CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Programmabegroting 2024 - 2027 (2e termijn)21.151 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

20

In onze gemeente is het recentelijk geplaatste informatiepaneel in ’t Eperholt in de Veluwestijl vormgegeven, net als de bewegwijzering van de routenetwerken (het ruiter- en mennetwerk bevindt zich al in de Veluwestijl, terwijl het wandelnetwerk nog zal volgen). Ook de welkomstborden nabij gemeentegrenzen worden in de Veluwestijl uitgevoerd, evenals ‘belevingsobjecten’ die mogelijk in de toekomst geplaatst zullen worden als herkenningspunt voor de Veluwse Belevingsgebieden (VeluweAgenda). 61

Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 34 Gemeentebelangen Epe Vraag: In waar staat je gemeente is het volgende grafiekje te vinden:

Op pagina 34 staat dat het huishoudelijk restafval van 177 Kg in 2018 naar 170 Kg in 2019, 156 Kg in 2020 en 96 Kg in 2021. Als we dit vergelijken met de grafiek zoals hierboven en afkomstig van waar staat je gemeente dan begrijpen we de grafiek niet of we begrijpen de indicator op pagina 34 niet. Antwoord: De verplichte indicatoren (pag. 34) zijn via de regelgeving aan alle gemeenten in Nederland als een standaard voorgeschreven met een vaste definitie en een vaste bron waaruit de gegevens gehaald dienen te worden. Het doel van deze regelgeving is om via deze standaarden, gemeenten onderling vergelijkbaar te maken. Deze (centrale) bron gebruiken we als gemeente dan ook. Ten tijde van het invoegen van de verplichte indicatoren in de voorliggende begroting (tweede helft van september) waren de nu gepresenteerde cijfers voor onze gemeente daarin beschikbaar voor publicatie. De verplichte indicator op pagina 34 gaat over het huishoudelijk fijn restafval. De door u van de website Waarstaatjegemeente.nl opgevraagde gegevens gaan over het Totaal huishoudelijk afval waarvan het huishoudelijk restafval een onderdeel is. Andere onderdelen van het totaal huishoudelijk afval zijn onder andere GFT, oud papier en karton, verpakkingsglas, PMD, klein chemisch afval, textiel, grof huishoudelijk afval e.d. NB In 2021 is het 86 kg (i.p.v. de door u genoemde 96 kg).

Inmiddels bekend cijfer voor 2022: 78,5 kg per inwoner

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

21

62

Fractie: Vraag heeft betrekking op: Waarstaatjegemeente.nl Gemeentebelangen Epe Vraag: In waarstaatjegemeente.nl staat dat er ruim 14 duizend woning zijn in onze gemeente waarvan 1% leeg staat? Dat zou betekenen dat er 140 woningen in onze gemeente leeg moeten staan. Hoe moeten we dit lezen? Antwoord: In de omliggende gemeentes ligt de leegstand op hetzelfde niveau. Landelijk gezien is 1% leegstand niet bijzonder en eerder aan de lage kant. Er zullen altijd woningen zijn die tijdelijk leegstaan. Dit bijvoorbeeld door verhuizingen, huur en verkoop, verbouw en aanstaande sloop. 63

Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 35 Gemeentebelangen Epe Vraag: Op pagina 35 in de tabel specificatie nieuw beleid bij lasten staat: ‘aanleg en inrichting Circulair Ambachtscentrum (CAC). Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Staat niet in de vertaallijst? Antwoord: Zie hiervoor pagina 120/121 met daarbij de specificatie van nieuw beleid en de uitleg van wat een circulair ambachtscentrum inhoudt. In een circulair ambachtscentrum werken partijen samen aan het verminderen van afvalstromen en het realiseren van hoogwaardig product- en materiaalhergebruik, waardoor spullen en materialen langer in gebruik blijven en onnodig storten en verbranden wordt voorkomen. 64

Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 41 Gemeentebelangen Epe Vraag: Pagina 41. In het tabel Indicator. Daar staan de cijfers na 2021 niet meer vermeld. Als ik op zoek ga naar jeugdwerkeloosheid bijvoorbeeld op de web site van het UWV dan zien we dat ‘in augustus 2023 waren 364 duizend mensen van 15 tot 75 jaar werkloos. Dat is net als in juli 3,6 procent van de beroepsbevolking.’ Als dit zo te vinden is waarom zijn dan deze indicatoren zelfs voor 2022 niet ingevuld? Antwoord: De verplichte indicatoren zijn via de regelgeving aan alle gemeenten in Nederland als een standaard voorgeschreven met een vaste definitie en een vaste bron waaruit de gegevens gehaald dienen te worden. Het doel van deze regelgeving is om via deze standaarden, gemeenten onderling vergelijkbaar te maken. Deze (centrale) bron gebruiken we als gemeente dan ook. Ten tijde van het invoegen van de verplichte indicatoren in de voorliggende begroting (tweede helft van september) waren de nu gepresenteerde cijfers voor onze gemeente daarin beschikbaar voor publicatie.

65

Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 42 Gemeentebelangen Epe Vraag: Pagina 42. Wat moeten we ons voorstellen met ‘de uitvoering Social Return on Investment (SROI). Misschien voorbeelden? Antwoord: De gemeente Epe streeft naar een inclusieve arbeidsmarkt en hecht grote waarde aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. In dat kader is Social Return On Investment (hierna te noemen SROI) onderdeel van het duurzame inkoopbeleid. Bij aanbestedingen, met een drempelwaarde van € 215.000,--, wordt een SROI verplichting, van in principe 5% van de opdrachtwaarde ,opgelegd aan de opdrachtnemer. Het doel van SROI is om mensen/werkzoekenden uit de doelgroepen verder te helpen op – of richting – de arbeidsmarkt. Dit kunnen opdrachtnemers doen door het bieden van een (tijdelijke) baan, een stage, door inhuur personeel, door inkoop van producten/diensten bij sociale ondernemingen en SW-organisaties of andere maatschappelijke/sociale activiteiten en initiatieven

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

22

die sociale impact maken. De uitvoering en coördinatie van het SROI beleid is belegd bij de adviseur SROI. De adviseur SROI faciliteert, ondersteunt en monitort opdrachtnemers met een SROI verplichting. Daarnaast adviseert de adviseur SROI de betrokken gemeentelijke inkoper/projectleider/budgethouder over de proportionaliteit van de SROI uitvraag in aanbestedingen. 66

Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 44 Gemeentebelangen Epe Vraag: Pagina 44. In de tabel indicator staat dat er een groot verschil is tussen externe inhuur begroot en externe inhuur werkelijk. Is het te verwachten dat het verschil in 2023 en 2024 ook zo groot is? Antwoord: De personele lasten worden jaarlijks in de begroting geraamd op basis van de personele formatie en niet op basis van de bezetting. In de begroting wordt in beperkte mate rekening gehouden met externe inhuur. Indien een vacature niet ingevuld wordt of niet ingevuld kan worden, leidt dit tot financiële ruimte binnen de bestaande financiële middelen die beschikbaar zijn. Deze middelen kunnen dan worden ingezet ter dekking van externe inhuur. Hierdoor ontstaat het verschil tussen begrote percentages en de gerealiseerde percentages voor externe inhuur. Voor 2023 en 2024 zal er naar verwachting als gevolg hiervan ook een verschil zijn tussen externe inhuur begroot en externe inhuur werkelijk. Evenals in 2022 hebben we te maken met een aantal factoren die maken dat de externe inhuur noodzakelijk was: 1. Krapte op de arbeidsmarkt wat maakt dat vacatures moeilijk in te vullen zijn. De doorlooptijd van vacatures is lang, waardoor er ingehuurd moet worden om het werk door te laten gaan. 2. Stijging in de klantvraag, die opgevangen moet worden door tijdelijke medewerkers (inhuur). 3.

Incidentele middelen voor tijdelijke taken, zorgt vaak voor tijdelijk opvulling door middel van inhuur. 4. Langdurige ziekte van medewerkers. Daarvoor moest personeel worden ingehuurd. Dit brengt aanzienlijk hogere kosten met zich mee. Het college gaat nog (verder) kijken naar het bewuster inzetten van inhuur, maar door de komst van nieuwe taken en de krapte op de arbeidsmarkt is het de vraag of het per saldo ook tot minder inhuur leidt.

67

Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 46 Gemeentebelangen Epe Vraag: Pagina 46, in de tabel organisatie staat onder punt 4 dat het actualiseren van het informatiebeleid is gerealiseerd. Moet dit geen dynamisch/nooit af beleid zijn. Met andere woorden moet niet gezien worden als altijd in beweging? Antwoord: Het Informatiebeleid is inderdaad altijd aan verandering onderhevig. De afgelopen jaren vulden/pasten we ons beleid aan op basis van het in 2014 vastgestelde informatiebeleid. Het ging hier vooral om aanpassingen en bijna altijd was de aanleiding, nieuwe wetgeving. Voor het inpassen van nieuwe grotere technologische ontwikkelingen gunden we ons weinig ruimte. In het nieuwe informatiebeleid is hier nadrukkelijk aandacht aan geschonken. Zo hebben data gedreven werken en innovatie een prominente plek gekregen. Het werken met data moet de bestaande opgaven van de gemeente beter gaan ondersteunen maar zal ook nieuwe kansen met zich meebrengen. Dit vraagt om specialisaties maar ook om databewustzijn bij medewerkers. Dit zal consequenties hebben voor de hele organisatie.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

23

68

Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 53 Gemeentebelangen Epe Vraag: Pagina 53. In de tabel kostendekkingsoverzicht reinigingsheffingen staat een bedrag van 121,000. Om hoeveel gezinnen/huishoudens gaat het hier ongeveer? Antwoord: Het gaat om 442 huishoudens. De aantallen kwijtschelding worden geraamd op het gemiddelde gerealiseerde van de voorgaande 3 jaar.

69

Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 56 Gemeentebelangen Epe Vraag: Op pagina 56, kwijtschelding. Om hoeveel huishoudens gaat het hier ongeveer? Antwoord: Het gaat om 442 huishoudens. De aantallen kwijtschelding worden geraamd op het gemiddelde gerealiseerde van de voorgaande 3 jaar.

70

Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 58 Gemeentebelangen Epe Vraag: Pagina 58, juridische risico’s en aansprakelijkheid. Er wordt gesteld dat er een beslag van € 90K op weerstandscapaciteits wordt gelegd. Waarom €90K en waar zijn de juridische risico’s te vinden? Antwoord: Bij het kwantificeren (omrekenen in euro) van risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt een vaste systematiek gebruikt. Er wordt een inschatting gemaakt van het financiële effect als het risico zich daadwerkelijk voordoet. Deze inschatting gaat in eerste instantie uit van het bruto risico (risico zonder dat er beheersmaatregelen getroffen zijn). Daarna wordt geïnventariseerd welke beheersmaatregelen getroffen kunnen worden voor het reduceren van het (financiële) effect. De gekozen reductie leidt tot het netto (financieel)risico. Voor de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen van het risico wordt het netto (financieel)risico vermenigvuldigd met het kans percentage waarop het risico zich voordoet. De benodigde weerstandsvermogens van de in de paragraaf genoemde risico’s bij elkaar opgeteld vormen de minimaal benodigde totale weerstandsvermogen. De juridische risico’s zijn niet afzonderlijk in de paragraaf opgenomen. Dit vanwege mogelijke invloed op claims en lopende juridische geschillen.

Het grootste deel van het bedrag wordt in deze begroting gevormd door (zoals gesteld in de beschrijving van het risico) de steeds meer toenemende juridificering van de samenleving, het daarmee toenemend aantal claims en geschillen en de oplopende kosten daarvan. In de begroting kan vanwege het onzekere karakter hiermee niet volledig rekening worden gehouden in de beschikbaar gestelde budgetten. Daarom wordt voor het risico van mogelijk ontoereikende budgetten rekening gehouden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

24

71

Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 87 Gemeentebelangen Epe Vraag: Moet het getal rechts onder geen 8 zijn in plaats van een 9? Zie hieronder Pagina 87

Antwoord: De gepresenteerde cijfers in deze tabel zijn juist, betreft een afrondingsverschil.

72

Fractie: VVD

Vraag heeft betrekking op: Streekarchief, pagina 6

Vraag: Op pagina 6 wordt gesproken over de extra kosten voor de fusie van het streekarchief om aan wettelijke taken te voldoen. Om welke taken gaat dit? Antwoord: Het gaat om de wettelijke taken op het gebied van archiefbeheer, waaronder het bewaren van digitale informatie in een e-depot. Dit is een onderdeel van de nieuwe Archiefwet.

73

Fractie: VVD

Vraag heeft betrekking op: Streekarchief, pagina 79/122, paragraaf verbonden partijen / overzicht nieuw beleid Vraag: Op pagina 79 en op pagina 122 worden verschillende bedragen genoemd inzake het streekarchief. Welke bedragen zijn juist? Antwoord: Beide bedragen zijn juist. Het bedrag genoemd in de paragraaf Verbonden partijen (p. 79) betreft de bijdrage aan de Gemeenschappelijke regeling Streekarchief Epe, Hattem en Heerde, voor rekening van gemeente Epe. Dit betreffen de kosten van de archiefbewaarplaats en de studieleeszaal gehuisvest bij gemeente Epe. Op pagina 122 (Toelichting Nieuw Beleid) staan de begrote bedragen voor de kosten voor rekening van gemeente Epe, voor haar aandeel in het nieuw op te richten Archivariaat. Hierin zullen gemeenten Epe, Hattem en Heerde deelnemen samen met de 5 gemeenten vanuit het Streekarchivariaat Noord-West Veluwe.

74

Fractie: VVD

Vraag heeft betrekking op: Programma 2, pagina 22

Vraag: Meer dan de helft van het aantal inwoners sport niet wekelijks in 2020. Hier heeft een hele periode vol lockdowns tussen gezeten. Zijn er na deze hectische periode recentere cijfers beschikbaar? Antwoord: Er zijn geen recentere cijfers beschikbaar. Binnenkort start er een onderzoek naar het sport-en beweeggedrag onder inwoners van de gemeente Epe uitgevoerd door het Mulier Insttituut.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

25

75

Fractie: VVD

Vraag heeft betrekking op: Programma 3, pagina 24/25

Vraag: PlusOV en leerlingenvervoer kampen met dezelfde problematiek. Is er gekeken naar hoe deze elkaar kunnen ondersteunen? Antwoord: Samen met PlusOV werken wij (en vijf andere gemeenten – Heerde, Hattem, Voorst, Brummen, Lochem) continu samen om kwalitatief hoogwaardig leerlingenvervoer tegen een acceptabele prijs te organiseren. Op regelmatige basis is hier overleg over tussen de betrokken partijen. Dit doen we vanuit onze eigen rollen en verantwoordelijkheden. Zo zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de toegang tot leerlingenvervoer. Door bijvoorbeeld ouders te stimuleren om tegen kilometervergoeding zelf hun kinderen naar school te brengen en, daar waar het kan, kinderen te leren zelfstandig te reizen van/naar school, dragen we bij aan het tegengaan van de negatieve effecten van het chauffeurstekort. PlusOV is verantwoordelijk voor de uitvoering van het leerlingenvervoer (plannen routes, contracteren vervoerders, afhandelen klachten, et c.). Door bijvoorbeeld op gezette tijden samen met vervoerders te kijken of de routes nog steeds optimaal zijn gepland, wordt bijgedragen aan het tegengaan van de negatieve effecten van het chauffeurstekort.

76

Fractie: VVD

Vraag heeft betrekking op: Programma 4, pagina 27

Vraag: Er worden 2 brandputten per jaar aangelegd. Welke type locatie heeft hiervoor prioriteit? (natuur?) Antwoord: Om in te spelen op het toenemend brandgevaar als gevolg van klimaatverandering heeft de brandweer (VNOG) een aanbeveling gedaan voor het aanleggen van nieuwe bluswatervoorzieningen op specifieke locaties binnen de gemeente Epe om ook in de toekomst voldoende uitgerust te zijn. Deze locaties vormen gezamenlijk met de overige bluswatervoorzieningen een toereikend dekkingsgebied voor de toekomst. Deze locaties liggen veelal binnen de natuurlijke omgeving (bosgebied/buitengebied). 77

Fractie: VVD

Vraag heeft betrekking op: Programma 4

Vraag: De criminaliteitscijfers winkeldiefstal, geweldsmisdrijven, vernieling en beschadiging zijn allemaal stijgende. Hoe worden deze cijfers berekend? Gebeurt dit aan de hand van het aantal aangiftes? Antwoord: De cijfers worden bepaald aan de hand van de meldingen en aangiften. 78

Fractie: VVD

Vraag heeft betrekking op: Programma 7

Vraag: Bij de indicator huishoudelijk restafval is het laatste cijfer van 2021. Is er een recenter cijfer beschikbaar? Antwoord: De verplichte indicatoren zijn via de regelgeving aan alle gemeenten in Nederland als een standaard voorgeschreven met een vaste definitie en een vaste bron waaruit de gegevens gehaald dienen te worden. Het doel van deze regelgeving is om via deze standaarden, gemeenten onderling vergelijkbaar te maken. Deze (centrale) bron gebruiken we als gemeente dan ook. Ten tijde van het invoegen van de verplichte indicatoren in de voorliggende begroting (tweede helft van september) waren de nu gepresenteerde cijfers voor onze gemeente daarin beschikbaar voor publicatie. Inmiddels is er een recenter cijfer bekend: In 2022 is huishoudelijk restafval 78,5 kg per inwoner.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

26

79

Fractie: VVD

Vraag heeft betrekking op: Programma 8

Vraag: In de toelichting op blz. 123 wordt benoemd dat er onvoldoende kennis en handhavingscapaciteit is. Hoe komt dit? Antwoord: Sinds juli 2020 wordt een bouwtechnisch medewerker toezicht en handhaving ingehuurd op incidentele gelden als gevolg van de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet. De vaste formatie van technische toezichthouders was namelijk niet toereikend. Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet daadwerkelijk in werking en zal daarnaast ook de Wet kwaliteitsborging bouw inwerking treden. Hiermee vervallen ook de incidentele gelden. Daarnaast vraagt de Wkb specifieke bouwtechnische capaciteiten en die zijn bij andere toezichthouders in mindere mate aanwezig. In deze begroting wordt gedeeltelijk toezichtcapaciteit en handhavingscapaciteit gevraagd om de formatie toereikend te krijgen. Voor beide functies een half FTE.

80

Fractie: VVD

Vraag heeft betrekking op: Programma 8

Vraag: Wordt er gekeken naar een eventuele samenwerking met BOA-teams uit de regio? Of een regionaal BOA-team zoals bij kleine gemeentes in de Achterhoek? Antwoord: Met de gemeenten in Veluwe Noord zijn inmiddels initiatieven genomen om tot een samenwerking te komen. Hiermee bevorderen we dat BOA’s van de afzonderlijke gemeenten ook als toezichthouder bevoegd zijn om op elkaars grondgebied te acteren. Daarnaast zijn recentelijk afspraken gemaakt met de politie om tot goede werkafspraken te komen en die worden verwoord in een zogeheten handhavingsarrangement. Op provinciaal niveau is extra BOA capaciteit beschikbaar gekomen voor met name controles op het gebied van ondermijning, horeca en bedrijven. In 2024 worden initiatieven voor een verdere samenwerking ontplooit.

81

Fractie: VVD

Vraag heeft betrekking op: Programma 11

Vraag: De indicator formatie stijgt ieder jaar met 0,2 fte. Waarom is dit? Antwoord: Er is geen specifieke reden waarom dat dit elk jaar met 0,2% stijgt. De 0,2% lijkt eerder een toevalligheid dan een wetmatigheid. Het is niet meer dan de uitkomst van de begrote formatie gedeeld door 1000 inwoners, waaruit blijkt dat de ambtelijke organisatie sneller groeit dan het aantal inwoners in duizendtallen. Dat het personeelsbestand groeit heeft te maken met de toegenomen taken en ambitie van de gemeente.

82

Fractie: VVD

Vraag heeft betrekking op: Programma 11

Vraag: Wat is de huidige stand van 2023 van de externe inhuur werkelijk? Antwoord: Op dit moment (23 oktober) bedragen de kosten van externe inhuur € 3,6 miljoen. Dit wordt gedekt door openstaande vacatures, personeelsbudgetten, uitkeringen, reserves etc. Bij de 2e voortgangsrapportage is een bedrag geraamd voor inhuur bij langdurige ziekte van € 350.000. Zie ook het antwoord op vraag 66.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

27

83

Fractie: VVD

Vraag heeft betrekking op: Paragrafen

Vraag: Op pagina 56 wordt gesproken over de woonlasten. Waarom stijgen deze lasten in Epe zoveel harder dan de landelijke trend? In de prognose voor de komende jaren dalen wij harder dan de landelijke trend. Op basis waarvan wordt deze voorspelling gedaan? Antwoord: Er is voor 3 jaar (2020, 2021 & 2022) sprake geweest van een teruggave op de gemeentelijke aanslag van € 50,- per huishouden ten behoeve van woonlastenverlichting. Deze teruggave is vanaf 2023 niet meer van toepassing. Daardoor is in 2023 een hogere stijging zichtbaar ten opzichte van de landelijke trend. In 2024 rekenen wij met een stijging van 7,5%. Voor de landelijke woonlasten van 2024 en verder maken we een schatting. De landelijke trend voor de komende jaren is gebaseerd op gemiddelde landelijke woonlastenstijging van de afgelopen drie jaar (gemiddeld 5% elk jaar). Deze is gebruikt om de prognose voor de komende jaren te maken. De trend voor de woonlasten binnen onze gemeente is gebaseerd op de prijsindexatie percentages die wij hanteren voor de programmabegroting 20242027. Dit is vanaf 2025 een percentage van 1,6%, zie hiervoor pagina 88 van de begroting.

84

Fractie: VVD

Vraag heeft betrekking op: Paragrafen

Vraag: Op bladzijde 97 staat dat er een ton extra naar Sport- en dorpscentrum Vaassen gaat in verband met o.a. de gestegen houtprijzen. Waarom is de houtprijs relevant voor deze 100.000 euro bovenop de indexatie? Antwoord: Het zwembad wordt verwarmd door een houtgestookte kachel. Het zwembad heeft dus hout nodig om te verwarmen. In 2023 is de houtprijs gestegen. De verwachting is dat de houtprijs ook in 2024 stijgt; meer dan de indexatie vergoedt.

85

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Gevolgen van keuzen Financieel Lijn beleid Vraag: In de inleiding op pagina 5 geeft het college aan € 1 miljoen te bezuinigen op kostenposten door de indexatie van 7,5% niet toe te passen. 1. Gaat het hierbij om kostenposten die uitsluitend behoren tot de primaire verantwoordelijkheid en invloed van het gemeentebestuur en zo, ja: welke zijn dat met welke bedragen? Indien het (ook) andere instellingen en organisaties betreft: 2. Kunt aangeven welke instellingen en organisaties hierdoor getroffen worden en om welke bedragen het hierbij gaat? 3. Indien dit het geval is: kunt u aangeven wanneer en op welke wijze deze instellingen en organisaties in dit bezuinigingstraject zijn betrokken? Antwoord: 1. Het gaat om op korte termijn direct beïnvloedbare kostensoorten. Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan budgetten voor werkzaamheden die aan derden worden opgedragen, leveringen door derden, onderhoudskosten en advieskosten. Het zijn budgetten waarvan we als gemeente zelf kunnen bepalen dat we wat minder of wat later de uitgaven doen. Dit wordt de komende weken nader uitgewerkt op kostenplaats niveau; het resultaat is een groot aantal verlagingen van budgetten met (niet meer dan) de toegepaste indexatie van 7,5%. Nu is nog niet aan te geven om welke bedragen per kostenpost het gaat. 2.

Uitgangspunt is dat alleen op korte termijn te beïnvloeden kostenposten worden bijgesteld. Subsidies en bijdragen aan instellingen/organisaties vallen hier niet onder. 3. In dit traject (niet toepassen van de indexatie voor 2024 en 2025) zijn de instellingen/ organisaties dus niet in beeld. Bij de beleidsmatige en financiële doorlichting, waar het college in 2024 mee bezig gaat, zal dat anders zijn. Voor dat traject wordt nog een plan van aanpak opgesteld.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

28

86

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Gevolgen van keuzen Financieel Lijn beleid Vraag: In de inleiding op pagina 5 en het overzicht op pagina 12 geeft u aan de begroting door te lichten waardoor in 2025 en 2026 € 2 miljoen opbrengst wordt ingevuld. 1. Bent u het met ons eens dat dit geen concrete dekkingsmiddelen zijn, maar toekomstige verwachtingen waarvan op dit moment iedere duidelijkheid ontbreekt? 2. Betekent dat het college hiermee een niet-sluitende meerjarenbegroting presenteert? 3. Is het gevolg hiervan dat de financiële problemen naar de toekomst worden verschoven? Antwoord: 1. Het college heeft in de begroting vanaf 2026 een taakstellende stelpost opgenomen van structureel € 2 mln. Deze stelpost is nodig om de begroting structureel sluitend te krijgen. De stelpost moet worden gerealiseerd door een beleidsmatige en financiële doorlichting op de gehele begroting uit te voeren. Uitkomst hiervan moet zijn dat concreet wordt gemaakt op welke begrotingsposten en dus op welke beleidsgebieden de raad besluit om hiervoor minder financiële middelen in te zetten dan wel op welke gebieden de raad de inkomsten wil verhogen. 2. De begroting is sluitend gemaakt met de genoemde taakstellende stelpost. De financiële invulling/realisatie van de stelpost moet de komende jaren worden uitgewerkt door de gehele begroting door te lichten.

Het college zal hiervoor een plan van aanpak opstellen, hieraan uitvoering geven en met voorstellen naar de raad komen. 3. Na besluitvorming door de raad over de realisatie/vertaling van de taakstelling in de begroting is weer sprake van een materieel sluitende meerjarenbegroting.

87

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Belastingen en woonlasten Lijn Vraag: In de inleiding op pagina 11 schrijft u dat de belastingen in 2024 met 7,5% stijgen, inclusief het ‘inhaaleffect’ (doorwerking van de extra stijging) voor 2023. 1. Wat bedoelt u met het inhaaleffect? 2. Wat was in 2023 de stijging van de gemeentelijke lasten, zowel wat betreft het in de vorige begroting opgenomen percentage en het uiteindelijk gerealiseerde percentage? Antwoord: 1. Met inhaaleffect wordt bedoeld dat in de programmabegroting 2023-2026 voor het begrotingsjaar 2023 rekening is gehouden met een indexatie van 2,3% voor de prijsontwikkeling (verwachting van het CBS in maart 2022). De actuele inschatting van het CBS (in maart 2023) is, dat dit voor 2023 5,9% zal bedragen. Deze toename van 3,6% voor 2023 is meegenomen als ‘inhaaleffect’ bij de indexatie van de begroting 2024 (t.o.v. begroting 2023). 2. De tarieven zijn in 2023 met 5% geïndexeerd. Ook hierbij was sprake van een ‘inhaaleffect’ (extra stijging van de CBS-verwachting over 2022). Het effect van deze stijging is opgenomen in de Programmabegroting 2023-2026 en de belastingvoorstellen 2023. De door de raad vastgestelde tarieven zijn ook de gerealiseerde tarieven.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

29

88

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Sport -en beweegplan, Spukgeld Lijn Vraag: In programma 2, Actief in Epe, staan op pagina 22 diverse kerndocumenten, zoals het Sport- en Beweegplan 2020 – 2024, vermeld. Onder ander op pagina 119 wordt melding gemaakt van de zogenaamde Spukgelden, ingaande € 2024 van € 400.000. 1. Hoe worden deze gelden ingezet en wie bepaalt de inzet? 2. Hoe worden verenigingen en instellingen hierbij betrokken? In vervolg hierop: Op 30 september 2023 meldde Omroep Gelderland dat op de hele Noord-Veluwe de daling van het aantal jeugdleden t/m 18 jaar bij sportverenigingen in de gemeente Epe het allerhoogst is. 1. Heeft u hiervoor een verklaring? 2. Kan de inzet van de Spukgelden een rol spelen om deze zeer ongewenste ontwikkeling om te draaien? Antwoord: 1. Hoe worden deze gelden ingezet en wie bepaalt de inzet? Binnen het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) hebben we 400.000 euro aan nieuwe middelen ontvangen vanuit het Rijk. In het plan van aanpak (zie bijlage informatienota Plan van aanpak SPUK GALA 2024-2026) staat beschreven hoe we deze middelen willen gaan inzetten en wie de inzet bepaalt. 2. Hoe worden verenigingen en instellingen hierbij betrokken? In het plan van aanpak SPUK GALA 2024-2026 staat beschreven hoe verenigingen en instellingen hierbij worden betrokken.

Bijvoorbeeld binnen het uitvoeren van het lokaal sport- en beweegakkoord zijn sport- en beweegaanbieders, onderwijsorganisaties, belangenorganisaties en maatschappelijke instellingen uitgenodigd geweest om ambities te formuleren, ideeën in te brengen en aan te geven op welke wijze ze zouden willen bijdragen aan de realisering hiervan. Verenigingen en instellingen kunnen een bijdrage vragen voor een initiatief met betrekking tot het ontwikkelen van sport en bewegen bij de regiegroep Sport- en beweegakkoord gemeente Epe. Vervolgvraag: 1. Heeft u hiervoor een verklaring? Er is een landelijke tendens te zien dat steeds minder vrijwilligers zijn betrokken bij verenigingen. Dit is helaas ook terug te zien binnen de gemeente Epe. Recent heeft een gymvereniging in de gemeente moeten stoppen met haar bestaan vanwege een gebrek aan vrijwilligers. Hierdoor wordt het sportaanbod binnen de gemeente verminderd, wat eraan kan bijdragen dat het aantal jeugdleden tot en met 18 jaar is gedaald. Daarnaast speelt individualisering van de sport ook een rol. Inwoners (met name jongeren) kiezen steeds vaker voor sporten zoals fitness en hardlopen in plaats van sporten bij een vereniging. 2. Kan de inzet van de Spukgelden een rol spelen om deze zeer ongewenste ontwikkeling om te draaien? Het sportakkoord heeft onder andere als doel om meer inwoners te laten sporten en bewegen.

De middelen vanuit het sportakkoord zijn dus belangrijk om daling van sportende jongeren bij verenigingen tegen te gaan.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

30

89

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Indicatoren, pagina 41 Lijn Vraag: De indicatoren van de bijstandsuitkeringen en het jeugdwerkloosheidpercentage ontbreken. De verklaring zal ongetwijfeld zijn dat deze niet zijn aangeleverd. 1. Kunt u desondanks toch aangeven wat de stand van zaken is? Antwoord: De verplichte indicatoren zijn via de regelgeving aan alle gemeenten in Nederland als een standaard voorgeschreven met een vaste definitie en een vaste bron waaruit de gegevens gehaald dienen te worden. Het doel van deze regelgeving is om via deze standaarden, gemeenten onderling vergelijkbaar te maken. Deze (centrale) bron gebruiken we als gemeente dan ook. Ten tijde van het invoegen van de verplichte indicatoren in de voorliggende begroting (tweede helft van september) waren de nu gepresenteerde cijfers voor onze gemeente daarin beschikbaar voor publicatie. Na een geleidelijke daling van het aantal verstrekte bijstandsuitkeringen de afgelopen jaren, zagen we vanaf de zomer 2022 een lichte stijging in ons uitkeringsbestand. De laatste maanden zien we dat die stijging zich weer stabiliseert en het aantal verstrekte bijstandsuitkeringen op hetzelfde niveau als begin 2022 zit. Wij beschikken niet over recentere cijfers als het gaat om het percentage werkloze jongeren.

Voor meer informatie over de ontwikkeling van het aantal bijstandsuitkeringen, verwijzen wij u naar de presentatie van de raadsmonitor sociaal domein d.d. 21 september 2023.

90

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Woonlasten, pagina 56 Lijn Vraag: Uit het overzicht van de gemeentelijke woonlasten in vergelijking met de landelijke woonlasten zien we in Epe een enorme stijging over de jaren 2022, 2023 en 2024. Lag de gemeente Epe eerder voortdurend als één van de goedkoopste gemeenten altijd ver onder dat landelijke gemiddelde, nu zien we een extreme stijging richting dat gemiddelde. Was dat in 2020 nog onder de € 700 in 2025 tikken we de € 1.000 aan. Gemiddeld zijn uiteraard alle gemeenten duurder geworden, maar de gemeente Epe is wel veel harder gestegen. 1. Kunt u aangeven waardoor dit wordt veroorzaakt. 2. Bent u van plan hiermee en op deze wijze door te gaan? 3. Waarop baseert u de verwachting dat we vanaf 2025 opeens minder zullen stijgen dan de andere gemeenten, zoals u grafiek (ten onrechte?) laat zien? Antwoord: 1. Er is voor 3 jaar (2020, 2021 & 2022) sprake geweest van een teruggave op de gemeentelijke aanslag van € 50,- per huishouden ten behoeve van woonlastenverlichting. Deze teruggave is vanaf 2023 niet meer van toepassing. Daardoor is in 2023 een hogere stijging zichtbaar ten opzichte van de landelijke trend. 2. Dit betreft een politiek-bestuurlijke vraag, deze wordt niet ambtelijk beantwoord. Deze kan aan de orde worden gesteld tijdens de behandeling in de commissie of de raadsvergadering. 3.

De landelijke trend voor de komende jaren is gebaseerd op gemiddelde landelijke woonlastenstijging van de afgelopen drie jaar (gemiddeld 5% elk jaar). Deze is gebruikt om de prognose voor de komende jaren te maken. De trend voor de woonlasten binnen onze gemeente is gebaseerd op de prijsindexatie percentages die wij hanteren voor de programmabegroting 2024-2027. Dit is voor 2024 een percentage van 7,5% en vanaf 2025 een percentage van 1,6%, zie hiervoor pagina 88 van de begroting.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

31

91

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Schuldpositie, pagina 63 Lijn Vraag: De gemeente Epe was jarenlang in Gelderland de trotse kampioen van een schuldenvrije gemeente; er was meer bezit en vermogen dan schulden. Het verstandige beleid hield in dat we investeringen betaalden uit eigen gespaarde middelen. Het college presenteert nu cijfers waaruit blijkt dat dit nu anders is geworden. 1. Waarom kiest dit college ervoor om schulden te maken en dure rente aan de bank te betalen? 2. Kiest het college ervoor om investeringen op de pof te doen en de extra kosten bij de huidige en toekomstige generaties neer te leggen? Antwoord: 1. Het beleid van de afgelopen jaren, waarbij gespaard kon worden voor grotere investeringen, maakte het mogelijk dat de schuldenpositie van de gemeente gaandeweg kon worden afgebouwd. Nog steeds is het financiële beleid om zoveel als mogelijk is, met eigen middelen te financieren (interne financiering). Hier zit echter een grens aan. Als het gewenste en/of noodzakelijke investeringsniveau hoger wordt dan kan worden gefinancierd met eigen middelen, dan zal er geld geleend moeten worden (externe financiering). In de huidige meerjarenbegroting neemt het investeringsniveau zodanig toe, dat dit op een gegeven moment niet meer kan worden gefinancierd uit eigen middelen.

Dit komt met name door de geplande investeringen in scholen en maatschappelijke accommodaties, waarvoor de raad het beleid heeft vastgesteld. De verwachting is dat daarvoor op termijn leningen aangetrokken moeten worden. In het raads- en coalitieakkoord is ook aangegeven dat voor investeringen in scholen en maatschappelijke accommodaties leningen kunnen worden aangetrokken. In welke mate leningen aangetrokken moeten worden is onder meer afhankelijk van toekomstige factoren die de liquiditeitspositie van de gemeente beïnvloeden, zoals het totale investeringsvolume van de gemeente en het investeringstempo. 2. Vanaf het moment dat financiering van investeringen met leningen moet gebeuren, moeten hiervoor jaarlijks de rente en aflossingen aan de bank worden betaald. Deze lasten komen structureel ten laste van de gemeentebegroting.

92

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Herinrichting Hoofdstraat Epe, Lijn pagina 120 Vraag: In 2024 wordt € 40.000 uitgetrokken ten behoeve van het definitieve ontwerp voor de Hoofdstraat in Epe. De onbekende uitvoeringskosten moeten in 2025 worden gevonden. 1. Kunt u bij benadering aangeven aan welke bedragen moet worden gedacht bij deze herinrichting, uitgaande van de bestaande voorlopige ontwerpen? 2. Is spoedige realisatie van dit plan te verwachten nu de gemeente in de komende jaren enorm moet bezuinigen en dekking voor de meerjarenraming niet concreet is? Antwoord: 1. In december 2023 wordt de startnotitie voor de herinrichting van de Hoofdstraat in Epe door het college vastgesteld. De raad wordt in december 2023 daarover geïnformeerd. In deze startnotitie wordt een kostenoverzicht opgenomen voor de ontwerp- en uitvoeringsfase. Dan is er te zien welke bedragen er gemoeid zijn met betrekking tot deze herinrichting. 2. In deze startnotitie wordt ook een planning opgenomen waarin de beoogde realisatie is aangegeven. Voor de uitvoeringsfase zal nog budget beschikbaar moeten worden gesteld. Als er niet voldoende budget is, kan de herinrichting niet worden uitgevoerd.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

32

93

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Brandweerkazerne Oene, pagina Lijn 124 Vraag: Uit de tekst van dit onderwerp blijkt dat de veetakel van de brandweer niet meer in de kazerne past en dat dit de aanleiding is om een nieuwe kazerne te bouwen. Eerder werd hiervoor een bedrag van € 430.000 opgenomen, in deze begroting vindt voor het jaar 2025 een aanzienlijke verhoging plaats tot in totaal € 1,22 miljoen, incl. btw. U schrijft in dit verband over een creatieve en sobere oplossing, waar later meer duidelijkheid kan ontstaan. 1. Betekent dit dat het in 2025 beschikbare bedrag als minimaal moet worden gezien? 2. Door de VNOG is de post Oene aangewezen als locatie voor de veetakel. Waar staat de veetakel nu? Dit gelet op uw informatie: “Deze veetakel past echter niet in de verouderde kleine kazerne.” Antwoord: 1. Het uitgangspunt voor de brandweerkazerne Oene is sober en doelmatig. In een later stadium zal bij planvorming meer duidelijkheid komen over de kosten. Er is bijvoorbeeld nog geen programma van eisen bekend. Ook zijn de kosten voor onder andere de bouwgrond onbekend. 2. De veetakel zit nu op een aanhanger en wordt getrokken door de tankautospuit. Er komt een grote bus voor in de plaats waar alles is ingebouwd. Zo blijft de tankautospuit beschikbaar voor een andere inzet. De nieuwe bus (incl. veetakel) past niet in de remise.

Daarnaast voldoet de huidige brandweerkazerne niet meer aan de Arbo-normen.

94

Fractie:

Nieuwe lijn

Vraag heeft betrekking op: beperkt ruimte nieuw beleid

Vraag: Nieuwe Lijn leest meerdere keren in de begroting dat er beperkt ruimte is voor nieuw beleid. Dat betekent dat er maatregelen genomen moeten worden. 1. Kan het college vertellen hoe de maatregelen eruit zien? 2. Wat heeft dit voor gevolgen? Bijvoorbeeld voor het opstellen van een nieuw speelruimtebeleid? Antwoord: 1. Door het financiële tekort dat in de komende jaren ontstaat, is het college genoodzaakt om maatregelen te treffen, om de financiële positie van de gemeente gezond te houden. Dit betekent dat de begroting zal worden doorgelicht en dat zal worden onderzocht waar financiële ruimte kan worden 'vrij gespeeld’ door het maken van beleidsmatige keuzes over het niet meer (of in mindere mate, of anders) uitvoeren van huidig (structureel) beleid of het vermeerderen van inkomsten. Hiermee kan het dreigende financiële tekort worden opgeheven en kan ruimte worden gecreëerd voor toekomstig nieuw beleid. Het college stelt hiervoor komend jaar een plan van aanpak op. 2. De beleidsmatige keuzes die hieruit volgen (en waarover de raad zal moeten besluiten) hebben tot gevolg dat op nog te bepalen beleidsterreinen (per saldo) minder financiële middelen beschikbaar zullen worden gesteld en/of dat er meer inkomsten zullen worden gegenereerd. Dit zal (met de huidige inzichten) effect hebben op de begroting van 2026 en verder.

Vanzelfsprekend zullen de beleidsmatige keuzes effect hebben op de uit te voeren activiteiten en de te realiseren doelen. Voor het opstellen van nieuw speelruimtebeleid zijn in de begroting 2024 middelen gereserveerd. Dit betreffen de middelen die in de begroting 2023-2026 waren opgenomen (onder nieuw beleid) voor 2024.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

33

95

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: huisvesting onderwijs en Lijn maatschappelijke accommodaties blz. 13 Vraag: Nieuwe Lijn leest in de begroting dat er een koppeling gemaakt gaat worden tussen huisvesting onderwijs en maatschappelijke accommodaties. Hieruit lezen wij dat al het geld wat zowel voor onderwijshuisvesting als voor maatschappelijke accommodaties beschikbaar is op één pot gegooid wordt 1. Klopt deze aanname? 2. Zo ja, wat heeft dit voor gevolgen voor de visie voor maatschappelijke accommodaties die is vastgesteld? Antwoord: Bij het uitvoeren van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen bekijken we de toekomstige voorziening op een integrale en gebiedsgerichte wijze. Wat is naast de onderwijsvoorziening nog meer noodzakelijk in dat gebied. Hierbij valt dan te denken aan b.v. een voorschoolse voorziening (kinderopvang) en welzijnswerk. Waar de mogelijkheden aanwezig zijn kunnen deze zaken gecombineerd worden met een onderwijsvoorziening. Dit past uitstekend in de visie voor maatschappelijke accommodaties. In deze visie streven we ook naar een integrale en een gebiedsgerichte benadering.

96

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: (Bedrijvigheid / Programma 9, blz.39, Lijn Wat is de stand van zaken/ Netto arbeidsparticipatie Vraag: Zijn er zowel de statushouders als Oekraïense vluchtelingen in het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de potentiële beroepsbevolking hierin meegenomen? Antwoord: In de definities die het CBS hanteert voor de (werkzame) beroepsbevolking is dit niet te herleiden. De vraag is uitgezet bij het CBS.

97

Fractie:

98

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: (Ruimte en Wonen / Programma 5, Lijn blz. 29, Wat is de stand van zaken / Indicator: Vraag: Wat is of zijn de redenen van daling van nieuwbouwwoningen? In 2021 5,2 en in 2022 1,6. Antwoord: Tijdens de coronacrisis in de jaren 2020, 2021 en 2022 hebben veel woningbouwprojecten in de voorbereidingsfase vertraging opgelopen. Daardoor is met de bouw van deze woningen veel later gestart dan oorspronkelijk beoogd. Wij verwachten voor de jaren vanaf 2023 een stijging in het aantal opgeleverde woningen in onze gemeente.

NL

Vraag heeft betrekking op: (Ruimte en Wonen / Programma 5, blz. 29, Wat gaan we ervoor doen / nr.4: (Uitvoering in 2024) Vraag: Starten van uitgifte locaties, afhankelijk van energie infrastructuur. Welke energie infrastructuur wordt hiermee bedoeld? Antwoord: Dit heeft betrekking op netcongestie. Voortgang is afhankelijk van tijdige aansluiting op het elektriciteitsnet door de netwerkbeheerder.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

34

99

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: (Ruimte en Wonen/Programma 5, Lijn blz. 30, Wonen nr.4a) Vraag: Zijn er tot heden, volgens de genoemde geldende taakstellingen, met partners huisvesten van statushouders behaald? Antwoord: Er is sprake van een achterstand op de huisvestingtaakstelling statushouders als gevolg van de landelijke netcongestie. De tijdelijke huisvesting van statushouders op diverse locaties loopt daardoor een behoorlijke vertraging op. Dit jaar moeten er nog circa 50 statushouders worden gehuisvest. Met Triada worden gesprekken gevoerd om het aantal vrijkomende woningen binnen de huidige voorraad zoveel mogelijk in te zetten tbv statushouders. Tijdens de informatiebijeenkomst, monitor Ruimte, is een update hiervan gegeven. 100

Fractie:

Nieuwe Lijn

101

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: (Epe op orde / Programma 6, blz.32, Wat gaan we daarvoor doen/ Verkeer en vervoer/ nr.1: Vraag: Worden in het uitvoeren onderhoud wegen om deze in stand te houden op het vastgestelde niveau, ook de wegen in het buitengebied meegenomen? Antwoord: De wegen in het buitengebied worden ook onderhouden op het vastgestelde niveau. Het beleid wordt echter herzien. Zie verder antwoord vraag 17. Vraag heeft betrekking op: Bestuurlijke en Financiële overwegingen, blz 11- Belastingen en woonlasten

Vraag: Er wordt een stijging van de gemeentelijke lasten in de begroting doorgevoerd van 7,5% terwijl er bij doorrekenen van de getallen op pagina 56 – 1.6 Woonlasten een stijging van ruim 9% het resultaat is. Waar komt dit verschil vandaan? Antwoord: De woonlasten bestaan uit drie componenten, namelijk: OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Het bedrag van de gemiddelde woonlasten van € 896 in 2023 is gebaseerd op informatie van COELO. De gepresenteerde gemiddelde woonlast in 2024 van € 978 wordt berekend op basis van de eigen informatie die beschikbaar is. Voor de genoemde heffingen is in de begroting de 'reguliere’ indexatie van 7,5% doorgevoerd. Bij de rioolheffing is aanvullend op de indexatie van 7,5% een stijging van toepassing van 1,9%. Dat is afgesproken in het GWP (zie voor een nadere uitwerking ook vraag 29). Een ander aspect is de berekening van de tariefstijging van de afvalstoffenheffing. De heffing is voor de begroting 2024 gebaseerd op het aantal gerealiseerde ledigingen in 2022. Dit aantal kan afwijken van het aantal waarmee het COELO gerekend heeft bij de berekening van de gemiddelde woonlasten over 2023 (het COELO rekent op basis van de gemiddelde hoeveelheid afval per inwoner per gemeente zoals gepubliceerd door het CBS, deze gegevens worden echter met twee jaar vertraging openbaar).

Het effect hiervan is dat de gemiddelde woonlasten per huishouden ten opzichte van 2023 (COELO) sterker toenemen dan het percentage van 7,5%.

102

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Algemene dekkingsmiddelen en Lijn onvoorzien, blz 48 - overzicht Vraag: Vanwaar het opportunisme dat in 2024 de Algemene uitkering op basis van de meicirculaire 12 miljoen hoger zal uitvallen dan de 64 miljoen van 2023? Antwoord: Het juiste bedrag in de tabel voor de Algemene Uitkering bedraagt 61.573 i.p.v. 54.707. Dat laatste bedrag is per abuis opgenomen en betreft begroting 2022. Het totaalbedrag wordt dan 70.163. Het verschil tussen begroting 2023 en begroting 2024 is dan geen 12 miljoen meer maar 7 miljoen. De belangrijkste oorzaken zijn: 2 miljoen voordeel op saldo financieringsfunctie en 4.5 miljoen hogere Algemene Uitkering (met name extra middelen jeugdzorg en compensatie loon en prijs).

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

35

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: 1 Lokale heffingen, blz 53 – Lijn Forensenbelasting Vraag: Welke soort woningen wordt er bedoeld met gemeubileerde woning? 103

Fractie:

Antwoord: De term gemeubileerde woning is een in de wet genoemd voorwerp voor de belasting. Forensenbelasting is een belasting die u betaalt als u een gemeubileerde woning beschikbaar houdt. U staat niet ingeschreven in de gemeente. Denkt u hierbij vooral aan chalets, (recreatie)woningen en stacaravans. 104

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Toelichting mutaties prog 11, blz Lijn 106 - overzicht Vraag: Wat is de reden dat genoemde getallen afwijken? Begroot 2023 vorig jaar €5062 nu €4998 Dit fenomeen vindt je in veel overzichten terug. Antwoord: De begroting die de raad voor 2023 heeft vastgesteld in november 2022 sluit voor programma 11 op het saldo van baten en lasten van € 5.062. Gaandeweg het jaar 2023 worden daarop wijzigingen aangebracht door besluiten van het college en/of de raad. Dit kunnen bijvoorbeeld raadsbesluiten zijn zoals bijvoorbeeld in februari 2023 toen besloten is een “Bijdrage Giro 555 aardbeving Syrië-Turkije” over te maken. Ook op basis van collegebesluiten kan de begroting 2023 wijzigen in de loop van het jaar. Een voorbeeld daarvan is het opnemen in de begroting 2023 van restanten van incidentele budgetten vanuit de begroting 2022 (deze collegebevoegdheid is vastgelegd in de financiële verordening). Daarnaast kan het zijn dat de benutting van posten in de begroting soms beter bij een ander programma past wat tot een technische wijziging (verschuiving tussen programma’s) van de begroting leidt. Daarmee komt het saldo van baten en lasten voor programma 11 anders uit.

Om een zo goed mogelijk inzicht te geven in de verschillen tussen de begroting 2023 en de begroting 2024 wordt de meest actuele versie van de begroting 2023 gepresenteerd in de diverse overzichten.

105

Fractie: GroenLinks

106

Fractie: GroenLinks

Vraag heeft betrekking op: Programma 3 blz. 25 punt 6a Uitvoeren van onderzoek ter versterking van cliënt ondersteuning Vraag: Gaat de gemeente zelf het wiel uitvinden of wordt er bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de kennis van Movisie? Antwoord: Het onderzoek naar versterking van de cliëntondersteuning in Epe wordt gefinancierd met Rijksbudget. Het onderzoek vindt plaats in overeenstemming met de door Movisie opgestelde handreikingen, tools en praktijkvoorbeelden van andere gemeenten. Er is een projectleider van MEE Samen aangesteld om uitvoering te geven aan het lokaal versterken van de cliëntondersteuning. Aan elke deelnemende gemeente is een adviseur vanuit Movisie gekoppeld.

Vraag heeft betrekking op: Programma 3, blz.25, punt 8, Opstellen inclusie agenda

Vraag: Bij het aanbieden van de regenboogvlag in 2019, heeft het college toegezegd dat er een inclusieagenda opgesteld gaat worden. Deze is breder dan alleen het hijsen van de regenboogvlag voor de LBTHQ-gemeenschap. Iedereen moet mee kunnen doen, ongeacht geloof, geaardheid, etniciteit, afkomst of beperking. Deze inclusieagenda wordt elk jaar weer toegezegd. Kunnen we erop vertrouwen dat deze inclusieagenda in 2024 wordt opgesteld? Antwoord: Bij de vaststelling van het beleidsplan sociaal domein in de gemeenteraad in februari 2023 is door de portefeuillehouder aangegeven dat de inclusieagenda in de eerste helft van 2024 aan de raad zou worden aangeboden. Hier streven we nog steeds naar.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

36

107

Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 4 blz. 28 Ruimte GroenLinks Vraag: In de 3e alinea van deze pagina staat het volgende: We leveren maatwerk en streven de volgende doelen na in de fysieke leefomgeving: • We nemen verantwoordelijkheid in de energietransitie en de klimaatopgave. • In de gemeente Epe kun je een leven lang gezond, prettig en veilig wonen. • Onze omgeving stimuleert ontmoeting en versterkt de band tussen onze inwoners. • We werken aan een stevige woningbouwopgave. • Voor ondernemers biedt de gemeente Epe een prettig ondernemersklimaat. • De centra van Vaassen en Epe zijn uitnodigend. • Recreatie benaderen vanuit onze natuurlijk omgeving. • Mobiliteit is in beweging. • Landbouw heeft in Epe een nieuwe toekomst. Dit zijn niet allemaal doelen, ook niet SMART geformuleerd en daardoor erg vrijblijvend. Wat gaat het college aan dit streven doen? Worden het SMART geformuleerde doelen of moet we er volgend jaar op terugkomen, omdat ze bijvoorbeeld niet realiseerbaar zijn of te vrijblijvend? Antwoord: De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen richting en koers en hier horen de genoemde doelen bij (deze staan op pagina 4 en 5 van de omgevingsvisie). Deze doelen op hoofdlijnen moeten nog verder worden uitgewerkt en concreet worden gemaakt. Dit wordt vanaf 2024 in gebiedsgerichte en themagerichte programma's opgepakt. 108

Fractie: GroenLinks

Vraag heeft betrekking op: Hoofdstuk 5 blz.70, punt 5.3 Beleidsvoornemens

Vraag: “Waar we voorheen vaak bepalen waren, hebben we steeds vaker de rol van medespeler.” De gemeente is niet alleen de medespeler maar vooral de regisseur. De regisseur bepaalt en geeft de kaders aan en de medespelers voeren het uit, samen met de gemeente. Als we alleen medespeler zijn, ontlopen we als gemeente en opdrachtgever dan niet onze eindverantwoordelijkheid en geven we “de markt” zo niet veel te veel ruimte? Antwoord: De rol en positie van de gemeente in de samenleving is een onderwerp dat veel aandacht krijgt in het raadsakkoord bij het onderdeel inwoners en bestuur. In het collegeprogramma is dat onderdeel vertaald naar het opstellen van een visie op de positie van de gemeente in de samenleving om goed aan te sluiten op de veranderende vraag van de samenleving. In de ontwikkeling van deze plannen komt ook aan de orde hoe de gemeente zich wil verhouden tot de samenleving en wat de rol is van de gemeente bij de diverse onderwerpen. 109

Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 6 blz. 32 Epe op GroenLinks orde Vraag: Het bomenbeleidsplan is van 2010. In 2021 was het nieuwe bomenbeleidsplan bijna klaar. We zijn 2 jaar verder en er is nog steeds geen nieuw bomenbeleidsplan. Waarom niet? En hoe lang gaat het nog duren voordat dit nieuwe bomenbeleidsplan er is? Antwoord: Het nieuwe bomenbeleid willen we goed laten aansluiten op de gebiedsgerichte uitwerkingen van de omgevingsvisie. Daarom is ervoor gekozen het concept bomenbeleidsplan niet af te ronden maar te vervangen door een bomenbeheervisie. In deze visie willen we uiteenzetten hoe wij komen tot een toekomstbestendig bomenbestand. Geldend zowel voor de gemeentelijke-, als bomen in particulier bezit. We verwachten uw raad hierover in het 1e kwartaal van 2024 verder over te informeren.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

37

110

Fractie: GroenLinks

Vraag heeft betrekking op: Programma 3, blz. 25 punt 6b Verbetering van bekendheid van WMO zorg en ondersteuning van inwoners.

Vraag: De website van Koppel/SwoE is erg aanbod gericht. De gemeente Epe wil vooral vraaggerichte werken. Hoe gaat de gemeente Koppel/SwoE beïnvloeden, zodat zij ook vraaggericht gaan werken. Antwoord: De gemeente maakt momenteel met directie en medewerkers van Koppel-Swoe nieuwe werkafspraken over de dienstverlening en de samenwerking. Hierbij is ook het onderwerp (meer) vraaggericht werken aan de orde.

111

Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 7 blz.35 punt 2 GroenLinks Implementeren van werkwijze inzamelen grondstoffen. Vraag: De uitvoering hiervan zou al in 2023 plaatsvinden. Waarom is dit nog niet gebeurd? Kunnen we er op vertrouwen dat dit dan wel in 2024 plaats vindt? Antwoord: Evaluatierapport Grondstoffenplan komt er z.s.m. aan, zie vraag 22. Voor de volgende fase wat betreft inzameling grondstoffen wordt momenteel een Plan van Aanpak geschreven. U wordt als raad begin 2024 hier verder over geïnformeerd. Status CAC, zie vraag 22 en 114. 112

Fractie:

Lokaal Vraag heeft betrekking op: programma 2,wat gaan we CDA daarvoor doen, uitvoering in 2024, blz. 23 punt 4b, Vraag: Is er, zoals gewenst, nieuw beleid om speeltoestellen die kapot zijn te vervangen in plaats van te verwijderen? Antwoord: Er is momenteel geen nieuw beleid om speeltoestellen, die kapot zijn, te vervangen. Momenteel wordt er gewerkt aan een vragenlijst om inwoners te vragen naar hoe zij speelruimte binnen de gemeente ervaren. Deze informatie wordt gebruikt voor het ontwikkelen van een nieuw speelruimteplan voor de gemeente Epe.

113

Fractie:

Lokaal Vraag heeft betrekking op: weerstandsvermogen en CDA risicobeheersing, juridische risico’s en aansprakelijkheid, blz. 60 Vraag: Wat loopt er op dit moment nog aan zaken van enige betekenis en hoe gaan we hiermee om? Antwoord: De juridische risico’s zijn niet afzonderlijk in de paragraaf opgenomen. Dit vanwege mogelijke invloed op claims en lopende juridische geschillen. Het grootste deel van het bedrag wordt in deze begroting gevormd door (zoals gesteld in de beschrijving van het risico) de steeds meer toenemende juridificering van de samenleving, het daarmee toenemend aantal claims en geschillen en de oplopende kosten daarvan. In de begroting kan vanwege het onzekere karakter hiermee niet volledig rekening worden gehouden in de beschikbaar gestelde budgetten. Daarom wordt voor het risico van mogelijk ontoereikende budgetten rekening gehouden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Verder volgen de juridische risico’s dezelfde systematiek als de andere risico’s in de begroting. Voor de risico’s waarbij het financiële effect op de bedrijfsvoering Groot tot Zeer groot is en de kans daarop ook Groot tot Zeer groot is, worden (in de regel) financiële maatregelen getroffen voor het restrisico in de vorm van een voorziening, bestemmingsreserves of (structurele) stelpost(en) in de begroting (zie pagina 57 - 59 van de programmabegroting).

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

38

114

Fractie:

115

Fractie:

116

Fractie:

117

Fractie:

118

Fractie:

Lokaal CDA

Vraag heeft betrekking op: toelichting nieuw beleid, programma 7, aanleg en inrichting Circulair Ambachtscentrum, blz. 120 Vraag: Wat is de status hieromtrent? Wat kunnen we verwachten? Antwoord: In een circulair ambachtscentrum werken partijen samen aan het verminderen van afvalstromen en het realiseren van hoogwaardig product- en materiaalhergebruik, waardoor spullen en materialen langer in gebruik blijven en onnodig storten en verbranden wordt voorkomen. Op dit moment zijn we samen met Circulus bezig met het afronden van de businesscase. We verwachten in het eerste kwartaal van 2024 u hierover nader te informeren.

Lokaal Vraag heeft betrekking op: Programma 3, wat mag dat kosten, CDA blz. 25 en blz. 27 Vraag: Zowel op blz. 25 als 27 zien we dat de ‘baten bestaand beleid’ na 2022 flink omlaag gaan, kunt u dit toelichten? Antwoord: De hogere baten wordt in 2022 veroorzaakt door het financiële overschot voor Maatschappelijk Opvang/ Beschermd Wonen en van de Specifieke Uitkering voor opvang Oekraïners. In 2023 en verder zijn deze baten onzeker en ook niet begroot. Op pagina 27 betreft dit de Specifieke Uitkering voor Controle Corona Toegangsbewijzen.

Lokaal Vraag heeft betrekking op: toelichting mutaties programma 2, CDA blz. 97, Vraag: de landelijk sterk gestegen energietarieven leiden tot hogere inkomsten uit servicekosten. Moeten we hierbij bijvoorbeeld denken aan energiekosten die doorbelast worden aan huurders van ruimte in het gemeentehuis? Antwoord: Dit betreft de doorbelasting van de gestegen energiekosten van het complex De Wachtelenberg aan huurders (verschillende verenigingen).

Lokaal Vraag heeft betrekking op: programma 1, specificatie nieuw CDA beleid, blz. 21 Vraag: er wordt fors geld vrijgemaakt voor de renovatie/verbouwing van de RSG. In het verleden is hiervoor ook al geplust. Is er rekening gehouden met eventuele nieuwe tegenvallers in de kosten? Antwoord: Nee, er is geen rekening gehouden met nieuwe tegenvallers. Er is een budget voor renovatie geraamd. Deze is gebaseerd op prijspeil maart 2022. Sindsdien is het prijspeil aanzienlijk gestegen. Eind december 2023/begin januari 2024 is het resultaat van de aanbesteding bekend. Pas dan kan er een conclusie getrokken worden.

Lokaal Vraag heeft betrekking op: verbonden partijen, OVIJ, blz. 78 CDA Vraag: jaarlijkse gemeentelijke bijdrage staat voor 2025 op iets meer dan €10 miljoen, dit is een typefout? Antwoord: De jaarlijkse bijdrage aan de verbonden partij OVIJ voor het jaar 2025 staat niet goed vermeld op bladzijde 78 van de programmabegroting. Het juiste bedrag voor het jaar 2025 is €1.004.808. Per abuis is er een 0 extra opgenomen, dit zal worden hersteld naar aanleiding van deze vraag.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

39

119

Fractie:

Lokaal Vraag heeft betrekking op: financiële begroting, overzicht CDA baten en lasten, blz.86 Vraag: Bij de mutaties in reserves punt 3 zorg en opvang zien we een groot verschil tussen baten in het jaar 2025 en de andere jaren. Kunt u dit toelichten? Antwoord: In 2024 is de bate een vrijval van het surplus van de Reserve Risico’s Sociaal Domein. Vanaf 2025 ontvangt de gemeente Epe ieder jaar minder middelen van het Rijk voor de Hervorming Jeugdzorg. Daarom moeten er ieder jaar meer middelen vanuit de reserve hervormingsagenda Jeugd worden onttrokken om de activiteiten op hetzelfde peil te houden.

120

Fractie:

121

Fractie:

122

Fractie:

Lokaal Vraag heeft betrekking op: financiële begroting, overzicht van CDA de geraamde structurele mutaties in reserves, blz. 90 Vraag: Bij de reserve vervanging bruggen zien we in de komende jaren wel toevoegingen maar geen onttrekkingen, zijn er geen kosten te verwachten met betrekking de bruggen? Antwoord: In het meerjareninvesteringsplan zijn voor de huidige planperiode twee vervangingen van bruggen gepland: een vervanging van de brug aan de Esschertweg (2024) en aan de Middelbeekse Allee (2026). In de regelgeving wordt een strakke indeling gehanteerd voor incidenteel en structurele kosten en baten. Omdat er niet elk jaar kosten gemaakt worden voor de vervanging van bruggen en er daarmee geen jaarlijkse verrekening daarvan plaatsvindt met de reserve wordt die onttrekking als incidenteel aangemerkt. Daarmee valt deze buiten het overzicht van structurele onttrekkingen aan reserves. De storting in deze reserve wordt wel jaarlijks gedaan en daarom staan deze wel in het overzicht.

Lokaal Vraag heeft betrekking op: financiële begroting, overzicht van CDA de geraamde structurele mutaties in reserves, blz. 90 Vraag: Bij de reserve starterslening zien we in de komende jaren veel hogere toevoegingen dan onttrekkingen, kunt u dit toelichten? Antwoord: De reserve starterslening is ingesteld vanuit de Stimuleringsmiddelen Goedkope Woningbouw. Hieruit kunnen starters een lening aanvragen naast de hypotheek bij de bank zodat zij makkelijker kunnen starten op de woningmarkt. De toevoegingen aan de reserve bestaan uit rente en aflossingen van de leningen die in het verleden zijn uitgegeven. Deze inkomst uit rente en aflossingen is momenteel groter dan de uitgave voor de aangevraagde leningen en dus onttrekkingen aan de reserve. Hierdoor neemt de stand van de reserve toe. Echter met de plannen om 1800 woningen te bouwen in de gemeente tot 2030 blijven deze middelen gereserveerd omdat verwacht wordt dat het aantal aanvragen van startersleningen weer toe zullen nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13395873/4