359917 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied Herstelplan 2020 ANONIEM
Tekst van het document
Er zijn geen ruimtelijk relevante redenen om te (blijven) kiezen voor een recreatiebestemming en uit de feitelijke omstandigheden blijkt ook duidelijk dat er sprake is van een regulieren woonbestemming: in 1999 is door het college meegedeeld aan de architect van de rechtsvoorganger van de heer van Bussel dat er toestemming werd verleend het destijds bestaande gebouw te slopen terwijl er daarna dan een bouwvergunning kon worden verleend voor de bouw van een woning met bijgebouw elders op het terrein. Deze bouwvergunning is op 3 juni 1999 aangevraagd. In het ambtelijk advies n.a.v. deze aanvraag werd gemeld dat men voornemens was het perceel te voorzien van een formele woonbestemming. Op 25 november 1999 werd de bouwvergunning verleend. Maar de herbestemming is er nooit gekomen. c. In de huidige constructie blijft het uitgangspunt een recreatiewoning terwijl daar nooit sprake van is geweest ten aanzien van de huidige woning. Ook is deze niet volledig positief bestemd wat betekent dat deze onder het bouwovergangsrecht gebracht of gelaten wordt. d. Reclamant haalt rechtspraak van de RvS aan waarin is bepaald dat gebruik dat niet binnen de komende planperiode zal of kan worden beëindigd in principe positief moet worden bestemd. Onder omstandigheden kan het voorkomen dat dit uitgangspunt wordt vervangen door passende maatregelen maar dat kan hier niet aan de hand zijn. e.
Reclamant kan zich voorstellen dat de huidige constructie wordt toegepast bij recreatiewoningen die als zodanig zijn vergund maar nu permanent bewoond worden. f. Maar deze situatie doet zich in het geval van reclamant niet voor. De woning van reclamant is niet alleen voor wat betreft de bouw en het gebruik vergund als een woning maar ook voor wat betreft de bouwregels. Zelfs als het gebruik één jaar niet zal plaatsvinden blijft de situatie bestaan van
38 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
een gebouw dat ongeveer twee keer groter is dan wat is toegestaan onder de bouwregels voor recreatiewoningen. g. Subsidiair verzoekt reclamant dan ook dat, mocht de huidige aanduiding in stand blijven, dat de bestaande (vergunde) bebouwing niet onder het overgangsrecht wordt gelaten maar positief wordt bestemd. Reactie gemeente a. De opmerking van reclamant wordt voor kennisgeving aangenomen. b. Reclamant is eigenaar van een recreatiewoning aan de Woesterbergweg 46 in Emst. De recreatiewoning van reclamant bevindt zich in het plangedeelte waar voorheen het bestemmingsplan "Wissel en Schaveren" gold. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 12 mei 2011. In 2012 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan (zaaknummer 201108262/1/R2) ten aanzien van een aantal ingestelde beroepen tegen de vaststelling van het bestemmingsplan “Wissel en Schaveren”. Daarbij is een aantal beroepen tegen het niet toekennen van een woonbestemming aan percelen met een recreatiewoning ongegrond verklaard. Vervolgens is het bestemmingsplan Buitengebied Epe vastgesteld. Ook tegen de vaststelling van dit plan is beroep ingesteld, waarbij het niet toekennen van een woonbestemming onderdeel was van het geschil.
De Raad van State heeft uitspraak gedaan in deze procedure (ECLI:NL:RVS:2018:1887) en geoordeeld dat terecht geen woonbestemming is toegekend aan deze recreatiewoningen. Er zijn, gelet op de recente uitspraak tegen het bestemmingsplan Buitengebied Epe, het recent vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2018 en het gegeven dat er geen gewijzigd beleid is sinds de vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied Epe, ook verder geen redenen de bestemming aan te passen. Er zijn dan ook geen feiten of omstandigheden die aanleiding geven om nu een woonbestemming aan de recreatiewoning van reclamant toe te kennen. Aan het verzoek wordt niet tegemoet gekomen. met betrekking tot de opmerking over de toezegging merken wij op dat dit reeds bij de vaststelling van het bestemmingsplan Wissel en Schaveren en het bestemmingsplan Buitengebied Epe aan de orde geweest. De stelling van reclamant dat een toezegging gedaan zou zijn dat het perceel een woonbestemming zou krijgen is in de genoemde beroepsprocedures aan de orde geweest. Het betoog hierover heeft destijds gefaald. Sindsdien is er geen aanleiding ontstaan om nu anders te oordelen. c. In tegenstelling tot hetgeen reclamant aangeeft, heeft is er nooit sprake geweest van een Woonbestemming. Wel is een bouwvergunning afgegeven, vooruitlopend op een eventuele omzetting naar een woonbestemming, voor een grotere inhoud.
Op basis van deze bouwvergunning heeft de recreatiewoning van reclamant een grotere inhoudsmaat dan thans op basis van de regels is toegestaan. Als gevolg hiervan valt de recreatiewoning onder het bouwovergangsrecht. Aangezien er geen aanleiding is om te veronderstellen dat de recreatiewoning binnen de planperiode wordt verkleind tot de toegestane inhoudsmaat, ligt het voor de hand om deze inhoud positief te bestemmen. Op de recreatiewoning van reclamant wordt dan ook de aanduiding ‘bestaande inhoud’ gelegd. In de regels, gekoppeld aan deze aanduiding wordt geregeld dat de bestaande inhoud van de recreatiewoning bij recht is toegestaan. d. Reclamant haalt de uitspraak van de Raad van State over de wijze van bestemmen aan. Voor onze reactie hierop verwijzen wij naar hetgeen is opgeschreven in paragraaf 2.4 van deze zienswijzennota. e. Zie de beantwoording onder c. f. Zie de beantwoording onder c. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. - Op de recreatiewoning op het perceel Woesterbergweg 46 in Emst wordt de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - bestaande inhoud’ gelegd. In de regels wordt opgenomen dat ter plaatse van deze aanduiding de bestaande inhoud van de recreatiewoning is toegestaan.
39 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
5.2.4. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze Ingegaan wordt op de totstandkoming van de woning op het naburig perceel, Laarstraat 42 8166 GS Emst. Reclamant heeft een agrarisch bedrijf. Uit controles blijkt het bedrijf aan de regelgeving te voldoen. De regelgeving wordt echter steeds strenger (stikstof, natuurbescherming). De vraag en angst is dan ook dat mogelijk nieuwe bewoners bezwaar gaan maken tegen de agrarische activiteiten en dat zij wellicht meer recht van spreken hebben als hun woning verandert in bestemming wonen. Duidelijk is dat de gemeente in dit geval de nodige steken heeft laten vallen. Nu wordt alles min of meer rechtgetrokken en zou het bedrijf de dupe kunnen worden van het wanbeleid in deze kwestie. Daarom wordt bezwaar tegen de voorgenomen hersteloperatie gemaakt om te voorkomen dat het agrarisch bedrijf een verbod krijgt op bedrijfsontwikkeling of de agrarische bestemming verliest, omdat Laarstraat 42 daar aanleiding voor geeft. Gevraagd wordt hierin duidelijkheid te verschaffen. Reactie gemeente Allereerst merken wij op dat het perceel Laarstraat 42 in Emst geen Woonbestemming krijgt. Het perceel behoudt de bestemming Recreatie – Recreatiewoning. Wel wordt het reeds bestaande gebruik positief bestemd (zie paragraaf 2.4 van deze zienswijzennota).
Voor vergunningen op het gebied van milieu en natuur is op de eerste plaats het daadwerkelijk aanwezige gebruik bepalend. Het is dan ook niet de verwachting dat op grond van het bestemmingsplan beperkingen worden gesteld in de vergunningverlening op genoemde terrein. Voorts is het denkbaar dat in voorkomend geval maatwerk wordt geleverd om in het vergunningenspoor voldoende ruimte te bieden voor bedrijfsontwikkeling. Nu er geen concrete plannen bestaan is het overigens beperkt mogelijk hiervan een inschatting te maken. Dat andere regelgeving wordt aangescherpt staat los van het al dan niet toekennen van een woonfunctie voor het naburig perceel. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.2.5. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2. en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3, met dien verstande dat wij opmerken dat de recreatiewoning van reclamant één van de recreatiewoningen is met een BOV-status (zie hiervoor paragraaf 2.4 van deze zienswijzennota).
Dit betekent dat de recreatiewoning van reclamant al in het ontwerp Herstelplan 2020 de aanduiding ‘wonen’ heeft gekregen. Daarmee is reeds tegemoet gekomen aan het verzoek van reclamant. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.2.6. Zienswijze van [reclamant], d.d. 6 maart 2021 (ingekomen op onbekend) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van de zienswijze in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De recreatiewoning van reclamant valt binnen het plangebied. De recreatiewoning heeft echter geen BOV-status. Aan deze recreatiewoning kan de aanduiding ‘wonen’ niet worden toegekend. Verder komt de reactie van de gemeente op de zienswijze overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2. en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen 40 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
5.3. Zienswijzen over solitaire recreatiewoningen buiten het plangebied 5.3.1. Hoofdlijn van navolgende zienswijzen In de zienswijzen wordt, kort samengevat verzocht het bestemmingsplan niet vast te stellen of vast te stellen met inachtneming van deze zienswijze; het plangebied van het ontwerpplan gelijk te trekken met het bestemmingsplan Buitengebied; de in de zienswijzen benoemde percelen de aanduiding/bestemming ‘wonen’ te geven; de nota parkeernormen op te nemen in het plan; zowel de maatschappelijke als de economische uitvoerbaarheid nader te onderzoeken en toe te lichten en het college op te dragen haar toelichting aan te vullen zodat deze volledig en juist is. 5.3.2. Overwegingen Terminologie en bedrijfsmatige exploitatie Er kan onderscheid worden gemaakt tussen solitaire recreatiewoningen en recreatiewoningen op een recreatiepark. Solitaire recreatiewoningen hebben de bestemming ‘Recreatie – Recreatiewoning’. Recreatiewoningen op vakantieparken hebben de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie. De eis van bedrijfsmatige exploitatie geldt alleen voor recreatiewoningen op recreatieparken, tenzij aan deze recreatiewoningen de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’ is toegekend. In dat geval komt de eis van bedrijfsmatige exploitatie te vervallen. Voor solitaire recreatiewoningen geldt de eis van bedrijfsmatige exploitatie niet.
Solitaire recreatiewoningen krijgen deze eis ook niet opgelegd; voor deze woningen speelt dit vraagstuk niet. Onderhavige zienswijzen hebben allemaal betrekking op een solitaire recreatiewoning. Voor deze recreatiewoningen geldt de eis van bedrijfsmatige exploitatie dus niet. Toekennen aanduiding/bestemming wonen Zoals reeds besproken hebben de percelen waar de zienswijzen betrekking op hebben de bestemming ‘Recreatie – Recreatiewoning’. Dit zijn solitaire recreatiewoningen. Reclamanten verzoeken om aan de deze percelen de aanduiding/bestemming ‘wonen’ toe te kennen. Dit is niet mogelijk. In paragraaf 2.4 is reeds ter sprake gekomen dat enkel woningen met een BOV-status in aanmerking komen voor de aanduiding ‘wonen’. De onderhavige recreatiewoningen hebben geen BOV-status. Aan deze recreatiewoningen kan de aanduiding/bestemming wonen dus niet worden toegekend. Het gemeentebestuur kan een onderscheid maken tussen recreatief verblijf en een permanente woonfunctie van een woning. Jurisprudentie heeft dit vele malen uitgewezen. Het beleid en de motivering die hieraan ten grondslag liggen komen overeen met de motiveringen die in vergelijkbare situaties door het gemeentebestuur naar voren zijn gebracht, op basis waarvan het onderscheid wordt gehanteerd.
Het plangebied De aanpassingen in de regeling hebben alleen betrekking op de recreatiewoningen in het plangebied van het Herstelplan 2020 (zie paragraaf 1.3) en niet op andere recreatiewoningen. Bij gewijzigde vaststelling is het niet gepast om in dit afrondende stadium van besluitvorming het plangebied van het Herstelplan voor dit onderdeel ineens te vergroten. Mocht het in de toekomst wenselijk worden geacht de versoepelde bepalingen alsnog van toepassing te verklaren op andere recreatiewoningen, dan kan hiervoor een afzonderlijke planprocedure worden gestart. Om de beperkte toepassing van het Herstelplan 2020 te verduidelijken, wordt dit in de aanpassing van de regeling als zodanig vermeld. Parapluplan parkeren Voorts geldt de parapluherziening reeds langere tijd. De percelen zijn over het algemeen zo ruim evenals de omgeving en de verandering van de parkeernorm van 2,1 parkeerplaats per bungalow (bungalowpark) naar 2,4 per woning vrijstaand is zo gering, dat er geen aanleiding is te veronderstellen dat dit tot parkeerproblemen leidt of tot knelpunten dat niet aan een norm kan worden voldaan.
41 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
5.3.3. Zienswijze van [reclamant], d.d. 8 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze a) De totstandkoming van voorliggende bestemmingsplan heeft een lange voorgeschiedenis waardoor volgens reclamant veel mogelijke combinaties tussen het originele plan, het Herstelplan 2018 en het Herstelplan 2020 ontstaan. b) In 2009 is begonnen met het optreden tegen permanente bewoning van recreatiewoningen. De weg die destijds is ingeslagen onder meer door object- en niet persoonsgebonden gedoogbeschikkingen af te geven klinkt nog steeds door in het huidige ontwerpplan en het handhavingsbeleid, dit maakt actualisatie noodzakelijk. c) Sinds 2009 is de weg van de ‘harde handhaving’ ingeslagen en het college heeft daarbij op ongeoorloofde wijze eigendomsrechten beperkt en geschonden ondanks meerdere waarschuwingen van de Raad van State. d) De uitwerking van de verplichte bedrijfsmatige exploitatie van de bestemming ‘recreatie – verblijfsrecreatie’ is geregeld in de beleidsregel bedrijfsmatige exploitatie recreatieverblijven maar tussen deze beleidsregel en het onderhavige plan bestaat geen connectie. e) In 2017 is door de Raad van State korte metten gemaakt met de verhuurplicht waar het gaat om een aantal recreatieparken. Er wordt onvoldoende gemotiveerd door te stellen dat het plan onvoldoende is afgewogen op het punt van de verplichte verhuur.
Het college had een groter deel van het plangebied moeten herzien in de geest van de uitspraak van de Raad van State. f) Door in de verbeelding de bouwvlakken te beperken tot de bestaande bebouwing wordt afbreuk gedaan aan de mogelijkheid die het BOR biedt om vergunningsvrij te bouwen. Het college onderbouwt de keuze de bouwvlakken op deze manier op te nemen in de verbeelding niet en heeft daardoor geen behoorlijke belangenafweging gemaakt. g) Door de beperkte omvang van de verbeelding en het bereik van het herstelplan kunnen zeer lokaal verschillen ontstaan tussen (in benaming) dezelfde bestemming. Dat bemoeilijkt de zaken rond koop/verkoop en handhaving. Dit werkt onduidelijkheid in de hand en is daarmee niet in overeenstemming met de beginselen van behoorlijke ruimtelijke ordening en in strijd met de rechtszekerheid. h) De opname van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. De tweede woning in het plangebied van het nieuwe herstelplan impliceert dat recreatiewoningen die buiten dit herstelplan vallen geen tweede woning zouden kunnen zijn terwijl ze dat naar verkeersopvattingen wel (zouden kunnen) zijn.
Daarnaast vereist tweede woning dat hetzelfde gezelschap gebruik maakt van de woning en dus wordt de eigenaar beperkt in zijn eigendomsrecht in de zin dat uitleen/verhuur aan vrienden/familie niet meer mogelijk is, hierdoor ontstaat planschade waarover in de toelichting geen belangenafweging is gemaakt. i) Het college miskent de visie van de provincie (Structuurvisie Streekplan Gelderland 2005) dat de eis van bedrijfsmatige exploitatie alleen geldt voor nieuwe (recreatie)parken en uitbreidingen van bestaande parken. j) De economische uitvoerbaarheid van het plan is onvoldoende toegelicht, niet is ingegaan op de kosten van de nog gecompliceerdere, handhaving. Ook maatschappelijk gezien is het plan onvoldoende uitvoerbaar. De gemeente ligt al enige tijd onder vuur en wil vertrouwen terugwinnen. Met dit plan wordt het tegenovergestelde bereikt. De uitvoerbaarheid komt nog verder in het geding nu het onmogelijk wordt een goede WOZ grondslag vast te stellen omdat verkochte woningen in de omgeving, op basis waarvan deze waarde wordt vastgesteld, door de veelvoud aan geldende regimes betekenisloos is geworden. k) Ook i.c.m. het Parapluplan parkeren ontstaan problemen. Parkeergelegenheid moet onder dat bestemmingsplan worden gecreëerd op eigen terrein maar voor recreatiewoningen is dat veelal de bestemming ‘bos’ waar niet zomaar een uitweg (o.g.v.
de APV) of parkeerplaats mag worden gerealiseerd. Daarnaast is in het parapluplan parkeren een koppeling gemaakt met de nota parkeren, iets waarvoor de gemeente al op de vingers is getikt. l) Een en ander lijdt ertoe dat het bestemmingsplan: 1. niet tegemoetkomt aan de bedoelingen van het college en geen recht doet aan de uitspraak 42 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
van de Raad van State mede in de zin dat het slechts voor een zeer beperkt aantal eigenaren een verandering in de bestaande situatie teweegbrengt en onvoldoende bijdraagt aan een goede ruimtelijke ordening. 2. Geen recht doet aan het doel van het instrument bestemmingsplan, nl; rechtszekerheid en duidelijkheid bieden en 3. De eigendomsrechten van eigenaren van recreatiewoningen uitholt en/of beperkt op een onrechtmatige wijze. Reactie gemeente a. Met betrekking tot de opmerking van reclamant over de totstandkoming van het Herstelplan 2020 verwijzen wij naar de inleiding van deze zienswijzennota. b. De opmerking van reclamant wordt voor kennisgeving aangenomen. c. De opmerking van reclamant wordt voor kennisgeving aangenomen. d. zie de overwegingen in paragraaf 5.3.2. e. zie de overwegingen in paragraaf 5.3.2. f. zie de overwegingen in paragraaf 5.3.2. g. zie de overwegingen in paragraaf 5.3.2. h. zie de overwegingen in paragraaf 5.3.2. i. zie de overwegingen in paragraaf 5.3.2. j. Met betrekking tot de economische uitvoerbaarheid verwijzen wij naar hetgeen is opgenomen in hoofdstuk 5 van de toelichting van het bestemmingsplan. Het gaat hier om kostenverhaal als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Kosten voor handhaving horen hier niet bij. k. zie de overwegingen in paragraaf 5.3.2. l. zie de overwegingen in paragraaf 5.3.2.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.4. Zienswijze van [reclamant], d.d. 7 maart 2021 (ingekomen op 8 maart 2021) en telefonisch op 9 maart 2021 Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2. en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.5. Zienswijze van [reclamant], d.d. 10 maart 2021 (Ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
43 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
5.3.6. Zienswijze van [reclamant], d.d. 6 maart 2021 (ingekomen op 6 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
5.3.7. Zienswijze van [reclamant], d.d. 6 maart 2021 (binnengekomen op 6 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.8. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.9. Zienswijze van [reclamant], d.d. 7 maart 2021 (ingekomen op 7 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3.
Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.10. Zienswijze van [reclamant], d.d. 6 maart 2021 (ingekomen op 7 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3.
44 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.11. Zienswijze van [reclamant], d.d. 08 maart (ingekomen op 08 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.12. Zienswijze van [reclamant], d.d. 09 maart 2021 (ingekomen op 09 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
5.3.13. Zienswijze van [reclamant], d.d. 09 maart 2021 (ingekomen op 09 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
5.3.14. Zienswijze van [reclamant], d.d. 08 maart 2021 (ingekomen op 08 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 45 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
5.3.15. Zienswijze van [reclamant], d.d. 8 maart 2021 (ingekomen op 09 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.16. Zienswijze van [reclamant], d.d. 8 maart 2021 (ingekomen op 8 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.17. Zienswijze van [reclamant], d.d. 09 maart 2021 (binnengekomen op 09 maart 2021) Samenvatting zienswijze a. De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. b.
Aanvullend verzoekt reclamant om ten aanzien van de berging, paardenstal en paddock alsnog tot vergunning te besluiten. Reactie gemeente a. De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. b. Allereerst merken wij op dat het perceel geen deel uit maakt van het Herstelplan 2020. Het perceel ligt in het bestemmingsplan Buitengebied Epe. Het perceel van reclamant heeft de bestemming Bos en de bestemming Recreatie – Recreatiewoning. Binnen de bestemming Bos zijn geen gebouwen toegestaan. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 1 meter bedragen. De bouwwerken van reclamant kunnen dus niet bij recht worden vergund. Hiervoor moet het bestemmingsplan worden herzien. Het gehele perceel ligt echter binnen de Groene Ontwikkelingszone en de beschermingszone Natte Landnatuur. Gronden binnen de Groene Ontwikkelingszone zijn bestemd voor bescherming, behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken, alsmede het voorkomen van significante effecten op kernkwaliteiten van het betreffende gebied. De beschermingszone Natte Landnatuur geeft daarnaast aan dat het gebied bestemd is voor het beschermen van vocht gebonden natuurwaarden, alsmede de kwaliteit, de waterstand en de stroming van het oppervlakte- en grondwater.
Gelet op de bijzondere waarden in het gebied zijn wij terughoudend met het toevoegen van extra bebouwing en verhard oppervlak. Aan een herziening van het bestemmingsplan om bebouwing binnen de bosbestemming toe te staan werken wij dan ook niet mee. Mocht reclamant toch van mening zijn dat vergunning moet worden verleend voor de bouwwerken kan dat uitsluitend via een aparte procedure.
46 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
Er kan dan alleen aan het verzoek medewerking worden verleend wanneer uit een specifiek onderzoek blijkt dat dit past binnen de Groene Ontwikkelingszone en geen nadelige consequenties heeft voor bescherming, behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Na beoordeling van het bedoelde onderzoek kan worden overwogen vervolgens een afzonderlijke procedure te doorlopen. Doordat het verzoek nu niet is onderbouwd met een onderzoek wat betreft de ruimtelijke effecten en effecten voor milieu en natuur, kan in deze situatie niet worden meegewerkt binnen deze procedure. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 2.3.18. Zienswijze van [reclamant], d.d. 7 maart 2021 (ingekomen op 6 maart 2021). Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 5.3.1 en de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 5.3.2 en de reactie op de zienswijze in paragraaf 5.3.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.19. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen per mail op 10 maart 2021) Samenvatting reactie Het betreft een pro-forma zienswijze.
Pro-forma, omdat het op basis van de huidige informatie onvoldoende duidelijk is of en zo ja, welke impact het genoemde Ontwerp Bestemmingsplan heeft op de situatie van reclamant. Verzocht wordt het ontwerp bestemmingsplan niet vast te stellen, voordat er meer helderheid is gegeven aan (mogelijke) belanghebbenden over de consequenties van dit plan en gelegenheid te bieden om -indien nodig- met een goed onderbouwde reactie te komen. Ook hoort reclamant graag of en welke impact dit ontwerpbestemmingsplan heeft op de recreatiewoning aan de Ericaweg 17 te Epe. Reactie gemeente Het Herstelplan 2020 heeft geen impact op de situatie van reclamant. Het Herstelplan 2020 regelt allen iets voor de percelen die op de verbeelding zijn opgenomen. Voor de overige gronden in het buitengebied die niet op de verbeelding zijn opgenomen, waaronder de recreatiewoning van reclamant, blijft het bestemmingsplan Buitengebied Epe van kracht (zie ook paragraaf 1.3 van deze zienswijzennota). Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.20. Zienswijze van [reclamant], d.d. 15 februari 2021 (ingekomen op 16 februari 2021) Samenvatting reactie a. De moeder van reclamant woont al sinds 1973 in de woning aan het adres Steenderbultweg 6 in Emst, reclamant zelf al sinds 1998. Deze woning heeft echter niet de aanduiding ‘wonen’ gekregen. b.
In voorgaande bestemmingsplannen heeft haar woning altijd wel de aanduiding ‘wonen’ gekregen net als enkele andere woningen in het bezit van reclamant. c. Reclamant wordt normaliter door de gemeente op de hoogte gehouden van wijzigingen maar dat is nu niet gebeurd. Reclamant is er dan ook niet van uit gegaan dat haar woning niet de aanduiding wonen zou krijgen.
47 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
d. De gemeente merkt het adres voor de WOZ aan als woning, ook het kadaster en de BAG merken het adres aan als woning. e. Reclamant verzoekt de woning op te nemen in het herstelplan met een woonbestemming zoals feitelijk sinds 1973 en aaneengesloten het geval is. Reclamant biedt aan eventueel vereist bewijs aan te willen bieden. Reactie gemeente a. De recreatiewoning van reclamant heeft altijd de bestemming Recreatie – Recreatiewoning gehad. Ook rust op het perceel geen objectgebonden beschikking (BOV-status). Om die reden is de aanduiding ‘wonen’ niet toegekend (zie verder paragraaf 2.4 van deze zienswijzennota). b. In tegenstelling tot hetgeen reclamant aangeeft heeft de woning niet eerder de aanduiding ‘wonen’ gekregen. c. Bekendmaking van de terinzagelegging van het Herstelplan 2020 heeft op gebruikelijke en wettelijke voorgeschreven wijze plaats gevonden. De opmerking van reclamant doet hieraan niks af. d. Zowel de WOZ als de BAG bepalen niet de bestemming van een object. Dit wordt uitsluitend gedaan in bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan voor Steenderbultweg 6 is ongewijzigd gebleven. e. Zie reactie onder a. Er is dan ook geen aanleiding om de recreatiewoning van reclamant toe te voegen aan het Herstelplan 2020. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.21. Zienswijze van [reclamant], d.d.
04 februari 2021 (ingekomen 08 op februari 2021) Samenvatting reactie a. In 1984 hebben reclamanten een gedoogbeschikking ontvangen waardoor het reclamanten werd toegestaan hun recreatiewoning permanent te bewonen. b. Reclamanten verzoeken hun adres opgenomen te krijgen in het herstelplan met de aanduiding wonen. Reactie gemeente a. De opmerking van reclamant is correct. Reclamant heeft een persoonsgebonden gedoogbeschikking. Op het perceel rust géén objectgebonden beschikking (BOV-status). Om die reden is de aanduiding ‘wonen’ niet toegekend (zie verder paragraaf 2.4 van deze zienswijzennota). b. Zie beantwoording onder a. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.22. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze a) Reclamant stelt dat de bedoeling van het herstelplan is correcties en verbeteringen uit te voeren maar dat dat in haar geval niet gebeurd is. b) De recreatiewoning van reclamant is altijd in particulier, individueel, eigendom geweest, wordt niet bedrijfsmatig verhuurd en is dat ook nooit. De woning is altijd gebruikt als tweede woning. c) De mogelijkheden voor verhuur zijn wegens het erfpachtcontract beperkt. d) Reclamant haalt de uitspraak van de RvS aan en stelt dat de gemeente nu enkel correcties uitvoert voor vakantieparken en verzoekt dit ook voor haar woning te doen.
48 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
e) Reclamant merkt op dat de definitie van ‘tweede woning’ erg beperkt is en stelt het volste recht te hebben de “recreatiewoning die als tweede woning fungeer, af en toe aan anderen in gebruik te geven, al dan niet tegen geldelijke vergoeding. Ook ik behoud mij dat recht voor.” Reactie gemeente Aanduiding tweede woning op recreatiewoningen op recreatieparken Voor recreatiewoningen op recreatieparken geldt een eis van bedrijfsmatige exploitatie, tenzij aan deze recreatiewoningen de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’ is toegekend. In dat geval komt de eis van bedrijfsmatige exploitatie te vervallen. Voor solitaire recreatiewoningen geldt de eis van bedrijfsmatige exploitatie niet. Solitaire woningen krijgen derhalve ook geen aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Toekennen aanduiding/bestemming wonen De zienswijze van reclamant heeft betrekking op een solitaire recreatiewoning. Solitaire recreatiewoningen zonder een BOV-status komen niet in aanmerking voor de aanduiding wonen. Zie hierover verder paragraaf 2.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.23. Zienswijze van [reclamant], d.d. 09 maart 2021 (ingekomen op 09 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.21.
Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met reactie in paragraaf 5.3.21. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.24. Zienswijze van [reclamant], d.d. 10 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.21. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met reactie in paragraaf 5.3.21. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.3.25. Zienswijze van [reclamant], d.d. 09 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de samenvatting van de zienswijze in paragraaf 5.3.21. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met reactie in paragraaf 5.3.21. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
49 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
6. Individuele zienswijzen tweede woning op recreatieparken In dit hoofdstuk worden de individuele zienswijzen behandeld die betrekking hebben op de bedrijfsmatige exploitatie van recreatiewoningen op recreatieparken met de bestemming Recreatie – Verblijfsrecreatie. Voor de algemene reactie over dit onderwerp verwijzen wij naar paragraaf 2.5 van deze zienswijzennota. De zienswijzen categoriseren wij in twee groepen. Allereerst worden in paragraaf 6.1 de 18 zienswijzen behandeld die betrekking hebben op een recreatiewoning op een recreatiepark die in het plangebied ligt en dus deel uit maakt van het Herstelplan 2020. Vervolgens worden de 3 zienswijzen behandeld die betrekking hebben op een recreatiewoning op een recreatiepark die buiten het plangebied ligt. Ten slotte worden de 6 zienswijzen behandeld die betrekking hebben op overige bouwwerken voor recreatieverblijf op recreatieparken die niet in het plangebied liggen en dus ook geen deel uitmaken van het Herstelplan 2020.
6.1 Zienswijzen over recreatiewoningen op recreatieparken binnen het plangebied 6.1.1. Zienswijze van [reclamant], d.d. 7 maart 2021 (ingekomen 7 maart 2021) Samenvatting zienswijze De verplichting tot verhuur van recreatiewoningen ligt niet in de lijn van vrijheid. De wijze waarop de gemeente nu omgaat met zijn recreanten is buitenproportioneel ondanks een gerechtelijke uitspraak. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 van deze zienswijzennota. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
6.1.2. Zienswijze van [reclamant], d.d. 7 april 2021 (ingekomen 7 april 2021) Samenvatting zienswijze a. De huidige bestemming van recreatiepark Remboe is in strijd met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter heeft over de recreatieparken De Eper Sprengen en de Vliegden besloten dat de eis van bedrijfsmatige exploitatie niet redelijk is o.m. vanwege: onduidelijkheid over hoe de raad zich de verwezenlijking van de bedrijfsmatige exploitatie heeft voorgesteld; de recreatiewoningen op deze parken al lange tijd in particulier, individueel eigendom zijn, niet bedrijfsmatig worden verhuurd en in de meeste gevallen in het verleden niet eerder bedrijfsmatig zijn verhuurd; alsook omdat ten tijde van de planperiode van het vorige bestemmingsplan, waarin de eis van bedrijfsmatige exploitatie ook al was opgenomen deze planregeling al niet ten uitvoer kwam. In het ontwerpbestemmingsplan heeft de raad geen nadere toelichting gegeven over deze handhaving en de situatie van reclamanten is in alle hiervoor genoemde opzichten vergelijkbaar met die van de bewoners/eigenaren van recreatieparken De Eper Sprengen en de Vliegden. De recreatiewoningen zijn ook gekocht met het doel ze als tweede woning te gebruiken. b.
Uit de uitspraak van de afdeling uit 2008 bleek ook dat de gemeente ter uitvoering van het bestemmingsplan niet kan verwijzen naar de beleidsregel ‘bedrijfsmatige exploitatie’. Deze beleidsregel kan geen onderdeel uitmaken van het bestemmingsplan, allereerst omdat de beleidsregel niet is vertaald in de planregels en ten tweede omdat de beleidsregel niet kan worden gehandhaafd. De situatie van reclamanten is vergelijkbaar met die van belanghebbenden in voorgenoemde uitspraak: In de koopovereenkomst van reclamanten is geen kwalitatieve verbintenis in combinatie met een kettingbeding en boeteclausule opgenomen. Er is dan ook geen binding tussen de kavels van de recreatiewoningen van reclamanten en het park. Bovendien wordt in het beleid expliciet erkend dat handhaving van niet commerciële recreatiewoningen moeilijk, dan wel niet haalbaar is. De gemeenteraad heeft de planregels 50 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
met het Herstelplan 2020 hierop niet aangepast, zodat ook in dit geval niet anders kan worden geconcludeerd dan dat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is. c. Reclamanten stellen daarnaast dat het bestemmingsplan in strijd is met art. 1 EP EVRM, het ontwerpbestemmingsplan biedt voor een inbreuk op het eigendomsrecht geen rechtvaardiging. d. De gemeenteraad heeft gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel. In de eerste plaats door slechts enkele recreatiewoningen op het park Remboe zelf te voorzien van de aanduiding tweede woning. In de tweede plaats door te miskennen dat het park Remboe op alle uit de uitspraken van de Raad van State relevante punten gelijk zijn aan de recreatiewoningen op de parken Rabbit Hill, De Eper Sprengen en de Vliegden zodat ook Remboe Village onder hetzelfde regime zou moeten vallen. e. Onder de huidige definitie van tweede woning is het reclamanten geheel niet toegestaan gebruik te maken van hun recreatiewoning. De Raad van State heeft in voornoemde rechtspraak bepaald dat het verbod op het gebruik als tweede woning niet zorgvuldig was voorbereid. Het was de gemeenteraad niet toegestaan dat de planregeling nader zou worden ingevuld door de beleidsregel bedrijfsmatige exploitatie. Dit verbod is in het ontwerpbestemmingsplan niet aangepast en andersluidend dan de bewoordingen uit de beleidsregel.
Daarmee is het bestemmingsplan tegenstrijdig met het gemeentelijk beleid en daardoor met het rechtszekerheidsbeginsel. f. Voor het bepalen welke recreatiewoningen in aanmerking komen voor de aanduiding van tweede woning heeft de gemeenteraad gebruik gemaakt van de peildatum 3 mei 2006, de inwerkingtreding van het vorige bestemmingsplan Buitengebied. De raad heeft niet in overweging genomen dat de recreatiewoningen op Remboe Village voor de vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied Epe (2017) onder het bestemmingsplan Wissel en Schaveren (2011) behoorde. Dit i.c.m. het feit dat de gemeenteraad reclamanten niet in de gelegenheid heeft gesteld om feiten en omstandigheden naar voren te brengen die relevant kunnen zijn voor de belangafweging maakt dat het ontwerpbestemmingsplan niet voorzien is van een deugdelijke belangenafweging en daarmee onzorgvuldig tot stand is gekomen. g. Op grond van alle hierboven genoemde punten is het ontwerpbestemmingsplan: In strijd met een goede ruimtelijke ordening; bevat het tegenstrijdigheden die leiden tot rechtsonzekerheden; in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en art. 1 EP EVRM; behandelt het gelijke gevallen ongelijk en ontbeert het een deugdelijke belangenafweging.
Reclamanten verzoeken tot het herzien van het ontwerpbestemmingsplan, zodanig dat het in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur wordt gebracht. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 van deze zienswijzennota. Uit enkele door andere reclamanten ingevulde enquêtes of ingediende zienswijzen blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. Die recreatiewoningen komen in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Voor andere recreatiewoningen bestaat geen aanleiding, omdat niet is aangetoond dat er redenen zijn om in aanmerking te komen voor de genoemde aanduiding. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. - Een aantal recreatiewoningen op recreatiepark Remboe krijgen de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’.
51 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
6.1.3 Zienswijze van [reclamant], d.d. 23 april 2021 (ingekomen op 23 april 2021) Samenvatting zienswijze a. Reclamant is de vereniging ’t Hertenkamp waarin de eigenaars van de particuliere recreatiewoningen op het park het Hertenkamp zijn verenigd. b. Deze eigenaren hebben in veruit de meeste gevallen de betreffende huisjes al jaren in bezit, exploiteren deze niet bedrijfsmatig en gebruiken de recreatiewoningen als tweede huis, in deze zin komt de situatie van reclamant overeen met de situaties van ‘Rabbit Hill’, ‘De Eper Sprengen’ en ‘De Vliegden’ waar in twee onderscheidenlijke uitspraken door de bestuursrechter is bepaald dat de recreatiewoningen op deze parken voorzien moeten worden van de aanduiding ‘tweede woning’. Desondanks is op het park van reclamant maar voor een gedeelte bij de recreatiewoningen de aanduiding ‘tweede woning’ neergelegd en bij vier woningen is de bestemming aangepast naar wonen. c. Dit in strijd met toezeggingen gedaan door mevrouw M. Volkers waarin zij aankondigde voor ’t Hertenkamp een gelijkluidende regeling te treffen als voor de hiervoor genoemde recreatieparken op grond waarvan reclamant haar beroep tegen het vorige herstel bestemmingsplan heeft ingetrokken. d. De bestemming recreatie – verblijfsrecreatie i.c.m. de definitie van tweede woning komt in feite neer op een verbod voor de eigenaren om te verblijven in hun tweede woning.
De verwijzing die wordt gemaakt door de gemeenteraad naar de beleidsnota bedrijfsmatige exploitatie maakt dat niet anders. Door de bestuursrechter is nl. uitgesproken dat deze niet kan dienen ter uitwerking van de bestemmingsregels; allereerst omdat deze niet is opgenomen in de beleidsregels; ten tweede omdat zij (naar eigen zeggen en in dit geval) niet handhaafbaar en uitvoerbaar is. Nu t.o.v. de plannen die door de bestuursrechter zijn vernietigd de gemeenteraad geen verdere uitwerking van deze nota en haar uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid heeft opgenomen in het onderhavige bestemmingsplan is deze uitspraak onverkort van toepassing. Het verbod van het gebruik als tweede woning komt daarnaast neer op een inbreuk op het eigendomsrecht en in de persoonlijke levenssfeer (Art. 1 EP EVRM) die niet wordt gerechtvaardigd door de toelichting van dit ontwerp herstelplan. e. Daarnaast is het verbod van gebruik van de recreatiewoningen in strijd met een goede ruimtelijke ordening, althans is door de gemeenteraad niet deugdelijk onderbouwd waarom deze inbreuk er niet zou zijn. Het is reclamant onduidelijk waarom langdurige of permanente bewoning extra druk geeft op de natuurwaarden, deze redenering gaat in haar geval niet op.
Het is reclamant ook niet duidelijk wat de raad bedoeld met een gebrek aan voorzieningen voor permanente bewoning en hoe dit zogenaamde gebrek zou kunnen bijdragen aan de onderbouwing van de eis van bedrijfsmatige exploitatie. Reclamant ziet ook niet in hoe het loslaten van de eis van bedrijfsmatige exploitatie zou betekenen dat de woningen aan de markt worden onttrokken. De feitelijke situatie was niet in overeenstemming met het vorige plan en is dat nu ook niet met het ontwerp herstelplan. Onbegrijpelijk is volgens reclamant ook hoe de gemeenteraad de handhaving van de verhuurplicht en het verbod op het gebruik als tweede woning voor zich ziet nu zij t.o.v. het vernietigde herstelplan geen nadere toelichting hierover heeft gegeven. f. Voor zover er wel een aanduiding ‘tweede woning’ is toegewezen aan de recreatiewoningen van de leden van reclamant is de uitsterfregeling die daarbij hoort in strijd met de ruimtelijke ordening en de rechtszekerheid, althans is door de gemeenteraad onvoldoende onderbouwd waarom zij dat niet zou zijn en/of waarom het huidige gebruik ongewenst is. Onduidelijk is hoe een park, geheel bestemd voor recreatieve verhuur, in ruimtelijke zin (meer) bijdraagt aan de omgeving. g. Er is volgens reclamant geen sprake van een deugdelijke belangenafweging.
Daarnaast is bij het categoriseren van de recreatiewoningen gebruik gemaakt van een peildatum en peiloppervlakte en voorbijgegaan aan de feitelijke en concrete omstandigheden waardoor een inconsequente categorisering is ontstaan. Ook is de leden van reclamant niet de mogelijkheid geboden relevante feiten en omstandigheden naar voren te brengen die relevant kunnen zijn voor de belangenafweging. h. De ernstige beperking van het gebruiksrecht op de recreatiewoningen zal ook planschade tot gevolg hebben nu een kleinere groep kopers zich zal melden met een lager bedrag. Ook het park zal teloorgaan door de eis van bedrijfsmatige exploitatie reclamant onderbouwd dit standpunt met enkele voorbeelden van (langdurige) bedrijfsmatige exploitatie in het verleden. Nu bedrijfsmatige exploitatie in grote mate neer zal komen op meer langdurige verhuur zal ook het recreatieftoeristische doel van het plan niet bereikt kunnen worden.
52 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
i.
j.
Concluderend meent reclamant dat het ontwerp Herstelplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het rechtszekerheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginstel, het motiveringsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Bovendien is de instandhouding van het verbod op gebruik van de recreatiewoningen als tweede woning in strijd met het eigendomsrecht als bedoeld in artikel 1 EP EVRM en dat het ontwerp Herstelplan daarom geen stand kan houden. Reclamant verzoekt, m.u.v. de vier woningen waarvoor nu een woonbestemming geldt, de gemeenteraad alle recreatiewoningen op het park van reclamant te voorzien van de aanduiding tweede woning en de uitsterfregeling af te schaffen.
Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 uit deze zienswijzennota. Uit enkele door andere reclamanten ingevulde enquêtes of ingediende zienswijzen blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. De recreatiewoning komt in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Voor andere recreatiewoningen bestaat geen aanleiding, omdat niet is aangetoond dat er redenen zijn om in aanmerking te komen voor de genoemde aanduiding. Conclusie - De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. - Een aantal recreatiewoningen op recreatiepark het Hertenkamp krijgen de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. 6.1.4. Zienswijze van [reclamant], d.d. 11 februari 2021, aangevuld op 23 februari 2021 (ingekomen op 24 februari 2021) Samenvatting zienswijze a. Reclamanten kunnen zich niet vinden in het feit dat hun recreatiewoning geen aanduiding tweede woning heeft gekregen. Zij voeren twee gronden aan waarop zij baseren dat zij wel binnen de regeling zouden moeten vallen die is opgesteld na de uitspraak van de Raad van State over De Eper Sprengen en De Vliegden. 1. De recreatiewoning wordt sinds vóór de peildatum onafgebroken gebruikt als tweede woning door de drie eigenaren die de woning in bezit hebben gehad.
Ter onderbouwing van dit standpunt zijn producties meegestuurd waarin de huidige en één van de voormalige eigenaren stellen de recreatiewoning onafgebroken als tweede woning te hebben gebruikt en nooit bedrijfsmatig te hebben verhuurd. 2. Nu de eis van bedrijfsmatige verhuur een grote inbreuk op het eigendomsrecht van reclamanten behelst is het aan de gemeente te aannemelijk te maken dat de recreatiewoning meer dan één jaar bedrijfsmatig is verhuurd. b. Subsidiair stellen reclamanten dat voor het park Remboe Village een andere peildatum behoort te gelden. Hier was namelijk het bestemmingsplan ‘Wissel’ van toepassing tot 2011. Het gebruik van de recreatiewoning als tweede woning was onder dit bestemmingsplan legaal en bij hantering van deze peildatum staat zonder meer vast dat de woning nummer bedrijfsmatig verhuurd is. c. Reclamanten verzoeken dat hun recreatiewoning de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’ krijgt. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.2.1.1. Uit de door reclamant ingevulde enquête blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. De recreatiewoning komt in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
De recreatiewoning van reclamant krijgt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’.
53 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
6.1.5. Zienswijze van [reclamant], d.d. 19 februari 2021 (ingekomen op 22 februari 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de inhoud van zienswijze 4. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 van deze zienswijzennota. Uit de door reclamant ingevulde enquête blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. De recreatiewoning komt in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De recreatiewoning van reclamant krijgt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. 6.1.6. Zienswijze van [reclamant], d.d. 8 maart 2021 (ingekomen op 12 maart 2021) Samenvatting zienswijze Reclamant geeft aan van een medewerker van de gemeente te hebben vernomen dat de eis van bedrijfsmatige exploitatie niet discriminerend zal gaan gelden voor alle recreatie eenheden buiten de specifiek benoemde gevallen. In het oude bestemmingsplan Wissel en Schaveren uit 2010 wordt de eis van bedrijfsmatige exploitatie nog gespecifieerd naar recreatieobjecten met een oppervlakte boven de 55 m 2.
De maximale oppervlakte van de chalets op Remboe Village is 50 m 2 en naar de mening van reclamant voldoen deze chalets derhalve niet aan deze regel en dienen vrijgesteld te worden. Daarnaast bestaan op het park verschillende recreatieve objecten die niet in aanmerking komen voor verhuur, ofwel vanwege gedateerdheid ofwel vanwege het feit dat ze niet ‘winterhard’ zijn en daarmee o.a. geen watervoorziening hebben. Reclamant verzoekt het park Remboe Village vrij te stellen van de eis van verplichte verhuur. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 van deze zienswijzennota. Uit enkele door andere reclamanten ingevulde enquêtes blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. De recreatiewoning komt in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Voor andere recreatiewoningen bestaat geen aanleiding, omdat niet is aangetoond dat er redenen zijn om in aanmerking te komen voor de genoemde aanduiding. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Een aantal recreatiewoningen op recreatiepark Remboe krijgen de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’.
54 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
6.1.7. Zienswijze van [reclamant], 8 maart 2021 (aanvulling 20 maart 2021), (ingekomen op 09 maart 2021) (aanvulling 20 maart 2021) Samenvatting zienswijze a. Reclamanten maken bezwaar tegen het niet opnemen van de aanduiding ‘recreatie – tweede woning’ in het geval van hun recreatiewoning. Zij stellen dat er sprake is van willekeur en een ongelijke behandeling. Dit omdat vergelijkbare gevallen op de parken De Vliegden en de Eper Sprengen deze aanduiding wel hebben gekregen zonder toepassing van een peildatum (’06). Deze peildatum kan ook niet worden herleid naar de uitspraak van de RvS uit ’18. Daarnaast is nooit sprake geweest van enige communicatie of handhaving vanuit de gemeente en is het park (de Hertenkamp) nooit (als geheel) bedrijfsmatig geëxploiteerd. b. Het wijzigen van de omschrijving van bedrijfsmatige exploitatie: De wijziging van dit begrip in het herstelplan komt erop neer dat het begrip volledig anders wordt ingevuld dat in andere wet- en regelgeving en dan de bedoeling was in het oorspronkelijke bestemmingsplan. Reclamanten geven aan dat de RvS heeft bepaald dat bedrijfsmatige exploitatie op parken als de Vliegden en de Eper Sprengen niet mogelijk is en de Hertenkamp niet verschilt van deze parken.
Daarnaast voeren zij aan dat het niet aan enige overheid is dwang uit te oefenen op een natuurlijk persoon om zijn/haar eigendom bedrijfsmatig te exploiteren met alle daaraan verbonden risico’s c. De verplichting zoals hij er nu ligt: Er is volgens reclamanten sprake van een ‘extreme ingreep’ die voorbijgaat aan de individuele belangen die op basis van rechtspraak van de RvS (beter) hadden moeten worden afgewogen. d. De uitsterfconstructie: Zelfs als de recreatiewoning van reclamanten de aanduiding tweede woning krijgt verdwijnt deze bij verkoop. De extra verplichting die dan op de woning zal gaan rusten heeft waardevermindering tot gevolg. e. Bij aankoop van de recreatiewoning bestond voor reclamanten geen enkele aanleiding om te verwachten dat hen ooit een verhuurverplichting zou worden opgelegd. Op basis hiervan en mede op basis van de uitspraak van de RvS aangaande o.m. Rabbit Hill, de Vliegden en uitspraken gedaan door de gemeente dat het park de Hertenkamp gelijk behandeld zou worden en er geen sprake zou zijn van enige handhaving mochten reclamanten erop vertrouwen dat zij het gebruik als tweede woning zouden morgen voortzetten. f. Als aanvulling op punt b.
voeren reclamanten nog aan dat het opnemen van individuele verhuur en verhuur via derden aan de begripsomschrijving bedrijfsmatige exploitatie het wezenlijke van het ‘bedrijfsmatige’ wegneemt en feitelijk neerkomt op een bestemmingswijziging. Eentje die, mocht de rechter er al in mee gaan, niet had kunnen worden voorzien door de eigenaren. g. Reclamanten voeren verder nog aan dat de huidige regeling niet proportioneel en subsidiair is. Niet is gekeken naar de mogelijkheid nieuwe bungalowparken te creëren (evt. op grond van stoppende agrariërs) of het aantrekkelijker maken voor eigenaren om tot verhuur van eigendom over te gaan. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 uit deze zienswijzennota. Uit de door reclamant ingevulde enquête blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. De recreatiewoning komt in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De recreatiewoning van reclamant krijgt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. De toelichting op het Herstelplan 2020 wordt verduidelijkt in die zin dat duidelijk wordt dat geen uitsterfregeling is gekoppeld aan de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’.
55 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020
6.1.8. Zienswijze van [reclamant], d.d. 2 februari 2021 (ingekomen op 4 februari 2021) Samenvatting zienswijze Reclamanten zijn verbaasd over het feit dat hun buren wel de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’ hebben gekregen en zij niet. Het huisje is gekocht van iemand die het sinds 2007 al gebruikte als tweede woning. Reclamanten zijn niet voornemens de recreatiewoning, die is ingericht met veel persoonlijke spullen te gaan verhuren. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 2.5 uit deze zienswijzennota. Uit de door reclamant ingevulde enquête blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. De recreatiewoning komt in aanmerking voor de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De recreatiewoning van reclamant krijgt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’. 6.1.9. Zienswijze van [reclamant], d.d. 3 februari 2021 (ingekomen op 5 februari 2021) Samenvatting zienswijze Reclamanten verzoeken hun huisnummer (2) op het park Remboe Village te voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tweede woning’.