CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - 1426050 Gemeente Epe Gewaarmerkte Jaarstukken 2025 (incl. was getekende controleverklaring)

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente EpeBij agendapunt: Jaarstukken gemeente Epe 202532.861 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

66 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

Bedragen * € 1.000 Weerstandscapaciteit

2025

karakter

Algemene reserve

13.687

incidenteel

Jaarrekeningresultaat 2025

3.463

incidenteel

Totaal

17.150

De stand van de algemene reserve op 31 december 2025 bedraagt € 13,7 miljoen. Bij het opstellen van de begroting 2026 is rekening gehouden met een vrijvallend surplus in de algemene reserve van € 9,6 mln. 2.4 Risico's Een risico voor een organisatie is een onzekere gebeurtenis die, als die zou plaatsvinden, vertragend of belemmerend werkt om de doelstellingen te bereiken. De gevolgen van het zich werkelijk voordoen van deze gebeurtenissen vertalen zich vaak in financiële schade maar ook in niet-financiële schade. De inventarisatie van risico’s heeft als doel om de, op het moment van het opstellen van deze jaarrekening, bekende risico’s te benoemen en toe te lichten. Voor zover risico’s als concrete toekomstige financiële verplichtingen te kwantificeren zijn, zijn daarvoor (financiële) voorzieningen gevormd. Het kwantificeren van risico’s is lastig en in veel gevallen zullen de gemaakte keuzes arbitrair zijn. Bij de kwantificering van risico's wordt gebruik gemaakt van het onderscheid tussen het inherente risico en het restrisico. Het inherente risico is het risico zonder dat er rekening gehouden is met het effect van een beheersmaatregel die getroffen is om het risico in te perken. Door het nemen van beheersmaatregelen wordt de omvang van het risico minder. Het risico dat overblijft na het nemen van beheersmaatregelen wordt het restrisico genoemd.

De risico’s zijn in een risicokaart weergegeven waarbij het effect (het restrisico) van de gebeurtenis op de financiële positie van de gemeente, is afgezet tegen de kans dat de gebeurtenis zich voordoet. Onder de tabel wordt een omschrijving van het risico gegeven en de risicokenmerken benoemd.

67 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

Risicokaart algemeen:

Frauderisico's: Voor de frauderisico's is een specifieke analyse uitgevoerd. Score is gebaseerd op financiële impact (financieel bedrag in het proces) en de kans van optreden na inzet van beheersmaatregelen. De grootste frauderisico's zitten in het inkoopproces (specifiek levering prestatie / facturen).

68 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

Toelichting risico’s. Onderstaand wordt een korte toelichting gegeven op de in de risicokaart opgenomen risico's en enkele kenmerken benoemd. Sociaal Domein De middelen voor de uitvoering van de taken in het sociaal domein (Wmo en Jeugdzorg) verstrekt het Rijk via de algemene uitkering. De gemeente loopt met de uitvoering van deze taken financiële risico’s, mede veroorzaakt door het 'open einde' karakter van deze taken. De kosten stijgen de afgelopen jaren aanzienlijk en de verwachting is dat deze blijven stijgen vanwege de stijgende tarieven, de hogere instroom (dubbele vergrijzing) en toenemende complexiteit van de zorgvraag. Bij de begroting wordt rekening gehouden met indexering van de tarieven. Regionaal kopen we maatwerkvoorzieningen jeugdzorg en Wmo in. Sinds 1 januari 2025 is voor de indexering aangesloten op de landelijke contractstandaard. Vanaf 1 januari 2026 is er sprake van een nieuwe en gescheiden inkoop binnen de Jeugdzorg en Wmo (regionale maatwerkvoorzieningen). De inkoopdocumenten zijn opgesteld op basis van de landelijke contractstandaarden. In het nieuwe regeerakkoord (januari 2026) worden maatregelen voorgesteld die effect kunnen gaan hebben op het gemeentelijke sociaal domein.

Zo wordt voorgesteld te investeren in een wijkgerichte aanpak om gezonde keuzes te stimuleren en in te zetten op het versterken van buurtregie, meer sociale cohesie en mantelzorgondersteuning. Ook wordt er een investering voorgesteld in zorgzame buurten en gemeenschapsontwikkeling waardoor ouderen en mensen met een beperking langer thuis kunnen wonen met passende ondersteuning. Dit zijn ontwikkelingen die we al langer kennen in het sociaal domein maar die met het nieuwe kabinet meer focus krijgen en inzet vragen van de gemeenten. De exacte gevolgen van deze plannen voor de gemeente zijn onzeker. Jeugdzorg In 2023 is de Hervormingsagenda Jeugdzorg vastgesteld. Rijk, gemeenten en zorgaanbieders hebben een opgave om de jeugdzorg te hervormen. Hiervoor krijgen gemeenten van het rijk tijdelijk extra middelen. In plaats van deze tijdelijke extra middelen moeten de verwachte 'opbrengsten' van de maatregelen uit de Hervormingsagenda komen. Op basis van periodieke monitoring heeft een deskundigencommissie (commissie van Ark) bij de eerste monitoring geconcludeerd dat het tijdpad om naar de maatregelen toe te groeien langer duurt. Het Rijk heeft daarom dit tijdpad met twee jaar opgeschoven waardoor gemeenten extra middelen krijgen. Daarbij blijft de commissie van Ark kanttekeningen plaatsen bij de verwachte opbrengsten uit de Hervormingsagenda.

De maatregelen uit de Hervormingsagenda richten zich vooral op het versterken van het voorliggend veld. Bijkomend risico voor Epe is dat voor Koppel-Swoe de uitkomsten van de cao-onderhandelingen nog onduidelijk zijn waardoor mogelijk nog hogere kosten ontstaan. Daarnaast wordt gekeken naar een ander financieringsmodel voor de Jeugdzorg. Verwachting is dat die op zijn vroegst in 2028 kan worden ingevoerd. Wmo De voorgenomen afschaffing van het abonnementstarief is doorgeschoven naar in elk geval 1 januari 2028. Daarnaast heeft het nieuwe kabinet plannen om de huishoudelijke hulp voor mensen met een hoger inkomen te schrappen. Dit leidt tot aanvullende onzekerheid over de toekomstige invulling en de eigen bijdrage van de Wmo. De gevolgen van deze aanpassingen kunnen groot zijn voor de gemeente op zowel uitvoeren, beleid als het financiële vlak. Beheersing risico Om de risico’s te beheersen is een monitoring systematiek opgezet waardoor tijdig signalen worden ontvangen zodat bijgestuurd kan worden zowel beleidsmatig als in de uitvoering en/of op het financiële vlak. Tegenvallers (incidenteel) kunnen worden opgevangen door de reserve risico’s sociaal domein. Omdat de begroting inmiddels redelijk goed kan worden opgebouwd vanuit de ervaringscijfers (reële raming), is de norm voor de hoogte van de reserve gesteld op 5% van de begrotingsomvang voor 3 jaar.

Grondexploitatie De gemeente Epe voert een situationeel grondbeleid. Daarbij bepaald de gemeente per ruimtelijk initiatief welke gemeentelijk rol en inzet van grondbeleidsinstrumenten het beste past. Per ruimtelijk initiatief wordt het risico voor de gemeente ingeschat en verwerkt in de begroting en jaarrekening. Voor een verdere uitwerking wordt verwezen naar Paragraaf 7 Grondbeleid. Uit deze paragraaf blijkt dat de risico’s binnen het grondbedrijf en regionale woningbouwprogrammering voldoende afgedekt worden met een bestemmingsreserve. Verbonden partijen De gemeente heeft (zeer uiteenlopende) relaties en verbindingen met instellingen en vennootschappen. In paragraaf 6: Verbonden Partijen wordt uitgebreid ingegaan op relaties en verbindingen van de gemeente met deze verbonden partijen. Kenmerkend voor verbonden partijen is dat zij op afstand

Risico kenmerken Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Zeer klein door risicoreserve Restrisico: Geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: Geen

Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Zeer klein door risicoreserve Restrisico: Geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: Geen Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Groot Restrisico: € 711.000 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven

69 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

van het college en de gemeenteraad functioneren. Elk van de verbonden partijen hebben hun eigen risicoprofiel met een daarbij behorend pakket aan maatregelen om de bestuurlijke en financiële risico's te beheersen. Bij verbonden partijen wordt ernaar gestreefd dat de eigen vermogenspositie van de verbonden partij een solide omvang heeft zodat in eerste instantie financiële tegenvallers door de verbonden partij zelf opgevangen kunnen worden. Het risico van de gemeente in vennootschappen bedraagt formeel niet meer dan de waarde van de aandelen die de gemeente bezit. In de praktijk zal het echter zo zijn dat in financieel slechte tijden (insolvabiliteit) de gemeente bestuurlijk zal worden aangesproken om bij te dragen in mogelijke oplossingen. Voor het afdekken van de risico’s in de privaat-publieke samenwerking zijn middelen opgenomen in de reserve bouwgrondexploitatie. Juridische risico's en aansprakelijkheid De gemeente loopt juridische risico’s, omdat veel primaire processen binnen de gemeente van juridische aard zijn en bij het onrechtmatig handelen van de gemeente kan een schadeclaim worden ingediend. Juridische procedures kunnen zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk van aard zijn. 1. Bestuursrechtelijke risico’s worden -voor zover het om beschikkingen gaat- beperkt doordat in bezwarenprocedures een toetsing plaatsvindt door een onafhankelijke commissie.

Het kan zijn dat we wel in de proceskosten/griffierechten veroordeeld worden. Na bezwaar volgt toch ook regelmatig nog beroep. 2. Civielrechtelijke procedures betreffen zowel gevallen waarin de gemeente door derden in een juridische procedure wordt betrokken (dagvaarding, aansprakelijkheidstelling, derdenbeslag etc.) als gevallen waarbij de gemeente zelf tegenover derden een juridische procedure start (aansprakelijkheidstelling, dagvaarding etc.). Het financiële risico is vaak moeilijk van tevoren in te schatten. De kosten voor (verplichte) externe juridische bijstand, alsmede proceskosten, zijn de laatste jaren opgelopen, maar lijken zich te stabiliseren. Het claimen van proceskosten en het toewijzen daarvan door de rechter is standaard geworden. Tegen civielrechtelijke claims, voortvloeiend uit onrechtmatige daad en onrechtmatige besluiten (bijv. vernietigde besluiten) heeft de gemeente zich verzekerd. Voor juridische bijstand, veroordelingen in proceskosten/griffiekosten, eigen risico’s en eigen bijdragen heeft de gemeente regulier budgetten opgenomen. Naarmate de gemeente meer optreedt als regievoerder en opdrachtgever, wordt de kans dat in de uitvoering verschillen van inzicht optreden over gemaakte afspraken groter. Dit kan ook leiden tot procedures wanneer partijen er niet in slagen hun verschillen van inzicht in onderling overleg op te lossen.

Borg en garantstellingen De gemeente heeft diverse waarborgen verstrekt voor geldleningen. Dit betekent dat de gemeente als achtervang borg staat op het moment dat de instantie of persoon waaraan de lening verstrekt is, niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. De grootste waarborgen die de gemeente heeft verstrekt zijn (1) Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor woningstichtingen en (2) Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Het risico bij de WSW en de WEW is klein door de structuur. Voordat de waarborgfondsen een beroep doen op de achtervang wordt eerst het vermogen van het Waarborgfonds zelf aangesproken. Is het daarna noodzakelijk om de achtervang aan te spreken dan bestaat er een garantieverdeling van 50% Rijk / 50% gemeenten, in de vorm van een lening. Daarbij vervult het Rijk voor het WEW een volledige achtervang positie voor garantstellingen afgegeven vanaf 1 januari 2011. Door de totale omvang van de achtervang posities (ruim € 103 mln.) kunnen de financiële gevolgen voor de gemeente groot zijn. Het risico dat achtervang-gemeenten renteloze leningen aan WSW moeten verstrekken als de andere buffers onvoldoende zijn, is zeer klein - zelfs theoretisch. Dat is de conclusie op basis van risicomodellen en stresstesten vanuit het WSW. Hierop is de nieuwe risico inschatting gebaseerd en wijkt daarom af van de risico inschatting bij de begroting.

Algemene uitkering De ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds (verreweg de grootste inkomstenbron van gemeenten) is doorgaans een onzekere factor in de begroting. Enkele jaren geleden zijn bij een ‘herijking’ de maatstaven herijkt op basis waarvan de uitkering wordt bepaald. Deze herijking is nog niet definitief afgerond, de uitkomsten en effecten van een aantal aanvullende onderzoeken zijn nog niet bekend. De herijking volgt in tranches, de eerstvolgende tranche in de herverdeling vindt plaats in 2027, dus we hebben de risicostelpost "herverdeling gemeentefonds" ad € 100.000 die we in 2025 structureel hadden opgenomen in 2026 laten vervallen. De stelpost gaat nu in 2027 in. Door een andere normeringsystematiek zouden gemeenten m.i.v. 2026 een fors lagere algemene uitkering krijgen (landelijk ging het om € 2,3 miljard). Hiermee

Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 142.000

Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Groot Restrisico: € 450.000 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risicokarakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 90.000

Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: € 103.000 Ontwikkeling risico: Afgenomen (stond in de begroting 2026 ten onrechte als effect zeer groot) Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 20.700

Risico kenmerken Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Zeer klein door risicostelposten Restrisico: geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: geen

70 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

stond het jaar 2026 ook wel bekend als het “ravijnjaar". Deze terugval in inkomsten raakte ook de gemeente Epe. Na intensief bestuurlijk overleg tussen de VNG en het Rijk besloot het Rijk om voor de jaren 2026 en 2027 het ravijn gedeeltelijk te dempen. Voor de jaren daarna krijgen de gemeenten een structureel hogere compensatie voor de jeugdzorgkosten. Hiermee is een eerste stap richting een oplossing gezet maar de financiële terugval in de algemene uitkering is voor de gemeenten nog altijd groot. Omdat al een aantal jaren blijkt dat de ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds achteraf in de algemene uitkering wordt ‘terugontvangen’, is ook in de begroting 2026 ervoor gekozen om deze op voorhand voor 70% op te nemen. De provincie staat dit ook toe (ramen van 100% is toegestaan). Hierin zit een risico, omdat moet blijken of deze ruimte onder het plafond ook de komende jaren ontstaat. Enerzijds komt het Rijk gemeenten tegemoet door de algemene uitkering structureel te verhogen. Het rijk neemt de helft van de tekorten jeugdzorg voor zijn rekening en verzacht het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda Jeugdzorg. Anderzijds zet het Rijk in op extra maatregelen om de kosten van het jeugdzorgstelsel te beheersen. De opbrengsten die het Rijk hiervoor op voorhand raamt, worden vervolgens op de algemene uitkering gekort.

Per saldo wordt de compensatie in de algemene uitkering hiermee grotendeels ongedaan gemaakt. De VNG heeft grote vraagtekens bij de haalbaarheid van de besparingen die het Rijk inboekt. Dit alles maakt het onzeker wat de inkomsten voor gemeenten de komende jaren zal zijn. Uitkering inkomensvoorziening Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. In hoeverre de gemeente uitkomt met deze middelen is afhankelijk van o.a. de economische ontwikkelingen binnen de regio en de ontwikkelingen van de verdeelmaatstaven waarop het Rijk de beschikbare middelen verdeelt. Hier zitten de grootste onzekerheden. In de afgelopen jaren zien we een stijging van ons uitkeringsbestand in het kader van de Participatiewet. Zo is in het afgelopen jaar het bestand gestegen met circa 3 % (over 2025). Deze stijging is onder andere het gevolg van een toename van het aantal statushouders in de gemeente Epe. Daartegenover zien we een daling van het aantal uitkeringen op basis van de IOAW (eind 2025, 3 uitkeringen) en IOAZ (eind 2025 0 uitkeringen) gezien deze regelingen niet meer aan te vragen zijn waardoor er alleen nog uitstroom plaatsvindt en geen nieuwe instroom.

Landelijk is de bijstand in 2025 1% gestegen en is het vooral te wijten aan een toename van het aantal jongeren (tot 27 jaar). We zien onder andere dat de inwoners die een uitkering ontvangen over het algemeen een langere afstand tot de arbeidsmarkt hebben, vaak al lang een uitkering ontvangen, veelal ouder zijn dan 50 jaar en een taalbelemmering hebben. De krapte op de arbeidsmarkt heeft er namelijk voor gezorgd dat de uitkeringsgerechtigden met een kortere afstand tot de arbeidsmarkt al zijn uitgestroomd naar werk. Met de (risico)reserve BUIG worden financiële risico’s (van voornamelijk fluctuerende Rijksinkomsten) opgevangen. Daarnaast wordt de BUIG ook ingezet voor re-integratievoorzieningen, wanneer de ruimte in de BUIG afneemt dan kan er ook niet meer via de BUIG geïnvesteerd worden op re-integratie. Onduidelijk is nog in hoeverre het BUIG budget anticipeert op deze eerder geschetste ontwikkeling. Daarom is het risicobedrag verhoogd van 5% naar 10% van de begrotingsomvang voor 3 jaar. Organisatie - Personeel Op dit gebied zijn er meerdere risico’s waarvoor een reserve wordt opgenomen om deze te ondervangen. Een risico dat altijd aanwezig is, is het onverwacht wegvallen van personeel op kritische functies door langdurige ziekte, arbeidsongeschiktheid en (gedwongen) vertrek van medewerkers. Het is niet vooraf te voorzien wanneer en in welke mate dit zich zal voordoen.

De financiële consequenties van dit risico kunnen groot zijn. Het risico kan niet worden opgeheven, want de uitgaven blijven afhankelijk van de mate waarin zich situaties van langdurige ziekte en (gedwongen) vertrek van medewerkers voordoen. De komende jaren zal moeten blijken in hoeverre het structurele bedrag bijstelling behoeft. Een andere ontwikkeling waarin risico’s aanwezig zijn, is de veranderende vraag vanuit de samenleving en het Rijk. Dit is van invloed op het takenpakket en de dienstverlening van de gemeente en de daaraan gekoppelde dienstverlening aan de inwoners (zie de paragraaf Bedrijfsvoering). Ook maatschappelijke en technologische veranderingen zoals digitale kwetsbaarheid en AI spelen een rol. Om hierop in te spelen zijn middelen opgenomen om de organisatie wendbaar te houden en de kwaliteit van de dienstverlening hoog te houden. Tot slot vormt de krappe arbeidsmarkt een belangrijk risico. Het aantrekken en behouden van personeel is uitdagend. Hierdoor is vaker externe inhuur nodig, met hogere kosten en kwetsbaarheid tot gevolg. Om dit risico te beperken wordt geïnvesteerd in goed werkgeverschap en strategische personeelsplanning,

Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer klein door risicoreserve Restrisico: geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: geen

Risico kenmerken Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: klein door risicoreserve Restrisico : geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: geen

71 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

gericht op duurzame inzetbaarheid en aansluiting bij de gemeentelijke doelstellingen. Onderhoud Openbare Ruimte

Risicokenmerken

Het beheer van de Openbare Ruimte (uitgezonderd groot wegonderhoud) is in de gemeente sinds 2015 uitbesteed aan een aannemer op basis van een UAVGC contract (Uniforme Administratieve Voorwaarden voor Geïntegreerde Contractvormen). Deze aannemer voert het onderhoud uit op basis van door de gemeente opgestelde specificaties. In de loop der tijd zien we dat de oorspronkelijke inzichten op het gebied van het beheer en onderhoud aan verandering onderhevig zijn. Naast de veranderde wensen van de inwoners ten aanzien van onderhoudsniveaus en veroudering van het areaal (denk bijvoorbeeld aan het ouder worden van de bomen waardoor meer onderhoud nodig is, maar ook slijtage van plantvakken) hebben we ook te maken met de gevolgen van de klimaatverandering. De verschillen tussen droge en natte periodes hebben tot gevolg dat we anders om moeten gaan met water en door meer te doen met biodiversiteit ontstaat er meer evenwicht in de natuur. Ook is het steeds moeilijker om onze asfaltwegen met de huidige middelen goed begaanbaar te houden. In de afgelopen periode is er door wereldwijde prijsverhogingen op energie en grondstoffen en door de recente salarisverhogingen sprake van een hogere prijsindexatie dan in het contract en de overige onderhoudswerken zoals b.v. asfaltonderhoud is voorzien.

Het UAV-GC contract met de aannemer eindigt uiterlijk eind 2028 en zal opnieuw moeten worden aanbesteed of op andere wijze moeten worden voortgezet. In 2026 worden de opties verkend en zal een keuze worden gemaakt voor het vervolg. De uitwerking volgt in 2026/2027. Dit leidt tot het risico dat bij een nieuwe opdracht de kosten van dezelfde werkzaamheden structureel veel hoger komen te liggen. Al met al zien we dat ook bij een gelijkblijvend niveau van onderhoud van de openbare ruimte de kosten zullen gaan stijgen. In de komende jaren zal in de reguliere periodieke actualisatie van beheerplannen, financiële voorzieningen en reserves rekening gehouden moeten worden met deze ontwikkelingen.

Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Midden Restrisico: € 215.000 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: € 129.000

Informatievoorziening op orde

Risicokenmerken

We zijn volledig afhankelijk van digitale middelen en data voor de kwaliteit van ons dagelijks werk en onze dienstverlening. Zonder een professionele en veilige informatiehuishouding kunnen we als gemeente weinig, sterker nog, wetgeving maakt dat we verplicht zijn onze dienstverlening in ieder geval digitaal aan te bieden. En de digitale ontwikkelingen staan niet stil. Technologische ontwikkelingen met name op het gebied van AI, bieden kansen maar brengen ook allerlei risico`s met zich mee op het gebied van informatieveiligheid, ethiek en privacy. Tegelijkertijd zijn ze onvermijdelijk. De samenleving heeft andere verwachtingen, ketenpartners en leveranciers gaan anders werken en stellen andere eisen en ook de nieuwe generatie medewerkers vragen om moderne ondersteuning van het dagelijks werk. De steeds groter wordende afhankelijkheid van digitale middelen zorgt voor een grotere afhankelijkheid van IT-leveranciers en daarmee een afhankelijkheid van internationale IT-concerns, onderhandelingstactieken van wereldleiders en internationale wetgeving. Hierdoor worden de potentiële risico's m.b.t. bedrijfscontinuïteit en dienstverlening exponentieel groter. Er worden dan ook al organisatorische en technische maatregelen getroffen op basis van de Baseline Informatieveiligheid (BIO) om deze risico's te verlagen.

Uitbreiding van EUrichtlijnen stelt strengere eisen aan de cyberbeveiliging van essentiële en belangrijke diensten waaronder gemeenten. Echter 100% veiligheid is niet mogelijk. Dit blijkt ook uit het feit dat dit risico zich in maart 2026 voordeed en er een hack op de gemeentelijke systemen plaatsvond. Financiële consequenties daarvan waren op moment van opstellen van deze jaarstukken nog niet in beeld.

Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer groot Restrisico: € 1,5 mln. Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 600.000

2.5 Conclusie weerstandsvermogen De gekwantificeerde risico’s afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit laat het volgende beeld zien: Weerstandsvermogen (* € 1.000) Weerstandscapaciteit

2025 17.150

Risico's

981 Factor weerstandsvermogen

17,5

72 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

Gerekend in ratio’s wordt de weerstandscapaciteit ultimo 2025 als volgt weergegeven: 1. De vrije algemene reserve in relatie tot de risico’s: 6,0% 2. Weerstandscapaciteit in relatie tot risico’s: 17,5% De stand van het 'vrije deel' van de algemene reserve bedraagt (na inzet surplus bij de programmabegroting 2026, beklemde middelen en het jaarrekeningresultaat 2025) € 6,0 miljoen. De ratio weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s is uitstekend. 2.6 Kengetallen De gemeente is op basis van de regelgeving (BBV) verplicht een vijftal kengetallen in de begroting op te nemen. Deze geven een inzicht in de financiële positie van de gemeente. In de onderstaande tabel worden deze kengetallen weergegeven. Kengetal

Verslag 2024

Begroting 2025

Verslag 2025

1a. Netto schuldquote

- 18,2%

15,6%

- 16,6%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

- 24,0%

9,4%

- 23,4%

2. Solvabiliteitsratio

74%

64%

73%

3. Grondexploitatie

-0,1%

-0,4%

0,3%

4. Structurele exploitatieruimte

7,1%

2,4%

7,5%

5. Belastingcapaciteit

94%

101%

95%

73 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

2.6.1 Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij de door de gemeente verstrekte leningen onzekerheid kan bestaan over of ze allemaal worden terugbetaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Duiding Sinds 2019 zijn de langlopende (vaste) schulden van de gemeente nul. De totale kortlopende schulden en de overlopende passiva samen bedragen in de jaarrekening 2025 bijna € 25 mln. Dit is € 4 miljoen hoger dan in de jaarrekening 2024. De verstrekte lang- en kortlopende leningen, liquide middelen en overlopende activa) van de gemeente bedragen per saldo ruim € 54 miljoen. Dit leidt er eind 2025 toe dat de financiële bezittingen van de gemeente, net als in de jaarrekening 2024 groter zijn dan de totale schulden. Dit komt tot uitdrukking in het percentage van -17,6% (resp. -23,4%) bij de jaarrekening 2025. Dit is vrijwel gelijk aan de jaarrekening 2024 en aanzienlijk beter dan in de begroting 2025 verwacht. De gemeente Epe is per saldo nog altijd schuldenvrij wat een positief effect op de rentelast heeft.

2.6.2 Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de ratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene en bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat) als percentage van het balanstotaal. Duiding Het solvabiliteitspercentage van de gemeente is de afgelopen vier jaar redelijk stabiel met een percentage tussen de 70% en 80%. In de jaarrekening 2025 komt het solvabiliteitspercentage uit op 73%. Sinds 2011 is de solvabiliteit gestegen (van 58% naar 73% op dit moment) met name als gevolg van een toename van het eigen vermogen van de gemeente. De solvabiliteit is vrijwel gelijk aan de jaarrekening 2024 en hoger dan in de begroting 2025 verwacht. 2.6.3 Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond voor grondexploitatie zich verhoudt tot de totale baten. De boekwaarde van de gronden is van belang omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de risico’s in de grondexploitatie heeft de gemeente op haar balans een risicoreserve gevormd. De accountant beoordeelt ieder jaar in de controle de waardering van de gronden op de balans en de hoogte van de gevormde reserve. Het percentage over 2025 bedraagt 0,3%.

2.6.4 Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Duiding De structurele baten in 2025 zijn hoger dan de structurele lasten per programma ook als daar de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves in worden meegenomen. Dit houdt in dat de gemeente een structureel sluitende exploitatie heeft omdat als alle incidentele baten en lasten buiten beschouwing worden gelaten in deze jaarrekening, de dan overgebleven structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten. 2.6.5 Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Duiding Dit kengetal laat zien dat de woonlasten in de gemeente onder het landelijk gemiddelde liggen.

74 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

3 | Onderhoud kapitaalgoederen 3.1 Inleiding In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt het beleidskader over het onderhoud van kapitaalgoederen weergegeven. De belangrijkste criteria in het beleidskader zijn “schoon, heel en veilig”, waarbij het gekozen uitgangspunt de gewenste kwaliteit in verhouding tot de beschikbare middelen is. De kwaliteit en het onderhoud van de kapitaalgoederen is bepalend voor het voorzieningenniveau en de daarmee samenhangende jaarlijkse lasten. Omdat met het onderhoud van de kapitaalgoederen een aanzienlijk deel van de rekening is gemoeid, is een goed overzicht van belang voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft, net als de andere paragrafen, een dwarsdoorsnede van de rekening omdat de kosten van het onderhoud van de kapitaalgoederen over verschillende programma’s zijn verspreid. 3.2 Beleidskaders Het beleid van de gemeente Epe voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is vastgelegd in de onderstaande beleidsplannen.

• Wegenbeleidsplan (2014-2018) • Gemeentelijk Watertakenplan (GWP 2026-2030) • Groenstructuurplan / Bomenbeleidsplan (2010) • Beleidsplan Openbare Verlichting (2017-2026) • Beleidsplan Civiele Kunstwerken (2017-2023) • Beleidsplan gemeentelijke begraafplaatsen /Beheervisie begraafplaatsen (2025) • MJOP gebouwen (2024) 3.3 Stand van zaken Hieronder wordt – per gemeentelijk kapitaalgoed – aangegeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitvoering van het beleid, welke relevante ontwikkelingen er spelen, of er noodzaak is voor bijstelling van het beleid, de financiële consequenties van het beleid en de vertaling ervan in de rekening. Financiële vertaling van het onderhoud in de jaarrekening (bedragen in € 1.000): Jaar vaststelling raad

Looptijd t/m

Achterstand onderhoud

Kosten 2025

Begroting 2025

Wegen

2014

2018

Ja

3.114

2.236

Gemeentelijk watertakenplan

2021

2025

Nee

1.026

965

986 structureel budget

Civiele kunstwerken

2023

2027

Nee

36

34

37 storting voorziening

14

18

19 structureel budget

Bomen en groen

2010

-

Nee

1.243

1.280

1.270 structureel budget

Openbare verlichting

2018

2026

Nee

100

64

66 structureel budget

-

2026

Nee

431

406

389 storting voorziening

302

294

278 structureel budget

Beleids-en beheerplan

Gebouwen (MJOP)

Structureel Wijze m.i.v. 2026 2.285

structureel budget met egalisatiereserve

3.3.1 Wegen In de gemeente Epe ligt ongeveer 785 kilometer in lengte aan wegen. In oppervlakte is dat ongeveer 2.763.000 m². De helft van deze oppervlakte bestaat uit asfalt, 27% uit elementen en 23% uit onverhard en beton. Jaarlijks wordt het wegareaal geïnspecteerd. Naar aanleiding van de inspectieresultaten wordt een onderhoudsprogramma opgesteld voor het jaar volgend op het jaar waarin de inspectie plaats had. Ten behoeve van het groot onderhoud van wegen beschikt de gemeente over een reserve voor de egalisatie van de onderhoudskosten. Ieder jaar worden in de hele gemeente werkzaamheden uitgevoerd om het kwaliteitsniveau constant te houden. Het actualiseren van het wegenbeleidsplan zou in 2022 worden uitgevoerd. Door gewijzigde inzichten en het voornemen om eerst een integrale visie op het beheer van de openbare ruimte (IBOR) te laten vaststellen is dit niet uitgevoerd. Na deze visie zal een uitvoeringsplan voor het onderhoud aan de wegen worden opgesteld. Het gladheidbestrijdingsplan is in 2025 geactualiseerd en vastgesteld. Voor het reguliere onderhoud zijn meer-jaren contracten aanbesteed (asfalt- en elementenverhardingen) en

75 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

op basis daarvan is het reguliere en achterstallig onderhoudswerk uitgevoerd. De extra middelen die voor de achterstalligheid beschikbaar zijn gesteld in 2024, zijn hierbij ingezet. 3.3.2 Riolering In 2021 zijn het BRP en GWP (gemeentelijk watertakenplan) 2021 t/m 2025 opgesteld en door de gemeenteraad vastgesteld. In 2025 is gestart met het proces om te komen tot een GWP 2026-2030. Dit heeft in 2025 ter inzage gelegen en is op 29 januari 2026 vastgesteld. Eén van de kernfactoren voor het behouden van een goede leefomgeving is het in stand houden en optimaliseren van de voorzieningen omtrent de riolering en het watersysteem. Deze hebben een aantal belangrijke doelen voor het dagelijks leven: • Het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten; • Het schoonhouden van de bodem en het oppervlaktewater; • Het voorkomen van schade door hevige regenval én bij extreme droogte; • Het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater. Het rioolnetwerk in de gemeente is ca 460 kilometer lang. Daarvan is ca 229 kilometer drukriolering en ca 231 kilometer vrij verval riolering. Het drukrioolstelsel is voorzien van 1.023 minigemalen en 28 rioolgemalen. Jaarlijks wordt met gedetailleerde camera-inspecties circa 7% (15 km) van het areaal geïnspecteerd.

Deze wijze van inspecteren wordt de komende jaren doorgezet, hoe wordt omgegaan met de bevindingen wordt nader uitgewerkt in het Rioolbeheerplan. De kwalitatieve toestand van nagenoeg het gehele stelsel is in beeld. Hieronder volgt een opsomming van de in uitvoering zijnde werken en werkzaamheden in 2025: • Uitvoering van centrumplan Vaassen fase 3, aanleg vuilwater en infiltratieriool; • Vervangen persleiding in Vaassen en Emst; • Uitvoering reconstructie Krugerstraat/van Riebeeckstraat en Tuindorpweg; • Vervangen defecte riolering; • Voorbereiding Hoge Weerd fase 4; • Voorbereiding en aanleg retentie Vegtelarij Epe • Voorbereiding reconstructie Woestijnweg • Voorbereiding reconstructie Bongerdplein en omgeving. 3.3.3 Civiele kunstwerken Een brug is een overspanning over water om twee weggedeelten te verbinden. De gemeente Epe heeft in totaal 64 bruggen en 2 tunnels in eigendom: 41 met een draagconstructie van beton en 23 met een draagconstructie van staal met een kunststof, houten of metselwerk opbouw. De kosten voor de vervanging van bruggen worden betaald uit een meerjareninvesteringplan dat is opgenomen in het beleidsplan Civiele kunstwerken. Voor het opvangen van kosten voor het onderhoud van de bruggen is een onderhoudsvoorziening ingesteld. De hoogte van deze voorziening is in lijn met het beleidsplan civiele kunstwerken.

De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. In 2025 zou de brug in de in de Eschertweg worden vervangen maar dat is vanwege de koppeling van de werkzaamheden met de aanleg van een koe-oversteek verschoven naar 2026. Daarnaast is regulier onderhoud aan de civiele kunstwerken uitgevoerd. 3.3.4 Bomen en groen Het Bomenbeleidsplan en het Groenstructuurplan geven de toekomstvisie weer van de gemeente Epe op groen in de openbare ruimte van de bebouwde kommen van Epe, Vaassen, Emst en Oene. In de kernen en het buitengebied (exclusief het bosgebied) staan ruim 32.500 onderhoudsplichtige bomen op gemeentelijke gronden. Om de boomveiligheid te waarborgen worden de bomen regelmatig gecontroleerd. De frequentie is op basis van kwaliteit en gebruiksdruk geprioriteerd. Het onderhoud van de openbare ruimte - waaronder bomen en gazons (ongeveer 50 ha), zandwegen en begraafplaatsen - is vastgelegd in kwaliteitsniveaus gebaseerd op het CROW. De beeldkwaliteit wordt geborgd door maandelijks een schouw uit te voeren. Voor de centra en wijken van Epe en Vaassen vindt het onderhoud op tenminste het niveau ‘basis’ plaats.

Daarnaast wordt extra aandacht geschonken aan de bestrijding van boomziekten zoals de kastanjeziekte, iepziekte en essentaksterfte en de bestrijding van invasieve exoten zoals de Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw e.d. Het nieuwe Bomenbeleidsplan zou in 2022 worden vastgesteld maar is door gewijzigde inzichten, implementatie omgevingswet en de verordening fysieke leefomgeving (VFL) uitgesteld tot 2025.

76 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

Inmiddels is gestart met het opstellen van een Integrale groenvisie. Deze heeft in 2025 ter inzage gelegen en vaststelling wordt verwacht in 2026. Aanvullend zal het bomenbeleid worden opgesteld. Het onderhoud van de openbare ruimte is uitbesteed aan Vebego (Axent Groen) en vastgelegd in een overeenkomst met een looptijd tot 2025. Eind 2024 is dit met 2 jaar tot 2027 verlengd. Daarin is vastgelegd dat Vebego de openbare ruimte op basisniveau onderhoudt. Gemeente Epe heeft hierin de rol van opdrachtgever en toezichthouder op de geleverde kwaliteit in de openbare ruimte. De geraamde financiële middelen in de begroting waren voldoende om het huidige niveau in stand te houden. 3.3.5 Openbare verlichting Het beleids- en beheerplan openbare verlichting heeft een looptijd van 2017 - 2026. Het heeft als belangrijkste doel het leggen van een bestuurlijke, beheersmatige en financiële basis voor de zorg voor de openbare verlichting in de planperiode met een doorkijk naar de daaropvolgende jaren. Eind 2025 zijn er ca 6.280 masten in beheer bij de gemeente Epe (inclusief diverse aansluitingen fietsenstallingen en Abri’s). Binnen de gemeentegrenzen zijn bij de provincie Gelderland 8 masten in het beheer en bij Triada 346 stuks. Er zijn ca. 6.377 armaturen, dat zijn er meer dan er lichtmasten zijn en dat komt omdat op sommige lichtmasten meer armaturen met meer lampen zijn gemonteerd.

Het doel is om de komende jaren de gemeente Epe geheel uit te rusten met ledverlichting. Deze werkzaamheden liggen op schema. 3.3.6 Gebouwen Er zijn 46 gebouwen en woningen in beheer en onderhoud bij gemeente Epe, waarvan ook huurpanden t.b.v. opvang ontheemden. Het beheer en onderhoud bestaat hoofdzakelijk uit het reguliere (dagelijks) en groot onderhoud. Het groot onderhoud wordt onder andere uitgevoerd op basis van een meerjarenonderhoudsplan, MJOP’s. Het MJOP is gericht op het in stand houden van de bestaande gebouwen die wordt geactualiseerd in een cyclus van 2 jaar. Een actueel MJOP levert een begroting voor de onderhoudsvoorziening en levert ook de gegevens voor een jaarplanning voor de uitvoering. Het onderhoudsniveau wordt bepaald op basis diverse uitgangspunten, zoals toekomst, bouwjaar, huidige status e.d. Op basis van de MJOP’s zijn voorzieningen gevormd, waaruit het groot onderhoud wordt bekostigd voor het streekarchief, gemeentehuis, de buiten- en binnenzijde van de gymzalen, de brandweerkazernes, kinderopvang St. Crusiusweg, de wijkgebouwen, de bibliotheek, de dienstgebouwen en de onderkomens op de begraafplaatsen.

77 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

4 | Financiering 4.1 Inleiding De paragraaf Financiering heeft tot doel inzicht te verschaffen in de activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s, ofwel: treasury. 4.2 Beleidskaders In het Treasurystatuut (2015) is het beleid ten aanzien van de treasuryfunctie vastgelegd. Belangrijkste doelstellingen van de treasuryfunctie zijn: • het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewenste financiële risico's zoals renterisico's, koersrisico's, kredietrisico's en liquiditeitsrisico's, • het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido (Wet Financiering decentrale overheden) respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut. 4.3 Beleidsverantwoording De Wet Fido bevordert een solide financieringswijze bij decentrale overheden. Doel is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van decentrale overheden, die mogelijk consequenties kunnen hebben voor hun financiële positie. De wet geeft twee concrete richtlijnen voor de gemeenten voor het beheersen van renterisico’s. Het gaat daarbij om de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. In bijlage 3 zijn de verplichte overzichten, die de gemeente jaarlijks hierover moet opstellen, opgenomen.

4.3.1 Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, want als daarvan de rente stijgt, betekent dat we al snel meer aan rente moeten betalen. Om een grens te stellen aan korte financiering is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Meer dan dat bedrag mogen we niet financieren met kort geld. Deze limiet is vastgesteld op 8,5% van de begrote lasten. Voor Epe bedraagt de kasgeldlimiet voor 2025 € 10,4 miljoen (zie bijlage 3). Door het positieve liquiditeitssaldo gedurende het hele jaar en de afwezigheid van opgenomen korte geldleningen, blijft de gemeente ruimschoots binnen deze limiet. 4.3.2 Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de gemeente. De rente van een langlopende lening staat voor een bepaalde tijd vast. Als die periode afloopt, kan het zijn dat de rente hoger is. Dan moeten we voor dezelfde lening meer rente betalen. Als op hetzelfde moment veel lange leningen tegelijk aflopen, dan moeten we ineens veel meer rente gaan betalen. Daarom staat in de wet FIDO de renterisiconorm.

Die bepaalt hoeveel van de langlopende schulden in één jaar mogen aflopen: maximaal 20% van het begrotingstotaal aan leningen mogen per jaar in aanmerking komen voor herfinanciering en/of renteherziening. Voor Epe is de renterisiconorm ruim € 24 miljoen (zie bijlage 3). Aangezien Epe op dit moment geen gebruik maakt van leningen, blijft de gemeente ruimschoots binnen deze norm. 4.4 Financiering 4.4.1 Financieringspositie De financieringspositie geeft de financieringsbehoefte van de gemeente aan. Als we meer geld uitgeven dan er binnen komt, dan moeten we geld lenen. Dat heet een financieringstekort. Het financieringssaldo ultimo 2025 is €22,1 miljoen positief (in 2024: €21 miljoen positief) (berekening: reserves en voorzieningen minus vaste activa). Er was in 2025 voldoende liquiditeit om alle benodigde uitgaven te kunnen doen (inclusief de financiering van investeringen). Het overschot van financieringsmiddelen is in 2025 in 's Rijks' schatkist aangehouden. Voor de komende jaren staan nog grote investeringsuitgaven op de planning. Het effect hiervan op liquiditeit zal nauwlettend gemonitord worden middels een liquiditeitenplanning.

78 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

4.4.2 Leningenportefeuille In 2025 was het dus niet nodig om externe financiering aan te trekken. Gemeente Epe heeft al een paar jaar geen gebruik gemaakt van externe financieringsmogelijkheden. In 2022 is voor het laatst een kortlopende kasgeldlening afgelost en sinds medio 2019 heeft Epe geen langlopende geldleningen meer. In het kader van het financieel toezicht publiceert de provincie jaarlijks een overzicht van de schuldenpositie van de gemeenten in Gelderland. Uit dat overzicht blijkt dat de netto schuld per inwoner van Epe in vergelijking met de andere 51 gemeenten laag is. In de publicatie over 2024 staat Epe op de 2e plaats van de Gelderse gemeenten met de minste netto schuld per inwoner. 4.4.3 Uitzettingen Gemeente Epe heeft in 2025 de overtollige liquide middelen in 's Rijks' schatkist aangehouden, overeenkomstig de Regeling Schatkistbankieren decentrale overheden. Daarbij is het drempelbedrag van wat de gemeente buiten de schatkist mag aanhouden, niet overschreden. In de toelichting op de balans, onder Schatkistbankieren, is een berekening hiervan opgenomen. De uitzetting van overtollige liquide middelen in 's Rijks' schatkist in 2025 heeft geleid tot een rentebate van €0,5 miljoen. Naast de middelen in 's Rijks' schatkist heeft de gemeente Epe ook nog andere uitzettingen en beleggingen, zoals bij BNG en Vitens vanwege haar publieke taak.

4.5 EMU-saldo De Europese Unie heeft bepaald dat het EMU-tekort van een land niet hoger mag zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. Binnen Nederland is dit tekort 'verdeeld' tussen de verschillende overheden, de zogenaamde EMU-referentiewaarde. Voor de gemeente Epe is de individuele referentiewaarde EMU-saldo 2025 (inclusief haar aandeel in gemeenschappelijke regelingen) € 5,7 mln. In onderstaand overzicht is het gerealiseerde EMU-saldo 2025 berekend van de gemeente zelf. Het EMU-saldo drukt uit welk financieringstekort of -overschot we hebben. Realisatie 2024

Realisatie 2025

10.841

10.197

2. (Mutatie (im)materiële vaste activa /-)

8.226

9.684

3. (+)

Mutatie voorzieningen

1.041

1.073

4. (/-)

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

359

456

5. (/-)

Verwachte boekwinst/verlies bij verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa

(bedragen x € 1.000) 1. (+)

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit de reserves (zie BBV, artikel 17c)

Berekend EMU-saldo

3.297

1.130

Het berekende EMU-saldo van de gemeente Epe over 2025 is € 1,0 miljoen positief en blijft onder de referentiewaarde van het EMU-tekort. De gemeente heeft in 2025 nog steeds meer geld ontvangen dan dat ze heeft uitgegeven. 4.6 Conclusie Het treasurybeleid in 2025 is binnen de kaders van het Treasurystatuut uitgevoerd. De richtlijnen van de Wet Fido (kasgeldlimiet en renterisiconorm) zijn niet overschreden.

79 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

5 | Bedrijfsvoering 5.1 Inleiding De paragraaf bedrijfsvoering heeft tot doel inzicht te geven in de beleidsvoornemens op het gebied van de bedrijfsvoering en de ontwikkeling van de organisatie. Een goede bedrijfsvoering is een randvoorwaarde voor een succesvolle uitvoering van de primaire processen en ontwikkelingen zoals inwonersgericht werken en integraal werken (waaronder het omgevingsprogramma) en de interne-, en externe dienstverlening. Onder bedrijfsvoering wordt verstaan: mens en organisatie, informatievoorziening en automatisering, financiën, huisvesting (incl. facilitaire zaken), communicatie en juridische zaken. 5.2 Beleidskaders Het beleidskader voor de inrichting van de organisatie en de bedrijfsvoering is door het college vastgesteld in de volgende documenten: • Sturingsconcept 'Samenwerken' gemeente Epe 2024 • Mandaatregister • Financiële verordening 2023 De kaders en de ambitie voor de ontwikkeling van de organisatie zijn vastgelegd in de visiedocumenten: • Toekomstvisie Epe 2030 • Samen verder 5.3 Beleidsverantwoording Net als veel andere gemeenten staat Epe voor grote maatschappelijke opgaven waarbij de gemeente enerzijds een regierol heeft, in andere gevallen meer faciliterend optreedt en daarbij ook mede afhankelijk is van landelijke ontwikkelingen.

Het is van belang om op een goede wijze invulling te geven om deze maatschappelijke opgaven te bereiken en door inzet van participatie met inwoners. Hiervoor werkten wij in 2025 aan de visie Samen verder vanuit waar we inwonersgericht en integraal werken verder versterken. De visie van de gemeente Epe luidt als volgt: Inwoners, bedrijven, instellingen, verenigingen en gemeente; samen geven we vorm aan goed natuurlijk leven in Emst, Epe, Oene en Vaassen. Als partners luisteren we naar elkaar, leren we van elkaar en nemen we gezamenlijk verantwoordelijkheid. Vanuit vertrouwen in elkaar en betrokkenheid bij onze omgeving bouwen we aan een gemeente waarin iedereen fijn kan wonen, werken en leven, nu en later. De kernwaarden van gemeente Epe zijn: 'denken in mogelijkheden’, ‘samen' en 'transparant'. Om maatschappelijke opgaven meer in samenhang aan te pakken, is de ontwikkeling van een ‘Denkkader maatschappelijke opgaven’ opgestart. Dit kader helpt bij het maken van integrale afwegingen bij beleidsontwikkeling. Hetzelfde geldt voor het ontwikkelen van een ‘Gemeentebreed beleidsproces’.

Dit fungeert als een stappenplan bij het opstellen van beleid en beschrijft onder andere wanneer welk bestuursorgaan wordt betrokken, hoe inwoners kunnen participeren en hoe de afstemming tussen teams en tussen beleid en uitvoering wordt geborgd? 5.3.1 Organisatie Wat voor organisatie willen we zijn? We zijn een organisatie die in verbinding staat met de samenleving, denkt in mogelijkheden, transparant is en waar we fijn (samen)werken'. Deze hebben we in de visie 'Samen verder' nader uitgewerkt. Concrete acties 2025 In 2025 hebben we voortgang geboekt in de doorontwikkeling van onze organisatie. De eerder uitgevoerde benchmark vormde de basis voor het in lijn brengen van de formatie. Per saldo wordt het aantal FTE niet gewijzigd, maar vindt er een herschikking plaats, waarbij formatie vanuit bedrijfsvoering wordt overgeheveld naar het primaire proces. Dit proces is in 2025 gestart en loopt nog deels door in 2026. Daarnaast is een nieuw functiehuis opgezet, dat in 2026 wordt geïmplementeerd. Alle functies in de organisatie zijn ingedeeld en gepositioneerd, met als doel een transparant en toekomstbestendig functiehuis. Hierbij is nadrukkelijk aandacht besteed aan uniformiteit, rechtsgelijkheid en aansluiting bij de strategische opgaven.

80 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

We blijven inzetten op werkgeluk om medewerkers te binden en te boeien In 2025 hebben we gewerkt aan een integraal concernplan. Dit concernplan biedt een eenduidig organisatorisch en strategisch kader, waarin onze ambities, opgaven en ontwikkelrichtingen samenkomen. Het concernplan vormt nu de basis voor organisatiesturing, HR-ontwikkeling, prioriteitenstelling en teamplannen. Prioritering In 2025 is ook gewerkt aan een systematiek waarmee vanaf 2026 de belangrijkste opgaven en ontwikkeltrajecten per team geprioriteerd worden. Hierbij wordt gekeken naar haalbaarheid, benodigde expertise en de structurele belasting van teams. Dit moet leiden tot een realistischere planning (waaronder de Lange Termijn Agenda voor de gemeenteraad), betere focus en meer voorspelbaarheid in de uitvoering. De prioritering vormt tevens een fundament voor toekomstige afweging voor de inzet van middelen en voor het verder vormgeven van de strategische personeelsplanning. Doorontwikkeling op de opgaven dienstverlening, inwonersgericht werken en integraal werken? Via de feedbacktool en het in kaart brengen van klantreizen onderzochten we hoe inwoners de dienstverlening ervaren. Zodat we deze kunnen verbeteren vanuit het oogpunt van inwoner.

Dit hebben we onder andere gedaan voor online formulieren van Burgerzaken, de subsidie ‘Goed voor elkaar’, de aanvraag van evenementenvergunningen en voor meldingen in de openbare ruimte. Daarnaast is er een pilot gestart om de telefonische bereikbaarheid en samenwerking tussen het klantcontactcentrum (KCC) en het team VTH bij het beantwoorden van vragen te verbeteren. Daarbij kijken we ook hoe de informatie op de website hier beter op kan aansluiten en hoe de Persoonlijke Internet Pagina (PIP) ingezet kan worden om inwoners de voortgang van hun aanvragen te laten volgen. Het afgelopen jaar hebben we ook gewerkt aan het verder toegankelijk maken van onze onlinedienstverlening zodat deze door iedereen goed gebruikt kan worden via de website, ook door mensen met een beperking. De gemeentelijke website heeft inmiddels status B en voldoet daarmee aan de huidige eisen van het Besluit digitale toegankelijkheid. Hiernaast voldoet de gemeente aan de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv), die op 1 januari 2026 in werking is getreden. Deze wet waarborgt dat overheidsdienstverlening ook online veilig, betrouwbaar en rechtsgeldig beschikbaar is De actiepunten uit het rekenkameronderzoek digitale dienstverlening krijgen een vervolg in 2026.

Tot slot hebben we verkennende stappen gezet om aan te sluiten bij landelijk ontwikkelde innovaties, zoals de inzet van AI bij het beantwoorden van vragen. In relatie tot inwonersgericht en integraal werken hebben we inspanningen gericht op het vergroten van de (mede)zeggenschap en samenwerking met inwoners. In 2024 is de gemeenteraad geconsulteerd op de visie Samen verder. Vanuit deze visie zijn tal van participatietrajecten uitgevoerd (zie ook de voortgangsrapportages voor de visie Samen verder) en er is veel ervaring opgedaan. Dit vormt de basis voor het traject dat gestart is om te komen tot de gemeente-brede 'Participatieaanpak Samen verder’. In aanvulling hierop werken we aan een wettelijk verplichte participatieverordening die in 2026 door de gemeenteraad moet worden vastgesteld. Parallel hieraan wordt gestart met het versterken van de kennis en vaardigheden van medewerkers op het gebied van participatief werken. Daarvoor worden in 2026 trainingen en inspiratiesessies georganiseerd en hulpmiddelen ontwikkeld. Om invulling te geven aan het door de gemeenteraad aangenomen initiatiefvoorstel voor jongerenparticipatie, is er een onderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in de mate waarin jongeren zich gehoord voelen en op welke manier zij willen participeren. De uitkomsten worden meegenomen in de gemeente-brede participatieaanpak.

Om bewonersinitiatieven te stimuleren is de subsidieregeling ‘Goed voor elkaar’ toegankelijker gemaakt en actief onder de aandacht gebracht. Daarnaast werkt de gemeente samen met inwoners aan de zogeheten ‘Dorpendeals’. Hiermee kunnen lokale initiatieven om samen te werken aan de (sociale) verbondenheid van een wijk of dorp, met behulp van provinciale subsidie worden gerealiseerd. De dorpendeal voor Emst is in 2025 afgerond en de dorpendeal voor Vaassen is in 2025 uitgewerkt (definitieve besluitvorming vindt plaats in 2026).

81 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

5.3.2 Communicatie Actieve communicatie en inwonerparticipatie Naast de reguliere inzet op verschillende inhoudelijke dossiers is er het afgelopen jaar veel inzet geweest op communicatie met betrekking tot de grote opgave voor het opvangen en huisvesten van vluchtelingen. 5.3.3 Informatievoorziening en Automatisering In 2025 zijn naast reguliere IT-vervangingen en nieuwe initiatieven, verschillende projecten uit het uitvoeringsprogramma van het informatiebeleid uitgevoerd. Informatiebeleid, datagedreven werken en ICT-infrastructuur Er zijn verschillende maatregelen getroffen om een moderne en wendbare gemeente te kunnen blijven. Denk hierbij aan: nieuwe data-abonnementen voor telefonie, een nieuw datamagazijn voor basisregistraties en binnen de uitbesteding van onze ICT-Infrastructuur is gestart met de inrichting van een nieuwe, moderne werkplek gebaseerd op Windows 11. De zogenaamde; Werkplek 2.0. De afgelopen jaren waren erop gericht om, vanwege de kwetsbaarheid, complexiteit en continuïteit, onze ICT-infrastructuur extern te beleggen. Nagenoeg al onze applicaties worden dan ook als SaaS (Software-as-a-Service) afgenomen. Echter, deze aanpak brengt, blijkt nu, een verschuiving van operationele naar strategische kwetsbaarheid met zich mee. Techgiganten en ook grote mogendheden maken gebruik van technologie om hun invloed op allerlei manieren te vergroten.

Dit is een enorme uitdaging de komende jaren, waar alle Europese overheden mee te maken gaan krijgen. Belangrijke onderdelen uit het uitvoeringsprogramma zijn gerealiseerd. Zo is het datateam opgericht, bestaande uit specialisten op het gebied van data en geo-informatie. Dit team ontwikkelt nieuwe datatoepassingen, zoals dashboards en kaarten, en werkt aan het verbeteren van de kwaliteit en integriteit van de gebruikte gegevens. Met betere data kunnen betrouwbaardere en nieuwe inzichten worden gegenereerd. Daarnaast is een systematiek voor het werken met pilots geïntroduceerd; de eerste pilots zijn volgens deze systematiek geprioriteerd en uitgevoerd. Verder is een feedback-tool voor het monitoren van de dienstverlening opgeleverd, is nieuwe verkiezingssoftware geïmplementeerd en is het proces contractregistratie ontwikkeld en in gebruik genomen. De implementatie van wetgeving zoals de Wet Open Overheid (WOO), Wet elektronische publicatie (WEP) en de modernisering van elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) is, voor zover de landelijke richtlijnen het toelaten, gerealiseerd. Ook zijn de eerste stappen gezet op het vlak van AI. Er is gewerkt aan een AI-strategie waarin ambities worden neergezet en verplichtingen vanuit onder andere de AI-act worden geadresseerd. Ook is de eerste AI-pilot uitgevoerd.

Met behulp van pilots, proberen we kennis op te bouwen en risico's te identificeren. Informatieveiligheid De aandachtspunten voor 2025 op het gebied van informatieveiligheid waren het implementeren van multi-factor authenticatie, data-minimalisatie en de voorbereiding op de zero-trust filosofie (‘never trust, always verify’). Ook is gewerkt aan een plan van aanpak voor de implementatie van de Cyberbeveiligingswet (Cbw), de Nederlandse vertaling van de Europese NIS2-richtlijn. Het op de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO) gebaseerde informatieveiligheidsbeleid is verder versterkt en de jaarlijkse taken rond de ENSIA-verantwoording van het College aan de Raad zijn uitgevoerd. Informatieveiligheidsbewustzijn blijft een aandachtspunt. Ook afgelopen jaar zijn verschillende e-learnings aangeboden en phishing campagnes ingezet om medewerkers bewust te maken van de gevaren op het gebied van cybercriminaliteit, juist gebruik van basisgegevens en privacy. Het belang van een goede informatiebeveiliging blijkt uit de hack die op donderdag 12 maart 2026 op het systeem van de gemeente Epe plaatsvond. Informatiebeheer en archivering In 2025 is het Noord-Veluws Archief (NoVA) opgericht, waarin Epe participeert via een gemeenschappelijke regeling. NoVA fungeert als streekarchief en verzorgt tevens het e-depot voor de archivering van elektronische documenten.

In 2025 is een plan van aanpak opgesteld voor het wegwerken van de achterstanden in de overgebrachte archieven van Epe.

82 Gewaarmerkt voor identificatie doeleinden d.d: 10-06-2026

5.3.4 Juridische Zaken In 2025 zijn Data Protection Impact Assessments uitgevoerd door de gehele organisatie heen. De privacy-, data- en informatiebeveiligingsaspecten worden in een vroeg stadium betrokken binnen werkprocessen, het implementeren van applicaties en aanbestedingen en relevante wet- en regelgeving (zoals de Wet politiegegevens, hierna: Wpg). Eveneens is er gewerkt aan bewustwording op dit vlak. Processen zijn geüpdatet naar de huidige actualiteit. De verplichte externe Wpg-audit is uitgevoerd in 2025, over het jaar 2024. In 2025 is vanuit de borging van de gestelde organisatie-opgaven gewerkt aan het meer integraal werken binnen de organisatie, alsmede een voorsortering op de digitale ontwikkelopgave voor overheden vanuit de Europese Unie. Hier wordt een apart document voor opgesteld en de processen worden waar nodig mogelijk aangepast. Artificial Intelligence heeft een vlucht gemaakt en de organisatie is begonnen met voorsorteren op verplichtingen uit onder andere, maar niet uitsluitend, de AI Act en de Data Governance Act. Het aantal zaken voor de afdeling bezwaar is in 2025 verder teruggebracht naar behandelbare proporties. In het kader van de Wet Open Overheid zijn verdere stappen gezet in de actieve openbaarmaking. Het aantal Woo-verzoeken lag in lijn met voorgaande jaren.

De organisatie volgt de lijn van de Rijksoverheid met betrekking tot de implementatie en houdt zicht op de planning die van daaruit gesteld wordt. De juridische kwaliteitszorg is een belangrijk aandachtspunt geweest in 2025. In 2026 zal dit proces verder focus krijgen, zodat dit door de gehele organisatie geborgd wordt. In 2026 zullen opvolgende gesprekken hierover plaatsvinden, in combinatie met de opgaven die gesteld zijn voor de organisatie, alsmede de Europese wet- en regelgeving die ons meerdere opgaven geeft. Integraliteit en samenwerken zijn hier de sleutelfactoren, waar de nadruk op wordt gelegd bij de implementatie van bovenstaande in combinatie met het borgen van de juridische kwaliteitszorg door de gehele organisatie heen. 5.3.5 Financiën Nieuw financieel systeem / Inkoop Het nieuwe financiële systeem biedt uitgebreide mogelijkheden om inkoop en financiën verder te integreren. Hierdoor is de organisatie beter in control. In 2025 heeft deze integratie verder vorm gekregen door de implementatie van iRapportage. Met iRapportage kunnen financiële gegevens worden gecombineerd en overzichtelijk worden gepresenteerd, wat bijdraagt aan betere stuurinformatie en besluitvorming. E-facturen Sinds 2018 kan de gemeente Epe e-facturen ontvangen en verwerken. Door het actief benaderen van leveranciers is het aantal leveranciers dat e-facturen aanlevert gegroeid naar 63.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17067105/4