Concept verslag Raad 2021-10-14
Tekst van het document
En voordat gewasbeschermingsmiddelen überhaupt toegepast kan worden zit er een enorm toelatingsregime en controle vanuit de NVWA op. En juist ook omdat als je gewasbeschermingsmiddelen gebruikt moet je daartoe bevoegd zijn, moet je daar een opleiding voor hebben genoten. En de middelen kunnen niet zomaar op de markt worden gebracht, want dat wordt getoetst of het überhaupt mogelijk is en geen strijdigheid voor mens, dier en milieu. Dus iets wat wettelijk al is geregeld in Europese wetgeving wat de NVWA ook wel degelijk toetst in onze omgeving en in heel Nederland, vraag ik me af of dit niet een overbodige zinsnede is omdat het namelijk al in hogere regelgeving en in het landelijk toezicht is geregeld. Dus ik zou daar graag een nadere duiding van de fractie op willen voorzitter. De voorzitter: Dank. Mevrouw Van Loon, kunt u de nadere duiding geven? Mevrouw Van Loon: Jazeker. Nou als eerste wil ik aangeven dat de Omgevingsvisie de gemeente ook de mogelijkheid biedt om ambities en beperkingen op te nemen ten aanzien van lang termijn ontwikkelingen, ook voor onderwerpen waarvoor zij niet primair het bevoegd gezag is. Dus ook dat kan in een Omgevingsvisie worden opgenomen. En waarschijnlijk is de fractie van VVD ook bekend met recente 16
onderzoeken, dat het Ctgb, die de gewasbeschermingsmiddelen goedkeurt, u noemt het gewasbeschermingsmiddelen, het zijn ook herbiciden en insecticiden, dat die slechts eenzijdig een enkel product toetsen en de cumulatieve werking daarvan niet. En waarschijnlijk is ook bekend dat het laatste jaar toch wel heel veel relatie wordt gelet tussen de ziekte Parkinson en insecticiden en herbiciden bij zwaar ontsmette bodems en toepassing van veel insecticiden, herbiciden. Vandaar dat wij dit een belangrijk punt vinden voor in de Omgevingsvisie. De voorzitter: Mevrouw De Vries, bent u? Mevrouw De Vries: Voorzitter, als ik het goed begrepen heb, het Ctgb, het College voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden in Ede, met 180 wetenschappers in dienst, die inderdaad toezien of het veilig is voor, een middel veilig is voor mens, dier en milieu, die hebben het niet bij het juiste end. En wij in onze gemeente zijn in staat om dat dan wel te duiden. Met andere woorden, een zeer gerenommeerd en bekend organisatie zoals het Ctgb, daar moeten we dus twijfels over hebben als ik D66 goed beluister, want wij kunnen dat beter mits wij dat maar in onze visie vastleggen en overal gewasbeschermingsmiddelen dan gaan, in de vorm van een herbicide en insecticide, gaan verbieden.
Als we dat in onze visie gaan neerleggen, mevrouw Van Loon, voorzitter, neemt u mij niet kwalijk, hoe gaan we dat dan verder concretiseren? Met andere woorden, is de, hebben wij überhaupt de deskundigheid om dat in goede kaders neer te leggen? Hebben wij de deskundigheid om daar concrete handvatten aan te geven? En als wij die deskundigheid niet hebben en het Ctgb heeft die deskundigheid wel, voorzitter, wat doet dat dan in onze visie? Dan hoort dat toch niet in onze visie thuis? De voorzitter: Dank, uw punt is helder volgens mij. Mevrouw Van Loon, kunt u daar antwoord op geven? Mevrouw Van Loon: Ja. Dank u wel voorzitter. Ik heb ook uitgebreid gesproken met het Ctgb, over een aantal zaken die binnen de gemeente plaats heeft gevonden en in toenemende mate ook plaatsvindt. En het gaat niet over de deskundigheid van de medewerkers van het Ctgb, maar over de opdracht die zij krijgen om onderzoeken uit te voeren. En het is een feit dat er slechts de toepassingsmogelijkheden van enkele middelen zijn onderzocht en dat de cumulatieve werking ervan niet is meegenomen. Ik wil het college, of mijn collega raadsleden niet voorstellen om het werk van het Ctgb over te gaan doen of beter te gaan doen, maar om maatregelen te onderzoeken zodat de gezondheid van onze inwoners beter geborgd kan worden. Ik heb in een wijziging op een bestemmingsplan al een maatregel daarvoor gezien.
Dus ik denk dat een gemeente voor haar eigen inwoners en voor haar eigen grondgebied wel degelijk maatregelen kan treffen. De voorzitter: Mevrouw De Vries, als laatste op dit onderwerp. Mevrouw De Vries: Ja voorzitter, ik vind de duiding van de D66-fractie wat mager. Ik ken het Ctgb van binnenuit. En ik heb er bijna 6 jaar gewerkt, dus ik weet hoe de organisatie functioneert en waar ze naar kijken. En voorzitter, met alle respect, dat is een dusdanige wetenschappelijke discipline, die moet je niet neerleggen op het niveau van de gemeente. Dat kan niet in een visie. Want feitelijk, voorzitter, en ik hoor graag een verbetering van mijn gewaardeerde collega van D66, mevrouw Van Loon. Je kan niet als gemeente een visie neerleggen als je daar die deskundigheid feitelijk niet op hebt. Want ik hoor, voorzitter, de collega fractie eigenlijk zeggen, we moeten het beter doen dan de kennis van de GGD, we moeten het beter doen dan de kennis van het Ctgb. En voorzitter, die kennis hebben wij dus niet in huis. Met andere woorden, moeten we niet ook als gemeente, ja dank u wel. Blijf bij u leest, dank u wel. Ik word even geholpen door het college. Ik denk dat we hier nou net een te grote schoen aantrekken die we eigenlijk wezenlijk niet kunnen realiseren als visie, dat we hem niet in een concreet jasje kunnen krijgen.
Maar nogmaals, nog een laatste handreiking naar D66 van gaan we nu niet op de stoel van de GGD en het Ctgb zitten en hebben wij daar, ontbreekt ons daar eigenlijk niet echt de kennis van? In huis, maar ook in de raad en het college.
17
De voorzitter: Uw punt is duidelijk. En ik zie de heer Van Limburg van Gemeente Belangen die hier ook op wil interrumperen. En daarna ga ik even terug naar mevrouw Van Loon. De heer Van Limburg: Ja dank u wel voorzitter. Begrijp ik het goed, en dat is een vraag aan de fractie van D66. Begrijp ik het dan goed dat we hier in de gemeente Epe gaan bepalen welke bestrijdingsmiddelen we gaan gebruiken? En als tweede vraag zou ik, en ik heb trouwens een vraag over het eerste amendement, maar misschien moet dat even later. Ik zie ook dat D66 zegt, schone lucht onder andere meer fijnstof. Meer begrijp ik niet helemaal, fijnstof, moet juist minder fijnstof. Maar goed, dat even terzijde. Er zijn toch Europese richtlijnen voor de fijnstof, de 10 millimeter, 2,5 millimeter, dacht ik zo. Is dit dan niet overdone? Is dit dan wel noodzakelijk? Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Uw vragen zijn volgens mij helder. Tekstueel kan ik u makkelijk helpen, want er staat tussen haakjes onder meer fijnstof. Had ook onder andere fijnstof kunnen staan, misschien dat u dan het beter leest. Maar ik kan me niet voorstellen dat D66 voor meer fijnstof is. Niemand overigens hier in deze zaal. Mevrouw Van Loon, kunt u nog, voor de laatste keer, ingaan en mevrouw De Vries proberen te overtuigen of niet, en de vraag van de heer Van Limburg. Mevrouw Van Loon: Helder.
Ja ik ben bang dat ik mevrouw De Vries niet kan overtuigen, want ik heb al een aantal keer gereageerd op haar vraag. En een aantal keren heeft zij haar zorgen herhaald, zonder rekenschap te nemen van mijn antwoorden. Nee, wij willen geen gewasbeschermingsmiddelen gaan verbieden binnen onze gemeente. In ons dictum staat dat wij maatregelen willen onderzoeken om de gezondheid van onze inwoners verder te beschermen. En dat kan op een heleboel manieren. En dat hoeft niet te betekenen dat we gewasbeschermingsmiddelen zullen gaan verbieden. Daar wil ik het voor nu even bij laten. En met betrekking tot de vraag van de heer Van Limburg. Ja, ik heb het al eerder aangegeven in de beantwoording van de vragen van D66. Dat een gemeente in de Omgevingsvisie, en daar wordt ze ook toe uitgenodigd, om daar ook richtlijnen, ambities weer te geven waar ze zelf niet zozeer het bevoegd gezag van is. Maar daarmee doelen wij ook weer op de cumulatie van geluid en om ontwikkelingen die geluid met zich meebrengen. Wij hebben in onze Omgevingsvisie pleiten wij voor een gezonde omgeving. En geluid is een wezenlijke bedreiging van een gezonden omgeving. Dus dit verdient terecht een plaats in de Omgevingsvisie. Ik hoop dat ik daarmee de vraag van de heer Van Limburg heb beantwoord. De voorzitter: Dan kijk ik even naar de heer Van Limburg.
De heer Van Limburg: Nou, u doelt nu denk ik, dank u wel voorzitter. U doelt nu denk ik op de eerste amendement wat u heeft ingediend? Over geluidsoverlast, of heb ik het mis? Mevrouw Van Loon: O sorry, ja. De heer Van Limburg: En daar is eigenlijk mijn expliciete vraag van, of specifieke vraag, van u schrijft Teuge. Waarom noemt u Teuge? Ik heb nog de vraag gesteld van als u het laatste zin er had uitgehaald, dan hadden wij waarschijnlijk meegetekend. Maar omdat die laatste zin erin staat vinden wij het toch wel moeilijk om hierin mee te gaan. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Kunt u voor de kijkers nog even melden welke laatste zin u precies bedoelt? De heer Van Limburg: Dan moet ik hem even opzoeken voor u. Even kijken. De laatste zin: Dit geldt ook voor de ontwikkelingen van vliegveld Teuge en Defensie in de regio en eventuele andere toekomstige bedreigingen van onze leefomgeving. Dank u wel. De voorzitter: Dank u voor de verduidelijking. Mevrouw Van Loon, kunt u daarop reageren?
18
Mevrouw Van Loon: Ja, ik zal hier nog even kort op reageren. Want Lelystad Airport dat was voor iedereen echt een hele duidelijke en wezenlijke bedreiging van het leefklimaat hier op de Veluwe. Maar stel dat, wij kunnen niet in de toekomst kijken, dat Lelystad Airport niet doorgaat en al die Boeings vanaf Teuge zullen gaan opstijgen. Dus hè, we moeten toekomstige bedreigingen van onze leefomgeving nauwlettend in de gaten houden. De voorzitter: Dit roept een interruptie op van mevrouw Hendriks van het CDA. Mevrouw Hendriks: Dank u wel. Niet echt een interruptie, maar meer een bijval voor D66. Wat er zal gaan gebeuren is dat er nu op Lelystad Airport veel gevlogen wordt door relatief kleine vliegtuigen. Op het moment dat Lelystad Airport benut zal worden door de grote Boeings die mevrouw Van Loon benoemt, zullen die kleinere vliegtuigen verplaatst worden naar Teuge. En in die zin zullen we meer overlast ervaren vanuit kleinere vliegtuigen die vanuit Teuge stijgen en landen. Dat is als aanvulling op de, antwoord van mevrouw Van Loon aan mijnheer Van Limburg. Mevrouw Van Loon: Wordt zeer gewaardeerd. Dank. De voorzitter: Ik wou net zeggen. Ik zie mevrouw Van Loon knikken, dus die is het daar zeker mee eens. De heer Van Limburg, bent u met deze toelichting tevredengesteld? De heer Van Limburg: Niet, nee niet echt, ik ben nog niet overtuigd.
En ik vind eigenlijk dat vliegtuig Teuge hier niet genoemd zou moeten worden. Dank u wel. De voorzitter: Dat is uw mening, dus dat is helder. Mevrouw Van Loon, heeft u de amendementen ingediend. Mevrouw Van Loon: Ja. De voorzitter: Die u wilde? Ja? Mevrouw Van Loon: Maar ik heb nog een motie, dus ik weet niet of dat nu kan? De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Van Loon: Ja? Ik ga nog even door, dank u wel. Ja wat ik al eerder aangaf is dat onze Omgevingsvisie op sommige plaatsen heel globaal is en op andere weer heel concreet. En dat vond ik toch met betrekking tot de bomen in onze gemeente. En wij hebben dan ook een motie, willen wij indienen. En die heet het Groene raamwerk. Want er zit een prachtige prent in de Omgevingsvisie waar lanen, monumentale bomenlanen op zijn ingetekend. Ik zal het, ja nou die staan vooral ingetekend langs de invalswegen voor gemotoriseerd verkeer. En de geschiedenis heeft uitgewezen dat juist daar de bomen met bosjes uitvallen, omdat daar rioolvernieuwingen, aanleg van glasvezelkabels, et cetera, dat daar de bomen sterk onder te lijden hebben. En op een aantal van die trajecten die dus nu mooi groen zijn ingetekend er geen boom meer te bekennen is.
Omdat wij vinden dat de Omgevingsvisie uit zou moeten gaan van bestaande kwaliteiten naar waarde en moet anticiperen op toekomstige en aanstaande ontwikkelingen, boomstructuren buiten de infrastructuur voor gemotoriseerd verkeer momenteel van een veel betere kwaliteit zijn, en die ook in een goede groeiplaats in een gezonde bodem staan en daarmee van veel grotere betekenis kunnen zijn voor stadsklimaat, biodiversiteit en identiteit. Denk hierbij aan de monumentale bomen op het Marijkeveld en langs de Dorpsche beek in Vaassen, aan de grote bomen langs het K.C. van Neslaantje, het Gildelaantje in Epe en rondom de kerk in Oene en Emst. Wij roepen het college op om in voorbereiding op het Omgevingsplan een waardenkaart op te stellen voor aanwezige kwaliteit van hoogwaardige bomen en groeiplaatsen. Daarbij locaties te inventariseren waar nieuwe bomen tot wasdom kunnen komen en waar deze het best kunnen bijdragen aan het stadsklimaat 19
en de biodiversiteit. Hierbij ook de trage routes zoals wandelpaden en fietsontsluitingen mee te nemen omdat deze vaak meer ruimte bieden voor bomen en de Omgevingsvisie die wij ook willen inzetten op het stimuleren van wandelen en fietsen in en om onze dorpen. De voorzitter: En daarmee gaan we over tot de orde van de dag? Mevrouw Van Loon: Daarmee gaan we over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dan is ook dit, deze motie onderdeel van de beraadslagingen. Ik zie een hand van de heer Vos, maar we proberen altijd met één woordvoerder te spreken, maar misschien heeft u een punt van orde. De heer Vos: Voorzitter, volgens mij heb ik alleen maar geïnterrumpeerd toch? Als er niet. De voorzitter: Nou ja, het is gebruikelijk dat we proberen per onderwerp, het is wel een breed onderwerp. Nou, mijnheer Vos, gaat uw gang. De heer Vos: Ja dank je wel dan voorzitter. Misschien kan mevrouw Van Loon mij vertellen waar Marijkeveld in Vaassen zit? Ik woon nog niet zo heel lang in Vaassen, maar het Marijkeveld kennen wij volgens mij niet. Dank je wel. Mevrouw Van Loon: Kijk. De voorzitter: Mevrouw Van Loon. Mevrouw Van Loon: Dank u wel, dank u wel de heer Vos. En ik val helemaal door de mand natuurlijk. Ik heb het altijd het Marijkeveld genoemd, maar de Marijkeweg die ligt toch net een stukje noordelijker van dat prachtige grote veld tegenover de Koekoek. Ja.
Het Ireneveld, ja het was iets met een prinses. De heer Vos: Ja precies. Mevrouw Van Loon: Het klopt, het Ireneveld. Ja. De heer Vos: Ireneveld, klopt helemaal. Dank je wel. De voorzitter: Volgens mij is iedereen weer thuis. Mevrouw Baltus, GroenLinks. Als interruptie op D66. Mevrouw Baltus: Dank u wel voorzitter. U denkt dat iedereen thuis is, maar ik heb nog een aanvulling. In hetzelfde stuk, het is een vergelijkbaar iets, spreekt u, mevrouw Van Loon, over het Gildelaantje. In mijn beleving bestaat het Gildelaantje niet, maar moet het zijn de Gildeweg. En ik denk dat u waarschijnlijk bedoelt monumentale bomen aan de Sint Crusiusweg. En die staan niet aan de Gildeweg, maar ik denk dat u dat bedoelt. En ik laat me graag een keertje door u uitnodigen om naar die prachtige bomen te kijken. Dank u wel. De voorzitter: Ik voel een excursie aankomen. Los daarvan, ik denk dat dit waren allemaal overwegingen. Mevrouw Van Loon. Mevrouw Van Loon: Ja, maar laat ik heel eerlijk zijn, dat ik mijn kinderen ook altijd bij de verkeerde naam noem. Dus. De voorzitter: Als u ze maar niet bij de verkeerde school afzet, dan kunnen we u dat niet kwalijk nemen. Even kijken, was er nog iemand anders die wilde interrumperen? Nee? Dan is daarmee ook de eerste
20
termijn van D66 geweest met het indienen van twee amendementen en één motie. En misschien is het toch wel goed, ook voor de kijkers en luisteraars thuis, om nog even uit te leggen. Ik hoor wat gerumoer, nee. Om nog even uit te leggen dat een amendement is natuurlijk een verandering van een besluit wat voorgelegd is. En normaalgesproken is dat natuurlijk een heel helder besluit die je meteen kunt uitvoeren, maar omdat u hier een compleet stuk vaststelt, zijn deze vooral toevoegingen of wijzigingen van stukken tekst. Vandaar dat er soms wat onduidelijkheid kan bestaan over wat die tekst dan precies inhoudt en of het een direct besluit is. Maar het besluit is dus de wijziging van een stuk tekst. Volgens mij was het mevrouw Hendriks van het CDA die het woord wilde vragen. Klopt dat? Mevrouw Hendriks: Ja dat klopt, voor de eerste termijn als dat mag voorzitter. De voorzitter: Zeker, gaat uw gang. Mevrouw Hendriks: Dank u wel. Ja de Omgevingsvisie. Wat ons betreft een mooi document en we dachten het is nog wel leuk om onszelf er even aan te herinneren dat het document begonnen is een aantal jaar geleden toen we als raadsleden, ambtenaren en college als zwerm met onze blauwe sjaaltjes de gemeente in gingen, alle dorpen langs gingen en aan de inwoners gingen vragen van welke waarden waardeert u nou het meest binnen onze gemeente.
Dus dat vonden wij wel heel leuk om daar nog even aan te refereren. Heel prettig is ook natuurlijk dat we in de commissie heel veel insprekers hebben gehad, dat we daar, nou ja, op verschillende manieren wat mee hebben kunnen doen. Ook veel contacten hebben gelegd. Dus nogmaals dank daarvoor. En voordat ik het betoog verder ga over ons amendement waar eerder naar gerefereerd is, wou ik nog een opmerking doen richting mevrouw Boer van de Partij van de Arbeid. Mocht u een initiatief tonen om iets te gaan doen met actief grondbeleid, neemt u vooral contact op. Wellicht kunnen we elkaar daarin vinden, maar de bal leg ik even bij u. En nou wou ik het amendement, of nou ja meer inhoudelijk op het stuk ingaan. Zoals wij in de commissie ook al gezegd hebben is wat ons betreft met name de IJsselvallei een deel van onze gemeente waar veel ruimtedruk, die veel ruimtedruk kent ook na het vaststellen van deze visie. Energie, landbouw, natuurbeheer, wonen, er komt van alles in dat deel terug. Het is ook een divers gebied. En dat zorgt dus inderdaad voor veel ruimtedruk. En wat we ook in de commissie al genoemd hebben, het lijkt wel dat er een aantal tegenstrijdigheden in die visie zitten die in die IJsselvallei samenkomen. Het hoeven niet altijd tegenstrijdigheden te zijn, maar bijvoorbeeld nieuwe energie ten opzichte van biodiversiteit lijkt wel een bepaalde vorm van tegenstrijdigheid.
En wat wij ook lezen, en wat wij, nou wat we misschien wat minder lezen even refererend aan de discussie die gevoerd is tussen Nieuwe Lijn, niet De Nieuwe Lijn en VVD is het dan, ja ik ben even in de war. Over of de landbouw al dan niet op slot moet. Zo hebben, wij hebben dat gevoel ook gekregen met name ook, op slot moet klinkt een beetje zwaar, maar met name ook door de beantwoording van de vragen van de wethouder, daar hebben wij dat gevoel ook gekregen. Dat de landbouw wat beperkt gaat worden. En daar hebben wij natuurlijk ook over nagedacht. En daarom hebben wij een amendement voorbereid. En zoals mevrouw De Vries al aangaf, wellicht is dat een amendement wat te combineren valt met het amendement wat door de VVD is geïnitieerd. Overigens, ja oké. En wij geloven dat je agrariërs beter kan belonen dan ze op slot kan zetten. En dat we vinden dat als je agrariërs beloont als ze een bijdrage leveren aan bijvoorbeeld het versterken van biodiversiteit door middel van goed landschapsbeheer, of het versterken van toerisme, of het produceren van kwalitatief goed voedsel, dat je dan meer bereikt dan het beperken van ontwikkelmogelijkheden. En deze beloning kan bijvoorbeeld gedaan worden door het aanbieden van ontwikkelmogelijkheden. In de Ontwikkelvisie wordt gesproken over kansen grijpen, maar wij zien veel meer in het creëren van kansen.
En als je kansen creëert door allerlei ontwikkelmogelijkheden aanbiedt, bijvoorbeeld, wat heb ik genoemd, het faciliteren van een tweede bedrijfswoning, eventueel een vergoeding voor het onderhoud van het landschap en het stimuleren van een combinatie van agrarische werkzaamheden met toerisme. Dat zijn wat ons betreft meer, nou ja, stimulerende onderdelen waardoor een agrariër wat ons betreft dezelfde doelen kan halen als wat nu in de Omgevingsvisie staat, maar op een andere manier. En daar hebben wij een amendement voorbereid die samen ingediend wordt met Epe Liberaal en de VVD. 21
De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Hendriks: Dank u wel. Ik zal het dictum niet helemaal lezen, ik wil heel graag de tekst die wij graag nieuw in willen brengen in de Omgevingsvisie voorlezen. En dat gaat over de laatste alinea op pagina 45. En die tekst zouden wij graag willen wijzigen in: Wij willen graag mogelijkheden creëren voor toekomstbestendige agrarische bedrijven. Deze zijn van groot belang voor een toekomstbestendige voedselvoorziening en landschapsbeheer. En daarom willen we, in overleg met de agrariërs, actief mogelijkheden scheppen voor agrariërs om hun bedrijfsvoering toekomstbestendig te maken. Dit kan bijvoorbeeld door het faciliteren van een tweede bedrijfswoning, de betaling van een vergoeding voor het onderhoud van het landschap en het stimuleren van de combinatie van agrarische werkzaamheden met toerisme en recreatie. En dat was het. De voorzitter: Ja, dank u. Dan is deze ook onderdeel van de beraadslagingen van hedenavond. O er is een interruptie van mevrouw Van Loon, D66. Mevrouw Van Loon: Ja dank u wel. Ja ook een mooi amendement inderdaad. En ik heb toch nog een vergelijkbare vraag zoals ik die ook aan de VVD had. Toekomstbestendig.
Kan dat hier gelezen worden als uitsluitend toekomst bieden aan de agrarische bedrijven? Want in mijn optiek moeten inderdaad nieuwe kansen worden gecreëerd, ook omdat agrarische bedrijfsvoering om beter samen te laten gaan met het verhogen van de biodiversiteit en natuur- en landschapswaarden. De voorzitter: Mevrouw Van Loon, u moet naar mij toe praten dan praat u ook in de microfoon. Mevrouw Van Loon: Ja dat is waar, ja. Dank u wel. De voorzitter: Want ik snap dat u graag met mevrouw Hendriks in debat wil. Dat is ook goed. Mevrouw Van Loon: Ja maar dan kan ik ook voor me kijken inderdaad. De voorzitter: Goed. Daarom, dan staat u mooi op het scherm. Mevrouw Van Loon: O, zo zit dat. Ja. Nee die nieuwe technieken zijn geweldig, ja. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Van Loon: Dank u wel. Dus ik zou graag dat inclusieve beleid hier iets meer in terug willen lezen. En dan zou ik de term natuurinclusief op één of de andere manier heel graag hierin terug willen zien, want anders kan het wat mij betreft ook nog een heleboel kanten op. Staat u daarvoor open? De voorzitter: Voordat ik het woord teruggeef aan mevrouw Hendriks, de heer Van Limburg had ook een interruptie gewenst. U wordt vrijgegeven. De heer Van Limburg: O ik ben er weer. Ja even een vraag vanuit onze fractie. Toekomstbestendig te maken. Dit kan bijvoorbeeld door het faciliteren van een tweede bedrijfswoning.
Dat moet de fractie van het CDA toch even uitleggen. Dat begrijpen we niet. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Hendriks, kunt u op beide punten ingaan? Graag. Mevrouw Hendriks: O excuus, excuus. Er is nog een interruptie van de heer Scholten. De heer Scholten: Ja dank u wel voorzitter. De vraag naar aanleiding van het amendement. De tekst die er staat op pagina 45, die geeft wat meer mogelijkheden, wat meer ruimte voor om in overleg met de 22
agrarische sector te gaan kijken naar gezond landschapsbeheer, duurzaam en een nieuw verdienmodel. Daar, volgens mij zitten daar alle ruimtes in die je nodig zou hebben om verder te gaan. En ik sluit me even aan bij de heer Van Limburg. Wat ik hier lees, wat we moeten wijzigen in de visie, is dat, en dan kun je zeggen het zijn voorbeelden, maar het wordt toch via een amendement erin gezet. Hoe ga je een, de bedrijfsvoering toekomstbestendig maken, en daar wil ik graag wat uitleg over, door inderdaad het faciliteren van de tweede bedrijfswoning? Dus financiën creëren schijnbaar? De betaling van een vergoeding voor het onderhoud van het landschap. Hoe ga je daarmee, ja dat is makkelijk, maar het is ondersteuning, dus ondernemers, die agrarische ondernemers ga je dan op die manier financieren. En het stimuleren van de combinatie van agrarische werkzaamheden met toerisme en recreatie. Volgens mij is dat laatste al mogelijk. Maar die eerste twee stappen snap ik ook niet helemaal. Dus gaan we nu, gaat, is de CDA-fractie van plan om tweede woningen aan iedere agrariër te geven en te gaan betalen omdat ze het mais op tijd wegmaaien ofzo? De voorzitter: Uw vraag is ook helder. Dat gaat mevrouw Hendriks nu allemaal meenemen in haar beantwoording. Mevrouw Hendriks: Ja, dank u wel. Nou, even terugkomend op de basis van het amendement.
Het gaat heel erg om het creëren van kansen en het aanbieden van een actieve houding in plaats van het pakken van een kans als die voorbijkomt. En die creëren van kansen kan wat ons betreft op allerlei manieren. Dit zijn opties. En om heel concreet in te gaan op de vraag over een tweede bedrijfswoning. Ja dat kan dan inderdaad gaan als er een familielid graag op het bedrijf wil werken, blijven werken, maar bijvoorbeeld een andere tak van sport binnen zo’n bedrijf, een toekomstbestendige tak van sport, dan zou dat mogelijk, wat ons betreft mogelijk kunnen zijn. Maar nogmaals, het zijn voorbeelden. De voorzitter: De heer Van Limburg wil interrumperen. Mevrouw Hendriks: O ja? De heer Van Limburg: Ja dank u wel voorzitter. Dan heb ik een vraag. Kijk, ik heb zelf een stukje grond. Ik heb een bedrijf. En kan ik dus een woning dan creëren voor mijn zoon? Dank u wel. Mevrouw Hendriks: Nou als u dat bij. De voorzitter: Ik beschouw dit als een voorbeeld. De heer Van Limburg: Puur hypothetisch. De voorzitter: Anders zitten we hier in een onderhandelingssituatie en dat moeten we niet willen, dat weet u. Mevrouw Hendriks, gaat u toch even door met uw beantwoording en dan kunnen we kijken of de vragen voldoende beantwoord zijn. Mevrouw Hendriks: Ja dank u wel voorzitter. Ik wil even reageren op mijnheer Van Limburg.
Als u met, wat ons betreft hè, als er een tweede woning gecreëerd zou worden en u zou op die manier bijdragen aan, bijdragen aan biodiversiteit, het produceren van kwalitatief goed voedsel en wellicht mooi landschapsbeheer, lijkt, ja dat zijn natuurlijk één van de, dat zijn natuurlijk doelen die een agrariër op zich neemt. Als u daaraan voldoet dan zie ik niet in waarom dat, wat ons betreft, niet mogelijk is. Maar nogmaals, geen toezeggingen, helemaal niks. En wat betreft de opmerkingen van mevrouw Van Loon, dank u wel, volgens mij werken heel veel boeren nu al natuurinclusief, omdat ze natuurlijk allemaal met de natuur werken. Dus wat ons betreft, ik snap uw aanvulling. Ik zie ook niet zo heel goed in waarom we dat niet zouden doen. Maar het suggereert wel alsof het nu niet gebeurt. En daar heb ik wel een klein beetje moeite mee.
23
De voorzitter: Mevrouw Van Loon, u wilt hierop reageren. Mevrouw Van Loon: Ja ik wil hier heel graag op reageren. Ik draag de agrarische sector een warm hart toe. Ik heb al vaker gezegd dat ik op een boerderij geboren en getogen ben. En gelukkig erfelijk belast met agrarisch, met boerenbloed. Maar, dat is niet overal het geval. Er wordt ook vaak geroepen, dat is ook geroepen op de commissievergaderingen door insprekers, van beheerders van het landschap, dat klopt in veel gevallen maar dat is niet altijd zo. En dankzij de boeren kunnen we eten. En ik heb het al vaker laten vallen deze avond. Er zijn ook een heleboel bloembollenvelden en kerstbomen die we echt niet kunnen eten en die vaak de verschroeide aarde achterlaten. Dus ik denk dat we de agrarische sector, die moeten we niet over één kam scheren, niet in positieve zin en ook niet in negatieve zin. Dus daar wil ik toch op reageren. En dat de agrarische sector zich niet altijd natuurinclusief ontwikkeld. Ik ben het helemaal met mevrouw Hendriks eens als we het erover hebben dat we boeren moeten stimuleren. En ik denk dat de agrarische sector aan innovatieve krachten rijk bedeeld is, maar dat agrariërs vooral ook een bestendige toekomst tegemoet willen gaan, dat ze duidelijkheid willen. En ik denk dat een Omgevingsvisie een heldere koers kan uitzetten en dat we daarvoor moeten gaan.
En wat mij betreft, die natuurinclusiviteit, ja u heeft het al aangegeven, maar die verduidelijkt voor mij heel veel. O en ik zal weer die kant op praten. Die verduidelijkt voor mij heel veel, maar voor mij is de agrarische sector niet inherent aan natuurbeheer. De VVD-fractie die noemde vandaag ook al dat de provincie Gelderland een hele mooie koers aan het varen is, ook door geld bij natuurbeheerorganisaties weg te halen en dat te investeren in de agrarische sector. En dat is ook wat ik fantastisch vind, omdat boeren echt de hoeders van het landschap kunnen zijn. En dat daar ook, wat mij betreft, veel meer stimulans naar uit mag gaan. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog even een interruptie van mevrouw De Vries, VVD. En daarna ga ik terug naar mevrouw Hendriks. Mevrouw De Vries: Voorzitter, ja voorzitter. Met name de laatste zinnen van D66-fractie triggert de VVDfractie eigenlijk wel. Want hoor ik nou D66 eigenlijk zeggen van, nou ik wil nog eens met elkaar overleggen want volgens mij is er niet zoveel verschil in opvattingen rond wat dit amendement feitelijk beoogt? Of ziet D66-fractie een onoverbruggelijk, onoverbrugbaar verschil naar aanleiding van de fase van dit debat? Ik heb het idee dat we er bijna zijn voorzitter. De voorzitter: Een interruptie op een interruptie, maar dat is goed voor het debat.
Mevrouw Van Loon, bent u er bijna? Mevrouw Van Loon: Ik, volgens mij zijn we er allemaal. En dit gaat helemaal ook over deze Omgevingsvisie. We kunnen er allemaal in lezen wat we erin willen lezen, maar door het er met elkaar over te hebben staan de neuzen dezelfde kant op. En ik denk dat de neuzen een heel end de goede kant opstaan, als we maar in de microfoon blijven praten met elkaar. De voorzitter: Dat is zeker een mooie oproep mevrouw Van Loon. Dan ga ik terug naar mevrouw Hendriks, CDA. Mevrouw Hendriks: Ja voorzitter, dank u wel. Reagerend op mevrouw Van Loon, ja de camera naar u. Het klopt, natuurinclusief, de agrarische natuurinclusief boeren, ja klinkt een beetje onaardig, gebeurt heel veel maar nog niet overal. Dus daar vinden we elkaar inderdaad in. En juist daarom is het wat ons betreft noodzaak om kansen te creëren in plaats van te wachten tot er een kans voorbijkomt. Dus uw betoog heeft, nou ja, een extra, wat ons betreft een extra stimulans gegeven om dit amendement, nou ja nogmaals bij u onder de aandacht te brengen en wellicht samen te voegen met het amendement van de VVD. Dank u wel. De voorzitter: Dan zie ik nog een interruptie van de heer Scholten? Of?
24
De heer Scholten: Voorzitter, dank u wel. Misschien toch, ik heb een aantal vragen gesteld en ik heb nog geen antwoord gehad van de fractie van het CDA. De financiering, de betaling van ondernemers, agrarische ondernemers, hoe zien zij dat in relatie tot andere ondernemers die geen vergoedingen krijgen? Volgens mij is de agrarische sector al één van de sectoren die al behoorlijk wordt gesubsidieerd. De tweede woning, daar reageert u wel op van de heer Van Limburg, dat hij als hij eraan voldoet, dat hij daar gebruik van kan maken. Maar het gaat me meer om van, wat is nou die toekomstbestendigheid die hier genoemd wordt door een tweede bedrijfswoning toe te staan? Is het niet meer van we gaan zaken regelen hier lokaal, omdat vanuit rijksbeleid ontzettend veel regels erbij komen, dat lezen we ook iedere dag bijna. En we moeten nu op deze manier maar even proberen om te kijken kunnen we voor onze lokale agrariërs nog wat rechtzetten. Dus die twee vragen die ik had over die tweede woning en het betalen van die vergoedingen voor het landschap, en ik hoor dat agrariërs met name de hoeders zijn van het landschap de afgelopen decennia, dus dat doen ze al hartstikke goed, waarom moeten we dan nu ervoor gaan betalen? Daar zou ik graag antwoord op willen hebben. Dank u. De voorzitter: Mevrouw Hendriks, kunt u daar nog antwoord op geven? Mevrouw Hendriks: Zeker.
Het is net ook al genoemd door mevrouw Van Loon en door mevrouw De Vries. Dat bijvoorbeeld in de provincie Gelderland niet enkel de landschapsbeheerders, dus het landschap zal ik maar zeggen, Gelders landschap, een subsidie krijgen voor het beheer van landschap. Maar dat ze in de provincie Gelderland dat ook via agrariërs zouden willen doen, of wellicht al doen. Dat is bijvoorbeeld een voorbeeld. En dat zijn volgens mij niet extra regeltjes of dat is volgens mij het uitbreiden van de mogelijkheden die er al zijn. En nogmaals, dit zijn voorbeelden, dit zijn ideeën. We zijn ook in een visiefase, dus om heel gedetailleerd hierop in te gaan lijkt wat ons betreft nu niet het moment. En bovendien lijkt me dat ook meer iets aan de uitvoerders/het college. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Scholten, bent u tevreden? De heer Scholten: Ja, tevreden met de beantwoording. Zou het dan misschien iets zijn dat de indieners van het amendement die laatste voorbeelden wellicht uit het tekstvoorstel, de wijziging, zouden halen? Want dan hebben we er ook geen verwarring over van gaat het nou over woningen, gaat het nou over financiering, of nee, het gaat over een toekomstbestendige agrarische bedrijven. Dus wat zou kunnen ieder geval nog even aan de fractie van het CDA willen vragen.
De voorzitter: Mevrouw Hendriks, is dat nog een goede suggesties wat u betreft? Mevrouw Hendriks: Stel dat we dat doen mijnheer Scholten, stemt Nieuwe Lijn dan mee in? De voorzitter: Mijnheer Scholten. De heer Scholten: Ja mevrouw Hendriks, u weet, u kent Nieuwe Lijn, wij gaan altijd eerst even in de fractie overleggen hoe we erin staan. We hebben het amendement net gekregen, er wordt ook gedebatteerd. Dus voor die beeldvorming willen we graag alles afwegen. En in het kader van het algemeen belang willen we dan graag een juiste keuze maken. Dus het ziet er in ieder geval beter uit als het er niet instaat, die voorbeelden, want die voorbeelden gaan een eigen leven leiden. Dat zien we vanavond ook al in de discussie. Dus ik zou ik toch willen adviseren om dan toch daar nog even naar te kijken. Dank u wel. De voorzitter: Beschouwt u het als een advies. Mevrouw Van Loon, D66. Mevrouw Van Loon: Dank u wel. Ja, heb ik toch nog een vraag aan de fractie van de Nieuwe Lijn want de Omgevingsvisie die staat bomvol met voorbeelden. En zo wordt ook genoemd dat agrariërs worden
25
uitgenodigd om bij te dragen aan het verkorten van de ketens door bijvoorbeeld verkoop van streekproducten. Heeft u overwogen om daar een amendement op in te dienen? De voorzitter: Mijnheer Scholten. De heer Scholten: Nee want, dat hebben we niet overwogen, dank u wel voorzitter. Omdat namelijk hier de sector wordt uitgenodigd en dat is iets anders dan dat wij hier als gemeenteraad in de Omgevingsvisie gaan vastleggen dat wij vinden dat het zo en zo zou kunnen. Nee, wij nodigen de sector uit bijvoorbeeld voor de verkoop van streekproducten. Wij zeggen niet wij gaan de sector aangeven dat zij streekproducten moeten gaan verkopen. En dat is volgens mij in de uitleg die eronder staat wel aan de orde. Tweede bedrijfswoning, financiering. Dat is iets anders dan we nodigen ze uit. Dus je wil regisserend zijn als gemeente, maar dan moet je niet alles voor een ander willen regelen, maar dan moet je de ruimte geven. En volgens mij de tekst zoals die er stond, volgens ons, geef die alle ruimte om die ketens te verkorten, streekproducten te introduceren, maar de sector zal het zelf moeten doen. Wij gaan ook niet tegen een Albert Heijn zeggen van je moet nu iets anders op de schappen zetten, want dat vinden we veel leuker. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Uitgebreid antwoord. Mevrouw Van Loon piekert er nog even over, maar dat mag. Daar is dit debat ook voor. Mevrouw Hendriks, CDA.
U nog even? Mevrouw Hendriks: Ja, dank u wel. Mijnheer Scholten, als reactie op uw reactie weer. U heeft uitgelegd hoe u zorgvuldig tot uw overweging komt. Wij zouden wel graag willen uitleggen hoe wij komen tot dit betoog. En deze voorbeelden die hebben we natuurlijk ook niet zelf uit onze mouw geschud, maar we hebben ook intensief contact gehad met agrariërs in onze gemeente. Maar inderdaad, het zijn voorbeelden en wij leggen helemaal niks op. En de uitwerking komt later. De voorzitter: Dank. Volgens mij is dit voldoende besproken met mekaar. Goed om zo elkaar eventjes te beproeven of de amendementen ook goed begrepen worden. Overigens zie ik dus die twee amendementen, nou ik ben slechts uw voorzitter dus ik ga niet over uw inhoud, maar het een amendement van het CDA en het amendement van de VVD/ChristenUnie-SGP, volgens mij bijt het mekaar niet hoor. En die staat op twee verschillende pagina’s. Dus volgens mij is er niet eens, hoeft u niet eens grote noodzaak te zijn om het samen te voegen, maar daar gaat u natuurlijk zelf over hè. Maar het is niet een noodzaak, want het mag ook twee pagina’s terechtkomen. Daar bent u helemaal vrij in. Ik kijk nog even of iemand in eerste termijn nog het woord wil voeren. Zo niet, dan dank ik u voor deze uitgebreide eerste termijn. Dat is goed, want ik denk dat het een belangwekkend stuk is.
En dan ga ik voor de mogelijke beantwoording van vragen naar de heer Aalbers, want die heeft corvee vandaag. Namens het college, mijnheer Aalbers. De heer Aalbers: Dank u voorzitter. Het is wel eervol corvee hoor, want het is maar zelden dat je als wethouder zo’n groot stuk met een Omgevingsvisie voor een hele lange reeks van jaren met de raad over mag afstemmen, hopelijk tot besluitvorming kan komen. Ik heb ook genoten van het debat zojuist. Het was af en toe van o ja, Jan je moet wel even wat aantekeningen maken, want je moet er zo op reageren. Dus dat hoop ik gedaan te hebben. Voorzitter, even voor de orde. Er zijn een paar opmerkingen geweest die een relatie hebben met de Energievisie. De voorzitter: Mijnheer Aalbers, u mag naar de zaal kijken, want dan kijkt u ook in de microfoon, praat u ook in de microfoon. Het is een beetje instructie, maar gaat uw gang. De heer Aalbers: Ik zal me beteren voorzitter. Met uw welnemen zal ik wanneer de beurt is aan die vragen die over de energie gaan, de Energievisie, het balletje willen doorgeven, via u uiteraard, aan de heer Visser. Want dat is zijn portefeuille. Maar goed, om van wal te steken, zonder overigens de beeldspraak met opzet te gebruiken. De Omgevingswet is een moderniserende wet en een bundelende 26
wet. Alle regelgeving over onze fysieke leefomgeving, of het nou gaat om bouwen, of milieu, of water, of natuur, ruimtelijke ordening, alles is fysieke leefomgeving. En dat heeft tot nu toe aparte wetgeving en dat wordt gebundeld in de Omgevingswet. En het gaat erom dat die Omgevingswet, dat is eigenlijk wel één van de hoofddoelen, zorgt voor een goed evenwicht tussen het benutten en het beschermen van onze leefomgeving. En in dat spanningsveld hebt u zojuist ook gedebatteerd, maar wel als het hoofddoel, en ook het hoofddoel van onze Omgevingsvisie, om te zorgen voor een veilig en gezonde, fysieke leefomgeving van goede kwaliteit. En dat is het hoofddoel waar we het vanavond over hebben. En dat is ook het hoofddoel waar onze Omgevingsvisie over gaat. De Omgevingswet wil ook de regels voor ruimtelijke ordening vereenvoudigen en samenvoegen. En dat doen door ruimte te geven voor initiatieven, daartoe uit te nodigen zelfs, om een duidelijke plek te geven aan de inbreng van belanghebbenden van inwoners, de participatiedoelstelling. En om ervoor te zorgen dat voor alles één ingang ontstaat. Het Omgevingsloket. Dat zijn de hoofddoelen. En ik denk dat we een mooie visie aan u voorgelegd hebben. En dat blijkt ook uit de vele complimenten die ik zowel tijdens de commissievergadering alsook vanavond van u gehoord heb. En tijdens de commissievergadering ook gehoord heb van de insprekers.
En tijdens de participatiebijeenkomsten ook van alle belanghebbenden, nou alle, maar van veel belanghebbenden en inwoners. Dus de complimenten die aanvaarden wij graag. Die leiden we ook door naar onze ambtelijk medewerkers, maar geven we ook terug aan al die mensen die zich hierbij betrokken voelen. En die geef ik ook graag terug aan u, want u hebt zojuist onderling wat mij betreft zeer inhoudelijk gedebatteerd. En hoewel de verleiding er is om het over details van nu te hebben, moeten we ons toch realiseren dat de opgave is over de grote lijn en de toekomst te discussiëren. Goed, in dat licht gaat het erom dat de Omgevingsvisie met een lange en zorgvuldige aanloop tot stand is gekomen. Dus met inwoners, ketenpartners, stakeholders, hoe je ze allemaal noemen wilt. En die zijn op heel veel verschillende momenten daarbij betrokken. Er werd al met enige nostalgie gerefereerd aan de zwerm. Maar ook alle andere bijeenkomsten die soms op onderdelen, soms op de hoofdlijn, geweest zijn en ja, waar ook u als raad op diverse momenten bij betrokken bent geweest. Zelfs bij de keuze van het adviesbureau, wat we als regiegemeente hiervoor hebben willen inschakelen. Daar bent u bij betrokken geweest. De ter inzagelegging van dit stuk is 9 weken geweest. Dat is anderhalf keer zo lang als de gebruikelijke 6 weken.
En ik zou natuurlijk nog een verdere uiteenzetting kunnen geven over de hoofddoelstellingen, de kernpunten van de Omgevingsvisie, maar dat heb ik eigenlijk in de commissievergadering al gedaan. En dat verdient wel herhaling, maar behoeft geen herhaling. Dus ik denk dat ik het dan ook maar niet doe nu vanavond. Maar ik wil wel degelijk graag ingaan op de inbreng van vanuit de raad. En ik neem maar gewoon de chronologisch volgorde aan zoals die vanavond zich afgespeeld heeft. Dus dan begin ik met de inbreng van de fractie van de VVD. Dank voor uw compliment, u vindt het een mooi resultaat. En verder bent u daarna ingegaan over de spanning tussen wat betreft landbouwsector, agrarische sector en de ontwikkeling van biodiversiteit. Als ik u verwijs naar bladzijde 19, dan is dat maar één bladzijde waarop in positieve zin wordt gekeken naar de landbouwsector. Want op die bladzijde 19 daar gaat het om perspectief bieden aan de agrarische sector. En waar het gaat om de, waar u de spanning voelt. Veel problematiek die wij in ons milieu aantreffen, waar we mee te maken hebben, ook op nationaal niveau, ja die komt in Epe versterkt aan de orde. En dat komt omdat wij hele kwetsbare natuur hebben.
En het is dus niet zo dat als wij dit problematiek noemen dat wij specifiek wijzen naar de agrarische sector zoals die in onze gemeente aanwezig is, maar we hebben hier te maken met de milieukwaliteit die gewoon een landelijke invloed heeft, maar op de Veluwe versterkt naar voren komt vanwege de kwetsbaarheid van onze natuur. Dus die. De voorzitter: Mijnheer Aalbers, er is een interruptie van mevrouw De Vries van de VVD. Mevrouw De Vries: Voorzitter, ik vind dit een buitengewoon prettige toelichting die het college nu geeft. En waarom vind ik die toelichting, namelijk we hebben een probleem en wij moeten wat rond stikstofdepositie. Waarom is die toelichting niet zo concreet en zo uitgebalanceerd, zoals u dat nu naar de raad toebrengt, niet vastgelegd in de Omgevingsvisie? Want dit is nou precies de toon, voorzitter, waarvan de VVD-fractie had gehoopt dat die wat meer dominanter in de visie naar voren was gekomen. 27
Dus is het dan een gemiste kans geweest, dat we nu in retroperspectief, nu we daar met elkaar in gesprek zijn, daar wat meer toenadering op zoeken? Dat is een beetje de worsteling, maar ik. De voorzitter: Uw punt is duidelijk. We gaan kijken of de heer Aalbers daar licht op kan werpen. De heer Aalbers: Ja voorzitter, dat doe ik graag. Ik ben blij met uw aanvullende vraag, want ik had hierop willen aansluiten, doe ik nu, met te zeggen dat die aandacht voor de agrarische sector op heel veel plekken in de Omgevingsvisie terugkomt. Want ik heb natuurlijk goed geluisterd in de commissievergadering en me ook voorbereid voor vanavond. En ik heb 13 pagina’s bij mekaar liggen, ze liggen hier met een nietje erdoor, waar over de agrarische sector wordt gesproken in de zin van het bieden van een ontwikkelingsperspectief, het uitnodigen om mee te veranderen om de grote opgave die in de Nederlandse agrarische sector aanwezig zijn, in de natuur- en milieusector aanwezig zijn, te helpen oplossen. Dus het is misschien wat, daardoor wat diffuus geworden in de totaliteit van de Omgevingsvisie, maar net zo diffuus en net zo verspreid is ook de kwaliteit van natuur en milieu daar ook steeds in verweven. Dus er is wel degelijk aandacht voor in de Omgevingsvisie en er is ook een apart hoofdstuk over landbouw te vinden. Dus ik denk dat ze daar voldoende aandacht aan besteed is.
U hebt het ook over gehad over het wonen. En gewezen op de combinatie, of combinatie, op de keuze die er ligt voor inbreiding dan wel uitbreiding. En of ik daar wat duiding over kan geven. Ja, dat kan ik best. Er is over inbreiding en transformatie de laatste jaren al heel veel gedaan. U kunt de woonagenda daarop nalezen. Daar staan al heel veel concrete punten in waar dat gebeurd is. Maar eindeloos op inbreiding mikken bij een groeiende bevolking betekent dat je de hoogte in moet of alles heel dicht moet bebouwen. En geen van tweeën zijn verkieselijk wat het karakter van onze gemeente betreft. En ook niet verkieselijk omdat het gaat ook om klimaatadaptatie waarbij je met name met stijgende temperaturen in de zomer met hittestress te maken krijgt. Dus we proberen wel degelijk die mix te vinden tussen inbreiding en uitbreiding, maar inbreiding is niet de enige oplossing. Vandaar dat we dus wat woningbouw betreft ook de zoekgebieden hebben aangegeven, u kent ze vanuit de visie. Wat betreft de vitale vakantieparken heeft u ook nadere duiding gevraagd. En het is zo dat we uiteraard een overleg gaan voeren over mogelijkheden binnen de kaders die de Omgevingsvisie stelt met de recreatiesector. En ik kijk, nee dat mag niet, ik moet vooruitkijken om naar links te kijken naar collega Visser, want die wil vast wel iets aanvullen, met uw permissie voorzitter, over vitale vakantieparken.
Zullen we dat doen? De voorzitter: Misschien is het verstandig om eerst uw betoog af te maken en dan dat de heer Visser alle punten pakt van zijn portefeuille. En dan heeft u ondertussen een slokje water kunnen nemen en dan kunt u door. De heer Aalbers: Dank je wel. Goed, dan ga ik verder. Dan moet ik iets zeggen over het amendement dat door VVD samen met SGP is ingediend. Voorzitter, dat amendement volgde, of kreeg ook een flinke discussie in de raad zojuist. Die woordenstrijd die zou ik niet willen overdoen, noch daar een zekere positie in willen nemen, want het gaat niet om precies één of twee woorden, het gaat erom van wat stelt het amendement nu eigenlijk voor. Een bepaalde tekstpassage te vervangen door een andere tekst. En wat het college betreft is die vervangende tekst is een prima tekst. Wij zouden daar best mee uit de voeten kunnen. En het gaat erom, waarom dat zo is, omdat er opgeroepen wordt, gewezen wordt op samenwerken. En dat is het kernpunt ervan en het is toekomstgericht. Dus afgezien van de discussie zoals die zich afgespeeld heeft, deze tekst is voor ons aanvaardbaar en het is uiteraard aan de raad om daar een beslissing over te nemen. Voorzitter, dan kom ik bij de inbreng van fractie SGP-ChristenUnie, mijnheer De Ruiter. Ook daar werd de aandacht gevraagd voor de spanning tussen de ontwikkeling van de agrarische sector en bijvoorbeeld de klimaatdoelen.
Het is niet zo mijnheer, sorry voorzitter, het is niet zo dat ik als antwoord op mijnheer De Ruiter instem met zijn idee dat de klimaatdoelen vooral als opgave bij de agrarische sector worden neergelegd. Dat is een opgave die voor ons allemaal geldt, die geldt voor alle sectoren in onze samenleving, dus ook voor inwoners, maar ook voor het bedrijfsleven, maar ook voor de mobiliteitssector. Het is een echt een brede opgave. Maar het is wel zo, en dan herhaal ik even 28
wat ik straks zei, de kwetsbare natuur van de Veluwe heeft wel degelijk hier van de milieuproblematiek veel te lijden. De NOS-app vandaag die heeft dat ook nog een keer gemeld. De Veluwe heeft versterkt de effecten van de milieuproblematiek. De voorzitter: Mijnheer Aalbers, de heer De Ruiter wil nog interrumperen. De heer De Ruiter: Dank u voorzitter. Ik hoorde eigenlijk in het antwoord wat u gaf aan mevrouw De Vries al een beetje het signaal dat u het amendement niet gaat afwijzen, misschien zelfs wel gaat omarmen. Waarom hebben wij dit ook ingediend? Met name omdat de toon de muziek maakt. Als metafoor wil ik dat even gebruiken. En gelijktijdig een tweede metafoor. In de huidige Omgevingsvisie richting de landbouwsector heeft u niet de juiste snaren weten te vinden. Ik heb het idee dat u zojuist in uw antwoord naar mevrouw De Vries en nu ook naar mij toe, misschien wel bereid bent om dat te gaan wijzigen, zodat de agrariërs ook de juiste toon gaan pakken. Dank u. De voorzitter: Dank. En voordat ik het woord teruggeef aan de heer Aalbers namens het college, de beraadslagingen zijn ook een onderdeel van de besluitvorming. Dus alles wat hier gezegd wordt is ook belangrijk dat dat geboekstaafd wordt. Mijnheer Aalbers, namens het college. De heer Aalbers: Ja, die uitnodiging die neem ik graag aan mijnheer De Ruiter.
Het is wel degelijk zo dat de agrarische sector ook een hele belangrijke rol heeft. En ja, ik zou zeggen, let straks even op het eind van mijn betoog, want ik heb een aantekening gemaakt bij het betoog van mevrouw Hendriks. En dat hoort u dan straks even. Goed. De heer De Ruiter: Ik wacht het rustig af. De heer Aalbers: Ja. Maar het amendement waar we het net over hadden is ook uw amendement, dus op dezelfde manier beoordeel ik dat. De tekst is wat ons betreft een prima tekst. Daar kunnen we zeker mee uit de voeten. En zoals ik zei, dat is straks voor de raad om daarover te beslissen. De inbreng van Gemeente Belangen van de heer Van Limburg. Dank ook voor uw complimenten. U bent ingegaan op zon op dak en ook vooral de daken in het buitengebied. En dat is zo’n onderwerp wat ik graag ook even door wil spelen zo straks naar collega Visser, die uiteraard over de Regionale Energiestrategie gaat die straks ook inpassing krijgt. En dan kan hij ook iets zeggen over kernenergie. Ja. Goed. Dan kom ik bij de inbreng van mevrouw Boer van Partij van de Arbeid. U ook hartelijk dank voor uw complimenten. En ook u hebt specifiek aandacht gevraagd voor het hoofdstuk over wonen. Gepleit voor een wat meer actieve rol wellicht. En of er wel voldoende regie vanuit de gemeente geleverd kan worden.
Zoals u weet hebben wij woonbeleid, we hebben een woonagenda, waarin wij richting geven aan de ontwikkeling van onze woningvoorraad. Bij projecten wijzen wij erop dat bij bepaalde aantallen een verdeling moet zijn, minimaal zoveel procent, van die klasse en van dat niveau, enzovoort. Dus daar hebben wij een sturingsinstrument. Wat ik net al zei, inbreiden en transformeren is al heel veel toegepast. De opgave die wij hebben voor woningbouw voor de komende jaren is ongeveer 1300 woningen. En ik geef het u te doen. Als u het met inbreiden 1300 plekken voor een woning zou willen vinden in de huidige bebouwde omgeving, dat haal je echt niet. Dus vandaar dat we ook uitbreidingslocaties hebben aangegeven. En wat u geopperd hebt over actief grondbeleid. Dat is een standpunt wat door uw raad is vastgelegd bij de eerdere beleidsnota’s over wonen en over grondbeleid. Hebben we in het verleden gehad. We hebben nog een grondpositie, maar die hebben we wel, nou ja bevroren in die zin, wij gaan, wij hebben sinds die tijd geen actieve grondpolitiek meer gevoerd. Maar waar we strategische grondposities hebben, gebruiken we die uiteraard wel voor zolang dat kan. De voorzitter: Mijnheer Aalbers, er is een interruptie van de heer Van Limburg. En ook van mevrouw Boer. Mijnheer Van Limburg, Gemeente Belangen. De heer Van Limburg: Ja daar ben ik weer. 29
De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Limburg: Ja het blijkt, voorzitter, dat de wethouder ook drukker is geworden. Ik had hem een vraag gesteld per email. En ik dacht van nu het toch ter sprake is over het grondbeleid wil ik hem nu de vraag stellen van, hoe staat de wethouder tegenover sociale huur en sociale koopwoningen op pachtgrond? Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Boer, PvdA. Interruptie. Mevrouw Boer: Dank u wel voorzitter. Ja mijn, of onze specifieke vraag van de PvdA is of u in de visie, in de huidige visie, mogelijkheden ziet om dat grondbeleid te kunnen uitvoeren. En of u ook dit als mogelijkheid ziet om meer regie te kunnen voeren als gemeente. U zegt vooral van we hebben een hele grote opgave, maar ik denk dat we die opgave niet alleen aan de initiatiefnemers over kunnen nemen, maar dat we juist als gemeente samen initiatieven op moeten pakken en moeten bijsturen als regiegemeente. De voorzitter: Mijnheer Aalbers, kunt u op beide interrupties ingaan? De heer Aalbers: Dank u voorzitter. Wat betreft de eigendomssituatie voor het bouwen van woningen. Ik denk niet dat dat meteen doorslaggevend is voor de soort woningen die we daarop laten verschijnen. Alles heeft zo zijn prijseffect. Ik bedoel, als je een woning bouwt op een eigendom stuk grond dan heb je te maken met je financieringslasten daarvoor. En in feite is erfpacht ook een financieringslast.
En misschien doelt u op de situatie zoals die in het Westen van het land voorkomt, waarbij eeuwigdurende erfpacht plaatsvindt. Maar dat is meer voor, denk ik, voor een discussie wanneer we het over dat onderwerp specifiek gaan hebben. De voorzitter: Kunt u nog even ingaan op wat de heer Van Limburg heeft gezegd? De heer Aalbers: Ja. De voorzitter: Ja. De heer Aalbers: Dat deed ik zojuist. De heer Van Limburg: Ja maar goed. De voorzitter: De heer Van Limburg dan. De heer Van Limburg: Daar wilde ik eigenlijk op reageren voorzitter, dank u wel. Nou, u noemt daar voorbeelden in het Westen. Nou, ik wil het eigenlijk wat dichter bij huis houden. Volgens mij zijn er voorbeelden uit Hattemerbroek en Hattem die zo’n constructie hebben doorgevoerd. En met alle respect, en vrij succesvol zijn geweest. Dus vandaar de vraag van, hoe staat u als wethouder tegenover met name de goedkopere woningen, sociaal of huur en koop, maar dan op pachtgrond? Dank u wel. De voorzitter: Ik denk dat, voordat ik het woord teruggeef aan de heer Aalbers, dat de heer Aalbers ook al gezegd heeft dat dit wel een heel specifiek onderwerp is dat misschien op een ander moment beter kan worden bediscussieerd. De heer Van Limburg: Helder, dan gaan we dat doen. De voorzitter: Maar we gaan even kijken of de heer Aalbers dat met mij eens is.
30
De heer Aalbers: Dank u voorzitter, die kop ik graag in. Met u eens. En ik nodig mijnheer Van Limburg van harte uit om dat debat straks ook echt aan te gaan. Daar hebben we uiteraard het samenspel met de woningcorporaties ook bij nodig. Dus daar gaan we het zeker nog over hebben. Wat betreft de vragen van mevrouw Boer over actief grondbeleid. De keuze is gemaakt hè, we doen het niet meer. En als we die keuze zouden willen veranderen, dan is daar uiteraard een beleidsbeslissing van de raad voor nodig. En dat gaat via het, nou ja, het woningbouwbeleid wat u straks als de Omgevingswet van toepassing is, zou kunnen terugzien als een programma. Het instrumentenprogramma wat we daarvoor in kunnen zetten. Dus dan is het wellicht opnieuw weer aan de orde. En wat we met onze huidige positie doen, dat is dus van ja we hebben op bepaalde plekken gronden en dan zijn we dus, ja privaat eigenaar en hebben daar onze rol in te spelen. En dat doen we ook. Daar maken we dus in die situaties natuurlijk gebruik van. Op sommige plekken zijn er al bepaalde afspraken natuurlijk gemaakt. U kent de overeenkomsten die we bijvoorbeeld voor Het Slath in het verleden al hebben laten passeren. Maar ook dat voert wat mij betreft voor nu toch wel wat ver, om het actief grondbeleid nu uit te discussiëren als het gaat om de Omgevingsvisie. Dan wil ik graag naar de inbreng van.
De voorzitter: Ik zie toch nog even een interruptie van mevrouw Boer, PvdA. Mevrouw Boer: Ja ik had ook nog de vraag gesteld wat voor mogelijkheden of er, of u als college wel ziet om meer regie te kunnen voeren op het woningbeleid. Vanuit de gemeente. De voorzitter: Mijnheer Aalbers. De heer Aalbers: Ja voorzitter, dank u. Wat mij betreft hebben wij met het instrument wat we hebben in ons woonbeleid en in onze woonagenda en de elementen die daarin staan met het leveren van, het regisseren van de samenstelling van de hoeveelheid woningen en de aard van de woningen die op bepaalde projecten gerealiseerd worden, hebben wij daar een belangrijk sturingsinstrument. En op dit moment zie ik daar niet nog een aanvullend instrument in het verschiet. Maar uiteraard staan we graag open voor suggesties wanneer we het daar weer met de raad over gaan hebben. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Aalbers: Dank u wel. Dan wil ik graag ingaan op de inbreng van D66, mevrouw Van Loon. U hebt aangegeven dat u het liefst nog wel wat concretere dingen zou willen lezen in het, in de Omgevingsvisie. En met name dan regie nemen wat concreter zou willen aangeven. En vervolgens, toen raakte ik het even een beetje kwijt, want toen had u het over creatief zijn met bestemmingsplannen.
Nou, dat zou ik toch niet willen omarmen, want bestemmingsplannen die zijn inderdaad, dat zijn juridisch bindende plannen. En alles wat daarin staat is kaderstellend hè. Maar er zijn wel mogelijkheden die in zo’n bestemmingsplan intrinsiek aanwezig zijn. En wanneer er een initiatief tot ons komt dan, dat is ook de geest van de Omgevingswet, dan denken wij wel mee met initiatiefnemers van in hoeverre kunnen we uw initiatief helpen realiseren als dat verder past binnen het gemeentelijk beleid. De kaders die het bestemmingsplan stelt, die worden toegepast. En die kaders, daar kunnen we niet van afwijken. De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Van Loon, D66. Mevrouw Van Loon: Ja dank u wel voorzitter. En zoals de heer Aalbers het nu stelt, daar wilde ik juist de vinger opleggen. Dat in het bestemmingsplan dat daar nu vaak afwijkingsmogelijkheden zijn van, of afwijking dat is het verkeerde woord, maar dat er in de regels nog een heleboel mogelijkheden zijn waardoor je uiteindelijk uitkomt wat niet de geest was van wat de inwoners voor ogen is gehouden. En ja, ik wil toch een klein voorbeeld noemen, bijvoorbeeld een kerstbomenakker.
Dus in een groene omgeving, bij een beek, en dat met een heleboel, door een heleboel uitzonderingsmogelijkheden allemaal juridisch gerechtvaardigd, juridisch helemaal dichtgetimmerd, dat we toch ergens uitkomen wat niemand aan de voorkant voor ogen had met zo’n gebied. Dus dat zijn zaken waarvan ik hoop dat we met de 31
Omgevingsvisie, en de weg naar het Omgevingsplan toe, dat we dan ook echt met elkaar de grotere randvoorwaarden waar we voor staan, die kwaliteit van die gezonde leefomgeving, dat we dat ook scherp op het netvlies hebben. En volgens mij zijn de, is de creativiteit van de initiatiefnemer en het participatieproces, dat dat voldoende ruimte moet bieden, maar niet om af te wijken van de visie die we voor ogen hadden. Dus ik hoop dat u aanvoelt waar ik hoop het verschil te kunnen maken met het Omgevingsplan ten opzichte van de huidige omgang met bestemmingsplannen. De voorzitter: Mijnheer Aalbers, voelt u dat aan? De heer Aalbers: Voorzitter, ik voel altijd heel veel, maar laten we het daar niet over hebben. Ja af en toe ‘…’ ik kan het ook niet hebben, dat ja. Bestemmingsplannen zijn niet alleen maar het juridische kader wat een inwoner te hanteren heeft, maar het is ook het juridisch kader voor initiatiefnemers. En dat werkt misschien een andere kant op. Dus het is, van twee kanten is het bestemmingsplan een bepalend instrument. En verder gaf u eigenlijk al, sorry voorzitter, gaf mevrouw Van Loon eigenlijk al het antwoord op haar eigen vraag. Namelijk, dat het een kwestie is van goed opletten wanneer we straks omgevingsplannen gaan vaststellen. Dat wat daar de bedoeling is dat dat ook zijn goede vertaling krijgt in de regels die in die omgevingsplannen worden opgenomen.
En dat je je bewust bent van de ruimte die je met een bepaalde set regels biedt. Dus die uitnodiging die kaats ik graag terug, u gaf hem zelf dus. De voorzitter: Volgens mij bent u het met mekaar eens. Gaat u door met uw betoog. De heer Aalbers: Dank u wel. Vervolgens kwam er een discussie over gewasbescherming. En daarna kregen we de amendementen die mevrouw Van Loon heeft ingediend. Er is een amendement wat getiteld is Lelystad Airport en daardoor wellicht de focus heeft gekregen op dat vliegveld. Er staan nog meer vliegtuiglawaaibronnen in. Teuge is genoemd, mijnheer Van Limburg wees daarop, maar ook Defensie is genoemd. Dat had ook een vertaling kunnen krijgen in vliegveld Deelen. U weet dat er gewerkt wordt aan een luchtruimherziening in Nederland. En bij die indeling van het luchtruim, de nieuwe indeling van het luchtruim, is natuurlijk ook een taak weggelegd om het vliegverkeer van Defensie in goede banen te leiden. Dus ook al zou het ene niet opengaan en het andere wel meer verkeer te verwerken krijgen, of omgekeerd, ik denk dat het een goede zaak ik wanneer wij in onze Omgevingsvisie uitspreken dat wij onze zorgen hebben over de invloed van het luchtverkeer, wat wij op zichzelf niet zelf kunnen regelen, maar wat wel in onze leefomgeving een invloed heeft. Wij willen graag een gezonde en veilige en aangename leefomgeving hebben, dat het daarin staat.