CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

361231 TransitieVisie Energie en Warmte DEF

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente EpeBij agendapunt: Transitievisie Energie en Warmte gemeente Epe29.894 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Biomassa en groengas Biomassa is plantaardig en dierlijk materiaal dat zowel ingezet kan worden als individuele of collectieve oplossing. In de gemeente Epe benaderen we biomassa enkel als individuele oplossing. Biomassa kent verschillende verschijningsvormen, zoals vaste biomassa (o.a. houtkachels of pelletkachels) of als gas (biogas dat kan worden opgewaardeerd tot groengas). Door de toepassing van nieuwe technieken, zoals houtvergassing en superkritische watervergassing, is het in de toekomst mogelijk om vaste biomassa in te zetten als gas. De gemeente Epe kent als landelijke gemeente relatief grote reststromen van biomassa. De totale potentie van biomassa is circa 105 TJ op jaarbasis. Het gebruik van biomassa als brandstof staat echter ter discussie. In het Klimaatakkoord is voor biomassa een rol als transitiebrandstof voorzien. Dat betekent dat de inzet van biomassa een tussenoplossing zou kunnen zijn in de warmtetransitie. Het maatschappelijke debat over de rol en duurzaamheid van biomassa loopt echter sterk uiteen. Ook wordt er vanuit andere sectoren, met name de circulaire economie, beslag gelegd op biomassa. Tot slot is het onduidelijk hoe de aanwezige reststromen zullen worden verdeeld over gemeenten of regio’s. De gemeente Epe is om deze redenen terughoudend met de inzet van biomassa buiten de gemeentegrenzen.

Waterstof Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager. Bovendien is waterstof pas echt duurzaam wanneer deze met hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd. Om waterstof duurzaam op te wekken, is dus eerst een overschot aan hernieuwbare elektriciteit benodigd. Dat overschot is in het huidige decennia nog niet voorhanden. De beschikbare hernieuwbare elektriciteit kan, omwille van efficiëntie, beter direct op het elektriciteitsnet worden gezet ter vervanging van elektriciteit uit fossiele bronnen. Bij de productie van waterstof gaat immers een deel van de ingezette energie verloren.

G EMEEN TE EPE

57

Momenteel worden er initiatieven ontplooid om waterstof duurzaam op te wekken. Er wordt echter vanuit verschillende sectoren, waaronder de industrie en (zwaar) transport aanspraak gemaakt op waterstof. Of en in welke mate waterstofgas beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving is dan ook nog niet bekend. Als het beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving is dit naar verwachting pas na 2030 en slechts voor gebouwen die niet op een andere manier duurzaam verwarmd kunnen worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan monumentale panden. Waterstof zal op de korte- en middellange termijn dus nog niet op grote schaal kunnen worden toegepast in de gebouwde omgeving. Om bovenstaande redenen is waterstof dan ook niet meegenomen in het warmtebeeld van de gemeente Epe.

5.4. Match van warmtevraag en aanbod In deze paragraaf matchen we de verwachte warmtevraag in 2050 (circa 795 TJ) aan de beschikbare hernieuwbare warmtebronnen. De gemeente Epe kent circa 60 TJ aan bestaande hernieuwbare opwek, Dit zijn hoofdzakelijk houtkachels. Er wordt verwacht dat het aandeel hiervan richting 2050 tenminste gelijk blijft. Aanvullend zijn er richting 2050 de volgende oplossingen voorzien:

Warmteaanbod (795 TJ in 2050) 900

800

700

315 600

500

Ontbrekend

82 400

300

(Omgevingswarmte?) Aquathermie

179

Geothermie Groengras en biomassa Restwarmte en TEA Epe

200

117 100

43 60

0

58

T R A N S I T I E V I SIE E NE R GIE E N WAR MT E

Bestaand hernieuwbaar

• Thermische energie uit oppervlaktewater benutting van 25% van de potentie bij Vaassen (zie de kaart in paragraaf 5.3.1.), exclusief de bron bij het Apeldoorns Kanaal. Dit komt neer op 82 TJ op jaarbasis. De aanname hierbij is dat voor het resterende deel van de potentie van aquathermie geen sluitende businesscase kan worden gemaakt, bijvoorbeeld door lage bebouwingsdichtheid in de dichtstbijzijnde kernen en afstand tot de bron. • Restwarmte en thermische energie uit afvalwater (TEA): de hernieuwbare warmtecluster rond de Kweekweg, bestaande uit TEA en restwarmtebronnen, wordt gerealiseerd (43 TJ op jaarbasis). • Het opzetten van één geothermisch doublet nabij Vaassen. Een geothermisch doublet is een installatie waarmee aardwarmte kan worden gewonnen. Bij dit doublet is rekening gehouden met een gemiddelde warmteopwek van 179 TJ per jaar. Er is echter verder onderzoek benodigd naar de potentie en kansrijkheid van geothermie in de gemeente Epe. • Benutting van de beschikbare biomassa en groengas binnen de gemeentegrenzen. Het resterende deel van de warmtevraag, circa 315 TJ op jaarbasis, zal worden ingevuld met technieken die gebruik maken van omgevingswarmte. Bij de warmtematch moet de kanttekening worden geplaatste dat het een om een theoretische koppeling gaat van vraag- en aanbod.

Het is mogelijk dat in de praktijk hernieuwbare warmtebronnen meer- of minder kunnen leveren dan van tevoren verwacht. In het geval dat een van de bovenstaande oplossingen tegenvalt, zal het ontstane gat waarschijnlijk moeten worden gedicht met een groter aandeel omgevingswarmte (ook wel all-electric genoemd).

5.5. H  oofdstrategie en aanbevelingen voor de warmtetransitie in de gemeente Epe In dit hoofdstuk is de warmtetransitie in de gemeente Epe verkend op basis van de beschikbare data. Daarbij zijn om te beginnen een aantal strategische keuzes ten aanzien van de warmte­ transitie gemaakt, is de opgave richting 2050 in kaart gebracht en is de warmtevraag gekoppeld aan de beschikbare bronnen. Dit leidt tot een hoofdstrategie en een reeks actiepunten voor de warmtetransitie in Epe. De actiepunten zijn maatregelen die de gemeente Epe kan nemen en ondersteunend zijn aan de hoofdstrategie.

G EMEEN TE EPE

59

Hoofdstrategie • Collectieve oplossingen genieten de voorkeur boven individuele oplossingen waar mogelijk om extra kosten te voorkomen (o.a. door de vereiste verzwaring van het elektriciteitsnet). Wat betreft collectieve oplossingen kent de gemeente Epe de volgende mogelijkheden: • Inzetten op restwarmte en thermische energie uit afvalwater ten minste bij bedrijventerrein Kweekweg. Mogelijk kunnen delen van Epe Centrum, Kweekweg, Gildehoek en Vegetelarij hierbij aansluiten. • Verder onderzoek doen naar de potentie en kansrijkheid van geothermie. Deze optie is wenselijk voor delen van Vaassen, ten minste rond de Woestijnweg, Krugerstraat Zuid en Noord. En eventueel in delen van de Vogelbuurt, Berkenoord 1 en Vaassen Centrum. • Inzetten op thermische energie uit oppervlaktewater bij Vaassen, ten minste voor bedrijventerrein Eekterveld, Heggerenk, Oosterhof en eventueel in delen van Vaassen Centrum de Krugerstraat Noord. Er zal worden onderzocht of eventuele restwarmte van bedrijventerrein Eekterveld ook als bron kan dienen voor deze buurten. • Voor de overige buurten in de gemeente Epe is de individuele oplossing het eindbeeld. Dit kom enerzijds door de afwezigheid van collectieve oplossingen in deze buurten, anderzijds door buurtkenmerken zoals een te lage woningdichtheid. • Zet in op ‘no-regret’ maatregelen voor alle buurten in de gemeente Epe.

Dit betreft het (na-) isoleren van gebouwen en overschakelen op een hybride-warmtepomp (als tussenstap). Daarmee worden snelle stappen gezet met het besparen van CO2 en in het terugdringen van de warmtevraag. Voor grootschalige woningbezitters, zoals Woonstichting Triada, betekent dit dat zij op natuurlijke onderhouds- en vervangingsmomenten kunnen investeren in hun bezit. Triada kan zo de startmotor zijn in de buurten waar naast veel collectief bezit ook geïnvesteerd moet worden in de particuliere sector.

Actiepunten • Stimuleer inwoners en grootschalige woningbezitters om op natuurlijke momenten te isoleren en de overstap te maken naar hybride-warmtepomp (als tussenstap) en zo mogelijk gelijk naar volledig all-electric oplossingen. Dit draagt bij aan het terugdringen van de warmtevraag en tegelijkertijd aan CO2-besparing. • Geef inwoners handelingsperspectief door al tijdig te communiceren over no-regret maatregelen die ze kunnen nemen voor hun woning of andersoortig gebouw. Dat voorkomt verkeerde investeringen en geeft enthousiastelingen de kans om voorop te lopen. • Inzetten op de productie van groengas in de gemeente. Groengas kan worden gebruikt voor gebouwen waar verwarming met andere technieken (lees: all-electric) zeer hoge kosten met zich mee brengt of onmogelijk is, bijvoorbeeld door een monumentale status. Het blijft echter onduidelijk hoe groengas (lokaal) zal worden verdeeld. • Technologische ontwikkelingen in de gaten te houden bij de vijfjaarlijkse actualisatie van deze Transitievisie Warmte.

60

T R A N S I T I E V I SIE E NE R GIE E N WAR MT E

G EMEEN TE EPE

61

6. Selectie van startbuurt(en) In dit hoofdstuk lichten we toe in welke buurten van de gemeente Epe we starten met aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Dat doen we door in 6.1. de criteria te beschrijven op basis waarvan we een buurt kansrijk achten. Vervolgens beschrijven we in 6.2. de buurtvolgorde en in 6.3. in welke buurten we starten. Tot slot staan we in 6.4. kort stil bij de overige buurten.

6.1. Wanneer is een buurt kansrijk om te starten? In 2050 is de gemeente Epe volledig aardgasvrij. Dat betekent dat ieder gebouw in de gemeente Epe richting 2050 aan de beurt komt. We kunnen echter niet overal tegelijk starten. Daarom stellen we een zogenaamde buurtvolgorde op van alle buurten in de gemeente Epe. Dit is een overzicht van wanneer welke buurt aan de beurt komt richting 2050. Buurten die bovenaan in deze volgorde staan, zijn als eerste aan de beurt om aardgasvrij gemaakt te worden. Om te komen tot een buurtvolgorde van alle buurten maken we gebruik van een zogeheten afwegingskader. Dit afwegingskader bevat alle criteria die relevant zijn voor de buurtvolgorde, een wegingsfactor van deze criteria en een score van deze criteria per buurt. De criteria die we gebruiken in het afwegingskader, zijn afgeleid van de set van het Programma Aardgasvrije Wijken. Met de betrokken stakeholders uit de gemeente Epe is vervolgens tot een buurtvolgorde en de selectie van startbuurten gekomen. Over dit proces is meer te lezen in paragraaf 1.3. Hieronder volgt een korte beschrijving van de elf criteria die zijn toegepast in de gemeente Epe.

Technisch-economische criteria De technisch-economische criteria maken inzichtelijk welke buurten het meest kosteneffectief van aardgas afgehaald kunnen worden en bij welke buurten deze kosteneffectiviteit de grootste zekerheid heeft: •  Nationale kosten: Waar zijn de totale kosten van de overstap naar een aardgasvrij alternatief het laagst? •  Eindgebruikerskosten: Waar zijn de kosten voor de bewoner het laagst? •  Robuustheid resultaat: In welke buurt heeft een warmteoplossing duidelijk lagere kosten dan de alternatieven? Werk met werk maken (meekoppelkansen) Het combineren van de warmtetransitie met andere opgaven brengt kostenvoordelen met zich mee en verlaagt de overlast in de openbare ruimte: • Investeringsagenda infra: Waar zijn de komende jaren werkzaamheden gepland in de ondergrond, zoals vervanging van riolering, water- of gasleidingen of andere wegopenbrekingen? • Investeringsagenda vastgoed: de natuurlijke herinvesteringsmomenten van lokale vastgoedeigenaren (m.n. woningcorporaties) met betrekking tot het renoveren van vastgoed en/of sloop- en -nieuwbouwplannen; • Buurtontwikkeling: Waar zijn grootschalige nieuwbouw- of transformatieprojecten?

62

T R A N S I T I E V I SIE E NE R GIE E N WAR MT E

Sociale kracht Deze criteria geven een beeld van de sociale karakteristieken van een buurt en al dan niet bestaande lokale initiatieven: •  Lokale buurtinitiatieven en draagvlak: Wanneer inwoners en/of bedrijven zelf al een initiatief hebben, dan kan dit een goede reden zijn om hier te starten met de warmtetransitie; • Sociale karakteristieken van de buurt: • Draagvlak voor de transitie: er kan gestart worden in die buurten waar de warmtetransitie bij inwoners het meest leeft en het meest gemotiveerd zijn. • Draagkracht: er kan gestart worden met van bewoners (specifiek particuliere huiseigenaren) die de draagkracht hebben om te investeren, of juist, aansluitend bij sociaaleconomisch beleid, zwakkere buurten als eerste aardgasvrij te maken. Overige criteria Tot slot worden de volgende criteria gebruikt in het afwegingskader: •  Aandeel corporatiebezit in de wijk (contracteerbaarheid): in buurten waar een relatief beperkt aantal partijen een groot deel van het vastgoed bezit, wordt het contracteren van de warmtevraag eenvoudiger omdat er maar met een beperkt aantal partijen afspraken hoeven te worden gemaakt; •  Waarde van het gasnet: Liander investeert in het gasnet, als het gasnet net is aangelegd heeft deze nog een hoge boekwaarde.

Het is voor Liander daarom wenselijk om te beginnen in buurten waar de waarde van het gasnet het laagst is; •  Karakteristieken gebouwenvoorraad en fysieke opzet wijk/buurt: in welke buurten hebben een relatief homogene gebouwenvoorraad en hoge bebouwingsdichtheid?

6.2. Het afwegingskader Samen met de betrokken stakeholders in de gemeente Epe hebben we vervolgens onderscheid gemaakt naar zogenaamde kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren voor het afwegingskader. Dit onderscheid is zichtbaar in de afbeelding hieronder. De kwantitatieve criteria zijn oranje de kwalitatieve zijn blauw gekleurd.

Geselecteerde criteria afwegingskader Nationale kosten

Agenda buurtontwikkeling

Eindgebruikerskosten

Investeringsagenda vastgoed

Sociale karakteristieken buurt

Investeringsagenda infra

Aandeel corporatiebezit in de wijk

Karakteristieken gebouwenvoorraad

(Contracteerbaarheid)

en fysieke opzet wijk/buurt

Waarde van het gasnet

Robuustheid resultaat Lokale buurt-initiatieven en draagvlak

G EMEEN TE EPE

63

Kwantitatieve criteria zijn de zogenaamde ‘harde’ criteria, die vervolgens worden ‘losgelaten’ op de dataset met buurtkenmerken. Op deze vijf kwantitatieve criteria scoren alle buurten vervolgens een bepaald cijfer, van 1 tot en met 3. Bij de scores geldt: hoe lager de (totaal-) score, hoe hoger de buurt komt te staan in de buurtvolgorde. De kwalitatieve criteria zijn zogenaamde ‘zachte’ criteria, die niet enkel in getallen uit te drukken zijn. Het toepassen van deze criteria gebeurt niet alleen op basis van de dataset, maar ook aan de hand van lokale kennis en expertise van stakeholders. Met de kwalitatieve criteria is een kleiner aantal punten gemoeid en deze wegen dus verhoudingsgewijs minder zwaar.

6.3. De buurtvolgorde De buurtvolgorde geeft aan wanneer welke buurt aan de beurt is om van het aardgas af te gaan. De volledige buurtvolgorde is opgenomen in Bijlage 7. Uit de buurtvolgorde blijkt dat een aanzienlijk aantal buurten even hoog in de volgorde scoort. Er zijn immers relatief veel buurten die tussen de 8 en een 9,5 scoren. Dat maakt ze weinig onderscheidend. Om tot een selectie van startbuurten te komen hanteren we daarom de volgende aanpak.

We gaan bij de aanpak uit van aantal clusters van buurten die gezamenlijk laag (dus hoog in de volgorde) scoren. Deze clusters bestaan uit buurten, en in sommige gevallen delen van buurten, die gekoppeld zijn aan dezelfde oplossingsrichting of bron. Daarbij onderscheiden we vier clusters: • Warmtenet cluster Kweekweg • Warmtenet cluster Vaassen • Isolatieopgave en hybride cluster Epe-Oene • All-electric cluster Vaassen-Klaarbeek We starten dus in een aantal clusters, met verschillende voorkeursoplossingen en een bijbehorende isolatieopgave. Er is bewust gekozen om met verschillende oplossingsrichtingen aan de slag te gaan, zodat er van de eerste ervaringen geleerd kan worden en er na deze eerste ervaringen, richting 2050, opgeschaald kan worden. Dit is conform het ‘S-curve’ tijdspad uit paragraaf 5.1.1.

64

T R A N S I T I E V I SIE E NE R GIE E N WAR MT E

Criteria

1 punt

2 punten

3 punten

Uitleg criterium

1. Lokale

Actieve buurt /

-

Geen actieve

Buurten met veel lokale initiatieven en

buurt / weinig

waar draagvlak waarschijnlijk hoog ligt,

draagvlak

komen hoog in de voorkeursvolgorde.

Voorkeursbron

Buurten waar een duidelijke

onduidelijk /

voorkeursbron aanwezig is, staan hoog

onzeker

in de voorkeursvolgorde.

Grondroerings-

Buurten en wijken waar grootschalig

initiatieven en

veel draagvlak

draagvlak 2. Beschikbaarheid van bronnen

Duidelijke

-

voorkeursbron

(robuustheid resultaat) 3. Gasnet

Grondroerings-

Grondroerings-

gevoelig >25%

gevoelig 10-25% gevoelig <10%

onderhoud gepland is, moeten snel op mogelijkheden voor een alternatieve warmte onderzocht worden. Om onnodige investeringen te voorkomen, is het natuurlijke vervangingsmomenten van het gasnet een criterium alvorens in een wijk aan de slag te gaan.

4. Aandeel

>50%

30-50%

<30%

De woningen van corporaties vormen

corporatiebezit

een belangrijk aandeel in een succesvolle

in de wijk

start van de warmtetransitie. Renovatie/ onderhoudsplannen van corporatie kunnen een startmotor zijn voor een bredere aanpak in een buurt of wijk.

5. Eindgebruikers-

Lage kosten

-

Hoge kosten

kosten

Buurten waar de kosten voor de voorkeursbron relatief het laagste zijn, staan hoog in de voorkeursvolgorde. Bepaald aan de hand van energielabels (rekening houdend met corporatiebezit).

6.4. Beschrijving van de startbuurten In deze paragraaf volgt een beschrijving van de clusters en startbuurten. De term ‘startbuurt’ wil zeggen dat we daar voor 2030 aan de slag willen met het opstellen van Wijkuitvoeringsplannen. Cluster Kweekweg – starten in 2022 De cluster Kweekweg centreert zich rond bedrijventerrein Kweekweg en omliggende buurten. Bij de bedrijfsprocessen op het bedrijventerrein komt warmte vrij. Deze warmte gaat normaalgesproken verloren, maar kan ook worden ingezet als hernieuwbare warmtebron voor de omliggende wijken. Ook kan er thermische energie worden gewonnen uit het afvalwater van de aanwezige rioolwaterzuiveringsinstallatie in dit gebied. Dit cluster zou geschikt kunnen zijn om de volgende omliggende buurten van warmte te voorzien via een warmtenet. Bijkomend loopt op bedrijventerrein Kweekweg sinds 2019 het project Kweekweg Energie­positief met betrokken stakeholders (zoals Waterschap Vallei en Veluwe, Omgevingsdienst Veluwe IJssel, de Bedrijvenkring Gemeente Epe en enkele ondernemers). De resultaten van de onderzoeken die in het kader van Kweekweg Energiepositief zijn uitgevoerd laten zien dat er meer energie opgewekt kan worden door de bedrijven dan zij zelf nodig hebben. Dit gegeven is een positief vertrekpunt voor het Wijkuitvoeringsplan waar in 2022 mee wordt gestart.

G EMEEN TE EPE

65

Hierbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat verder onderzoek naar de potentie en haalbaarheid van dergelijke warmtebronnen en warmtenet benodigd is richting de Wijkuitvoeringsplannen.

Warmtenet Kweekweg

Totaalscore

weq.

Epe Centrum

8,5

1481

Kweekweg

9

354

Gildehoek

9,5

349

Vegtelarij

9,5

1208

In bovenstaande tabel zijn het totale aantal woningequivalenten (weq’s) aangegeven per buurt. Welke delen van een buurt op het beoogde warmtenet kunnen worden aangesloten (en dus hoeveel weq’s hiermee gemoeid zijn) komt in de Wijkuitvoeringsplannen aan bod.

Warmtenet Kweekweg (blauwe cirkel is indicatief)

Cluster Vaassen-Eekterveld – starten in 2022 De cluster Vaassen-Eekterveld bestaat uit bedrijventerrein Eekterveld en de Vaassense buurten Heggerenk en Vaassen Centrum. De gebouwen in deze gebieden kunnen mogelijk hernieuwbaar worden verwarmd met warmte uit de omliggende wateren. Deze techniek staat ook wel bekend als thermische energie uit oppervlaktewater. Wateren die hiervoor in aanmerking komen zijn onder andere De Grift en Kievitsveld. Daarom is ook voor dit cluster en bijbehorende oplossingsrichting meer onderzoek benodigd. Dit zal bij het uitwerken van de Wijkuitvoeringsplannen aan bod komen. Net zoals op het bedrijventerrein Kweekweg het geval is, is voor bedrijventerrein Eekterveld met een grote groep enthousiaste en betrokken stakeholders in beeld gebracht wat de potentie is van een collectief warmtenet en elektriciteitsnet (een zogenaamde smart grid). Deze voorkennis geeft een extra impuls aan het Wijkuitvoeringsplan dat in 2022 wordt gestart. 66

T R A N S I T I E V I SIE E NE R GIE E N WAR MT E

Warmtenet Vaassen

Totaalscore

weq.

Eekterveld

8,5

115

Heggerink

10

866

Oosterhof

10,5

898

In bovenstaande tabel zijn het totale aantal woningequivalenten (weq’s) aangegeven per buurt. Welke delen van een buurt op het beoogde warmtenet kunnen worden aangesloten (en dus hoeveel weq’s hiermee gemoeid zijn) komt in de Wijkuitvoeringsplannen aan bod.

Warmtenet Vaassen (blauwe cirkel is indicatief)

Cluster Epe-Oene – starten in 2024 Dit cluster is niet verbonden door een gedeelde warmtebron, maar door een oplossingsrichting. In deze buurten willen we zo snel mogelijk de CO2-uitstoot terugdringen. Dat doen we door te isoleren, de buurten kennen immers een beneden gemiddeld energielabel. Ook bieden we de mogelijkheid om met een tussenstap naar aardgasvrij te gaan, in het geval het energielabel niet hoog genoeg is om in een keer op all-electric over te stappen. All-electric blijft richting 2050 wel het eindbeeld voor deze buurten.

Korte termijn

weq.

Isolatieopgave + Hybride Buiten Epe Noord

592

Epe Noord

632

Kern Oene

388

G EMEEN TE EPE

67

Cluster Vaassen-Klaarbeek – starten in 2026 Ook het cluster Vaassen-Klaarbeek is geclusterd op basis van de oplossingsrichting. De oplossings­ richting voor deze buurten is all-electric, zonder tussenstap zoals dat bij het Cluster Epe-Oene het geval is. Dit is mogelijk door het gemiddeld hoge energielabel. De isolatieopgave speelt hier ook, doordat alle huizen naar een gewenst minimaal label zullen moeten worden opgewaardeerd. Tegelijkertijd ligt het gemiddelde hoog genoeg om de stap naar all-electric in een keer te kunnen maken. Samen met de belangrijke stakeholder Woonstichting Triada, die in deze buurten een groot aantal woningen in bezit heeft, wordt tijdens het opstellen van het Wijkuitvoeringsplan de uitvoering van de verduurzamingmaatregelen gekoppeld aan de investeringsmomenten die Triada in haar meerjarenonderhoudsplanning heeft opgenomen.

Korte termijn

Totaalscore

weq.

Klaarbeek

8

418

Vaassen Centrum

9

777

Vulcanus - De Pirk

11

440

All Electric

6.5. De overige buurten In de vorige paragraaf zijn clusters van buurten aangewezen waar we de transitie naar een aardgasvrije omgeving in de gemeente Epe gaan starten. Voor deze buurten of clusters willen we voor 2030 Wijkuitvoeringsplannen hebben opgesteld. Dat betekent echter niet dat de buurten die hierboven niet genoemd zijn, niet aan de beurt komen. De warmtetransitie heeft een doorkijk tot 2050. In dat jaar moet de gehele gebouwde omgeving van de gemeente Epe aardgasvrij zijn. Deze Transitievisie Warmte wordt iedere vijf jaar herzien. Zo werken we stap voor stap toe naar een aardgasvrije gemeente Epe in 2050. Bovendien hoef je als inwoner niet te wachten tot jouw buurt aan de beurt is. Wat je nu al zelf kunt doen in de warmtetransitie, is te lezen in hoofdstuk 7.

68

T R A N S I T I E V I SIE E NE R GIE E N WAR MT E

G EMEEN TE EPE

69

7. Aan de slag met de warmtetransitie In dit hoofdstuk schetsen we de vervolgstappen in de warmtetransitie, die volgen na vaststelling van dit document door de gemeente Epe. Daarbij kijken we naar wat er nodig is om te komen tot Wijkuitvoeringsplannen in paragraaf 7.1. en wat inwoners nu al kunnen doen om hun huis te verduurzamen in paragraaf 7.2.

7.1. Wat is er nodig om te komen tot Wijkuitvoeringsplannen? In hoofdstuk 6 zijn clusters startbuurten aangewezen. Hier gaan we dus beginnen met het aardgasvrij maken van gebouwen. De eerste stap hierin is het opstellen van Wijkuitvoeringsplannen. Per cluster wordt er één Wijkuitvoeringsplan opgesteld. Het opstellen van de Wijkuitvoeringsplannen is een intensief proces waarbij nauwkeurig wordt gekeken welke gebouwen en welke doelgroepen er zijn. Voor elk type gebouw moet een stappenplan komen en voor elke doelgroep een juiste begeleiding en de mogelijkheid voor financiering. Voor het opstellen van de Wijkuitvoeringsplannen zorgt de gemeente voor de projectleiding. Het is belangrijk dat de Wijkuitvoeringsplannen opgesteld worden met iedereen die hier een belang in heeft. Daarbij is de inzet van stakeholders zoals Woonstichting Triada, Liander, gebiedsregisseurs en van de inwoners noodzakelijk voor een gedragen Wijkuitvoeringsplan. Er is twee jaar de tijd om een Wijkuitvoeringsplan op te stellen. Dit is een lange periode, maar deze tijd is hard nodig. We willen deze plannen namelijk opstellen met alle inwoners, bedrijven en instellingen. Samen bepalen we wat we gaan doen, hoe we het gaan doen en wanneer we het gaan doen. Centraal in dit proces staat dan ook een uitvoerig participatietraject. Vooraf geven we aan hoe we inwoners en belanghebbenden gaan betrekken.

Na twee jaar ligt er een Wijkuitvoeringsplan met tenminste de volgende elementen: • De planning wanneer de cluster of buurt (stapsgewijs) aardgasvrij wordt gemaakt; • Wanneer de toelevering van aardgas wordt beëindigd; • Welk alternatief voor aardgas wordt gekozen; • Welke concrete fysieke maatregelen daarvoor nodig zijn in de openbare ruimte en in de gebouwen; • Welke investeringen er gedaan moeten worden en door wie; • Welke keuzeruimte er is voor individuele bewoners (bijvoorbeeld om niet mee te gaan in collectieve maatregelen); • Hoe het participatietraject is vormgegeven en welke partijen betrokken zijn bij deze planning en keuze voor het aardgasvrije alternatief; • Op welke wijze de keuze is gemaakt om voor deze strategie te gaan (met o.a. motivatie als er niet voor de variant met de laagste maatschappelijke kosten is gekozen). Het Wijkuitvoeringsplan gaat niet alleen over het aardgasvrij maken van de wijk, maar ook over het toekomstbestendig maken van de wijk. Daarom kunnen er ook meteen andere zaken meegenomen worden. Leven er bepaalde sociale problemen? Is er behoefte aan een extra speelveld? Wat is de woningbouwbehoefte? Door de vraag breed aan te vliegen, zorgen we ervoor dat de wijk toekomstbestendig wordt.

70

T R A N S I T I E V I SIE E NE R GIE E N WAR MT E

7.1.1. Gemeentelijke inzet Op basis van een uitvraag onder gemeenten heeft bureau Andersson Elffers Felix de inschatting gemaakt dat het opstellen van een Wijkuitvoeringsplan voor een kleine gemeente (waaronder Epe) ongeveer 0,8 – 1,1 fte per Wijkuitvoeringsplan per jaar kost. Dit omvat de inzet voor de communicatie en participatie, projectcoördinatie, contact met woningcorporatie en warmteleveranciers en beleidswerk om meekoppelkansen met andere ontwikkelingen te bewaken. De eerste ervaringen die nu in gemeenten worden opgedaan, wijzen erop dat de benodigde inzet voor de eerste Wijkuitvoeringsplannen laag is ingeschat. Daarentegen zal de inzet in de loop der jaren per Wijkuitvoeringsplan lager worden vanwege leereffecten. Daarom zijn de buurten waar we in de periode na 2026 starten niet meegenomen in de raming. Voor de uitvoering van de Wijkuitvoeringsplannen en het begeleiden van bewoners wordt de benodigde inzet beraamd op 1,7 – 2,1 fte per Wijkuitvoeringsplan per jaar voor kleinere gemeenten. Deze inzet zal na vaststelling van de Wijkuitvoeringsplannen aan de orde komen. Het duurt circa twee jaar voordat een Wijkuitvoeringsplan is opgesteld. De gemeente Epe kent vier clusters die gefaseerd worden opgestart richting 2026. Dat betekent dat in 2022 gestart wordt met twee clusters, te weten Kweekweg en Vaassen-Eekterveld. Vervolgens is de cluster Epe-Oene aan de beurt in 2024.

In 2026 wordt gestart met de cluster Vaassen-Klaarbeek. Voor het opstellen van een Wijkuitvoeringsplan is maximaal twee jaar de tijd. Daarna is er acht jaar de tijd voor de uitvoering. Laatstgenoemde is een eis uit het Klimaatakkoord. Dat betekent dat in uiterlijk 2030 de eerste wijken volledig aardgasvrijs zijn gemaakt in de gemeente. De geschatte inzet voor deze drie Wijkuitvoeringsplannen (WUP’s) ziet er dan als volgt uit. Let wel dat er in de onderstaande raming is uitgegaan van een gemiddeld Wijkuitvoeringsplan. Omdat de gemeente Epe van start gaat met clusters, is mogelijk dat er afgeweken wordt van deze raming.

Jaar

Opstellen

Uitvoeren

Opstellen

Uitvoeren

Opstellen

Uitvoeren

Opstellen

Uitvoeren

1e WUP

1e WUP

2e WUP

2e WUP

3e WUP

3e WUP

4e WUP

4e WUP

TOTAAL

inzet in fte

inzet in fte

inzet in fte

inzet in fte

inzet in fte

inzet in fte

inzet in fte

inzet in fte

inzet in fte

2022

0,8 – 1,1

-

0,8 – 1,1

-

-

-

-

-

1,6 – 2,2

2023

0,8 – 1,1

-

0,8 – 1,1

-

-

-

-

-

1,6 – 2,2

2024

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

0,8 – 1,1

-

-

-

4,2 – 5,3

2025

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

0,8 – 1,1

-

-

-

4,2 – 5,3

2026

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

0,8 – 1,1

-

5,9 – 7,4

2027

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

0,8 – 1,1

-

5,9 – 7,4

2028

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

6,8 – 8,4

2029

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

6,8 – 8,4

2030

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

6,8 – 8,4

2031

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

6,8 – 8,4

2032

-

-

-

-

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

3,4 – 4,2

2033

-

-

-

-

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

3,4 – 4,2

2034

-

-

-

-

-

-

-

1,7 – 2,1

1,7 – 2,1

2035

-

-

-

-

-

-

-

1,7 – 2,1

1,7 – 2,1

G EMEEN TE EPE

71

7.1.2. Aanbevelingen voor de uitvoeringsorganisatie Omdat de Wijkuitvoeringsplannen grote impact hebben, is het van belang dat deze plannen tot stand komen in samenwerking met de relevante stakeholders in de buurt. Naast de aanwezige bewoners en bedrijven, zijn dat bijvoorbeeld ook de netbeheerder Liander, het (potentiële) warmtebedrijf, de Woonstichting Triada en andere grote woningbezitters, de bouwsector en vertegenwoordigers van de utiliteitsbouw. Ook van deze stakeholders wordt verwacht extra capaciteit beschikbaar te stellen voor het opstellen en uitvoeren van de Wijkuitvoeringsplannen. In deze paragraaf staan we stil bij de inrichting van de uitvoeringsorganisatie voor de Wijkuitvoeringsplannen. Vertrekpunt bij het inrichten van de uitvoeringsorganisatie is de rolbepaling uit paragraaf 5.1. Deze is vastgesteld als onderdeel van het Plan van Aanpak. In de energie- en warmtetransitie wil de gemeente graag optreden als integrale- en procesregisseur. Dit geeft een beeld van een gemeente die samen met een brede groep van stakeholders aan de slag wil om integraal te werken aan ruimtelijke- en sociaaleconomisch thema’s. Een rol die iets minder sterk naar voren kwam maar ook aanwezig passend is bij de gemeente Epe is die van de sturende regisseur. De aantrekkingskracht van deze rol zit in het feit dat de gemeente voortvarend en grondig met de energietransitie aan de slag wil.

Bij deze rollen horen de volgende aanbevelingen voor de inrichting van de uitvoeringsorganisatie: Interne samenwerking: • Projectgroep van losse medewerkers verdeeld over de lijn. Zij werken dus niet uitsluitend in deze projectorganisatie, maar doen dit in combinatie met hun andere werkzaamheden voor de gemeente; • De projectgroep bestaat uit medewerkers van verschillende disciplines en vakgebieden. Externe samenwerking: • Stuurgroep of klankbordgroep met mandaat waarin grote belanghebbende organisaties vertegenwoordigd zijn, ook uit andere domeinen zoals bijvoorbeeld Klimaatadaptatie. Aandachtspunten bij samenwerking: • Omgevingsbewustzijn; • Oog voor participatie en realiteit; • Verbindende vaardigheden, staat dicht bij de samenleving; • Organisatiesensitiviteit en conflicthantering; • Onafhankelijkheid ten opzichte van de verschillende belangen en opgaven.

7.2. Hoe gaat de gemeente ondersteunen? Groepsaankopen De gemeente organiseert in samenwerking met het Regionaal Energieloket 1 á 2 groepsaankopen per jaar. De afgelopen twee jaar zijn er twee groepsaankopen georganiseerd: zonnepanelen en isolatie. De groepsaankopen hebben tot doel de woningeigenaren een passend en financieel aantrekkelijk aanbod te doen voor een bepaalde maatregel. De bewoners worden in het traject van advisering tot aan uitvoering ontzorgd. Stimuleringslening De gemeente heeft een lening voor haar inwoners beschikbaar gesteld. Het betreft de Stimuleringslening Duurzaamheid. Met deze persoonlijke lening (uitgevoerd door SVn) kunnen inwoners geld lenen voor een in de verordening vastgelegde duurzaamheidsmaatregel. 72

T R A N S I T I E V I SIE E NE R GIE E N WAR MT E

Regionaal Energieloket De gemeente ontsluit, samen met haar collega gemeenten in de Cleantech Regio, het Regionaal Energieloket naar haar inwoners. Het Regionaal Energieloket helpt de woningeigenaar in de gemeente met alle vragen rondom energie besparen en duurzaam wonen. Via het Regionaal Energieloket kunnen bewoners een HuisScan maken en zien welke maatregelen het meest geschikt zijn voor de woning. De gemeente zet het Regionaal Energieloket in voor het uitvoeren van de Groepsaankopen en de uit te voeren activiteiten in het kader van de verkregen RRE (Regeling Reductie Energieverbruik) subsidie in 2020. Lokaal Energieloket Dit is een fysiek informatiepunt waar inwoners die energie willen besparen, opwekken of bouwplannen hebben terecht kunnen. Bij het Energieloket worden onder andere de mogelijkheden besproken over zonnepanelen op daken, energieneutraal bouwen of een gasloze woning. Het lokale energieloket zet in op: • Gedragsverandering door bewustwording (via o.a. warmtescans) en dit vertaald krijgen naar quick-win energiemaatregelen. • Verleiden en overtuigen tot het nemen van energiemaatregelen. • Verbinden van het energieloket met lokale bedrijven, verenigingen en andere stakeholders. Het Lokaal Energieloket slaat de brug tussen advies en uitvoering. Vanuit kennis en bewust gedrag beweegt het inwoners tot actie. Daarbij is verbinding en interactie het sleutelwoord.

Energiecoaches In de gemeente Epe zijn energiecoaches actief. Zij helpen inwoners (zowel huurders als particulieren) op praktische wijze om minder energie te verbruiken en dus kosten te besparen. Een energiecoach komt bij de mensen thuis, beoordeelt de energienota en maakt met de bewoner(s) een rondgang in en om de woning en voert een warmtescan uit. Na deze inventarisatie kan de energiecoach de inwoner handige tips geven om de energielasten te verlagen. Het gaat hierbij om bewustwording en ander gedrag om de energiekosten omlaag te krijgen. Inzet Woningbouwcorporatie binnen de verduurzamingsopgave De energetische kwaliteit van woningen is belangrijk voor het milieu. Maar ook voor lagere woonlasten en meer wooncomfort. In het Convenant Energiebesparing Huursector van juni 2012 is afgesproken dat alle corporatiewoningen in 2021 gemiddeld een energielabel B hebben. In het landelijk Klimaatakkoord is afgesproken dat de regie voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving bij de gemeenten ligt. Woningcorporaties zijn binnen de verduurzaming benoemd als voortrekker (‘startmotor’). Daarbij kunnen de woningcorporaties rekenen op de kennis en kunde van de gemeente, het lokale energieloket en de energiecoaches in de gemeente Epe. Energiegemeenschap-Epe De Energiegemeenschap-Epe, bestaat uit de Stichting-ECE (SECE) en de Energie Coöperatie Epe (ECE).

De SECE zet zich in voor de ontwikkeling van nieuwe initiatieven, het monitoren en evalueren van relevante ontwikkelingen en als kennis, als netwerkorganisatie gericht op lokale en regionale samenwerking en als expertise centrum. De ECE is de uitvoeringsorganisatie die de exploitatie van de projecten verzorgt. Het doel van de ECE is het bijdragen aan het terugdringen van vervuilende energiebronnen en het versterken van de lokale circulaire economie.

G EMEEN TE EPE

73

De ECE is een organisatie die voor inwoners en bedrijven in alle dorpskernen van de gemeente Epe toekomstbestendige en duurzame voorzieningen ontplooit. Inwoners van de gemeente Epe kunnen lid worden van de Energiecoöperatie Epe en (financieel) deelnemen aan energieprojecten die zij ontplooien. Cadeaubonnen De gemeente Epe biedt inwoners een gratis cadeaubon aan ter waarde van €45,-. Deze kunnen zij verzilveren in een webshop voor kleine energiebesparende maatregelen, zoals ledlampen, tochtstrips of radiatorfolie. Energiebesparingsadviezen De gemeente Epe heeft samen met het Regionaal Energieloket in verschillende wijken Buurtacties Energiezuinig Wonen georganiseerd. In deze acties zijn een aantal voorbeeldwoningen onderzocht door technisch adviseurs. Op basis van dit onderzoek zijn adviesrapporten samengesteld. Hierin staan slimme stappen om een woning energiezuiniger te maken. De kans is groot dat één van de adviesrapporten te gebruiken is voor de inwoners van de gemeente Epe. Welke stappen naar een energiezuinigere woning kunnen er worden gezet? Welke kosten kunt u daarbij verwachten? De adviesrapporten gaan hierop in. De rapporten zijn via deze link te vinden. Warmtescan De gemeente Epe voert voor meerdere buurten in de gemeenten warmtescans uit. De gemeente organiseert de komende jaren in verschillende buurten warmtescans acties waar inwoners zich t.z.t.

voor kunnen opgeven. Op basis van thermografiefoto’s van hun woning, opgevolgd door een informatiebijeenkomst, krijgen inwoners handvatten om hun woning aan te pakken. Legeskorting Met ingang van 2019 is de legesverordening vergroend, waarbij voor een aantal duurzaamheidsmaatregelen een korting van 85% tot 100% van de legeskosten wordt toegepast. De betreffende duurzaamheidsmaatregelen zijn het realiseren van grondgebonden zonnestroomsystemen en de (ver)bouw van een zogenaamde nul-op-de-meterwoning. Vergroening van heffingen is geen doel op zich, maar is gericht op gedragsverandering die bijdraagt aan de doelen die de gemeente zich stelt. Taskforce Zon (voor bedrijven) De Taskforce Zon, onderdeel van de Omgevingsdienst Veluwe IJssel, heeft als doel om de realisatie van (grootschalige) zonne-energie te versnellen in de gemeente Epe. Dit gebeurt door het stimuleren van bestaande initiatieven, nieuwe initiatieven opstarten, gericht informeren, verbindingen leggen tussen verschillende partijen en fungeren als kennisbank. De Omgevingsdienst Veluwe IJssel benadert bedrijven via ondernemersverenigingen en bedrijfscontactfunctionaris en maakt gebruik van natuurlijke contactmomenten, steeds met oog voor specifieke lokale partijen en belangen.

Daarnaast start zij rondom de halfjaarlijkse openstelling van de SDE+(+) een promotiecampagne, waaronder organiseren van bijeenkomsten, gericht benaderen van potentiële bedrijven en verzenden van mailings.

74

T R A N S I T I E V I SIE E NE R GIE E N WAR MT E

Stimuleringslening Duurzaamheid (voor overige doelgroepen) De gemeente heeft een lening voor non-profit organisaties, VVE’s, verenigingen en energie­ coöperaties beschikbaar gesteld. Het betreft de Stimuleringslening Duurzaamheid overige doelgroepen. Met deze lening kunnen bovengenoemde organisaties geld lenen voor een in de verordening vastgestelde duurzaamheidsmaatregel.

7.2.2. ‘No-regret’ maatregelen Tot slot beschrijven we de maatregelen die inwoners van de gemeente Epe zelf nu al kunnen nemen in de warmtetransitie. • Het is in ieder geval verstandig om bij het vervangen van uw keuken over te schakelen op elektrisch koken. Met het uitfaseren van aardgas richting 2050 verdwijnt ook de mogelijkheid om op aardgas te koken. De beschikbare duurzame gassen (groengas en mogelijk richting de verdere toekomst waterstofgas) zijn te spaarzaam om in te zetten voor koken. • Het loont altijd om uw woning of bedrijfspand te isoleren. Dat heeft enerzijds te maken met het terugdringen van de warmtevraag, anderzijds maakt u uw pand hiermee klaar voor aansluiting op een hernieuwbare warmtetechniek. En met het isoleren van uw woning of bedrijfspand bespaart u ook op uw energierekening. Als u meer wilt weten over (na-) isoleren kunt u contact opnemen met het Regionaal Energieloket via www.regionaalenergieloket.nl of u kunt langsgaan bij het lokale energieloket in het gemeentehuis te Epe. • Als uw buurt niet tot de clusters van startbuurten 2022-2026 behoort (zie hoofdstuk 6.3) en uw CV ketel aan vervanging toe is kunt u overschakelen op een hybride ketel. Daarmee helpt u de warmtevraag van uw pand terug te dringen. Hybrideketels zijn mogelijk ook geschikt voor oudere panden.

Neem voor meer informatie contact op met het Regionaal Energieloket via www.regionaalenergieloket.nl of u kunt langsgaan bij het lokale energieloket in het gemeentehuis te Epe.

G EMEEN TE EPE

75

!!! link stappenplan bestaat niet

76

T R A N S I T I E V I SIE E NE R GIE E N WAR MT E

Bijlage 1 - Begrippenlijst In dit document worden verschillende begrippen gebruikt. Deze bijlage bestaat uit een lijst van begrippen en een korte uitleg daarbij. Voor een beschrijving van hernieuwbare warmtetechnieken, zoals aquathermie, all-electric en geothermie: zie bijlage 5 – Beschrijving van hernieuwbare warmtetechnieken. •  Buurten: In dit document spreken we steevast van ‘buurten’ als aanduiding van een geografisch afgebakend gebied dat als onderwerp dient voor de warmtetransitie in dit gebied. Voor sommige gebieden dekt dit begrip misschien niet de lading en kan er beter ‘wijk’ of ‘dorp’ gelezen worden. Voor de eenduidigheid is besloten om consequent wel de term ‘buurt’ te gebruiken. •  CO2-neutraliteit: als een gemeente CO2-neutraal is, dan dragen de activiteiten (wonen, werken, reizen) en processen (productie van goederen en leveren van diensten) in de gemeente niet bij aan klimaatverandering. Onder CO2-neutraliteit verstaan we naast CO2 alle schadelijke broeikasgassen, waaronder bijvoorbeeld methaan en lachgas. Deze worden omgerekend naar CO2-equivalenten, zodat de uitstoot van deze gassen bij elkaar opgeteld kunnen worden. •  OKER-thema’s: Door de omvang en complexiteit heeft de Transitievisie Energie en Warmte raakvlakken met verschillende opgaven en thema’s binnen de gemeente Epe.

Dit zijn de Omgevingsvisie, Klimaatadaptatie, (Transitievisie) Energie en Warmte en de Regionale Energiestrategie (RES). Dit zijn thema’s die niet zonder elkaar kunnen en integraal afgewogen worden. Daarom worden zij vaak gezamenlijk benaderd onder de term OKER-thema’s. • Joule: eenheid waarin energie (en in het bijzonder warmte) doorgaans wordt uitgedrukt. In deze Transitievisie Warmte wordt doorgaans terajoule met als afkorting TJ gebruikt. 1 terajoule staat gelijk aan 1.000.000.000.000 joule. •  No-regret maatregelen: No-regret maatregelen (letterlijk: geen-spijt maatregelen) zijn kosteneffectieve maatregelen die direct bijdragen aan het beoogde doel. Het zijn dus maatregelen die in elk geval kunnen worden uitgevoerd. •  Programma Aardgasvrije Wijken (PAW): nationaal programma welke gemeenten ondersteunt bij het aardgasvrij maken van hun gebouwde omgeving. Het PAW heeft een stappenplan opgesteld dat bestaat uit zeven fasen die gemeenten kunnen doorlopen om tot een Transitievisie Warmte te komen. Dit stappenplan wordt gebruikt als handvat voor de aanpak in de gemeente Epe. •  Regionale Energiestrategie (RES): Nederland kent dertig energieregio’s. In de regio’s zoeken overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke partners naar mogelijkheden om meer duurzame energie op te wekken.

•  Transitievisie Energie: Visiedocument waarin de gemeente aangeeft via welke route (oftewel, met welke maatregelen en via welk tijdspad) CO2-neutraal te willen worden in 2050. De Transitievisie Energie gaat uit van een aanpak over een vijftal sectoren, te weten gebouwde omgeving, energieopwekking, industrie en bedrijvigheid, mobiliteit, landbouw.

G EMEEN TE EPE

77

• Transitievisie Warmte: In het Klimaatakkoord staat dat gemeenten de regisseur zijn in het komen tot een wijkgerichte aanpak om de hele gemeente uiteindelijk in 2050 aardgasvrij te krijgen. Hoe een gemeente dit gaat oppakken en in welke buurt ze wanneer aan de slag gaat, beschrijft de gemeente in de Transitievisie Warmte. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat iedere gemeente voor het eind van 2021 een Transitievisie Warmte heeft vastgesteld. Vervolgens moeten gemeenten iedere vijf jaar de Transitievisie Warmte herijken op basis van nieuwere inzichten. • Wijkuitvoeringsplan: In een Wijkuitvoeringsplan wordt vastgelegd op welke manier een buurt aardgasvrij gemaakt gaat worden. De Wijkuitvoeringsplannen worden vastgesteld na de Transitievisie Warmte. De verwachting is dat het proces om tot een Wijkuitvoeringsplan te komen voor iedere buurt ongeveer 2 jaar duurt. Daarna is er maximaal 8 jaar de tijd om alles voor te bereiden op aardgasvrij.

In het Wijkuitvoeringsplan moet in ieder geval in komen te staan: • De planning wanneer de buurt (stapsgewijs) aardgasvrij wordt; • Wanneer de toelevering van aardgas wordt beëindigd; • Welk alternatief voor aardgas wordt gekozen; • Welke concrete fysieke maatregelen daarvoor nodig zijn in de openbare ruimte en in de gebouwen; • Welke investeringen er gedaan moeten worden en door wie; • Welke keuzeruimte er is voor individuele bewoners (bijvoorbeeld om niet mee te gaan in collectieve maatregelen); • Hoe het participatietraject is vormgegeven en welke partijen betrokken zijn bij deze planning en keuze voor het aardgasvrije alternatief; • Op welke wijze de keuze is gemaakt om voor deze strategie te gaan (met o.a. motivatie als er niet voor de variant met de laagste maatschappelijke kosten is gekozen). •  Woningequivalenten: met deze term wordt de warmtevraag van een gemiddelde woning in Nederland uitgedrukt. Deze staat gelijk aan 27 gigajoule oftewel 0,027 terajoule per jaar.

78

T R A N S I T I E V I SIE E NE R GIE E N WAR MT E

Bijlage 2 - De organisatiestructuur De organisatiestructuur bij de Transitievisie Energie en Warmte kent meerdere gremia met elk hun eigen samenstelling van personen en rol. De gremia zijn als volgt: • Het college van burgemeester en wethouders; • De gemeenteraad; • De raadswerkgroep; • De stuurgroep; • De projectgroep; • De projectgroep XL. Het college van B&W bespreekt de definitieve Transitievisie Energie en Warmte en legt deze voor aan de gemeenteraad. De gemeenteraad stelt de Transitievisie Energie en Warmte vast. In de komende jaren heeft de gemeenteraad ook een rol in het vaststellen van Wijkuitvoeringsplannen (door een wijziging van het desbetreffende Omgevingsplan). De stuurgroep bestaat uit bestuurlijke vertegenwoordiging van: • Gemeente Epe; • Woonstichting Triada; • Netbeheerder Liander. De stuurgroep is gedurende het traject drie keer bijeengekomen en is in de laatste bijeenkomst gevraagd in te stemmen met de voorliggende concept Transitievisie Energie en Warmte. Daarmee vraagt de stuurgroep aan het college van burgemeester en wethouders om de Transitievisie Energie en Warmte te laten vaststellen door de gemeenteraad.

De projectgroep bestaat uit: • Gemeente Epe; • Netbeheerder Liander; • Woonstichting Triada; • Waterschap Vallei en Veluwe; • Omgevingsdienst Veluwe IJssel; • EnergieCoöperatie Epe; • Bedrijvenkring Gemeente Epe ; • Industriekring Eekterveld Vaasen; • Milieuzorg Epe; • Ondernemersvereniging Vaassen; • Gebiedsregisseurs gemeente Epe; • Ondernemersvereniging Epe; • KNNV/IVN. De projectgroep bestaat uit een (ambtelijke) vertegenwoordiging van bovengenoemde organisaties. De projectgroep heeft in een vijftal stakeholderbijeenkomsten in gezamenlijkheid gewerkt naar een Transitievisie Energie en Warmte.

G EMEEN TE EPE

79

De projectgroep XL bestaat uit (allen gemeente Epe): • Sociaal Domein; • Mobiliteit; • Maatschappelijk vastgoed; • Vastgoed; • Geo; • Infrastructuur; • Civiele werken; • Domein Bedrijven; • Domein Omgevingswet; • Ruimte; • Omgevingsvisie. De projectgroep XL bestaat naast de vier gemeentelijke leden van de projectgroep uit twaalf andere medewerkers van de gemeente verspreid over de verschillende domeinen. Door de drie bijeenkomsten van de projectgroep XL zijn diverse afdelingen binnen de gemeente aangehaakt. Daarmee zijn zij op de hoogte van inhoud en proces en hebben zij kunnen bijdragen aan de Transitievisie Energie en Warmte vanuit hun eigen expertise. Daarmee is de integraliteit van deze visie geborgd.

80

T R A N S I T I E V I SIE E NE R GIE E N WAR MT E

Bijlage 3 Overzicht van mogelijke maatregelen in de energietransitie per sector Omschrijving

Beoogd

Samenwerkings-

resultaat

partners

Maatregelen Gebouwde omgeving Verzorgen

Met ‘gemeentebreed’ wordt hier bedoeld dat een activiteit Beperkt

Omgevingsloket

gemeente brede

niet op een specifieke wijk gericht is, maar op alle

woningcorporatie

meetbare,

communicatie (incl. inwoners van de gemeente. Zo stelt het Klimaatakkoord

maar wel grote

Energieloket)

dat er een energieloket onder verantwoordelijkheid

potentie voor

van de gemeente moet zijn. Maar ook gemeentebrede

reductie van

programma’s om bijvoorbeeld zonnepanelen op woningen aardgasgebruik te stimuleren, vallen onder deze taak. Niet van

Verduurzamen

Van overheden wordt gevraagd dat zij het goede

Reductie van

eigen vastgoed

voorbeeld geven en vooroplopen met het verduurzamen

maximaal 1.837 toepassing

van hun eigen vastgoed, zoals het gemeentehuis. De

ton CO2 per

personele inzet hiervan raakt twee groepen. Enerzijds is er

jaar bij volledig

een beleidsmatige kant om te bepalen welk vastgoed het

duurzame

eerst wordt verduurzaamd en hoe het effect van eventuele opwek en verbouwingen kan worden beperkt. Anderzijds is er een

aardgasvrij

uitvoerende kant die meestal bij de afdeling facility ligt. Verduurzamen

Maatschappelijk vastgoed omvat gebouwen met een

Reductie van

maatschappelijk

publieke functie, zoals scholen, musea, sportkantines en

maximaal 8.883

vastgoed

ziekenhuizen. Er komt een norm voor CO₂-arme bouw,

ton CO2 per

en het is aan de eigenaar om daar met steun van de

jaar.

Publieke sector

gemeente aan te voldoen. Het verschilt per gebouw/ eigenaar hoe groot die steun is. Soms is de gemeente zelf eigenaar van deze gebouwen soms heeft de gemeente een subsidierelatie met de eigenaar, en soms heeft ze nauwelijks een formele relatie. Hoe directer de relatie, hoe meer inzet er van de gemeente nodig is. Verduurzamen

Overige utiliteitsbouw omvat alle andere gebouwen

Reductie van

Eigenaren

overige utiliteit

die geen woonbestemming hebben, zoals winkels en

maximaal

commercieel

kantoren. Hoewel dit een groot aantal gebouwen betreft,

19.923 ton CO2 vastgoed

is de inzet van gemeenten hier aanzienlijk kleiner dan bij woningen. Dat komt omdat in het Klimaatakkoord is afgesproken dat er een duidelijke norm voor CO2-arme utiliteitsbouw komt, waardoor het initiatief hier sterker bij gebouweigenaren komt en minder bij de gemeente. Bovendien is afgesproken dat het Rijk de communicatie hierover verzorgt. Monitoren

De transitievisie warmte moet worden gemonitord,

Niet van

transitievisie

en regelmatig worden herijkt. Het herschrijven zelf

toepassing

hoeft maar eens in de vijf jaar te gebeuren en vereist dus (gemiddeld over die vijf jaar) maar een beperkte hoeveelheid werk.

G EMEEN TE EPE

81

Omschrijving

Beoogd

Samenwerkings-

resultaat

partners

Provincie

Maatregelen Mobiliteit Onderzoeken

Gemeenten hebben samen met provincies de taak om

Indirect

energiebehoefte

de lokale behoefte voor laad­infrastructuur in kaart te

resultaat door

laad infra

brengen. Ook het verwerken van de uitkomsten hiervan

faciliteren

in een integrale visie laadinfrastructuur, die elke twee jaar opnieuw wordt vastgesteld, rekenen we tot deze taak. Aansluiten

Het fysiek aanleggen van laadinfrastructuur wordt in

Indirect

Niet van

bij regionale

principe uitgevoerd door marktpartijen. Gemeenten zijn

resultaat door

toepassing

aanbesteding

verantwoordelijk voor aanbesteding van het recht om

faciliteren

(op plekken binnen de gemeente) laadinfrastructuur aan te leggen. Dan ontstaan uitvoeringskosten rondom het traject van aanbesteding en contractering. Ook het bijbehorende (plaatsings)beleid, op basis waarvan eisen en wensen voor aanbesteding tot stand komen, rekenen we tot deze taak. Opstellen regionaal

In het Klimaatakkoord staat dat gemeenten in

Indirect

Provincie en

programma

samenwerking met provincies regionale programma’s

resultaat door

CleanTech

emissieloos

opstellen waarin afspraken worden gemaakt over zoveel

faciliteren

mogelijk emissieloos vervoer in 2030. Deze taak omvat het opstellen van die regionale programma’s en het borgen van de afspraken. De uitvoering ervan valt meestal onder andere taken. Aanpassen

Uit dieptestudies komt naar voren dat gemeenten enige

Indirect

Niet van

gebouwde

extra aanpassingen aan de infrastructuur verwachten naar

resultaat door

toepassing

infrastructuur

aanleiding van bovenstaande taken. Het gaat vooral om

faciliteren

het inrichten van specifieke laadpleinen en het inrichten van fysieke locaties waar deelconcepten beschikbaar zijn (bijvoorbeeld het verrijken van P+R’s). Van die twee rekenen we de helft toe aan deze taak; de andere helft zien we als algemeen mobiliteitsbeleid. Stimuleren

Zowel gemeenten als provincies worden geacht om

Nog te

deelconcepten

deelconcepten te stimuleren. Daar delen verschillende

berekenen

Inwoners en Keolis

gebruikers dezelfde wijze van vervoer. Dat kan bijvoorbeeld met deelfietsen, deelauto’s en apps. Van gemeenten vraagt het stimuleren en faciliteren ervan een goede visie op deelconceptenvervoer, overleg met partners en soms vergunningverlening. Verduurzamen

Gemeenten hebben maatregelen genomen om de eigen

Nog te

Niet van

eigen mobiliteit

mobiliteit te verduurzamen. Hierbij gaat het met name om

berekenen

toepassing

Beoogd

Samenwerkings-

resultaat

partners

het uitwerken van een visie op verduurzaming van eigen mobiliteit en het aanschaffen van duurzame voertuigen. Omschrijving

82

T R A N S I T I E V I SIE E NE R GIE E N WAR MT E

Omschrijving

Beoogd

Samenwerkings-

resultaat

partners RWS

Klimaatneutraal

Om uiteindelijk zo klimaatneutraal en circulair mogelijk

Nog te

inkopen GWW

te kunnen werken moeten gemeenten hun proces voor

berekenen

het inkopen van grond-, weg- en waterwerken (GGW) aanpassen. Deze transformatie vraagt extra capaciteit voor het opdoen van specifieke kennis en het verwerken van de nieuwe wensen en eisen in aanbesteding- en inkoopprocedures. Gemeente Epe staat nu nog aan het begin. Op basis van een interview met Rijkswaterstaat (dat de transitie naar klimaatneutrale GGW-inkoop al doorlopen heeft) verwachten we dat inkopers enkele jaren extra kennis nodig hebben, en bovendien meer capaciteit omdat inkoopprocedures langer duren vanwege de aanvullende eisen die erin opgenomen worden. Handhaven CO2-

Het Klimaatakkoord beschrijft de invoering van een

Nog te

norm mobiliteit

normstellende regeling de effecten van werkgerelateerd

berekenen

OVIJ

verkeer en logistiek terug te dringen. Gemeenten en provincies zijn het beoogd bevoegd gezag om toezicht te houden op de naleving van deze norm. In de praktijk zullen zij deze taak bij omgevingsdiensten beleggen, zo verwacht ook het Klimaatakkoord, die toezicht houden op bedrijven met 100 werknemers of meer. Omdat deze taak ver van gemeenten af staat, is de raming opgesteld samen met omgevingsdiensten. Maatregelen Industrie Handhaven CO2-

Gemeenten zijn het bevoegd gezag bij het handhaven

besparingsplicht

van de CO2-besparingsplicht voor kleinere bedrijven. Een

Onbekend

OVIJ

Bedrijvenkring industriekring OVIJ

deel van de gemeenten heeft deze taak ondergebracht bij de omgevingsdienst. Deze taak is een uitbreiding van de reeds bestaande energiebesparingsplicht. Bedrijven zijn nu al verplicht om energiebesparende maatregelen te treffen als die zichzelf binnen vijf jaar terugverdienen. In het Klimaatakkoord wordt deze plicht uitgebreid. In de praktijk valt ook het opwekken van energie nu onder deze plicht. Eekterveld

In het lopende traject is er een potentiestudie uitgevoerd

De inzet van

Energieneutraal

voor gasvermindering en opwek door zon op dak. Hier

zonnepanelen

wordt aangegeven dat er maximaal ongeveer 90.000

en gasreductie

zonnepanelen op de daken van het Eekterveld passen.

leidt tot 15.667

Het besparingspotentieel aardgas voor de industrie is

ton CO2-

in beeld gebracht door een vooronderzoek naar een

reductie.

hydraulische installatie. Dit betreft 1.359.820 m3 gas. Voor het besparingspotentieel elektra is er nog onderzoek van de omgevingsdienst nodig.

G EMEEN TE EPE

83

Omschrijving

Beoogd

Samenwerkings-

resultaat

partners

Onbekend

Bedrijvenkring,

Stimuleren

Binnen de economie zijn met name de bouw/infra en de

circulaire economie

landbouw de 2 belangrijkste sectoren waar circulariteit

industriekring

de sleutel vormt tot een vermindering van uitstoot van

ondernemers-

broeikasgassen. Provinciaal en landelijk draaien hier

vereniging

pilotprojecten, waar bedrijven uit de regio aan deelnemen.

LTO

Het is de taak van de gemeente deze projecten onder de aandacht te brengen van andere ondernemers in Epe.

Maatregelen Landbouw Natuur-inclusieve

Gemeenten hebben een taak om landbouwbedrijven te

Nog te

Boeren

kringloop-

steunen bij duurzame landbouw. Dat omvat het gebruik

berekenen

LTO

landbouw

van het ruimtelijk instrumentarium. Ook stoppersregelingen of de transitie als onderdeel van de omgevingsvisie behoren hiertoe. Natuur-inclusieve kringlooplandbouw zal naast Natura2000 gebied (Veluwe en IJssel) gewenst zijn.

Uitbreiding van

De taak om het areaal natuur te vergroten, is moeilijk

12 ton CO2 /

KNNV

bosareaal

te scheiden van ‘reguliere’ taken die we al hadden.

hectare

TBO’s

Weliswaar is er een duidelijke opgave – 1% meer bomen per jaar – maar die opgave kan deels worden bereikt door andere accenten te leggen bij grondexploitaties, klimaatadaptatie, en het ontwerp en onderhoud van de openbare ruimte. Dat kan binnen de reguliere formatie. Stimuleren

De gemeente heeft op basis van de vergunningverlening

250 ton CO2 TJ

Boeren

productie

voor het aantal ton mest inzicht in clusters die interessant

ruw biogas

OVIJ

biogas door

zijn voor de ontwikkeling van biogas. Marktpartijen zijn

mestvergisting

in de lead om een initiatief van de grond te krijgen. De gemeente faciliteert op ruimtelijk vlak

Maatregelen Grootschalig energieopwek Stimuleren aanpak

Deze taak heeft in de RES 1.0 meer contouren gekregen

Grootschalig Zon

doordat het bod op basis van de laatste inzichten kantelde bij 210 TJ tot

op Dak, Taskforce

naar grootschalige opwekking door zon op dak. Een deel

Zon

kent overlap met de sectoren gebouwde omgeving en industrie. Bij de aanpak van de bedrijventerreinen richten we ons op het grootste potentieel. Via het energieloket richten we ons op particulieren. De potentie bij Triada en ons gemeentelijk vastgoed is in beeld gebracht. Samen werken we aan de uitvoer.

84

T R A N S I T I E V I SIE E NE R GIE E N WAR MT E

26.833 ton CO2 CleanTech, 2030

Bedrijvenkring, OVIJ, Triada, publieke sector

Omschrijving

Beoogd

Samenwerkings-

resultaat

partners

Stimuleren en

Het stimuleren van zonneparken vraagt van gemeenten

18.016 ton CO2

Initiatiefnemers

vergunning-

snelle vergunningverlening en projectbegeleiding.

bij 141 TJ tot

grootschalige

verlening

Gezien de grote energie-opgave waar Nederland voor

2030

opwek

zonneparken

staat, is het redelijk te verwachten dat gemeenten

Cleantechregio

die uitvoeringskosten van vergunningverlening niet geheel doorberekenen in leges. De projectbegeleiding betekent inpassing in de ruimtelijke plannen en steun bij participatietrajecten. Ook is er enige capaciteit in de raming verdisconteerd om burgers te stimuleren om zelf te participeren in energiecoöperaties. Stimuleren en

Voor windmolenparken gaat het alleen om parken

10.500 ton

vergunning-

tot 5 Megawatt. Dat zijn de parken waar gemeenten

CO2 bij 3 grote

verlening

het bevoegd gezag voor zijn. Het stimuleren van

windturbines

windparken

windparken is qua activiteiten vergelijkbaar met het stimuleren van zonneweides. Ook hier ligt de nadruk op projectbegeleiding en is er een kleine inzet meegerekend om bewoners te stimuleren een energiebedrijf op te zetten. Het meeste projectwerk ligt niet bij een gemeente maar bij de energiepartij.

G EMEEN TE EPE

85

Bijlage 4 - Huidige en verwachtte inzet gemeentelijke organisatie in de energietransitie Maatregelen

Inzet

Raming rapport

Bestaand

Toe te voegen

0,1-0,2 fte per jaar

2 fte

1,45 fte

0,55 fte

Gebouwde omgeving Verzorgen gemeente brede communicatie (incl. Energieloket) Verduurzamen eigen

0,1-0,2 fte per jaar

vastgoed Verduurzamen

0,3-0,5 fte per jaar

maatschappelijk vastgoed Verduurzamen overige

0,3 fte per jaar

utiliteit Monitoren transitie visie

0,25 fte per jaar

Maatregelen Mobiliteit

Inzet

Raming rapport

Bestaand

Toe te voegen

Onderzoeken

0,15 fte per jaar

1 fte

0,3 fte

0,7 fte

Inzet

Raming rapport

Bestaand

Toe te voegen

0,05 fte per jaar

0,95 fte

0,4 fte

0,55 fte

energiebehoefte laad infra Aansluiten bij regionale

0,05 fte per jaar

aanbesteding Opstellen regionaal

0,1 fte per jaar

programma emissieloos Aanpassen gebouwde

0,1 fte per jaar

infrastructuur Stimuleren deelconcepten

0,1 fte per jaar

Verduurzamen eigen

0,1 fte per jaar

mobiliteit Klimaatneutraal inkopen

0,3 fte per jaar

GWW Handhaven CO2-norm mobiliteit Maatregelen Industrie en bedrijven Handhaven CO2 besparingsplicht Eekterveld Energieneutraal

0,4 fte per jaar

Kweekweg energieneutraal

0,4 fte per jaar

Stimuleren circulaire

0,1 fte per jaar

economie

86

T R A N S I T I E V I SIE E NE R GIE E N WAR MT E

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10933625/1