren de klantmanagers over het plaatsen van een klant naar werk of een traject en bij het aanvragen van een medisch advies of beoordeling van het arbeidsvermogen. Daar waar nodig adviseren ze de klantmanagers t.a.v. complexe trajecten, m.n. daar waar sprake is van personen met een beperking. Ze beoordelen hierbij mede de mogelijkheid tot het verrichten van (betaalde) arbeid in relatie tot de vastgestelde mate van arbeidsgeschiktheid en, indien van toepassing, de bestaande werkplek. Ze geven ook uitvoering aan de re- integratieverplichting t.b.v. medewerkers die, met een indicatie doelgroep register en Beschut Werk, ziek uit dienst gaan. Dit valt namelijk onder de taakstelling van de gemeente. Ook spelen ze een rol bij de voorlichting en informatie aan werkgevers in relatie tot het in dienst nemen van een arbeidsbeperkte medewerker zoals bijvoorbeeld de No risk polis en bepaalde belastingvoordelen. In relatie tot Beschut werken en indicatie Banenafspraken stellen ze de aanvraag op bij de beoordeling van het arbeidsvermogen bij het UWV. Naast deze belangrijke adviseringstaken, die verbonden zijn aan de wettelijke taken, verrichten ze in dat kader de loonwaardemetingen.
Ook in relatie tot de Wmo klantmanagers over de vraag of dagbesteding passend is en bij complexe trajecten hierin en bij kunnen ze in toenemende mate een belangrijke rol spelen. Tot slot geven ze input aan beleidsadviseurs over aanpassingen en of verbeteringen van gemeentelijk sociaal Beleid. Met name als het gaat over Arbeidsmatige dagbesteding, Beschut Werk, Doelgroep register. Dit betekent bij met name Participatie, maar ook bij de Wmo en Jeugd, de arbeidsdeskundigen een belangrijke overstijgende adviseursrol vervullen. Gelet op deze hoeveelheid aan taken in relatie tot de formatie die er voor staat komt de adviseurs rol in het gedrang. Temeer omdat op dit moment de positie en de taken van de arbeidsdeskundigen nog niet optimaal is. Dit zou in het complete proces van Participatie nog beter belegd worden. De belangrijkste bottleneck is op dit moment hierin de loonwaardemetingen. Met ongeveer 100 loonwaardemetingen op jaarbasis is dit gelet op het takenpakket en de formatie (1,4 fte) te veel. Gelet op het huidige takenpakket dient de formatie uitgebreid te worden met 1 fte. Alternatief is om de loonwaarde metingen uit te besteden, waarbij de controle op de uitvoering hiervan onder verantwoordelijkheid en zicht blijft van de arbeidsdeskundigen van Meerinzicht. Financieel vraagt dit ongeveer dezelfde omvang.
Vanuit het Directeurenberaad is deze aanmelding geclassificeerd als een aanmelding met hoge prioriteit in het kader van voldoen aan wettelijke kaders. Wat gaat het kosten? De kosten stijgen met ingang van 2023 met € 21.000,00 structureel. Bulkaanvragen minimaregelingen Wat gaan wij er voor doen? Meerinzicht is verantwoordelijk voor de uitvoering van de minimaregelingen. Er zijn vier minimaregelingen die jaarlijks in grote hoeveelheden worden aangevraagd in de maand januari/februari (3500 aanvragen in 2022, 3000 aanvragen in 2021). Bij de afhandeling van deze processen is een aantal criteria van belang: 1. de klant krijgt binnen de wettelijke termijn van 8 weken een besluit op de aanvraag en zo mogelijk eerder; 2. wanneer de klant de aanvragen niet compleet toestuurt, volgt er een eenmalige uitvraag van gegevens voor de 4 processen i.p.v viervoudige uitvraag; 3. wanneer de aanvraag wordt afgewezen wordt de klant daar eerst telefonisch over geïnformeerd, conform het advies uit de kwaliteitsrapportage sociaal domein 2020. Om deze aanvragen af te handelen volgens gestelde criteria is er in de periode van de eerste 4 maanden van het jaar ieder jaar weer tijdelijk extra formatie nodig. Daarom wordt voorgesteld een bedrag te reserveren voor inhuur.
Het voordeel van inhuren is dat medewerkers zich volledig kunnen focussen op deze aanvragen, dat daarmee de productie hoger is dan wanneer de taak erbij wordt gedaan en dat een piekbelasting in bredere zin wordt voorkomen. Deze piek in de minimaregeling valt namelijk samen met de piek bij onze reguliere bijzondere bijstandsprocessen en daarmee een piek telefonische bereikbaarheid om vragen omtrent deze regelingen op te
20 vangen. Deze processen komen onder druk te staan als deze gelijktijdig en tijdig afgehandeld moeten worden door grotendeels dezelfde mensen. Met de inzet van het werkbudget kan tijdens de piek worden ingehuurd en is er voor de klant geen vertraging in zowel reguliere dienstverlening als bij de beantwoording van aanvragen van minimaregelingen. Vanuit het Directeurenberaad is deze aanmelding geclassificeerd als een aanmelding met hoge prioriteit in het kader van voldoen aan wettelijke kaders. Wat gaat het kosten? De kosten stijgen met ingang van 2023 met € 13.000,00 structureel. Versterken huidige taak CJG met GGZ-expertise Wat gaan wij er voor doen? Om normalisatie te bevorderen, de ondersteuning van ouders/jongeren effectiever in te zetten en de kosten van de Jeugdhulp meer beheersbaar te maken is het nodig de huidige taken van het CJG te versterken met GGZ expertise met het oog op betere triage en doorverwijzingen, maar ook de mogelijkheid om zelf GGZ interventies te plegen, waarmee verwijzingen naar gespecialiseerde jeugdhulp zullen afnemen. Daarnaast is aanvullende capaciteit bij het CJG nodig om zelf (weer) uitvoering te kunnen geven aan ambulante gezinsondersteuning. Door een toename van de vraag is het CJG steeds meer gaan verwijzen naar zorgaanbieders die ambulante gezinsondersteuning aanbieden.
Wanneer het CJG dit weer zelf kan oppakken, zal dat goedkoper zijn en meer vanuit de visie op transformatie (eigen kracht, normaliseren). Hiervoor moet het CJG vooral kwantitatief versterkt worden. Het CJG heeft hiertoe een meerjarenbegroting ingediend voor de periode 2022-2025. Om hieraan tegemoet te komen en het CJG de gelegenheid te geven deze taken versterkt op te pakken is per jaar € 1,3 miljoen extra nodig vanaf 2023. Op termijn zullen deze kosten terugverdiend worden door de verminderde inzet in de gespecialiseerde jeugdhulp (Maatwerk). Naar verwachting zal deze ombuiging echter wel een paar jaar vergen. Wat gaat het kosten? Vanaf 2023 jaarlijks structureel € 1,3 mln.
Programma Samen Wonen in Ermelo Onderwerpen
Juridische (wettelijke) verplichtingen Geen aanmeldingen. Bestuurlijke verplichtingen/afspraken Geen aanmeldingen. Overige voorstellen, projecten en activiteiten Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid Wat gaan wij er voor doen? De raad heeft besloten om de ambities voor duurzaamheid in 2022 te herijken en een daarbij behorend uitvoeringsprogramma duurzaamheid en klimaat op te stellen. Vanaf 2021 is het budget uitvoeringsprogramma Duurzaamheid verlaagd van € 250.000,00 naar € 125.000,00 per jaar. Doordat een deel van het budget reeds geoormerkt is voor bijvoorbeeld Wijk van de Toekomst is er nu jaarlijks nog slechts € 32.000,00 beschikbaar aan budget uitvoeringsprogramma. Vooruitlopend op de herijking van de ambities en het geactualiseerde uitvoeringsprogramma duurzaamheid wordt alvast voorgesteld het budget uitvoeringsprogramma structureel op te hogen met € 125.000,00 vanaf 2023. Wat gaat het kosten? Vanaf 2023 € 125.000,00 structureel per jaar extra budget. Realisatie fietspad in de Driehoek Wat gaan wij er voor doen? Het fietspad sluit aan op de fietsinfrastructuur door de Groene zoom naar Groot Horloo en Drielanden. Harderwijk en Ermelo hebben afspraken gemaakt over deze fietsinfrastructuur en een van de afspraken is dat Ermelo deze verbinding (wat nu nog een ontbrekende schakel is) realiseert richting de Nijkerkerweg.
Hiermee komt er een goede fietsverbinding richting het centrum van Ermelo. In ditzelfde gebied wordt langs het fietspad ook een waterberging gerealiseerd. Door vrijgave van het krediet kan werk met werk worden gemaakt wat financieel voordeel oplevert. Voor dit project zijn alle procedures, zoals bestemmingsplan wijzigingen doorlopen. Het krediet voor realisatie is echter niet beschikbaar. Het benodigde budget beschikbaar voor de aanleg van het fietspad: € 350.000,00 (investering). Wat gaat het kosten? De kapitaallasten ontstaan een jaar na realisatie van het fietspad, dus in 2024. De kapitaallasten zijn € 18.000,00. Vernieuwing/herinrichting openbare ruimte rondom de Enk/Weegakker Wat gaan wij er voor doen? De Enk word momenteel verbouwd en krijgt een facelift, waarmee ook dit centrumgebied een prachtige uitstraling krijgt die aansluit bij de rest van het centrum van Ermelo. Eerder is het parkeerterrein de Bree heringericht en ook het centrum heeft een mooie verharding. De verharding rondom de Enk en van het parkeerterrein de Weegakker heeft echter een
21 verouderde uitstraling en wordt broos. Het is wenselijk om ook dit deel te vernieuwen, zodat het een mooi geheel wordt met de rest van het centrum. Voor vervanging van groen en openbare verlichting is budget voorhanden. Dit is er niet voor verhardingen. Voor vervanging van verharding dienen voorstellen ingediend te worden. Om die reden wordt dit onderdeel voorgesteld in de kadernota. De verharding van het parkeerterrein de Weegakker ligt er inmiddels 40 jaar en is aan vervanging toe. Nu de Enk wordt opgeknapt is het ook een passend moment en wenselijk om het openbaar gebied van de Weegakker her in te richten en de verharding te vervangen. Wat gaat het kosten? De investering in 2023 is € 600.000,00. Dit leidt tot structurele extra kapitaallasten vanaf 2024 voor € 30.000,00. Mobiliteitsvisie Wat gaan wij er voor doen? De mobiliteitsvisie is 7-2-2022 vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma zal in Q3/4 2022 ter behandeling aan de raad worden aangeboden. De visie en het uitvoeringsprogramma zijn gescheiden omdat de huidige raad er belang aan hechte de visie vast te stellen en de uitvoering nadere uitwerking vereiste. Met deze budgetten sorteren we voor op het uitvoeringsprogramma. Het is een inschatting gemaakt op basis van de visie en politieke wensen.
1) project basis scholen, 10 scholen, € 10.000 per school, maximaal € 5.000,00 uitvoering maatregelen per school en € 5.000,00 voor scholingsprogramma (met € 5.000,00 bijdrage provincie). Totaal € 100.000,00. 2) diverse onderzoeken volgend uit uitvoeringsprogramma (nog vast te stellen) waaronder: openstelling rotonde Groot Horloo, fietsstraat/ fietsstad/ fietsnetwerk, herzien parkeernota. Totaal € 100.000,00. Wat gaat het kosten? In 2023 is een incidenteel budget benodigd van € 200.000,00.
Programma Samen Ondernemen in Ermelo Onderwerpen
Juridische (wettelijke) verplichtingen Geen aanmeldingen. Bestuurlijke verplichting Geen aanmeldingen. Overige voorstellen, projecten en activiteiten Vitale Vakantieparken Wat gaan wij er voor doen? Het programma Vitale Vakantieparken de komende jaren voortzetten en verder werken aan het versterken van de verblijfsrecreatieve sector. We doen dit door parken te ondersteunen en begeleiden bij vraagstukken rondom uitbreiding, vitalisering en transformatie. Afhankelijk van aspecten als de ligging van de parken en de recreatieve toekomstwaarde wordt ingezet op het versterken van de recreatieve functie of een transformatie naar andere functies. Met diverse parken worden gesprekken gevoerd over hun toekomstplannen. Meerdere parken werken aan het opstellen van een plan. Daarnaast wordt beleid ontwikkeld voor de circa dertig parken die verspreid over het buitengebied van Ermelo liggen. Hierbij wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor een transformatie naar wonen. Na vaststelling van het beleid gaan de parken aan de slag met een plan, dit vraagt om extra inzet vanuit de gemeente om de parken goed te kunnen begeleiden bij de procedures. Het budget is onder meer nodig voor stedenbouwkundig en juridisch advies, onderzoek, proceskosten en incidentele inhuur ten behoeve van bijvoorbeeld een planeconoom. Het programma vraagt daarnaast 1fte inzet voor het jaar 2023.
Jaarlijks wordt bekeken hoeveel inzet voor het daaropvolgende jaar benodigd is. Wat gaat het kosten? Vanaf 2023 zijn de structurele kosten € 40.000,00 per jaar. In 2023 wordt 1 fte incidenteel ingehuurd. De kosten daarvan zijn incidenteel in 2023 € 190.000,00.
Financieel-technische uitgangspunten Programmabegroting 2022-2025 Inleiding
In dit hoofdstuk worden alle financieel-technische uitgangspunten weergegeven. Veelal zijn dit
22 percentages. Vervolgens zijn alle onderdelen doorgerekend. Basis hiervoor is de bij de Kadernota 2020 vastgestelde Notitie Actualisering Stelposten Indexatie. Wilt u deze notitie nog eens doorlezen, u kunt HIER doorklikken naar deze notitie.
Budgettaire gevolgen van de financieel-technische uitgangspunten Bedragen (x € 1.000,00)
Meerjarenbegroting 2023-2026 2022
2023
2024
2025
2026
Te ramen stelposten: Stelpost Loonmutaties 2023: cao, premies en sociale lasten 2023
266
N
266
N
266
N
266
N
Stelpost Loonmutaties: Fuwa, promoties, periodieken
20
N
40
N
60
N
80
N
Stelpost nominale ontwikkelingen 2024 en verder
522
N
1.052
N
1.052
N
Af: Dekking uit Stelpost nominale ontwikkelingen 2024 en verder een deel van de raming van de indexering GR's e.d. 2024 Stelpost Prijsmutaties 2022
-150
V
-150
V
-150
V
105
N
105
N
105
N
105
N
Stelpost Prijsmutaties 2023
201
N
201
N
201
N
201
N
Stelpost Sociaal domein loon en prijs ontwikkelingen **)
169
N
366
N
557
N
557
N
Stelpost Sociaal domein volumeontwikkelingen **)
160
N
300
N
210
N
210
N
Stelpost Volumeontwikkelingen 2022
105
70
N
70
N
70
N
70
N
Stelpost Volumeontwikkelingen 2023
132
N
132
N
132
N
132
N
Stelpost Indexering subsidies 2023
62
N
62
N
62
N
62
N
176
N
176
N
176
N
176
N
287
N
250
N
257
N
257
N
423
N
423
N
423
N
Stelpost Indexering GR's e.d. 2022
74
N
176
N
N
Stelpost Indexering GR's e.d. 2023 Stelpost Indexering GR's e.d. 2024 Stelpost Marktwerking *) Totaal te ramen stelposten
355
N
1.648
N
2.763
N
3.421
N
3.441
N
-249
V
-249
V
-249
V
-249
V
-522
V
-522
V
-522
V
-530
V
-530
V
In de begroting beschikbare dekking: Stelpost Nominale ontwikkelingen algemene uitkering schijf 2023 Stelpost Nominale ontwikkelingen algemene uitkering schijf 2024 Stelpost Nominale ontwikkelingen algemene uitkering schijf 2025 Stelpost Fuwa, promoties, periodieken
-32
V
-52
V
-52
V
-52
V
-105
V
-105
V
-105
V
-105
V
Stelpost prijsmutaties 2023
-81
V
-82
V
-108
V
-108
V
Stelpost Sociaal domein loon en prijs ontwikkelingen
-169
V
-366
V
-557
V
-557
V
Stelpost Sociaal domein volumeontwikkelingen
-160
V
-300
V
-210
V
-210
V
Stelpost prijsmutaties 2022
Stelpost volumeontwikkeling 2022
-105
V
-74
V
-70
V
-70
V
-70
V
-70
V
-176
V
-176
V
-176
V
-176
V
-176
V
-287
V
-250
V
-257
V
-257
V
-1.329
V
-2.172
V
-2.836
V
-2.836
V
319
N
591
N
585
N
605
N
Stelpost volumeontwikkeling 2023 Stelpost indexering subsidies 2022 Stelpost indexering subsidies 2023 Stelpost Indexering GR's 2022 Stelpost Indexering GR's 2023 Totaal in de begroting beschikbare dekking Totaal uitkomst financieel-technische uitgangspunten
-355
V
*) De stelpost Marktwerking is bij de Kadernota 2021 vervallen. **) De stelposten voor Sociaal Domein zijnde loon-, prijs- en volumeontwikkelingen zijn in afwachting van de ramingen van MIZ voor de komende Meerjarenbegroting 2023-2026 niet aangepast. Zij zijn derhalve gelijk gebleven aan de huidige ramingen. Bij de komende Meicirculaire 2022 en het opstellen van de Meerjarenbegroting 2023-2026 van Ermelo zal hier opnieuw naar worden gekeken. Het nadeel op de financieel technische uitgangspunten wordt deels gedekt door de inflatiecompensatie 2023 op de belastingopbrengsten. Dit is meegenomen in de paragraaf Belastingen in deze kadernota. Duidelijk is dat de compensatie door het Rijk in de algemene uitkering voor loon-, prijs-, volume en indexatie-ontwikkelingen niet voldoende is.
Loonontwikkelingen
Algemene toelichting In de begroting van Ermelo worden de salariskosten geraamd in constante prijzen. Dit betekent dat in de salarisramingen zelf voor het komende begrotingsjaar geen rekening wordt gehouden
23 met nieuwe CAO-ontwikkelingen, wijzigingen van sociale lasten / pensioenpremies en promoties / periodieken. De gevolgen van deze CAO-ontwikkelingen en dergelijke worden voor zover deze het eerstvolgende begrotingsjaar betreft geraamd op de “stelpost Loonmutaties” (kostenplaats 5500205). Voor de latere begrotingsjaren wordt dit geraamd op de “stelpost Nominale ontwikkelingen Algemene uitkeringen” (6770431), zijnde de beschikbare compensatie uit het Gemeentefonds. Berekeningsmethodiek Sedert 2017 wordt aangesloten bij de berekeningsmethode van Meerinzicht. Meerinzicht hanteert de volgende methode:
Als uitgangspunt wordt genomen de salarissen per 1 januari 2016. Voor het lopende jaar, in casu dus voor 2017, dient een stelpost opgenomen te worden ter compensatie van de verwachte loonstijgingen (inclusief mutaties in de sociale lasten/pensioenpremies) die zich in dat jaar voordoen (Bron: Kadernota 2017 MIZ) Dit betekent voor Ermelo dat de stelpost Loonmutaties (voor de inschatting van de CAO en de premiestijging) ook berekend zal worden aan de hand van het CPB-indexcijfer. Dit wordt vervolgens vergeleken met het percentage dat binnen Meerinzicht wordt gehanteerd. In principe vindt aansluiting plaats bij het percentage van Meerinzicht, maar er blijft enige eigen ruimte om beargumenteerd hiervan af te wijken (bijvoorbeeld als de nieuwe CAO-ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven). Begroting 2023 Jaarlijks bepaalt de raad de uitgangspunten voor het berekenen van de stelpost Loonmutaties bij het vaststellen van de kadernota. Ermelo conformeert zich daarbij aan het percentage dat Meerinzicht toepast. Dit percentage bedraagt 2,3% voor de Begroting 2023. In de kerngegevenstabel van het CPB van maart 2022 wordt een percentage van 3,6% voor 2023 geraamd. Voor 2023 zal er een nieuwe CAO voor de gemeenten komen. Vooralsnog wordt uitgegaan van deze 2,3%. Daar zit dan wel een risico aan. Landelijk zien we een stijging van de CAO's.
Ook de schaarste op de arbeidsmarkt zal zich mogelijk vertalen in een hogere CAO 2023. Tegelijk staan de gemeenten voor grote financiele uitdagingen. Het is derhalve moeilijk te voorspellen hoe de uiteindelijke CAO er uit gaat zien. Vervolgens wordt de omvang van de stelpost in de Begroting 2023 berekend door 2,3% over de loonsom op basis van het salarispeil en het functieboek om te slaan. Het gaat daarbij om alle medewerkers in dienst van de gemeente Ermelo. De naar de diverse Gemeenschappelijke Regelingen overgegane medewerkers tellen niet mee voor de berekening. Deze laatsten worden apart geraamd door de Gemeenschappelijke Regelingen zelf. De totale loonsom Ermelo bedraagt € 11.585.000 per 2023. Uitgaande van de verwachte loonontwikkelingen voor 2023 van 2,3% dient een structureel bedrag van € 266.000 te worden geraamd teneinde de verwachte loonontwikkelingen voor 2023 op te vangen. De loonstijging (CAO, premies en sociale lasten) voor 2022 wordt opgevangen uit de nog aanwezige structurele raming op de stelpost (schijf 2022). Daarbij wordt door Ermelo nog een bedrag van € 20.000 structureel cumulatief geraamd op deze stelpost voor promoties, periodieken en fuwa-gevolgen. Met ingang van de Programmabegroting 2021-2023 is deze post overigens gesplitst in twee aparte kostenplaatsen, te weten: de loonontwikkelingen zelf; de promoties / periodieken en fuwa gevolgen.
Prijsontwikkelingen
Algemene toelichting Deze stelpost wordt geraamd om de noodzakelijke verhoging van met name kosten derden als gevolg van een stijging van het prijspeil binnen de exploitatie op te kunnen vangen. Deze indexatie wordt ook wel inflatie genoemd. De stelpost wordt bijvoorbeeld ingezet bij het afsluiten van nieuwe contracten of als leveranciers/derden hun prijzen indexeren. Dit hoeft niet altijd op het lopende jaar betrekking te hebben. Berekeningsmethodiek In afwijking van de huidige beleidslijn wordt voor de Begroting 2023 niet aangesloten bij het door Meerinzicht gehanteerde percentage. MIZ gaat uit van het inflatiepercentage zoals gepubliceerd door het CPB. Daarbij wordt het meest recent gepubliceerde inflatiepercentage ten tijde van het opstellen van de kadernota gehanteerd, er vindt geen nacalculatie plaats. Meerinzicht hanteert derhalve conform haar Kadernota 2023 een inflatiepercentage van 1,8% voor 2023. Het CPB raamt zelf naar de stand van maart 2022 een hoger percentage, namelijk 2,3%. Wij denken dat het verstandig is om uit te gaan van het meest recente percentage. Gelet op de huidige macro economische ontwikkelingen kan zelfs dit laatste percentage wel eens een te lage raming zijn. De stelpost zelf wordt berekend aan de hand van de raming van de begrotingsposten in de begroting van Ermelo die onderhevig zijn aan prijsontwikkelingen.
Immers niet elk budget is even prijsgevoelig en niet elk budget valt onder de noemer prijsontwikkelingen (zoals bijvoorbeeld subsidies en salarissen). Uit een analyse van de begroting blijkt dat dit de economische categorie “43 Goederen en diensten” betreft, minus de volgende onderdelen: 602 Riolering en waterzuivering 603 Begraafplaats 627 Huishoudelijke afvalstoffen 628 Grondexploitatie
24 643 646 647 648 650 651 663 67706 67707 67708 67702 67703 67704
Wmo Inkomensondersteuning Activering en uitstroom Uitvoering wet inburgering Wmo 2015 Jeugdwet 2016 Burgeraangelegenheden BTW Rente VPB Algemene uitkering Beleggingen/ geldleningen Stelposten
Voorts worden de op de investeringskredieten betrekking hebbende prijsstijgingen niet op deze stelpost geraamd maar op de stelpost Marktontwikkelingen (zie aldaar). Binnen de ramingen komen diverse incidentele posten voor waarvoor geen inflatieraming behoeft te worden opgenomen. Om deze eruit te filteren is gekozen om uit te gaan van een gemiddelde voor de komende vier jaar van de begrotingsposten. Over dit gemiddelde bedrag wordt dan het inflatiepercentage omgeslagen. De gemiddelde gecorrigeerde omzet waarover de indexatie wordt vastgesteld bedraagt € 8.752.000,00. De budgetten die aan prijsontwikkelingen onderhevig zijn worden niet automatisch bij het opstellen van de begroting bijgesteld. Eerst wanneer onderbouwd blijkt dat bijstelling als gevolg van prijsstijgingen onontkoombaar is, wordt het budget bijgesteld. De dekking komt dan uit de stelpost Prijsmutaties. Deze werkwijze heeft een remmende werking op automatische budgetuitzettingen. Wel kan het voorkomen dat een aantal jaren niet geïndexeerd wordt en dan vervolgens in één keer een inhaalslag gepleegd wordt voor de komende jaren. Begroting 2023 Net als bij de stelpost Loonmutaties wordt de stelpost Prijsmutaties uitsluitend voor het eerste begrotingsjaar begroot, op basis van een door de gemeente zelf te bepalen percentage. Dit percentage wordt jaarlijks bij de kadernota vastgesteld.
Voor begrotingsjaar 2023 is besloten om dit percentage niet te conformeren aan de methodiek van Meerinzicht, maar uit te gaan van recentere gegevens. Meerinzicht hanteert voor 2023 een inflatiepercentage van 1,8%, dit betreft het afgeronde inflatiepercentage voor de netto materiële overheidsconsumptie, zoals gepubliceerd door het CPB (peildatum mei 2021). Wij gaan uit van 2,3% gebaseerd op de kerngegevenstabel van maart 2022 van het CPB. Derhalve bedraagt de stelpost Prijsmutaties 2023: 2,3% over € 8.752.000,00 = € 201.000,00. De ramingen voor de volgende begrotingsjaren zijn gebaseerd op wat beschikbaar is gesteld binnen de algemene uitkering en worden in de begroting geraamd op de “stelpost Nominale ontwikkelingen algemene uitkering”. Opgemerkt wordt dat als gevolg van de sterkt gestegen (prijzen) het inflatiepercentage fors oploopt. Bij de komende Meicirculaire 2022 hopen wij nadere informatie te krijgen hoe het Rijk daarmee omgaat, en belangrijker in welke mate het rijk daar de gemeenten voor compenseert.
Volumeontwikkelingen
Algemene toelichting Deze stelpost dient voor de financiering van de kosten als gevolg van volumeontwikkelingen. Onder volumeontwikkelingen wordt verstaan de autonome groei c.q. ontwikkelingen van aantallen, zoals toename van het aantal m2 weg, groen, ouderen en gebruikers leerlingenvervoer. Dit zijn met betrekking tot de budgettaire gevolgen in de programmabegroting nauwelijks te beïnvloeden ontwikkelingen. Als deze zich voordoen dient dit met voorrang budgettair vertaald te worden, tenzij besloten wordt dat het wenselijk is het kwaliteitsniveau (de budgetnorm per eenheid) aan te passen. Uitsluitend daar waar de volumeontwikkelingen onontkoombaar zijn, worden de desbetreffende budgetten aangepast. Berekeningsmethodiek De raming van volumeontwikkelingen valt onder de noemer bestaand beleid. Net als bij de prijsontwikkelingen worden de volumeontwikkelingen niet direct op de desbetreffende budgetten geraamd, maar wordt in het eerste jaar een structurele stelpost Volumeontwikkelingen opgenomen. Dit betekent dat voor de Begroting 2023 een percentage moeten worden bepaald, en dat dit afgezet moet worden tegen de gecorrigeerde omzet. Gesproken wordt over de gecorrigeerde omzet en niet de gehele jaaromzet van Ermelo.
Immers niet alle budgetten zijn onderhevig aan volumeontwikkelingen (bijvoorbeeld reserveringen) en een aantal budgetten valt al onder de stelpost Loonmutaties en de stelpost Indexering subsidies. Door de stelpost Volumeontwikkelingen niet over de gehele omzet te nemen, wordt een dubbeltelling voorkomen. Begroting 2023 Op basis van de Notitie Onderzoek stelposten indexatie werd tot op heden voor de berekening van de stelpost Volumeontwikkelingen een standaard percentage gehanteerd van 0,5%. Dit percentage wordt omgeslagen over een deel van de exploitatiekosten. Deze gecorrigeerde omzet bestaat uit de omzet kosten derden (prijsmutaties en de omzet gemeenschappelijke regelingen). In de Begroting 2023 gaat dit om een bedrag van € 26,5 miljoen. Voor de berekening van de stelpost wordt een standaard percentage van 0,5% gehanteerd. Dit betekent dat de stelpost
25 Volumeontwikkelingen 2023 € 132.000,00 zal bedragen.
Marktwerking
Bij de Kadernota 2021 is besloten om de post Marktwerking niet langer te ramen. Deze lijn is in deze kadernota doorgezet. Daarbij lopen wij wel enig risico. Inmiddels zien we dat vanwege de coronapandemie, maar vooral ook door de oorlog in Oekraïne de levering van bijvoorbeeld bouwmaterialen stagneert en prijzen met meer dan de reguliere inflatie stijgen. Besloten is om hier geen extra stelposten voor te ramen, maar daar waar zich dit voordoet, komen wij naar de raad met aanvullende kredietvoorstellen.
Lastendrukontwikkelingen
Algemene toelichting Algemeen beleid van Ermelo was lange tijd om terughoudend om te gaan met belastingstijgingen. Echter in de afgelopen jaren kon niet worden vastgehouden aan deze beleidsregel. Jaarlijks wordt in de kadernota het (stijgings-)percentage voor het eerstvolgende begrotingsjaar bepaald. Daarbij wordt rekening gehouden met achterliggende beleidsnota's en specifiek genomen besluiten. Bovenstaande betekent dat thans voor de Begroting 2023 de percentages bepaald moeten worden. De stijging van de algemene belastingen is bestemd als dekkingsmiddel van alle loon-, prijs-, subsidie- en verbonden partijen-ontwikkelingen binnen de gemeentelijke begroting en het lokale voorzieningenniveau. Berekeningsmethodiek Bij de Kadernota 2020 is in de geactualiseerde Notitie Onderzoek stelposten indexatie de berekeningsmethodiek van de inflatoire stijging van de (algemene) belastingen bepaald. Deze inflatiecorrectie wordt gelijk gesteld aan de inflatiecorrectie zoals gehanteerd voor de prijsmutaties aan de uitgavenkant van de begroting, dus voor de Begroting 2023 2,3%. Begroting 2023 Voor het begrotingsjaar 2023 wordt verwezen naar het hoofdstuk Financieel perspectief, onderdeel Belastingen.
Indexering Subsidies
Algemene toelichting De stelpost Indexering subsidies wordt jaarlijks ingezet om de loon- en prijsontwikkelingen voor de subsidies af te dekken. De subsidieposten > € 10.000 worden jaarlijks geïndexeerd met het prijsindexcijfer voor het Bruto Binnenlands Product (pBBP). Berekeningsmethodiek Subsidies: Op basis van de Notitie Onderzoek stelposten indexatie wordt voor de berekening van de stelpost Indexering subsidies gehanteerd het prijsindexcijfer voor het Bruto Binnenlands Product, zoals dit gepubliceerd wordt door het Rijk in de meest recente meicirculaire Gemeentefonds. Vervolgens wordt onderscheid gemaakt tussen subsidies t/m € 10.000,00 en > € 10.000,00. De begrotingsposten subsidies tot en met € 10.000,00 worden niet geïndexeerd. Er vindt geen nacalculatie plaats. Op basis van het BBP-indexcijfer, zoals deze gepubliceerd wordt in de meest recente meicirculaire van het gemeentefonds, wordt de indexatie vanaf begrotingsjaar t+1 berekend. De begrotingsposten < €10.000,00 worden niet geïndexeerd. Er vindt geen nacalculatie plaats. Dit is in lijn met de eerder vastgestelde Notitie Indexering subsidies. De stelpost Indexering subsidies wordt niet cumulatief geraamd, maar wel structureel. Thans wordt 2022 geraamd. Ten behoeve van de berekening van de stelpost is het voorlopige percentage bepaald op 1,7% (bron CPB maart 2022).
Bij de komende Meicirculaire 2022 wordt het percentage definitief bepaald. Met ingang van 2020 loopt de indexatie van de producten Breedtesport, Triade, FC Horst en SSE niet meer apart via de subsidies, maar maakt onderdeel uit van de gemeentelijke bijdrage aan InterActie, als onderdeel van de gemeenschappelijke regelingen. De dekking voor de bijstellingen hierop komt uit de stelpost Indexering GR's alsmede de indexatie van de eigen inkomstenposten van InterActie zoals de toegangsgelden en de verhuurprijzen. De Dialoog is met ingang van 2023 ondergebracht bij InterActie. Bij de berekening van het indexcijfer GR is hier nog geen rekening mee gehouden. Begroting 2023 Het indexcijfer voor 2023 (pBBP) bedraagt 1,7%. Het voorlopige indexcijfer voor subsidies bedraagt dan 1,7% over een totaal subsidiebedrag van € 4.929.000,00 waarvan € 3.611.000,00 voor indexatie in aanmerking komt. Berekend is dat de bijraming van de stelpost Indexering subsidies 2023 op basis van de voorlopige berekeningen € 62.000,00 (afgerond) zal bedragen. Onderzoek Op dit moment zijn wij aan het bekijken of de huidige methodiek nog wel voldoet. Aanpassing tarieven Interactie Voor Interactie wordt voor 2023 een algemene stijging van de tarieven ter grootte van de inflatie van 2,3% gehanteerd. Zie voor dit percentage de stelpost Prijsontwikkelingen.
26 Indexering Gemeenschappelijke Regelingen
De stelpost Indexering Gemeenschappelijke Regelingen wordt ingezet om de indexatie bij de Gemeenschappelijke Regelingen (GR) af te dekken. Deze indexatie betreft feitelijk de loon- en prijsontwikkelingen van de GR. De gemeente Ermelo kent op dit moment als gemeenschappelijke regelingen: Meerinzicht (MIZ); GGD NOG (GGD); OmgevingsDienst Noord-Veluwe (ODNV); Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland (VNOG); Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe (SNWV); Interactie (gemeentelijke sportbedrijf). Elke gemeenschappelijke regeling houdt in haar eigen meerjarenbegroting rekening met indexatie. Deze bijdragen moet op basis van het BBV, conform de begroting van de gemeenschappelijke regeling, verplicht worden opgenomen in de begroting van de gemeente. De indexatie zelf (loon en prijsontwikkelingen) bij de gemeenschappelijke regeling wordt gedekt uit deze stelpost. Doordat steeds meer taken worden uitgevoerd door gemeenschappelijke regelingen, vindt een verschuiving plaats van de bijbehorende lasten van de taken in de eigen gemeentebegroting naar de begroting van de gemeenschappelijke regeling. Berekeningsmethodiek De grondslag voor de berekening betreft de jaarlijkse bijdrage van de gemeente Ermelo aan de uitvoeringskosten van de gemeenschappelijke regelingen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt naar de verhouding tussen loonkosten / materiële kosten.
Deze verhouding wordt voor een periode van 4 jaar vastgesteld. Na 4 jaar wordt de analyse van de begrotingen van de GR’s opnieuw uitgevoerd. De herziene verhouding wordt dan bij de eerstvolgende kadernota vastgesteld. De laatste berekening is gebaseerd op de Kadernota 2020, deze verhouding is in deze kadernota overgenomen. Voor de gemeenschappelijke regelingen geldt de verhouding: loonkosten / materiële kosten ⇒ 56% / 44% (bron Kadernota 2020). Dit percentage is thans niet gewijzigd. Vervolgens is bepaald dat het indexeringspercentage voor GR's als volgt wordt berekend: (56% X het percentage loonmutaties) + (44% X het percentage prijsmutaties) = percentage indexering GR's (afgerond op 0,1%). In de kadernota wordt telkens de bijstellingen berekend voor jaar t+2, dat betekent voor deze kadernota de bijstellingen vanaf 2024. Begroting 2024 Het percentage voor de GR's e.e. voor de Begroting 2023-2026 bedraagt voor de jaarschijven 2024 en verder: (56% X 2,3% = 1,288%) + (44% X 1,8% = 1,012%) = 2,3%. Het bedrag waarover dit percentage wordt berekend bedraagt € 18.412.000,00. Dit betekent dat de stelpost Indexering GR's € 423.000,00 bedraagt.
Loon-, prijs- en volumeontwikkelingen Sociaal Domein
Stelpost Sociaal Domein Loon prijsontwikkelingen Tot en met 2019 werd door het Rijk een aparte compensatie gegeven voor zowel de loon- als de prijsontwikkelingen binnen het Sociaal Domein. Vanaf 2020 is het Sociaal Domein onderdeel van de algemene uitkering. Dat betekent dat vanaf 2020 de loon- en prijsontwikkelingen voor het Sociaal Domein volledig uit het beschikbare accres bekostigd moeten worden. Er vindt geen aparte compensatie meer plaats door het Rijk. Op het niveau van de gemeentebegroting worden de budgetten voor het Sociaal Domein jaarlijks aangepast aan de loon- en prijsontwikkelingen. Dit geschiedt aan de hand van de begroting van MIZ. Om daarvoor dekking te hebben wordt een stelpost opgenomen. De gemeente heeft gekozen voor het ramen van deze stelpost bij het Programma Algemene dekkingsmiddelen. Bij deze kadernota zijn de geraamde bedragen niet aangepast. Dit alles heeft te maken met de coronapandemie. Zowel 2020 als 2021 wijken qua uitgavenpatroon af van een regulier jaar. Als onderdeel van het compensatiepakket Coronamaatregelen zijn VNG en de Fondsbeheerders overeengekomen de accressen 2020 en 2021 te fixeren op de stand van deze Meicirculaire 2020. Bevriezen komt tegemoet aan de wens van rust en stabiliteit van beide gesprekspartners. Punt van aandacht is nog wel hoe we straks in 2022 gaan instappen.
Na de fixatie in de jaren 2009 t/m 2011 gaf dat problemen in 2012 in het nadeel van de gemeenten. Om deze redenen hebben wij de huidige ramingen ongewijzigd overgenomen. Huidige raming gemeentebegroting De raming in de huidige begroting is geraamd naar loon- en prijspeil 2022. De huidige raming van de stelpost bedraagt: 2022 2023 2024 2025 2026 Stelpost LPO sociaal domein 0 169.000 366.000 557.000 557.000 totaal 0 169.000 366.000 557.000 557.000 Berekening stelpost Aangesloten wordt bij de berekening van de nominale ontwikkelingen van de gemeente zelf. In Ermelo wordt gerekend met lopende prijzen voor de algemene uitkering. Uit het accres wordt het beschikbare veronderstelde deel voor de nominale ontwikkelingen gehaald. Dit bevat zowel loon als prijsontwikkelingen. Vervolgens wordt aan de hand van de berekeningen de clusters bepaald
27 welke behoren tot het sociaal domein. Raming stelpost in gemeentebegroting 2023 Deze stelpost wordt jaarlijks bij de Mei- en de Septembercirculaire van het Gemeentefonds opnieuw bepaald. De eerstvolgende bijstelling van deze stelpost betreft de Meicirculaire 2022. De stelpost wordt bij deze Kadernota 2023 derhalve nog niet herzien. Stelpost Sociaal Domein volume-ontwikkelingen Tot en met 2019 werd door het rijk apart een gedeeltelijke compensatie gegeven voor volumeontwikkelingen binnen het Sociaal Domein. Vanaf 2020 is het Sociaal Domein onderdeel van de algemene uitkering. Dat betekent dat vanaf 2020 de gemeenten dit moeten op vangen uit het beschikbare accres van de algemene uitkering. Op het niveau van de gemeentebegroting worden de budgetten voor het Sociaal Domein jaarlijks aangepast aan de volume-ontwikkelingen. Dit geldt voor zowel Jeugdhulp en Wmo. Dit geschiedt aan de hand van de begroting van MIZ. Om daarvoor dekking te hebben wordt een stelpost opgenomen. De gemeente heeft gekozen voor het ramen van deze stelpost bij het Programma Algemene dekkingsmiddelen. Huidige raming De huidige raming van de stelpost bedraagt: 2022 Stelpost volumeontw. sociaal 0 domein Totaal beschikbaar 0
2023 160.000
2024 300.000
2025 210.000
2026 210.000
160.000
300.000
210.000
210.000
Berekening stelpost Wij gaan uit van een jaarlijkse volume-ontwikkelingen van 2,5%. Deze volume ontwikkeling doet zich voor bij Wmo 2005, Wmo 2015 alsmede Jeugdzorg. Voor Participatie wordt daar niet meegerekend omdat fluctuaties in het aantal uitkeringsgerechtigden in principe worden gecompenseerd middels de rijksuitkeringen.Om deze post te berekenen wordt uit de begroting een uitdraai gemaakt van de producten Wmo en Jeugdzorg. Uitgegaan wordt van het saldo tussen baten en lasten bij deze producten, dus de netto-kosten. Over deze netto-kosten wordt het percentage voor volume-ontwikkelingen losgelaten. Raming stelpost in gemeentebegroting 2023 Deze stelpost wordt jaarlijks bij de Mei- en de Septembercirculaire van het gemeentefonds opnieuw bepaald. De eerst volgende bijstelling van deze stelpost betreft de Meicirculaire 2022. De stelpost wordt bij deze Kadernota 2023 derhalve nog niet herzien. 2022 2023 2024 2025 2026 643 Wmo 2005 0 650 Wmo 2015 0 651 Jeugdwet 2015 0 Totaal te ramen 0 160.000 300.000 210.000 210.000
Rente-ontwikkelingen
Nota Rentebeleid 2012 Leidend voor de renteontwikkelingen 2020 is de nota Rentebeleid 2012, welke op 15 december 2011 door de raad is vastgesteld. Op basis van deze rentenota moet een drietal rentepercentages in de jaarlijkse kadernota bepaald worden. Tevens is aangegeven hoe deze rentepercentages bepaald moeten worden. Dit betreft: 1. Rentevisie lange termijn bij het aantrekken van gelden. Het meest actuele rentepercentage van de benchmark BNG, uitgaande van het gemiddelde van de laatste tien jaren bij percentages gebaseerd op 10-jarige leningen. De rentevisie op basis van de verwachtingen van enkele grote banken voor het komende jaar, zoals gepubliceerd door Thésor. De rentepercentages bij het aangaan van een vaste geldlening bij de BNG. Een eigen inschatting van de renteontwikkeling voor de komende jaren. 2. Rentevisie korte termijn rente bij het aantrekken van gelden. Het meest actuele rentepercentage van de benchmark BNG, uitgaande van het 3 maand Euribor percentage. De rentevisie op basis van de verwachtingen van enkele grote banken voor het komende jaar, zoals gepubliceerd door Thésor, uitgaande van Euribor 3 maand, prognose over 12 maanden. Een eigen inschatting van de renteontwikkeling voor de komende jaren. 3. Rentevisie bij het uitzetten van gelden. De rentevisie van een aantal grote banken, waaronder de BNG De rentevergoeding op lopende spaarrekeningen.
De depositorente voor de lange termijn met verschillende looptijden, zoals 5, 7 en 10 jaar. De depositorente voor de korte termijn (korter dan 1 jaar). De rentepercentages zoals het Rijk hanteert bij schatkistbankieren (korte en lange termijn). Een eigen inschatting van de renteontwikkeling voor de komende jaren. Besluit begroting en verantwoording (BBV) 2017 Rentetoerekening aan taakvelden (producten)
28 Op het punt van de verantwoording van rente in de begroting en jaarstukken is het BBV gewijzigd door de behoefte aan inzicht in de kosten op de taakvelden en de behoefte om de wijze van verantwoorden van rente te harmoniseren. In het BBV 2017 is de verplichting opgenomen, dat de rentekosten toegerekend moeten worden aan de taakvelden op basis van een rente-omslag. Het renteomslagpercentage wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa, die gefinancierd zijn op basis van totaal financiering. De omslagrente moet vervolgens op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele activa. Het is niet toegestaan om per investering of taakveld te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde renteomslagpercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. Als bij de jaarstukken de werkelijke door te belasten rentelasten meer dan 25% afwijken van de op basis van de voor gecalculeerde renteomslag toegerekende rentelasten moet er verplicht een correctie van de toegerekende rente plaatsvinden. Werkwijze bij kostendekkende tarieven Tot op heden wordt er enkel rente toegerekend aan die producten waar een tarief tegenover staat, zoals riolering, afvalstoffen en begraafplaats tegen historische rentepercentages.
In overstemming met het BBV 2017 wordt vanaf 2018 ook aan deze producten rente toegerekend op basis van het bij de begroting vastgestelde rente-omslag percentage. Voor de berekening van kostendekkende tarieven op de producten riolering, afvalstoffen en begraafplaats wordt eveneens vanaf 2018 uitgegaan van de extra comptabele rentetoerekening op basis van huidige historische rentepercentages voor de lopende objecten en voor nieuwe objecten het op het moment van investeren geldende rentepercentage voor de rentevisie voor de lange termijn. Tevens wordt in de Paragraaf lokale heffingen het hoofdstuk ‘Kostendekkendheid tarieven’ aangepast door de toevoeging van de volgende tekst: ‘De kostendekkendheid van de tarieven wordt berekend door het totaal van de netto-kosten per taakveld (exclusief omslagrente) en de toegerekende overhead, inclusief omslagrente en de toegerekende rente op basis van de visie rentetoerekening af te zetten tegen de opbrengst van de heffingen per taakveld". Bij de eerstvolgende herziening van de nota Rentebeleid, zal de toerekening van rente aan de kostendekkende producten herijkt moeten worden. Percentages Begroting 2023 De rentepercentages op zowel korte als lange termijn zijn momenteel (historisch gezien) zeer laag. De rente wordt onder aansturing van de Europese Centrale Bank laag gehouden, vanuit de filosofie dat hiermee de economie gestimuleerd wordt.
Mede in relatie tot inflatie en deflatie. Ermelo heeft momenteel een leningenportefeuille met aangetrokken geldleningen, waarvoor de rentepercentages vast staan en waarvoor vervroegde aflossing niet in beeld is. In 2019 en 2020 zijn een tweetal vaste geldleningen aangetrokken (2019: € 15 mln., tegen een rentepercentage van 0,3%, 2020: € 20 mln., tegen een rentepercentage van 0,015%). Het is thans zeer moeilijk om een betrouwbaar vooruitzicht voor de renteontwikkeling te geven. Dit heeft alles te maken met de gevolgen van de oorlog in Oekraïne alsmede de sterk opgelopen inflatiekosten als gevolg daarvan. Wij denken voorzichtig ingeschat, dat voor 2023 de rentepercentages nog laag zullen blijven, maar zien toch als teneinde de oplopende inflatie te beteugelen dit percentage al oplopen. Op basis van de huidige marktontwikkelingen aangevuld met eigen inschattingen van de renteontwikkelingen en de gemiddelde rente hoogte van de lopende leningenportefeuille zijn wij tot de conclusie gekomen dat de rentepercentages voor de Programmabegroting 20232026 kunnen gelden. Dit leidt tot de volgende rentepercentages: 1. Rentevisie lange termijn rente bij het aantrekken van gelden: Op 19 mei 2022 bedraagt het aantrekken van een 20 jarige annuïteitenlening bij de BNG 1,25%. Wij verwachten dan ook dat een nieuw aan te trekken geldlening van rond de € 30 mln tegen 1,25% realistisch is. 2.
Rentevisie korte termijn rente bij aantrekken van gelden: Het rentepercentage voor het aantrekken van geld met een looptijd korter dan 1 jaar wordt voor 2023 eveneens vastgesteld op 0,75%. 3. Rentevisie bij het uitzetten van gelden: Voor lopende beleggingscontracten wordt in 2023 het per contract geldende rentepercentage gehanteerd. Voor beleggingen door middel van schatkistbankieren wordt een rentepercentage van 0,0% in 2023 gehanteerd. Voor overige beleggingen wordt in 2023 een rentepercentage van 0,0% gehanteerd, tenzij anders wordt overeengekomen. Voor het uitlenen van gelden wordt een marktconform tarief, met een opslag, gehanteerd. 4. Rente-omslag percentage: Bij het opstellen van de Programmabegroting 2023-2026 wordt op basis van de begrote toe te rekenen rente en de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari 2023 het renteomslagpercentage berekend. 5. Kapitaallasten nieuwe investeringskredieten: Het rentepercentage voor nieuwe investeringskredieten wordt vastgesteld op 0,75%, te hanteren in 2023. Dit is gebaseerd op het huidige lage rentepercentage van € 20 mln van 0,015% en de te verwachten aan te trekken nieuwe lening van rond de € 30 mln tegen
29 1,25%. Bij de Kadernota 2022 werd nog uitgegaan van 0,25%.
Ontwikkelingen Grondbeleid
Op grond van de bepalingen in de op 7 oktober 2010 door de raad vastgestelde nota Grondbeleid dienen jaarlijks in de kadernota voorstellen te worden gedaan voor de volgende vijf reken technische uitgangspunten ten aanzien van de gemeentelijke grondexploitaties: Het rentepercentage voor de grondexploitatie; De disconteringsvoet; Het percentage voor kostenstijgingen; Een percentage voor opbrengststijging; Het rekentarief voor ambtelijke (plan)kosten in de exploitatieopzetten. In deze Kadernota 2023 moeten daarom de bovengenoemde parameters voor de exploitatieopzetten 2022 worden vastgesteld. De in december 2011 vastgestelde nota Rentebeleid 2012 gaat ook in op de bepaling van de bovengenoemde percentages. Daarnaast bevat de in 2016 door Commissie BBV uitgebrachte ‘Notitie grondexploitaties’ een aantal voorschriften over de wijze waarop invulling dient te worden gegeven aan een aantal van de genoemde aspecten. Het rentepercentage voor de grondexploitatie Op basis van de 'Notitie Grondexploitaties 2016' moet de toegestane toe te rekenen rente aan bouwgrond in exploitatie (BIE) worden gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen. Het is niet toegestaan om rente over het eigen vermogen toe te rekenen aan BIE.
Het over het vreemd vermogen te hanteren rentepercentage moet als volgt worden bepaald: Het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen, indien geen sprake is van projectfinanciering Op basis van de Jaarstukken 2020 leidt dit tot de volgende invulling van de berekening: 1. Het gemiddelde rentepercentage op de langlopende leningen bedraagt 1,10%. (De totale rentelast over 2020 bedroeg € 218.000,00 over een totaal geleend vermogen van € 19.750.000,00,00 per 31 december 2020.) 2. De verhouding Vreemd Vermogen (VV) ten opzichte van het Totaal Vermogen (TV) € 93.281000,00 (TV) minus € 45.670.000,00 (EV) = € 47.611.000,00 (VV) De verhouding VV/TV bedraagt dan 0,511. 3. De rente die aan de grondexploitatie wordt doorberekend is derhalve 1,10% * 0,511 = 0,56%. De disconteringsvoet In de 'Notitie Grondexploitaties 2016' heeft de Commissie BBV voorschriften opgenomen over welke disconteringsvoet moet worden gehanteerd in de berekening van de contante waarde bij het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties. Deze disconteringsvoet is daarbij gelijk gesteld aan het maximale meerjarig streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor de inflatie binnen de Eurozone. Dit streefpercentage bedraagt de laatste jaren stabiel 2%.