Bijlage A. Regionaal Perspectief Rijngebied 1 (definitief, januari 2026)
Tekst van het document
Nieuwegein – Krimpenerwaard - Kinderdijk: laagveen, verzilting en cultuurhistorische dijken In het benedenstroomse deel van de Lek verandert het landschap volledig: de rivier stroomt door laagveengebieden met smalle uiterwaarden, veenweiden, diepe polders en historische dijken. Dit gebied vervult een belangrijke functie als zoetwaterzone voor WestNederland, zowel voor landbouw, natuur als drinkwatervoorziening. De combinatie van slappe bodemopbouw, bodemdaling en historische lintbebouwing maakt dit gebied extra kwetsbaar en beperkt de mogelijkheden voor rivierverruimende maatregelen, waaronder dijkteruglegging. Terwijl zeespiegelstijging en langere perioden van droogte de druk op de zoetwatervoorziening vergroten en met name in benedenstroomse gebieden waar getijdewerking een rol speelt de gevoeligheid voor verzilting versterken. De Lekdijk is in dit gebied van vitaal belang voor de waterveiligheid van West-Nederland. Een doorbraak zou grote gevolgen hebben voor miljoenen inwoners en economische activiteiten, waaronder luchthaven Schiphol. De dijkversterkingsprogramma’s zijn daarom omvangrijk en complex, mede door de culturele, landschappelijke en recreatieve waarden van het gebied, waaronder de Hollandsche Waterlinie en de UNESCO-iconen rond Kinderdijk.
Scheepvaart en recreatie kruisen elkaar hier intensief, met beperkte ruimte en getijdenwerking die de navigatie soms bemoeilijken.
De Nederrijn-Lek in cijfers • 116 kilometer lang (de Nederrijn 54, de Lek 62 kilometer) • wisselt sterk in breedte (de Nederrijn is gemiddeld 80 meter breed, de Lek tussen de 180 en 330 meter) • wisselt qua diepte (de Nederrijn varieert tussen de 4,70 en 2,80 en de Lek heeft een diepte van 5,30 meter) • voert 15 procent van het Rijnwater af • heeft 15 duizend hectare aan uiterwaarden
Pagina 49 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
6.2.2 Waar opgaven samenkomen langs de Nederrijn-Lek De inventarisatie in deze paragraaf is de afgelopen periode gezamenlijk uitgevoerd met betrokken gemeenten, provincies, waterschappen en maatschappelijke organisaties (zie hoofdstuk 8). De Nederrijn-Lek kent een eigen en complexe opgave die wezenlijk verschilt van de IJssel en de Waal. In deze Rijntak komen opgaven niet vanzelfsprekend samen in duidelijke deelgebieden, omdat de ruimtelijke en fysieke kenmerken van het gebied dat nauwelijks toelaten. De combinatie van hoge veiligheidsnormen, dichte lintbebouwing langs de dijken, veenweidegebieden met beperkte draagkracht en dijken die op smalle zandige oeverwallen liggen, zorgt ervoor dat de ruimte voor grote fysieke ingrepen klein is. Verder van de rivier af is de ondergrond te slap om zware dijken te dragen. Hierdoor vraagt de Nederrijn-Lek niet om grootschalige rivierverruiming, maar om slimme keuzes, het samenbrengen van kleinere maatregelen, koppelingen met bestaande en toekomstige programmeringen en het zorgvuldig benutten van beperkte ruimte. Het beleid Lek ontzien blijft daarbij richtinggevend. In de afgelopen jaren zijn op meerdere plaatsen uiterwaarden heringericht en retentiegebieden aangelegd, wat het systeem al meer ruimte en flexibiliteit heeft gegeven. Daardoor ligt de opgave vooral in het verbinden en versterken van dergelijke kleinschalige maatregelen.
Een belangrijk deel van deze verbindingen en versterkingen vindt plaats binnen lopende dijkversterkingsopgaven langs de NederrijnLek, zoals het programma Sterke Lekdijk dat tot circa 2031 wordt uitgevoerd. In deze trajecten is expliciet aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en het benutten van meekoppelkansen, onder meer voor natuurontwikkeling. Daarna worden de momenten waarop dijkversterking kan worden gecombineerd met nieuwe natuur- en PAGW-doelen schaarser, waardoor toekomstige kansen vooral liggen in aansluiting bij initiatieven van derden en andere programmeringen. Daarnaast is er een belangrijke systeemopgave. De Nederrijn-Lek is door verzilting kwetsbaar bij laagwater, terwijl de druk op de
regionale zoetwaterverdeling toeneemt. De stuw Driel bepaalt bij laagwater hoeveel water richting de IJssel gaat en hoeveel via de Nederrijn-Lek afstroomt. Water via de IJssel is essentieel voor de scheepvaart op de IJssel en het peil van het IJsselmeer, terwijl water via de Nederrijn-Lek nodig is om zoutindringing tegen te gaan en om de Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA) te voeden. Waaronder het project Robuuste Doorvoerroute Krimpenerwaard (RDKW) van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. In de benedenloop liggen cruciale inlaatpunten voor drinkwater en innamepunten voor waterschappen waarmee peilbeheer, doorspoeling en aanvoer voor onder andere land- en tuinbouw worden gereguleerd en systemen die veendijken op sterkte houden. De extra zoetwatervraag om bodemdaling in veenweidegebieden tegen te gaan vergroot deze opgave. Daarom is het van groot belang om de benedenloop van de Nederrijn-Lek zo lang mogelijk zoet te houden, vooral in droge perioden. Binnen deze complexe systeemdynamiek spelen uiteenlopende opgaven: ecologie, waterkwaliteit, recreatie, waterveiligheid, dijkversterking, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie. Omdat deze opgaven niet samenkomen in enkele deelgebieden, is het noodzakelijk om te werken met duidelijke principes die richting geven aan afwegingen.
Naast de principes voor het Rijngebied in hoofdstuk 4 zijn dat specifiek voor de Nederrijn-Lek bijvoorbeeld: • Ontwikkelingen langs de Nederrijn–Lek beoordelen we altijd op combinaties van functies (veiligheid, ecologie, recreatie, leefkwaliteit) in plaats van als losse sectorale opgaven. • Waar fysieke ruimte beperkt is, moeten we sturen op “kwaliteit binnen de krapte”: kleine ingrepen die samen betekenisvol zijn. • Bij elke grote ingreep (zoals dijkversterking) kijken we standaard naar naar ecologische en recreatieve meekoppelkansen. • Projecten moeten bijdragen aan een meer samenhangend en robuust geheel, niet alleen aan lokale optimalisatie.
Pagina 50 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
Aansluiting op programma’s zoals de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) is essentieel om ecologische en recreatieve doelen te realiseren. Regionale samenwerking is daarbij belangrijk, zeker omdat veel gemeenten beperkte capaciteit hebben om kansen te benutten en te beheren. Deze inzichten laten zien dat de Nederrijn-Lek vraagt om een integrale, zorgvuldig onderbouwde en principe gestuurde aanpak, met een duidelijke beschrijving van de complexiteit van deze riviertak, waarin systeemkenmerken, beperkte uitvoeringsruimte en koppelkansen leidend zijn. Het Regionaal Perspectief Rijngebied biedt het gezamenlijke kader om die lijn vast te houden, integrale samenwerking te organiseren en de regionale stem scherp te positioneren in landelijke besluitvorming. In de volgende paragrafen onderscheiden we twee riviertaktrajecten die wij in deel 2 van het Perspectief (juli 2026) nader verdiepen. a. Bovenstrooms (IJsselkop – Nieuwegein): zoeken naar synergiekansen en koppelingen met programmering Het bovenstroomse deel van de Nederrijn-Lek wordt gekenmerkt door een sterk gereguleerd riviersysteem met stuwen, stuwwallen en hoogteverschillen die de afvoer, waterstanden en ecologische verbindingen bepalen.
De combinatie van smalle uiterwaarden, kwetsbare oevers en meerdere landschappelijke overgangen maakt dat opgaven hier versnipperd liggen en vooral kansen ontstaan in het slim koppelen van kleinere maatregelen. Juist deze samenloop van rivierkundige regie, beperkte natuurlijke dynamiek en diverse gebruiksfuncties maakt het een logisch afzonderlijk traject voor het zoeken naar synergie. In dit traject ligt de opgave niet in grote fysieke ingrepen, maar in het vinden en benutten van synergiekansen. Het gaat hier om het concreet maken van plekken waar kleinere maatregelen elkaar kunnen versterken en waar bestaande en toekomstige opgaven slim kunnen worden gekoppeld. Daarbij kan ook worden gekeken hoe
recreatieve functies langs de rivier kunnen bijdragen aan het spreiden van recreatiedruk op de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug, door alternatieven dichter bij het riviersysteem aantrekkelijker te maken. Voorbeelden hiervan zijn lokale verbeteringen aan aanlegplaatsen bij de veren van Ingen en Eck en Wiel en de uitbreiding van de horecafunctie bij het veer van Ingen. Deze zoektocht naar synergie vraagt een nauwe aansluiting op de lopende regionale programmering. Daarbij verkennen wij in deel 2 samen met PAGW welke kansen, dit traject biedt voor hun langjarige programmering en welke elementen vanuit de Nederrijn-Lek kunnen worden ingebracht voor toekomstige PAGW-opgaven. Zoals bijvoorbeeld herstel van de beekmondingen van de vrij afstromende Renkumse en Heelsumse beek. b. Nieuwegein – Kinderdijk: complexiteit, kwetsbaarheid en bestuurlijke afwegingsruimte Benedenstrooms verandert de rivier fundamenteel van karakter: het landschap verschuift naar laagveen, de fysieke ruimte wordt kleiner, de ondergrond slapper en de waterveiligheidsnormen aanzienlijk hoger. Tegelijk vervult de Lek hier een cruciale rol in de nationale zoetwaterverdeling, terwijl dichte lintbebouwing, intensieve scheepvaart, cultuurhistorie en recreatie elkaar binnen krappe marges raken.
Deze stapeling van kwetsbaarheid, functies en systeemdruk maakt dit deel van de rivier wezenlijk anders dan bovenstrooms en vraagt om een eigen trajectbenadering met nadruk op zorgvuldig afwegen en het beleid Lek ontzien. In het benedenstroomse traject staat het nader duiden van de complexiteit van het gebied centraal: hoge veiligheidsnormen, weinig fysieke ruimte, slappe ondergrond en veel functies dicht op de rivier. Deze complexiteit verklaart waarom keuzes hier zorgvuldig moeten worden afgewogen en waarom het beleid Lek ontzien essentieel blijft. Daarnaast is er een belangrijke relatie met het HWBP-project Sterke Lekdijk.
Pagina 51 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
Pagina 52 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
Onderstaande tabel geeft het overzicht van de relevante opgaven / vervolgstappen per riviertraject. Het volledige overzicht van opgaven langs de Nederrijn-Lek is momentopname per december 2025) is opvraagbaar via deltaprogramma_rijn@gelderland.nl Locatie
Vervolgstap
Bovenstrooms (Arnhem tot Nieuwegein)
• Op zoek naar synergiekansen + kansen N2000/ KRW/ PAGW + kansen recreatie • Samenhang regionale watersysteem Veluwe en adaptieve drinkwaterstrategie • Lopende HWBP-projecten
Benedenstrooms (Nieuwegein tot Kinderdijk)
• Nader duiden + beschrijven complexiteit gebied (opgaven waterveiligheid, verzilting, inlaatpunten drinkwater, inlaat om veendijken en veengebieden nat te houden • Opgaven vanuit regionaal systeem tegen droogte, doorvoer naar Randstad (zoetwaterzone) • Lopende HWBP-projecten
Pagina 53 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
6.3 Waal, Merwedes en Boven-Rijn Langs de Waal zijn afgelopen decennia, met uitzondering van de complexe ontpoldering van de Noordwaard, de relatief eenvoudige ingrepen gerealiseerd binnen onder meer Ruimte voor de Rivier 1.0. Wat nu resteert zijn de locaties met grote complexiteit en grote ruimtedruk. De mogelijke maatregelen voor rivierbodemligging langs een groot deel van de Waal en de mogelijke toekomstige ruimtevraag voor extra afvoercapaciteit naast de al bestaande reserveringen kunnen ingrijpende effecten hebben in uiterwaarden en binnendijks. Deze ruimtevraag raakt direct aan ruimtelijke plannen van gemeenten en provincies en vraagt zorgvuldige afstemming met lopende programma’s zoals het Hoogwaterbeschermingsprogramma, Programmatische Aanpak Grote Wateren en NOVEX-gebieden. In deze paragraaf geven wij eerst een beknopte schets van de gebiedskenmerken van de Waal, Merwedes en Boven-Rijn, zodat duidelijk is welke landschappelijke, rivierkundige en ruimtelijke factoren de opgaven langs deze Rijntak bepalen. Vervolgens duiden we waar opgaven samenkomen in vijf deelgebieden en waarom juist deze locaties na eerdere ingrepen binnen onder meer Ruimte voor de Rivier 1.0 de plekken zijn waar de resterende complexiteit en ruimtedruk het grootst zijn.
6.3.1 Brede rivier met grote ruimtelijke opgaven De Waal is de drukst bevaren rivierroute van Nederland en een van de belangrijkste schakels in het nationale en internationale watersysteem. Deze Rijntak combineert een grote afvoerfunctie met intensieve scheepvaart, een sterk verweven landschap van steden, dorpen, bedrijvigheid en cultuurhistorie en een sleutelrol in natuurverbindingen tussen oost en west. Het gebied wordt
gekenmerkt door brede rivierprofielen, hoge dynamiek en een opeenstapeling van ruimtelijke claims in de uiterwaarden en binnendijks. De rivier kent grote variaties: van het open grensgebied bij de BovenRijn tot de stedelijke en industriële zones langs de Waal en de getijdeninvloed in de Merwedes. De combinatie van hoogwaterveiligheid, bodemerosie, scheepvaart, stedelijke ontwikkeling, landbouw, natuur en energie-infrastructuur maakt dit een van de meest complexe riviertrajecten binnen het Rijnsysteem. De Boven-Rijn komt bij Spijk ons land binnen en splitst bij de Pannerdensche Kop in de Waal en het Pannerdensch Kanaal. De Waal stroomt vervolgens westwaarts door Gelderland en Zuid-Holland en komt samen met de Maas uit in de Boven-Merwede. Bij Werkendam splitst de Boven-Merwede in de Nieuwe Merwede en de BenedenMerwede. Buiten het plangebied van Deltaprogramma Rijn (zie kaartje in hoofdstuk 1) mondt de Nieuwe Merwede vervolgens via het Hollands Diep en Haringvliet uit in de Noordzee. De Beneden-Merwede stroomt via de Oude en de Nieuwe Maas ook naar de Noordzee. Gelderse Poort: dynamiek, historie en systeemfunctie De Rijn komt Nederland binnen via de Gelderse Poort, waar de rivier zich verderop splitst in verschillende takken richting de zee. Het landschap is hier dynamisch en rijk aan natuur, cultuurhistorie en bedrijvigheid.
Oude rivierlopen, forten zoals Fort Pannerden en restanten van verdedigingslinies geven dit gebied een uitgesproken karakter en benadrukken de strategische betekenis van deze plek binnen het riviersysteem. Boven-Rijn en Waalbochten: brede uiterwaarden, scheepvaart en recreatie De Boven-Rijn, vanaf Spijk tot de splitsing bij de Pannerdensche Kop, is deels gegraven en deels natuurlijk gevormd en vervult een belangrijke rol in de internationale scheepvaart. Rond Nijmegen
Pagina 54 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
liggen brede uiterwaarden en nieuwe natuurgebieden, zoals de Spiegelwaal, die de recreatieve waarde van het gebied vergroten. Beperkte oversteekmogelijkheden en het stedelijke karakter maken deze zone ruimtelijk en functioneel divers, met een sterke wisselwerking tussen scheepvaart, natuur en recreatie. Midden-Waal, Beneden-Waal en Merwedes: drukst bevaren en ruimtelijk ingewikkeld Dit traject is het drukst bevaren deel van de Nederlandse rivieren en combineert intensieve scheepvaart met industrie, landbouw en historische steden als Nijmegen, Tiel, Woudrichem en Gorinchem. Het landschap varieert van oeverwallen en komgronden in het oosten tot bredere kommen in het westen, met een sterke verwevenheid van cultuurhistorie en recreatie. Midden-Waal Tussen Nijmegen en Tiel stroomt de Waal vrij recht door brede uiterwaarden met vruchtbare oeverwallen waar dorpen en fruitteelt en laanboomteelt geconcentreerd zijn. De rivier kent veel scheepvaart en sterke ecologische dynamiek, met nevengeulen en voormalige delfstofwinlocaties die inmiddels zijn omgevormd tot natuurgebieden. Beneden-Waal Vanaf Tiel tot Woudrichem slingert de rivier door smallere uiterwaarden met zichtbare getijdeninvloed en veel riviergebonden bedrijvigheid.
Historische elementen zoals Slot Loevestein, de Hollandse Waterlinie en oude dijkoverlaten typeren het landschap, dat ecologisch waardevol is door zijn geulen, zandplaten en getijzones. Boven-Merwede Tussen Woudrichem en Werkendam contrasteert het open veenland ten noorden van de rivier met het getijdenmoeras van de Biesbosch in het zuiden. Hoge, bebouwde dijken en vestingsteden als Gorinchem en Woudrichem geven het gebied een sterk historisch karakter, terwijl
de invloed van het zoetwatergetij in de Biesbosch zorgt voor grote ecologische rijkdom. Ook de Noordwaard (ontstaan vanuit Ruimte voor de Rivier 1) is karakteristiek voor het gebied.
De Waal, Merwedes en Boven-Rijn in cijfers • • • •
de Waal, Merwedes en Boven-Rijn is de grootste arm van de Rijn 82 kilometer lang, van het splitsingspunt tot aan de Merwede 150 meter breed (varieert in breedte) voert bij hoogwater ongeveer tweederde van het Rijnwater
6.3.2 Waar opgaven samenkomen langs de Waal Langs de Waal spelen veel landelijke, regionale en lokale opgaven die direct samenhangen met het functioneren van de rivier. Deze inventarisatie is de afgelopen periode gezamenlijk uitgevoerd met betrokken gemeenten, provincies, waterschappen en maatschappelijke organisaties (zie hoofdstuk 8 Verantwoording). De inventarisatie laat zien dat de Waal zich onderscheidt van de andere Rijntakken: met uitzondering van de complexe ontpoldering van de Noordwaard zijn in eerdere programma’s vooral minder ingrijpende maatregelen uitgevoerd. Tegelijkertijd zijn sindsdien nieuwe ontwikkelingen en opgaven ontstaan en zijn niet alle maatregelen uit eerdere regioadviezen, zoals bij de PKB Ruimte voor de Rivier, daadwerkelijk gerealiseerd. Hierdoor resteren nu vooral de gebieden met grote complexiteit en hoge ruimtedruk. De mogelijke maatregelen voor rivierbodemligging en de potentiële ruimtevraag voor extra afvoercapaciteit raken aan uiteenlopende belangen in de uiterwaarden en binnendijks. Daardoor zijn op specifieke plekken scherpe keuzes nodig, waar rivierkundige, ruimtelijke en maatschappelijke opgaven elkaar raken.
Pagina 55 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
Op basis van deze analyse onderscheiden wij vijf deelgebieden waar deze samenloop het meest bepalend is voor de regionale ontwikkelruimte en waar toekomstige landelijke keuzes naar verwachting het sterkst doorwerken. Deze deelgebieden lichten wij hierna toe. In deel 2 van het Perspectief (juli 2026) verdiepen we deze duiding en trekken eerste conclusies, onder andere over urgentie. De daadwerkelijke inhoudelijke uitwerking van gebiedsopties vindt dus niet in deel 2 plaats, maar pas in op dit moment verwachte latere verkenningen. Beuningen: rivierknelpunt, dijkversterking en ruimtelijke opgaven Rond Beuningen speelt een rivierknelpunt waar de Waal meer ruimte nodig heeft. Dit raakt aan de lopende dijkversterking, aan waarden van de oeverwal en aan de woningbouwambities in het gebied. Als hier binnendijkse ruimte gereserveerd moet worden voor riviermaatregelen, komt dit in direct contact met gemeentelijke ontwikkelruimte, wat zorgvuldige afstemming vraagt. Daarnaast vraagt het meergeulensysteem hier om maatregelen. Het is belangrijk afstemming te hebben over de raakvlakken tussen dijkversterking, het meergeulensysteem en, als deze nodig is, een binnendijkse reservering. Aan de overzijde van de Waal van Beuningen ligt een huidige Bklreservering: Oosterhout/ Slijk-Ewijk. Beuningen vraagt een zorgvuldige regionale afweging.
Hier botsen meerdere ruimtelijke claims direct met een rivierkundig knelpunt. De noodzaak om ruimte voor de rivier te reserveren raakt direct de ontwikkelruimte van de gemeente, waardoor dit gebied een kritische plek wordt in het verbinden van waterveiligheid en ruimtelijke plannen. Ook de afstemming met het meergeulensysteem en dijkversterking heeft hier een plek in.
Midden-Waal: delfstoffenwinning, gebiedsontwikkeling en bodemligging In de Midden-Waal is sprake van initiatieven voor zand- en grindwinning die door drie private partijen worden gekoppeld aan gebiedsontwikkeling. Het gaat om onder andere de Willemspolder en de Gouverneurspolder en de Hiense Waard. Deze initiatieven grijpen direct in op dezelfde uiterwaarden waar ook maatregelen voor rivierbodemligging in beeld zijn. In dit deelgebied ligt bovendien het drinkwaterreserveringsgebied Winssen - Slijk Ewijk, dat een belangrijke randvoorwaarde vormt voor keuzes rond zoetwaterbeschikbaarheid, grondwater, natuur en landbouw, in samenhang met de systeemwerking van de Waal bij laagwater. Nieuwe waterwinning valt samen met de lopende dijkversterkingsprojecten van het HWBP in dit gebied die ook van invloed zijn op het ruimtegebruik. De Midden-Waal vervult daarnaast een belangrijke functie voor de binnenvaart en watergebonden economie, met havens, kades en overnachtingsvoorzieningen die afhankelijk zijn van een goed bevaarbare rivier en een stabiele bodemligging. In de uiterwaarden (Gouverneurspolder, Willemspolder en Hiense Waard) en bij de overnachtingshaven IJzendoorn zijn tot slot initiatieven voor een drijvend zonnepark en een Clean Energy Hub. De haalbaarheid van deze initiatieven wordt onderzocht.
Door deze ontwikkelingen ontstaat een sterke verwevenheid tussen watergebonden economische functies en morfologische opgaven. Ter hoogte van Dodewaard ligt een bestaande Bkl-reservering voor rivierverruiming (Loenen), die richtinggevend is voor toekomstige keuzes in dit deel van de Midden-Waal. Op de Midden-Waal lopen private initiatieven voor delfstoffenwinning en gebiedsontwikkeling direct samen met publieke opgaven rond rivierbodemligging en rivierbeheer. Juist doordat deze opgaven in hetzelfde gebied spelen, vraagt dit gebied om
Pagina 56 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
nauwe samenwerking tussen overheid en private partijen en om zorgvuldige afstemming in tijd, volgorde en ontwerp.
betekent dit dat Brakel in de praktijk nauwelijks ruimte heeft voor uitbreiding.
Haaften: rivierknelpunt, bedrijvigheid en woningbouw Ook bij Haaften is sprake van een rivierknelpunt: de Waal heeft hier mogelijk meer binnendijkse ruimte nodig. Tegelijkertijd spelen er twee concrete ruimtelijke ontwikkelingen: een aanstaande substantiële uitbreiding van een watergebonden overslagbedrijf en omvangrijke woningbouwplannen aan de noordzijde van Haaften. Deze ontwikkelingen spelen bovendien op zeer korte termijn, waardoor de druk op de beschikbare ruimte groot is en de afstemming met rivieropgaven urgent. Verder speelt in de directe omgeving het verbreden van de A2 en de Martinus Nijhoffbrug.
Brakel is een gevoelig afwegingsgebied waar rivierkundige ruimteclaims cultuurhistorische waarden, glastuinbouw en woningbouwambities samenkomen in een context van structurele ruimtelijke schaarste.
Haaften is een gebied waar tijdsdruk en ruimtedruk samenkomen. Omdat lokale uitbreidingsplannen snel spelen terwijl de rivier meer ruimte nodig heeft, wordt dit een kernlocatie voor het afwegen van korte-termijnontwikkelingen tegen lange termijn systeemveiligheid. Brakel: ruimte voor de rivier, woningbouw en cultuurhistorie In Brakel komt opnieuw een rivierknelpunt samen met lokale woningbouwambities. Het gaat hier om een bestaande ruimtelijke reservering. De nabijheid van cultuurhistorische waarden, waaronder de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt de afweging extra gevoelig. De combinatie van ruimtebehoefte voor de rivier, ruimtedruk vanuit de gemeente en bescherming van erfgoed resulteert in een complexe balans. De ruimtelijke situatie rond Brakel wordt verder gekenmerkt door een stapeling van beperkingen. Ten westen van de kern ligt de Bklreservering, terwijl aan zowel de oost- als westzijde glastuinbouwgebieden aanwezig zijn die de ontwikkelruimte van het dorp beperken en deels samenlopen met rivierkundige reserveringen. In combinatie met de cultuurhistorische bescherming rondom de kern
Land van Heusden en Altena: grote onzekerheden en sectorale claims Het Land van Heusden en Altena is het meest gelaagde en onzekere deelgebied. Mogelijk is op de lange termijn extra binnendijkse ruimte nodig om veilig water te kunnen blijven afvoeren, maar de omvang en noodzaak hiervan zijn nog onzeker. Daarnaast vormt de mate en het tempo van zeespiegelstijging een onzekere, maar potentieel zeer bepalende factor, met name voor het benedenstroomse systeem en daarmee voor de effectiviteit van maatregelen voor afvoercapaciteit in dit gebied. Tegelijkertijd liggen hier forse ruimtelijke claims: havenuitbreiding en bijbehorende bedrijvigheid, woningbouw in verschillende kernen, een PAGW-opgave, aanleg van een 380 kV-verbinding door TenneT en bestaande dijkversterkingsprojecten. De samenloop van al deze factoren maakt dit gebied bijzonder complex en vraagt om zorgvuldige verkenning van toekomstscenario’s. Het Land van Heusden en Altena is een van de meest complexe gebieden langs de Waal, door grote onzekerheden en een stapeling van ruimtelijke claims. De verwevenheid van rivierveiligheid, havenontwikkeling en energie-infrastructuur maakt regionale keuzes hier sterk richtinggevend.
Pagina 57 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
Pagina 58 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
Onderstaande tabel geeft het overzicht van de relevante opgaven per deelgebied. Het volledige overzicht van opgaven langs de Waal is momentopname per december 2025) is opvraagbaar via deltaprogramma_rijn@gelderland.nl Locatie Beuningen
Ontwikkelingen 2030 • Zoekgebieden t.b.v. energieopwek • Bedrijventerrein Bijsterhuizen: toename laadinfrastructuur (14 MW) vooral voor vrachtverkeer/ logistiek • Opgave dijkversterking Zuidelijke Waaldijk • Maatregelen rivierbodemligging 2030 - 2050 • Woningbouwambitie 2050 - 2100 • Mogelijke binnendijkse ruimtevraag vanuit hoofdwatersysteem
Midden-Waal
2030 • Delfstoffenwinning/ gebiedsontwikkeling (Willemspolder, Gouverneurspolder, Hienwaard)/ gebiedsontwikkeling Drutense Waarden • Maatregelen rivierbodemligging • Zoekgebieden t.b.v. energieopwek • Aanleg 150 kV kabel van TenneT tussen Druten naar Dodewaard onder de Waal • Voorgenomen onttrekking drinkwaterreserveringsgebied Winssen–Sluis Ewijk oevergrondwaterwinning 6 mln. m3/jr.). Mogelijk in uiterwaard met integratie 2030 - 2050 • Lopende HWBP-projecten
Haaften
2030 • Uitbreiding watergebonden overslagbedrijf • Woningbouwambities noordzijde Haaften 2050 - 2100 • Mogelijke binnendijkse ruimtevraag vanuit hoofdwatersysteem
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
Locatie Brakel
Ontwikkelingen 2030 • Raakvlak cultuurhistorie (Slot Loevestein, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en natuurgebied Munnikenland) 2030 - 2050 • Woningbouwambitie 2050 - 2100 • Mogelijke binnendijkse ruimtevraag vanuit hoofdwatersysteem
Land van Heusden en Altena
2030 • PAGW opgave • Energietransitie (380 KV TenneT) • Bestaande dijkversterking (Steurgat) 2030 - 2050 • Woningbouwambitie • Uitbreidingsambities haven & bedrijventerrein 2050 - 2100 • Mogelijke binnendijkse ruimtevraag vanuit hoofdwatersysteem
Pagina 60 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
6.4 Splitsingspuntengebied: sleutel voor afvoerverdeling en rivierfuncties In het splitsingspuntengebied verdeelt de Rijnafvoer zich over de IJssel, de Waal en de Nederrijn–Lek. Het is daarmee een sleutelgebied voor waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid én de regionale ontwikkelruimte in het hele Rijngebied. We hebben dit gebied nodig als gezamenlijke sleutel voor het functioneren van het riviersysteem: keuzes hier werken direct door in alle deelgebieden en bepalen welke ruimte en maatregelen elders realistisch en maakbaar zijn. Binnen Ruimte voor de Rivier 2.0 vormt het splitsingspuntengebied voor het Rijngebied het eerste gebied waar Rijk en regio gezamenlijk werken aan het verbinden van inhoudelijke keuzes, programmering en samenwerking. Daarmee zien wij deze gebiedsuitwerking als een belangrijke leeromgeving voor het vormgeven van onze regionale koers voor het hele Rijngebied.
In de eerste fase zijn ook maatregelen in beeld gebracht, die ‘no regret’ lijken te zijn: ingrepen met beperkte ruimtelijke impact die relatief snel zijn voor te bereiden, zoals tijdelijke suppleties op de Boven-Waal. Voor maatregelen met grotere ruimtelijke impact benadrukt de regio dat de noodzaak van het ‘waarom’ duidelijk wordt gemaakt en - indien sprake is van een ‘must’ - wordt betrokken in vervolgstappen. Het vervolgproces vraagt ook om het belang van duidelijke grondstrategieën, vergoedingsregelingen en goede afstemming met andere programma’s, zoals Deltaprogramma Rijn en gebiedsontwikkelingen in onder meer de Groene Metropoolregio. Specifieke aandacht gaat uit naar het integreren van de PAGWambitie (Programmatische Aanpak Grote Wateren) in de Gelderse Poort, een belangrijke hotspot voor ecologische waterkwaliteit en natuur (evenals de IJssel-Vechtdelta, zie paragraaf 6.5). De resultaten van de gebiedsuitwerking fase 1 zijn tot stand gekomen via ontwerpend onderzoek, met als logisch gevolg dat wij de uitkomsten ook kunnen gebruiken voor ons Regionaal Perspectief Rijngebied. De uitkomsten van de gebiedsuitwerking leveren daarnaast belangrijke leerervaringen voor het succesvol vormgeven van een gebiedsgerichte aanpak door Rijk en regio samen.
6.4.1 Opgaven De eerste fase van de gebiedsuitwerking Splitsingspuntengebied binnen Ruimte voor de Rivier 2.0 heeft de voorgenomen beleidskeuzes getoetst aan regionale ambities en kernkwaliteiten en de ruimtelijke condities en maakbaarheid van mogelijke maatregelen op hoofdlijnen in beeld gebracht. Daarbij staan twee beleidskeuzes centraal: rivierbodemligging en afvoer & ruimte. Deze keuzes bepalen mede het regelbereik waarbinnen de afvoerverdeling bij lage en gemiddelde afvoeren kan plaatsvinden en het regelbereik van de stuw- en verdeelwerken bij Driel, Pannerden en de Hondsbroekse Pleij. Ze zijn daarmee systeembepalend voor alle Rijntakken.
De in deze paragraaf beschreven opgaven beïnvloeden de systeemwerking van de Rijn het sterkst. Keuzes zijn alleen verantwoord wanneer zij goed zijn ingebed in grondstrategieën, vergoedingsafspraken en de samenhang met andere regionale en landelijke programma’s. In deel 2 van het Regionaal Perspectief (juli 2026) verdiepen we de opgaven in dit gebied met kansen en schuurpunten verder in afstemming met de lopende gebiedsuitwerking Splitsingspuntengebied binnen Ruimte voor de Rivier 2.0 en blijven leerervaringen over de Rijk-regiosamenwerking actief met elkaar delen.
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
In het Pannerdensch Kanaal zijn maatregelen nodig voor een stabiele rivierbodemligging. Wanneer deze maatregelen gerealiseerd moeten zijn is nog in onderzoek. Tegelijkertijd lopen aan weerszijden dijkversterkingsprojecten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) en wordt de VIA15 aangelegd. Daarnaast speelt hier onder andere een wens tot bedrijfsuitbreiding op het Looveerterrein, een zogenoemd hoogwaterveilig terrein. Deze uitbreiding stuit op de Beleidslijn Grote Rivieren en is daarom niet toegestaan. Binnen de gemeente Lingewaard ligt een initiatief voor delfstoffenwinning, waarbij de gemeente kansen ziet voor koppeling met recreatie (Huissensche Waarden). Voor het Pannerdensch Kanaal staat de stabilisatie van de bodemligging centraal, in combinatie met het kunnen instellen van het regelbereik via de regelwerken bij Pannerden (en bij lage waterstanden via de stuw Driel). In dit traject ligt ook de hoofdinlaat voor de rivier de Linge, die het regionale watersysteem van de gehele Betuwe bedient en daarmee van groot belang is voor laagwater- en droogteproblematiek in dit gebied. Ook de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) is hier relevant: binnen de 3e tranche van de PAGW worden maatregelen voorbereid die samenhangen met ecologische verbetering en systeemwerking van de rivier. Deze maatregelen worden tussen 2030 en 2033 uitgevoerd.
De samenloop van dijkversterking, infrastructuur en gebiedsontwikkeling vereist een zorgvuldige afweging, mede gezien de eigendomspositie van buitendijkse gronden en de noodzaak van een grondstrategie. In de Waalbochten (grofweg vanaf Millingen aan de Rijn tot aan Nijmegen) speelt een unieke samenloop van rivierkundige en ruimtelijke opgaven. De beschikbare ruimte voor de rivier en de huidige bodemligging beperken het regelbereik voor de
afvoerverdeling. Ingrepen zijn nodig voor zowel rivierbodemligging als toekomstige afvoercapaciteit. Deze mogelijke maatregelen hebben directe impact op natuurontwikkeling en kunnen ook doorwerken in lopende woningbouwambities. In de omgeving van Ooij kan dit betekenen dat meer binnendijkse ruimte voor de rivier nodig is. Tegelijkertijd bieden deze maatregelen kansen voor de versterking van recreatief uitloopgebied in het kader van NOVEX. Dit raakt lokale belangen en kan schuren met gemeentelijke ambities. In de omgeving van Ooij is bovendien sprake van een bestaande Bklreservering, evenals in het Rijnstrangengebied. De Waalbochten zijn een kerngebied binnen de beleidsopgaven om erosie te stoppen en de bodemligging te stabiliseren op de BovenWaal. De schaal en ruimtelijke kenmerken van dit gebied maken het geschikt voor ontwerpend onderzoek in verdere uitwerking. Ook de PAGW speelt hier een belangrijke rol. Terwijl deze uitwerking loopt vinden pilots plaats met suppleties. In het traject IJsselkop-Dieren, komen diverse systeem- en gebiedsopgaven samen.
De IJssel vormt hier een uitgesproken flessenhals in het riviersysteem met een relatief smal rivierprofiel met weinig uitwijkmogelijkheden, waardoor landelijke keuzes over afvoercapaciteit, afvoerverdeling en rivierbodemligging een flinke impact kunnen hebben op uiterwaarden, oevers en de daar aanwezige of te versterken natuur- en landbouwfunctie. Het binnendijkse gebied is intensief bebouwd en kent een hoge druk op woningbouw en andere functies. Binnendijkse maatregelen zijn hier nagenoeg onmogelijk of zeer complex, waardoor de handelingsruimte vooral ligt in dijkversterking in combinatie met buitendijkse maatregelen. De beperkte uitvoeringsruimte maakt het gebied extra gevoelig voor hoge waterstanden en voor landelijke keuzes die invloed hebben op de bodemligging en waterafvoer.
Pagina 62 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
Daarnaast is in dit traject de samenhang tussen zoetwaterbeschikbaarheid, natuur, landbouw en drinkwater van groot belang. In de Boven-IJssel liggen waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en kwetsbare drinkwaterreserverings-gebieden, waaronder het drinkwaterreserveringsgebied Olburgen - Doesburg, dat als regionale opgave speelt binnen dit deelgebied. Hier wordt uitgegaan van een voorgenomen oevergrondwaterwinning van ongeveer 3 miljoen m³ per jaar. Daarnaast verkent Vitens in dit gebied de mogelijkheden voor aanvullende oppervlaktewaterwinning uit de IJssel, met een bandbreedte van ongeveer 10 tot 20 miljoen m³ per jaar. Door klimaatverandering en het reliëf van stuwwal naar uiterwaarden speelt de IJssel een sleutelrol in de sponswerking van het Veluwemassief, het functioneren van het systeem van (spreng)beken en de kwel op de flanken, waaronder waardevolle bronbossen en landgoederen. Bij (langdurig) laagwater heeft de IJssel bovendien een drainerende werking, met gevolgen voor grondwaterstanden, natuur en landbouw in het aangrenzende gebied.
onderdeel van het verdienmodel en het beheer van deze landgoederen, waardoor ingrepen in het rivierlandschap directe gevolgen kunnen hebben voor zowel cultuurhistorische waarden als bestaanszekerheid. Verder speelt ook de (door)ontwikkeling en toekomst van bedrijventerreinen, zoals Haveland, een rol. Dit deelgebied raakt ook de beleidsopgave voor een stabiele bodemligging op de Boven-IJssel en het benodigde regelbereik voor de afvoerverdeling. Voor de langere termijn, met name bij hogere afvoerscenario’s, ontstaat hier een mogelijk schuurpunt: in hoeverre is een verdere verschuiving van de afvoerverdeling richting de IJssel nog haalbaar binnen de zeer beperkte ruimte van dit gebied? Deze vraag maakt nadere ontwerp- en afwegingsstudies noodzakelijk, in samenhang met de gebiedsuitwerking Splitsingspuntengebied.
Pannerdensche Kop, splitsingspunt van de Waal en het Pannerdensch Kanaal | Foto: Peter Venema
In ditzelfde traject loopt de planuitwerking voor het Rivierklimaatpark IJsselpoort. Dit project wordt regionaal gezien als een no-regret maatregel en een belangrijke stap om op korte termijn buitendijkse maatregelen te realiseren. Rivierklimaatpark IJsselpoort vormt daarmee een direct en relevant raakvlak met het Regionaal Perspectief Rijngebied. Ook zijn er delfstoffenwinningsinitiatieven, waaronder in het HBFOgebied (Havikerwaard, Beimerwaard, Fraterwaard en Olburgerwaard), die conflicteren met andere ruimtelijke belangen. Daarnaast speelt in dit gebied het drinkwaterbelang, onder meer door de ontwikkeling van drinkwaterreserveringsgebieden in het kader van de Adaptieve Strategie Drinkwater. Verder speelt recreatie in het Zwarte Schaar een belangrijke rol en kent het gebied hoge cultuurhistorische waarden, zoals landgoederen en historische landschappen. Het agrarisch gebruik van de uiterwaarden vormt daarbij een essentieel
Pagina 63 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
Het Splitsingspuntengebied is meegenomen op de kaart van de IJssel (paragraaf 6.1). Onderstaande tabel geeft het overzicht van de relevante opgaven in het gebied. Het volledige overzicht van geïnventariseerde opgaven in het splitsingspuntengebied (momentopname per december 2025) is opvraagbaar via deltaprogramma_rijn@gelderland.nl. Locatie
Ontwikkelingen
IJsselkop – Dieren (HBFO + rivierklimaatpark)
2030 • Hydraulisch knelpunt IJsselkop bij Westervoort (ingeklemde rivier, groot verhang) / 2 bruggen brug (spoor/ snelweg/ provinciale weg) • Aanwijzing reserveringsgebied drinkwaterwinningsgebied • Opgave Natura 2000 • Woningbouwambities diverse gemeenten • KRW-maatregelen • Ontwikkeling bedrijventerreinen en watergebonden economie • Samenhang met regionaal watersysteem (o.a. omgeving Rheden + Veluwe(zoom) + Liemers) • Gebiedsontwikkeling Rivierklimaatpark IJsselpoort • Ontwikkelingen en opgaven HBFO-gebied (Havikerwaard, Beimerwaard, Fraterwaard en Olburgerwaard) • Zoekgebied zon en wind en zoekgebied wind uit RES 2.0 GMR ten noorden van Duiven Westervoort • Energie-infrastructuur (TenneT-projecten middellange termijn en waterstof locatie Gelders eiland • Samenhang met het regionaal watersysteem Veluwe(zoom) • Transformatie bedrijventerrein Haveland • Drinkwaterreserveringsgebied Olburgen - Doesburg met oevergrondwaterwinning van ongeveer 3 miljoen m³ per jaar. Verkenning mogelijkheden aanvullende oppervlaktewaterwinning uit de IJssel, met een bandbreedte van ongeveer 10 tot 20 miljoen m³ per jaar 2030 - 2050 • Mogelijke maatregelen t.b.v.
rivierbodemligging • Groenblauwe raamwerk Groene Metropoolregio (connectie binnen-buitendijks) • Instandhouding landgoederen + Natuurontwikkeling N2000 + Landbouwtransitie buitendijks (HBFO) • HWBP-projecten Pannerdense Waard - Westervoort en Beinum - Rha 2050 - 2100 • Mogelijke binnendijkse ruimtevraag vanuit hoofdwatersysteem • Mogelijke herinrichting buitendijks t.b.v. hoofdwatersysteem • PAGW-ambitie
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
Locatie
Ontwikkelingen
Pannerdensch kanaal
2030 • Programmering vanuit PAGW • Ambities delfstoffenwinning (Huissense waard) • Ontwikkeling bedrijventerreinen en watergebonden economie (o.a. uitbreiding bedrijventerrein Looveer) • Woningbouwambities diverse gemeenten • KRW-maatregelen • Samenhang met regionaal watersysteem + inlaat De Linge (Kop van de Betuwe + Liemers) • Rivierklimaatpark IJsselpoort 2030 - 2050 • Mogelijke maatregelen t.b.v. rivierbodemligging • Groenblauwe raamwerk Groene Metropoolregio (connectie binnen-buitendijks) • Natuurontwikkeling N2000 + Landbouwtransitie buitendijks) • Lopende programmering HWBP (waterschap Rivierenland + waterschap Rijn en IJssel) • HWBP-projecten Tolkamer – Pannerdense Waard en Pannerdense Waard - Westervoort • Energie-infrastructuur (TenneT-projecten middellange termijn en waterstof locatie Gelders eiland) • PAGW-projecten Roswaard + Kandia 2050 - 2100 • Mogelijke binnendijkse ruimtevraag vanuit hoofdwatersysteem • Mogelijke herinrichting buitendijks t.b.v. hoofdwatersysteem
Waalbochten
2030 • Zoekgebied zon uit RES 2.0 Groene Metropoolregio tussen Leuth en Millingen • Mogelijke maatregelen t.b.v. rivierbodemligging • Natuurontwikkeling N2000 • Ontwikkeling bedrijventerreinen en watergebonden economie • KRW-maatregelen
Pagina 65 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
Locatie
Ontwikkelingen 2030 - 2050 • Woningbouwambities Meer Landschap, Meer stad (Rivierengebied als stedelijk recreatief uitloopgebied) • Energie-infrastructuur (TenneT-projecten middellange termijn) • Woningbouwambities • Delfstoffenwinning • Groenblauwe raamwerk Groene Metropoolregio (connectie binnen-buitendijks) • Bestaande programmering HWBP 2050 - 2100 • Mogelijke binnendijkse ruimtevraag vanuit hoofdwatersysteem • Mogelijke herinrichting buitendijks t.b.v. hoofdwatersysteem • PAGW-ambitie
Pagina 66 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
6.5 IJssel-Vechtdelta: dynamische deltamonding met verweven water- en ruimteopgaven De IJssel-Vechtdelta is net als het Splitsingspuntengebied een sleutelgebied voor de Rijntakken met ook een al lopende integrale gebiedsontwikkeling: het Perspectief IJssel-Vechtdelta. Verschillende opgaven komen hier samen (wind (opstuwing), afvoer en neerslag). Hierdoor werken betrokken overheden samen aan een toekomstbestendige delta en sluiten wij in dit Regionaal Perspectief nadrukkelijk aan bij die bestaande uitwerking in plaats van een nieuw traject te starten. De IJssel-Vechtdelta vervult een sleutelrol in het functioneren van het regionale en landelijke watersysteem, omdat hier de effecten samenkomen van keuzes aan de IJssel, de Vecht en het IJsselmeer. Daardoor beïnvloeden maatregelen in de riviertakken direct de waterveiligheid, zoetwaterverdeling en sponswerking in deze delta. En hebben keuzen vanuit water direct invloed op (grond)waterpeilen, ruimte gebruik en ruimtelijke inrichting. Deze verwevenheid maakt de IJssel-Vechtdelta van groot belang voor de robuustheid van het hele Rijnsysteem en geeft het gebied een natuurlijke samenhang met de andere deelgebieden in het Regionaal Perspectief.
De lopende integrale gebiedsuitwerking Perspectief IJssel-Vechtdelta heeft geen eigen governance of programmastructuur, maar wordt onder penvoerderschap van waterschap Drents Overijsselse Delta via bestaande samenwerkingslijnen ontwikkeld, zoals de Deltaprogramma's Rijn en IJsselmeergebied en via het Ruimtelijk Arrangement van NOVEX Zwolle. Betrokken overheden werken
samen aan een toekomstbestendig deltasysteem met als grote uitdagingen waterveiligheid, ecologische waterkwaliteit en natuur en zoetwaterbeschikbaarheid en de beschikbaarheid van drinkwater. Waarbij het gebied ook een fijne plek moet blijven om in de toekomst goed te kunnen wonen, werken en recreëren. De IJssel-Vechtdelta vormt de overgang tussen rivier, IJsselmeer en het regionale watersysteem. De IJssel, de Overijsselse Vecht, het Zwarte Water en het IJsselmeer beïnvloeden elkaar hier direct. Het gebied is een open deltalandschap met waardevolle natuur, recreatie, agrarische functies en stedelijke kernen zoals Kampen en Zwolle. De samenkomst van meerdere grote wateren maakt het gebied gevoelig voor hoge rivierafvoeren in combinatie met stormopzet (opstuwing), wat de waterveiligheidsopgave vergroot.
6.5.1 Samenhangend overgangssysteem van rivier naar IJsselmeer De IJssel-Vechtdelta bestaat uit een samenhangend systeem van riviertrajecten en meren. Naast de IJssel omvat dit de Overijsselse Vecht, het Zwarte Water, het Zwarte Meer en het Ketelmeer. Dit systeem vervult een belangrijke rol in waterafvoer en -berging en ondersteunt functies als natuurontwikkeling, scheepvaart en recreatie. De gebiedskenmerken verschillen sterk per traject, maar zijn onderling nauw verbonden door hydrologie, waterbeheer en ruimtelijk gebruik. Hieronder beschrijven wij de belangrijkste kenmerken van deze vier trajecten. Vecht: rivierdal, landbouw en laagveen De Overijsselse Vecht volgt een traject door een gevarieerd rivierdal met landgoederen, rivierduinen en uiterwaarden die een belangrijke rol spelen in waterberging en agrarisch gebruik. Ter hoogte van Ommen en Hardenberg is het dal ruimtelijk gekenmerkt door dorpsbebouwing en landbouwgronden, waar functies van productie en natuurbeheer elkaar afwisselen. Stroomafwaarts ontwikkelt het landschap zich tot laagveen- en moerasgebieden met rietvelden, die
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
de overgang vormen naar het Zwarte Water en het Zwarte Meer. Het afwisselende landschap en de variatie aan (verblijfs)voorzieningen ondersteunen verschillende vormen van recreatief gebruik, waaronder watergebonden recreatie, fietsen en wandelen. Zwarte Water: stedelijke rivier, delta en verbinding Het Zwarte Water stroomt vanaf Zwolle noordwaarts en vormt een belangrijke schakel tussen de IJssel, de Vecht en het Zwarte Meer. De keersluis Zwolle markeert de overgang naar het regionaal watersysteem van de Sallandse Weteringen (inclusief binnenstad Zwolle). Het riviertraject heeft een stedelijk karakter bij Zwolle, waar scheepvaart en infrastructuur de ruimtelijke dynamiek bepalen. Verder naar het noorden verbreedt de rivier zich tot een deltagebied met moerassen, rietvelden en laagveen, die ecologisch waardevol zijn en bijdragen aan waterberging en natuurontwikkeling. De combinatie van scheepvaart, landbouw en natuurbeheer geeft het gebied een multifunctioneel karakter, terwijl recreatieve functies zoals varen en vogels kijken de belevingswaarde versterken. Zwarte Meer: randmeer, natuur en waterbeheer Het Zwarte Meer ligt tussen het Zwarte Water en het Ketelmeer en vormt een belangrijk randmeer in de overgang van rivieren naar het IJsselmeer.
Het meer heeft een grote ecologische waarde door uitgestrekte rietvelden, moerasgebieden en laagveen, die dienen als broed- en foerageergebied voor watervogels. Waterbeheer speelt een centrale rol, met functies voor berging, doorstroming en de regulering van peilen in samenhang met het IJsselmeergebied. De Ramspolkering speelt daarbij een cruciale rol. Daarnaast biedt het Zwarte Meer ruimte voor recreatieve activiteiten zoals varen, vissen en vogels kijken. De combinatie van ecologie, waterbeheer en recreatie geeft het gebied een multifunctioneel karakter met nadruk op de rol als schakel tussen de rivieren en het IJsselmeer. Ketelmeer: overgangsmeer, scheepvaart en natuurontwikkeling Het Ketelmeer ligt tussen de IJssel en het IJsselmeer en vormt een belangrijk overgangsgebied waar rivierwater en meerwater
samenkomen. Het Ketelmeer heeft een uitgesproken functie voor de scheepvaart, met drukke vaarwegen en aansluitingen op de IJssel, Zwarte Water (Meppelerdiep) en het IJsselmeer. Momenteel vindt onderzoek plaats of drinkwater kan worden gewonnen uit oppervlaktewater. Tegelijkertijd is het gebied ecologisch waardevol door de aanwezigheid van moerassen, rietvelden en natuurontwikkelingsprojecten zoals de aanleg van eilanden en zandplaten (vanuit de opgaven van de Kaderrichtlijn Water). De combinatie van waterveiligheid, natuurontwikkeling, de potentie van waterwinning en recreatieve functies zoals varen en vissen geeft het Ketelmeer een multifunctioneel karakter, waarin infrastructuur en ecologie nauw verweven zijn.
6.5.2 Samenloop van waterveiligheid, PAGW-opgaven en regionale knelpunten In de IJssel-Vechtdelta komen meerdere opgaven samen. Vanuit waterveiligheid speelt zowel de invloed van het IJsselmeer (opstuwing) als de afvoer vanuit de IJssel, de Vecht, het Zwarte Water en het Zwarte Meer. In dit gebied wordt het aanleggen van eilanden, ondieptes en overstroombare richels in het Ketelmeer onderzocht als mogelijke maatregel binnen een bredere deltastrategie. Daarnaast ligt er een grote PAGW-ambitie (Programmatische Aanpak Grote Wateren) en lopen meerdere PAGW-projecten: Ketelpolder en het integrale project Dijkverlegging Paddenpol. Ook regionale opgaven drukken zwaar op het gebied, waaronder de Koekoekspolder met glastuinbouw in een laaggelegen, bodemdalend en peiltechnisch kwetsbaar gebied. Verder werkt de sponsstrategie sterk door in deze delta: maatregelen langs de IJssel en Vecht reiken tot circa Dalfsen en beïnvloeden afwatering, peilbeheer en zoetwaterverdeling in het hele deltasysteem.
Pagina 68 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
De IJssel bij de Vreugderijkerwaard, onderdeel van de IJssel-Vechtdelta. Het gebied illustreert de samenhang tussen rivierafvoer, natuurontwikkeling en het functioneren van het regionale watersysteem. Foto: Peter Venema
6.5.3 Zoetwaterbeschikbaarheid als structurele opgave voor landbouw, natuur en drinkwater De IJssel-Vechtdelta vormt een schakel in de regionale zoetwaterverdeling, waarbij zowel droge perioden als verziltingsdruk (indirect via het IJsselmeer) doorwerken op landbouw, natuur en drinkwatervoorziening. Het gebied vraagt daarmee om een robuuste strategie voor zoetwateraanvoer, waterberging en sponswerking. Voor Noordelijk Flevoland is daarbij oppervlaktewater als bron vanuit het Ketelmeer een belangrijke optie. Daarnaast draait in de IJsselVechtdelta de landbouwtransitie en veenweideaanpak om het tegengaan van bodemdaling en broeikasgasuitstoot door hogere waterpeilen en aangepaste bedrijfsvoering, terwijl tegelijk gewerkt wordt aan een veerkrachtige delta met toekomstbestendige landbouw en natuur.
6.5.4 Perspectief basis voor integrale regionale aanpak Het Perspectief IJssel-Vechtdelta biedt een basis (voedingsbodem) om deze samenhangende opgaven integraal te benaderen. Het richt zich op een klimaatbestendig deltasysteem waarin waterveiligheid, natuurontwikkeling, landbouwtransities, infrastructuur (onder andere Tennet 380KV Diemen-Ens) , leefomgevingskwaliteit en economische functies gezamenlijk worden afgewogen en ontwikkeld. Hiermee vormt de IJssel-Vechtdelta een strategisch deelgebied binnen het Regionaal Perspectief Rijngebied, waar de doorwerking van maatregelen langs de IJssel, de Vecht en het IJsselmeer samenkomt en richting vraagt voor de lange termijn.
De IJssel-Vechtdelta is meegenomen op de kaart van de IJssel in paragraaf 6.1.
Pagina 69 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
7. Hoe wij toewerken naar prioritering en programmering in het Rijngebied
Pagina 70 van 78
Foto: Wim Eikelboom
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
7 Hoe wij toewerken naar prioritering en programmering Met dit eerste deel van het Regionaal Perspectief Rijngebied hebben wij als regionale partners binnen Deltaprogramma Rijn de samenhang tussen nationale, regionale en lokale opgaven langs de Rijn zichtbaar gemaakt. We hebben in beeld waar en hoe opgaven samenkomen, waar landelijke keuzes doorwerken in het Rijngebied en welke deelgebieden nu het zwaartepunt vormen van regionale en landelijke opgaven. Deze duiding is gebaseerd op de kennis van nu: opgaven en inzichten blijven in ontwikkeling. Wij houden deze ontwikkelingen voortdurend scherp in onze vervolgstappen. Dit eerste deel vormt het vertrekpunt voor de verdere uitwerking van de duiding van landelijke keuzes en de verdieping van deelgebieden en thema’s in deel 2, waarmee de urgentie in het Rijngebied scherper in beeld wordt gebracht. Op basis van deze verdieping verwachten wij dat vervolgens keuzes over prioritering en programmering aan de orde komen. In deel 2 van het Regionaal Perspectief verdiepen wij de deelgebieden en thema’s. Zo brengen wij scherper in beeld waar de urgentie in het Rijngebied ligt. Dit tweede deel brengen wij, in aanvulling op deel 1 dat wij nu inbrengen, in bij de Stuurgroep Ruimte voor de Rivier 2.0 van 2 juli.
Met een slag om de arm zien wij dat een vervolgstap na deze verdieping (dus na deel 2) vraagt om prioritering en programmering, inclusief afspraken over samenwerking en financiering. We verkennen samen met Ruimte voor de Rivier 2.0 hoe wij dit vervolg gezamenlijk kunnen oppakken, met als doel te komen tot een samenhangende en
uitvoerbare programmering voor een toekomstbestendig Rijngebied in 2100 en verder. Ten behoeve van de besluitvorming van Ruimte voor de Rivier 2.0 die in april 2026 plaatsvindt werken we de duiding van impact van landelijke keuzes verder uit, mede op basis van nieuwe onderzoeksresultaten. Inbreng herijking Deltaprogramma Naast deel 1 nemen we ook deel 2 van het Perspectief voor zover gereed mee in de herijking van het Deltaprogramma (Voorkeursstrategie Rijn en Deltabeslissing Grote Rivieren en Delta’s). Deze herijking wordt op Prinsjesdag 2026 gepubliceerd via het herijkte Nationaal Deltaprogramma.
7.1 Zo werken we verder aan de pijlers van het Perspectief In deel 2 en 3 verdiepen wij de inzichten uit dit eerste Perspectief om te komen tot een onderbouwd voorstel voor prioritering en programmering van vervolgonderzoeken en (pre)verkenningen. Deze nadere uitwerking doen we langs dezelfde vier pijlers als uit dit eerste deel van het Perspectief.
7.1.1 Impact van landelijke keuzes We werken de duiding uit hoofdstuk 3 verder uit op basis van de definitieve onderzoeksresultaten die begin 2026 vanuit Ruimte voor de Rivier 2.0 beschikbaar komen en de beleidskeuzes die in het voorjaar van 2026 binnen Ruimte voor de Rivier 2.0 worden genomen. En vertalen deze naar de betekenis ervan voor de IJssel, Nederrijn-Lek en Waal-Merwedes en de deelgebieden. Het resultaat brengen we in april 2026 in bij de Stuurgroep Ruimte voor de Rivier 2.0. Dan vindt besluitvorming over de beleidskeuzes rivierbodemligging en afvoer & ruimte plaats.
Pagina 71 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
7.1.2 Principes en uitgangspunten We passen de vastgestelde principes en uitgangspunten toe bij de verdere verdieping van de locatie-overstijgende thema’s, de verdieping van de deelgebieden en het voorstel voor prioritering en programmering dat in een latere fase wordt opgeleverd. Op basis daarvan beoordelen wij of aanscherping of aanvulling nodig is voor specifieke situaties, gebieden of thema’s.
7.1.3 Thema’s die het hele Rijngebied raken Hieronder beschrijven wij, waar relevant, de vervolgacties voor de thema’s uit hoofdstuk 5 die niet aan één specifiek deelgebied zijn te koppelen, maar wel bepalend zijn voor het functioneren van het riviersysteem en het omliggende gebied als geheel. Alle thema’s uit hoofdstuk 5 worden betrokken bij de verdieping van de deelgebieden. Deze verdere uitwerking kan leiden tot een nadere aanscherping van de analyses in hoofdstuk 5. Koppeling hoofdwatersysteem en regionaal watersysteem en wateroverlast In deel 2 van het Regionaal Perspectief werken wij een aanpak uit om binnen het Deltaprogramma te komen tot een gezamenlijke, systeemgerichte uitwerking van de koppeling tussen het hoofdwatersysteem en de regionale watersystemen, voor zowel hoogwater als laagwater en droogte. Daarbij richten wij ons op het versterken van de bestuurlijke en beleidsmatige afstemming over systeemgrenzen heen, het verkennen van slimmer sturen op bemaling, afvoer en water vasthouden en het verder concretiseren van regionale sponsstrategieën in samenhang met landelijke keuzes over afvoer en ruimte. In het kader van Deltaprogramma 2027–2033 wordt vervolgens nader onderzocht of en welke aanpassingen in het regionale watersysteem nodig zijn, inclusief de bijbehorende ruimtelijke impact en juridische borging.
Daarbij is expliciet aandacht voor de rol van Waterakkoorden, de mate van flexibiliteit en adaptiviteit daarin en voor de
organisatie van solidariteit en wederkerigheid tussen gebieden, inclusief het bekostigingsvraagstuk van regionale maatregelen als onderdeel van de landelijke afweging. Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) In deel 2 van het Regionaal Perspectief agenderen de waterschappen binnen Deltaprogramma Rijn bij het Rijk dat zekerheid over de keuzes binnen Ruimte voor de Rivier 2.0, de uitvoeringstermijn en financierbaarheid randvoorwaarden zijn om hiermee rekening te kunnen houden in dijkversterkingsprojecten. Deze randvoorwaarden werken de waterschappen verder uit tot een gezamenlijke redeneerlijn, waarin wordt vastgelegd waar, wanneer en onder welke voorwaarden samenhang met Ruimte voor de Rivier 2.0 nodig en haalbaar is en op welke locaties en momenten HWBPprojecten zelfstandig kunnen worden voortgezet. Meerlaagsveiligheid In het kader van meerlaagsveiligheid, en in het bijzonder laag 2 (gevolgbeperking door ruimtelijke inrichting), vragen wij onze partners (provincies, gemeenten en waterschappen) om vanuit hun eigen verantwoordelijkheden in ruimtelijke ordening en waterbeheer expliciet in te brengen welke ruimtelijke keuzes nodig en mogelijk zijn. Deze inbreng is nodig om de uitwerking van deelgebieden uit het Regionaal Perspectief in de latere (pre)verkenningen realistisch, samenhangend en uitvoerbaar te maken.
Delfstoffenwinning In deel 2 van het Regionaal Perspectief brengen wij een advies uit over de noodzaak en contouren van een gezamenlijke Rijk-regiostrategie voor delfstoffenwinning, inclusief de samenhang met waterveiligheid, rivierverruiming en ruimtelijke kwaliteit. Deze strategie wordt ontwikkeld door Rijk en provincies, in afstemming met regionale en lokale partners.
Pagina 72 van 78
Regionaal Perspectief Rijngebied | Deel 1, versie 1.0.1
Het advies richt zich op de vragen die in zo’n strategie moeten worden beantwoord, zoals: de rol van delfstoffenwinning in het Rijngebied, het vernieuwen van het beoordelingskader, het inzichtelijk maken van de regionale grondbalans en het maken van afspraken over de inzet en bestemming van vrijkomende grond. Ook wordt betrokken hoe gebieden na winning toekomstbestendig kunnen worden ingericht, passend bij hun beoogde functies. De inzet sluit aan bij lopende beleidsontwikkeling bij Rijk en provincies en dient als input voor verdere regionale en landelijke prioritering en programmering. Natuur en ecologische waterkwaliteit Wij agenderen richting Rijk (LVVN, IenW en Rijkswaterstaat) en provincies de vraag om helderheid te bieden over de samenhang en ruimtelijke doorwerking van de verschillende natuuropgaven in het Rijngebied, in het bijzonder buiten Natura 2000-gebieden. Het gaat daarbij onder andere om de relatie tussen Natura 2000, de Natuurherstelverordening, de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) en de Kaderrichtlijn Water (KRW) en om de samenhang met maatregelen en trajecten in het kader van Ruimte voor de Rivier 2.0 en het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Daarnaast is duidelijkheid nodig over tempo van de keuzes en regionaal handelingsperspectief en over verantwoordelijkheden, prioritering en onderlinge samenhang tussen deze kaders.
Op basis van deze verduidelijking nemen wij de natuuropgaven mee in de uitwerking van deelgebieden. In de beoogde latere (pre)verkenningen. Dat doen we uitsluitend in samenhang met waterveiligheidsmaatregelen en regionale opgaven en niet als afzonderlijke ruimteclaim. Zoetwaterbeschikbaarheid en drinkwater Wij agenderen richting de zoetwaterregio’s binnen het Deltaprogramma Zoetwater dat zij regionale prioriteiten in het Rijngebied voor zoetwaterbeschikbaarheid nader duiden en deze
verbinden met landelijke keuzes en lopende trajecten. Daarbij gaat het onder meer om het expliciet maken van de samenhang tussen oppervlaktewater, grondwater, natuur, landbouw, verstedelijking en de gevolgen van bodemdaling en funderingsrisico’s per deelgebied. Daarnaast agenderen wij richting Rijk en drinkwaterpartijen de vraag of bestaande landelijke en regionale drinkwaterstrategieën toereikend blijven in het Rijngebied. Tot slot maken we in deel 2 een nadere gezamenlijke uitwerking van de zoetwaterafhankelijkheden in Noordoost-Nederland, inclusief de samenhang met de Twentekanalen. Ruimtelijke kwaliteit In deel 2 ontwikkelen we een definitie van ruimtelijke kwaliteit, passend bij de opgaven en toekomst van het Rijngebied. Vanuit deze definitie ontwikkelen wij een regionale visie op hoe wij als regionale overheden de toepassing van ruimtelijke kwaliteit zien. Watergebonden economie In deel 2 brengen wij per deelgebied in beeld waar watergebonden economische functies - zoals havens en watergebonden bedrijvigheid en de bevaarbaarheid tussen de havens en kunstwerken samenkomen met de landelijke keuzes voor afvoer, rivierbodemligging en ruimte voor de rivier.