Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
Tekst van het document
M E M O Aan
: Leden van de Raad
Van
: Eenheid bedrijfsvoering
Onderwerp
: Beantwoording vragen programmabegroting 2024-2027
Datum
: 3-11-2023
Beste leden van de raad, Door diverse fracties zijn schriftelijk technische- en informatieve vragen gesteld over de Programmabegroting 2024-2027. Hieronder treft u de beantwoording van de vragen aan. Ten opzichte van deel 2 is de beantwoording van vragen 99, 129, 132 & 134 toegevoegd. N.B.: de verwijzing naar de paginanummers heeft betrekking op het pdf-document van de begroting. 1
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Inleiding pagina 5 D66 Vraag: U schrijft: Voor 2024 en 2025 passen we op beïnvloedbare kostenposten (met uitzondering van subsidies) geen indexatie toe van 7,5%. De opbrengst daarvan ramen we op € 1 mln. Dit is een maatregel voor de korte termijn vooruitlopend op de beleidsmatige en financiële doorlichting. Welke beïnvloedbare kostenposten zouden dit kunnen zijn? Antwoord: Deze maatregel betekent dat door de hele begroting heen een groot aantal budgetten voor de uitvoering van de taken gelijk zal zijn aan het budget ter hoogte van de begroting 2023. Hiervoor wordt op de op korte termijn beïnvloedbare posten de reeds verwerkte indexatie voor 2024 ongedaan gemaakt. Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan budgetten voor werkzaamheden die aan derden worden opgedragen, leveringen door derden, onderhoudskosten en advieskosten. Het zijn budgetten waarvan we als gemeente zelf kunnen bepalen dat we wat minder of wat later de uitgaven doen.
2
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Inleiding pagina 6 D66 Vraag: U schrijft: Bij het ruimtelijk domein komen diverse bestemmingsplannen ter besluitvorming om daarmee woningbouw te kunnen faciliteren. Daarnaast komt er een geactualiseerde woonagenda. Waarop baseert u deze volgorde? Antwoord: De lopende bestemmingsplannen waarmee woningbouw mogelijk wordt gemaakt, zijn gebaseerd op het huidige beleid van de gemeente Epe. Wanneer nieuw beleid, zoals een geactualiseerde Woonagenda, wordt vastgesteld, zal bij vaststelling van de bestemmingsplannen rekening gehouden moeten worden met dit nieuwe beleid. De gemeente stelt periodiek nieuw beleid op. Wanneer de gemeente beleid opstelt, is het proces nu zo dat lopende zaken (van WMO-aanvragen tot planvorming van woonwijken) niet worden stilgelegd. Wanneer lopende zaken zouden worden stilgelegd vanaf de start van beleidsvorming tot daadwerkelijke vaststelling van het beleid, zou de gemeente Epe voor geruime tijd op dat beleidsterrein diens (wettelijke) taken verzaken. Dit is onwenselijk. Ten aanzien van
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
2
bestemmingsplannen specifiek geldt dat deze vaak een planvormingsproces van meerdere jaren doorlopen. Tijdens dat proces – gestoeld op het dan geldende beleid van de gemeente – worden verwachtingen gewekt en afspraken gemaakt met ontwikkelaars, omwonenden en andere belanghebbenden. Dit proces verder vertragen door stilstand tijdens beleidsontwikkeling leidt tot onwenselijke gevolgen voor het doorlopen van het proces en natuurlijk tot vertraging van de realisatie van bijv. de beoogde woningbouw, en is derhalve ook onwenselijk.
3
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Bestuurlijk kader, pagina 8 D66 Vraag: Vanuit de Toekomstvisie Epe 2030 wordt er gerefereerd aan de effecten van de demografische ontwikkelingen als belangrijk aspect. Wat zijn de effecten van de actuele demografische ontwikkelingen waar specifiek in deze begroting rekening mee is gehouden? En als specifieke aanvulling: wordt er voor de GRV van 2026 al rekening gehouden met een groei van het inwoneraantal naar > 35.000 of is dit naar verwachting nog niet aan de orde. Antwoord: De demografische ontwikkelingen veranderen door de jaren. De Toekomstvisie Epe 2030 stipt dit als belangrijk aandachtspunt aan, omdat dit implicaties heeft voor de hoeveelheid en soort woningen in de gemeente Epe. Dit aandachtspunt wordt daarom in ons totale ruimtelijke beleid meegenomen. Daarbij baseren wij ons op de actuele voorspellingen over de demografische ontwikkelingen. Dit wordt verwerkt in bijvoorbeeld de huidige Woonagenda en de te actualiseren Woonagenda. Ook de Omgevingsvisie houdt hier rekening mee met het toewijzen van uitbreidingen voor wonen. Deze werkwijze zorgt ervoor dat we op de juiste wijze omgaan met de demografische ontwikkelingen, zowel in aantallen als in leeftijdsopbouw binnen onze gemeente. Dit betekent dus niet dat in de begroting expliciet posten terug te vinden zijn over de actuele demografische ontwikkelingen.
Wel zijn er natuurlijk posten waarbinnen de actuele demografische ontwikkelingen worden meegenomen, zoals ruimtelijk en woonbeleid. GRV staat voor gemeenteraadsverkiezingen. Epe had per 1/1/2023 33.283 inwoners. We verwachten niet dat het inwonertal in 2026 boven de 35.000 zal liggen.
4
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Bestuurlijke en financiële D66 overwegingen, blz. 11, stijging van de energieprijzen. Vraag: Is er in de prijsstijging van energieprijzen ook al rekening gehouden met verduurzamingsmaatregelen? Antwoord: Waar in de begroting kosten zijn opgenomen voor energie, is dat gedaan rekening houdend met op dit moment reeds getroffen energiebesparende maatregelen, zoals zonnepanelen op het gemeentehuis en ledverlichting (bij openbare verlichting).
5
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Bestuurlijke en financiële D66 overwegingen, blz. 11, stijging van de energieprijzen. Vraag: U stelt: In 2022 zagen we een exponentiële stijging van de energietarieven. Graag ontvangen we een overzicht van het energie gebruik in 2021 en 2022 van de gemeentelijke gebouwen en het energie label per gebouw. Antwoord: In de bijlage vindt u een overzicht met de gevraagde informatie. Naam van de bijlage is: Bijlage 1 – begroting vraag 5 energieverbruik gemeentelijk vastgoed.
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
3
6
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Machtiging pagina 12 D66 Vraag: Graag ter verduidelijking: lezen we hier goed dat er om een volledige vrije machtiging wordt gevraagd waarbij het college zou kunnen kiezen waar ze dat miljoen per jaar in 2024 en 2025 willen/kunnen besparen. Dus zelfs als het college bv in 1x 500.000 op 1 programma zou willen bezuinigen, zou dit kunnen zonder tussenkomst van de raad? Klopt dat zoals het nu geformuleerd is? Antwoord: Deze maatregel betekent dat door de hele begroting heen een groot aantal budgetten voor de uitvoering van de taken gelijk zal zijn aan het budget ter hoogte van de begroting 2023. Hiervoor wordt op de op korte termijn beïnvloedbare posten de reeds verwerkte indexatie voor 2024 ongedaan gemaakt. Voorbeelden hiervan zijn genoemd in het antwoord op vraag 1. Het resultaat is een groot aantal verlagingen van budgetten met (niet meer dan) de toegepaste indexatie van 7,5%. Voor het verlagen van al deze budgetten moet (in het financiële systeem) een begrotingswijziging worden verwerkt. Met de tekst op pagina 12 wordt de raad gevraagd om het college te machtigen om dit uit te werken en de begrotingswijziging door te voeren, zonder dat de raad op deze uitwerking nog afzonderlijk een akkoord op geeft. Het gaat hierbij dus nadrukkelijk niet om het verlagen van budgetten vanuit een beleidsmatige keuze/afweging.
Dit is aan de orde bij de beleidsmatige en financiële doorlichting die vanaf volgend jaar wordt uitgevoerd. Bij de keuzes die hierbij gemaakt worden zal de raad worden betrokken.
7
Fractie: Vraag heeft betrekking op: pagina 13 Onderwijshuisvesting D66 Vraag: Met de bedragen die nu opgenomen zijn, kan een aanzienlijk deel van de noodzakelijke investeringen (renovatie/nieuwbouw) worden gerealiseerd. In de komende jaren zal het wel nodig zijn om extra investeringsruimte in de begroting op te nemen. 1: Kunt u aangeven in % welk aanzienlijk deel gerealiseerd kunnen worden en 2: kunt u aangeven welk bedrag indicatief nodig is aan extra investeringsruimte? Antwoord: In het Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen is een planning gemaakt voor drie periodes. Op korte termijn (2023-2027) is 100% gedekt in de MeerJarenBegroting. Voor de periode 2028-2038 is dit niet het geval. De bedragen zijn indicatief vastgesteld met prijspeil jaar 2022. Bij de renovatieprojecten is uitgegaan van 70% van nieuwbouwwaarde. Het laatste is ook gebaseerd op benchmark gegevens en kan in de praktijk hoger uitvallen.
8
Fractie: D66
Vraag heeft betrekking op: pagina 13 Onderwijshuisvesting machtiging Vraag: U schrijft: Met het vaststellen van de begroting machtigt de raad het college om de opgebouwde reserve en de in deze begroting beschikbaar gestelde middelen voor onderwijshuisvesting, in te zetten voor de huisvesting van deze voorzieningen, voor zover binnen de (financiële) kaders en ramingen van het IHP, én voor de realisatie van maatschappelijke accommodaties, vanuit een integrale en gebieds- en inwonersgerichte benadering. Klopt het dat dit alleen: de RSG Noordoost-Veluwe, de Sprenge Emst, het Mosterdzaadje Gortel, St. Bernardusschool, nieuwbouw scholen Epe-Zuidwest betreft? Antwoord: Het Integraal Huisvestingplan Onderwijsvoorzieningen is de basis t.a.v. bovenstaande. Er gaat altijd gekeken worden hoe er een combinatie gemaakt kan worden met realisatie van maatschappelijke accommodaties. Dit geldt dan voor alle projecten uit het IHP ( t/m 2038). De investeringen gaan we integraal en gebiedsgericht behandelen.
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
4
Fractie: Vraag heeft betrekking op: pagina 14 Risico’s D66 Vraag: U stelt: In de nieuwe (meerjaren)begroting is sprake van een aantal grote onzekerheden en (financiële) risico’s. Voor sommige is een financiële buffer gevormd. Graag ontvangen wij een overzicht van deze specifiek genoemde risico’s waarvoor een fin. Buffer is gevormd en de hoogte van de buffer. (inclusief de post van de buffer in de begroting) Antwoord: Voor een beschrijving van de risico's en de getroffen beheersingsmaatregelen (incl. gevormde buffers) wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing, op pagina 57-64 van de programmabegroting 2024-2027. 9
Fractie: Vraag heeft betrekking op: algemeen in de programma’s D66 Vraag: In de nieuwe begroting in de tabel “wat mag dat kosten” staat onder kolom begroting 2023 niet altijd hetzelfde bedrag als wat er o.i. feitelijk vorig jaar in de begroting 2023 is vastgesteld. Wat is hier de reden van? Antwoord: Dit wordt veroorzaakt doordat ten opzichte van de primaire begroting 2023-2026 in het begrotingsjaar 2023 begrotingswijzigingen (geautoriseerd door besluitvorming door college en/of raad) zijn verwerkt. In de programmabegroting 2024-2027 worden de (actuele) cijfers van de begroting 2023 ná wijziging gepresenteerd. Hierdoor ontstaan (verklaarbare) afwijkingen ten opzichte van de vastgestelde primaire begroting 2023-2026. Een nadere uitleg is gegeven bij het antwoord op vraag 104. 10
11
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 1, blz. 19, Indicatoren. D66 Vraag: Het absoluut verzuim is gestabiliseerd en het relatief verzuim is gestegen. Ook het aantal jongeren met jeugdhulp is gestegen. Welke verklaringen zijn hiervoor? En met welke onderdelen in dit programma wordt deze problematiek aangepakt? Antwoord: Het relatief verzuim is gestegen. Dit komt ook omdat er tijdens corona sprake was van veel minder relatief verzuim als gewoonlijk. Na corona is de situatie weer genormaliseerd en het relatief verzuim weer toegenomen. We hebben in de gemeente een aanzienlijk hulpverleningsnetwerk. Dit wordt ingezet indien noodzakelijk. De leerplichtconsulent wordt als eerste ingeschakeld zodra er sprake is van verzuim. Deze draagt zorg voor het verdere traject. Dit kan van alles zijn zoals: inschakeling vorm van jeugdhulp, andere onderwijsinstelling. Met betrekking tot jeugdzorg zien we vooral een toename in jongeren die een vorm van specialistische GGZ, individuele behandeling en complexe begeleiding ontvangen. Sinds corona zien we een stijging van jongeren die depressief zijn en niet lekker in hun vel zitten. We zien daarnaast meer jongeren met opvoed- en gedragsproblemen. We investeren meer in het voorliggende veld, zoals (school-)maatschappelijk werk, steunouder het jongerenwerk en programma’s tegen pesten.
Hiermee proberen we zo vroeg mogelijk te signalen dat het niet goed gaat met een jongere. Daarnaast zijn we aan het onderzoeken hoe we relatie- en scheidingsproblematiek eerder in beeld krijgen waardoor problemen voor de kinderen (bijvoorbeeld door de gevolgen van vechtscheidingen) kunnen worden voorkomen.
12
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 1, 2 en 3, GALA D66 gelden. Vraag: Waar is de budgetverdeling uit de GALA-gelden over deze programma’s op gebaseerd? Antwoord: Het GALA bestaat uit 15 onderdelen. Het Rijk heeft voor elk onderdeel bepaald welk bedrag er aan onze gemeente beschikbaar wordt gesteld. De budgetverdeling over de programma's is daar dan ook op gebaseerd.
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
5
13
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 3 Zorg en Opvang, D66 pagina 25 Inclusie agenda Vraag: Na de vragen die hierover gesteld zijn vorig jaar bij de begrotingsbehandeling, wordt dit nog steeds een inclusie agenda genoemd – en staat dit onderwerp nog steeds in het programma “Zorg” - ook wordt nog steeds enkel het voorbeeld van het VN verdrag handicap genoemd. Uit de antwoorden die vorig jaar gegeven werden, als ook al zoals in het coalitie akkoord is beschreven, zou dit over een inclusie- en diversiteits agenda gaan, welke zich niet alleen zou toespitsen op inclusie. Waarom is dit niet aangepast nu daar de mogelijkheid voor was? Een aanvullende vraag is wat de reden is tot uitstel hiervan, gezien dit vorig jaar al opgenomen was (en is het budget dan overgeheveld naar het nieuwe jaar?). Wanneer wordt dit verwacht in de raad? Antwoord: De naam die gebruikt wordt is de Inclusieagenda zoals in het VN-verdrag Handicap wordt gehanteerd. Dit verdrag dateert uit 2016. Inmiddels is inclusie (veel) breder dan fysieke toegankelijkheid. We sluiten aan bij de landelijk bekende term maar maken een inclusieagenda die veel breder is dan fysieke toegankelijkheid alleen, zoals toegezegd aan de raad en opgenomen is in de sociale agenda en het beleidsplan sociaal domein. Er is een start gemaakt met het opstellen van de Inclusieagenda.
Bij de vaststelling van het beleidsplan sociaal domein in de gemeenteraad in februari 2023 is door de portefeuillehouder aangegeven dat de inclusieagenda in de eerste helft van 2024 aan de raad zou worden aangeboden. Hier streven we nog steeds naar. Wel vinden we het belangrijk voldoende tijd te nemen voor inwonerparticipatie en betrokkenheid van de gemeenteraad.
14
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 4 Leefbaar en Veilig, D66 pagina 27 Vraag: U schrijft: Aanleggen brandputten (twee per jaar). Gelet op de klimaatveranderingen en de toenemende droogte en daarmee de toenemende Kansen op branden vragen wij ons af of er op dit terrein niet meer nodig is voor de komende 4 jaar. Graag uw visie/ reactie. Antwoord: Naast het aanleggen van nieuwe bluswatervoorzieningen en het onderhouden van de huidige bluswatervoorzieningen spelen wij ook in op andere maatregelen om het toenemend brandgevaar door klimaatverandering te beperken. Dit doen we o.a. door de komende 4 jaar met interne en externe partijen in gesprek te gaan over toekomstige bestemmingsontwikkelingen met betrekking tot dit thema. Daarnaast gaan we met externe partners in het buitengebied, eigenaren van bospercelen en beheerders van vakantieparken in gesprek over het toepassen van verloofing en ondersteunen we bij de praktische uitvoering hiervan. Momenteel wordt gewerkt aan de verloofing van onze eigen bosgebieden en het creëren van natuurlijke brandsingels. Tevens zorgen we voor het vergroten van de bewustwording onder de burgers rondom natuurbrandgevaar. Dit alles doen we o.a. in samenwerking met VNOG en omliggende gemeenten.
15
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 5 Ruimte en Wonen D66 pagina 30 Vraag: Het onderzoek voor de Musafir kerk: hier is zowel in de begroting van vorig jaar, als in de begroting van dit jaar geen budget voor opgenomen onder “nieuw beleid”? Waar wordt dit onderzoek uit betaald? Antwoord: In de programmabegroting 2023-2026 is voor uitvoering van het onderzoek in het jaar 2024 €25.000 gereserveerd. In de programmabegroting 2024-2027 zijn deze middelen nog steeds beschikbaar voor 2024. Dit is echter nu niet meer apart zichtbaar gezien het nieuwe beleid in de programmabegroting 2023-2026 betreft en daarom niet meer apart zichtbaar opgenomen is bij het overzicht budgetprognose of nieuw beleid.
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
6
16
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 5 Ruimte en Wonen D66 pagina 30 Vraag: “In de Woonagenda vindt ook de Woon Zorg agenda een plaats” Hoe moeten we dit praktisch zien? Een apart hoofdstuk in de Woon agenda? En worden deze twee agenda’s dan tegelijkertijd vastgesteld? Zo ja, waarom wordt er voor de woonzorg agenda zowel in 2024 als in 2025 budget begroot? Zo nee, wanneer is de verwachting dat de twee agenda’s worden vastgesteld? Als portefeuillehouder wordt dhr. Kerkmans genoemd - wordt er hier wel integraal op samen gewerkt met de Zorg? Antwoord: De woonzorgagenda wordt in 2024 geactualiseerd. In 2024 en 2025 wordt een regionale woonzorgagenda opgesteld. De besluitvorming over de woonagenda wacht niet op de update van de woonzorgagenda. De woonzorgagenda is al in 2021 vastgesteld. Als gevolg van nieuwe wetgeving moeten er een aantal aandachtsgroepen aan de Woonzorgagenda worden toegevoegd. De vaststelling van de aangevulde woonzorgagenda staat gepland voor de 2e helft van 2024. Overleg over de Regionale Woonzorgagenda start dit kwartaal. Dat traject loopt door tot in 2025. Voor het opstellen van de woonzorgagenda wordt inderdaad samengewerkt met het Sociaal Domein.
17
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 6 Epe op Orde pagina D66 32 Vraag: Er wordt gerefereerd aan een Kader beheer en onderhoud openbare ruimte uit 2006. Wanneer is de verwachting dat dit kader opnieuw in de raad behandeld wordt voor een actualisering? Antwoord: De verwijzing naar het beleidskader uit 2006 is onjuist. De juiste beleidskaders zijn de herziene versie van het beeldkwaliteitssysteem openbare ruimte 2013 en het wegenbeleidsplan 2014-2018. Deze beleidskaders worden vervangen door een integraal beleidsplan voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Dit plan wordt medio 2024 aan de raad ter besluitvorming voorgelegd.
18
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 6 Epe op orde pagina D66 33 Vraag: Over het onderzoek naar de Dorpsbeek: wat de reden is tot uitstel hiervan, gezien dit vorig jaar al opgenomen was (en is het budget dan overgeheveld naar het nieuwe jaar) Antwoord: Het is geen uitstel. Er is in 2023 gestart met de voorbereidingen voor het haalbaarheidsonderzoek. Hierin zoeken we afstemming met Waterschap Vallei en Veluwe en overige aanverwante instanties. De uitvoering van het haalbaarheidsonderzoek vindt plaats in 2024. Het budget wordt overgeheveld naar 2024.
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
7
19
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 6 Epe op orde pagina D66 33 Vraag: Er wordt uitleg gegeven over waarom er nog geen bomenbeleidsplan is in de toelichting: Er wordt een pas op te plaats gemaakt met het vaststellen van het nieuwe bomenbeleidsplan. Dit met als doel om het nieuwe bomenbeleidsplan zo optimaal mogelijk aan te laten sluiten op de omgevingsvisie en de uitwerking daarvan. Dit zodat de uitvoering van deze visie beleidsmatig geborgd wordt. Hoe wordt deze dan op de omgevingsvisie afgestemd? Wat is ervoor nodig om dit verouderde plan wel te actualiseren en wanneer zouden we het dan mogen verwachten ter behandeling in de raad. En kan er iets meer uitleg nog worden gegeven over waarom hier geen budget aan gekoppeld kan worden? Antwoord: Het nieuwe bomenbeleid willen we goed laten aansluiten op de gebiedsgerichte uitwerkingen van de omgevingsvisie. Daarom is ervoor gekozen het concept bomenbeleidsplan niet af te ronden maar te vervangen door een bomenbeheervisie. In deze visie willen we uiteenzetten hoe wij komen tot een toekomstbestendig bomenbestand. Geldend zowel voor de gemeentelijke-, als bomen in particulier bezit. Het is aan de raad om na vaststelling van het beleid ook een uitvoeringsbudget aan het nieuwe beleid te koppelen.
Het college zal na vaststelling van het beleid door de raad hiervoor - in het kader van de nieuwe begroting - met een voorstel komen (integrale afweging nieuw beleid).
20
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 6 Epe op orde pagina D66 33 Vraag: Hoe wordt de raad betrokken bij het ontwerp herinrichting Hoofdstraat Epe? Antwoord: In december 2023 wordt de startnotitie voor de herinrichting van de Hoofdstraat in Epe door het college vastgesteld. De raad wordt in december 2023 daarover geïnformeerd. In deze startnotitie wordt een planning opgenomen waarin wordt aangegeven op welke momenten in het proces de raad wordt betrokken.
21
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma Duurzaamheid pagina D66 35 Vraag: Bij de aanleg en inrichting van CAC wordt alleen verwezen naar Circulus als partner – wat is de reden dat dit niet integraler kan worden opgepakt? Zoals samenwerkingen via bv repair cafe’s, kringloopwinkels, Ruilwinkel Shop4Nop? Sluit de intentieverklaring met Circulus dit uit? Antwoord: Het onderzoek naar een CAC is gestart middels een intentieovereenkomst tussen Circulus en gemeente. In de nadere uitwerking wordt ook onderzocht hoe toekomstige samenwerking met derden kunnen bijdragen aan de businesscase die wordt opgesteld.
22
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma Duurzaamheid pagina D66 35 Vraag: Er wordt aangegeven dat het grondstoffenbeleid in 2020 is vastgesteld. Wanneer en hoe kan deze door de raad geëvalueerd worden? Antwoord: Er is een evaluatie uitgevoerd en het rapport is beschikbaar. Dit zal z.s.m. ter informatie aan de raad worden aangeboden (streven is november 2023).
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
8
23
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 8 Toezicht en D66 handhaving pagina 36 Vraag: Het handhavingskader wordt bijgesteld en geëvalueerd in punt 2 – hoe wordt de raad hierbij betrokken? Antwoord: Het handhavingsbeleidskader 2022-2025 is op 7 december 2021 vastgesteld. Het Besluit omgevingsrecht bepaalt dat het handhavingsbeleid wordt vastgesteld door het college en dat het college dit beleid vervolgens bekendmaakt aan de raad. Nu per 1 januari 2024 de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouw in werking treedt zal het college beoordelen waar eventuele actualisatie en bijstelling nodig is, dit vaststellen en zal dit ter informatie naar de gemeenteraad sturen.
24
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 8 Toezicht en D66 handhaving pagina 36 Vraag: Het onderzoek naar de effectiviteit uitvoering handhavingsplan : hier is zowel in de begroting van vorig jaar, als in de begroting van dit jaar geen budget voor opgenomen onder “nieuw beleid”? Waar wordt dit onderzoek uit betaald? Antwoord: Het onderzoek naar de effectiviteit van de uitvoering van handhaving was een wens van de raad en het college. De Rekenkamercommissie heeft een soortgelijk onderzoek laten doen en in hun adviesrapportage ook adviezen gegeven ter verbetering van de processen. Deze adviezen moeten onderdeel gaan uitmaken van het uitvoeringsplan en waar mogelijk ook onderdeel worden van de actualisatie van het handhavingsbeleidskader. Helaas is het na maanden van vacaturestelling nog niet gelukt hier iemand voor aan te nemen om hier mee aan de slag te gaan.
25
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 9 Bedrijvigheid D66 Vraag: Er wordt nergens meer gewag gemaakt van een Centrummanager. Deze lijkt vorig jaar gekomen en in stilte vertrokken – welke toegevoegde waarde/ opbrengst heeft hij geboden en waarom vindt het college een centrummanager niet meer nodig? Antwoord: De centrummanager is in 2022 actief geweest, op basis van een cofinanciering vanuit de provincie, om de ondernemersverenigingen Vaassen en Epe te ondersteunen bij het opzetten van een Bedrijfsinvesteringszone (Biz) vanaf 1 januari 2023. In het centrum van Epe hebben de ondernemers positief ingestemd. In (het centrum van) Vaassen hebben onvoldoende ondernemers en vastgoedeigenaren ingestemd met de Biz en hier is deze dan ook niet tot uitvoering gekomen. De Accountmanagers Bedrijven zijn ook accountmanager voor de centrumondernemers en daardoor is een centrummanager, nu de stemming over de Biz is geweest, op dit moment niet nodig.
26
Fractie: D66
Vraag heeft betrekking op: Programma 10, blz. 41, Verminderen van armoede bij ouderen en gezinnen met een minimuminkomen. Vraag: Waarom wordt het verminderen van armoede beperkt tot de doelgroepen ouderen en gezinnen met een minimuminkomen? Dit komt niet zo expliciet terug in het Integraal beleidsplan sociaal domein “Samen voor elkaar” (p.44). Ook in de sociale agenda wordt het niet zo expliciet genoemd. Hoe zit het met jongeren en, bijvoorbeeld, alleenstaanden? Antwoord: Naast de standaard minimaregelingen voor het verminderen van armoede zet de gemeente Epe actief in op de kwetsbare doelgroepen. Veel ouderen hebben behoefte aan hulp bij het invullen van
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
9
formulieren en het doen van de aanvraag. Het formulierenteam heeft hier bijzonder aandacht voor. Voor gezinnen hebben we aanvullende regelingen vanuit Stichting Leergeld NoordVeluwe en Stichting Present.
27
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 10, blz. 42, Tegengaan D66 van uitsluiting van mensen in armoede. Vraag: Wordt de stichting Stop Kinderarmoede ook bij de nieuwe subsidie- en contractafspraken betrokken? Antwoord: Stichting Stop Kinderarmoede wordt niet betrokken bij de nieuwe subsidie en contractafspraken. Het college heeft de keuze gemaakt voor lokale samenwerkingen: Stichting Leergeld NoordVeluwe en Stichting Present.
28
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Programma 10 Weer aan het werk D66 pag. 42 Vraag: We lezen onder 2b dat de lokale werkervaringsplekken worden doorgezet. Er was vorige jaar echter alleen maar budget vrijgegeven voor een trajectbegeleider voor 1 jaar. Betekent dit dat er dit jaar/komende jaren geen trajectbegeleider meer is? Of hoe wordt dit ingevuld? Antwoord: De lokale werkervaringsplekken worden doorgezet. Door de nieuwe trajectbegeleider is actief ingezet op een doorontwikkeling die aansluit op de vragen en belemmeringen bij de inwoners en ondernemers. De grootste vraag was taal ondersteuning en cultuur sensitief werken. Hiervoor is door de trajectbegeleider een aanvullend aanbod ontwikkeld ‘Taal op maat’. Dit aanbod is nu vast onderdeel van de werkervaringsplekken en maakt de plekken ook passend voor onze inburgeraars. Daardoor is de bekostiging voor deze trajectbegeleider verdeeld over de drie doelgroepen (Inburgering, korte afstand en lange afstand specifieke doelgroepen) en haalbaar binnen het bestaand beleid.
29
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Rioolheffingen, pagina 53 D66 Vraag: De riool tarieven stijgen met 1,9% meer dan de indexatie. Dat is afgesproken in het GWP. Kunt u dat nader toelichten? 2. op basis van welk door de raad vastgesteld kader gebeurd dit? We kunnen het genoemde GWP helaas niet terugvinden op de website van de gemeente, noch op lokaleregelgeving.overheid.nl Antwoord: 1. In het GWP is aangeven dat de rioolheffing in 2021 met 1,9% jaarlijks zal stijgen tot en met 2025, exclusief inflatie. In het plan wordt een totaal investeringsniveau van € 7.000.000 berekend voor de planperiode (2021 t/m 2025) voor vervangingsinvesteringen, maatregelen om wateroverlastlocaties aan te pakken en maatregelen om de buitenruimte klimaatadaptief in te richten. Om de kosten als genoemd in het GWP 2021-2025 te dekken is een verhoging van de heffing noodzakelijk van 1,9% (dit is exclusief inflatie). 2. Op 7 april 2021 heeft de raad een besluit genomen over Het Gemeentelijk Watertakenplan (GWP 2021 t/m 2025). Bijgaand treft u het raadsbesluit, de beslisnota voor de raad en het GWP aan. Documenten zijn opgenomen onder bijlage nummer 2. 30
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Reisdocumenten en rijbewijzen, D66 pagina 55 Vraag: Wat is de impact op de begroting indien de Reisdocumenten & Rijbewijzen wel 100% kostendekkend zouden worden? Graag een uitsplitsing per jaar. Antwoord: Het percentage kostendekkendheid geeft aan in welke mate de opbrengst uit de (door het rijk gemaximeerde vastgestelde) tarieven de kosten die de gemeente maakt, dekt. De legesverordening in zijn geheel mag niet meer dan 100% kostendekkend zijn.
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
10
De opbrengsten inzake reisdocumenten is in 2024 fors hoger begroot dan normaal. Dit komt door de paspoorten hoos, omdat in 2024 de eerste documenten met een geldigheid van 10 jaar komen te verlopen. Op het moment dat (theoretisch) de opbrengsten en de kosten gelijk aan elkaar zijn, is er sprake van een negatief effect van ongeveer € 186.000 voor reisdocumenten op de begroting. De opbrengsten voor rijbewijzen kunnen niet verhoogd worden (tot aan de kosten), omdat er sprake is van gemaximeerde wettelijke tarieven. 31
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Onderhoud kapitaalgoederen, blz. D66 66, Onderhoudsniveau dorpskernen. Vraag: Waarop is het onderscheid tussen dorpskernen gebaseerd? Op welk niveau vindt het onderhoud in de kernen Emst en Oene ten minste plaats? Antwoord: Het onderhoudsniveau van de bomen en het groen is in alle dorpscentra gelijk. Dus er is geen onderscheid tussen Epe, Vaassen, Emst of Oene. Voor deze gebieden geldt niveau basis. 32
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Organisatie pag. 71 D66 (refererend aan risicobeschrijving op pagina 61) Vraag: Het klinkt alsof er veel wordt geïnvesteerd in personeel, zowel op financieel als op menselijk niveau. Is de gemeente ook van plan om de effecten van alle acties te toetsten in bijvoorbeeld een terugkerend MTO? En zo ja, kan de raad hier de uitkomsten van inzien (uiteraard geanonimiseerd zoals gebruikelijk bij dit soort onderzoeken) Antwoord: In het verleden hielden we uitgebreide medewerkersonderzoeken over diverse thema’s. We starten binnenkort met het regelmatig houden van korte medewerkersonderzoeken om zo de effecten van onze acties te meten. We zijn bezig met de aanschaf van een instrument dat daarbij ondersteunt en het bepalen van de thema’s waarmee we gaan starten. Daarbij is het idee dat we peilen aan welk thema behoefte is, input halen over de wijze waarop we daarmee aan de slag moeten gaan, acties inzetten en daarna het effect meten. Daarna zullen we bijstellen of met een nieuw thema en acties aan de slag gaan op dezelfde wijze. De raad zal op de gebruikelijke wijze worden geïnformeerd.
33
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Organisatie pag. 71 (refererend aan D66 risicobeschrijving op pagina 61) Vraag: De laatste bij ons bekende visie op HR is uit 2010 - er was een plan om dit in 2023 te vernieuwen. Is dit gelukt en zo ja, kunnen we dit HR visie document ontvangen. Zo nee, wanneer zou dit in de lijn der verwachting liggen? Antwoord: Dit jaar hebben we alle doelen en benodigde acties die nodig zijn voor de verbetering van dienstverlening en inwonersparticipatie en voor de doorontwikkeling van de organisatie in één document, De Kapstok, samengebracht. Van hieruit hebben we prioriteiten bepaald, pakken we acties op en monitoren we de voortgang. Vanuit HR heeft de focus gelegen op eenduidige en duidelijke regelingen/arbeidsvoorwaarden en vooral het uitvoeren van zichtbare acties gericht op het binden, boeien en behouden van onze medewerkers. Zo hebben we veel meer aandacht voor talentontwikkeling, de reiskostenvergoeding geïntroduceerd, een goed werkend onboardingsproces, de werkwijze rond Het goede gesprek en beoordelen verbeterd en een nieuwe attentieregeling opgesteld. Daarnaast is gewerkt aan een aantal belangrijke basis thema’s, zoals een nieuw agressieprotocol, richtlijnen voor integriteit en goede arbodienstverlening. Ondertussen werken we aan een visie op werkgeluk (met daarbinnen een visie op vitaliteit). Daarin komen diverse HR thema’s samen.
De verwachting is dat deze later dit jaar en anders begin volgend jaar wordt vastgesteld. Tevens wordt gewerkt aan een sturingsconcept dat ook zal ingaan op wat voor organisatie we voor onze medewerkers willen zijn
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
11
34
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Organisatie pag. 71 (refererend D66 aan risicobeschrijving op pagina 61) Vraag: In hoeverre sorteert onze gemeente al voor op de wetgeving in voorbereiding “Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden” - waarbij het wellicht lastiger gaat worden om externen in te huren? Hoeveel externen hebben we momenteel (headcount en FTE) en hoeveel van hen zijn ingebed in de organisatie? Zitten hier extra risico’s? Antwoord: Voordat we uw concrete vraag beantwoorden is het goed om eerst kader te schetsen hoe we met onze formatie willen omgaan. Zoals bekend heeft uw raad middelen ter beschikking gesteld om de formatie op orde te brengen. We gaan in het vierde kwartaal 2023 starten met de formatieve kant van de Strategische PersoneelsPlanning. Dit houdt in dat we een benchmark gaan doen op taakverdelingsniveau, starten met het ophalen van de ontwikkelingen die er zijn en wat dat voor formatieve gevolgen heeft. Daarbij zullen we ook bekijken welke formatie we vast willen invullen en welke door middel van inhuur. Daarbij zullen we rekening houden met ‘Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden’. Verder zijn wij voornemens om relevante kengetallen, zoals het percentage inhuur, op te nemen in de paragraaf bedrijfsvoering met daarbij de toevoeging van de cijfers van het A&O fonds. We hebben momenteel ca.
60 externen ingehuurd, waarvan het merendeel via een detacheringsbureau of uitzendbureau is ingehuurd. We zijn ons bewust van de mogelijke risico's, met name gericht op de continuïteit van onze dienstverlening. Waar mogelijk vullen we vacatures in met medewerkers die in dienst komen; waar nodig zetten we bewust inhuur in.
35
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Verbonden partijen, blz. 76, D66 Circulus. Vraag: Daar waar wordt gestuurd op het verminderen van afval, nemen de kosten naar verwachting toe. Hoe verhoudt zich dit tot elkaar? Antwoord: De hoeveelheid restafval neemt weliswaar jaarlijks af, maar de verbrandingskosten voor restafval nemen echter toe. De inzameling- en verwerkingskosten genoemd in het DVO (dienstverleningsovereenkomst) van Circulus worden jaarlijks geïndexeerd.
36
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Verbonden partijen, blz. 78, D66 Jaarlijkse bijdrage omgevingsdienst OVIJ. Vraag: Voor het jaar 2025 staat een bijdrage vermeld van € 10.004.808. De jaren erna gaan de bijdragen naar ongeveer € 1.000.000 per jaar. Is er sprake van een verschrijving, of nemen de jaarlijkse bijdragen per 2026 drastisch af? Antwoord: De jaarlijkse bijdrage aan de verbonden partij OVIJ voor het jaar 2025 staat niet goed vermeld op bladzijde 78 van de programmabegroting. Het juiste bedrag voor het jaar 2025 is €1.004.808. Per abuis is er een 0 extra opgenomen, dit zal worden hersteld naar aanleiding van deze vraag.
37
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Open Overheid pagina 83 D66 Vraag: Zijn de veiligheidsrisico’s (ICT, privacy) voldoende in kaart gebracht als het gaat om het “automatisch” publiceren van zaken uit het zaaksysteem op de website. Antwoord: Deze risico’s zijn in kaart gebracht. Het woord “automatisch” suggereert dat de publicatie, gebeurt zonder menselijke tussenkomst. Per geval wordt door de behandelaar bepaald vanaf welke datum de gegevens gepubliceerd worden en welke gegevens en documenten dat precies zijn. De documenten die gepubliceerd worden zijn eerst geanonimiseerd. Vervolgens gaat de publicatie daarna “automatisch”.
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
12
38
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Toelichting programma 2, pag 113 D66 Vraag: Door SDV is een extra verhoging van de subsidie gevraagd van € 100.000 structureel boven de indexatie. Dit is een mooi gebaar voor SDV maar kunnen andere instellingen hier ook een beroep op doen? Met andere woorden: op welk beleidskader is dit gebaseerd (specifiek aangezien er recent een nieuw subsidiebeleid is vastgesteld) 2. waarom autorisatie door het college en niet de raad? Antwoord: Subsidie ontvangende instellingen doen jaarlijks een aanvraag voor de subsidie voor het komende jaar, op basis van hun begroting. De begroting wordt beoordeeld en vervolgens wordt op basis hiervan, binnen de bestaande beleidskaders, een beschikking afgegeven. Doorgaans is de reguliere indexatie van de begroting voldoende om de stijgende kosten voor uitvoering van de activiteiten te bekostigen. In het geval van SDV is dit nu niet het geval. Er is sprake van extra kostenstijging. Dit is de reden waarom SDV een hogere subsidieaanvraag heeft gedaan. Deze aanvraag zal worden beoordeeld binnen de geldende kaders van het subsidiebeleid. Het college stelt nu voor om de bijdrage voor één jaar in de begroting op te nemen, in afwachting van het onderzoek naar het toekomstig gebruik van SDV. Aanvragen van andere instellingen worden op gelijke wijze behandeld.
Beschikking van de subsidie kan plaats vinden door het college, aangezien dit plaats vindt binnen het vastgestelde (subsidie)beleid. Als hiervan zou moeten worden afgeweken, zou de raad dit moeten autoriseren.
39
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Reserve organisatieontwikkeling, D66 pag 116 Vraag: Om de middelen die in de begrotingen 2022 en 2023 beschikbaar zijn gesteld voor verbetering van de dienstverlening en voor organisatieontwikkeling ook in de jaren na 2023 te kunnen inzetten, wordt een nieuwe reserve organisatieontwikkeling ingesteld. Waarom een reserve en geen losse post op de begroting? Waarom niet via college autorisatie? Antwoord: Tot nu toe werden middelen die vanuit beschikbare personele budgetten (reguliere begrotingsposten) aan het einde van het jaar resteerden, samen met over te hevelen budgetten voor organisatieontwikkeling, toegevoegd aan de reserve langdurig zieken/voormalig personeel, zodat deze kunnen worden ingezet voor knelpunten op het gebied van personeel en organisatie en voor organisatieontwikkeling in het jaar daarna. Het betreffen dus budgetten met een eenmalig karakter. Vanwege het eenmalige karakter en vanuit het oogpunt van transparantie, inzicht en interne beheersing, zal in de jaarrekening 2023 de nieuwe reserve organisatieontwikkeling worden ingesteld. Het aan personele budgetten en organisatieontwikkeling toe te rekenen deel van de huidige reserve zal worden overgeheveld naar de nieuwe reserve en de toevoeging vanuit de personele budgetten 2023 aan de nieuwe reserve zal dan eveneens worden verwerkt t.b.v. inzet in 2024 en verder.
Autorisatie van de inzet van deze middelen door het college aan het management vindt plaats door vaststelling van de begroting en door het jaarlijkse collegebesluit (in december) over de overheveling van restantbudgetten naar het volgende jaar (vaststelling in de jaarrekening). Hiermee stelt het college deze middelen aan directie/management beschikbaar voor inzet met het oog op knelpunten in de organisatie en organisatieontwikkeling (conform het beleid op het gebied van reserves en voorzieningen).
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
13
40
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Energie en Warmte - incidenteel, D66 pag 116 Vraag: Dit gaat om een groot bedrag. Waarom autorisatie via college en niet via de raad? Antwoord: Het gaat hier om middelen die vanuit het rijk beschikbaar worden gesteld voor een periode van een aantal jaar. De middelen die in 2023 beschikbaar zijn, zijn in de basisbegroting van 2024, conform de richtlijn van de provincie, structureel opgenomen voor de jaren 2024-2027. Omdat voor de jaren 2024 en 2025 een beperkt bedrag (respectievelijk € 6.040 en € 11.704) méér beschikbaar is dan het bedrag in 2023 (en dus eveneens in de basis 2024 opgenomen), is deze afwijking (zowel voor de baten als de lasten) hier in de budgetprognose opgenomen. Met het vaststellen van de vorige en deze begroting autoriseert de raad het college tot het doen van de benodigde uitgaven voor energie en warmte tot het niveau van de rijksmiddelen die hiervoor worden ontvangen.
41
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Reserve jeugdzorg, pag 116 D66 Vraag: U stelt: Op termijn zal een evaluatie inzicht moeten geven in de ontwikkeling van de noodzakelijke uitgaven en de beschikbare financiële dekkingsmogelijkheden. Kunt u dit toelichten? Antwoord: Omdat het huidige zorglandschap onhoudbaar is, wordt er momenteel gewerkt aan de Hervormingsagenda jeugd. Deze heeft een looptijd van 2023 tot en met 2028. Vanuit de Hervormingsagenda krijgen we jaarlijks extra middelen vanuit het rijk om de hervorming te bewerkstelligen wat moet leiden tot minder jeugdzorgkosten. In deze extra middelen zit een afbouw. We investeren nu in voorliggende voorzieningen met de verwachting dat daardoor de jeugdzorgkosten in de toekomst zullen afnemen. We moeten evalueren of de effecten van de voorliggende voorzieningen op termijn ook daadwerkelijk de jeugdzorgkosten laten afnemen. Tijdens de sociaal domein informatieavonden wordt de raad geïnformeerd over de ontwikkelingen.
42
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Bijdrage vd Reijdenschool, pag 117 D66 Vraag: Er wordt, als onderdeel van het actiekader onderwijs, nader onderzoek gedaan naar toekomstbestendige onderwijshuisvesting voor de Van der Reijdenschool. Dit is nog niet afgerond. Wanneer is dit onderzoek gestart en wanneer verwacht u dat dit is afgerond? Antwoord: De Van der Reijdenschool maakt deel uit van het project nieuwbouw scholen Epe zuidwest. Binnenkort start het locatie onderzoek voor dit project. Beoogde locaties gaan op geschiktheid t.a.v. ruimtebehoefte, verkeersintentie en afwikkeling, enz. Start van het onderzoek medio november en afronding onderzoek staat gepland in april 2024.
43
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Autorisatie Woonzorgagenda, pag. D66 120 Vraag: Waarom via management autorisatie en niet via college autorisatie? Antwoord: Het betreft hier de kosten die moeten worden gemaakt om de woonzorgagenda te actualiseren. Ambtelijk wordt hiertoe de opdracht gegeven (verantwoordelijkheid management) en wordt de actualisatie uitgevoerd. Het resultaat hiervan zal aan het college ter besluitvorming worden voorgelegd. Het college legt dit vervolgens ter besluitvorming voor aan de raad.
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
14
44
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Verhuiscoach pagina 120 D66 Vraag: In de tekst wordt aangegeven dat er 7200 euro afgesproken is, in de tabel wordt 7000 begroot, vanwaar dat verschil? Wat is de reden dat dit niet al geraamd was? Antwoord: Geen speciale reden. Het bedrag in de tabel is afgerond. Op het moment dat de provincie ons een aanbod deed voor de inzet van de verhuiscoach in Epe, Heerde en Hattem hebben wij hier gebruik van gemaakt. Vandaar geen raming vooraf.
45
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Autorisaties Investeringsplan, pag D66 124 Vraag: Waarom is gekozen om de autorisaties voor het IHP en mobiliteitsfonds op het college en niet op de raad te zetten? Antwoord: De raad heeft de kaders voor deze onderwerpen vastgesteld (integraal huisvestingsplan onderwijsvoorzieningen en mobiliteitsplan). Met het vaststellen van de begroting machtigt de raad het college om de opgebouwde reserve en de in de begroting beschikbaar gestelde middelen in te zetten voor de uitvoering van het vastgestelde beleid (realisatie huisvesting van onderwijsvoorzieningen, in samenhang met maatschappelijke accommodaties, respectievelijk investeringen in mobiliteit), binnen de in het plan opgenomen financiële raming. Bij afwijking van het vastgestelde beleid of als het financiële kader ontoereikend blijkt te zijn, komt het college terug bij de raad voor aanvullende besluitvorming (over aanvullende financiële middelen dan wel versobering van het plan).
46
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Openbare Verlichting, pag 124 D66 Vraag: Vorig jaar werd de begroting voor de jaren 24,25 en 26 vastgesteld op resp:
Nu wordt voorgesteld
In de toelichting staat precies dezelfde uitleg als vorig jaar en geen reden voor waarom de stijging lager ligt dan de eerder genoemde 7.5%. Waarom worden er lagere bedragen geraamd dan geïndexeerd het geval zou zijn? Antwoord: Bij het opstellen van het meerjarenperspectief (de drie jaren na het begrotingsjaar) worden jaarlijks de bedragen voor indexatie geactualiseerd. Dit leidt in het meerjarenperspectief elk jaar tot verschillen in indexatiepercentages en uitkomsten. Daarmee is het niet zo dat de investeringsbedragen in het meerjarenperspectief van een vorige begroting uitgangspunt vormen voor een nieuwe begroting. Elk jaar wordt teruggegaan naar het basisjaar van de vorige begroting en van daaruit opnieuw een berekening gemaakt. In de vorige begroting 2023 waren de indexaties voor 2024 t/m 2026 vastgesteld op resp. 2,8%, 2,8% en 2%. In de begroting 2024 zijn de indexaties voor 2024 t/m 2026 vastgesteld op resp. 7,5%, 1,6% en 1,6%. De verdere berekening zit als volgt in elkaar: in de begroting 2023 wordt uitgegaan van de volgende basisbedragen: voor 2024: 400.000, voor 2025: 297.398 en 2026: 297.398. Deze bedragen worden in de begroting 2024 geïndexeerd met 7,5%. Dit levert de volgende
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
15
basisbedragen op: voor 2024: 430.000 (dit is opgenomen in het investeringsplan voor 2024), voor 2025 en 2026: 297.398 plus 7,5% 319.703 als nieuwe basisbedragen. De investeringsbedragen in het meerjarenperspectief in de meerjarenbegroting 2024 wordt voor 2025: 319.703 plus 1,6% is 324.818 en voor 2025: 319.703 plus 1,6% plus nogmaals 1,6% is 330.915 euro.
47
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Watertakenplan: verbeteren D66 buitenruimte klimaatopgave pag 124 Vraag: Vorig jaar werd de begroting voor de jaren 24,25 en 26 vastgesteld op resp:
Nu wordt voorgesteld
In de toelichting staat precies dezelfde uitleg als vorig jaar en geen reden voor waarom de stijging lager ligt dan de eerder genoemde 7.5%. Waarom worden er lagere bedragen geraamd dan geïndexeerd het geval zou zijn? Antwoord: Bij het opstellen van het meerjarenperspectief (de drie jaren na het begrotingsjaar) worden jaarlijks de bedragen voor indexatie geactualiseerd. Dit leidt in het meerjarenperspectief elk jaar tot verschillen in indexatiepercentages en uitkomsten. Daarmee is het niet zo dat de investeringsbedragen in het meerjarenperspectief van een vorige begroting uitgangspunt vormen voor een nieuwe begroting. Elk jaar wordt teruggegaan naar het basisjaar van de vorige begroting en van daaruit opnieuw een berekening gemaakt. In de vorige begroting 2023 waren de indexaties voor 2024 t/m 2026 vastgesteld op resp. 2,8%, 2,8% en 2%. In de begroting 2024 zijn de indexaties voor 2024 t/m 2026 vastgesteld op resp. 7,5%, 1,6% en 1,6%. De verdere berekening zit als volgt in elkaar: in de begroting 2023 wordt uitgegaan van de volgende basisbedragen: voor 2024 t/m 2026 van 58.732. Deze bedragen worden in de begroting 2024 geïndexeerd met 7,5%. Dit levert de volgende basisbedragen op: voor 2024: 63.137 (dit is opgenomen in het investeringsplan voor 2024), voor 2025 en 2026: 63.137 als nieuwe basisbedragen.
De investeringsbedragen in het meerjarenperspectief in de meerjarenbegroting 2024 wordt voor 2025: 63.137 plus 1,6% is 64.147 en voor 2025: 63.137 plus 1,6% plus nogmaals 1,6% is 65.173 euro.
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
16
48
Fractie: Vraag heeft betrekking op: ICT investeringen, pag 125 D66 Vraag: Er wordt aangegeven dat de vervanging van middelen op basis van een planning gebeurd. Kunnen we deze planning krijgen met het oog op de investeringen die gepland zijn en blijkbaar sinds 2011 zijn uitgevoerd? Ook hier de vraag over het verschil tussen 2023 en 2024: 2023 werd vastgesteld met begroting 24/25/26:
2024 wordt voorgesteld:
Ook deze bedragen liggen lager dan een evt index 7.5% - zonder uitleg in de tekst die hetzelfde als vorig jaar. Graag toelichting. Antwoord: De ICT-reserve is ingesteld om de lasten in de begroting voor (vervanging van) ICT gerelateerde bedrijfsmiddelen te egaliseren. In het Investeringsplan (p.125) nemen we een gelijkblijvend (behoudens indexatie) bedrag voor de jaarlijkse ICT-vervangingsinvesteringen op, waarvoor de manager geautoriseerd wordt om deze investeringen te doen. Hierdoor hoeft er niet voor elke investering afzonderlijk goedkeuring door de Raad gevraagd te worden. Bij het opstellen van het meerjarenperspectief (de drie jaren na het begrotingsjaar) worden jaarlijks de bedragen voor indexatie geactualiseerd. Dit leidt in het meerjarenperspectief elk jaar tot verschillen in indexatiepercentages en uitkomsten. Daarmee is het niet zo dat de investeringsbedragen in het meerjarenperspectief van een vorige begroting uitgangspunt vormen voor een nieuwe begroting. Elk jaar wordt teruggegaan naar het basisjaar van de vorige begroting en van daaruit opnieuw een berekening gemaakt. In de vorige begroting 2023 waren de indexaties voor 2024 t/m 2026 vastgesteld op resp. 2,8%, 2,8% en 2%. In de begroting 2024 zijn de indexaties voor 2024 t/m 2026 vastgesteld op resp. 7,5%, 1,6% en 1,6%.
De verdere berekening zit als volgt in elkaar: in de begroting 2023 wordt uitgegaan van de volgende basisbedragen: voor 2024 t/m 2026 van 436.320 euro. Deze bedragen worden in de begroting 2024 geïndexeerd met 7,5%. Dit levert de volgende basisbedragen op: voor 2024: 469.044 (dit is opgenomen in het investeringsplan voor 2024), voor 2025 en 2026: 469.044 als nieuwe basisbedragen. De investeringsbedragen in het meerjarenperspectief in de meerjarenbegroting 2024 wordt voor 2025: 469.044 plus 1,6% is 476.548 en voor 2025: 469.044 plus 1,6% plus nogmaals 1,6% is 484.173 euro.
49
Fractie: Vraag heeft betrekking op: algemeen D66 Vraag: In het kader van bovenstaande drie vragen: we hebben uiteraard niet alle posten volledig doorgerekend – maar kwamen deze tegen bij onderwerpen waar we toch al een extra interesse in of vragen over hadden. Kan het zijn dat er meer onderwerpen zijn waar afgeweken is van enkel een indexatie op de vorige begroting, zonder dat daar een extra toelichting is bij gegeven? Kunt hier nadere toelichting op geven over in dat geval de algemene aanpak van de begroting? Is niet overal die 7.5% als basis genomen? Antwoord: Verwezen wordt naar de beantwoording van de voorgaande drie vragen.
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
17
50
Fractie: Vraag heeft betrekking op: algemeen D66 Vraag: Er is in onze optiek een relatief hoog aantal posten opgenomen als een p/m post - Is dat überhaupt wenselijk? Wat zijn de consequenties hiervan op lange termijn? Is het zo dat een activiteit met een p/m post dan sowieso als eerste wordt geschrapt bij bv een doorlichting? Hoe kan het voorkomen worden dat er zoveel p/m posten in een begroting komen? Graag wat toelichting over keuzes mbt p/m posten. Antwoord: P.m. posten worden in de begroting opgenomen als het college voornemens is om hiervoor in de toekomst middelen in de begroting op te nemen. De reden kan zijn dat nog geen goede inschatting kan worden gemaakt van de kosten of dat nog niet bekend is hoeveel rijksmiddelen zullen worden ontvangen. Een andere reden kan zijn dat opname van financiële middelen afhankelijk is van toekomstige besluitvorming, bijvoorbeeld omdat ter zake nog geen beleid is vastgesteld. Het is dan aan de raad om na vaststelling van het desbetreffende beleid ook een uitvoeringsbudget aan het nieuwe beleid te koppelen. Het college zal in dat geval na vaststelling van het beleid door de raad hiervoor - in het kader van de nieuwe begroting - met een voorstel komen (integrale afweging nieuw beleid).
51
Fractie: PvdA
Vraag heeft betrekking op: Algemeen Externe inhuur
Vraag: Kan het college een overzicht presenteren van de kosten voor externe inhuur en in hoeverre deze kosten zijn gedekt enerzijds uit reguliere salarisbudgetten en anderzijds uit projectgelden. Graag een overzicht van deze afzonderlijke budgetten. Antwoord: In totaal is in 2023 tot 23 oktober voor € 3,6 mln. ingehuurd, zie ook vraag 82 voor een nadere uitwerking. Hiervan is om en nabij de helft gedekt door de reguliere salarisbudgetten (inclusief de melding in de voortgangsrapportage; zie antwoord op vraag 82). De andere helft wordt dus gedekt door projectgelden. Deze projectmiddelen komen voort uit de (incidentele) middelen voor de omgevingswet, klimaat, energie- en warmtetransitie, mobiliteitsplan, opvang vluchtelingen en gebiedsgericht werken. Zie voor een nadere uitwerking van de wijze van begroten van de personele lasten in de programmabegroting 2024 de beantwoording op vraag 66. 52
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 12 Gemeentebelangen Epe Vraag: Op pagina 12 staat een tabel: ‘omschrijving (bedragen in Euro)’ voor 2024 staat als begrotingssaldo 9.000 vermeld terwijl de ‘ruimte voor (noodzakelijk) nieuw beleid’ 1.140.000 is en de invulling door (noodzakelijk) nieuw beleid ook 1.140.000 is hetgeen het begrotingssaldo 0 zou moeten zijn. Waarschijnlijk is een type fout gemaakt in regel ‘ruimte voor (noodzakelijk) nieuw beleid. Volgens ons zou dat 1.149.000 moeten zijn. Antwoord: Het klopt dat het bedrag voor ‘Ruimte voor (noodzakelijk) nieuw beleid’ € 1.149.000 moet zijn. Daarmee sluit het cijfermatig aan met de rest van de bedragen. De jaartallen boven aan de tabel moeten beginnen met jaarschijf 2024 en eindigen met jaarschijf 2027.
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
18
53
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 20 Gemeentebelangen Epe Vraag: Op pagina 20 in de tabel ‘wat gaan we daarvoor doen’ 4de punt bij uitvoering staat: ‘Uitvoering van het IHP onderwijsvoorzieningen 2023 – 2026. Het betreft de RSG NoordoostVeluwe, de Sprenge Emst, Het mosterdzaadje Gortel, St. Bernardusschool, nieuwbouw scholen Epe-Zuidwest. Er wordt gesproken over een meervoud zijnde nieuwbouw scholen Epe-Zuidwest. Wij gingen ervan uit dat alleen mogelijke nieuwbouw plannen worden bekeken voor de Anne de Vriesschool in Epe. Zijn er meer scholen waar dit dan mogelijk voor gaat gelden? Antwoord: In het Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen wordt uitgegaan van nieuwbouw scholen (in een Integraal Kindcentrum) in de wijk Epe zuidwest (Enkwegbuurt, Burgerenk). Dit betreffen de scholen: De Expeditie, de KNorelschool en de Van der Reijdenschool. Aangevuld met het CJG en Kinderopvang. Tevens wordt onderzocht of er welzijnswerk in de nieuwe locatie kan plaatsvinden. De Anne de Vriesschool gaat in de periode na 2027 gerenoveerd worden voor een aanzienlijk bedrag. Gezien de nijpende verkeersituatie aan de Hoofdstraat (dit speelt al jarenlang en maatregelen helpen niet afdoende) is het wenselijk om te onderzoeken of een verplaatsing van deze school naar de te ontwikkelen nieuwbouwwijk Zuukerenk mogelijk is. Verschillende gesprekken dienen hierover nog plaats te vinden.
54
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 4 Gemeentebelangen Epe Vraag: Op pagina 4 in de tabel ‘wat gaan we daarvoor doen’ staat dat er voldoende huisvesting wordt gerealiseerd voor statushouders, asielzoekers en vluchtelingen. Dit is toch het huisvestingplan Zuukerschool locatie, Hertenhof etc zoals overlegd met de raad? Of zijn er nog andere locaties op het oog? Antwoord: De locaties voor de (tijdelijke) huisvesting van statushouders zijn bekend bij de raad. Nieuwe (vastgoed) locaties voor de opvang van vluchtelingen worden gedeeld met de raad. Tijdens de bijeenkomst monitor Ruimte op 5 oktober j.l. is er een update gegeven over stand van zaken huisvesting statushouders en opvang Oekraïners.
55
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 4 Gemeentebelangen Epe Vraag: Op pagina 4 in de tabel ‘wat gaan we daarvoor doen’ wordt melding gemaakt van het straatgroepenteam, item 5. Wat is het straatgroepenteam en wat gaan ze doen of doen ze? Antwoord: Het straatgroepenteam bestaat uit een adviseur OOV, wijkagenten, het coördinatiepunt, BOA's en jongerenwerkers. Er is een structureel overleg waarin deze verschillende organisaties samenwerken ter voorkomen van problematisch groepsgedrag in jeugdroepen en -netwerken. Op dit moment vindt er een doorontwikkeling plaats waarbij er gewerkt gaat worden vanuit het 7 stappenmodel van CCV (centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid).
56
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 26 Gemeentebelangen Epe Vraag: Pagina 26, wat is de stand van zaken. De indicatoren geven aan dat geweldsmisdrijven, winkeldiefstal en vernielingen toenemen. Is het bekend waarom er een toename is? Antwoord: Om de cijfers te duiden zal nader dossieronderzoek moeten worden gedaan.
Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal
19
57
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 27 Gemeentebelangen Epe Vraag: Op pagina 27 staat dat de lasten voor inzet op gebiedsgericht werken / inwonergericht werken stijgen voor 2026 en 2027. Waarom is dat? Antwoord: De gemeente Epe staat de komende jaren voor tal van grote maatschappelijke opgaven op meerdere beleidsterreinen, zoals de woningbouw, de energietransitie, verduurzaming van maatschappelijke accommodaties, vluchtelingen/Oekraïners, de zorgtransities, onderwijshuisvesting, enz. Dit heeft grote impact op onze inwoners. Voor een succesvolle uitvoering hiervan is een breed draagvlak en intensieve betrokkenheid van inwoners een belangrijke voorwaarde. Hiermee kan tevens het herstel van vertrouwen tussen overheid en inwoners worden bewerkstelligd. De hiervoor benodigde extra inzet op inwonersgericht, integraal werken wordt in 2024 en 2025 bekostigd vanuit de beschikbare incidentele middelen. Vanaf 2026 zijn in de begroting de vanaf dat moment benodigde middelen opgenomen.
58
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 27 Gemeentebelangen Epe Vraag: Op pagina 27 staat dat na 2024 er geen budget meer is voor de verhuiscoach. Kan daaruit geconcludeerd worden dat de verhuiscoach niet werkt of niet heeft gewerkt? Antwoord: Na 2024 loopt het 2-jarig traject met de verhuiscoach van de provincie af.
59
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 30 Gemeentebelangen Epe Vraag: Op pagina 30 in de tabel Ruimte Overig staat als punt 2: Aanpassen gemeentelijke pand de Ossenstal. Als uitvoering in 2024 staat: Vestiging van recht van opstal en erfpacht? Dit is toch een juridische aanpassing en zoals omschreven een fysieke aanpassing? Graag verduidelijking wat wordt bedoeld. Antwoord: Het betreft inderdaad een juridische aanpassing, de huidige huurovereenkomst wordt omgezet naar een recht van erfpacht en een recht van opstal voor de Ossenstal.
60
Fractie: Vraag heeft betrekking op: Pagina 33 Gemeentebelangen Epe Vraag: Pagina 33 Beheer openbare ruimte punt 3 in het tabel. Daar staat een verwijzing naar de ‘Veluwe – standaard’. Wat is deze standaard en wie bepaald deze standaard? Komen er dan nog meer verwijzingsborden? Antwoord De gemeente Epe maakt deel uit van de VeluweAlliantie, een netwerkorganisatie (Veluwe op 1) voor samenwerking tussen 21 Veluwse gemeenten, de provincie Gelderland, terreineigenaren, het bedrijfsleven en belangenverenigingen. De VeluweAlliantie werkt gezamenlijk aan de realisatie van de VeluweAgenda, waarin toerisme fungeert als middel om de natuur, economie en samenleving op de Veluwe te versterken. Een onderdeel van deze agenda is de ‘Veluwestijl’, een gezamenlijke aanpak die de Alliantie heeft vastgesteld voor recreatieve bebording op de Veluwe. Het doel is om wildgroei aan borden terug te dringen en tegelijkertijd uniformiteit, kwaliteit en duurzaamheid uit te stralen. Door de uniforme Veluwestijl over de hele Veluwe toe te passen, wordt de eenheid en herkenbaarheid van de regio versterkt, wat bijdraagt aan een betere spreiding van bezoekers.
De Veluwestijl kan worden toegepast in zowel on- als offline communicatie, waaronder informatiepanelen, bewegwijzering van routenetwerken, verwijzingen naar Toeristische Overstappunten (TOP's), welkomstborden en andere recreatieve stijlelementen zoals bankjes en prullenbakken.