CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

359917 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied Herstelplan 2020 ANONIEM

Commissie Omgeving en Financiën 25 november 2021, gemeente EpeBij agendapunt: Herstelplan Buitengebied Epe49.469 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

i)

De situatie is nu zo, dat voor het legaliseren van oude paardenbakken kortgezegd voldoende afstand tot andere bebouwing moet zijn en de paardenbak moet in een bouwvlak liggen stelt reclamant. j) Volgens reclamant kan een bestaande paardenbak positief bestemd worden en volgens reclamant is niet gebleken van een poging voor eens en voor altijd duidelijkheid te creëren voor bestaande paardenbakken. Deze gang van zaken is volgens reclamant in strijd met een goede ruimtelijke ordening. k) Reclamant stelt dat een goede ruimtelijke ordening met zich mee brengt dat burgers mogen vertrouwen op een consequent handelende overheid. Die continuïteit is nu niet gewaarborgd omdat de bouw van een paardenbak afhankelijk is van de wil van het college. l) Reclamant stelt ter conclusie dat: het ontwerpplan niet met de benodigde zorgvuldigheid tot stand gekomen is, het bestemmingsplan onvoldoende rekenschap geeft van de taken die het college zichzelf heeft opgelegd en dat het ontwerp strijdig is met de regels van een goede ruimtelijke ordening en rechtsonzekerheid in de hand werkt. m) Daarom verzoekt reclamant: af te zien van het herstelplan voor zover het spuitvrije zones betreft, af te zien van het plan voor zover het de aanscherping van de vergunningplicht voor het telen van bomen, struiken en heesters betreft.

n) De paardenbak op het perceel: Epe en Oene sectie T 4128 positief te bestemmen en roep de gemeente op in het plan een regeling op te nemen die het paardenbakkenbeleid vervangt. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze voor de onderdelen a en b komt overeen met de overwegingen in paragraaf 3.2. en voor de onderdelen c tot en met n met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft deels aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. In paragraaf 3.3. is voor de onderdelen a en b de wijziging weergegeven en in paragraaf 4.3 is voor de onderdelen c tot en met n. 3.4.19. Zienswijze van [reclamant], d.d. 5-03-2021 (ingekomen op 08-03-2021) Samenvatting zienswijze a) Reclamant heeft een gemengd bedrijf met melkveehouderij en vleesvarkens. Daarbij bewerkt hij 60 hectare land. Dit land wordt grotendeels gebruikt om op te weiden en als voederwinning. Voorliggend plan bedreigt reclamant in de uitvoerbaarheid en toekomst van zijn bedrijf. b) Reclamant sluit zich inhoudelijk aan bij de weergave van de hoofdlijn van ingediende zienswijzen zoals opgenomen in paragraaf 3.1. Reclamant heeft deze in de zienswijze toegevoegd. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 3.2. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. In paragraaf 3.3.

is de wijziging weergegeven. 3.4.20. Zienswijze van [reclamant], d.d. 5-03-2021 (ingekomen op 08-03-2021) Samenvatting zienswijze a) Reclamant is jong veehouder en geeft aan een mondelinge verdere uitleg te willen geven, het liefste op locatie op de landerijen tussen de woningen. b) Reclamant heeft een gezinsbedrijf op melkveegebied die grondgebonden is. Er is in een normaal groeiseizoen voldoende ruwvoer en de mest mag alleen op eigen grond geplaats worden. Reclamant laat koeien in het seizoen zo veel mogelijk grazen. Voor de gezondheid van de dieren is het van belang dat het gras van goede kwaliteit is. Er zijn onkruiden die schadelijk zijn voor de dieren en die moeten worden verwijderd. Dit doet reclamant zoveel mogelijk handmatig maar soms ontkomt hij er niet aan ene keer te moeten bestrijden om daarmee het gewas (gras) te beschermen. Reclamant geeft aan dat hij denkt dit 1 keer per 4/5 jaar te doen. De percelen die reclamant gebruikt liggen overal naast en tussen woonhuizen. Indien de spuitvrijezone van 50 meter geldt kan reclamant ophouden met bestaan en dat gaat ten koste van diergezondheid.

19 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

c) Een andere teelt is maisteelt. Afhankelijk van het weer en de onkruid druk is het nodig om een onkruidbestrijding toe te passen. Ploegen is ook een optie. Wel ploegen heeft als voordeel dat je zonder onkruid start en dus een grote kans van opkomsten van je nieuwe gewas hebt. Echter ben je dan nooit 100% vrij van onkruid, want dat komt zo weer. Reclamant geeft aan dat als het gewas eenmaal is gegroeid de bodem is bedekt het zonlicht weg is en dit stopt de nieuwe aanwas van onkruid. Indien de spuitvrije zone wordt toegepast op de situatie zoals door reclamant geschetst kan hij geen gezonde mais meer telen. d) Reclamant geeft aan sinds een heel aantal jaren bezig te zijn om te kringloop meer gesloten te krijgen. Hij zou graag meer granen en andere akkerbouw gewassen telen. Dit gaat echter niet lukken indien deze granen niet beschermd mogen worden. De voorgestelde regel van 50 meter spuitvrije zone is misschien goed bedoelt, maar schiet als de regel niet beter gedefinieerd wordt haar doel volledig voorbij. e) Reclamant geeft aan dat hem telefonisch is verteld dat de regel met name voortkomt uit een bepaalde teelt/kwekerij. Reclamant geeft als tip het specifiek omschrijven wat het doel is zodat niet elke landbouwer de dupe wordt van een bepaalde teelt. f) Reclamant geeft nogmaals aan graag in gesprek te gaan.

Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 3.2. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. In paragraaf 3.3. is de wijziging weergegeven. 3.4.21. Zienswijze van [reclamant], d.d. onbekend (ingekomen op onbekend) Samenvatting zienswijze a) Reclamant heeft een melkveehouderij met 30 hectare gras- en maïsland. Voorliggend plan bedreigt reclamant in de uitvoerbaarheid en toekomst van zijn bedrijf. De gebruiksbeperkingen leveren daarnaast een forse daling van de grondprijs op en leiden zo tot financiële benadeling. b) Reclamant sluit zich inhoudelijk aan bij de weergave van de hoofdlijn van ingediende zienswijzen zoals opgenomen in paragraaf 3.1 Reclamant heeft deze in de zienswijze toegevoegd. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 3.2. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. In paragraaf 3.3. is de wijziging weergegeven. 3.4.22. Zienswijze van [reclamant], d.d. onbekend (ingekomen 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze a) Reclamant heeft een agrarisch bedrijf op twee locaties. Hier worden voornamelijk leghennen gehouden voor de productie van eieren die voldoen aan de labels: IKB, KAT, BLK en VLOG.

Daarnaast zijn er neventakken akkerbouw en graslandbeheer waarbij een gedeelte agrarisch natuurbeheer. Reclamant geeft aan dat meerdere kinderen verder willen met het bedrijf in de toekomst. Voorliggend plan bedreigt reclamant in de uitvoerbaarheid en toekomst van zijn bedrijf. De gebruiksbeperkingen leveren daarnaast een forse daling van de grondprijs op en leiden zo tot financiële benadeling. b) Reclamant sluit zich inhoudelijk aan bij de weergave van de hoofdlijn van ingediende zienswijzen zoals opgenomen in paragraaf 3.1. Reclamant heeft deze in de zienswijze toegevoegd. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 3.2. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. In paragraaf 3.3. is de wijziging weergegeven.

20 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

3.4.23. Zienswijze van [reclamant], d.d. 10 maart 2021 (ingekomen op onbekend) Samenvatting zienswijze a) Huis- en leefgebied van reclamant grenst pal aan een agrarisch land dat in het groeiseizoen regelmatig wordt bespoten met gewasbestrijdingsmiddelen. Reclamant heeft eerder geïnformeerd naar een spuitvrije zone rondom zijn woning en erf. Dit in verband met de kinderen en moestuin met diverse fruitbomen. Reclamant is verheugd met het voornemen van de gemeente om een spuitvrijezone van 50 meter in te stellen en vast te leggen in het herstelplan. Reclamant geeft aan dit een goede afstand te vinden en adviseert om dit niet (bij bezwaren) te verminderen. b) Reclamant is bereid zijn zienswijze op dit plan toe te lichten mochten er alleen maar geluiden zijn die tegen dit voorstel zijn. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze die pleiten voor het niet vaststellen van de spuitvrije zone komt overeen met de overwegingen in paragraaf 3.2. Die zijn ook op deze zienswijze van toepassing, ook al wordt gevraagd de spuitvrije zone wel vast te stellen. De actuele inzichten inzake het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen geven aan dat het onzorgvuldig zou zijn wel een algemene regeling vast te stellen zonder specifiek overleg, onderzoek en een evenwichtige afweging van belangen. Conclusie De zienswijze zelf geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

In paragraaf 3.3. is naar aanleiding van zienswijzen die pleiten voor het niet vaststellen van de spuitvrije zone, de wijziging weergegeven. 3.4.24. Zienswijze van [reclamant], d.d. onbekend (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze a. Reclamant verbouwt 2,5 hectare mais. Voorliggend plan bedreigt reclamant in de uitvoerbaarheid en toekomst van zijn bedrijf. De gebruiksbeperkingen leveren daarnaast een forse daling van de grondprijs op en leiden zo tot financiële benadeling. b. Reclamant sluit zich inhoudelijk aan bij de weergave van de hoofdlijn van ingediende zienswijzen zoals opgenomen in paragraaf 3.1. Reclamant heeft deze in de zienswijze toegevoegd. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 3.2. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. In paragraaf 3.3. is de wijziging weergegeven. 3.4.25. Zienswijze van [reclamant], d.d. 8 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze d) Reclamant heeft een bedrijf met meerdere percelen maisland in Oene. Voorliggend plan bedreigt reclamant in de uitvoerbaarheid en toekomst van haar bedrijf. De gebruiksbeperkingen leveren daarnaast forse daling van de grondprijs op en leiden zo tot financiële benadeling.

e) Reclamant sluit zich inhoudelijk aan bij de weergave van de hoofdlijn van ingediende zienswijzen zoals opgenomen in paragraaf 3.1. Reclamant heeft deze in de zienswijze toegevoegd. f) Reclamant vraagt de gemeente Epe dringend af te zien van dit herstelplan voor zover het spuitvrije zones en vergunningplicht betreft en spoedig in overleg te treden met de sector. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 3.2. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. In paragraaf 3.3. is de wijziging weergegeven.

21 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

3.4.26. Zienswijze van Cumela Nederland, d.d 8 maart 2021, (ingekomen op 11 maart 2021) Samenvatting zienswijze a) Reclamant geeft aan dat door het vaststellen van een spuitvrije zone delen van agrarische gronden niet meer bruikbaar zijn voor de teelt van gewassen. Op de betreffende gronden binnen deze zone komen de werkzaamheden ten aanzien van het zaaien, beschermen, onderhouden en oogsten te vervallen. Dit heeft directe gevolgen voor de loonwerkbedrijven die door agrarische bedrijven en andere grondeigenaren worden ingezet om de genoemde activiteiten uit te voeren. b) Eén van de kerntaken van Cumela Nederland is het behartigen van de belangen van de bedrijven in deze sector in de breedste zin van het woord. Een groot deel van de aangesloten leden voeren werkzaamheden uit gericht op het zaaien, onderhoud en bescherming van het gewas en de oogst van gewassen. Door het vaststellen van een spuitvrije zone worden deze werkzaamheden beperkt. Deze zienswijze wordt ingediend namens de leden van Cumela die in de gemeente Epe zijn gevestigd dan wel daar werkzaam zijn. c) In het ontwerpbestemmingplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020 is de spuitvrije zone als ambtshalve wijziging opgenomen. Uit de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat met het opnemen van de spuitzone een regeling wordt toegepast voor gelijkwaardige situaties.

Een uitgebreide toelichting is vervolgens opgenomen in bijlage 2, onderdeel 1 van de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan. Deze toelichting is als bijlage bij deze zienswijze gevoegd. d) Reclamant heeft een kader opgenomen in de zienswijze met de volgende tekst: Er is in het Herstelplan 2018 een spuitzone opgenomen. Is het nodig om meer gronden aan te duiden als 'spuitvrije zone'? Het OVU heeft een onderzoekrapport met advies opgesteld. Het advies is om te regelen dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen geen onaanvaardbare invloed heeft op het woon- en leefklimaat van omwonenden. Hieruit blijkt niet dat het vastleggen van de spuitvrije zone volgt uit een specifieke beleidsafweging van gemeente Epe. In bijlage 2 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt verwezen naar een onderzoeksrapport van de Omgevingsdienst Veluwe Ussel. Dit betreffende onderzoeksrapport is niet als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd. Op basis van de beschikbare informatie kan niet worden achterhaald welke belangen zijn betrokken en welke afweging is gemaakt bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan. Hierdoor is niet duidelijk dat is voldaan aan een zorgvuldige belangenafweging conform artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht.

e) Gemeente Epe heeft de spuitvrije zone in het Bestemmingsplan Buitengebied, Herstelplan 2018 op een locatie toegewezen. Dit betreft een locatie waar een bomenkwekerij aanwezig is. De naastgelegen woning van derden is op circa 20 meter tot deze gronden gelegen waarbij niet is gebleken dat tussen deze gronden en het woonperceel een haag of andere afscherming ligt. Uit jurisprudentie blijkt dat het vaststellen van een spuitvrije zone van 50 meter zich specifiek richt op een situatie waarbij sprake is van een bomenkwekerij en/of de teelt van fruit in de openlucht. Hierbij geldt dat de afstand van 50 meter een vuistregel betreft en geen vaststaande eis die wordt voorgeschreven. De agrarische gronden in het gebied waar het ontwerpbestemmingsplan betrekking op heeft zijn voornamelijk in gebruik als grasland of voor akkerbouw en ruwvoergewassen. Bij het telen van deze gewassen ontstaat minder drift doordat de spuitboom dichter bij de grond is geplaatst en sprake is van een neerwaarts gerichte spuitrichting. Tevens is het vanuit rijksregels verplicht om gebruik te maken van driftreducerende spuitdoppen. Voor deze afweging die in 2018 in het bestemmingsplan is opgenomen is een locatiespecifieke afweging gemaakt. Voor de aangewezen agrarische gronden in het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2020 is dit niet het geval.

Hierdoor is niet duidelijk of in de huidige situatie geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De aanwezigheid van natuurlijke of aangebrachte buffers perken de drift van gewasbeschermingsmiddelen in. De minimale afstand wordt hierdoor verkleind. Het opnemen van de regeling voor de spuitvrije zone heeft een grote impact voor de leden van reclamant die werkzaam zijn op de aangewezen agrarische gronden in het ontwerpbestemmingsplan. De agrarische gronden binnen het plangebied zijn niet gelijk te trekken met de agrarische gronden waarvoor de spuitvrije zone in het Herstelplan 2018 is vastgesteld. f) Daarnaast geeft reclamant aan dat uit jurisprudentie (verwijzend naar ABRvS, 12 november 2014, 201306395/3/R2 dat wanneer sprake is van een bestaande situatie, waarbij niet is gebleken dat eventuele nadelige gevolgen hiervan vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening zo groot zijn dat deze in redelijkheid niet langer aanvaardbaar kunnen worden geacht. Nu door gemeente Epe niet inzichtelijk is gemaakt dat naar aanleiding van de bestaande situatie geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat, bestaat er geen aanleiding om een spuitvrijezone in te stellen.

22 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

g) Ook geeft reclamant aan dat het bestaande gebruik van grond onder het standaard overgangsrecht ingevolge artikel 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening valt. Reclamant heeft dit overgangsrecht opgenomen in de zienswijze. Doordat de agrarische gronden in het bestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2020 geruime tijd worden gebruik voor de teelt van gewassen, waarbij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen onderdeel van het gebruik is, is er sprake van een bestaande situatie waarop het overgangsrecht van het Besluit ruimtelijke ordening van toepassing is. h) Sinds 1 januari 2018 zijn aanvullende voorwaarden ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen opgenomen in het Activiteitenbesluit. Zo moeten bedrijven met een open teelt bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen een spuittechniek toepassen die de drift van deze gewasbeschermingsmiddelen met ten minste 75 procent vermindert. Deze verplichting geldt voor het hele perceel, ongeacht de aanwezigheid van een sloot of de afstand tot een sloot. Bij toepassing van een driftreductie van 90% in plaats van de minimaal voorgeschreven 75% procent, is het mogelijk om in een aantal gevallen de teeltvrije zone te verkleinen. Daarnaast is in het Activiteitenbesluit Been opsomming van specifieke spuittechnieken opgenomen, maar is een doelvoorschrift voor driftreductie opgenomen.

In het besluit is opgenomen dat een spuittechniek gebruikt moet worden die de drift met ten minste 75% of 90% reduceert, ten opzichte van een vastgestelde referentietechniek. Omdat voor hoge laanbomen nog geen technieken beschikbaar waren die de drift voldoende reduceren is voor deze teelt een overgangstermijn tot 2021 opgenomen. Sinds 1 januari 2021 moeten ook voor (fruit)boomkwekerijen driftarme spuittechnieken worden toegepast. i) Naast de eisen uit het Activiteitenbesluit kunnen product specifieke eisen bij het gebruik van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen van toepassing zijn. Voor bepaalde middelen moeten grotere afstanden tot gevoelige objecten worden gehanteerd. j) Deze beoordeling wordt uitgevoerd door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) bij de toelating van gewasbeschermingsmiddelen op Nederlandse gronden en zijn vastgelegd in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Vanuit deze landelijke eisen wordt het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen rondom gevoelige objecten reeds beperkt. Nu niet duidelijk is gemaakt dat sprake is van een onaanvaardbaar woon- of leefklimaat bestaat geen aanleiding om nadere eisen te stellen aan een spuitvrije zone om gevoelige objecten.

k) Uit het bovenstaande blijkt dat de belangenafweging voor het opleggen van een spuitvrije zone van 50 meter rondom gevoelige objecten onvoldoende is gemotiveerd. Tevens is voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen op agrarische gronden sprake van een bestaande situatie ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening en volgen uit landelijke regels voorschriften om onaanvaardbare hinder te voorkomen. Reclamant verzoekt de gemeenteraad Epe om het opnemen van een spuitvrije zone van 50 meter om gevoelige objecten uit het bestemmingsplan Buitengebied Epe, Herstelplan 2020 te verwijderen. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 3.2. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. In paragraaf 3.3. is de wijziging weergegeven.

23 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

4. Reactie individuele zienswijzen paardenbakken 4.1 Hoofdlijn van de ingediende zienswijzen a) De toelichting behorende bij het reparatieplan is onvolledig, er wordt meer gewijzigd dan er wordt toegelicht. b) De verwijzing naar het paardenbakkenbeleid in het bestemmingsplan is niet terecht. Reclamant voert aan dat het bestemmingsplan juist meer rechtszekerheid moet bieden dan beleidsregels dat doen. c) Om deze, en andere reden(en) wil reclamant graag zien dat zijn paardenbak/paddock/longeerinriching/schuilstal/stal wordt opgenomen in het bestemmingsplan. d) Daarnaast merkt reclamant op dat er algemene afwijkingsregels in het plan zijn opgenomen voor paardenbakken maar niet voor paddocks, dit ziet hij graag anders. e) Liever wordt gezien dat de verbeelding (plankaart) van het concept bestemmingsplan wordt samengevoegd met de plankaart zoals die is vastgesteld voor het bestemmingsplan buitengebied, dit om een onbegrijpelijke lappendeken aan plankaarten te voorkomen. f) Het leidt te veel tot onzekerheid als het college - dat vaak van samenstelling wisselt - het bevoegde orgaan is om te beslissen over het al dan niet toestaan van een paardenbak. Reclamant concludeert op basis van de bovenstaande punten dat het bestemmingsplan onvoldoende gemotiveerd is, onzorgvuldig tot stand is gekomen en in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.

In zienswijzen wordt kort samengevat, gevreesd dat het Herstelplan 2020 tot effect heeft dat paardenbakken en paddocks binnenkort moeten worden verwijderd. Tevens wordt verondersteld dat deze objecten voor de tweede keer onder het overgangsrecht worden geplaatst en dit wordt als niet aanvaardbaar aangemerkt op basis van jurisprudentie.

4.2 Overwegingen Zoals aangegeven in 1.3. van deze zienswijzennota is het Herstelplan 2020 opgesteld met het oogmerk het geldende bestemmingsplan Buitengebied Epe op enkele, concrete onderdelen te herzien. Er is dus géén sprake van een algehele herziening van het bestemmingsplan Buitengebied Epe. Het bestemmingsplan betreft uitsluitend de percelen die zijn opgenomen op de verbeelding (zie afbeelding 1 in paragraaf 1.3.). Binnen het plangebied van het Herstelplan 2020 komen slechts enkele paardenbakken of paddocks voor. Het overgrote deel van de reclamanten die een zienswijze hebben ingediend over dit onderwerp valt niet binnen het plangebied van het Herstelplan 2020. Voor hen wijzigt er dus niets. Het thans vigerende bestemmingsplan (bestemmingsplan Buitengebied Epe) blijft onverminderd van kracht. In het verlengde daarvan is er ook geen sprake van dat de paardenbakken dan wel paddocks voor de tweede keer onder het overgangsrecht worden geplaatst. Voor drie reclamanten geldt dat de paardenbak dan wel paddock wél binnen het plangebied valt. Echter, omdat er in het Herstelplan 2020 géén wijzigingen zijn opgenomen ten aanzien van paardenbakken, geldt ook voor deze reclamanten dat de situatie niet wijzigt.

4.3 Conclusie Op basis van het voorgaande worden de zienswijzen als ongegrond verklaard. Het Herstelplan 2020 hoeft niet te worden aangepast.

4.4 Individuele zienswijzen 4.4.1. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen 9 maart) Samenvatting zienswijze a) De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. b) Verzocht wordt de paardenbak/paddock/longeerinrichting/schuilstal/stal van reclamant positief te bestemmen, in het bestemmingsplan een regeling op te nemen die het paardenbakkenbeleid vervangt, de plankaart van het ontwerpplan gelijk te trekken met het bestemmingsplan

24 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

Buitengebied en het college op te dragen haar toelichting aan te vullen. Subsidiair verzoekt reclamant tot legalisering van zijn paardenbak/paddock/longeerinrichting/schuilstal/stal. Reactie gemeente a) De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. b) Aangezien de aanvulling in de zienswijze ook op hetzelfde onderwerp betrekking heeft, wordt verwezen naar de overwegingen in paragraaf 4.3. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.2. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen 09 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.3. Zienswijze van [reclamant], d.d. onbekend (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.4. Zienswijze van [reclamant], d.d.

9 maart 2021 (ingekomen 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.5. Zienswijze van [reclamant], d.d. 10 maart 2021 (ingekomen per mail 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.6. Zienswijze van [reclamant], d.d. onbekend (ingediend per mail 24 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1.

25 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.7. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart (binnengekomen 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.8. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.9. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.10.

Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.11. Zienswijze van [reclamant], d.d. 3 maart (ingekomen op 3 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

26 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

4.4.12. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.13. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.14. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.15. Zienswijze van [reclamant], d.d. 09 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze Reclamant geeft aan dat in het herstelplan geen wijzigingen opgenomen zijn ten aanzien van paardenbakken.

Reclamant geeft aan dat als dit betekent dat de paardrijbak van reclamant moet worden verwijderd dit het einde betekent van zowel dagelijkse recreatieve als ook professionele activiteiten op het gebied van paardrijden, trainingen, opleidingen ect. Reclamant geeft tevens aan dat de paardrijbak van reclamant gebouwd is in 2004 en met toestemming van de gemeente. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.16. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

27 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

4.4.17. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.18. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.19. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.20. Zienswijze van [reclamant], d.d.

9 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze Reclamant zegt verrast te zijn door een publicatie in de Stentor waarin melding wordt gemaakt van een herstelplan waarin het paardenbakkenbeleid wordt gewijzigd. Bij de woning van reclamant is een in 2005 gebouwde paardenrijbak aanwezig. Reclamant geeft aan bezwaar te hebben tegen de herziening van het paardenbakkenbeleid zonder enig overleg met reclamant of andere betrokkenen. Reclamant geeft laatstens aan de zienswijze gaarne toe te lichten. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.21. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

28 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

4.4.22. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.23. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.24. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.25. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1.

Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.26. Zienswijze van [reclamant], d.d. 5 maart 2021 (ingekomen op 5 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.27. Zienswijze van [reclamant], d.d. 8 maart 2021 (ingekomen op 8 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1.

29 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.28. Zienswijze van [reclamant], d.d. 28 februari 2021 (ingekomen op 28 februari 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.29. Zienswijze van [reclamant], d.d. 28 februari 2021 (ingekomen op 28 februari 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.30. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze Reclamante heeft vernomen van de buren dat er met het herstelplan iets verandert aan het paardenbakkenbeleid in de gemeente. Hoewel ze heeft gelezen op de website dat dit niet zo is wil ze voor de zekerheid toch een zienswijze indienen.

Reclamante heeft al 50 jaar een paardenbak bij haar woning en wil niet in haar bestaande rechten aangetast worden. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.31. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze a) Reclamant maakt bezwaar tegen eventuele beperkingen in de voortgang en in de ontwikkeling van het bedrijf van reclamant alsmede tegen eventuele gevolgen voor het welzijn van de paarden van reclamant. b) Reclamant is voornemens nog enkele plekken in te richten waar de paarden in de buitenlucht kunnen verblijven. Daarnaast wil reclamant de mogelijkheden om veilig in de buitenlucht te kunnen trainen met de paarden behouden. Ten slotte wil reclamant de mogelijkheid behouden een goede grasmat in stand te houden ten behoeve van de bestrijden van bijvoorbeeld Jakobskruid. Reactie gemeente a) De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. b) Aangezien de aanvulling in de zienswijze ook op hetzelfde onderwerp betrekking heeft, wordt verwezen naar de overwegingen in paragraaf 4.1. Uit het verzoek blijkt niet dat de beoogde

30 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

activiteiten wel of niet binnen het bestemmingsplan passen. Daarvoor is de het verzoek onvoldoende concreet. Voorgesteld wordt dat de initiatiefnemer hierover separaat navraag doet bij de gemeente. Raadpleging aan de vigerende regeling uit het bestemmingsplan Buitengebied Epe is ook een optie. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.32. Zienswijze van [reclamant], d.d. 25 februari 2021 (ingekomen op 25 februari 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.33. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021 en 25 maart 2021) Samenvatting zienswijze a) De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Aanvullend is de volgende zienswijze naar voren gebracht. b) Reclamant vraagt aandacht voor het feit dat het ingetekende bouwblok inzake het perceel Papenstraat 25 te Epe niet overeenkomstig de feitelijk aanwezige bebouwing is. Het woonhuis dat vergund is in 2005 (woonhuis) en 2010 (uitbreiding noordzijde woonhuis) staat niet binnen het door de gemeente aangegeven bouwblok.

Reclamant verzoekt de gemeente het bouwvlak ambtshalve te wijzigen. Reactie gemeente a) De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. b) Uit vergelijking van de verbeelding en de luchtfoto blijkt dat het bestemmingsvlak niet overeenkomt met de actuele en vergunde situatie. Het is wenselijk dat dit wel het geval is, mede gelet op de verleende omgevingsvergunning. Het bouwvlak voor Papenstraat 25 wordt aangepast. Conclusie De zienswijze geeft deels aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Het bouwvlak voor Papenstraat 25 wordt aangepast zodat de bestaande bebouwing binnen de bestemming komt te liggen. Voor wat betreft de paardenbak geeft de zienswijze geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.34. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.35. Zienswijze van [reclamant], d.d.

9 maart 2021 (ingekomen 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze Reclamanten zijn verbaasd over het feit dat zij uit de Stentor hebben vernomen dat de gemeente met de herziening van het bestemmingsplan buitengebied voornemens is het paardenbakkenbeleid te

31 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

wijzigen. Reclamanten zijn in het bezit van een paardenbak en ontzet over het feit dat met hen geen overleg is gevoerd. Reclamanten geven aan de zienswijze graag nader toe te lichten. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.36. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze a) De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. b) Reclamant geeft aanvullend in de mail waarin de zienswijze als bijlage is toegevoegd nog aan het opmerkelijk te vinden dat de gemeente wegens Corona voor een deel van de werkzaamheden geen tijd heeft terwijl die tijd er wel lijkt te zijn voor de uitvoering van de herziening van dit bestemmingsplan. Reactie gemeente a) De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. b) Aangezien de aanvulling in de zienswijze ook op hetzelfde onderwerp betrekking heeft, wordt verwezen naar de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.37. Zienswijze van [reclamant], d.d.

4 maart 2021 (ingekomen op 4 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.38. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.39. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

32 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

4.4.40. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9-3-2021) Samenvatting zienswijze a) De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. b) Aanvullend hebben reclamanten een besluit op bezwaar van 19 september 1986 meegestuurd. In dit besluit wordt besloten tot het niet verlenen van een bouwvergunning voor een reeds gerealiseerde logeerinrichting. Vanwege de lange doorlooptijd wordt in het besluit op bezwaar meegegaan met het advies van de bezwarencommissie het gebruik van de reeds bestaande inrichting te gedogen. Reactie gemeente a) De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. b) Reclamant refereert aan een gedoogbesluit. In dat kader is overwogen en ertoe besloten dat aanpassing van het bestemmingsplan niet mogelijk is. Conclusie De zienswijze geeft voor onderdeel a geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Voor onderdeel b bestaat voorts ook geen aanleiding tot gewijzigde vaststelling van het Herstelplan 2020. 4.4.41. Zienswijze van [reclamant], d.d. 10 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze Reclamant reageert naar aanleiding van het krantenbericht in de Stentor. Reclamant maakt bezwaar naar aanleiding van de mogelijke afbraak van bestaande paardenbakken.

Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.42. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.43. Zienswijze van [reclamant], d.d. 2 maart 2021 (ingekomen op 2 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.44. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1.

33 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.45. Zienswijze van [reclamant], d.d. 10 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.46. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.47. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.48.

Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.49. Zienswijze van [reclamant], d.d. 1 maart 2021 (ingekomen op 5 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

34 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

4.4.50. Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2 Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.51. Zienswijze van [reclamant], d.d. onbekend (ingekomen op 10 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.52. Zienswijze van [reclamant], d.d. onbekend (ingekomen op 3 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1. Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.4.53 Zienswijze van [reclamant], d.d. 9 maart 2021 (ingekomen op 9 maart 2021) Samenvatting zienswijze De zienswijze komt overeen met de weergave van de hoofdlijnen van zienswijzen in paragraaf 4.1.

Reactie gemeente De reactie van de gemeente op de zienswijze komt overeen met de overwegingen in paragraaf 4.2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

35 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

5. Reactie individuele zienswijzen solitaire recreatiewoningen 5.1. Algemeen In dit hoofdstuk worden de individuele zienswijzen behandeld die betrekking hebben op solitaire recreatiewoningen met de bestemming Recreatie – Recreatiewoning. Voor de algemene reactie over dit onderwerp verwijzen wij naar paragraaf 2.4 van deze zienswijzennota. De zienswijzen categoriseren wij in twee groepen. Allereerst worden in paragraaf 5.2 de 6 zienswijzen behandeld die betrekking hebben op een recreatiewoning die in het plangebied ligt en dus deel uit maakt van het Herstelplan 2020. Vervolgens worden in paragraaf 5.3 de 18 zienswijzen behandeld die betrekking hebben op recreatiewoningen die niet in het plangebied liggen en dus ook geen deel uitmaken van het Herstelplan 2020.

5.2. Zienswijzen over solitaire recreatiewoningen binnen het plangebied 5.2.1. Zienswijze van [reclamant], d.d. onbekend (ingekomen op 10 februari 2021) Samenvatting reactie a. Reclamant vraagt om uitleg m.b.t. ‘2.1.d’ (permanente bewoning van de recreatiewoning, ter plaatse van de functieaanduiding "wonen" met dien verstande dat de permanente bewoning van de recreatiewoning niet meer is toegestaan zodra de permanente bewoning van de recreatiewoning gedurende minimaal een jaar is gestaakt). b. Reclamant maakt de gemeenteraad erop attent dat bewonen een diepere betekenis heeft dan recreëren “waarbij de mogelijkheid moet bestaan om naast de woning ook te kunnen beschikken over een garage/berging, aangezien de huidige leefomstandigheden met de daarbij behorende attributen als huisraad e.d. veel uitgebreider zijn dan het in het verleden wat geminimaliseerde recreëren.” c. Het handhavingsbeleid heeft volgens reclamant geleid tot verloedering daar voorheen netjes opgeborgen attributen nu duidelijk zichtbaar aanwezig zijn. Reactie gemeente a. De regeling die reclamant aanhaalt betreft artikel 3.3 van het Herstelplan 2018.

De genoemde regeling is een vorm van positief bestemmen, waarbij aan het bestaande gebruik (wonen) weliswaar geen beperkingen zijn gesteld, maar waarbij dit gebruik niet opnieuw een aanvang mag nemen, indien dit is beëindigd en een ander gebruik dat wel in overeenstemming is met het plan is aangevangen. In het Herstelplan 2018 is deze planologische regeling voor zes recreatiewoningen met een BOV-status opgenomen. In het Herstelplan 2020 is de aanduiding ‘wonen’ ook opgenomen voor de overige 38 recreatiewoningen met dezelfde BOV-status, waaronder de recreatiewoning van reclamant, omdat het vergelijkbare gevallen zijn (zie verder paragraaf 2.4). b. Het verzoek om extra bebouwing toe te staan bij recreatiewoningen met een BOV-status was onderdeel van de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan Buitengebied Epe van 23 maart 2017. In de uitspraak (ECLI:NL:RVS:2018:1887) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) hierover het volgende aangegeven. “Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad er in redelijkheid voor kunnen kiezen om niet te voorzien in een verruiming van de in artikel 18, lid 18.2, onder a, sub 2, van de planregels opgenomen bouwmogelijkheden.

(…) Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de raad heeft toegelicht dat hij een verruiming van de bouw mogelijkheden op gronden met de bestemming "Recreatie - Recreatiewoning" niet wenselijk acht, nu dit leidt tot verdere verstening van het buitengebied en aantasting van het omliggende bosgebied.” De overweging van de Afdeling is nog steeds van toepassing. Het beleid is sinds de uitspraak niet gewijzigd. Dit betekent dat er geen aanleiding is om mee te werken aan een verruiming van de bouwmogelijkheden op het perceel van reclamant. c. Het handhavingsbeleid is geen onderdeel van de voorliggende procedure. De opmerking van reclamant wordt dan ook voor kennisgeving aangenomen.

36 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.2.2. Zienswijze van [reclamant], 23 februari 2021 (ingekomen op 25 februari 2021). Samenvatting reactie a. Reclamanten maken bezwaar tegen de voorgenomen wijziging van de bestemming van hun adres Laarstraat 69 naar de bestemming ‘Recreatie – Recreatiewoning’ met de functieaanduiding wonen. Deze bestemming is niet in overeenstemming met de huidige feitelijke situatie van een vergunde en dus legale woning. b. Reclamanten hebben van de heer M.E. Tiemens een bericht ontvangen – mede namens burgemeester en wethouders – waarin staat dat de woning niet gewijzigd is ten opzicht van het voorgaande bestemmingsplan. Daarbij halen zij nog aan dat het conform de uitspraak van de RvS (’19, zie bijlage) het niet toegestaan is de woning een tweede maal onder het overgangsrecht te plaatsen. c. De woning is in 2019 nog gecontroleerd en er is destijds vastgesteld dat er geen sprake is van (een) overtreding(en). Na die datum hebben er geen wijzigingen plaatsgevonden. d. De woning is op dit moment vergund als woning en niet als recreatiewoning (zie bijlage beslissing op bouwvergunning). Reclamanten maken bezwaar tegen de uitsterfregeling en stellen dat deze in strijd is met de in ’99 vastgestelde bouwvergunning. e. Reclamanten maken r.o.

48.1 uit de uitspraak uit ’18 als hen eigen, hierin wordt met zoveel woorden gezegd: “Het opnieuw onder het overgangsrecht brengen van bestaand legaal gebruik kan slechts onder bijzondere omstandigheden aanvaardbaar zijn. Hiervoor is vereist dat zicht bestaat op beëindiging van het legale gebruik binnen de planperiode. Indien dit niet het geval is, betekent dit niet dat het gebruik als zodanig moet worden bestemd. Gebruik in strijd met een geldende bestemming of gebruik dat onder het overgangsrecht valt, doet namelijk op zichzelf geen gerechtvaardigde verwachtingen ontstaan over een toe te kennen bestemming. Indien de raad van mening is dat het als zodanig bestemmen van het gebruik niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, ligt het op de weg van de raad om te bezien welke regeling kan worden getroffen om het bestaande legale gebruik in het plan te kunnen voortzetten.” Reclamanten stellen dat het opnemen van de bestemming wonen voor hun adres de enige juiste is. f. De bestemming Recreatie – Recreatiewoning met de functieaanduiding ‘wonen’ leidt tot veel onduidelijk- en onzekerheid zoals blijkt uit een in de bijlage toegevoegd bericht van een ambtelijk deskundige. g. Het verzoek en advies van reclamanten is het opnemen van de bestemming Wonen op alle gevallen waar de bestemming Recreatie – Recreatiewoning met de functieaanduiding ‘wonen’ is gelegd.

Daarbij halen zij aan dat wat betreft de uitsterfregeling: “de toegepaste regel inzake het gebruik als recht rustende op de onroerende zaak is niet aan uitsterven onderhevig”. h. Reclamanten merken tot slot op dat in de regels in de inhoud wordt verwezen naar OvergangsSlotregels onder 4 maar deze niet zijn opgenomen. Zij verzoeken dit te herstellen. Reactie gemeente a. In tegenstelling tot hetgeen reclamant aangeeft heeft het perceel nooit een Woonbestemming gehad. Wel rust op het object een objectgebonden beschikking (BOV-status) en dat betekent dat er gewoond mag worden zolang het gebruik niet meer dan een jaar is onderbroken. Met betrekking tot de recreatiewoningen met BOV-status heeft de Raad van State uitspraak gedaan. Deze uitspraak heeft ertoe geleid dat deze recreatiewoningen de aanduiding ‘wonen’ hebben gekregen (zie verder paragraaf 2.4 van deze zienswijzennota). b. De opmerking die in de genoemde bijlage is gedaan is correct. De bestemming is altijd Recreatiewoning geweest. De opmerking met betrekking tot het overgangsrecht is eveneens correct. c. In het controleverslag staat dat voor de recreatiewoningen en bijbehorende bouwwerken op 21 juni 1999 vergunning is verleend. Deze opmerking is correct, maar zegt niks over de wijze van bestemmen in het voorliggende bestemmingsplan. d. Voor Laarstraat 69 Emst is inderdaad vergunning verleend.

Naar aanleiding daarvan heeft de recreatiewoning een BOV-status gekregen, op basis waarvan nu de aanduiding ‘wonen’ is toegekend (zie verder paragraaf 2.4. van deze zienswijzennota). e. Op basis van deze bouwvergunning heeft de recreatiewoning van reclamant een grotere inhoudsmaat dan thans op basis van de regels is toegestaan. Als gevolg hiervan valt de

37 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Epe Herstelplan 2020

recreatiewoning onder het bouwovergangsrecht. Aangezien er geen aanleiding is om te veronderstellen dat de recreatiewoning binnen de planperiode wordt verkleind tot de toegestane inhoudsmaat, ligt het voor de hand om deze inhoud positief te bestemmen. Op de recreatiewoning van reclamant wordt dan ook de aanduiding ‘bestaande inhoud’ gelegd. In de regels, gekoppeld aan deze aanduiding wordt geregeld dat de bestaande inhoud van de recreatiewoning bij recht is toegestaan. f. In het Herstelplan 2020 wordt voor de recreatiewoning overeenkomstig het beleid inzake de vertaling van de BOV-status in een bestemmingsplan, zoals ook uit Herstelplan 2018 blijkt, de aanduiding ‘wonen’ toegevoegd. Daarbij hoort een uitsterfregeling die ook is opgenomen in het Herstelplan 2018. Hiermee wordt de huidige woonsituatie van de recreatiewoning bevestigd en is de regeling voor de woning hetzelfde als voor vergelijkbare situaties, inclusief de uitsterfregeling. Bij deze uitsterfregeling is geen sprake van het onder het overgangsrecht brengen van het huidige gebruik van de woning; die wordt immers door de toegevoegde aanduiding ‘wonen’ bevestigd. De uitsterfregeling zelf is duidelijk: indien het gebouw gedurende een jaar niet permanent wordt bewoond, vervalt de mogelijkheid de woning al zodanig te gebruiken. Niet is gebleken dat dit tot onzekerheid of onduidelijkheid leidt. g.

Zie beantwoording onder e). h. Zoals in paragraaf 2.4 is aangegeven, volgt de wijze van bestemmen uit de uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Buitengebied Epe. Er is geen aanleiding om niet vast te houden aan deze wijze van bestemmen, die ook al in het Herstelplan 2018 is toegepast. i. Wij zullen Hoofdstuk 4 Overgang- en slotregels verder aanvullen. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. - Hoofdstuk 4 van de regels, de overgang- en slotregels, worden aangevuld met overgangsbepalingen. - Op de recreatiewoning op het perceel Laarstraat 69 in Emst wordt de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - bestaande inhoud’ gelegd. In de regels wordt opgenomen dat ter plaatse van deze aanduiding de bestaande inhoud van de recreatiewoning is toegestaan. 5.2.3 Zienswijze van [reclamant], d.d. 03 maart 2021 (ingekomen op 04 maart 2021) Samenvatting zienswijze a. Reclamant is sinds 1 juli 2004 eigenaar van het perceel met opstallen Woesterbergweg 46. Het pand is sinds de bouw medio 2000 tot nu, onafgebroken in gebruik geweest als permanente woning. b. Reclamant is van mening dat zijn woning moet worden voorzien van de reguliere woonbestemming (het bepaalde in art. 26 van het vigerende bestemmingsplan aangevuld met het voorgestelde art. 3.7 van toepassing wordt verklaard).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10799279/2