CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Nationaal+Programma+Circulaire+Economie+2023-2030

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Lijst ingekomen stukken46.041 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

“Dat trekt investeerders over de streep.” Peters is al een kwart eeuw bezig als ‘Captain Plastic’. Waar haalt hij zijn motivatie vandaan? “Uit het feit dat het plastic afvalprobleem steeds groter wordt. Zodra het kleiner wordt, zal ik mij op andere problemen richten. Eigenlijk doe ik dat al, want ik ben net een bedrijf begonnen waarmee wij compost maken uit lokale mest. Het past in mijn visie van lokaal en circulair, en vormt een antwoord op de stikstofcrisis. Een nieuw probleem, een nieuwe oplossing.”

In de loods van Bram Peters’ bedrijf in Almere worden plastic tasjes in een ketel verwerkt tot (zwarte) grondstof. Deze ‘grondstof’ wordt voor allerlei toepassingen gebruikt, zoals tuin- en straatmeubilair en steigers.

64 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Hoofdstuk 3 Maatregelen voor prioritaire productketens 65 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

In het Rijksbrede programma Nederland Circulair 2050 uit 2016 is de focus gelegd op vijf prioritaire sectoren en grondstoffenketens: biomassa en voedsel, kunststoffen, maakindustrie, bouw en consumptiegoederen. Deze ketens zijn om meerdere redenen gekozen: vanuit het belang van de Nederlandse economie, vanwege de grote milieudruk, omdat erbinnen al veel maatschappelijke energie bestaat voor de transitie naar een circulaire economie en omdat ze aansluiten bij de prioriteiten van de Europese Commissie. In de aanloop naar dit NPCE hebben de transitieteams binnen deze prioritaire ketens productgroepen geselecteerd met de sterkste effecten op het gebied van klimaatverandering, milieuvervuiling, biodiversiteitsverlies en leveringsrisico’s.62 Ze hebben voor deze prioritaire productgroepen adviesroutekaarten uitgewerkt, met daarin doelen per productgroep én routes om deze doelen te realiseren. Door de focus te leggen op een aantal productgroepen is de verwachting dat er sneller meer impact gemaakt kan worden en duidelijker richting gegeven kan worden naar een circulaire economie.

De keuze voor de productgroepen is vanwege verschillen in afbakening van de productgroepen binnen de prioritaire ketens op verschillende manieren onderbouwd63. De onderbouwing in tabel 11 is gebaseerd op de adviesroutekaarten64, waarin de meest volledige en recente data voor iedere productgroep is gebruikt. Aangezien de kennis over de milieu-impact van deze productgroepen nog volop in ontwikkeling is, zitten er nog veel aannames achter deze data. Hier moet rekening mee worden gehouden bij het gebruiken van deze uitkomsten. Bovendien zijn de resultaten niet onderling vergelijkbaar en op te tellen, omdat er verschillende databronnen zijn gebruikt en verschillende typen aannames zijn gemaakt.

In dit NPCE zijn deze productgroepen grotendeels overgenomen uit de adviesroutekaarten. Alleen de productgroep ‘chemische producten’ binnen de productketen consumptiegoederen is nog niet overgenomen, omdat hier (zoals ook benoemd in de adviesroutekaart) nog nadere uitwerking nodig is om concrete doelen te kunnen stellen.

62

Deze aanpak is in lijn met het advies van het PBL (zie hoofdstuk 1).

66 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

63

Zo zijn bijvoorbeeld voor de Bouw bouwwerken als uitgangspunt genomen, waarin veel verschillende materialen en constructies samenkomen, en voor Kunststoffen gaat het om een grote groep van verschillende typen plastics met veel verschillende toepassingen.

64

Adviesroutekaart voor kunststoffen. Adviesroutekaart voor consumptiegoederen. Adviesroutekaart voor de bouw. Adviesroutekaart voor de maakindustrie.

Tabel 11: Overzicht en onderbouwing prioritaire productgroepen Transitieagenda

Productgroep

Onderbouwing

Transitieagenda

Productgroep

Onderbouwing

Kunststoffen

Plastic verpakkingen

30 procent van totale volume kunststoffen op de markt

Bouw

Kunstwerken (gestart met viaducten)

76 kton CO2-eq. van totale 15.600 kton CO2-eq. in 2030

Plastic (afval) in de bouw

28 procent van totale volume kunststoffen op de markt

Wegen (gestart met asfalt)

1.601 kton CO2-eq. van totale 15.600 kton CO2-eq. in 2030

Landbouwfolie

6 procent van totale volume kunststoffen op de markt, afgebakende productgroep met een hoog inzamel-/recycle-potentieel, seizoensgebonden en veroorzaakt microplastics

Woningen

2.846 kton CO2-eq. van totale 15.600 kton CO2-eq. in 2030

Bedrijfsruimte/kantoren

1.277 kton CO2-eq. van totale 15.600 kton CO2-eq. in 2030

Capital Equipment

gericht op de volle breedte van de maakindustrie

Windparken

• essentieel voor de energietransitie • zorgen over voldoende beschikbaarheid hardware en grondstoffen om de energieambities te halen • leveringszekerheid inzake de energietransitie krijgt elders onvoldoende aandacht

Consumptiegoederen65

65

Elektrische en elektronische apparaten

Potentie tot vermindering met 5,52 Mton CO2-eq. op totaal van 13,89 Mton CO2-eq.

Textiel (incl. kleding)

Potentie tot vermindering met 3,30 Mton CO2-eq. op totaal van 7,15 Mton CO2-eq.

Meubels

Potentie tot vermindering met 470 kton CO2-eq. op totaal van 1,76 Mton CO2-eq.

Verpakkingen en wegwerpproducten

Potentie tot vermindering met 1,01 Mton CO2-eq. op totaal van 2,76 Mton CO2-eq.

Het transitieteam Consumptiegoederen heeft op basis van ambitie (en niet op basis van haalbaarheid) per productgroep een inschatting gemaakt welke CO2-eq uitstoot reductie in de gehele keten gerealiseerd zou kunnen worden met 100% circulair ontwerp, levensduurverlenging en hergebruik of verbod op verbranding en verbeterde recycling. In deze inschatting is ook het energieverbruik tijdens de levensduur van producenten meegenomen. Trends in consumptie zijn niet meegenomen.

67 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Maakindustrie

Zonneparken

Maakindustrie en Bouw

Klimaatinstallaties (de opwekking, distributie en afgifte van warmte en koude in gebouwen inclusief de aansturing daarvan)

Installaties hebben een steeds groter aandeel (tot 50 procent) in de milieu-impact van een (nieuw) gebouw.

In onderstaande paragrafen zijn de productgroepen verder uitgewerkt en staat welke maatregelen de rijksoverheid neemt. Als vervolgstap zou het goed zijn wanneer decentrale overheden, bedrijven, vakbonden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en financiële instellingen bepalen welke bijdrage zij willen leveren aan de circulaire economie, Op die manier kan verdere versnelling worden georganiseerd bij het behalen van de opgenomen doelen. Zoals in hoofdstuk 1 staat, is het nodig om naast nationale ook internationale afspraken te maken. Om te kunnen vaststellen welke internationale acties effectief zijn voor het bereiken van de doelen van de onderstaande productgroepen, wordt per productgroep vastgesteld (aan de hand van de betreffende keten) waar Nederland internationaal moet handelen. Deze acties kunnen voor meerdere productgroepen relevant zijn. De maatregelen kunnen een toename betekenen van de intensiteit van de uitvoering, toezicht en handhaving. Daarom betrekken de bevoegde instanties bij de verdere uitwerking van de maatregelen.

3.1 Consumptiegoederen Toekomstbeeld 2050 en 2030 Het Rijk streeft naar een volledig circulaire economie in 2050. Voor consumptiegoederen houdt dit in dat producten lang meegaan doordat deze hergebruikt, gerepareerd en opgeknapt worden. Producten voldoen aan de hoogste circulariteitseisen, zijn gemaakt van secundaire en duurzame biogrondstoffen en bevatten geen of hooguit een minimum aan (zeer) zorgwekkende stoffen. Deeleconomieën en circulaire businessmodellen zijn de norm en consumenten kopen duurzame of tweedehands producten, gebruiken producten lang en geven deze een tweede leven. Aan het einde van hun levensduur worden producten ingezameld voor hoogwaardige recycling, waarbij (kritieke) materialen binnen de materiaalcyclus blijven. In 2030 moet een flinke stap in die richting zijn gezet, met maximaal haalbare verbeteringen in circulair ontwerp, levensduurverlenging, hergebruik, reparatie, inzameling en hoogwaardige recycling. Voor producenten is ook bij consumptiegoederen de overstap naar circulaire verdienmodellen een steeds logischere en economisch levensvatbaardere keuze, waardoor het voor de consument makkelijker wordt om een duurzame keuze te maken.

68 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Uitdagingen en kansen consumptiegoederen Bij consumptiegoederen is vaak sprake van internationale ketens, waarbij de productie vaak buiten Nederland plaatsvindt, de verkoop niet binnen landsgrenzen blijft en de milieu- en klimaatimpact eveneens landsgrenzen overstijgt. Circulair ontwerp en een langere levensduur van producten en hoogwaardige recycling dragen bij aan het terugdringen van emissies in de hele keten en zijn een belangrijke randvoorwaarde voor circulaire consumptiegoederen. Daarnaast spelen (gedrags)economische mechanismen een belangrijke rol: of consumenten daadwerkelijk kiezen voor hergebruik, tweedehands en reparatie en er geen sprake is van een circulair rebound effect waarbij consumenten bijvoorbeeld juist meer producten kopen omdat een product duurzaam is geproduceerd.66 Een systeemverandering waarin circulaire businessmodellen en deeleconomieën de norm zijn maken het voor de consument makkelijker om een duurzame keuze te maken. Om de overstap naar circulaire verdienmodellen op gang te brengen is een belangrijke rol weggelegd voor de producenten en retailers. Ook kijken we hoe we dit proces kunnen stimuleren en welke lessen we kunnen leren uit de groeiende markt voor deelmobiliteit.

Selectie productgroepen Het transitieteam Consumptiegoederen (TTC) heeft voor de selectie van productgroepen een impact-analyse laten doen voor verschillende productgroepen en bijbehorende productclusters. Vijf productgroepen zijn daarbij aangemerkt als relevant in verband met hun milieu-impact: elektrische en elektronische apparaten, verpakkingen en wegwerpproducten, textiel, meubels en chemische producten. Voor chemische producten is geen adviesroutekaart opgesteld, omdat meer tijd nodig is om te onderzoeken welke circulaire verduurzamingsopties hier nodig en haalbaar zijn. Dit wordt in 2023 verder opgepakt. Om inzicht te verkrijgen in de impact van de productgroepen is gebruik gemaakt van de Environmental Analysis Program (EAP) database en software waarin impacts door de hele keten (productie-, gebruiks- en afvalfase) zijn meegenomen67.

66

Adıgüzel et. al, 2020: https://link.springer.com/chapter/10.1007/978-3-030-38532-3_1

67

Raadpleeg voor meer informatie over de berekeningen van de milieu-impact van de verschillende productgroepen het document Adviesroute naar een circulaire economie voor consumptiegoederen.

Voor het stellen van doelen op (de reductie van) milieueffecten, heeft het transitieteam Consumptiegoederen de kabinetsdoelen voor circulaire economie als uitgangspunt genomen en naar de productgroepen doorvertaald. Deze doelen zijn weer doorvertaald naar acties die producten meer circulair moeten maken en milieu-impact moeten reduceren. Het gaat om richtinggevende doelstellingen: deze zijn niet juridisch bindend, maar fungeren als stip op de horizon waar naartoe gewerkt wordt. Per productgroep gaan we hieronder in op de richtinggevende doelen die het Rijk nastreeft met de bijbehorende beleidsmaatregelen.

In Nederland vindt relatief weinig productie van elektrische en elektronische apparaten plaats, maar wel veel verkoop en consumptie van elders geproduceerde apparaten. Daardoor wordt beleid voor het verbeteren van producten op de EU-markt gericht. Binnen Nederland liggen de grootste kansen op het gebied van levensduurverlenging van producten in omloop, inzet op andere businessmodellen en gedragsverandering.

3.1.1 Elektrische en elektronische apparaten

Doelstelling 1: In 2030 is het de norm dat elektrische en elektronische apparaten die op de markt worden gebracht geschikt zijn voor gebruik in een circulaire economie

Toekomstbeeld 2050

Dit betekent dat elektrische en elektronische apparaten circulair ontworpen zijn:

Elektrische en elektronische apparaten die in 2050 op de markt komen, zijn circulair ontworpen: ze gaan lang mee, verbruiken weinig energie, zijn herbruikbaar, zijn repareerbaar, bevatten veel recyclaat en geen of hooguit een minimum aan zorgwekkende stoffen. Afgedankte elektrische en elektronische apparaten worden ingezameld en waar milieukundig wenselijk wordt de levensduur verlengd. En anders worden ze hoogwaardig gerecycled waarbij zoveel mogelijk materiaal, waaronder kritieke metalen, wordt teruggewonnen. Bedrijven geven openheid over het productieproces en de impact van het elektrische apparaat en een productpaspoort geeft duidelijkheid over onder andere het ontwerp en de gebruikte materialen. Circulaire businessmodellen en de deeleconomie zijn de norm waardoor consumenten voor tweedehands en opgeknapte producten kiezen. Productie vindt plaats onder goede sociale en ecologische omstandigheden. De export van afgedankte elektronische producten is goed gereguleerd en zorgt niet voor milieuproblematiek elders in de wereld. Uitdagingen De laatste jaren is de hoeveelheid ‘slimme’ apparaten toegenomen en daarmee het aantal elektrische apparaten in huishoudens. De hoeveelheid elektrische apparaten die op de markt komt en in gebruik is, neemt nog steeds toe. Op dit moment zijn maar weinig elektrische en elektronische apparaten circulair ontworpen.

Dit beperkt hun levensduur, omdat producten niet of minder goed gerepareerd of opgeknapt kunnen worden. Ook worden elektrische en elektronische apparaten niet altijd apart ingezameld en gerecycled waardoor kritieke (en waardevolle) materialen verloren gaan en er slechts in beperkte mate recyclaat beschikbaar is. Veel van de voor elektrische apparaten benodigde (kritieke) materialen worden gewonnen in landen met een hoog risico op slechte arbeidsomstandigheden en andere sociale misstanden.

69 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Doelen en prestaties

• Ze hebben een lange levensduur, mede doordat ze eenvoudig gerepareerd kunnen worden. • Ze kunnen opgeknapt worden om hergebruikt te worden. • Na afdanking kunnen onderdelen en materialen goed hergebruikt en gerecycled worden. Prestatie 1. Productspecifieke ontwerpeisen zijn aangescherpt binnen de Ecodesign-richtlijn Producteisen voor circulair ontwerp moeten op EU-niveau gesteld worden, vanwege de interne markt en de internationale waardeketen van deze producten. We zetten dan ook in op een ambitieuze aanscherping van de Europese productspecifieke ontwerpeisen binnen de Ecodesign-richtlijn. Bij herziening van bestaande maatregelen voor elektrische apparaten zetten we in op aanscherping, in het bijzonder bij circulariteitsaspecten als levensduur, repareerbaarheid, gebruik van recyclaat en recyclebaarheid. Ook zetten we in op de ontwikkeling van Ecodesign-maatregelen voor producten waar nog geen maatregelen voor zijn ontwikkeld. De Ecodesign-richtlijn wordt op dit moment vervangen door een Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR), waardoor het ook mogelijk wordt om de vernietiging van onverkochte producten tegen te gaan en (zeer) zorgwekkende stoffen in producten aan te pakken. Ook wordt een digitaal productpaspoort ingevoerd. De nieuwe Europese regelgeving draagt ook bij aan het versterken van circulaire inkoop bij overheid en bedrijfsleven.

Nationaal is dit laatste grotendeels een voortzetting van beleid, zeker waar het inkoop door overheden betreft.

Doelstelling 2: In 2030 wordt het circulair potentieel van elektrische en elektronische apparaten maximaal benut Als producten in lijn met doelstelling 1 circulair ontworpen zijn, moet het potentieel daarvan ook maximaal benut worden. Dit vraagt iets van beschikbare diensten (bijvoorbeeld reparatie, inzameling en recycling) en de huidige marktstrategieën. Prestatie 2.1: Reparatiemogelijkheden zijn geprofessionaliseerd en versterkt Om ervoor te zorgen dat elektrische en elektronische apparaten maximaal hergebruikt kunnen worden pleit Nederland in de EU voor maximale verlenging van de levensduur. Dit vereist ook betere herbruikbaarheid en repareerbaarheid. Voor de herbruikbaarheid moeten apparaten opgeknapt kunnen worden, bijvoorbeeld via software-updates. Ook moet eventuele persoonlijke data makkelijk en permanent verwijderd kunnen worden. Reparatie wordt op diverse manieren bevorderd. Op EU-niveau verschijnt op korte termijn een voorstel voor een ‘Recht op Reparatie’. Dat kan onder andere gaan over het verlengen van de wettelijke garantietermijn voor de reparatie van producten. In Nederland wordt samen met Techniek Nederland gewerkt aan een nationaal reparateursregister dat het voor burgers makkelijker moet maken om een betrouwbare reparateur te vinden. Ook zijn er jaarlijks subsidies (specifieke uitkeringen aan gemeenten) voor circulaire ambachtscentra.

Hier is reparatie een structureel onderdeel van, met aandacht voor sociale aspecten voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. En in samenwerking met onderwijsinstellingen, om reparatie te integreren in het curriculum van vakopleidingen. Er wordt toegewerkt naar een landelijk dekkend netwerk van circulaire ambachtscentra. Prestatie 2.2: Het UPV-systeem is gemoderniseerd en uitgebreid met reparatie en hergebruik Om reparatiemogelijkheden te vergroten en versterken onderzoeken het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en de producentenorganisatie Stichting OPEN als eerste stap in de ontwikkeling van een toegesneden Nederlandse aanpak op reparatie, hergebruik en refurbishment wat de aard en omvang van het huidige reparatielandschap is en welke maatregelen effectief zijn voor verdere opschaling. Voor de sector is daarbij de onder doelstelling 1 beschreven inzet van belang, om de uiteenlopende productspecifieke eigenschappen die levensduurverlenging mogelijk maken te bewerkstelligen. In de aanpak naar een verdere stimulering en opschaling van reparatie, hergebruik en refurbishment moet ook rekening worden gehouden met internationale normen en standaarden omwille van milieubescherming en veiligheid, in het bijzonder de standaard CENELEC 70 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

NEN-EN 50614 met vereisten voor de ‘voorbereiding voor hergebruik’ van afgedankte apparaten. Stichting OPEN is voornemens een stimuleringsregeling op te zetten voor ondernemers die het in Nederland verplicht gestelde certificaat CENELEC NEN-EN 50614 willen behalen. Daarnaast zal samen met Stichting OPEN en de ILT duidelijkheid worden gegeven over de interpretatie van de regels en de mogelijke speelruimte voor de ondernemer. Daartoe zal in samenhang met de handreiking voor milieustraten over voortgezet gebruik van afgedankte producten (zie paragraaf 2.1.3), met betrekking tot de categorie elektrische en elektronische producten een nadere handreiking worden uitgewerkt gericht op de uitvoeringspraktijk van levensduurverlenging. Om meer hergebruik van producten en grondstoffen te stimuleren gaan we na welke stimulansen in het UPV-instrumentarium kunnen worden ingebouwd. Uitdagingen daarbij zijn onder andere het inzamelen van elektrische en elektronische apparaten, het beter meetbaar maken van hergebruik en het stellen van realistische maar ambitieuze doelen. Doelstellingen voor hergebruik en bevordering van reparatie moeten ook aan de orde komen bij de herziening van de AEEA-richtlijn (zie hieronder). Eventueel op EU-niveau vastgestelde doelstellingen kunnen vervolgens doorwerken in het UPV-systeem. Prestatie 2.3.

Circulaire activiteiten, circulaire businessmodellen en een deeleconomie zijn gangbaar Circulair gedrag, zoals hergebruik en reparatie, moet (weer) veel meer de norm worden dan de huidige, lineaire praktijk. Dit vraagt ook iets van de marketingstrategieën en businessmodellen van de sector. Circulaire verdienmodellen en een deeleconomie moeten de pilotfase voorbijkomen en een substantieel marktaandeel gaan vertegenwoordigen. De duurzame keuze moet voor de consument de meest logische, makkelijke en eerlijke keuze worden. We gaan pilots opzetten waarbinnen geëxperimenteerd wordt met het normaliseren van eerlijke, circulaire businessmodellen, en verkoop van tweedehands, gerepareerde en opgeknapte producten. Een ontwikkeling naar nieuwe circulaire verdienmodellen kan het voor consumenten makkelijker maken om te kiezen voor reparatie of tweedehands producten. De sector heeft voor huishoudelijke apparaten al een voorzet gedaan.68 Op basis daarvan kan worden nagegaan met welke maatregelen circulaire verdienmodellen verder genormaliseerd kunnen worden.

68

Turntoo heeft een circulair plan voor huishoudelijke apparaten vanuit de sector opgesteld. Zie: Transitieplan Elektrisch Huishoudelijke Apparatuur (circulaireconsumptiegoederen.nl).

We zetten in op een verplichting tot het gebruik van bepaalde hoeveelheden gerecycled materiaal in de Ecodesign-richtlijn.

Nieuwe maatregelen We verkennen het opzetten van een nationaal reparateursregister. We onderzoeken welke mogelijkheden bestaan voor het creëren van financiële prikkels voor levensduurverlenging. We onderzoeken de aard en omvang van het Nederlandse reparatielandschap en effectvolle maatregelen voor opschaling. We onderzoeken welke stimulansen binnen het UPV-instrument kunnen worden ingebouwd voor hergebruik en reparatie.

We zetten in op ambitieuze aanscherping van de Europese productspecifieke ontwerpeisen binnen de Ecodesign-richtlijn.

We onderzoeken de mogelijkheid voor de opstart van pilots waarbinnen geëxperimenteerd wordt met het normaliseren van eerlijke, circulaire businessmodellen en verkoop van tweedehands, gerepareerde en opgeknapte producten.

We zetten in op verdere uitrol van Ecodesign-maatregelen voor producten waar nog geen maatregelen voor zijn ontwikkeld.

We gaan na welke maatregelen genomen kunnen worden om circulaire verdienmodellen verder te normaliseren.

We stimuleren circulair inkopen door het bedrijfsleven.

We zetten in op een zo groot mogelijke verlenging van de levensduur op EU-niveau. We bieden specifieke uitkeringen aan gemeenten voor circulaire ambachtscentra met als doel een landelijk dekkend netwerk van circulaire ambachtscentra in 2030.

71 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Stimuleren

Stimuleren

Beprijzen

Normeren

Voortzetting en intensivering van beleid

Stimuleren

Tabel 12: Maatregelen op het gebied van elektrische en elektronische apparaten

Beprijzen

We zetten in op een herziening van de Richtlijn Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparaten (AEEA) met inzamel-, hergebruiken recyclingdoelen die in lijn zijn met circulaire economiedoelen en specifieke doelen voor terugwinning van kritieke metalen.

Prestatie 3.2: Productspecifieke Ecodesign-eisen bevorderen de toepassing van recyclaat Het onder doelstelling 1 genoemde vernieuwde Ecodesign-kader biedt de mogelijkheid om een verplichte hoeveelheid gerecycled materiaal op te nemen in productspecifieke verordeningen. Dit is goed voor het aanbod van voldoende recyclaat voor nieuwe producten. Het Rijk wil deze mogelijkheden ten volle benutten.

Beprijzen

De huidige eisen rond inzameling en verwerking zijn opgenomen in de Europese AEEA-richtlijn. Het kabinet vindt dat de richtlijn spoedige herzien moet worden en gericht moet zijn op het in lijn brengen van inzamel-, hergebruik- en recyclingdoelen met de doelen van de circulaire economie. Daarbij moeten ook specifieke doelen komen voor de terugwinning van kritieke materialen. Dit biedt ook een prikkel voor de verdere ontwikkeling van de daartoe benodigde recyclingtechnologie.

Normeren

Voortzetting en intensivering van beleid Prestatie 3.1: Binnen de EU AEEA-richtlijn zijn eisen aan inzameling, hergebruik en hoogwaardige recycling, inclusief terugwinning van kritieke materialen, aangescherpt

Normeren

Doelstelling 3: Vanaf 2030 worden alle ingezamelde afgedankte elektrische en elektronische apparaten hoogwaardig gerecycled, waarbij zoveel mogelijk materiaal, en in het bijzonder kritieke metalen, wordt teruggewonnen

Opgenomen maatregelen zijn financieel gedekt. In het geval van een verkenning of onderzoek, is de verkenning of het onderzoek zelf gedekt, maar de doorvertaling van de uitkomsten van de verkenningen en onderzoeken naar eventuele beleidsmaatregelen niet.

3.1.2 Meubels

Doelstelling 2: In 2030 is de levensduur van meubels maximaal verlengd

Toekomstbeeld 2050

Prestatie 2.1. Meubels worden langer gebruikt

Meubels voldoen aan de hoogst haalbare circulaire producteisen, waaronder recyclebaarheid, demonteerbaarheid en gebruik van recyclaat. De levensduur van meubels is maximaal verlengd. Meubels worden hergebruikt, gerepareerd en opgeknapt, en aan het einde van hun (lange) levensduur worden materialen gerecycled om als secundaire grondstof toegepast te worden.

De hierboven genoemde inzet om te komen tot EU Ecodesign-maatregelen voor meubels, zal eraan bijdragen dat meubels langer meegaan. Om echt levensduurverlenging te bewerkstelligen moeten we ook kijken naar de gebruiksfase. Een product kan immers geschikt zijn voor een lange levensduur, reparatie en hergebruik, maar in de praktijk moeten consumenten deze handelingen dan wel uitvoeren.

Eerlijke, circulaire businessmodellen zijn de norm en fast furniture is verleden tijd. De duurzame keuze is de meest logische, makkelijke en eerlijke voor consumenten.

Een nationaal reparateursregister kan levensduurverlenging door reparatie bevorderen. Zo’n register helpt consumenten reparateurs te vinden en ondersteunt reparateurs. Ook zijn er jaarlijks subsidies (specifieke uitkeringen aan gemeenten) voor circulaire ambachtscentra om hergebruik en reparatie te bevorderen. Er wordt toegewerkt naar een landelijk dekkend netwerk van circulaire ambachtscentra. Daarnaast stelt het Rijk middelen ter beschikking via verschillende (generieke) financiële instrumenten, zoals het (in oprichting zijnde) stimuleringsprogramma ontwikkeling en opschaling recycling en hergebruik uit het Coalitieakkoord, waarvoor reparatie-infrastructuur in aanmerking komt.

Uitdagingen Meubels kenmerken zich door een grote variatie aan materialen en kwaliteit. Ook zijn onderdelen vaak op uiteenlopende manieren met elkaar verbonden. Dit maakt het moeilijker om meubels uit elkaar te halen en te repareren, wat hergebruik en recycling tegenwerkt. Verder worden meubels trendgevoeliger, wat kan leiden tot het sneller vervangen ervan en een ontwikkeling richting fast furniture. Doelstelling 1: In 2030 voldoen alle meubels die nieuw op de markt worden gebracht aan de hoogst haalbare circulaire producteisen Prestatie: 1.1. Voor meubels gelden circulaire ontwerpeisen (onder de systematiek van Ecodesign) Met de voorgestelde Ecodesign Kaderverordening wordt het naar verwachting mogelijk om op de middellange termijn EU-ontwerpeisen voor meubels op te stellen. Producenten van meubels moeten zich dan houden aan deze duurzame ontwerpeisen. Ook kunnen dan productpaspoorten voor meubels worden ontwikkeld. Nederland zal zich op EU-niveau sterk maken om de productgroep meubels onder de systematiek van de Ecodesign Verordening te laten vallen. Dit moet hergebruik, reparatie en recycling bevorderen, onder andere doordat meubels langer meegaan, beter gerepareerd en uit elkaar gehaald kunnen worden en minder (combinaties van) materialen bevatten die recycling in de weg staan.

72 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Prestatie 2.2. Circulaire businessmodellen Circulair gedrag, zoals hergebruik en reparatie, moet (weer) veel meer de norm worden dan de huidige, lineaire praktijk. Dit vraagt ook iets van de marketingstrategieën en businessmodellen van de sector. Circulaire verdienmodellen en een deeleconomie moeten de pilotfase voorbijkomen en een substantieel marktaandeel gaan vertegenwoordigen. De duurzame keuze moet voor de consument de meest logische, makkelijke en eerlijke keuze worden. We gaan pilots opzetten waarbinnen geëxperimenteerd wordt met het normaliseren van eerlijke, circulaire businessmodellen, en verkoop van tweedehands, gerepareerde en opgeknapte producten. Een ontwikkeling naar nieuwe circulaire verdienmodellen kan het voor consumenten makkelijker maken om te kiezen voor reparatie of tweedehands producten.

Met financiering van IenW heeft de branchevereniging voor meubels (CBM) Woodloop69 opgezet, een systeem waarbij houtafval dat tijdens het productieproces van meubels ontstaat ingezameld en tot houtchips verwerkt wordt, om vervolgens nieuwe spaanplaten van te maken. Dat is een hoogwaardige recyclingvorm van product-tot-product. In de pilot werd ook specifiek aandacht besteed aan retourlogistiek. De sector zet zich in voor een betere inzameling en hoogwaardige ingezet van rest (hout)stromen. Deze initiatieven vormen de aanzet om te komen tot een situatie waar vraag en aanbod van reststromen elkaar dusdanig goed weten te vinden dat deze in vrijwel alle gevallen een plek vinden in productketens en geen afval worden. Door de transitieagenda zal worden verkend welke stappen gezet moeten worden door de betrokken partijen (sector, overheid, logistiek) om hiervoor de randvoorwaarden te scheppen. Het subsidieprogramma voor stimulering en opschaling va recycling biedt ook kansen voor het versterken van de recyclingscapaciteit voor meubels. Prestatie 3.2: Afgedankte meubels worden beter ingezameld en gedemonteerd Recycling van meubels wordt op dit moment vaak bemoeilijkt, doordat producten en materialen op een manier worden ingezameld die niet bevorderlijk is voor hoogwaardige recycling. Betere sortering van meubels en materialen kan bijdragen aan betere recycling.

Door de transitieagenda zal worden verkend welke verbeterstappen hierbij mogelijk zijn en welke ketenpartners daaraan kunnen bijdragen. Ook verkennen we of meubels kunnen worden geïntegreerd in de aanpak voor betere sortering van bouw- en sloopafval. Bij de inrichting van bovengenoemde UPV kunnen de lessen uit deze verkenningen benut worden. De UPV zal op zijn beurt ook bijdragen aan betere inzameling van meubels.

69

https://www.cbm.nl/dienstverlening/innovatie/wood-loop/

73 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Stimuleren

Prestatie 3.1: Hergebruik en hoogwaardige recycling van reststromen wordt de norm

Stimuleren

Doelstelling 3: In 2030 is de inzameling en recycling van meubels maximaal verbeterd

Beprijzen

Voortzetting en intensivering van beleid

Beprijzen

Naar voorbeeld van de UPV voor textiel wordt er een UPV ontwikkeld voor meubels. Deze moet eraan bijdragen dat meubels beter ingezameld, hergebruikt, opgeknapt, gerepareerd en gerecycled worden. Om te komen tot een goed werkend systeem wordt samengewerkt met spelers in de keten (producenten, retailers, inzamelaars, recyclers).

Normeren

Tabel 13: Maatregelen op het gebied van meubels Normeren

Prestatie 2.3: In 2030 is er een UPV voor meubels

We starten een stimuleringsprogramma ter ontwikkeling en opschaling van recycling. We zetten in op ontwerpeisen voor de productgroep meubels onder de Ecodesign Kaderverordening.

Nieuwe maatregelen Samen met Techniek Nederland ontwikkelen we een reparatieregister waar consumenten gecertificeerde reparateurs kunnen vinden. We bieden specifieke uitkeringen aan gemeenten voor circulaire ambachtscentra met als doel een landelijk dekkend netwerk van circulaire ambachtscentra in 2030. We gaan na of circulaire ambachtscentra een rol kunnen spelen bij meer reparatie/opknappen/hergebruik. We starten pilots voor nieuwe businessmodellen en verkoop van tweedehands, gerepareerde en opgeknapte producten. We lanceren een UPV voor meubels. We verkennen de integratie van meubels in de aanpak voor betere sortering van bouw- en sloopafval.

Opgenomen maatregelen zijn financieel gedekt. In het geval van een verkenning of onderzoek, is de verkenning of het onderzoek zelf gedekt, maar de doorvertaling van de uitkomsten van de verkenningen en onderzoeken naar eventuele beleidsmaatregelen niet.

3.1.3 Textiel

Jaar

Doel

Toekomstbeeld 2050

2030

In 2030 zijn we halverwege de transitie naar de circulaire economie, wat betekent dat: • in alle textielproducten die in Nederland op de markt worden gebracht 50 procent duurzaam materiaal verwerkt is. Van die vijftig procent is minimaal 30 procent recyclaat en twintig procent duurzaam materiaal. • 50 procent van de grondstoffen, materialen en producten die op de Nederlandse textielmarkt worden gebracht, na inzameling – als direct hergebruik niet meer mogelijk is – wordt gerecycled. • 15 procent van de textielproducten die op de Nederlandse markt worden gebracht, na inzameling wordt hergebruikt binnen Nederland.

2035

Het streven is te komen tot een halvering van de ecologische voetafdruk van de textielsector op het gebied van uitstoot, watergebruik, chemicaliën en microplastics.

2050

Volledig circulaire economie.

De rijksoverheid heeft sinds 2020 beleid en doelstellingen voor de textielindustrie, vervat in het beleidsprogramma ‘Circulair textiel’. De visie voor een circulaire textielketen in 2050 is ambitieus: circulaire businessmodellen vormen de standaard, waarbij kleding, textiel en vezels langdurig worden gebruikt en hoogwaardig worden hergebruikt. Alle producten bevatten gerecycled materiaal, bestaan uit duurzame materialen waardoor ze lang gebruikt kunnen worden en daarna kunnen worden gerecycled. In 2050 deugen de arbeidsomstandigheden in de volledige textielketen, is de vervuiling tijdens het productieproces tot een minimum beperkt en geven bedrijven openheid over het productieproces en het textielproduct. Consumenten laten hun kapotte kledingitems repareren omdat ze goed voor hun kleding willen zorgen en kopen minder nieuwe producten. De kleding die consumenten kopen is tweedehands of duurzaam. Textielafval is tot het minimum teruggebracht, want materialen uit afgedankt textiel worden weer gebruikt in nieuwe producten. Naar deze visie wordt toegewerkt in stappen. Daarvoor zijn de volgende doelen gesteld in het beleidsprogramma Circulair textiel. Jaar

Doel

2025

• Aandeel gerecycled (post-consumer)/duurzaam materiaal in textielproducten is 25 procent. • 30 procent van de grondstoffen, materialen en producten die op de Nederlandse textielmarkt worden gebracht, wordt na inzameling – als direct hergebruik niet meer mogelijk is – gerecycled. • 10 procent van de textielproducten die op de Nederlandse markt worden gebracht, wordt na inzameling hergebruikt binnen Nederland.

Het beleidsprogramma Circulair textiel gaat over drie fases in de textielketen: de ontwerp- en productiefase, de aanschaf- en gebruiksfase en de afdankfase. De doelen uit het beleidsprogramma zijn in de tabel hierboven weergegeven en passen binnen één van de drie fases in de textielketen. Het huidige beleidsprogramma loopt tot 2025, daarna komt er waarschijnlijk een vervolg. De huidige stand van zaken in de textielsector De ecologische voetafdruk van de textielindustrie is groot. Het grote – en exponentieel stijgende – gebruik van land, water, energie en chemicaliën maakt de textielindustrie tot een van de vervuilendste industrieën wereldwijd. De totale uitstoot van broeikasgassen door de textielindustrie is 2,1 miljard ton CO2 per jaar.70 De arbeidsomstandigheden in de productielanden zijn bovendien vaak slecht. De sterke toename van productie en consumptie, het sneller afdanken en het dalend hergebruik van textiel leiden tot een groeiende hoeveelheid textielafval die deels eindigt in Azië, Afrika en Zuid-Amerika.

70

74 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

https://www.milieucentraal.nl/bewust-winkelen/kleding/zo-schaadt-kleding-het-milieu/

Op allerlei verschillende manieren - via regelgeving, samenwerking met marktpartijen en communicatie richting consumenten - wordt gewerkt aan de beleidsdoelen om de textielsector duurzamer en meer circulair te maken. In de Denim Deal zetten bedrijven uit de hele denimketen zich in om meer recyclaat toe te passen in nieuw geproduceerde denim kledingstukken, met name in spijkerbroeken. Nederland heeft daarnaast meermaals gepleit voor ambitieus Europees textielbeleid. In maart 2022 is de Europese Textielstrategie uitgekomen. Deze strategie kondigt verschillende wetgevingsvoorstellen aan op Europees niveau, onder meer op het gebied van productie, vormgeving en samenstelling van textielproducten. Milieuvriendelijkheid en circulariteit vormen de uitgangspunten bij deze voorstellen, evenals het tegengaan van milieuvervuiling door microplastics afkomstig uit textiel. Met een publiekscampagne op verschillende locaties in Nederland die de overheid ondersteunt kunnen consumenten kennismaken met tweedehands kleding en worden zo gestimuleerd minder nieuwe kleding te kopen. En met de invoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor textiel in 2023 worden bedrijven verplicht hun textielproducten voor te bereiden voor hergebruik en recycling.

De Tweede Kamer wordt regelmatig geïnformeerd over de ontwikkelingen op het circulaire textielbeleid, onder meer aan de hand van een jaarlijkse voortgangsrapportage. Het transitieteam Consumptiegoederen heeft de volgende (nieuwe) doelen op textiel voorgesteld tot aan 2030.

Textiel

Effectdoelen (2030)

Circulariteitsdoelen (2030)

55 procent minder impact op klimaatverandering 50 procent minder indirect landgebruik 50 procent minder impact op eutrofiering en verzuring

1 - Textiel dat nieuw op de markt komt is circulair ontworpen 2 - De gebruiksduur van textiel bij de consument is verdubbeld t.o.v. 2023 3 – 100 procent van het textiel, waar levensduurverlenging niet mogelijk is, wordt ingezameld en gerecycled

In het huidige beleidsprogramma ‘Circulair textiel’ zijn effectdoelen en circulariteitsdoelen geformuleerd die tot en met 2030 of 2035 doorlopen. Veel doelen die het transitieteam heeft voorgesteld komen (groten)deels overeen met de werkzaamheden om de doelstellingen van het huidige beleidsprogramma textiel te behalen en ze zijn zo een mooie ondersteuning van het ingezette beleidsprogramma. De doelen uit het beleidsprogramma bieden zekerheid en perspectief aan de textielsector. Er is regelmatig contact over hoe de textielbranche aan het behalen van de doelstellingen werkt, zoals met de UPV textiel die wordt ingevoerd. Het behalen van de doelstellingen wordt bovendien actief gemonitord. Om te zien of de maatregelen daadwerkelijk effect hebben, moet data over meerdere jaren worden gemonitord. Bij het opstellen van een nieuw beleidsprogramma per 2025 wordt bezien of de maatregelen en doelen aangevuld of aangescherpt moeten worden. De (nieuwe) doelen voor textiel die door het transitieteam zijn voorgesteld worden hiervoor als input gebruikt. Belemmeringen Verschillende zaken belemmeren het behalen van de doelen van het textielbeleid. Elk jaar, met uitzondering van coronajaar 2020, wordt meer kleding geproduceerd, gekocht en weggegooid. Dit fenomeen wordt fast fashion genoemd.

Aspecten die fast fashion stimuleren zijn de sterk competitieve markt, de hoge mate van consumentisme, de snel wisselende modetrends, de langgerekte productketens, de dalende productiekosten en de opkomst van e-commerce. De snel wisselende modetrends binnen fast fashion zorgen er daarnaast voor dat steeds meer kleding in steeds minder tijd wordt geproduceerd en tegelijkertijd neemt de kwaliteit van het textiel af, waardoor hergebruik niet of nauwelijks mogelijk is. Er wordt onvoldoende geïnvesteerd in hoogwaardige recycling en innovatie. Ook wordt onverkochte kleding afval zonder te zijn gedragen. Voor de komende jaren ligt daarom de focus op preventie van productie en consumptie. Bij veel mensen staat het kopen van tweedehands kleding in plaats van nieuw nog niet op de radar. Kleding wordt door consumenten snel weggedaan en vaak niet op de juiste manier afgedankt. Ongeveer de helft van het afgedankte textiel verdwijnt zo via het restafval in de verbrandingsoven.71 Daardoor kan veel textiel (nog) niet hergebruikt en/

71

75 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Het Nederlandse restafval bevat ongeveer 169 kiloton textiel per jaar, dat is 55,4 procent van het afgedankte textiel. (https://vang-hha.nl/handboeken-0/ regie-textielketen/1-kennis-textielketen/1-1-waarom-belangrijk-sturen-textielketen/).

of gerecycled worden. In 2020 werd in nieuw textiel 13 procent duurzaam materiaal of recyclaat toegepast.72 De UPV textiel (per 2023) fungeert als prikkel om meer kleding in te zamelen voor hergebruik en recycling, zodat daarmee de doelstellingen behaald kunnen worden. De UPV stimuleert het toepassen van duurzaam materiaal en/of recyclaat en het verbeteren van de kwaliteit van kleding in nieuwe textielproducten. Ook de ‘Denim Deal’ die in 2020 is gesloten draagt hieraan bij en in het ‘VANG-programma huishoudelijk afval’ wordt eveneens gewerkt aan meer en betere inzameling van textiel. De genoemde publiekscampagne stimuleert consumenten om tweedehands kleding te kopen.

Figuur 8: Eerlijke verdeling van lusten en lasten in de transitie naar een circulaire economie

72

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/04/22/ bijlage-2-rapportage-monitoring-textiel-peiljaar-2020

76 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Vooruitblik De komende jaren blijft de inzet op circulair textiel onverminderd groot. In 2023 gaat de UPV textiel in. Volgens het principe “de vervuiler betaalt” worden producenten van textiel dan verantwoordelijk voor het voorbereiden van hergebruik en recycling van textiel. Het betekent bovenal dat producenten de kosten gaan betalen voor het afvalbeheer. Dit geeft een financiële prikkel voor kleding van hogere kwaliteit, die beter kan worden gerecycled en hergebruikt. Om aan de UPV te voldoen moeten producenten zorgen dat meer textiel wordt ingezameld. Om consumenten meer kleding te laten inzamelen moet het makkelijk zijn voor hen; ze moeten weten wat er wel en niet in de kledingbak mag en het gevoel hebben dat inzamelen nuttig is.

Momenteel worden de afspraken tussen producenten en andere partners in de textielketen, zoals gemeentes, inzamelaars en sorteerders, vormgegeven. De producenten zijn hiervoor primair verantwoordelijk. Producenten van textiel voor wie de UPV straks geldt, moeten zich in 2023 melden bij de rijksoverheid. In de periode daarna zal duidelijk worden hoe de markt de uitvoering van de UPV textiel – zoals het inzamelsysteem - oppakt en hoe de producentenorganisatie wordt ingericht. Er kunnen bijvoorbeeld afspraken gemaakt worden over tariefdifferentiatie en een innovatiefonds. Bovendien is het mogelijk om binnen nu en vijf jaar een beeld te krijgen van of en hoe producenten aan de doelstellingen onder de UPV textiel voldoen. De doelstellingen gaan per 2025 in en lopen procentueel op. Een eerste evaluatie van de UPV textiel staat binnen vijf jaar na inwerkingtreding gepland, zodat deze waar nodig kan worden verbeterd en aangescherpt. Ook blijft samenwerking op Europees niveau belangrijk. In de ‘Europese textielstrategie’ komen veel punten waarvoor Nederland heeft gepleit terug. Dit spoort aan om zeer actief te blijven op het Europese toneel om te zorgen voor een ambitieuze uitwerking van de voorstellen. Geïnspireerd door het succes van de Denim Deal, zal worden verkend hoe de internationale samenwerking in de denim textiel waardeketen na 2023 verder kan worden opgeschaald.

Uitgangspunt is om concrete afspraken te maken over het hoogwaardig sluiten van de textielkringloop met en tussen bedrijven in consumptielanden en productielanden. Gedragsverandering blijft een focuspunt. We gaan de campagne voor tweedehands textiel in 2021 en 2022 evalueren. Daarna bekijken we wat de beste manier is om mensen te bereiken en aan te sporen tweedehands kleding een kans te geven. In de eerste helft van 2023 presenteert de Europese Commissie naar verwachting een breed beleidspakket om microplasticvervuiling in het milieu te beperken en te voorkomen. Nederland zal bij de beoordeling en de uitwerking van dit Europese maatregelenpakket vooral pleiten voor ambitieuze maatregelen voor microplasticvezels uit textiel.

77 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Op nationaal niveau investeert het ministerie van IenW in kennisopbouw over microplasticvezels uit textiel in water. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in publiekscampagnes voor de bewustwording van consumenten. Ook kun je denken aan aanzetten tot ander gedrag, zoals het minder wassen van kleding. De ambitie is om in 2025 een vervolg op het eerste beleidsprogramma ‘Circulair textiel’ te lanceren. Uit onderzoek door CE Delft blijkt dat voor de huidige effectdoelen in het beleidsprogramma ‘Circulair textiel’ grote winst te behalen valt door sterker in te zetten op meer hergebruik en minder consumptie. Een belangrijke nieuwe focus voor het volgende beleidsprogramma is daarom preventie van productie en consumptie. Het transitieteam heeft voorgesteld om pilots uit te voeren gericht op duurzaam gedrag met impact bij consumenten. In deze pilots ligt de focus op het tegengaan van fast fashion. Dit voorstel wordt ter harte genomen en in de komende periode onderzocht. Tot slot wordt er in de aanloop naar het nieuwe beleidsprogramma een burgerparticipatietraject voor textiel uitgevoerd. Zo kunnen de ideeën, behoeften en zorgen van burgers in een vroeg stadium meegenomen worden. Tegelijkertijd is het van belang om in beeld te krijgen welke factoren ervoor zorgen dat zoveel kleding wordt geproduceerd en gekocht. Dit brengt het Rijk in 2023 in kaart.

Dit onderzoek sluit aan bij het ‘Voortgangsbericht Circulaire Economie 2022’ van het PBL, waarin narrow the loop (met hogere R-strategieën zoals refuse en reduce) wordt benoemd als één van de vier manieren om grondstoffen efficiënter te gebruiken. Naast het langer en intensiever gebruiken van producten en onderdelen door hergebruik en reparatie (slow the loop) en het sluiten van de kringloop door middel van recycling (close the loop) wordt substitutie door hernieuwbare grondstoffen aangehaald. Om aan de doelen uit het beleidsprogramma te voldoen wordt de inzet op preventie van consumptie vergroot (narrow the loop). Daarnaast zullen Europese maatregelen op het gebied van productie en vormgeving van textielproducten een sterke bijdrage leveren aan het verduurzamen van productie en consumptie.

3.1.4 Verpakkingen en wegwerpproducten

Tabel 14: Maatregelen op het gebied van textiel Stimuleren

Beprijzen

Normeren

Voortzetting en intensivering van beleid We geven uitvoering aan de Denim Deal om meer recyclaat toe te passen in nieuw geproduceerde denim kledingstukken.

Toekomstbeeld 2050

We zetten in op ambitieuze Europese producteisen.

In 2050 worden voor verpakkingen aanzienlijk minder primaire grondstoffen gebruikt. Herbruikbare verpakkingen zijn de norm, er is veel minder sprake van overmatig verpakken en verpakkingen zijn niet meer gemaakt van primaire grondstoffen, maar van secundaire grondstoffen (tenzij dat niet mogelijk is). Er wordt gebruikgemaakt van recyclebare grondstoffen (of algemeen beschikbare grondstoffen met een lage milieudruk) en duurzame biogrondstoffen met hoogwaardige toepassing. Voor voedselverpakkingen en voedselcontactmaterialen gelden daarbij de hoogste voedselveiligheidsnormen en er heeft een uitfasering plaatsgevonden van schadelijke stoffen en additieven in alle verpakkingen. Alle verpakkingen zijn geschikt voor end of life hoogwaardige recycling en de infrastructuur voor hoogwaardige recycling is zodanig op schaal dat er geen export naar buiten de EU hoeft plaats te vinden.

We zetten publiekscampagnes voor tweedehands kleding in. We voeren een UPV voor textiel in. We zetten actief in op een ambitieuze invulling bij de uitwerking van het Europese maatregelenpakket om milieuvervuiling door microplastics afkomstig uit textiel te beperken. We voeren een evaluatie uit van de campagne voor tweedehands textiel en baseren daarop onze verdere gedragsinzet. We investeren in kennisopbouw over microplasticvezels uit textiel in water.

We zetten in op een ambitieuze invulling bij de uitwerking van het Europese maatregelenpakket om milieuvervuiling door microplastics afkomstig uit textiel te beperken. We maken een vervolg op het beleidsprogramma ‘Circulair textiel’. We onderzoeken de onderliggende redenen voor overproductie- en consumptie. Opgenomen maatregelen zijn financieel gedekt. In het geval van een verkenning of onderzoek, is de verkenning of het onderzoek zelf gedekt, maar de doorvertaling van de uitkomsten van de verkenningen en onderzoeken naar eventuele beleidsmaatregelen niet.

78 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Stimuleren

Beprijzen

Normeren

Nieuwe maatregelen

Deze paragraaf gaat over verpakkingen in algemene zin en over alle soorten verpakkingsmaterialen. In de adviesroutekaart van het transitieteam Kunststoffen krijgt specifiek plastic verpakkingen een prominente plek in de circulaire kunststofketen, omdat veertig procent van het totaal op de markt gebrachte kunststoffen wordt gebruikt voor plastic (in) verpakkingen. Dit onderwerp komt daarom in meer detail terug in paragraaf 3.2.1. van dit NPCE.

Burgers wordt het makkelijk gemaakt om afval te scheiden, door heldere informatie op de verpakking over bij welke materialenstroom deze thuishoort. Bovendien is de sorteringstechnologie zodanig ontwikkeld dat er in het sorteringsproces geen materialen onnodig verloren gaan. Voor consumenten en bedrijven zijn er ruimschoots volwaardige herbruikbare verpakkingsopties aanwezig, waaronder hervulbare verpakkingen en retourneerbare verpakkingen, voor zowel verpakkingen in supermarkten als detailhandel, horeca en on-the-go-retail, e-commerce-verzendverpakkingen en Business-to-Business-verpakkingen. Er is een volwassen infrastructuur voor het wassen en distribueren van herbruikbare verpakkingen, waarbij slim gebruik is gemaakt van de logistieke expertise in Nederland en van verdere digitalisering van diensten. Door goed werkende retoursystemen belanden verpakkingen niet meer in het zwerfafval. In 2050 worden voor wegwerpproducten geen primaire fossiele grondstoffen gebruikt en het gebruik van wegwerpproducten is aanzienlijk verminderd. Dit betekent dat zoveel mogelijk wordt afgezien van eenmalig gebruik. Consumenten zijn gewend aan hergebruik. Voor wegwerpproducten gelden strenge productvereisten; er mogen bijvoorbeeld

geen (micro)plastics of schadelijke stoffen worden toegevoegd in verzorgingsproducten, sigarettenfilters en kauwgom. Uitdagingen Een uitdaging voor deze productgroep is dat de samenstelling van verpakkingen en wegwerpproducten varieert. Een groot deel van deze producten is nu niet recyclebaar. Daardoor kan er onvoldoende (hoogwaardig) recyclaat worden gemaakt om toe te passen in nieuwe producten. Ook zijn er verpakkingen op de markt die niet strikt noodzakelijk zijn, of die groter zijn qua volume dan noodzakelijk voor het verpakte product. Primaire grondstoffen zijn in de huidige economie vaak goedkoper dan secundaire grondstoffen. Daarnaast is hergebruik nu alleen gebruikelijk voor glas en in beperkte mate voor kunststoffen. Consumenten zijn gewend geraakt aan het gemak van wegwerpverpakkingen en de lage kostprijs voor verpakkingen. Ook worden recyclebare verpakkingen verbrand, doordat er onvoldoende wordt gescheiden, brongescheiden afvalstromen vervuild raken, recyclebare materialen in het restafval belanden en nascheiding, sortering en recycling nog niet geoptimaliseerd of rendabel zijn. Dat geldt voor zowel huishoudelijk als bedrijfsafval. Dit heeft een negatief effect op de CO2-uitstoot, materiaalbehoud in de keten en de motivatie van burgers om afval te scheiden.

Doelen en prestaties Doelstelling 1: Alle verpakkingen die vanaf 2030 op de Europese markt worden gebracht zijn geschikt voor gebruik in een circulaire economie en voldoen aan circulaire producteisen. Prestatie 1.1: De essentiële eisen van de EU-verpakkingenrichtlijn zijn maximaal aangescherpt Producteisen voor circulair ontwerp moeten op EU-niveau gesteld worden, vanwege de interne markt en de internationale aard van de waardeketen. Ook niet-functionele verpakkingen en oververpakkingen kunnen het beste Europees worden aangepakt. Regels voor (niet-functionele) verpakkingen inclusief de essentiële eisen waar verpakkingen aan moeten voldoen maken onderdeel uit van de ‘EU-Verpakkingenrichtlijn’ die nu wordt herzien. Nederland zet in op een flinke aanscherping van deze wetgeving om te zorgen dat alle verpakkingen in 2030 recyclebaar zijn, een aanzienlijk deel van de verpakkingen herbruikbaar is (met bijbehorende refill/return-systemen met normering voor kwaliteit en voedselveiligheid) en er productvereisten zijn voor de toepassing van recyclaat en indien

79 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

nodig voor de toepassing van recyclebaar biogebaseerd plastic. Nederland wil inzetten op een toepassing van minimaal 40 procent recyclaat en/of biogebaseerd plastic in alle verpakkingen in 2030 en zal zich hier sterk voor inzetten tijdens de onderhandelingen over de herziening van de Verpakkingenrichtlijn. Ook voor de andere materiaalstromen zet Nederland in op het stellen van realistische en ambitieuze Europese normen voor het toepassen van recyclaat. De essentiële Europese eisen zorgen ervoor dat overmatig verpakken effectief wordt tegengegaan en verpakkingen herbruikbaar zijn en geschikt voor refill/return-systemen. Verpakkingen zijn geschikt voor hoogwaardige recycling en bestaan voor een (Europees vastgesteld) percentage uit recyclaat of duurzame biogrondstof. Doelstelling 2: Vanaf 2030 wordt het potentieel van herbruikbare verpakkingen maximaal benut. Prestatie 2.1: hergebruik wordt via Europese en Nederlandse initiatieven sterk bevorderd en de infrastructuur voor herbruikbare verpakkingen is functioneel en op schaal Meer hergebruik is een van de speerpunten in de herziening van de ‘EU-Verpakkingenrichtlijn’. Nederland pleit voor ambitieuze hergebruikdoelstellingen op Europees niveau.

Naast de Europese afspraken bekijken we of en hoe het beschikbare beleidsinstrumentarium (waaronder wet- en regelgeving en UPV) ingezet moet worden om het potentieel van herbruikbare verpakkingen optimaal te benutten. Indien nodig kijken we voor preventie en hergebruik naar aanvullende nationale inzet binnen het UPV-instrumentarium. Bovendien worden er Europese standaarden voor het aantal rotaties en hygiënevoorschriften vastgesteld, en consumenten raken gewend aan hergebruikmodellen. Nationaal gaat de overheid herbruikbare verpakkingen volop stimuleren in verschillende sectoren, zoals supermarkten en detailhandel, horeca en thuisbezorging, e-commerce en B2B. Dit verloopt via twee sporen: sectorbrede afspraken en samenwerking, en (indien nodig) wettelijke verplichtingen. Op nationaal niveau is er sectorbrede samenwerking nodig om op systeemniveau de transitie naar herbruikbare oplossingen te realiseren en burgers stapsgewijs wegwijs te maken in die transitie. De rijksoverheid financiert onafhankelijk onderzoek naar onder meer modellen voor herbruikbare verpakkingen in supermarkten en naar de benodigde infrastructuur voor grootschalige reiniging van herbruikbare verpakkingen in Nederland. Ook helpt zij ondernemers op weg naar circulair productontwerp en circulaire verdienmodellen.

Prestatie 2.2: Er zijn ambitieuze hergebruikdoelstellingen afgesproken in de herziening van de verpakkingenrichtlijn voor on-the-go-/take-away-horeca en voor e-commerce De horecasector is in het kader van de nieuwe SUP-regelgeving uitgenodigd om in het Moonshotproject ‘Evernew’ sectorale samenwerking op te zetten. De overheid kan de samenwerking indien gewenst formaliseren in een ‘Green Deal’. Voor de thuisbezorging en catering verkennen we een vergelijkbare sectorale aanpak, met ook aandacht voor de samenwerking tussen sectoren. Voor het reduceren van plastic wegwerpbekers en voedselverpakkingen die onder de reikwijdte van de SUP-richtlijn vallen streven we naar 40 procent reductie in 2026 ten opzichte van 2022. Nederland zet ook in op een ambitieus Europees doel voor herbruikbare on-the-go-/take-away-verpakkingen voor 2030. Ook voor de e-commerce-sector pleit Nederland voor ambitieuze doelstellingen voor herbruikbare verzendverpakkingen. Het aandeel verzendverpakkingen wordt daarnaast gereduceerd door verplicht slimmer productontwerp en een normering voor loze ruimte in verpakkingen. Verzendverpakkingen zijn bovendien honderd procent recyclebaar en consumenten weten bij welke materiaalstroom ze thuishoren.

Prestatie 2.3: Op nationaal niveau benutten we het potentieel voor herbruikbare verpakkingen door ook sectorbrede samenwerking te faciliteren in de convenience-­ sector (supermarkten en detailhandel), B2B en festivals Parallel aan de herziening van de ‘Verpakkingenrichtlijn’ worden supermarkten en producenten uitgenodigd om een sectorbrede aanpak op te zetten voor het introduceren van herbruikbare verpakkingen. Doel daarvan is om via herbruikbare-verpakkingsoplossingen het grondstoffengebruik voor verpakkingen significant te verlagen.

De festival- en evenementensector zet de ‘Green Deal festivals’ voort en breidt het circulaire-bekersysteem uit naar circulaire voedselverpakkingen. Het doel is afvalvrije festivals en evenementen in 2030. Hiervoor is een fijnmazig systeem nodig van inzameling en verwerking voor hoogwaardige recycling en een systeem op schaal voor het wassen en hergebruik van bekers en voedselverpakkingen. Dit vergt onder meer ketensamenwerking. Doelstelling 3: Vanaf 2030 worden verpakkingen optimaal ingezameld voor recycling. Verpakkingsmateriaal wordt na recycling ingezet als recyclaat Prestatie 3.1: Recyclebare verpakkingen worden ook daadwerkelijk ingezameld, gesorteerd en gerecycled, de capaciteit voor hoogwaardige recycling is versterkt en het is burgers makkelijk gemaakt om een verpakking bij de juiste materiaalstroom te scheiden Met het programma ‘Van Afval Naar Grondstof’ (VANG) wordt gewerkt aan betere inzameling. Verder draagt ook het instrument UPV hieraan bij (zie hoofdstuk 2). Met de doelstellingen voor hoogwaardige recycling en de toepassing van recyclaat in verpakkingen van alle materiaalsoorten kunnen materiaalketens worden gesloten. Hoogwaardige recycling van verpakkingen wordt de norm en het recyclaat wordt ook opnieuw ingezet.

Nederland roept in de onderhandelingen over de EU verpakkingenverordening op tot het aanscherpen van de Europese eisen voor recycling van verpakkingen. Waar nodig worden de Europese doelstellingen vastgelegd in de UPV. De UPV verpakkingen wordt versterkt en uitgebreid. Doelstelling 4: Het aantal wegwerpproducten is teruggedrongen en wegwerpproducten met grote impact zijn volledig recyclebaar en hebben een passende afvalinzamelingsstructuur

Uit onderzoek blijkt dat zowel consumenten als supermarkten in principe positief zijn over herbruikbare verpakkingen. Supermarkten stellen het op prijs als er sectorbrede afspraken worden gemaakt, zodat risico’s worden gedeeld, of wanneer de overheid veranderingen verplicht stelt. Ook staat de branche open voor de introductie van herbruikbare verpakkingen door A-merken. Dit is een goed startpunt om een sectorbrede aanpak vorm te geven en indien nodig aan te vullen met wettelijke bepalingen.

Deze productgroep heeft betrekking op wegwerpproducten met een korte gebruiksduur, die na eenmalig gebruik worden afgedankt. Het betreft onder andere verzorgings- en hygiëneproducten zoals luiers, incontinentiemateriaal, vochtige doekjes en hygiëneartikelen. Ook tabaksproducten en kauwgom vallen hieronder.

Bij B2B-verpakkingen wordt veel gebruikgemaakt van wikkelfolie, big bags en karton. In sommige sectoren zijn herbruikbare kratten al gangbaar, zoals bij groente, fruit en vis. Er zal ook hier sectorbreed gekeken worden naar de quick wins om eenmalige verpakkingen te vervangen door herbruikbare alternatieven.

Van de 400 miljoen kilo aan luiers en incontinentiemateriaal die in Nederland jaarlijks vrijkomt in het huishoudelijk restafval en bij instellingen, wordt slechts 15 miljoen kilo gerecycled. De rest wordt verbrand. Recycling op grote schaal komt onvoldoende van de grond.

80 | Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Prestatie 4.1: Er geldt een UPV voor luiers en incontinentiemateriaal en er zijn Europese productvereisten voor het ontwerp daarvan

Daarom wordt een UPV voorbereid om grootschalige inzameling en recycling van deze afvalstroom te organiseren. Hierbij worden de producenten verantwoordelijk voor de inzameling en recycling. Naar verwachting geldt deze UPV vanaf 2026. Daarnaast pleit Nederland voor Europese ontwerpeisen voor luiers en incontinentiemateriaal om deze van duurzamere materialen te maken en beter recyclebaar te krijgen. Verder stimuleren we wasbare luiers. Zo wordt samen met de kinderdagopvang het gebruik van wasbare luiers onderzocht in pilots.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14165679/2