CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

362930 008 210728 BH4028 F50 ontwerptoelichting Apeldoorn-Epe DEF

Gemeenteraad 17 februari 2022, gemeente EpeBij agendapunt: Vlotte en veilige fietsroute F50 Apeldoorn - Epe33.681 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De landschappelijke waarden en beleving worden hoog gewaardeerd. Het landschap is een belangrijke identiteitsdrager voor de fietsroute. Er wordt ingezet op herstel en versterking van de landschapstypen waardoor het landschap beter herkenbaar en leesbaar wordt. Het draagt tevens bij aan vergroting van de biodiversiteit. Met de keuze van de maatregelen wordt rekening gehouden met klimaatontwikkelingen, zoals droogte. In deze paragraaf staat beschreven hoe de verschillende landschapstypen hersteld en versterkt kunnen worden.

Incidenteel en kortstondig gebruik van de rijbaan door vee is nadelig voor de fietsers, maar geen onoverkomelijk probleem.

4.3.1

Landschappelijke inpassing

Enkenlandschap Enken zijn oude akkerbouwcomplexen. Om gewassen te telen moet de grond niet te droog maar ook niet te nat zijn. Vandaar dat enken te vinden zijn op overgangen van hoog naar laag, tussen de hoge droge gronden en de beekdalen in. Enken hebben van oudsher geen kavelgrenzen of houtwallen – ze werden gezamenlijk gebruikt – en liggen dus als een aaneengesloten open gebied onder de bosrand. (bron: Groot Apeldoorns landschapskookboek)

Voorbeelden veepassages

4.3

Karakteristieken • Akkers met bolle hoge ligging en steilranden, omzoomd door houtwallen, bosjes en boerderijen; • Wegen hebben een bochtig verloop en lopen om de bolle akkers heen;

Ruimtelijke kwaliteit

De omgeving en beleving daarvan zijn het leidende perspectief voor het ontwerp van de fietsroutes. 28 juli 2021

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

22

Project gerelateerd Aandachtspunten • Beplantingen langs de randen van de enken zijn onder invloed van gemoderniseerde landbouw verdwenen; • Nieuwe bebouwing springt snel in het oog, doordat veel van oudsher aanwezige beplantingsstructuren ontbreken.

In het lager en vlakker gelegen gebied richting de IJssel verzamelde dit water zich vroeger, samen met extra grondwater dat aan de oppervlakte kwam. Hier ontstonden grote zompige gebieden. De beken passeren dus drie verschillende werelden: de bovenmidden- en benedenloop. De fietsroute kruist voornamelijk de middenlopen.

De opgave • Versterken van de bestaande structuur: open houden/maken hogere bolle enken en het toevoegen van beplanting rond die enken; • Toevoegen van wegbeplantingen langs wegen (die slingeren rondom de enken); • Toevoegen van kleine bospercelen in de laagten tussen de enken; • Toegankelijkheid verbeteren door (verdwenen) paden rond de enken te herstellen, kort te sluiten of toe te voegen en te voorzien van beplanting.

(bron: Groot Apeldoorns landschapskookboek)

Ontwerpprincipe enken (Landschapsplan fietsroute Apeldoorn-Vaassen, Eelerwoude 2019)

Beekdallandschap Het water uit de grote waterbel onder het Veluwemassief sijpelt aan de randen van of in laagtes op de Veluwe naar buiten: het begin van een beek, enigszins geheimzinnig verborgen in de bossen. Vanaf de relatief steile rand van hoog naar laag stromen de beken door beekdalen: meanderende open ruimtes, omsloten door beplanting.

28 juli 2021

Karakteristieken Zeer kenmerkend voor het gebied zijn de vele beken die op de Veluwe ontspringen (kwelbronnen) of waarbij de bron door mensen is gegraven (sprengbeken). De beken hebben een natuurlijke loop of zijn recht getrokken of nieuw aangeleid (opgeleide beken) voor de watermolens of voor waterafvoer naar de Grift en later het Apeldoorns kanaal. De fietsroute kruist de vele beken, die in de huidige situatie niet altijd duidelijk herkenbaar in het landschap liggen. De Veluweflankroute kruist als enige het Apeldoorns kanaal en De Grift. Nabij de Baronnenroute staan nog enkele oude watermolens. Kenmerkend voor het beekdallandschap is ook het aanwezige microreliëf, gevormd door een afwisseling van natuurlijke laagtes, de beekdalen, en hoger gelegen kampen. Aandachtspunten • De middenloop is verrommeld en slecht herkenbaar; • Aandacht voor sprengenbeken die aangelegd zijn voor industriële doeleinden (waterkracht) met veelal een asymmetrische ligging ten opzichte van het beekdal (opgeleid); • De beekdalen vormen ecologische verbindingen richting de IJssel. De meeste beekdalen zijn landbouwkundig in gebruik en afgewaterd, waardoor de natuurlijke potentie niet overal tot uiting komt.

• Op grote schaal heeft verarming van kenmerkende beplantingsstructuren plaatsgevonden, zoals houtwallen langs de randen van kampen, singels haaks op natuurlijke beeklopen op juist begeleidende beplanting langs de beken.

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

23

Project gerelateerd

De opgave • Open houden van de beekdalen, in een opeenvolging van kleine open, maar omsloten wereldjes. Kleine bosjes, elzensingels of lanen dwars op het dal, maar ook beekbegeleidende beplanting kunnen door een strategische plaatsing dit effect versterken; • Toegankelijkheid versterken in met name de lengterichting van het beekdal; • Beekdalen omvormen tot leefgebied en corridors (extensief beheer en vernatting); • Waar mogelijk extra water vasthouden en aanleg amfibieënpoelen; • Zichtbaarheid sprengen en beken verbeteren, door onder andere opgeleide deel beter zichtbaar te maken; • Versterken houtwallenstructuur rondom de kampen.

Ontginningslandschap / De Velden Het zogenaamde ontginningslandschap / de Velden zijn de voormalige heidegronden in het landschap. Dit zijn de oudste weidegronden van ons land. Deze gronden waren niet geschikt als bouwland. Hier kwam verandering in met de ontdekking van kunstmest rond 1900 en de verbetering van de ontwatering van de (vaak) natte heidevelden. De voormalige heidevelden werden geheel ontgonnen tot grasland en akker. Kenmerkend voor dit landschapstype zijn de rechte lijnen: rechtlijnige verkaveling en rechte wegen. (bron: Groot Apeldoorns landschapskookboek)

Karakteristieken • Lange ontginningsassen met een rationele, rechtlijnige verkaveling van de percelen; • Redelijk open gebieden, met een ‘kamerstructuur’ door lanen en houtwallen. Aandachtspunten • Het sterke ruimtelijke kader, gevormd door de lanen en houtwallen, is bijna verdwenen. Daardoor heeft een schaalvergroting plaatsgevonden; • De hoeveelheid bebouwing is toegenomen. Door het gebrek aan een stevig landschappelijk casco / beplantingsstructuren oogt het landschap rommelig.

Ontwerpprincipe kampen en beekdalen (Landschapsplan fietsroute Apeldoorn-Vaassen, Eelerwoude 2019)

(Drink)poelen t.b.v. kamsalamander, mogelijk drinkplaats voor paarden; aparte poel (links) of natte laagte langs beek (rechts)

28 juli 2021

De opgave • Versterken/herstellen van de kamerstructuur door toevoegen van bomen langs wegen; • Toevoegen gebiedseigen bomenrijen langs ontginningsassen; • Toevoegen elzensingels in de nattere delen; • Vergroten van de toegankelijkheid van het landschap door bomenrijen te combineren met een pad er langs. Beplanting kan aan één of twee zijden van het pad staan (versterken padennetwerk, met name als uitloopgebied voor dorpeling/stedeling). BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

24

Project gerelateerd •

• •

Ontwerpprincipe ontginningslandschap/de velden (Landschapsplan fietsroute Apeldoorn-Vaassen, Eelerwoude 2019)

4.3.2

Cultuurhistorische beleving

Karakteristieken De oude spoorlijn ‘de Baronnenlijn’ is een cultuurhistorisch element in het plangebied. De rechtlijnigheid en de vlakke ligging in het landschap op een kade in een beekdal en op maaiveld bij hoger gelegen enken, de bakstenen landhoofden ter plekke van kruisingen met beken en een oude wachtpost nabij Epe en Station Vaassen zijn nog herkenbare cultuurhistorische restanten van deze lijn. Daarnaast zijn er historische / monumentale bouwwerken, archeologische monumenten en molens aanwezig nabij de Baronnenroute en Veluweflankroute. De Veluweflankroute ligt deels op de oostelijke kade van het Apeldoorns kanaal, passeert kanaal en de Grift en loopt vervolgens door hoofdzakelijk agrarisch gebied. Buurtschap Wenum ‘Marke van Wenum’ (al in 1335 genoemd) en de vele onverharde wegen zijn kenmerkend en waardevol. De opgave • Identiteit van beide varianten ontlenen aan de karakteristiek en historie van het gebied;

28 juli 2021

• • •

Daar waar de fietsroute op het oude spoorbaantracé ligt, versterken van de beleving en identiteit ervan: rechtlijnigheid van het tracé, de vlakke ligging ten opzichte van het variërende maaiveld, de dijklichamen inclusief taluds, gebouwen, halteplaatsen en oude landhoofden bij beekkruisingen; Locatie en inrichting rustpunten langs oude spoorbaantracé baseren op de voormalige halteplaatsen; Zichtbaarheid en beleving beken (zijnde belangrijke structuren in het landschap) vergroten door o Behoud en beleving oude landhoofden o Beekbegeleidende beplanting o Alle beekkruisingen uitvoeren als brug en niet als duiker en voorzien van informatiepaneel Beleving de Grift en Apeldoorns kanaal vergroten; Zoveel mogelijk behoud onverharde grind-/zandwegen; Op cultuurhistorisch waardevolle plekken informatiepanelen plaatsen.

4.3.3

Beekkruisingen

[Ontwerptekening: BH4028-TE-SO-6205 - F50 - Principes-01]

Karakteristieken Kenmerkend voor de Veluweflank zijn de vele beken die er van west naar oost stromen. Deze beken hebben historische, landschappelijke en ecologische waarde. De landhoofden van de oude spoorlijn zijn als cultuurhistorisch waardevolle elementen toegevoegd en geven voor de beekloop en bijbehorende dieren ruimte de infrastructuur onderlangs te passeren. Enkele beken passeren in de huidige situatie de oude spoorlijn en ook de Veluweflankroute via een duiker. Deze zijn niet zichtbaar en voor veel dieren niet passeerbaar. De opgave Er wordt ingezet op vergroting van de zichtbaarheid en beleving van de beken, waar de oude landhoofden integraal onderdeel van uit maken.

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

25

Project gerelateerd Vanwege de leesbaarheid van het gebied en eenheid in verschijningsvorm van de fietsroute, worden de beekkruisingen op eenduidige wijze vormgegeven. De oude spoorlijn had een smaller profiel dan de toekomstige fietsroute en leuningen zijn nodig vanwege veiligheid. Dit leidt tot een noodzakelijke afweging tussen zichtbaarheid van de beken en oude landhoofden versus de veiligheid en continuïteit van de fietsroute. Vanuit ecologie en landschappelijke beleving van de beeklopen worden duikers vervangen door bruggen. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: • Brugdek 4 meter breed met aan weerszijden iets wijkende leuningen; • Eenduidige vormgeving leuningen, met een referentie naar de oude spoorfunctie (bijv. gebruik oude spoorstaven) en slanke vormgeving vanwege beleving oude landhoofden; • Continuïteit belijning (kant- en asmarkering) en kleurstelling fietsroute op brugdek; • Verbijzondering brugdek om beekkruising zichtbaar te maken; • Verbeteren vispasseerbaarheid.

Voorbeelduitwerking beekkruising Baronnenlijn 2.0

4.3.4

Medegebruik en rustpunten

Karakteristieken Het medegebruik van het gebied en van beide routes is zeer divers. Verschillende groepen fietsers maken gebruik van het oude spoorbaantracé, een groot deel van de Veluweflankroute kent medegebruik door gemotoriseerd (landbouw)verkeer. Op recreatief vlak vallen klompenpaden en een ezelroute samen met delen van de route, het fietsknooppuntennetwerk voor recreatief fietsverkeer overlapt een groot deel van de routes. Omwonenden gebruiken het gebied onder andere voor het uitlaten van de hond en als onderdeel van wandelommetjes. Agrarische gronden en bedrijven liggen aan weerszijden van de routes, waardoor delen van de routes ook worden gebruikt door landbouwverkeer, vrachtverkeer en overig gemotoriseerd verkeer. Ook maakt het kruisen van de routes of een stukje medegebruik deel uit van de agrarische bedrijfsvoering doordat vee moet oversteken.

28 juli 2021

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

26

Project gerelateerd Langs het oude spoorbaantracé staan op enkele plekken bankjes. Deze zijn qua uitstraling zeer divers. De opgave • Daar waar sprake is van medegebruik van de route, wordt zorgvuldig gekeken of dit tot mogelijke conflictsituaties kan leiden. Voor het medegebruik door gemotoriseerd verkeer wordt de oplossing gezocht in het dwarsprofiel (zie paragraaf 3.1.1). • Ontvlechten verschillende gebruikers. Bij voorkeur krijgt het langzaam verkeer dat gebruik maakt van de fietsroute een eigen plek in het profiel. Dit zal geen eenduidige oplossing zijn, maar vraagt maatwerk, afhankelijk van de vorm van medegebruik en de locatie. Is er bijvoorbeeld in de berm naast het fietspad ruimte voor een klompen-, wandel- of ruiterpad, moet er grond worden aangekocht of kan een andere, logische route worden gevonden voor bijvoorbeeld de ezelroute. • Waar sprake is van overstekend vee wordt in overleg met betrokken veehouders naar een oplossing gezocht (bijv. veepassages) (zie paragraaf 3.1.5).

•

•

Langs de fietsroute komt een aantal rustpunten. Plekken om te verzamelen, schuilen of even te kunnen zitten. Om goed te kunnen functioneren moeten de rustpunten op logische plekken worden gesitueerd, bijvoorbeeld daar waar scholieren verzamelen om gezamenlijk naar school te fietsen, en in een bepaald ritme. Bij de Baronnenroute worden de rustpunten zoveel mogelijk gesitueerd op plekken waar in het verleden halteplaatsen waren voor de oude spoorlijn. Bij de Veluweflankroute wordt daarentegen gezocht naar aanleidingen in het landschap. Qua vormgeving van de rustpunten wordt aansluiting gezocht bij de identiteit van de varianten. De vormgeving en inrichting van de rustpunten wordt uitgewerkt in de DO fase. In het plangebied spelen enkele concrete natuurontwikkelingsprojecten, waarin ook rustpunten zijn opgenomen. Het meubilair bij deze rustpunten krijgt dezelfde vormgeving als het overige meubilair langs de fietsroute om de herkenbaarheid en eenheid in verschijningsvorm van de fietsroute te versterken.

4.3.5

Ecologische versterking

Karakteristieken Het gebied is rijk aan natuurwaarden verbonden aan de kwelgevoede beeklopen, de solitaire bomen, boomgroepen enkele of dubbele bomenrijen in de berm, de doorkruisende houtopstanden en de overwegend kruidenrijke, voedselarmere bermen en overwegend onverlichte wegen. Dit blijkt uit concrete bijzondere en beschermde waarden op basis van bureaustudie, veldwaarnemingen en informatie aangedragen uit de omgeving. Voorkomende soorten Dit betreft de bijzondere watergebonden soorten zoals beekprik, poelkikker, kamsalamander, libellen (o.a. weidebeekjuffer, rode heidelibel), ringslang, watervleermuis en meervleermuis.

28 juli 2021

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

27

Belangrijke groenelementen voor vleermuizen (rode lijnen). (bron: Vleermuisonderzoek, Regelink, 2019.

Project gerelateerd De das, patrijzen, gewone dwergvleermuis (algemeen), ruige dwergvleermuis, grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, steenuilen, kerkuilen zijn soorten die in het kleinschalig agrarisch landschap thuis horen. In het plangebied zijn verschillende hotspots vastgesteld waar veel vleermuizen foerageren en/of een essentiële vliegroute aanwezig is (zie de rode trajecten op de afbeelding hiernaast). Essentiële vliegroutes van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis vanuit het stedelijk gebied naar het buitengebied zijn vastgesteld bij Apeldoorn noord, bij het Apeldoorns kanaal en noordelijk van Vaassen (woonwijk Heggerenk). Op diverse plekken met bos en water nabij de Baronnenroute en Veluweflankroute zijn foerageergebieden vastgesteld. Bij de Veluweflankroute is het deel tussen het Apeldoorns kanaal en Spoorbaantracé niet essentieel van belang voor vleermuizen. Dichter bij het stedelijk gebied komt de sleedoornpage (vlinder) voor. In de bermen komen bijzondere planten voor, zoals het zandblauwtje en struikheide in de bermen van het oude spoorbaantracé en Kartuizer anjer op de kanaalkade. Het zandblauwtje en struikheide zijn relicten van voedselarmere zandgronden en vormen een link met de hoger gelegen Veluwe.

Beken/beekdalen De Verloren Beek, Smallertse Beek, Nieuwe Beek en Egelbeek, inclusief de bijbehorende beekdalen, zijn dermate waardevol als leefgebied voor de beekprik, rivierdonderpad, kamsalamander en ijsvogel, dat deze vier beken deel uitmaken van Natura 2000 Veluwe. De beken staan in verbinding met de IJsseluiterwaarden, onderdeel van Natura 2000-gebied Rijntakken, dat ook voor de beekprik is aangewezen. Ook in de andere beken en de Grift die door de fietsroutes worden gekruist, komt de beekprik voor. De beken zijn daarnaast van belang voor de Natura 2000-soort kamsalamander die momenteel alleen nabij de Egelbeek in het Korte broek voorkomt.

Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene ontwikkelingszone (GO) Naast de beken die beschermd zijn als onderdeel van Natura 2000gebied kruisen beide varianten voor de F50 het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Dat bestaat uit bestaande natuurgebieden met bos en vochtige hooilanden alsook nieuw te ontwikkelen natuurgebieden. Aanvullend op deze GNN is de Groene ontwikkelingszone (GO) aangeduid, dat bestaat uit agrarisch gebied waar bijzondere natuur-, cultuurhistorische en landschappelijke waarden kunnen voorkomen. Nieuwe ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk als deze bijdragen aan de versterking van de ecologische samenhang van de natuur van het GNN en van de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Natuurontwikkelingsprojecten In het plangebied spelen enkele concrete natuurontwikkelingsprojecten: Klimaatbos Kopermolen ten zuiden van Epe bij de Verloren Beek, nieuwe natuur Emst-Achterhegge en nieuwe natuur Wenum Wiesels beekdal. In deze gebieden wordt onder meer vochtig hooiland en vochtig bos gerealiseerd alsook poelen. Bij de Veluweflankroute speelt de ontwikkeling van een zonneweide in de Groene ontwikkelingszone net noordelijk van de Stadhoudersmolenweg. De opgave Daar waar waarden van GNN/GO, houtopstanden en leefgebied van soorten worden aangetast, worden deze gecompenseerd.

Hierbij wordt niet alleen langs de lijn, zijnde de fietsroute, en de bermen gekeken, maar wat breder in de directe omgeving en naar oplossingen die tevens het landschap versterken. Bijvoorbeeld bosopstanden, houtwallen of extra amfibieënpoelen waar andere soorten zoals das, vleermuizen en steenuil ook van profiteren. Bij het ontwerp van de varianten wordt ingezet op versterking van de ecologische waarden in het gebied, bij de beken, bermen en het kleinschalig landschap.

28 juli 2021

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

28

Project gerelateerd •

•

•

De ambitie bij de Veluwse beken is om deze klimaatbestendiger te maken en krappe passages bij de fietsroute te verruimen en passeerbaar te maken voor meer diersoorten. Krappe duikers worden door kortere en ruimere bruggen met natuurlijk doorlopende oevers vervangen. Dit betreft de Egelbeek, Wenumse beek en Papegaaibeek. Daarnaast wordt ingezet op beplanting (elzen bij natuurlijke beken en knotwilgen bij opgeleide beken) aan de zuidoever van de beken voor nodige schaduw en koelte in de zomer. De boomwortels in het water bieden dekking voor beekprikken en andere vissen. Daarnaast wordt gericht op gevarieerde en natuurlijk begroeide oevers door aangepast oeverbeheer, gunstig voor diverse oevergerelateerde planten en libellen. Verder komen extra ecoduikers (duiker voorzien van oeverstrook of looprichel) onder het fietspad waar natuurontwikkeling in de omgeving plaats vindt (EmstAchterhegge, landgoed Emsterhof, klimaatbos) voor geleiding van amfibieën en kleine tot middelgrote zoogdieren onder het fietspad door. Voor de bermen wordt ingezet om deze verder te verschralen en zo de bijzondere schralere soorten uit te breiden door zorgvuldige inrichting en ecologisch bermbeheer.

Op sommige plekken dienen gekapte bomen terug gebracht te worden, met een natuurlijk beeld (geen rechte aanplantlijnen) en aanplant en/of natuurlijke ontwikkeling van inheemse bloemrijke en/of bessendragende struiken (circa 5%) aan de rand van de berm. Dit betreft onder meer sleedoorn, meidoorn, hondsroos en brem. Het biedt voor diverse insecten (o.a. sleedoornpage) en kleine (zoog)dieren voedsel, structuur en geleiding. Aandachtspunt is bestrijding van de overheersende exoten Japanse duizendknoop en Amerikaanse vogelkers. Op het traject moeten in verband met de beschikbare ruimte bomen wijken. Veelal resteren nog bomen in de berm die met name als vliegroute voor vleermuizen van belang zijn.

28 juli 2021

•

•

Op die locaties waar alle bomen moeten wijken, maar waar de bomen wel een belangrijke functie hebben voor vleermuizen, wordt weer nieuwe opgaande beplanting iets verder van het fietspad aangeplant in een natuurlijk verband. Op locaties waar het niet gaat, ofwel vanwege ruimtegebrek ofwel vanwege versterking van de landschappelijke karakteristiek, wordt een nieuw lijnelement aangeplant waarbij doorgaande vliegroutes in de omgeving beschikbaar blijven. Verder wordt ingezet op behoud en uitbreiding van de typische voedselarmere vegetatie met zandblauwtje en heide en kruidenrijke vegetaties, zoals Kartuizer anjer in de bermen als belangrijke lijnvormige elementen in het agrarisch landschap. De nieuwe fietstunnel onder de Eekterweg wordt integraal met faunapassage ingericht waarmee een knelpunt voor met name de kleinere (zoog)dieren bij de Eekterweg wordt opgelost. De bestaande faunapassage in de fietstunnel onder de N309 wordt vervangen door een aparte faunapassage westelijk van de tunnel. Dit biedt voor fietsers meer ruimte en voor fauna een rustigere locatie.

Links: Rode beek (Vaassen), voorbeeld met natuurlijk begroeide oevers in beboste omgeving, zonder beschoeiing. Rechts: Smallertse beek, voorbeeld met meer begroeide oevers

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

29

Project gerelateerd

4.3.6

Tunnels

Karakteristieken In het tracé liggen enkele tunnels. De omgeving van deze tunnels varieert. Vanwege de herkenbaarheid van de fietsroute wordt gekozen voor eenheid in beeldkwaliteit. De opgave De eenheid komt enerzijds tot uiting in een aantal technische ontwerpuitgangspunten (zie paragraaf 4.1.3): • De breedte van het fietspad blijft ongewijzigd met optioneel aan één zijde een verbreding voor voetgangers. • De wanden van de tunnel wijken (10:1). • Waar mogelijk worden de wanden vanaf maximaal circa 1,00 meter hoogte uitgevoerd als taluds (1:1), zowel in het open deel (groene taluds langs de hellingbanen) als in het gesloten deel. • Een zo gestrekt mogelijk verloop van tunnel en hellingbanen. Aanvullende ontwerpuitgangspunten voor de beeldkwaliteit: • Eenduidige vormgeving openbare verlichting, passend binnen de technische ontwerpuitgangspunten. • Wanden uitvoeren in schoon beton, lichte grijstint. • Verticale naden in de wand. • Plaatsnaamaanduidingen conform lettertype en wijze voormalige spoorbaantracé als reliëf in wanden.

• •

Brugdek en wanden twee losse elementen. Aanzicht brugdek verjongen.

28 juli 2021

Voorbeelduitwerking tunnel

4.4

Technische randvoorwaarden

Ondergrondse infrastructuur [Ontwerptekeningen: BH4028-TE-SO-6207 - F50 K&L-01 t/m 05]

Over nagenoeg de volledige lengte van de fietsroute liggen meerdere kabels en leidingen. Het pakket is divers. Over delen van de route liggen, naast kabels voor data, laag- en middenspanning, onder andere een hogedruk gasleiding en een hoofdtransport waterleiding. Uitgangspunt voor deze “zware” leidingen is dat ze blijven liggen. Met de eigenaren en beheerders van deze ondergrondse infrastructuur moet in overleg getreden worden over de mogelijkheden om de kabels en leidingen op de huidige locatie te handhaven, waarbij geaccepteerd wordt dat deze onder de nieuwe verharding komen te liggen, dan wel waar en hoe ze verlegd kunnen worden (DO fase). In het ontwerp wordt op een aantal locaties voorgesteld in overleg met de grondeigenaren van aangrenzende percelen kabels en leiding buiten de huidige verkeersruimte te leggen. Zo nodig wordt daarvoor een extra strook grond aangekocht. Waar mogelijk en zinvol uit oogpunt van medegebruik van de fietsroute wordt deze ruimte gecombineerd met een wandel- of ruiterpad.

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

30

Project gerelateerd Uitgangspunt is dat kabels en leidingen verlegd worden binnen een strook van 1,00 meter aan weerszijden van de nieuwe verharding. De kans is groot dat tenminste één van de aanwezige kabels en leidingen verlegd moet worden, waarbij aantasting van het wortelpakket van bestaande bomen onvermijdelijk is. Er is dus een reëel risico dat bomen tot 2.00 meter naast de nieuwe verharding verwijderd moeten worden. In overleg met de nutsbedrijven wordt in de DO fase nagegaan waar kabels en leidingen verplaatst moeten worden en op welke locaties het kappen van landschappelijk waardevolle bomen voorkomen kan worden. Het verleggen van kabels en leidingen brengt forse kosten met zich mee. Door zorgvuldige planning en vroegtijdig betrekken van de nutsbedrijven bij de uitwerking van het ontwerp kunnen kosten bespaard worden, door de kabels en leidingen zoveel mogelijk gelijktijdig te verleggen. Het verleggen van kabel en leidingen heeft invloed op de realisatietermijn van de fietsroute, onder andere omdat aan de hoofdtransport waterleiding alleen gedurende de wintermaanden (november – maart) gewerkt kan worden, vanwege het beperktere watergebruik in die periode.

Openbare verlichting In de huidige situatie zijn de wegen in het buitengebied en het oude spoorbaantracé niet of nauwelijks verlicht. De donkerte is een ruimtelijke kwaliteit en wordt door veel mensen als waardevol ervaren. Ook voor diverse diersoorten in het gebied is die donkerte nodig. Voor het ontwerp van de fietsroutes wordt uitgegaan van minimale ecologische verstoring. Dat betekent dat er alleen attentieverlichting wordt aangebracht bij kruisingen met wegverkeer en in de tunnels. De bestaande Dorpenroute, die wel is voorzien van openbare verlichting, blijft behouden als sociaal veilig alternatief voor fietsers bij duisternis. Per variant worden de lichtmasten en armaturen eenduidig vormgegeven, passend bij de identiteit van de variant. De verlichting in de tunnels wordt zodanig vormgegeven dat deze een zo minimaal mogelijk verstorend effect heeft op de faunapassage (verlichting minimaliseren, gericht op fietspad, kleurverlichting in het warme aspect 3000 K of minder). Bovendien worden de tunnels als familie vormgegeven, wat betekent dat ook de verlichting in de tunnels op eenduidige wijze wordt vormgegeven.

Markering Doorgaande markering op de fietsroute is van belang voor veiligheid, geleiding en herkenbaarheid. De as- en vooral de kantmarkering heeft een sterk geleidende functie voor de fietsers, speciaal bij duisternis en slecht zicht. De markering wordt slijtvast en retro-reflecterend uitgevoerd. De kantmarkering wordt verlaagd aangebracht of als spatmarkering, zodat regenwater niet op de verharding blijft staan.

28 juli 2021

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

31

Project gerelateerd

5

Tracédeel Gemeente Apeldoorn: Variant Veluweflankroute

In dit hoofdstuk wordt het ontwerp van de Veluweflankroute tussen Apeldoorn en de Poelweg toegelicht. In hoofdstuk 6 volgt het ontwerp van de Baronnenroute tussen Apeldoorn en de Poelweg. In hoofdstuk 7 wordt het traject in de gemeente Epe voor beide varianten toegelicht. De maatregelen en ontwerpkeuzes worden per trajectdeel beschreven. Bij elk trajectdeel is een verwijzing opgenomen naar de betreffende ontwerptekening. Elk van deze drie hoofdstukken over de tracé-onderdelen begint met een korte trajectvisie en een matrix. Dit geeft snel en overzichtelijk weer hoe de ontwerpuitgangspunten in dit gedeelte van het tracé terugkomen en ook waar deze uitgangspunten vandaan komen. Trajectvisie Veluweflankroute Voor dit tracédeel heeft het behoud en het versterken van de bestaande natuur- en landschapselementen een prominente rol gekregen. Al slingerend door het agrarische gebied tussen het Apeldoorns kanaal en het oude spoorbaantracé zal dit tracédeel gebruik maken van de verschillende landschappen die worden gekruist. Met name het beekdallandschap is sterk aanwezig en zal door vernatuurlijking van de oevers, het aanleggen van poelen, het aanplanten van beekbegeleidende beplanting en het ontwikkelen van kruidenrijke graslanden rondom de fietsroute kunnen gaan floreren.

Enkele cultuurhistorische elementen zullen ook in beeld worden gebracht bij deze route in de vorm van het incorporeren van de historische houtwallen en de oude graanmolen in het traject. De veiligheid van de fietsers en de overige weggebruikers wordt zo goed mogelijk gewaarborgd, mede door de aanleg van duidelijke zichtbare kruispunten en door veilige onderlinge passages tussen de weggebruikers. Wel heeft de fietser op een behoorlijk deel van dit traject te maken met medegebruik door landbouwverkeer, overstekend vee en sluipverkeer, wat ervoor zorgt dat de veiligheid van de Veluweflankroute maatwerk vereist.

28 juli 2021

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

32

Project gerelateerd

Trajectmatrix Veluweflankroute Onderdeel 5.1 Apeldoorns kanaal

5.2 Stadhoudersmolenweg

Ontwerpelementen Bouwen in het verlengde van kanaal Oeverbegroeiing versterken en aanleg poelen Tot aan Halvemaanweg afsluiten voor autoverkeer Mogelijke vervanging en verplaatsing bruggen over de Grift en kanaal Deel bestaand fietspad behouden Fietsbruggen vervangen

5.3 Wenumseveldweg

Veilige fietsoversteek zonder voorrang voor fietsers Gebruik maken van brede bermen voor versterking van de natuur Eenzijdige verbreding verharding aan oostkant Overgang beekdallandschap accentueren met beplantingen Duiker veranderen in brug met houten leuningen

5.4 Veldmaterweg

Kruising Papegaaiweg verplaatst om in rechte lijn met Veldmaterweg te komen Opname van de houtwallen en de oude molen in het traject

Aanvulling kruisingen met de Marleweg en de Ramsbrugweg worden met extra attentieniveau verhogende elementen

28 juli 2021

Visie & doel Inspelen op bestaande kanaalomgeving Versterking van lokale natuur (amfibieën en vleermuizen) Verbetering veilig fietsklimaat

Ontwerpuitgangspunt Omgeving

Ruimere boogstraal en dichter bij de hoofdrijbanen Deel fietspad al van voldoende kwaliteit Gepaste breedte en nieuwe vormgeving Veilige oversteek van fietsers langs auto’s Ruimte toepassen voor ecologisch bermbeheer Gepaste breedte en behoud natuurelementen Versterking landschappelijke karakteristiek en landschapselementen Versterking landschappelijke karakteristiek en landschapselementen Ontwijken sluipverkeer en verbeterde doorstroom Versterking beleving cultuurhistorische elementen en landschappelijke karakteristiek en landschapselementen Toepassing principe kruispuntsoplossing voor veilige verkeerssituatie

Kwaliteit fietsroute en beleving Grift en kanaal Dwarsprofiel

Ecologie Dwarsprofiel

Beekkruisingen Kruisingen Ecologie Ecologie en dwarsprofiel Landschap

Cultuurhistorie

Medegebruik Cultuurhistorie en landschap

Kruisingen

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

33

Project gerelateerd Nieuw tracé bij het laatste stuk voor de Flesse Aanleg struinpad en begeleidende laanbeplanting rondom route 5.5 De Flesse

5.6 Aansluiting Spoorbaantracé

Grindweg verhard en verbreed met compensatie voor alle berkenbomen Nieuw tracé om ruimte te bieden aan agrarisch bedrijf Aanlegging groenstrook met bomenrij Koe-tunnels of vee-roosters bij frequente vee oversteeklocaties Voor de helft van de route een volledig nieuw tracé met ruimte bochten Fietspad op de huidige spoorlijn blijft ongewijzigd Creatie rustpunt tussen huidige fietspad en nieuw tracé Aanleg grote drinkpoel in passende vormgeving bij ontginningslandschap

28 juli 2021

Sluipverkeer ontwijken zonder natuur aantasting Verduidelijking overgang landschapstypen en faciliteren wandelaars Veilige verkeerssituatie met behoud huidig landschap Minimaliseren interactie met landbouwverkeer Versterking landschap en begeleiding fietsroute Passende oplossing overlast tussen vee en fietsers Nog geen infrastructuur tussen de Groeneveltweg en het spoorbaantracé Mogelijkheid blijven geven om door te fietsen Integratie van beide routes passend binnen landschappelijke karakteristiek Versterking karakteristieke natuur

Medegebruik Landschap

Verharding en ecologie Medegebruik Landschap Omgeving Kwaliteit fietsroute

Omgeving Rustpunten

Ecologie

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

34

Project gerelateerd

5.1

Apeldoorns kanaal

[Ontwerptekening: BH4028-TE-SO-6203 - F50 - Veluweflankroute-03]

oevers is kenmerkend voor dit gebied. Het verlengen van het kanaal ten noorden van de Anklaarseweg draagt bij aan de beleving van de kanaalkruising. Het zuidelijk deel heeft een besloten karakter door de grote oude bomen en bosschage. In noordelijke richting wordt het landschap opener met meer bebouwde terreinen: het bedrijf HCA, sluis en wachterswoning en enkele woonerven. Het Apeldoorns kanaal met westelijk ervan gelegen de Grift omringd met bosachtig gebied is van belang voor onder meer vleermuizen. De zone is van belang als vliegroute vanuit het stedelijk gebied en als foerageergebied. Er is een hoge dichtheid aan foeragerende vleermuizen vastgesteld. Oostelijk van de kanaaldijk komen enkele poelen voor met algemenere amfibiesoorten. Ter hoogte van de fiets- en voetgangersbrug wordt het fietspad rechtdoor getrokken langs het kanaal. Het pad over de brug sluit hier ondergeschikt op aan. De overhoek die ontstaat door het verwijderen van verharding wordt afgegraven en ingericht met een waterplas of voortplantingspoel, die dienst doet als stapsteen voor amfibieën en ringslang, parallel aan het kanaal. Ook vindt er compensatie van te kappen bomen plaats.

De fietsroute start bij de Anklaarseweg en loopt het eerste deel oostelijk van het Apeldoorns kanaal. Het kanaal met rietbegroeide 28 juli 2021

Tot aan de Halvemaanweg wordt de straat Kanaal Noord afgesloten voor autoverkeer. De bestaande aansluiting van het parkeerterrein van HCA wordt verwijderd; werknemers en bezoekers van HCA bereiken het parkeerterrein via de bestaande infrastructuur van de Halvemaanweg en/of een nieuwe ontsluitingsweg parallel aan het kanaal. De nieuwe ontsluitingsweg sluit aan op Kanaal Noord, oostelijk van het Apeldoorns kanaal; alleen een doorsteek voor fietsers blijft gehandhaafd. In overleg met HCA kan hun parkeerterrein beter worden afgeschermd met een haag of struweel met inheemse soorten. Bestemmingsverkeer voor de aanliggende woningen en percelen aan Kanaal Noord rijdt via de Halvemaanweg naar de aansluiting op de Oostveluweweg. Vanaf de Halvemaanweg in noordelijke richting wordt Kanaal Noord ingericht als fietsstraat. De verhardingsbreedte wordt beperkt tot 4,00 meter, voor het eenduidige wegbeeld van de BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

35

Project gerelateerd fietsroute. Eventueel kan de bestaande overmaat gehandhaafd worden, mits afwijkend van kleur en buiten de belijning (kantstrepen). Ter hoogte van de sluis wordt een rustpunt ingericht. De vormgeving sluit aan bij de karakteristiek van de plek, zijnde de sluis. Een bank is voorzien in de zuidelijke hoek bij de sluis. Het al dan niet overkappen van dit rustpunt hangt nog af van de inschatting of het een overlast veroorzakende hangplek voor jeugd kan gaan worden.

5.2

Stadhoudersmolenweg

[Ontwerptekening: BH4028-TE-SO-6203 - F50 - Veluweflankroute-02 en 03]

Voor de aansluiting op het vervolg van de route langs de Stadhoudersmolenweg wordt de fietsroute eerst naar het oosten uitgebogen, om vervolgens naar het westen af te kunnen buigen, aansluitend op de brug over het Apeldoorns kanaal. De maximaal haalbare boogstraal is circa 15 meter. Er is aanleiding om de bruggen over het Apeldoorns kanaal en de Grift te vervangen (zie paragraaf 4.2). Dat biedt de gelegenheid de bruggen dichter bij de hoofdrijbanen van de Stadhoudersmolenweg te situeren, of de nieuwe brug schuin of gebogen over het Apeldoorns kanaal te realiseren, waardoor een ruimere boogstraal kan worden toegepast. De inpassing van het fietspad op dit punt betekent een beperkt ruimtebeslag van een bosperceel met rietruigte. Hier zijn kansen om een grotere voortplantingspoel te realiseren als stapsteen langs het Apeldoorns kanaal zoals bij HCA. Beide voortplantingswateren versterken het foerageergebied van vleermuizen (foerageerhotspot bij de Grift en het Apeldoorns kanaal wordt door de extra poelen en natuurlijke oeverbegroeiing versterkt). Het fietspad langs de Stadhoudersmolenweg in oostelijke richting en de fietsverbinding naar het noorden over de oostelijke oever van het Apeldoorns kanaal sluiten in de bocht aan op de doorgaande Veluweflankroute. Ten zuiden van deze aansluiting, direct na de laatste woning (Kanaal Noord 410), is thans een verzinkbare paal aanwezig.

Deze fysieke afsluiting wordt niet teruggebracht, tenzij de noodzaak na openstelling van de fietsroute wordt aangetoond.

28 juli 2021

De Stadhoudersmolenweg heeft een groene uitstraling met brede grasbermen. Zuidelijk van de hoofdrijbaan ligt een vrijliggend, in twee richtingen bereden fietspad. Aan de noordzijde ligt een natuurlijke zone met open water en (riet)moeras en ruigte. Direct noordelijk daarvan is een zonnepark voorzien. Het Apeldoorns kanaal wordt gekruist door bruggen, waarbij de fietsbrug licht getoogd is. Het fietspad gaat ook middels een getoogde fietsbrug over de Grift. De vormgeving wijkt af van de brug over het kanaal. De Stadshoudersmolenweg, inclusief brede grasberm tussen de rijbanen, kruist de Grift met een duiker, welke is vormgegeven met gemetselde wanden.

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

36

Project gerelateerd Langs de Stadhoudersmolenweg wordt de fietsroute vervolgd aan de zuidzijde, over het bestaande fietspad. Dit fietspad is al van voldoende kwaliteit; deze behoeft alleen overlaagd te worden voor de eenheid in kleurstelling. Aan de noordzijde zou de inpassing ten koste gaan van de landschappelijke en ecologische kwaliteit van de daar ingerichte natuurlijke zone. Bovendien zou de fietsroute de Stadhoudersmolenweg dan moeten kruisen nabij de bruggen over het Apeldoorns kanaal en de Grift. Vanwege de afleidende werking van de bruggen en de zichtbeperkende bolling in de weg is een verkeersveilige inpassing van de fietsoversteek op deze locatie een extra complicerende factor. De bestaande fietsbruggen over het Apeldoorns kanaal en de Grift zijn slechts 3.00 meter breed en derhalve te smal. Voor de continue kwaliteit van de Veluweflankroute dienen de bruggen vervangen te worden. Dit biedt de gelegenheid de vormgeving en uitstraling van de bruggen aan te passen, zodat ze één familie vormen met de bruggen elders in de Veluweflankroute. Subtiel verschil tussen de bruggen over het Apeldoorns kanaal, de Grift en de beken is wenselijk om ook recht te doen aan de identiteit van het kanaal en de Grift.

Bij voorkeur worden de bruggen in de hoofdrijbanen van de Stadhoudersmolenweg aangepast (de duiker in de Grift vervangen door bruggen) zodat deze in balans zijn met de fietsbruggen en de identiteit en beleving van de watergangen wordt versterkt.

Principe samenhang bruggen over de Grift en Apeldoorns kanaal

De brede berm tussen het fietspad en rijbaan van de Stadhoudersmolenweg wordt gebruikt om hier de westelijke oever van de Grift natuurlijker in te richten met een flauwe oever met meer natte

28 juli 2021

oever gerelateerde soorten. Hierdoor wordt de Grift duidelijker zichtbaar. De huidige relatief kruidenrijke en open bermen van het fietspad langs de Stadhoudersmolenweg worden verder versterkt door ecologisch bermbeheer en aangevuld met bloem- en besrijke struiken waaronder de brem en verspreid enkele bomen. De struiken betreffen een soort die ook langs de Grift voor komt. Bedekking is verspreid, circa 5%. De combinatie van kruidenrijke berm, bremstruiken en bomen zorgt voor variatie in structuur, dekking van belang voor insecten, en (kleinere) dieren en zorgt qua beleving ook voor afscherming van het autoverkeer. Ook wordt hier ingestoken op verdere uitbreiding van de Kartuizer anjer. Ter hoogte van de Wenumseveldweg wordt een fietsoversteek in de Stadhoudersmolenweg gerealiseerd. In afwijking van de kwaliteitseisen voor de fietsroute wordt geadviseerd hier het fietsverkeer uit de voorrang te halen, om de veiligheid van de fietsers te borgen. Recente richtlijnen van het CROW stellen dat fietsers veilig met voorrang een gebiedsontsluitingsweg kunnen kruisen als onder andere aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: • Er passeren tenminste 2000 fietsers per dag; • Er passeren maximaal twee keer zoveel auto’s als fietsers.

Aan beide voorwaarden wordt hier niet voldaan: prognoses reiken tot 1000 à 1500 fietsers per dag, terwijl uit tellingen op de Stadhoudersmolenweg blijkt dat er nu al ruim 5000 motorvoertuigen per dag passeren. Extra complicerende factoren zijn dat de rijsnelheden van het autoverkeer op de Stadhoudersmolenweg in de huidige situatie ruim boven de limiet van 50 km/u liggen, dat een groot deel van het autoverkeer vrachtverkeer betreft (circa 17% op etmaalbasis) en dat het fietspad vanuit zuidelijke richting noodgedwongen met een krappe boogstraal aansluit op de fietsoversteek. De exacte locatie van de fietsoversteek dient nader overwogen te worden, in relatie tot de uitgifte van het resterende bedrijfsperceel aan

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

37

Project gerelateerd de Stadhoudersmolenweg en het bijbehorende bouw- en inrichtingsplan. Dit kan aanleiding zijn om de oversteek iets naar het oosten te verschuiven, waardoor deze niet precies in het verlengde van de Wenumseveldweg ligt.

5.3

Wenumseveldweg

[Ontwerptekeningen: BH4028-TE-SO-6203 - F50 - Veluweflankroute-02]

Op de fietsoversteek wordt de veiligheid voor fietsers geoptimaliseerd door een brede middengeleider aan te brengen en de rijbaan met relatief krappe bogen uit te buigen. Fietsers kunnen zo eenvoudig in twee fasen oversteken en hebben een comfortabele en veilige wachtgelegenheid halverwege de oversteek. Het autoverkeer wordt nadrukkelijk op de oversteekplaats geattendeerd en de naderingssnelheid wordt beperkt. Voor fietsers vanuit noordelijke richting met bestemming bedrijventerrein Stadhoudersmolen, of die via de zuidelijke tak van de Stadhoudersmolenweg richting (het centrum van) Apeldoorn gaan wordt de westelijke tak van de Wenumseveldweg over de eerste 90 meter verhard, waarna aangesloten wordt op het bestaande tweerichting fietspad aan de westzijde van de Stadhoudersmolenweg in zuidelijke richting. Hierdoor wordt voorkomen dat deze fietsers twee keer de Stadhoudersmolenweg moeten oversteken. Het bestaande fietspad aan de zuidzijde van de Stadhoudersmolenweg, tussen de nieuwe fietsoversteek en de zuidelijke tak van de Stadhoudersmolenweg, blijft gehandhaafd voor fietsers uit oostelijke richting met bestemming bedrijventerrein Stadhoudersmolen en het nog uit te geven bedrijfsperceel.

In relatie tot die uitgifte kan overwogen worden dit stuk fietspad op te heffen, waardoor tevens de onoverzichtelijke situatie bij de fietsoversteek bij de bocht geëlimineerd wordt en de situatie bij de nieuwe fietsoversteek overzichtelijker wordt. Door de realisatie van de fietsoversteek wordt de route van het klompenpad Holhorsterpad aangepast; wandelaars hoeven niet meer om te lopen via de doorsteek en fietsoversteek bij de haakse bocht in de Stadhoudersmolenweg. 28 juli 2021

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

38

Project gerelateerd Dit trajectdeel ligt in het ontginningenlandschap met rechtlijnige verkavelingen waarbij de wegen veelal begeleid worden door soorten als berk en els die op onregelmatige afstand van elkaar staan. Veel wegen zijn grindwegen of onverharde wegen. Op dit traject wordt de Papegaaibeek en zuidelijk hiervan een onverharde weg gekruist. De verharding van de Wenumseveldweg wordt eenzijdig aan de oostzijde verbreed naar 4 meter. Zodoende kunnen aan de westzijde de bestaande watergang en de karakteristieke berken- en elzenbomen behouden blijven en op enkele plekken bomen worden toegevoegd. Aan de oostzijde wordt een strook grond van 2 tot 2,5 meter breedte aangekocht om de watergang aan die zijde te verplaatsen, zo nodig kabels en leidingen te verleggen en ruimte te creëren voor groencompensatie, ecologische versterking en inpassing van het klompenpad Holhorsterpad in de berm. In het zuidelijk deel van de Wenumseveldweg is een elzenwindhaag aanwezig die moet wijken. Deze haag kan verplaatst worden en opnieuw als afscherming ingepast worden in samenhang met landschappelijke inpassing van het toekomstige zonnepark. Via het oost-west lopende zandpad ten zuiden van de Papegaaibeek kruist het klompenpad Kopermolenpad de Wenumseveldweg. Dit zandpad vormt de overgang met het beekdallandschap waar de Papegaaibeek onderdeel van uit maakt.

De beplantingsstructuur met verspreid staande bomen langs dit zandpad wordt tussen de Wenumseveldweg en het kanaal versterkt met berken en elzen, zodat een duidelijke overgang ontstaat tussen beide landschapstypen. In het ontginningenlandschap zijn nog vrij veel opgaande beplantingsstructuren langs wegen en kavelgrenzen aanwezig. Daar waar ze ontbreken worden ze toegevoegd, zodat het landschap weer goed leesbaar wordt. Dit gaat vooral om aanplant van berken.

Huidige situatie Wenumseveldweg

Visualisatie toekomstige situatie Wenumseveldweg

28 juli 2021

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

39

Project gerelateerd De kruisingen worden uitgevoerd conform de principeoplossing (zie paragraaf 3.1.2). Daarbij worden de laatste meters van de grindwegen voorzien van grasbetonstenen Dit wordt gedaan om vervuiling van de fietsroute door (landbouw)verkeer uit de grindwegen en mogelijke beschadiging van het wegdek door de wegenschaaf (wegonderhoud grindwegen) te voorkomen, waarbij bovendien visueel geen afbreuk wordt gedaan aan het landelijk karakter van de grindwegen. De Papegaaibeek passeert de Wenumseveldweg momenteel onzichtbaar via een duiker en heeft aan de oostzijde van de weg een onnatuurlijk haaks verloop via de berm. Aan de westzijde heeft de beek al een natuurlijke begroeiing en begeleiding door o.a. elzen. In het beekdallandschap wordt de zichtbaarheid en de ecologische waarde van de Papegaaibeek sterk vergroot door de beekkruising uit te voeren als brug met kenmerkende houten leuningen en een natuurlijke doortrekking van de beek aan de oostzijde van de Wenumseveldweg. De beek krijgt er natuurlijke oevers en aan de zuidoever beekbegeleidende elzenbeplanting. Dit is gunstig voor beekprikken en overig watergebonden soorten. Langs delen van de Papegaaibeek ten westen van de Wenumseveldweg ontbreekt ook opgaande beplanting. Tot de Oude Zwolseweg worden de kale delen voorzien van beekbegeleidende elzenbeplanting aan de zuidoever.

De ‘overhoek’ die ontstaat ten oosten van de Wenumseveldweg (noordelijk van de nieuwe beekloop) wordt ontwikkeld als broekbosje. Aandachtspunt is de aanwezigheid van de Japanse duizendknoop bij de beek; bij de uitvoering moet verdere verspreiding van deze exoot worden voorkomen.

Aan de noordzijde wordt de Veldmaterweg over korte afstand iets in westelijke richting verlegd, binnen de erfgrenzen van de weg. Hierdoor wordt het uitzicht in de noordoosthoek verbeterd. Door de toepassing van het plateau wordt de snelheid van kruisend verkeer verlaagd. Op de Wenumseveldweg is vermoedelijk in meer of mindere mate sprake van overstekend vee. In overleg met betrokken veehouders dient een passende oplossing te worden gerealiseerd.

5.4

Veldmaterweg

[Bestandsnaam ontwerptekening: BH4028-TE-SO-6203 – F50 – Veluweflankroute-01 en 02]

Voor de kruising met de Papegaaiweg wordt de Wenumseveldweg over de laatste circa 70 meter naar het oosten afgebogen, zodat deze in rechte lijn met de Veldmaterweg de Papegaaiweg kruist. Daarmee wordt voorkomen dat fietsers in een bajonet over korte afstand over de Papegaaiweg rijden, waar het relatief druk is door sluipverkeer. Ter plekke waar het huidige tracé wordt opgeruimd, wordt een grasberm met een boomgroep (berken) gerealiseerd.

28 juli 2021

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

40

Project gerelateerd De Veluweflankroute zet zich als fietsstraat voort op de Veldmaterweg. De Veldmaterweg ligt, op het noordelijke stukje tussen Marleweg en Ramsbrugweg na, in het beekdallandschap en wordt gekenmerkt door een slingerend verloop waarbij het oude buurtschap Wenum (‘Marke van Wenum’ in 1335 genoemd) met de Wenumsebeek alsook meerdere onverharde wegen worden gepasseerd. Ter versterking van het landschap wordt ingezet op de landschappelijke en ecologische waarden van de Wenumse beek en herstel van de karakteristieke landschappelijke elementen zoals houtwallen. De Veldmaterweg is voldoende breed. De plaatselijk aanwezige overbreedte van de bestaande verharding kan desgewenst in eerste instantie worden gehandhaafd achter de aan te brengen kantstrepen, om bij het eerstvolgende groot onderhoud te worden weggezaagd en vervangen door grasbetonstenen. Tussen twee kruisende onverharde wegen ten zuiden van het buurtschap Wenum (beide wegen dragen eveneens de naam Veldmaterweg) loopt het klompenpad Kopermolenpad langs het tracé van de Veluweflankroute. In één van de bermen wordt hiervoor voorzien in een struinpad. In de huidige situatie is de Wenumse beek vanaf de Veldmaterweg niet zichtbaar doordat deze beduikerd is en door erfbeplanting (bomen en hagen) westelijk van de weg. Oostelijk van de weg ligt de beek relatief diep met beperkte natuurlijke begroeiing.

De duiker wordt vervangen door een brug met -voor de Landschapsroutekenmerkende houten leuningen en doorlopende oevers. Onderzocht moet worden of de beek aan de westzijde in overleg met de aangrenzende eigenaren beter zichtbaar en ecologischer ingericht kan worden. Oostelijk van de Wenumseweg wordt de zuidelijke oever voorzien van meer natuurlijke begroeiing (aanpassing beheer) en aangevuld met begeleidende beplanting (elzen), tot de kruising met het Apeldoorns kanaal.

28 juli 2021

Verondieping van de beek zal nader onderzocht moeten worden. De nieuwe inrichting is gunstig voor beekprikken en overig watergebonden soorten. Op het trajectdeel ten noorden van het buurtschap Wenum is in westelijke richting de molen aan de Marleweg zichtbaar. Zichtlijnen dienen behouden te blijven. Bij de Marleweg en de Ramsbrugweg ligt het traject op de Wenumse enk. Hier volgt de fietsroute, om vloeiend op De Flesse aan te sluiten, over de laatste circa 150 meter een nieuw tracé, dat circa 90 meter westelijker ligt ten opzichte van de huidige weg. Fietsers hoeven zodoende niet een stukje over de Ramsbrugweg te fietsen, waardoor conflicten met (sluip)verkeer op de Ramsbrugweg voorkomen wordt. Het nieuwe tracé wordt uitgevoerd als fietsstraat waarbij zo min mogelijk bomen moeten worden verwijderd. Het bestaande tracé wordt, in overleg met de perceelseigena(a)r(en), geheel of gedeeltelijk verwijderd en toegevoegd aan de aanliggende percelen behalve de delen die voor ontsluiting van percelen en gebouwen nodig zijn. Door het nieuwe tracé ontstaat een overhoek met bestaande houtwallen. Deze overhoek wordt benut voor natuurcompensatie, waarin een rustpunt geïntegreerd wordt, met zicht op de molen van Wenum. De Marleweg (zuidzijde) en Ramsbrugweg (aan weerszijden) worden voorzien van een begeleidende laanbeplanting, als overgang tussen het beekdallandschap en de enk.

Vanwege veiligheid staan de bomen op voldoende afstand van de kruising met de fietsroute. Bomen die op de enk moeten worden gekapt, worden niet gecompenseerd op de enk, om het open karakter van de enk zo goed mogelijk te beleven. In overleg met de eigenaren worden de erven langs beide wegen waar nodig voorzien van een erfbeplanting met streekeigen soorten. Bij de kruising van de Marleweg is het uitzicht sterk afhankelijk van het gebruik van de aanliggende landbouwpercelen. Het is van groot belang dat het kruispunt goed opvalt en dat de snelheid wordt geremd.

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

41

Project gerelateerd Dit wordt met de principe kruispuntsoplossing bereikt, zo nodig aangevuld met extra attentieniveau verhogende elementen (zie afbeelding in paragraaf 3.1.2). De Ramsbrugweg wordt eveneens met de principe kruispuntsoplossing gekruist ter hoogte van De Flesse, waar voldoende uitzicht is bij de (aangepaste) rijsnelheid. Op de Veldmaterweg is vermoedelijk in meer of mindere mate sprake van overstekend vee. In overleg met betrokken veehouders dient een passende oplossing te worden gerealiseerd.

5.5

De Flesse

[Bestandsnaam ontwerptekening: BH4028-TE-SO-6203 - F50 - Veluweflankroute-01]

De Flesse ligt in het ontginningenlandschap. Het is een grindweg, aan de westzijde begeleid door een rij berken en aan de oostzijde meer verspreid staande bomen van verschillende soorten. De grindweg moet ten behoeve van het fietsverkeer verhard en verbreed worden. Van de aanwezige berkenbomen moet een groot deel gekapt worden, met name in het zuidelijke deel. Om de kenmerkende transparante berkenlanen in dit landschap te behouden, worden nieuwe berken aangeplant in de berm met verspreid in de onderlaag circa 30% struiken of slee/meidoornhaag (westzijde). Dit biedt voor de kippen een visuele en fysieke afscherming van het (fietsverkeer), alsook schaduw en extra voedsel. Gaten in de berkenrij in het noordelijke deel worden aangevuld met berken. Een substantiële toename van het gebruik van De Flesse door fietsverkeer belemmert de bedrijfsvoering van het agrarische bedrijf aan de westzijde van De Flesse. Andersom vormt de bedrijfsvoering een relatief groot veiligheidsrisico voor de passerende fietsers. Om de bedrijfsvoering en fietsers van elkaar te scheiden wordt de fietsstraat ter hoogte van het bedrijf in oostelijke richting uitgebogen, zodat de huidige rijbaan van de Flesse kan worden toegevoegd aan de bedrijfsruimte, het boerenerf.

Er blijft zo voldoende manoeuvreerruimte om de bedrijfsgebouwen met landbouwvoertuigen te kunnen betreden en voor bevoorradend vrachtverkeer (veevoeders). Tussen het nieuwe tracé en de bedrijfsruimte wordt een 2,00 meter brede groenstrook aangebracht, waar aan te planten berken en eventueel een haag (slee- of meidoorn) een duidelijke afscherming met het agrarisch bedrijf vormen en een natuurlijke begeleiding van de fietsroute. De nieuwe bomen versterken bovendien

28 juli 2021

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

42

Project gerelateerd de rechtlijnigheid van het ontginningenlandschap. Aan de oostzijde van de fietsstraat komt een berm en een watergang. Op de insteek van de sloot worden enkele elzen geplant.

5.6

Aansluiting Spoorbaantracé

[Bestandsnaam ontwerptekening: BH4028-TE-SO-6203 - F50 - Veluweflankroute-01]

Bij de Flesse is duidelijk sprake van overstekend vee. In overleg met betrokken veehouder dient een passende oplossing te worden gerealiseerd in de vorm van een koetunnel of veeroosters bij frequent en/of langdurig overstekend vee.

Huidige situatie De Flesse

Bij de kruising van de Groeneveltweg stopt de huidige infrastructuur. Vanaf dit punt loopt de Veluweflankroute als fietspad via een nieuw tracé in noordelijke richting verder. Dit fietspad slingert zich met ruime bogen door de percelen waar het ongeveer halverwege tussen de Groeneveltweg en de Poelweg op het oude spoorbaantracé aansluit. De fietsroute gaat verder over het spoorbaantracé richting Epe (zie hoofdstuk 7). Door de ruime bochten wordt de Veluweflankroute als doorgaande fietsroute ervaren en worden fietsers uit het noorden in deze richting geleid.

Visualisatie toekomstige situatie De Flesse

28 juli 2021

Het bestaande fietspad over de voormalige spoorbaan zuidelijk van de Veluweflankroute wordt afgebogen naar het nieuwe tracé om hier haaks op aan te sluiten.

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

43

Project gerelateerd De exacte locatie van de afbuiging wordt bij de nadere invulling van de doorsneden percelen in de DO fase bepaald, maar wordt tenminste zover terug gesitueerd, dat het gebruik ervan als een afslagbeweging en omweg wordt ervaren. Het huidige fietspad op de voormalige spoorlijn blijft hier ongewijzigd (circa 2 meter breed) en fietsers op dat pad dienen verplicht voorrang te verlenen aan verkeer op de kruisende wegen. De huidige breedte wordt doorgezet tot aan de aansluiting met de Veluweflankroute. Door dit verschil in kwaliteit en karakter ten opzichte van de Veluweflankroute is het niet vanzelfsprekend om door te blijven fietsen over het fietspad op het oude spoorbaantracé. Echter de mogelijkheid blijft wel bestaan. In de overhoek, tenminste op het tracé van het huidige fietspad op het oude spoorbaantracé, wordt een rustpunt ingericht, waarbij het doorzicht in de lijn van de spoorbaan wordt onderbroken. Dit rustpunt wordt voorzien van een bank en eventueel een overkapping. De vormgeving van het rustpunt sluit aan bij de Landschapsroute en wordt maximaal geïntegreerd in het landschap doordat deze in het fauna- en kruidenrijke grasland ligt. Zuidelijk van de nieuwe aansluiting van de spoorbaan op de Veluweflankroute wordt een grotere drinkpoel ingericht, wat past bij het ontginningslandschap en een functie heeft als voortplantingswater voor amfibieën.

De door het nieuwe tracé doorsneden percelen bieden kansen voor ontwikkeling van fauna- en kruidenrijk grasland in overleg met de eigenaar, met op de erfgrens versterking van de karakteristieke beplantingsstructuren met elzen en berken. Deze inrichting versterkt het leefgebied, niet alleen van amfibieën (noordelijk van deze locatie ligt de Egelbeek waar in het beekdal de poelkikker en kamsalamander voorkomen bij plassen en poelen), maar ook van ringslang, das, vleermuizen en roofvogels -waaronder steen- en kerkuilen-, die hier in de nabije omgeving voorkomen.

Huidige situatie aansluiting spoorbaantracé

Visualisatie toekomstige situatie aansluiting spoorbaantracé met rustpunt

28 juli 2021

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

44

Project gerelateerd Het noordelijke deel van de Veluweflankroute is verkeerskundig gelijk aan de Baronnenroute. Op het gebied van landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische inpassing wijken ze wel op een aantal punten af. Daarom wordt nu eerst in hoofdstuk 6 het zuidelijk deel van de Baronnenroute toegelicht alvorens in hoofdstuk 7 het noordelijke deel van de route (Epe) wordt toegelicht.

28 juli 2021

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

45

Project gerelateerd

6

Tracédeel Gemeente Apeldoorn: Variant Baronnenlijn 2.0

In dit hoofdstuk wordt het ontwerp van de Baronnenlijn 2.0 tussen Apeldoorn en de Poelweg toegelicht. In hoofdstuk 5 is het ontwerp van de Veluweflankroute toegelicht. In hoofdstuk 7 wordt het traject in de gemeente Epe voor beide varianten toegelicht. De maatregelen en ontwerpkeuzes worden per trajectdeel beschreven. Elk van deze drie hoofdstukken over de tracé-onderdelen begint met een korte trajectvisie en een matrix. Dit geeft snel en overzichtelijk weer hoe de ontwerpuitgangspunten in dit gedeelte van het tracé terugkomen en ook waar deze uitgangspunten vandaan komen.

hinder hiervan te voorkomen is er bij dit tracé veel ruimte gecreëerd voor zowel voetgangers als ruiters, een ontwikkeling waar ook de lokale natuur veel voordeel van geniet.

Trajectvisie Baronnenlijn 2.0 Voor het tracé de Baronnenlijn 2.0 is gekozen om in te spelen op de cultuurhistorische betekenis van het tracé en de vele cultuurhistorische elementen die aanwezig zijn op en nabij het oude spoorbaantracé. Om zoveel mogelijk de cultuurhistorische waarden te beleven in de fietsroutes is een aantal ontwerpkeuzes gemaakt: • Het tracéprofiel is ontworpen met een ononderbroken profiel: rechtlijnig met een constante hoogte en breedte. Op deze manier komt het gevoel van de oude spoorlijn optimaal tot zijn recht. • Het kleurontwerp van het fietspad is roodbruin, verwijzend naar de historische spoorstaven. • Alle vormgeving van zitelementen, rustpunten, lichtmasten en de bruggen(leuningen) langs en op de route is geïnspireerd op de oude spoorbaan. • Oude landhoofden bij de beekkruisingen worden behouden. Hiernaast wordt ook aandacht besteed aan de versterking van de lokale natuurwaarden, met name voor de beekkruisingen, omliggende bermen en opgaande beplantingsstructuren. Qua veiligheidsaspecten is de Baronnenlijn anders ingedeeld dan de Veluweflankroute. Waar bij de Veluweflankroute de fietsers vaker te maken krijgen met sluip- en landbouw verkeer, krijgt de Baronnenlijn meer te maken met voetgangers en ruiterverkeer. Om mogelijke 28 juli 2021

BH4028-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

46

Project gerelateerd

Trajectmatrix Baronnenlijn 2.0 Onderdeel 6.1 Kruising Anklaarseweg

6.2 Apeldoorn Noord – Hommelbrink (AnklaarsewegHogekampweg)

6.3 Bebouwd buitengebied WenumWiesel (Hogekampweg – Plasweideweg)

6.4 Wenum

Ontwerpelementen Route over het oude spoorbaantracé Aanleg fietsrotonde waar fietsers voorrang hebben Aanplant en verplaatsing bomen Verplaatsing bushalte voor vermindering sluipverkeer Route over het oude spoorbaantracé tussen de woonstraten Over het hele traject zullen struiken en bomen worden gekapt en vervangen Brugleuningen vervangen en bestaand bankje omdraaien Bestaand voetpad verlengd Behouden grote hoeveelheid lokaal opgaand groen (bomen en struiken) Versterken essentiële vliegroute vleermuizen met bomen en plassen Behouden rechtlijnigheid spoorbaantracé Beperkt uitzicht bij kruispunten verbeteren: plateau toepassen, fietser voorrang Aanleg kruidenrijke berm en struiken rondom fietspad Aankoop drie meter groenstrook voor ruiterverkeer, wandelaars en landschap Afsluiting Astaweg voor autoverkeer Nieuwe ontsluiting agrarisch bedrijf Verhoogd tracé op een dijklichaam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11114217/1