Kadernota 2023 AANGEPASTE VERSIE 30062022
Tekst van het document
De te hanteren disconteringsvoet in de berekening van de contante waarde ten behoeve van het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties bedraagt derhalve 2%. Wanneer het toekomstperspectief van de ECB wordt bijgesteld, dan zal dit aanleiding vormen voor de Commissie BBV om deze stellige uitspraak opnieuw te bezien. Het percentage voor kostenstijgingen Dit percentage is van belang bij de berekening van de dynamische eindwaarde in de exploitatieopzetten Grondexploitatie. De nota Grondbeleid geeft niet aan hoe dit percentage berekend moet worden. Omdat het hierbij met name gaat om kosten van bouw- en woonrijpmaken en plankosten baseren wij dit percentage op de prognose uit de notitie 'Outlook grondexploitaties 2020' van Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling. Hierin wordt gemeld dat de GWW-kosten een sterke groei laten zien. Het hoge aantal aan woningbouwprojecten zorgt voor een tekort aan geschikt personeel en uitvoerende bouwbedrijven om de projecten te realiseren. Hierdoor stijgen de prijzen van grondstoffen en materiaal en de verwachting is dat deze stijging de komende jaren door zal zetten. De aanbestedingsindex ligt hoger dan de bouwkostenindex, dit betekent dat aanbestedingen duurder uitvallen dan verwacht zou mogen worden op basis van de (ontwikkeling van de) feitelijke bouwkosten.
Hierin wordt gemeld dat de kosten minder snel dan in 2018 zullen stijgen doordat het aanbestedingsbedrag dichterbij de gerealiseerde kosten ligt. De verwachting is dat de kostenstijging zich bevind in de bandbreedte van 1,5% tot 3,0%. Op grond van het voorgaande wordt het voor 2022 en verder te hanteren percentage bepaald op 2,25%. Een percentage voor opbrengststijging Ook dit percentage is benodigd voor de berekening van de dynamische eindwaarde in de exploitatieopzetten grondexploitatie. Dit percentage wordt met name gebruikt om de geraamde grondopbrengsten te indexeren. Er worden daarbij twee percentages onderscheiden, te weten voor woningbouw en voor bedrijfslocaties. De nota Grondbeleid geeft niet aan hoe deze percentages bepaald moeten worden. Ook hier wordt in belangrijke mate referentie gezocht in de prognose uit de notitie 'Outlook grondexploitaties 2020' van Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling, welke de ondertitel “Tegen de grenzen van de groei aan” draagt. Op grond van de genoemde Outlook komen wij tot de volgende uitgangspunten:
30 Woningbouw De verwachte opbrengstenstijging voor “woningbouw vrije sector in een ‘midden’woningmarktgebied” begeeft zich in de bandbreedte van 1,0% tot 4,0%. De woningmarkt van Ermelo mag zich enerzijds rekenen tot dit middengebied, anderzijds is er vanzelfsprekend niet alleen maar sprake van woningbouw in de vrije sector. Qua trends en ontwikkelingen blijven de grondprijzen achter bij de theoretische grondwaarde ontwikkeling. In theorie zouden grondprijzen in 2018 flink moeten stijgen gezien de woningprijsstijgingen die nog harder toenemen dan de bouwkostenstijgingen. De grondprijsontwikkeling bijgehouden door het Kadaster stijgt echter nauwelijks en uit de benchmark onder gemeenten blijkt dat gemeenten haar grondprijzen maar mondjesmaat verhogen. Redenen hiertoe zijn o.a. gelegen in aspecten als betaalbaarheid en duurzaamheid en zijn ook voor gemeente Ermelo herkenbaar. In dit licht wordt gekozen het percentage voor 2022 te begrenzen op het langjarig verwachte gemiddelde van 2,5%. Bedrijfsterrein De verwachte opbrengstenstijging voor bedrijven op een basislocatie begeeft zich in de bandbreedte van 1,0% tot 3,0%. Voor de in Ermelo nog te ontwikkelen bedrijfslocaties moet worden aangenomen dat dit basislocaties betreft. Voor 2022 en verder wordt het percentage gebaseerd op het langjarig verwachte gemiddelde vastgesteld op 2%.
Het rekentarief voor ambtelijke (plan)kosten in de exploitatieopzetten Voor de bepaling van de planontwikkelingskosten wordt in eerste instantie gerekend door een percentage over de kosten bouw- en woonrijp maken te nemen. Deze methode wordt met name gehanteerd bij het rekenen in de initiatieffase. Bij vastgestelde exploitatieopzetten van complexen in uitvoering wordt in principe gerekend met een extern inhuurtarief. Hierdoor is het budgettair mogelijk binnen een exploitatieopzet nog de afweging te maken tussen de inzet van vast personeel versus inhuur van extra capaciteit / het inwinnen van extern advies. Indien vaststaat dat een project met “eigen mensen” wordt uitgevoerd, dan vindt doorbelasting plaats tegen de (afdelings)tarieven die bij de begroting vastgesteld zijn. Voor het 2022 blijft het rekentarief gehandhaafd op het huidige niveau van € 125,00.
Actualiteitswaarde Verordeningen en beleidsnotities
In de huidige Financiële Verordening Ermelo staat dat met betrekking tot een aantal financiële beleidsnota’s jaarlijks in de kadernota de actualiteit van de genoemde beleidsnota’s moet worden getoetst. In onderstaand tabel worden alle verordeningen en beleidsnotities uit het financieel beleid van de gemeente Ermelo genoemd.
Tabel: Beleidsnotities Financiële Verordening Financieel beleid
Verordening / Beleid
Wettelijk grondslag
Laatste actualisatie
Planning Actualisatie
Financiële verordening
verordening
art. 212 gemeentewet
2019
2023
Nota Activerings- en afschrijvingsbeleid
beleidsnota
art. 11 financiële verordening
2015
2023
Wijziging a.g.v. vernieuwing BBV en afhankelijk keuzes strategisch financieel beleid
Nota Reserves en voorzieningen
beleidsnota
art. 12 financiële verordening
2015
2022
Wijziging a.g.v. vernieuwing BBV en afhankelijk keuzes strategisch financieel beleid
Nota Rentebeleid
beleidsnota
art. 13 financiële verordening
2015
2022
Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement
beleidsnota
art. 14 financiële verordening
2013
2022
Nota Verbonden partijen
beleidsnota
2018
2023
Nota Grondbeleid en nota uitgangspunten grondprijsbepaling
beleidsnota
art. 16.2 financiële verordening
2010
Legesverordening Belastingmaatregelen
verordening
art. 16.3 / 16.1 financiële verordening
2021
2022
Jaarlijks
Treasurystatuut
beleidsnota
art. 17 financiële verordening
2011
2022
Wijziging a.g.v. houdbaarheidsdatum nota
Regeling Krediet- en Budgetbeheer
regeling
2015
2023
Controleverordening
verordening
art. 213 gemeentewet
Normenkader IC-plan
regeling
art 212 / 213
Doelmatigheidsverordening
verordening
Art 213a
2021 2020
2022 2024
Controleprotocol
beleidsnota
art. 213 gemeentewet
2021
2022
2014
Toetsing als gevolg van
Wijziging a.g.v. vernieuwing BBV; rentenotitie ingangsdatum 2018 en afhankelijk keuzes strategisch financieel beleid Wijziging a.g.v. vernieuwing BBV en afhankelijk keuzes strategisch financieel beleid (financiële kengetallen) Wijziging a.g.v. vernieuwing BBV; definitieve notitie grondexploitatie en houdbaarheidsdatum nota
2022 Jaarlijks