CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Gebiedsplan GEUS e250009204

Gemeenteraad 14 mei 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Vaststellen Gebiedsplan GEUS20.764 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

willen uitbreiden,om woningbouw te realiseren en bedrijvigheid te ontwikkelen. We zien de laatste jaren dat het proces van klimaatverandering snel gaat. Dit heeft ook impact op GEUS. Met maatregelen zoals hiervoor beschreven beperken we de gevolgen al fors. Een belangrijke bron voor klimaatverandering zijn broeikasgassen (CO2, methaan en lachgas), deze reduceren wij met 33%. Dit zal grotendeels samengaan met de reductie van stikstof. Ook landelijke maatregelen en regels bij woningen, bedrijven en mobiliteit dragen bij aan deze doelen. Veel van de maatregelen zijn gebaat bij een helder uitgangspunt en goede monitoring van de gehaalde resultaten, met andere woorden een meet- en leernetwerk. (zie ook 5.2.2.1) In het gebiedsplan willen wij inzetten op een verbondenheid met de natuur voor iedereen. Dat betekent dat iedereen zich bewust is van de gevolgen van zijn of haar activiteiten voor de natuur en daarmee voor het watersysteem. Dat betekent dat je niet zomaar je zwembad met chloorwater laat leeglopen en dat paardeneigenaren ook bewust met paardenmest omgaan. Hierbij zetten wij ons ook in voor thema’s als afvalbeperking en –scheiding en circulariteit (zie ook 5.2.2.5).

GEUS - de verweven en verbonden enclave - 47

Themakaart Natuur en Water 48

Eerste aanzet voorbeelduitwerking maatwerk voor Uddelerveen

- 49

3.2 V E R W E V E N - E N V E R B O N D E N H E I D VA N GEMEENSCHAPPEN EN NETWERKEN GEUS zet in op leefbare kernen die de onderlinge gemeenschap en saamhorigheid koesteren en versterken. We realiseren nieuwe woningen, waarbij bijzondere aandacht is voor starters (jongeren) en ouderen (zie ook 4.7). Zo kunnen eigen kinderen en ouderen in de gemeenschap blijven wonen. Dit zorgt ook voor voldoende bewoners om samen met recreanten de voorzieningen op peil te houden (zie ook 4.9). De basisvoorzieningen die thans aanwezig zijn behouden we. In elk dorp handhaven we een duidelijke kern en waar deze ontbreekt realiseren we deze. Een mooie, dorpse plek waar de voorzieningen en terrassen zich rondom concentreren. Deze plek is per dorp anders en bepaalt mede de identiteit van het dorp. Zorg, sport en spel zijn basisvoorzieningen die behouden en versterkt moeten worden (zie ook 4.9). Naast voorzieningen versterken wij de economische vitaliteit in het gebied. Doordat wij zorgen voor voldoende ruimte voor werklocaties zodat huidige ondernemers kunnen uitbreiden en jonge ondernemers kunnen starten (zie ook 4.8). Hierbij zetten nadrukkelijk in op plaatselijke ondernemers. Deze werklocaties zijn grotere locaties (Uddel, Elspeet) maar ook kleinere locaties voor ZZP-ers. De vrijkomende agrarische bebouwing vormt al jaren de kraamkamer voor ondernemerschap.

Dat ondernemerschap willen we behouden en faciliteren. Dit willen we goed regelen zodat er geen overlast in het gebied ontstaat en bedrijven als ze groeien op het juiste moment verplaatsen naar een

50

bedrijventerrein om de synergie tussen bedrijven te stimuleren. GEUS investeert in een duurzame toekomst met een robuuste energie- en warmtevoorziening (zie ook 4.12). Defensie gebruik veel grond in het gebied en is daarmee een wezenlijk onderdeel van het gebied en blijft dat. Defensie is onderdeel van de identiteit van GEUS. GEUS wil profiteren, meedenken en meewerken aan de ontwikkelingen bij Defensie en daar zo min mogelijk hinder van ondervinden. Ook willen wij blijvend op de hoogte zijn van de ontwikkelingen van Defensie (zie ook 4.13). GEUS moet bereikbaar zijn voor alle gebruikers (OV, auto, fiets, wandel, paard) op een veilige en aantrekkelijke manier (zie ook 4.10). Het OV willen we behouden en waar mogelijk uitbreiden. Station Stroe is echt een aanvullling op de bereikbaarheid van het gebied. Voor Uddel en Elspeet hebben de inwoners de nadrukkelijke wens voor een rondweg. In de huidige situatie vragen alle dorpen en met name Uddel, om een verkeersveilige en dorpse inrichting van de provinciale wegen die ook recreatieve meerwaarde brengt. De oversteekbaarheid van de N302 is op diverse plekken slecht en vraagt om veilige oversteekplekken voor schoolgaande jeugd en recreanten. Door dorpsommetjes toe te voegen en uit te breiden aan het landschap, verweven we dorpen optimaal met het landschap.

Ommetjes zijn goed voor de gezondheid en vergroten de kans op ontmoetingen (verbondenheid) en versterken de recreatieve mogelijkheden rondom de dorpen (zie ook 4.11).

Referentie fietsstraat in landelijk gebied: Stenenkamerseweg te Putten

Referentie woonerf: knooperf de lange boer te Langeveen

Referentie uitbreiding wonen: Nelson Mandelahof te Ermelo

Referentie dorpsplein: Bunckmanplein te Voorthuizen

GEUS - de verweven en verbonden enclave - 51

Themakaart Leefbaarheid 52

- 53

3.3 V E R W E V E N - E N V E R B O N D E N H E I D VA N VRIJE TIJD EN LANDSCHAP Wij zetten in op versterking van de beleving van het agrarisch platteland om de groeiende aantallen recreanten, toeristen en eigen bewoners van dit mooie gebied te laten genieten. Samen met de recreatiezonering vanuit de provincie verminderen we zo de druk op de natuur waar nodig. Dit doen wij door aantrekkelijke routes (zie ook 4.16) te realiseren die de verhalen van het gebied vertellen en laten beleven (zie ook 4.14). Daarnaast zetten wij in op verbreding van het boerenerf, dit kan een verdienmodel zijn voor agrariërs. Door hoogwaardige lokale producten in het gebied te vermarkten ontstaat er meer binding met het gebied en het is een goede gebiedsmarketing. Dit werkt positief uit op de bekendheid van het gebied. Voor de vergroting van de bekendheid van het gebied zetten we in op twee bijzondere aspecten, het realiseren van een icoon zoals bijvoorbeeld een bijzondere uitkijktoren die je letterlijk overzicht geeft over het landschap van GEUS en een nieuwe innovatieve ‘gravelbike’ route. Die route kent uitdagende ligging en laat je op een verrassende en unieke wijze alle aspecten van het landschap beleven en doet op verschillende plekken bestaande voorzieningen aan. We maken de verblijfsrecreatie in GEUS toekomstbestendig, dus duurzaam, circulair en natuurinclusief (zie ook 4.15).

De verblijfsrecreatie past qua omvang bij het karakter van dit gebied en is bereikbaar voor een divers publiek waarbij kwaliteit hoog in het vaandel staat. Ook willen we benadrukken dat mensen die hier voor hun rust 54

komen, ook weten dat het een levendig gebied is met reuring en vermaak. Ook willen we waar gewenst vormen van kleinschalige verblijfsrecreatie toestaan op boerenerven in het kader van functieverbreding of functieverandering, met de opmerking dat we moeten voorkomen dat we teveel locaties in het gebied krijgen. Centraal in het gebied realiseren wij op het KNHS terrein een comfortabele ontvangstlocatie (TOP’s, toeristisch overstap punt) waar recreanten kunnen parkeren en het gebied in kunnen gaan te voet, te fiets of te paard (zie ook 4.17). Deze plek markeren we met de eerder genoemde iconische uitkijktoren. Deze plek ontwikkelen we in goede afstemming met de kwetsbare natuur langs het beekdal die hier relatief smal is. Wij zetten in op routes die een mooiere ligging kennen en die meer gestoeld zijn op verhalen van het gebied (zie ook 4.16). Deze routes realiseren we als onderdeel van het bestaande Veluwse routenetwerk (knooppuntensysteem blijft in stand) en sluiten we waar mogelijk aan op Lange Afstand Wandelingen (LAW) in het gebied. Voor paardrijden voegen we nieuwe routes toe in het gebied die aansluiten op de Veluwe Trail en maken we het mogelijk om van het west naar oost door het gebied te gaan. Voor alle routes geldt dat we rekening houden met de kwetsbare natuur, door positionering, vormgeving, educatie, op de paden blijven en omgang met honden.

Verbeelding van verhalen zichtbaar maken Romeins Marskamp, bron Veluws Verleden Verdiept - april 2024

Referentie recreatieve ontwikkelingen op een boerenerf

Referentie vitale vakantieparken

Referentie uitkijktoren: Kalmthoutse heide (Nohnik)

GEUS - de verweven en verbonden enclave - 55

Themakaart Recreatie 56

Uitkijktoren bij TOP (bij NHC)

- 57

58

4. Uitwerking

GEUS - de verweven en verbonden enclave - 59

60

4. Uitwerking

In dit hoofdstuk volgt de verdere uitwerking van hoofdstuk 3. Dit is beschreven per onderdeel zodat er makkelijker een koppeling richting ontwikkelstrategie gemaakt kan worden, deze koppeling is aangegeven met het paragraafnummer van het volgende hoofdstuk. Voor de eerste 4 paragrafen (bodem en water gezond, groenblauwe dooradering, zachte overgangen, sluiten van kringlopen) geldt dat deze werken aan versterking en herstel van natuur en landschap. Hiervoor zijn de wettelijk verplichte natuurherstelprogramma’s voor de Veluwe (zie bijlage 2) richtinggevend. De uitvoering hiervan is wettelijk verplicht, maar de realisatie is op basis van vrijwilligheid. Hierbij staat het wat dus vast, maar het hoe en waar is nadere uitwerking.

4.1 B O D E M E N WAT E R G E ZO N D (S T U R E N D) (zie ook 5.2.1.1 uitwerking in deelgebieden) In het beeksysteem herstellen we de natuurwaarden en maken we het toekomstbestendig door: • verondieping van de beek en de haarvaten van de beek; • afvoer vertragen: herstel en hermeandering van de bovenloop en locaties zo inrichten dat die zo nodig periodiek natter kunnen worden zodat het niet direct afgevoerd wordt; • herstel en hermeandering van de bovenloop waar historisch verantwoord met aan weerszijden bufferzones als overgangen tussen droog versus nat en rijk versus arm. Op deze manier verminderen we uit- en afspoeling van nutrienten en is het gebied beter bestand tegen klimaatveranderingen (droogte en hitte); • aanleg bufferzones: als overgangen tussen landbouw en natuur; • waterkwaliteit op orde: riooloverstorten

Uddel en Elspeet aanpakken en waterkwaliteit gebiedsbreed monitoren en in afstemming brengen met de natuurdoelen. Voor landbouwkundig gebruik betekent dat voor de verschillende type gebieden (buiten N2000 gebieden) het volgende: • enken => het logisch is om hier meer akkerbouw te plegen. Dit zijn de voedzame en relatief stabiele gronden (qua waterhuishouding); • heideontginning => dit is erg afhankelijk of het natte of droge heidevelden waren, maar de gronden zijn sowieso relatief voedselarm en bevatten weinig organisch materiaal. Dat maakt de gronden wel geschikt voor graslanden en minder voor veel nutriënten vragende gewassen. • veengronden => deze gronden zijn vooral geschikt voor graslanden. Deze gronden zullen in de natte periodes zeer vochtig zijn en maken dat er niet met groot materieel gewerkt kan worden. • Bodemmaatregelen op perceelsniveau uitvoeren; met een betere bodemkwaliteit is minder bemesting nodig en verbetert het watervasthoudend vermogen. Het gebruik van mest, nutriënten stemmen we af op de opname van gewas en bodem. • Bemesting en gewasbeschermingsmiddelen afstemmen op de doelstellingen voor oppervlaktewater en grondwater, concreet betekent dat o.a. afstand houden van sloten en greppels om uitspoeling te voorkomen.

Mogelijk knelpunt: • Dit kan voor sommige agrarische ondernemingen betekenen dat er een verandering noodzakelijk is van de huidige bedrijfsvoering op de plek waar ze nu zitten. GEUS - de verweven en verbonden enclave - 61

4.2 OV E R G A N G E N N AT U U R E N AG R AR I S C H G E B I E D V E R Z AC H T E N (zie ook 5.2.1.1 uitwerking in deelgebieden) De maat van de overgangen hangt af van de situatie, de wensen voor dat gebied en de bereidheid van de deelnemers. Altijd vindt deze overgang plaats in gelijke verhoudingen op natuurgrond en agrarische grond. In gebieden waar de harde overgangen een belangrijke cultuurhistorische waarde hebben, moeten we deze behouden. Denk hierbij aan de randen langs enkcomplexen of monumentale lanen in het landschap. Uitwerking zachte overgangen: • bos-agrarisch => geleidelijke overgang met bomen, heesters, kruiden (mantelzoomvegetatie). Dit gebied is ook geschikt voor vee om te grazen en beschutting te zoeken. Voor akkerbouw leveren dergelijke zones broedkamers voor natuurlijke predatoren voor plaagdieren. • heide-agrarisch => geleidelijke overgang in een verloop van grasland naar heide. Hier kan vee ook op een deel van de heide grazen, de

Mogelijkheden om overgangen te verzachten 62

•

zone die minder intensief is op de weidegrond bevat meer kruiden en bloemen. beeklandschap-agrarisch => geleidelijke overgangen zijn weidegronden, hooilandjes vloeivelden.

Mogelijke knelpunten: • Dit kan delen van het agrarisch perceel minder productief maken, daar staat tegenover dat er ook areaal bij komt vanuit de natuur percelen. • De overgangszone worden zo ingericht en beheerd dat er ook meerwaarde voor de natuur ontstaat, het kan dat dat niet past bij de bedrijfsdoelstelling van de agrariër of de terreinbeherende organisatie. • Wie draagt de aanleg- en onderhoudskosten. • Langdurige afspraken over beheer. • Financiële afspraken over herwaardering of afwaardering van agrarische grond.

Huidige situatie heide - harde overgang met afrastering

Huidige situatie bosrand - harde overgang met afrastering

Mogelijke situatie - verweving met recreatieve ontsluiting

Mogelijke situatie bosrand - verweving van bos en akkers

Huidige situatie beeklandschap - harde oevers

Mogelijke situatie bosrand - natuurlijke akkerranden (bv bij cultuurhistorisch waardevolle overgangen)

Mogelijke situatie - zachte oevers (kan eventueel ook gekoppeld worden aan recreatief medegebruik)

GEUS - de verweven en verbonden enclave - 63

4.3 V E R S T E R K E N G R O E N B L AU W E D O O R ADERING (zie ook 5.2.1.1 uitwerking in deelgebieden) Het gebied van GEUS heeft een prachtig en afwisselend landschap. Dit landschap is ontstaan in de loop van honderden jaren door onze voorouders die nederzettingen hebben gesticht, woeste gronden hebben ontgonnen om te boeren en daarna in de loop der tijd het landschap hebben gevormd. Het huidige landschap is een belangrijke drager van de identiteit van het GEUS gebied. Het landschap vormt het decor van waar we wonen, werken en recreëren en geeft ons een gevoel van thuiskomen. Het is landelijk beleid om in 2050 10% groenblauwe dooradering (hierna te lezen als GBDA) te hebben gerealiseerd. Dit draagt bij aan de doelstellingen m.b.t. klimaat, water (KRW) en biodiversiteit. Er is in de maatschappij breed draagvlak voor het herstel van 10% groenblauwe dooradering. In het Aanvalsplan Landschap heeft een brede coalitie van partijen (o.a. provincies, waterschappen, LTO, TBO’s zich gecommitteerd) aan het doel om 10% GBDA van het landelijk gebied te realiseren. Het aanvalsplan verbindt maatschappelijke opgaven zoals CO2 vastlegging en biodiversiteit aan het toekomstperspectief voor de landbouw en het landelijk gebied als geheel. Boerennatuur is een organisatie die veel ervaring en kennis heeft, het is waardevol om hen te betrekken. Waarom GBDA in GEUS? •

64

Biodiversiteit: Landschapselementen vormen de GBDA van het landschap. Houtwallen, singels, heggen, akkerranden, sloten en poelen verbinden natuurgebieden en bieden schuilplaats aan vogels, insecten en zoogdieren. Bijvoorbeeld het verbinden van bosgebieden

•

•

met houtwallen met inlandse eiken voor migratie van het Vliegend hert. Verdienmodel boeren: Het bieden van een duurzaam toekomstperspectief voor de agrarische sector is één van de centrale doelen van GEUS. Aanleg en beheer van landschapselementen kan een onderdeel zijn van een duurzaam verdienmodel. Agrariërs en grondeigenaren die uitvoering geven aan de GBDA moeten hiervoor een goede beloning krijgen met langjarige zekerheid. Aan de voorkant gaat het om de aanleg van de GBDA en, indien van toepassing, de afwaardering van de ondergrond. Vervolgens gaat het om jarenlange zekerheid van een goede vergoeding voor het beheer. De realisatie van de GBDA als betaalde ecosysteemdienst draagt bij aan een duurzaam toekomstperspectief voor de agrariërs. De realisatie van groenblauwe dooradering in het landelijk gebied is gebaseerd op vrijwilligheid van de grondeigenaar en gebruiker van de grond. Landschapselementen en stikstofdepositie: Landschapselementen in staat stikstof in te vangen waardoor het niet verder verspreid wordt naar de omgeving. In 2015 is een studie door Alterra Wageningen UR uitgevoerd (https://edepot.wur.nl/368151). Hieruit blijkt dat, bij een slimme positionering, landschapselementen een positief effect hebben op de vermindering van ammoniakdepositie in natuurgebieden.

Ook recente nieuwsberichten wijzen op het stikstof-aanzuigende effect dat kleine bosjes kunnen hebben. ( Nieuwe metin-

Groenblauwe dooradering - huidige situatie

Groenblauwe dooradering - mogelijke situatie

Houtwallen - oorspronkelijke situatie

Houtwallen - huidige situatie

Houtwallen - toekomstbeeld: biodivers met agrarisch en mogelijk recreatief gebruik

Watergangen - huidige situatie

Watergangen - toekomstbeeld: biodivers met agrarisch en mogelijk recreatief gebruik

GEUS - de verweven en verbonden enclave - 65

•

•

•

66

gen: juist in de bossen komt veel meer stikstof terecht dan we dachten | Trouw ) Bomen op het melkveebedrijf: Bomen en koeien zijn een goede combinatie. In een publicatie van CLM en Probos wordt aangegeven dat bomen een direct voordeel geven voor de koeien. De bomen en struiken geven bijvoorbeeld schaduw in de wei, waardoor de koeien minder last van hittestress hebben en hun welzijn verbetert. Ook knabbelhagen, twijgen voor rusvoer, fruit en noten kunnen een bijdrage leveren aan het agrarisch bedrijf. De publicatie is te vinden op: https://probos.nl/ images/pdf/rapporten/Rap2022-Flyer-Bomenin-de-Melkveehouderij.pdf Klimaatadaptatie en waterkwaliteit: Een andere positieve invloed is het effect op droogtebestrijding (klimaatadaptatie) en waterkwaliteit. Gronden met landschapselementen houden beter vocht vast dan gronden zonder deze landschapselementen. Die regulerende werking is bijvoorbeeld nuttig in tijden van droogte. Dat geldt met name voor sloten en natuurvriendelijke oevers, mits op de goede wijze aangelegd en beheerd. Juist in gebieden waar het belangrijk is om water vast te houden, zoals de relatief hoge zandgebieden, is dit van belang. CO2: Houtige landschapselementen leveren een bijdrage in het vastleggen van koolstof. Zo bedraagt de CO2-vastlegging van een houtwal in de vorm van biomassa gedurende de eerste 10 jaar na aanplant gemiddeld 4,6

•

ton/ha/ jaar en de jaren daarna 9,1 ton/ha/ jaar (VBNE factsheet, 2020). Goed beheer van landschapselementen kan ook zorgen voor een verantwoorde biomassastroom. Dit blijkt onder andere uit het project ‘Klimaatslim bosen landschapsbeheer’. Zie voor meer informatie: Klimaatslim bos- en landschapsbeheer Wegwijzer Biomassa (kenniswijzerbiomassa.nl) Leefbaarheid: Het behouden én versterken van de schoonheid van het landschap draagt bij aan de lokale identiteit. Hierdoor kan het versterken van het landschap helpen om de leefbaarheid van het landelijk gebied te versterken.

Mogelijke knelpunten: • Dit kan delen van het agrarisch perceel minder productief maken, bijvoorbeeld door schaduwwerking en het kan ook areaal kosten. Hier moeten goede afspraken over gemaakt worden. • Bij combinatie met recreatie (klompenpaden) kan verstoring van vee optreden en overdracht van ziektes bevorderen. • Wie draagt de aanleg- en onderhoudskosten en langdurige afspraken over beheer.

4.4 K R I N G LO P E N ZOV E E L M O G E L I J K S LU I T E N (zie ook 5.2.1.2 & 5.2.1.3 & 5.2.2.2))

4 . 5 U I T S TO OT S T I KS TO F E N B R O E I K A S G A S S E N B E P E R K E N E N I N Z E T T E N VO O R HET GEBIED (zie ook 5.1)

Om de kringlopen meer te sluiten willen we onderzoeken over welke kringlopen we het precies hebben en welke er nog meer zijn. Dit kan onderdeel van de pilot zijn (zie ook 5.2.1.3). De kringlopen volledig sluiten met intensieve veehouderijen in het gebied is niet realistisch, dus zal er een nutrienten-/mestoverschot in het gebied aanwezig blijven. Gezegd moet worden dat dit deels ook al gebeurt en deels zullen agrariërs dit verder met elkaar moeten oppakken.

Om de stikstofuitstoot te kunnen berekenen heeft de agrarische sector zelf een inventarisatie gedaan van de huidige situatie van de agrarische sector in het gebied. Deze zijn doorgerekend door de WUR en hieruit blijkt dat de huidige reductie al boven de 40% ligt. Daarbij is bekend dat enkele stoppende intensieve veehouderijen nog niet zijn meegenomen.

Mogelijke knelpunten: • Agrariers weten elkaar nog niet te vinden en werken niet samen om kringlopen meer te sluiten. • Meststoffen, teelten en veevoer sluiten niet op elkaar aan.

Ook Defensie heeft stikstofruimte nodig die uit het gebied komt. De stikstofruimte die Defensie over heeft na realisatie van KNM (Kamp Nieuw Milligen) wil zij terug laten komen in het gebied. Uit berekeningen van de WUR blijkt dat met de reductie van stikstof de reductie van 33% van de broeikasgassen ook gehaald wordt. Reductie van broeikasgassen wordt vanuit het gebiedsplan niet nader op ingegaan. Dit is gedekt met de inperking van reductie bij landbouw en met de landelijke wet- en regelgeving voor de overige functies. Om het meerdere aan reductie van stikstofuitstoot voor het gebied te kunnen behouden is een instrument nodig, wij denken aan een stikstofbank GEUS. Mogelijke knelpunten: • Dat de huidige inschattingen van het gebied (wordt nog onderzocht) te optimistisch zijn en de stikstofdoelen worden niet behaald. • Dat juridisch en bestuurlijk een instrument voor stikstof op gebiedsniveau niet realiseerbaar is. GEUS - de verweven en verbonden enclave - 67

4.6 D U U R Z A A M P E R S P E C T I E F VO O R D E K A LV E R S E C TO R (zie 5.2.1.2)

4 .7 V E R G R OT E N L E E F BA A R H E I D : M E E R WO N E N (zie 5.2.1.4)

Met een duurzaam perspectief voor de kalversector blijft deze in afgeslankte vorm in het gebied aanwezig. Daarmee blijft ook de keten (mestverwerking, toelevering en afname van kalveren), met de bijbehorende werkgelegenheid in het gebied. Met aanvullende maatregelen (bv stalinnovaties) wordt de uitstoot van stikstof en andere broeikasgassen zoveel mogelijk beperkt. Om de kalverhouderij duurzaam perspectief te bieden hebben zij nodig: • Een landelijke innovatieregeling voor luchtwassers. • Uitbreiding RAV-lijst zodat meer mogelijkheden voor verduurzaming ontstaan naast de luchtwasser. • Stabiliteit beleid dierenwelzijn en stikstof voor de komende 15 jaar. • Medewerking gemeente bij verruiming bouwblok indien een toekomstbestendig bedrijf kan worden gerealiseerd dat voldoet aan de huidige milieu en dierenwelzijnseisen. • Voor de eigenaren die door willen buiten GEUS helpt een gedegen verplaatsingsregeling.

Voor Uddel zijn twee uitleggebieden op kaart geduid voor de realisatie van totaal 100-250 woningen tot 2050. Voor Garderen gaat het om 300 woningen in meerdere zoekgebieden. In Elspeet gaat het om 250 woningen die in meerdere kleinere zoekgebieden rondom het dorp een plek kunnen krijgen. Speuld wil echt een buurtschap blijven, dus daar zullen de aantallen lager voor zijn, denk aan tientallen. Deze worden niet vormgegeven als een wijkje, maar als logische, losliggende bouwstenen in het buurtschap waar al sprake is van bebouwing. Het programma voor de woningbouw volgt de woonvisies van de gemeenten. Er is vooral behoefte aan woningen voor de eigen aanwas in het gebied.

Mogelijke knelpunten: • Garanties over toepassing van stalinnovaties. • Aanvullende regelgeving over dierenwelzijn (incl. transport van dieren) betekent iets voor het verdienmodel van de sector.

68

Voor de ruimtevraag voor woningen vanuit leefbaarheid is vanuit de andere ruimtevragers in het gebied begrip. De aanvliegroute rondom uitbreiding van het aantal woningen voor GEUS is als volgt: • Zo min mogelijk nieuwe burgerwoningen in het buitengebied (agrarisch houden) bij Uddel, Elspeet en Garderen, nieuwe woningen juist in en bij het dorp. Speuld wil inzetten op verspreide boerenerven om het buurtschap open te houden. Speuld zet in op omvorming van vrijkomende agrarische erven tot woningen, woningsplitsing en verdichting van erven.

verbeelding uitbreiding kernen

GEUS - de verweven en verbonden enclave - 69

•

•

•

•

•

•

70

Plekken in het dorp benutten, bijvoorbeeld door middel van bedrijfsverplaatsing, hierbij wordt ook nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de ‘gedooglocaties’, plekken waar bedrijven gedoogd worden zonder een vergunning of bestemming. Plekken in het dorp zijn bij uitstek geschikt voor de doelgroep ouderen en senioren; Aan de randen van de dorpen eerst de mindere (inefficiënte) landbouwgrond gebruiken en de goede landbouwgronden zoveel mogelijk ongemoeid laten; Ga op geschikte locaties voor woningbouw het gesprek aan met ex-agrariërs en landeigenaren die hun land “vasthouden” (b.v. voor hobby of speculatie) om deze beschikbaar te stellen voor woningbouw; De te bouwen buurten zijn gebiedseigen en pittoresk (geen saaie wijken!). Denk hierbij aan dorpse groene wijken met een relatief lage dichtheid, gekromde wegen, woningen die gedraaid staan t.o.v. de weg, robuuste groenstructuren die landschap met de nieuwe buurt verbinden en een robuuste landschappelijke inpassing rondom; De ontwikkelingen spelen in op en versterken het natuurlijk systeem, bijvoorbeeld door het gebruik maken van wadi’s die water laten infilteren. Overwegen of vrijkomende vakantieparken niet aan de woningbehoefte bij jongeren kunnen bijdragen, bijvoorbeeld door een leeftijdsgrens te hanteren.

Dit gebiedsplan is niet een eindstation. Wij wensen nadrukkelijk de ‘vinger aan de pols’ te houden om mogelijke toekomstige behoefte aan woningen te onderzoeken en hierop te kunnen anticiperen. Mogelijke knelpunten: • Beschikbaarheid van gronden. • Beperkingen vanuit de hinderwetgeving, bv geurhinder. • Stikstof.

4.8 V E R G R OT E N L E E F BA A R H E I D : O N D E R N E M E R S C H A P FAC I L I T E R E N (zie 5.2.1.4) Ondernemerschap in vrijkomende agrarische bebouwing willen we mogelijk blijven maken en planologisch beter gaan regelen. Dit kan bijvoorbeeld door tijdelijke bestemmingen op een locatie te leggen. Hierbij moeten duidelijke grenzen aangegeven worden, bv verkeerintensiteit, geluid, geur, etc. Hierbij willen wij ook meer flexibiliteit in de LBV+ (Landelijke Beëindigingsregeling veehouderijlocaties) regeling of andere toekomstige regelingen en de verplichte sloop van de opstallen bijvoorbeeld niet verplicht maken. Wij willen deze laten afhangen van de plannen van de eigenaar voor herontwikkeling. Voor werken heeft elk dorp zijn behoefte kenbaar gemaakt. Voor Garderen is dat een voorziening voor kleinschalige bedrijvigheid, ten dienste van kleine ondernemers. Ook wil Garderen onderzoeken hoe ondernemerschap in het dorp versterkt kan worden (leegstand horeca, etc). Voor Elspeet wordt er voorzien in een bedrijventerrein aan de zuidzijde. Dit bedrijventerrein biedt ruimte voor bedrijven in de dorpskern om te kunnen verplaatsen en ruimte te maken voor andere functies. Verder is in Elspeet behoefte aan kleinschalige bedrijvigheid voor bijvoorbeeld kleine ondernemers.

Voor Uddel is recent een Voorkeursrecht Gemeente gevestigd, om speculatie te voorkomen, op een gebied aan de noordkant van Uddel voor een nieuw bedrijventerrein. Dit bedrijventerrein faciliteert ook ruimte om bestaande bedrijven in de dorpkern te kunnen verplaatsen, zodat de vrijgekomen plekken benut kunnen worden voor woning-

bouw. Voor Speuld is er een initiatief voor kleinschalige bedrijvigheid (bedrijfsverzamelgebouw op voormalig agrarisch erf), maar dit is planologisch nog niet mogelijk gemaakt, maar wel wenselijk. In Uddel en Elspeet zijn veel bedrijfskavels te krap waardoor er vrachtwagens geparkeerd worden langs wegen, dit levert gevaarlijke situaties op. Hiervoor zetten we in op één of twee voorzieningen om vrachtwagens te kunnen parkeren voor lokaal gebruik. Deze liggen langs of dichtbij de N-wegen en op fietsafstand van Uddel of Elspeet. Belangrijk aandachtspunt hierbij is een gedegen landschappelijke inpassing. Op deze plekken willen we het mogelijk maken om een laadstation en wasvoorzieningen te realiseren. Daarnaast is parkeren en laden & lossen in de kernen van de dorpen soms een uitdaging. Onderzocht kan worden hoe hiermee om te gaan, bv aan de randen van de dorpen. Mogelijke knelpunten: • Startende bedrijven in schuren leveren teveel overlast en landschappelijke schade op, waardoor verloedering van het landschap dreigt. • Beschikbaarheid van gronden voor bedrijfslocaties en vrachtwagenparkeervoorziening.

GEUS - de verweven en verbonden enclave - 71

Stallen huidig

Stallen - agrarische functieverandering

72

Stallen - recreatief gebruik

Stallen - combinatie van woon/werk landschap met gedeeltelijke sloop

Stallen - nieuwe woonlandschappen met gedeeltelijke sloop

Stallen - sloop met agrarisch gebruik of met natuurontwikkeling

GEUS - de verweven en verbonden enclave - 73

4.9 V E R G R OT E N L E E F BA A R H E I D : B E H O U D E N V E R S T E R K I N G VO O R Z I E N I N G E N (zie ook 5.2.1.5) Elk dorp heeft een goede buurtvoorziening in de vorm van een Multifunctionele Accomodatie (MFA). Garderen pleit voor een gemeentelijk loket en ontmoetingsplek in het dorpshuis de Wardborg. Speuld heeft een buurthuis/-kamer bij de school die men graag wil behouden. Uddel en Elspeet willen hun MFA’s Het Blanke Schot en het Kulturhus behouden. Elk dorp wil een levendig hart waar de inrichting van de openbare ruimte ingericht is op verblijf en waar de voorzieningen zich concentreren. Voor Garderen is dat rond de kruising van de Putterweg, Dorpsstraat en Speulderweg. Voor Uddel is de kruising met de Aardhuisweg, Harderwijkerweg, Elspeterweg en Garderenseweg en een deel van de Harderwijkerweg een mooie centrale plek die een flinke herinrichting vergt om ook daadwerkelijk aantrekkelijk te worden. Voor Elspeet is er rondom de kruising tussen de Uddelerweg, Staverdenseweg en Nunspeterweg al een echt centrum. Voor Speuld vormt nu ‘t Speuldje en de school het hart van het buurtschap. Hier is nu beperkt parkeerruimte. Verder hebben drie dorpen een eigen supermarkt. In Elspeet is een fullservice Plus aanwezig. In Uddel en Garderen zijn het kleinere supermarkten. In Garderen is de wens om de twee supermarkten samen te voegen tot één grotere supermarkt.

Uiteraard is dit aan de ondernemers om hier vrijwillig mee aan de slag te gaan. Verder zijn er diverse winkels in de dorpen aanwezig die nog redelijk kunnen bestaan, hier is wel de wens de winkels 74

meer te bundelen rond het centrum van de dorpen. In alle dorpen is de wens de sportfacitliteiten te behouden. In Garderen is een nieuwe sportaccommodatie voor de Veluwse Boys nodig. Deze kan mogelijk gecombineerd worden met andere sportverenigingen en wellicht een kinderopvang. Daarnaast is er de wens in Uddel om extra ruimte voor spel en sport te faciliteren. De sport- en ontmoetingsplek naast het Blanke Schot blijft behouden en er wordt voorgesteld een plek toe te voegen nabij de Markveldweg. Ook is voor sommige plekken glasvezel een wens, bv voor het centrum van Garderen. Mogelijke knelpunten: • Ondernemers die niet de kansen zien of risico’s durven nemen. • Overheden die niet willen of kunnen investeren in het opknappen van dorpskernen.

4.1 0 V E R G R OT E N L E E F BA A R H E I D, M O B I L I TEIT (zie ook 5.2.2.3) De mobiliteit is een belangrijk aspect voor de leefbaarheid in GEUS. Voor fietsverkeer zijn over het algemeen goede voorzieningen, alleen laten de fietspaden voor het schoolgaande verkeer te wensen over (bijvoorbeeld de route naar Ermelo). Hier bieden verlichting en veilige oversteekplekken (vooral over de N302) en soms bredere paden uitkomst. Voor het OV wil het gebied (in ieder geval Garderen) in gesprek met de Provincie om te onderzoeken of de buslijnen niet frequenter kunnen rijden. Speuld ziet graag de buurtbus doorgetrokken worden naar de Kruimelstaete in Garderen voor ouderen en de Wittenberg voor jongeren. Op korte termijn zetten we in op een ander type weg voor de N310 in het dorp Uddel. Deze weg zou omgevormd moeten worden naar een veilige en goed oversteekbare weg die past bij de dorpse schaal en beleving van Uddel. De mogelijke middelen zijn 30 km/uur regime, meer groen in de straat, meer verkeersremmende maatregelen (o.a. bij de entree van het dorp komende vanuit Elspeet), ander materiaalgebruik, en dergelijke. Referenties voor Uddel zijn Elspeet en Garderen. Voor dit type inrichting maakt het in principe niet uit wie de eigenaar / beheerder is van de weg. Zowel provincie als gemeente kunnen een dergelijke inrichting realiseren en onderhouden.

Aandachtspunt hierbij is de eventuele negatieve impact op geluid.

leefbaarheid maximaal ondersteunt. De wens en behoefte van de bewoners is om de N310 te verleggen buiten de dorpen (Uddel en Elspeet), bv met een rondweg. Zo worden de wegen in de dorpen ontlast en de leefbaarheid en veiligheid in de dorpen vergroot. Garderen zet in op het weren van zwaar verkeer in het dorp, dat werkt thans goed en willen we zo houden. De handhaving is nog wel een aandachtspunt. Wel zien alle dorpen kansen om kruispunten te verbeteren en veiliger te maken voor alle weggebruikers. Dus blijvend werken aan verkeersveiligheid! Voor parkeren in de kernen van de dorpen is vaak een tekort, bv in Garderen. Onverharde wegen zijn kenmerkend voor het gebied, waar het kan willen wij die zoveel mogelijk behouden. Mogelijke knelpunten: • Financierbaarheid van herinrichtingen van wegen. • Financiele beperkingen en bezuinigingen in het OV.

Voor de langere termijn streven we naar een oplossing die de dorpen werkelijk ontziet en de GEUS - de verweven en verbonden enclave - 75

4.11 D O R P S O M M E TJ E S E N K LO M P E N PADEN (zie ook 5.2.1.6)

4 .1 2 E N E R G I E N E T W E R K V E R B O N D E N O F “ S TAT U S A PA R T E ” (zie ook 5.2.2.4)

Bij de dorpsometjes en klompenpaden is het belangrijk dat zowel kortere als langere rondjes mogelijk zijn. Deze routes zijn voor bewoners en recreatie erg belangrijk. Daarmee worden dorpen en het agrarisch ommeland beter ontsloten en biedt het een waardevolle aanvulling op de routes door bossen en over de heide. Ook worden de dorpskernen onderdeel van de routes en worden bewoners en recreanten verleid om in de kernen te verblijven. De verdere uitwerking van de dorpsommetjes en klompenpaden wordt integraal opgepakt met het ontwikkelen van routestructuren (5.2.1.6). Daarvoor is het ook van belang om aan de randen van dorpen voldoende parkeervoorzieningen te realiseren.

Uit nader onderzoek volgt welke manieren in GEUS het beste passen, hieronder zijn enkele mogelijkheden benoemd: • Warmtenet gebiedsbreed (met opslag (pit), hierin wordt restwarmte (koeling supermarkten, schoorsteen Alpuro, etc) benut en kunnen op termijn alle woningen en bedrijven aangesloten worden. • Lokaler en kleiner warmtenet tot individueel warmtenet (zonnethermie) • All electric, dit vraagt een upgrade van het netwerk i.c.m. opslag waterstof/ batterijen. Deze opslag kan eerst als stand alone functioneren om later aan te sluiten op het netwerk. Dit kan eventueel in combinatie met inzet PVT (combinatie van zonnepanelen en zonneboiler) of zonneboiler Hybride warmtepompen i.c.m. groen gas (is met aardgas een tussenoplossing).

Mogelijke knelpunten: • Medewerking van grondeigenaren. • Realisatie en beheerkosten.

Aandachtspunten voor het gebied zijn de recreatiesector (vakantieparken) en de aansluitingen van grootgebruikers (agrarische bedrijven bijvoorbeeld) die nu het gebied uitgaan. Wij willen de capaciteit die nu in het gebied aanwezig is, behouden. Ook bij Defensie (KNM) komt een aansluiting per 2030 beschikbaar, deze wil GEUS inzetten voor het gebied.

76

4.1 3 D E F E N S I E I N G E U S

4 .14 V E R H A L E N D G E U S E N R E C R E AT I E F O N T W I K K E L E N VA N AG R A R I S C H G E B I E D (zie ook 5.2.1.7)

De grondhouding in het gebied ten opzichte van Defensie is positief. Wel willen we graag dat defensie een goede buur is en dat wij een goede buur zijn. We willen graag op de hoogte zijn van de plannen en waar het kan een bijdrage leveren. Wij zetten in op de volgende punten: • Voor de bouw van KNM zijn veel activiteiten, diensten en producten nodig. Het gebied wil daar graag een rol inspelen. Dit zullen wij zelfstandig moeten oppakken en onderzoeken of aangesloten kan worden bij consortia. Hetzelfde geldt voor mogelijkheden qua energie en warmte voorziening. • Defensie heeft veel voorzieningen waar het dorp ook gebruik van zou kunnen maken, denk bv aan de sportvoorzieningen. • Wij willen blijvend een gesprekspartner zijn voor Defensie. Dus wij streven naar een vast adres, loket of persoon als aanspreekpunt bij Defensie. • De impact van de activiteiten op de leefomgeving wenst het gebied zo beperkt mogelijk te houden, in goed overleg dient dit afgestemd te worden. Denk hierbij aan verkeerstoename rondom de KNM, verkeerstoename tussen de verschillende terreinen, grootschalige oefeningen, etc. • GEUS verwacht hier transparantie en openheid van Defensie en andere overheden. Door tijdig informatie te delen en transparant te zijn over aantallen en impact. Hier is geen verdere uitwerking aangegeven in de ontwikkelstrategie, het zijn onderdelen die het gebied zelf kan oppakken.

De rijke historie en de daarbij behorende bijzondere verhalen van het gebied gaan we meer beleefbaar en tastbaar maken. De verhalen zijn gericht op verleden, heden en toekomst. Dit zijn verhalen van Romeinen tot kleinere boeren en van landgoederen en grootgrondbezitter, maar ook verhalen van nu en de toekomst van bijvoorbeeld innovatieve bedrijven in het gebied. Dit kan op vele manieren, bijvoorbeeld met verbeeldingen in het landschap, het koppelen aan routes en goede informatievoorziening. Naast fysieke bebording en belevingsobjecten is ook het gebruik en ontwikkelen van digitale media daarbij een belangrijk middel. We sluiten daarbij ook aan op intitiatieven die voor de hele Veluwe worden ontwikkeld (Veluwe Alliantie)

Het verhaal van de kalverhouderij in dit gebied is een goed voorbeeld. Door de eeuwen heen heeft men in GEUS altijd gezocht naar mogelijkheden om een boterham te kunnen verdienen. Door ruimtegebrek is men een intensievere manier van landbouw gaan bedrijven. De kalverhouderij is in de jaren ’60 opgekomen. Met de groei van de veestapel nam het aantal kalveren toe. De opfok van kalveren bleek een goed verdienmodel en vergde relatief weinig ruimte. In GEUS heeft zich een sector ontwikkeld die de hele keten bediend. In de proefboerderij van Alpuro wordt onderzoek gedaan naar innovatie in de sector om een zo diervriendelijk, duurzaam, klimaatneutrale sector te worden.

GEUS - de verweven en verbonden enclave - 77

De beleving van het platteland van GEUS levert een extra verdienmodel voor agrarische bedrijven die willen verbreden. Dit koppelen we aan korte ketens om zo lokale producten ook in het gebied aan te bieden (zie 5.1.1.10). Om de verbreding naar multifunctionele landbouw goed vorm te geven in GEUS, is het herbezien van planologische belemmeringen noodzakelijk waarbij eenheid in beleid tussen de verschillende gemeenten wenselijk is. Bijzondere initiatieven vanuit het gebied moeten daarbij gekoesterd worden. Denk hierbij aan kleinschalige thee- of pluktuinen. Essentieel daarbij is dat de ontwikkeling van nieuwe functies het agrarisch functioneren niet belemmert. Daarbij is multifunctionele landbouw gestoeld op vrijwilligheid. Garderen zet in op een informatiecentrum/ bezoekerscentrum in de kern van het dorp. Dit centrum geeft informatie over het gebied en kan de start of een welkome tussenstop zijn. In elk dorp zou een dergelijke voorziening gekoppeld kunnen worden aan de kern van het dorp of het MFA. Dit zijn bij uitstek plekken om verhalen over het gebied te laten zien om ze vervolgens buiten te kunnen gaan ervaren. Een dergelijk centrum kan gecombineerd worden met kleinschalige horeca of ander soortige voorzieningen. Een bijzondere wens om informatie te verschaffen en mensen naar het gebied te trekken is het realiseren van een uitkijktoren.

Dit biedt de bezoeker in de meest letterlijke zin in- of overzicht in het gebied.

78

Mogelijke knelpunten: • Medewerking van grondeigenaren. • Realisatie en beheerkosten.

4.1 5 V I TA L E VA K A N T I E PA R K E N (zie ook 5.2.1.8)

De vakantieparken moeten vitaal blijven in de toekomst. Hiervoor sluiten we aan bij het programma Vitale vakantieparken. Hiermee boeken we een flinke winst op het gebied van duurzaamheid in het algemeen en vergroten we de natuurkwaliteit van de vakantieparken. Denk hierbij aan een natuurinclusievere inrichting van de parken, actief schoon regenwater afkoppelen en laten infilteren in de bodem en het stimuleren van fietsen en wandelen. Dat laatste kan door op de parken de fiets makkelijker bereikbaar en bruikbaarder te maken dan de auto. Tevens is het streven naar een meer gebiedseigen wijze van recreëren van belang waarbij vakantieparken zich verbinden aan de verhalen van dit gebied die we willen vertellen. Een ander mooi voorbeeld hiervan is het ontwikkelen van kleinschalige verblijfsrecreatie bij de boer. Vooral nieuwe concepten zijn daarbij nodig die zich onderscheiden van wat er al is en zodoende een bijdrage leveren aan een divers aanbod van dag- en verblijfsrecreatie. Dit is een waardevolle invulling voor het recreatieve product en voor multifunctionele landbouw.

Concepten die het verdienen om verder uit te werken zijn o.a. de toevoeging van kwalitatief hoogwaardige vakantiehuisjes aan landbouwgebieden. Dit mag de bedrijfsvoering van de agrarische sector niet schaden of in de weg zitten. Ook kan gedacht worden aan zorg. Parken kunnen zich ontwikkelen vanuit een zorgconcept voor bijvoorbeeld ouderen (of andere doelgroepen) in combinatie met bepaalde vormen van recreatie. Mogelijk kan dit samengaan met de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt uit de omgeving. Een ander nieuw concept betreft een combinatie van extensieve vorm van verblijfsrecreatie met ‘wilde’ natuur.

GEUS - de verweven en verbonden enclave - 79

4.1 6 V E R S T E R K E N VA N D E R O U T E S T R U CTUREN (zie 5.2.1.6) Naast het versterken van de bestaande routestructuren (bv de Groene Wissel) gaat het om een vernieuwende visie op het routenetwerk door routes voor wandelen en fietsen maar ook ruiters thematisch te ontwikkelen en te koppelen aan bijvoorbeeld de musea in dit gebied. Daardoor ontstaat een verhaalgedreven routenetwerk met zowel een buiten- als een binnenexpositie. Het knooppunten routesysteem blijft functioneren, maar we ontwikkelen dit verder gebaseerd op verhalen en meer gericht op de beleving van het agrarische landschap. Hierbij mijden we de fietsroutes langs drukke doorgaande wegen en realiseren we mooie routes door het landschap (hoofdzakelijk op bestaande wegen en paden) die tegelijkertijd ook bijdragen aan de economie door deze te verbinden aan de dorpskernen. Daarbij stellen we ook voor op goede plekken wildschermen te plaatsen om de zichtbaarheid en vindbaarheid van het wild te vergroten. Langs de beek realiseren we een doorgaande recreatieve route, deze ligt vanwege de natuurkwaliteit voornamelijk op bestaande wegen en paden die in de uitstraling een recreatief karakter krijgen zonder daarmee het bestemmingsverkeer te hinderen (bv een fietsstraat maken van de Uddelermeerweg). We maken verbindingsroutes tussen dorpsommetjes en de doorgaande beekroute.

80

Een bijzondere route vormt de meest uitdagende MTB-route of gravel bike route van Nederland door het landelijke gebied van GEUS, dit gaat een visitekaartje vormen voor het gebied. Om bestaande voorzieningen zoals horeca, rustpunten en boerenerven te laten profiteren worden deze gekoppeld aan de route. Mogelijke knelpunten: • Medewerking van grondeigenaren. • Realisatie en beheerkosten.

Nieuwe en aantrekkelijkere routestructuren

Huidige situatie

GEUS - de verweven en verbonden enclave - 81

4.1 7 H E T O N T W I K K E L E N VA N E E N F I J N E E N T R E E VO O R H E T G E U S (O. A . TO P) (zie ook 5.2.1.9) GEUS heeft goede entrees en opstappunten nodig, plekken waar je kan parkeren om vervolgens te voet of met de fiets het gebied in te gaan. Langs de rijkswegen liggen de Poorten naar de Veluwe en langs de provinciale wegen de TOP’s (Toeristische Overstap Punten). In GEUS ontwikkelen we een TOP op het bestaande parkeerterrein van het KNHS ook wel het Nationaal Hippisch Centrum (NHC). Hier gaan we slim gebruik maken van de bestaande faciliteiten d.m.v. dubbelgebruik. Dit is ook een geschikte locatie voor de eerder genoemde uitkijktoren. Hier vandaan ontwikkelen we het Uddelerveen als entreegebied, gaande over de beek kan je door het agrarische land richting Uddel en het kroondomein. Op deze locatie willen we ook een iconische uitkijktoren realiseren die letterlijk overzicht geeft over GEUS en een markante start vormt voor een dagje GEUS. Naast het ontwikkelen van een nieuwe TOP willen we het gebied GEUS goed verbinden met de TOP’s Schovenhorst in de gemeente Putten en Boekhorstlaan in de gemeente Harderwijk. Bestaande parkeerterreinen en entree’s zullen we inventariseren en waar nodig sluiten of waar mogelijk herinrichten.

Wij vinden het wel van belang dat voldoende kleinschalige parkeervoorzieningen in tact blijven, deze worden veelal gebruikt door meer lokale recreanten. Bij de te behouden en het in te richten parkeerplaatsen wordt informatievoorziening geplaatst om de gasten de omgeving te laten ontdekken. Daarbij sluiten we aan op de Veluwse huisstijl die al is ontwikkeld (herkenbaarheid en kwaliteit). 82

Mogelijk knelpunt: • Het budget voor de uitkijktoren; • Ontwikkelingen in relatie tot de kwetsbare natuur van het nabijgelegen beekdal.

Voorbeeld van een uitzichtstoren, Forest Tower (BIG)

GEUS - de verweven en verbonden enclave - 83

84

5. Ontwikkelstrategie

GEUS - de verweven en verbonden enclave - 85

86

5. Ontwikkelstrategie

P E R S P E C T I E F VO O R D E V E R B O N D E N E N V E R W E V E N E N C L AV E Het gebiedsplan op hoofdlijnen geeft zowel op kaart als in tekst weer welke ruimtelijke en functionele ontwikkelingen nodig en mogelijk zijn om perspectief te bieden aan de enclave. Het gebiedsplan is tot stand gekomen in een intensief proces met de samenleving van GEUS en is daarmee echt een plan van het gebied. Het vormt het kader voor verdere planvorming en uitwerking in GEUS. De kernpunten daarin zijn: •

•

•

•

wijze waarop de samenleving betrokken blijft en hoe we het gaan faseren en financieren. Deze ontwikkelstrategie beschrijft hoe we het gebiedsplan gaan realiseren.

Inzet op natuur en water is gericht op herstel en verbeteren van de kwaliteit, niet op uitbreiding van de kwantiteit Landbouw in het gebied is van belang en heeft perspectief: daarvoor is behoud van het areaal van belang. Agrariërs werken aan een duurzame landbouw Kernen kunnen vitaal blijven als zij op gepaste wijze kunnen groeien ten aanzien van wonen, werken en voorzieningen Versterking van de recreatie in GEUS kan het omliggende N2000 gebied ontlasten en de economie en leefbaarheid binnen GEUS versterken

Alles hierin is maatwerk en in nauw overleg met alle betrokkenen te realiseren. Het is een integraal plan waarvoor het belangrijk is dat de zes overheden (provincie, waterschap en de vier gemeenten) blijven samenwerken. Afspraken daarover leggen we vast in een samenwerkingsovereenkomst (SOK), waarin we ook afspraken maken over de GEUS - de verweven en verbonden enclave - 87

5.1 R E G I E VO E R I N G In het gebied spelen vele opgaven die onderling samenhangen. Dit vraagt om regie en onderlinge coördinatie en afstemming tussen de partijen op veel terreinen. Alleen daarmee is zicht op het bereiken van het gewenste perspectief voor GEUS. Als het gaat om regie onderscheiden we de volgende aspecten: • • • • •

Regie vraagt om organisatie; Regie op geld; Regie op grond; Regie op natuur en water; Regie op stikstof.

Regie vraagt om organisatie In dit gebiedsplan zijn alle opgaven voor GEUS in beeld gebracht. De opgaven worden we in diverse projecten opgepakt. Het uitgangspunt voor ieder project is dat de overheid die voor dat project het meest logisch is, deze oppakt en uitvoert. Dit kan uiteraard ook een combinatie van overheden zijn. Ook kunnen direct belanghebbende organisaties zoals Geldersch Landschap en Kasteelen (GLK), Vereniging Agrarisch Natuurbeheer, BoerenNatuur, samenwerkende agrariërs, natuurorganisaties, Routebureau Veluwe , programma Vitale Vakantieparken en dergelijke de uitvoering oppakken. Om het gebiedsplan op hoofdlijnen te bewaken en de integraliteit te waarborgen is er regie en afstemming tussen de overheden. Dit doen we door de huidige organsatie door te zetten alleen nu meer gericht op realisatie en uitvoering.

88

Bestuurlijk overleg We stellen voor om periodiek bestuurlijk overleg tussen de betrokken overheden door te zetten. Dat is van belang omdat het een gebiedsplan op hoofdlijnen betreft zonder formele juridische status. Afspraken over de samenwerking leggen we vast in de samenwerkingsovereenkomst. Er komen uitwerkingen en voorstellen vanuit het gebiedsteam die in samenspraak met de direct betrokkenen zijn opgesteld waarvoor bestuurlijke afstemming en dekking noodzakelijk zal zijn. Ook zal vanuit de rijksoverheid meer duidelijkheid komen over het te voeren rijksbeleid inzake de doorontwikkeling van het landelijk gebied en andere beleidsterreinen die van invloed zijn op de uitwerking van het gebiedsplan. De consequenties hiervan voor GEUS dienen de bestuurders met elkaar te bespreken. De frequentie van het bestuurlijk overleg is minimaal 2 maal per jaar of zoveel vaker als wenselijk is. Het bestuurlijk overleg laat zich ook adviseren door de adviesraad, zoals dat in het GEUS proces gebruikelijk is. Adviesraad In de adviesraad hebben zitting een aantal organisaties op regionaal en landelijk niveau die advies uitbrengen aan het Bestuurlijk overleg. Dit betreffen het LTO-Noord, Veluwe Alliantie, Natuur en Milieu Gelderland, Geldersch Landschap en Kasteelen, Agrarische Jongerenorganisatie. Zij brengen advies uit over het proces en over de resultaten.

Organogram organisatie

Opdrachtgeversoverleg Het opdrachtgeversoverleg is bedoeld om echt samen het proces vorm te geven en waar nodig besluiten te nemen. Het overleg bestaat uit managers van de zes overheden. Zij verzorgen de randvoorwaarden voor de opdracht en voor het proces GEUS. Zij zijn o.a. verantwoordelijk voor de invulling en uitvoering van de Samenwerkingsovereenkomst die wordt gesloten en de voorbereiding van de bestuurlijke besluitvorming. Tevens zijn zij verantwoordelijk voor de integratie en afstemming met het beleid van de betreffende partij. Het opdrachtgeversoverleg bepaalt of voorstellen kunnen worden voorgelegd aan het bestuurlijk overleg. Gebiedsteam 2.0 voor coördinatie, afstemming en bewaking integraliteit Het gebiedsteam bestaat uit een vertegenwoordiger vanuit elke overheid en een programmamanager. Deze vertegenwoordigers kunnen ook projectleiders zijn van de projecten die uitgevoerd gaan worden. Het gebiedsteam bewaakt de integraliteit en het optreden naar het gebied toe en is als samenwerkende overheden zichtbaar binnen GEUS. De verantwoordelijke overheid voert de concrete projecten uit en stemt de projectopgave en aanpak af met het gebiedsteam. De projectleider betrekt daarbij altijd de belanghebbende organisaties.

Uiteraard kan het initiatief ook vanuit de samenleving of ondernemers komen. Het voorstel is dat dit gebiedsteam voor meerdere jaren actief is in het gebied, in ieder geval zolang er duidelijke meerwaarde is in de onderlinge coördinatie en afstemming. Het gebiedsteam houdt zicht op de geldende beleidsnota’s en wet- en regelgeving die van toepassing zijn en onderneemt waar nodig actie om dit met de betrokken partijen binnen GEUS af te stemmen. Streven is dat de belangrijkste regelingen voor het gehele gebied gelijk zijn. Omdat de volgende fase meer op uitvoering en realisatie is gericht is het voorstel een gebiedsregisseur aan dit gebiedsteam toe te voegen. Deze is dagelijks in het gebied actief, staat in direct contact met mensen in het gebied en is op zoek naar kansen. Deze speelt tevens een belangrijke rol in onder meer de ondersteuning en begeleiding van de pilot inzake de verduurzaming van de landbouw in GEUS.

GEUS - de verweven en verbonden enclave - 89

Regie op geld Om gebiedsontwikkeling in gang te zetten zijn naast mensen ook middelen (geld) nodig. Om het proces door de zetten is voor de komende 3 jaar in beeld gebracht wat hiervoor nodig is. De investering in de realisatie willen we per project organiseren. Door per project financiering te zoeken en een verantwoordelijke overheid aan te wijzen vergroten we de slagkracht. Iedere partij blijft daarmee financieel autonoom. Voor een aantal projecten hebben we in de ontwikkelstrategie een raming en de mogelijke financieringsbronnen benoemd. In de SOK hebben we de financiële afspraken met de diverse overheden vastgelegd. Ook geven we aan waar er sprake is van private financiering en hoe we financiële bijdrages van particuliere initiatiefnemers kunnen vragen.

90

Regie op grond Veel van de doelen en ambities zijn alleen realiseerbaar bij de beschikbaarheid van grond. Denk aan extensivering van de landbouw, systeemherstel van natuur en water, recreatieve routes, woningbouw, etc. Speculatie met gronden willen we voorkomen. Het is daarbij niet noodzakelijk dat de overheid over het eigendom beschikt. Regie vanuit de overheid voeren over de bestemming van gronden is echter wel nodig om de doelen uit dit gebiedsplan voor GEUS te realiseren. Hierbij willen we proactief gaan handelen. Hiervoor zetten we het beschikbare instrumentarium in dat de Omgevingswet ons biedt: omgevingsplanplannen, omgevingsvergunningen, WILG (Wet Inrichting Landelijk Gebied), vestigen van voorkeursrecht per casus te bepalen. Ook de uitkoopregelingen en andere regelingen geven de mogelijkheid regie op de gronden te voeren. Indien aankoop wenselijk is voor GEUS, vindt deze plaats via de betreffende gemeente of via de provincie of het waterschap op advies van het gebiedsteam. Afhankelijk van de ontwikkeling bepaalt elke gemeente haar rolneming als het gaat om de inzet van grond.

Regie op water en natuur Voor het maken van keuzes in het gebied over water- en natuurmaatregelen benaderen we het gebied op het niveau van het stroomgebied. Vanuit dit systeemniveau sturen we op water- en natuurmaatregelen. Daarmee is de samenhang tussen deze maatregelen in het gebied als geheel geborgd. Zo kan bijvoorbeeld water vasthouden stroomopwaarts of in de haarvaten zorgen voor oplossen van wateroverlast stroomafwaarts. Naast bestaande kennis en de vastgestelde maatregelen uit het Natura 2000 beheerplan Veluwe zijn de uitkomsten van de landschapsecologische systeemanalyses (LESA’s) daarvoor van belang. Op basis van deze analyses bepalen we welke maatregelen het beste genomen kunnen worden op welke plek, gezien de opbouw en werking van het water- en bodemsysteem als geheel.

Regie op stikstof De landbouwsector heeft het perspectief geschetst voor blijvende en duurzame landbouw binnen GEUS. Het streven van de sector is met de doorvoering van de voorgestelde maatregelen en de autonome ontwikkeling een belangrijke bijdrage te leveren aan de reductie van stikstof. Daarmee lijkt het mogelijk de door de provincie gestelde 42% stikstofreductie ten opzichte van 2018 te realiseren voor 2035. Zolang deze reductie niet is bereikt, staat in feite de ontwikkeling van het gebied op slot. Het voorliggende gebiedsplan is doorgerekend door de WUR, waarbij de input is afgestemd met oa de landbouworganisaties. Hieruit komt naar voren dat ten opzichte van 2018 de productie van stikstof in 2024 al met ruim 40% is gedaald. Dit komt met name door een afname van het aantal mestkalveren in het gebied in deze periode. Indien we meer dan 42% reductie van stikstof realiseren dan zetten we deze extra stikstofruimte in voor ontwikkeling in het gebied. Dat betreft zowel agrarische als niet-agrarische ontwikkelingen. Om potentiële stikstofruimte die vrijkomt in GEUS in te kunnen zetten voor ontwikkelingen in het gebied verkent de provincie de mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld een aparte stikstofbank voor GEUS.

GEUS - de verweven en verbonden enclave - 91

5.2 U I T VO E R I N G S P R O G R A M M A In deze paragraaf beschrijven we de feitelijke uitvoering. De zaken waar we aan gaan werken zijn divers van karakter. Deze zijn te ordenen in twee categorieën: 1. Gebiedsontwikkeling: integrale aanpak en realisatie van natuur-, water- en klimaatdoelstellingen in samenhang met landbouwontwikkeling, leefbaarheid, woningbouw, ontwikkelingen voor recreatie en ontwikkeling van bedrijvigheid; 2. Onderzoek en ontwikkeling: a. Ondersteunen van leer- en ontwikkeltrajecten; b. Uitvoeren van verkenningen en onderzoeken die ondersteunend zijn aan de realisatie van doelen en opgaven + de keuzes en afwegingen die we daarin op een later moment kunnen maken. 5.2.1 Gebiedsontwikkeling De in deze paragraaf beschreven zaken zijn projecten die helpen de gebiedsdoelen vorm te geven. Het gaat om: • • • • • • 92

Integrale aanpak van een aantal deelgebieden; Toekomstbestendig maken van de landbouw inclusief de kalversector; Kringloop sluiting bij grondgebonden landbouw; Verbeteren bodemgezondheid en waterbeschikbaarheid; Leefbaarheid: bouwen woningen, ruimte voor bedrijven en voorzieningen; Leefbaarheid: realiseren van een duidelijke

• • • • •

kern in de dorpen; Versterken routestructuren inclusief dorpsommetjes; Versterken beleving gebied; Vitale vakantieparken; Een entree voor het gebied (TOP); Multifunctionele landbouw en agrotoerisme inclusief korte ketens.

5.2.1.1 Integrale aanpak in deelgebieden Veel opgaven in het gebied vragen om een integrale aanpak die alleen maar op te lossen zijn in kleinere deelgebieden waar je met alle actoren samen een plan kan maken tot op kavelniveau. Om dat te kunnen doen is het wel nodig de opgaven en doelen scherp in beeld te hebben met elkaar. Hieronder geven we meer uitleg en duiding aan de doelen voor natuurherstelmaatregelen, een klimaatrobuust water- en bodemsysteem en waterkwaliteitsmaatregelen. Natuurherstelmaatregelen treffen Binnen GEUS zijn er locaties waar maatregelen nodig zijn voor het herstel van de Natura 2000 vennen, beken, heidegebieden en de leefgebieden van plant- en diersoorten die daar leven. Deze locaties komen voort uit de vastgestelde natuurherstelprogramma’s die als uitwerking van het Natura 2000-beheerplan zijn opgesteld. Sommige van deze locaties zijn nu al bekend en staan al concreet beschreven in de herstelprogramma’s en de natuurdoelanalyses van de provincie Gelderland. Met deze locaties zorgen we voor meer geleidelijke overgangen tussen landbouwgronden en natuurgebieden, zoals bijvoorbeeld de

heide. Hiervoor is op delen van landbouwgronden bijvoorbeeld extensivering van het gebruik nodig of bijvoorbeeld het aanleggen van specifieke wintervoedselakkers voor insecten en vogels. Dit in samenhang met agrarisch gebruik van de aanpalende natuurgebieden. Op sommige plekken is het nodig om de werking van het systeem beter te begrijpen om te bepalen welke maatregelen het meest geschikt zijn om de Natura 2000-doelen te halen. In deze gebieden moet de provincie Landschaps Ecologische Systeemanalyses (LESA’s) uitvoeren. In elk geval moet dat nog in de volgende gebieden gebeuren: op Landgoed Staverden, delen van Landgoed Leuvenum, het stroomgebied van de Hierdense beek en diverse vennen. De provincie bepaalt in de gesprekken die we per deelgebied gaan voeren met terreineigenaren, ondernemers, gemeenten en waterschap hoe de maatregelen daadwerkelijk uitgevoerd moeten worden. Naast de maatregelen uit het Natura 2000-beheerplan zijn ook generieke maatregelen nodig voor het doelbereik van de Vogel- en Habitat Richtlijn. Dan gaat het om het verbeteren van de groen blauwe dooradering, extensivering van de landbouw en het verzachten van de overgangen tussen landbouw en natuur. Deze zijn onderdeel van de gesprekken die in de deelgebieden gaan plaats vinden.

Klimaatrobuust water- en bodemsysteem inrichten Een belangrijke maatregel voor het klimaatrobuust maken van het watersysteem is water vasthouden

in de haarvaten van de beek en bovenstrooms. Dit draagt bij aan het tegengaan van verdroging, het aanvullen van de grondwatervoorraad en het ondersteunen van de biodiversiteit. Daarnaast helpt het om ongewenste overstroming vanuit watergangen (meer benedenstrooms) te voorkomen. Bovenstrooms water vasthouden levert ook een voordeel op voor de natuur in het beekdal. Een lagere stroomsnelheid zorgt voor minder erosie van de beekbodem, wat gunstig is voor het in stand houden van zowel het watersysteem als voor landbouw en natuur. Het Waterschap voert hiervoor in GEUS het project ‘Watersparen’ uit. Dit houdt in dat ze met grondeigenaren watermaatregelen treft zoals stuwen plaatsen of watergangen ophogen/dempen op locaties die daar geschikt voor zijn. Dit vindt uiteraard plaats in overleg met de grondeigenaren die grenzen aan de kansrijke locaties. Daar waar ingrijpender aanpassing van de inrichting van het watersysteem nodig is, bijvoorbeeld met een waterberging of verlegging van de beek, zal het Waterschap hierover met meer partijen op deelgebiedniveau in gesprek gaan. Verder werken we aan duurzaam bodembeheer met agrariërs in het gebied. Dit draagt ook bij aan water vasthouden en een gezonde bodem. Binnen de pilot GEUS (zie 5.2.1.3) doen we hierover kennis en ervaringen op.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15219470/1