533663 Zienswijzennota ontwerpbestemmingsplan Sprenghenparc [ VOLLEDIG ANONIEM] versie 2
Tekst van het document
Zienswijzennota <Anoniem> Ontwerpbestemmingsplan Sprenghenparc Vaassen
1. Inleiding Achtergrond Sprenghen Parc Realisatie BV (hierna: initiatiefnemer) heeft het voornemen om op de locatie aan de Woestijnweg ter hoogte van het Kouwenaarspad in Vaassen (hierna: het plangebied) 65 woningen te ontwikkelen. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de geldende bestemmingsplannen ‘Buitengebied Epe’ en 'Vaassen Zuid en West', zoals vastgesteld op 23 maart 2017 en 25 maart 2009. Om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te kunnen maken is het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Het bestemmingsplan vormt het nieuwe planologische kader om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te maken. Ontvangen zienswijzen De voorliggende zienswijzennota bevat de verantwoording van de binnengekomen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan Sprenghenparc. Met ingang van 18 februari 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Ook kon het plan via www.ruimtelijkeplannen.nl worden geraadpleegd. Gedurende de genoemde periode zijn 28 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn ingediend. Verder dienen zienswijzen aan enkele eisen te voldoen: ondertekening, naam en adres van de indiener, dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen de zienswijze is gericht, en de gronden van de zienswijze. De zienswijzen voldoen aan deze eisen.
Van de binnengekomen zienswijzen wordt in hoofdstuk 2 een samenvatting weergegeven, voorzien van een gemeentelijke reactie. Hoorzittingen De indieners van een zienswijze zijn uitgenodigd om deze zienswijze mondeling te komen toelichting. Een aantal reclamanten heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. De samenvatting van de zienswijzen van deze reclamanten zijn waar nodig aangevuld met de tijdens de hoorzittingen aangedragen aanvullende punten. Een verslag van de hoorzittingen is als bijlage bij deze nota toegevoegd.
2
Inhoudsopgave 1. Inleiding .............................................................................................................................................. 2 2. Zienswijzen......................................................................................................................................... 4 1. [Reclamant 1], [Adres 1]. Ontvangen op 22 februari 2022........................................................... 4 2. [Reclamant 2], [Adres 2]. Ontvangen op 24 februari 2022........................................................... 6 3. [Reclamant 3], [Adres 3]. Ontvangen op 3 maart 2022................................................................ 7 4. [Reclamant 4], [Adres 4]. Ontvangen op 3 maart 2022................................................................ 8 5. [Reclamant 5], [Adres 5]. Ontvangen op 17 maart 2022.............................................................. 9 6. [Reclamant 6], [Adres 6]. Ontvangen op 18 maart 2022............................................................ 10 7. [Reclamant 7], [Adres 7]. Ontvangen op 23 maart 2022............................................................ 11 8. [Reclamant 8], [Adres 8]. Ontvangen op 24 maart 2022............................................................ 14 9. [Reclamant 9], [Adres 9].
Ontvangen op 24 maart 2022............................................................ 15 10. [Reclamant 10], [Adres 10]. Ontvangen op 25 maart 2022. .................................................... 16 11. [Reclamant 11], [Adres 11]. Ontvangen op 25 maart 2022. .................................................... 24 12. [Reclamant 12], [Adres 12]. Ontvangen op 28 maart 2022 ..................................................... 25 13. [Reclamant 13], [Adres 13]. Ontvangen op 28 maart 2022. .................................................... 29 14. [Reclamant 14], [Adres 14]. Ontvangen op 29 maart 2022. .................................................... 31 15. [Reclamant 15], [Adres 15]. Ontvangen op 29 maart 2022. .................................................... 32 16. [Reclamant 16], [Adres 16]. Ontvangen op 29 maart 2022. .................................................... 33 17. [Reclamant 17], [Adres 17]. Ontvangen op 29 maart 2022. .................................................... 35 18. [Reclamant 18], [Adres 18]. Ontvangen op 29 maart 2022. .................................................... 36 19. [Reclamant 19], [Adres 19]. Ontvangen op 30 maart 2022. .................................................... 37 20. [Reclamant 20], [Adres 20]. Ontvangen op 30 maart 2022. .................................................... 38 21. [Reclamant 21], [Adres 21].
Ontvangen op 30 maart 2022. .................................................... 39 22. [Reclamant 22], [Adres 22]. Ontvangen op 31 maart 2022. .................................................... 40 23. [Reclamant 23], [Adres 23]. Ontvangen op 31 maart 2022. .................................................... 41 24. [Reclamant 24], [Adres 24]. Ontvangen op 31 maart 2022. .................................................... 42 25. [Reclamant 25], [Adres 25]. Ontvangen op 31 maart 2022. .................................................... 43 26. [Reclamant 26], [Adres 26]. Ontvangen op 31 maart 2022. .................................................... 45 27. [Reclamant 27], [Adres 27]. Ontvangen op 31 maart 2022. .................................................... 47 28. [Reclamant 28], [Adres 28]. Ontvangen op 28 maart 2022. .................................................... 48 Bijlage 1: Verslag hoorzittingen ......................................................................................................... 49
3
2. Zienswijzen 1. [Reclamant 1], [Adres 1]. Ontvangen op 22 februari 2022. Samenvatting reactie: A. Reclamant geeft aan dat het plangebied buiten de bebouwde kom ligt en dat is vastgesteld dat er niet meer gebouwd zal worden aan de westkant van Vaassen. B. Volgens reclamant zijn omwonenden onvoldoende meegenomen in het planproces. C. Reclamant voorziet nadelige effecten van de ontwikkeling voor diersoorten in het nabij gelegen Natura 2000-gebied. D. Reclamant constateert dat de locatie buiten het centrum van Vaassen ongunstig is voor senioren die er willen gaan wonen omdat het te ver van het dorp ligt. E. Volgens reclamant zal de ontwikkeling leiden tot een vermindering/verdwijning van wild in (en nabij) het plangebied. Reactie gemeente: A. De gemeente herkent zich niet in de opmerking van reclamant. Uit de Woonagenda gemeente Epe 2019-2023 (hierna: de woonagenda) volgt dat de gemeente Epe al enige jaren een aantal uitbreidingslocaties in beeld heeft. Het gaat dan om locaties met tenminste de omvang van een buurt met een goede ontsluiting op de bestaande kernen. Daarnaast volgt uit de woonagenda dat het onze uitdrukkelijke voorkeur heeft om specifiek aan de slag te gaan met een innovatief duurzaam zorgconcept. Met dit initiatief wordt gedoeld op de realisatie van SprenghenParc op de hoek Kouwenaarspad/Woestijnweg.
Ook wordt deze locatie genoemd als uitbreidinglocatie in de in 2021 vastgestelde Omgevingsvisie gemeente Epe. Het is overigens ook niet duidelijk waarop reclamant zijn stelling baseert. Zoals reeds aangegeven ligt het plangebied vast in bestaand beleid. B. De gemeente herkent zich niet in de opmerking van reclamant. In de voorbereiding van het opstellen van het stedenbouwkundig plan is een aantal keer overleg gevoerd met omwonenden en een webinar georganiseerd. Het verslag van de buurtparticipatie is opgenomen in bijlage 12 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. De initiatiefnemer heeft daarnaast een website waarop alle relevante informatie voor omwonenden te vinden is. Op deze website staat onder meer informatie over het woonconcept, een overzicht van de te nemen stappen om tot realisatie te komen en worden vragen van omwonenden beantwoord. Hoewel een aantal vragen met ‘niet relevant’ zijn beantwoord, is onze beschouwing dat de ruimtelijke aspecten voldoende aan bod zijn gekomen tijdens de voorbereiding. C. Om de eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten in en direct rondom het plangebied en de gevolgen van de voorgenomen ontwikkelingen ten aanzien van beschermde natuurgebieden inzichtelijk te maken is een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd (bijlage 6 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan).
Uit het verkennend natuuronderzoek is gebleken dat er geen beschermde plantensoorten in het plangebied zijn aangetroffen. Verder is naar aanleiding van het verkennend ecologisch onderzoek een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde diersoorten in het plangebied. Het aanvullende onderzoek is als bijlage 8 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Uit het aanvullende onderzoek is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling en geplande werkzaamheden niet zullen resulteren in een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming voor beschermde diersoorten. Ook heeft de voorgenomen herontwikkeling van het plangebied geen negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden. Voor wat betreft het onderdeel stikstof geldt dat in de toekomstige gebruikersfase geen depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura-2000 gebieden wordt gegenereerd, zodat geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming benodigd is (bijlage 7 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan). Conclusie is dat het de realisatie van Sprenghenparc geen belemmering vormt voor flora en fauna in en rondom het plangebied. D. Er is in voorgaande periodes uitvoerig gezocht naar locaties voor het realiseren van het SprenghenParc-concept. De initiatiefnemer is overtuigd dat deze locatie goed passend is.
In de gemeentelijke Woonzorgagenda is de ambitie vastgelegd dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen in hun eigen dorp, waar nodig ondersteund door domotica en e-health. Mensen die kwetsbaar zijn kunnen toch zelfstandig blijven wonen doordat er voldoende beschutte woonvormen zijn met zorg, ondersteuning en de mogelijkheid tot ontmoeting in de nabijheid. 4
Deze beschutte woonvormen kunnen zich nabij de (kleinschalige) intramurale voorzieningen bevinden, maar door het toepassen van innovatieve woonconcepten – zoals project Sprenghenparc – kunnen ook elders en op enige afstand van het dorpscentrum, beschutte woonvormen gerealiseerd worden. Deze zijn voorzien van domotica die het zelfstandig wonen ondersteunen. E. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder C. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
5
2. [Reclamant 2], [Adres 2]. Ontvangen op 24 februari 2022. Samenvatting reactie: A. Reclamant geeft aan slecht op de hoogte te zijn gebracht over de plannen voor Sprenghenparc en onvoldoende geïnformeerd te zijn over informatieavonden. B. Volgens de reclamant ligt het plangebied in een Natura 2000 gebied, waardoor het opmerkelijk is dat er grootschalig gebouwd mag worden. C. Volgens de reclamant zal de ontwikkeling schadelijk zijn voor natuur en dieren die binnen het plangebied eten zoeken en verblijven. D. Reclamant constateert dat de locatie buiten het centrum van Vaassen ongunstig is voor senioren die er willen gaan wonen. Een locatie in of dichterbij het centrum zou gunstiger zijn. E. Volgens reclamant is een wijk met voornamelijk senioren niet wenselijker dan een wijk waar ook jongeren wonen in het kader van ‘omzien naar elkaar’. F. Reclamant constateert dat de omgeving van Berkenoord er verwaarloosd uitziet en dat er onvoldoende actie wordt genomen om de omgeving te onderhouden. Reclamant verwacht dat het nieuwe bestemmingsplan de situatie niet gaat verbeteren. Reactie gemeente: A. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad B. B. In tegenstelling tot hetgeen reclamant aangeeft ligt het plangebied niet in Natura 2000-gebied. Voorts heeft de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied ook geen negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden.
Voor wat betreft het onderdeel stikstof geldt dat in de toekomstige gebruiksfase geen depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura-2000 gebieden wordt gegenereerd, zodat geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming benodigd is (bijlage 7 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan). C. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad C. D. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad D. E. De opmerking van reclamant wordt voor kennisgeving aangenomen. Overigens biedt Sprenghenparc een gedifferentieerd woningaanbod, óók voor starters en jongeren (29 sociale huurappartementen). F. Het bestemmingsplan dat ter inzage ligt heeft betrekking op het plangebied voor Sprenghenparc. De omgeving van Berkenoord maakt geen onderdeel uit van dit plangebied, en valt daarom buiten de strekking van het bestemmingsplan. Overigens zijn bij de gemeente geen specifieke onderhoudsachterstanden in Berkenoord bekend. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
6
3. [Reclamant 3], [Adres 3]. Ontvangen op 3 maart 2022. Samenvatting reactie: A. Reclamant geeft aan dat het plangebied buiten de bebouwde kom ligt en dat is vastgesteld dat er niet meer gebouwd zal worden aan de westkant van Vaassen. Reclamant noemt een aantal potentiële locaties binnen de bebouwde kom waar dit project gerealiseerd zou kunnen worden. B. Volgens reclamant is de voorgenomen locatie beter geschikt voor een woonzorgvoorziening van stichting Rumah Beta. C. Reclamant maakt zich zorgen voor de gevolgen van het project voor de natuur D. Reclamant geeft aan niet te geloven in de uitgangspunten die worden geformuleerd. Het voorgenomen parkachtige landschap zou binnen enkele jaren dichtgroeien. Ook kan de reclamant zich niet vinden in de uitgangspunten betreffende de voorgenomen zelfredzaamheid van de ouderen nu en op termijn alsmede de afstand vanaf het dorp. E. Volgens de reclamant zou er voor jongeren gebouwd moeten worden, niet voor ouderen. Reactie gemeente: A. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad A. B. Het plan dat nu voorligt voor deze locatie is het plan dat door de gemeente wordt getoetst. Het plan past binnen de gemeentelijke beleidskaders. Er is derhalve geen reden om geen medewerking te verlenen aan het plan Sprenghenparc van initiatiefnemer. C. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad C. D.
De gemeente kan zich niet vinden in de opmerking van reclamant. In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor wat betreft de realisatie én instandhouding van de groenvoorzieningen (zie artikel 5.2.4.1 van de planregels). Ook is in de ontwikkelingsovereenkomst met de initiatiefnemer een onderhoudsverplichting van de aangelegde groenvoorzieningen opgenomen. Hiermee wordt geborgd dat de groenvoorzieningen worden gerealiseerd en vervolgens ook worden onderhouden. Voor de overige beantwoording wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1 onder ad D. E. Het woningbouwprogramma voorziet in de bouw van 65 woningen. Hiervan zijn er 36 grondgebonden en 29 appartementen in één woongebouw. De 36 grondgebonden woningen zijn gedifferentieerd in 14 rijwoningen (huur en/of koop), 16 twee-onder-één kap en 6 vrijstaande woningen. De 29 appartementen worden door de woningbouwcorporatie verhuurd als sociale huurwoningen. Op deze manier biedt het Sprenghenparc een gedifferentieerd woningaanbod. Niet alleen voor ouderen, maar óók voor jongeren. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
7
4. [Reclamant 4], [Adres 4]. Ontvangen op 3 maart 2022. Samenvatting reactie: A. Reclamant geeft aan dat het plangebied buiten de bebouwde kom ligt en dat is vastgesteld dat er niet meer gebouwd zal worden aan de westkant van Vaassen. Reclamant noemt een aantal potentiële locaties binnen de bebouwde kom waar dit project gerealiseerd zou kunnen worden. B. Volgens reclamant is de voorgenomen locatie beter geschikt voor een woonzorgvoorziening van stichting Rumah Beta. C. Reclamant maakt zich zorgen voor de gevolgen van het project voor de natuur D. Reclamant geeft aan niet te geloven in de uitgangspunten die worden geformuleerd. Het voorgenomen parkachtige landschap zou binnen enkele jaren dichtgroeien. Ook kan de reclamant zich niet vinden in de uitgangspunten betreffende de voorgenomen zelfredzaamheid van de ouderen nu en op termijn alsmede de afstand vanaf het dorp. E. Volgens de reclamant zou er voor jongeren gebouwd moeten worden, niet voor ouderen. Reactie gemeente: A. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad A. B. Zie de beantwoording van zienswijze 3 onder ad B. C. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad C. D. Zie de beantwoording van zienswijze 3 onder ad D. E. Zie de beantwoording van zienswijze 3 onder ad E.
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
8
5. [Reclamant 5], [Adres 5]. Ontvangen op 17 maart 2022. Samenvatting reactie: A. Reclamant geeft aan dat het plangebied buiten de bebouwde kom ligt en dat is vastgesteld dat er niet meer gebouwd zal worden aan de westkant van Vaassen. B. Reclamant constateert dat de locatie buiten het centrum van Vaassen ongunstig is voor senioren die er willen gaan wonen omdat het te ver van het dorp ligt. Reactie gemeente: A. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad A. B. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad D. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
9
6. [Reclamant 6], [Adres 6]. Ontvangen op 18 maart 2022. Samenvatting reactie: A. Reclamant geeft aan dat het plangebied buiten de bebouwde kom ligt en dat in 2014 is uitgesproken dat er niet meer gebouwd zal worden aan de westkant van Vaassen. Reclamant noemt een aantal potentiële locaties binnen de bebouwde kom waar dit project gerealiseerd zou kunnen worden. B. Reclamant maakt zich zorgen voor de gevolgen van het project voor de natuur in natuurgebied Korte Broek. C. Reclamant constateert dat de locatie buiten het centrum van Vaassen ongunstig is voor senioren die er willen gaan wonen D. Volgens reclamant zijn veel vragen die gesteld zijn op de informatieavonden niet beantwoord omdat ze volgens initiatiefnemer niet relevant waren geschat. E. Reclamant verwacht dat het plan bewoners van buiten de gemeente Epe zal aantrekken, terwijl het de plaatselijke bevolking zou moeten dienen. Reactie gemeente: A. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad A. Verder stelt reclamant dat in 2014 is uitgesproken dat er niet meer gebouwd zal worden aan de westkant is Vaassen. Het is de gemeente niet duidelijk wat hiermee wordt bedoeld. Dit wordt verder ook niet door reclamant onderbouwd. B. Natuurgebied De Korte Broek maakt onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De Omgevingsverordening van de provincie Gelderland kent geen bepalingen over externe werking ten aanzien van GNN.
Nadere toetsing in het kader van de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland is derhalve niet aan de orde. Voor wat betreft de Egelbeek geldt dat sprake is van een Natura-2000 gebied. De voorgenomen ontwikkeling in het plangebied heeft echter geen negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden. Dit is gebleken uit het verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna conform de Wet natuurbescherming (bijlage 6 bij de toelichting op het bestemmingsplan). Voor wat betreft het onderdeel stikstof geldt dat in de toekomstige gebruikersfase geen depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura-2000 gebieden wordt gegenereerd, zodat geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming benodigd is (bijlage 7 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan). C. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad D. D. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad B. E. De vraag of Sprenghenparc inwoners aantrekt van binnen of buiten de gemeente Epe is niet ruimtelijke relevant en kan daarom niet in een bestemmingsplan worden geregeld. De opmerking van reclamant wordt derhalve voor kennisgeving aangenomen. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
10
7. [Reclamant 7], [Adres 7]. Ontvangen op 23 maart 2022. Samenvatting reactie: A. De argumentatie voor het kiezen van deze locatie, en niet een locatie binnen de bebouwde kom is volgens reclamant niet gepast. In plaats van te beoordelen wat er op de andere locaties wél kan, wordt de voorgestelde ontwikkeling als uitgangspunt genomen. B. Volgens reclamant betreft het plan geen uniek woonconcept gericht op vitale ouderen, aangezien de woningen voor een ieder te koop zijn. Noch zijn vrijstaande en geschakelde bouw, parkachtige omgeving, energieneutraliteit, circulair bouwen of deelauto’s relevante argumenten voor een plan gericht op vitale ouderen. E-health heeft niks te maken met de woningen. Bovendien zou E-health uitsluitend voor huurappartementen zijn, die niet specifiek voor senioren zijn bestemd naar inziens reclamant. Om deze redenen heeft het plan volgens reclamant geen rechtvaardiging voor bouwen in het buitengebied. C. De woningen voorzien volgens reclamant niet aan specifieke behoeftes van ouderen. Het zijn ‘gewone koopwoningen’. Volgens reclamant zou de tekst ‘’er zijn diverse levensloopbestendige woningen beoogd in verschillende prijsklassen, zowel koop als huur’’ misleidend zijn. Dit omdat er alleen sprake is van sociale huur en koopwoningen. Er komen volgens reclamant geen levensloopbestendige huurwoningen. D.
Reclamant vreest dat de voorgenomen waterpartijen verloederd en/of gedempt zullen worden wegens overlast van muggen en andere insecten. Ook zou het uitnodigen tot het dumpen van verscheidene dingen. Over de waterhuishouding zal nog gerapporteerd worden. Reclamant verwacht echter dat bestemmingswijziging en vergunningsverlening afhankelijk van dit rapport zullen worden uitgevoerd. E. Het is volgens reclamant onduidelijk wie verantwoordelijk zal zijn voor het onderhoud van het park en reclamant vreest voor verloedering. F. Het is volgens reclamant onduidelijk of lidmaatschap bij de VvE verplicht is. Dit zou ook gevolgen hebben voor het onderhoud van het park. G. Het is volgens reclamant onduidelijk hoe planschade wordt afgehandeld, ook omdat vragen hierover niet zijn beantwoord. Reclamant verwacht dat de afhandeling lang zal duren en dat de planschade zal tegenvallen. Naar verwachting van reclamant worden plannen gewijzigd om meer woningen te kunnen bouwen om het economisch haalbaar te maken. H. Volgens reclamant past het plan niet binnen het kleinschalige mozaïeklandschap en is de toets aan het provinciaal beleid onjuist uitgevoerd. I. De reclamant geeft aan dat een bestemmingswijziging van agrarisch naar wonen niet zal leiden tot een verbetering voor de aanwezige flora en fauna in het plangebied en de directe omgeving daarvan. J.
Volgens reclamant is de tekst ‘’innovatief duurzaam zorgconcept gericht op de huursector’’ misleidend, aangezien er geen relevante innovatie van het zorgconcept beschreven is die woninggebonden is. K. Het plan omvat volgens reclamant geen middeldure huur, ondanks dat dit volgens gemeentelijk beleid wel gewenst is in een dergelijke situatie. Vanwege de overdaad aan sociale huur zou er toch aan gemeentelijk beleid worden voldaan. Echter is het volgens reclamant onduidelijk aan welke uitgangspunten is getoetst. L. Reclamant geeft aan dat het plangebied weinig ruimte laat voor het parkachtige karakter. Veel ruimte wordt gevuld met verharding, waterberging, woningen en tuinen. Bovendien wordt het geen aaneengesloten park, maar snippers rond de woningen. Reclamant verwacht dat er schuttingen en hekken worden gebouwd door bewoners vanwege de behoefte aan privacy, waardoor het parkachtige karakter wordt belemmerd.
11
Reactie gemeente: A. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad A en ad D. B. Een belangrijke reden voor de gemeente om medewerking te verlenen aan het project Sprenghenparc, is – zoals ook in de Woonagenda beschreven – de unieke en innovatieve aspecten van het concept. Hoewel de technologie in de coronapandemie nogal een vlucht heeft genomen, worden de genoemde middelen en voorzieningen door de gemeente als voldoende uniek en innovatief beschouwd. Overigens zijn de voorzieningen zoals E-health met name beschikbaar voor de grondgebonden woningen. C. De opmerking van reclamant is onjuist. Het woningbouwprogramma betreft 29 sociale huurappartementen, 16 twee-onder-één-kapwoningen, 6 vrijstaande woningen in de vrije sector koop en 14 grondgebonden woningen in de middeldure huur of middeldure koop. Er is dus geen sprake van enkel sociale huur- en koopwoningen. De grondgebonden woningen zijn levensloopbestendig, met veel voorzieningen op de begane grond. Bovendien kunnen bewoners ondersteund worden door domotica en e-health. D. Het onderhoud van het park is bij de initiatiefnemer belegd. In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor wat betreft de realisatie en instandhouding van openbare voorzieningen, waaronder ook waterhuishoudkundige voorzieningen (artikel 5.2.4.2 van de planregels).
Ook is in de ontwikkelingsovereenkomst met de initiatiefnemer een onderhoudsverplichting van de aangelegde openbare voorzieningen opgenomen. E. Het onderhoud van het park is bij de initiatiefnemer belegd. In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor wat betreft de realisatie en instandhouding van de groenvoorzieningen (artikel 5.2.4.1 van de planregels). Ook is in de ontwikkelingsovereenkomst met de initiatiefnemer een onderhoudsverplichting van de aangelegde groenvoorzieningen opgenomen. Hiermee wordt geborgd dat de groenvoorzieningen worden gerealiseerd en vervolgens ook worden onderhouden. F. De opmerking van reclamant wordt in het kader van deze procedure niet ruimtelijk relevant geacht. G. Indien reclamant van mening is dat de voorgenomen ontwikkeling leidt tot planschade, dan kan reclamant na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan hiervoor een verzoek indienen. Eventuele planschade wordt op de initiatiefnemer verhaald. H. De provincie heeft het plan beoordeeld, en is tot de conclusie gekomen dat er geen wezenlijke kwaliteiten van het nationaal landschap worden aangetast. Het plangebied ligt in de oksel van de twee woonwijken Berkenoord en vormt in die zin geen belemmering van de wiggenstructuur op de flanken van de Oost-Veluwe.
Ten noorden respectievelijk zuiden van het plangebied liggen de Geelmolenschebeek respectievelijk de Egelbeek, maar die liggen ver genoeg weg, zodat dit plan geen afbreuk doet aan de kwaliteit van de west-oost stromende (sprengen)beken die karakteristiek zijn voor het gebied. I. Het grootste deel van het plangebied is thans in gebruik als maisland. Het gebied heeft geen hoge natuurwaarde. De parkachtige opzet van Sprenghenparc biedt daarentegen ruimte aan verschillende groene elementen, zoals moestuinen, een boomgaard en plantsoenen. Op deze manier wordt een positieve bijdrage geleverd aan het in stand houden van de lokale biodiversiteit. Voorts wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1 onder ad C. J. De tekst ‘innovatief duurzaam zorgconcept gericht op de huursector’ is afkomstig uit de Woonagenda gemeente Epe 2019-2023 (hierna: de Woonagenda). Uit de Woonagenda volgt dat op deze locatie wordt ingezet op innovatieve, duurzame zorgconcepten gericht op de huursector. Het woningbouwprogramma van Sprenghenparc bevat een zeer substantieel deel huurwoningen, en zet daarnaast voldoende in op moderne digitale zorgvoorzieningen, waardoor het initiatief past binnen de uitgangspunten van de Woonagenda. K. In 2019 heeft de gemeenteraad de Woonagenda 2019 - 2923 vastgesteld.
Burgemeester en wethouders hebben in aanvulling daarop besloten welke prijsklassen gehanteerd worden bij de verschillende woningbouwcategorieën (huur en koop). Beiden vormen de basis voor de realisatie van nieuwbouwwoningen in de gemeente Epe. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de bouw van 65 woningen. Hiervan dienen minimaal 16 woningen te vallen in de goedkope en/of middeldure koop- of huursector. Het programma voorziet in 14 woningen in deze prijsklasse. Dit wordt echter gecompenseerd door het aantal sociale huurwoningen. Er dienen minimaal 22 sociale huurwoningen te worden gerealiseerd; het programma voorziet in 29 woningen in deze prijsklasse. L. De gemeente herkent zich niet in de opmerking van reclamant. Sprenghenparc kent een parkachtige opzet, waarbij veel ruimte wordt geboden aan verschillende groene elementen, zoals moestuinen, een boomgaard en plantsoenen.
12
Reclamant verwacht dat er schuttingen en hekken worden gebouwd door bewoners, waardoor het parkachtige karakter wordt belemmerd. Echter, uit artikel 5.2.3 van de regels volgt dat voor bouwwerken, geen gebouw zijnde binnen de bestemming Wonen de bouwhoogte niet meer dan 1 m mag bedragen. Schuttingen en hekken mogen dus niet hoger dan 1 meter worden gebouwd. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
13
8. [Reclamant 8], [Adres 8]. Ontvangen op 24 maart 2022. Samenvatting reactie: A. Reclamant geeft aan dat het plangebied buiten de bebouwde kom ligt en dat in 2014 is vastgesteld dat er niet meer gebouwd zal worden aan de westkant van Vaassen. Bovendien is de grond volgens reclamant beschermd. Reclamant noemt een aantal potentiële locaties binnen de bebouwde kom waar dit project gerealiseerd zou kunnen worden. B. Reclamant maakt zich zorgen voor de gevolgen van het project voor de natuur in natuurgebied Korte Broek. C. Reclamant constateert dat de locatie buiten het centrum van Vaassen ongunstig is voor senioren die er willen gaan wonen. Samenvatting reactie: A. Zie de beantwoording van zienswijze 6 onder ad A. Er is in voorgaande periodes uitvoerig gezocht naar locaties voor het realiseren van het SprenghenParc-concept. De initiatiefnemer is ervan overtuigd dat deze locatie goed passend is. B. Zie de beantwoording van zienswijze 6 onder ad B. C. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad D. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
14
9. [Reclamant 9], [Adres 9]. Ontvangen op 24 maart 2022. Samenvatting reactie: A. Reclamant geeft aan dat het plangebied buiten de bebouwde kom ligt en dat in 2014 is vastgesteld dat er niet meer gebouwd zal worden aan de westkant van Vaassen. Bovendien is de grond volgens reclamant beschermd. Reclamant noemt een aantal potentiële locaties binnen de bebouwde kom waar dit project gerealiseerd zou kunnen worden. B. Reclamant maakt zich zorgen voor de gevolgen van het project voor de natuur in natuurgebied Korte Broek. C. Reclamant constateert dat de locatie buiten het centrum van Vaassen ongunstig is voor senioren die er willen gaan wonen. Samenvatting reactie: A. Zie de beantwoording van zienswijze 8 onder ad A. B. Zie de beantwoording van zienswijze 6 onder ad B. C. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad D. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
15
10. [Reclamant 10], [Adres 10]. Ontvangen op 25 maart 2022. Samenvatting reactie A. Volgens reclamant zijn buurtbewoners erg laat betrokken. Op reacties op de informatiesessies in 2020 is te weinig ingegaan, alsof het ‘voor de vorm’ is gedaan. Ook zijn veel vragen met ‘niet relevant’ beantwoord. Volgens reclamant zouden deze alsnog beantwoord moeten worden. Ook zijn een aantal vragen niet in de lijst opgenomen, die daarom ook onbeantwoord zijn. B. Volgens reclamant heeft de initiatiefnemer een verkeerd beeld van de buurten nabij het plangebied als het gaat om ‘noaberschap’. C. Het hoge aantal straatstenen in het voorgenomen plan gaat volgens reclamant tegen het gemeentelijk beleid om verstening tegen te gaan. Ook zullen er volgens reclamant nog paden en terrassen worden toegevoegd die niet in het plan ingetekend staan, wat zorgt voor (nog) meer verstening. Reclamant stelt voor halfverharde wegen aan te leggen binnen het plan, zodat water de bodem in kan trekken. D. Het beeldkwaliteitsplan geeft volgens reclamant een vertekend beeld omdat parkeerplaatsen en een appartementencomplex niet zijn afgebeeld. E. Er is volgens reclamant sprake van een doelredenering met het uitgangspunt wonen in het groen. Blijkbaar wordt volgens reclamant gezocht naar goedkope grond die tegen natuur aanligt en mag dat buiten bebouwde kom liggen. F.
De omgevingsvisie heeft volgens reclamant al zaken geregeld voor het plan, voordat het plan ingediend werd. Dit geeft het beeld alsof er ‘achter de schermen’ al veel geregeld is. In 2020 zou bevestigd zijn dat het plan toentertijd inderdaad al in ontwikkeling pas. Ook zou tijdens een bespreking over de omgevingsvisie een foto van de planlocatie zijn laten zien. Reclamant geeft aan dat dit inspraak van burgers zou suggereren waar iets mee wordt gedaan. G. Reclamant heeft inspraak gedaan bij de commissie Omgeving en Financiën. De raad heeft hier niks mee gedaan en de vragen van de reclamant zijn niet beantwoord. H. In de zienswijzennota over de omgevingsvisie wordt aan gegeven dat de visie bestaande kaarten bevat. Volgens reclamant tonen de kaarten echter een nieuwe aanduiding van de bebouwde kom, waarbij het plangebied onder de bebouwde kom valt, waar dit volgens reclamant eerst niet het geval was. I. Volgens reclamant zijn omwonenden minder geneigd een zienswijze in te dienen omdat het plan achter de schermen al helemaal geregeld lijkt te zijn. Onvrede en boosheid jegens gemeente Epe kan alleen nog worden weggenomen als het plan wordt gestopt. J. Verkeersmetingen zijn tijdens de coronapandemie uitgevoerd. Dit geeft volgens reclamant een verkeerd beeld van de situatie omdat in deze periode veel mensen thuis werkten en daardoor minder reisden. K.
Volgens reclamant zal een deel van een hondenuitlaatgebied verdwijnen als gevolg van het plan. Een alternatief voor het uitlaatgebied is niet voorzien in het plan. L. Het plan geeft volgens reclamant aan dat een deel van het plangebied niet openbaar zal zijn, wat volgens hem mensen zal storen. Dit zou bovendien in tegenspraak zijn met eerdere toezeggingen van initiatiefnemers en ontwikkelaars. M. Volgens reclamant is er onjuist ingegaan op de drie kernvragen van de ladder van duurzame verstedelijking. Er zouden volgens reclamant voldoende plekken binnen Vaassen zijn voor een dergelijke ontwikkeling. N. Reclamant verwacht weinig openheid van buurtbewoners jegens nieuwe bewoners. Genoemd wordt een tweetal bewoners met hekken om hun tuinen. O. Er wordt volgens reclamant onvoldoende ingegaan op wat ‘Vitality Butler’ en ‘Health Butler’ inhouden. P. Volgens reclamant komt ‘naoberschap’ voort vanuit een onderlinge relatie. Vooraf gemaakte afspraken met onbekenden, wat volgens reclamant het uitgangspunt van het voorgenomen plan is, zal niet werken, bijvoorbeeld omdat afspraken niet worden nagekomen. Ook verwacht reclamant dat niet iedereen tijd kan/wil maken voor verplichtingen aan een ander.
16
Q. Reclamant verwacht een mogelijkheid te weinig mensen willen meebetalen aan voorzieningen van een VvE. Dit zou kunnen leiden tot bezuiniging op voorzieningen, ten nadele van de kwaliteit. R. Volgens reclamant roepen initiatiefnemers hoge verwachtingen op bij kopers. Reclamant betwijfelt of ze deze verwachtingen kunnen waarmaken, met name op lange termijn. S. Volgens reclamant is de grond van het plangebied goedkoop en zouden er om die reden betaalbare woningen moeten worden gebouwd. T. Volgens reclamant is het voorgenomen plan niet kleinschalig en nauwelijks parkachtig. Het heeft nauwelijks meer groen dan de omliggende wijken. U. Reclamant geeft aan dat een deel van het plangebied buiten het dorpsgebied valt. De opmerking dat het plangebied onderdeel is van het bestaande dorpsgebied is onjuist. V. Volgens reclamant is er geen antwoord gegeven op de vraag wat de woningen gaan kosten. Reclamant verwacht hoge prijzen waardoor er vooral mensen van buiten Vaassen komen wonen. W. Vragen over kosten omtrent VvE zijn volgens reclamant niet beantwoord. Reclamant verwacht dat deze kosten hoog zullen zijn waardoor de nieuwe woningen niet bereikbaar zullen zijn voor minder bemiddelde mensen uit de gemeente Epe. X. Volgens reclamant zullen de woonlasten van de nieuwe woningen hoog worden, waardoor toekomstige bewoners een duur huis achter zullen laten.
Echter heeft de gemeente behoefte aan goedkope staterswoningen. Y. Reclamant vraagt zich af hoe de ontwikkelaar het lage deel van het plangebied wil gaan verhogen. Het heien van damwanden is volgens reclamant niet passend. Z. Volgens reclamant zal het aanleggen van een wadi en het afvoeren van water naar een lager liggende vijver een verlagend effect hebben op het grondwater. Hierdoor zal de omgeving – die nu al droog is – verder verdrogen. AA. De grond in het plan gebied is de afgelopen jaren intensief bemest. Volgens reclamant zal het afvoeren en doorstorten van het water naar de Egelbeek leiden tot een toename van allerlei stoffen in het beekwater. BB. Volgens reclamant worden kernkwaliteiten van het deelgebied aangetast doordat er meer wordt gebouwd en intensiever wordt geleefd. CC. Reclamant vraagt of het geohydrologisch onderzoek dat wordt opgesteld met het waterschap met reclamant gedeeld kan worden. DD. Reclamant geeft aan dat er in Epe en Vaassen voldoende transformatie- en inbreidingslocaties zijn. EE. Volgens reclamant geeft de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan aan dat het programma niet voldoet aan de eisen van de gemeente Epe, waardoor het afgekeurd zou moeten worden. FF. Reclamant geeft aan dat de stikstofdepositie in natuurgebied Veluwe - als gevolg van bemesting van de laatste jaren en het afvoeren van water naar het Natura 2000-gebied – zal toenemen.
GG. Volgens reclamant is er een verkeerde uitgangspositie gehanteerd bij de MER beoordeling. (Het slopen van) enkele schuren en een voormalig woonhuis in het plangebied zijn niet meegenomen in de voorgenomen werkzaamheden. HH. Reclamant geeft aan dat de ruimte tot bijbouwen volgens de planregels, alsmede de bevoegdheid van burgemeester en wethouders om grotere bouwvolumes toe te staan – aanvullend op het voorgenomen plan - tot (nog meer) verstening zal leiden. II. Volgens reclamant zal de maximale bouwhoogte van drie meter voor bouwwerken geen gebouw zijnde leiden tot schuttingen die het doorzicht wegnemen. JJ. Volgens reclamant wordt er geen rekening gehouden met de lichtuitstraling van ramen van huizen, buitenverlichting en koplampen van verkeer. KK. Reclamant geeft aan dat maximale goot- en bouwhoogte niet zijn aangegeven op de verbeelding waardoor de omvang van de beoogde bebouwing onduidelijk is. Ook voldoet het plan om deze reden volgens reclamant niet aan de regels die ervoor zijn gesteld. LL. Reclamant geeft aan dat er onder 5.2.4.1 en 5.2.4.2 over 26 grondgebonden woningen wordt gesproken terwijl er 36 zijn ingetekend in het plan.
17
MM. Volgens reclamant zou het plan afgekeurd moeten worden omdat er onvoldoende wordt voldaan aan de voorwaardelijke verplichting beeldkwaliteitsaspecten, aangezien er alleen referentiebeelden worden weergeven. NN. Volgens reclamant ontbreken er ontwerptekeningen van riolering bij de MER, terwijl deze belangrijk zijn – in het kader van verdroging - om inzichtelijk te maken hoe water uit het plangebied wordt afgevoerd. OO. Reclamant geeft aan dat het plangebied aan een Natura-2000 gebied grenst, in plaats van dat deze op 150 meter ligt. Om deze reden zou er een lichtdichte voorziening tussen bebouwing en het Natura-2000 gebied moeten worden gerealiseerd. PP. Het rooien van bomen in de uitgedunde bomenrij is volgens reclamant onacceptabel. Er zou te veel groen verloren gaan. QQ. Reclamant geeft aan dat bijlagen van het Aeriusrapport ontbreken. RR. Reclamant geeft aan dat vernieuwende concepten zoals Sprenghenparc niet aanslaan in andere gemeentes, zoals Losser. SS. Reclamant vraagt zich af waarom locaties zoals Kerkenlanden – wat jaren geleden als ontwikkellocatie zou zijn aangewezen – niet zijn gekozen voor nieuwbouw. TT. Volgens reclamant zijn de prijzen in de bouw hoog en zal dit gevolgen hebben voor de prijzen van het project. Dit vraagt duidelijkheid of er in de genoemde prijscategorieën kan worden gebouwd. UU.
Volgens reclamant is het bodemonderzoek begonnen met een verkeerde uitgangshypothese. Op een deel waar geen asbestmeting is uitgevoerd zal naar verwachting van de reclamant asbestverontreiniging in de grond zitten. Hier zou een schuur hebben gestaan met losse asbestplaten op het dak. Ook op het erf van de boerderij zouden geen metingen zijn uitgevoerd, terwijl dit naar verwachting van reclamant de meest vervuilde plek van de boerderij is. Bovendien is er niet doorgezocht naar drie olietanks die worden gemist. Deze zouden vervuiling kunnen hebben veroorzaakt in het plangebied. VV. Volgens reclamant bestaan er vermaarde stortgaten in het plangebied, die mogelijk een vorm van vervuiling zijn. Deze zijn in het onderzoek niet aangetroffen.
18
Reactie gemeente: A. Zie de beantwoording van zienswijze 1 onder ad B. B. De gemeente neemt de opmerking van reclamant voor kennisgeving aan. C. De gemeente herkent zich niet in de opmerking van reclamant. Een belangrijk uitgangspunt van Sprenghenparc is wonen in het groen. Er is in het stedenbouwkundig plan veel ruimte voor groen. Wandelpaden worden zoveel mogelijk uitgevoerd in een halfverharding uit kalksteen. De halfverharding is rolstoelvriendelijk, en gaat op in het park. Ook zorgt de halfverharding ervoor dat het water de bodem in kan trekken. D. De principedoorsnedes zijn illustratief en hebben als doel te laten zien hoe de overgang van privé naar openbaar vormgegeven kan worden binnen het plan. Het weergeven van een parkeerplaats of appartementencomplex is voor de principedoorsnede niet relevant; deze gaat slechts over de overgang in groenstructuur. Bovendien zijn de parkeerplaatsen en het appartementencomplex wél opgenomen in de overige afbeeldingen van het stedenbouwkundig plan (zie bijvoorbeeld pagina 16 van het stedenbouwkundig plan, bijlage 1 bij de regels). E. De gemeente neemt de opmerking van reclamant voor kennisgeving aan. F. De Omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie voor de hele fysieke leefomgeving van een gemeente. Hierin kunnen ook potentiële woningbouwlocaties worden aangewezen.
Deze locatie is niet nieuw; ook in de Woonagenda gemeente Epe 2019-2023 (hierna: de Woonagenda) is de locatie van Sprenghenparc aangewezen als potentiële woningbouwlocatie. Overigens staat de bestemmingsplanprocedure voor de realisatie van Sprenghenparc los van de procedure met betrekking tot de vaststelling van de Omgevingsvisie. Opmerkingen die zijn gemaakt bij tijdens de voorbereiding en vaststelling van de Omgevingsvisie worden in het kader van deze bestemmingsplanprocedure niet relevant geacht. G. Zie reactie onder ad F. Vragen met betrekking tot de Omgevingsvisie worden in het kader van deze procedure niet relevant geacht. H. Zie reactie onder ad F. I. De gemeente herkent zich niet in de opmerking van reclamant. Voor de realisatie van het Sprenghenparc concept wordt dezelfde procedure gevolgd als voor andere (potentiële) woningbouwlocaties. J. Uit de conclusie van het verkeersonderzoek (bijlage 2 van de toelichting op het bestemmingsplan) volgt dat op basis van de tellingen op de Woestijnweg en het Kouwenaarspad en berekening van de verkeersgeneratie van het Sprenghenparc-verkeer geconcludeerd kan worden dat de verkeersintensiteiten ook in de toekomst prima passen op een erftoegangsweg. Daarbij is rekening gehouden met een coronaeffect van circa 10% minder verkeer. K.
Het klopt dat een deel van de honden uitlaatstrook aan de Woestijnweg zal verdwijnen als gevolg van het plan dat nu voorligt. Echter, uitlaatstroken ten hoogte van de Dennenweg en de Wetstraat blijven bestaan. Daarmee blijven naar het oordeel van de gemeente voldoende uitlaatstroken aan de Woestijnweg over. Bovendien ligt ten zuiden van het plangebied ook een honden losloopgebied. L. Het gebied is thans in gebruik als maisland, en daarmee niet toegankelijk. Met de realisatie worden grote delen van het plangebied juist wél voor eenieder toegankelijk. M. De gemeente herkent zich niet in de opmerking van reclamant. Om te voorzien in voldoende capaciteit en om voldoende tempo in de woningbouw te houden moeten naast inbreidings- en transformatielocaties óók nieuwe uitbreidingslocaties worden ontwikkeld. Hoewel inbreidings- en transformatielocaties in beginsel de voorkeur hebben, zijn dit ook vaak complexe plannen waardoor de realisatie onzeker is. Ook geven dergelijke locaties niet altijd mogelijkheid om alle gewenste type woonprojecten te realiseren. Deze locaties zijn vaak te klein om het voorgenomen programma te kunnen realiseren, of bieden niet de mogelijkheid om de gewenste parkachtige omgeving te realiseren. Zeker in combinatie met de woningbouwopgave en de druk op de woningmarkt voldoet het aanbod op de inbreidingslocaties daarom niet. N.
De gemeente neemt de opmerking van reclamant voor kennisgeving aan. O. De begrippen ‘Vitality Butler’ en ‘Health Butler’ worden gedefinieerd en toegelicht in de memo ‘realisme en ambitie Sprenghenparc’ (bijlage 11 van de toelichting op het bestemmingsplan).
19
Deze memo dient als bijlage bij de anterieure overeenkomst inzake de te realiseren duurzaamheidsitems. P. De gemeente herkent zich niet in de opmerking van reclamant. Bewoners worden automatisch lid van de VVE, en er wordt een huishoudelijk reglement opgesteld, wat ondersteunend is aan duurzaam samenleven. Duurzaam in die zin dat de juiste en redelijke gedragsregels/-kaders het mogelijk maken om lang en goed met elkaar op te kunnen trekken. Q. Informatie over het lidmaatschap van de VVE en bijbehorende gemeenschappelijke bijdrage zullen vooraf voldoende helder zijn voor potentiële kopers. Voorts wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 7 onder ad E. R. Met voorliggend plan heeft de initiatiefnemer naar het oordeel van de gemeente voldoende aangetoond dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. Bovendien zijn veel afspraken met de initiatiefnemer vastgelegd in een getekende ontwikkelingsovereenkomst, en is de totstandkoming en het behoud van openbare (groen)voorzieningen geborgd middels de voorwaardelijke verplichtingen in de planregels (artt. 5.2.4.1 en 5.2.4.2.) S. Het woningbouwprogramma voorziet in de bouw van 65 woningen, waarvan 29 sociale huurappartementen en 14 grondgebonden woningen in de middeldure huur of middeldure koop. De overige woningen worden in de vrije koopsector verkocht.
Daarmee biedt het Sprenghenparc naar het oordeel van de gemeente een gedifferentieerd woningaanbod in verschillende prijsklassen. T. De gemeente herkent zich niet in de opmerking van reclamant. Het uitgangspunt van Sprenghenparc is wonen in het groen. De parkachtige opzet biedt ruimte aan verschillende groene elementen, zoals moestuinen, een boomgaard en plantsoenen. U. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats buiten bestaand stedelijk gebied. In de voorbereiding zijn door de initiatiefnemer diverse locaties onderzocht om het woonconcept voor Sprenghenparc te ontwikkelen. Veel locaties, met name binnen het bestaand stedelijk lenen zich moeilijk voor de voorgenomen ontwikkeling. De locaties zijn vaak te klein om het voorgenomen programma te kunnen realiseren of bieden niet de mogelijkheden om de gewenste parkachtige omgeving te realiseren. Ook zijn locaties binnen het bestaand stedelijk gebied veelal bebouwd. De sloop van deze bebouwing en de daarop volgende sanering van de locatie zet de financiële haalbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling onder druk. Het gedifferentieerde woningbouwprogramma wordt daarmee onhaalbaar. De voorgenomen ontwikkelingen vinden plaats buiten bestaand stedelijk gebied, dat grenst aan bestaand stedelijk gebied. In de Omgevingsvisie is het plangebied onderdeel van het bestaande dorpsgebied van Vaassen. V.
Zie de beantwoording van deze zienswijze onder ad S. Voor een overzicht van de prijsklassen wordt verwezen naar de Woningbouwprogrammering prijsklassen koop en huur gemeente Epe Kaders woningbouwinitiatieven woningbouw. W. De opmerking van reclamant wordt in het kader van deze bestemmingsplanprocedure niet relevant geacht. X. De opmerking van reclamant wordt in het kader van deze bestemmingsplanprocedure niet relevant geacht. Y. Vooropgesteld wordt er niet gewerkt met damwanden. De ophoging van het maaiveld zal waar mogelijk met taluds 1:4 gebeuren vanaf aangrenzende terreinen. Aan de westkant van het plangebied is hiervoor geen ruimte. Hier is gekozen voor het toepassen van een talud 1:2. Zie verder ook het waterhuishoudkundig plan (bijlage 5 bij de toelichting op het bestemmingsplan). Z. Uit het waterhuishoudkundig plan volgt dat er ten opzichte van de bestaande situatie evenveel water wordt geïnfiltreerd en afgevoerd. De nieuwe inrichting heeft géén negatieve effecten op het grondwatersysteem. Bovendien wordt in het plangebied geen drainage aangebracht. Hiermee wordt voorkomen dat het grondwater versneld wordt afgevoerd en de grondwaterstand wordt verlaagd. AA. In de bestaande situatie wordt de landbouwgrond bemest, waardoor fosfaten uitspoelen naar het grondwater en oppervlakte water.
In de toekomstige situatie wordt het terrein niet meer bemest, wat uiteindelijk een verbetering geeft voor de waterkwaliteit. BB. De kernkwaliteiten van deze gebieden zijn de beleefbaarheid van de gradiënt van Veluwe naar IJssel, kleinschalig mozaïeklandschap met een afwisseling van weide en akkerland, uitlopers van 20
bossen van de Veluwe, bosschages en microreliëf van oost-westgerichte smeltwaterruggen met ertussen beekjes, steilrandjes en bolliggende landbouwgronden. Gezien het groene en parkachtige karakter en de kleinschaligheid van Sprenghenparc en het feit dat een deel van het plangebied al is bebouwd worden de kernkwaliteiten van het deelgebied naar het oordeel van de gemeente niet aangetast. Bovendien levert de transformatie van de leegstaande tennishal ook een verbetering op. CC. Met het geohydrologische onderzoek wordt gedoeld op het waterhuishoudkundig plan. Dit plan is als bijlage 5 opgenomen bij de toelichting op het bestemmingsplan. In paragraaf 2.5 van het waterhuishoudkundig plan wordt ingegaan op de onderdelen waterkwaliteit en ecologie. DD. Zie de beantwoording van deze zienswijze onder ad M. EE. De opmerking van reclamant is juist. Het programma past niet volledig binnen de uitgangspunten van de prijsklassen uit de Woonagenda. Er worden 2 woningen te weinig gerealiseerd in de goedkope en/of middeldure prijsklasse. Echter, daar staat tegenover dat er meer sociale huurwoningen worden gebouwd dan vereist. Daarmee wordt het tekort aan woningen in de goedkope en/of middeldure prijsklasse meer dan voldoende gecompenseerd. FF.
Om te onderzoeken of sprake is van een significant negatief effect op omliggende Natura 2000gebieden als gevolg van stikstofdepositie, is een berekening van verandering in stikstofemissie en -depositie uitgevoerd. Deze berekening (AERIUS-berekening) is opgenomen als bijlage 7 bij de toelichting op het bestemmingsplan. Gelet op de vrijstelling voor de aanlegfase en het ontbreken van een te hoge depositie in het toekomstig gebruik, is voor de voorgenomen ontwikkeling m.b.t. stikstofdepositie geen vergunning Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming benodigd. Voorts wordt verwezen naar ad QQ van deze zienswijze. GG. De opmerking van reclamant is juist. In de inleiding van de aanmeldnotitie besluit M.E.R. is enkel de sloop van de tennishal opgenomen; de sloop van het schuurtje en de woning aan het Kouwenaarspad 16 ontbreken. De sloop van deze gebouwen is echter wél meegenomen in het bodem- en stikstofonderzoek. De resultaten van deze onderzoeken zijn gebruikt bij de beschrijving van de gevolgen van het milieu in hoofdstuk 4 van de aanmeldnotitie besluit M.E.R. De conclusie (hoofdstuk van de aanmeldnotitie besluit M.E.R.) dat het voornemen niet leidt tot significante nadelige gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.17 Wet milieubeheer is dus juist. HH. De regels voor aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen zijn opgenomen in artikel 5.2.2 van de planregels.
De gezamenlijke oppervlakte van de aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 60 m². Daarbij geldt dat het bouwen van vrijstaande bijgebouwen niet is toegestaan. Door de bouw van vrijstaande bijgebouwen en erfafscheidingen te beperken gaan de tuinen rondom de woningen vanzelfsprekend over in het park. Het aantal toegestane aantal vierkante meters aan bijgebouwen is in lijn met het toegestane aantal vierkante meter aan bijgebouwen uit het bestemmingsplan ‘Vaassen Zuid en West’, wat in de nabije omgeving geldt. II. Uit artikel 5.2.3 van de regels volgt dat voor bouwwerken, geen gebouw zijnde binnen de bestemming Wonen de bouwhoogte niet meer dan 1 m mag bedragen. Schuttingen en hekken mogen derhalve niet hoger dan 1 meter worden gebouwd. Gronden met de bestemming Groen mogen niet als tuin ingericht worden, maar als onderdeel van het park, met dezelfde groenbestemming. Eigenaren zijn vrij om de groenzone te gebruiken voor paden, beplanting, samenkomst en andere soortgelijke parkfuncties. Schuttingen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. JJ. Binnen de bestemming Groen is een aanduiding opgenomen ten behoeve van het aanleggen van een houtsingel om uitstraling (licht en geluid) vanuit het plangebied op het ten zuiden van het plangebied gelegen Natura2000-gebied te beperken.
De aanleg van deze groenvoorziening is opgenomen als voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan (artikel 5.2.4.1). KK. In tegenstelling tot wat reclamant aangeeft zijn de maximale bouwhoogte en maximale goothoogte wel weergegeven op de verbeelding. Het betreft een bouwhoogte van 7 meter en een goothoogte van 4 meter. Voor het appartementencomplex aan de oostelijke zijde van het plangebied geldt een maximale bouwhoogte van 7 respectievelijk 10 meter. LL. De opmerking van reclamant is juist. Middels deze bepalingen (voorwaardelijke verplichtingen) wordt de initiatiefnemer verplicht om de openbare (groen)voorzieningen aan te leggen na
21
ingebruikname van 26 grondgebonden woningen, in plaats van na de ingebruikname van alle grondgebonden woningen. MM. Een omgevingsvergunning voor de bouw van gebouwen zoals bedoeld in artikel 5.2.1 en artikel 5.2.2 van de planregels wordt uitsluitend verleend, indien wordt voldaan aan de beeldkwaliteitsaspecten conform het in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels opgenomen stedenbouwkundig plan. Het stedenbouwkundig plan geeft voldoende houvast voor toetsing. NN. De opmerking van reclamant is juist. De ontwerptekeningen van de riolering zijn per abuis niet opgenomen als bijlage bij het waterhuishoudkundig plan. De tekeningen zijn daarom alsnog opgestuurd naar reclamant, waardoor reclamant in de gelegenheid is gesteld om ook te reageren op de ontwerptekeningen. Per brief van 21 mei 2022 hebben wij van reclamant een aanvullende reactie ontvangen, waarin reclamant stelt dat de tekeningen zodanig onduidelijk zijn dat deze niet leesbaar zijn. Bovendien stelt reclamant dat het ontwerpplan niet geldig is, omdat deze niet volledig ter inzage is gelegd. De tekeningen zijn naar het oordeel van de gemeente volledig en duidelijk. Ten aanzien van de geldigheid van het bestemmingsplan is de gemeente van mening dat in het waterhuishoudkundig plan voldoende inhoudelijk wordt ingegaan op het rioleringsplan. OO.
Natuurgebied De Korte Broek maakt onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De Omgevingsverordening van de provincie Gelderland kent geen bepalingen over externe werking ten aanzien van GNN. Nadere toetsing in het kader van de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland is derhalve niet aan de orde. Voor wat betreft de Egelbeek geldt dat sprake is van Natura-2000. Dit gebied ligt op ongeveer 150 meter afstand van het plangebied. Om uitstraling van licht en geluid op het ten zuiden van het plangebied gelegen Natura 2000-gebied te beperken wordt binnen de groenbestemming een houtsingel aangelegd. PP. De gemeente herkent zich niet in de opmerking van reclamant. Om de groene uitstraling van het plangebied zoveel mogelijk te waarborgen worden de bestaande bomen langs de Woestijnweg en in de wal ten noorden van de locatie van de sporthal juist daar waar mogelijk gehandhaafd. Ook worden diverse nieuwe bomen en groenstructuren toegevoegd. Daarnaast worden 'gaten' in de bomenrij langs de Woestijnweg opgevuld tot een aaneengesloten rij. Doordat de bestaande bomen veelal volgroeid zijn draagt het handhaven ervan bij aan het groene karakter van het Sprenghenparc. QQ. De opmerking van reclamant is juist. de AERIUS berekeningen zijn per abuis niet opgenomen bij de ‘Rapportage AERIUS Berekening’.
De AERIUS berekeningen zijn daarom alsnog opgestuurd naar reclamant, waardoor reclamant in de gelegenheid is gesteld om ook te reageren op de AERIUS berekeningen. Per brief van 21 mei 2022 hebben wij van reclamant een aanvullende reactie ontvangen, waarin reclamant stelt dat de resultaten van de AERIUS berekening niet geldig zijn, omdat deze niet met de laatste versie van de calculator zijn gemaakt. Er was inmiddels inderdaad een nieuwe calculator-versie beschikbaar gekomen. Om die reden is een nieuwe AERIUS berekening en rapportage opgesteld. De conclusies zijn vergelijkbaar met de bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegde rapport. Uit de rapportage volgt dat voor de aanleg/bouw fase een vrijstelling geldt. Voor wat betreft de gebruiksfase geldt dat het toekomstig gebruik niet resulteert in depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura 2000-gebieden. Er is daarmee voor de voorgenomen ontwikkeling m.b.t. stikstofdepositie geen vergunning Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming benodigd. De meest recente AERIUS berekening en bijbehorende rapportage worden alsnog bij de vast te stellen stukken toegevoegd. RR. De gemeente herkent zich niet in de opmerking van reclamant. Het Sprenghenparc-concept is in voldoende mate onderscheidend en innovatief om het in ontwikkeling te brengen. SS. Zie beantwoording van zienswijze 1 onder ad A en ad D. TT.
Het woningbouwprogramma en de daarbij behorende prijsklassen ten tijde van het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan zijn vastgelegd in de ontwikkelingsovereenkomst met de initiatiefnemer. Daarmee heeft de initiatiefnemer een verplichting om zich te houden aan het woningbouwprogramma.
22
UU. Om eventuele verontreiniging van de grond ter plaatse van het plangebied aan de Woestijnweg te kunnen vaststellen is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd. Het rapport van het verkennend bodemonderzoek is als bijlage 1 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Uit het rapport is gebleken dat de bodem ter plaatse van het plangebied voldoet aan de kwaliteitsklasse Wonen. Echter, in het historisch vooronderzoek dat deel uitmaakt van het bodemonderzoek wordt inderdaad niet gesproken over de (voormalige) opstallen met losliggende asbestplaten en asbest op het maaiveld. Om die reden is een aanvullend asbestonderzoek uitgevoerd. In het aanvullende onderzoek is onder meer op basis van oude asbestinventarisaties en sloopmeldingen in beeld gebracht op welke opstallen asbestdaken lagen. Bij deze schuren zijn, aanvullend op het eerder uitgevoerde asbestonderzoek, asbestgaten gegraven. Tijdens de uitvoering van het veldwerk is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek zijn er geen belemmeringen voor het gebruik van de locatie voor de functie wonen. VV. Om eventuele verontreiniging van de grond en het grondwater ter plaatse van het plangebied aan de Woestijnweg te kunnen vaststellen is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd.
Het rapport van het verkennend bodemonderzoek is als bijlage 1 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. De bodem ter plaatse van het plangebied voldoet aan de kwaliteitsklasse Wonen. Naar aanleiding van de analyseresultaten is – met uitzondering van een aanvullend asbestonderzoek - nader bodemonderzoek niet noodzakelijk.