533663 Zienswijzennota ontwerpbestemmingsplan Sprenghenparc [ VOLLEDIG ANONIEM] versie 2
Tekst van het document
Conclusie: De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. -Er is een AERIUS berekening en -rapportage opgesteld op basis van de meest recente calculatorversie. Deze wordt toegevoegd aan bijlage 7 van de toelichting op het bestemmingsplan. -Er is aanvullend asbestonderzoek uitgevoerd. Deze wordt toegevoegd aan de bijlagen van de toelichting op het bestemmingsplan. -Paragraaf 6.5 van de toelichting op het bestemmingsplan wordt aangepast. De sloop van het schuurtje en de woning aan het Kouwenaarspad 16 wordt in de tekst opgenomen. -Paragraaf 5.2 van de toelichting op het bestemmingsplan wordt aangepast. Op basis van de resultaten van het aanvullend asbestonderzoek zijn er geen belemmeringen voor het gebruik van de locatie voor de functie wonen. - De ontwerptekeningen van de riolering worden opgenomen als bijlage bij het waterhuishoudkundig plan.
23
11. [Reclamant 11], [Adres 11]. Ontvangen op 25 maart 2022. Samenvatting reactie A. Reclamant geeft aan dat het plangebied buiten de bebouwde kom ligt en dat is vastgesteld dat er niet meer gebouwd zal worden aan de westkant van Vaassen. B. Reclamant maakt zich zorgen voor de gevolgen van het project voor de natuur in natuurgebied Korte Broek. Het plan zou de natuur verbinden met het dorp. C. Volgens reclamant zal er meer verkeer over de Woestijnweg gaan door de komst van nieuwe woningen. Op een deel van deze weg wordt al heel hard gereden. D. Reclamant constateert dat de locatie buiten het centrum van Vaassen ongunstig is voor senioren die er willen gaan wonen. E. Reclamant verwacht een luxe woningproject wat vermogende senioren zal aantrekken, wat geen juiste manier is om het woningtekort terug te dringen. F. Volgens reclamant zijn een aantal potentiële locaties niet meegenomen in de planvorming. Ook vraagt reclamant zich af wat de motivering is om voor de locatie aan de Woestijnweg te kiezen. G. Volgens reclamant zijn omwonenden nauwelijks geïnformeerd en heeft de gemeente bij dit plan de burgers niet goed betrokken. Dit staat volgens reclamant haaks op de verbeterpunten die de gemeente voor zichzelf heeft opgesteld. Reactie gemeente A. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad A. B. Zie de beantwoording van zienswijze 6 onder ad B. C.
Uit het verkeersonderzoek (bijlage 2 op de toelichting) volgt dat de Woestijnweg een erftoegangsweg is met gemengd verkeer en een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. Als wordt uitgegaan van de maatgevende situatie dat al het Sprenghenparc-verkeer via de Woestijnweg zal rijden wordt de totaalintensiteit op deze weg (ter hoogte van de Fazantstraat) circa 3.000 motorvoertuigen per etmaal. Dit is ruim beneden de norm voor een erftoegangsweg. Voor erftoegangswegen wordt uitgegaan van een maximumintensiteit van 4.000 motorvoertuigen per etmaal. Voor wat betreft de snelheid geldt dat de feitelijke snelheid op de Woestijnweg (west) dikwijls hoog is. Omdat hier ook de ontsluiting van Sprenghenparc op uitkomt, is het vanuit verkeersveiligheid wenselijk om hier snelheidsremmende maatregelen toe te passen. Hier wordt bij de uitwerking van het plan rekening mee gehouden. D. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad D. E. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad S. F. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad D. G. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad B. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
24
12. [Reclamant 12], [Adres 12]. Ontvangen op 28 maart 2022 Samenvatting reactie A. Reclamant geeft aan dat omwonenden laat zijn betrokken door de initiatiefnemers. Met reacties op de informatiesessies in 2020 is weinig gedaan. Tientallen vragen zijn met ‘niet relevant’ beantwoord. Ook zijn een aantal vaag beantwoord. Bovendien zouden een aantal vragen die gesteld zijn niet in de vragenlijst zijn opgenomen, waardoor ze niet beantwoord zijn. B. Initiatiefnemer heeft volgens reclamant de omliggende buurten weggezet alsof daar geen ‘naoberschap’ zou zijn. Ook zou hij beschuldigend hebben gereageerd wanneer een actiegroep aangaf dat vragen niet beantwoord waren. C. Volgens reclamant is het plan geen park, vanwege de grote hoeveelheid straatstenen. Dit zou tegen het gemeentelijk beleid gaan om verstening tegen te gaan. Naast bebouwing, wegen en parkeerplaatsen zouden hier ook nog niet ingetekende terrassen en paden bij komen. D. Het beeldkwaliteitsplan geeft volgens reclamant een vertekend beeld van de werkelijkheid, aangezien de aanwezige parkeerplaatsen met auto’s, een appartementencomplex en een rij huizen niet zijn afgebeeld. Volgens reclamant is het ook mogelijk dat bewoners hier een camper of caravan parkeren. E. Reclamant geeft aan verbaasd te zijn dat er in het kader van ‘wonen in het groen’ zo dicht tegen natuur en buiten de bebouwde kom gebouwd mag worden.
Volgens reclamant is er gezocht naar goedkope grond. F. Reclamant vraagt zich af waarom de gemeente Epe d.m.v. de Omgevingsvisie een plan faciliteert waarvoor nog geen aanvraag tot een ontwerpbestemmingsplan is ingediend. G. Reclamant geeft aan verbaasd te zijn dat er in de gesprekken over de Omgevingsvisie niet over het desbetreffende plangebied gesproken mocht worden. In de gesprekken zou iemand namens de gemeente Epe wel de locatie hebben voorgelegd aan de deelnemende burgers. H. Volgens reclamant zijn de verkeersmetingen met een verkeerd uitgangspunt uitgevoerd, aangezien ze uitgevoerd zijn tijdens de coronapandemie: een periode waarin veel mensen thuiswerkten en minder in het verkeer deelnamen. I. Een hondenuitlaatgebied zal volgens reclamant verdwijnen als gevolg van het plan, waarin geen alternatief wordt voorgesteld. J. Uit het plan zou kunnen worden afgeleid dat een deel van het terrein niet openbaar is. Dit is volgens reclamant in tegenspraak met eerdere toezeggingen van initiatiefnemers en ontwikkelaars. K. Volgens reclamant is de ladder van duurzame verstedelijking onjuist gebruikt, aangezien er voldoende plekken in Vaassen zouden zijn voor de beoogde ontwikkeling. L. Reclamant geeft aan dat een deel van het plangebied buiten het bestaande dorpsgebied valt. Dit is tegenstrijdig met de informatie die hierover gedeeld is. M.
Volgens reclamant is er inspraak gedaan tegen deze uitbreiding van de bebouwde kom, waar vervolgens niks mee gedaan is door de gemeenteraad. N. Het is volgens reclamant onduidelijk wat de woningen gaan kosten. Reclamant verwacht dat de prijzen hoog zullen zijn waardoor er vooral mensen van buiten de gemeente Epe komen wonen. O. Reclamant verwacht dat de grond goedkoop is en dat dit een reden zou moeten zijn om hier betaalbare woningen te bouwen. P. Volgens reclamant is het onduidelijk welke kosten de voorgenomen VvE met zich meebrengt. Reclamant verwacht dat deze kosten hoog zullen zijn waardoor de woningen niet bereikbaar zullen zijn voor minder bemiddelde mensen uit de gemeente Epe. Q. Als gevolg van bovenstaande zullen toekomstige bewoners volgens reclamant een duur huis achterlaten, terwijl er juist vraag is naar goedkope starterswoningen. R. Volgens reclamant is het onduidelijk hoe het lage gedeelte van het plangebied zal worden opgehoogd. Reclamant verwacht dat ophoging zal leiden tot (nog) meer droogte in de omgeving. S. Volgens reclamant zal het afvoeren en doorstorten van water naar de Egelbeek leiden tot een toename van allerlei stoffen in het beekwater. De grond in het plangebied is volgens reclamant intensief bemest. 25
T. Reclamant geeft aan dat de kernkwaliteiten van het plangebied worden aangetast omdat het meer zal worden bebouwd en er intensiever op zal worden geleefd. U. Volgens reclamant is het plan niet kleinschalig en nauwelijks parkachtig. Het is een woonwijk met nauwelijks meer groen dan de omliggende wijken. V. Reclamant ziet graag het geohydrologische onderzoek tegemoet dat met het waterschap zou worden opgesteld volgens punt 4.4.3. W. Volgens reclamant zijn er voldoende transformatie- en inbreidingslocaties in Vaassen en Epe om dit plan te realiseren. X. Volgens reclamant zou het plan onder 4.6.3. beschrijven dat het niet voldoet aan de eisen van de gemeente Epe, wat reden zou moeten zijn om het plan af te keuren. Y. Reclamant geeft aan dat de stikstofdepositie in natuurgebied Veluwe - als gevolg van bemesting van de laatste jaren en het afvoeren van water naar het Natura 2000-gebied – zal toenemen. Z. Volgens reclamant is er een verkeerde uitgangspositie gehanteerd bij de MER beoordeling. (Het slopen van) enkele schuren en een voormalig woonhuis in het plangebied zijn niet meegenomen in de voorgenomen werkzaamheden. AA. Reclamant geeft aan dat de ruimte tot bijbouwen volgens de planregels, alsmede de bevoegdheid van burgemeester en wethouders om grotere bouwvolumes toe te staan – aanvullend op het voorgenomen plan - tot (nog meer) verstening zal leiden. BB.
Volgens reclamant zal de maximale bouwhoogte van drie meter voor bouwwerken geen gebouw zijnde leiden tot schuttingen die het doorzicht wegnemen. CC. Volgens reclamant wordt er geen rekening gehouden met de lichtuitstraling van ramen van huizen, buitenverlichting en koplampen van verkeer. DD. Reclamant geeft aan dat maximale goot- en bouwhoogte niet zijn aangegeven op de verbeelding waardoor de omvang van de beoogde bebouwing onduidelijk is. Ook voldoet het plan om deze reden volgens reclamant niet aan de regels die ervoor zijn gesteld. EE. Reclamant geeft aan dat er onder 5.2.4.1 en 5.2.4.2 over 26 grondgebonden woningen wordt gesproken terwijl er 36 zijn ingetekend in het plan. FF. Volgens reclamant zou het plan afgekeurd moeten worden omdat er onvoldoende wordt voldaan aan de voorwaardelijke verplichting beeldkwaliteitsaspecten, aangezien er alleen referentiebeelden worden weergeven. GG. Volgens reclamant ontbreken er ontwerptekeningen van riolering bij de MER, terwijl deze belangrijk zijn – in het kader van verdroging - om inzichtelijk te maken hoe water uit het plangebied wordt afgevoerd. HH. Reclamant geeft aan dat het plangebied aan een Natura-2000 gebied grenst, in plaats van dat deze op 150 meter ligt. Om deze reden zou er een lichtdichte voorziening tussen bebouwing en het Natura-2000 gebied moeten worden gerealiseerd. II.
Het rooien van bomen in de uitgedunde bomenrij is volgens reclamant onacceptabel. Er zou te veel groen verloren gaan. JJ. Reclamant geeft aan dat bijlagen van het Aeriusrapport ontbreken. KK. Reclamant geeft aan dat vernieuwende concepten zoals Sprenghenparc niet aanslaan in andere gemeentes, zoals Losser. LL. Reclamant vraagt zich af waarom locaties zoals Kerkenlanden – wat jaren geleden als ontwikkellocatie zou zijn aangewezen – niet zijn gekozen voor nieuwbouw. MM. Volgens reclamant zijn de prijzen in de bouw hoog en zal dit gevolgen hebben voor de prijzen van het project. Dit vraagt duidelijkheid of er in de genoemde prijscategorieën kan worden gebouwd. NN. Volgens reclamant is het bodemonderzoek begonnen met een verkeerde uitgangshypothese. Op een deel waar geen asbestmeting is uitgevoerd zal naar verwachting van de reclamant asbestverontreiniging in de grond zitten. Hier zou een schuur hebben gestaan met losse asbestplaten op het dak. Ook op het erf van de boerderij zouden geen metingen zijn uitgevoerd, terwijl dit naar verwachting van reclamant de meest vervuilde plek van de boerderij is. Bovendien is er niet doorgezocht naar drie olietanks die worden gemist. Deze zouden vervuiling kunnen hebben veroorzaakt in het plangebied. 26
Reactie gemeente A. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad A. B. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad B. C. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad C. D. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad D. E. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad E. F. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad F. G. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad F. H. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad J. I. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad K. J. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad L K. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad M. L. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad M. M. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad G. N. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad V. O. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad S. P. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad W. Q. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad X. R. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad Y. S. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad AA. T. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad BB. U. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad T. V. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad CC. W. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad DD. X. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad EE. Y. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad FF. Z.
Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad GG. AA. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad HH. BB. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad II. CC. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad JJ. DD. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad KK. EE. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad LL. FF. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad MM. GG. De opmerking van reclamant is juist. De ontwerptekeningen van de riolering zijn per abuis niet opgenomen als bijlage bij het waterhuishoudkundig plan. De tekeningen zijn daarom alsnog opgestuurd naar reclamant, waardoor reclamant in de gelegenheid is gesteld om ook te reageren op de ontwerptekeningen. Van reclamant hebben wij op dit onderdeel van de zienswijze geen aanvullende reactie meer ontvangen. HH. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad OO. II. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad PP. JJ. De opmerking van reclamant is juist. de AERIUS berekeningen zijn per abuis niet opgenomen bij de ‘Rapportage AERIUS Berekening’. De AERIUS berekeningen zijn daarom alsnog opgestuurd naar reclamant, waardoor reclamant in de gelegenheid is gesteld om ook te reageren op de AERIUS berekeningen. Van reclamant hebben wij op dit onderdeel van de zienswijze geen aanvullende reactie meer ontvangen.
Inmiddels is een AERIUS berekening en -rapportage opgesteld op basis van de meest recente calculator-versie. De conclusies zijn vergelijkbaar met de bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegde rapport. Het rapport wordt toegevoegd aan bijlage 7 van de toelichting op het bestemmingsplan. KK. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad RR. LL. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad SS. MM. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad TT. NN. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad UU.
27
Conclusie: De zienswijze geeft wel aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. - Er is een AERIUS berekening en -rapportage opgesteld op basis van de meest recente calculatorversie. Deze wordt toegevoegd aan bijlage 7 van de toelichting op het bestemmingsplan. - De ontwerptekeningen van de riolering worden opgenomen als bijlage bij het waterhuishoudkundig plan.
28
13. [Reclamant 13], [Adres 13]. Ontvangen op 28 maart 2022. Samenvatting reactie A. Reclamant geeft aan dat er onvoldoende onderzoek is verricht naar de gevolgen van het plan voor nabije flora en fauna. Er is onvoldoende gemotiveerd waarom de leefomgeving van diverse diersoorten moet wijken voor meerdere woningen. De redenen achter deze belangenafweging is onduidelijk. B. Reclamant heeft een milieuvergunning voor het houden van paarden waarin een afstand van minimaal 60 meter tot aan woningbouw is opgenomen. Deze afstand wordt met het voorgenomen plan overschreden. C. Het plangebied ligt volgens reclamant buiten de bebouwde kom en aan de westkant van Vaassen zou niet meer worden gebouwd. Dit is door de gemeente aangegeven in 2014. D. Het plan leidt volgens reclamant tot verstening en verdroging van het gebied, waardoor het natuurgebied schade zal leiden en omwonenden last krijgen van water in de weilanden. E. Het rioleringsplan is niet toegevoegd als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan. F. Het is volgens reclamant onduidelijk hoeveel m2 terras er bij elk huis aangelegd mag worden. Tevens vraagt reclamant zich af hoeveel m2 aan bijgebouw er per woning mag worden gebouwd. G. Het parkachtig karakter is volgens reclamant niet realistisch met de hoeveelheid huizen, schuren en parkeergelegenheden. H.
De vrijstaande woningen die voorzien zijn in het plan staan volgens reclamant te dicht bij natuurgrond. De woningen zullen te veel licht uitstralen richting de natuur, waardoor wilde dieren zullen worden afgeschrikt. I. Er wordt volgens reclamant geen rekening gehouden met verkeer in het kader van lichtuitstraling richting omliggend natuurgebied. J. Bij onderzoek naar asbest en verontreiniging hebben er volgens reclamant geen boringen plaatsgevonden op het erf van de woning. K. Volgens reclamant zal woningbouw leiden tot de verdwijning van het natuurlandschap en de vermindering van privacy in en om het huis van de reclamant. L. Reclamant vind het opvallend dat er buiten het bouwblok woningen mogen worden gebouwd. M. De planlocatie is volgens reclamant ongeschikt voor senioren vanwege de verre ligging van de faciliteiten in het dorp. N. Een gezondheidscheck op afstand, beeldbellen met een arts, deelauto’s en samen tuinieren en sporten zijn volgens reclamant al mogelijk en niet uniek aan het voorgenomen plan. O. Volgens reclamant zullen veel 55 plussers geen tijd hebben voor ‘noaberschap’. P. Volgens reclamant is in de gemeente Epe al voldoende gebouwd voor ouderen. Q. Reclamant geeft aan dat er binnen de bebouwde kom geschiktere locaties zijn voor woningbouw voor de doelgroep van het voorgenomen plan. R.
Reclamant geeft aan dat het plan al is ingetekend in de omgevingsvisie van de gemeente Epe, waarbij de bebouwde kom is veranderd en incorrect is ingetekend. S. Ondanks bezwaar van reclamant is de omgevingsvisie Epe vastgesteld met aanpassingen in de locatie van de bebouwde kom. Reclamant verwacht dat de tekening onjuist is. T. Volgens reclamant is de gemeente onjuist omgegaan met bezwaren van inwoners. Er zou onvoldoende geluisterd zijn naar de bezwaren en ze hebben tot dusver niet geleid tot aanpassingen van de plannen. Omwonenden zijn onvoldoende op de hoogte gehouden volgens reclamant.
29
Reactie gemeente A. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad C. B. In 2004 is de bestemming van de het adres gewijzigd naar ‘Wonen’. Het houden van paarden is bij deze bestemming toegestaan, mits hobbymatig en niet als ware bedrijfsmatig. Geconstateerd is dat reclamant 2 paarden en 5 pony’s houdt. De afstand van de paardenstal tot de nieuw te realiseren woningen is meer dan 25 meter. Er vindt geen opslag van mest plaats. Mede gelet op het voorgaande kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de voorziene woningen in Sprenghenparc worden gewaarborgd. C. Zie beantwoording van zienswijze 1 onder ad A. D. Sprenghenparc kent een parkachtige opzet met veel ruimte en voorzieningen voor de infiltratie van hemelwater binnen het plangebied. Centraal in de wijk wordt een wadi aangelegd, die het hemelwater van het noordelijke deel verzamelt en bovengronds afvoert naar een ondiepe vijver of wadi in het zuidelijke deel van het plangebied. Dit gebied ligt aanzienlijk lager. In de wadi en de vijver kan het hemelwater infiltreren in de bodem. Reclamant zal dan ook geen wateroverlast in zijn weilanden krijgen. E. De opmerking van reclamant is juist. De ontwerptekeningen van de riolering zijn per abuis niet opgenomen als bijlage bij het waterhuishoudkundig plan.
De tekeningen zijn daarom alsnog opgestuurd naar reclamant, waardoor reclamant in de gelegenheid is gesteld om ook te reageren op de ontwerptekeningen. Van reclamant hebben wij op dit onderdeel van de zienswijze geen aanvullende reactie meer ontvangen. F. Uniek aan het Sprenghenparc-concept is dat aan een groot deel van de uitgeefbare grond een groenbestemming gekoppeld is. Dit deel van het perceel mag niet als tuin worden ingericht maar dient als onderdeel van het park, met dezelfde groenbestemming, ingericht te worden. Terrassen en bijgebouwen mogen alleen worden gerealiseerd binnen de woonbestemming. Uit artikel 5.2.2 van de planregels volgt dat de gezamenlijke oppervlakte van de aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 60 m2. Overigens blijft op de meeste percelen geen 60 m2 over. G. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad T. H. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad JJ. I. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad JJ. J. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad UU. K. Reeds meermalen heeft de Raad van State uitgemaakt dat er geen recht bestaat op een onveranderd woon- en leefklimaat. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen.
Dus het onbetwiste gegeven dat het vrije uitzicht op natuur verandert maakt niet dat de raad moet afzien van de vaststelling van de voorgenomen planologische regeling. L. De opmerking van reclamant is onjuist. Er mogen geen woningen buiten de bouwvlakken worden gerealiseerd. Uit artikel 5.2.1 onder a van de planregels volgt dat een hoofdgebouw in casu een woonhuis binnen het bouwvlak dient te worden gebouwd. M. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad D. N. Zie de beantwoording van zienswijze 7 onder ad B. O. De opmerking van reclamant wordt voor kennisgeving aangenomen. P. De gemeente herkent zich niet in de opmerking van reclamant. De regionale Woonagenda Cleantech Regio 2018 - 2023 en de herijking daarvan in het Addendum voorzien voor de gemeente Epe in een forse woningbouwopgave. Omdat de vergrijzing toeneemt, wordt daarbij ook gezocht naar innovatieve woonconcepten met senioren als belangrijke doelgroep. Q. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad D. R. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad F. S. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad F. T. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad B. Conclusie: De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen - De ontwerptekeningen van de riolering worden opgenomen als bijlage bij het waterhuishoudkundig plan. 30
14. [Reclamant 14], [Adres 14]. Ontvangen op 29 maart 2022. Samenvatting reactie: A. Volgens reclamant ligt het plangebied te dicht aan de rand van een natuurgebied. B. Volgens reclamant zal de landelijke omgeving en sfeer verdwijnen. C. Er zullen volgens reclamant geen betaalbare woningen voor starters gerealiseerd worden. D. De plannen zullen naar verwachting van reclamant een negatief precedent scheppen voor toekomstige plannen. Reactie gemeente A. B. C. D.
Zie de beantwoording van zienswijze 6 onder ad B. Zie de beantwoording van zienswijze 13 onder ad K. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad S. Het is de gemeente niet duidelijk wat reclamant met deze opmerking bedoeld. Elk plan wordt zelfstandig getoetst aan vigerend beleid.
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
31
15. [Reclamant 15], [Adres 15]. Ontvangen op 29 maart 2022. Samenvatting reactie A. Reclamant verwacht dat uitbreiding zo dicht tegen het natuurgebied ten koste zal gaan van flora en fauna. B. Volgens reclamant is in 2014 aangegeven dat er aan de westkant van Vaassen niet meer gebouwd zou worden. C. Reclamant geeft aan dat er binnen de bebouwde kom geschikte locaties zijn waar dit project gerealiseerd zou kunnen worden, alsmede gebieden die al eerder zijn aangewezen als bouwlocatie. D. Reclamant verwacht dat er een gevaarlijke verkeerssituatie zal ontstaan vanwege een toename aan verkeersdrukte. E. Reclamant verwacht dat haar huis in waarde zal dalen omdat het uitzicht op het natuurgebied zal verdwijnen als gevolg van het voorgenomen plan. Reactie gemeente A. Zie de beantwoording van zienswijze 6 onder ad B. B. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad A. C. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad U. D. Zie de beantwoording van zienswijze 11 onder ad C. E. Zie de beantwoording van zienswijze 7 onder ad G. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
32
16. [Reclamant 16], [Adres 16]. Ontvangen op 29 maart 2022. Samenvatting reactie: A. Volgens reclamant zijn er voldoende andere locaties binnen de kernen van de gemeente Epe die minder kwetsbaar en minder beschermd zijn. Deze hebben om die reden voorrang als bouwlocatie. B. Volgens reclamant ligt een deel van het plangebied in de bebouwde kom en een deel erbuiten. De grenzen van de bebouwde kom in de omgevingsvisie van de gemeente Epe zijn incorrect ingetekend. C. Reclamant verwacht dat de voorgenomen bebouwing verdroging van zijn/haar tuin tot gevolg zal hebben. De grondwaterstand zou moeten worden opgehoogd om dit te voorkomen. D. Volgens reclamant zal de uitzicht op natuur vanaf de woning van de reclamant belemmerd worden, waardoor de woning in waarden zal verminderen. Bij aankoop was bebouwing in een deel van het plangebied niet toegestaan. Reclamant zal compensatie aanvragen vanwege planschade. E. Er is volgens reclamant in het kader van lichtvervuiling geen rekening gehouden met ramen en verkeer. Maatregelen om lichtvervuiling te voorkomen moeten ook worden gehandhaafd. F. Reclamant verwacht een toename en verandering aan verkeersbewegingen. Huidige verkeersdrempels zullen moeten vervangen/aangevuld door snelheidsvertragende maatregelen. G. Volgens reclamant zouden – i.v.m.
de verkeersveiligheid - de uitritten van de woningen langs de Woestijnweg niet op de Woestijnweg moeten uitkomen, maar op het terrein van Sprenghenparc zelf. H. Volgens reclamant zullen de geplande opritten vanuit de Woestijnweg alsmede een parkeerstrook langs diezelfde weg het beeld van een woonwijk versterken, in plaats van dat het op een natuurgebied of agrarisch gebied gaat lijken. I. Reclamant geeft aan dat de hondenuitlaatstrook - die als gevolg van het plan zal verdwijnen – een veelgebruikte voorziening is voor omwonenden. Er wordt geen alternatief geboden waardoor andere plekken overbelast zullen worden. J. Volgens reclamant zullen verschillende wilde dieren verstoord worden en een kleinere leefruimte krijgen als gevolg van het plan. K. De metingen van het bodem- en asbestonderzoek zijn op geselecteerde locaties verricht, waardoor er volgens reclamant geen compleet beeld ontstaat van eventuele vervuiling. L. Verkeersmetingen zijn tijdens de coronapandemie uitgevoerd, waardoor de metingen volgens reclamant afwijken van een normale situatie, zonder pandemie. M. Reclamant geeft aan dat het plan veel stenen bevat, wat in strijd is met het gemeentelijk beleid om verstening te voorkomen. Bestrating en betegeling rond de woningen zijn niet opgenomen in het plan. Deze zullen ook bijdragen aan verstening. N.
Volgens reclamant wordt er te weinig groen geplaatst langs de Woestijnweg. Het is een aaneensluiting van parkeerplaatsen. O. Volgens reclamant heeft het plan weinig van een park, aangezien het weinig groen bevat, en veel parkeerplaatsen en opritten. Dit past volgens reclamant niet bij de klimaatdoelen die minder verstening ambiëren. Reclamant stelt voor een groenstrook met geïntegreerde hondenuitlaatstrook aan de Woestijnweg. Reactie gemeente: A. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad U. B. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad U. C. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad Z. D. Zie de beantwoording van zienswijze 15 onder ad E. E. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad JJ. F. Zie de beantwoording van zienswijze 11 onder ad C. G. Het belangrijkste uitgangspunt van het Sprenghenparc concept is wonen in het groen. Sprenghenparc kent daarom een parkachtige opzet met veel ruimte voor groen. Binnen deze opzet is de aanleg van een extra weg waar de opritten vanuit de Woestijnweg op aansluiten niet
33
passend. Het aantal opritten dat uitkomt op de Woestijnweg is beperkt. Bovendien is in veel gevallen sprake van een dubbele inrit. H. De gemeente herkent zich niet in de opmerking van reclamant. Uitgangspunt van Sprenghenparc is wonen in het groen. Om de groene uitstraling van het plangebied te versterken, wordt de bestaande bomenrij langs de Woestijnweg doorgetrokken richting het westen. Deze bomen zullen dominant worden in het beeld van de zuidzijde van de Woestijnweg. I. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad K. J. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad C. K. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad UU. L. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad J. M. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad C. N. Zie de beantwoording van deze zienswijze onder ad H. O. De gemeente herkent zich niet in de opmerking van reclamant. De parkachtige opzet van Sprenghenparc biedt ruimte aan verschillende groene elementen, zoals moestuinen, een boomgaard en plantsoenen. Op deze manier wordt een positieve bijdrage geleverd aan het in stand houden van de lokale biodiversiteit. Voor de overige beantwoording wordt verwezen naar zienswijze 10 onder ad K. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen
34
17. [Reclamant 17], [Adres 17]. Ontvangen op 29 maart 2022. Samenvatting reactie A. Reclamant geeft aan ontevreden te zijn dat het plangebied dichtbij een natuurgebied ligt. B. Volgens reclamant is de voorziene locatie ongeschikt voor senioren, vanwege de verre ligging tot voorzieningen. De locatie bij de Koekoek is volgens reclamant een logischere keuze. C. Volgens reclamant zou er prioriteit moeten gaan naar huurwoningen voor starters en mensen met een laag inkomen. Reactie gemeente A. Zie de beantwoording van zienswijze 6 onder ad B. B. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad D. C. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad S. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
35
18. [Reclamant 18], [Adres 18]. Ontvangen op 29 maart 2022. Samenvatting zienswijze A. Volgens reclamant zal bouwen bij natuurgebied Korte Broek risicovol zijn voor de hele omgeving van het te bouwen areaal. Reclamant verwacht dat de lage delen van het plangebied zullen moeten worden bemaald en dat dit als gevolg heeft verdroging en verspilling van schoon grondwater. Reclamant geeft aan dat het nodig is nulmetingen te verrichten om later milieu- en natuurschade te kunnen vaststellen. B. Reclamant heeft twijfel bij de onafhankelijkheid van de betrokken onderzoeksbureaus. Dit omdat Buro Stedebouw en Gras Advies beide onderdeel zijn van Dagnl en beide hebben gewerkt in opdracht van de Stichting Sprenghenparc. C. Reclamant vraagt zich af hoe de intentie ‘wateroverlast te voorkomen en om meer water in de grond te krijgen om droogte te voorkomen en met water te bufferen’ uit het Delta Programma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) zich verhoudt tot het geven van toestemming voor de bouw van 64 woningen in een kwetsbare omgeving. D. Reclamant is verbaast dat op de website van het waterschap noch de website van Gelders Landschap en Kastelen iets te vinden is over Sprenghenparc. E. Reclamant vraagt de gemeente Epe om het dossier ‘verdroging van de Veluwe’ (tijdschrift de Wijerd, maart 2022) in acht te nemen. Reactie gemeente A. In het plangebied wordt geen drainage aangebracht.
Hiermee wordt voorkomen dat het grondwater versneld wordt afgevoerd en de grondwaterstand wordt verlaagd. Uit het waterhuishoudkundige rapport (bijlage 5 bij de toelichting) is gebleken dat ten opzichte van de bestaande situatie evenveel water wordt geïnfiltreerd en afgevoerd. De nieuwe inrichting heeft daarom geen negatieve effecten op het grondwatersysteem. B. Gras Advies is een onafhankelijk bureau in de groene buitenruimte. Buro Stedenbouw is een onafhankelijk ontwerpbureau op het gebied van stedenbouw en ruimtelijke ordening. Dat beide onderzoeksbureaus onderdeel zijn van Dagnl maakt voor de onafhankelijkheid van de opgeleverde onderzoeken geen verschil. Verder worden alle aangeleverde onderzoeken door de vakspecialisten binnen de gemeente gecontroleerd. C. Sprenghenparc kent een parkachtige opzet met veel ruimte en voorzieningen voor de infiltratie van hemelwater binnen het plangebied. Centraal in de wijk wordt een wadi aangelegd, die het hemelwater van het noordelijke deel verzamelt en bovengronds afvoert naar een ondiepe vijver of wadi in het zuidelijke deel van het plangebied. Dit gebied ligt aanzienlijk lager. In de wadi en de vijver kan het hemelwater infiltreren in de bodem. Bij extreme piekbuiten wordt het overtollige water vertraagd afgevoerd naar de C-watergang aan de zuidzijde van het plangebied. D.
Bij de ontwikkeling van Sprenghenparc is overleg gevoerd met zowel het Waterschap als Gelders Landschap. Beide partijen zijn aldus betrokken bij de planvorming. Het is vervolgens aan deze partijen zelf of zij dit willen communiceren via de website. E. De gemeente neemt de opmerking van reclamant voor kennisgeving aan.
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
36
19. [Reclamant 19], [Adres 19]. Ontvangen op 30 maart 2022. Samenvatting zienswijze A. Reclamant geeft aan dat het plangebied buiten de bebouwde kom ligt. Aan de westkant van Vaassen zou niet meer worden gebouwd. Volgens reclamant zijn er voldoende andere plekken binnen de bebouwde kom, zoals het terrein bij de Koekoek. B. Reclamant maakt zich zorgen om de omliggende natuur en de wilde dieren in het gebied. C. Reclamant verwacht een waardevermindering van zijn/haar woning omdat het uitzicht op natuur belemmerd zal worden als gevolg van het plan. Reactie gemeente A. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad A. B. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad C. C. Zie de beantwoording van zienswijze 7 onder ad G. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
37
20. [Reclamant 20], [Adres 20]. Ontvangen op 30 maart 2022. Samenvatting zienswijze A. Reclamant geeft aan bezwaar te hebben tegen de geplande wijziging om de bebouwde kom Vaassen tot de Kortebroekerweg te vergroten. B. Reclamant geeft aan bezwaar te hebben tegen het bouwen in het gebied tussen de Woestijnweg en Kouwenaarspad richting de Egelbeek. Dit in verband met het daargelegen natuurgebied Kortebroek en een strook Natura-2000 gebied langs de Egelbeek. Reclamant verwacht dat flora, fauna en waterhuishouding zullen worden beïnvloed, waardoor het gebied zal gaan veranderen/verdwijnen. C. Reclamant verwacht een verlaging van het grondwaterpeil als gevolg van bemaling in het plangebied. Reactie gemeente A. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad A. B. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad C en zienswijze 6 onder ad B. C. Zie de beantwoording van zienswijze 18 onder ad A. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
38
21. [Reclamant 21], [Adres 21]. Ontvangen op 30 maart 2022. Samenvatting zienswijze A. Volgens reclamant wijkt het geplande appartementencomplex erg af van de rest van het plan. De hoogte en ligging van het complex hebben naar verwachting grote impact op de privacy van de reclamant. B. Volgens reclamant worden de appartementen verhuurd als sociale huurwoningen. Reclamant zou echter graag woningen toegewezen hebben aan senioren. C. Reclamant pleit voor voldoende aandacht aan de groeninrichting tussen het perceel van de reclamant en het appartementencomplex. Deze strook zou volgens reclamant in eigen beheer moeten worden aangelegd en onderhouden, en daarom de bestemming wonen/tuin moeten krijgen. D. Om overlast te verkleinen zou volgens reclamant de vleugel van het complex naast het perceel van de reclamant verlaagd moeten worden tot één enkele laag. E. Volgens reclamant zal de extra voetgangersingang aan de zuidoostzijde van het appartementencomplex leiden tot hangplekken nabij het huis van de reclamant. Deze ingang heeft volgens reclamant ook geen toegevoegde waarde. De hier gelegen brievenbussen zouden naar de noordoostzijde kunnen worden verplaatst. F. Reclamant verwacht dat de geplande ontsluiting aan de Woestijnweg zal leiden tot meer verkeersdrukte, overlast en belemmeringen voor omwonenden. Reactie gemeente A.
Het appartementencomplex heeft aan de zuidzijde twee lagen met een maximale bouwhoogte van 7 meter, en aan de oostzijde 3 lagen met een maximale bouwhoogte van 10 meter. Reclamanten zijn woonachtig aan de zuidzijde van het appartementencomplex, waar een maximale bouwhoogte geldt van 7 meter, gelijk aan de bouwhoogte van de grondgebonden woningen, al is de tweede bouwlaag nu een volwaardige woning. Bovendien is de afstand tussen de gevel van de woning van reclamanten en het geplande appartementencomplex minimaal 25 meter, waardoor naar het oordeel van de gemeente geen sprake is van een van een onevenredige afname van privacy. B. De opmerking van reclamant is niet ruimtelijk relevant. Bovendien dient binnen de gemeente Epe ook te worden voorzien in de behoefte aan sociale huurwoningen. Dit is vastgelegd in de Woonagenda gemeente Epe 2019-2023 MIJN THUIS. C. Reclamant geeft aan een gedeelte van de groenstrook ten zuiden van het plangebied, tussen het Kouwenaarspad 20 en het geplande appartementencomplex, graag in eigen beheer aan te willen leggen en onderhouden. Echter, in het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor wat betreft de realisatie én instandhouding van de groenvoorzieningen (zie artikel 5.2.4.1 van de planregels) door de initiatiefnemer. Ook is in de ontwikkelingsovereenkomst met de initiatiefnemer een onderhoudsverplichting opgenomen.
De inrichting is weergegeven in het Stedenbouwkundig Plan (bijlage 1 bij de regels): bomen in de groenstrook en een haag langs de perceelgrens van reclamant. De gemeente wenst vast te houden aan de uitgangspunten van deze inrichting, waarbij de exacte invulling in overleg tussen initiatiefnemer, reclamant en gemeente kan worden besproken. Reclamant verzoek daarnaast om een gedeelte van de huidige bestemming ‘Groen’ om te zetten naar de bestemming ‘Wonen’ of ‘Tuin’, om zo de groenstrook passend in te kunnen richten, in lijn met de tuin van reclamant. Een dergelijke bestemmingswijziging maakt echter naar het oordeel van de gemeente ook andere, niet gewenste, ontwikkelingen mogelijk. Voor de handhaafbaarheid van de kwaliteit van de inrichting van de gemeenschappelijke groengebieden in Sprenghenparc is het wenselijk eigendom, beheer en onderhoud zoveel mogelijk in één hand te houden. D. Zie de beantwoording van deze zienswijze onder ad A. E. Niet wordt ingezien waarom op deze locatie een hangplek zal ontstaan. De extra voetgangersingang aan de zuidoostzijde dient ervoor dat bewoners van het appartementencomplex ook een goede toegang hebben tot een aantrekkelijk Sprenghenparc. F. Zie de beantwoording van zienswijze 11 onder ad C. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
39
22. [Reclamant 22], [Adres 22]. Ontvangen op 31 maart 2022. Samenvatting reactie A. Volgens reclamant is er geen vraag naar grote huizen. Omwonende bejaarden zijn juist op zoek naar een kleiner huis zodat er ruimte komt voor starters en gezinnen. Grote huizen bouwen is dus geen goede investering. B. Het plangebied is volgens reclamant geen geschikte locatie voor ouderen omdat de afstand tot het dorp en voorzieningen groot is. C. Volgens bestemmingsplan (buitengebied Epe) heeft het plangebied de bestemming agrarisch. D. De geplande bouw komt volgens reclamant gevaarlijk dichtbij natuurgebieden, waardoor de rust hier wordt verstoord. Reactie gemeente A. De gemeente herkent zich niet in de opmerking van reclamant. De rijwoningen en (half)vrijstaande bungalows worden voorzien van één bouwlaag met kap, met een goothoogte van maximaal 4 meter en een nokhoogte van maximaal 7 meter. Verder is het bouwvlak voor een vrijstaande woning maximaal 120 m2, waardoor geen sprake is van grote woningen. B. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad D. C. Het plangebied heeft thans een Agrarische bestemming. Om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te kunnen maken is het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan vormt het nieuwe planologische kader om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te maken. D.
Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad C. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
40
23. [Reclamant 23], [Adres 23]. Ontvangen op 31 maart 2022. Samenvatting reactie A. Volgens reclamant houdt de gemeente Epe zich niet aan haar afspraken. Ze zou meer naar de burgers moeten luisteren en niet voor het geld moeten gaan. Reactie gemeente A. Met de realisatie van Sprenghenparc wordt invulling gegeven aan een grote woningbouwopgave. Bovendien past de locatie binnen de beleidskaders uit de Omgevingsvisie en de Woonagenda. De realisatie van Sprenghenparc is een particulier initiatief, en levert geen geldelijk voordeel voor de gemeente Epe op. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
41
24. [Reclamant 24], [Adres 24]. Ontvangen op 31 maart 2022. Samenvatting reactie A. Volgens reclamant zou de initiatiefnemer onterecht hebben aangegeven dat er in de omliggende buurten geen ‘noaberschap’ is. B. Volgens reclamant is het plan geen park te noemen gelet op het grote oppervlak aan straatstenen. Dit zou strijdig zijn met het gemeentelijk beleid om verstening tegen te gaan. Naast bebouwing, wegen en parkeerplaatsen zouden hier ook nog niet ingetekende terrassen en paden bij komen. Volgens reclamant zou halfverharde wegen beter zijn, ook omdat water zo beter de bodem in kan trekken. C. Reclamant geeft aan dat het plan niet voorziet in een vervanging van het hondenuitlaatgebied wat zal verdwijnen als gevolg van het plan. D. Reclamant vindt het opmerkelijk dat deel van het plangebied niet openbaar zal zijn, terwijl eerder is toegezegd dat het geheel openbaar zou zijn. E. Reclamant heeft bezwaar tegen het grote aantal woningen dat in het plan wordt gerealiseerd. Ook verwacht reclamant dat de woningen te prijzig worden voor veel ouderen. F. Ook verwacht reclamant dat de woonlasten hoger zullen worden vanwege de bijdrage aan de VvE. Het criterium voor de woningen zou dan ook niet alleen de kale koopprijs moeten zijn, maar de totale woonlast. G.
De verwachte hoge woonlasten zullen volgens reclamant ervoor zorgen dat veel woningen naar mensen van buiten de gemeente Epe gaan, waardoor er geen betaalbare huizen beschikbaar komen voor jongere gezinnen. H. Reclamant geeft aan dat er ruimte wordt geboden tot bijbouwen aanvullend op het voorgenomen plan. I. Volgens reclamant zal de maximale bouwhoogte van drie meter voor overige bouwwerken leiden tot een (nog) voller aanzicht. J. Volgens reclamant gaat het plan ten koste van natuur. Vrij uitzicht op natuur verdwijnt. K. Reclamant vindt het onacceptabel dat het plan mogelijkheden biedt om de al uitgedunde bomenrij te rooien, terwijl er al genoeg groen wordt opgeofferd met dit plan. Reactie gemeente A. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad B. B. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad C. C. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad K. D. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad L. E. De regionale Woonagenda Cleantech Regio 2018 - 2023 en de herijking daarvan in het Addendum voorzien voor de gemeente Epe in een forse woningbouwopgave. Deze opgave moet zowel tot stand komen door transformatie en door uitbreiding. Daarbij wordt gezocht naar innovatieve woonconcepten met senioren als belangrijke doelgroep. De voorgenomen ontwikkeling van 65 woningen draagt bij aan de invulling van de regionale woningbouwopgave.
Voor wat betreft de prijsklassen geldt het volgende. Het woningbouwprogramma voorziet in de bouw van 65 woningen. Daarvan worden 29 appartementen door de woningbouwcorporatie verhuurd als sociale huurwoningen. Verder worden 14 grondgebonden woningen in de categorie middeldure huur of middeldure koop gerealiseerd. De 16 twee-onder-één-kapwoningen en de 6 vrijstaande woning worden in de vrije sector gerealiseerd. Daarmee voorziet het woningbouwprogramma in een gedifferentieerd aanbod in diverse prijsklassen. F. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad W. G. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad V. H. De opmerking van reclamant is juist. De regels voor aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen zijn opgenomen in artikel 5.2.2 van de planregels. Daarbij geldt dat het bouwen van vrijstaande bijgebouwen niet is toegestaan, en dat de afstand tot de voorgevel van het gebouw en het verlengde daarvan niet meer mag bedragen dan 60 m2. I. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad II. J. Zie de beantwoording van zienswijze 13 onder ad K. K. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad PP.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
42
25. [Reclamant 25], [Adres 25]. Ontvangen op 31 maart 2022. Samenvatting reactie A. Reclamant geeft aan dat er onder het huidige bestemmingsplan geen woningbouw gebouwd mag worden gerealiseerd. B. Volgens reclamant zijn er voldoende andere – minder kwetsbare of beschermde – locaties die voorrang zouden moeten hebben als bouwlocaties. C. Volgens reclamant ligt een deel van het plangebied in de bebouwde kom en een deel erbuiten. De grenzen van de bebouwde kom in de omgevingsvisie van de gemeente Epe zijn incorrect ingetekend. D. Volgens reclamant zal het plan leidden tot (meer) verdroging in de omgeving. De gemeente Epe zou maatregelen moeten treffen om het grondwater op peil te houden. E. Reclamant verwacht een toename en verandering aan verkeersbewegingen. Huidige verkeersdrempels zullen moeten vervangen/aangevuld door snelheidsvertragende maatregelen. Uitritten zouden volgens reclamant niet op de Woestijnweg moeten uitkomen, maar op het plangebied zelf. Dit zou ook tot minder lichtvervuiling leiden. F. Volgens reclamant zal een deel van een hondenuitlaatgebied verdwijnen als gevolg van het plan. Een alternatief voor het uitlaatgebied is niet voorzien in het plan, waardoor andere uitlaatplekken zullen worden overbelast. G. Volgens reclamant zullen verschillende wilde dieren verstoord worden en een kleinere leefruimte krijgen als gevolg van het plan. H.
De metingen van het bodem- en asbestonderzoek zijn op geselecteerde locaties verricht, waardoor er volgens reclamant geen compleet beeld ontstaat van eventuele vervuiling. I. Verkeersmetingen zijn tijdens de coronapandemie uitgevoerd, waardoor de metingen volgens reclamant afwijken van een normale situatie, zonder pandemie. J. Reclamant geeft aan dat het plan veel stenen bevat, wat in strijd is met het gemeentelijk beleid om verstening te voorkomen. Bestrating en betegeling rond de woningen zijn niet opgenomen in het plan. Deze zullen ook bijdragen aan verstening. K. Volgens reclamant wordt er te weinig groen geplaatst langs de Woestijnweg. Het is een aaneensluiting van parkeerplaatsen. L. Volgens reclamant heeft het plan weinig van een park, aangezien het weinig groen bevat, en veel parkeerplaatsen en opritten. Dit past volgens reclamant niet bij de klimaatdoelen die minder verstening ambiëren. Reclamant stelt voor een groenstrook met geïntegreerde hondenuitlaatstrook aan de Woestijnweg. Reactie gemeente A. Zie de beantwoording van zienswijze 22 onder ad C. B. Er is in voorgaande periodes uitvoerig gezocht naar locaties voor het realiseren van het SprenghenParc-concept. De initiatiefnemer is overtuigd dat deze locatie goed passend is. Voor de overige beantwoording wordt verwezen naar zienswijze 1 onder ad A. C.
Vragen omtrent de voorbereiding en vaststelling van de Omgevingsvisie worden in het kader van deze bestemmingsplanprocedure niet relevant geacht. D. Sprenghenparc kent een parkachtige opzet met veel ruimte en voorzieningen voor de infiltratie van hemelwater binnen het plangebied. Centraal in de wijk wordt een wadi aangelegd, die het hemelwater van het noordelijke deel verzamelt en bovengronds afvoert naar een ondiepe vijver of wadi in het zuidelijke deel van het plangebied. Dit gebied ligt aanzienlijk lager. In de wadi en de vijver kan het hemelwater infiltreren in de bodem. Zie verder ook het waterhuishoudkundig plan (bijlage 5 bij de toelichting). E. Op basis van het verkeersonderzoek (bijlage 2 bij de toelichting) kan geconcludeerd worden dat de verkeersgeneratie weliswaar toeneemt, maar dat de intensiteiten ook met de verkeersgeneratie van het Sprenghenparc-verkeer nog goed passen op een erftoegangsweg. Verder geldt dat de gereden snelheden op de Woestijnweg hoger zijn dan wenselijk vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid.
43
F. Bij de uitwerking van de plannen wordt daarom rekening gehouden met snelheidsremmende maatregelen. Zie verder ook de beantwoording van zienswijze 11 onder ad C. G. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad K. H. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad C. I. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad UU. J. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad J. K. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad C. L. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad PP. M. Zie de beantwoording van zienswijze 16 onder ad O. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
44
26. [Reclamant 26], [Adres 26]. Ontvangen op 31 maart 2022. Samenvatting reactie: A. Reclamant verwacht dat het plan zijn/haar uitzicht op omliggende natuur zal belemmeren. B. Volgens reclamant zal een deel van een hondenuitlaatgebied verdwijnen als gevolg van het plan. Een alternatief voor het uitlaatgebied is niet voorzien in het plan. Omliggende uitlaatgebieden zullen hierdoor overbelast raken. C. Volgens reclamant zijn een aantal potentiële locaties niet meegenomen in de planvorming. Ook ontbreekt er volgens reclamant een motivering waarom er niet van die locaties gebruik wordt gemaakt, en waarom deze locatie gekozen is. D. Tijdens een bespreking over de Omgevingsvisie zou een foto van de planlocatie zijn laten zien. Volgens reclamant hebben meerdere deelnemers aangegeven de huidige situatie te willen behouden. E. Volgens reclamant is niet beschreven op welke manier een deel van het plangebied wordt opgehoogd. F. Volgens reclamant zal het plan leidden tot (meer) verdroging in de omgeving. Maatregelen om het grondwater op peil te houden worden niet genoemd in het plan. G. Volgens reclamant is het plan geen park te noemen gelet op het grote oppervlak aan straatstenen. Hiernaast zouden hier ook nog niet ingetekende terrassen en paden bij komen. H.
Reclamant geeft aan dat het rioleringsplan ontbreekt en verwacht dat er veel water zal worden afgevoerd via niet alleen de wadi, maar ook het riool. I. Volgens reclamant zullen wilde dieren verdrongen worden naar andere stukken land als gevolg van het plan. Reclamant pleit om het lage deel van het plangebied terug te geven aan de natuur – eventueel met wandelpaden - aangezien er wilde dieren zijn waargenomen. J. Volgens reclamant zijn er voldoende andere – minder kwetsbare of beschermde – bouwlocaties in Vaassen. K. Volgens reclamant is er sprake van leeftijdsdiscriminatie, omdat alleen ouderen in de nieuwe woningen zouden mogen wonen. L. Reclamant vindt het opmerkelijk dat deel van het plangebied niet openbaar zal zijn, waardoor het uitzicht van omwonenden wordt ontnomen. Het zal bestaande onvrede in de buurt hierover aanwakkeren. M. Reclamant vindt het opvallend dat hij/zij in de afgelopen twee jaar geen enkel gemeenteraadslid heeft gezien in de omgeving van het plangebied om te vragen hoe de buurt over de plannen denkt, ondanks dat de buurt actie heeft gevoerd tegen de plannen. Reactie gemeente: A. Zie de beantwoording van zienswijze 13 onder ad K. B. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad K. C. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad A en ad D. D. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad F. E.
Een beschrijving van de manier waarop het plangebied wordt opgehoogd is terug te vinden in het waterhuishoudkundig plan (bijlage 5 van de toelichting). De ophoging van het maaiveld zal waar mogelijk met taluds 1:4 gebeuren vanaf aangrenzende terreinen. Aan de westkant van het plangebied is hiervoor geen ruimte. Hier is gekozen voor het toepassen van een talud 1:2. F. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad Z. G. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad C. H. De opmerking van reclamant is juist. De ontwerptekeningen van de riolering zijn per abuis niet opgenomen als bijlage bij het waterhuishoudkundig plan. De tekeningen zijn daarom alsnog opgestuurd naar reclamant, waardoor reclamant in de gelegenheid is gesteld om ook te reageren op de ontwerptekeningen. Van reclamant hebben wij op dit onderdeel van de zienswijze geen aanvullende reactie meer ontvangen. I. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad C. J. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad U. K. Zie de beantwoording van zienswijze 3 onder ad E. L. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad L. M. De opmerking van reclamant wordt voor kennisgeving aangenomen.
45
Conclusie: De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. - De ontwerptekeningen van de riolering worden opgenomen als bijlage bij het waterhuishoudkundig plan.
46
27. [Reclamant 27], [Adres 27]. Ontvangen op 31 maart 2022. Samenvatting reactie A. Volgens reclamant is het plan geen park te noemen gelet op het grote oppervlak aan straatstenen. Dit zou strijdig zijn met het gemeentelijk beleid om verstening tegen te gaan. Naast bebouwing, wegen en parkeerplaatsen zouden hier ook nog niet ingetekende terrassen en paden bij komen. Volgens reclamant zou halfverharde wegen beter zijn, ook omdat water zo beter de bodem in kan trekken. B. Volgens reclamant gaat het plan ten koste van natuur. Vrij uitzicht op natuur verdwijnt. C. Volgens reclamant geeft het beeldkwaliteitsplan een vertekend beeld van de werkelijkheid. Twee parkeerplaatsen en een appartementencomplex zijn hierin niet ingetekend. D. Verkeersmetingen zijn tijdens de coronapandemie uitgevoerd. Dit geeft volgens reclamant een verkeerd beeld van de situatie omdat in deze periode veel mensen thuis werkten en daardoor minder reisden. E. Volgens reclamant zal een deel van een hondenuitlaatgebied verdwijnen als gevolg van het plan. Een alternatief voor het uitlaatgebied is niet voorzien in het plan. F. Volgens reclamant wordt de kans op ongelukken groter als gevolg van de voorziene opritten bij woningen aan de Woestijnweg. Vanaf de opritten is er weinig zicht op de weg vanwege parkeervakken met geparkeerde auto’s.
Reclamant stelt voor de opritten aan de achterzijde van de huizen te plaatsen, zodat er ook meer groen ontstaat aan de kant van de Woestijnweg. G. Reclamant vindt het opmerkelijk dat deel van het plangebied niet openbaar zal zijn, terwijl eerder is toegezegd dat het geheel openbaar zou zijn. H. Reclamant vraagt zich af of goede voornemens in de praktijk wel worden gerealiseerd. I. Volgens reclamant zal het plan leidden tot (meer) verdroging in de omgeving. Het plan biedt geen maatregelen om het grondwater op peil te houden. Reactie gemeente A. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad C. B. Zie de beantwoording van zienswijze 26 onder ad A. C. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad D. D. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad J. E. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad K. F. Reactie nog afstemmen. G. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad L. H. De opmerking van reclamant wordt voor kennisgeving aangenomen. I. Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad Z. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
47
28. [Reclamant 28], [Adres 28]. Ontvangen op 28 maart 2022. Samenvatting reactie De zienswijze is gelijkluidend met zienswijze nr.10. Voor een samenvatting van de zienswijze wordt daarom volstaan met een verwijzing naar zienswijze nr.10. Reactie gemeente Zie de beantwoording van zienswijze 10 onder ad A tot en met ad VV. Conclusie: De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Hiervoor wordt verwezen naar de conclusie van zienswijze 10.
48
Bijlage 1: Verslag hoorzittingen Hoorzittingen mei 2022 Hoorzittingen Ontwerp bestemmingsplan Sprenghenparc Vaassen (Zaak 369000) Aanleiding: Datum: Aanwezig:
Zienswijze d.d. 23 maart 2022 [Reclamant 7] 11 mei 2022, 13.00 uur; [Reclamant 7], en namens de gemeente: Wethouder B.J. Aalbers en mevrouw K.C.M. Olieman (secretaris)
De portefeuillehouder geeft aan dat de hoorzitting uitsluitend is bedoeld om te horen. Een herhaling van de schriftelijke zienswijze is niet nodig. Reclamant woont 100 meter van het plangebied en ziet liever grasland of een stuk mais dan woningen. Reclamant vindt dat schaarse buitengebieden juist in een omgeving als deze zoveel mogelijk behouden moeten worden. Reclamant vindt dat het plan ontoereikend gemotiveerd wordt. Het blijft onduidelijk waarom gekozen is voor dit plan op deze plek. Reclamant vindt het ergerlijk dat het plan zo slecht gemotiveerd is. Hoe kan het zo zijn dat het college voor dit plan heeft gekozen? De gemeente toetst het plan aan het eigen beleid, daaruit blijkt: plan past niet. Vervolgens zegt de gemeente: het plan past toch wel want het is getoetst aan de uitgangspunten van het beleid. Wat die uitgangspunten zijn, dat staat er niet bij. Dat is voor een overheidsorganisatie een ontoereikende motivering vindt reclamant. Dat er een bouwopgave ligt is begrijpelijk. Dat je evenwicht zoekt tussen vrije sector en sociale huur is ook duidelijk. Niet gemotiveerd is, ook niet tijdens de vraag en antwoordsessies: waarom juist op deze plek? Waarom is er niet gekozen voor een plek in de bebouwde kom? De gemeente moet de beschikbare locaties als uitgangspunt nemen en niet een plek gaan zoeken voor een bepaald initiatief. Dat is veel logischer vindt reclamant.
Waarom heeft het college dit zo bedacht? Spelen er nog andere dingen dan worden benoemd? Reclamant wil onderzoeken bij het kadaster wie eigenaar is. Wat de rol van de stichting is. Reclamant is bang voor verloedering. Er is immers geen sprake van afdwingbare medewerking voor netjes bijhouden van de omgeving, het gaat veelal om eigen woningen. De woningen zijn voor senioren bestemd, maar hoe gaat dat straks in de praktijk? De wethouder legt de verdere procedure uit. De zienswijzennota gaat met verslag hoorzittingen naar de raad. Voor de commissievergadering ontvangen indieners van zienswijzen een uitnodiging. Aanleiding: Datum: Aanwezig:
Zienswijze d.d. 29 maart 2022 van [Reclamant 17] 11 mei 2022, 13.30 uur; [Reclamant 17] en namens de gemeente: Wethouder B.J. Aalbers en mevrouw K.C.M. Olieman (secretaris)
De wethouder legt de procedure uit. Reclamant heeft een zienswijze ingediend vanwege de dreigende aantasting van de natuur in dit gebied. Er is in deze omgeving al steeds minder natuur. Juist Korte Broek is een uniek stuk natuur. Dat gebied is juist verschraald ten behoeve van meer dieren en planten. Er bloeit en leeft nu ontzettend veel wat onderscheidend is. Waarom worden juist tegen dit gebied seniorenwoningen aangebouwd? Het is op enige afstand, maar het zal wel degelijk impact hebben op dit gebied. De bouw zorgt voor veel meer druk op het gebied zowel tijdens als na de bouw. Reclamant denkt ook aan het Nonnenbos, daar is ook een stuk prachtige natuur, maar dit is nu niet meer toegankelijk. Laat hier niet weer een stuk natuur verloren gaan. Senioren willen bovendien juist in het dorp, dichtbij voorzieningen, wonen en niet op deze plek. Zelfs mensen uit Friesland en Groningen komen speciaal voor dit uniek stukje natuur vanwege de biodiversiteit. Het is zonde als dit straks verdwijnt. Reclamant hoopt dat het plan niet wordt uitgevoerd. Het plan zal ook voor reeën e.d. invloed hebben. Als er straks hekken geplaats worden kunnen ze geen kant meer op. De wethouder legt het vervolg van de procedure uit.
49
Aanleiding: Datum: Aanwezig:
Zienswijze d.d. 25 maart 2022 van [Reclamant 10] en zienswijze d.d. 25 maart 2022 van [Reclamant 28] 11 mei 2022, 14.00 uur; [Reclamant 10], en [Reclamant 28], en namens de gemeente: Wethouder B.J. Aalbers en mevrouw K.C.M. Olieman (secretaris)
Beide reclamanten hebben ieder een eigen zienswijze ingediend. Tijdens de hoorzitting voeren zij allebei het woord. De wethouder legt de procedure van de hoorzitting uit. Reclamant is zeer gehecht aan al het groen in het plangebied. Reclamant snapt niet waarom de naam Sprenghenparc wordt gebruikt, dit is een aanfluiting. Wat reclamant betreft is het plan een vernieling van de beweging van de sprengen, o.a. van de Egelbeek. Het betrokken gebied zal straks gedraineerd moeten worden. ’s Winters staan er nu veel plassen rond de tennishal. Straks wordt al dat water afgevoerd op het Gelders landschap. Wat blijft er straks nog over van de Egelbeek als het extra water van zoveel extra woningbouw moet worden afgevoerd? Is dit wel goed doordacht? Reclamant woont hier al vanaf 1973. Deze ontwikkeling gaat reclamant aan het hart. Het is nu nog een prachtig natuurgebied. Er is woningnood, maar waarom worden er zulke dure woningen gebouwd? Wie komen er straks wonen, mensen van buiten de gemeente? Hoe gaat dat samen met naoberschap? Er is al volop naoberschap in het bestaande dorp. Rond 2004 lag er een plan voor nieuwbouw van de Speulbrink. Uiteindelijk gingen de plannen niet door omdat er van de provincie niet gebouwd mocht worden aan die kant van Vaassen.