CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A. Regionaal Perspectief Rijngebied 1 (definitief, januari 2026)

Gemeenteraad 21 mei 2026, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling lijst ingekomen stukken d.d. 21 mei 202626.393 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Profielen voor vrije ruimte In het kader van Water en Bodem sturend reserveren Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen ruimte om toekomstige waterveiligheidsopgaven mogelijk te houden, onder meer voor dijkversterking. Deze zogeheten profielen voor vrije ruimte zijn geen nieuwe ontwikkeling, maar bouwen voort op bestaande reserveringen en afspraken die al worden geconcretiseerd en vastgelegd in het omgevingsbeleid. Omdat deze profielen van invloed zijn op de beschikbare ruimte in het Rijngebied, nemen wij ze mee als gegeven randvoorwaarde in het Regionaal Perspectief. We ontwikkelen

Pagina 26 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

hiervoor geen eigen regionale uitwerking en voegen geen aanvullende ruimteclaims toe, maar houden rekening met deze lopende ontwikkeling bij de verdieping van de deelgebieden.

5.1.3 Meerlaagsveiligheid Meerlaagsveiligheid is het principe waarbij waterveiligheid niet alleen wordt benaderd vanuit het voorkomen van overstromingen, maar vanuit een breder perspectief waaronder ook het beperken van de gevolgen wanneer zich extreem hoogwater of wateroverlast voordoet. Het bestaat uit vijf samenhangende lagen (zie figuur 2), die gezamenlijk bijdragen aan dit doel. Het gaat om een meervoudige aanpak, waarin maatregelen uit verschillende lagen op specifieke momenten en met onderscheiden verantwoordelijkheden van betrokken overheden worden ingezet.

Voor de verdieping van de deelgebieden in deel 2 van het Regionaal Perspectief (juli 2026) is een gesprek over met name laag 2 van meerlaagsveiligheid van belang: gevolgbeperking door ruimtelijke inrichting. De manier waarop het binnendijkse gebied wordt ingericht, bepaalt in hoge mate hoe kwetsbaar gebieden zijn voor overstromingen en wateroverlast en welke gevolgen dit heeft voor mensen en functies.

5.1.4 Verstedelijking Verstedelijking is een urgent thema door een combinatie van ruimtegebrek, woningtekort en bevolkingsgroei. Het thema verstedelijking kent ook een prominente plek in de Nota Ruimte. De verstedelijkingsopgave zoals onder meer verbeeld op de VISTA-kaart in de Nota Ruimte laat zien dat groeiopgaven op meerdere plekken langs de Rijntakken samenkomen en doorwerken in het riviersysteem met directe raakvlakken met andere ruimteclaims en landelijke keuzes die samenhangen met het functioneren van het riviersysteem. Het gaat daarbij niet alleen om grootstedelijke ontwikkelingen, maar ook om kleinschaliger stedelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied.

Figuur 2: Meerlaagsveiligheid (bron: Kamerbrief wateroverlast, oktober 2025)

Meerlaagsveiligheid richt zich daarmee vooral op het binnendijkse gebied, waar mensen wonen, werken en waar voorzieningen zijn geconcentreerd. Daar zijn de maatschappelijke gevolgen van overstromingen en wateroverlast het grootst.

Er is dan ook behoefte aan een regionaal verhaal over verstedelijking voor het Rijngebied als geheel: een gezamenlijke duiding die richting geeft en toepasbaar is op de deelgebieden in dit Regionaal Perspectief. Daarmee wordt zichtbaar hoe verstedelijking zich verhoudt tot de aan de rivier gerelateerde opgaven en welke aandachtspunten dat oplevert voor keuzes langs de Rijntakken. In de integrale verstedelijkingsstrategieën van Zwolle, de Stedendriehoek en de Groene Metropoolregio is het van belang dat deze rivieropgaven expliciet worden meegewogen. De doorwerking en eventuele spanningen tussen verstedelijking en het riviersysteem worden in deel 2 van het Perspectief verder uitgewerkt bij de betreffende deelgebieden.

Pagina 27 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

5.1.5 Delfstoffenwinning Aanvragen voor delfstoffenwinning in het winterbed of binnendijks worden beoordeeld door de provincies, die de aanvragen toetsen op maatschappelijke meerwaarde. Zij kunnen randvoorwaarden meegeven voor herinrichting, natuur, ruimtelijke kwaliteit en het beperken van de overlast tijdens de winning. Een samenhangende strategie voor ontgrondingen ontbreekt. De afweging van de ruimtelijke effecten vindt plaats op projectniveau, maar wordt via m.e.r.-procedures ook in samenhang op gebiedsniveau beschouwd doordat autonome ontwikkelingen worden meegenomen en een doorkijk wordt gegeven naar het gebied als geheel. Ook ontbreekt een regionale grondbalans, waardoor het moeilijk is om te bepalen waar grond vrijkomt en waar juist behoefte is aan grond. Een grondbalans kan helpen om vraag en aanbod van materiaal bij elkaar te brengen, waardoor het transport en daarmee de CO2-uitstoot en de overlast voor de omgeving kunnen worden beperkt. Om beter te kunnen sturen op een goede balans tussen het belang van delfstoffenwinning en de ruimtelijke impact op het rivierengebied, inclusief de cumulatie van effecten, werken Rijk en provincies samen aan kennisuitwisseling en actualisering en aanscherping van ontgrondingenbeleid. In dit beleid moet worden meegenomen dat in 2050 grondstoffen circulair moeten zijn.

Tegelijkertijd zien we dat delfstoffenwinning kansen biedt om bij te dragen aan rivierverruiming en systeemmaatregelen, waaronder het meergeulensysteem (zie ook paragraaf 3.1). In de huidige praktijk worden deze kansen echter onvoldoende benut, doordat een gezamenlijke strategische afweging ontbreekt. De samenhang met dijkversterking, natuurdoelen, ruimtelijke kwaliteit en toekomstbestendig landgebruik vraagt daarom om een gezamenlijke Rijkregioaanpak, in samenspraak met de betreffende partijen en in samenhang met de lopende beleidsontwikkeling rond ontgrondingen en delfstoffenwinning bij Rijk en provincies. Waarbij ook een samenhangende grond- en vastgoedstrategie nodig is om maatregelen uitvoerbaar te maken binnen geldende Europese wet- en regelgeving.

5.1.6 Natuur en ecologische waterkwaliteit Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Water vormen scherp begrensde juridisch kaders die resulteren in wettelijke opgaven voor natuurdoelen in het rivierengebied. In een aantal Natura 2000gebieden in het Rijngebied is sprake van bestaande of dreigende verslechtering van natuurwaarden, waardoor hier een substantiële herstelopgave ligt. De toekomstige KRW-planperiodes zijn naar verwachting van groot belang voor de verdere ontwikkeling van het riviersysteem en de bijbehorende afwegingen in het Rijngebied. Er kan daarbij een tegenstrijdigheid ontstaan tussen KRW-maatregelen en maatregelen vanuit Ruimte voor de Rivier 2.0. Naast Natura 2000 spelen ook het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en het Gelders Natuurnetwerk (GNN) een belangrijke rol in het Rijngebied. Deze gebieden zijn provinciaal begrensd en juridisch verankerd via de Omgevingsverordeningen. Het NNN/ GNN stuurt daarmee rechtstreeks op ruimtelijke keuzes, functiewijzigingen en ontwikkelruimte, waaronder in uiterwaarden en aangrenzende binnendijkse gebieden. In tegenstelling tot Natura 2000, dat via de Omgevingswet en Europese verplichtingen doorwerkt, ligt de verantwoordelijkheid voor begrenzing, bescherming en nadere uitwerking van het NNN/ GNN primair bij de provincies.

De Natuurherstelverordening, die sinds 2024 op Europees niveau van kracht is en juridisch bindend is voor Nederland, vraagt om een bredere ruimtelijke doorwerking buiten bestaande Natura 2000gebieden. Deze nadere uitwerking vindt plaats via een nationaal Natuurherstelplan, dat het Rijk naar verwachting in 2026 ter inzage legt en in 2027 vaststelt. Daarmee ontstaat een juridisch bindende opgave waarvan de ruimtelijke doorwerking nog niet concreet is uitgewerkt. Wat dit betekent voor de verdeling van ruimte, prioritering en afwegingen in de deelgebieden buiten Natura 2000gebieden is op dit moment nog onvoldoende duidelijk.

Pagina 28 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Ambities vanuit de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) geven via Ruimte voor de Rivier 2.0 richting aan de landelijke keuzes voor rivierbodemligging en afvoer & ruimte. De PAGW werkt met ecologische streefbeelden voor 2050, die richtinggevend zijn voor systeemherstel van de grote wateren en ondersteunend zijn aan het realiseren van Natura 2000- en KRW-doelen. Het streefbeeld is een duurzaam functionerend riviersysteem, waarin maatregelen bijdragen aan het oplossen van ecologische knelpunten, het versterken van hotspots en het herstellen van ecologische verbindingen. Deze ambities hebben een andere status dan de wettelijke verplichtingen uit Natura 2000, KRW en de Natuurherstelverordening, wat in de praktijk kan leiden tot vragen over prioritering en ruimtegebruik. Het verlies aan natuurlijke dynamiek in delen van het riviersysteem, bijvoorbeeld door de aanleg en werking van stuwen, het verhogen van zomerkades en minder ‘meedoen’ van de uiterwaarden, is een voorbeeld van een belangrijk ecologisch knelpunt. Dit heeft gevolgen voor dynamische rivierhabitats waarvoor instandhoudings- en herstelopgaven gelden vanuit de Habitatrichtlijn en de Natuurherstelverordening.

Het brede natuurspectrum tussen wettelijke opgaven en ambities vraagt om regionale concretisering in samenhang met landelijke keuzes over waterveiligheidsmaatregelen: waar in het Rijngebied liggen de belangrijkste knelpunten, waar ontbreken verbindingen en waar liggen ontbrekende verbindingen die kunnen worden meegenomen bij rivierverruiming en andere waterveiligheidsmaatregelen? De formele verantwoordelijkheden in de natuurketen zijn in grote lijnen belegd bij Rijk, provincies, waterschappen en terreinbeheerders. Binnen deze verdeling is het Rijk kaderstellend voor wettelijke verplichtingen en landelijke programma’s, zijn provincies verantwoordelijk voor gebiedsgerichte uitwerking en prioritering en spelen waterschappen en terreinbeheerders een rol in beheer en uitvoering.

Wij realiseren ons dat de duiding van natuuropgaven op dit moment nog niet voldoende scherp in dit Perspectief is meegenomen en deze opgaven ook binnen Ruimte voor de Rivier 2.0 nog niet concreet zijn. Wij volgen de relevante ontwikkelingen en werken, waar mogelijk, in deel 2 van het Regionaal Perspectief (juli 2026) toe naar verdere duiding en concretisering. Voor een consistente toepassing in de deelgebieden is vervolgens helderheid nodig over ruimtebeslag en over transparante afwegingen tussen natuurambities en andere claims richting 2050, 2100 en verder. Daarbij is het uitgangspunt dat natuuropgaven, waar mogelijk, worden meegenomen in samenhang met waterveiligheidsmaatregelen en niet als een afzonderlijke ruimtevraag worden benaderd. PAGW-hotspots zijn hierin belangrijke aandachtspunten, maar de regionale natuuropgave is breder dan alleen deze locaties.

5.1.7 Zoetwaterbeschikbaarheid (inclusief grondwaterstanden en drinkwater) De beschikbaarheid van zoetwater in het Rijngebied staat onder druk door langere perioden van droog weer en laagwater, toenemende watervraag en veranderende klimaatomstandigheden. De beschikbaarheid hangt samen met natuur, landbouw, drinkwater, verzilting benedenstrooms en droogte. Drinkwater is daarbij een urgente maatschappelijke opgave en een randvoorwaarde voor stedelijke ontwikkeling en economische ambities in het Rijngebied. Keuzes over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater werken door in het functioneren van het hoofd- en regionale watersysteem en hebben gevolgen voor ruimtelijke ontwikkeling en gebruiksfuncties in het Rijngebied. Omgekeerd hebben ruimtelijke keuzes en keuzes in land- en watergebruik directe invloed op het regionale watersysteem, het hoogwatersysteem en de zoetwatervraag. Een tekort aan zoetwater bij lage rivierstanden, versterkt door rivierbodemdaling op een aantal locaties, zorgt onder andere voor lage grondwaterstanden in aangrenzende gebieden. Dit kan leiden tot

Pagina 29 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

onder meer natuurverdroging, landbouwkundige schade, funderingsschade in bebouwde gebieden en oxidatie en bodemdaling in veenweidegebieden. Daarnaast vragen zandwinningen om aandacht die benedenstrooms worden aangetakt en daardoor een lager peil hebben dan hun omgeving, omdat zij een zuigende werking op het grondwater kunnen hebben. De beschikbaarheid en verdeling van zoetwater hebben directe gevolgen voor agrarische functies in het Rijngebied, met name via keuzes in verdringingsreeksen en peilbeheer. Deze afwegingen zijn van grote betekenis voor de bedrijfsvoering, investeringszekerheid en toekomstbestendigheid van landbouw. Bij lange periodes van laagwater kan ook de drinkwatervoorziening onder druk komen te staan, waarbij de kwetsbaarheid per deelgebied verschilt en waarbij een verschuiving van grondwaterwinning naar oppervlaktewaterwinning de druk op het hoofdwatersysteem verder kan vergroten. Ook bij zeer hoge rivierstanden kan de drinkwatervoorziening tijdelijk worden beperkt, omdat het rivierwater dan veel slib en vuil bevat en niet direct geschikt is voor drinkwaterinname. Binnen Deltaprogramma Zoetwater wordt de zoetwaterproblematiek regionaal opgepakt via de zoetwaterregio’s.

Op landelijk niveau worden daarbij keuzes voorbereid over de afvoerverdeling over de rivieren bij laagwater, waarmee het riviersysteem de gewenste zoetwaterstrategie vanuit Deltaprogramma Zoetwater faciliteert. In samenhang hiermee onderzoekt Ruimte voor de Rivier 2.0 de maakbaarheid en regionale doorwerking van de landelijke laagwaterkeuzes in het Rijngebied, inclusief de effecten op het hoofdwatersysteem en de regionale watersystemen. Regionaal wordt hierop voortgebouwd door het zoetwater zoveel mogelijk vast te houden en de sponswerking van het regionale watersysteem te versterken. In de zoetwaterregio’s wordt hier al aan gewerkt via maatregelen, afspraken en afwegingen rond zoetwaterbeschikbaarheid en -verdeling. Daarbij is een

samenhangende afweging nodig tussen drinkwater, natuur, landbouw, economie en andere ruimte- en waterclaims. Hoewel de Twentekanalen buiten het plangebied van het Regionaal Perspectief Rijngebied vallen, is er sprake van een duidelijke systeemrelatie met de IJssel. De Twentekanalen zijn voor hun wateraanvoer en waterpeilbeheer afhankelijk van de IJssel, wat doorwerkt in de zoetwaterbeschikbaarheid, drinkwatervoorziening en het functioneren van het regionale watersysteem in Twente. Veranderingen in afvoerverdeling, laagwaterregime en sturing in het Rijnsysteem hebben daarmee ook beneden- en zijwaarts effect buiten het plangebied. In dit Perspectief deel 1 erkennen wij deze samenhang als relevante randvoorwaarde. Een nadere gezamenlijke uitwerking van de zoetwaterafhankelijkheden in Noordoost-Nederland volgt in deel 2 (juli 2026). Internationaal gezien speelt in Duitsland de ontwikkeling om zoetwater te gaan opslaan en vasthouden in voormalige bruinkoolmijnen. Hoe dit precies doorwerkt, is nog niet bekend en wordt daarom vooralsnog niet meegenomen in het Regionaal Perspectief. Internationale afstemming hierover vindt plaats vanuit het Rijk en via waterschappen en provincies.

5.1.8 Recreatie De recreatiedruk op onder meer de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe neemt al jaren toe met gevolgen voor mens en natuur. Het Planbureau voor de Leefomgeving vraagt daarnaast aandacht voor de toenemende behoefte aan recreatief uitloopgebied in en rond stedelijke groeikernen, als gevolg van bevolkingsgroei, verstedelijking en grootschalige woningbouwontwikkelingen. Deze ontwikkelingen vergroten de ruimtedruk, met name in overgangszones rond steden en nabij Natura 2000-gebieden, waardoor functies als landbouw, natuur, recreatie en woningbouw steeds vaker met elkaar concurreren. Dit vraagt om bewuste afwegingen over hoe recreatie in het Rijngebied wordt ingepast.

Pagina 30 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Daarbij gaat het niet alleen om recreatie als gebruiksfunctie en onderdeel van ruimtelijke kwaliteit en beleving, maar ook om recreatie en groeiend toerisme als economische sector met ondernemers, werkgelegenheid en regionale toegevoegde waarde.

gemeentelijke kwaliteitskaders waaraan ruimtelijke kwaliteit wordt getoetst. Daarnaast sluiten we aan bij richtinggevende en inspirerende documenten, zoals het Panorama Gelders Rivieren (provincie Gelderland) en de streekgidsen van provincies en gemeenten en de daarin benoemde kernkwaliteiten per regio.

Dat alles betekent dat recreatie niet pas als sluitstuk van gebiedsontwikkelingen kan worden benaderd, maar dat recreatieve en toeristische waarden vroegtijdig moeten worden meegenomen in de planvorming. Een aandachtspunt hierbij is dat verantwoordelijkheden en mandaten versnipperd zijn. Deze afwegingen leiden niet tot een afzonderlijke ruimtelijke claim voor recreatie. Recreatie past juist goed binnen meervoudig ruimtegebruik van het gebied, in combinatie met natuur(ontwikkeling), maatregelen voor waterveiligheid, landbouw en andere functies. In dat verband bieden maatregelen voor waterveiligheid en andere nature-based solutions kansen om recreatie te combineren met andere opgaven en om de druk op bestaande natuurgebieden te spreiden. Een aandachtspunt is veiligheid en kwaliteit bij de toenemende intensiteit van recreatief gebruik. Zo neemt de waterrecreatie, met name op de Nederrijn-Lek, sterk toe en leidt deze steeds vaker tot spanningen en veiligheidsrisico’s in de interactie met de beroepsvaart. Daarnaast groeit het belang van goed toegankelijke en veilige zwemwaterlocaties, mede in relatie tot toenemende hitte, hittestress en de nabijheid van stedelijke gebieden langs de rivieren. In de verdieping van de deelgebieden betrekken we nadrukkelijk recreatie als gebruiksfunctie binnen meervoudig ruimtegebruik.

5.1.9 Ruimtelijke kwaliteit Ruimtelijke kwaliteit wordt in alle keuzes meegewogen en gaat over landschappelijke inpassing, herkenbaarheid van het Rijngebied, beleving, identiteit en de balans tussen gebruik en kwaliteit. Daarbij sluiten wij aan bij bestaande, vastgestelde provinciale en

Tegelijkertijd is ruimtelijke kwaliteit een abstract begrip dat verschillend wordt ingevuld. Om dit principe in de praktijk hanteerbaar te maken, is een gezamenlijke regionale duiding nodig van wat wij onder ruimtelijke kwaliteit verstaan en hoe deze wordt toegepast, in samenhang met het principe Water en Bodem sturend. Deze gezamenlijke duiding biedt houvast om ruimtelijke keuzes langs de Rijntakken consistent te beoordelen en gebiedseigen kwaliteiten te versterken.

5.1.10

Watergebonden economie (havens, binnenvaart en watergebonden bedrijvigheid) Het Rijngebied vervult een belangrijke rol voor watergebonden economische functies. Het gaat daarbij om binnenhavens, overslag, logistiek en watergebonden bedrijvigheid, maar ook om scheepvaart en in het bijzonder de binnenvaart als dragende vervoersmodaliteit voor goederenvervoer, bereikbaarheid en economische samenhang. Tot de watergebonden economie behoren daarnaast recreatiefeconomische bedrijven die direct aan de rivier zijn gevestigd, zoals jachthavens, passantenhavens, charter- en rondvaart, waterrecreatieverhuur, campings en vakantieparken langs de rivier. Daarnaast vervullen veerdiensten langs de rivier een belangrijke rol in de regionale bereikbaarheid, waarbij zij afhankelijk zijn van waterstanden, oeverinrichting en de bevaarbaarheid van het riviersysteem. Deze economische functies zijn nauw verbonden met het functioneren van het riviersysteem. Bevaarbaarheid van de rivier, voldoende ruimte langs het water en de wijze waarop het systeem wordt ingericht zijn randvoorwaardelijk voor zowel havens en

Pagina 31 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

binnenvaart als voor andere watergebonden bedrijven. Binnenhavens en vaarwegen vormen samen essentiële schakels in nationale en provinciale logistieke netwerken en spelen een belangrijke rol in hergebruik, grondstoffenstromen en duurzame logistiek. Daarmee zijn zij van groot belang voor de transitie naar een circulaire economie, met als doel dat Nederland in 2050 volledig circulair is.

hierin een duidelijke rol vanuit hun verantwoordelijkheid voor regionale economie, bereikbaarheid en corridorontwikkeling. De watergebonden economie in Oost-Nederland kent een sterke samenhang tussen vaarwegen en havens binnen en buiten het plangebied. Havens aan de Twentekanalen vallen weliswaar buiten het plangebied in het Regionaal Perspectief Rijngebied, maar zijn voor hun bereikbaarheid en economisch functioneren direct afhankelijk van de bevaarbaarheid van de IJssel en de werking van Sluis Eefde als schakel tussen de IJssel en de Twentekanalen. Beperkingen in de vaarwegfunctie, met name bij laag- en hoogwater, raken daarmee niet alleen de IJssel zelf, maar ook de investeringszekerheid van watergebonden bedrijvigheid langs de Twentekanalen.

Het is van belang onderscheid te maken tussen havenontwikkeling en vaarwegontwikkeling. Investeringen in binnenhavens, kades en watergebonden bedrijventerreinen zijn alleen duurzaam wanneer de bereikbaarheid via de toeleidende vaarwegen op korte, middellange en lange termijn is geborgd. Langs het Rijnsysteem liggen meerdere locaties waar de genoemde functies samenkomen. Belangrijke knooppunten bevinden zich onder andere bij Kampen, Deventer, Doesburg, Arnhem, Tiel en Werkendam. Hier hangen havens, scheepvaart, watergebonden bedrijvigheid, regionale economie en bereikbaarheid direct samen met het functioneren van de rivier. De bevaarbaarheid van rivieren staat op delen van het Rijnsysteem onder druk door steeds vaker voorkomende perioden van zowel laagals hoogwater. Deze problematiek speelt nadrukkelijk op de IJssel, onder meer tussen de IJsselkop en Kampen, maar raakt ook andere vaarwegen in Oost-Nederland, waaronder de Waal en de Rijn. Onzekerheid over de vaarwegfunctie ondermijnt het door Rijk en regio ingezette beleid gericht op modal shift (het verschuiven van goederenvervoer van de weg naar water en spoor) en het behoud van watergebonden locaties voor economische activiteiten. De betekenis en kwetsbaarheid van watergebonden economische functies verschillen per riviertraject en per regio.

Keuzes over afvoer, rivierbodemligging, ruimte voor de rivier en ruimtelijke inrichting werken direct door in het economisch functioneren en het toekomstperspectief van scheepvaart, havens en watergebonden (recreatie)bedrijven. Niet alleen het Rijk, maar ook provincies hebben

Dit alles vraagt om een samenhangende afweging waarin bevaarbaarheid van de rivieren en het behoud en de bereikbaarheid van watergebonden bedrijventerreinen expliciet worden meegenomen, in balans met waterveiligheid, natuur, leefomgeving en andere ruimteclaims.

5.1.11

Landbouw en agrarische activiteiten langs de rivieren en in Bkl-reserveringen Landbouw is een structurele functie in het rivierengebied die zowel ruimte vraagt als direct geraakt kan worden door verschillende ruimteclaims, zoals aanpak van rivierbodemproblematiek, dijkversterking en reserveringen voor toekomstige waterveiligheidsopgaven. Deze ruimteclaims hebben gevolgen voor het gebruik en de ontwikkelruimte van agrarische bedrijven, zowel op korte termijn als bij gebiedsontwikkelingen richting 2050, 2100 en verder. Daarbij is landbouw in toenemende mate kapitaal- en kennisintensief, met langdurige investeringen in grond, teelten en bedrijfsstructuren. Daarnaast zijn er fysieke risico’s die voortkomen uit veranderende water- en bodemcondities, zoals dalende grondwaterstanden en de effecten van rivierbodemdaling. Deze effecten hangen samen met het regionale watersysteem en het peilbeheer (waaronder maatregelen

Pagina 32 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

De Nederrijn bij Renkum. Hier komen de thema’s waterveiligheid, natuur en landbouw samen.

om water vast te houden) en kunnen direct doorwerken in agrarisch gebruik en bedrijfsvoering. Veel agrarische functies, zoals boomgaarden en andere meerjarige teelten, zijn gebonden aan specifieke bodem- en watercondities en worden steeds vaker gecombineerd met teeltondersteunende voorzieningen. Deze ontwikkelingen vergroten de onzekerheid over het toekomstperspectief voor landbouw in bepaalde delen van het rivierengebied. Tegelijkertijd draagt het bestaande agrarische beheer in het rivierengebied al bij aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en de regionale economie. Landbouw is daarmee meer dan uitsluitend een transitie-opgave en vraagt om een bredere afweging van instrumenten en maatregelen. De consequenties van opgaven in het Rijngebied voor agrarische activiteiten moeten expliciet en transparant worden benoemd, ook wanneer deze ingrijpend zijn. Hoewel er op het moment van publicatie van dit rapport geen overkoepelende landelijke strategie meer is zoals het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en de Provinciale Programma's Landelijk Gebied (PPLG), blijft er behoefte aan richtinggevende uitspraken om landbouw zorgvuldig en consequent mee te nemen in zowel buitendijkse als binnendijkse gebiedsuitwerkingen.

Pagina 33 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Verstedelijkt rivierenlandschap langs de IJssel met het historische waterfront van Deventer, waar stad en rivier elkaar beïnvloeden en de beschikbare ruimte begrenzen | Foto: Wim Eikelboom

6. Deelgebieden per Rijntak als focus voor nadere uitwerking

Pagina 34 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

6 Deelgebieden per Rijntak als focus voor nadere uitwerking De deelgebieden in dit hoofdstuk laten zien waar nationale, regionale en lokale opgaven in het Rijngebied samenkomen en elkaar beïnvloeden en waar de landelijke keuzes over rivierbodemligging en afvoer & ruimte het sterkst doorwerken. Op deze locaties ontstaat de grootste noodzaak én kans om keuzes te verbinden en gebiedsgericht richting te geven aan de toekomst van het Rijngebied. Daarom vormen zij de gebieden waar verdere verdieping in deel 2 van het Regionaal Perspectief (juli 2026) het meest urgent en betekenisvol is. Deze eerste gebiedsgerichte duidingen brengen wij als regionale partners actief in aan de landelijke tafels, zodat de besluiten binnen Ruimte voor de Rivier 2.0 over rivierbodemligging en afvoer & ruimte in het voorjaar van 2026 aansluiten bij wat in deze gebieden mogelijk, nodig en verantwoord is. Wij geven daarbij aan wat de regionale belangen zijn en welke eerste koppelkansen en schuurpunten wij zien. Op basis van de verdieping in deel 2 van het Perspectief brengen we scherper in beeld waar de urgentie in het Rijngebied ligt. Zo zorgen wij dat de gebiedsbelangen tijdig en consistent worden meegenomen in zowel de landelijke besluitvorming als in onze regionale vervolgstappen.

We verwachten dat de vervolgstap na de verdieping in deel 2 vraagt om prioritering en programmering, inclusief afspraken over samenwerking en financiering.

In dit hoofdstuk schetsen wij per Rijntak de gebiedskenmerken en systeemdynamiek die richting geven aan de opgaven die daar spelen. Op basis van een gezamenlijke inventarisatie met landelijke, regionale en lokale partijen hebben wij deelgebieden afgebakend waar opgaven samenkomen, elkaar beïnvloeden en waar de landelijke keuzes over rivierbodemligging en afvoer & ruimte de grootste invloed hebben. Deze indeling in deelgebieden is bedoeld als een werkbare manier om de grote opgaven per Rijntak te ordenen en bestuurlijk hanteerbaar te maken. Voor elk deelgebied geven wij een eerste duiding van de riviergerelateerde opgaven en van de effecten die de landelijke keuzes kunnen hebben op veiligheid, leefomgeving en ontwikkelruimte. Door deze inzichten te bundelen ontstaat een gebiedsgericht beeld van waar samenhangende keuzes noodzakelijk zijn en waar kansen én beperkingen zichtbaar worden. Naast de deelgebieden per Rijntak beschrijven wij ook twee trajecten waarin al gebiedsuitwerking plaatsvindt: het Splitsingspuntgebied (paragraaf 6.4) en de IJssel-Vechtdelta (paragraaf 6.5). In deel 2 maken we op basis van de verdere verdieping en urgentie een nadere selectie. Niet alle deelgebieden in dit hoofdstuk krijgen dus noodzakelijkerwijs hetzelfde vervolg. Benedenstroomse gebieden Keuzes en ontwikkelingen in het Rijngebied kunnen doorwerken naar benedenstroomse gebieden.

Deze doorwerking wordt geadresseerd binnen bestaande landelijke kaders, waaronder de Deltabeslissing Grote Rivieren en Delta’s, waarin samenhang en afstemming tussen deltaprogramma’s wordt georganiseerd. Vanuit Deltaprogramma Rijn werken wij samen met Deltaprogramma’s Rijnmond–Drechtsteden en

Pagina 35 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Werkendam uitbreiding haven aan de nieuwe Merwede, die bijdraagt aan waterveiligheid, en duurzame mobiliteit | Bron: Havenuitbreiding Werkendam

IJsselmeergebied en signaleren wij waar relevant aandachtspunten vanuit het Rijngebied. Internationale context De ontwikkeling van het Rijnsysteem kan natuurlijk niet los worden gezien van maatregelen en keuzes stroomopwaarts, met name in Duitsland. Veranderingen in afvoerregime, riviermorfologie en systeemwerking kunnen doorwerken tot in het Nederlandse Rijngebied en daarmee invloed hebben op waterveiligheid, rivierbodemligging en ruimtegebruik. De internationale afstemming hierover is primair belegd binnen bestaande gremia, waaronder de Hochwasser Gruppe met vertegenwoordiging vanuit onze waterschappen en wordt meegenomen binnen Ruimte voor de Rivier 2.0.

Pagina 36 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

6.1 IJssel en Pannerdensch Kanaal Langs de IJssel - een veelal smalle rivier met grote betekenis voor gebied én systeem - ontstaan juist op de plekken waar rivier en stad elkaar raken kansen om opgaven te verbinden én schuurpunten die om zorgvuldige keuzes vragen. De combinatie van een beperkt rivierprofiel, verstedelijkingsdruk en de doorwerking van landelijke keuzes over afvoer & ruimte maakt dat vier deelgebieden in het bijzonder een nadere uitwerking vragen: Zutphen-Brummen-Voorst, Deventer-Twello, Terwolde – Veessen en Zwolle-Hattem. In deze gebieden moeten we zorgvuldig verkennen hoe waterveiligheid, leefkwaliteit, natuur, landbouw, binnenvaart en woningbouw elkaar kunnen versterken zonder onnodig nieuwe knelpunten te creëren. In deze paragraaf over de IJssel en het Pannerdensch Kanaal richten wij ons op het IJsseltraject van Dieren tot Zwolle-Hattem. Deze analyse mondt uit in een onderbouwde selectie van deelgebieden langs de IJssel die in deel 2 van het Regionaal Perspectief Rijngebied (juli 2026) nader worden uitgewerkt. De IJssel verbindt het Splitsingspuntengebied via de IJssel-Vechtdelta met het IJsselmeer. Beide gebieden kennen een eigen dynamiek en opgavenstructuur, maar zijn vanuit hun geografische ligging ook bepalend voor het functioneren van het Rijnsysteem als geheel. Daarom worden deze gebieden in paragrafen 6.4 en 6.5 uitgewerkt.

6.1.1 Smalle rivier, grote betekenis voor gebied en systeem De IJssel is een dynamische Rijntak met een karakteristiek afwisselend landschap en sterke verwevenheid tussen rivier en stad. De rivier is relatief smal en slingert langs historische Hanzesteden, open agrarische gebieden, industrielocaties en binnenhavens, natuurgebieden en recreatieve zones. Tegelijk vervult de IJssel een cruciale systeemrol: zij voert water naar het IJsselmeer en is een

sleutelrivier voor het functioneren van het regionale watersysteem, doordat zij waterstanden, afvoerroutes én grondwater in de omliggende gebieden beïnvloedt. De IJssel werkt door in de Achterhoek waar het gaat om grondwaterstanden (stuwend en drainerend) en vervult een sleutelrol voor de Natura 2000-gebieden Rijntakken en Veluwe. Uitgangspunt van Deltaprogramma Zoetwater is dat in heel Nederland, dus ook hier, niet altijd voldoende zoetwater beschikbaar zal zijn en dat we ons hierop moeten voorbereiden en aanpassen. De IJssel kent geen stuwen voor de scheepvaart en is daardoor afhankelijk van de hoeveelheid Rijnwater die via het Pannerdensch Kanaal wordt aangevoerd. Bij lage Rijnafvoeren neemt de vaardiepte af, waardoor de scheepvaart wordt beperkt. Dit geeft problemen voor onder andere de vele sluizen in Oost-Nederland. Juist doordat de IJssel op sommige trajecten een smal rivierbed heeft, in combinatie met intensief gebruik van het omliggende gebied en een sterke regionale verstedelijkingsdruk met toenemende recreatiebehoefte, leveren de voorziene laag- en hoogwatermaatregelen langs de IJssel zowel kansen als schuurpunten op. Pannerdensch Kanaal: cruciaal voor het functioneren van de IJssel Het Pannerdensch Kanaal verbindt de Boven-Rijn met de IJssel en de Nederrijn. De oude Rijnstrangen vormen nu een waardevol landbouwen natuurlandschap.

De afvoerverdeling tussen de IJssel en Nederrijn wordt bij hoogwater bijgestuurd via de regelwerken bij Pannerden en de Hondsbroekse Pleij en bij laagwater via stuw Driel. Dit maakt dit traject cruciaal voor het functioneren van de IJssel. Daarnaast vervult het Pannerdensch Kanaal een sleutelrol voor het regionale zoetwatersysteem van de Linge, via de inlaat bij gemaal De Pannerling. Dit gebied is onderdeel van het Splitsingspuntengebied, dat we in paragraaf 6.4 nader beschrijven.

Pagina 37 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Boven-IJssel: grote contrasten en recreatieve betekenis Tussen Arnhem en Doesburg stroomt de IJssel door een landschap met sterke contrasten. Stedelijke zones en bedrijvigheid worden afgewisseld met de Veluwezoom met beken, bos en akkers, dorpen langs de IJssel en buitenplaatsen en landgoederen op de overgang naar de uiterwaarden. Deze uiterwaarden vormen een structurerend onderdeel van het cultuurhistorische rivierlandschap, met een afwisseling van agrarisch gebruik en hoge natuurwaarden. Oude meanders, zandwinplassen en historische havenplaatsen geven dit traject een eigen identiteit en recreatieve functie. Dit traject is essentieel voor de drinkwatervoorziening en aangewezen als drinkwaterreserveringsgebied in de provinciale Omgevingsverordening. Midden-IJssel: meanderend riviersysteem met historische kernen De Midden-IJssel wordt gekenmerkt door meanders, geulen, rivierduinen en oude stroomruggen: verhogingen in het landschap die zijn ontstaan door vroegere rivierafzettingen en het huidige landschap sturen. Rond Zutphen en Deventer ligt een verstedelijkt rivierenlandschap, waar historische waterfronten en eerdere dijkverleggingen de beschikbare ruimte langs de rivier mede bepalen. De rivier ontvangt hier water uit belangrijke regionale beken zoals de Berkel en de Schipbeek. Ook is er aanvoer vanuit de Veluwe via kwel en oppervlaktewatersystemen.

De functie van drinkwater is ook op dit tracject van wezenlijk belang en planologisch geborgd via drinkwaterreserveringsgebieden in de provinciale Omgevingsverordening. De buiten het plangebied gelegen Twentekanalen sluiten hier aan op de IJssel. Met naast scheepvaart een belangrijke functie voor de aanvoer van zoetwater in Oost-Nederland.

Sallandse IJssel: rechtlijniger riviertype met open agrarisch gebied Benedenstrooms van Deventer wordt de IJssel rechter en breder. Het gebied bestaat uit een open agrarisch landschap met prominente dijken, historische elementen zoals de IJssellinie en een netwerk van parallelle regionale waterlopen zoals de Veluwse en Sallandse Weteringen. Rond de Sallandse Weteringen speelt een aanzienlijke waterveiligheidsopgave voor 2050. Zwolle en Hattem vormen de stedelijke accenten in dit traject. Beneden-IJssel: open en breed rivierenlandschap Vanaf Zwolle stroomt de IJssel als brede rivier door een open rivierenlandschap met vruchtbare landbouwgronden en belangrijke natuurgebieden. De hoogwatergeul Reevediep verbindt de IJssel met het Drontermeer en beschermt Kampen tegen hoogwater door afvoer richting het Ketelmeer. Het buitendijkse Kampereiland is een karakteristiek agrarisch landschap dat bij hoogwater als retentiegebied functioneert. In dit deel van de IJssel is de rivier niet langer primair drainerend, maar infiltreert water juist regelmatig vanuit de rivier naar de omliggende gronden, wat van belang is voor grondwaterstanden en zoetwaterbeschikbaarheid in de omgeving. Dit benedenstroomse deel maakt deel uit van de IJssel-Vechtdelta, die we in paragraaf 6.5 nader beschrijven inclusief de kenmerken van de Vecht, het Zwarte Water, het Zwarte Meer en het Ketelmeer.

De IJssel in cijfers • • • • •

127 kilometer lang 70 tot 140 meter breed bij normale waterstand circa 3.20 diep 11 procent van het Rijnwater wordt afgevoerd naar het IJsselmeer 25 duizend hectare aan uiterwaarden met natuur, landbouw

Pagina 38 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

6.1.2 Waar opgaven samenkomen langs de IJssel Langs de IJssel spelen veel landelijke, regionale en lokale opgaven die met de rivier samenhangen. Deze inventarisatie hebben wij de afgelopen periode gezamenlijk uitgevoerd met betrokken overheden en maatschappelijke organisaties (zie hoofdstuk 8 Verantwoording). De inventarisatie geeft inzicht in waar opgaven samenkomen, met zowel kansen als beperkingen voor mogelijke oplossingen voor de IJssel of in specifieke gebieden. Dit heeft geleid tot de selectie van vier deelgebieden waar opgaven elkaar zodanig raken dat ze bepalend zijn voor regionale ontwikkeling en waar landelijke keuzes direct doorwerken in regionale gebiedsopgaven. In deze paragraaf lichten wij deze vier deelgebieden toe: a) Zutphen//Brummen//Voorst b) Deventer//Twello c) Terwolde//Veessen d) Zwolle//Hattem In paragraaf 6.4 beschrijven we het splitsingspuntengebied met de Boven-IJssel, Rivierklimaatpark IJsselpoort en het HBFO-gebied (Havikerwaard, Beimerwaard, Fraterwaard en Olburgerwaard). In paragraaf 6.5 beschrijven we de IJssel-Vechtdelta. In deel 2 van het Perspectief verdiepen we deze duiding en trekken eerste conclusies, onder andere over urgentie. De daadwerkelijke inhoudelijke uitwerking van gebiedsopties vindt dus niet in deel 2 plaats, maar pas in verwachte latere verkenningen. a.

Zutphen – Brummen – Voorst: stedelijke groei in relatie tot rivierkundige knelpunten en natuurwaarden Bij Zutphen, Brummen en Voorst komt een concentratie van opgaven samen. De IJssel is hier fysiek ingeklemd tussen stedelijke functies, bebouwing en dijken. Ter hoogte van de oude IJsselbruggen is een hydraulisch knelpunt, dat vooral bij hoge afvoeren invloed heeft op de

doorstroming. Daarnaast zijn de oude IJsselbruggen een knelpunt voor de binnenvaart. In dit gebied kunnen landelijke keuzes over extra ruimte voor afvoercapaciteit bij hoogwater direct leiden tot de noodzaak van een nieuwe binnendijkse geul of andere maatregelen voor extra rivierruimte. De afvoerverdeling bij hoogwater is daarbij bepalend voor de druk op dit knelpunt. In dit deelgebied spelen grootschalige woningbouwambities, zowel op korte termijn als op langere termijn binnen de verstedelijkingsstrategie van het Ontwikkelperspectief Regio Stedendriehoek. In het gebied zijn concrete woningbouwprojecten voorzien voor ongeveer 1.500 woningen, met realisatie vanaf 2027. Hierdoor ontstaan ook vraagstukken ten aanzien van de mobiliteit in de regio. De oude IJsselarm (Hoendernesterbeek en Overmarsch) kent ijzerrijke bodems met hoge ecologische waarden en biedt daarnaast kansen voor recreatie en het benutten van bestaande waterlopen. In dit traject spelen ook energieopgaven langs de rivier. In het kader van het provinciale windbeleid en de Regionale Energiestrategie (RES) Gelderland zijn langs de IJssel locaties als onderzoekslocatie voor duurzame energieopwek benoemd. Deze opgaven vragen om zorgvuldige afweging in samenhang met waterveiligheid, natuur, landschap en andere ruimtelijke claims.

Verder ligt in dit deelgebied de sleutel voor de zoetwatervoorziening voor een belangrijk deel van Oost-Nederland, via het Twentekanaal (en Sluis Eefde). En in het gebied ligt het drinkwaterreserveringsgebied Deventer-Zutphen, gericht op oevergrondwaterwinning. Daarnaast spelen lopende HWBP-projecten, de wens van Zutphen voor een extra brug en regionale wateropgaven die voortkomen uit de lage ligging van het gebied. Ook de bestaande IJsselbruggen in dit traject naderen rond 2035 het moment van grootschalig onderhoud

Pagina 39 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

en/of vervanging. Dit vormt een extra aanleiding om dit deelgebied integraal te beschouwen, zodat rivierkundige maatregelen, infrastructuur en ruimtelijke ontwikkelingen waar mogelijk in samenhang kunnen worden opgepakt. Deze combinatie maakt dat keuzes binnen Ruimte voor de Rivier 2.0 direct doorwerken in stedelijke ambities, waterveiligheid, drinkwatervoorziening, cultuurhistorie en natuurwaarden. Daarom vraagt dit deelgebied om een zorgvuldige integrale verdieping in deel 2 van het Regionaal Perspectief. b. Deventer – Twello: verstedelijkingsambities raken Bklreservering, waterveiligheid en cultuurhistorie In het gebied rond Deventer en Twello komen landelijke, regionale en lokale opgaven scherp bij elkaar. Deventer kent een bestaande reservering die is verankerd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Net als bij Zutphen vormen de historische binnenstad, dijken en brughoofden door de beperkte ruimte een hydraulisch knelpunt. In de landelijke opgaven wordt Deventer-Twello expliciet genoemd als een gebied waar keuzes over extra ruimte voor hoogwaterafvoer direct kunnen bepalen of de bestaande ruimtelijke reservering moet worden geactiveerd en welke ruimtelijke gevolgen dat heeft. Ook landelijke keuzes over de afvoerverdeling bij hoogwater hebben hier directe invloed op de druk op de rivier.

Deventer heeft in het kader van de Ontwerp Omgevingsvisie Deventer (2025) en het Ontwikkelperspectief Stedendriehoek 2050 (ontwerp gereed in 2026) stevige verstedelijkingsambities, waaronder de mogelijke ontwikkeling van de IJsselsprong aan de andere kant van de IJssel (Stadsland). Deze stedelijke uitbreiding, inclusief de wens van Deventer voor een mogelijke derde brug over de IJssel, kan ingrijpende gevolgen hebben voor ruimtegebruik, waterveiligheid en het functioneren van het riviersysteem.

Daarnaast speelt de mogelijke vervanging van de sluis die toegang biedt tot het Overijssels Kanaal en de Binnenhaven Deventer. Deze vervanging is nodig omdat de toegankelijkheid van de huidige sluis onder druk staat door rivierbodemdaling en toenemende laagwaterproblematiek. Ter hoogte van Deventer is de IJssel een belangrijke vaarweg voor de binnenvaart en voor de bereikbaarheid van de Binnenhaven Deventer aan het Overijssels Kanaal. De Sluis Deventer vormt daarbij de cruciale schakel tussen het hoofdwatersysteem (IJssel) en het regionale watersysteem. Bruggen, het sluiscomplex en waterstanden bepalen hier in sterke mate de bevaarbaarheid, met name bij laagwater. Beperkingen in de vaarweg of de sluis hebben directe gevolgen voor de bereikbaarheid van de Binnenhaven Deventer en de Containerterminal Deventer en daarmee voor het door provincie en Rijk ingezette beleid gericht op een verschuiving van vervoer van weg naar water (modal shift). Investeringen in havenontwikkeling en kadefaciliteiten zijn hierdoor nauw verbonden met keuzes over vaarwegbeheer, rivierbodemligging en waterverdeling. Wateraanvoer vanuit de IJssel via de sluis is bovendien van belang voor het functioneren van het regionale watersysteem, onder meer voor landbouw en natuur in droge perioden.

De mogelijke vervanging van de sluis vraagt daarom om nadere duiding van de gevolgen voor waterafvoer, waterpeilen en het functioneren van het stedelijk gebied én om zorgvuldige inpassing in relatie tot het historische stadsfront aan de IJssel, dat samen met de tegenoverliggende oever onderdeel vormt van een beschermd gezicht. Ook speelt hier de samenhang tussen de IJssel en het regionale watersysteem van onder meer de Schipbeek en de Sallandse Weteringen. Een deel van de historische binnenstad en de Wellekade in Deventer is buitendijks gelegen. Deze gebieden zijn van groot belang voor de mobiliteit en voor de beleving van de IJssel en het zicht op de historische stad. Waterveiligheid is hier een belangrijk aandachtspunt, waarbij een afweging nodig is tussen bescherming, het behoud van het beschermd stadsgezicht en het functioneren van de stad.

Pagina 40 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

De gemeente Voorst en de gemeente Deventer leggen verschillende accenten in het debat over woningbouw- en verstedelijkingsambities in de regio. Voor de gemeente Voorst is het van belang dat cultuurhistorische waarden, landgoederen en waardevolle dijken nadrukkelijker doorwerken in keuzes voor ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente Deventer erkent deze waarden eveneens, naast de ambitie om in de directe nabijheid van de stad woningen toe te voegen volgens het principe van de compacte stad. Naast verstedelijking en rivierkundige opgaven spelen in dit deelgebied ook energieopgaven langs de IJssel. In het kader van het provinciale windbeleid en de Regionale Energiestrategie (RES) Gelderland zijn langs de rivier locaties als onderzoekslocatie voor duurzame energieopwek in beeld, wat de ruimtelijke afweging verder verbreedt. In de omgeving van het reserveringsgebied bevindt zich rioolwaterzuivering Terwolde, waar eveneens een Bkl-reservering ligt. Grote investeringen hierin moeten worden afgestemd op de inzet van een eventuele Bkl-maatregel en omgekeerd. Ook raakt in dit gebied de bestaande programmering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) aan mogelijke toekomstige riviermaatregelen, zowel aan de oostzijde (waterschap Vallei en Veluwe) als aan de westzijde (waterschap Drents Overijsselse Delta), wat vraagt om zorgvuldige afstemming.

Deze samenloop van stedelijke groei, cultuurhistorie, waterveiligheid en regionale en landelijke systeemopgaven maakt een nadere verdieping in deel 2 noodzakelijk. c. Terwolde – Veessen: mogelijke geulverlenging raakt landgebruik en regionale wateropgaven Het gebied tussen Terwolde en Veessen is overwegend landelijk, maar kent een sterke verwevenheid van landelijke systeemopgaven en regionale wateropgaven. De belangrijkste landelijke opgave van

Ruimte voor de Rivier 2.0 in dit gebied is de mogelijke verlenging van de bestaande hoogwatergeul en aansluiting op de bestaande Bklreservering tussen Veessen en Wapenveld naar Deventer. Hierbij is aan de oostkant weinig ruimte voor verdere dijkversterking vanwege bebouwing en is mogelijk binnendijkse ruimte nodig om het knelpunt bij Deventer op te lossen. De klimaatontwikkeling en keuze voor een veranderende afvoerverdeling kan betekenen dat deze geulverlenging noodzakelijk wordt. Dat raakt direct het huidige landgebruik en de inrichting van het gebied. Daarnaast spelen in dit gebied belangrijke opgaven vanuit het regionale watersysteem, waaronder afwatering en peilbeheer in de weteringen, die door maatregelen voor de rivier kunnen worden beïnvloed. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om kwel en impact op grondwater. Een nieuwe ruimtelijke reservering heeft aanzienlijke impact, omdat de ontwikkelruimte wordt beperkt. Het biedt tegelijk ook kansen voor bijvoorbeeld natuurontwikkeling. Door de verwevenheid van landelijke keuzes en regionale wateropgaven vraagt dit deelgebied om een nadere verdieping in deel 2 van het Regionaal Perspectief. d. Zwolle – Hattem: beperkte ruimte met een stapeling van stedelijke, water- en energieopgaven In het gebied rond Zwolle en Hattem komen veel ruimtelijke, rivierkundige en stedelijke opgaven samen binnen een beperkt gebied.

Door de nabijheid van stedelijke structuren en de ligging van drie bruggen is hier weinig fysieke ruimte om de rivier te verruimen, wat ingrepen complex maakt. Het stadsfront van Hattem vormt daarbij het grootste knelpunt, waardoor dijkverhoging hier slechts beperkt mogelijk is.

Pagina 41 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Laagwater op de IJssel | Foto: Wim Eikelboom

Landelijke keuzes over benodigde afvoerruimte werken in dit deelgebied daardoor extra sterk door: elke maatregel vraagt om zorgvuldige inpassing en kan direct effect hebben op natuur, landbouw, recreatie en ruimtegebruik. Dit traject vervult daarnaast een belangrijke functie in de vaarwegstructuur van de IJssel. Beperkingen in de bevaarbaarheid, met name bij laagwater, werken hier direct door in de bereikbaarheid van binnenhavens stroomop- en stroomafwaarts. Daarmee raakt dit deelgebied aan het bredere vraagstuk van investeringszekerheid voor watergebonden economie en het door Rijk en regio ingezette beleid gericht op verschuiving van goederenvervoer van weg naar water. In de bocht bij Zalk/ de Koppelerwaard ligt een drinkwaterreserveringsgebied voor oevergrondwaterwinning in combinatie met natuurdoelstellingen. Tegelijkertijd spelen hier woningbouwambities, de ontwikkeling van bedrijventerreinen, regionale wateropgaven (waaronder de afwatering vanaf de Kop van de Veluwe en de uitvoering van de sponsstrategie) en ambities voor duurzame energie, zoals zonneparken. Deze stapeling van opgaven vergroot de gevoeligheid voor landelijke keuzes en versterkt de noodzaak om zorgvuldig af te wegen.

De verwevenheid tussen waterveiligheid, regionale wateropgaven, verstedelijking, drinkwater- en energieopgaven maakt dit gebied een cruciale plek voor nadere verdieping in deel 2 van het Regionaal Perspectief.

Pagina 42 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Pagina 43 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Onderstaande tabel geeft het overzicht van de relevante opgaven per deelgebied. Het volledige overzicht van de opgehaalde opgaven langs de IJssel is (momentopname per december 2025) is opvraagbaar via deltaprogramma_rijn@gelderland.nl. Locatie

Ontwikkelingen

Zutphen/ Brummen/ Voorst

2030 • Hydraulisch knelpunt (ingeklemde rivier) • Recreatie • Lopende HWBP-projecten • Woningbouwontwikkeling De Hoven Noord (900 woningen) • Woningbouwontwikkeling Nieuw Baank (600 woningen) • Natuurontwikkeling Tichelbeeksewaard 2030 - 2050 • Ambitie van Zutphen voor nieuwe/ extra brug als oeververbinding • Vervanging oude brug (spoor/ weg) • Woningbouwambities (kort/ lang) • Ontwikkeling Marshaven • Woningbouwambities Empe • Ontwikkelambities Voorst/ Empe • Oude IJsselarm à natuurontwikkeling • Regionaal watersysteem (laag liggend gebied) 2050 - 2100 • Mogelijke binnendijkse ruimtevraag vanuit hoofdwatersysteem

Deventer/ Twello

Huidig • Bestaande Bkl-reservering • Hydraulisch knelpunt 2030 - 2050 • Woningbouwambitie Deventer (‘IJsselsprong’) • Woningbouwambitie Voorst • Ambitie Deventer 3e brug over de IJssel ter hoogte van Deventer

Pagina 44 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Locatie

Ontwikkelingen • Toegankelijkheid sluis en ambitie havenontwikkeling • Vervanging rioolwaterzuivering Terwolde 2050 • HWBP-versterkingsopgave 2100 • Realisatie bypass (mogelijke maatregel Ruimte voor de Rivier 2.0)

Terwolde / Veessen

2030 • Opgaven vanuit regionaal watersysteem 2030 - 2050 • Mogelijke binnendijkse ruimtevraag vanuit hoofdwatersysteem 2200 • Realisatie bypass Veessen (mogelijke maatregel Ruimte voor de Rivier 2.0)

Zwolle/ Hattem

2030 • Sponsstrategie door water vasthouden, vertragen en bergen in extreme situaties minder hoge afvoerpieken naar hoofdsysteem vanuit regionaal systeem (gebied moet langer ‘eigen broek ophouden’). In eerste instantie door samenhang met stedelijke ontwikkeling, op middellange termijn (2050) steeds meer in samenhang met transitie landelijk gebied • Afwatering Kop van de Veluwe • Opwek duurzame energie (aquathermie, zonnepanelen of windmolens) 2030 - 2050 • Woningbouwambitie (zuid- en oostzijde Zwolle • Ontwikkeling bedrijventerreinen en watergebonden economie (noord- en oostzijde Zwolle) 2050 - 2100 • Mogelijke ruimtevraag vanuit hoofdwatersysteem

Pagina 45 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Locatie

Ontwikkelingen

IJssel-Vechtdelta

2030 • Zwolle: Hogere (grond)waterstanden in het gebied in natte perioden • Sponsstrategie door water vasthouden, vertragen en bergen in extreme situaties minder hoge afvoerpieken naar hoofdsysteem vanuit regionaal systeem (gebied moet langer ‘eigen broek ophouden’). In eerste instantie door samenhang met stedelijke ontwikkeling, op middellange termijn (2050) steeds meer in samenhang met transitie landelijk gebied 2030 - 2050 • Dijkverbetering zuidelijk Flevoland/ Ketelmeer • Waterveiligheidsopgave vanuit IJsselmeer • Hogere grondwaterpeilen, ook in stedelijk gebied; drooghouden stedelijk gebied onder druk, met water in kruipruimtes, vochtige woningen, enzovoort als gevolg • Keersluis bij het stadscentrum van Zwolle (HWBP-opgave, systeemkeuze die gemaakt moet worden) • Vervanging balgstuw Ramspolkering • Interactie Sallandse Weteringen die via de Zwolse stadsgracht in verbinding staan met het landelijke watersysteem • Keteldelta en andere oplossingsrichtingen uit het Perspectief IJssel-Vechtdelta • Bodemdaling/ glastuinbouw Koekoekspolder • N2000-/ KRW-/ systeemherstelopgaven PAGW (zie Perspectiefstudie IJssel-Vechtdelta) 2050 • ‘Vergeten randmeer’

Pagina 46 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

6.2 Nederrijn-Lek Langs de Nederrijn-Lek zijn geen eenduidige plekken aan te wijzen waar opgaven samenkomen. De landelijke keuzes voor rivierbodemligging, ruimte en afvoer hebben hier geen binnendijkse impact, mede door de beleidslijn Lek ontzien. Dat neemt niet weg dat langs deze Rijntak wel sprake is van dijkversterkingsopgaven en op specifieke plekken van mogelijke buitendijkse maatregelen. Daardoor vraagt deze Rijntak om een verkenning op riviertrajectniveau. Gericht op het vinden van synergiekansen, het verbinden met de programmering van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) en het nader duiden en beschrijven van de complexiteit die het gebied kenmerkt.

In deze paragraaf beschrijven wij de kenmerken en het systeemgedrag van de Nederrijn-Lek voor zover deze bepalend zijn voor de opgaven die langs deze Rijntak spelen. De combinatie van gereguleerd rivierbeheer, een sterk uiteenlopend landschap en een grote rol in waterveiligheid en zoetwaterverdeling vormt het kader om te begrijpen waarom opgaven hier minder op specifieke locaties samenkomen en juist op riviertrajectniveau moeten worden benaderd. Vervolgens geven wij een gezamenlijke duiding van nationale, regionale en lokale opgaven en van de effecten van de landelijke keuzes op leefomgeving, veiligheid, zoetwater, natuur en ontwikkelruimte. Door deze elementen te verbinden ontstaat zicht op waar synergie mogelijk is, waar complexiteit de ruimte begrenst en welke riviertrajecten in deel 2 van het Regionaal Perspectief (juli 2026) een nadere verdieping vragen.

6.2.1 Nederrijn-Lek: grote systeemrol, beperkte ruimte en sterke landschappelijke contrasten De Nederrijn en Lek vormen samen een karakteristieke Rijntak die van oudsher een bepalende rol speelt in waterveiligheid, scheepvaart, zoetwaterverdeling en ruimtelijke ontwikkeling in Midden- en WestNederland. Bij de Hondsbroekse Pleij splitst het Pannerdensch Kanaal in de IJssel en Nederrijn. De Nederrijn stroomt via Arnhem naar Wijk bij Duurstede en gaat daarover in de Lek, die bij Kinderdijk uitmondt in de Nieuwe Maas. Het landschap langs de rivier varieert van beboste stuwwallen met landbouw en natuur tot open laagveengebieden met dijken, lintbebouwing en weidse uitzichten. In delen van de Nederrijn vindt nog beperkte delfstoffenwinning plaats, wat lokaal invloed heeft op het uiterwaardenlandschap en het ruimtegebruik. Dit speelt niet langs de Lek. De loop en ontstaansgeschiedenis van de Nederrijn-Lek verklaren veel van de huidige gebiedsdynamiek. Waar de Nederrijn hoger en smaller ligt, met uitgesproken reliëf en een reeks stuwen die waterverdeling en scheepvaart reguleren, stroomt de Lek door een laagveenlandschap met smalle uiterwaarden en een fijnmazige regionale waterstructuur. De twee riviertakken werden pas één functionele rivier na de afdamming van de Kromme Rijn in 1122, waardoor de afvoer zich blijvend verlegde naar de Lek.

Samen vormen zij nu een 116 kilometer lange Rijntak met een belangrijke rol in waterveiligheid, scheepvaart, natuurverbindingen en zoetwaterbeschikbaarheid. Hondsbroekse Pleij – Arnhem – Wageningen: stuwwallen, stuwen en systeemregie In het bovenstroomse deel bepalen de stuwwallen van de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug het beeld. De Nederrijn-Lek ligt hier relatief hoog ten opzichte van het omliggende landschap. Het stuwensemble van de Nederrijn-Lek, bestaande uit de stuwen bij Driel, Amerongen

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

en Hagestein, reguleert de afvoer. Deze stuwen zijn aangelegd om bij laagwater voldoende water richting het IJsselmeer te kunnen sturen, de bevaarbaarheid van de Nederrijn-Lek te borgen en het rivierpeil op niveau te houden zodat inlaatpunten voor het regionale watersysteem kunnen blijven functioneren. Tegelijkertijd beperken de stuwregimes de natuurlijke dynamiek van de rivier. De uiterwaarden zijn ingericht met landbouw, natuurgebieden en beboste delen en vormen het begin van een ecologische corridor richting het westen. De Grebbedijk vormt de verbinding tussen het Veluwemassief en de Utrechtse Heuvelrug. De dijk beschermt de Gelderse Vallei, met steden als Veenendaal en Amersfoort en wordt de komende jaren versterkt. De delfstoffenwinning is in dit deel van de Nederrijn nog beperkt mogelijk. De ligging van hoger naar lager, de stuwregimes en de nabijheid van beekdalen bepalen het systeemgedrag in dit traject. Wageningen – Amerongen – Wijk bij Duurstede: overgangszone met brede functies en kwetsbare oevers Tussen Wageningen en Wijk bij Duurstede vormt de Nederrijn een overgang tussen hogere rivierterrassen en het kombergingsgebied van de Kromme Rijn. De uiterwaarden zijn hier smal en worden intensief gebruikt voor landbouw, natuur en recreatie.

Oevererosie benedenstrooms van Amerongen vormt een risico voor de dijken en vraagt om zorgvuldig ontwerp van herstelmaatregelen, passend bij de landschappelijke verschillen tussen het oostelijke rivierterrassenlandschap en het westelijke laagveenlandschap. Het stuw-sluiscomplex bij Amerongen bepaalt hier de waterstanden, ondersteunt de scheepvaart en speelt een belangrijke rol in de regulering van het waterpeil richting de Lek. De combinatie van recreatieve functies, scheepvaart en cultuurhistorie (waaronder delen van de Romeinse Limes) maakt dit traject ruimtelijk en functioneel divers.

Wijk bij Duurstede – Nieuwegein: stedelijke druk, stuwencomplex en zoetwaterverdeling Rond Wijk bij Duurstede gaat de Nederrijn over in de Lek, die via Hagestein naar Nieuwegein stroomt. Hier liggen waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid en stedelijke ontwikkeling dicht bij elkaar. Het stuwencomplex van Hagestein bepaalt samen met de andere stuwen de waterverdeling in tijden van droogte en laagwater, terwijl de Lekdijk cruciaal is om overstroomrisico’s naar stedelijk en laaggelegen West-Nederland te voorkomen. De Lek speelt een grote rol in de nationale zoetwaterverdeling: zij vormt een belangrijke aanvoerlijn voor de Betuwe en WestNederland, draagt bij aan het tegengaan van verzilting bij zowel Rijnmond als in de Lek en is onderdeel van de zoetwaterzone. Daarbij wordt bij laagwater door sturing van afvoer en inlaat voorkomen dat zout water verder landinwaarts doordringt en zoetwaterfuncties onder druk komen te staan. Daarnaast is de Lek van belang voor peilhandhaving in de Krimpenerwaard en Betuwe en voor de doorvoer van zoetwater richting de zoetwaterzone van de Hollandsche IJssel. Verdroging en oxidatie van laagveengebieden vragen hier om voldoende water voor peilbeheer. Landbouw, natuur en drinkwaterwinning in de Krimpenerwaard en Betuwe zijn afhankelijk van een stabiele zoetwatervoorziening.

Tegelijkertijd is het uitgangspunt van Deltaprogramma Zoetwater dat in heel Nederland, dus ook in dit gebied, niet altijd voldoende zoetwater beschikbaar zal zijn en dat we ons hierop moeten voorbereiden en aanpassen. De combinatie van recreatievaart, beroepsvaart en beperkte vaarbreedtes leidt regelmatig tot spanningen tussen verschillende gebruikers, terwijl stedelijke groei rond Utrecht en Nieuwegein de vraag naar recreatie, landschap en toegankelijke uiterwaarden versterkt.

Pagina 48 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Stuw Driel aan de Nederrijn, onderdeel van het stuwensemble Nederrijn-Lek, helpt om bij laagwater voldoende water richting het IJsselmeer te sturen | Bron: ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16862777/1