Bijlage 1 Gebiedsplan GEUS e250009204
Tekst van het document
GEUS Perspectief op een verweven en verbonden enclave gebiedsplan op hoofdlijnen met ontwikkelingsstrategie
P R O J E C T DATA
Projectnaam
GEUS, de verweven en verbonden enclave
Locatie
Garderen, Elspeet, Uddel, Speuld en de buurtschappen de Beek, Houtdorp, Drie, Leuvenum, Staverden, Meerveld, Nieuw Milligen, Oud Milligen, Ouwendorp
Opdrachtgever
Gemeente Apeldoorn, Barneveld, Ermelo en Nunspeet Provincie Gelderland en het waterschap Vallei en Veluwe
In samenwerking met:
vertegenwoordigers van de samenleving GEUS, SteenhuisMeurs, Catapult, Lysias Advies, Tutert ma- nagement en Advies
Opgesteld door
BoschSlabbers landschapsarchitecten
Datum
23 januari 2025
Projectnummer
BS23-062
4
VO O R WO O R D Binnen GEUS staan we voor grote uitdagingen. Hoe zorgen we voor een duurzaam perspectief voor de landbouw, hoe houden we de kernen vitaal, hoe maken we ruimte voor woningbouw en bieden we perspectief aan jongeren, maar ook aan ouderen die graag willen blijven, hoe zorgen we voor een goede kwaliteit van water en natuur en geven we op gepaste wijze ruimte aan toerisme en recreatie in het gebied. Allen grote opgaven die, gelet op de ligging op de Veluwe, om een samenhangende visie en integrale aanpak vragen. Met dit gebiedsplan zijn deze er nu. De zes verantwoordelijke overheden (gemeenten Apeldoorn, Barneveld, Ermelo en Nunspeet, waterschap Vallei en Veluwe en de provincie Gelderland) hebben bij de totstandkoming van dit plan al snel besloten om de samenleving van GEUS intensief bij dit proces te betrekken. Daarmee is het plan dat er nu ligt echt een plan van het gebied zelf geworden. Er is bij de start een aansprekend cultuur-historisch onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt hoe verbonden en verweven de samenleving is met elkaar en met het gebied en vooral ook hoe het gebied met grote veranderingen in het verleden is omgegaan. Daaruit blijkt een veerkracht die ook nu weer aan de orde is.
In het plan staan voorstellen om een agrarisch collectief te vormen en, met de agrariërs in de regie, van GEUS een voorbeeld te maken hoe de landbouw verder kan worden verduurzaamd. Er liggen initiatieven om natuurwaarden, watervraagstukken, leefbaarheid en landbouw integraal op te pakken in deelgebieden in het gebied. Er zijn meerdere ideeën om de recreatiefunctie in GEUS
te versterken. Tot slot biedt het gebiedsproces ook haakjes voor de gemeenten om aan de slag te gaan met de leefbaarheid in de kernen Garderen, Elspeet, Uddel en Speuld. Ik vind het heel mooi hoe uitgebreid de samenleving betrokken is bij het maken van dit gebiedsplan. Het is nu aan ons, bestuurders, om te zorgen voor besluitvorming over dit plan en te bepalen hoe we dit kunnen gaan realiseren. Dat blijven we in de uitvoering ook in nauw overleg en samen met alle betrokkenen doen. Graag wil ik, namens de collega-bestuurders van het Bestuurlijk Overleg GEUS, alle betrokkenen bedanken voor hun bijdrage en inzet.
Voorzitter Bestuurlijk Overleg GEUS Henk van den Berge wethouder gemeente Apeldoorn
GEUS - de verweven en verbonden enclave
- 5
SA M E N VAT T I N G GEUS een verweven en verbonden enclave Wij, mensen uit het gebied en overheden (provincie Gelderland, Waterschap Vallei en Eem, gemeente Apeldoorn, Barneveld, Ermelo, Nunspeet en Veluwe Alliantie (Veluwe op 1)), hebben samen het gebiedsplan in een intensief proces opgesteld. Met diverse werkgroepen, de integratiewerkgroep en inloopavonden hebben we een plan opsteld met balans tussen de verschillende belangen, beleidsdoelen en ambities. Deze kracht en betrokkenheid van mensen willen we blijvend inzetten om samen dit plan tot daadwerkelijke uitvoering te brengen. Het gebied is trots op GEUS. Het kleinschalige, diverse gebied is aantrekkelijk voor ons, maar ook voor onze gasten. Enerzijds willen we het gebied zoveel mogelijk houden zoals het is, maar anderzijds willen we het gebied niet op slot zetten! We willen inzetten op ruimte voor ondernemerschap en ontwikkelingen om de leefbaarheid in het gebied op peil te houden. We willen dat agrarische sector duurzaam in GEUS blijft en voor ons landschap kan blijven zorgen. De sector weet dat er op een andere manier geproduceerd moet worden en is daar al volop mee bezig en wil daar ook mee doorgaan. Wij willen de natuur herstellen en versterken waar het kan. Dat alles in een goede balans tussen de verschillende functies. Als motto kiezen we verwevenheid en verbondenheid.
Verwevenheid duidt op de verwevenheid van mens, gebruik en landschap. De verbondenheid gaat over de mensen onderling, maar ook over de verbondenheid tussen gebruik en landschap. De 6
verwevenheid gaat ook over de samenwerking tussen overheden onderling, zodat zij als één overheid kunnen acteren en daarmee de verschillen in beleid kunnen overbruggen. Met de opsomming van de volgende zeven hoofdaspecten vatten we het gebiedsplan samen: Samen koesteren we de oorsprong van het gebied, de bodem- en waterstructuur die ons gegeven zijn, het gebouwde en natuurlijke erfgoed dat in het gebied door de generaties voor ons werd nagelaten. Dit willen we beschermen, hierop voortbouwen en de verhalen vertellen en zichtbaar maken. Samen investeren we in een leefbare samenleving: door voldoende woningen te realiseren aansluitend aan de kernen en voor Speuld meer verspreid in lijn met het karakter van het buurtschap. Door voldoende ruimte aan ondernemen te bieden, zowel voor bedrijven die willen verplaatsen uit dorpscentra, kleine zelfstandige en het landelijk gebied als broedkamer van bedrijvigheid te zien. Mede hiermee worden voorzieningen in de dorpen in stand gehouden door voldoende potentiële gebruikers zowel inwoners als recreanten. Door een goede en veilige bereikbaarheid te garanderen, door drukke wegen in de dorpen in te richten als dorpswegen met een dorpskarakter en goede oversteekvoorzieningen te maken voor fietsers, bv over de N302.
Samen investeren we in ontwikkeling van recreatie met nieuwe concepten in het historische, pittoreske agrarische landschap met: diverse nieuwe routes die de verhalen van het gebied vertellen, erven waar je als recreant welkom bent en dorpen met uitnodigende kernen en goede voorzieningen. Midden in het gebied realiseren we een goede ontvangstlocatie (TOP) met een iconische uitzichtstoren. Hiermee wordt de druk op de meest kwetsbare natuur verminderd. En de al vitale vakantieparken willen we vitaal houden voor een duurzame, natuurinclusieve toekomst. Samen investeren we in een robuuste energie voorziening. Hoe dat er praktisch gaat uitzien is nu nog niet helder, maar samen met de vier gemeenten en de provincie onderzoeken wij de mogelijkheden om deze robuuste voorziening in GEUS te realiseren. Zo kunnen we de gewenste transitie naar electrificatie faciliteren en kunnen we werken aan een duurzame toekomst voor GEUS. Samen gaan we voor duurzame landbouw. Voor behoud en beheer van het gebied is landbouw essentieel. De agrariërs willen samen een pilot (proeftuin GEUS) opzetten waarin er met nieuwe, innovatieve en duurzame vormen van landbouw wordt geexperimenteerd. De agrariërs hebben elkaar nodig en vormen een
collectief. Met dit collectief werken we samen aan de toekomst. In dit collectief willen werken we aan een meer sluitende kringloop en zorgen we dat agrarische gronden beschikbaar blijven om extensivering mogelijk te maken. Ook stoppende agrariërs worden verleid om gronden in te brengen. De landbouw krijgt een eerlijke beloning voor het beheer van het landschap en versterking van natuurwaarden. Samen zetten we in op een duurzamere kalverhouderij die met oog voor dierenwelzijn produceert. Met de recente en verwachte toekomstige afname ontstaat een houdbare populatie in het gebied. Door te voldoen aan de hoogste standaarden voor stalsystemen draagt de kalverhouderij bij aan het verminderen van de stikstofuitstoot, een gezond milieu en verbeterde dierenwelzijn. Samen herstellen en versterken wij de natuur en het landschap door een divers pakket aan maatregelen waarbinnen we de vastgestelde natuurherstelmaatregelen vanuit de Natura2000 gebieden gerealiseerd worden. Dit doen wij door maatwerk te leveren op (deel) gebieds- en perceelsniveau. Met eigenaren van gronden, agrariërs, beheerders natuurterreinen en overheden gaan samen aan de slag om te komen tot werkbare oplossingen die natuurwinst opleveren, agrarisch rendement garanderen en recreatieve meekoppelkansen benutten.
Bouwstenen voor dit maatwerk zijn: bodem en water gezond, groenblauwe dooradering, zachte overgangen GEUS - de verweven en verbonden enclave
- 7
tussen natuur en agrarisch gebied, bufferzones langs watergangen, en dergelijke. Samen bieden wij een stikstofreductie van 42%, daarmee halen we ons doel (de norm van de provincie Gelderland). Deze reductie heeft het gebied door een verregaande inspanning vanaf 2018 tot en met 2024 al grotendeels behaald. Daarnaast realiseren we extra stikstofruimte om agrarische en niet agrarische ontwikkelingen in het gebied mogelijk te maken. Ontwikkelstrategie Voor de uitvoering van het gebiedsplan is het essentieel om te beseffen dat alles hierin maatwerk is en in nauw overleg met alle betrokkenen wordt gerealiseerd. Het is een integraal gebiedsplan waarvoor het belangrijk is dat de zes overheden en Veluwe op 1 blijven samenwerken. Afspraken daarover leggen we vast in een samenwerkingsovereenkomst (SOK), waarin we ook afspraken maken over de wijze waarop de samenleving betrokken blijft en hoe het gefinancieerd wordt. De projecten en maatwerk per deelgebied vragen om regie en onderlinge coördinatie en afstemming tussen de partijen op veel terreinen. Alleen dan is zicht op het bereiken van het gewenste perspectief voor GEUS. Wij willen regie voeren op de volgende onderdelen:
8
Regie vraagt organisatie dat willen we doen door het continuëring van het gebiedsteam waar alle overheden zitting in nemen. Dit team stemt af, initieert en organiseert de verschillende projecten uit het plan. Ook houdt het gebiedsteam zicht op de geldende beleidsnota’s en wet- en regelgeving. Daarbij wordt verkend wat de verschillen in regelingen zijn en waar deze eventueel geharmoniseerd kunnen worden. Om ontwikkelingen in gang te zetten is regie op middelen (geld) nodig. Deze middelen willen we per project organiseren. Door per project financiering te zoeken en een verantwoordelijke overheid aan te wijzen vergroten we de slagkracht. Veel van de doelen en ambities zijn alleen realiseerbaar bij de beschikbaarheid van grond, dus regie op grond voeren is nodig. Hier willen we proactief gaan handelen. Hiervoor zetten we het beschikbare instrumentarium in dat de Omgevingswet ons biedt.
Om de doelen voor natuur en water te halen voeren we regie op natuur en water. Naast bestaande kennis en de vastgestelde natuurherstelmaatregelen uit het Natura 2000 beheerplan Veluwe zijn de uitkomsten van de landschapsecologische systeemanalyses (LESA’s) daarvoor van belang. Op basis van deze analyses wordt in de deelgebieden met elkaar bepaald welke maatregelen het beste genomen kunnen worden op welke plek, gezien de opbouw en werking van het wateren bodemsysteem als geheel. Om ontwikkelingen mogelijk te maken is regie op stikstof randvoorwaardelijk. Om potentiële stikstofruimte die vrijkomt in GEUS in te zetten voor ontwikkelingen in het gebied moet in samenspraak met de provincie een aparte stikstofbank GEUS worden gerealiseerd.
GEUS - de verweven en verbonden enclave
- 9
INHOUD 1. Inleiding
15
2. Waar komen we vandaan en waar willen we naartoe 2.1 Kenschets cultuurhistorisch waardevolle landschap 2.2 Beleidsopgaven 2.3 Natuur en water 2.4 Landbouw 2.5 Leefbaarheid 2.6 Recreatie
23 23 28 30 32 35 40
3. Gebiedsplan op hoofdlijnen 3.1 Verwevenheid en verbondenheid tussen inwoners, recreanten, landbouw en natuur 3.2 Verweven- en verbondenheid van gemeenschappen en netwerken 3.3 Verweven- en verbondenheid van vrije tijd en landschap
45 46 50 54
4. Uitwerking 4.1 Bodem en water gezond (sturend) 4.2 Overgangen natuur en agrarisch gebied verzachten 4.3 Versterken groenblauwe dooradering 4.4 Kringlopen zoveel mogelijk sluiten 4.5 Uitstoot stikstof en broeikasgassen beperken en inzetten voor het gebied 4.6 Duurzaam perspectief voor de kalversector 4.7 Vergroten leefbaarheid: meer wonen 4.8 Vergroten leefbaarheid: ondernemerschap faciliteren 4.9 Vergroten leefbaarheid: behoud en versterking voorzieningen 4.10 Vergroten leefbaarheid, mobiliteit 4.11 Dorpsommetjes en klompenpaden 4.12 Energie netwerk verbonden of “status aparte” 4.13 Defensie in GEUS
61 61 62 64 67 67 68 68 71 74 75 76 76 77
10
4.14 Verhalend GEUS en recreatief ontwikkelen van agrarisch gebied 4.15 Vitale vakantieparken 4.16 Versterken van de routestructuren 4.17 Het ontwikkelen van een fijne entree voor het GEUS (o.a. TOP)
77 79 80 82
5. Ontwikkelstrategie perspectief voor de verbonden en verweven enclave 5.1 Regievoering 5.2 Uitvoeringsprogramma 5.3 Financiering en direct te starten projecten
87 87 88 92 110
6. Tot slot Hoe verder naar realisatie
115
BIJLAGE 1: Landbouwmaatregelen GEUS voor stikstofberekening BIJLAGE 2: Samenvatting herstelprogramma natuurgebieden BIJLAGE 3: wensen vanuit het gebied aangaande leefbaarheid
118 120 124
GEUS - de verweven en verbonden enclave
- 11
12
1. Inleiding
GEUS - de verweven en verbonden enclave - 13
Begrenzing projectgebied 14
1. Inleiding
De afgelopen jaren is hard gewerkt aan een gebiedsplan op hoofdlijnen met ontwikkelstrategie voor het gebied van GEUS (Garderen, Elspeet, Uddel en Speuld). Dit gebiedsplan heeft het gebied samen met de overheden en Veluwe op 1 opgesteld middels een intensief participatieproces. Waarbij leefbaarheid en de kracht van de dorpen een belangrijke pijlers onder het plan zijn. De betrokken overheden zijn de gemeenten Apeldoorn, Barneveld, Ermelo en Nunspeet, het waterschap Vallei en Veluwe en de provincie Gelderland. Het rapport is in de “wij” vorm geschreven, dus als u “wij” leest dan zijn dat de betrokken bewoners, ondernemers en de gezamenlijke overheden. Dit plan ligt straks voor bij bestuurders van de verschillende overheden. Zij moeten uiteindelijk dit plan accorderen en mandaat geven voor uitvoering. Daar waar bestuurders onderdelen van het plan niet accoderen, zullen zij terugkomen in het gebied om dit uit te leggen.
en niet alles van bovenaf opgelegd krijgen. Het ondernemerschap is groot, de bewoners en ondernemers zijn innovatief en hebben een groot aanpassingsvermogen. In GEUS is er grote gemeenschapszin, er is oog voor elkaar, met sterke sociale banden en zorg voor elkaar. De christelijke identiteit speelt hierbij een belangrijke rol. De inwoners zijn gastvrij, dat zich ook vertaalt in het recreatieve gebruik in het gebied. Recreatie en toerisme geven economische en maatschappelijke meerwaarde aan het gebied. De dorpen zijn belangrijke pleisterplaatsen in GEUS, voldoende voorzieningen zijn hierbij essentieel en kunen ook in stand blijven door de recreatie.
I D E N T I T E I T VA N G E U S
We hebben met vier werkgroepen de thema’s: natuur&water, landbouw, leefbaarheid en recreatie verdiept. Vervolgens zijn in de integratiewerkgroep de verschillende thema’s bijeengebracht in dit gebiedsplan. In een apart verantwoordingsdocument is het totstandkomen van het gebiedsplan GEUS nader beschreven.
Wij zijn trots op GEUS, het is mooi, fijn wonen en werken en we willen hier niet weg. We zijn trots op de landbouw als vormgever en beheerder van het landschap. Dit heeft een gemengd, kleinschalig landschap opgeleverd dat zeer gewaardeerd wordt. Het landschap en de verhalen uit het verleden vormen samen een belangrijke bouwsteen voor de identiteit van het gebied. De natuur is alom aanwezig en een belangrijke kernwaarde voor GEUS. De inwoners van GEUS willen in zekere zin autonomie
Gebiedsplan geeft richting en is bedoeld voor lobby Dit gebiedsplan is een plan op hoofdlijnen en is een plan voor de langere termijn, tot 2050. Het gebiedsplan inspireert en is gericht op de uitvoering en samen doen! Het gebiedsplan stuurt op een goede balans tussen ja en nee, geven en nemen. Het geeft aan wat wel en wat niet zou moeten in het gebied. Het gebiedsplan geeft invulling aan de behoeftes en wensen van mensen in het gebied en geeft invulling aan beleidsopgaven. Nieuwe GEUS - de verweven en verbonden enclave - 15
ontwikkelingen in de maatschappij en beleid zullen op ons blijven afkomen. Daarom is het plan flexibel van karakter zodat we met dergelijke onzekerheden kunnen omgaan. Waar er nog teveel onzekerheden of meningsverschillen zijn, geeft dit plan aan hoe we hiermee om willen gaan en het beheersbaar willen houden. Dit gebiedsplan is een middel om lobby richting overheden te voeren om beleid en regels aan te passen en geld voor de plannen naar het gebied te krijgen.
Tussen de twee stuwwallen deden de agrariërs van oudsher hun uiterste best om granen te verbouwen op de enken. Daar hoorde een uitgekiend landbouwsysteem bij met schapen op de grote heidevelden die mest produceerden. Die heidevelden waren in collectief bezit bij de agrariërs. Uit de cultuurhistorische verkenning blijkt dat het ooit samenhangende cultuurlandschap, met weides en enken en gemeenschappelijke heides, met de Markenwet uit 1886 moest worden opgedeeld. Veel dorpelingen hadden niet het kapitaal om gronden te kopen en veel van deze gronden zijn gekocht door rijke particulieren, Koningshuis en NV’S. Niet langer leefden de gemeenschappen met het héle cultuurlandschap, nee, grote delen waren nu privébezit geworden, werden bebost en door de tijd heen van landgoed tot natuurgebied. Hierdoor is in het gebied een oud gevoel van verlies. Landbouw en natuur werden meer en meer twee beleidsdomeinen, die gericht waren op uitbreiding van areaal met wetten en regels. Landbouw en natuur werden zo meer en meer twee aparte eilanden. Terwijl juist het kijken naar het cultuurlandschap als één samenhangend geheel, ongeacht de eigenaar, bijdraagt aan het versterken van de kwaliteit van het gebied. Dat vergt: elkaar wat gunnen en oog en oor hebben voor elkaars belangen. En denken in zachte overgangen in plaats van harde scheidslijnen. 16
In het gebiedsplan doen we uitspraken op verschillende schaalniveaus en snelheden. Bijvoorbeeld ingrepen voor de natuur neem je op de grotere schaal (voor het hele gebied) en duren lang voor ze resultaat laten zien. Terwijl het bouwen van woningen gebeurt op lokaal schaalniveau en snel resultaat laat zien. Dat maakt het opstellen van dit soort plannen complex. Aanleiding en ambitie In de startnotitie ‘Gaan voor GEUS’ zijn de uitdagingen waar dit gebied voor staat beschreven. In de werkgroepen zijn deze nog verder aangescherpt en uitgewerkt. Zo zijn er zorgen over de leefbaarheid in het gebied, woningtekorten, toename van verkeer, verandering van het klimaat, de afname van de biodiversiteit, toename van recreatie en toenemende onzekerheden voor mensen (qua inkomen, veiligheid, etc). De belangrijkste aanleiding voor het gebiedsplan is de ongunstige staat van de natuur in het gebied. De vraag hierbij is hoe de natuur te herstellen en versterken en tegelijkertijd een duurzaam toekomstperspectief te bieden aan de landbouw. Bij dit alles willen we ons mooie landschap behouden en waar mogelijk versterken, met cultuurhistorie als wezenlijk onderdeel daarvan.
De wolf heeft zich permanent gevestigd in het gebied van GEUS. Dit leidt tot gemengde reacties, sommige vinden het heel natuurlijk en andere hebben er grote moeite mee. Dat de landbouwsector zich zorgen maakt over het ( jong)vee dat we juist ook meer buiten willen laten grazen. Wat als er een incident met een wolf plaats vindt in het gebied? Wat is bijvoorbeeld het effect van op de recreatiesector? Deze zorgen laten zich niet oplossen met dit gebiedsplan, maar we vragen ambtenaren en bestuurders, samen met de eigen verantwoordelijkheid bij de eigenaren van dieren om ze te beschermen, dit mee te nemen in de positie van de wolf in dit gebied.
Processchema
Ontwikkelstrategie Onderdeel van het gebiedsplan is een ontwikkelstrategie waarin de te nemen stappen en acties beschreven staan. Hierin staat benoemd wie er aan zet is en wanneer en wat de doorlooptijd is. De kosten en wie deze kosten draagt is vastgelegd tussen de overheden in een samenwerkingsovereenkomst. Bij de samenwerking tussen inwoners, ondernemers en overheden is vertrouwen belangrijk en dat vraagt continu aandacht. Met een intensief proces is gewerkt aan dit vertrouwen. Met dit gebiedsproces is een nieuwe start gemaakt om de vertrouwensband tussen inwoners en overheden te versterken. Na het opleveren van dit gebiedsplan begint het pas echt, inwoners en overheden zullen zich blijvend moeten inspannen.
Leeswijzer Het tweede hoofdstuk start met een kenschets van het gebied en de beleidsopgaven, om vervolgens de verschillende thema’s te beschrijven vanuit uitdagingen & kansen en ambities & doelen. In hoofdstuk 3 wordt het gebiedsplan op hoofdlijnen geschetst en vervolgens in hoofdstuk 4 verder uitgewerkt. In hoofdstuk 5 wordt de ontwikkelstrategie beschreven, in dit hoofdstuk wordt beschreven hoe we het gebiedplan willen realiseren.
GEUS - de verweven en verbonden enclave - 17
Landgoed Staverden
Minicamping de Solse Berg
Akkerbouw met strokenteelt
18
Veevervoer
Heideveld met schotse hooglanders
Staverdense beek
Agrarisch gebied in het Uddelerveen
Hersteld Hervormde Kerk Garderen
GEUS - de verweven en verbonden enclave - 19
20
2. Waar komen we vandaan en waar willen we naartoe
GEUS - de verweven en verbonden enclave - 21
22
2. Waar komen we vandaan en waar willen we naartoe Dit hoofdstuk begint met een korte introductie van het landschap van GEUS. Vervolgens een duiding van het beleid dat van invloed is op het gebiedsplan. Vanaf 2.3 worden de verschillende thema’s nader toegelicht en uitgewerkt in ambities en doelen. Deze zijn afkomstig van de verschillende werkgroepen per thema en komen uit het beleid. In de formulering is hier geen onderscheid in gemaakt, omdat het gezamenlijke ambities en doelen zijn. 2.1 K E N S C H E T S C U LT U U R H I S TO R I S C H WA A R D E VO L L E L A N D S C H A P GEUS is een Veluwse agrarische enclave. SteenhuisMeurs heeft een prachtige cultuurhistorische verkenning van het gebied gemaakt. Informatie hiervan is verwerkt in het gebiedsplan. GEUS is een uniek gebied met bijna on-Nederlandse landschappen. Het gebied is gevormd in de ijstijd. Op het Veluwemassief wordt de “vlakte” waar GEUS op ligt begrensd door twee stuwwallen. Deze vlakte heeft een kleilaag in de ondergrond waardoor het water niet kan inzijgen naar diepere lagen. In deze vlakte ligt het beek-
dal van de Hierdense Beek (Leuvenumsebeek, Staverdensebeek): een robuust beeksysteem dat zijn oorsprong heeft bij Uddel en uitstroomt in de voormalige Zuiderzee ten oosten van Harderwijk. Garderen en omgeving liggen naast dit beeksysteem, hier zijgt het water in tot grote diepte. Op de basislaag van het natuurlijke systeem van bodem en water is het gebied sterk bepaald door menselijke activiteiten. In het gebied van GEUS is al heel lang menselijke activiteit: van jagers en verzamelaars, Romeinen, landheren en horigen, tot marken en kleinschalige boerenbedrijven. Het van oorsprong beboste gebied is ontbost voor hout(skool)- en landbouwactiviteiten. De arme gronden verwerden tot heidevelden, al is een (klein) deel van de oorspronkelijke bossen gebleven. Ook deze bossen werden ingezet voor het economische systeem. De heidevelden waren voor het potstalsysteem essentieel. De heideplaggen werden in de stallen gebruikt om het vee op te laten lopen, de plaggen doordrenkt met mest werden gebruikt op de akkers (enken) om de grond vruchtbaarder te maken. Naast heidevelden speelden enken
Schematisch hoogteprofiel oost -> west
GEUS - de verweven en verbonden enclave - 23
Kaartvergelijk: de enclave omstreeks 1900
24
Kaartvergelijk: de enclave anno nu
GEUS - de verweven en verbonden enclave - 25
(akkers), weidegronden en de beek een belangrijke rol in het agrarische systeem. Als een ‘spin in haar web’ liggen de verschillende enkdorpen met hun uitwaaierende wegenpatroon in het landschap. Met de komst van kunstmest is het agrarisch systeem veranderd en was de heide niet langer meer een noodzakelijk onderdeel van de bedrijfsvoering. Vanaf dat moment zijn rondom de (es)dorpen van GEUS veel heidegebieden omgevormd naar landbouwgebieden (heideontginningsgronden) en naaldbossen. Met de omzetting naar landbouwgronden zijn er diverse plekken ontstaan waar ruimte geboden is voor kleine boeren bedrijven, zoals bijvoorbeeld de koloniën bij Elspeet. Soms zijn er hele stukken heide ‘vergeven’ (soms zelf voor niets) aan mensen die de heide in cultuur wilden brengen. Dit zijn relatief klein verkavelde gebieden met een hoge dichtheid aan erven. Uiteindelijk waren het de grootgrondbezitters, deels adel, die de heidevelden wilden behouden. Enerzijds voor de jacht en anderzijds omdat men ook de schoonheid van de heide inzag. Later is dat door beleid geborgd als natuurgebieden. In en net na de oorlog heeft Defensie zich definitief gevestigd in dit gebied met meerdere terreinen. In de naoorlogse jaren zijn intensieve vormen van landbouw opgekomen. De overheid heeft sterk beleid gevoerd om de productie van de landbouw te vergroten, hetgeen met de ruilverkaveling nog extra onderstreept is.
Met name de kalverhouderij heeft zich vanaf de jaren zestig in dit gebied gevestigd, dit kwam enerzijds door ondernemerschap dat groot is in het gebied en anderzijds door ruimtegebrek. De laatste decennia is er ook een sterke 26
verkleuring van het landelijke gebied gaande. Vele kleine boerderijen worden opgekocht (of vererfd) om ingericht te gaan worden als woonerven, puur landelijk wonen met bos en heide op een steenworp afstand. Ook zijn er diverse woonplekken in het landelijk gebied ontstaan vanuit het rood voor rood beleid. Er zijn in het gebied diverse bijzondere plekken met hoge cultuurhistorische waarden, zoals kasteel Staverden en Uddelermeer. Het beschermde dorpsgezicht van Staverden is gesitueerd rondom het kasteel Staverden, de bijgebouwen en watermolen. De oorsprong van het kasteel ligt rond 1300 en de huidige vorm is gebouwd in 1853 en deels 1905. Het Uddelermeer is een prachtig meer met hoge natuurwaarde dat zijn oorsprong kent als een pingoruine uit het Saalien. Aan de oostzijde van het meer ligt een Hunneschans uit de 10e eeuw. Door de eeuwen heen is het gebied gekenmerkt door armoede en het christelijke geloof. Het natuurlijke systeem en de economische activiteiten hebben beperkt rijkdom naar het gebied gebracht. In het huidige tijdsgewricht is er wel degelijk rijkdom in het gebied geland door grondbezit, moderne agrarische bedrijven, recreatieterreinen en een hoog aantal ondernemers in het gebied. Wat kenmerkend is, is dat men door de jaren heen steeds nieuwe kansen op diverse economische activiteiten heeft gevonden.
De ondernemersgeest is hier groot, gecombineerd met een christelijke inborst.
GEUS - de verweven en verbonden enclave - 27
2.2 B E L E I D S O P G AV E N Een deel van de ambities en doelen van de thema’s komen voort uit beleid en zijn ook juridisch vastgelegd, zoals de Kader Richtlijn Water (KRW), de Omgevingswet (waarin de vroegere Wet natuurbescherming (WNB) is opgenomen), Natura 2000 inclusief het aanwijsbesluit N2000 en het natura 2000 beheerplan voor de Veluwe en de omgevingsvisies, -plannen, BOVI’s en bestemmingsplannen van gemeenten. De niet juridisch vastgelegde doelen zijn verwoord als beleidsambities. Deze zijn terug te vinden in het Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) en het rijksprogramma Mooi Nederland. Voorbeelden van dergelijke beleidsambities zijn bijvoorbeeld het realiseren van groen-blauwe dooradering van het landelijk gebied (10% van het areaal) en versterking van ruimtelijke kwaliteit.
28
Kaart met beschermde gebieden en objecten in GEUS
GEUS - de verweven en verbonden enclave - 29
heide en plaggen
voedsel & hak bos
kruidrijke groen akker
bloemrijke weide
kruidrijke hooiland, soms delen met hoogveen
dynamische beek
Oorspronkelijk agrarisch systeem
2.3 N AT U U R E N WAT E R Korte kenschets: De natuur die in het gebied aanwezig is, is in belangrijke mate ontstaan door de invloed van de mens. Juist de interactie tussen landbouw en aanwezige condities, maakte de bijzondere natuur in dit gebied. Langs de beek heeft zich door de eeuwen heen een uniek natuursysteem ontwikkeld van vochtige weilanden, beekbegeleidende bossen, landgoederen en landschapselementen. Op de hogere gronden zijn uitgebreide heidevelden (potstalsysteem) en bossen (hout) die nu een belangrijke natuurwaarde vertegenwoordigen. Veel van de aanwezige natuur is onderdeel van het Gelderse NatuurNetwerk (GNN) en Natura 2000gebied. Het watersysteem en de natuur hebben in GEUS een sterke verwantschap met elkaar. Het watersysteem is, naast de inmiddels tot cultuurhistorie verworden elementen als opleidingskanalen voor watermolens, de laatste eeuw meer en meer ingericht om de landbouw te kunnen ontwikkelen. Watergangen zijn vergraven om water versneld af te voeren uit het gebied en gekanaliseerde (verdiepte) delen van de beek laten dit zien. Uitdagingen en kansen: Ondanks recente maatregelen is het watersysteem hoofdzakelijke nog steeds ingericht op het zo snel mogelijk water afvoeren uit het gebied. Dat maakt dat gebieden in tijden van droogte verdrogen en dat de unieke natte natuur onder druk komt te staan.
Een hoge afvoersnelheid heeft ook een negatieve invloed op de omstandigheden voor soorten in het 30
In het gebied hoor je vaak dat het goed gaat met het landschap en de natuur. Er is groei, het is groen en staat er fleurig bij. In het gebied hoor je ook vaak dat de wijze van natuurbeheer niet aansluit op de manier hoe mensen in het gebied het liefste de natuur beheren. Dode bomen worden niet opgeruimd en heidevelden worden overwoekerd door grassen en bos. Aan de andere kant is de regelgeving rondom Natura 2000, beschermde soorten en habitats en bijbehorende regels. Daarmee wordt de staat van de natuur gemeten (in biodiversiteit en kwaliteit). Er leven verschillende perspectieven op natuur en daarmee op de opgave voor natuurbehoud en -herstel. Voor dit gebiedsplan is het kader de juridische verplichtingen vanuit Europese habitat- en vogelrichtlijn, Natura 2000 gebieden en de Omgevingswet, met de bijbehorende wetenschappelijke onderbouwing.
beekdal, aangezien dit van nature een traag afvoerend systeem is. Verder staat de waterkwaliteit van het oppervlaktewater en van het grondwater onder druk. Op enkele plekken worden te hoge waarden nitraat in het water gemeten en de hoge waardes van diverse chemische stoffen (arseen, kobalt, sereen, zink en ubiquitaire stoffen (giftige stoffen die vroeger gebruikt/ geloosd werden)). De waterkwaliteitsdoelen zijn daarnaast voor Natura 2000 nog anders dan voor KRW. Om Natura 2000 doelen te halen, het dus geschikt te maken voor specifieke soorten en habitats, kunnen er aanvullende eisen aan de waterkwaliteit gesteld worden.
hek
heide ontginning
heide
hek
bos
akker mais
N2000
raaigras
agrarisch natuurcollectief
beek N2000
Huidig systeem
Door de jaren heen is er meer scheiding ontstaan tussen landbouw en natuur. Dat is ook in dit gebied aan de hand, zij het in veel mindere mate dan in andere delen van het land. De landbouw heeft zijn productie geoptimaliseerd en het natuurbeheer is meer en meer op habitat- en soortenbescherming gaan sturen. Dit heeft tot een hardere scheiding in het landschap geleid tussen beide functies. Hierdoor verdwijnen ook overgangen (gradienten) van voedselarm naar voedselrijk en van droge naar natte gebieden. Juist de overgangen zijn voor bijzondere soorten heel waardevol. In de manier van beheren is nog veel winst te halen. In de huidige situatie worden bijvoorbeeld watergangen nu te diep geschoond, er wordt te veel weggehaald. Dit heeft vaak te maken met de aanbestedingsregels van overheden, waardoor goede bedrijven die bekend zijn in het gebied en zorgvuldig beheren niet concurrend genoeg zijn. Geldersch Landschap en Kastelen (GLK) heeft niet met dergelijke aanbestedingsregels te maken en kan dus gebruik maken van vaste aannemers. De natuurwaarden staan onder druk en daarmee de biodiversiteit. De natuur heeft naast de bovengenoemde verdroging last van vermesting, verzuring, verstoring en versnippering. De klimaatverandering versterkt de verdrogingseffecten door de langere droge en hete periodes in de zomer.
Ook zorgt klimaatverandering voor grote pieken in regenval en zeer natte winters, dit vraagt om een robuuster watersysteem dat ingericht is op extreme situaties. Recreatie en toerisme zorgen voor verstoring van de natuur. Wegen doorsnijden op enkele plekken natuurgebieden.
Ambities en doelen voor natuur en water zijn: • robuust natuurlijk systeem: Het natuur- en watersysteem weer bodem- en watergestuurd inrichten, passend bij terreinvorm, grondsoort en natuurlijk waterpeil. • natuurkwaliteit: Verbeteren en versterken van de algemene natuurkwaliteit (natuurdoelen en instandhoudingsdoelen). Beschermde soorten behouden, ook door hun leefgebied in stand te houden. Hiervoor is het nodig op sommige plekken de natuur te herstellen door bepaalde maatregelen te treffen. Deze staan in het Natura 2000 beheerplan Veluwe waar de herstelprogramma’s integraal onderdeel van zijn. De natuurherstelplannen zijn er voor de natuurgebieden: heide en stuifzanden, bossen, vennen en venen en beken (zie ook bijlage 2 of https://www.gelderland.nl/themas/natuur/ gelderse-natuurgebieden/veluwe/herstelprogrammasveluwe). Een deel van deze herstelmaatregelen liggen op landbouwgronden. De herstelplannen zijn juridisch hard, maar de wijze van realisatie (hoe) is vrij. Betere manier van beheren die meer gericht is op behoud en versterken van natuurkwaliteit is hierbij essentieel. Daarnaast is vermindering van stikstofdepositie één van de belangrijkste voorwaarde. Beperking van doorsnijding en verstoring van wegen, paden en recreatieve gebruik op van natuurgebieden. • natuurkwantiteit: meer natuur is geen doel op zich, maar wel het halen van de gestelde doelen (zie hierboven).
Het realiseren van een groen-blauwe dooradering in grotere landbouwarealen en het verzachten van de GEUS - de verweven en verbonden enclave - 31
•
•
scherpe scheiding tussen landbouw en natuur door meer vloeiende overgangsgebieden te maken waar beide functies elkaar beïnvloeden is bedoeld om robuustere natuur met meer verbindingen te realiseren in het al relatief kleinschalige landschap. Onderdeel daarvan is ook het herstellen van overgangen nat-droog en voedselrijk-voedselarm. waterkwantiteit: Water vasthouden in het gebied om verdroging tegen te gaan en om de afvoersnelheid af te remmen. Bovenstrooms door verondieping of stuwtjes te plaatsen, bodemmaatregelen te treffen (organische stof toevoegen voor water vasthouden en ontwikkelen van bodemleven), langs de beek door hermeanderen en benedenstrooms door lokaal te vernatten. waterkwaliteit: Verbetering van de (chemische) waterkwaliteit door beperking invloed overstorten, uitspoeling mest, gewasbeschermingsmiddelen en overige chemische verontreiniging (bv lozing zwembadwater, restafval van klussen, drugsafval, etc).
Benedenstrooms
Bovenstrooms
Duiding van het beeksysteem
32
2 .4 L A N D B O U W Korte kenschets: De landbouw heeft het gebied gevormd door de eeuwen heen en bepaalt in sterke mate het karakter van het gebied. De grondgebonden landbouw is hier relatief kleinschalig en extensief vergeleken met andere plekken in Nederland. Deels zijn het grondgebonden bedrijven met akkerbouw, boomteelt en melkvee. Daarnaast zijn er in het gebied veel kalverhouderijen (voornamelijk bij Uddel, Elspeet en Speuld). Uiteraard zijn er ook mengvormen van bedrijven in het gebied aanwezig. De landbouw heeft de laatste jaren al op verschillende plekken geïnvesteerd in: nieuwe, emissiearme stallen, langjarig beheerde graslanden, onderhoud landschapselementen, agrarisch natuurbeheer, samenwerking om kringlopen meer te sluiten, lagere bemestingsdruk met vermindering van uitspoeling, mestverwerking (Stichting Mestverwerking Gelderland aan de Schaarweg) sinds 1974 en diverse innovatieve trajecten. Door deze investeringen, door stoppers en verplaatsers en door aanpassing in het voerspoor is de trend van de afgelopen jaren een dalende stikstofuitstoot in het gebied. Uitdagingen en kansen: Een deel van de agrariërs in het gebied heeft het moeilijk, bij hen dalen de inkomsten. Uitgaven nemen toe door veranderende wet- en regelgeving, bijvoorbeeld door de afschaffing van de derogatie.
Daarbij zorgt de huidige bedrijfsvoering van de landbouw nog steeds voor een te grote uitstoot van stikstof, ondanks inspanningen van de
Melkkoeien
afgelopen jaren. Naast de reductie van de uitstoot van stikstof is in de komende tijd ook een sterke reductie nodig van broeikasgassen, zoals methaan, lachgas en CO2. De intensieve vormen van landbouw (bv kalverhouderij) halen nutriënten met dierenvoeding het gebied in. Deze komen deels in het systeem terecht. Een deel van de agrarische bedrijfsvoering is niet meer één op één gekoppeld aan de logica van het landschappelijke systeem. Dit brengt een waterhuishouding met zich mee die negatieve invloed heeft op de natuurkwaliteit van de Natura 2000-gebieden. Het watersysteem is ingericht om in het voorjaar vroeg het land te kunnen bewerken, het watersysteem volgt de functie van het landgebruik. Dit geeft bijvoorbeeld extra verdroging op de hogere gronden.
Jongvee
Kalkoenen
Vleeskalveren
Schapen
Kippen Varkens
Verhouding aantallen dieren op basis van de voorlopige cijfers van 2024 (WUR rapportage
Ambities en doelen voor landbouw zijn: • transitie naar een duurzaam landbouwsysteem. • behoud van agrarisch areaal. • streven naar sluiten van kringlopen in het gebied (mest, diervoeder). • financieel gezonde bedrijfsvoering. • het gebruik van de gronden afstemmen op water- en bodemgezond/-sturend. • bovenstaande ambities en doelen vormgegeven in proeftuin GEUS, een pilot.
Opvolging agrarische bedrijven
GEUS - de verweven en verbonden enclave - 33
Overige opgave voor landbouw: • verlagen van de uitstoot van stikstof. Voor Gelderland is de afspraak gemaakt dat de stikstofreductie 42% moet zijn t.o.v. 2018. De verklaring voor die 42% is: landelijk is de wettelijk vastgelegde doelstelling een reductie van 39 kiloton NH3 vanuit de landbouw in 2035 ten opzichte van peiljaar 2018. Van de landelijke 39 kiloton emissiereductie in de landbouw moet 7,511 kiloton vanuit de provincie Gelderland komen. Dit betekent voor Gelderse agrarische bedrijven een emissie-reductie van gemiddeld 42% in 2035 ten opzichte van 2018. Meer reductie benutten om de agrarische sector perspectief te bieden op lange termijn. Zie ook de tabel met mogelijke maatregelen (op basis waarvan de WUR berekeningen heeft gemaakt). • de klimaatdoelen voor de landbouw is een reductie van methaan-, lachgas- en CO2 emissie van 33%. • werken aan de wateropgave (KRW voor 2027), verminderen van de afstroming van nutriënten richting oppervlakte- en grondwater. • de scherpe scheiding tussenlandbouw en natuur verzachten door meer vloeiende overgangsgebieden te maken waar beide functies elkaar beïnvloeden, zonder dat dit verlies aan agrarisch areaal oplevert.
34
1
Verduurzaming stallen vleeskalveren
2
Verduurzaming stallen melkvee
3
Eiwitarmer rantsoen
4
Omvang veestapel
5
Derogatiebeschikking
6
Kruidenrijk grasland
7
Landbouwareaal, extensivering
Tabel mogelijke maatregelen in bijlage 1 is de hele tabel opgenomen
2.5 L E E F BA A R H E I D Korte kenschets: In GEUS zijn vier kernen aanwezig die innig verweven zijn met het landschap (esdorpenlandschap). De dorpen hebben een groen karakter door bomen langs wegen en vaak relatief grote tuinen. De dorpen worden omgeven met groen agrarisch landschap en natuur. De dorpen hebben een sterk eigen karakter (zie hieronder en volgende pagina). Diverse buurtschappen in het gebied kleuren het landschap. De buurtschappen zijn sterk verweven met het landschap en kennen een grote landschappelijke waarde. Leuvenum en Staverden zijn oorspronkelijk onderdeel van de landgoederen die hier liggen, terwijl andere buurtschappen meer bepaald worden door het agrarisch verleden en gebruik. Het gebied en de mensen zijn grotendeels christelijk, er staan 12 kerken in het gebied. Garderen, Uddel en Elspeet hebben diverse winkels en restaurants. Ook heeft elk dorp een dorpshuis waar activiteiten georganiseerd kunnen worden. Het zijn stuk voor stuk sterke gemeenschappen, georganiseerd rond kerk, school, verenigingen en veel vrijwilligersorganisaties. De voorzieningen voor ouderen in de dorpen zijn essentieel om mensen in ‘hun’ dorp te kunnen laten wonen. Mensen helpen elkaar, de recreant is te gast. In het gebied zijn diverse sportverenigingen actief. Het gebied kent een grote ondernemersgeest.
De hoofdstructuur van het verkeerssysteem vormt een kruis van de N302 en de N310. De hoofdont-
sluiting in het gebied is de N302 (Flevoweg) die een verbinding vormt tussen A28 bij Harderwijk en de A1 bij (afrit) Kootwijk. Deze ligt nagenoeg vrij in het landschap en doorsnijdt geen dorpen. De N310 kruist deze weg en sluit aan op de A1 bij (afrit) Stroe en doorkruist Garderen, Uddel en Elspeet en sluit aan op de A28 bij Nunspeet. Hierbij is in de dorpskern van Garderen de doorgaande weg (inclusief de N797 richting Putten) ingericht als een 30 km/uur gebied met klinkers, plateaus en een vrachtwagenverbod. In Uddel is de weg door het dorp 50 km/uur weg in asfalt en in Elspeet is de weg opgesplitst in twee keer eenrichtingsverkeer met 30 km/uur regime zodat er meer ruimte is voor dorpse inrichting. In het centrum is de weg ingericht als een dorpsplein met verlaagde banden en klinkers. De Garderenseweg ontsluit Speuld vanaf Garderen en sluit aan op de N302 en verbindt met de Staverdenseweg ook Elspeet aan de N302. De verkeersstromen op deze wegen zijn bekend bij de overheden en worden jaarlijks bijgehouden. De overige wegen zijn voornamelijk landelijke wegen die buurtschappen en het landschap ontsluiten, bijvoorbeeld de Sandbergweg die intensief gebruikt wordt voor woon- en werkverkeer en fietsverkeer. Er zijn veel onverharde wegen met een hoge recreatieve belevingswaarde. Qua OV rijden in het gebied diverse lijnbussen en een buurtbus.
Er wordt veel gefietst en gewandeld in het gebied, zowel door recreanten als door woon-, werk- en schoolverkeer. De belangrijke doorgaande routes hebben veilige vrijliggende fietspaden. Maar op diverse routes vanuit de dorpen richting de provinciale wegen ontbreken deze, dit zijn vaak landelijke wegen met gemengd GEUS - de verweven en verbonden enclave - 35
Garderen - centrum
Elspeet - historisch museum
Garderen - molen
Elspeet - schaapskooi
Garderen heeft een dorps karakter met gekromde wegen en gedraaide gebouwen, een afwisseling tussen open doorkijken op brinken en kleinschalige bebouwing. Het dorp is gericht op recreatie, heeft een goed algemeen voorzieningenniveau en staat bekend als mooie uitvalsbasis om de Veluwe te verkennen. Het Veluwse landschap en de natuur wordt sterk gewaardeerd en Garderen is goed bereikbaar. Garderen heeft 913 woningen in de kern.
Elspeet is het grootste dorp van GEUS. Het heeft een prachtige oude esdorpstructuur met gekromde wegen en een gezellig dorpsplein waar horeca, kerk, winkels en museum staan. Ook heeft Elspeet een VVV met een winkel. Elspeet is een prachtige uitvalbasis voor een tochtje door de bossen en heide van het kroondomein. Elspeet heeft 1722 woningen.
36
Uddel - ‘t Blanke Schot
Speuld - ‘t Speuldje
Uddel - Elspeterweg
Speuld - Garderenseweg
Uddel is een echt ondernemersdorp. Hier is de mentaliteit gestoeld op gemeenschapszin, omzien naar elkaar en hard werken. Uddel heeft een prachtige landschappelijke bedding met het Uddelermeer, het Bleeke meer en de Kroondomeinen. Uddel heeft goede voorzieningen met o.a. het Blanke Schot. Uddel heeft 1106 woningen in de kern.
Speuld is een echt buurtschap. Agrarisch in oorsprong en door de jaren heen meer en meer ook een prachtige woonplek geworden, maar nog steeds zijn de agrarische wortels goed zichtbaar. De Garderenseweg vormt de doorgaande weg in Speuld waar ook de meeste woningen aan staan. De school met buurthuis is een belangrijke voorziening in Speuld. En snackbar ‘t Speuldje is bekend in heel de streek. GEUS - de verweven en verbonden enclave - 37
verkeer. In het gebied en de diverse dorpen zijn wandelmogelijkheden aanwezig, zo hebben Speuld en Uddel al een klompenpad (Speulderpad en Uddelmeersepad welke ook verbonden zijn met elkaar), Elspeet het kuierpoadje en liggen er bij Leuvenum en Staverden diverse wandelroutes en een klompenpad. Uitdagingen en kansen: De leefbaarheid in de dorpen staat onder druk. De voorzieningen behouden in de dorpen is een moeilijke opgave. Jongeren en ouderen die dat zouden willen kunnen niet in alle dorpen blijven wonen door gebrek aan passende woningen in de eigen kern, denk bv aan ouderen in een kleinere grondgebonden woning. De vele start ups en bedrijvigheid laat zien dat een groot ondernemerschap aanwezig is, dat heeft ruimte nodig om te kunnen ondernemen. Hierbij kunnen opgekochte locaties door provincie ook een rol in spelen, bv Uddelermeer 91 (locatie Kroes). Het behoud van OV in het gebied is een blijvende uitdaging. Het OV is beperkt in het gebied, doordat er vooral in de spits gereden wordt, het deels ook belbussen zijn en de buurtbus niet op zondag rijdt. Lijn 104 rijdt ook niet in het weekend. Mede daardoor zijn bewoners en toeristen weinig gericht op het gebruik maken van het OV. Terwijl een groep inwoners, werknemers, recreanten, soldaten, scholieren en studenten wel afhankelijk is van het OV.
Voor een duurzame toekomst voor het gebied en voor de recreatie is een goed functionerend OV systeem belangrijk. Ook het beschikbaar zijn van OV fietsen is hierbij belangrijk. 38
De doorgaande wegen in het gebied leveren in de dorpen problemen op met de leefbaarheid, met name de verkeersintensiteit en verkeersveiligheid is een probleem. In Uddel heeft de provinciale weg dan ook meer een uitstraling van een doorgaande verkeersweg dan van een dorpsweg. De landelijke wegen leveren nogal eens verkeersonveilige situaties op door hard rijdend gemotoriseerd verkeer in combinatie met fietsverkeer. Ook is de oversteekbaarheid van de N302 op sommige plekken slecht. De mogelijkheden om wandelingen rondom het dorp te maken zijn aanwezig maar vaak beperkt. Het huidige energienetwerk in GEUS heeft bijna zijn maximale capaciteit bereikt. Dit levert nu al beperkingen op in de aanvragen voor aansluitingen, maar zal in de toekomst waarschijnlijk zorgen voor meer beperkingen. Defensie is altijd een onderdeel geweest van de enclave GEUS. De grondhouding ten opzichte van Defensie is positief in het gebied. Ambities en doelen voor leefbaarheid: • ruimte maken voor aanvullende woningbouw, met speciale aandacht voor de doelgroepen jongeren en ouderen. Meer bewoners in de dorpen helpt de voorzieningen op peil te houden (naast recreanten in het gebied). • ruimte maken voor bedrijvigheid. De ondernemersgeest is groot en de arbeidsethos hoog. Werkgelegenheid in het gebied houden helpt de zelfredzaamheid van het gebied.
Hierbij is het parkeren van vrachtwagens voor Uddel en Elspeet een aandachtspunt. • behoud en versterken van OV in het gebied,
• •
• •
•
•
incl OV fiets. En station Stroe in de toekomst ondersteunen we. het uitbreiden van dorpsommetjes, om in en rond het dorp te kunnen wandelen. drukke doorgaande wegen moeten meer ingericht worden met oog voor dorpse kwaliteit. Deze wegen horen niet in de dorpen te liggen. De N310 in Uddel 30 km/uur maken. de fietsroutes in het gebied moeten veiliger en comfortabeler worden. het energienetwerk heeft vergroting van de capaciteit of een alternatieve vorm nodig om de groei en transitie te kunnen faciliteren. Bij de vernieuwing van Kamp Nieuw Milligen (KNM) komt een grote aansluiting beschikbaar, deze willen we behouden voor het gebied. Defensie ontwikkelt zich verder in het gebied. GEUS wil hier invloed op hebben, een gesprekspartner voor Defensie zijn en er van meeprofiteren en de overlast beperken. recreatie in het algemeen en verblijfsrecreatie in het bijzonder blijvend faciliteren in het gebied als motor voor de leefbaarheid.
GEUS - de verweven en verbonden enclave - 39
2.6 R E C R E AT I E Korte kenschets: De Veluwe is sinds jaar en dag een populaire bestemming voor recreatief gebruik. Het bos, de hei en het bijbehorende wild zijn daarbij de grote trekkers. Verspreid door het gebied zijn er ruim 40 terreinen met verblijfsaccommodaties, met een concentratie rondom Garderen. Daarnaast zijn er enkele hotels en mogelijkheden om te kamperen bij de boer en zijn er diverse B&B’s. Het gebied heeft een routenetwerk voor fietsers en wandelaars, maar is op onderdelen kwalitief beperkt, bijvoorbeeld door fietspaden die langs drukke wegen liggen. Voor dagrecreatie zijn er diverse voorzieningen als Staverden, het Uddelermeer, het Historische museum Elspeet, het klimbos Garderen, etc. De paardensport concentreert zich voornamelijk rondom het Nationaal Hippisch Centrum. De huidige recreatie richt zich veelal op de natuurgebieden en minder op het agrarische landschap van de enclave. Een belangrijk deel van het recreatieve gebruik is door inwoners van GEUS of mensen vanuit de directe omgeving. Hiermee levert recreatie een belangrijke meerwaarde in het gebied voor de leefbaarheid en economie. Uitdagingen en kansen: De uitdagingen voor recreatie zijn deels kwantitatief en deels kwalitatief. De aantallen recreanten en toeristen zullen de komende jaren blijven toenemen door de verstedelijkingsopgave, vergrijzing en bevolkingsgroei.
Dit maakt dat de druk op kwetsbare natuurgebieden, ook in GEUS, toeneemt. Om de natuur te ontzien is door de provincie de recreatiezonering opgesteld, die 40
ervoor zorgt dat in delen van de natuur intensieve recreatie is toegestaan en in andere delen de flora en fauna meer rust krijgen en daardoor minder of geheel niet meer toegankelijk zijn. Dit is belangrijk vast uitgangspunt in het zoeken naar een goede balans tussen recreatief gebruik en behoud en versterking van de natuur in het gebied. Het agrarisch landschap in GEUS biedt recreatief veel kansen juist omdat het agrarisch verleden onlosmakelijk verbonden is met de ontwikkeling van het gebied en de natuur. Daarnaast is er een zelfstandig verhaal over de agrarische sector te vertellen, zowel over het verleden als over heden en toekomst. Er zijn dan ook tal van gebiedsspecifieke verhalen die (beter) verteld kunnen worden. Met mogelijke ontwikkeling van verbrede landbouw ontstaan er ook kansen voor verblijfsrecreatie. Het huidige routesysteem (fietsen, wandelen, paardrijden, mtb, etc) willen we versteken. Sommige routes liggen bijvoorbeeld langs doorgaande provinciale wegen en de beleving en informatievoorziening laat te wensen over. Het routenetwerk is nu vooral opgebouwd vanuit de knooppuntengedachte. De plekken waar de recreant het gebied binnenkomt en ontvangen wordt, zijn niet altijd van het gewenste niveau. Hier is verbetering noodzakelijk, ook voor het reguleren van bezoekersstromen in het gebied. Op dit moment zijn de meeste vakantieparken in GEUS vitaal.
De uitdaging ligt erin om dat ook in de toekomst zo te houden. Een deel van de parken houdt in de toekomst hetzelfde verdienmodel en blijft voorzien in een behoefte. We voorzien
daarbij dat er meer aandacht uitgaat naar ontwikkelingen als klimaatadaptatie, (duurzame) energievoorziening, biodiversiteit en circulariteit. Daarbij zijn er kansen om duidelijker de relatie te leggen met cultuurhistorie en belevingsgebieden. Een deel van de parken is verouderd en hebben minder toekomstperspectief als toeristische bestemming. In het huidige beleid van de gemeenten is er verschil, bijvoorbeeld in bebouwingsmogelijkheden, de hoogte en het systeem van de toeristen- en forensenbelasting. Dit leidt tot ongelijkheid in het gebied. Ambities en doelen voor recreatie: • het ontsluiten van het agrarisch gebied voor recreatie maakt het recreatief netwerk robuuster en biedt kans om de recreatieve druk in natuurgebieden beter te reguleren. • versterken van de routestructuren door kwalitatieve verbeteringen zoals het loskoppelen van recreatieve routes van druk bereden autowegen en het meer betrekken van recreatieve mogelijkheden in het gebied en de aanwezige horeca. Daarbij ook specifiek aandacht geven aan het recreatief gebruik van de zandpaden als identiteitsdrager van het gebied. • de verhalen van het gebied beter vertellen en meer beleefbaar maken door verbindingen te maken met de routestructuren (onder andere cultuurhistorie en lokale voedselproductie). Bijvoorbeeld verdwenen kerkenpaden, schapendriften, molens als dragers van routes en ommetjes.
• versterken van dagrecreatie in het gebied. • versterken van de mogelijkheden van jaarrond
• •
•
•
• •
toerisme, denk hierbij ook aan herbestemming van (agrarische)objecten. de vakantieparken vitaal houden, duurzamer, natuurinclusief en toekomstbestendig. ontwikkelen van kleinschalige verblijfsrecreatie, in relatie met multifunctionele landbouw met gelijke regels voor alle nieuwe initiatieven en een goede landschappelijke inpassing. onderzoeken van mogelijkheden voor nieuwe en innovatieve concepten en perspectieven met bijbehorende eigendomsvormen (bijvoorbeeld coöperaties) en verdienmodellen. De uitdaging daarbij is om de winst in het gebied te houden en bij te dragen aan de brede welvaart in en rond GEUS. eenduidigheid in planologische regelingen binnen GEUS en het opheffen van verschillen tussen de gemeenten van mogelijkheden bij herinrichting van multifunctionele erven tot gelijkheid van toeristen- en forensenbelasting. ontwikkelingen binnen de recreatie zijn zoveel mogelijk stikstofneutraal. heldere en aantrekkelijke ontvangstlocaties in het gebied maken van waaruit het agrarisch gebied goed beleefbaar en betreedbaar is.
- 41
42
3. Gebiedsplan op hoofdlijnen
GEUS - de verweven en verbonden enclave - 43
Kaart gebiedsplan op hoofdlijnen, legenda staat in de themakaarten verderop in dit hoofdstuk 44
3. Gebiedsplan op hoofdlijnen Wij zijn trots op het gebied. Het kleinschalige gebied met zijn pittoreske uitstraling is aantrekkelijk voor ons, maar ook voor onze gasten. Enerzijds willen we het zoveel mogelijk houden zoals het is, maar anderzijds willen we het gebied niet op slot zetten! We willen inzetten op ruimte voor ondernemerschap en ontwikkelingen. We willen dat landbouw duurzaam in GEUS blijft en voor ons landschap kan blijven zorgen. Wij weten dat het roer deels om moet, daar zijn we volop mee bezig en gaan we mee door. Wij willen de natuur behouden en versterken waar het kan, in de goede verhouding tot andere functies in het gebied. De kracht van de mensen in het gebied willen we inzetten om een duurzaam perpectief voor het gebied te realiseren. Als motto kiezen we voor verwevenheid en verbondenheid. Verwevenheid duidt op de verwevenheid van mens, gebruik en landschap. De verbondenheid gaat over de mensen onderling, maar ook over de verbondenheid tussen gebruik en landschap. De verwevenheid gaat ook over de samenwerking tussen overheden onderling, zodat zij als één overheid kunnen acteren en daarmee de verschillen in beleid kunnen overbruggen. Deze verwevenheid en verbondenheid werken we uit in drie onderdelen. 1. Verwevenheid en verbondenheid tussen inwoners, recreanten, landbouw en natuur 2. Verweven- en verbondenheid van gemeenschappen en netwerken 3.
Verweven- en verbondenheid met vrije tijd en landschap De verwijzingen duiden de paragraaf aan waar dit onderdeel verder uitgewerkt wordt. Hierbij zijn verwijzingen naar hoofdstuk 4 verdieping van de inhoud en verwijzingen naar hoofdstuk 5 naar het proces om doelen te realiseren. GEUS - de verweven en verbonden enclave - 45
3.1 V E R W E V E N H E I D E N V E R B O N D E N H E I D T U S S E N I N WO N E R S, R E C R E A N T E N , L A N D B O U W E N N AT U U R De natuur en de landbouw willen we meer verweven met elkaar en baseren op het watersysteem en de bodem, met andere woorden: bodem en watersturend/gezond (zie ook 4.1). Het landschap is straks zo ingericht dat het de logica van het watersysteem volgt, functies volgen grondsoort en waterpeil. Dit geldt voor alle vormen van grondgebruik: landbouw, en ook andere functies zoals woningbouw, recreatie of bedrijvigheid. Het grondgebruik put de bodem niet uit, maar voedt deze (gezond houden) met organische stoffen. Het oppervlaktewater en grondwater is in GEUS straks schoon en voldoet de wettelijke vereiste (Kader Richtlijn Water). Hierbij richten we het beeksysteem meer natuurlijk en toekomstbestendig in. Daarmee wordt het systeem robuuster, zodat landbouw en natuur beter bestand zijn tegen de toenemende weersextremen met piekbuien en langere perioden van droogte. Voor het hele gebied GEUS herstellen en versterken we de natuur en werken daarmee aan de natuurherstelmaatregelen voor bos, heide en stuifzanden, beken en vennen en venen. De landbouw heeft mede het landschap gevormd en is een belangrijke beheerder van het landschap. De landbouw blijft op een duurzame wijze in het gebied, een duurzaam landbouwsysteem.
Onderdelen daarvan zijn extensivering, meer natuurinclusief produceren ( bijvoorbeeld kringlooplandbouw), verminderen van (kunst)mestgebruik en gewasbeschermingsmiddelen, zodat negatieve 46
impact op het natuurlijk systeem en de leefomgeving zoveel mogelijk beperkt wordt. Het krijgt hiervoor een eerlijke en langdurig gegarandeerde beloning. Hier hoort voor de grondgebonden landbouw een zoveel mogelijk sluitende kringloop in het gebied bij (zie ook 4.4). Het geproduceerde voedsel (vee, melkproducten, gewassen) zijn in evenwicht op de schaal van GEUS. De (vaste) mest van de grondgeboden landbouw voedt de akkerbouw in het gebied. Hiermee halen we zo min mogelijk nutriënten van buiten het gebied, het gebied in. Om deze doelen voor de landbouw te behalen voeren we de pilot landbouw uit (zie ook 5.2.1.3) Ook kan er een gebiedscollectief opgericht worden (zie ook 5.2.2.2) waarin de agrariërs samen de doelen verder uitwerken en concrete afspraken kunnen maken. De kalversector is een wezenlijk onderdeel van de identiteit van GEUS (zie ook 4.6). De sector gaat duurzamer en met een hoge standaard voor dierenwelzijn produceren en krijgt een beperktere omvang. De harde overgangen tussen landbouw en natuur willen we minder hard maken en zorgen voor verweving. We introduceren bufferzones die een zachte overgang maken tussen landbouw- en natuurgronden (zie ook 4.2). Deze liggen deels op natuur- en deels op landbouwgronden. Dit zijn gronden die beide functies dienen, dus ze hebben nut voor het agrarisch gebruik en voegen extra natuurwaarde toe.
In de uitwerking moeten we goed kijken wat mogelijk is op de natuurbestemde gronden. Dit levert een fraaier landschap op waar inwoners en recreanten van kunnen genieten. Aanvullend daarop realiseren wij groenblauwe
stroken (dooradering) door het agrarische land die afgestemd zijn op de historische, landschappelijke kenmerken van het gebied (zie ook 4.3). Deze structuren zetten we in als meekoppelkans zodat ze meerdere doelen bedienen zoals waterberging, natuurverbindingen, recreatie medegebruik (klompenpaden), voeding en beschutting voor vee, oogsten van geriefhout, etc. Al deze maatregelen treffen we, naast andere maatregelen, om de natuurherstelmaatregelen in de Natura 2000 gebieden gestalte te geven. Deze maatregelen zijn bepaald, maar waar en hoe nog niet. De bovenstaande aspecten vragen om maatwerk. Hoe dit in zijn werk gaat wordt verder uitgewerkt in paragraaf 5.2.1.1. Op de volgende pagina staat een verkenning van maatwerk voor Uddelerveen uitgevoerd tijdens het opstellen van het gebiedsplan. In GEUS werken wij aan reductie van de negatieve impact van functies (bedrijvigheid, mobiliteit, wonen, landbouw, recreatie, etc) op de natuur en het klimaat (zie ook 4.5). Alle bestaande functies dragen bij aan reductie van de stikstofuitstoot, bv door elektrificering van vervoer, gasloos bouwen, etc. Volgens WUR onderzoek leveren de nieuw te realiseren woningen en bedrijven nagenoeg geen extra stikstof uitstoot.
Dat zelfde onderzoek laat zien dat wij in GEUS nu al nagenoeg 42% minder stikstof uitstoten dan in 2018 hiermee voldoen we aan de algemene reductie voor stikstofuitstoot in Gelderland. De stikstof die we aanvullend reduceren, wordt binnen GEUS benut voor agrariers die