359917 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied Herstelplan 2020 ANONIEM
Tekst van het document
De herziening naar Agrarisch levert voor reclamants bedrijf een ongewenste situatie op, een deel van het bedrijfsperceel is immers niet correct bestemd. c) Reclamant ziet graag dat het noordwestelijke deel van het perceel weer positief bestemd wordt en in plaats van de bestemming Agrarisch weer de bestemming Bedrijf krijgt. Zo kan het huidige gebruik als bedrijf worden voortgezet en levert dit in de toekomst geen beperkingen op. d) Reclamant verzoekt deze zienswijze in behandeling te nemen en deze te verwerken in het vast te stellen bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020 teneinde deze locatie weer een correcte bestemming te geven. Reclamant is beschikbaar om met de gemeente in gesprek te treden. Reactie gemeente Het door reclamant aangegeven parkeerterrein had in het bestemmingsplan Buitengebied uit 2005 de bestemming Bedrijfsdoeleinden. In het bestemmingsplan Buitengebied Epe uit 2017 is de bestemming hier per abuis vanaf gehaald. Gelet op het huidige gebruik, als parkeerterrein bij het bedrijf, is het gerechtvaardigd om de Bedrijfsbestemming weer op te nemen. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. - Het parkeerterrein behorende bij Nijmolensebeekweg 10 te Vaassen krijgt de bestemming Bedrijf.
74 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
7.12. Zienswijze van [reclamant], d.d. 1 februari 2022 Samenvatting zienswijze a) Reclamant is eigenaar van het perceel met bungalow aan de Oude Elburgerweg 8 te Epe. Aan het perceel is niet de specifieke bouwaanduiding Villa gekoppeld. Reclamant geeft aan dat deze situatie is 100% afwijkend is van de omringende percelen van 1 ha en groter in de omgeving. Uit alles blijkt dat het ontbreken van de villa aanduiding een vergissing uit het verleden is. De ontbrekende aanduiding lijkt per vergissing aan een naburig perceel te zijn gekoppeld. Reclamant verwijst naar de kaart die is meegestuurd als bijlage. b) Reclamant verzoekt de fout te herstellen, zonder de rechten van het aangrenzende perceel aan te tasten. Dan wel deze situatie op grond van “het gelijkheidsbeginsel in overweging te nemen, en indien de uitzondering ongegrond blijkt deze te herstellen, dan wel gemotiveerd aan te geven wat de overwegingen zijn anders te doen besluiten. Reactie gemeente Het perceel dat reclamant aanduidt ligt niet in het plangebied van dit bestemmingsplan. Bovendien is het perceel gelegen in het GNN en Natura 2000-gebied Veluwe.
Er kan alleen aan het verzoek medewerking worden verleend wanneer uit een specifiek onderzoek blijkt dat dit past binnen het Gelders natuurnetwerk (artikel 43.1) en Natura 2000-gebied Veluwe en geen nadelige consequenties heeft voor bescherming, behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Na beoordeling van het bedoelde onderzoek kan worden overwogen vervolgens een afzonderlijke procedure te doorlopen. Doordat het verzoek nu niet is onderbouwd met een onderzoek wat betreft de ruimtelijke effecten en effecten voor milieu en natuur, kan in deze situatie niet worden meegewerkt binnen deze procedure. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
7.13. Zienwijze van [reclamant], d.d. 8 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze a) De zienswijze van reclamant heeft betrekking op de woning op het perceel Stationsweg 57a te Emst die niet correct is bestemd in het bestemmingsplan Buitengebied Epe (2017) en ook niet opgenomen en herzien is in het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2020. Reclamant ziet graag dat de destijds vergunde woning weer correct bestemd wordt. b) Op het perceel staat een woning, achter deze woning staat verder naar het noorden op het perceel een tweede woning. De woningen hebben een gedeelde inrit. De achterste woning is BAG geregistreerd. Ook betaalt reclamant WOZ-belasting over de woning en heeft de woning zijn eigen nutsaansluitingen. c) Het plangebied heeft de bestemming Wonen met de dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie 3 en waarde – Archeologie 4. Binnen de bestemming Wonen is per bestemmingsvlak één woning toegestaan, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal woningen’. Het plangebied heeft in het huidige als het voorliggende bestemmingsplan een woonbestemming waarbinnen één woning is toegestaan. De vergunde woning is hiermee niet positief bestemd in het bestemmingsplan. Dit is voor reclamant een ongewenste situatie, de vergunde en in de BAG geregistreerde woning is immers niet correct bestemd.
d) Reclamant ziet graag dat de woning positief bestemd wordt. Zijn voorstel is om het perceel op te nemen in het "bestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2020" en aansluitend op de in het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied Epe" (2017) elders gehanteerde regeling de aanduiding 'maximum aantal woningen: 2' toe te voegen. Zo wordt de vergunde woning correct bestemd en kan het huidige gebruik als woning worden voortgezet. Reactie gemeente Het betreffende perceel is niet gelegen in het plangebied van dit bestemmingsplan. Bovendien zijn bij de gemeente geen omgevingsvergunningen bekend voor het aangegeven tweede woongebouw. Gevraagd wordt om het opnemen van een nieuwe woonmogelijkheid. Doordat het verzoek niet is onderbouwd wat betreft de ruimtelijke effecten en effecten voor milieu en natuur, kan in deze situatie niet worden meegewerkt aan de toevoeging van een nieuwe woonmogelijkheid. Dit valt ook buiten de strekking van het Herstelplan 2020. Mocht reclamant een ruimtelijk plan hebben voor dan moet
75 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
hiervoor een aparte procedure voor aanpassing van het bestemmingsplan worden doorlopen. Voorwaarde is dat de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het plan allereerst positief moet worden beoordeeld wat betreft toevoeging van een extra woonmogelijkheid in het buitengebied Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
7.14. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021, (ingekomen onbekend) Samenvatting zienswijze a) Reclamant geeft aan dat er op 6 oktober 2020 een controle is geweest van haar perceel waarover op 19 november 2020 een uitnodiging is gestuurd voor een persoonlijk gesprek met betrekking tot de aankondiging van handhaving ten aanzien van een aantal bijgebouwen. Op 9 december 2020 heeft dit gesprek plaatsgevonden. Daarbij is niet vermeld dat er in de loopt van 2021 een herstelplan buitengebied Epe komt. Reclamant geeft tweemaal verzocht te hebben om een nieuwe (telefonische) afspraak mede gezien de aankondiging dat er een herstelplan zou komen. Tot op heden heeft reclamant geen reactie ontvangen. b) Op de woning berust een BOV status welk in het herstelplan de status Wonen zal krijgen waarbij er ook ruimte komt om een woning met een BOV status te mogen veranderen. Dit zou voor de woning van reclamant betekenen dat deze vergroot zou kunnen worden naar meer inhoud en misschien wel minder m2 waardoor bouwwerk A past binnen het totale aantal toegestane m 2 en ook om die reden dan niet zou hoeven te worden afgebroken. c) Maar daarnaast is het zo dat in april 2011 de BOV status is gegeven op het totale kadastrale object inclusief bouwwerk A. De woning is gekocht in 2000 inclusief bouwwerk A en met de huidige afmetingen (inclusief veranda).
De bouwwerken zijn dus al decennia aanwezig en zeker voor 2007 al aanwezig. d) Reclamant verzoekt de bouwkavel aan te passen zodat bestaande, al decennia aanwezige, bouw kan worden gelegaliseerd. Bovendien is door de verkregen BOV status in april 2011 een en ander eigenlijk al geen discussiepunt meer volgens reclamant. Ook al heeft er een verandering plaatsgevonden aan bouwwerk A. Deze verandering is immers al van voor 2007 en was noodzakelijk vanwege de slechte staat van het dak. Bouwwerk A zou dus ook nog hersteld kunnen worden naar de oorspronkelijke staat en zoals bij diverse percelen in de omgeving dan kunnen blijven staan. e) Reclamant merkt op dat een en ander voor de 2e keer in overgangsrecht te zijn geplaatst wat wettelijke gezien niet mag. f) Daarnaast geeft reclamant aan dat er door de gemeente, zeker voor 2007 niet werd gehandhaafd, getuige ook de diversiteit aan bijgebouwen en woonsoorten/statussen van de diverse recreatiewoningen in het buitengebied. Daarnaast is reclamant van mening dat er sprake is geweest van onbehoorlijk bestuur en er fouten zijn gemaakt in eerdere wijzigingen van het bestemmingsplan Schaveren.
g) Reclamant verzoekt om bouwwerk A te legaliseren bij haar perceel daarnaast wil zij dat het herstelplan dusdanig uit gevoerd wordt dat er rust komt in het gebied, het gelijkheidsbeginsel wordt toegepast, en dat de gemeente vooral in gesprek gaat met de bewoners zodat er minder handhavers nodig zijn. Reactie gemeente De BOV-status voor de recreatiewoning wordt in het Herstelplan 2020 verwerkt door toevoeging van de aanduiding ‘wonen’ (zie paragraaf 2.3 van deze zienswijzennota). Dit laat onverlet dat de bouwmogelijkheden echter hetzelfde blijven als voor een recreatiewoning. Er is geen aanleiding voor verruiming van bouwmogelijkheden; in dat opzicht blijft het vigerende regeling onveranderd. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
76 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
7.15. Zienswijze van [reclamant], ingekomen op 10 maart 2021 Samenvatting zienswijze Reclamant verzoekt de woning aan de Veldkampweg 3 8162 PV Epe mee te nemen als ‘normale’ woning zodat deze ook als zodanig zichtbaar wordt in het bestemmingsplan, aangezien dat nu niet meer het geval is. In het vorige bestemmingsplan is deze wel als woning bestemd. Reactie gemeente Het perceel valt niet in het plangebied van dit bestemmingsplan. De aangegeven woning betreft de bedrijfswoning van recreatiecentrum Vossenberg. Dit is het bedrijf van reclamant. De gemeente ziet geen aanleiding om deze te wijzigen aangezien de bestemming met het huidige gebruik overeenkomt. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
7.16. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021, (ingekomen op 11 maart 2021) Samenvatting zienswijze a) Reclamant geeft aan dat het perceel van cliënten ten onrechte niet is meegenomen in het herstelplan. Bij het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020 is ten onrechte het perceel van cliënten buiten beschouwing gelaten. Er heeft geen juiste danwel slechts een onvolledige inventarisatie plaatsgevonden en cliënten menen dat dit hersteld moet worden bij de vaststelling van het plan. Hun perceel komt ook voor herstel in aanmerking gelet op de feitelijke vergunde situatie. Het ontwerpplan kent diverse ambtshalve wijzigen. Het gaat dan om een aanpassing van de verbeelding waarbij het bestemmingsvlak conform bestaande/vergunde situatie wordt aangepast. Datzelfde geldt voor de cliënten van reclamant. b) Reclamant is van mening dat een deugdelijke inventarisatie ontbreekt, bestaande bouwwerken moeten worden opgenomen op de verbeelding. Dat deze inventarisatie niet goed heeft plaatsgevonden vindt zijn grondslag in het vigerende bestemmingsplan. Reclamant geeft aan dat het college heeft aangegeven dat er geen inventarisatie, gebiedsbeschrijving en/of analyse van de percelen met een (verblijfs)recreatieve bestemming heeft plaatsgevonden. Reclamant verwijst na paragraaf 1.3 van het bestemmingsplan en de nota van uitgangspunten.
c) Het vigerend bestemmingsplan is in strijd met hetgeen het bestemmingsplan zelf beschrijft en in strijd met de wettelijke vereiste zorgvuldigheid vastgesteld en kan niet dienen niet tot uitgangspunt voor de beoordeling of op de gronden van cliënten een juiste en doelmatige bestemming is gelegd en/of een vergunning voor de bestaande bouwwerken, indien nodig, kan worden verkregen. Ook in het ontwerpplan wordt bovenstaande niet gerepareerd. d) Het bouwvlak is onjuist doorgevoerd. Bij de beoordeling van de verbeelding is opgevallen dat een gedeelte van het bebouwde oppervlak buiten het bouwblok is geplaatst. Dat lijkt reclamant niet juist nu er een vergunning is verleend en het bouwwerk ook daadwerkelijk conform is gebouwd. Door het huidige bouwvlak in stand te laten, handhaaft de gemeente een onjuiste situatie. Het geeft een onjuiste weergave van de feitelijke en vergunde situatie en cliënten menen dan ook dat dit aangepast moet worden aan de feitelijke situatie. e) Ondanks het feit dat er een vergunning is verleend en de recreatiewoning (en uitbreiding) dus legaal aanwezig is, heeft de gemeente dit niet geactualiseerd bij de planvorming. De huidige recreatiewoning heeft een oppervlakte van ongeveer 100 m2. Het betreft de oppervlakte van het totale bouwwerk.
In tegenstelling tot de bestaande situatie, zoals op de verbeelding aangegeven, bestaat het bouwwerk niet uit twee losse delen, maar is het een geheel bouwwerk. De toezichthouder heeft dat in 2018 ook zo geconstateerd. f) In diezelfde periode is een schuur gerealiseerd. Bij de recreatiewoning is altijd een schuur aanwezig geweest en deze staat er nog steeds. Ook deze schuur heeft de gemeente niet meegenomen bij de actualisatie en is ten onrechte niet op de verbeelding opgenomen. g) Als laatste is op het perceel een kliko-afrastering aanwezig om de groenbakken die op het perceel aanwezig zijn, aan het zicht te onttrekken. Ook deze zijn niet meegenomen bij de actualisatie van het plan. h) Cliënten verzoeken (ambtshalve) alsnog het bouwvlak aan te passen aan de feitelijke situatie. i) In de planregels zijn bebouwingsvoorschriften opgenomen. Ook voor de maximale oppervlaktemaat van recreatiewoningen. Huidige recreatiewoning is fors groter dan wat op basis van het (herstel)plan wordt toegestaan. Zoals aangeven is de recreatiewoning met vergunning
77 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
opgericht en gewijzigd. Dat maakt dat de vergunde oppervlakte van de recreatiewoning ook verankerd moet worden in de planregels. Het overgangsrecht biedt hiervoor (onvoldoende) soelaas ,aangezien het niet in de rede ligt dat de komende planperiode het bouwwerk wordt aangepast. Cliënten verzoeken dat de huidige vergunde oppervlakte in de planregels wordt verankerd. j) Het bouwwerk valt door huidige regeling ten onrechte gedeeltelijk onder het overgangsrecht. Zoals aangegeven is de recreatiewoning met vergunning opgericht. Doordat de recreatiewoning (en schuur) niet op juiste wijze is vertaald in het bestemmingsplan, valt een gedeelte onder het overgangsrecht. Gelet op de reeds lange tijd dat de bouwwerken er staan (in ieder geval sinds 1971), maakt dat de bouwwerken voor de tweede keer onder het overgangsrecht worden geschaard. Slechts in bijzondere gevallen mag dat het geval zijn wanneer aantoonbaar binnen een periode van 10 jaren de situatie eindigt. Dat is niet het geval. Door een gedeelte van de (legale) bouwwerken onder het overgangsrecht te scharen wordt de rechtspositie van cliënten aangetast. Het plan dient hierop aangepast te worden. k) Cliënten zetten grote vraagtekens bij de uitvoerbaarheid van het plan. Door de wisselende regels van de opvolgende bestemmingsplannen, maakt dat het onduidelijk is wat waar nu wel en niet mag op welk perceel.
Het ontwerpplan moet duidelijkheid verschaffen en voor één-uitleg vatbaar zijn. l) Het plan creëert rechtsongelijkheid. Naastliggende percelen kunnen verschillende beoordeeld worden zonder dat daar een feitelijke aanleiding voor is. Het herstelplan neemt veel percelen niet mee terwijl daarvoor ook andere/geactualiseerde regels zouden moeten gelden. Door dat niet toe te passen wordt rechtsongelijkheid gecreëerd in het plan binnen dezelfde bestemmingen. Daarbij merkt reclamant op dat het direct aangrenzende burenperceel meegenomen in de ambtshalve wijzigingen. Onduidelijk is waarom deze situatie bij cliënten ook niet actualiseert. Reactie gemeente Het onderhavige perceel maakt geen onderdeel uit van het plangebied van dit Herstelplan 2020. De bouwregelgeving voor recreatiewoningen uit het moederplan blijft onverkort van toepassing, zoals dat bij alle andere vergelijkbare percelen het geval is. Deze regels worden niet aangepast. Voor zover voor gebouwen vergunning is verkregen eerbiedigt het overgangsrecht het behoud hiervan, ook als het betreffende gebouw of oppervlakte niet in de bestemmingsregeling concreet is verwerkt. Het is denkbaar dat bij het opstellen van het omgevingsplan de komende jaren een en ander wordt heroverwogen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 7.17. Zienswijze van [reclamant], d.d.
25 februari (ingekomen op 25 februari) Samenvatting zienswijze a) Reclamant dient een zienswijze in omdat zij het niet eens is met het niet legaal zijn van de garage behorend bij de woning van reclamant. b) In 1984 is de recreatiebungalow gekocht via ‘makelaar en notaris’. De garage was wegens ziekte van de toenmalige echtgenoot van reclamant een vereiste om over te gaan tot aanschaf. c) Reclamant heeft bij het trouwen in 1986 het adres van de recreatiewoning als woonadres opgegeven. In juni 1987 is een aanmaning ontvangen dat de bewoning illegaal was. Op 27 augustus 1987 is een persoonlijk gedoogbesluit ontvangen. d) Later is door de gemeente een handhavingsprocedure gestart met als doel het door reclamant laten afbreken van de garage. Dat betekent volgens reclamant dat de woning niet verkocht kan worden mét garage en dat daardoor een financiële schade van wel tot 100.000 euro kan ontstaan. e) Na ontvangst van de brief van de gemeente heeft reclamant direct contact opgenomen maar kreeg geen reactie omdat de bouwvergunning niet kon worden gevonden. f) Later is deze vergunning wel gevonden. In 1961 is op een bosterrein waar deze garage al stond, een vergunning aanvraag gedaan voor de bouw van een bungalow.
Volgens reclamant moet daaruit geconcludeerd worden dat de gemeente het bouwproject goed moet hebben bekeken wat betreft alle regels van de bestemmingsplannen en dat de garage daarom legaal moet zijn, anders had de vergunning niet verleend moeten worden.
78 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
g) Op het bosterrein is in 1941-1942 een houten huis gebouwd, naar het idee van reclamant is destijds ook de garage gebouwd. Volgens reclamant vonden NSB burgermeesters in deze periode bouwvergunningen niet nodig. h) Het verzoek van reclamant is het positief bestemmen van de garage in het Herstelplan 2020. Reactie gemeente Het onderhavige perceel maakt geen onderdeel uit van het plangebied van dit Herstelplan 2020. Er is ook geen aanleiding om dit perceel alsnog op te nemen in dit bestemmingsplan. De bouwregelgeving voor recreatiewoningen uit het moederplan blijft onverkort van toepassing, zoals dat bij alle andere vergelijkbare percelen het geval is. Deze regels worden niet aangepast. Voor zover voor gebouwen vergunning is verkregen eerbiedigt het overgangsrecht het behoud hiervan, ook als het betreffende gebouw of oppervlakte niet in de bestemmingsregeling concreet is verwerkt. Het is denkbaar dat bij het opstellen van het omgevingsplan de komende jaren een en ander wordt heroverwogen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
7.18. Zienswijze van [reclamant], d.d. 1 februari 2021 (ingekomen op 2 februari 2021) Samenvatting zienswijze a) Reclamanten dienen een zienswijze in aangaande punt 33 van het ontwerp bestemmingsplan. De aanpassing die wordt doorgevoerd klopt deels, er zijn inderdaad 2 bouwvergunningen verleend en reclamanten geven aan dat het fijn is dat dit wordt hersteld. Tijdens het gesprek met de gemeente is naast dit herstel ook besproken dat er een aanpassing zou worden doorgevoerd met scheiding van één bouwvlak in twee bouwvlakken. Hiermee zijn de percelen geheel gescheiden van elkaar en onafhankelijk. b) Reclamanten zien graag een scheiding van het bouwvlak opgenomen in het herstelplan op basis van de kadastrale scheiding. Hierbij verwijzen reclamanten naar de bijlage waarin een tekening is opgenomen met de scheiding. Reactie gemeente Het bestemmingsplan kent binnen de bestemming Wonen geen bouwvlakken. De woningen mogen binnen het bestemmingsvlak worden gerealiseerd. Door het toevoegen van de aanduiding ‘maximum aantal woningen: 2’, is het mogelijk om binnen dit bestemmingsvlak 2 woningen te realiseren met de bijbehorende toegestane hoeveelheid bijgebouwen. Het splitsen van het bestemmingsvlak heeft in deze situatie geen enkele toegevoegde waarde en werkt alleen maar verwarrend. Er wordt dan ook niet tegemoet gekomen aan dit verzoek.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
79 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
8. Ambtshalve aanpassingen 8.1. Bloemendaalseweg 10, Emst Op het perceel Bloemendaalseweg 10 in Emst rust in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Epe de bestemming Agrarisch met een bouwvlak. Op basis van deze bestemming is het mogelijk om op het perceel een volwaardig agrarisch bedrijf te vestigen. In het voorheen geldende bestemmingsplan was een dergelijke ontwikkeling niet mogelijk. Op het perceel rustte namelijk de bestemming Agrarische bedrijfsdoeleinden met de aanduiding ‘bestaand erf’. Op basis van deze aanduiding waren de mogelijkheden beperkt en kon hier geen volwaardig agrarisch bedrijf worden ontwikkeld. Per abuis is deze aanduiding in het bestemmingsplan Buitengebied Epe van de verbeelding verdwenen. Om te voorkomen dat hier alsnog een volwaardig agrarisch bedrijf wordt ontwikkeld, wordt voorgesteld om de aanduiding ‘bestaand erf’ op het bouwvlak te leggen.
Bestemmingsplan Buitengebied 2005
Bestemmingsplan Buitengebied Epe, 2017
Aanpassing Het bouwvlak op het perceel plaatselijk bekend Bloemendaalsweg 10 in Emst wordt de aanduiding ‘bestaand erf’ gelegd, overeenkomstig het bestemmingsplan Buitengebied uit 2005.
80 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
8.2. Tongerenseweg 168, Epe Tijdens controle van de verbeelding van het vigerend bestemmingsplan Buitengebied Epe, is ter hoogte van de Tongerenseweg 168 in Epe geconstateerd dat dat de begrenzing van de bestemmingen niet overeenkomt met de kadastrale begrenzing. Aangezien de feitelijke situatie wel is afgestemd op de kadastrale grenzen zorgt dit voor een niet werkbare situatie. In totaal betreft het drie ondergeschikte correcties van de bestemmingsgrenzen. Voorgesteld wordt om de begrenzing van de bestemmingen aan te passen. Op de onderstaande afbeelding worden de voorgestelde correcties weergegeven.
afb. 1; Uitsnede Verbeelding bestemmingsplan Buitengebied Epe, met kadastrale perceelsgrenzen Aanpassing De bestemmingsgrenzen op het perceel plaatselijk bekend Tongerenseweg 168 in Epe worden de bestemmingsgrenzen afgestemd op de kadastrale situatie aan de westzijde en de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk aan de noordzijde.
81 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
8.3. Brakerweg 8, Epe Tijdens controle van het vigerend bestemmingsplan Buitengebied Epe is geconstateerd dat het bestemmingsvlak Wonen op het perceel Brakerweg 8 in Epe een onlogische vorm heeft en niet is afgestemd op de feitelijke situatie. Dit had bij het opstellen van het bestemmingsplan Buitengebied Epe al moeten worden aangepast. In de toelichting van het huidige bestemmingsplan Buitengebied staat immers het volgende over de bestemmingsvlakken: “In beginsel zijn de bestemmingsvlakken uit het geldende bestemmingsplan overgenomen, tenzij op basis van de luchtfoto blijkt dat een gedeelte van het erf niet binnen de bestemming valt. In dat geval is het bestemmingsvlak gecorrigeerd.” Op basis van de luchtfoto was een aanpassing reëel geweest. De woning ligt immers deels buiten het bestemmingsvlak. Daarnaast is de woning kleiner van 750 m3. Er is theoretisch nog ruimte om bij te bouwen. De enige logische plek om dit te doen is aan de westzijde (daar waar het bestemmingsvlak ontbreekt). Aanpassing is dus gewenst. Het perceel ligt niet in de Groene Ontwikkelingszone of het Gelders Natuurnetwerk. Ook zijn er geen bijzondere landschappelijk waarden. Vanuit dat opzicht zijn er dus geen beperkingen om mee te werken aan deze kleine correctie. Op de onderstaande afbeelding wordt met de zwarte lijn de nieuwe grens van het bestemmingsvlak wonen weergegeven.
De grens ligt op 9 meter vanaf de huidige woning.
Aanpassing De bestemmingsgrens op het perceel plaatselijk bekend Brakerweg 8 in Epe wordt aangepast overeenkomstig de bovenstaande afbeelding.
82 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
8.4. Bekenwalweg 25 en 27, Epe In het bestemmingsplan Buitengebied Epe is op het perceel Bekenwalweg 25 en 27 in Epe de bestemming Wonen gelegd, zonder specifieke aanduidingen. Op basis hiervan is één woning toegestaan. Feitelijk is er sprake van twee woningen (nr. 25 en nr. 27). Dit was op basis van het vorige bestemmingsplan Buitengebied uit 2005 ook zo bestemd (zie onderstaande afbeelding).
Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied 2005 In de inventarisatie voorafgaand aan de actualisatie van het bestemmingsplan Buitengebied Epe is geconstateerd dat er twee woningen zijn toegestaan en dat dit correct is. Vervolgens is dit per abuis niet op de verbeelding van het bestemmingsplan terecht gekomen. De reden hiervoor is onbekend. Aangezien het een overduidelijke vergissing betreft, wordt voorgesteld om de aanduiding ‘maximum aantal woningen 2’ op te nemen. Aanpassing Op de bestemming Wonen op het perceel plaatselijk bekend Bekenwalweg 25 en 27 in Epe wordt de aanduiding ‘maximum aantal woningen 2’ gelegd, overeenkomstig het bestemmingsplan Buitengebied uit 2005.
83 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
8.5. Koeweg 17, Epe Bij het recreatiepark Remboe Village is de bedrijfswoning (beheerderswoning) inmiddels in gebruik als reguliere woning. De woning is ook als reguliere woning vergund. In het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe, herstelplan 2020 is de Recreatiebestemming gewijzigd in de bestemming Wonen. Per abuis heeft niet het volledige kadastrale perceel, kadastraal bekend Epe en Oene, sectie T, nr. 4823 de bestemming Wonen gekregen. Het gedeelte op de onderstaande afbeelding binnen de rode lijn, hoort bij het perceel van Koeweg 17, Epe. Voorgesteld wordt om het gedeelte binnen de rode lijn eveneens de bestemming Wonen te geven.
Afbeelding, voorgestelde aanpassing bij Koeweg 17 Epe Aanpassing Het volledige perceel, kadastraal bekend Epe en Oene, sectie T, nr. 4823 krijgt de bestemming Wonen.
84 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
8.6. Ambtshalve wijzigingen Bijlage 2 Ontwerpherstelplan 2020 Ontwerp-herstelplan 2020 De ambtshalve wijzigingen zoals opgenomen in bijlage 2 van de toelichting van het herstelplan 2020 onder de punten 1 en 41 t/m 54 betreffen het wijzigen of aanvullen van de regels. Overwegingen Het plangebied waar deze wijzigingen of aanvullingen betrekking op hebben is het gehele buitengebied van de gemeente Epe. Dit betreft onder andere de wijzigingen die volgen uit de moties van de gemeenteraad. Het herstelplan omvat slechts aanpassingen van regels die betrekking hebben op specifieke delen van het plangebied (zie paragraaf 2.1 van deze zienswijzennota). Voorgesteld wordt de punten 1 en 41 t/m 54 buiten het herstelplan te laten. De ambtshalve wijzigingen 1 en 41t/m 54 komen daarom te vervallen. Deze algemene wijzigingen of aanvullingen worden te zijner tijd in het omgevingsplan meegenomen. Conclusie Het betreft de volgende te schrappen ambtshalve wijzigingen: a. Artikel 1 Begripsbepalingen: bevat geen begripsbepaling “kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen” (zie ook onderwerp Artikel 19). b. Artikel 3.1 onder z: …bij bedrijfswoningen tot maximaal 50 m uit de grens van het bouwvlak. c. Artikel 3.5.1.c aan huis verbonden beroep bij agrarische bedrijfswoningen gelijk trekken d.
Artikel 3.5.1 lid e Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen binnen een afstand van 50 m tot het bestemmingsvlak van gevoelige functies. e. Artikel 3.6 sub k. lid 3.5.1 onder d. en e., ten behoeve van het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen binnen 50 m tot het bestemmingsvlak van gevoelige functies, mits door onderzoek wordt aangetoond dat er sprake is. f. van een goed woon- en leefmilieu. g. Artikel 14 Maatschappelijk – Militair terrein h. Artikel 18.2 Type-/taalfouten i. Artikel 19 Verblijfsrecreatie NB. Combi met punt 41 (begripsbepaling kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen) j. Standplaatsen (artikel 23 en 24) k. Artikel 26 Wonen – interpretatie aaneengebouwd l. Artikel 26 Wonen – gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen m. Artikel 26 Wonen – ontheffing dakhelling n. Artikel 47, kweek van bomen, struiken en heesters o. GO en GNN (opnemen wijzigingsbevoegdheid in artikel 45 zodat begrenzing kan worden afgestemd op Omgevingsverordening Gelderland) p. Artikel 47 bij natte landnatuur q. Parapluplan parkeren (Artikel 48 conform het Parapluplan Parkeren aan te passen en een dynamische verwijzing op te nemen v.w.b. de bijlage Nota Parkeernormen.)
85 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Bijlage 1. Hoorzittingen Hoorzitting 1 Aanleiding: Zienswijze [reclamant] Datum: 4 oktober 2021, 11.30 uur; Aanwezig: [reclamant], en namens de gemeente: Wethouder B.J. Aalbers, mevrouw K.C.M. Olieman (secretaris), de heer S. Geene (team Ontwikkeling) De portefeuillehouder geeft een toelichting op de gang van zaken tijdens de hoorzitting. De hoorzitting biedt reclamant de mogelijkheid om een mondelinge toelichting te geven op de door hem ingediende schriftelijke zienswijze. De hoorzitting dient om te horen en niet om discussies te voeren. Reclamant geeft aan dat zijn recreatiewoning een BOV-status heeft en dat hij al jaren permanent in zijn recreatiewoning woont. Reclamant is blij dat zijn recreatiewoning nu de functieaanduiding wonen krijgt. Reclamant wil het eerste deel van zijn schriftelijke zienswijze niet bespreken. Dit is een juridisch verhaal, de bespreking hiervan laat hij graag aan anderen over. Reclamant is het er niet mee eens dat er handhaving plaatsvindt tegen illegale bijgebouwen bij recreatiewoningen. Volgens reclamant leidt handhaving alleen maar tot meer verrommeling van de omgeving. Hout bijvoorbeeld ligt nu netjes opgeslagen in een bijgebouwtje. Als de bijgebouwen straks moeten worden verwijderd dan blijft het hout vervolgens gewoon liggen, maar dan met een plastic zeil eroverheen.
Reclamant vindt dat het aanzien van de omgeving door de zeilen alleen maar meer wordt aangetast. Reclamant pleit er daarom voor dat kleine bouwwerken bij recreatiewoningen positief worden bestemd. Reclamant geeft een algemeen advies over zandwegen. Hij zou graag zien dat er een snelheidsbeperking voor zandwegen komt. Dit om grote stofwolken te voorkomen. De portefeuillehouder wijst erop dat hiervoor een verkeersbesluit nodig is en dat dit niet wordt geregeld in een bestemmingsplan. De portefeuillehouder geeft aan dat het verslag van de hoorzitting wordt toegevoegd aan de zienswijzennota. Het bestemmingsplan wordt, inclusief de zienswijzennota, voor vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Indieners van een zienswijze kunnen desgewenst inspreken bij de raadscommissie en ontvangen hiervoor een uitnodiging van de griffie.
Hoorzitting 2 Aanleiding: Zienswijze [reclamant] over Gortelseweg 61, 8171 RB VAASSEN Datum: 6 oktober 2021, 9.00 uur; Aanwezig: [reclamant], en namens de gemeente: Wethouder B.J. Aalbers, mevrouw K.C.M. Olieman (secretaris), de heer S. Geene (team Ontwikkeling) Reclamant heeft vier jaar geleden ook een zienswijze ingediend bij het bestemmingsplan buitengebied 2017. Reclamant is teleurgesteld over de gang van zaken van toen. De gemeente heeft toen afspraken gemaakt met reclamant en toegezegd dat zij samen naar de provincie zouden gaan voor overleg. Achteraf is dat heel vreemd want reclamant heeft onlangs van de gemeente gehoord dat overleg met de provincie in dit geval helemaal niet nodig is. Reclamant wacht al 4 jaar op de aanpassing van het bouwvlak zoals dat toen met de gemeente is afgesproken. Reclamant wil namelijk een bouwvergunning aanvragen voor een aanbouw bij zijn huis. In 2000 is al een stuk aan het huis gebouwd. In een herziening stond vervolgens ineens dat reclamant ook nog een schuur van 200 m2 mocht bijbouwen. Dit wil reclamant graag. Maar het bestaande bouwvlak ligt juist in een deel van het perceel met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Reclamant wil daarom op een andere plek bouwen: aan de zijkant van het huis (noordoost, richting Gortelseweg), hier lag vroeger een parkeerplaats dus dat deel is al eens eerder op de schop geweest.
Op de plek waar reclamant nu kan en mag bouwen liggen grafheuvels en raatakkers. Daar bouwen is wat hem betreft dus onwenselijk. Een ander probleem wat de gemeente moet oplossen is dat reclamant in 1999 een bouwvergunning is verleend om te bouwen op een plek buiten het bouwvlak en in waardevol cultuurlandschap. Reclamant wil het bestaande bouwvlak zo laten aanpassen dat de huidige aanbouw alsnog binnen het bouwvlak komt te liggen zoals eerder ook is afgesproken. Het bouwvlak is 780 m 2, hiervan is 168 m2 86 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
bebouwd. Er is dus ruimte zat om te bouwen, maar dit bouwvlak moet wel op een andere plek komen te liggen (overhandigt studie van architect voor gewenste locatie). Volgens reclamant is in 2017 ook aan de gemeenteraad toegezegd dat hij geholpen zou worden met het aanpassen van het bouwvlak en dat reclamant met het oog hierop samen met de gemeente naar de provincie zou gaan voor overleg. De gemeenteraad gaf vervolgens in 2017 aan dat zij reclamant gelijk wilden geven. Reclamant heeft toen zelf aangegeven: is dat wel verstandig, straks kan dit deel van het bestemmingsplan niet worden vastgesteld. Dit staat ook zo in de verslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad en van de raadscommissie. Nu ligt er al weer een derde of vierde herziening van het bestemmingsplan. Reclamant heeft nooit meer iets van de gemeente gehoord over de eerdere toezeggingen. In de zienswijzennota stond destijds: er hoeft niets te gebeuren want gevraagde uitbreidingsruimte van 200 m2 is er al. Reclamant heeft toen al aangegeven dat aanpassing van het bouwvlak noodzakelijk was omdat het bouwvlak teveel in het archeologisch waardevol gebied lag. De gemeente gaf toen aan dat zij bereid was om dit aan te passen, maar deze belofte is tot nu toe nooit nagekomen. Hoorzitting 3 Aanleiding: Zienswijze [reclamant] Datum: 6 oktober 2021, 9.15 uur; Aanwezig: [reclamant] en namens de gemeente: Wethouder B.J.
Aalbers, mevrouw K.C.M. Olieman (secretaris), de heer S. Geene (team Ontwikkeling) De portefeuillehouders licht de procedure toe. Reclamant heeft een schriftelijke zienswijze toegestuurd. Een oude vriend, een architect, waar ze mee gesproken had, heeft buiten haar om ook nog iets toegestuurd, dat was heel vriendelijk bedoeld. Reclamant woonde destijds met haar ouders aan de Woesterbergweg. Zij hadden een kleinschalig vakantiebedrijf met vakantiehuisjes. Vaste huurders wilden in de jaren vijftig zelf een huisje. Haar ouders gingen toen grond verpachten. Na het afbouwen van het bedrijf wilde haar moeder een ander huis bouwen aan de Steenderbultweg. Op een strook grond die door haar ouders was verkocht werd een zomerhuisje gebouwd. Die eigenaar daarvan heeft in 1968 een bouwvergunning gekregen voor een groot woonhuis. Haar ouders dachten toen: dan krijgen wij ook wel zo’n vergunning als wij daar bouwen. Zij mochten wel bouwen, maar dan wel in formaat recreatiewoning, maar met woonbestemming. Haar ouders zijn hier in 1973 gaan wonen. Vervolgens heeft deze woning altijd een woonbestemming gehad. Reclamant wordt door WOZ ook aangeslagen als woonhuis. Reclamant is heel verbaasd dat haar woning nu niet genoemd wordt in het herstelplan. Dit terwijl direct naastgelegen woningen die recreatiewoningen waren nu een woonbestemming krijgen.
Ook in 2013 hebben een aantal naastgelegen recreatiewoningen een woonbestemming gekregen. Zij moesten toen aantonen dat zij hier al voor 2003 permanent woonden. Reclamant, grondeigenaar van deze percelen, heeft hierover in 2013 veel overleg gehad met de gemeente. Rond 1999 is vanuit de gemeente aangegeven: uw woning wordt waarschijnlijk een gewoon woonhuis. Daar is verder niets van gekomen, reclamant dacht: het is goed geregeld zoals het is. Reclamant heeft zich in 1998 ingeschreven op dit adres. Heeft hier sindsdien altijd ingeschreven gestaan. Heeft nooit bericht gehad dat de bestemming eraf gehaald is. Reclamant begrijpt niet waarom alle andere woningen de woonbestemming houden, maar deze bestemming van haar woning afgehaald is zonder dat zij daarvan op de hoogte is gesteld.
87 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Hoorzitting 4 Aanleiding: Zienswijze [reclamant] Datum: 6 oktober 2021, 9.45 uur; Aanwezig: [reclamant] en namens de gemeente: Wethouder B.J. Aalbers, mevrouw K.C.M. Olieman (secretaris), de heer S. Geene (team Ontwikkeling) De wethouder licht de procedure toe en legt uit dat de hoorzitting is bedoeld om de ingediende schriftelijke zienswijze mondeling toe te lichten. Reclamant heeft een aantal vragen. Reclamant geeft aan dat hij onaangenaam verrast was door terinzagelegging van dit herstelplan. Reclamant heeft met een ambtenaar gebeld om te vragen: wat zijn de eisen om voor de recreatiewoning toch de functieaanduiding tweede woning te krijgen. De ambtenaar gaf aan dat o.a. de woning nooit verhuurd mag zijn geweest vanaf de peildatum in 2006. Reclamant heeft daarop aangegeven: daar voldoe ik aan. Als je niet verhuurd moet je forensbelasting betalen. Voor dit object is altijd forensenbelasting betaald. Voor de gemeente is dit heel eenvoudig na te kijken. Reclamant heeft nu een advocaat in de arm genomen. Reclamant heeft bewijsstukken dat de woning nooit verhuurd is en dat hij altijd forensenbelasting heeft betaald. Ook door vorige eigenaren is het object nooit verhuurd. Reclamant dacht dat dit voldoende bewijzen waren. Tot zijn verbazing ontving hij nu een enquêteformulier.
Uit het formulier maakt reclamant op dat de door hem aangeleverde bewijzen niet als bewijs geaccepteerd zijn. In de enquête staat de vraag: heeft u uw recreatiewoning de afgelopen jaren gedurende minder dan 245 dagen verhuurd? Dit lijkt een strikvraag volgens reclamant. De eerste ingeving is om hier “nee” in te vullen, maar het is natuurlijk “ja”. Reclamant denkt dat niemand de woning langer dan 245 dagen per jaar verhuurd heeft. Dat betekent bijna permanente bewoning. Die vraag wordt dus door iedereen met “ja” beantwoord. Tweede vraag is: de beheerder van het park moet invullen dat reclamant het object nooit heeft verhuurd. Maar de beheerder vertegenwoordigt de eigenaar die een tegengesteld belang heeft. De vorige beheerder heeft al eerder aangegeven: dit object is nooit verhuurd geweest. Dit stuk moet al in het dossier zitten. In het enquêteformulier worden deze stukken toch opnieuw opgevraagd. De nieuwe beheerder heeft een tegengesteld belang. Of hij bereid is een verklaring in te vullen is nog maar de vraag. Hetzelfde verhaal geldt voor heel veel andere mensen. Reclamant heeft hier slapeloze nachten van gehad. De wethouder geeft aan: de ingediende zienswijze wordt verwerkt in de zienswijzennota. Het bestemmingsplan gaat met alle bijlagen, dus ook de zienswijzennota naar de gemeenteraad.
Indieners van een zienswijzen krijgen een uitnodiging om eventueel in te spreken bij de raadscommissievergadering. Hoorzitting 5 Aanleiding: Zienswijze [reclamant] Aanwezig:
[reclamant] en namens de gemeente: Wethouder B.J. Aalbers, mevrouw K.C.M. Olieman (secretaris), de heer S. Geene (team Ontwikkeling)
Reclamanten vragen waarom zij zouden moeten verhuren. De hoorzitting is bedoeld om een mondelinge toelichting te geven op de schriftelijke zienswijze geeft de wethouder aan. Volgens reclamanten hebben zij nog nooit die verhuurplicht gehad. Hoe stelt de gemeente zich verhuur voor? Zij hebben immers geen parkbeheer, geen aanspreekpunt, geen receptie, geen schoonmaak etc. Vroeger, toen ze nog werkten hebben zij het huisje wel verhuurd. Nu zijn ze gepensioneerd en verhuren niet meer. Verhuurden tot 12 jaar geleden af en toe. Nu is het huis alleen voor eigen gebruik en gebruik door eigen kinderen of kennissen. Nut verhuur zien reclamanten niet. Verhuur brengt veel te veel werk mee. Reclamanten hebben hun huisje naar eigen smaak ingericht en willen niet verhuren. Zij willen het huisje niet aanpassen voor verhuur. Hoe kan het dat een huisje, dat je zelf hebt laten bouwen en dat je eigendom is nu verplicht moet worden verhuurd? Het is een rustig park met oudere mensen, geen geluidsoverlast e.d. Zij willen geen verhuur op het park. Er is namens de vereniging 1 zienswijze ingediend door een advocatenkantoor, niet door reclamanten zelf individueel. Reclamanten hebben de enquête nog niet ontvangen. Het is wel belangrijk om de enquête in te vullen geeft de gemeente aan. De enquête wordt meegewogen in de beslissing. De wethouder legt de verdere procedure uit.
Voor de commissievergadering zal het advocatenkantoor uitgenodigd worden om eventueel in te spreken.
88 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Hoorzitting 6 Aanleiding: Zienswijze [reclamant] Datum: 6 oktober 2021, 10.15 uur; Aanwezig: [reclamant] en namens de gemeente: Wethouder B.J. Aalbers, mevrouw K.C.M. Olieman (secretaris), de heer S. Geene (team Ontwikkeling) Reclamant geeft aan dat in de toelichting van het plan wordt gesteld dat het gaat om een gedeeltelijke herziening waarbij het bestemmingsplan op enkele percelen wordt gewijzigd. De spuitzone wordt echter aangepast voor de hele gemeente. Volgens reclamant is dit niet de juiste manier om dit aan te passen en vast te leggen. Het gaat om bijlage 2 van het herstelplan en de spuitvrije zones. Dit heeft niet betrekking op 1 of slechts enkele percelen. Tweede punt: verkeerde benadering omdat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen landelijk sterk gereguleerd is. De gemeente heeft niet het recht om bepaalde percelen hiervan uit te sluiten. Als het van toepassing zou zijn op het hele gemeentelijke grondgebied dan zou je een heleboel agrarische gronden voor gebruik uitsluiten die nu gebruikt worden voor bijvoorbeeld mais en grasland. Die zou je dan niet meer mogen behandelen met gewasbeschermingsmiddelen. Als het slechts om een of twee percelen gaat dan vindt reclamant het niet van belang, maar als het om de hele gemeente gaat dan vindt reclamant dit niet de juiste manier om dit aan te kaarten.
Veel grondeigenaren zijn hier helemaal niet van op de hoogte gesteld dit is een onjuiste gang van zaken. De gemeente kan ook niet ingaan tegen landelijke regelgeving. Het gaat hier niet om een verduidelijking, maar om een nieuwe beperkende maatregel voor de gehele gemeente. Hoorzitting 7 Aanleiding: Zienswijze [reclamant]. Zelf een zienswijze ingediend en via Blenheim (7) Datum: 11 oktober 2021, 13.00 uur; Aanwezig: [reclamant] en namens de gemeente: Wethouder B.J. Aalbers, mevrouw K.C.M. Olieman (secretaris), de heer S. Geene (team Ontwikkeling) Reclamanten hebben hun recreatiewoning afgelopen december gekocht. Reclamanten zijn verrast door het Herstelplan Buitengebied. De lokale makelaar en lokale notaris hebben hen bij de aankoop van de recreatiewoning niet geïnformeerd dat zij deze verplicht moesten verhuren. Hadden reclamanten geweten dat zij de woning zouden moeten verhuren dan hadden zij de recreatiewoning nooit gekocht. Reclamanten hebben de woning als tweede woning gekocht en zijn niet van plan de recreatiewoning te gaan verhuren. Reclamanten zijn verbaasd dat sommige huisjes wel en andere niet op de lijst in het bestemmingsplan staan. Dit lijkt willekeurig te zijn gedaan. Wat zijn de criteria hiervoor? Er wordt in de stukken gesproken over 2006 als peildatum, maar toen viel dit park nog onder Wissel. De vorige eigenaar heeft de woning in 2007 gekocht.
Deze eigenaar heeft hier permanent gewoond. Ook deze eigenaar heeft de recreatiewoning nooit verhuurd volgens reclamanten. Reclamanten geven aan dat zij nu zij de recreatiewoning als tweede woning gebruiken veel bijdragen aan de lokale economie. Zij hebben bijvoorbeeld de badkamer, en de cv-ketel, door een lokaal bedrijf laten vervangen, hebben hier wasmachine en fiets gekocht en maken veel gebruik van de horeca. Reclamanten hebben begrip voor het uitgangspunt om zoveel mogelijk mensen te laten genieten van deze mooie plek. Familieleden die hen bezoeken gaan zelf ook op zoek naar overnachtingsplekken in deze omgeving. Hier dragen reclamanten dus ook aan bij. Reclamanten hebben de toegestuurde enquête ondertekend en teruggestuurd. Wat wil de gemeente met deze enquête bereiken? De portefeuillehouder licht het vervolg van de procedure voor vaststelling van het bestemmingsplan toe. Reclamanten hebben 2 zienswijzen ingediend: via de vereniging van eigenaren en ook zelf individueel. Als het echt commercieel aantrekkelijk zou zijn om deze huisjes te exploiteren dan had Remboe village de huisjes zelf wel aangekocht. Zij hebben een eerste kooprecht. Daar hebben ze geen gebruik van gemaakt.
89 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Hoorzitting 8 Aanleiding: Zienswijze ingediend door [reclamant]. Datum: 11 oktober 2021, 13.15 uur; Aanwezig: [reclamant] en namens de gemeente: Wethouder B.J. Aalbers, mevrouw K.C.M. Olieman (secretaris) De wethouder licht de hoorzitting toe. Reclamanten geven aan dat zij de wens hebben dat de feitelijke situatie positief wordt bestemd. Reclamant leest voor uit zijn pleitaantekeningen en overhandigt deze aan het einde van de hoorzitting. Reclamant geeft aan: de situatie van zijn cliënten is niet vergelijkbaar met die van recreatiewoningen die in het plan worden genoemd. Er moet hier iets worden hersteld. Reclamant verwijst naar een ambtelijk advies d.d. 15 november 1999. Hierin wordt gesproken over verlening van een bouwvergunning voor een woning, vooruitlopend op een positieve bestemming in een toekomstige herziening van bestemmingsplan Schaveren. Deze toezegging is nog eens bevestigd in een brief d.d. 25 november 1999 gericht aan de rechtsvoorganger van cliënt. In de herziening van het plan Schaveren is vervolgens het als woning vergunde gebouw als recreatiewoning bestemd. Volgens reclamant berust dit op een vergissing. Reclamant vraagt om deze vergissing nu te herstellen. Reclamant voegt hieraan toe - In 2000 als woning gebouwd en onafgebroken in gebruik geweest. Cliënt heeft de woning in 2004 gekocht. - Woning heeft de maatvoering van een reguliere woning.
- Specifiek belang: plan bevat een uitsterfconstructie. Dit is niet in belang van cliënt. De wethouder legt de verdere procedure uit Hoorzitting 9 Aanleiding: Zienswijze ingediend door Blenheim advocaten namens rechtspersoon Vereniging ’t Hertenkamp. De zienswijze wordt door alle leden ondersteund en is namens hen allen ingediend. Datum: 11 oktober 2021, 14.00 uur; Aanwezig: [reclamant] en namens de gemeente: Wethouder B.J. Aalbers, mevrouw K.C.M. Olieman (secretaris) Reclamanten vragen: wat beoogt de gemeente Epe te bereiken met de verplichte verhuur? Wat is precies de reden voor de toegestuurde enquête? Waarom is in de enquête de grens van 55 m 2 gesteld? Dit heeft binnen de vereniging tot veel onrust geleid. Wat is de achtergrond hiervan? Er zijn mensen op het park die de recreatiewoning al 40 jaar als familie gebruiken en er zijn mensen die de recreatiewoning recent gekocht hebben. Al deze families dragen bij aan de economie van de gemeente Epe. De vereniging ziet het park als een buurt van Epe. Er is geen slagboom, geen beheerder. Er is een vrijwillig bestuur. Regelen onderhoud, paden, bomen gezamenlijk, allemaal met de bewoners zelf. Waarom is er niet even van tevoren contact opgenomen over de enquête? De vraag over een beheerder of administrateur is niet te beantwoorden voor de parkbewoners omdat er geen beheerder is.
Als er vooraf contact geweest was dan hadden reclamanten kunnen uitleggen dat beantwoording van deze vragen niet mogelijk is voor dit park. Het bestuur stuurt de enquêtes zoveel mogelijk door naar de leden. Reclamanten vinden de reactietermijn erg kort. Sommige leden hebben geen internet en/of zijn niet op korte termijn bereikbaar. Het gaat vaak om ouderen. Deze ouderen zijn trouwens ook niet eens in staat om hun woning te verhuren. Er wordt in de stukken een peildatum van 2006 gehanteerd. Bij het naastgelegen park de Vliegden is de gewenste bestemming wel toegekend, daar is de peildatum 2006 voor mensen die de woning na 2006 gekocht hebben niet gehanteerd volgens reclamanten. Waarom is het daar anders geregeld? De achterban van de vereniging is heel gestresst door dit herstelplan Buitengebied. Het bestuur krijgt heel veel vragen van de achterban die zij niet kunnen beantwoorden, ook over de enquête. Waarom wordt er niet voor gekozen om de mensen te stimuleren om af en toe te verhuren in plaats van een verplichting op te leggen om te verhuren? 90 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Bedrijfseconomisch bekeken zijn juist tweede woningen aantrekkelijker. De achterban van de vereniging besteedt veel geld voor onderhoud en verbouw woningen, horeca, fietsen, etc. in de gemeente Epe. Juist de mensen die hier incidenteel een huisje huren nemen hun boodschappen vanuit huis mee en besteden niks in Epe. Een stuk of vier huisjes worden wel regelmatig verhuurd. Dit zorgt soms voor overlast. Recent was ingrijpen door politie met hond nodig vanwege overlast. Er is ook weleens hennep aangetroffen. De vereniging wil geen verroompotisering van de Veluwe. Reclamanten hebben diverse situatie met overlast in probleemhuisjes en bijvoorbeeld arbeidsmigranten zelf opgelost. Er is ook een huisje wat voor verhuur aan 6 personen bestemd is. Dit wordt via Airbnb aan 10 of 11 personen verhuurd. Het bestuur wil dit soort toestanden niet. Als korte verhuur de verplichting wordt, dan is bestuur bang dat ze de hele dag bezig zijn met dit soort incidenten. Dit willen zij niet. De wethouder legt de verdere procedure toe. Hoorzitting 10 Aanleiding: Zienswijze ingediend door [reclamant] Datum: 11 oktober 2021, 14.15 uur; Aanwezig: [reclamant] en namens de gemeente: Wethouder B.J. Aalbers, mevrouw K.C.M. Olieman (secretaris). De wethouder legt de procedure van de hoorzitting uit. Reclamanten bedanken voor de mogelijkheid voor deze hoorzitting. Willen graag wat achtergronden toelichten.
Reclamanten hebben bewust gekozen voor de aankoop van dit huisje. Dit hebben ze ook pas gedaan na de toelichting op de uitspraak van de Raad van State rond de status van de bestemming tweede woning. De reclamanten kennen de gemeente al van vakanties uit hun jeugd. De nadruk op dit park ligt juist op rust en gebruik zonder overlast. Het park ligt rustig nabij een natuurgebied in een prachtige omgeving. De overweging om hier te kopen was juist: geen verplichting om te verhuren. Juist van wel verhuurde huisjes op dit park wordt overlast ervaren. Onlangs is hier politie bij geweest, dit was beangstigend. Reclamanten willen niet verhuren, wonen in Rotterdam, en kunnen dus ook geen toezicht houden. Er is geen toezicht op dit park, dit is een extra reden om de huisjes niet te verhuren. Reclamanten hebben dit huisje voor zichzelf gekocht. Nu komt zelfs dreiging verplichting om het huisje individueel te verhuren in beeld. Hier liggen reclamant wakker van. Zijn inmiddels 65 jaar oud, willen de rompslomp van verhuur helemaal niet. Bij verhuur mogen ze er zelf maar 120 dagen verblijven en moeten dan bezig zijn met onderhoud en alles in orde houden. Zorgeloos recreëren is er dan niet meer bij. Reclamanten zijn verdrietig om deze plek kwijt te raken omdat ze de woning straks moeten gaan verkopen vanwege de verplichte verhuur.
Helft park is uitgezonderd van aanduiding tweede woning zo blijkt uit het herstelplan. In de brief van de gemeente stond dat dit park gelijk behandeld zou worden als de Vliegden en Eper Sprengen. Reclamanten hebben er juist bewust voor gekozen om geen huisje op de Vliegden te kopen, juist vanwege de onduidelijkheid over de verhuurverplichting. Daarover hebben ze destijds ook met de gemeente gesproken. Nu komt er toch geen gelijke behandeling zoals beloofd. Peildatum 2006 geldt nu ineens toch. Dit is onbegrijpelijk. Waarom wordt niet gekozen voor stimulering van verhuur? Bijvoorbeeld door belastingverlaging of abonnementen op toeristisch attracties in de buurt. Misschien zijn er dan wel mensen die uit zichzelf willen verhuren. Reclamanten denken ook dat handhaving van de regels niet mogelijk is. Reclamanten lazen een artikel in De Stentor over de enquête, reclamanten begrijpen nu eigenlijk de bedoeling van de enquête niet meer zo goed. Ze hadden eerst begrepen dat het de bedoeling was om te kijken of nog meer woningen alsnog de aanduiding tweede woning konden krijgen. Maar nu staat er in het artikel dat het gaat over het wijzigen van de plicht van bedrijfsmatige exploitatie. De wethouder verwijst naar de toelichting in de begeleidende brief. De wethouder legt de verdere procedure uit.
91 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Hoorzitting 11 Aanleiding: Zienswijzen van verschillende [reclamanten] Datum: 11 oktober 2021, 15.00 uur; Aanwezig: [reclamant] namens diverse cliënten en namens de gemeente: Wethouder E. Visser, mevrouw K.C.M. Olieman (secretaris), de heer S. Geene (team Ontwikkeling). [Reclamant] heeft voor de hoorzitting ondertekende machtigingen overhandigd van: [Reclamant 1] [Reclamant 2] [Reclamant 3] [Reclamant 4] [Reclamant 5] [Reclamant 6] [Reclamant 7] [Reclamant 8] [Reclamant 9] [Reclamant 10]
Reclamant overhandigt de door zijn cliënten ondertekende machtiging om het hen hier te vertegenwoordigen. Reclamant overhandigt zijn pleitnotitie en heeft deze na de hoorzitting ook digitaal toegestuurd. Reclamant vertegenwoordigt zo’n 20 eigenaren van recreatiewoningen en paardenbakken. Reclamant leest zijn pleitnotities voor: Ik richt mij vandaag namens eigenaren van een recreatiewoning en de eigenaren van een paardenbak tot u. En ik hoop daarbij het college te overtuigen dat de ingeslagen weg over de actualisatie van het bestemmingsplan Buitengebied niet de juiste is. Met deze zienswijzeprocedure voelen eigenaren zich op het verkeerde been gezet: ze namen initiatief om hun plannen, ideeën en wensen kenbaar te maken en al wat het college heeft laten weten kan beschouwd worden als een vooringenomen houding: “het heeft geen zin om uw zienswijze toe te lichten”. Ik lees daarin: “wij weten het beter, we nemen uw initiatief niet serieus.” Een gemeente die de mond vol heeft van transparantie, samenwerking en participatie zou zo niet moeten handelen. “Wat als het samen kan” was toch de titel van de beleidsvisie op participatie en communicatie? Pagina 3 van 7 Deze toelichting op de ingediende zienswijzen gaat over drie onderwerpen: de (on)mogelijkheid om het bestemmingsplan in deze vorm vast te stellen, recreatiewoningen en paardenbakken.
Voorbeschouwing en formele vereisten Het college legt voor een actualisatie van het bestemmingsplan Buitengebied. Daarin gaat het – aldus de toelichting – om het verwerken van fouten, een uitspraak van de Raad van State, omissies en moties van de raad. So far so good! Gaan we even terug naar 2017, toen ook de verhuurverplichting voor recreatiewoningen aan de orde was. De toenmalig wethouder bij EenVandaag daarover:”We zijn niet in de gelegenheid om die mensen aan te schrijven. “ De Raad van State zette een streep door dat plan op een tweetal parken, maar voor een enquête weet het college plots wél de adressen te vinden. Die enquête is ruw gesteld naar drie groepen eigenaren gestuurd: a) op een beheerd park, b) solitaire recreatiewoningen en c) (ooit) uitgeponde parken, waar geen beheer, parkbijdrage, gebruiksbeperkingen, etc. van toepassing zijn. In feite zijn dat ook solitaire recreatiewoningen. In de laatste twee gevallen gold de eis tot bedrijfsmatige exploitatie en de daaraan gekoppelde verhuurverplichting al niet. En om de verwarring compleet te maken: de in de enquête genoemde beschrijving ‘specifieke vorm van wonen – tweede woning’ komt in het bestemmingsplan niet voor. Bij een inventarisatie door het college zou zijn gebleken dat in het derde geval (de ooit uitgeponde parken) bedrijfsmatige exploitatie onmogelijk is vanwege de heersende kettingbedingen.
Waar de bestemming is gewijzigd heeft het college de omgeving niet geïnformeerd terwijl dat wel had gemoeten. Dat staat allemaal in de Wro, maar het college lijkt dat als een soort Fabeltjeskrant te zien; alleen leuk als het het college uitkomt. Het eerste lid van art. 3.8 bepaalt namelijk dat a) de raad binnen 12 weken na de terinzageligging een besluit moet nemen op een ontwerp-bestemmingsplan en dat b) omwonenden wanneer de aanduiding wordt gewijzigd geïnformeerd dienen te worden. Dat is allemaal niet gebeurd, terwijl die adressen simpel via het Kadaster te achterhalen zijn. Verzoekers zijn daarmee van mening, dat vanwege het onjuist volgen van de voorbereidingsprocedure de raad niet meer bevoegd is het plan vast te stellen; er is in elk opzicht teveel water door de Rijn gegaan. Er is bij de actualisatie van dit bestemmingsplan geen inventarisatie gemaakt van het huidige gebruik, de bebouwing, enz. zoals art. 1.3 van de Nota van Uitgangspunten voorschrijft. Deze nota is in 2013 door de raad vastgesteld. Juist omdat deze inventarisatie niet gemaakt is, doen
92 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
verzoekers een klemmend beroep op het college en de raad om hun zienswijzen te honoreren. Pagina 4 van 7 Had het college wel die moeite genomen, dan had zij ontdekt dat de eis van bedrijfsmatige exploitatie op uitgeponde parken in een groot aantal gevallen afstuit op de uitvoerbaarheid: de pachtovereenkomsten verbieden verhuur voor een groot deel van het jaar. Een ander punt is dat het college met de uitnodiging voor deze hoorzitting vooral laat weten dat mensen buiten de verbeelding van deze actualisatie geen kans maken om hun initiatieven verwezenlijkt te zien. Gelet op de omissies zoals ik die zojuist memoreerde past het het college niet om de verbeelding te beperken tot haar eigen fouten en eigen initiatieven. Een redelijke uitleg van de Wro brengt met zich mee dat het college initiatieven op haar merites zal beoordelen en die niet laat afstuiten op de begrenzingen van de verbeelding die zijn ingegeven door haar eigen fouten. In de zienswijzen is ook verwezen naar een uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2021:223) waaruit blijkt dat een concreet initiatief, dat tijdig kenbaar is gemaakt positief bestemd kon worden (zie r.o.v. 3.7). De Afdeling voegt daaraan toe, dat indien informatie zou ontbreken het op de weg van de Raad ligt die tijdig op te vragen. Ook dat is allemaal niet gebeurd.
Dynamische verwijzing De overeenkomst tussen paardenbakken en recreatiewoningen is de dynamische verwijzing in het bestemmingsplan naar beleidsregels. In beide gevallen betekent het, dat eigenaren tussendoor geconfronteerd kunnen worden met nieuwe regels. Een bestemmingsplan beoogt enige rechtszekerheid te bieden binnen de planperiode. Die rechtszekerheid gaat met deze verwijzing naar dynamische regels verloren. Vorig jaar oordeelde de Afdeling, dat een dynamische verwijzing naar beleidsregels waaraan steeds voldaan moet worden niet is toegestaan (ECLI:NL:RVS:2020:2087). En laat ik het plat maken: als het college vandaag besluit dat recreatiewoningen en de omheiningen van paardenbakken roze moeten zijn, dan zijn er heel veel eigenaren vanaf morgen een overtreder. In strijd met de rechtszekerheid zegt de Afdeling. Recreatiewoningen Met de actualisatie van het bestemmingsplan laat de raad een grote kans liggen om a) het bestemmingsplan aan te passen aan de feitelijke situatie, b) nu duidelijkheid te creëren en c) mogelijk bij te dragen aan de woningcrisis. Vanuit Den Haag zijn er projecten gestart, die het college niet beoordeeld heeft op de wenselijkheid en haalbaarheid. Er ontstaat met deze verbeelding een onoverzichtelijke lappendeken aan plannen, die willekeur in de hand werken en niet handhaafbaar zijn.