Nationaal+Programma+Circulaire+Economie+2023-2030
Tekst van het document
45 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
hulpmiddelen en 2) het creëren van (wettelijke) incentives om ondernemers daadwerkelijk tot circulair ontwerpen aan te zetten. Als producten duurzaam zijn, dan is het belangrijk dat burgers en bedrijven daar ook weet van hebben, zodat ze bewust kunnen kiezen voor duurzame producten. Het verstevigen van (consumenten)informatie over de duurzaamheid van producten is dus essentieel. Daarnaast is het van belang dat duurzaamheidsclaims goed onderbouwd zijn, in plaats van misleidend of ongefundeerd (greenwashing). Het Europese Green claims-voorstel, dat naar verwachting in 2023 wordt uitgebracht, gaat hier specifiek op in. Daarnaast zal het Circulair Materialenplan, als opvolger van het huidige Landelijk Afvalbeheerplan, betere informatie bevatten over specifieke materiaalstromen. Alle relevante informatie over een specifieke stroom, van ontwerp tot en met verwerking, wordt opgenomen in een ketenplan. Ook op het vlak van levensduurverlenging is bewustwording bij burgers nodig voor circulair gedrag, zodat zij een kapot product (laten) repareren in plaats van afdanken. Daartoe moet de omgeving zodanig worden ingericht, dat het (laten) repareren de meest logische, makkelijke en eerlijke optie is.
Hier is ook een rol weggelegd voor de sector op het vlak van circulaire businessmodellen en de deeleconomie zodat de consument een keuze maakt voor herbruikbare, tweedehands of opgeknapte producten en producten een tweede leven geeft. Voor burgers en bedrijven moet duidelijk zijn hoe zij zelf hun producten zo goed mogelijk kunnen gebruiken, onderhouden en repareren of waar zij dat kunnen laten doen. Bovendien moet dit financieel aantrekkelijker zijn dan het aanschaffen van een nieuw product. Weggeef- en kringloopwinkels bieden de mogelijkheid om producten die niets of weinig mankeren door te geven. Ook via platformen zoals Marktplaats of Vinted kan men een breed scala aan producten aanbieden of kopen. Naast vintagewinkels zien we nu ook grote bedrijven die het mogelijk maken om soms tweedehands (‘tweedekans’) producten aan te schaffen. Om ervoor te zorgen dat we producten langer gebruiken, voorziet het huidige beleid bijvoorbeeld in subsidie aan netwerken die zorgdragen voor levensduurverlening, zoals circulaire ambachtscentra en repaircafés. Een circulair ambachtscentrum is een locatie of netwerk waarin partijen zoals milieustraten, kringloopwinkels, reparatiespecialisten, onderwijs en het sociale domein samenwerken aan het verminderen van afvalstromen en het realiseren van hoogwaardig product- en materiaalhergebruik. Dit gebeurt binnen een
Stimuleren
Beprijzen
Stimuleren
46 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
Stimuleren
We ondersteunen circulair ontwerpen met de opbouw en bestendiging van het CIRCONNECT en CIRCO hubs in 2023 en verkennen de continuering daarvan.
Beprijzen
In het Circulair Materialenplan nemen we ketenplannen voor verschillende materiaalstromen op, waarin alle fases van een materiaal in de kringloop zijn beschreven: van beter ontwerpen tot verwerking.
Normeren
We zetten ons in voor een ESPR met vergaande mogelijkheden voor circulair ontwerp van producten ten behoeve van levensduurverlenging, demonteerbaarheid en repareerbaarheid.
Beprijzen
We gaan Milieu Centraal subsidiëren voor de uitvoering van het kaderprogramma Duurzaam Consumeren om zo onafhankelijke voorlichting te geven richten burgers om duurzaam en circulair handelingsperspectief te vergroten. We bieden specifieke uitkeringen aan gemeenten voor circulaire ambachtscentra met als doel een landelijk dekkend netwerk van circulaire ambachtscentra in 2030. We gaan een handreiking opstellen voor milieustraten om beter te kunnen beoordelen wanneer er sprake kan zijn van voortgezet gebruik van afgedankte producten. We subsidiëren de professionele ondersteuning van vrijwilligers op het gebied van reparatie (repaircafés).
Tabel 4: Maatregelen op het gebied van levensduurverlenging
Voortzetting en intensivering van beleid
Normeren
Op Europees vlak bevat het wetsvoorstel voor de eerdergenoemde ESPR ook maatregelen om producten langer te kunnen gebruiken, bijvoorbeeld door ze robuuster en beter repareerbaar te maken. Zo worden voor productgroepen die worden aangepakt onder ESPR digitale productpaspoorten verplicht gesteld, waardoor reparatie-informatie (zoals handleidingen), informatie over materiaalgebruik en samenstelling ten behoeve van recycling, en de duurzaamheidsscore op één plek, digitaal te vinden zijn. Ook kunnen producenten worden verplicht om reserveonderdelen een aantal jaren beschikbaar te houden. Met de ESPR wordt daarnaast de vernietiging van onverkochte goederen ontmoedigd: bedrijven moeten hierover rapporteren. Nederland zet hierbij in op een aanscherping, waarbij het vernietigen van onverkochte goederen verboden wordt, tenzij het de meest duurzame oplossing is.
Voortzetting en intensivering van beleid
Normeren
gemeente, maar ook regionaal en landelijk. Ook andere netwerken zorgen substantieel voor levensduurverlengingen, zoals repaircafés, netwerken van reparateurs, deelplatforms en tweedehands verkoopplatforms. Het beleid is er onder andere op gericht om bij dergelijke initiatieven vragen over de afvalstatus van materialen weg te nemen door te verduidelijken onder welke omstandigheden er sprake kan zijn van voortgezet gebruik.
Nieuwe maatregelen Samen met Techniek Nederland ontwikkelen we een reparatieregister waar consumenten gecertificeerde reparateurs kunnen vinden. We zetten in op duidelijke wettelijke eisen voor de onderbouwing van duurzaamheidsclaims via het Europese Green claims voorstel, zodat greenwashing aan banden kan worden gelegd. We verkennen de mogelijkheid (op EU- of nationaal niveau) om retailers te verplichten een steeds groter aandeel tweedehands producten aan te bieden.
Opgenomen maatregelen zijn financieel gedekt. In het geval van een verkenning of onderzoek, is de verkenning of het onderzoek zelf gedekt, maar de doorvertaling van de uitkomsten van de verkenningen en onderzoeken naar eventuele beleidsmaatregelen niet.
2.1.4 Hoogwaardige verwerking
Scheiden en inzamelen van afval
Als een product of materiaal wordt weggegooid of afgedankt, hebben we het over afval. De eigenaar wil ervan af. Ook in een circulaire economie, waarin we producten en materialen zo lang mogelijk gebruiken, zal er nog sprake zijn van afval: er zijn altijd producten en materialen die voor de gebruiker geen nut meer hebben en waar hij vanaf wil. In een goed werkende circulaire economie kan dat afval steeds vaker opnieuw worden gebruikt; het wordt in de economie gehouden. We proberen producten zo lang mogelijk in de oorspronkelijke staat en voor hetzelfde doel te gebruiken. Als dat echt niet meer kan, verwerken we de materialen zo goed mogelijk, zodat ze toch weer in een andere hoedanigheid gebruikt kunnen worden. Alleen wanneer recycling vanwege technische of economische redenen niet meer tot de mogelijkheden behoort, zullen we afval verbranden of storten. Dat doen we ook met materialen die vanwege de milieu-impact of vanwege de impact op de volksgezondheid niet geschikt zijn om in te zetten om andere materialen te maken. Hergebruik van materialen met bescherming van mens en milieu staat bij het afvalstoffenbeheer voorop. Het Landelijk Afvalbeheerplan beschrijft de algemene wijze van afvalstoffenbeheer in Nederland. Voor specifieke materialen beschrijft het wat de minimumstandaard van verwerking is.
Goed afvalbeheer begint bij een goede scheiding en inzameling van afgedankte producten en materialen. Met het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) wordt gewerkt aan het meer en beter scheiden van huishoudelijk afval en afval uit de kantoor-, winkel- en dienstensector (KWD). Door afval meer en beter te scheiden, neemt de kwaliteit van de verschillende afvalstromen toe. Dit leidt tot het langer gebruiken van materialen en grondstoffen, hoogwaardige recycling en minder restafval. Zo voorkomen we dat waardevolle grondstoffen in het afval worden verbrand of gestort. Daarnaast proberen we de hoeveelheid afval te beperken met preventie. Zowel burgers als de diensten-, winkel- en kantoorsector leveren daar een bijdrage aan door het afval zo goed mogelijk gescheiden aan te bieden. Gemeenten stimuleren inwoners het afval goed te scheiden, door het aanbieden van passende inzamelmethoden en door communicatie, gedragsbeïnvloeding en financiële prikkels. Inzamelaars zorgen voor het inzamelen van zo goed mogelijk gescheiden afvalstromen met zo min mogelijk vervuiling. De kans dat de stromen in de economie kunnen worden behouden, is dan het grootst. Milieu Centraal heeft een ondersteunende functie door onafhankelijke, wetenschappelijk onderbouwde communicatie hierover richting de burger.
In het Europese Circulair Economy Action Plan staat dat de Commissie voorstellen gaat doen om gescheiden afvalinzamelingssystemen te harmoniseren. Denk hierbij aan het harmoniseren van inzamelmethoden, voorlichtingscampagnes en geharmoniseerde symbolen voor belangrijke soorten afval die corresponderen met productetiketten.
Tabel 5: Maatregelen op het gebied van hoogwaardige verwerking
We hanteren als rijk de circulaire en klimaatneutrale criteria voor inkopen beter en strikter. Waar nodig en mogelijk zorgen we voor het verder ontwikkelen van de benodigde criteria (zie ook 4.4). Opgenomen maatregelen zijn financieel gedekt. In het geval van een verkenning of onderzoek, is de verkenning of het onderzoek zelf gedekt, maar de doorvertaling van de uitkomsten van de verkenningen en onderzoeken naar eventuele beleidsmaatregelen niet.
Stimuleren
Beprijzen
Normeren
Voortzetting en intensivering van beleid
In 2021 is een nieuw statiegeldsysteem voor plastic flessen ingevoerd waarin nu ook (bijna alle) kleine flesjes worden meegenomen. Een soortgelijk systeem wordt nu voor blikjes ingevoerd. Goede afvalinzameling en het hanteren van statiegeld dragen ook bij aan het voorkomen van zwerfafval en aan schone gescheiden stromen die hoogwaardige recycling mogelijk maken. IenW doet momenteel onderzoek naar de samenstelling van afval uit de kantoor-, winkel-, dienstensector om hier nog meer gericht beleid op te kunnen ontwikkelen. Ook ontwikkelen we een uitvoeringsprogramma om de aanpak van het afval dat vrijkomt bij de kantoren-, winkel-, dienstensector op te schalen, met een looptijd tot en met 2025. Om de kwaliteit van gescheiden afvalstromen te verbeteren, stellen we uniforme lijsten op voor wat wel en niet in gescheiden afvalstromen terecht mag komen. Daarna zorgen we ervoor dat alle gemeenten en afvalinzamelaars deze lijsten te laten hanteren in hun communicatie met inwoners bedrijven, scholen, maatschappelijke organisaties en instellingen.
47 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
Stimuleren
Met een ja-ja-sticker geven inwoners actief aan dat zij wel ongeadresseerd reclamedrukwerk willen ontvangen. Deze maatregel voorkomt dat veel onnodig papier in de prullenbak belandt. Daarom verkennen we momenteel of landelijke invoering van de ja-ja-sticker mogelijk is.
Beprijzen
Momenteel verkennen we wat de (on)mogelijkheden zijn voor meer landelijke standaardisering van afvalscheiding en inzameling. Eind 2023 is deze verkenning afgerond. Ook onderzoeken we of het mogelijk is om kwaliteitseisen te introduceren voor ingezameld gft. Ook deze resultaten worden in 2023 verwacht.
Nieuwe maatregelen
Normeren
In een nauw samenwerkingsverband met Prorail en NS werken we aan afvalvrije stations in 2040. In dit traject worden alle relevante partijen op en rondom de stations betrokken om ervoor te zorgen dat afval op stations en treinen gescheiden wordt ingezameld. Ook zorgen we ervoor dat zo min mogelijk afval ontstaat, bijvoorbeeld door het gebruik van herbruikbare bekers te stimuleren.
We verkennen de (on)mogelijkheden van meer landelijke standaardisering van afvalscheiding en -inzameling. We onderzoeken de mogelijkheid om kwaliteitseisen te introduceren voor ingezameld gft. We verkennen of landelijke invoering van de ja-ja sticker mogelijk is, om verspilling van papier te voorkomen. Opgenomen maatregelen zijn financieel gedekt. In het geval van een verkenning of onderzoek, is de verkenning of het onderzoek zelf gedekt, maar de doorvertaling van de uitkomsten van de verkenningen en onderzoeken naar eventuele beleidsmaatregelen niet.
Tabel 6: Maatregelen op het gebied van scheiden en inzamelen van afval
We stellen uniforme wel/niet lijsten op voor gescheiden afvalstromen en spannen ons in om alle gemeenten en afvalinzamelaars deze lijsten te laten hanteren in hun communicatie met inwoners bedrijven, scholen, maatschappelijke organisaties en instellingen. We zetten samen met NS en ProRail in op Afvalvrije stations in 2040.
48 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
Stimuleren
We ontwikkelen een uitvoeringsprogramma gericht op opschaling van de aanpak voor het afval dat vrijkomt bij de kantoren-, winkel-, dienstensector en voeren deze uit met een looptijd tot en met 2025.
Beprijzen
We doen onderzoek naar de samenstelling van afval uit de kantoor-, winkel-, dienstensector om hier nog meer gericht beleid op te kunnen ontwikkelen.
Normeren
Voortzetting en intensivering van beleid
Recycling In Nederland produceren we zo’n zestig miljoen ton afval per jaar. Ongeveer 80 procent daarvan wordt gerecycled. Tegelijkertijd zijn er nog flinke uitdagingen op het gebied van recycling, waaronder toewerken naar meer hoogwaardige recycling en de recycling van stedelijk afval (huishoudelijk afval plus het afval uit de kantoor-, winkel- en dienstensector). De Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen stelt dat lidstaten in 2035 65 procent van hun stedelijk afval moeten recyclen, oplopend van 55 procent in 2025 en 60 procent in 2030. Nederland recyclede in 2020 ongeveer 50 procent van het stedelijk afval. We zijn dus hard op weg, maar hebben het Europese streefdoel nog niet gehaald. Er wordt nog best veel afval verbrand dat in potentie geschikt is voor recycling en we willen graag meer verwerkingscapaciteit voor recycling in Europa. Om ervoor te zorgen dat meer grondstoffen in de keten blijven voor recycling en niet worden verbrand of als zwerfvuil in het milieu komen, maken we gebruik van het instrument uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). Met de UPV maken we per productgroep producenten verantwoordelijk voor (de kosten van) het inzamelen en recyclen van gebruikte producten. In de UPV kunnen ook minimumdoelstellingen voor bijvoorbeeld inzameling, recycling en/of hergebruik worden opgenomen.
Er geldt al een wettelijk verplichte UPV voor de productgroepen auto’s, autobanden, verpakkingen, batterijen en
accu’s, en elektronische en elektrische apparaten. In 2023 geldt ook UPV voor verpakkingen uit de KWD-sector, wegwerpplastics en textiel. Ook ontwikkelen we UPV’s voor luiers en incontinentiemateriaal. We verkennen de mogelijkheden voor de productgroepen meubels, landbouwfolies en vloerbedekkingen. Voor een aantal stromen hebben producenten zonder dat er een wettelijk opgelegde UPV geldt, zelf een producentenverantwoordelijkheid ingericht, die vervolgens algemeen verbindend is verklaard (dit geldt voor vlakglas, papier en karton, en matrassen). Hierdoor gelden ze voor alle producenten van de betreffende productgroep. De doelstellingen die de sector erin heeft opgenomen hebben echter geen wettelijke basis en zijn dus niet handhaafbaar. Hoewel het beleidsinstrument UPV brede steun geniet, zijn er steeds meer signalen dat de uitvoering beter kan. Daarom brengen we de beleefde problemen in kaart bij diverse stakeholders rond de UPV, waarbij we onder andere kijken naar de rol van gemeenten en hoe deze ondersteund kunnen worden, zonder daarbij de verantwoordelijkheid (deels) bij producenten weg te halen. De Tweede Kamer wordt in de eerste helft van 2023 geïnformeerd over de resultaten van dit proces. In hoofdstuk 3 komen we terug op de inzet van UPV bij specifieke productgroepen.
UPV kan er ook aan bijdragen dat producenten alternatieven gaan zoeken voor het gebruik van gevaarlijke stoffen in producten, als die stoffen de recycling bemoeilijken. Dat leidt immers tot extra kosten voor producenten, of bemoeilijkt het behalen van de doelstellingen. Dit is met name van belang voor ZZS. Zoals eerder aangegeven is productontwerp bij uitstek het moment om ervoor te zorgen dat ZZS niet meer worden verwerkt in nieuwe producten (minimaliseren en voorkomen). We hebben echter nog wel enige tijd te maken met een erfenis uit het verleden; er was vroeger minder aandacht voor en minder bekend over de schadelijkheid van chemische stoffen. ZZS zijn vaak pas als zodanig erkend nadat ze al op uitgebreide schaal in producten waren verwerkt. Deze producten blijven nog de komende decennia in de afvalfase terechtkomen. Afvalstromen met deze erfenis-stoffen moeten de zorgvuldig gerecycled worden. Daarbij moeten de ZZS zo mogelijk verwijderd worden. Als dat niet lukt en de materialen in de kringloop blijven, mag de aanwezigheid van de ZZS hooguit een verwaarloosbaar risico vormen voor mens en milieu. Om bedrijven en bevoegde gezagen hierbij te ondersteunen, staan aanwijzingen voor een risicobeoordeling in het Landelijk Afvalbeheerplan (met aanvullende handreiking).
49 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
Recycling kent meer en minder hoogwaardige vormen. Bij hoogwaardige recycling worden kwaliteitsproducten op de markt gebracht die zelf ook weer hoogwaardig verwerkt en toegepast kunnen worden. Het materiaal wordt dan grotendeels behouden voor de keten. Bijvoorbeeld flessen uit ingezameld glas of plastic afval waar weer nieuwe flessen van glas en plastic van gemaakt worden. Recycling is minder hoogwaardig wanneer de mogelijkheden om materialen te behouden voor de keten niet optimaal worden benut. Soms worden materialen en producten op zo’n manier toegepast dat ze snel, soms al na eenmalig gebruik, vernietigd worden. Bij gebrek aan een betere technische oplossing maken we nu bijvoorbeeld van sommige afgedankte materialen brandstof. Vanuit het oogpunt van het behoud van materiaal is het verschil tussen het direct verbranden van afgedankte materialen en het toepassen als brandstof minimaal. We blijven daarom streven naar een zo hoogwaardig mogelijke recycling van materialen en producten. Zo kiezen we liever voor recycling van een materiaal waarna vervolgens een deel gestort moet worden, dan voor honderd procent verbranding van dat materiaal zonder een deel te recyclen.
In het CMP schenken we specifiek aandacht aan het onderscheid tussen hoogwaardige en laagwaardige recycling en het kiezen voor recycling met een stortresidu in plaats van het volledig verbranden van een materiaalstroom. Bovendien willen we de minimumstandaard, als ondergrens van de verwerkingsmethode, sneller ophogen bij innovaties. Handreikingen en ministeriële regelingen die vastleggen onder welke condities een verwerkt materiaal kan worden gebruikt, stellen we alleen nog maar op als er sprake is van hoogwaardige recycling. Zoals aangestipt bij de inzameling van afvalstoffen helpt een goede bronscheiding en goede sortering van afvalstromen ons hierbij. Ook op Europees en internationaal niveau zetten we in op hoogwaardige verwerking. Met de herziening van de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA) willen we het mogelijk maken te sturen op een zo hoogwaardig mogelijke verwerking van al ons afval binnen de EU. Denk hierbij aan het alleen nog toestaan van afvalexport uit de EU als dat afval aantoonbaar volgens EU-eisen kan worden verwerkt. Bij afvaltransporten binnen de EU sturen we op hoogwaardige verwerking van afval aan de hand van nationale minimumstandaarden, om zo innovatieve verwerkingsmethoden een kans te geven.
Ook hebben we oog voor het minimaliseren van administratieve lasten voor bedrijven en toezichthouders, en voor verbetering van handhaving bij afvaltransporten, via onder andere digitalisering. Ook willen we via de ESPR in op een verbod op het vernietigen van onverkochte goederen invoeren.
Tabel 7: Maatregelen op het gebied van recycling
50 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
Stimuleren
We zullen bezien of verdere tariefsverhogingen in de afvalstoffen belasting in 2027-2029 van recycling een lonender alternatief maken.
Beprijzen
We zetten bij de herziening van de EVOA in op de volgende punten: • Afvalexport uit de EU is alleen nog toegestaan, als dat afval aantoonbaar volgens EU-eisen kan worden verwerkt. • Bij afvaltransporten binnen de EU willen we sturen op hoogwaardige verwerking van afval aan de hand van nationale minimumstandaarden, en geven we zo innovatieve verwerkingsmethoden een kans. • Via onder andere digitalisering willen we komen tot een minimalisering van de administratieve lasten voor bedrijven en toezichthouders en verbetering van handhaving bij afvaltransporten.
Nieuwe maatregelen
Normeren
Ministeriële regelingen of handreikingen die duidelijk maken of een materiaal een afvalstof is of niet, stellen we alleen nog maar op voor hoogwaardige recyclinginitiatieven.
Stimuleren
Ten behoeve van het Circulair Materialenplan: • maken we beter onderscheid tussen hoogwaardige en laagwaardige recycling en nemen dat op in de minimumstandaarden. • verkennen we de mogelijkheden om te kiezen voor recycling met stortresidu versus 100 procent verbranden. • verkennen we het versneld ophogen van de minimumstandaard zodat innovatieve bedrijven ondersteund worden bij het aantrekken van voldoende aanvoer.
Beprijzen
We versterken het instrument UPV door te verkennen hoe we dit instrument meer op hergebruik en reparatie kunnen richten en de uitvoering kunnen verbeteren.
Normeren
Voortzetting en intensivering van beleid
We starten een stimuleringsprogramma ter ontwikkeling en opschaling van recycling en hergebruik48. We stimuleren de oprichting van een circulaire plastic- en textielhub49. We voorkomen dat recyclebaar materiaal wordt verbrand of gestort door met een gericht pakket aan maatregelen een specifieke materiaalketen te sluiten. Daarbij: • Gaat extra aandacht uit naar plastic en plastic verpakkingen, paper en karton, bouw- en sloopafval50, gft-afval, en luiers. • Zetten we per materiaal in op een combinatie van gerichte acties in de hele keten. Maatregelen die worden verkend zijn o.a. een bronscheiding-, nascheiding- en/of sorteerverplichting, inzamelvereisten, certificering van sorteerprocessen, financiële prikkels, en (verhoging van) verplichte recyclepercentages middels UPV. • Overwegen we waar nodig als sluitstuk een extra slot op de deur in de vorm van een materiaalgericht verbrandingsverbod. We zetten erop in de ESPR aan te scherpen met een verbod op de vernietiging van onverkochte goederen, tenzij een bedrijf kan aantonen dat dit de meest milieuvriendelijke manier van verwerken is. Opgenomen maatregelen zijn financieel gedekt. In het geval van een verkenning of onderzoek, is de verkenning of het onderzoek zelf gedekt, maar de doorvertaling van de uitkomsten van de verkenningen en onderzoeken naar eventuele beleidsmaatregelen niet.
48
Zie ook H 2.2.2. – Maatregelen die bijdragen aan nationale klimaatdoelen.
49
In samenhang met maatregel: “Vormgeven van een mogelijke heffing op plastic, waaronder polymeren”
50
BRBS Recycling heeft in opdracht van Rijkswaterstaat onderzocht hoe een sorteerder van bouwen sloopafval idealiter werkt om meer afval te recyclen en minder te verbranden. Opvolging van dit onderzoek richt zich erop hoe een dergelijke werkwijze te verankeren.
Verbranden
Er is een sterke link tussen het verminderen van afvalverbranding en CO₂-reductie. In hoofdstuk 2.2 gaan we in op de bijdrage van een circulaire economie, inclusief afvalverbranding, aan het klimaatdoel, waarbij het vermijden van lock-in-effecten een belangrijk element is.
We verkennen de mogelijkheden om de afbouw van overcapaciteit van afvalverbrandingsinstallaties te stimuleren51. We stellen een moratorium in op de huidige verbrandingscapaciteit zodat de bestaande capaciteit in ieder geval niet verder kan worden uitgebouwd. We verkennen de mogelijkheden en effecten van het verhogen van de afvalstoffenbelasting voor verbranding ter ondersteuning van hoogwaardigere verwerking. We zetten in Europees verband in op een verplichting om afvalverbranding in alle EU-landen financieel te belasten. Opgenomen maatregelen zijn financieel gedekt. In het geval van een verkenning of onderzoek, is de verkenning of het onderzoek zelf gedekt, maar de doorvertaling van de uitkomsten van de verkenningen en onderzoeken naar eventuele beleidsmaatregelen niet.
Storten Net als voor verbranding geldt dat we ook storten in een circulaire economie zo veel mogelijk willen voorkomen. Maar we voorzien dat storten nodig blijft voor materialen en grondstoffen die niet op een andere manier te verwerken zijn. Zo zijn er materialen die we vanwege in het verleden gebruikte stoffen liever uit de keten halen. Ook blijft bij recycling doorgaans een residu over waar men niets meer mee kan en dat mogelijk zeer verontreinigd is. Deze schadelijke materialen uit het verleden of residuen uit de materialenkringloop halen door het op een milieuvriendelijke manier te storten, zonder schadelijke emissies naar bodem, water en lucht zorgt voor een goede bescherming van mens en milieu, en helpt een schone economie te realiseren. Het is daarom belangrijk dat storten beschikbaar en betaalbaar blijft, maar het mag niet te aantrekkelijk zijn om materialen
51
51 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
Stimuleren
Daarnaast willen we op internationaal niveau een gelijk speelveld creëren door alle EU-landen te verplichten om afvalverbranding financieel te belasten.
Beprijzen
Door onze actieve inzet op vermindering van grondstoffengebruik, levensduurverlenging, betere inzameling en meer hoogwaardige recycling, zoals in de voorgaande paragrafen beschreven, neemt de hoeveelheid te verbranden materialen geleidelijk af. Daarmee neemt ook de benodigde verbrandingscapaciteit af. We willen de afname van verbrandingscapaciteit zelfs versnellen en kijken daarbij naar maatregelen die we op nationaal en internationaal niveau kunnen nemen. Het moet in ieder geval niet meer mogelijk zijn om nog meer verbrandingscapaciteit bij te bouwen in Nederland. Ook verkennen we de mogelijkheden om op vrijwillige basis tot een geleidelijke afbouw van verbrandingscapaciteit te komen. Daarnaast willen we bekijken hoe we op een evenwichtige wijze het verbranden van afval via afvalstoffenbelasting financieel minder aantrekkelijk kunnen maken, zodat een meer hoogwaardige verwerking eerder loont. Daarbij hebben we oog voor negatieve effecten zoals een duurdere afvalverwerking zonder de verwachte opbouw van een hoogwaardigere vorm van recycling en een mogelijke vergroting van milieucriminaliteit.
Nieuwe maatregelen
Normeren
In een circulaire economie willen we materialen zo lang mogelijk in de keten houden en zo min mogelijk materialen vernietigen via verbranding. We willen immers niet dat grondstoffen verloren gaan, maar dat deze zo lang mogelijk in de economie blijven. Afvalverbranding brengt bovendien schadelijke emissies met zich mee en er blijven bodemassen over. Toch zal ook in de circulaire economie afvalverbranding nodig zijn. Daarom moet afvalverbranding toegankelijk en betaalbaar zijn voor materialen die we niet op een andere manier kunnen verwerken. Denk aan gevaarlijk afval, speciaal ziekenhuisafval en residuen van zuiveringsslib en recycling. De capaciteit die hiervoor nodig is, zal wel aanmerkelijk kleiner zijn dan de verbrandingscapaciteit die we momenteel hebben. Daarbij zorgt de huidige ruime verbrandingscapaciteit voor een belemmerend effect op de ontwikkeling van een meer hoogwaardige verwerking van materialen.
Tabel 8: Maatregelen op het gebied van verbranding
Zie ook H 2.2.2 - Maatregelen die bijdragen aan nationale klimaatdoelen.
2.2 Uitwerking ambitieus klimaatdoel circulaire economie
te storten die beter op een andere wijze kunnen worden verwerkt. Dat vergt een fijne balans. Momenteel brengen we in kaart hoe de ontwikkeling van de stortcapaciteit in Nederland voor de komende jaren eruit zal zien. Tevens willen we in een werkprogramma een aantal aandachtspunten adresseren die een goed functioneren van de stortmarkt in potentie kunnen belemmeren. Denk hierbij aan een toename van recycling waardoor er ook een toename is van residuen die alleen gestort kunnen worden, het te vlot afgeven van stortontheffingen, het ontbreken van een acceptatieplicht voor stortplaatsexploitanten, een dreigend monopolie door een beperkt aantal stortplaatsexploitanten wat mogelijk kan leiden tot een prijsopdrijvend effect, de nuttige toepassing van afvalstoffen op stortplaatsen, de beschikbare stortcapaciteit voor noodgevallen en het mogelijk aanpassen van technische richtlijnen voor bijvoorbeeld afdichtingen. Op Europees niveau willen we een gelijk speelveld creëren voor storten in alle landen van de EU door te pleiten voor het financieel belasten van storten in alle EU-lidstaten. Tabel 9: Maatregelen op het gebied van storten
We stellen een werkprogramma op met concrete maatregelen voor de stortmarkt. We zetten in Europees verband in op een verplichting om storten in alle EU-landen financieel te belasten. Opgenomen maatregelen zijn financieel gedekt. In het geval van een verkenning of onderzoek, is de verkenning of het onderzoek zelf gedekt, maar de doorvertaling van de uitkomsten van de verkenningen en onderzoeken naar eventuele beleidsmaatregelen niet.
Stimuleren
Beprijzen
Normeren
Nieuwe maatregelen
De transitie naar een circulaire economie is essentieel voor het behalen van de klimaaten energieopgave van Nederland. Niet alleen voor het reduceren van de emissies die gepaard gaan met het gebruik van grondstoffen, maar ook om duurzaam om te springen met grondstoffen die nodig zijn voor de energietransitie om de broeikasgasuitstoot te verminderen. Door het sturen op en faciliteren van (internationale) duurzame, circulaire ketens draagt beleid voor de circulaire economie zowel bij aan de mondiale klimaatopgave, als aan de nationale klimaatdoelen.
2.2.1 Emissiereductie in de keten De nationale klimaatdoelstelling wordt, in navolging van het Parijsakkoord, bepaald aan de hand van de territoriale emissies, ofwel de emissies uit ‘de schoorsteen’. Door de focus van het huidige klimaatbeleid op die schoorsteen is er weinig aandacht voor de gehele keten. Terwijl de helft van de mondiale broeikasgasemissies wordt veroorzaakt in internationale ketens, door de winning en verwerking van biotische en abiotische grondstoffen52. De transitie naar een circulaire economie kan leiden tot een forse afname van de emissies op diverse plekken in de (vaak internationaal vertakte) ketens. De Rijksoverheid wil dan ook gericht gaan bevorderen dat bedrijven zich inzetten om, naast hun directe emissies, ook emissies in hun ketens te verminderen (Internationale Klimaatstrategie). Het ontbreken van een ketenbenadering in het huidige klimaatbeleid heeft verschillende gevolgen. Zo leidt het tot onvolledige verduurzaming van de (basis)industrie in Nederland en daarmee tot vertraging in het behalen van de nationale klimaatopgave (zie onderstaand voorbeeld). Ook wordt het reductiepotentieel van fundamentele veranderingen in (wereldwijde) productketens onvoldoende benut en komt de transitie naar een circulaire economie onvoldoende van de grond.
52
52 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
Zie ICER 2021.
Voorbeeld: basischemie Nederland heeft veel basischemie, met meerdere raffinaderijen en naftakrakers. Kenmerk van deze industrie is dat de fossiele grondstoffen aardolie en aardgas worden ingezet voor zowel halfproducten als voor procesenergie. De procesenergie leidt tot emissies aan de schoorsteen (scope 1), de halfproducten leiden tot emissies verderop in de keten bij de verbranding van afval. Om emissies in de productketen vergaand te reduceren, moeten deze bedrijven hun grondstoffen verduurzamen. Een van de manieren om dit te bereiken is het vervangen van een deel van de fossiele grondstoffen door (duurder) recyclaat of duurzame biogrondstoffen. Dit leidt tot een beperkte scope 1-emissiereductie, maar vooral tot een aanzienlijke emissiereductie verderop in de keten. Bedrijven worden echter op geen enkele manier beloond voor deze duurzamere producten die aanzienlijke scope 3-emissiereductie opleveren. Daardoor stagneert de verduurzaming van de grondstofinzet bij de basisindustrie en dat werkt door in de rest van de chemische industrie, die de producten van de basisindustrie weer als grondstof verwerken. Erkenning van scope 3-emissies geeft dus een prikkel aan de chemiesector om zijn grondstoffen te verduurzamen. Dit zou leiden tot aanzienlijke reductie in de keten (scope 3) én in het reduceren van de scope 1-emissies in de chemische industrie.
Het kabinet wil daarom toewerken naar duurzame en circulaire ketens die bijdragen aan de nationale én de mondiale klimaatopgave, door reductie van ketenemissies te waarderen. Het kabinet zet zich daarom in voor het reduceren van de broeikasgasvoetafdruk van Nederland. De broeikasgasvoetafdruk gebruikt een ketenbenadering om in kaart te brengen welke emissies door Nederlandse burgers en bedrijvigheid gereduceerd kunnen worden. Ook geeft de voetafdruk inzicht in de emissies in de ketens waar Nederlandse bedrijven handelingsperspectief hebben om deze te reduceren53.
53
https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2021_trends-in-nederlandse-voetafdrukken-een-update_4734.pdf
53 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
De eerste stappen worden al gezet. Zo worden de meest kansrijke, relevante ketens voor Nederland die gepaard gaan met de meeste emissies, in kaart gebracht en is er casuïstiek uitgevraagd. Ook wordt op een rij gezet in welke ketens en casuïstiek de meeste mogelijkheden bestaan om ketenemissies te verminderen. Met deze input werkt het kabinet de aanpak op ketenemissies uit. Daarbij wordt gekeken hoe ketenemissies in bestaande instrumenten kunnen worden meegenomen en naar nieuwe concrete beleidsinstrumenten die sturen op grondstoffengebruik en daarmee op de reductie van ketenemissies. Voor het reduceren van de broeikasgasvoetafdruk is onder meer het vervangen van primaire, abiotische grondstoffen door secundaire grondstoffen en biogrondstoffen cruciaal. Daarom wordt in het kader van de concretisering van de doelen voor de circulaire economie (zie hoofdstuk 1) ook een doel gericht op substitutie uitgewerkt. Het kabinet zal gericht instrumentarium inzetten, onder andere op het bevorderen van de productie en de toepassing van secundaire grondstoffen en biogrondstoffen in de koolstofketen. Daarbij wordt er ook gekeken naar kansen en ontwikkelingen in Europa om bij aan te sluiten. Nederland kan de verduurzaming van ketens immers niet alleen bewerkstelligen en werkt daarbij ook in het speelveld van Europees beleid.
Het kabinet agendeert daarom het belang van een aanpak op ketenemissies bij de Europese Commissie en blijft in gesprek met de Commissie over verschillende ontwikkelingen op dit gebied. Bedrijven spelen een belangrijke rol in het reduceren van emissies in de keten. In samenspraak met hen creëren we zo veel mogelijk duidelijkheid over de verantwoordelijkheid van de overheid versus die van bedrijven, waaronder de financiële sector, voor het reduceren van ketenemissies. Belangrijke vragen daarbij zijn: in hoeverre kunnen bedrijven invloed op emissies in de keten uitoefenen en hoe kunnen bedrijven geprikkeld worden om hun ketenemissies te reduceren? Het RIVM heeft daartoe een eerste verkenning uitgevoerd54. Een van de problemen bij ketenemissies is het gebrek aan een gestandaardiseerde en eenvoudig te gebruiken systematiek om de ketenemissies van een bedrijf in kaart te brengen. Hiertoe ontwikkelt de overheid twee methodes: (1) een koolstofboekhouding in
54
https://www.rivm.nl/documenten/minder-uitstoot-broeikasgassen-in-hele-keten-verkenning-voor-beleid-0
combinatie met rekenregels of emissiefactoren55 en (2) een tool voor het in kaart brengen van de emissies van innovatieve technologieën in de industrie.56
2.2.2 Maatregelen die bijdragen aan nationale klimaatdoelen Circulaire maatregelen hebben ook effect op ketens in Nederland. Nationaal zien we dat circulaire maatregelen aanzienlijk kunnen bijdragen aan de kabinetsdoelstelling om in 2030 minimaal 55 procent uitstootreductie te realiseren. Een aantal maatregelen levert waarschijnlijk op korte termijn al structureel minstens 2-4 Mton CO2-reductie op.
Tabel 10: Maatregelen op het gebied van het ambitieus klimaatdoel
We zetten de subsidieregeling circulaire ketenprojecten structureel door. We verhogen het budget voor de MIA\Vamil-regeling. We zetten in op de afbouw van overcapaciteit afvalverbranding bij afvalverbrandingsinstallaties. We voeren een UPV voor luiers en incontinentiemateriaal in. We faciliteren kennisontwikkeling en innovatie.
Aan de achterkant van de keten is het cruciaal om de ontwikkeling en opschaling van recycling te stimuleren. Ook is het belangrijk om de overcapaciteit van de afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) af te bouwen om zo minder afval te laten verbranden en daarmee minder CO2 uit te stoten.
55
Onderzoek Koolstofboekhouding rekenregels door Rebel Group
56
Tool voor emissies innovatieve technologieën door TNO
54 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
We stimuleren circulaire kennis, vaardigheden en gedrag dat past in een circulaire economie.
Stimuleren
Voortzetting en intensivering van beleid
Beprijzen
Het winnen van primaire abiotische grondstoffen en het verwerken van deze grondstoffen in bruikbare materialen gaat vaak gepaard met veel emissies. Maatregelen die bijdragen aan het reduceren van de hoeveelheid gebruikte primaire abiotische grondstoffen kunnen dus een aanzienlijk klimaateffect hebben. Denk aan het stimuleren van hergebruik en het verplichten van een bepaald percentage recyclaat bij Rijksinkoop in de bouw. De rijksoverheid kan een belangrijke rol spelen in klimaatneutrale en circulaire infrastructuur bij publieke opdrachten in de grond-, weg- en waterbouw (GWW). Ook een snellere realisatie van circulaire plasticketens kan een aanzienlijke bijdrage leveren. Een combinatie van beprijzen en stimuleren zorgt dat het gebruik van primair fossiel plastic wordt afgebouwd en stimuleert het opbouwen van een gezonde markt voor secundair plastic (recyclaat) en biogebaseerd plastic.
Deze maatregelen kunnen gezamenlijk op korte termijn tot structureel 2-4 Mton CO2-reductie leiden. Besluitvorming over uit te voeren maatregelen in het kader van de klimaatopgave vindt plaats in het voorjaar van 2023.
Normeren
De maatregelen die op korte termijn kunnen bijdragen aan de nationale klimaatdoelen sturen zowel op de voorkant als de achterkant van de keten en bevatten flankerend beleid gericht op kennisopbouw, innovatie, vaardigheden en gedrag. Deze maatregelen zijn eerder gecommuniceerd in het Coalitieakkoord, het beleidsprogramma van IenW en het concept-beleidsprogramma Klimaat.
Om de bijdrage van circulaire maatregelen aan het tegengaan van klimaatverandering te maximaliseren moet de technologische en sociale kennis van circulaire maatregelen nog verder ontwikkeld worden. Kennisontwikkeling en innovatie moeten worden gefaciliteerd. De subsidieregeling ‘Circulaire ketenprojecten’ en verhoging van het budget voor de MIA\Vamil voor innovatie dragen hieraan bij, maar er is meer geld nodig. De rijksoverheid kan hierin een voorbeeldrol nemen door kennis, vaardigheden en gedrag dat past in een circulaire economie te stimuleren. Voor verdere uitwerking van deze maatregelen, zie hoofdstuk 2.1.
Stimuleren
Beprijzen
Normeren
Nieuwe maatregelen We starten een stimuleringsprogramma ter ontwikkeling en opschaling van recycling en hergebruik. We stimuleren hergebruik en recyclaat in bouwmaterialen met Rijksinkoop. We verkennen het verder stimuleren en normeren van circulaire en klimaatneutrale uitvoering van publieke opdrachten in de grond-, weg- en waterbouw. We bezien de mogelijkheden om de productie van plastic uit fossiele grondstoffen te belasten, in combinatie met een stimulerende maatregel om te komen tot een circulaire plastic- en textielhub.
Besluitvorming over uit te voeren maatregelen in het kader van de klimaatopgave vindt plaats in het voorjaar van 2023.
2.2.3 Versterken van de samenhang tussen circulaire-economiebeleid en klimaatbeleid Gezien de bijdrage van circulaire economie aan de klimaatopgave, milieuopgave, biodiversiteit en leveringszekerheid kijken we integraal naar de samenhang met deze andere transities. Zoals genoemd in het Coalitieakkoord wil het kabinet specifiek de samenhang versterken tussen circulariteit en het klimaatbeleid. Daarmee geeft het kabinet bedrijven en organisaties de mogelijkheid om klimaatneutrale en circulaire bedrijfsprocessen te introduceren die toekomstbestendig zijn. De basis hiervoor is de inzet op de koolstofketen (onder andere productie, hergebruik en recycling van en alternatieven voor kunststoffen) en kritieke grondstoffen.
55 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
Instrumentarium Diverse adviserende organen en kennisinstellingen, zoals de SER57 en het PBL58, beschrijven de interactie tussen beide transities en geven verbeterpunten aan voor een beter evenwicht tussen beide. De rijksoverheid neemt deze ter harte. We analyseren de belangrijkste knelpunten en pakken deze aan en we bekijken hoe de elkaar versterkende effecten van beide transities beter benut kunnen worden. Een aantal knelpunten heeft te maken met verschillen in beleidsfocus (energie versus grondstoffen; directe emissies versus ketenemissies) en de uitwerking daarvan in marktprikkels. Oftewel, waar kan circulariteit, waaronder secundaire en duurzame biogrondstoffen en ketenemissies, beter worden meegenomen in het klimaatinstrumentarium en vice versa. Ondernemers zijn als gevolg van het klimaatbeleid eerder geneigd te kiezen voor transitietechnieken, zoals Carbon Capture & Storage (CCS) en secundaire en duurzame biogrondstoffen. Zij schuiven investeringen in structurele verduurzaming van het gehele productieproces op de lange(re) baan. De rijksoverheid wil de samenhang onder andere versterken door bij nieuwe instrumenten te analyseren hoe zowel emissiereductie als circulariteit al in het ontwerp kunnen worden meegenomen. Ook analyseert het kabinet welke mogelijkheden er zijn voor betere samenhang op EU-niveau.
Klimaatsectoren De governance van het klimaatbeleid is gestructureerd langs vijf klimaatsectoren (Energie, Industrie, Gebouwde Omgeving, Landbouw en landgebruik, en Mobiliteit). De inspanningen op het gebied van circulair op productgroepniveau en in subsectoren zijn relevant voor de opgaves van de klimaatsectoren en andersom. Om de synergiën tussen circulaire economie en klimaat optimaal te benutten, is het daarom van belang om ook samen met de klimaatsectoren (en andere actoren) te werken aan het versterken van de samenhang tussen de transities.
57
SER-verkenning: Evenwichtig sturen op de grondstoffentransitie en de energietransitie voor brede welvaart
58
PBL-rapport: Hoe kan circulaire-economiebeleid bijdragen aan de klimaatdoelstelling?
Energietransitie Bij de energietransitie is het cruciaal om oplossingen circulair vorm te geven in verband met de leveringszekerheid van kritieke metalen en andere essentiële grondstoffen, en om te borgen dat deze niet in afvalverbrandingsinstallaties of het buitenland belanden. Hierbij ligt een belangrijke link met de Nationale Grondstoffenstrategie. Een van de ontwerpprincipes van het Nationaal Plan Energiesysteem is dan ook dat er voorwaarden worden gesteld aan het circulair en duurzaam grondstoffengebruik van het toekomstige energiesysteem. Dit vraagt om sturing op hoogwaardige recyclebaarheid en het terugwinnen van grondstoffen uit bijvoorbeeld windturbines en zonnepanelen. Ook door de levens- en exploitatieduur te verlengen en het zoeken naar alternatieven voor kritieke metalen te stimuleren nemen de beschikbaarheidsrisico’s af. Invoering van productpaspoorten, zoals nu het plan is binnen de EU, kan een goed hulpmiddel zijn. Mobiliteit Ook voor mobiliteit is leveringszekerheid grondstoffen van belang. Het stimuleren van hergebruik en hoogwaardige recycling van accu’s, en van een tweedehands markt voor (elektrische) voertuigen draagt bij aan het verminderen van het gebruik van primaire abiotische grondstoffen, zoals kritieke metalen. Juist in de (stads)logistiek valt hier veel te winnen.
Daarnaast speelt bij mobiliteit de vraag hoe te komen tot efficiënter gebruik van (energieverbruikende) vervoersmiddelen, via bijvoorbeeld deelgebruik. Industrie Voor de industriële verduurzaming is het van belang het gebruik van primaire abiotische grondstoffen te verminderen. Dit leidt zowel binnen als buiten Nederland tot een vermindering van CO2-emissies in de gehele keten. Het creëren van duurzame, circulaire groei- en eindmarkten voor het gebruik van recyclaat en duurzame biogrondstoffenalternatieven is daarom essentieel. Ter vervanging van fossiele grondstoffen, maar ook voor het in de kringloop houden van schaarse grondstoffen en kritieke metalen. Het is daarin cruciaal om te sturen op mogelijkheden voor het verminderen van grondstofgebruik en afval, hoogwaardige recycling en het verlengen van de levensduur in het ontwerpproces. Landbouw Met de transitie naar een kringlooplandbouw vinden landbouw en circulaire economie elkaar. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) werkt onder andere aan het meer inzetten van reststromen om minder afhankelijk te zijn van externe inputs, en emissies naar water, bodem en lucht te verminderen. Daarnaast werkt LNV aan het vergroten van het aanbod van duurzame biogrondstoffen uit Nederland en, in
56 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
samenwerking met andere ministeries, om hoogwaardig gebruik ervan te stimuleren. Er wordt bijvoorbeeld ingezet op een hogere productie van vezelgewassen in de Nederlandse landbouw die vervolgens gebruikt kunnen worden in de bouw. Verder blijft het belangrijk om in te zetten op het verminderen van voedselverspilling en om de Nederlandse zelfvoorzieningsgraad van plantaardige eiwitten én de consumptie ervan te bevorderen. Ook is het circulair maken van landbouwtoepassingen zoals landbouw- en tuinbouwplastic van belang. In hoofdstuk 3 wordt dit nader toegelicht. Gebouwde omgeving In de gebouwde omgeving zijn isolatie- en constructiematerialen die zijn gebaseerd op circulaire en duurzame biogrondstoffen een goede toepassing. Dat vergroot de leveringszekerheid van grondstoffen en reduceert ketenemissies.
2.3 Regionale inzet Nu we de volgende fase van de circulaire transitie ingaan, hebben Rijk en regio elkaar hard nodig om samen te leren, samen door te ontwikkelen, en beleid in de praktijk te toetsen. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat activiteiten in de regio sterk bijdragen aan CE-doelstellingen in het algemeen en dat deze potentie verder uitgebouwd kan worden.59 Al het nationale CE-beleid moet immers uiteindelijk ook op regionaal of lokaal niveau worden uitgevoerd en regio’s zijn de juiste schaal om meer in de haarvaten van de economie, arbeidsmarkt en beleid door te dringen. Activiteiten van onder meer het Versnellingshuis Nederland Circulair! en de kennisopbouw van de omgevingsdiensten dragen hieraan bij. Er zijn daarnaast legio voorbeelden waaruit blijkt dat in de regio actief wordt gewerkt aan een circulaire economie. Zo komen in de IPO Krachtenkaart CE en Provinciale kansenkaarten onder meer circulair inkopen en aanbesteden, circulair bestendigen van Omgevingsvisie en de uitvoeringspraktijk van vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) en het ondersteunen van het regionale bedrijfsleven in de circulaire transitie aan bod.
59
https://www.pbl.nl/publicaties/integrale-circulaire-economie-rapportage-2021 en https://www.pbl.nl/ publicaties/samen-leren-in-de-regio
Een ander voorbeeld is het circulaire juridische platform CircuLaw60, waar best practices en leidraden worden gedeeld van de toepassing van juridische instrumenten, zodat regionale en lokale overheden van elkaar kunnen leren. Ook werkt het IPO samen met andere partijen aan een actieagenda om de circulaire transitie van mkb’ers in de regio te versnellen. Daarnaast nemen regionale partijen zelf initiatief om productie- en consumptieprocessen in hun regio meer circulair te maken. Gezamenlijk beschikken ze over een grote inkoopkracht, zeker waar deze gebundeld wordt met die van het Rijk. Deze initiatieven kunnen versterkt en opgeschaald worden wanneer de partijen in de regio intensiever gaan samenwerken. Daartoe gaan het Rijk en de medeoverheden (IPO, VNG en UvW) nauwer samenwerken aan het stroomlijnen van de circulaire economie in de regio, samen met koplopende gemeenten, provincies en waterschappen. In 2023 komen zij met een gezamenlijk plan van aanpak, inclusief afspraken over de rollen, taken en inzet van medeoverheden en wordt verkend of een constructie naar voorbeeld van het Versnellingshuis Nederland Circulair! nodig is voor decentrale overheden. Hierbij kan een parallel worden getrokken met het bod dat door de regio’s is vastgesteld in hun Regionale Energiestrategieën (RES’en).
Net als bij het opstellen en uitvoeren van de RES’en ligt het voor de hand om op lokaal niveau samen te werken met bijvoorbeeld Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen en omgevingsdiensten, maatschappelijke organisaties, bedrijven(verenigingen), vakbonden, recycling- en afvalbedrijven en anderen. Ook samenwerking met het regionale bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen is essentieel om de transitie te versnellen, net als de samenwerking tussen regio’s onderling. Om ‘slim’ te leren en lessen te trekken uit eerdere interbestuurlijke samenwerkingen zoals RES’en en het Interbestuurlijk Programma (IBP) vragen we het PBL deze in kaart te brengen voor de circulaire transitie.
60
Gemaakt door: Gemeente Amsterdam, Dark Matter Laboratories, EIT Climate KIC, de Provincies Noord-Holland en Flevoland, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), het MRA (Metropoolregio Amsterdam), Belastingdienst, TU Delft, Universiteit van Amsterdam, Erasmus School of Law, Vrije Universiteit (VU), Wageningen Universiteit, Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) (https://www.circulaw.nl/).
57 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
Hiervoor bouwen we voort op bijvoorbeeld de IPO Krachtenkaart CE, de Provinciale kansenkaarten, het netwerk van de Regio Versnellers en de in ontwikkeling zijnde “Actieagenda - Heel MKB Circulair” van onder meer IPO, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, VNO-NCW, MKB-Nederland en VNG. De komende tijd verkennen we vanuit de inhoud wat de bijdrage van de regio precies kan zijn en hoe we hier het best afspraken over kunnen maken. Op bestuurlijk niveau leggen we deze afspraken vervolgens vast. Leren en kennisdelen gebeurt al in regionale netwerken. Kennisdeling helpt om opschaling en versnelling van de transitie te bevorderen.61 Hiervoor kan onder meer worden voortgebouwd op het kennisnetwerk De Verschilmakers en eerdergenoemde voorbeelden. Ook is kennisdeling tussen Rijk en regio essentieel, bijvoorbeeld met een gezamenlijke kennisagenda, monitoring en het delen en toegankelijk maken van beschikbare kennis.
61
https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2021-samen-leren-in-de-regio-4666.pdf
Interview
De circulaire coalities en signaleringsfunctie van de provincies Cora Smelik was tot november 2022 gedeputeerde in Flevoland en actief binnen het IPO (Interprovinciaal Overleg). Friso Douwstra is gedeputeerde in Friesland en eveneens actief binnen het IPO.
58 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
Friso is gefotografeerd in het circulaire gebouw ’Swettehus’ in Leeuwarden. In dit pand van de provincie huist de scheepvaartverkeerspost van de provincie, waar bruggen op afstand worden bediend. In het gebouw zijn materialen uit de scheepvaart hergebruikt: oude dukdalven doen dienst als dragende constructie of zijn in planken gezaagd voor wandafwerking. Een stuk van een skûtsje-zeil doet dienst als afscheiding tussen werkplekken.
59 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
Lokaal beleid en lokale initiatieven geven landelijk beleid voor de transitie naar een circulaire economie concreet gestalte. De provincies spelen hierin een belangrijke rol. Zij zijn immers groter dan gemeenten en ontwikkelen gemakkelijker de kritische massa om stappen te zetten. Zij doen dat binnen de eigen grenzen, samen met bedrijven, bewoners en organisaties. Maar de actieradius overstijgt die grenzen ook, via samenwerking met andere provincies en partijen ‘van buiten’, via het Interprovinciaal Overleg (IPO) en gelegenheidscoalities. Twee gedeputeerden die actief zijn binnen het IPO over de kracht en de rol van provincies in de circulaire context. De inspanningen van provincies op het gebied van circulariteit bestaan in alle soorten en maten. In Friesland bijvoorbeeld faciliteert de provincie bouwer Dijkstra Draisma, als dat bedrijf zelf een akker in gebruik wil nemen voor de teelt van lisdodde als circulair isolatiemateriaal. Maar Friesland maakt samen met de EU ook de Vereniging Circulair Friesland mogelijk, een open netwerk van circulaire voorlopers. Flevoland kent als actueel voorbeeld uiteraard de Floriade. Commercieel misschien niet het grootste succes, maar circulair een excellent evenement dat heeft geleid tot enorm veel kennisdeling en -ontwikkeling, maar ook tot concrete prestaties.
Van de drie bruggen op het expoterrein zijn er twee van biobased en circulaire materialen gebouwd, en is de derde een hergebruikte brug van elders. Ook verrees hier de Aeres Hogeschool, grotendeels bestaand uit circulaire materialen. Bovendien krijgt het terrein zelf een tweede leven als nieuwe woonwijk. Krachtenkaart “Als provincie ben je een middenvelder”, aldus Smelik. “Wat landelijk wordt geformuleerd, brengen wij lokaal in praktijk. Dat betekent dat wij problemen tegenkomen die het Rijk niet ziet. Daarvan maken we dan een punt, en vragen om een oplossing.” Deze signaleringsfunctie heeft zijn weerslag gevonden in de ‘Krachtenkaart Circulaire Economie’, door IPO ontwikkeld en aangeboden aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Op de kaart staat hoe de provincies het verschil kunnen maken en wat zij daarvoor nodig hebben. “Wet- en regelgeving gaat over gisteren, circulaire economie over morgen”, geeft Smelik als voorbeeld. “Dus daar zijn aanpassingen nodig. Denk aan
60 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
de afvalstatus. Als een champignonkweker circulair wil kweken met gebruik van koffiedik, is hij ineens een afvalverwerker omdat hij dat gaat inzamelen. Dat kan conflicteren met het bestemmingsplan van het gebied waar hij gevestigd is. Wij willen dat het mogelijk wordt om in dit soort gevallen flexibel te handelen. Daar hoort ook budget bij voor het bijscholen van medewerkers van onze Omgevingsdiensten.” Nederland grondstoffenland Opschaling van circulaire innovaties, en de bijbehorende financiering, vormt een ander speerpunt voor de provincies. “We willen af van het experimentele karakter”, zegt Douwstra. “Doorschakelen naar substantiële productieketens met werkgelegenheid, zodat we circulaire ideeën voorzien van een sociaaleconomische component. Als je daar te lang mee wacht, raken we onze huidige positie in de voorste regionen zomaar weer kwijt. Doorontwikkeling en opschaling van de productie van circulaire materialen biedt een uitgelezen kans om van Nederland een grondstoffenland te maken, met alle kansen van dien.” Een mooi voorbeeld vormt FibreMax in Joure. Dit bedrijf ontwikkelt zich in hoog tempo tot een wereldspeler in het verankeren van windmolens zonder gebruik van metalen. Of het Nationaal Testcentrum Circulaire Plastics in Heerenveen, waar bedrijven van ver over de grenzen steeds vaker gebruik maken van de faciliteiten.
“Het NTCP begint zichzelf nu te bedruipen, en we zien een hele keten van verwerkende industrie ontstaan.”
“Doorontwikkeling en opschaling van de productie van circulaire materialen biedt een uitgelezen kans om van Nederland een grondstoffenland te maken.” Ook Smelik vindt het tijd om door te schakelen van “een paar leuke projecten” naar substantiële stappen die een nieuwe economie mogelijk maken. Samen optrekken vormt daarbij de sleutel. “Als Flevoland zijn wij via Metropoolregio Amsterdam betrokken bij de Greendeal Houtbouw, samen met andere provincies, gemeenten, projectontwikkelaars, bouwbedrijven en andere partijen. Wij gaan ervoor zorgen dat vanaf 2025 20% van de woningbouwproductie in de regio van hout en andere biobased materialen gemaakt is. Zo creëer je massa voor de bedrijfsketen die hiermee aan de slag moet. Het is een mooi voorbeeld van hoe je als provincie een sprong kunt maken, en met anderen aan het begin staat van een systeemverandering.”
Paviljoen ‘Exploded View’ op de Floriade in Almere: een huis met diverse biobased materialen.
61 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
Interview
Herkenbare producten, gekoppeld aan lokale afvalstromen Bram Peters is CEO van Save Plastics, Plastic Fantastic, Save Lodge, Save Home en Humus Guru. Hij redt jaarlijks 2,5 miljoen kilo afvalplastic van de verbrandingsoven en werd uitgeroepen tot Circular Hero 2022.
62 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
Save Plastics zamelt plastic afval in en hergebruikt het voor kunststof lantaarnpalen, fietsbruggen, beschoeiingen, damwanden en andere buitenproducten. De bijbehorende missie bestaat uit 2 woorden: lokaal en circulair. De nieuwe producten van het gerecyclede plastic krijgen een plek in het gebied waar het is ingezameld. “Ik geloof in herkenbare producten, gekoppeld aan lokale afvalstromen”, aldus Bram Peters. Zijn ideeënstroom leidde inmiddels tot onder meer De Groene Plastic Fabriek in Almere, een deal met gemeente Renkum om tiny houses te bouwen voor jongeren uit de gemeente, een mobiele plasticfabriek die langs scholen toert en de inzet van klein recyclefabrieken in Indiase vissersdorpjes, waar bewoners plastic zelf omsmelten tot nuttige producten.
De droom om boswachter te worden, werd in de knop gebroken. De inkt op Peters’ diploma Natuur & Milieubeheer was nog niet droog, of zijn vader vroeg hem om in diens recyclingbedrijf te komen werken. Ooit spijt van gehad? “Alleen als ik op weg naar een afspraak in de file sta”, luidt het ludieke antwoord. “Maar verder nooit. Want ik kan nu veel meer impact maken dan ooit mogelijk was geweest als boswachter.” Peters heeft vanuit het recyclingbedrijf van zijn vader namelijk een paar reuzensprongen gemaakt. Het was plastic inzamelen, dat verwerken tot granulaatkorrels en die weer doorverkopen. “Ik wilde zien wat er met die grondstof gebeurt en zelf concrete producten verkopen.” Door te investeren in ontwerpen en matrijzen (mallen) begon Peters met de fabricage van producten gemaakt van plastic afval. “Tegenwoordig is dat cool, maar toen lag dat anders. De oude benadering was om er maar niet bij te vertellen dat het om gerecycled kunststof ging. Maar ik deed dat juist wel, om te laten zien dat je van een nadeel een voordeel kunt maken.” Zichtbaar nut De zaken verliepen voorspoedig en er volgde een eerste miljoenenproject voor Rijkswaterstaat, om materiaal te leveren bij de bouw van de Westerscheldetunnel. Ondertussen bleef Peters nieuwe producten ontwikkelen. Zo zag in 2010 de kunststof lantaarnpaal het licht.
Toen het eerste exemplaar geplaatst werd, was toenmalig minister Jacqueline Cramer
63 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
daarbij aanwezig. Opmerkelijk, vond Peters. “Het was immers slechts een klein project. Maar toen drong tot mij door dat een lantaarnpaal een herkenbaar product is, met zichtbaar nut op de plek waar het staat. Daar worden mensen enthousiast van. Vanaf dat moment heb ik het roer omgegooid. Ik schreef het plan ‘Lokaal circulair’, gericht op het maken van herkenbare producten van lokale afvalstromen.” Dat luidde de echte groei van Save Plastics in. In 2018 kreeg dat nog een extra boost toen de woningcrisis voorpaginanieuws werd.
“Je hebt te maken met Europa, het Rijk, provincies … dat verloopt traag. Dus wij gaan zelf aan de slag, met andere partijen zoals bouwers.” Op aanraden van zijn vrouw besloot Peters daarop in te springen. “Voor gemeente Renkum hebben we een plan bedacht om tiny houses te bouwen, met plastic afval uit de gemeente zelf, liefst met een fabriek ter plaatse. De woningen zijn bestemd voor plaatselijke jongeren die daar nu noodgedwongen wegtrekken. De gemeente vreest wel over 20 jaar juist weer te veel woningen te hebben. Die zorg hebben wij weggenomen. Tegen die tijd nemen wij de woningen weer terug en smelten we ze om tot andere producten.” Compost van lokale mest Voorheen keek Peters naar de overheid in de hoop op versoepelde regelgeving, bijvoorbeeld op het gebied van de inzet van circulair afval in de bouw. Maar daar is hij van afgestapt. “Je hebt te maken met Europa, het Rijk, provincies … dat verloopt traag. Dus wij gaan zelf aan de slag, met andere partijen zoals bouwers. Er zijn in Nederland 1 miljoen woningen nodig en er is een tekort aan de traditionele bouwmaterialen. Wij voorzien in een alternatief, en op die vraag bereiden wij ons voor.” Toch ziet hij wel een andere rol voor de overheid; als launching customer voor producten uit lokale plasticfabrieken zoals er nu eentje in Almere staat.