CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 0.4 - Omgevingsplan gemeente Epe (geconsolideerd) - Wijziging omgevingsplan gemeente Epe 003 'Kerkenland'

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling wijziging omgevingsplan 003: Kerkenland47.958 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Paragraaf 5.2.9.5 Beoordelingsregels voor het bouwen van een bouwwerk Artikel 5.50 Toepassingsbereik Deze paragraaf bevat beoordelingsregels voor de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk bedoeld in artikel 5.47.

19

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Concept

Artikel 5.51 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken 1.

Een aanvraag om omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 5.47 wordt alleen verleend als de activiteit niet in strijd is met de in deze afdeling gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van de artikelen 5.68, 5.15 en 5.14.

2.

In het werkingsgebied tijdelijk deel nog niet vervallen wordt in aanvulling op het eerste lid een aanvraag omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 5.47 alleen verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels over bouwen, in stand houden en gebruiken in het tijdelijk deel van het omgevingsplan bedoeld in artikel 22.1 onder a Omgevingswet.

Artikel 5.52 Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht 1.

In afwijking van artikel 5.51 wordt de omgevingsvergunning geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is: a. een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of b. een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.

2.

In aanvulling op het eerste lid wordt de omgevingsvergunning ook geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft voor de dag van ontvangst van de aanvraag: a. een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of b. een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.

3.

In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.

Artikel 5.53 Specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht 1.

In afwijking van artikel 5.51 kan de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.

2.

Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing: a. artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; b. artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en c. artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 5.54 Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

20

1.

Als dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald, kunnen aan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden.

2.

Artikel 8.27, eerste lid, is op het verbinden van die voorschriften van overeenkomstige toepassing.

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Paragraaf 5.2.9.6 Beoordelingsregels welstand Artikel 5.55 Toepassingsbereik Deze paragraaf bevat beoordelingsregels voor welstand.

Concept

Artikel 5.56 Beoordelingsregels welstand 1.

Een aanvraag om omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 5.47 wordt alleen verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de Welstandsnota Epe of de rechtsopvolger(s) daarvan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als: a. het gaat om een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; b. het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; of c. het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning in afwijking van het eerste lid toch moet worden verleend.

Artikel 5.57 Repressief welstand 1.

Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.

Paragraaf 5.2.9.7 Nadere invulling beoordelingsregels voor het bouwen van een hoofdgebouw Artikel 5.58 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een hoofdgebouw

Artikel 5.59 Nadere invulling beoordelingsregels voor het bouwen van een hoofdgebouw [Gereserveerd]

Artikel 5.60 Nadere invulling beoordelingsregels voor het isoleren van de buitenzijde van een bestaand hoofdgebouw 1.

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op: a. het verduurzamen van een hoofdgebouw; en b. het verbeteren van de energieprestatie van een hoofdgebouw.

2.

In aanvulling op de beoordelingsregels in paragraaf 5.2.9.5 kan voor een aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 5.47 voor het isoleren van de buitenzijde van een bestaand hoofdgebouw tot maximaal 10% wordt afgeweken van de omgevingsnormen, elders in dit hoofdstuk of het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, bepaald.

3.

In aanvulling op de beoordelingsregels in paragraaf 5.2.9.5 kan voor de aanvraag bedoeld in het tweede lid tot maximaal 0,5 meter buiten het bouwvlak worden gebouwd.

Paragraaf 5.2.9.8 Nadere invulling beoordelingsregels voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk

21

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Artikel 5.61 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een bijbehorend bouwwerk

Artikel 5.62 Nadere invulling beoordelingsregels voor het bouwen van een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak

Concept

Een aanvraag om omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 5.47 voor het bouwen van een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak wordt alleen verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de Welstandsnota Epe of de rechtsopvolger(s) daarvan zoals bedoeld in artikel 5.56, eerste lid.

Artikel 5.63 Nadere invulling beoordelingsregels voor het isoleren van de buitenzijde van een bestaand bijbehorend bouwwerk 1.

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op: a. het verduurzamen van een bijbehorend bouwwerk; en b. het verbeteren van de energieprestatie van een bijbehorend bouwwerk.

2.

In aanvulling op de beoordelingsregels in paragraaf 5.2.9.5 kan voor een aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 5.47 voor het isoleren van de buitenzijde van een bestaand bijbehorend bouwwerk tot maximaal 10% wordt afgeweken van de omgevingsnormen, elders in dit hoofdstuk of het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, bepaald.

3.

In aanvulling op de beoordelingsregels in paragraaf 5.2.9.5 kan voor de aanvraag bedoeld in het tweede lid tot maximaal 0,5 meter buiten het bouwvlak worden gebouwd.

Paragraaf 5.2.9.9 Nadere invulling beoordelingsregels voor het bouwen van een bouwwerk geen gebouw zijnde Artikel 5.64 Toepassingsbereik [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.9.10 Nadere invulling beoordelingsregels voor het bouwen van bedrijfsgebouwen Artikel 5.65 Toepassingsbereik [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.9.11 Nadere invulling beoordelingsregels voor het bouwen van bouwwerken op een volkstuinencomplex Artikel 5.66 Toepassingsbereik [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.9.12 Nadere invulling beoordelingsregels voor het bouwen van agrarische gebouwen Artikel 5.67 Toepassingsbereik [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.10 ENERGIEBESPARENDE MAATREGELEN NEMEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.11 FOKKEN, HOUDEN OF TRAINEN VAN LANDBOUWHUISDIEREN, ANDERE ZOOGDIEREN OF VOGELS [Gereserveerd]

22

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Afdeling 5.2.12 GENETISCH GEMODIFICEERDE ORGANISMEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.13 GRAVEN, VERGRAVEN, AFGRAVEN, EGALISEREN, OPHOGEN VAN GROND EN BAGGERSPECIE [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.14 HOUDEN VAN EVENEMENTEN

Concept

[Gereserveerd]

Afdeling 5.2.15 IN WERKING HEBBEN VAN EEN ACCULADER [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.16 KAPPEN EN VELLEN VAN BOMEN EN HOUTOPSTANDEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.17 KUILVOER OF VASTE BIJVOERMIDDELEN OPSLAAN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.18 LOZEN VAN AFVALWATER [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.19 LPG TANKEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.20 MADEN VAN VLIEGENDE INSECTEN KWEKEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.21 MOTORVOERTUIGEN WASSEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.22 NEVENACTIVITEITEN BIJ EEN WOONRUIMTE UITOEFENEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.23 NIET-INDUSTRIËLE VOEDSELBEREIDING [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.24 OPSLAAN VAN DIERLIJKE MESTSTOFFEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.25 OPWEKKEN VAN ELEKTRICITEIT EN WARMTE [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.26 PARKEERGELEGENHEID IN EEN PARKEERGARAGE BIEDEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.27 POLYESTERHARS VERWERKEN [Gereserveerd]

23

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Afdeling 5.2.28 PROPAAN OF PROPEEN OPSLAAN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.29 RECLAME PLAATSEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.30 ROERENDE ZAKEN OPSLAAN

Concept

[Gereserveerd]

Afdeling 5.2.31 SLACHTEN VAN DIEREN EN BEWERKEN VAN DIERLIJKE BIJPRODUCTEN OF UITSNIJDEN VAN VLEES, VIS OF ORGANEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.32 SLOPEN VAN EEN BOUWWERK [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.33 STANDPLAATS OP EEN WARENMARKT OF VOOR AMBULANTE HANDEL INNEMEN EN VENTEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.34 TRADITIONEEL SCHIETEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.35 UITWEG MAKEN, HEBBEN OF VERANDEREN VAN UITWEGEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.36 VASTE MEST OPSLAAN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.37 VOEDINGSMIDDELENINDUSTRIE [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.38 WEBWINKEL EXPLOITEREN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.39 WERKEN MET BIOLOGISCHE AGENS [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.40 WOONRUIMTE GEBRUIKEN Artikel 5.68 Overbewoning woonruimte 1.

Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.

Afdeling 5.2.41 WOONRUIMTE TOEVOEGEN [Gereserveerd]

24

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Afdeling 5.2.42 WOONRUIMTE WIJZIGEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.43 ZUIVERINGSTECHNISCH WERK EXPLOITEREN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.44 ZWERFAFVAL OPRUIMEN [Gereserveerd]

Concept

Titel 5.3 GEBIEDSGERICHTE ACTIVITEITEN Afdeling 5.3.1 ALGEMENE BEPALINGEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.3.2 AGRARISCHE ACTIVITEITEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.3.3 BEDRIJFSMATIGE ACTIVITEITEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.3.4 CULTURELE EN ONTSPANNINGSACTIVITEITEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.3.5 DETAILHANDELSACTIVITEITEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.3.6 DIENSTVERLENINGSACTIVITEITEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.3.7 EVENEMENTENACTIVITEITEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.3.8 HORECA-ACTIVITEITEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.3.9 KANTOORACTIVITEITEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.3.10 MAATSCHAPPELIJKE ACTIVITEITEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.3.11 ONDERGESCHIKTE GEBRUIKSACTIVITEITEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.3.12 RECREATIEVE ACTIVITEITEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.3.13 SPORTACTIVITEITEN [Gereserveerd]

25

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Afdeling 5.3.14 STANDPLAATS OP EEN WARENMARKT OF VOOR AMBULANTE HANDEL INNEMEN EN VENTEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.3.15 VERKEERS- EN PARKEERACTIVITEITEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.3.16 WOONACTIVITEITEN

Concept

[Gereserveerd]

Titel 5.4 GEBIEDEN MET BEPERKINGEN EN INPERKINGEN Afdeling 5.4.1 ACTIVITEITEN IN EEN GEBIED MET ARCHEOLOGISCHE WAARDEN VERRICHTEN Paragraaf 5.4.1.1 Algemene bepalingen Artikel 5.69 Vrijstelling van archeologisch onderzoek 1.

Als er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, zijn die regels niet van toepassing als die activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van minder dan 100 m2.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor zover er met betrekking tot die regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een andere oppervlakte dan 100 m2 geldt. In dat geval geldt die afwijkende andere oppervlakte.

Afdeling 5.4.2 ACTIVITEITEN IN EEN BESCHERMD STADS- OF DORPSGEZICHT VERRICHTEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.4.3 ACTIVITEITEN IN EEN LANDSCHAP, NATUUR- OF BOSGEBIED VERRICHTEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.4.4 ACTIVITEITEN IN EEN GEBIED MET ECOLOGISCHE WAARDEN VERRICHTEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.4.5 ACTIVITEITEN BOVEN EN NABIJ ONDERGRONDSE KABELS EN LEIDINGEN VERRICHTEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.4.6 ACTIVITEITEN BOVEN EN NABIJ BOVENGRONDSE KABELS EN LEIDINGEN VERRICHTEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.4.7 ACTIVITEITEN IN HET GEBIED (SPOOR)WEG VERRICHTEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.4.8 ACTIVITEITEN IN HET GEBIED EXTERNE VEILIGHEID VERRICHTEN [Gereserveerd]

Hoofdstuk 6 REGELS GEBIEDSONTWIKKELING EN TRANSFORMATIE Titel 6.1 ALGEMENE BEPALINGEN [Gereserveerd]

26

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Hoofdstuk 7 LOCATIESPECIFIEKE REGELINGEN [Gereserveerd]

Hoofdstuk 8 OVERIGE ACTIVITEITEN TIJDELIJK DEEL VAN HET OMGEVINGSPLAN Afdeling 8.1 VERGUNNINGPLICHTEN EN BEOORDELINGSREGELS VOOR ACTIVITEITEN IN HET TIJDELIJKE DEEL VAN DIT OMGEVINGSPLAN Paragraaf 8.1.1 Vergunningplichten en beoordelingsregels voor activiteiten in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan

Concept

Artikel 8.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op een regel in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, op grond waarvan: a. het is verboden zonder omgevingsvergunning werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren; b. het is verboden zonder omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten; of c. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van daarbij aangegeven regels in dat tijdelijke deel van dit omgevingsplan.

Artikel 8.2 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht 1.

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid waarvoor op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een omgevingsvergunning is vereist, wordt, als die activiteit niet in strijd is met de in dat tijdelijke deel gestelde regels over het verlenen van de vergunning voor die activiteit, in afwijking van die regels de omgevingsvergunning voor die activiteit geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is: a. een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; b. een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden; of c. als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft voor de dag van ontvangst van de aanvraag: 1.

een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of 2. een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht

Artikel 8.3 Omgevingsplanactiviteit: beoordelingsregel omgevingsvergunning slopen van een bouwwerk Voor zover in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald dat het is verboden zonder omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten, kan de omgevingsvergunning in ieder geval worden verleend als het naar het oordeel van het bevoegd gezag aannemelijk is dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

27

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Artikel 8.4 Omgevingsplanactiviteit: omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet Voor zover voor een activiteit in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald dat bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van daarbij aangegeven regels, geldt deze bepaling als verbod om de activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten.

Concept

Artikel 8.5 Omgevingsplanactiviteit: nadere invulling beoordelingsregels omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet algemeen Voor zover de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet gestelde regels over het voor een activiteit als bedoeld in artikel 8.4 bij omgevingsvergunning afwijken van regels in dat tijdelijke deel de verplichting bevatten om als de activiteit niet in strijd is met die regels de omgevingsvergunning te verlenen, wordt deze verplichting gelezen als een bevoegdheid.

Artikel 8.6 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht 1.

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 8.4 die in strijd is met de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, gestelde regels over afwijking, kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in dat tijdelijke deel.

2.

Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing: a. artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; b. artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en c. artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Afdeling 8.2 AANVRAAGVEREISTEN Paragraaf 8.2.1 Aanvraagvereisten Subparagraaf 8.2.1.1 Algemene bepalingen Artikel 8.7 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning die is vereist op grond van: a. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; b. artikel 8.4 van dit omgevingsplan; c. een andere gemeentelijke regeling dan dit omgevingsplan in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet; of d. artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet.

Subparagraaf 8.2.1.2 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan Artikel 8.8 Omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid

28

1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid worden gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de te gebruiken materialen; b. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; en c. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit.

2.

Voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Artikel 8.9 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

Subparagraaf 8.2.1.3 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van artikel 8.4 van dit omgevingsplan

Concept

Artikel 8.10 Omgevingsplanactiviteit: afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet

29

1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 8.4 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het beoogde en het huidige gebruik van de locaties en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten; 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het beoogd gebruik van de locatie behorende bij het voorgenomen bouwwerk.

2.

Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

Subparagraaf 8.2.1.4 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van een andere gemeentelijke regeling dan dit omgevingsplan in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet Artikel 8.11 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: algemeen Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument of een voorbeschermd gemeentelijk monument worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het monumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument; b. de opgave van het huidige gebruik van het gemeentelijk monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en c. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het gemeentelijk monument.

Artikel 8.12 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om een archeologisch monument 1.

Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 8.11, worden, voor zover het gaat om een archeologisch monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van de activiteit, met vermelding van: 1. de omvang in vierkante meters; en 2. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en minimaal twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een programma van eisen voor de opgraving; e. als sprake is van een booronderzoek met boren met een diameter groter dan 10 cm: een plan van aanpak voor een booronderzoek; f. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; en g. voor zover de activiteit bestaat uit een bouwactiviteit: funderingstekeningen.

2.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport waarin de archeologische waarde van dat deel van het archeologisch monument waarop de activiteit van invloed is, in voldoende mate nader is vastgesteld;

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

b. c.

d.

Concept

e. f.

een rapport waarin de gevolgen van de activiteit op de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt; detailtekeningen met van de afzonderlijke ingrepen: 1. de exacte locatie; 2. de omvang; en 3. de diepte ten opzichte van het maaiveld; voor zover de activiteit bestaat uit aanlegwerkzaamheden of een ontgrondingsactiviteit: 1. een bestek met bijbehorende tekeningen; of 2. een werkomschrijving met bijbehorende tekeningen; als sprake is van een sloopactiviteit: bestaande funderingstekeningen; of als sprake is van een archeologisch monument onder water: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details.

Artikel 8.13 Eisen aan tekeningen als bedoeld in artikel 8.12 Tekeningen als bedoeld in artikel 8.12 hebben een schaal die niet kleiner is dan: a. 1:2000, als het gaat om een topografische kaart; b. 1:100, als het gaat om een funderingstekening of doorsnedetekening; en c. 1:50, als het gaat om een detailtekening.

Artikel 8.14 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument 1.

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 8.11, worden, voor zover het gaat om het slopen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2. foto’s van de bestaande toestand; b. de volgende tekeningen: 1. als sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3. slooptekeningen; en c. een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.

2.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld; c. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; of d. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische en constructieve aspecten.

Artikel 8.15 Omgevingsplanactiviteit voor zover het gaat om een monument: verplaatsen van een gemeentelijk monument 1.

30

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 8.11, worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; b. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; 2. foto’s van de bestaande toestand; en 3. overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie;

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Concept

c.

31

d. e.

2.

de volgende tekeningen: 1. situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3. plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen; een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie, tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische omgeving; b. als op de bestaande of op de nieuwe locatie sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld; c. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; d. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; of e. een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen.

Artikel 8.16 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen 1.

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 8.11, worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2. detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht; b. de volgende tekeningen: 1. een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; 3. als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen; 4. plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 5. als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

c.

Concept

2.

een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met: 1. de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren, en de wijze van uitvoering of verwerking; en 2. als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; c. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; d. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; e. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; f. voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of g. als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie.

Artikel 8.17 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 8.11 wordt, voor zover het gaat om het gebruik van een monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht, een opgave verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om deze nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

Artikel 8.18 Eisen aan tekeningen als bedoeld in de artikelen 8.14 tot en met 8.16 1.

Bij een aanvraag als bedoeld in de artikelen 8.14 tot en met 8.16 hebben tekeningen een schaal die niet kleiner is dan: a. 1:1000, als het gaat om een situatietekening; b. 1:100, als het gaat om een algemene geveltekening; c. 1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging; en d. 1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht.

2.

Een detailtekening heeft een schaal van 1:1, 1:2 of 1:5 en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering.

3.

Uit een situatietekening die is voorzien van een noordpijl blijkt de oriëntatie van het monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen.

4.

Een plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens: a. balklagen: 1. gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen; en 2. getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen; b. geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich bevinden; c. houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en d. bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden.

Artikel 8.19 Overeenkomstige toepassing voorbeschermd gemeentelijk monument De artikelen 8.11 tot en met 8.18 zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument.

32

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Artikel 8.20 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht 1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

2.

Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld.

Concept

Artikel 8.21 Omgevingsplanactiviteit: uitweg Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken, hebben of veranderen van een uitweg of het gebruik daarvan worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de locatie van de uitweg aan het voor-, zij- of achtererf; b. de afmeting van de nieuwe uitweg of de te veranderen bestaande uitweg en de beoogde verandering daarvan; c. de te gebruiken materialen; en d. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen of het gebruik van de uitweg, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen.

Artikel 8.22 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het hebben van een alarminstallatie in, op of aan een onroerende zaak die een voor de omgeving opvallend geluid of lichtsignaal kan produceren, bedoeld in een gemeentelijke verordening, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en de werking van de signalering; en b. twee waarschuwingsadressen, inclusief telefoonnummers en namen van contactpersonen.

Artikel 8.23 Omgevingsplanactiviteit: vellen van houtopstand 1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand, identificeert de aanvrager op de aanduiding, bedoeld in artikel 7.3, onder d, van de Omgevingsregeling, iedere houtopstand waarop de aanvraag betrekking heeft met een nummer.

2.

Per genummerde houtopstand worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de soort houtopstand; b. de locatie van de houtopstand op het voor-, zij-, of achtererf; c. de diameter in centimeters, gemeten op 1,30 meter vanaf het maaiveld; en d. de mogelijkheid tot herbeplanten of het voornemen om op een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten van een daarbij te vermelden aantal soorten over te gaan.

Artikel 8.24 Omgevingsplanactiviteit: handelsreclame 1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken of voeren van handelsreclame op of aan een onroerende zaak met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal en de afmetingen van de reclame; b. de hoogte van de reclame, gemeten vanaf het maaiveld tot de onderkant; c. de te gebruiken materialen, kleuren en verlichting; en d. de tekst van de reclame.

2.

Als een andere dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming handelsreclame maakt of voert, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres en de woonplaats van die ander.

Artikel 8.25 Omgevingsplanactiviteit: opslaan roerende zaken 1.

33

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van roerende zaken in een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard van de roerende zaken; en b. de omvang van de opslag van de roerende zaken.

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

2.

Als een ander dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming roerende zaken opslaat, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres, en de woonplaats van die ander.

Subparagraaf 8.2.1.5 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet

Concept

Artikel 8.26 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stadsof dorpsgezicht 1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

2.

Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld.

Afdeling 8.3 VOORSCHRIFTEN Paragraaf 8.3.1 Voorschriften Artikel 8.27 Voorschriften over archeologische monumentenzorg 1.

Aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid als bedoeld in artikel 8.8, eerste lid, die van invloed is op een archeologisch monument kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval voorschriften worden verbonden, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; en d. het verrichten van een opgraving of een archeologische begeleiding op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet.

2.

Aan een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit op of in een archeologisch monument in een beschermd stads- of dorpsgezicht kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften over de wijze van slopen worden verbonden.

Hoofdstuk 9 BEHEER EN ONDERHOUD Afdeling 9.1 ONDERHOUDS- EN INSTANDHOUDINGSVERPLICHTINGEN [Gereserveerd]

Afdeling 9.2 GEDOOGPLICHTEN [Gereserveerd]

Hoofdstuk 10 FINANCIËLE BEPALINGEN Afdeling 10.1 KOSTENVERHAAL [Gereserveerd]

Afdeling 10.2 NADEELCOMPENSATIE [Gereserveerd]

Hoofdstuk 11 PROCESREGELS Afdeling 11.1 VOORBEREIDING VAN BESLUITEN [Gereserveerd]

34

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Afdeling 11.2 GEMEENTELIJKE PROJECTEN VAN PUBLIEK BELANG [Gereserveerd]

Afdeling 11.3 ADVIES [Gereserveerd]

Afdeling 11.4 MAATSCHAPPELIJK DRAAGVLAK [Gereserveerd]

Concept

Afdeling 11.5 ANDERE BESTUURSORGANEN [Gereserveerd]

Hoofdstuk 12 TOEZICHT EN HANDHAVING Afdeling 12.1 STRAFBEPALINGEN [Gereserveerd]

Afdeling 12.2 KWALITEITSBORGING EN AFSTEMMING [Gereserveerd]

Hoofdstuk 13 MONITORING EN INFORMATIE Afdeling 13.1 MONITORING [Gereserveerd]

Afdeling 13.2 INFORMATIE [Gereserveerd]

Hoofdstuk 14 OVERGANGSRECHT Artikel 14.1 Toepassingsbereik 1.

Dit hoofdstuk bevat algemene bepalingen over overgangsrecht.

2.

Van dit hoofdstuk kan elders in dit omgevingsplan met specifieke overgangsrechtelijke bepalingen worden afgeweken. In dat geval is dat specifieke overgangsrecht van toepassing.

Artikel 14.2 Overgangsrecht met betrekking tot verleende vergunningen, ontheffingen, maatwerkvoorschriften en andere genomen besluiten 1.

Een vergunning, ontheffing, maatwerkvoorschrift, of een ander besluit dat genomen is op grond van een gemeentelijke verordening die is vervangen door dit omgevingsplan, blijft gelden, hetzij tot het einde van de looptijd, hetzij tot het tijdstip dat het besluit met toepassing van dit omgevingsplan wordt gewijzigd of ingetrokken.

2.

Een omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift verleend of gesteld op grond van dit omgevingsplan blijft ook na wijziging van de daarop betrekking hebbende regels in dit omgevingsplan gelden, hetzij tot het einde van de looptijd, hetzij tot het tijdstip dat het besluit met toepassing van dit omgevingsplan wordt gewijzigd of ingetrokken.

Artikel 14.3 Overgangsrecht met betrekking tot aanvragen om een vergunning, ontheffing, maatwerkvoorschrift of ander besluit 1.

35

Op een aanvraag om een omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift op grond van dit omgevingsplan wordt de beslissing genomen met toepassing van de regels zoals die gelden op het moment dat op de aanvraag wordt beslist.

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

2.

In afwijking van het eerste lid geldt voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken dat de regels over die activiteit worden toegepast zoals die op grond van het omgevingsplan golden op het moment van de aanvraag, maar uitsluitend indien ten tijde van het indienen van de aanvraag sprake was van een rechtstreekse aanspraak op het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, en er ook geen voorbeschermingsregels van toepassing waren.

Concept

Artikel 14.4 Overgangsrecht met betrekking tot meldingen en kennisgevingen Dit artikel is gereserveerd voor regels over overgangsrecht met betrekking tot meldingen en kennisgevingen.

Artikel 14.5 Overgangsrecht met betrekking tot nieuwe vergunningplichten 1.

Als een activiteit voor de inwerkingtreding van een wijziging van dit omgevingsplan zonder ontheffing of vergunning onafgebroken rechtmatig is verricht, en als gevolg van een wijziging van het omgevingsplan een vergunningplicht gaat gelden, dan geldt voor die activiteit bij de inwerkingtreding van die nieuwe vergunningplicht een omgevingsvergunning van rechtswege voor een termijn van twee jaar, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van die vergunningplicht.

2.

De in het eerste lid bedoelde omgevingsvergunning van rechtswege vervalt indien de vergunningplichtige activiteit, bedoeld in het eerste lid, na inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde nieuwe vergunningplicht, voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken.

Artikel 14.6 Overgangsrecht met betrekking tot het gebruiksdoel van gronden en bouwwerken en regels over gebruiksactiviteiten 1.

In afwijking van artikel 14.5, eerste lid, geldt dat het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van het omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip waarop een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden, voor zover met die wijziging expliciet is voorzien in een verbod om zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een bepaalde activiteit te verrichten. In dat geval is artikel 14.5 onverkort van toepassing.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat weliswaar bestaat op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden, maar reeds in strijd was met de voorheen geldende regels over gebruik in dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan.

4.

Het is verboden het strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen in een ander met het omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot.

5.

Indien het strijdig gebruik, bedoeld in het eerste lid, na inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde wijziging voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

Artikel 14.7 Overgangsrecht met betrekking tot ruimtelijke regels over bouwwerken 1.

Een bouwwerk dat op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden aanwezig is en afwijkt van het omgevingsplan na wijziging, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:

36

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

a.

Concept

b.

in stand worden gehouden, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd en in vernieuwde of veranderde staat in stand worden gehouden; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd en in vernieuwde of veranderde staat in stand worden gehouden, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

2.

Onder een bouwwerk dat op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden aanwezig is, wordt in dit artikel tevens verstaan een bouwwerk dat in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met de voorheen geldende regels over bouwwerken in dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan.

4.

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken instemmen met het vergroten van de inhoud van een bouwwerk, bedoeld in het eerste lid, met maximaal 10%.

5.

Een bouwwerk waarop het overgangsrecht voor bestaande bouwwerken in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, van toepassing is, mag in stand worden gehouden.

Artikel 14.8 Overgangsrecht handhavingsbesluiten 1.

Op een bestuurlijke sanctie ter uitvoering of handhaving van regels in een gemeentelijke verordening die nadat het besluit is genomen zijn opgegaan in dit omgevingsplan, blijft het recht zoals dat luidde voor de wijziging op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop: a. de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd; b. de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of c. als de beschikking gaat om oplegging van een last onder dwangsom: 1. de last volledig is uitgevoerd; 2. de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of 3. de last is opgeheven.

2.

Op een bestuurlijke sanctie ter uitvoering of handhaving van regels in dit omgevingsplan, die nadat het besluit is genomen gewijzigd in werking zijn getreden, blijft het recht zoals dat luidde voor de wijziging op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop: a. de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd; b. de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of c. als de beschikking gaat om oplegging van een last onder dwangsom: 1. de last volledig is uitgevoerd; 2. de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of 3. de last is opgeheven.

Hoofdstuk 15 GERESERVEERD [Gereserveerd]

Hoofdstuk 16 GERESERVEERD [Gereserveerd]

Hoofdstuk 17 GERESERVEERD [Gereserveerd]

Hoofdstuk 18 GERESERVEERD [Gereserveerd]

Hoofdstuk 19 GERESERVEERD

37

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 20 GERESERVEERD [Gereserveerd]

Hoofdstuk 21 ONTWIKKELINGEN EN PROJECTEN TIJDENS DE TRANSITIEFASE Titel 21.1 GERESERVEERD [Gereserveerd]

Concept

Titel 21.2 KERKENLAND Afdeling 21.2.1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 21.1 Toepassingsbereik 1.

De regels in deze titel zijn van toepassing op het ontwikkelgebied Kerkenland.

Artikel 21.2 Voorrangsbepaling ontwikkelgebied Kerkenland 1. De volgende bestemmingsplannen zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in artikel 21.1: a. Buitengebied Epe met IMRO-idn NL.IMRO.0232.BG028Buitengebied-VBP1; b. Buitengebied Epe gerechtelijke uitspraak met IMRO-idn NL.IMRO.0232.BG028BuitengebiedGU01; c. Oosterhof Heggerenk met IMRO-idn NL.IMRO.02320000BPOosterhofHeg-; d. Parapluplan Mantelzorg met IMRO-idn NL.IMRO.0232.ALG001Mantelz-VBP1; en e. Parapluplan Parkeren met IMRO-idn NL.IMRO.0232.ALGparkeren-VBP1. 2.

De regels in de volgende hoofdstukken zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in artikel 21.1: a. hoofdstuk 3; b. hoofdstuk 5, met uitzondering van: 1. afdeling 5.2.5; 2. afdeling 5.2.9, uitgezonderd artikel 5.9; en 3. afdeling 5.2.40 c. hoofdstuk 6 tot en met 13; en d. hoofdstuk 15 tot en met 20.

3.

Indien de regels in afdeling 5.2.9 strijdig zijn met de regels in deze titel, gaan de regels in deze titel voor.

Artikel 21.3 Meet- en rekenbepalingen 1.

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 5.11 van dit omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in deze titel.

2.

Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten als de overschrijding van de grens van het bouwvlak niet meer is dan 1 meter.

Artikel 21.4 Algemeen gebruiksverbod Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de in deze titel aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten.

Artikel 21.5 Doelen en waarden Binnen de locatie Kerkenland gelden de volgende doelen als bedoeld in artikel 2.1: a. het voorzien in voldoende woonruimte; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden;

38

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

e. f.

de kwaliteit van bouwwerken; en het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing.

Afdeling 21.2.2 REGELS TER VOORKOMING VAN HINDER Paragraaf 21.2.2.1 Parkeernormering Subparagraaf 21.2.2.1.1 Parkeernormering Artikel 21.6 Toepassingsbereik

Concept

Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen van een gebouw of wijzigen van het gebruik waarvoor op grond van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning is vereist.

Artikel 21.7 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op het waarborgen van voldoende parkeergelegenheid.

Artikel 21.8 Voldoende parkeergelegenheid 1.

Bij een gebouw wordt in de juiste mate ruimte aangebracht en in stand gehouden in, op of onder dat gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort ten behoeve van het parkeren en het stallen van motorvoertuigen en fietsen.

2.

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw of wijzigen van het gebruik waarvoor op grond van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning is vereist wordt uitsluitend verleend, mits wordt voldaan aan het eerste lid.

3.

Bij de toets of wordt voldaan aan het eerste lid wordt nader invulling gegeven op basis van de Nota parkeernormen gemeente Epe of de opvolger daarvan, met dien verstande dat indien voornoemde Nota parkeernormen gemeente Epe wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

4.

Het bevoegd gezag past de Nota parkeernormen gemeente Epe toe zoals deze geldt op het moment van indiening van de aanvraag om omgevingsvergunning.

Afdeling 21.2.3 ACTIVITEITEN Paragraaf 21.2.3.1 Thematische activiteiten Subparagraaf 21.2.3.1.1 Bouwen Artikel 21.9 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk.

Artikel 21.10 Bouwen in overeenstemming met de locatie 1.

Het is verboden om een bouwwerk te bouwen, in stand te houden en te gebruiken in strijd met: a. de aan de locatie toebedeelde gebruiksactiviteit in deze titel van dit omgevingsplan; en b. de gebieden en objecten met beperkingen en inperkingen in subparagraaf 21.2.3.3 van dit omgevingsplan

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de bouwwerken, bedoeld in artikel 5.24, subsubparagraaf 5.2.9.2.3.1, subsubparagraaf 5.2.9.2.3.3 en subsubparagraaf 5.2.9.2.3.4.

Artikel 21.11 Algemene bouwregels hoofdgebouwen

39

1.

Hoofdgebouwen worden alleen gebouwd in het werkingsgebied bouwvlak Kerkenland.

2.

Hoofdgebouwen worden in het werkingsgebied (half)vrijstaand Kerkenland alleen als twee-ondereen-kapwoning of vrijstaande woning gebouwd.

3.

Hoofdgebouwen worden in het werkingsgebied aaneengebouwd Kerkenland alleen als rijwoningen gebouwd.

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Concept

4.

Hoofdgebouwen worden in het werkingsgebied gestapeld Kerkenland alleen als gestapeld woningen gebouwd.

5.

De goothoogte van hoofdgebouwen is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm maximum goothoogte Kerkenland.

6.

De bouwhoogte van hoofdgebouwen is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm maximum bouwhoogte Kerkenland.

7.

Het aantal bouwlagen is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm maximum aantal bouwlagen Kerkenland.

8.

In afwijking van het zevende lid is een zesde bouwlaag toegestaan als a. deze wordt gebruikt ten behoeve van technische installaties; of b. deze wordt gebruikt als zolder ten behoeve van de ondergelegen bouwlaag.

9.

De breedte van een hoofdgebouw is, voor zover sprake is van een grondgebonden woning, minimaal 5 meter.

10.

De dakhelling van een hoofdgebouw is: a. minimaal 25°; b. maximaal 60°

11.

In afwijking van het tiende lid mogen gestapelde woningen ook met een plat dak of steilere dakhelling worden gebouwd.

12.

Een omgevingsvergunning voor het bouwen, in stand houden en gebruiken van een hoofdgebouw, bedoeld in artikel 5.47, wordt niet geweigerd als: a. afgeweken wordt van de maten en afmetingen in het vijfde, zesde en negende lid met met maximaal 10%, voor zover de afwijking niet leidt tot een extra bouwlaag; b. afgeweken wordt van de minimale dakhelling in het tiende lid tot minimaal 0° dan wel als een hoofdgebouw (gedeeltelijk) wordt voorzien van een plat dak; c. afgeweken wordt van de maximale dakhelling in het tiende lid ten behoeve van afwijkende dakvormen; d. afgeweken wordt van de regels voor het plaatsen van vlucht- of noodtrappen; e. afgeweken wordt van de maximale goot- en bouwhoogte van gebouwen in het vijfde en zesde lid ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, liftkokers, trappenhuizen, luchtkokers en lichtkappen; f. afgeweken wordt van bouwgrenzen in dit artikel ten behoeve van: 1. tot het betreffende hoofdgebouw behorende plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen; 2. ingangspartijen en luifels, mits de overschrijding niet meer is dan 1,5 meter; 3. balkons en galerijen, mits mits de overschrijding niet meer is dan 3 meter; of g.

afgeweken wordt van bouwgrenzen in dit artikel tot maximaal 0,5 meter, mits deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing.

13.

Het twaalfde lid is niet van toepassing als de afwijking een onevenredige afbreuk veroorzaakt aan het straat- en bebouwingsbeeld, een goede woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de externe veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen.

Artikel 21.12 Algemene bouwregels bijbehorende bouwwerken

40

1.

Bijbehorende bouwwerken worden minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw gebouwd.

2.

De afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag minder dan 1 m bedragen, mits in de perceelgrens wordt gebouwd.

3.

Erker worden gebouwd als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. horizontaal niet dieper dan 1,5 meter; b. de diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde gronden minimaal 2,5 meter; c. voor zover de erker wordt gebouwd tegen een gevel van het hoofdgebouw: niet breder dan 2/3 van de breedte van die gevel;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17067379/4