359917 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied Herstelplan 2020 ANONIEM
Tekst van het document
Zij hebben het huisje gekocht in november 2019 en waren destijds niet op de hoogte van enige mogelijke verplichting tot het bedrijfsmatig verhuren daarvan. Niet bij de verkopende partij, de verkopend makelaar en niet bij de beheerders van het park. Waren reclamanten hiervan wel op de hoogte geweest waren zij niet overgegaan tot aanschaf. Er is door reclamanten veel geld geïnvesteerd in de renovatie van de recreatiewoning. Mocht de verplichting erop komen te liggen te verhuren aan vreemden zou de woning voor reclamanten alle waarde verliezen. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 uit deze zienswijzennota. Uit de door reclamant ingevulde enquête blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. De recreatiewoning komt in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De recreatiewoning van reclamant krijgt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’.
56 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
6.1.10. Zienswijze van [reclamant], d.d. 18 februari 2021 (ingekomen op 18 februari 2021) Samenvatting zienswijze Reclamanten willen graag weten welke criteria zijn gehanteerd voor het al dan niet opnemen van een recreatiewoning op de lijst in bijlage 1 als zijnde een tweede woning. Reclamanten vragen zich af waarom hun recreatiewoning (Koeweg 17-21) niet opgenomen is in deze lijst c.q. waarom deze niet voldoet. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 uit deze zienswijzennota. Uit de door reclamant ingevulde enquête blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. De recreatiewoning komt in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De recreatiewoning van reclamant krijgt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. 6.1.11. Zienswijze van [reclamant], d.d. 03 februari 2021 (ingekomen op 05 februari 2021) Samenvatting zienswijze Reclamanten willen graag weten welke criteria zijn gehanteerd voor het al dan niet opnemen van een recreatiewoning op de lijst in bijlage 1 als zijnde een tweede woning. Reclamanten vragen zich af waarom hun recreatiewoning (Koeweg 17-28) niet opgenomen is in deze lijst c.q.
waarom deze niet voldoet Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 uit deze zienswijzennota. Reclamant heeft geen informatie verstrekt over de huidige situatie inzake bedrijfsmatige exploitatie. De recreatiewoning komt dan ook niet in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De recreatiewoning van reclamant krijgt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. 6.1.12. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze a. Reclamanten zijn van mening dat op hun perceel, net als de parken Rabbit Hill, de Vliegden, de Eper Sprengen en enkele percelen op het park van reclamanten; Remboe Village de aanduiding ‘tweede woning’ had moeten worden aangebracht, met name nu het plan beoogd gelijke gevallen in aanmerking te laten komen voor reparatie van de gebreken die door de RvS zijn geconstateerd. Volgens reclamanten gaat het hier om een gelijk geval als dat van de appelanten in die uitspraak.
De recreatiewoning is al sinds aanbouw in gebruik als tweede woning (dit wordt ondersteund door bijlagen in de vorm van aanslagen forensenbelasting, de koopovereenkomst en verklaringen van de parkbeheerder en voormalig eigenaar dat er nooit sprake is geweest van enig ander gebruik dan als tweede woning). Er is in 2011 uitvoerig gesproken met ambtenaren van de gemeente Epe, toen is nooit naar voren gekomen dat er enige haken en ogen aan het gebruik als tweede woning zouden zitten. Er is ook nooit handhavend opgetreden tegen dit gebruik. b. Reclamanten worden onevenredig in hun belangen geschaad door het niet opnemen van de aanduiding tweede woning op hun perceel. In het bijzonder worden zij geschaad in hun eigendomsrecht (art. 1 EP EVRM) omdat zij de recreatiewoning niet meer als tweede woning kunnen gebruiken en de verhuurplicht onverkort geldt. Dit verplicht hen ook indirect allerlei aanpassingen in de hypotheekovereenkomst, boedelverzekering e.d. te maken zonder enig zich te hebben op mogelijk rendement. Er blijkt uit de toelichting van het bestemmingsplan niet dat de belangen van reclamanten (als individuele belangen) voldoende zijn afgewogen en
57 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
er is daarmee ook geen goede grond gegeven voor het verschil tussen percelen op hetzelfde park hiermee is het gelijkheidsbeginsel geschonden. c. De in de toelichting opgenomen peildatum heeft niet alleen geen enkel aanknopingspunt met de uitspraak van de RvS maar is in het specifieke geval van het adres van reclamanten ook nog eens niet van toepassing. Het perceel van reclamanten en Remboe Village in zijn algemeenheid viel niet onder het voorgaande regime ‘buitengebied Epe’, maar onder ‘Wissel en Schaveren’ ten tijde van aankoop. Als naar analogie de peildatum dan uit Wissel en Schaveren gehaald zou worden wordt die 2013, reclamanten hebben het huisje sinds die datum in eigendom en in gebruik als tweede woning. d. Reclamanten voeren nog aan dat er zij niet betrokken zijn geweest in de besluitvorming en dat er geen enkele toelichting is voor het verschil in behandeling tussen percelen op hetzelfde park. Daarnaast wordt nog aangevoerd dat voor het overgrote deel van het park strijdig gebruik o.g.v. het overgangsrecht was toegestaan. Niet wordt uitgelegd waarom slechts voor een gedeelte dit gebruik wordt verankerd. e. Het verzoek van reclamanten is hun adres opgenomen te krijgen in de bijlage bij de toelichting en in de verbeelding de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’ te krijgen.
Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 uit deze zienswijzennota. Uit de door reclamant ingevulde enquête blijkt dat inde huidige situatie geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. De recreatiewoning komt in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De recreatiewoning van reclamant krijgt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. 6.1.13. Zienswijze van [reclamant], d.d. 4 maart 2021 (ingekomen op 4 maart 2021) Samenvatting zienswijze Reclamant heeft zijn recreatiewoning in bezit sinds 2003 en zijn huisje nooit verhuurd. Hij ziet zijn recreatiewoning echter niet voorzien van de aanduiding tweede woning, is het niet eens met de verhuurverplichting en verzoekt de raad de aanduiding 'tweede woning’ wel op te nemen. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 uit deze zienswijzennota. Uit de door reclamant ingevulde enquête blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. De recreatiewoning komt in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
De recreatiewoning van reclamant krijgt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’.
58 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
6.1.14. Zienswijze van [reclamant], d.d. 8 maart 2021 (binnengekomen 8 maart 2021) Samenvatting zienswijze Reclamant verzoekt de raad voor zijn recreatiewoning de aanduiding tweede woning op te nemen. Reclamant is zelf eigenaar van de recreatiewoning en gebruikt de recreatiewoning puur recreatief sinds de aanvang van de eigendom. Reclamant stelt dat de verhuurplicht een ernstige belemmering van zijn eigendomsrecht behelst. Het is reclamant niet duidelijk op welke gronden hij zijn zienswijze in moet dienen. Reclamant verneemt graag welke argumentatie het meeste effect zal hebben: lengte eigendom, loop zonder de intentie tot verhuur, het gebrek aan verhuur, koop met de intentie tot gebruik als tweede woning, inperking eigendomsrecht, etc. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 uit deze zienswijzennota. Uit de door reclamant ingevulde enquête blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. De recreatiewoning komt in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De recreatiewoning van reclamant krijgt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’.
6.1.15. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze a. Reclamanten hebben de recreatiewoning van hun ouders overgenomen in 2020 met de gedachte en het gerechtvaardigde vertrouwen deze te kunnen (blijven) gebruiken als tweede woning. De eigendom van de recreatiewoning werpt een evidente privaatrechtelijke belemmering op voor de vaststelling van het bestemminsplan. b. De gemeente heeft ten onrechte hun recreatiewoning niet voorzien van de aanduiding tweede woning. Dit is in strijd met het gelijkheidsbeginsel gebeurt nu meerdere recreatiewoningen, zowel op andere parken als op het park van reclamanten deze aanduiding wel hebben gekregen. c. Mocht het niet krijgen van die aanduiding zijn gebeurd vanwege het hanteren van de peildatum 2006 komen reclamanten daartegen op. Niet het bestemmingsplan Buitengebied 2005 was van toepassing maar het bestemmingsplan Wissel en Schaveren. Daarbij stellen reclamanten dat ook het verkrijgen van het eigendomsrecht na de peildatum niet kan leiden tot het instellen van de verhuurplicht. d. Het bestemmingsplan zoals het ter inzage ligt is in strijd met de wet (Wro Art. 3.1): Er is niet voldaan aan het beginsel van toelatingsplanologie nu de actuele situatie niet positief bestemd is en er in regels zijn opgenomen die een bepaald gebruik onvoorwaardelijk afdwingen. e.
Strijdigheid is er ook met de provinciale en gemeentelijke regelgeving onder meer nu er, zelfs na uitspraak van de afdeling (ECLI:NL:RVS:2018:1887), geen koppeling is tussen de Beleidsregel Exploitatie Recreatieverblijven van de gemeente Epe en het ontwerpplan. Ten onrechte ook stelt de gemeente dat het beleid van de provincie Gelderland het uitgangspunt is voor het gemeentelijke handhavingsbeleid. Zowel het Streekplan als de Ruimtelijke Verordening Gelderland stellen de eis van bedrijfsmatige exploitatie enkel ten aanzien van nieuwvestiging en uitbreiding van recreatieparken. E.e.a. wordt bevestigd door de antwoorden op vragen van statenlid B. Meerburg (9 mei 2017, zaaknr 2017-005401). f. Ook is het ontwerpplan in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Reclamanten onderbouwen dit door te stellen dat in ieder geval een deel van de recreatiewoningen op Remboe Village al sinds eerste levering in individuele zijn en niet bedrijfsmatig worden verhuurd. De verhuurplicht is een aantasting van het eigendomsrecht (..) De situatie zoals in (ECLI:NL:RVS:2018:1887) is gelijk aan die van Remboe Village en dat hierdoor de constateringen van de afdeling van toepassing kunnen worden geacht.
Reclamanten noemen het feit dat er in de koopovereenkomst geen binding met het park ten gunste van de gemeente tot stand is gekomen en dat de verhuureis niet uitvoerbaar is nu de woningen in particuliere eigendom zijn.
59 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
g. De gemeente heeft het belang van de eigenaren niet meegewogen en geen goede belangenafweging gemaakt en dus de verhuurplicht niet in redelijkheid kunnen stellen. Daarmee is ook sprake van onzorgvuldige behandeling. h. Reclamanten geven aan lid te zijn van de vereniging van eigenaren van Remboe Village en verzoeken de argumenten van de door deze vereniging ingediende zienswijze als herhaald en ingelast te beschouwen. i. Reclamanten verzoeken primair het bestemmingsplan niet vast te stellen en subsidiair hun recreatiewoning te voorzien van de bestemming ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 uit deze zienswijzennota. Uit de door reclamant ingevulde enquête blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. De recreatiewoning komt in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De recreatiewoning van reclamant krijgt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. 6.1.16. Zienswijze van [reclamant], d.d.
10 februari 2021 (ingekomen op 11 februari 2021) Samenvatting zienswijze Reclamanten willen graag weten welke criteria zijn gehanteerd voor het al dan niet opnemen van een recreatiewoning op de lijst in bijlage 1 als zijnde een tweede woning. Reclamanten vragen zich af waarom hun recreatiewoning (Koeweg 21-41) niet opgenomen is in deze lijst c.q. waarom deze niet voldoet. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 uit deze zienswijzennota. Uit de door reclamant ingevulde enquête blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. De recreatiewoning komt in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De recreatiewoning van reclamant krijgt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. 6.1.17. Zienswijze van [reclamant], d.d. 8 maart 2021 (ingekomen op 8 maart 2021) Samenvatting zienswijze Reclamant heeft in december 2020 een woning (Koeweg 17-130 te Epe) aangekocht op het park Remboe Village. Reclamant verzoekt uitgezonderd te worden van de verhuurverplichting om de recreatiewoning als 2e woning te kunnen gebruiken, zoals deze ook al door de vorige eigenaar werd gebruikt.
Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 uit deze zienswijzennota. Uit de door reclamant ingediende zienswijze blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. De recreatiewoning komt in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De recreatiewoning van reclamant krijgt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’.
60 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
6.1.18. Zienswijze van [reclamant], d.d. onbekend (ingekomen op 18 februari 2021) Samenvatting zienswijze Reclamant heeft enkele vragen n.a.v. de toelichting van het bestemmingsplan: Welke criteria zijn gehanteerd voor het al dan niet verkrijgen van de aanduiding tweede woning? Waarom is het recreatieobject van reclamant (Koeweg 17 – 19b) niet op deze lijst meegenomen? Reclamant geeft nog aan dat haar recreatieobject onder de 55 m2 oppervlakte bedraagt. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 uit deze zienswijzennota. Uit de door reclamant ingediende zienswijze blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. De recreatiewoning komt in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De recreatiewoning van reclamant krijgt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’.
6.2 Zienswijzen over recreatiewoningen op recreatieparken buiten het plangebied 6.2.1. Zienswijze van [reclamant], 07 maart 2021 (ingekomen op 08 maart 2021) Samenvatting zienswijze Reclamant beschrijft de gang van zaken voorafgaand aan het ter inzage leggen van het Ontwerp Bestemmingsplan 2020 inclusief haar gang naar de bestuursrechter waar het Bestemmingsplan Buitengebied Epe wat haar betreft is vernietigd. Voor zover de raad voornemens is de uitsterfregeling ook van toepassing te verklaren op de recreatiewoningen op het park de Eper Sprengen acht reclamant dit in strijd met de uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2018:1887) en het vastgestelde herstelplan Epe Buitengebied 2018 en in dat geval verzoekt reclamant de raad dit aan te passen. Indien en voor zover dit Herstelplan 2020 effect zal hebben op de geldende bestemming van het park, nu en in de toekomst op welke wijze dan ook, verzoeken wij de raad, dit effect teniet te doen. Reclamant verzoekt de raad het ontwerp bestemmingsplan 2020 uitsluitend vast te stellen of gewijzigd vast te stellen, met inachtneming van het gestelde in deze zienswijze. Reactie gemeente Allereerst merken wij op de Bungalowpark de Eper Sprengen geen deel uit maakt van het Herstelplan 2020. Voor dit park geldt het bestemmingsplan Buitengebied Epe, herstelplan 2018. Dit bestemmingsplan blijft onverminderd van kracht.
Het Herstelplan 2020 wijzigt hier niets aan. In de zienswijze wordt verondersteld dat in het ontwerp Herstelplan 2020 voor recreatiewoningen een aanduiding ‘tweede woning’ is opgenomen, maar dat ook een uitsterfregeling van toepassing wordt. Die uitsterfregeling zou gericht zijn op het automatisch laten vervallen van de gebruiksmogelijkheid van de recreatiewoning als tweede woning, als de recreatiewoning minimaal één jaar lang wel bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd. Het berust echter op een misverstand dat de regeling een uitsterfbepaling bevat of gaat bevatten. Dat is alleen het geval bij het gebruik van recreatiewoningen voor ‘wonen’ en dus permanente bewoning. De toelichting op het Herstelplan 2020 wordt hierop verduidelijkt. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De toelichting op het Herstelplan 2020 wordt verduidelijkt in die zin dat duidelijk wordt dat geen uitsterfregeling is gekoppeld aan de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’.
61 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
6.2.2. Zienswijze van [reclamant], d.d. 8 maart 2021 (ingekomen op 11 maart 2021) Samenvatting zienswijze a. De Raad stelt in de toelichting op dit Herstelplan 2020 dat zij voornemens is de uitsterfregel op hier genoemde tweede woningen toe te passen. In het Herstelplan 2018 is voor Bospark 'de Vliegden' de bestemming 'specifieke vorm van recreatie - tweede woning' van toepassing. Hierbij geldt geen uitsterfregeling. In het geval de Raad een uitsterfregeling ook van toepassing wil laten zijn op de recreatiewoningen van Bospark 'de Vliegden', is dit flagrant in strijd met het de uitspraak van de Raad van State, genoemd onder punt 1b, alsmede het Herstelplan 2018 en de voor ons park geldende bestemming. In dat geval verzoek ik de Raad dit aan te passen. Indien en voor zover dit Herstelplan 2020 effect zal hebben op de geldende bestemming van ons park, nu en in de toekomst, op welke wijze dan ook, verzoek ik de raad dit effect teniet te doen. Hierbij verzoek ik de raad het ontwerp bestemmingsplan 2020 uitsluitend vast te stellen of gewijzigd vast te stellen, met inachtneming van het gestelde in deze zienswijze. b. Op 10 maart 2021 is een addendum binnengekomen met een namen en adressen van eigenaars op het bospark ‘de Vliegden’ die tevens als indieners van zienswijzen moeten worden beschouwd. Reactie gemeente a.
De recreatiewoning van reclamant, alsmede het gehele Bospark de Vliegden, maakt geen deel uit van het Herstelplan 2020. Voor de recreatiewoning van reclamant geldt het bestemmingsplan Buitengebied Epe, herstelplan 2018. In dit bestemmingsplan is op de recreatiewoning van reclamant de aanduiding specifieke vorm van recreatie – tweede woning. Dit bestemmingsplan blijft onverminderd van kracht voor de recreatiewoning van reclamant. b. De op het addendum opgenomen namen worden beschouwd als ondersteuners van de ingediende zienswijze. Ook voor hen geldt dat het Herstelplan 2020 niet van toepassing is op hun situatie. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 6.2.3. Zienswijze van [reclamant], d.d. 24 februari (ingekomen op 25 februari) alsook door DAS ingediend 8 maart (ingekomen op 9 maart) Samenvatting zienswijze In de uitspraak van de RvS uit 2018 is aan de recreatiewoning van reclamant de aanduiding specifieke vorm van recreatie – tweede woning toegekend. Reclamant kan door een gebrek aan een verbeelding op ruimtelijkeplannen.nl niet terugvinden of deze aanduiding wederom is opgenomen voor zijn recreatiewoning. Hij verzoekt de raad het bestemmingsplan niet anders vast te stellen dan met de aanduiding specifieke vorm van recreatie – tweede woning toegekend aan zijn recreatiewoning.
Reactie gemeente De recreatiewoning van reclamant maakt geen deel uit van het Herstelplan 2020. Voor de recreatiewoning van reclamant geldt het bestemmingsplan Buitengebied Epe, herstelplan 2018. In dit bestemmingsplan is op de recreatiewoning van reclamant de aanduiding specifieke vorm van recreatie – tweede woning. Dit bestemmingsplan blijft onverminderd van kracht voor de recreatiewoning van reclamant. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
62 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
6.3 Zienswijzen over bouwwerken voor recreatief verblijf op recreatieparken 6.3.1. Zienswijze van [reclamant], d.d. 06 maart 2021 (ingekomen op 06 maart 2021) Samenvatting zienswijze Reclamant is het niet eens met de eis van bedrijfsmatige exploitatie. Reclamant geeft aan dat de chalet eigendom is en dat het reclamant vrij staat te bepalen wanneer en wie daar mag verblijven. Reactie gemeente Zoals in paragraaf 2.1 van deze zienswijzennota is aangegeven, ziet het Herstelplan 2020 slechts op een beperkt aantal percelen. De aanleiding om bepaalde percelen wel of niet op te nemen volgt uit de uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Buitengebied Epe (zie paragraaf 1.2 van deze zienswijzennota). Het perceel van reclamant maakt geen deel uit van het Herstelplan 2020. Er is geen aanleiding om het perceel alsnog op te nemen in dit plan. Het betreft in het geval van reclamant immers een bouwwerk voor recreatief verblijf en geen recreatiewoning op een recreatiepark. De beleidsregel bedrijfsmatige exploitatie recreatieverblijven (recreatiewoningen/stacaravans>55m2) heeft geen betrekking op bouwwerken voor recreatief verblijf. De uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Buitengebied Epe geeft geen aanleiding om de bestemming op dit perceel te wijzigen. Volledigheidshalve merken wij op dat het chalet inmiddels geen eigendom meer is van reclamant.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 6.3.2. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente Zoals in paragraaf 2.1 van deze zienswijzennota is aangegeven, ziet het Herstelplan 2020 slechts op een beperkt aantal percelen. De aanleiding om bepaalde percelen wel of niet op te nemen volgt uit de uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Buitengebied Epe (zie paragraaf 1.2 van deze zienswijzennota). Het perceel van reclamant maakt geen deel uit van het Herstelplan 2020. Er is geen aanleiding om het perceel alsnog op te nemen in dit plan. Het betreft in het geval van reclamant immers een bouwwerk voor recreatief verblijf en geen recreatiewoning op een recreatiepark. De beleidsregel bedrijfsmatige exploitatie recreatieverblijven (recreatiewoningen/stacaravans>55m2) heeft geen betrekking op bouwwerken voor recreatief verblijf. De uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Buitengebied Epe geeft geen aanleiding om de bestemming op dit perceel te wijzigen. Voor de overige gronden van reclamant verwijzen wij naar hoofdstuk 5 van deze zienswijzennota. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
63 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
6.3.3. Zienswijze van [reclamant], d.d. 06 maart 2021 (ingekomen op 06 maart 2021) Samenvatting zienswijze a. De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.3. b. Aanvullend verzoekt reclamant om de percelen Epe en Oene A 3048 en 3104 de aanduiding/bestemming dagrecreatie te geven. Reactie gemeente a. Zoals in paragraaf 2.1 van deze zienswijzennota is aangegeven, ziet het Herstelplan 2020 slechts op een beperkt aantal percelen. De aanleiding om bepaalde percelen wel of niet op te nemen volgt uit de uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Buitengebied Epe (zie paragraaf 1.2 van deze zienswijzennota). Het perceel van reclamant maakt geen deel uit van het Herstelplan 2020. Er is geen aanleiding om het perceel alsnog op te nemen in dit plan. Het betreft in het geval van reclamant immers een bouwwerk voor recreatief verblijf en geen recreatiewoning op een recreatiepark. De beleidsregel bedrijfsmatige exploitatie recreatieverblijven (recreatiewoningen/stacaravans>55m2) heeft geen betrekking op bouwwerken voor recreatief verblijf. De uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Buitengebied Epe geeft geen aanleiding om de bestemming op dit perceel te wijzigen. Voor de overige gronden van reclamant verwijzen wij naar hoofdstuk 5 van deze zienswijzennota. b.
Het Herstelplan 2020 voorziet niet in het mogelijk maken van andere functies. Hiervoor kan wel worden verzocht om toepassing van een afzonderlijke planprocedure. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 6.3.4. Zienswijze van [reclamant], d.d. 08 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze a. De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.3. b. Aanvullend geeft reclamant aan dat hij gepensioneerd is en eigenaar van een chalet op eigen grond op de Koekamp op de Tongerenseweg 134-6 in Epe. Reclamant had uit de voormalige bestemmingsplannen het vertrouwen mogen putten dat hij dit gebruik zou kunnen voortzetten. Reclamant stelt dat de gemeente duidelijkheid, transparantie en de menselijke maat hoog in het vaandel hebben staan maar dat daar in de praktijk weinig van terecht komt. Reclamant stelt dat het innen van ‘forensische belasting’ en onroerende zaak belasting waar niets tegenover staat waar inwoners van de gemeente Epe recht hebben op allerlei voorzieningen “ruikt naar ongelijke behandeling en/of discriminatie”.
Het beperken van de gebruiksmogelijkheden van de chalet door de gemeente is volgens reclamant een “flagrante schending van de eigendomsrechten, waarmee ook geen enkel belang voor de gemeente Epe gediend is.” De keuze die door reclamant gemaakt moet worden tussen commerciële verhuur of het gebruik door slechts een zeer beperkte groep recreanten is een vorm van onbehoorlijk bestuur. Reclamant stelt de gemeente aansprakelijk voor de waardedaling en/of planschade die ontstaat doordat recreanten die uitsluitend zelf en/of met geliefden willen recreëren niet meer zullen willen investeren in de recreatiewoning. Relamant maakt ook bezwaar tegen het ter inzage leggen van het bestemmingsplan uitsluitend in de gemeente Epe. De gemeente had ervan op de hoogte moeten zijn dat recreanten niet in deze gemeente wonen en dus “de mogelijkheid ontzegd worden om tijdig bezwaar aan te tekenen.” “Ook een vorm van onbehoorlijk bestuur” volgens reclamant.
64 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Reactie gemeente a. Zoals in paragraaf 2.1 van deze zienswijzennota is aangegeven, ziet het Herstelplan 2020 slechts op een beperkt aantal percelen. De aanleiding om bepaalde percelen wel of niet op te nemen volgt uit de uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Buitengebied Epe (zie paragraaf 1.2 van deze zienswijzennota). Het perceel van reclamant maakt geen deel uit van het Herstelplan 2020. Er is geen aanleiding om het perceel alsnog op te nemen in dit plan. Het betreft in het geval van reclamant immers een bouwwerk voor recreatief verblijf en geen recreatiewoning op een recreatiepark. De beleidsregel bedrijfsmatige exploitatie recreatieverblijven (recreatiewoningen/stacaravans>55m2) heeft geen betrekking op bouwwerken voor recreatief verblijf. De uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Buitengebied Epe geeft geen aanleiding om de bestemming op dit perceel te wijzigen. Voor de overige gronden van reclamant verwijzen wij naar hoofdstuk 5 van deze zienswijzennota. b. Zie beantwoording onder a. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 6.3.5. Zienswijze van [reclamant], d.d. 7 maart 2021 (ingekomen op 7 maart 2021) Samenvatting zienswijze a. De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.3. b.
Aanvullend geeft reclamant aan dat hij sinds 2008 eigenaar is van een chalet op de Koekamp op de Tongerenseweg 134-10 Epe is. Reclamant deelt zijn ervaringen met de gemeente Epe: Reclamant geeft aan dat de gemeente duidelijkheid, transparantie en de menselijke maat hoog in het vaandel hebben staan maar daar weinig van blijkt en het ontwerpplan daar op geen enkele wijze aan voldoet. Reclamant is ca. 9 jaar geleden bij zijn vader als mantelzorger ingetrokken. Daardoor heeft hij zijn ouderlijk huis moeten verlaten. Reclamant heeft zich in de periode waarin hij op zoek was naar een woning tijdelijk ingeschreven in zijn recreatiewoning. Daarvoor is een beroep op de coulanceregeling gedaan. In januari 2020 is er een gesprek geweest op initiatief van reclamant met de handhaving en is de situatie uitgelegd. De schriftelijke reactie die daarop ontvangen is was een schrijven waarin een dwangsom van 25.000 euro werd aangekondigd als reclamant de recreatiewoning niet zou verlaten. Daarop is door reclamant bezwaar gemaakt maar daarop is tot op heden nooit een formele reactie gekomen anders dan een telefoontje van de juristen. Het nieuwe ontwerpplan verschaft (nog steeds) geen duidelijkheid over de status van de chalet van reclamant. Het is onduidelijk of de chalet verhuurd of verkocht kan worden noch of reclamant zijn kinderen hier (in geval van nood) kan huisvesten. Reactie gemeente a.
Zoals in paragraaf 2.1 van deze zienswijzennota is aangegeven, ziet het Herstelplan 2020 slechts op een beperkt aantal percelen. De aanleiding om bepaalde percelen wel of niet op te nemen volgt uit de uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Buitengebied Epe (zie paragraaf 1.2 van deze zienswijzennota). Het perceel van reclamant maakt geen deel uit van het Herstelplan 2020. Er is geen aanleiding om het perceel alsnog op te nemen in dit plan. Het betreft in het geval van reclamant immers een bouwwerk voor recreatief verblijf en geen recreatiewoning op een recreatiepark. De beleidsregel bedrijfsmatige exploitatie recreatieverblijven (recreatiewoningen/stacaravans>55m2) heeft geen betrekking op bouwwerken voor recreatief verblijf. De uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Buitengebied Epe geeft geen aanleiding om de bestemming op dit perceel te wijzigen. Voor de overige gronden van reclamant verwijzen wij naar hoofdstuk 5 van deze zienswijzennota. b. Zie beantwoording onder a. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
65 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
6.3.6. Zienswijze van [reclamant], d.d. 5 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze In het ontwerpbestemmingsplan wordt gesproken over een verhuurplicht aangaande recreatiewoningen. In het bestemmingsplan buitengebied Epe uit 2017 is recreatiewoning nader gedefinieerd en wel als een recreatie-eenheid anders dan een ‘bouwwerk voor recreatief verblijf’ of een kampeerplaats. De chalet van reclamanten valt onder de definitie van een ‘bouwwerk voor recreatief verblijf’ daarmee valt het chalet niet onder de verplichte verhuur van recreatiewoningen. In het bestemmingsplan Wissel en Schaveren uit 2010 staat het volgende beschreven: “Beleidsmatige exploitatie recreatiebedrijven: Recreatieverblijven (bungalows/stacaravans >55m2) op terreinen met de bestemming "Verblijfsrecreatie" moeten door de eigenaar/verhuurder gedurende een periode van 245 dagen per jaar aan recreanten worden verhuurd (inspanningsverplichting)…'. Nu het chalet van reclamanten slechts 37m2 bedraagt valt zij ook volgens de definitie van dit bestemmingsplan niet onder de verhuurplicht. Zelfs als het onderscheid in grootte van een recreatieobject door de raad wordt losgelaten hoort het chalet van reclamanten de aanduiding tweede woning te krijgen nu het sinds aankoop van de 1e eigenaar in 2002 nooit bedrijfsmatig is verhuurd is of te huur aangeboden is geweest.
Reclamanten sturen ter onderbouwing hiervan een verklaring van (een werknemer van) Remboe Village mee die dit bevestigt. Daarnaast is het chalet van reclamanten in het geheel niet geschikt om te worden verhuurd. Het chalet is ingericht voor recreatief gebruik en niet winterhard waardoor een groot deel van het jaar de watervoorziening is afgesloten. Reclamanten verzoeken de raad het ontwerpplan niet vast te stellen dan wel zodanig vast te stellen dat hun chalet buiten de eis van bedrijfsmatige verhuur valt. Reactie gemeente Zoals in paragraaf 2.1 van deze zienswijzennota is aangegeven, ziet het Herstelplan 2020 slechts op een beperkt aantal percelen. De aanleiding om bepaalde percelen wel of niet op te nemen volgt uit de uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Buitengebied Epe (zie paragraaf 1.2 van deze zienswijzennota). De bestemming van het chalet van reclamant wordt niet gewijzigd in het Herstelplan 2020. Er is geen aanleiding om dit alsnog op te nemen in dit plan. Het betreft in het geval van reclamant immers een bouwwerk voor recreatief verblijf en geen recreatiewoning op een recreatiepark. De beleidsregel bedrijfsmatige exploitatie recreatieverblijven (recreatiewoningen/stacaravans>55m2) heeft geen betrekking op bouwwerken voor recreatief verblijf.
De uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Buitengebied Epe geeft geen aanleiding om de bestemming op dit perceel te wijzigen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
66 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
7. Overige zienswijzen 7.1. Zienswijze van [reclamant], d.d. 22 februari 2021 (ingekomen 24 februari 2021) Samenvatting zienswijze a) Reclamant geeft aan dat er in het onderliggende plan ook wijzigingen zijn doorgevoerd op zijn perceel. Reclamant heeft een schuur gelegaliseerd gekregen en noemt daarbij het zaaknummer. De betreffende schuur staat echter nog steeds buiten het bouwvlak op ruimtelijke plannen. b) Bij de legalisering is ook aangegeven welk deel bosperceel ter compensatie zou dienen. Reclamant geeft aan dat in zijn beleving dit niet terug te zien is op de website ruimtelijkeplannen.nl. c) Reclamant verneemt graag of dit correct is en of een en ander nog aangepast dient te worden in het plan. Reactie gemeente a) De opmerking van reclamant is correct. Het bestemmingsplan is enigszins gewijzigd, maar onvoldoende. Hierdoor valt een gedeelte van de schuur nog steeds buiten het bestemmingsvlak. Dit moet worden aangepast. b) Een gedeelte van het huidige bestemmingsvlak wordt gewijzigd in de bestemming Bos, overeenkomstig de gemaakte afspraken in het legalisatietraject. Dit moet worden verwerkt in het voorliggende bestemmingsplan. c) Zie de beantwoording onder a. en b. Het bestemmingsplan moet worden aangepast. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Het bestemmingsvlak wordt als volgt aangepast:
Blauwe arcering wijzigen in Bos
Groene arcering wijzigen in Wonen
67 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
7.2. Zienswijze van [reclamant], d.d. 2 maart 2021 (ingekomen 4 maart 2021) Samenvatting zienswijze a) Reclamant is eigenaar van de woning aan Heerderweg 74b te Epe. Bij de koop had reclamant al vernomen dat het bouwvlak weer in de oude staat gewijzigd zou gaan worden en dit is nu goed verwerkt. b) Reclamant wil in de toekomst graag een bijgebouw gaan plaatsen links van de woning. Reclamant geeft aan telefonisch contact te hebben gehad waarbij werd aangegeven dat uitbreiding van bouwvlakken niet erg gemakkelijk zou zijn maar dat het ruilen van vierkante meters bouwvlak wellicht tot de mogelijkheden zou kunnen behoren. Reclamant verzoekt tot het ruilen van een gedeelte van het bestaande bouwvlak dat ongebruikt zal worden gelaten tegen een nieuw gedeelte aangrenzend aan het bestaande bouwvlak en hoofdgebouw, e.e.a. met als doel het realiseren van een bijgebouw op dezelfde woonlaag. Reactie gemeente a) De opmerking van reclamant wordt voor kennisgeving aangenomen. b) Reclamant wenst een aanpassing van het bouwvlak, waarbij een gedeelte van de agrarische bestemming aan de noordzijde wordt omgezet naar Wonen en een gedeelte aan de oostzijde wordt omgezet naar Agrarisch. Aan het aanpassen van een bestemmingsvlak kan onder een aantal voorwaarden worden meegewerkt.
Zo mag het bestemmingsvlak niet zonder meer worden vergroot, mag de aanpassing niet leiden tot negatieve effecten voor het landschap en mogen er geen mogelijke natuurwaarden in het geding zijn. In de voorliggende situatie is geconstateerd dat er geen bijzondere landschappelijke- of natuurwaarden in het geding zijn die de aanpassing ongewenst maken. De totale oppervlakte van het bestemmingsvlak blijft na aanpassingen ongewijzigd. Er is derhalve geen belemmeringen om tegemoet te komen aan het verzoek. De vorm van het bestemmingsvlak wordt daarom aangepast. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Het bestemmingsvlak wordt als volgt aangepast:
Gele arcering wijzigen in Wonen
Oranje arcering wijzigen in Agrarisch
68 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
7.3. Zienswijze van [reclamant], d.d. 04 maart 2021 (ingekomen op 08 maart 2021) Samenvatting zienswijze Reclamant verzoekt (onderdeel van) het kadastrale perceel VSN02-E-1847 te herbestemmen naar ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’. Het betreffende perceel maakt volgens reclamant ruimtelijk onderdeel uit van het vakantiepark ‘de Bosrand’ hoewel het momenteel een agrarische bestemming heeft. Reclamant is voornemens op dit perceel 8 recreatiewoningen te realiseren om het recreatiepark weer gezond en vitaal te maken. Op het park mogen nu 60 woningen gerealiseerd worden terwijl er slechts 52 woningen aanwezig zijn op het park. Reactie gemeente Het perceel maakt geen onderdeel uit van het vakantiepark en heeft de bestemming Agrarisch. Doordat het verzoek onvoldoende concreet is en niet is onderbouwd wat betreft de ruimtelijke effecten en effecten voor milieu en natuur, kan in deze situatie niet worden meegewerkt aan de toevoeging van acht recreatiewoningen. Dit valt ook buiten de strekking van het Herstelplan 2020. Mocht reclamant een ruimtelijk plan hebben voor realisatie van recreatiewoningen dan moet hiervoor een aparte procedure voor aanpassing van het bestemmingsplan worden doorlopen. Voorwaarde is dat de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het plan allereerst positief moet worden beoordeeld. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
7.4. Zienswijze van [reclamant], d.d 8 maart 2021 (ingekomen 15 april 2021) Samenvatting zienswijze: a) Reclamant heeft een pand tussen Cannenburgherweg 6 en 8 te Vaassen dat niet correct bestemd is in het bestemmingsplan Buitengebied Epe (2017) en ook niet opgenomen en herzien is in het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2020. Reclamant wil graag dat het destijds met een vergunning gerealiseerde pand weer correct bestemd wordt. Reclamant heeft de huidige en gewenste situatie beschreven. b) Het betreffende gebouw is al vele jaren kadastraal afgesplitst van het perceel aan de Cannenburgherweg 6. Het is jarenlang bewoond geweest. Naar de mening van reclamant kan het na de nodige renovatie weer bewoond worden. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan 'Buitengebied Epe' (2017) gold in het plangebied het bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Epe, vastgesteld op 23 juni 2005. Het plangebied had daarop de bestemming 'Agrarische bedrijfsdoeleinden' met een ruim agrarisch bouwvlak. Ter plaatse van het plangebied geldt nu het bestemmingsplan 'Buitengebied Epe', vastgesteld op 23 maart 2017. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is besloten om enkele agrarische bedrijfsbestemmingen tot herzien tot 'Wonen' en 'Agrarisch' zonder bouwvlak.
Duidelijk zichtbaar is dat de bestemming 'Wonen' een veel kleiner bestemmingsvlak heeft gekregen dan het voorheen geldende bestemmingsvlak voor 'Agrarische bedrijfsdoeleinden' c) Ter plaatse van het pand geldt de bestemming 'Agrarisch' zonder bouwvlak. Het pand dat in reclamants eigendom is, is hiermee "wegbestemd" in het bestemmingsplan 'Buitengebied Epe' (2017) en dit is niet opgenomen en aangepast in het nu ter inzage liggende ontwerp bestemmingsplan "Buitengebied Epe, Herstelplan 2020". Dit is volgens reclamant een ongewenste situatie, het middels een vergunning gerealiseerde gebouw is immers niet correct bestemd. d) Reclamant ziet graag dat het gebouw positief bestemd wordt. Reclamant wil graag een woonbestemming toegekend hebben op het perceel waar het gebouw staat. Zo wordt het vergunde bouwwerk weer legaal en kan het gebruik als opslag/kantoor met woonfunctie worden voortgezet. Reactie gemeente Het perceel waar reclamant op doelt maakt geen onderdeel uit van het plangebied van dit bestemmingsplan. Gevraagd wordt om het opnemen van een nieuwe woonmogelijkheid. Doordat het verzoek niet is onderbouwd wat betreft de ruimtelijke effecten en effecten voor milieu en natuur, kan in deze situatie niet worden meegewerkt aan de toevoeging van een nieuwe woonmogelijkheid. Dit valt ook buiten de strekking van het Herstelplan 2020.
Mocht reclamant een ruimtelijk plan hebben voor dan moet hiervoor een aparte procedure voor aanpassing van het bestemmingsplan worden doorlopen.
69 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Voorwaarde is dat de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het plan allereerst positief moet worden beoordeeld wat betreft toevoeging van een extra woonmogelijkheid in het buitengebied Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 7.5. Zienswijze van [reclamant], d.d. 1 maart 2021 (ingekomen op 3 maart 2021) Samenvatting zienswijze a) De cliënt van reclamant woont aan de Eekweg 4a te (8161 BP) Epe. Op het perceel van client is het bestemmingsplan "Buitengebied Epe" van toepassing. Het perceel heeft in dat bestemmingsplan de bestemming "agrarisch" met de aanduiding "specifieke bouwaanduiding bestaand erf'. Op grond van het ontwerp bestemmingsplan, krijgt het perceel de bestemming "Wonen". b) In de toelichting bij het ontwerp bestemmingsplan staat hierover: "Het huidige bouwvlak binnen de bestemming Agrarisch wordt verwijderd en vervangen met een woonbestemming. Op de verbeelding wordt op de locatie van het bouwvlak een nieuw bestemmingsvlak Wonen toegevoegd. Daarbij is geen aanduiding voor 2 woningen nodig, dit is namelijk 1 woning met 2 huishoudens".
c) In het bestemmingsplan Buitengebied Epe staan de volgende regels: "1.97 woning: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van een huishouden, en waarbij alle woonruimtes aan elkaar grenzen; 26.1 Bestemmingsomschrijving De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor.~ woningen, met dien verstande dat per bestemmingsvlak ten hoogste 1 woning is toegestaan, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal woningen';" d) Op grond van voornoemde regels is op het perceel, althans op het bestemmingsvlak waar de woning van client staat, een woning toegestaan met een huishouden. Op het bestemmingsvlak zijn thans echter al voor een lange periode (met instemming van de gemeente) twee woningen gesitueerd, althans er is sprake van twee huishoudens in een gebouw. Strikt genomen zou dat (ook) op grond van het ontwerp bestemmingsplan, een strijdige situatie opleveren. Uit de toelichting volgt weliswaar dat er op het perceel twee huishoudens zijn toegestaan, maar client meent dat dit ook expliciet uit de bestemmingsplanregels dient te volgen. Het bestemmingsplan dient hierop dan ook te worden aangepast. e) Reclamant verzoekt om op grond van bovenstaande het ontwerp bestemmingsplan aan te vullen.
Reactie gemeente Voor de bewoning van een gebouw met twee huishoudens is een omgevingsvergunning splitsing benodigd. In 2003 en 2006 is de woning verbouwd. Hiervan zijn gegevens bij de gemeente aanwezig. Er is echter geen sprake van een vergunning voor twee woningen, noch van een vergunning voor splitsing (voor twee huishoudens) aanwezig. Doordat het verzoek niet is onderbouwd wat betreft de ruimtelijke effecten en effecten voor milieu en natuur, kan in deze situatie niet worden meegewerkt aan de toevoeging van een nieuwe woonmogelijkheid. Dit valt ook buiten de strekking van het Herstelplan 2020. Mocht reclamant een ruimtelijk plan hebben voor dan moet hiervoor een aparte procedure voor aanpassing van het bestemmingsplan worden doorlopen. Voorwaarde is dat de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het plan allereerst positief moet worden beoordeeld wat betreft toevoeging van een extra woonmogelijkheid in het buitengebied. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
70 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
7.6. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op onbekend) Samenvatting zienswijze a) Reclamant heeft geen bezwaar tegen de voorgestelde wijzigingen in onderliggend plan. Zijn bezwaar is gericht op hetgeen niet is opgenomen in het herstelplan. Reclamant geeft aan zijn zienswijze ingediend te hebben bij het bestemmingsplan buitengebied 2017. Reclamant doet een beroep op al zijn eerder ingediende zienswijze en zijn brief van 25 januari 2017. b) De kern van de zaak draait om het mogen bouwen van een extra bouwdeel. Volgens het college biedt het bestemmingsplan de mogelijkheid om een bouwdeel van 200 m2 bij te bouwen. Er wordt aangegeven dat de huidige vorm van het bouwvlak bebouwing toestaat in zuidelijke richting. De gekozen richting ligt volgens reclamant in gebied met hoge archeologische waarde. Voorgesteld is om de bebouwingsmogelijkheid te situeren aan de oostkant van de bestaande bebouwing, richting de Gortelseweg. Dit deel van het perceel was vroeger de parkeerplaats van de woning en de archeologie is daardoor al verstoord. Daarnaast speelde mee dat de door de gemeente Epe in 1999-2000 vergunde uitbouw aan de westelijke kant van het perceel abusievelijk voor een deel van de uitbouw is geplaatst buiten het bouwvlak en is gesitueerd in het gebied van Gelders Natuurnetwerk.
c) Reclamant verwijst naar de vergadering van 24 januari 2017 en citeert daar wethouder Nuis. Reclamant geeft aan dat het hem duidelijk is geworden dat Herstelplan 2020 al de tweede herziening van het bestemmingsplan buitengebied 2017 is. Tot op heden heeft het gezamenlijk overleg bij de provincie niet plaats gevonden. Daarbij is reclamant duidelijk geworden dat een overleg bij de provincie Gelderland niet nodig is. De provincie Gelderland gaat akkoord met aanpassingen van bouwvlakken als de totale oppervlakte van het bouwvlak niet toeneemt. d) In het geval van Gortelseweg 61, 8171 RB Vaassen is het bouwvlak circa 875 m2. De footprint van de bestaande bebouwing is volgens onze meting circa 190 m2. Reclamants verzoek is derhalve het bouwvlak zo aan te passen dat de bebouwing zoals aangegeven op de tekening van architect M. Van Dijk, dd. 2021-02-16, 7078 – 01 kan worden ingepast in het bouwvlak. In deze tekening is ook het westelijk bouwdeel dat moest worden ingepast opgenomen. e) Reclamant is bereid zijn zienswijze toe te lichten. Reactie gemeente Het perceel dat reclamant aanduidt ligt niet in het plangebied van dit bestemmingsplan. Bovendien is het perceel is tevens voorzien van de aanduiding GGN (Gelders natuurnetwerk).
Er kan alleen aan het verzoek medewerking worden verleend wanneer uit een specifiek onderzoek blijkt dat dit past binnen het Gelders natuurnetwerk (artikel 43.1) en geen nadelige consequenties heeft voor bescherming, behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Na beoordeling van het bedoelde onderzoek kan worden overwogen vervolgens een afzonderlijke procedure te doorlopen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
7.7. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze a) Reclamant geeft aan dat zijn cliënten vinden dat het bestemmingsplan ook moet voorzien in woonbestemmingen voor hun woningen. Het gaat hierbij om twee afzonderlijke woningen. De beide woningen staan op ongeveer 7 meter afstand los van elkaar, hebben elk een eigen toegang tot de openbare weg en staan op afzonderlijke, kadastrale percelen. Ook beschikken beide woningen over eigen bijgebouwen. b) De beide percelen hebben in het geldende bestemmingsplan, het bestemmingsplan Buitengebied Epe, de bestemming Agrarisch. Daarbinnen rust op het perceel een bouwvlak. Binnen dat bouwvlak c.q. dit agrarisch bouwperceel is naast bedrijfswoning, niet meer dan één bedrijfswoning toegestaan. Dit houdt in dat niet wordt voorzien in de woning van een van reclamants cliënten. Dat terwijl de woning al sinds 1965 aanwezig is en in 2017 ook een eigen huisnummer heeft gekregen. Ook voor de OZB worden de beide woningen als zelfstandige woningen aangeslagen. c) Daarnaast geldt dat client zijn agrarische activiteiten in de afgelopen jaren heeft aangepast op zijn leeftijd. Die activiteiten zijn inmiddels gekrompen van een bedrijfsmatige omvang tot een hobbymatige omvang. Daarmee is er ook geen noodzaak meer om op de locatie over een
71 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
agrarisch bouwperceel te beschikken. Met het oog op de toekomst en de natuurwaarden in de omgeving zou het juist beter zijn om het agrarisch bouwperceel op te heffen en een nieuwe bestemming toe te kennen die voorziet in de huidige situatie op de beide percelen. d) Cliënten van reclamant verzoeken de raad een extra wijziging op te nemen in het bestemmingsplan om het zo beter aan te laten sluiten bij de werkelijkheid in het Epese buitengebied. Concreet verzoeken zij het agrarisch bouwperceel voor de beide percelen op te heffen en om vervolgens aan de beide woningen elk een woonbestemming toe te kennen. e) Reclamant op bijgevoegde tekening zijn voorstel weergegeven voor de grenzen van de beide woonbestemmingen. Dit voorstel is gebaseerd op de kadastrale grenzen en de buitengrenzen van de huidige erven. Ten aanzien van de verder gebruiks- en bouwregels volstaan volgens reclamant de gebruikelijke regels van de woonbestemming van bestemmingsplan Buitengebied Epe. Reactie gemeente Het initiatief van reclamant ligt niet in het plangebied van het Herstelplan 2020. Indien agrarische activiteiten zijn gestopt kan een verzoek worden ingediend voor een wijzigingsplan van Agrarisch naar Wonen. Daarbij dienen de ruimtelijke effecten voor de omgeving te worden beoordeeld evenals het al dan niet toevoegen van een tweede woonmogelijkheid. Die onderzoeken zijn niet bij het de zienwijze gevoegd.
Doordat het verzoek niet is onderbouwd wat betreft de ruimtelijke effecten en effecten voor milieu en natuur, kan in deze situatie niet worden meegewerkt. Als de onderzoeken worden aangeleverd kan het college overwegen een aparte planologische procedure te volgen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
7.8. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021, (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze a) Reclamant maakt bezwaar tegen het onvolledig zijn van het ontwerp Bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020. Het gaat reclamant speciaal erom dat aan het vigerende bestemmingsplan geen inventarisatie, gebiedsbeschrijving en/of analyse van de percelen met een verblijfsrecreatie bestemming ten grondslag ligt b) Reclamant geeft aan dat een belangrijke stap bij het opstellen van een bestemmingsplan het uitvoeren van een inventarisatie naar de bestaande situatie en het verricht van onderzoek naar ontwikkelingen in het plangebied is. Deze onderzoekplicht vloeit voort uit artikel 3.2 Awb. c) Reclamant wijst op de Nota van Uitgangspunten die is vastgesteld door de gemeenteraad op 24 januari 2013. Deze nota is een van de stappen geweest om te komen tot een nieuw bestemmingsplan Buitengebied. Ten behoeve van de nota zijn een aantal onderzoeken verricht. Reclamant noemt de volgende: Inventarisatie bestaande bebouwing en gebruik, inventarisatie geldende bestemmingsplannen en vrijstellingen, inventarisatie landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden, inventarisatie van het beleid. Stedenbouwkundige analyse, dat wil zeggen een analyse van de inventarisatie en het onderzoek haar knelpunten, mogelijkheden en kansen voor het plangebied.
De voorliggende toelichting betreft voor het grootste gedeelte de tekst van de Nota van Uitgangspunten , waarbij op onderdelen aanvulling of actualisatie heeft plaatsgevonden. Het vigerende bestemmingsplan is dan ook in strijd met hetgeen het bestemmingsplan zelf beschrijft en in strijd met de wettelijke vereiste zorgvuldigheid vastgesteld en kan niet dienen als uitgangspunt voor de beoordeling of op de grond van reclamant een juiste en doelmatige bestemming is gelegd en/of een vergunning voor de bestaande bouwwerken indien nodig kan worden verkregen. d) Reclamant geeft aan dat het college van B&W heeft gemeld dat zij niet kan beschikken over inventarisaties van voorheen geldende bestemmingsplannen. e) Inmiddels staat vast dat op vele percelen met recreatiewoningen reeds decennia lang bouwwerken aanwezig zijn waartegen de gemeente niet handhavend kan optreden. Deze bouwwerken dienen in het herstelplan positief bestemd te worden. f) Reclamant eindigt met het volgende: De weg die de gemeente heden volgt van het afbreken van zulke bouwwerken brengt alleen maar verloedering van de terreinen en wakkert daarmee de kleine criminaliteit aan. Bovendien is dat bepaald niet representatief voor de hoog in het vaandel staande toeristische promotie van onze gemeente.
72 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Reactie gemeente Er geldt in het moederplan een algemene regeling voor bebouwing. Die regeling wordt nog steeds toereikend geacht voor het behoud van ruimtelijke kwaliteit en voor adequate gebruiksmogelijkheden ven gronden en gebouwen. Het is niet de consequentie van die regeling dat sprake zou zijn van verloedering. Binnen die regels is een regulier passend gebruik mogelijk. In het Herstelplan 2020 worden verder geen wijzigingen aan deze regeling doorgevoerd. Dit houdt ook in dat gebouwen die hier niet aan voldoen en niet in aanmerking komen voor overgangsrecht, indien van toepassing moeten worden verwijderd. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 7.9. Zienswijze van [reclamant], d.d. 3 maart 2021 (ingekomen 3 maart 2021) Samenvatting zienswijze Bestemmingsplan Buitengebied Noordwest, 9e partiële herziening. In mei 1999 is voor landhuizen klasse B, een bouwblok met bestemming Bostuin er omheen opgenomen. De wens is om 150 m2 aan bijgebouwen, 95 m2 nieuw (deels vervanging noordwestelijke bijgebouw), 55 m2 voor een garage te realiseren. Gevraagd wordt om in het vorige bestemmingsplan na te gaan of de rechten verder ruimer waren dan in het huidige bestemmingsplan. Concreet wordt gevraagd naar de ligging van de lijn tot aan het tweede bijgebouw.
Als daar ruimte over is dan kan een uitruil plaatsvinden van een stukje ‘rechts bovenin’ met strook langs oude bestemmingsplangrens, zodat daar nieuwe bijgebouwen kunnen komen. Reactie gemeente De zienswijze betreft perceel Lariksweg 23 te Epe en is gelegen buiten plangebied van dit bestemmingsplan. Bovendien is het perceel is tevens voorzien van de aanduidingen GO (Groene Ontwikkelingszone) en GGN (Gelders natuurnetwerk). Er kan alleen aan het verzoek medewerking worden verleend wanneer uit een specifiek onderzoek blijkt dat dit past binnen het Gelders natuurnetwerk (artikel 43.1) en geen nadelige consequenties heeft voor bescherming, behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Na beoordeling van het bedoelde onderzoek kan worden overwogen vervolgens een afzonderlijke procedure te doorlopen. Doordat het verzoek nu niet is onderbouwd met een onderzoek wat betreft de ruimtelijke effecten en effecten voor milieu en natuur, kan in deze situatie niet worden meegewerkt binnen deze procedure. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
7.10. Zienswijze van [reclamant], d.d. 23 februari 2021 (ingekomen op 26 februari 2021) Samenvatting zienswijze a) Reclamant dient een zienswijze in voor het aanpassen van het bouwvlak van zijn perceel. Het bouwvlak is over een agrarisch aangrenzend perceel gelegd dat niet behoort tot de eigendom van reclamant. Dit wordt nu hersteld middels het herstelplan 2020. In het plan is een bouwvlak van 42 meter aangegeven. b) Reclamant heeft contact gehad met de gemeente. Daarbij heeft hij een goedgekeurde bouwvergunning/bouwtekening met bouwvlak 45 meter laten zien. Tevens heeft hij documenten laten zien van wijziging van de bestemming Molenstraat 6 (kenmerk nr 2007- 14816 van 21 september 2007). Reclamant geeft aan de kaart niet meer teug te kunnen vinden die genoemd wordt onder RvS 2007-012956 (kenmerk brief gemeente Epe 2007-14816). Hierop zal te zien zijn dat het goedgekeurde bouwvlak van links naar rechts exact 45 meter zal zijn. Reclamant vraagt of deze kaart nog terug te vinden is, aangezien die kaart er naast gelegd moet worden. c) Reclamant verzoekt bouwvlak zoals het nu geschetst is over te nemen met dien verstande dat het hele stuk parallel aan de kadastrale grens het hele stuk, in de breedte exact 45 meter is, waarop ook de bouwvergunning in 2007 is verleend en zoals toegewezen door Gedeputeerde Staten.
73 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Reactie gemeente Voor het perceel van reclamant is inderdaad een wijzigingsplan van Agrarisch naar Wonen opgesteld in 2007 (1e wijziging ex art. 11 WRO bestemmingsplan "Buitengebied"). Uit dat wijzigingsplan blijkt dat destijds een bestemmingsvlak Wonen is veranderd met een breedte 45 meter. Het bestemmingsplan wordt conform het betreffende wijzigingsplan aangepast. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. - Het bestemmingsvlak op het perceel Molenstraat 6 in Oene wordt aangepast overeenkomst de1e wijziging ex art. 11 WRO bestemmingsplan "Buitengebied" uit 2007.
7.11. Zienswijze van [reclamant], ingekomen op 8 maart 2021 Samenvatting zienswijze a) Reclamant geeft aan dat zijn bedrijfsperceel (Nijmolensebeekweg 10 te Vaassen) zijn inziens niet correct bestemd is. Het bedrijf heeft twee inritten aan de Nijmolensebeekweg, een voor het bedrijfspand en een voor de onlangs aangelegde parkeerplaats. Ten zuidoosten van het bedrijf staat de voormalige bedrijfswoning. Rondom het bedrijfsperceel ligt verder voornamelijk weiland. In het huidige bestemmingsplan heeft het perceel de enkelbestemming Bedrijf en de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4. In het onderliggende herstelplan is de bedrijfsbestemming kleiner geworden (reclamant heeft een uitsnede van het plan ingevoegd in zijn zienswijze). Het zuidelijke deel van de voormalige bedrijfsbestemming heeft de bestemming Wonen gekregen. Het noordelijke deel heeft de bestemming Agrarisch gekregen. b) Door bovenstaande constructie is een deel van de bedrijfsbestemming wegbestemd. De bestemmingswijziging naar Wonen is, hoewel mogelijk belemmerend voor reclamants bedrijf, begrijpelijk omdat zijn buren geen relatie meer hebben met het bedrijf. De wijziging naar Agrarisch levert wel problemen op. Reclamant heeft hier in het afgelopen jaar een parkeerplaats voor zijn bedrijf gerealiseerd.