CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 0.4 - Omgevingsplan gemeente Epe (geconsolideerd) - Wijziging omgevingsplan gemeente Epe 003 'Kerkenland'

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling wijziging omgevingsplan 003: Kerkenland47.958 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Omgevingsplan gemeente Epe Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Concept

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

1

1.

Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan.

2.

Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.

3.

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit omgevingsplan, tenzij in Bijlage I daarvan is afgeweken.

4.

De begripsbepalingen in Bijlage I gelden aanvullend en gaan voor op de begripsbepalingen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan voor zover dit tijdelijk deel van het omgevingsplan nog niet is vervallen.

Artikel 1.2 Geografisch werkingsgebied van de regels 1.

De regels in dit omgevingsplan gelden binnen het gehele grondgebied van de gemeente Epe, tenzij in de regels is bepaald of uit de regels volgt dat het geografisch werkingsgebied is beperkt.

2.

Bijlage III bij dit omgevingsplan bevat een overzicht van informatieobjecten.

Artikel 1.3 Normadressaat Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, wordt aan de regels over activiteiten in dit omgevingsplan voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Hoofdstuk 2 DOELEN EN OMGEVINGSWAARDEN Afdeling 2.1 DOELEN Artikel 2.1 Doelen omgevingsplan Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van het milieu; f. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; g. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; h. het behoud van cultureel erfgoed; i. het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed; j. de natuurbescherming; k. de instandhouding van het bosareaal binnen de gemeente; l. het tegengaan van klimaatverandering; m. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; n. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; o. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; p. het beheren van infrastructuur; q. het beheren van watersystemen; r. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; s. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; t. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; u.

het beheren van natuurgebieden;

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Concept

v. w. x. y. z. aa. ab.

het gebruiken van bouwwerken; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; het realiseren van een gemeentelijk natuurnetwerk; het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; het bieden van voldoende fysieke en milieuruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan woonactiviteiten; ac. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; ad. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; ae. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; af. het kunnen benutten van de openbare ruimte voor verkeer, parkeren en afvalinzameling; ag. het bieden van voldoende woonruimte; ah. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; ai. het doelmatig beheren van afvalstoffen; aj. het beschermen van grondgebonden veehouderij als drager van het landschap; ak. het bevorderen van kringlooplandbouw en duurzame veehouderij; al. het verlagen of voorkomen van emissies van geur van agrarische activiteiten; am. het bevorderen van een grotere variatie in de bedrijfsvoering van grondgebonden veehouderijbedrijven; an. het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; ao.

het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; ap. het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap; aq. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; ar. het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren; as. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; at. het behouden en waar mogelijk versterken van het natuurdoeltype overstromingsgrasland; au. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; av. het behouden van een klimaatbestendig watersysteem; aw. het realiseren van een suburbaan woonmilieu in een groen-blauwe setting; ax. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; ay. het realiseren van een fietsvriendelijk woongebied; az. het realiseren van een woongebied dat goed ontsloten is met openbaar vervoer; ba. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; bb. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; bc. het realiseren van een veilig woongebied; bd. een realiseren van een energieneutraal woongebied; be. het realiseren van een klimaatbestendig woongebied; bf. het realiseren van een speel- en beweegvriendelijk woongebied; bg. realiseren van een natuurnetwerk; bh.

het beschermen van natuurgebieden; bi. een hoge kwaliteit van het openbaar gebied; bj. voorkomen van geluidhinder; en bk. het waarborgen van de veiligheid van het publiek van natuurgebieden en recreatieterreinen.

Afdeling 2.2 VERPLICHTE OMGEVINGSWAARDEN [Gereserveerd]

Afdeling 2.3 FACULTATIEVE OMGEVINGSWAARDEN [Gereserveerd]

Hoofdstuk 3 PROGRAMMA'S [Gereserveerd]

Hoofdstuk 4 AANWIJZINGEN IN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING Afdeling 4.1 THEMA'S Paragraaf 4.1.1 Bouwwerken en andere werken

2

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Artikel 4.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken.

Concept

Artikel 4.2 Doelen bouwwerken en andere werken Voor bouwwerken en andere werken gelden de volgende doelen, bedoeld in artikel 2.1: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; c. het beschermen van cultuurhistorische waarden; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van de veiligheid f. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; g. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; h. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; en i. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken.

Artikel 4.3 Hoofdgebouw bouwen 1.

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen, in stand houden en gebruiken van een hoofdgebouw binnen het ambtsgebied voldaan aan: a. paragraaf 5.2.9.1 - bouwen - algemene bepalingen; b. paragraaf 5.2.9.2 - bouwen - algemene regels bouwwerken; c. paragraaf 5.2.9.4 - bouwen - vergunningplicht voor het bouwen van een bouwwerk; d. paragraaf 5.2.9.5 - bouwen - beoordelingsregels voor het bouwen van een bouwwerk; e. paragraaf 5.2.9.6 - bouwen - beoordelingsregels voor welstand; f. paragraaf 5.2.9.7 - bouwen - nadere invulling beoordelingsregels voor het bouwen van een hoofdgebouw; g. afdeling 5.2.1 - algemene bepalingen en activiteitoverstijgende regels - algemeen; en h. titel 5.4 - gebieden met beperkingen en inperkingen.

2.

Dit artikel is niet van toepassing op: a. het bouwen van bedrijfsgebouwen; b. het bouwen van bouwwerken op een volkstuinencomplex; en c. het bouwen van agrarische gebouwen.

Artikel 4.4 Bedrijfsgebouw bouwen 1.

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bedrijfsgebouw binnen het ambtsgebied voldaan aan: a. paragraaf 5.2.9.1 - bouwen - algemene bepalingen; b. paragraaf 5.2.9.2 - bouwen - algemene regels bouwwerken; c. paragraaf 5.2.9.4 - bouwen - vergunningplicht voor het bouwen van een bouwwerk; d. paragraaf 5.2.9.5 - bouwen - beoordelingsregels voor het bouwen van een bouwwerk; e. paragraaf 5.2.9.6 - bouwen - beoordelingsregels voor welstand; f. paragraaf 5.2.9.10 - bouwen - nadere invulling beoordelingsregels voor het bouwen van bedrijfsgebouwen; g. afdeling 5.2.1 - algemene bepalingen en activiteitoverstijgende regels - algemeen; en h. titel 5.4 - gebieden met beperkingen en inperkingen.

2.

Dit artikel is niet van toepassing op het bouwen van hoofdgebouwen.

Artikel 4.5 Bouwwerken op een volkstuinencomplex bouwen 1.

3

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk op een volkstuinencomplex binnen het ambtsgebied voldaan aan: a. paragraaf 5.2.9.1 - bouwen - algemene bepalingen; b. paragraaf 5.2.9.2 - bouwen - algemene regels bouwwerken; c. paragraaf 5.2.9.4 - bouwen - vergunningplicht voor het bouwen van een bouwwerk; d. paragraaf 5.2.9.5 - bouwen - beoordelingsregels voor het bouwen van een bouwwerk; e. paragraaf 5.2.9.11 - bouwen - nadere invulling beoordelingsregels voor het bouwen van bouwwerken op een volkstuinencomplex; f. afdeling 5.2.1 - algemene bepalingen en activiteitoverstijgende regels - algemeen; en g. titel 5.4 - gebieden met beperkingen en inperkingen.

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

2.

Dit artikel is niet van toepassing op: a. het bouwen van hoofdgebouwen op een volkstuinencomplex; en b. het bouwen van bijbehorende bouwwerken op een volkstuinencomplex.

Concept

Artikel 4.6 Agrarische gebouwen bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen, in stand houden en gebruiken van een agrarische gebouwen binnen het ambtsgebied voldaan aan: a. paragraaf 5.2.9.1 - bouwen - algemene bepalingen; b. paragraaf 5.2.9.2 - bouwen - algemene regels bouwwerken; c. paragraaf 5.2.9.4 - bouwen - vergunningplicht voor het bouwen van een bouwwerk; d. paragraaf 5.2.9.5 - bouwen - beoordelingsregels voor het bouwen van een bouwwerk; e. paragraaf 5.2.9.6 - bouwen - beoordelingsregels voor welstand; f. paragraaf 5.2.9.12 - bouwen - nadere invulling beoordelingsregels voor het bouwen van agrarische gebouwen; g. afdeling 5.2.1 - algemene bepalingen en activiteitoverstijgende regels - algemeen; en h. titel 5.4 - gebieden met beperkingen en inperkingen.

Artikel 4.7 Bijbehorende bouwwerken bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen, in stand houden en gebruiken van bijbehorende bouwwerken, niet zijnde een bijbehorend bouwwerk ten behoeve van mantelzorg, binnen het ambtsgebied voldaan aan: a. paragraaf 5.2.9.1 - bouwen - algemene bepalingen; b. paragraaf 5.2.9.2 - bouwen - algemene regels bouwwerken; c. paragraaf 5.2.9.4 - bouwen - vergunningplicht voor het bouwen van een bouwwerk; d. paragraaf 5.2.9.5 - bouwen - beoordelingsregels voor het bouwen van een bouwwerk; e. paragraaf 5.2.9.6 - bouwen - beoordelingsregels voor welstand; f. paragraaf 5.2.9.8 - bouwen - nadere invulling beoordelingsregels voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk; g. afdeling 5.2.1 - algemene bepalingen en activiteitoverstijgende regels - algemeen; en h. titel 5.4 - gebieden met beperkingen en inperkingen.

Artikel 4.8 Bouwen ten behoeve van mantelzorg Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bijbehorend bouwwerk ten behoeve van mantelzorg voldaan aan: a. paragraaf 5.2.9.1 - bouwen - algemene bepalingen; b. paragraaf 5.2.9.2 - bouwen - algemene regels bouwwerken; c. paragraaf 5.2.9.4 - bouwen - vergunningplicht voor het bouwen van een bouwwerk; d. afdeling 5.2.1 - algemene bepalingen en activiteitoverstijgende regels - algemeen; en e. titel 5.4 - gebieden met beperkingen en inperkingen.

Artikel 4.9 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het ambtsgebied voldaan aan: a. paragraaf 5.2.9.1 - bouwen - algemene bepalingen; b. paragraaf 5.2.9.2 - bouwen - algemene regels bouwwerken; c. paragraaf 5.2.9.4 - bouwen - vergunningplicht voor het bouwen van een bouwwerk; d. paragraaf 5.2.9.5 - bouwen - beoordelingsregels voor het bouwen van een bouwwerk; e. paragraaf 5.2.9.6 - bouwen - beoordelingsregels voor welstand; f. paragraaf 5.2.9.9 - bouwen - nadere invulling beoordelingsregels voor het bouwen van een bouwwerk geen gebouw zijnde; g. afdeling 5.2.1 - algemene bepalingen en activiteitoverstijgende regels - algemeen; en h. titel 5.4 - gebieden met beperkingen en inperkingen.

Artikel 4.10 Bouwwerken veranderen Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het ambtsgebied voldaan aan: a. paragraaf 5.2.9.1 - bouwen - algemene bepalingen; b. paragraaf 5.2.9.2.4 - bouwen - algemene regels een te veranderen bouwwerk; c. paragraaf 5.2.9.2.5 - bouwen - algemene regels bouwwerken in beschermd stads- of dorpsgezicht; d. paragraaf 5.2.9.4 - bouwen - vergunningplicht voor het bouwen van een bouwwerk;

4

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

e. f. g. h.

paragraaf 5.2.9.6 - bouwen - beoordelingsregels voor welstand; paragraaf 5.2.9.5 - bouwen - nadere invulling beoordelingsregels voor het bouwen van een bouwwerk; afdeling 5.2.1 - algemene bepalingen en activiteitoverstijgende regels - algemeen; en titel 5.4 - gebieden met beperkingen en inperkingen.

Artikel 4.11 Erven en terreinen gebruiken Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het gebruiken van open erven en terrein voldaan aan afdeling 5.2.5 - activiteiten op open erven en terreinen.

Paragraaf 4.1.2 Woonruimte

Concept

Artikel 4.12 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten met betrekking tot woonruimte.

Artikel 4.13 Doelen woonruimte Voor activiteiten met betrekking tot woonruimte gelden de volgende doelen, bedoeld in artikel 2.1: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat.

Artikel 4.14 Woonruimte gebruiken Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.13, wordt bij het gebruiken van woonruimte voldaan aan de regels in afdeling 5.2.40 - woonruimte gebruiken.

Paragraaf 4.1.3 Infrastructuur en voor publiek toegankelijke buitenruimte [Gereserveerd]

Paragraaf 4.1.4 Natuur [Gereserveerd]

Paragraaf 4.1.5 Duurzaamheid, energie en klimaatadaptatie [Gereserveerd]

Paragraaf 4.1.6 Milieu [Gereserveerd]

Paragraaf 4.1.7 Cultureel erfgoed [Gereserveerd]

Paragraaf 4.1.8 Gezondheid [Gereserveerd]

Afdeling 4.2 GEBIEDSTYPEN Paragraaf 4.2.1 Dorpscentra [Gereserveerd]

Paragraaf 4.2.2 Dorps wonen [Gereserveerd]

Paragraaf 4.2.3 Landelijk wonen [Gereserveerd]

Paragraaf 4.2.4 Bedrijventerrein [Gereserveerd]

5

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Paragraaf 4.2.5 Hoofdinfrastructuur [Gereserveerd]

Paragraaf 4.2.6 Buitengebied [Gereserveerd]

Afdeling 4.3 ONTWIKKELGEBIEDEN Paragraaf 4.3.1 Ontwikkelgebied Kerkenland

Concept

Artikel 4.15 Aanwijzing Er is een ontwikkelgebied Kerkenland. Hiervoor gelden de regels in titel 21.2.

Hoofdstuk 5 ACTIVITEITEN Titel 5.1 ALGEMENE BEPALINGEN EN ACTIVITEITOVERSTIJGENDE REGELS Afdeling 5.1.1 ALGEMEEN Artikel 5.1 Toepassingsbereik Met uitzondering van deze afdeling is een afdeling, paragraaf of subparagraaf in dit hoofdstuk alleen van toepassing voor zover dat in hoofdstuk 4 is bepaald.

Artikel 5.2 Algemeen gebruiksverbod Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de in dit hoofdstuk aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten.

Afdeling 5.1.2 PARKEERNORMERING EN NORMERING LADEN EN LOSSEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.1.3 REGELS TER VOORKOMING VAN (MILIEU)HINDER Paragraaf 5.1.3.1 Geluid [Gereserveerd]

Paragraaf 5.1.3.2 Luchtkwaliteit [Gereserveerd]

Paragraaf 5.1.3.3 Geur [Gereserveerd]

Paragraaf 5.1.3.4 Trillingen [Gereserveerd]

Paragraaf 5.1.3.5 Externe veiligheid [Gereserveerd]

Paragraaf 5.1.3.6 Stikstofdepositie [Gereserveerd]

Paragraaf 5.1.3.7 Bezonning [Gereserveerd]

6

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Paragraaf 5.1.3.8 Windhinder en windgevaar [Gereserveerd]

Titel 5.2 THEMATISCHE ACTIVITEITEN Afdeling 5.2.1 ALGEMENE BEPALINGEN

Concept

Artikel 5.3 Maatwerkvoorschriften

7

1.

Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over deze afdeling, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.

2.

Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in deze afdeling.

Afdeling 5.2.2 AANLEGGEN, HEBBEN, ONDERHOUDEN OF VERWIJDEREN VAN LEIDINGEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.3 AANLEGGEN OF WIJZIGEN VAN WEGEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.4 ACTIVITEITEN DIE VERBAND HOUDEN MET DE VEILIGHEID VAN DE WEG [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.5 ACTIVITEITEN OP OPEN ERVEN EN TERREINEN Artikel 5.4 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk op open erven en terreinen Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Artikel 5.5 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken 1.

Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 22.2.1 aanwezig.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: 1. de verpakking tegen normale behandeling bestand is; 2. de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.

4.

Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

5.

In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.

Concept

Tabel 22.2.1 Brandgevaarlijke stoffen ADR-klasse1

Omschrijving

Verpakkingsgroep

Toegestane maximum hoeveelheid

2 UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas

Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen)

n.v.t.

50 kg

3

Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton

II

25 liter

3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C

Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten

III

50 liter

4.1, 4.2, 4.3

4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide

II en III

50 kg

5.1

Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide

II en III

50 liter

5.2

Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide

n.v.t.

1 liter

1

Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).

Artikel 5.6 Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen 1.

De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

2.

Degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

3.

Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt.

Afdeling 5.2.6 ACTIVITEITEN OM OVERLAST IN DE OPENBARE RUIMTE TE VOORKOMEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.7 ALARMINSTALLATIE HEBBEN [Gereserveerd]

8

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Afdeling 5.2.8 ANTIHAGELKANONNEN IN WERKING HEBBEN [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.9 BOUWEN VAN EEN BOUWWERK Paragraaf 5.2.9.1 Algemene bepalingen Artikel 5.7 Toepassingsbereik

Concept

De regels in deze afdeling gaan over: a. het bouwen van een bouwwerk; en b. het veranderen van een bouwwerk.

Artikel 5.8 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het waarborgen van de energiezuinigheid; c. het beschermen van het milieu; d. het beschermen, behouden, herstellen en ontwikkelen van stedenbouwkundige waarden; e. het beschermen, behouden, herstellen en ontwikkelen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; f. het beschermen, behouden, herstellen en ontwikkelen van het woon- en leefklimaat; en g. het beschermen van de gezondheid.

Artikel 5.9 Voorrangsbepaling De regels in deze afdeling zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.

Artikel 5.10 Algemene afbakeningseisen 1.

De artikelen 22.8, 22.9, 22.10, 5.24 en 5.36 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.

2.

Bij de toepassing van de artikelen in paragraaf 5.2.9.2, blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan zoals bedoeld in artikel 5.24, of een bestaand bouwwerk als bedoeld in artikel 5.26, tweede lid, gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.

Artikel 5.11 Meetbepalingen 1.

Voor de toepassing van paragraaf 5.2.9.2 worden de waarden die daarin in meter of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: a. afstanden loodrecht; b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,75 meter buiten beschouwing blijven.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.

Artikel 5.12 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet.

9

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Artikel 5.13 Bouwen in overeenstemming met de locatie 1.

Het is verboden om een bouwwerk te bouwen, in stand te houden en te gebruiken in strijd met de aan de locatie toebedeelde gebruiksactiviteit in dit omgevingsplan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de volgende bouwwerken: a. een bijbehorend bouwwerk zoals bedoeld in artikel 5.24; b. een sport- of speeltoestel zoals bedoeld in artikel 5.31; en c. een erf- of perceelafscheiding zoals bedoeld in artikelen 5.36 en 5.37. d. een silo of ander bouwwerk niet hoger dan 2 meter zoals bedoeld in artikel 5.39

Concept

Artikel 5.14 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk

10

1.

Degene die een bouwwerk gebruikt en weet – of had kunnen weten – dat dit gevaar kan opleveren voor de gezondheid of veiligheid, moet alle redelijke maatregelen nemen om dat gevaar te voorkomen of te stoppen.

2.

Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 5.15 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Artikel 5.16 Aansluiting op distributienet voor drinkwater Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand niet groter is dan 40 meter of groter is dan 40 meter en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter.

Artikel 5.17 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater 1.

Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.

2.

De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.

3.

Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput.

4.

Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 5.3 kan in ieder geval worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

b.

Concept

c.

of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.

Artikel 5.18 Bluswatervoorziening 1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.

2.

De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 meter.

3.

De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.

Artikel 5.19 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten 1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt er een verbindingsweg tussen de openbare weg en ten minste één toegang van een bouwwerk voor het verblijven van personen.

2.

De verbindingsweg is geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; d. als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 meter van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.

4.

Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders is bepaald, heeft een verbindingsweg: a. een breedte van ten minste 4,5 meter; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 meter die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 15.000 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 meter; en d. een doeltreffende afwatering.

5.

Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het vierde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

6.

Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Artikel 5.20 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen

11

1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing:

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

a. b. c.

Concept

d.

op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.

3.

De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 meter.

4.

Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 5.19, vierde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.

5.

Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Artikel 5.21 Overgangsrecht bestaande bouwwerken Een bouwwerk waarop het overgangsrecht voor bestaande bouwwerken in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, van toepassing is, mag in stand worden gehouden.

Artikel 5.22 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten 1.

Voor de toepassing van paragraaf 5.2.9.2 en de artikelen 8.11, 8.12, 8.14 tot en met 8.17 en 8.19 wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.

2.

Het eerste lid is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.

Paragraaf 5.2.9.2 Algemene regels bouwwerken Subparagraaf 5.2.9.2.1 Algemene regels bijbehorend bouwwerk Artikel 5.23 Toepassingsbereik 1.

De regels in deze subparagraaf gaan over de algemene regels voor het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan.

2.

De regels in deze subparagraaf gaan niet over het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan bij een: a. een woonwagen; b. een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand te hebben hersteld; of c. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden.

Artikel 5.24 Algemene regels bijbehorend bouwwerk 1.

12

Onverminderd de overige bepalingen van afdelingen 5.2.9 en 22.3 mag in uitzondering op artikel 5.47 een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan worden gebouwd, in stand worden gehouden en gebruikt zonder omgevingsvergunning als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. op de grond staand;

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

b. c. d. e.

gelegen in het achtererfgebied; op een afstand van meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied; niet hoger dan 5 meter; de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag;

f. g.

niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; voor zover op een afstand van niet meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan: 1. 5 meter; 2. 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en 3. het hoofdgebouw; voor zover op een afstand van meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw: 1. als het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding daarvan hoger is dan 3 meter: I. voorzien van een schuin dak; II. de dakvoet niet hoger dan 3 meter; III. de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken; IV. met een hellingshoek van niet meer dan 55°; V. waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 meter; VI. verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; en 2. functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg; de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan: 1. bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; 2. bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; en 3.

bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2; en uitbreiding van of gelegen aan of bij een hoofdgebouw, anders dan: 1. een woonwagen; 2. een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand te hebben hersteld; of 3. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden.

Concept

h.

13

i.

j.

2.

Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in het eerste lid bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen artikel 5.24, eerste lid, onder h, onder 2, van overeenkomstige toepassing.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument.

Artikel 5.25 Algemene regels bijbehorend bouwwerk mits in overeenstemming met het omgevingsplan 1.

In uitzondering op artikel 5.47 mag een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan worden gebouwd, in stand worden gehouden en gebruikt zonder omgevingsvergunning als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. op de grond staand; b. gelegen in het achtererfgebied; c. op een afstand van meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied; d. niet hoger dan 5 meter; e. de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, allen op de eerste bouwlaag; en f. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte.

2.

In aanvulling op het eerste lid mag een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan alleen worden gebouwd, in stand worden gehouden en gebruikt zonder omgevingsvergunning als dit in overeenstemming is met de overige regels gesteld in dit omgevingsplan.

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Concept 14

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument.

4.

Het eerste lid is niet van toepassing als in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld als bedoeld in artikel 5.69 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50 m2; of b. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning te verrichten waarop regels als bedoeld in artikel 5.69 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn.

Artikel 5.26 Mantelzorg 1.

Voor de toepassing van deze subparagraaf wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw.

2.

In uitzondering op artikel 5.47 mag een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg worden gebruikt zonder omgevingsvergunning.

3.

Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 5.24, eerste lid wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg, gelden in plaats van de in artikel 5.24, eerste lid, onder i, gestelde eisen de volgende eisen: a. in zijn geheel of in delen verplaatsbaar; b. de oppervlakte niet meer dan 100 m2; en c. buiten de bebouwde kom.

Artikel 5.27 Artikel 5.24 en 5.26, tweede lid, niet van toepassing vanwege externe veiligheid 1.

Artikelen 5.24 en 5.26, tweede lid, zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: a. op een locatie in een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen; b. op een locatie waarop de activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of c. op een locatie binnen een afstand als bedoeld in: 1. artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is; 2. artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 3. artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 4.

artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is; 5. artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 6. artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 7. artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is; 8. artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 9. artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

10. artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 11. artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 12. artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; of 13. artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is.

Concept

2.

In aanvulling op het eerste lid zijn de artikelen 5.24 en 5.26, tweede lid ook niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht op een locatie binnen een afstand als bedoeld in artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van laatstbedoeld artikel van toepassing is.

Subparagraaf 5.2.9.2.2 Algemene regels recreatief nachtverblijf Artikel 5.28 Toepassingsbereik De regels in deze subparagraaf gaan over het bouwen, in stand houden en gebruiken van een recreatief nachtverblijf.

Artikel 5.29 Algemene regels bouwwerk voor recreatief nachtverblijf mits in overeenstemming met het omgevingsplan 1.

In uitzondering op artikel 5.47 mag een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf worden gebouwd, in stand worden gehouden en gebruikt zonder omgevingsvergunning als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. op de grond staand; b. niet hoger dan 5 m; en c. de oppervlakte niet meer dan 70 m2

2.

In aanvulling op het eerste lid mag een recreatief nachtverblijf alleen worden gebouwd, in stand worden gehouden en gebruikt zonder omgevingsvergunning als dit in overeenstemming is met de overige regels gesteld in dit omgevingsplan.

3.

Dit artikel is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument.

4.

Dit artikel is niet van toepassing als in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld als bedoeld in artikel 5.69 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50 m2; of b. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning te verrichten waarop regels als bedoeld in artikel 5.69 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn.

Subparagraaf 5.2.9.2.3 Algemene regels bouwwerken, geen gebouw zijnde Subsubparagraaf 5.2.9.2.3.1 Algemene regels sport- of speeltoestel Artikel 5.30 Toepassingsbereik De regels in deze subsubparagraaf gaan over het bouwen, in stand houden en gebruiken van een sportof speeltoestel.

15

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Artikel 5.31 Algemene regels sport- of speeltoestel 1.

In uitzondering op artikel 5.47 mag een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, worden gebouwd, in stand worden gehouden en gebruikt zonder omgevingsvergunning als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 4 meter; en b. alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument.

Concept

Subsubparagraaf 5.2.9.2.3.2 Algemene regels zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening

16

Artikel 5.32 Toepassingsbereik De regels in deze subsubparagraaf gaan over het bouwen, in stand houden en gebruiken van een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw.

Artikel 5.33 Algemene regels zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening mits in overeenstemming met het omgevingsplan 1.

In uitzondering op artikel 5.47 mag een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien, worden gebouwd, in stand worden gehouden en gebruikt zonder omgevingsvergunning.

2.

In aanvulling op het eerste lid mag een bouwwerk, zoals bedoeld in artikel 5.32, alleen worden gebouwd, in stand worden gehouden en gebruikt zonder omgevingsvergunning als deze in overeenstemming is met de overige regels over bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk gesteld in dit omgevingsplan.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument.

Subsubparagraaf 5.2.9.2.3.3 Algemene regels erf- of perceelafscheiding Artikel 5.34 Toepassingsbereik De regels in deze subsubparagraaf gaan over het bouwen, in stand houden en gebruiken van een erf- of perceelafscheiding.

Artikel 5.35 Voorrangsbepaling erf- of perceelafscheiding In uitzondering op artikel 5.9 gaan de regels in deze subparagraaf voor op de regels over het bouwen van een erf- of perceelafscheiding in het tijdelijk deel van het omgevingsplan.

Artikel 5.36 Algemene regels erf- of perceelafscheiding in de kernen 1.

In uitzondering op artikel 5.47 mag in het werkingsgebied kernen een erf- of perceelafscheiding voor de voorgevelrooilijn worden gebouwd, in stand worden gehouden en gebruikt zonder omgevingsvergunning als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. voor bedrijfs- en sportactiviteiten; en b. op een erf of perceel met een hoofdgebouw waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en c. niet hoger dan 2,5 meter.

2.

In uitzondering op artikel 5.47 mag in werkingsgebied kernen een erf- of perceelafscheiding achter de voorgevelrooilijn worden gebouw, in stand worden gehouden en gebruikt zonder omgevingsvergunning als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. op een erf of perceel met een hoofdgebouw waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en b. niet hoger dan 2 meter voor woonactiviteiten of niet hoger dan 2,5 meter voor overige activiteiten; of

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

c. 3.

niet hoger dan 2 meter op een perceel zonder hoofdgebouw.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument.

Concept

Artikel 5.37 Algemene regels erf- of perceelafscheiding in het buitengebied 1.

In uitzondering op artikel 5.47 mag in het werkingsgebied buitengebied een erf- of perceelafscheiding voor de voorgevelrooilijn worden gebouwd, in stand worden gehouden en gebruikt zonder omgevingsvergunning als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. voor agrarische, bedrijfs- en sportactiviteiten; en b. op een erf of perceel met een hoofdgebouw waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en c. niet hoger dan 2,5 meter indien binnen een bouwvlak of niet hoger dan 1,5 meter indien buiten een bouwvlak.

2.

In uitzondering op artikel 5.47 mag in werkingsgebied buitengebied een erf- of perceelafscheiding achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd, in stand worden gehouden en gebruikt zonder omgevingsvergunning als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. op een erf of perceel met een hoofdgebouw waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en b. niet hoger dan 2,5 meter; of c. niet hoger dan 2 meter op een perceel zonder hoofdgebouw.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument.

Subsubparagraaf 5.2.9.2.3.4 Algemene regels bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering Artikel 5.38 Toepassingsbereik 1.

De regels in deze subsubparagraaf gaan over het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering.

2.

De regels in deze subsubparagraaf gaan niet over het bouwen, in stand houden en gebruiken van een erf- of perceelafscheiding.

Artikel 5.39 Algemene regels bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering 1.

In uitzondering op artikel 5.47 mag een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering worden gebouwd, in stand worden gehouden en gebruikt zonder omgevingsvergunning voor zover het gaat om: a. een silo; of b. een ander bouwwerk niet hoger dan 2 meter.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument.

Subsubparagraaf 5.2.9.2.3.5 Algemene regels buisleiding Artikel 5.40 Toepassingsbereik De regels in deze subsubparagraaf gaan over het bouwen, in stand houden en gebruiken van een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is.

Artikel 5.41 Algemene regels buisleiding mits in overeenstemming met het omgevingsplan 1.

17

In uitzondering op artikel 5.47 mag een buisleiding, zoals bedoeld in artikel 5.40, worden gebouwd, in stand worden gehouden en gebruikt zonder omgevingsvergunning.

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

2.

In aanvulling op het eerste lid mag een buisleiding, zoals bedoeld in artikel 5.40, alleen worden gebouwd, in stand worden gehouden en gebruikt zonder omgevingsvergunning als deze in overeenstemming is met de overige regels over bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk gesteld in dit omgevingsplan.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument.

Subparagraaf 5.2.9.2.4 Algemene regels een te veranderen bouwwerk

Concept

Artikel 5.42 Toepassingsbereik De regels in deze subsubparagraaf gaan over een te veranderen bouwwerk.

Artikel 5.43 Algemene regels een te veranderen bouwwerk mits in overeenstemming met het omgevingsplan 1.

In uitzondering op artikel 5.47 mag een bouwwerk worden veranderd zonder omgevingsvergunning als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; b. geen uitbreiding van het bouwvolume; en c. geen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.

2.

In aanvulling op het eerste lid mag een bouwwerk alleen worden veranderd zonder omgevingsvergunning als dit in overeenstemming is met de overige regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken gesteld in dit omgevingsplan.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument.

Subparagraaf 5.2.9.2.5 Algemene regels bouwwerken in beschermd stads- of dorpsgezicht Artikel 5.44 Toepassingsbereik De regels in deze subparagraaf gaan over bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk in beschermd stads- of dorpsgezicht.

Artikel 5.45 Algemene regels bouwwerken in rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht 1.

Op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, is de uitzondering op de vergunningplicht van artikel 5.47 alleen van toepassing voor zover het gaat om: a. inpandige wijzigingen; b. een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; c. een bouwwerk op een gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of d. een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een activiteit als bedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding stads- of rijksbeschermd dorpsgezicht is gegeven.

Paragraaf 5.2.9.3 Meldingsplicht of informatieplicht voor het bouwen van een bouwwerk [Gereserveerd]

18

Concept

(van 13-5-2026 16:41)

Paragraaf 5.2.9.4 Vergunningplicht voor het bouwen van een bouwwerk Subparagraaf 5.2.9.4.1 Aanwijzing vergunningplicht Artikel 5.46 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over de vergunningplicht voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken.

Artikel 5.47 Aanwijzing vergunningplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Concept

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.

Subparagraaf 5.2.9.4.2 Aanvraagvereisten Artikel 5.48 Toepassingsbereik Deze paragraaf bevat de aanvraagvereisten voor de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken.

Artikel 5.49 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten; 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil in relatie tot omliggende bebouwing of de bestaande grondslag en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; g.

voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; h. de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; 2. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 3. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; i. andere relevante gegevens en bescheiden voor het beoordelen van de aanvraag bedoeld in dit artikel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17067379/4