CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A. Regionaal Perspectief Rijngebied 1 (definitief, januari 2026)

Gemeenteraad 21 mei 2026, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling lijst ingekomen stukken d.d. 21 mei 202626.393 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Naar een gezamenlijke koers voor een toekomstbestendig Rijngebied Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1 Inventarisatie en duiding van opgaven: gezamenlijk vertrekpunt voor keuzes en maatregelen richting 2050, 2100 en verder Datum Versie

2 februari 2026 1.0.1, definitief

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Colofon Opgesteld door

Regionale partners Deltaprogramma Rijn (provincies, waterschappen, VNR/ gemeenten)

Datum

2 februari 2026

Versienummer

1.0.1, definitief

Auteurs

Daniëlle Verhoeven, provincie Gelderland Twan Brinkhof, waterschap Rivierenland Robert Duzijn, provincie Gelderland Erik Schumacher, provincie Overijssel Frederik Brink, waterschap Vallei en Veluwe Jacco Rodenburg, provincie Gelderland Tom Radstaak, Deltaprogramma Rijn Marije Meulekamp, Deltaprogramma Rijn

Meer informatie

www.deltaprogrammarijn.nl

Aanmelden nieuwsbrief

www.deltaprogrammarijn.nl/contact

Contact

deltaprogramma_rijn@gelderland.nl

Pagina 2 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Inhoud 1 Waarom een Regionaal Perspectief voor het Rijngebied nodig is 5 2 Bestuurlijke samenvatting

9

2.1 De kern van dit Perspectief

9

2.2 Doorkijk naar het vervolg van het Regionaal Perspectief

12

2.3 Positionering en status

13

3 Onze analyse van en inbreng in landelijke keuzes voor het Rijngebied

15

3.1 Duiding keuzes rivierbodemligging en (maakbaarheid) afvoerverdeling bij laagwater

15

3.2 Duiding keuzes benodigde ruimte afvoer bij (hoog)water

17

3.3 Generieke duiding van de landelijke keuzes

18

4 Hoe wij sturen, kiezen en handelen in het Rijngebied

20

4.1 Vier vormende principes in de omgang met het Rijngebied

20

4.2 Vier principes voor regionale besluitvorming en voor onze inbreng aan landelijke tafels

21

4.3 Vier uitgangspunten richting uitvoering

22

5 Thema’s die het hele Rijngebied raken en nadere richting vragen

24

5.1 Thema's waarvoor nadere uitwerking nodig is

24

6 Deelgebieden per Rijntak als focus voor nadere uitwerking

35

6.1 IJssel en Pannerdensch Kanaal

37

6.2 Nederrijn-Lek

47

6.3 Waal, Merwedes en Boven-Rijn

54

6.4 Splitsingspuntengebied: sleutel voor afvoerverdeling en rivierfuncties

61

6.5 IJssel-Vechtdelta: dynamische deltamonding met verweven water- en ruimteopgaven

67

7 Hoe wij toewerken naar prioritering en programmering

71

7.1 Zo werken we verder aan de pijlers van het Perspectief

71

8 Verantwoording

76

8.1 Proces en regionale betrokkenheid

76

8.2 Schriftelijke reactieronde

77

8.3 Gebruikte bronnen

77

8.4 Bestuurlijke bespreking en vaststelling

77

Pagina 3 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Hoogwater op de Waal bij Nijmegen | Foto: Gonda Versteeg

1. Waarom een Regionaal Perspectief voor het Rijngebied nodig is

Pagina 4 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

1 Waarom een Regionaal Perspectief voor het Rijngebied nodig is Het Regionaal Perspectief Rijngebied is de gezamenlijke koers van de regionale partners binnen Deltaprogramma Rijn (provincies, waterschappen en riviergemeenten) voor een toekomstbestendig Rijngebied. Het bundelt kennis, waarden, ambities en opgaven, laat zien hoe deze inhoudelijk en ruimtelijk samenhangen en geeft richting aan de keuzes die nu en in de toekomst nodig zijn. Daarmee is het Perspectief niet alleen een reactie op landelijke plannen, maar ook een manier om als regio in samenhang met deze landelijke trajecten koers te bepalen. Het vormt daarmee onze inbreng in trajecten zoals Ruimte voor de Rivier 2.0 en een belangrijke bouwsteen voor de herijking van het Nationaal Deltaprogramma. In dit rapport (deel 1 van het Perspectief) hebben we met een inventarisatie en eerste duiding van landelijke, regionale en lokale opgaven een eerste stap gezet richting die gezamenlijke koers.

Het Regionaal Perspectief bundelt kennis, waarden, ambities en opgaven en laat zien hoe deze inhoudelijk en ruimtelijk samenhangen. Dit eerste deel brengt die gezamenlijke duiding bijeen en vormt het vertrekpunt voor de vervolgstappen in deel 2 en deel 3, waarin keuzes worden verdiept en vertaald naar prioritering, programmering en samenwerking. Het Perspectief is daarmee niet alleen een reactie op landelijke plannen, maar nadrukkelijk ook een manier om als regio in samenhang met landelijke trajecten koers te bepalen. Het vormt onze gezamenlijke regionale inbreng in trajecten zoals Ruimte voor de Rivier 2.0 en is een belangrijke bouwsteen voor de herijking van onze Voorkeursstrategie Rijn en de Deltabeslissing Grote Rivieren en Delta’s van het Nationaal Deltaprogramma. Met dit Regionaal Perspectief richten wij ons als regionale partners binnen Deltaprogramma Rijn tot het Rijk. In het bijzonder trajecten als Ruimte voor de Rivier 2.0 en het Nationaal Deltaprogramma. Maar we spreken ook met elkaar af – de bestuurlijk en ambtelijk betrokkenen binnen Deltaprogramma Rijn en onze collega’s in provincies, waterschappen en gemeenten – het Perspectief als dat is afgerond te benutten als regionale koers voor een toekomstbestendig Rijngebied in 2100 en verder.

Regionale partners Deltaprogramma Rijn: Het Rijngebied staat voor ingrijpende keuzes. Klimaatverandering, toenemende ruimtedruk en landelijke keuzes werken steeds nadrukkelijker door in het riviersysteem én in de gebieden eromheen. Als regionale partners binnen Deltaprogramma Rijn nemen wij daarom gezamenlijk positie. Met het Regionaal Perspectief Rijngebied (waarvan dit het eerste deel is) formuleren wij onze koers voor een toekomstbestendig Rijngebied en geven wij richting aan de keuzes die nu en in de komende decennia nodig zijn voor een toekomstbestendig Rijngebied in 2100 en verder.

Provincies Gelderland, Overijssel, Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Brabant; waterschappen Drents Overijsselse Delta, Rijn en IJssel, Vechtstromen en Rivierenland; Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden; riviergemeenten binnen de Vereniging Nederlandse Riviergemeenten.

Het Rijngebied: één samenhangend riviersysteem Deltaprogramma Rijn en daarmee het Regionaal Perspectief Rijngebied, richt zich op het Nederlandse stroomgebied van de Rijn:

Pagina 5 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

leveren waardevolle leerervaringen op voor latere (pre)verkenningen van deelgebieden.

Plangebied Deltaprogramma Rijn en Regionaal Perspectief Rijngebied

vanaf de Duitse grens, waar de Rijn Nederland binnenkomt, via de Boven-Rijn en de Waal, door de Merwedes tot en met Werkendam in het westen en via het Pannerdensch Kanaal naar de Nederrijn-Lek en de IJssel. De IJssel voert het water verder noordwaarts langs het Zwarte Water en de Vecht naar het Ketelmeer. Het Perspectief omvat het samenhangende Rijnsysteem en het daarmee verbonden regionale watersysteem, inclusief de omliggende gebieden die hier invloed van ondervinden. We sluiten nadrukkelijk aan bij de lopende gebiedsuitwerkingen Splitsingspuntengebied en het Perspectief IJssel-Vechtdelta. Deze sleutelgebieden bieden belangrijke inzichten in de werking van het systeem, in kansen en schuurpunten voor het Rijngebied als geheel en

Veranderende omstandigheden vragen samenhangende keuzes De druk op het Rijngebied neemt toe. Klimaatverandering zorgt voor steeds vaker voorkomende, extremere omstandigheden. Hoogwater wordt hoger en duurt langer, laagwater wordt lager en komt vaker voor. Landelijke keuzes voor het Rijngebied over afvoer bij (hoog)water met benodigde ruimte en het stabiliseren van de rivierbodem hebben directe gevolgen voor regionale en lokale opgaven rond zoetwaterbeschikbaarheid, drinkwater, ecologische waterkwaliteit, landbouw, watergebonden economie, ruimtelijke kwaliteit, cultuurhistorische en landschappelijke waarden, recreatie, woningbouw, verstedelijkingsstrategieën, ruimtedruk en maatschappelijk draagvlak. Bij (langdurig) laagwater heeft de rivier bovendien een sterk drainerende werking, met gevolgen voor grondwaterstanden en (natte) natuur in aangrenzende gebieden. Tegelijk zien we kansen om opgaven slimmer met elkaar te verbinden, bijvoorbeeld door de samenhang tussen de rivier en regionale watersystemen beter te benutten om wateroverlast te verminderen en tegelijkertijd kansen te creëren voor natuur- en gebiedsontwikkeling.

Eerste stap: inventarisatie en duiding van opgaven In deze context is behoefte aan een gezamenlijke duiding: wat komt er op ons af, wat betekent dat voor het Rijngebied, hoe en waar hangen de opgaven samen en hoe sturen, kiezen en handelen we hierin? In dit eerste deel van het Regionaal Perspectief brengen we die inventarisatie en duiding bijeen. Daarmee brengen we ambities, zorgen en kansen scherp in beeld en leggen we het inhoudelijke fundament onder de regionale koers die in de volgende delen verder wordt uitgewerkt en geconcretiseerd.

Pagina 6 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Dit eerste deel brengen we in april 2026 in in de voorbereiding van de besluitvorming binnen Ruimte voor de Rivier 2.0 over rivierbodemligging en afvoer & ruimte. Daarnaast is het een belangrijke bouwsteen voor de te herijken Voorkeursstrategie Rijn en de Deltabeslissing Grote Rivieren en Delta’s. In deel 2 (juli 2026) verdiepen we de deelgebieden en thema’s, scherpen de duiding van landelijke keuzes aan en brengen de urgentie in het Rijngebied concreter in beeld. Daarna verwachten we dat keuzes over prioritering en programmering aan de orde komen. Het geheel vormt de basis voor een samenhangende regionale koers richting 2100 en verder. Vanuit dat langetermijnperspectief kunnen we gericht samenwerken aan keuzes en maatregelen die steeds op korte termijn nodig zijn.

Leeswijzer Het Perspectief kent 4 pijlers: 1. Analyse van en regionale inbreng landelijke keuzes (hoofdstuk 3); 2. Principes en uitgangspunten voor hoe wij als regio sturen, kiezen en handelen (hoofdstuk 4); 3. Thema’s die het hele Rijngebied raken en nadere richting vragen (hoofdstuk 5); 4. Deelgebieden als focus voor nadere uitwerking (hoofdstuk 6). In hoofdstuk 7 geven wij vervolgens een doorkijk naar het vervolg. In hoofdstuk 8 lichten wij toe hoe de gezamenlijke regionale duiding in dit eerste deel van het Perspectief tot stand is gekomen.

Het Regionaal Perspectief slaat een brug tussen landelijke keuzes en regionale en lokale Pagina 7 van 78 opgaven, ambities en belangen. Op de foto de drie bruggen over de IJssel bij Zwolle.

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Hoogwatergeul Reevediep: Verbinding tussen de IJssel en het Drontermeer om bij hoogwater op de IJssel de stad Kampen te beschermen tegen wateroverlast. Op de nieuw aangelegde dijken is ruimte voor woningbouw | Foto: Freddy Schinkel

2. Bestuurlijke samenvatting

Pagina 8 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

2 Bestuurlijke samenvatting Het Regionaal Perspectief Rijngebied, waarvan dit het eerste deel is, is de gezamenlijke koers van de regionale partners binnen Deltaprogramma Rijn (provincies, waterschappen en riviergemeenten) voor een toekomstbestendig Rijngebied. Het bundelt kennis, waarden, ambities en opgaven, laat zien hoe deze inhoudelijk en ruimtelijk samenhangen en geeft richting aan de keuzes die nu en in de toekomst nodig zijn. Daarmee is het Perspectief niet alleen een reactie op landelijke plannen, maar ook een manier om als regio in samenhang met deze landelijke trajecten koers te bepalen. Het vormt daarmee onze inbreng in trajecten zoals Ruimte voor de Rivier 2.0 en een belangrijke bouwsteen voor de herijking van onze Voorkeursstrategie Rijn van het Nationaal Deltaprogramma.

Deze samenvatting is bedoeld om bestuurders inzicht te geven in de kern van de betekenis en inhoud van deel 1 van het Regionaal Perspectief Rijngebied: een inventarisatie en duiding van opgaven als gezamenlijk vertrekpunt voor keuzes en maatregelen richting 2050, 2100 en verder. En wat dit betekent voor het vervolg. Dit eerste deel vormt het vertrekpunt voor de verdere uitwerking van de duiding van landelijke keuzes en de verdieping van deelgebieden en thema’s in deel 2, waarmee de urgentie in het Rijngebied scherper in beeld wordt gebracht. Op basis van deze verdieping verwachten wij dat vervolgens keuzes over prioritering en programmering aan de orde komen. Met dit perspectief richten wij ons als regionale partners binnen Deltaprogramma Rijn op het Rijk, in het bijzonder in trajecten als Ruimte voor de Rivier 2.0 en het Nationaal Deltaprogramma en Rijkswaterstaat als beheerder van de rivier. Tegelijkertijd spreken we ook met elkaar af - de bestuurlijk en ambtelijk betrokkenen binnen

Deltaprogramma Rijn en onze collegabestuurders en -ambtenaren in provincies, waterschappen en gemeenten - het document te benutten als gezamenlijk referentiepunt voor de regio richting een toekomstbestendig Rijngebied in 2100.

2.1 De kern van dit Perspectief 2.1.1 Kernpunten duiding van impact van landelijke keuzes In hoofdstuk 3 onderkennen we de noodzaak om keuzes te maken over zowel rivierbodemligging als over afvoer & ruimte en herkennen de daarbij voorgestelde opties. Hierbij hebben de opties die passen bij het DNA van het Rijngebied onze voorkeur. We benadrukken het belang van het afstemmen en in beeld brengen van de gevolgen voor benedenstroomse gebieden als RijnmondDrechtsteden en de IJssel-Vechtdelta door Ruimte voor de Rivier 2.0. Rivierbodemligging • Als het gaat om maatregelen voor rivierbodemligging constateren wij dat het meergeulensysteem een van de oplossingen is die beschouwd wordt voor het tegengaan van rivierbodemdaling. Hoewel deze oplossingsrichting in lijn is met onze uitgangspunten en bijdraagt aan het in samenhang versterken van waterveiligheid, systeemwerking en ruimtelijke kwaliteit in het betreffende gebied waar het meergeulensysteem aangelegd moet worden, heeft deze oplossing ook verschillende consequenties (zowel positief als negatief) voor benedenstroomse gebieden als het Merwedesgebied en de IJssel-Vechtdelta. Wij vragen Ruimte voor de Rivier 2.0 deze consequenties goed in beeld te brengen alvorens definitief voor een meergeulensysteem te besluiten.

• Bij een keuze voor het meergeulensysteem vragen wij nadrukkelijk aandacht voor zowel de ruimtelijke impact van deze maatregel als voor de impact van het langjarig werken in de uiterwaarden.

Pagina 9 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

• Bij een keuze voor het meergeulensysteem zien wij daarnaast kansen om bijvoorbeeld recreatie en natuuropgaven mee te koppelen.

worden ingebracht met oog voor uitvoerbaarheid en gebiedseigen oplossingen.

2.1.2 Hoe wij sturen, kiezen en handelen Afvoer & ruimte • De impact van deze beleidskeuze zit in de nieuwe zoekgebieden voor ruimte en het mogelijk uitbreiden van de bestaande Bklreserveringen. De impact van bestaande reserveringen wordt bepaald door het moment waarop gereserveerde gebieden worden ingezet, terwijl deze reserveringen nu al besluitvorming en lokale ontwikkelingen, zoals woningbouw, belemmeren. • Voor zowel bestaande als mogelijke nieuwe Bkl-reserveringen is het belangrijk om handelingsperspectief te hebben voor onder andere gebruik in de reservering. • De wijze waarop betrokken partijen tijdig met elkaar in gesprek kunnen gaan over de timing van inzet van gebieden, is van invloed op hoe deze impact in de praktijk wordt ervaren. • Een Bkl-reservering heeft consequenties voor bedrijfszekerheid, verkoopbaarheid en investeringen in het gebied. • Vanuit de verwachte keuzes over afvoer en ruimte zien we kansen om opgaven te combineren. Bijvoorbeeld door de waterveiligheidsopgave te combineren met natuur, recreatie, verstedelijking en gebiedsontwikkeling. • Tot slot vragen wij aandacht voor de onzekerheid die voortkomt uit het nog te nemen besluit over de afvoerverdeling bij hoogwater.

Dit vraagt van ons als bestuurders: Actieve, gezamenlijke regionale inbreng in de landelijke besluitvorming, vanuit een gedeeld perspectief op het Rijngebied, waarin regionale belangen en ambities consistent en representatief

Richting landelijke, regionale en lokale besluitvorming willen wij drie typen principes en uitgangspunten meegeven: (1) vormende principes in onze omgang met het Rijngebied, (2) principes voor regionale besluitvorming en inbreng aan landelijke tafels en (3) uitgangspunten richting uitvoering. Vier vormende principes in de omgang met het Rijngebied: Als regionale partners binnen Deltaprogramma Rijn: 1. werken we gebiedsspecifiek; 2. handelen we solidair en vanuit wederkerigheid; 3. kijken we systeem- en toekomstgericht volgens het principe Water en Bodem sturend en blijven we wendbaar; 4. benutten we lokale kennis en ervaring. Vier principes voor regionale besluitvorming en voor onze inbreng aan landelijke tafels: Als regionale partners binnen Deltaprogramma Rijn: 1. nemen we waardengedreven besluiten; 2. durven we te kiezen en zijn we duidelijk; 3. zorgen we voor voorspelbare en uitlegbare besluitvorming; 4. onderbouwen we keuzes transparant en vergelijkbaar. Vier uitgangspunten richting uitvoering: Als regionale partners binnen Deltaprogramma Rijn: 1. sturen wij op verantwoordelijkheid en maatwerk op het passende schaalniveau; 2. streven we naar gezamenlijke, meerjarige inzet van middelen en capaciteit; 3. maken we samenwerking voorspelbaar; 4. werken we no-regret en toekomstbestendig.

Pagina 10 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Dit vraagt van ons als bestuurders: Deze gezamenlijke principes en uitgangspunten gebruiken als bestuurlijk richtinggevend kompas, ook wanneer keuzes schuren of belangen botsen. Afwijkingen worden daarbij expliciet en gemotiveerd afgewogen.

2.1.3 Kernpunten thema’s die het hele Rijngebied raken en om nadere richting vragen Het Regionaal Perspectief bevat een opsomming van thema’s die het hele Rijngebied raken en waarvoor richtinggevende uitspraken nodig zijn. Het grootste deel van deze thema’s valt buiten de reikwijdte van Deltaprogramma Rijn en vraagt om opvolging in andere gremia. Onze rol is hierbij hoofdzakelijk adviserend en agenderend. Een thema dat wij in dat verband in het bijzonder onder de aandacht willen brengen is ‘delfstoffenwinning’. Hiervoor adviseren wij een gezamenlijke Rijkregio-aanpak voor ontgrondingen en delfstoffenwinning. In deel 2 van het Perspectief werken wij nader uit welke vragen in deze aanpak beantwoord moeten worden. Voor het thema ‘samenhang tussen hoofdwatersysteem en regionaal watersysteem’ en daaruit voortkomende ‘wateroverlast’, ‘droogte’ en ‘ruimte voor het regionaal watersysteem’ zullen wij als Deltaprogramma Rijn een meer trekkende rol oppakken, met een centrale rol voor de waterschappen. De komende maanden werken wij een aanpak uit om voor zowel hoogwater als laagwater, wateroverlast en droogte te komen tot een gezamenlijke, systeemgerichte uitwerking van de koppeling tussen het hoofdwatersysteem en de regionale watersystemen en deze binnen het Deltaprogramma te verankeren.

Als regio willen we dat de bijdrage die regionale watersystemen kunnen leveren aan de opgaven in het hoofdwatersysteem - bij zowel laag- als hoogwater - volwaardig wordt meegenomen in de landelijke afweging en besluitvorming, inclusief het bijbehorende bekostigingsvraagstuk van regionale maatregelen. De regio beschouwt deze bijdrage als onderdeel van de oplossing en daarmee als een uitwerking van landelijke solidariteit en wederkerigheid. Dit vraagt van ons als bestuurders: Dat wij tijdig agenderen wat nodig is om deze thema’s in het vervolg regionaal sturend te laten zijn en kansen en knelpunten actief delen richting betrokken overheden en programma’s. Voor het uitwerken van een strategische richting voor de samenhang tussen het hoofdwatersysteem en het regionale watersysteem - en daarmee voor het beperken van wateroverlast en verdroging - is een actieve rol van Deltaprogramma Rijn nodig, met een centrale rol voor de waterschappen.

2.1.4 Kernpunten deelgebieden per Rijntak als focus voor nadere uitwerking De deelgebieden in het Regionaal Perspectief Rijngebied deel 1 laten zien waar nationale, regionale en lokale opgaven samenkomen en waar keuzes en ontwikkelingen elkaar versterken of juist kunnen schuren. In deze gebieden werken landelijke keuzes over rivierbodemligging en afvoer & ruimte door, in samenhang met regionale ambities en lokale opgaven, waaronder bijvoorbeeld de koppeling met het regionale watersysteem en opgaven rond verstedelijking en economische ontwikkeling, bereikbaarheid en recreatie. Juist in deze combinatie ontstaat zowel de noodzaak als de kans om opgaven en ontwikkelingen te verbinden.

In het kader van Deltaprogramma 2027–2033 onderzoeken we vervolgens of en welke aanpassingen in het regionale watersysteem nodig zijn, inclusief de bijbehorende ruimtelijke impact en juridische borging.

Pagina 11 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Het gaat daarbij om de volgende deelgebieden: IJssel 1. Zutphen - Brummen - Voorst 2. Deventer - Twello 3. Terwolde - Veessen 4. Zwolle – Hattem Waal, Merwedes en Boven-Rijn 1. Beuningen 2. Midden-Waal 3. Haaften 4. Brakel 5. Land van Heusden en Altena Splitsingspuntengebied (in aansluiting op de gebiedsuitwerking van Ruimte voor de Rivier 2.0) IJssel-Vechtdelta (in aansluiting op het Perspectief IJsselVechtdelta) Voor de Nederrijn-Lek geldt dat er geen maatregelen voorzien zijn vanuit Ruimte voor de Rivier 2.0. Daarom zetten we voor de Nederrijn-Lek in op het zoeken naar synergiekansen, bijvoorbeeld ten aanzien van ecologie en recreatie (bovenstrooms traject) en het nader duiden en beschrijven van de complexiteit van het gebied (benedenstrooms traject). Dit vraagt van ons als bestuurders: Focus op deze deelgebieden als logische startpunten voor preverkenningen, waarin ruimte is voor goede ruimtelijke kwaliteit, ontwerpend onderzoek en regie zo regionaal mogelijk. We benutten de gebiedsduidingen actief in gesprekken met het Rijk en regionale overheden, houden de gebiedsgerichte belangen scherp en bereiden gezamenlijk de keuzes voor prioritering (deel 2) en daaropvolgende programmering en financiering (deel 3) voor. Zo

borgen wij dat de belangen van de deelgebieden tijdig en consistent worden meegenomen in zowel de landelijke besluitvorming als in onze regionale vervolgstappen.

2.2 Doorkijk naar het vervolg van het Regionaal Perspectief In deel 2 van het Regionaal Perspectief Rijngebied verdiepen wij de deelgebieden en thema’s. Zo brengen wij scherper in beeld waar de urgentie in het Rijngebied ligt. Dit tweede deel brengen wij, in aanvulling op deel 1 dat wij nu inbrengen, in bij de Stuurgroep Ruimte voor de Rivier 2.0 van 2 juli. Richting deel 2 werken wij per deelgebied toe naar een nadere uitwerking van kernkwaliteiten en beperkingen van het gebied, het SMART formuleren van opgaven (landelijk, regionaal, lokaal), de samenhang tussen opgaven, het speelveld en een eerste beeld van samenwerking en financiering. Na een beeldvormende bespreking in het BPR op 2 april 2026 werken we toe naar een voorlopige conclusie/ advies per gebied. Met een slag om de arm zien wij dat een vervolgstap na deze verdieping (dus na deel 2) vraagt om prioritering en programmering, inclusief afspraken over samenwerking en financiering. Wij verkennen graag samen met Ruimte voor de Rivier 2.0 hoe wij dit vervolg gezamenlijk kunnen oppakken, met als doel te komen tot een samenhangende en uitvoerbare programmering voor een toekomstbestendig Rijngebied in 2100 en verder. Ten behoeve van de besluitvorming van Ruimte voor de Rivier 2.0 die in april 2026 plaatsvindt werken wij de duiding van impact van landelijke keuzes verder uit, mede op basis van nieuwe onderzoeksresultaten.

Hierover zullen wij een separate notitie inbrengen in de stuurgroep RvdR2.0 van 16 april die we eveneens bespreken in het BPR-overleg op 2 april 2026.

Pagina 12 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

2.3 Positionering en status Status Regionaal Perspectief Dit document is als eerste inventariserende stap richting een gezamenlijke koers voor een toekomstbestendig Rijngebied, vastgesteld door de regionale* partners (binnen Deltaprogramma Rijn, via de bestaande gremia Bestuurlijk Platform Rijn, Stuurgroep IJssel en BO Waal-Merwedes. Niet alle bij het opstellen van dit document betrokken overheden maken afzonderlijk deel uit van deze vaststellende gremia. Het is geen formeel beslisdocument en geen juridisch bindend kader, maar wél een gezamenlijke regionale duiding en positionering. Het Regionaal Perspectief vormt daarmee het gezamenlijke vertrekpunt voor de regionale inbreng in landelijke keuzes en voor het bepalen waar en hoe vervolgstappen in verdieping, prioritering, programmering, financiering en samenwerking nodig zijn. * Het Rijk (het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het ministerie van van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Rijkswaterstaat) betrokken als partner, heeft in het proces van deel 1 (systeem)kennis geleverd en ontvangt het Perspectief als inbreng voor landelijke keuzes, maar besluit hier niet over.

herijking van het Deltaprogramma (de Voorkeursstrategie Rijn en de Deltabeslissing Grote Rivieren en Delta’s). Daarnaast wordt binnen het Deltaprogramma Zoetwater een besluit voorbereid over de afvoerverdeling bij laagwater. De regionale doorwerking en maakbaarheid van deze keuzes worden via Ruimte voor de Rivier 2.0 getoetst en binnen het Regionaal Perspectief Rijngebied expliciet regionaal geduid en ingebracht. De inbreng vanuit het Regionaal Perspectief landt verder via de landelijke trajecten in het Nationaal Waterprogramma en daarmee ook in de regionale waterprogramma’s.

Regionale partners Deltaprogramma Rijn: Provincies Gelderland, Overijssel, Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Brabant; waterschappen Drents Overijsselse Delta, Rijn en IJssel, Vechtstromen en Rivierenland; Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden; riviergemeenten binnen de Vereniging Nederlandse Riviergemeenten.

Positionering ten opzichte van landelijke trajecten Het Regionaal Perspectief sluit aan op, verdiept en voedt relevante landelijke trajecten. Het fungeert daarbij als gezamenlijke regionale inbreng in deze trajecten, door regionale kennis, belangen, opgaven en ontwikkelrichtingen samenhangend te duiden en in te brengen. In het bijzonder betreft dit de beleidskeuzes over rivierbodemligging en afvoer & ruimte binnen Ruimte voor de Rivier 2.0. In dat programma worden onder meer keuzes uit de Nota Ruimte, het Hoogwaterbeschermingsprogramma en de Programmatische Aanpak Grote Wateren samengebracht en vanuit regionaal perspectief gewogen. De besluiten uit Ruimte voor de Rivier 2.0 vormen, in samenhang met dit Regionaal Perspectief, bouwstenen voor de

Pagina 13 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Hoogwaternevengeul bij Lent-Nijmegen aan de Waal. Voorbeeld van ruimte voor de rivier in een stedelijke context | Foto: Peter Venema

3. Onze analyse van en inbreng in landelijke keuzes voor het Rijngebied

Pagina 14 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

3 Onze analyse van en inbreng in landelijke keuzes voor het Rijngebied De landelijke keuzes over rivierbodemligging en afvoer & ruimte binnen Ruimte voor de Rivier 2.0 zijn richtinggevend voor de ontwikkeling van het Rijngebied richting 2100 en verder. Deze keuzes sluiten aan bij de bestaande Voorkeursstrategie Rijn (2015), waarin het samenspel tussen dijkversterking en rivierverruiming centraal staat. Tegelijkertijd spelen ze zich af in een bredere context van klimaatverandering, toenemende laagwaterproblematiek, maatschappelijke ontwikkelingen en groeiende ruimtelijke druk. Deze ontwikkelingen verbreden de opgaven waarvoor we staan. De landelijke keuzes brengen nieuwe (koppel)kansen en schuurpunten met zich mee, met een potentieel grote ruimtelijke impact. Daarmee is het essentieel dat regionale partners tijdig zicht hebben op mogelijkheden, beperkingen en onzekerheden, zodat de keuzes uitvoerbaar blijven voor het Rijngebied. Wij brengen de duiding uit dit hoofdstuk actief in aan de landelijke tafels (onder andere Ruimte voor de Rivier 2.0 en het Deltaprogramma (Zoetwater)), zodat de besluiten die in 2026 worden genomen passen bij wat het Rijngebied nodig heeft én kan bijdragen. Daarbij benadrukken wij onze voorkeur voor oplossingsrichtingen die aansluiten bij het DNA van het Rijngebied: de combinatie van rivierkundige en gebiedsspecifieke eigenschappen.

Wij zetten ons ervoor in dat het gesprek tussen het Rijk en regionale partijen over mogelijkheden en onmogelijkheden in bijvoorbeeld bestaande Bkl-reserveringen en zoekgebieden voor nieuwe reserveringen plaatsvindt vóórdat besluiten worden genomen.

In dit hoofdstuk schetsen we wat de landelijke keuzes over rivierbodemligging en afvoer & ruimte kunnen betekenen voor het Rijngebied. Deze duiding geeft een eerste beeld. De definitieve onderzoeksresultaten worden begin 2026 door Ruimte voor de Rivier 2.0 opgeleverd. Op basis daarvan werken wij deze duiding verder uit en stellen deze waar nodig bij. In dit vervolg worden ook de landelijke keuzes per deelgebied verdiept. Daarmee kunnen we tijdig, onderbouwd en gebiedsgericht inzichtelijk maken wat deze besluiten betekenen voor een toekomstbestendig Rijngebied.

3.1 Duiding keuzes rivierbodemligging en (maakbaarheid) afvoerverdeling bij laagwater Binnen Deltaprogramma Zoetwater wordt gewerkt aan een voorstel voor de wenselijke landelijke waterverdeling bij lage afvoeren. In het Programma Integraal Riviermanagement (april 2025) is besloten de bodemerosie te stoppen. Ruimte voor de Rivier 2.0 verkent welke maatregelen daarvoor nodig zijn. In samenhang daarmee onderzoekt het programma hoe de gewenste laagwaterverdeling maakbaar is en beter stuurbaar kan worden, passend bij de doelen van Deltaprogramma Zoetwater. We duiden wat de effecten hiervan zijn op de inrichting en werking van het riviersysteem en het samenhangende regionale watersysteem. De bredere afweging over de landelijke zoetwaterbeschikbaarheid tussen regio’s valt buiten de scope van dit Perspectief en wordt primair gemaakt binnen Deltaprogramma Zoetwater. Waar relevant benoemen wij deze samenhang, zonder deze hier inhoudelijk uit te werken. • Momenteel wordt binnen Ruimte voor de Rivier 2.0 het meergeulensysteem (zie figuur 1 verderop) als een van de maatregelen beschouwd voor het tegengaan van rivierbodemdaling. Deze oplossingsrichting past bij de regionale principes en uitgangspunten (hoofdstuk 4), waaronder het werken met het riviersysteem en het waar mogelijk aansluiten bij het DNA

Pagina 15 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

van het Rijngebied en is daarmee een oplossingsrichting om waterveiligheid, systeemwerking en ruimtelijke kwaliteit in samenhang te versterken in het betreffende gebied waar het meergeulensysteem aangelegd moet worden. Tegelijkertijd vraagt een meergeulensysteem om een zorgvuldige en integrale afweging van mogelijke effecten, waaronder de gevolgen (positief en negatief) voor benedenstroomse gebieden als het Merwedesgebied en de IJssel-Vechtdelta, effecten bij langdurig laagwater, risico’s op grondwaterverlaging en mogelijke zettingsen verzakkingsproblematiek. Ook is nadere duidelijkheid nodig over de financiële consequenties en de verdeling van risico’s en kosten. Wij vragen Ruimte voor de Rivier 2.0 deze consequenties goed in beeld te brengen alvorens definitief voor een meergeulensysteem te besluiten.

• De doorwerking voor de regio is dat het water bij lage afvoeren anders wordt verdeeld in het Rijnsysteem en dat gerichtere sturing over Waal, Nederrijn-Lek en IJssel mogelijk is. De regio waardeert dat met een combinatie van maatregelen - zoals het meergeulenconcept en een betere sturing van de waterverdeling bij lage afvoeren - wordt gezocht naar een evenwicht tussen landelijke zoetwaterbelangen. Tegelijk geven wij mee dat aandacht nodig blijft voor de regionale doorwerking van deze keuzes. Met name voor de effecten op regionale watersystemen en lokale gebruiksfuncties in de benedenstroomse gebieden. • De (regionale, ruimtelijke) impact speelt op de Waal tussen de Pannerdensche kop en Zaltbommel, op het Pannerdensch kanaal en op de Boven-IJssel.

• De grootste regionale doorwerking ontstaat bij een landelijke keuze voor een meergeulensysteem. Deze keuze beïnvloedt waterstanden en het tempo van rivierbodemdaling in het hoofdwatersysteem en werkt door in grondwaterstanden, afwatering en zoetwaterbeschikbaarheid in het regionale watersysteem. Juist deze doorwerking maakt dat een meergeulensysteem, afhankelijk van de uiteindelijke effecten, grote consequenties kan hebben voor regionale opgaven en ruimtelijke keuzes. Voor de exacte doorwerking en effecten, op bijvoorbeeld grondwaterstanden, is extra onderzoek nodig.

• De gefaseerde uitvoering van maatregelen brengt langdurige werkzaamheden in de uiterwaarden met zich mee, met bijbehorende hinder en overlast voor de omgeving. Dit speelt in ieder geval langs de Waal en mogelijk ook het Pannerdensch Kanaal en de Boven-IJssel.

• De regio ziet het stoppen van rivierbodemerosie als een noodzakelijke en positieve stap. Daarmee verslechteren de steeds verder verdrogende effecten van de rivierbodemproblematiek op de uiterwaarden en het binnendijkse gebied niet verder. Richting het Rijk geven wij mee dat dit niet als eindpunt moet worden gezien, maar als een eerste stap richting mogelijk verder herstel van de rivierbodem.

• Maatregelen voor rivierbodemligging kunnen positief bijdragen aan scheepvaart, natuuropgaven en recreatie en hebben een gunstig effect op grondwaterstanden en het tegengaan van verdroging. Daarmee kunnen zij ook natuur versterken, risico’s op funderingsschade beperken, grondwaterstanden op peil houden en de zoetwatervoorziening voor land- en tuinbouw en drinkwaterbeschikbaarheid versterken. Met effecten in onder andere de Betuwe, Salland, de Liemers, de Veluwe en Twente.

• De uiteindelijke inrichting van de betreffende uiterwaarden verandert, met blijvende gevolgen voor gebruik, beleving en ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Afhankelijk van de gekozen maatregelen en inrichting zijn deze effecten positief of negatief.

Pagina 16 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

3.2 Duiding keuzes benodigde ruimte afvoer bij (hoog)water Bij de landelijke keuzes in 2026 over het reserveren van ruimte voor de veilige afvoer van (hoog)water gaat het nadrukkelijk niet om een besluit over de uiteindelijke afvoercapaciteit of de verdeling van afvoeren, maar om de vraag welke ruimte nu gereserveerd moet worden om toekomstige keuzes uitvoerbaar te houden. Vooruitlopend op latere keuzes over inrichting en benutting. • De impact op het Rijngebied zit vooral in het aanwijzen van binnendijkse zoekgebieden voor nieuwe reserveringen, het mogelijk uitbreiden van bestaande Bkl-reserveringen en het effect op de bestaande bebouwde omgeving. Ook het bestendigen van het beleid ‘Lek ontzien’ werkt door in hoe water wordt verdeeld over de Rijntakken en heeft daarmee gevolgen voor de ontwikkelruimte. • Landelijke keuzes over afvoercapaciteit en afvoerverdeling werken direct via gewijzigde waterstanden en indirect via rivierverruimingsmaatregelen door in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). • Voor zowel bestaande als nieuwe reserveringen is handelingsperspectief nodig: duidelijkheid over wat in de reservering wél en niet kan, over gebruiksbeperkingen en over de ruimte voor ontwikkeling op de korte en middellange termijn.

Figuur 1: Twee manieren om een meergeulensysteem aan te leggen: langsdam met

• De mate van impact wordt sterk bepaald door het moment van inzet van gereserveerde gebieden voor riviermaatregelen, maar belemmert nu al besluitvorming en lokale ontwikkelingen zoals woningbouw. Tijdige gesprekken daarover zijn essentieel om onzekerheid voor gebiedspartijen te beperken.

oevergeul (boven) of verlengde krib met uiterwaardgeul (onder). Bron en meer informatie: www.ruimtevoorderivier.nl

Pagina 17 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

• Een Bkl-reservering heeft lokaal concrete gevolgen voor bedrijfszekerheid, verkoopbaarheid, investeringsbereidheid en ontwikkelmogelijkheden in het gebied. Het niet reserveren van ruimte voor waterveiligheidsmaatregelen leidt niet per definitie tot een onveilige situatie, maar kan ertoe leiden dat noodzakelijke maatregelen alleen nog tegen hogere kosten, met complexere technische oplossingen en met grotere uitvoeringsrisico’s kunnen worden gerealiseerd. Daarmee neemt de kwetsbaarheid van het systeem toe. • De verwachte keuzes over afvoer en ruimte bieden daarnaast kansen om opgaven te combineren. Bijvoorbeeld door waterveiligheid te koppelen aan natuur, recreatie of gebiedsontwikkeling, zowel in het riviersysteem als in het regionale watersysteem. De keuzes hebben daarmee een positief effect op de bevaarbaarheid van de rivieren. • De keuze over de afvoerverdeling bij hoogwater hangt samen met de benodigde ruimte binnendijks. Daarbij speelt de onzekerheid over de mate en het tempo van zeespiegelstijging een belangrijke rol, met name voor het benedenstroomse systeem van de Merwede(s). Onduidelijk is bovendien of het besluit over ruimte in 2026 in samenhang met een besluit over afvoerverdeling wordt genomen.

3.3 Generieke duiding van de landelijke keuzes We zien dat keuzes nodig zijn over zowel rivierbodemligging als afvoer & ruimte en herkennen de oplossingsrichtingen die landelijk worden voorbereid. We benadrukken daarbij het belang van het afstemmen en in beeld brengen van gevolgen voor benedenstroomse gebieden als Rijnmond-Drechtsteden en IJssel-Vechtdelta.

De precieze impact van de landelijke keuzes is pas te bepalen na ontvangst van het onderzoeksrapport dat de beleidskeuzes onderbouwt (begin 2026) en de daaropvolgende besluitvorming in de Stuurgroep Ruimte voor de Rivier 2.0 in het voorjaar van 2026. De bestaande Voorkeursstrategie Rijn uit 2015 van het Nationaal Deltaprogramma met het krachtig samenspel tussen dijkversterking en rivierverruiming sluit nog steeds aan bij de landelijke keuzes voor hoogwater die nu worden voorbereid. Daarmee blijft deze strategie een richtinggevend kader voor de actuele besluitvorming hierover. Tegelijkertijd zien wij dat klimaatontwikkelingen, landelijke keuzes over rivierbodemligging en afvoer bij laagwater én regionale ambities en maatschappelijke ontwikkelingen de opgaven in het Rijngebied verbreden en de druk op de beschikbare ruimte vergroten. Deze ontwikkelingen werken door in het functioneren van het riviersysteem, de regionale watersystemen en de ruimtelijke inrichting van het Rijngebied en vragen om scherpe, samenhangende keuzes en slimme combinaties. Met deze eerste regionale analyse in dit hoofdstuk en de verdere uitwerking in deel 2 van het Perspectief (juli 2026) kunnen landelijke keuzes landen op een manier die aansluit bij wat het Rijngebied nodig heeft én kan bijdragen richting een toekomstbestendig Rijngebied.

Meer informatie landelijke keuzes • www.ruimtevoorderivier.nl • www.deltaprogramma.nl/themas/zoetwater

We geven de voorkeur aan oplossingsrichtingen die passen bij het DNA van het Rijngebied: de kenmerkende combinatie van rivierkundige en gebiedsspecifieke eigenschappen.

Pagina 18 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Lexkesveer aan de Nederrijn-Lek. Voorbeeld van rivierverruiming en natuurontwikkeling, gecombineerd met recreatief gebruik en ruimtelijke kwaliteit | Foto: Con Monnich, bron: Rijkswaterstaat

4. Hoe wij sturen, kiezen en handelen in het Rijngebied

Pagina 19 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

4 Hoe wij sturen, kiezen en handelen in het Rijngebied De principes en uitgangspunten in dit hoofdstuk vormen de gemeenschappelijke basis voor hoe wij als regionale partners sturen, kiezen en handelen in het Rijngebied. Ze vragen van ons dat wij consequent werken vanuit gedeelde waarden, op het juiste schaalniveau besluiten nemen, transparant zijn over afwegingen en verantwoordelijkheid nemen voor het geheel van het Rijngebied. Daarmee bouwen wij aan voorspelbaarheid, solidariteit en uitvoerbaarheid. Zowel binnen onze eigen organisaties als in het samenspel tussen Rijk, regio en lokaal. De principes zijn richtinggevend voor onze regionale besluitvorming, voor onze inbreng aan landelijke tafels en voor een consistente, gezamenlijke aanpak die gebiedsgericht en toekomstbestendig is richting 2100 en verder. In dit hoofdstuk leggen wij de principes en uitgangspunten vast die als gezamenlijk houvast dienen bij het maken van keuzes in het Rijngebied. Ze helpen om afwegingen samenhangend en uitlegbaar te maken in een complex speelveld, zonder oplossingen op voorhand vast te leggen of dicht te regelen. Eerst beschrijven wij de vormende principes die aangeven hoe wij met het gebied omgaan en wat ons handelen in het Rijngebied kenmerkt. Vervolgens lichten wij toe hoe wij regionale besluitvorming organiseren en hoe wij als regio bijdragen aan landelijke keuzes.

Tot slot beschrijven wij welke uitgangspunten richting geven aan de uitvoering: wat nodig is om maatregelen verantwoord, voorspelbaar en gebiedsgericht te realiseren.

In deel 2 van het Regionaal Perspectief (juli 2026) passen wij deze principes en uitgangspunten direct toe bij de verdieping van de deelgebieden en thema’s. Daarmee toetsen we of zij in de praktijk houvast bieden voor het maken van samenhangende keuzes. Waar dat nodig blijkt, stellen we ze bij of maken we ze concreter. Hierbij benutten we ook het voorstel voor gebiedsgericht samenwerken dat Ruimte voor de Rivier 2.0 begin 2026 oplevert. Inclusief een spelregelkader en werkwijzer voor toekomstige opgaven en projecten. Op die manier sluiten onze principes en uitgangspunten goed aan bij de landelijke samenwerking richting 2100 en verder.

4.1 Vier vormende principes in de omgang met het Rijngebied Deze principes geven richting aan hoe wij als regio omgaan met de IJssel, Nederrijn-Lek, Waal-Merwedes en het omliggende gebied. Inclusief het splitsingspuntengebied en de IJssel-Vechtdelta als sleutelgebieden in het functioneren van het riviersysteem. Ze beschrijven hoe wij keuzes verbinden aan wat de Rijntakken nodig hebben, hoe wij recht doen aan het gebied en de leefomgeving en hoe wij verantwoordelijkheid nemen voor een toekomstbestendig Rijngebied. Het zijn richtinggevende principes die onze gezamenlijke werkwijze vormen. Als regionale partners binnen Deltaprogramma Rijn ...: 1. ... werken we gebiedsspecifiek: We sluiten aan bij het DNA, de kwaliteiten en de draagkracht van het gebied. Het ‘DNA’ is voor ons het geheel aan gebieds- en systeemkenmerken dat bepaalt wat passend en maakbaar is, zoals riviergedrag en morfologie, water- en bodemsysteem, landschap, ecologie, gebruik en identiteit. We benutten wat sterk is en maken expliciet waar verlies optreedt. We geven ruimte aan eigenaarschap, gevoelens van verlies en het eerlijke verhaal.

Pagina 20 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

2. ... handelen we solidair en vanuit wederkerigheid: We dragen bij aan het grotere geheel en handelen volgens het principe van niet afwentelen. We streven ernaar dat gevolgen van keuzes, positief én negatief, evenwichtig worden verdeeld en minimaal uitlegbaar zijn. We voorkomen dat deze gevolgen structureel of eenzijdig terechtkomen bij specifieke gebieden, gebruiksfuncties, publieke of private partijen of toekomstige generaties, terwijl alternatieven mogelijk zijn. Als keuzes toch leiden tot een ongelijke verdeling, maken we deze expliciet en verbinden we daaraan wat dit vraagt aan wederkerige bijdragen, randvoorwaarden en afspraken. Richting landelijke tafels brengen we hiervoor een onderbouwd aanbod in en maken we duidelijk wat nodig is om tot haalbare afspraken te komen.

4.2 Vier principes voor regionale besluitvorming en voor onze inbreng aan landelijke tafels Deze principes geven richting aan hoe wij als regionale partners binnen Deltaprogramma Rijn regionale besluiten nemen. Ze vormen het kader van waaruit wij de landelijke besluitvorming beschouwen en bepalen waar we keuzes op beoordelen, vanuit welke waarden we onze voorstellen en adviezen inbrengen en hoe we onderbouwd aangeven wat het Rijngebied nodig heeft én kan bijdragen. De principes vormen een gezamenlijk vertrekpunt, waardoor vertegenwoordigers namens het Rijngebied consistent en goed onderbouwd kunnen spreken aan zowel landelijke als regionale en lokale tafels.

3. ... kijken we systeem- en toekomstgericht volgens het principe Water en Bodem sturend en blijven we wendbaar: We handelen volgens het principe Water- en Bodem sturend en werken vanuit de samenhang tussen rivier, regionale water- en bodemsystemen, ecologie en gebruik. We richten ons op een langetermijnperspectief richting 2100 en verder, terwijl we de manier waarop we stappen zetten kunnen aanpassen wanneer inzichten of omstandigheden veranderen. Zo blijven keuzes richtinggevend en houdbaar over bestuurlijke periodes heen en uitvoerbaar in een veranderende context. Onze keuzes zijn daarbij bestuurlijk en maatschappelijk stevig genoeg om langdurige trajecten te dragen.

Als regionale partners binnen Deltaprogramma Rijn ...:

4. ... benutten we lokale kennis en ervaring: We wegen tijdig de kennis, ervaring en perspectieven van bewoners, ondernemers en maatschappelijke partijen mee. Goede keuzes kunnen immers alleen ontstaan mét het gebied, met iedereen die er woont, werkt en leeft.

2. ... durven we te kiezen en zijn we duidelijk: We maken bewuste keuzes en brengen focus aan, ook wanneer die keuzes lastig of niet voor iedereen aantrekkelijk zijn. We voorkomen dat opgaven, wensen en maatregelen zich blijven opstapelen zonder dat duidelijk is wat we wel en niet doen en waar we nu op inzetten en waar (nog) niet. Door keuzes expliciet te maken en duidelijk uit te leggen, bieden we handelingsperspectief aan betrokken overheden, maatschappelijke organisaties en ondernemers en bewoners en geven we heldere richting aan de verdere uitwerking en besluitvorming.

1. ... nemen we waardengedreven besluiten: We sturen op omgevingskwaliteit, economische bedrijvigheid, landschap, identiteit, erfgoed, beleving, duurzaamheid en gezondheid. We maken zichtbaar wat vastligt vanuit wettelijke en functionele eisen en waar echte afwegingsruimte bestaat. Ruimtelijke kwaliteit en schoonheid zijn volwaardige criteria bij regionale besluiten en in onze inbreng aan landelijke tafels. Daarmee bedoelen we de samenhang tussen landschappelijke inpassing, gebruikswaarde, beleving en identiteit van het rivierengebied.

Pagina 21 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

3. ... zorgen we voor voorspelbare en uitlegbare besluitvorming: We maken tijdig duidelijk hoe ons besluitvormingsproces verloopt, wie wanneer waarover besluit en wat de status daarvan is. We maken effecten, risico’s, kansen en alternatieven inzichtelijk, zodat het proces voorspelbaar is, ook wanneer de inhoudelijke keuzes nog openstaan. 4. ... onderbouwen we keuzes transparant en vergelijkbaar: We maken maatschappelijke, economische en ecologische effecten inzichtelijk en wegen risico’s en kansen zorgvuldig af. We vergelijken alternatieven objectief en toetsbaar, zodat besluiten herleidbaar, uitlegbaar en rechtvaardig zijn.

4.3 Vier uitgangspunten richting uitvoering

gebiedsbetrokkenheid, waar nodig met coördinatie op een hoger schaalniveau. En dat het beheer vervolgens wordt belegd bij partijen die de lokale situatie kennen en langdurig betrokken blijven. Waar opgaven samenkomen en keuzes nog verkend moeten worden, achten wij het belangrijk dat ontwerpend onderzoek wordt ingezet om samenhang, effecten en maakbaarheid te doorgronden. Dit maakt het mogelijk om in de uitvoering maatwerk te leveren, passend bij gebied en opgave. En kan gebiedskennis vanaf het begin worden verbonden aan inhoud, belangen en uitvoerbaarheid, terwijl verantwoordelijkheden helder blijven. We borgen bovendien dat elk project bij de start breed en systeemgericht wordt verkend, zodat integraliteit, keuzes en kansen op systeemniveau expliciet worden meegenomen en de scope waar nodig adaptief kan worden bijgesteld.

De uitgangspunten in deze paragraaf beschrijven wat wij belangrijk vinden om opgaven verantwoord, effectief en in samenhang met het gebied te kunnen realiseren, passend bij het specifieke gebied, het schaalniveau en de aard van de opgave.

2. ... streven we naar gezamenlijke, meerjarige inzet van middelen en capaciteit: Dit betekent werken met gedeelde middelen en inzet, meerjarig en op het juiste schaalniveau, met vooraf heldere rollen en verantwoordelijkheden. Gezamenlijke opgaven bundelen we waar mogelijk in een meerjarig Rijk–regioprogramma.

Deze uitgangspunten zorgen ervoor dat vanuit een gedeelde basis regionale vertegenwoordigers gerichte en regionaal breed gedragen gesprekken kunnen voeren aan landelijke en regionale tafels over gebiedsuitwerking, programmering, samenwerking en randvoorwaarden voor uitvoering. Zij maken zichtbaar welke overwegingen wij daarbij willen meegeven en waar wij als regio op sturen.

3. ... maken we samenwerking voorspelbaar: Rollen, verantwoordelijkheden, risico’s en (on)mogelijkheden leggen we vooraf duidelijk en zakelijk vast, zodat projecten betrouwbaar, uitvoerbaar en aanspreekbaar zijn.

Als regionale partners binnen Deltaprogramma Rijn ...:

4. ... werken we no-regret en toekomstbestendig: We zetten stappen die passen binnen de koers richting 2100 en verder en laten toekomstige opties open. Beheer en nazorg maken vanaf het begin onderdeel uit van ontwerp, besluitvorming en financiering.

1. ... sturen wij op verantwoordelijkheid en maatwerk op het passende schaalniveau: Wij vinden het belangrijk dat initiatief en formele verantwoordelijkheid voor projecten en maatregelen liggen bij de partijen waar deze bestuurlijk en juridisch thuishoren. Daarbij sturen wij er bij het Rijk op aan dat het trekkerschap in de uitvoering wordt belegd bij een partij op een passend schaalniveau met sterke

Pagina 22 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Het regionaal watersysteem vraagt ruimte om landelijke keuzes in het hoofdwatersysteem (de rivier) te laten doorwerken en te ondersteunen via afvoer en vasthouden van water | Foto: Peter Venema

5. Thema’s die het hele Rijngebied raken en nadere richting vragen

Pagina 23 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

5 Thema’s die het hele Rijngebied raken en nadere richting vragen De thema’s in dit hoofdstuk overstijgen afzonderlijke deelgebieden en raken de kern van het Rijngebied als geheel, zoals de koppeling tussen het hoofd- en regionaal watersysteem, wateroverlast, zoetwaterbeschikbaarheid, natuur en ecologische waterkwaliteit, landbouw, delfstoffenwinning, meerlaagsveiligheid, recreatie en ruimtegebruik. Juist omdat deze thema’s gebiedsoverstijgend zijn, is één gezamenlijke regionale koers noodzakelijk. Wij vragen onze partners om deze thema’s tijdig aan de juiste tafels te agenderen en samen te bepalen wat nodig is om ze regionaal sturend te laten zijn. Dat vraagt om het delen van kansen en knelpunten en om de bereidheid om gezamenlijk richtinggevende uitspraken en regionale strategieën te formuleren, ook waar keuzes sector- of gebiedsoverstijgend zijn. Deze uitspraken en strategieën zijn nodig voor de verdere verdieping van de deelgebieden in deel 2 van het Perspectief. Daarbij vraagt het regionaal watersysteem en daarmee het beperken van wateroverlast en verdroging om actieve inzet van Deltaprogramma Rijn, aansluitend bij de aanpak van de waterschappen.

In dit hoofdstuk leggen wij de inhoudelijke basis voor de thema’s die het hele Rijngebied raken. Zij raken de samenhang, veiligheid, leefomgevingskwaliteit en toekomstbestendigheid van het Rijngebied en vormen de brug tussen landelijke kaders en de

toepassing in de deelgebieden. Ze zorgen er bovendien voor dat alle (stroom)gebieden – ook plekken waar de opgaven minder prominent zijn – onderdeel blijven van het gezamenlijke perspectief en weten waar zij in het vervolg hun plek hebben. Deze basis is nodig om in deel 2 van het Regionaal Perspectief (juli 2026) per thema richting te kunnen geven aan de toepassing in de deelgebieden. Wat daarvoor nodig is en welke vervolgstappen wij voorzien, is beschreven in hoofdstuk 7.

5.1 Thema's waarvoor nadere uitwerking nodig is 5.1.1 Koppeling hoofdwatersysteem – regionaal watersysteem De samenhang tussen het hoofdwatersysteem en de regionale watersystemen (zoals zijrivieren, sloten, vaarten en grondwater) is groot en bepalend voor het omgaan met hoogwater, wateroverlast en droogte, maar wordt nog onvoldoende gezamenlijk en systeemgericht benaderd. Deze samenhang is niet alleen hydraulisch en hydrologisch van aard, maar omvat ook ecologische relaties, waarbij water, bodem en ecosysteem in elkaars verlengde liggen. Keuzes en maatregelen in het hoofdwatersysteem werken direct door in regionale watersystemen, maar ook in de condities voor bodem en ecologie en vice versa. Dat geldt zowel voor keuzes bij hoogwater als bij laagwater. Een slimmere interactie tussen hoofd- en regionaal watersysteem kan beide systemen veel opleveren, zowel in drogeals in hoogwaterperioden. Samenhang bij hoogwater en wateroverlast Bovenregionale stresstesten die na de ‘bui van Limburg’ in 2021 door waterschappen zijn uitgevoerd laten zien dat op specifieke delen van het Rijnsysteem - zoals de Boven-Rijn, het Pannerdensch Kanaal, de Nederrijn en de IJssel - de interactie tussen hoofd- en regionale watersystemen bepalend is voor de mate van wateroverlast in omliggende polders, bebouwde gebieden en agrarische gronden.

Pagina 24 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Bij hoge waterstanden in het regionaal watersysteem wordt in de praktijk vaak geprobeerd water zo lang mogelijk af te voeren naar het hoofdwatersysteem. Bij samenloop met hevige neerslag kan dit leiden tot ongunstige piekbelasting in zowel het hoofdwatersysteem als regionale systemen. Het is belangrijk slimmer te kijken naar het bewust anders sturen van bemaling en afvoer, bijvoorbeeld door water tijdelijk vast te houden om pieken in het hoofdwatersysteem te ontlasten. Wateroverlast Wateroverlast in het Rijngebied wordt veroorzaakt door hevige neerslag. Gevolgen hiervan worden groter als dit wordt gecombineerd met hoge rivierstanden en beperkte afvoermogelijkheden in het regionale watersysteem, bijvoorbeeld door hoge grondwaterstanden of volle waterberging. Daarnaast vormt de mate en het tempo van zeespiegelstijging een onzekere, maar potentieel bepalende factor voor de afvoercondities in het benedenstroomse systeem. Dit benadrukt het belang om het hoofdwatersysteem en het regionale watersysteem altijd in samenhang te beschouwen, ook in relatie met de landelijke keuzes over afvoer en ruimte. Verder sluiten we aan op de lopende aanpak van onze waterschappen om wateroverlast te beperken, met een rol en bijdrage voor gemeenten en provincies. Samenhang bij laagwater en droogte Ook bij laagwater zijn de onderlinge afhankelijkheden tussen hoofden regionaal watersysteem groot.

Rivierwaterstanden - en hiermee samenhangend de mate van erosie van de rivierbodem - hebben een sterke invloed op de regionale grondwaterstanden. Effecten van lagere rivierwaterstanden reiken tot vele kilometers in het regionale systeem met significante effecten op de droogteproblematiek met mogelijk negatieve effecten op bebouwing (funderingsschade), natuur en landbouw.

Ook de verdeling van water bij lage afvoeren is voor het regionale systeem van groot belang. Gebieden zoals het Gelders-Overijsselse aanvoergebied van de Twentekanalen, maar ook het Gelderse rivierengebied zijn sterk afhankelijk van aanvoer vanuit het hoofdwatersysteem. Keuzes die landelijk gemaakt worden over verdeling hebben dus grote impact op de regionale watersystemen en de functies hierin. Bestaande Waterakkoorden zijn bedoeld om hier invulling aan te geven, maar de vraag is in hoeverre deze akkoorden voldoende flexibel en adaptief zijn om mee te bewegen met de toenemende dynamiek van het watersysteem. Samenhangende systemen vragen een samenhangende aanpak Water houdt zich niet aan beheer- of bestuurlijke grenzen. De formele verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor peilbeheer, voor het nemen van tijdelijke maatregelen en voor het vasthouden en afvoeren van water zijn belegd bij de waterschappen. De uitdaging zit echter niet in het mandaat, maar in de afstemming tussen maatregelen en effecten over systeemgrenzen heen. Keuzes in het hoofdwatersysteem en in regionale watersystemen grijpen direct op elkaar in, terwijl het bestuurlijke en beleidsmatige kader om deze samenhang gezamenlijk te wegen en te sturen nog onvoldoende is uitgewerkt en geborgd.

Daardoor is het lastig om tijdelijke operationele sturing en structurele keuzes in het hoofd- en regionale watersysteem consistent en samenhangend op elkaar te laten aansluiten. Ondanks dat waterbeheerders via onder meer Slim Watermanagement steeds intensiever organisatie-overstijgend samenwerken en deze werkwijze zich nog verder ontwikkelt. Met regionale sponsstrategieën wordt water langer vastgehouden. Maatregelen in het bodem- en watersysteem zorgen ervoor dat water in het gebied blijft, kan infiltreren naar het grondwater en dat de afvoer wordt gedempt. Daarmee kan de regio bijdragen aan het verminderen van de vraag naar het hoofdwatersysteem, het beperken van piekafvoeren en het terugdringen van de behoefte aan kwalitatief laagwaardig water, terwijl ook de vergrijzing van het grondwater wordt afgeremd.

Pagina 25 van 78

Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1

Bij langdurige structurele keuzes speelt daarnaast de vraag hoe solidariteit tussen gebieden wordt georganiseerd: wie maakt ruimte, wie draagt kosten en hoe worden effecten eerlijk verdeeld. De Nota Ruimte agendeert deze vraag expliciet, onder meer via het uitgangspunt van een regionaal watersysteem in balans. Bestaande Waterakkoorden zijn bedoeld om hier invulling aan te geven, maar de vraag is in hoeverre deze akkoorden voldoende flexibel en adaptief zijn om mee te bewegen met de toenemende dynamiek van het watersysteem. Zonder nadere gezamenlijke uitwerking blijft onduidelijk hoe lasten en baten tussen gebieden worden verdeeld en hoe regionale en landelijke keuzes elkaar kunnen versterken. Ruimte voor het regionaal watersysteem Geredeneerd vanuit de koppeling tussen het hoofdwatersysteem en het regionaal systeem en vanuit wateroverlast is het de vraag of op lang termijn ook aanpassingen nodig zijn in het regionaal systeem. Aanvullend op de invulling die regionale zoetwaterstrategieën hieraan geven. Bijvoorbeeld ten behoeve van piekberging, zodat er bij extreme waterstand op het hoofdsysteem minder (of geen) water vanuit de regio wordt afgevoerd. Een goede sponsstrategie kan, mits goed gefinetuned, bijdragen aan de waterveiligheidssituatie.

Mogelijk vraagt dit ingrepen met ruimtelijke impact, wat kan betekenen dat het nodig is om ook langs het regionale systeem ruimte te reserveren. Hiervoor zal in de volgende periode van het zesjaarlijkse Deltaprogramma (2027 - 2033) een nader onderzoek plaatsvinden. Als regio willen we dat de bijdrage die regionale watersystemen kunnen leveren aan de opgaven in het hoofdwatersysteem bij zowel laag- als hoogwater volwaardig wordt meegenomen in de landelijke afweging en besluitvorming. Inclusief het bijbehorende bekostigingsvraagstuk van regionale maatregelen. De regio beschouwt deze bijdrage als onderdeel van de oplossing en daarmee als een uitwerking van landelijke solidariteit en wederkerigheid.

5.1.2 Dijkversterking Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) In het HWBP werken 21 waterschappen en Rijkswaterstaat samen aan de opgave om de dijken in 2050 op orde te hebben. Om deze opgave te kunnen realiseren is voortgang en een stabiele scope van groot belang. Tegelijk worden in Ruimte voor de Rivier 2.0 diverse keuzes voorbereid die impact kunnen hebben op de versterkingsopgave. De termijn waarop deze keuzes impact hebben, bepaalt mede in hoeverre er raakvlakken zijn met het HWBP. In de voorbereiding van dijkversterkingsprojecten worden opgaven van medeoverheden meegenomen, rekening houdend met de uitvoerbaarheid en haalbaarheid. Opgaven op het gebied van natuur, grondstoffen, de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) maken daarmee onderdeel uit van de HWBP-aanpak. Voor het HWBP is het van belang dat vanuit Ruimte voor de Rivier 2.0 tijdig inzicht ontstaat in waar en op welke termijn maatregelen worden voorzien. Daarnaast is behoefte aan een gezamenlijk beeld van locaties waar dijkversterking nodig is en waar (1) die samenhang verder uitgewerkt moet worden en (2) waar die samenhang er niet is of zo ver in de tijd dat de HWBP-projecten doorgang kunnen vinden zonder rekening te houden met Ruimte voor de Rivier 2.0.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16862777/1