CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

969110 ROB Epe, Hoofdstraat 146 v6 incl. bijlagen

Gemeenteraad 11 juli 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Hoofdstraat 146 Epe27.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.1

Geluid

4.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. 4.1.2

Situatie projectgebied

4.1.2.1 Wegverkeerslawaai De te realiseren appartementen zijn aan te merken als nieuwe geluidgevoelige objecten. De te realiseren woningen liggen binnen de wettelijke geluidszone van de Hoofdstraat. Er is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd door Alcedo. Het onderzoek is als bijlage 1 bijgevoegd. Hierna wordt op de resultaten ingegaan. Onderzoeksresultaten De geluidbelasting van de Hoofdstraat bedraagt ten hoogste 54 dB. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De geluidbelasting overschrijdt de maximaal toelaatbare grenswaarde van 63 dB niet. De gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle wegen samen bedraagt ten hoogste 65 dB. Dit is niet hoger dan de maximaal toelaatbare grenswaarde van 63 dB exclusief 5 dB correctie Wgh (68 dB). Hiermee is geen sprake van een onaanvaardbare geluidsituatie. Maatregelen zijn redelijkerwijs niet mogelijk. Er moeten hogere waarden worden vastgesteld. De ten hoogste vast te stellen hogere waarde bedraagt, op de oostgevel, ten hoogste 54 dB. Volgens het Bouwbesluit 2012 moeten gevels van verblijfsgebieden een geluidwering hebben van minimaal 20 dB. Als echter sprake is van een hogere geluidbelasting, moet ook een hogere geluidwering worden gerealiseerd. Dat is hier ook het geval.

Bij het ontwerp van het gebouw en de aanvraag van de omgevingsvergunning moet daarom rekening worden gehouden met de geluidbelasting die is bepaald in dit rapport. Geadviseerd wordt hierbij uit te gaan van de gecumuleerde geluidbelasting. Geluidswering van gevels Alcedo heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidswering van de gevels. Uit het uitgevoerde onderzoek van bepaling van de geluidswering van de gevels blijkt dat in de woningen geluidswerende voorzieningen nodig zijn om aan het Bouwbesluit te voldoen. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 2 van de onderbouwing.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing 4.1.2.2 Railverkeerslawaai en industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn spoorlijnen of gezoneerde industrieterreinen aanwezig. Er is geen verder onderzoek naar railverkeerslawaai en industrielawaai noodzakelijk. 4.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor voorliggende ontwikkeling

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen

Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Dit kan worden aangetoond met een actueel bodemonderzoek. De geschiktheid is ook voldoende aangetoond als uit het vooronderzoek op basisniveau conform NEN 5725 blijkt dat de bodem niet verdacht is op bodemverontreiniging en er geen risico’s voor het toekomstige gebruik te verwachten zijn. Wanneer (een deel van) de bodem in het projectgebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Indien er sprake is van bouwactiviteiten, is ook in het kader van de omgevingsvergunning mogelijk ook een actueel onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. Hiernaast geldt dat de gemeente bevoegd gezag is in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In het Besluit bodemkwaliteit wordt hergebruik van licht verontreinigde grond mogelijk gemaakt. De gemeente Apeldoorn heeft hiervoor beleid opgesteld dat is vastgelegd in bodemkwaliteitskaarten en een bodembeheerplan. 4.2.2

Situatie projectgebied

Omdat voorliggende ruimtelijke onderbouwing nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt moet de kwaliteit van de bodem inzichtelijke zijn. Ter plaatse van deze nieuwe ontwikkelingen is bodemonderzoek uitgevoerd door Boluwa milieu advies & onderzoeksbureau. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 3 van deze onderbouwing. Hierna wordt kort op de belangrijkste onderzoeksresultaten ingegaan. Resultaten verkennend bodemonderzoek In de bovengrond van MM1 zijn licht [>achtergrondwaarde] verhoogde gehalten lood, zink en PAK (10-VROM) aangetoond. De aangetroffen licht verhoogde gehalten lood en zink zijn op basis van de thans bekende gegevens niet exact te verklaren. Het aangetroffen licht verhoogde gehalte PAK (10-VROM) kan te maken hebben met menselijke activiteiten op de locatie. De gemeten gehalten zijn niet ongewoon op plaatsen waar mensen wonen en/of werken. In de ondergrond van MM2 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater van de peilbuis B01-1-1 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. De resultaten van het onderzoek geven geen milieuhygiënische belemmeringen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor de herontwikkeling van de locatie. De aangetroffen licht verhoogde gehalten lood, zink en PAK (10-VROM) in de bovengrond geven geen aanleiding tot nader onderzoek.

Lichte verontreinigingen in de (boven)grond zijn als normaal te beschouwen op locaties met een (langdurig) antropogeen gebruik. Hergebruik van eventueel bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond op het onderzochte terrein is toegestaan. Eventueel vrijkomende grond mag tegenwoordig niet zondermeer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing. Voor meer informatie hierover kunt u zich wenden tot de Omgevingsdienst Veluwe IJssel.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing 4.2.3

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.3.2

Situatie projectgebied

Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling, de bouw van een appartementencomplex met 9 wooneenheden, in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggend project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. Toch is wegens de invloed van het wegverkeer van de Hoofdstraat op de luchtkwaliteit, de luchtkwaliteit in beeld gebracht door Alcedo. Deze is opgenomen in bijlage 1 van deze onderbouwing. Onderzoeksresultaten BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing De luchtkwaliteit wordt, omdat de rooilijn van het plan zich op kortere afstand dan 10 meter vanaf de weg bevindt, bepaald ter plaatse van de nieuwe gevoelige bestemmingen. De luchtkwaliteit wordt getoetst aan de grenswaarden volgens de Wet milieubeheer. Naast de grenswaarden volgens de Wet milieubeheer, zal ook een toetsing worden uitgevoerd aan de (strengere) grenswaarden die zijn opgesteld door de wereld gezondheidsorganisatie WHO. Uit het onderzoek blijkt dat de grenswaarden volgens de Wet milieubeheer en de interim advieswaarden volgens WHO niet worden overschreden. De richtwaarde wordt ook niet overschreden. 4.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.

4.4

Externe veiligheid

4.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgesteld in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Het transporteren van stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Beleidsvisie gemeente Epe In september 2013 is de Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Uitgangspunt van deze visie is dat nieuwe risicobronnen alleen nog zijn toegestaan indien het gaat op een verplaatsing van een bestaande risicobron naar een bedrijventerrein. Daarnaast is in de beleidsvisie bepaald dat het groepsrisico ten gevolge van een risicobron niet groter mag zijn dan 1 maal de oriëntatiewaarde. In de visie is tevens vastgelegd dat wanneer bijzonder kwetsbare objecten (objecten met verminderd zelfredzame personen zoals scholen en zorginstellingen) mogelijk worden gemaakt binnen het invloedsgebied van een risicobron de besluitvorming op dit punt expliciet bij de gemeenteraad en het college van B&W wordt voorgelegd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing 4.4.2

Situatie in en bij het projectgebied

In voorliggend geval worden nieuwe kwetsbare objecten toegevoegd (de appartementen). Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart met daarop middels de rode ster de locatie van het projectgebied weergegeven.

Afbeelding 4.1

Uitsnede Risicokaart (Bron: Atlasleefomgeving.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dat het projectgebied: • • • •

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Opgemerkt wordt dat in afbeelding 4.1 een tweetal risicovolle inrichtingen zichtbaar zijn. De locaties betreffen risicovolle inrichtingen vanwege de opslag van gevaarlijke stoffen. Ten oosten van het projectgebied (rode ster), is een ammoniak koelinstallatie van een pluimveeslachterij gelegen. De terreingrens van de koelinstallatie ligt op circa 448 meter van het projectgebied. Voor deze inrichting geldt geen plaatsgebondenen groepsrisicocontour. Ten zuiden van het projectgebied, op circa 388 meter is het explosieaandachtsgebied van een LPG tankstation gelegen. De grootste risicocontour van het LPG tankstation is 35 meter. Het projectgebied ligt voor beide inrichtingen op voldoende afstand en daarmee buiten het invloedsgebied van de inrichtingen. 4.4.3

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat het initiatief in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing

4.5

Milieuzonering

4.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door middel van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Hoewel de richtafstanden in 'Bedrijven en milieuzonering' indicatief zijn, worden deze afstanden wel als harde eis gezien door de Raad van State bij de beoordeling of milieubelastende functies op een passende afstand van milieugevoelige functies (zoals woningen) worden gesitueerd. 4.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een ‘rustige woonwijk’ is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het projectgebied ligt in een gebied met verschillende functies, waarmee er sprake is van een ‘gemengd gebied’. In de onderstaande tabel is te zien welke richtafstanden per milieucategorie gelden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

4.5.3

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Situatie projectgebied

4.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.

past de functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de functie toe? (interne werking).

4.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. Met voorgenomen initiatief worden 9 wooneenheden gerealiseerd. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende activiteit voor de omgeving. Van enige vorm van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geenszins sprake. 4.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie binnen het projectgebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. Omgekeerd gaat het om de vraag of bestaande functies in de omgeving belemmerd worden in de bedrijfsvoering door de nieuwe milieugevoelige functies. De toe te voegen woningen in het projectgebied worden aangemerkt als milieugevoelige functie. In de onderstaande tabel worden de – op basis van het geldende planologische regime – maximaal toegelaten activiteiten/functies in de nabijheid van het projectgebied weergegeven.

Tevens is aangegeven tot welke maximale milieucategorie deze activiteit of functie wordt gerekend, welke richtafstand aangehouden moet worden tussen de gevel van de nieuwe woning en het bestemmingsvlak dat de betreffende milieubelastende functie toelaat en wat de daadwerkelijke afstand hiertussen bedraagt. Bestemming/functie Hoofdstraat 136-138 Gemengd Hoofdstraat 143 Gemengd Hoofdstraat 144

Maximale toegelaten milieucategorie 2

Richtafstand ‘gemengd gebied’ 10 m

Daadwerkelijke afstand (circa) 31 m

2

10 m

23 m

1

0m

0m BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing Detailhandel Hoofdstraat 148-150 Horeca Hoofdstraat 147 Detailhandel Hoofdstraat 149 Detailhandel Hoofdstraat 155 Maatschappelijk Hoofdstraat 152-156 Detailhandel

1

0m

0m

1

0m

17 m

1

0m

24 m

2

10 m

35 m

1

0m

24 m

Zoals te zien in bovenstaande tabel wordt voldaan aan alle richtafstanden. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen. Omgekeerd worden omliggende functies niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. 4.5.4

Conclusie

Het aspect ‘milieuzonering’ vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.

4.6

Ecologie

4.6.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 4.6.2

Gebiedsbescherming

4.6.2.1 Algemeen Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. 4.6.2.2 Natura 2000-gebieden In de Wet natuurbescherming heeft Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van EZ. Het projectgebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde (stikstofgevoelige) Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ ligt op een afstand van circa 1,4 kilometer ten noorden van het projectgebied.

Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing aantallen/arealen voldoende is, danwel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Om dit te beoordelen heeft RGP consult een zogenaamde AERIUSberekening uitgevoerd voor de toekomstige gebruiksfase die samenhangt met de voorgenomen ontwikkeling. Hierna wordt de belangrijkste conclusie van het onderzoek weergegeven. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar bijlage 4 bij deze ruimtelijke onderbouwing.

Uit de AERIUS-berekening is gebleken dat de voorgenomen activiteiten qua stikstofdepositie niet leiden tot een significante toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. De toename van stikstofdepositie blijft afgerond onder 0,01 mol/ha/jaar. Dit project heeft derhalve geen vergunningplicht Wet natuurbescherming. 4.6.2.3 Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In Gelderland wordt het NNN ook wel het Gelders Natuurnetwerk (GNN) genoemd. In of in de directe nabijheid van het GNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als GNN ligt op ruim 600 meter afstand ten zuidwesten van het projectgebied. Vanwege de lokale invloedsfeer hebben de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de kernkwaliteiten en de omgevingscondities van het Natuurnetwerk Nederland (bijv. areaalafname). Mogelijk is tijdens de aanlegfase incidenteel geluid waarneembaar buiten het projectgebied, maar dit effect is incidenteel en kortstondig en heeft geen negatief effect op het beschermd (natuur)gebied. 4.6.3

Soortenbescherming

4.6.3.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. 4.6.3.2 Situatie projectgebied Er is door Inventarium een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Deze is als bijlage 5 opgenomen. Hieronder worden kort de conclusies behandeld. • • • •

Er zijn geen (groeiplaatsen van) beschermde soorten aangetroffen; Tijdens het veldbezoek zijn geen vaste verblijfplaatsen van overige zoogdieren die zijn opgenomen op Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn aangetroffen; Ten aanzien van de voorgenomen plannen is het noodzakelijk aanvullend onderzoek uit te laten voeren met betrekking tot de aanwezigheid van de huismus en gierzwaluw; Ten aanzien van de voorgenomen planning is het noodzakelijk om aanvullend vleermuis onderzoek uit te laten voeren, aangezien er niet kan worden uitgesloten dat ter plaatse vaste verblijfsplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing Aanvullend onderzoek beschermde soorten Bij de quickscan flora en fauna is geconstateerd dat in het projectgebied beschermde soorten en natuurwaarden aanwezig kunnen zijn die mogelijk negatieve effecten kunnen ondervinden van de voorgenomen ontwikkeling. Het aanvullend onderzoek naar de huismus, gierzwaluw en vleermuis is uitgevoerd door ecologisch adviesbureau Ecofect, deze zijn in bijlage 6, 7 en 8 opgenomen. Huismus Uit aanvullend onderzoek is gebleken dat in het projectgebied geen huismus aanwezig is. Tevens is het projectgebied niet functioneel in gebruik, zijn er geen schadelijke effecten op de functionaliteit van het leefgebied, is geen effect op de gunstige staat van instandhouding, is er geen wettelijk belang en zijn er geen maatregelen noodzakelijk. Gelet op de uitkomsten van het nader onderzoek huismus zijn er geen te nemen verplichte maatregelen ten gunste van de huismus. Gierzwaluw Bij de sloop van de opstallen wordt verbodsbepaling Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming niet overtreden ten aanzien van de gierzwaluw. Er gaan namelijk geen nesten verloren. Door de ingreep blijft de functie van het leefgebied behouden.

Vleermuis Uit aanvullend onderzoek is gebleken dat er geen verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes dan wel zwermlocaties van vleermuizen zijn aangetroffen in en nabij de (te slopen) bebouwing. Er zijn geen paarroepjes en baltsgedrag waargenomen, waardoor er ook geen opnames zijn gemaakt. Het projectgebied zelf heeft geen belangrijke waarde als jachtgebied of onderdeel van een vliegroute: Het projectgebied wordt in de toekomstige situatie niet veranderd waardoor er geen essentiële lijnelementen verloren gaan. Er gaan geen verblijfplaatsen of essentiële functies verloren door of tijdens de geplande ingreep. 4.6.4

Conclusie

Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling. Voor aanbevelingen aangaande flora en fauna gedurende het bouwproces wordt verwezen naar de aanvullende onderzoeken in de bijlage.

4.7

Archeologie & cultuurhistorie

4.7.1

Archeologie

4.7.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.7.1.2 Situatie projectgebied De gemeente Epe beschikt over een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Het projectgebied staat aangegeven als gebied met hoge trefkans voor archeologie. Er is dan ook archeologisch onderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 9 bijgevoegd. Hierna wordt op de resultaten en conclusies ingegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing Onderzoeksresultaten Op basis van het archeologisch onderzoek kan worden geconcludeerd dat de geplande diepere bodemingrepen grotendeels zullen plaatsvinden daar waar de bodem al is verstoord door bestaande bebouwing (inclusief kelder). De overige geplande bodemingrepen zijn oppervlakkig en worden geacht nietverstorend te zijn voor eventueel aanwezige archeologische resten. Synthegra Archeologie adviseert dan ook om de archeologische verwachting te laten vervallen ter plaatse van de bestaande woning en de aangrenzende zone die nieuw verstoord al worden door de geplande nieuwbouw, alsook om de hoge verwachting ter plaatse van de rest van het plangebied te handhaven. Vervolgonderzoek wordt echter in laatstgenoemde zone niet geadviseerd, wegens de beperkte bodemingrepen. Indien aan bovenstaand randvoorwaarden wordt voldaan gesteld door de gemeente kan het plangebied worden vrijgegeven voor wat betreft archeologie. Het archeologisch proces is dan afgerond als het rapport definitief is gemaakt. Mochten er onverhoopt toch nog archeologische resten worden aangetroffen of vermoed tijdens de geplande civiele werkzaamheden, dan geldt conform de Erfgoedwet de formele plicht deze resten te melden. 4.7.2

Cultuurhistorie

4.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 4.7.2.2 Situatie projectgebied Er bevinden zich in het projectgebied geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden die negatieve effecten zouden kunnen ondervinden in verband met voorliggende ontwikkeling. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor het initiatief. 4.7.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er geen nader archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.

4.8

Besluit milieueffectrapportage

4.8.1

Algemeen

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan/omgevingsvergunning kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is, tenzij sprake is van een klein plan of kleine wijziging.

•

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing •

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

Een belangrijk element in het Besluit m.e.r., is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 4.8.2

Situatie projectgebied

4.8.2.1 Artikel 2.8 van de Wet Natuurbescherming Op basis van het uitgevoerde stikstofonderzoek wordt geconcludeerd dat geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-2000 gebied. In bijlage 3 is de stikstofrapportage opgenomen. 4.8.2.2

Drempelwaarden Besluit m.e.r.

De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door verlenen van ene omgevingsvergunning voor het afwijken van het geldende bestemmingsplan. Dit betekent dat voorliggende ontwikkeling m.e.r.(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Op basis van onderdeel D kan de in dit project besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Dit betekent dat dit project m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschreden: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, en aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Gezien de drempelwaarden (een gebied van 2.000 woningen of meer) wordt geconcludeerd dat in dit geval geen sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Voor de ontwikkeling is een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld. Uit deze aanmeldnotitie is gebleken dat ten gevolge van het plan geen significant negatieve effecten op de omgeving zullen optreden. Voor een uitgebreide beschrijving van de milieueffecten wordt verwezen naar de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling, opgenomen in bijlage 10 van deze ruimtelijke onderbouwing. 4.8.3

Conclusie

Deze ontwikkeling is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing

4.9

Wateraspecten

4.9.1

Beleidskaders

4.9.1.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 4.9.1.2 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen.

De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 4.9.1.3 Provinciaal beleid Op 11 november 2015 is door Provinciale Staten de meest recente versie van de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld en tussentijd geactualiseerd. De omgevingsvisie vervangt de huidige omgevingsplannen zoals de Structuurvisie, het Gelders Milieuplan en het Waterplan Gelderland 2010-2015. In de Omgevingsvisie wordt onder meer de ambitie en de rol van de provincie voor het aspect water aangegeven. De provincie stuurt op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater. Een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem helpt mee aan een optimale en duurzame driedimensionale inrichting van Gelderland. 4.9.1.4 Waterschap Vallei en Veluwe Het Algemeen Bestuur van het waterschap heeft op 30 september 2015 het Waterbeheerprogramma 20162021 vastgesteld. Het nieuwe waterbeheerprogramma draagt de titel 'Partnerschap als watermerk'. Het waterbeheerprogramma gaat uit van 6 hoofddoelen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

het beschermen van het gebied tegen overstromingen; het zorgen voor de juiste hoeveelheid water; het zorgen voor een goede oppervlaktewaterkwaliteit; schoon en vuil water worden zoveel mogelijk gescheiden; het halen van de hoogst mogelijke waarde uit water; het beheren van de waterketen en het watersysteem als één systeem, samen met partners;

4.9.1.5 Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek. De watertoets bestaat uit twee onderdelen:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing • •

4.9.2

de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan. Waterparagraaf

4.9.2.1 Algemeen De watertoets is uitgevoerd en opgenomen in bijlage 11. De conclusie is dat de korte procedure van toepassing is. In het projectgebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of Awatergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. 4.9.2.2 Watertoetsprocedure Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, heeft het waterschap aangegeven dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water. Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het projectgebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. In voorliggend geval wordt de hemelwaterafvoer niet gekoppeld aan het gemeenteriool. De nieuwe hemelwaterafvoer wordt aangesloten op infiltratiekratten. Van lozing op oppervlakte water is geen sprake.

Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. In voorliggend geval wordt rekening gehouden met dit advies en wordt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand ontworpen. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Er worden duurzame materialen gebruikt die het afstromend hemelwater niet verontreinigen. Grondwaterfluctuatiezone Het projectgebied ligt in de grondwaterfluctuatiezone, zoals die door de Provincie Gelderland is bepaald. Dit is een zone langs de flanken van het Veluwemassief, waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen.

Afhankelijk van de verwachtte stijging kan het raadzaam zijn daar nu rekening mee te houden, om toekomstig grondwateroverlast te voorkomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing 4.9.3

Conclusie

Gelet op het vorenstaande vormt het milieuaspect ‘water’ geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.10

Duurzaamheid

4.10.1 Algemeen Duurzaamheidthema's zoals energie- en waterbesparing, aandacht voor langzaam verkeer en groenvoorzieningen, zuinig grondstoffengebruik, efficiënt ruimtegebruik en duurzaam bouwen, zullen met name bij nieuwbouwplannen en herinrichting een belangrijke plaats toegekend krijgen. Ontwikkeling van duurzaamheid past in de ontwikkeling die het duurzaamheidsdenken nu ook landelijk doormaakt en waarbij ook steeds meer de eisen als negatieve prikkel omgezet worden in een positieve benadering in de vorm van wijzen op de kwaliteit van het gebouw, op (woon-)comfort, het binnenmilieu in het algemeen, op gezond wonen en leven.

4.10.2 Situatie projectgebied De appartementen zullen worden voorzien van een A++ label, wat betekent dat deze energiezuinig zullen zijn. Dit wordt bereikt door verschillende duurzame maatregelen toe te passen. Elk appartement zal een individuele warmtepomp met boiler hebben, zonder buitenunit. Hierdoor wordt efficiënt verwarmd en wordt warm water geleverd met minimale impact op het milieu. Tevens zullen er zonnepanelen worden geïnstalleerd, waardoor duurzame energie kan worden opgewekt. Circulair bouwen is ook een aandachtspunt. Alle ruwbouwonderdelen zullen circulair zijn. Verder duurzame materialen toegepast, een traditioneel bouwsysteem met lage MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) score. Voor het koelen van de appartementen wordt een slim ontwerp toegepast. De gunstige ligging van de daglichttoetreding zorgt ervoor dat er minimaal gekoeld hoeft te worden, wat de energiebehoefte verminderd. Tot slot is aandacht voor de vergroening van de omgeving met het oog op biodiversiteit. Een deskundige zal een beplantingsadvies opstellen om ervoor te zorgen dat de groenvoorziening niet slechts esthetisch is, maar ook positieve bijdrage levert aan de biodiversiteit van de omgeving.

4.10.3 Conclusie Gelet op vorenstaande vorm het aspect ‘duurzaamheid’ geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 5

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad naar aanleiding van een omgevingsvergunning moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk plan. Er zijn echter uitzondering. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een omgevingsvergunning of bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en gemeente. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen, zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 6 6.1

VOOROVERLEG

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke plannen. Geoordeeld wordt dat voorliggend initiatief geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

6.2

Provincie Gelderland

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt niet in het kader van vooroverleg toegezonden aan Provincie Gelderland, aangezien er geen provinciale belangen in het geding zijn.

6.3

Waterschap Vallei en Veluwe

Er is een watertoets uitgevoerd. Hieruit is de korte procedure naar voren gekomen. Het waterschap is akkoord met de voorgenomen ontwikkeling. Nader vooroverleg is niet aan de orde.

6.4

Omgevingstraject

In het kader van participatie en maatschappelijk draagvlak, zijn de voorgenomen plannen gedeeld met de (in)directe omwonenden en belanghebbenden rondom het projectgebied door middel van het versturen van een brief. Hier is, op één reactie na, geen reactie op gekomen. In het kader van participatie en maatschappelijk draagvlak, zijn de voorgenomen plannen gedeeld met de (in)directe omwonenden en belanghebbenden rondom het projectgebied, tevens is de initiatiefnemer in gesprek gegaan met de directe omwonenden. Reacties en eventuele acties gemeld en verwerkt. Tijdens een omgevingsgesprek was er ruimte voor andere omwonenden en overige buren om een reactie te geven. Bij de gesprekken zijn de richtlijnen van de door de gemeente Epe vastgestelde checklist participatie gebruikt. In bijlage 12 is alle documentatie van het omgevingstraject weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

Omgevingsvergunning Hoofdstraat 146, Epe Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 1

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en luchtkwaliteitsonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

9 APPARTEMENTEN HOOFDSTRAAT 146 TE EPE Onderzoek naar wegverkeerslawaai en luchtkwaliteit vanwege het wegverkeer

9 APPARTEMENTEN HOOFDSTRAAT 146 TE EPE Onderzoek naar wegverkeerslawaai en luchtkwaliteit vanwege het wegverkeer

Rapportnummer: Status: Datum:

23-10051.R01.V02 Definitief 31 oktober 2023

In opdracht van:

Van Vemde Projectonwikkeling B.V. H.W. Iordensweg 1 7391 KA Twello Contactpersoon: Dhr. H. van Vemde

Uitgevoerd door:

Alcedo B.V. Postbus 140 Ondernemersweg 3 Contactpersoon: Telefoon: Internet: E-mail:

7450 AC Holten 7451 PK Holten Mw. ing. J.M. van Braam 085 – 822 99 00 www.alcedo.nl Jacqueline.vanBraam@alcedo.nl

© Alcedo B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, digitale reproductie, of anderszins zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever van deze uitgave of Alcedo B.V..

INHOUD SAMENVATTING

3

1

INLEIDING

5

2 2.1 2.1.1 2.1.2 2.2

GELUIDNORMEN Wet geluidhinder Aandachtsgebied Grenswaarden Gemeentelijk geluidbeleid

7 7 7 7 8

3 3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.5 3.6

GELUID VAN WEGVERKEER Verkeersgegevens Rekenmodel Rekenresultaten en beoordeling Berekend geluid Beoordeling op basis van grenswaarden Wet geluidhinder Maatregelen Hogere grenswaarden Geluidwering van de gevels

9 9 10 10 10 10 11 11 12

4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3

LUCHTKWALITEIT Toetsingskader Wet milieubeheer World Health Organization (WHO) Besluit NIBM en Regeling NIBM Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 Normen Rekenmodel Verkeersgegevens Rekenmodel berekeningsresultaten

13 13 13 13 14 14 14 15 15 15 16

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Tekeningen Verkeersgegevens Figuren en invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai Rekenresultaten wegverkeerslawaai Figuren en invoergegevens luchtkwaliteit Rekenresultaten luchtkwaliteit vanwege het wegverkeer

23-10051.R01.V02 / Definitief / 31 oktober 2023 2

SAMENVATTING Het plan bestaat om appartementen te realiseren aan de Hoofdstraat 146 te Epe. De bestaande bebouwing op het perceel zal worden gesloopt en vervangen door een nieuw gebouw met 9 appartementen. De globale ligging van het plan is weergegeven in de volgende figuur.

Plangebied

In de omgeving van het plan liggen wegen die ervoor zorgen dat het plan wordt belast met geluid. In dit rapport wordt inzicht gegeven in de geluidsituatie van het plan. Dit wordt getoetst aan de wettelijke normen. Het wegverkeer heeft invloed op de luchtkwaliteit ter plaatse van de ontwikkeling. In dit rapport wordt naast de geluidsituatie ook de luchtkwaliteit, vanwege het wegverkeer, in beeld gebracht. De luchtkwaliteit wordt, omdat de rooilijn van het plan zich op kortere afstand dan 10 meter vanaf de weg bevindt, bepaald ter plaatse van de nieuwe gevoelige bestemmingen. De luchtkwaliteit wordt getoetst aan de grenswaarden volgens de Wet milieubeheer. Naast de grenswaarden volgens de Wet milieubeheer, zal ook een toetsing worden uitgevoerd aan de (strengere) grenswaarden die zijn opgesteld door de wereld gezondheidsorganisatie WHO. Wegverkeerslawaai De geluidbelasting van de Hoofdstraat bedraagt ten hoogste 54 dB. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De geluidbelasting overschrijdt de maximaal toelaatbare grenswaarde van 63 dB niet.

23-10051.R01.V02 / Definitief / 31 oktober 2023 3

De gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle wegen samen bedraagt ten hoogste 65 dB. Dit is niet hoger dan de maximaal toelaatbare grenswaarde van 63 dB exclusief 5 dB correctie Wgh (68 dB). Hiermee is geen sprake van een onaanvaardbare geluidsituatie. Maatregelen zijn redelijkerwijs niet mogelijk. Er moeten hogere waarden worden vastgesteld. De ten hoogste vast te stellen hogere waarde bedraagt, op de oostgevel, ten hoogste 63 dB. Volgens het Bouwbesluit 2012 moeten gevels van verblijfsgebieden een geluidwering hebben van minimaal 20 dB. Als echter sprake is van een hogere geluidbelasting, moet ook een hogere geluidwering worden gerealiseerd. Dat is hier ook het geval. Bij het ontwerp van het gebouw en de aanvraag van de omgevingsvergunning moet daarom rekening worden gehouden met de geluidbelasting die is bepaald in dit rapport. Geadviseerd wordt hierbij uit te gaan van de gecumuleerde geluidbelasting. Luchtkwaliteit Uit het onderzoek blijkt dat de grenswaarden volgens de Wet milieubeheer en de interim advieswaarden volgens WHO niet worden overschreden. De richtwaarde wordt ook niet overschreden. De luchtkwaliteitseisen vormen daarom geen belemmering voor de ontwikkeling.

23-10051.R01.V02 / Definitief / 31 oktober 2023 4

1

INLEIDING Het plan bestaat om appartementen te realiseren aan de Hoofdstraat 146 te Epe. De bestaande bebouwing op het perceel zal worden gesloopt en vervangen door een nieuw gebouw met 9 appartementen. De globale ligging van het plan is weergegeven in de volgende figuur.

Plangebied

Figuur 1 Globale ligging planlocatie en omgeving Een impressie van het plan is weergegeven in de volgende figuur.

Figuur 2 Impressie van het plan

23-10051.R01.V02 / Definitief / 31 oktober 2023 5

In de omgeving van het plan liggen wegen die ervoor zorgen dat het plan wordt belast met geluid. In dit rapport wordt inzicht gegeven in de geluidsituatie van het plan. Dit wordt getoetst aan de wettelijke normen. Het wegverkeer heeft invloed op de luchtkwaliteit ter plaatse van de ontwikkeling. In dit rapport wordt naast de geluidsituatie ook de luchtkwaliteit, vanwege het wegverkeer, in beeld gebracht. De luchtkwaliteit wordt, omdat de rooilijn van het plan zich op kortere afstand dan 10 meter vanaf de weg bevindt, bepaald ter plaatse van de nieuwe gevoelige bestemmingen. De luchtkwaliteit wordt getoetst aan de grenswaarden volgens de Wet milieubeheer. Naast de grenswaarden volgens de Wet milieubeheer, zal ook een toetsing worden uitgevoerd aan de (strengere) grenswaarden die zijn opgesteld door de wereld gezondheidsorganisatie WHO.

23-10051.R01.V02 / Definitief / 31 oktober 2023 6

2

GELUIDNORMEN

2.1

Wet geluidhinder

2.1.1

Aandachtsgebied Volgens de Wet geluidhinder hebben alle verkeerswegen een zone waarbinnen een geluidonderzoek verplicht is als nieuwe woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd. In de volgende tabel worden de zones weergegeven die voor dit onderzoek van belang zijn. Tabel 1

Zonebreedten wegen

Weg(en) Hoofdstraat, Korte Kuipersweg

Situatie Stedelijk

Aantal rijstroken 1 of 2

Zonebreedte [m] 200

Een gedeelte van de Hoofdstraat is aangemerkt als ‘schoolzone’ waar een snelheidsregime van 30 km/uur geldt. In de omgeving van het plan liggen ook andere 30 km/uur wegen. Deze wegen hoeven vanuit de Wet geluidhinder niet bij het onderzoek te worden betrokken. Omdat deze wegen wel invloed kunnen hebben op de totale geluidsituatie, zijn deze wegen in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel meegenomen in het onderzoek.

2.1.2

Grenswaarden In de Wet geluidhinder zijn voorkeursgrenswaarden opgenomen voor de geluidbelasting op de gevels van woningen. Als de geluidbelasting binnen deze grens blijft, kan het plan worden gerealiseerd. Als de geluidbelasting hoger is, kan onder voorwaarden door burgemeester en wethouders een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Deze hogere grenswaarde heeft echter ook een plafond. De hoogte van dit plafond is afhankelijk van de situatie. In de volgende tabel zijn de voorkeursgrenswaarde en de hoogst mogelijke grenswaarde weergegeven. Tabel 2

Voorkeursgrenswaarde en hoogst mogelijke grenswaarden verkeerslawaai

Bestemming

Woning stedelijk gebied wegverkeerslawaai

Voorkeursgrenswaarde

Hoogst mogelijke grenswaarde

48 dB

63 dB

Als een hogere grenswaarde moet worden vastgesteld, moet ook worden bepaald hoe hoog de gecumuleerde geluidbelasting is. De gecumuleerde geluidbelasting is de totale geluidbelasting van alle geluidbronnen die onder de Wet geluidhinder vallen.

23-10051.R01.V02 / Definitief / 31 oktober 2023 7

Gedetailleerde informatie over de Wet geluidhinder is online beschikbaar via https://www.overheid.nl/.

2.2

Gemeentelijk geluidbeleid De gemeente Epe heeft geen geluidbeleid opgesteld waarin aanvullende voorwaarden zijn opgenomen.

23-10051.R01.V02 / Definitief / 31 oktober 2023 8

3

GELUID VAN WEGVERKEER

3.1

Verkeersgegevens De verkeersgegevens voor de berekening van de geluidsbelasting zijn aangeleverd door de gemeente Epe. De gegevens betreffen werkdag etmaalintensiteiten uit het verkeersmodel voor het jaar 2020. De aangeleverde verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage 2. Om de gegevens voor 2034 te verkrijgen is een autonome groei van 1% per jaar toegepast. Voor het omrekenen naar weekdagintensiteiten is een factor 0,9 toegepast. Voor de voertuigverdeling is gebruik gemaakt van de beschikbare telgegevens uit voorgaande jaren. Een overzicht van de gehanteerde gegevens is opgenomen in bijlage 2. Voor de Meidoornstraat en de Asseltseweg is dezelfde verdeling als voor de Enkweg gehanteerd. De etmaalintensiteiten van de Meidoornstraat en Enkweg zijn afkomstig uit het verkeersmodel voor het jaar 2020. Op de Asseltseweg is een etmaalintensiteit van 500 motorvoertuigen per etmaal gehanteerd. In de volgende figuur zijn enkele relevante verkeers- en verhardingsgegevens van de wegen samengevat. Gedetailleerde gegevens zijn opgenomen in de invoergegevens van het rekenmodel in bijlage 3. Meidoornstraat 2.517 mvt/etmaal 30 km/uur

Hoofdstraat 7.013 mvt/etmaal 50 km/uur

Korte Kuipersweg 8.919 mvt/etmaal 50 km/uur

Hoofdstraat 12.001 mvt/etmaal 30-50 km/uur Enkweg 2.379 mvt/etmaal 30 km/uur Asseltseweg 500 mvt/etmaal 30 km/uur

Hoofdstraat 11.686 mvt/etmaal 50 km/uur

Figuur 3

DAB Elementenverharding in keperverband

Verkeers- en verhardingsgegevens 2034

23-10051.R01.V02 / Definitief / 31 oktober 2023 9

3.2

Rekenmodel Met een rekenmodel zijn de geluidniveaus ter plaatse van de nieuwe appartementen berekend. Daarbij is uitgegaan van de volgende ontwerpgegevens van het plan: Tekeninglijst DO van Strategie Architecten d.d. 19-10-2023. De berekeningen zijn uitgevoerd volgens standaard rekenmethode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In dit driedimensionale model zijn onder andere wegen, bodemvlakken en gebouwen opgenomen. De geluidbelastingen zijn berekend op de begane grond en iedere verdieping van het gebouw. In de onderstaande figuur is een impressie van het rekenmodel opgenomen. De invoergegevens zijn in bijlage 3 opgenomen.

Figuur 4 Impressie rekenmodel

3.3

Rekenresultaten en beoordeling

3.3.1

Berekend geluid De rekenresultaten zijn in bijlage 4 opgenomen. De gepresenteerde geluidbelastingen per weg houden rekening met de verwachting dat het verkeer in de toekomst stiller wordt (volgens artikel 110g Wgh). De gecumuleerde geluidbelasting houdt hier geen rekening mee.

3.3.2

Beoordeling op basis van grenswaarden Wet geluidhinder Hoofdstraat De geluidbelasting, vanwege het geluid gezoneerde deel van de Hoofdstraat, bedraagt ten hoogste 54 dB. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De geluidbelasting overschrijdt de maximaal toelaatbare grenswaarde van 63 dB niet.

23-10051.R01.V02 / Definitief / 31 oktober 2023 10

Korte Kuipersweg De geluidbelasting van de Korte Kuipersweg bedraagt ten hoogste 43 dB. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. Hoofdstraat 30 km/uur De geluidbelasting, vanwege het 30 km/uur deel van de Hoofdstraat, bedraagt ten hoogste 60 dB. Dit is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en lager dan de maximaal toelaatbare grenswaarde van 63 dB. Overige 30 km/uur wegen De geluidbelasting van de 30 km/uur wegen bedraagt ten hoogste 46 dB vanwege de Meidoornstraat. Dit is lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Gecumuleerde geluidbelasting De gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle wegen samen bedraagt ten hoogste 65 dB. Dit is niet hoger dan de maximaal toelaatbare grenswaarde van 63 dB exclusief 5 dB correctie Wgh (68 dB). Hiermee is geen sprake van een onaanvaardbare geluidsituatie. In deze situatie is geen sprake van cumulatie van verschillende geluidgezoneerde bronnen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14276181/1