CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

339896 Omgevingsvisie zienswijzennota

Gemeenteraad 9 december 2021, gemeente EpeBij agendapunt: Omgevingsvisie 'Natuurlijk goed leven'23.207 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

19 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Bedrijventerreinen Zienswijze Bedrijventerreinen 1 Samenvatting van de zienswijze 1. U geeft aan ingesloten te worden door bedrijventerrein Eekterveld IV en de toch al zeer drukke en (geluids)overlast gevende N792. U voelt u hierdoor zeer gedupeerd en vraagt zich af of voldoende rekening gehouden wordt met de zienswijzen en wensen van omwonenden, zoals bijvoorbeeld de te hanteren geluidsnorm en het voorkomen van lichtoverlast. Ook vraagt u zich af of groene parkachtige zone van 50 meter afdoende zal zijn. U verwacht zich niet meer veilig te voelen, uw uitzicht kwijt te zijn en een waardevermindering van uw woning. Door de toename van vrachtverkeer en woon-werkverkeer wordt het woongenot verminderd en wordt het verlaten van het erf onveiliger. 2. U heeft al meerdere keren aangegeven dat in de Eekterweg een richel zit waar vooral auto's met aanhangwagens met donderend geraas doorheen klappen, waardoor ramen in de sponningen rinkelen. Dat zal er niet beter op worden. 3. U geeft aan dat het niet duidelijk is of er nu wel of geen zonneveld of windmolens komen. Op de bijeenkomsten ging de voorkeur uit naar zonnepanelen op de daken van bedrijven. Nu krijgt u signalen over een zonneveld dat ten koste gaat van natuur, of windmolens die u al helemaal onacceptabel vindt.

Onze reactie Ad 1: In uw zienswijze gaat u specifiek in op de ontwikkeling van bedrijventerrein Eekterveld IV in Vaassen. U voelt zich gedupeerd en verwacht dat de ontwikkeling van Eekterveld IV door diverse factoren ten koste zal gaan van het woongenot. Te meer omdat uw woning wordt ingesloten tussen de Eekterweg en Eekterveld IV. In reactie hierop het volgende. De Omgevingsvisie is een strategisch document, het geeft een visie en handelingsperspectief voor de fysieke leefomgeving; het zet de koers uit en geeft richting. Hoe geeft aan hoe we om willen gaan met de bestaande bedrijventerreinen en waar eventuele uitbreidingen plaats kunnen vinden. Specifieke ontwikkelingen, zoals Eekterveld IV, komen echter niet op detailniveau in de Omgevingsvisie aan de orde. Een dergelijke ontwikkeling is maatwerk en wordt als afzonderlijke ontwikkeling opgepakt. Specifiek voor Eekterveld IV heeft het college in november 2020 een verkavelingsplan vastgesteld. Binnenkort wordt gestart met het opstellen van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan moet voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en een goede ruimtelijke ordening. De punten die u in dit kader opsomt, komen aan de orde in het bestemmingsplan. Wij zijn van mening dat een uitbreiding van bedrijventerrein Eekterveld, zoals dat ook in het Structuurplan Epe uit 2007 al was beoogd, nodig is. Wij willen ruimte bieden om te ondernemen.

Dit brengt bijvoorbeeld werkgelegenheid met zich mee. Naast het belang van werkgelegenheid zien wij ook de waarde van onze waardevolle en groene leefomgeving en wij begrijpen dat een uitbreiding van een bedrijventerrein impact heeft op die omgeving. Voor deze (verschillende) belangen wordt een evenwicht gezocht. In de Omgevingsvisie worden daarvoor al wel kaders meegegeven: Voor de bestaande terreinen is extra aandacht voor een aantrekkelijk werkklimaat. Wij willen de beide terreinen daarom toekomstbestendig(er) maken. Hierbij staan naast opgaven als circulaire economie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en energietransitie ook veiligheid en een goede samenwerking centraal. Dit zal ook gelden voor eventuele uitbreidingen en nieuwe bedrijventerreinen. 20 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Hier zal bij de ontwikkeling van Eekterveld IV rekening mee worden gehouden.

Ad 2: Ad 3:

Uw zienswijze geeft geen nieuwe inzichten die leiden tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. Wij adviseren u om onze website en de gemeentepagina goed in de gaten te houden over de start en voortgang van het bestemmingsplan voor Eekterveld IV en de informatiemomenten. In die procedure is het mogelijk om op de ontwikkeling van Eekterveld IV te reageren. Dit is een specifieke vraag die valt buiten de reikwijdte van de omgevingsvisie. We nemen hierover apart contact met u op om dit verder met u te bespreken. We verwijzen u hiervoor naar het hoofdstuk over de energietransitie.

Zienswijze Bedrijventerreinen 2 Samenvatting van de zienswijzen 1. U gaat in op de ontwikkeling van bedrijventerrein Eekterveld IV in Vaassen. U heeft meerdere suggesties/wensen (een geluidswal, BREAAM certificaat) en wijst de gemeente op wet- en regelgeving waar de uitbreiding aan zou moeten voldoen (o.a. geluidsbelasting, hoogte en bebouwing, lichtemissie en stikstofdepositie, trillinghinder- en schade door industrie en verkeer, geurhinder industrie en verkeer, stikstof). Tenslotte wijst u op de aantasting van het woongenot en de waardevermindering van uw pand. 2. U geeft aan dat de geluidsbelasting van de provinciale weg voor het gedeelte van de A50 naar Terwolde als onvoldoende tot zelfs zeer onvoldoende is bestempeld door de provincie Gelderland. U neemt aan dat dit in de richting van Vaassen nog meer overschreden wordt, omdat dit ook een uitvalsbasis voor een industrieterrein is. Uitbreiding überhaupt in heel Vaassen waarbij deze weg (Eekterweg) als uitvalsbasis wordt gebruikt, kan enkel pas plaats vinden na aanpassing van de geluidsbelasting. Voorgesteld wordt stil asfalt in combinatie met een geluidsscherm voor de Eekterweg/ N792 te realiseren. 3. U dringt aan op snelheidscontroles en handhaving op de Eekterweg (tussen de 2 rotondes). U geeft aan dat er vooral in de zomermaanden o.a. door veel motorrijders veel te hard wordt gereden, met bijbehorende extreme geluiden.

Onze reactie Ad 1: De Omgevingsvisie is een strategisch document, het geeft een visie en handelingsperspectief voor de fysieke leefomgeving; het zet de koers uit en geeft richting. Het geeft aan hoe we om willen gaan met de bestaande bedrijventerreinen en waar eventuele uitbreidingen plaats kunnen vinden. Specifieke ontwikkelingen, zoals Eekterveld IV, komen echter niet op detailniveau in de Omgevingsvisie aan de orde. Een dergelijke ontwikkeling is maatwerk en wordt als afzonderlijke ontwikkeling opgepakt. Specifiek voor Eekterveld IV heeft het college in november 2020 een verkavelingsplan vastgesteld. Binnenkort wordt gestart met het opstellen van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan moet voldoen aan de geldende wet en regelgeving en een goede ruimtelijke ordening. De punten die u in dit kader opsomt, komen aan de orde in het bestemmingsplan (na 1 juli 2022: in het Omgevingsplan) Wij zijn van mening dat een uitbreiding van bedrijventerrein Eekterveld, zoals dat ook in het Structuurplan Epe uit 2007 al was beoogd, nodig is. Wij willen ruimte bieden om te ondernemen. Dit brengt bijvoorbeeld werkgelegenheid met zich mee. Naast het belang van werkgelegenheid zien wij ook de waarde van onze waardevolle en groene leefomgeving en 21 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

wij begrijpen dat een uitbreiding van een bedrijventerrein impact heeft op die omgeving. Voor deze (verschillende) belangen wordt een evenwicht gezocht. In de Omgevingsvisie worden daarvoor al wel kaders meegegeven: Voor de bestaande terreinen is extra aandacht voor een aantrekkelijk werkklimaat. Wij willen de beide terreinen daarom toekomstbestendig(er) maken. Hierbij staan naast opgaven als circulaire economie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en energietransitie ook veiligheid en een goede samenwerking centraal. Dit zal ook gelden voor eventuele uitbreidingen en nieuwe bedrijventerreinen. Hier zal bij de ontwikkeling van Eekterveld IV rekening mee worden gehouden.

Ad 2:

Ad 3:

Uw zienswijze geeft geen nieuwe inzichten die leiden tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. Wij adviseren u om onze website en de gemeentepagina goed in de gaten te houden over de start en voortgang van het bestemmingsplan voor Eekterveld IV en de informatiemomenten. In die procedure is het mogelijk om op de ontwikkeling van Eekterveld IV te reageren Zoals ook onder 1 aangegeven, geldt ook hier dat de Omgevingsvisie een strategisch document is. Specifieke ontwikkelingen in Vaassen moeten voldoen aan wet- en regelgeving waar ook wegverkeerslawaai een onderdeel van vormt. Dit valt buiten de reikwijdte van de omgevingsvisie Dit is een specifieke vraag die valt buiten de reikwijdte van de omgevingsvisie. We nemen hierover apart contact met u op om dit verder met u te bespreken.

Zienswijze Bedrijventerreinen 3 Samenvatting van de zienswijzen 1. U gaat in op de ontwikkeling van bedrijventerrein Eekterveld IV in Vaassen. U heeft meerdere suggesties/wensen (een geluidswal, BREAAM-certificaat) en wijst de gemeente op wet- en regelgeving waar de uitbreiding aan zou moeten voldoen (o.a. geluidsbelasting, hoogte en bebouwing, lichtemissie en stikstofdepositie). 2. U geeft aan dat de geluidsbelasting van de provinciale weg voor het gedeelte van de A50 naar

Terwolde als onvoldoende tot zelfs zeer onvoldoende is bestempeld door de provincie Gelderland. U neemt aan dat dit in de richting van Vaassen nog meer overschreden wordt, omdat dit ook een uitvalsbasis voor een industrieterrein is. Uitbreiding überhaupt in heel Vaassen waarbij deze weg (Eekterweg) als uitvalsbasis wordt gebruikt, kan enkel pas plaats vinden na aanpassing van de geluidsbelasting. Voorgesteld wordt stil asfalt in combinatie met een geluidsscherm voor de Eekterweg/ N792 te realiseren. 3. Er dient goed rekening te worden gehouden met slagschaduw en geluid en de jurisprudentie op

dit vlak. Voorgesteld wordt daarom om niet windmolens hoger dan 60 meter tiphoogte (bovenste top wieken omhoog) toe te staan. Daarnaast wordt voorgesteld dat windmolens minimaal 800 meter van woningen af moeten staan. Hiermee zijn slagschaduw en geluid voldoende gewaarborgd voor alle omwonenden en kunnen de duurzame initiatieven toch gerealiseerd worden.

Onze reactie Ad 1: De Omgevingsvisie is een strategisch document, het geeft een visie en handelingsperspectief voor de fysieke leefomgeving; het zet de koers uit en geeft richting. Het geeft aan hoe we om 22 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

willen gaan met de bestaande bedrijventerreinen en waar eventuele uitbreidingen plaats kunnen vinden. Specifieke ontwikkelingen, zoals Eekterveld IV, komen echter niet op detailniveau in de Omgevingsvisie aan de orde. Een dergelijke ontwikkeling is maatwerk en wordt als afzonderlijke ontwikkeling opgepakt. Specifiek voor Eekterveld IV heeft het college in november 2020 een verkavelingsplan vastgesteld. Binnenkort wordt gestart met het opstellen van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan moet voldoen aan de geldende wet en regelgeving en een goede ruimtelijke ordening. De punten die u in dit kader opsomt, komen aan de orde in het bestemmingsplan. Wij zijn van mening dat een uitbreiding van bedrijventerrein Eekterveld, zoals dat ook in het Structuurplan Epe uit 2007 al was beoogd, nodig is. Wij willen ruimte bieden om te ondernemen. Dit brengt bijvoorbeeld werkgelegenheid met zich mee. Naast het belang van werkgelegenheid zien wij ook de waarde van onze waardevolle en groene leefomgeving en wij begrijpen dat een uitbreiding van een bedrijventerrein impact heeft op die omgeving. Voor deze (verschillende) belangen wordt een evenwicht gezocht. In de Omgevingsvisie worden daarvoor al wel kaders meegegeven: Voor de bestaande terreinen is extra aandacht voor een aantrekkelijk werkklimaat. Wij willen de beide terreinen daarom toekomstbestendig(er) maken.

Hierbij staan naast opgaven als circulaire economie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en energietransitie ook veiligheid en een goede samenwerking centraal. Dit zal ook gelden voor eventuele uitbreidingen en nieuwe bedrijventerreinen. Hier zal bij de ontwikkeling van Eekterveld IV rekening mee worden gehouden.

Ad 2:

Ad 3:

Uw zienswijze geeft geen nieuwe inzichten die leiden tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. Wij adviseren u om onze website en de gemeentepagina goed in de gaten te houden over de start en voortgang van het bestemmingsplan voor Eekterveld IV en de informatiemomenten. In die procedure is het mogelijk om op de ontwikkeling van Eekterveld IV te reageren Zoals ook onder 1 aangegeven, geldt ook hier dat de Omgevingsvisie een strategisch document is. Specifieke ontwikkelingen in Vaassen moeten voldoen aan wet- en regelgeving waar ook wegverkeerslawaai een onderdeel van vormt. Wij verwijzen u voor de beantwoording hiervan naar het hoofdstuk over de energietransitie.

23 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Brede, integrale reacties van verschillende organisaties en inwoners GGD Vereniging Milieuzorg Epe Ons Mooi Epe/Episch Centrum Stichting Red de Veluwe Adviesraad Sociaal Domein Vitens NN 1 NN2 NN3 NN4 NN5 NN6 Gemeenten Oldebroek, Voorst, Apeldoorn

Zienswijze GGD Noord- en Oost Nederland Samenvatting van de zienswijze De GGD is blij dat gezondheid een belangrijke plaats in de omgevingsvisie heeft gekregen en onderschrijft de doelstellingen uit de omgevingsvisie. Op het thema gezondheidsbevordering heeft men geen aanvullingen. Voor het thema gezondheidsbescherming geeft de GGD een aantal adviezen mee. Deze gaan over:      

Aanvullend beleid voor knelpunten op het gebied van milieubescherming Aanvullend beleid voor situaties waar het aanvaardbare geluidniveau wordt overschreden Aanvullend beleid bij hinder van windturbines Het opnemen van houtstook in de strategische afweging als relevant thema voor gezondheid Klimaatbestendig bouwen De bijdrage van de GGD bij alle thema’s die de gezondheid raken.

De GGD vraagt verder om houtstook in de strategische afweging te noemen als relevant thema en klimaatbestendig bouwen als één van de klimaatdoelstellingen in de omgevingsvisie op te nemen. Onze reactie  Gezondheid is één van de centrale thema’s uit de Omgevingswet. Het is een breed begrip. Naast de inrichting en beheer van de fysieke leefomgeving (water, groen, ontmoeten, bewegen) omvat het ook de thema’s geluid, geur etc. We constateren dat de GGD positief gestemd is over de inhoud van de omgevingsvisie. We zijn het met de GGD eens dat de omgevingsvisie niet de plaats is om vorm en inhoud te geven aan de adviezen die zij ons geven op specifieke thema’s, vanwege de kaderstellende en normerende uitwerking daarvan als daadwerkelijk besloten wordt om maatregelen te nemen. Kader- en normstelling gebeurt onder de Omgevingswet via het instrument ‘Programma’ en wordt vastgelegd in het omgevingsplan.  Op de vraag of, in welke mate en wat in aanvullend beleid voor gezondheid in de fysieke leefomgeving zou moeten komen te staan en hoe dat uitwerkt in maatregelen is nu het antwoord dan ook niet te geven. Wel zijn wij van mening dat gezondheid in de fysieke leefomgeving blijvend aandacht nodig heeft en als dat nodig is de juridische instrumenten uit de Omgevingswet ingezet moeten worden ter bescherming of bevordering daarvan.

Daarvoor is eerst een verkenning nodig: Wat speelt er? We gaan daarover in gesprek met de GGD om in de komende tijd deze eerste stap te zetten. Op basis daarvan wordt vervolgens bekeken wat nodig is 24 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

 

en hoe dit (juridisch) uitgewerkt moet worden in beleid of regelgeving (door middel van de actualisatie van alle bestemmingsplannen naar het omgevingsplan). De opmerking over houtstook nemen we over en wordt opgenomen in de strategische afweging. Aan het advies om ‘klimaatbestendig bouwen’ als een klimaatdoelstelling duidelijker te positioneren wordt gevolg gegeven. In de omgevingsvisie wordt gesproken over ‘klimaatinclusief bouwen’. Het is een centraal uitgangspunt. Het enkele feit dat de GGD dit zo noemt, betekent dat het duidelijker kan. Dat gaan we doen. Klimaatbestendigheid wordt omschreven in de begripsbepalingen. We brengen de begrippen met elkaar in evenwicht en zowel in hoofdstuk 3, pagina 21, als in hoofdstuk 4 bij de ruimtelijke keuzes in de verschillende deelgebieden zal klimaatinclusief/klimaatbestendigheid nadrukkelijker worden gepositioneerd.

Zienswijze Vereniging Milieuzorg Epe (VME) Samenvatting van de zienswijze VME heeft waardering voor de ontwerp omgevingsvisie en de Strategische Afweging. De kern van de zienswijze is dat VME urgentie mist. Men doelt dan op de klimaatcrisis en de forse afname van de biodiversiteit. VME ziet graag meer sturende uitspraken in de omgevingsvisie: In het handelingsperspectief wordt te veel uitgegaan van ‘samen’. In de zienswijze van de VME wordt vervolgens per deelgebied (exclusief de dorpen) een reactie gegeven. Veluwe: 1. Over de natuur op de Veluwe bijvoorbeeld schrijft u "De natuur heeft ons nodig." De werkelijkheid is echter dat de natuur ons kan missen als kiespijn. 2. Sommige voornemens in uw visie zijn erg vrijblijvend. U zegt kritisch te gaan kijken naar (drink-) wateronttrekking, maar als u op dat vlak geen concrete maatregelen gaat nemen, dan gaat daar weinig van terechtkomen. Benoem dus doelstellingen. 3. Zolang recreatief gebruik van de Veluwe wordt gezien als een meekoppelkans, zie pagina 40, dan liggen er voor dit unieke natuurgebied vooral bedreigingen op de loer. 4. U zegt het padensysteem te willen verbeteren, maar u zegt er niet bij waartoe of op welke manier. 5. Op pagina 41 heeft u het over meer flexibiliteit die bij natuurontwikkeling passend zou zijn. Ons is niet duidelijk wat u hiermee bedoelt.

Maar aangezien u vervolgens zegt dat er dan wel een toename van de biodiversiteit tegenover moet staan, doet ons dit het ergste vrezen. 6. Wat in algemene zin ontbreekt in de omgevingsvisie met betrekking tot de Veluwe, is dat die Veluwe een ernstig zieke patiënt is, die aan verschillende aandoeningen lijdt—te veel stikstof, droogte, verzuring, vermesting en overbelasting door toerisme. Die door meerdere specialisten (lees: sectoren) in nauwe samenwerking met elkaar, acuut behandeld dient te worden. Veluweflank: 1. Blz. 42: Onder kopje Doelstellingen: "Met name gezien de invloed van de agrarische sector willen we hier een transitie op gang brengen een transitie naar minder intensief en meer in balans met de natuur"... Dit is zeker de juiste richting, maar te onbepaald. Ons inziens dient deze tekst gewijzigd te worden in: "...zullen we hier een transitie op gang brengen met als doel intensieve bedrijfsvoering in deze zone uiterlijk in 2030 te beëindigen." Primair vanwege de stikstof depositie/afnemende biodiversiteit op de Veluwe, maar ook op de flank zelf. 2. Blz. 43: 1e tekstblok, laatste zin: Wij zijn van mening dat het opwekken van zonne-energie in deze zone, gelet op de natuurwaarden en de diversiteit aan belasting van het gebied zelf (w.o. 25 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

3.

4.

5.

6.

7.

recreatie), uitgesloten moet worden, anders dan op daken, maar niet in de vorm van zonneweiden, ook niet kleinschalig. In dit verband menen wij trouwens dat de zonneladder op blz. 22 aangepast moet worden op de volgende punten: nieuwe en uit te breiden landgoederen van 'ja mits' naar 'nee', bestaande landgoederen van `nee, tenzij' naar 'nee', de door de RES voorgestelde uitsluitingen overnemen. Blz. 44, 3e tekstblok, linker kolom inzake recreatie en toerisme suggereert o.i. te veel ruimte voor ontwikkelingsmogelijkheden. De opmerkingen op blz. 30: "We zetten niet in op het aantrekken van grote aantallen toeristen" en "Rust, ruimte en natuur zijn de `unique selling points"' worden door ons onderschreven. Naar onze mening moet een duidelijk uitgangspunt zijn: geen vergroting van de bestaande recreatiebedrijven, geen intensivering en geen nieuwe toevoegingen. Verlenging van het seizoen zoals die wordt voorgesteld is een betere optie. 100% wildgarantie vinden wij een onzinnige slogan. Stoppen dus met een dergelijke campagne en deze ook niet als illustratie voor de aantrekkelijkheid van onze natuur opnemen in de omgevingsvisie. Hoe kunnen we dat bereiken, blz. 43. De zin: "De verandering wordt niet opgelegd etc.

....." kan wel gehandhaafd blijven als er maar aan wordt toegevoegd dat de doelstelling in 2030 wordt gehaald (zie hierboven); dit houdt in dat de gemeente actief zal kenbaar maken welke bedrijven onder intensief vallen en met deze bedrijven in gesprek gaat om ze te helpen tijdig tot verandering, verplaatsing of beëindiging te komen. De tekst onderaan pag. 32 is helderder "In dit gebied worden geen (nieuwe) grootschalige agrarische bedrijven toegestaan. Voor bedrijven die willen intensiveren en schaal vergroten is hier geen plek meer". Het tot stand brengen van een nieuw type agrarisch ondernemer moet hier leidend zijn. (zie blz. 32 blauwe blokje). Blz. 43: "De biodiversiteit kan worden vergroot..." wijzigen in moet worden vergroot. "Deze initiatieven worden daarom gestimuleerd”. Dan nog is deze formulering te vrijblijvend. Hoe dan? Dit moet toegevoegd. Bestaat er trouwens een heldere meetlat voor toegenomen biodiversiteit, waardoor een concrete doelstelling geformuleerd kan worden? Het woord zonnepark aan het einde van deze linea schrappen (zie eerdere opmerking). Blz. 44: 2e tekstblok laatste zin:" lokale wegen blijven kleinschalig landelijk toevoegen: onverharde wegen blijven onverhard. Dit zowel uit aspect overwegingen als in verband de verwerking van regenwater.

Tekst "Relatie met de IJsselvallei": "Het is niet aan de orde dat de visie dit gaat voorschrijven, maar wel dat we voorsorteren op een wezenlijk andere aanpak in de Veluweflank..." Dergelijke vrijblijvendheid kan anno nu niet meer, gaat voorbij aan de urgentie (zie hierboven)

IJsselvallei: 1. Intensieve veehouderij en kwekerijen zijn op termijn niet houdbaar. Daarom moet actieve koerswijziging nu in gang gezet worden, zodat resultaten zichtbaar worden en bovendien steeds meer betrokkenen gestimuleerd zullen worden. Grootschalige en ingrijpende transformaties als hier nodig zijn zullen niet slagen als deze niet aan concrete doelen gekoppeld worden. 2. Toerisme is een groeiende trekpleister, zeker ook de IJsselvallei. Een combinatie van biologisch boeren met dieren in de wei en een deel van de weilanden in bos omzetten en daarbij ruimte maken voor gevarieerde hoogwaardige verblijf en recreatie, zou op termijn een win-win situatie opleveren voor alle bewoners van de IJsselvallei. En voor de flora en fauna en daarmee voor de biodiversiteit. 3. De laatste alinea van de paragraaf IJsselvallei (blz. 46) vinden wij merkwaardig: over Welke 'kwaliteit' gaat het hier, is een landschap vrijwel zonder bomen en verdween houtwallen wel zo aantrekkelijk. Overige punten: 1. Op het gebied van waterhuishouding ontbreekt het aan concrete doelstellingen. 2. Geen extra parkeerarealen op de Veluwe of de Flank. 26 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

3. Teelt die gewasbescherming vraagt niet toestaan. 4. De VME wil dat beperkingen worden ingesteld als het gaat om lichthinder. De bescherming van de duisternis en het donkere landschap valt onder de Wet milieubeheer: Artikel 1.1. lid 2. Het valt daarmee onder de zorgplicht. 5. Geluidhinder, vooral maar niet alleen door/vanaf recreatiebedrijven idem. Stiltegebieden moeten gehandhaafd worden. Ook hier is de zorgplicht van toepassing. 6. Gekeken moet worden hoe verworven rechten die strijdig zijn met de doelstellingen aangepast of vergoed kunnen worden. Niet alles hoeft behoeft op basis van geld gewaardeerd te worden! Mensen moeten door het opgeroepen beeld van de aantrekkelijke leefomgeving uitgenodigd worden om vrijwillig afstand te doen van dergelijke rechten of om voorstellen te doen voor alternatieven zonder belastende effecten. 7. Groei wordt als vanzelfsprekend gewenst aangenomen. Dat is niet goed want die groei heeft ons gebracht waar we nu zijn: in crisis qua klimaat en natuur. 8. Rivier- en beekbegeleidende bossen vormen een in Nederland in belangrijke mate verdwenen biotoop. Flank en IJsselvallei bieden hier goede mogelijkheden, ook voor verfraaiing van het landschap. VME eindigt haar zienswijze met een oproep om meer tijd te nemen voor de omgevingsvisie en deze daadwerkelijk toekomstbestendig te maken.

Onze reactie Algemeen Wij zijn blij dat de vereniging haar waardering uitspreekt voor de omgevingsvisie en de strategische afweging. Wij begrijpen daarnaast ook de wens om meer sturende uitspraken op te nemen. De omgevingsvisie is echter bedoeld als strategisch document. De uitwerkingen vinden plaats in het vervolg, bijvoorbeeld in het instrument programma’s. Dit doen wij niet alleen, maar samen met u, onze inwoners en andere stakeholders. Dit doen wij vanuit de overtuiging dat wij samen aan de slag moeten met onze urgente opgaven. Daarnaast is samenwerking één van de kernkwaliteiten uit de Omgevingswet en het planproces tot nu toe. Graag gaan wij met deze samenwerking verder. Zie hiervoor ook het algemene hoofdstuk in deze zienswijzennota. Veluwe: Ad 1. Met deze zin wordt onze zorg voor de natuur bedoeld. Wij hechten veel waarde aan een rijke biodiversiteit – zowel in natuurgebieden als in cultuurgebieden. Voor beide soorten gebieden geldt dat dit sturing vanuit het beheer en gebruik vereist. Wij kunnen niet zonder de natuur, maar de natuur heeft ook onze zorg nodig. Ad 2. Ook hiervoor geldt dat de omgevingsvisie een strategisch document is. Met name bij de uitwerking van de landbouwtransitie in de Veluweflank zullen de kwaliteit van het bodem- en watersysteem belangrijke indicatoren zijn voor de uitwerking van de omgevingsvisie.

Het benoemen van deze concrete maatregelen krijgt een plek in de uitwerking van programma’s voor bijvoorbeeld woningbouw en klimaat. Zie hiervoor ook het algemene hoofdstuk in deze zienswijzennota. Ad 3. De Veluwe is naast natuurgebied ook één van onze grootste toeristische trekpleisters. Daar zijn wij trots op. Bovendien zijn die bezoekers nodig voor o.a. de vitaliteit van onze dorpen. Wij willen dus kansen bieden voor recreatie, maar wel met respect voor onze grootste kernwaarde: Natuur. Ad 4. De omgevingsvisie is een strategisch document voor de lange termijn voor de fysieke leefomgeving. Zij beschrijft het ‘wat en waarom, het waar en geeft richting. We verwijzen hierbij ook naar de inleiding van de zienswijzenota. De manier waarop (het ‘hoe’), zoals VME bepleit, betreft de uitwerking van de omgevingsvisie in programma’s, het omgevingsplan, 27 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Ad 5.

Ad 6.

beleid en/of projecten. Dit betekent niet dat in de omgevingsvisie geen keuzes kunnen staan, in tegendeel. We maken keuzes. We geven richting aan vanuit het publiek maatschappelijk belang. De vraag is of uw specifieke voorbeeld zou moeten leiden tot een aanpassing van de tekst. We vinden van niet. De specifieke concrete omstandigheden zijn mede bepalend. Ook speelt toegankelijkheid en veiligheid een rol. We begrijpen uw opmerking wel, vanuit het natuurbelang van de Veluwe. We kunnen daarom wel een ‘streven’ uitspreken, een ‘oproep’ doen. Het is namelijk juist dat beton geen natuurlijke uitstraling bezit, geen ecologische meerwaarde heeft en bij de productie van beton CO2 vrijkomt. De zinsnede “Meer flexibiliteit is passend bij natuurontwikkeling als hier een toename van de biodiversiteit tegenover staat” moet gelezen worden in de context van het betreffende hoofdstuk. Maatwerk is het sleutelwoord, vanuit de specifieke locatie en de concrete opgave die speelt. Omdat de betreffende zin onduidelijkheid oproept, is het wenselijk deze aan te passen aan de bedoeling daarvan en deze op blz. 41 van de ontwerp omgevingsvisie als volgt te formuleren “Meer flexibiliteit in de wijze en mate van natuurontwikkeling is passend, het gaat om maatwerk.

We kiezen daarbij nadrukkelijk voor het behoud en versterking van de biodiversiteit.” We zijn van mening dat in de verschillende hoofdstukken de problematiek van de Veluwe helder is verwoord en duidelijk naar voren komt. We verwijzen onder andere naar pagina’s 18, 19, 39 en 40. We geven ook richting. Concrete doelen, maatregelen en acties betreffen de uitwerking/uitvoering van de omgevingsvisie. We verwijzen hiervoor naar de inleiding van de zienswijzenota. De stikstofproblematiek, de afname van de biodiversiteit en het herstel van de natuur kan alleen in samenwerking met alle betrokken, in een brede alliantie. Dit is een traject dat gestart wordt na de vaststelling van de omgevingsvisie.

Veluweflank: Ad1. We begrijpen de voorgestelde wijziging. We verwijzen voor ons antwoord naar de inleiding van de zienswijzenota en punt 6 van de opmerkingen over de Veluwe. Wat betreft de tekstsuggestie voor blz. 42 van de ontwerp omgevingsvisie "...zullen we hier een transitie op gang brengen met als doel intensieve bedrijfsvoering in deze zone uiterlijk in 2030 te beëindigen. Primair vanwege de stikstof depositie/afnemende biodiversiteit op de Veluwe, maar ook op de flank zelf”, geldt dat we deze zullen overnemen, gezien ook onze beantwoording van punt 6 onder het kopje Veluwe, met dien verstande dat de woorden ‘uiterlijk in 2030 te beëindigen’ worden vervangen door “in 2030 substantieel te verminderen”. Doelen en resultaten stemmen we met elkaar specifiek af in de uitwerking/uitvoering van de omgevingsvisie met alle actoren. Ad2. Ontwikkeling van zonneweides kan ook samengaan met vergroting van biodiversiteit, als dit op plekken gebeurt waar nu de biodiversiteit heel gering is, zoals het voorbeeld zonnepark de Horst. Een voorwaarde aan initiatiefnemers voor ontwikkeling van (kleinschalige) zonneweiden zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat, naast een wettelijke verplichting ten aanzien van de WNB, de huidige biodiversiteit ter plaatse in kaart wordt gebracht en er op basis daarvan een voorstel wordt gedaan hoe de biodiversiteit ter plaatse kan toenemen.

Verder kunnen er klimaatdoelstellingen mee gehaald worden als er een combinatie gemaakt wordt met vernatting, het langer vasthouden van water. Het Waterschap is hiervan een groot voorstander. Ook hier geldt opgavegericht werken, vanuit de specifieke kwaliteit van het landschap en de te bereiken doelstellingen. Ad3. De afspraak om de gemeente Epe met de slogan ‘100% Wild’ uit te dragen ligt vast. Daaraan tornen we niet. Wat betreft de overige opmerkingen zijn we van mening dat bestaande recreatieve ondernemers een duurzaam perspectief geboden moet worden. Kwaliteit staat daarbij voorop. Ad4. We verwijzen naar onze eerdere opmerkingen hierover (ad 1) en naar onze reactie op de zienswijzen die specifiek vanuit de landbouw zijn ingediend. 28 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Ad5.

Ad6.

Ad7.

We zijn akkoord om ‘kan’ te vervangen in ‘moet’. Bij particuliere initiatieven kan gewerkt worden met een "quantificatiesysteem". Voor de openbare ruimte wordt op dit moment gewerkt aan een visie op biodiversiteit, inclusief doelstellingen. Of, hoe en in welke mate deze visie vertaald kan worden naar particuliere initiatieven betreft de doorontwikkeling daarvan en hoort daarmee thuis bij de uitwerking/uitvoering van de omgevingsvisie. Dit is dermate algemeen en doet geen recht aan de specifieke omstandigheden en locatie van een onverharde weg dat we dit niet opnemen in de omgevingsvisie. We verwijzen hiervoor naar het mobiliteitsplan dat momenteel in ontwikkeling is. De omgevingsvisie is geen juridisch bindend instrument. Met ‘voorschrijven’ zinspelen we hierop. Gezien de inhoud van de visie kunnen we ons voorstellen dat u aan de zinsnede “Het is niet aan de orde dat de visie dit gaat voorschrijven, maar wel dat we voorsorteren op een wezenlijk andere aanpak in de Veluweflank..." gebrek aan urgentie ontleend. Die urgentie is er wel degelijk en beschrijven we ook. Om dit misverstand uit de weg te ruimen veranderen we de betreffende passage als volgt: “De visie geeft richting aan een nieuwe koers voor de landbouw in de Veluweflank en de IJsselvallei en staat een nieuwe aanpak voor” (blz. 44)

IJsselvallei: Ad1. We verwijzen hiervoor naar de inleiding van de zienswijzennota en eerder gemaakte opmerkingen hierover. Ad2. Zie ad1. Ad3. De kwaliteit van de IJsselvallei is terug te vinden op de verschillende kaarten in de omgevingsvisie. Daarnaast geld er een landschapsontwikkelingsplan. “Kwaliteit” in deze alinea is hier geformuleerd als een algemeen criterium. De invulling daarvan is opgavegericht en locatie specifiek.

Overige punten: Ad1. Wij gaan onze leefomgeving klimaat adaptief maken en het bodem- en watersysteem is leidend bij ruimtelijke ontwikkelingen. Op hoge droge gebieden betekent dit water vasthouden, in lagere natte gebieden ruimte bieden voor piekopvang. Bij de uitwerking van de visie in programma’s en projecten worden deze aspecten nader concreet gemaakt. Ad2. Dit is te stringent geformuleerd en daarmee te rigide voor de omgevingsvisie, ook vanwege het feit dat de provincie Gelderland via de recreatiezonering en het Veluwe op 1 programma daarin een rol hebben. Daarbij zijn we als gemeente Epe nauw betrokken. Ad3. Dit gaat te ver voor deze omgevingsvisie. Binnen het programma voor de landbouw zullen wij een nadere invulling geven aan de transitie van de landbouw binnen onze gemeente. Daarbij staan de doelen van de omgevingsvisie voorop. Dit kan betekenen dat wij voor (een deel van) de gemeente een verbod instellen op teelt die gewasbescherming vraagt. Ad 4. Lichthinder valt onder de vertaling naar het omgevingsplan. Ad 5. Geluidhinder zal worden vertaald in regels binnen het omgevingsplan Ad 6. Wij kunnen als overheid niet zomaar verworven rechten wegnemen. Door een zorgvuldige transitie met nieuwe mogelijkheden willen we hieraan vormgeven Ad7. Groei is niet het uitgangspunt van de visie, maar toekomstbestendige ontwikkeling. Ad8.

Dit kan een van de aanknopingspunten zijn voor een programma Landbouw en de uitwerking van de Veluweflank.

29 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Zienswijze Ons Mooi Epe/Episch centrum (OME/EC) Samenvatting van de zienswijze Beide organisaties delen complimenten uit voor de eerste drie hoofdstukken van de omgevingsvisie. Men ziet grote raakvlakken met de door hen aan ons toegezonden notitie "Eerste bouwstenen voor omgevingsvisie en -programma's van Epe". In een antwoord op deze notitie hebben we die verwantschap al benoemd. Het is fijn te constateren dat OME/EC deze herkenning ook hebben. 1.

De zienswijze van OME/EC is gericht op de hoofdstukken 4 en 5: De ruimtelijke keuzes en het handelingsperspectief. Men onderschrijft de uitwerking in de gebieden. Wel is het zo dat beide organisaties constateren dat niet voor alle 7 gebieden de uitwerking even concreet is uitgewerkt. Er worden steeds twee vragen centraal gesteld: "Wat willen we per gebied bereiken?" en "Hoe kunnen we dit bereiken?". Men vindt dat de juiste vragen. De uitwerking schiet echter te kort volgens OME/EC. Welke opgaven worden aangepakt en wat willen we in de gebieden bereiken met welke inzet (pagina 63)? Graag ziet men een concretiseringsslag, een prioritering. De omgevingsvisie zou aan kracht winnen wanneer de ruimtelijke keuzes niet alleen worden beschreven met een lappendeken van willen, moeten, kunnen, streven, ruimte geven, kansen benutten en aandacht geven. 2. OME/EC onderschrijft de overkoepelende opgave ‘duurzame toekomst. Men schrijft hierbij dat dit meer is dan biodiversiteit gericht op stikstofreductie. Ook wordt de concrete opgave gemist: Wat is het einddoel? Graag ziet men een kwantificering. 3. OME/OC is van mening dat in de IJsselvallei de nadruk op de toename van natuur/biodiversiteit stelliger kan (“op hoeveel hectare natuurontwikkeling en/of bosontwikkeling mikken we in de gebieden Veluwe en Veluweflank, hoeveel extensivering van de landbouw en hoeveel minder vermesting.

En wat is de ambitie voor de ook door ons zeer gewenste vergroening van de dorpen: hoeveel meer groen en groene aders, wat doen we voor de genoemde kleine dieren en hoeveel minder verharding”)? 4. Men is ongerust over: a. de dreigende komst van zonneparken in en nabij natuurgebieden b. toenemende wateronttrekking c. de dreigende komst van laag vliegverkeer boven onze leefomgeving Ad a: Naar onze mening is het zeer ongewenst om (potentiele)natuurgebieden te offeren ten bate van bijvoorbeeld landbouwgebieden die grotendeels benut worden voor veeteelt die in Nederland sowieso zal moeten krimpen. Wij vragen u daarom tenminste ook uw ideeën over zonneparken in de Veluweflank en de uitgesproken voorkeur hiervoor (pag. 23 en 43) te heroverwegen. Ad b In de Ontwerp Omgevingsvisie ontbreekt een beschouwing over de relatie tussen het bestrijden van verdroging (pag. 20) en wateronttrekking. Het gaat daarbij zowel om het onttrekken van water uit beken en sprengen t.b.v. vooral grasland en kwekerijen (kerstbomenteelt) in het gebied Veluweflank en om het onttrekken van grondwater ten behoeve van drinkwatervoorziening en de teelt van kerstbomen, etc. Ad c: De voorgenomen laagvliegroutes van Lelystad Airport kunnen een substantieel effect hebben op de kwaliteit van onze gezonde prettige leefomgeving (p. 25) als gevolg van o.a.

geluidhinder en gezondheidsschade door de emissies van stikstof en ultra fijn stof van vakantievliegtuigen die vertrekken van Lelystad Airport diverse schade aan de natuur in Epe kunnen berokkenen door de te verwachten emissies. Gevreesd moet worden dat hierdoor veel van de resultaten van de beoogde aanpak in de Omgevingsvisie teniet zal worden gedaan en het draagvlak voor beoogde maatregelen zal afkalven. 5 OME/EC verwijzen naar hun eerdere notitie waarin tal van ideeën worden aangedragen voor een concretiseringslag op de verschillende thema’s.

30 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

6.

Men heeft zorgen over het vervolgtraject, vooral als het gaat om het samenspel en de doorwerking van de omgevingsvisie in programma’s en omgevingsplannen en bij concrete initiatieven. De rol van de samenleving wordt steeds groter. In het grote speelveld van verschillende partijen en belangen moet de gemeente Epe haar regierol pakken.

Onze reactie Ad. 1. Wij begrijpen de wensen van OME en EC om een concretiseringsslag te maken. De mate van concreetheid van onze omgevingsvisie wordt echter bepaald door het soort visie dat wij voor ogen hebben. In de omgevingsvisie leggen wij de ambities en beleidsdoelen vast voor de fysieke leefomgeving in één samenhangende visie op strategisch niveau. De opgaven uit de omgevingsvisie worden vervolgens gebiedsgericht en projectmatig opgepakt. Voor een aantal specifieke thema’s werken we de visie uit door middel van het instrument programma uit de Omgevingswet. De landbouw is bijvoorbeeld één van de thema’s die hiervoor in aanmerking komt. De omgevingsvisie zelf is dus geen volledig uitgewerkt plan voor de komende 10 jaar. Hoe wij invulling geven aan de verschillende programma’s bepalen wij niet alleen. In lijn met onze omgevingsvisie willen wij dit samen met onze inwoners en organisaties doen. We verwijzen hierbij ook naar de inleiding van de zienswijzenota. Ad 2. De omgevingsvisie is niet het document om een nadere kwantificering van de verschillende doelen op te nemen. Zoals aangegeven is de omgevingsvisie een document op strategisch niveau. De uitwerking vindt plaats in bijvoorbeeld programma’s. In deze programma’s zal ook nadere kwantificering worden opgenomen. Daarbij sluiten we aan bij de richtlijnen vanuit de EU en het Rijk.

Ook hebben wij hiervoor de input van de verschillende organisaties binnen de gemeente nodig. Zie ook de inleiding van deze zienswijzennota. Ad 3. Dit betreft de mate van concreetheid van de omgevingsvisie. Zie hiervoor de algemene inleiding en de beantwoording hierboven. Ad 4a. Een rechtstreekse omzetting van landbouw naar natuurgebied is onbetaalbaar en daarmee niet haalbaar. We hebben te maken met eigendommen en grondgebruiksrechten. Echte oplossingen kunnen we bieden door meervoudig ruimtegebruik waar zowel natuurdoelen als bijvoorbeeld de opwek van zonne-energie wordt mogelijk gemaakt. Ad 4b. In onze visie hebben wij uitgebreid aandacht voor het probleem van de verdroging binnen onze gemeente. Dit heeft schadelijke gevolgen voor de natuur en de biodiversiteit. We spreken daarom ook uit dat we tot een aanpak moeten komen om de toenemende verdroging aan te pakken. Overigens hebben wij bij wateronttrekking al doelstellingen in het Gemeentelijk Waterplan opgenomen; de drinkwateronttrekking is grondwaterneutraal. De manier waarop wij een verdere aanpak vorm geven wordt gebiedsgericht en projectmatig opgepakt. Wel kunnen wij in de visie beschrijven dat we bij het aanpakken van de verdroging onder andere zullen kijken naar de gevolgen van de onttrekking van grondwater ten behoeve van drinkwatervoorziening en de teelt van kerstbomen en de maatregelen die wij hierbij moeten nemen.

Daarbij merken wij voor de volledigheid wel op dat wateronttrekkingen de bevoegdheid van Waterschap Vallei en Veluwe is en in de Blauwe Omgevingsvisie aan de orde komt. Ook hierbij geldt dus dat we samen moeten werken met onze partners. Daarnaast zullen we goed moeten kijken wat we doen met KWO en aardwarmte in relatie tot de grondwaterhuishouding en -kwaliteit. Ad 4c. De voorgenomen laagvliegroutes van Lelystad Airport betreft een aparte procedure die los staat van deze omgevingsvisie. De komst van Lelystad Airport is bovendien onzeker. Hetzelfde geldt bij een eventueel positief besluit over de datum waarop het vliegveld in werking is. Gelet op deze onzekere toekomstige gebeurtenis hebben we ervoor gekozen om de gevolgen van Lelystad Airport niet op te nemen. Overigens hebben wij als gemeente wel uitgesproken dat wij tegen de ontwikkeling van laagvliegroutes boven onze gemeente zijn. Ad 5. Allereerst willen wij onze waardering uitspreken voor het meedenken over de visie en het maken van een concretiseringsslag. Zoals hiervoor aangeven gaan wij op onderwerpen aan 31 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Ad 6.

de slag met het verder concretiseren van onze visie. Dit doen wij in bijvoorbeeld programma’s. Hierbij zullen wij zeker gebruik maken van de ideeën die door u zijn aangedragen. Bovendien zullen wij de programma’s niet alleen maken. Hiervoor hebben wij de hulp van onze inwoners en de betrokken organisaties, zoals Ons Mooi Epe en Episch Centrum nodig. Wij zullen dan ook gezamenlijk aan de slag gaan met het verder concretiseren van de doelstellingen. Zie hiervoor ook de inleiding bij deze zienswijzennota. Ons uitgangspunt is zoveel mogelijk ‘Samen’. Samen met inwoners, organisaties, bedrijven en andere overheden. Deze weg zijn we met deze omgevingsvisie ingeslagen en zetten wij graag voort. Dat betekent echter niet dat wij geen kaders meer zullen stellen. Als er keuzes moeten worden gemaakt en kaders moeten worden gesteld, dan nemen we een meer sturende rol aan. Denk bijvoorbeeld aan het stellen van kaders met betrekking tot de bescherming van onze waardevolle leefomgeving. Wij vertrouwen erop dat wij samen met u en andere betrokkenen uitvoering kunnen geven aan de doelen van onze omgevingsvisie.

Zienswijze Stichting Red de Veluwe en NN Samenvatting van de zienswijze 1. In de strategische afweging wordt de invloed van de toekomstige laagvliegroute van Lelystad Airport op het woon- en leefklimaat gemist (luchtkwaliteit, geluid, fijnstof, ultrafijnstof). 2. Gevraagd wordt dit mee te nemen en de normstelling voor gezondheid te baseren op de WHOstreefwaarden. 3. Ook wordt gevraagd dat de gemeente Epe de doelstellingen van het Schone Luchtakkoord onderschrijft (SLA). 4. In stiltegebieden zou in de omgevingsvisie bepaald moeten worden dat het geluidsniveau van 40 dB(A) niet overschreden wordt. Onze reactie Ad1. De komst van Lelystad Airport is onzeker. Hetzelfde geldt bij een eventueel positief besluit over de datum waarop het vliegveld in werking is. Gelet op deze onzekere toekomstige gebeurtenis hebben we ervoor gekozen in de omgevingsvisie Lelystad Airport niet op te nemen. Overigens hebben wij als gemeente wel uitgesproken dat wij tegen de ontwikkeling van laagvliegroutes boven onze gemeente zijn. Ad2. Zie ad1. Ad3. We verwijzen naar onze reactie op de zienswijze van de GGD Noord en Oost Nederland. Ad4. Dit betreft een concreet voorstel voor een specifieke maatregel en valt daarmee buiten de reikwijdte van de omgevingsvisie. We verwijzen daarbij ook naar de inleiding van deze zienswijzenota.

32 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Zienswijze Adviesraad Sociaal Domein Samenvatting van de zienswijze De adviesraad heeft een positieve houding over de ambities uit de omgevingsvisie. Men constateert dat tegelijk dat er veel moet gebeuren en dat dit waargemaakt moet worden. In dat licht geeft de adviesraad een aantal aandachtspunten mee. 1. De digitale bijeenkomst in december 2020 heeft de adviesraad als rommelig ervaren. De digitale bijeenkomst in mei 2021 vond men informatief en positief. 2. De adviesraad vraagt aandacht voor levensloopbestendige woningen, omdat ouderen en inwoners een beperking steeds langer thuis moeten wonen. 3. De inrichting van de omgeving zal afgestemd moeten zijn om voornoemde doelgroepen, wat ook kan betekenen dat zij in de gelegenheid worden gesteld dichter bij het centrum en/of algemene voorzieningen komen te wonen. 4. De toegankelijkheid van de dorpen en het buitengebied heeft blijvend aandacht nodig en kan vragen om aanpassende maatregelen. 5. Er moet meer aandacht komen voor de jeugd in de omgevingsvisie (speelplaatsen en hangplekken). 6. Openbare gebouwen moeten voor iedereen toegankelijk zijn. 7. Wandel- en fietspaden moeten toegankelijk zijn voor rolstoelfietsen en scootmobielen 8. De passage in de omgevingsvisie waar gesproken over ontmoeting (…) voor jong en oud zou aangevuld moeten worden met de woorden: “met of zonder beperking”. 9.

Er moeten in de centra meer parkeerplaatsen voor mensen met een beperking komen. 10. De adviesraad wil graag betrokken blijven en blijven meedenken. Onze reactie Ad1. We stellen de feedback zeer op prijs en nemen die mee naar volgende bijeenkomsten. Ad2. Wij onderstrepen het belang van levensloopbestendige woningen. De omgevingsvisie geeft daar richting aan en onderstreept het belang. De uitwerking daarvan vindt plaats via de Woonagenda 2019-2023 en de Woonzorgagenda. Beiden zijn door de gemeenteraad vastgesteld. Daar wordt gezegd dat levensloopbestendige woningen nodig zijn. Dat is niet alleen wenselijk voor senioren en mensen met een beperking, het zorgt ook voor doorstroming, waardoor een verhuisketen op gang komt (omgevingsvisie pagina’s: 24,48,52,56,58). Ad3. Dit klopt. Onder andere transformatie van leegstaande panden kan daartoe bijdragen. Daarbij zijn we wel afhankelijk van beschikbare locaties en initiatiefnemers. Ook hanteren we het STOP-principe en is er beleid vastgesteld voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Bij de herinrichting van de openbare ruimte wordt altijd gekeken deze zo toegankelijk mogelijk te maken. Ad4. Zowel in de dorpen en als in het buitengebied wordt bij herinrichting gekeken of de toegankelijkheid verbeterd kan worden. Ad5. In algemene zin wordt de dit genoemd als opgave: Actieve recreatie voor jongeren.

De genoemde voorbeelden zijn erg specifiek en betreffen de uitvoering/uitwerking van de omgevingsvisie in specifiek beleid en/of maatregelen. Ad6. Voor alle gemeenten geldt het Bouwbesluit. Daarin is vastgelegd dat openbare gebouwen toegankelijk moeten zijn voor mensen met een beperking. Als er openbare gebouwen zijn waarvan u vindt dat deze onvoldoende toegankelijk zijn, gaan we graag het gesprek aan. Ad7. Bij het herinrichten van wandel- en fietspaden wordt gewerkt met de meest recente voorschriften van het CROW. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de toegankelijkheid.

33 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Ad8.

Wij vinden het vanzelfsprekend dat de zinsnede zoals die verwoord is alles dekt, ook mensen met een beperking. Als dit niet zo gelezen wordt en vragen oproept, is het prima de toevoeging ‘met of zonder beperking’ op te nemen. Ad9. Er zijn op dit moment geen signalen bekend dat er te weinig gehandicaptenparkeerplaatsen beschikbaar zijn rondom het centrum. Wanneer dit wel structureel het geval is, worden de hoeveelheid en locaties van de gehandicaptenparkeerplaatsen heroverwogen. Ad10. We zullen de adviesraad blijven uitnodigen. Niet alleen in dit traject, maar ook bij andere trajecten die binnen onze gemeente spelen waarbij de adviesraad haar domein heeft. Zienswijze Vitens Samenvatting van de zienswijze Vitens complimenteert de gemeente Epe met het bereikte resultaat. Verder vraagt Vitens aandacht voor een veilige duurzame openbare drinkwatervoorziening en bescherming van de kwaliteit van het oppervlaktewater. 1. Toekomstige ontwikkelingen mogen geen belemmering opleveren voor de drinkwatervoorziening. De gemeente Epe heeft hier een zorgplicht. Vitens onderschrijft de in de omgevingsvisie opgenomen ambitie verdroging tegen te gaan en water langer vast te houden. Ook steunt men het verloven van de bossen. 2. Vitens is van mening dat er onvoldoende aandacht is voor de bescherming van de drinkwaterfuncties.

Dat geldt vooral voor de Klaarbeek en De Grift en de watergangen die daarop afstromen. Ontwikkelingen kunnen een belemmering vormen. Vitens vraagt in de omgevingsvisie op te nemen in welke mate die bescherming wordt vormgegeven. 3. Bij woningbouw vraagt Vitens om waterbesparende maatregelen ten behoeve van de reductie van drinkwater. Men wil dit graag in de omgevingsvisie opgenomen hebben. 4. Vitens blijft graag op de hoogte en betrokken en biedt aan mee te denken bij de vertaling van de omgevingsvisie naar projecten en programma’s. Onze reactie Er wordt een passage in H4 opgenomen over de bescherming kwaliteit oppervlaktewater van het Griftsysteem vanwege het gebruik van dit water voor aanvulling van grondwater voor drinkwaterwinning. De maatregelen waar inspreker om vraagt vinden een plek in de uitwerking van programma’s voor woningbouw en klimaat.

34 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Zienswijze NN1 Samenvatting van de zienswijze 1. Hoofdstuk 2 a. De visie is gericht op de bestuurlijke grens van Epe. In de inleidende hoofdstukken is het echter van belang een kaartje van de ruimere omgeving op te nemen, met korte toelichting dat de visie aansluit op het waardevolle landschap van de buurgemeenten. Epe is geen eiland. Het idee is vanuit de ruimere context van de omgeving te starten en vervolgens in te zoomen op het grondgebied van Epe. b. Cultuurhistorie komt kort aan de orde. Door de cultuurhistorie van Epe sterker te beschrijven kan dit ook meer als basis dienen voor keuzes in ontwikkelingen. Bijvoorbeeld door een meer uitgeschreven hoofdstuk Erfgoed op te nemen, met een waardenkaart, met een duidelijk beeld van ligging en betekenis van de rijke cultuurhistorie van Epe. 2. Hoofstuk 3 a. De energietransitie is belangrijk, maar de RES 1.0 kent nog te weinig nuance. In de omgevingsvisie van Epe kan meer maatwerk geïntroduceerd worden. Er zijn meer “nee, tenzij” gebieden nodig omwille van het waardevolle landschap. Met name de open (gras)landen langs de Veluwse bossen zijn landschappelijk ongeschikt voor zonnepanelen in het veld. In een uiterst geval is maatwerk mogelijk, daarom als vertrekpunt voor deze gebieden “nee, tenzij”. De meeste zones langs beekdalen zijn wel beschermd.

Dit is echter nog niet consequent doorgevoerd: goede check nodig dat langs elke sprengenloop en elk beekdal in een brede zone een “nee, tenzij” als gebiedskenmerk komt op de kaart. Gevolg is dat voor velden met zonnepanelen eerst in de gebieden ten oosten van het kanaal gekeken moet worden. En belangrijk om goed af te wegen of hiervoor aan ‘anonieme investeringsmaatschappijen’ opdracht wordt geven, of dat gewerkt wordt met lokale energiecoöperaties om bewoners betrokken te houden. b. 't Slath is van groot belang om te behouden: het is een groene zone vanuit het omliggende landschap op natuurlijke wijze overlopend het dorp in. Dit nog bestaande historische, kleinschalige agrarische landschap is een directe entree naar het buitengebied. Het is een zeer waardevolle groene scheg: het buitengebied op slechts 300 meter van het marktplein is bijzonder, net zoals scheg Het Hoge Land. Het Hoge land is inmiddels beschermd en ‘t Slath moet dat ook zijn. Het zijn de laatste restanten van historisch Epe als klein dorp in direct contact met het omliggende kleinschalige landschap. Op blz. 47 van de visie staat: “Bijzonder is dat een aantal groene wiggen tot in het centrum doorlopen.” Laat dit de kern zijn en laten we dit koesteren. 3. Hoofdstuk 4 a. Veluwe: bij beleid voor recreatie toevoegen: Kwaliteit gaat daarbij voor kwantiteit. (Dit staat wel al bij Veluweflank). b.

Veluweflank: de volgende zin niet opnemen: “Kleinschalige zonneparken kunnen op de overgangen tussen beken en enken een plek krijgen”. Dit wordt landschappelijk een ramp. Zie motivatie hierboven genoemd bij hoofdstuk 3. c. Veluweflank: Beleid recreatie: In de tekst duidelijk uitsluiten dat Epe geen ruimte meer biedt aan uitbreiding of nieuwe grootschalige kampeer- of huisjesparken, daar heeft Epe er genoeg van. Wel kleinschalige opties noemen zoals boerencamping (ook als nevenverdienste) en B&B. d. Dorpen: Bij het onderdeel wonen is - naast het genoemde flexibel bouwen - ook van belang uit te gaan van aanpasbaar, modulair bouwen (zelfde gebouw in toekomst voor andere doelgroep) en demontabel bouwen (er komt ook een inwonersafname t.z.t.). Daarnaast is bij

35 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

nieuwbouw nadruk op landschapsinclusief en natuurinclusief bouwen steeds meer de norm en daarom goed om als vertrekpunt vast te leggen in de visie. e. Dorpen: Er zou nog eens goed gekeken moeten worden of er kleine transformatiezones zijn, bijvoorbeeld plekken of gebieden waar nu incourante kantoor- of werklocaties zijn (in Epe bijv. delen van Dorperhofweg e.o.). Vervang die eerst voor woningen (inbreiding), voordat er groengebieden worden opgeofferd. 4. Visiekaart a. De lijn “Groene lanen” doortrekken over gehele Heerderweg tot de gemeentegrens. Deze bomenrijen zijn zeer geliefd en vormen onlosmakelijk in zijn geheel de entree naar Epe. De rij is nu ingetekend tot de Norelbocht wat een arbitraire knip is. Ook de Dellenweg op de kaart zetten als “Groene lanen”. Dit is een zeer markant kenmerk van deze weg met grote bomen, tot aan ongeveer de Bosweg. Hetzelfde geldt voor de Tongerenseweg tussen de 2 rotondes, met deels al nieuwe aanplant. b. De pdf van de visiekaart is in een slecht leesbare resolutie. De kleuren en symbolen zijn niet duidelijk. Een visiekaart moet glashelder zijn. Verzoek dit op de website op te nemen. Onze reactie Ad. 1a. Het klopt dat onze gemeente geen eiland is. Landschapstypen en landschapselementen lopen over onze grenzen door. Daarom hebben wij deze visie niet alleen, maar samen met (onder andere) verschillende ketenpartners gemaakt.

In de teksten in Hoofdstuk 1 en 5 is hier aandacht voor. De visie betreft echter een gemeentelijke visie en gaat alleen over ons grondgebied. Daarom is ervoor gekozen om de kaartbeelden aan te laten sluiten op het gemeentelijk grondgebied. Ad 1b. Het rijke verleden is een belangrijk uitgangspunt voor de omgevingsvisie van Epe. Het gaat hierbij om zowel het boven- als ondergrondse erfgoed. In hoofdstuk 2 van de omgevingsvisie worden enkele (unieke) voorbeelden van aanwezig erfgoed genoemd. Wij beseffen ons dat er veel meer te vermelden is over het erfgoed in onze gemeente. De omgevingsvisie is echter niet het document om al het aanwezige boven- en ondergrondse erfgoed te beschrijven. Hiervoor hebben wij het cultuurhistorisch beleid met bijbehorende rapportages en waardenkaarten. Op de waardenkaarten die deel uit maken van het cultuurhistorisch beleid wordt al het boven- en ondergrondse erfgoed beschreven. Voor de omgevingsvisie is het vooral van belang dat wij signaleren dat de waardevolle leefomgeving ons DNA is. Dat wij ons laten inspireren door de rijkdom van de natuur, de kenmerken van het landschap en de eigenheid van het gebied, waaronder het aanwezige erfgoed. Dit komt in de omgevingsvisie nadrukkelijk en voldoende naar voren. Ad 2a. We volgen in de ontwerp-omgevingsvisie de zonneladder. Dit is een voorkeursvolgorde, maar wordt niet volgtijdelijk gehanteerd.

Meerdere ‘treden’ van de zonneladder zullen nodig zijn om aan de belangrijke duurzame opgave invulling te geven. We zetten in belangrijke mate in op zon op dak en zonnevelden bij bebouwde kom of incourante plaatsen als de voormalige stort bij Emst. Daarnaast zien wij mogelijkheden voor een koppeling van duurzame opwek van energie en het bedrijventerrein Eekterveld. Dit vanwege de aanwezigheid van een onderstation van Liander en bedrijven met een aanzienlijke energievraag. Tenslotte vinden we de koppeling met een gebiedsopgave van belang. Zo kunnen zonnevelden in bufferzones voor natuur en klimaatzones bijdragen aan de doelstellingen van dat gebied door bij de inrichting van zonnevelden versterking van natuur en landschap als voorwaarde in de ontwikkeling te verweven. Dit geldt zeker op plekken waar nu een intensieve agrarische bewerking plaatsvindt. In het gebied ten oosten van het Apeldoorns Kanaal beogen we een ontwikkeling naar een

36 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

duurzame natuurinclusieve landbouw. Ook hier kan koppeling met zonnevelden plaatsvinden om deze transitie te versterken. De manier waarop we dat doen werken we uit in een uitwerkingsplan voor duurzame opwek door zon en wind. Ad 2b. Voor onze reactie op woningbouw in ’t Slath verwijzen wij naar het hoofdstuk over woningbouw Ad 3a. De Veluwe staat voor onze belangrijkste kernwaarde: natuur. Onze doelstelling voor de Veluwe is dan ook: natuurgericht ontwikkelen bij verschillende activiteiten. Ook bij recreatie gaat het dus om natuurgericht ontwikkelen. Kwaliteit gaat als gevolg daarvan voor kwantiteit. Omdat natuur leidend is in dit gebied, in tegenstelling tot de Veluweflank, is het niet nodig om dit expliciet te benoemen. Ad 3b. Ontwikkeling van zonneweides kan ook samengaan met vergroting van biodiversiteit, als dit op plekken gebeurt waar nu de biodiversiteit heel gering is, zoals het voorbeeld zonnepark de Horst. Een voorwaarde aan initiatiefnemers voor ontwikkeling van (kleinschalige) zonneweiden zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat, naast een wettelijke verplichting ten aanzien van de WNB, de huidige biodiversiteit ter plaatse in kaart wordt gebracht en er op basis daarvan een voorstel wordt gedaan hoe de biodiversiteit ter plaatse kan toenemen.

Verder kunnen er klimaatdoelstellingen mee gehaald worden als er een combinatie gemaakt wordt met vernatting, het langer vasthouden van water. Het Waterschap is hiervan een groot voorstander. Ook hier geldt opgavegericht werken, vanuit de specifieke kwaliteit van het landschap en de te bereiken doelstellingen. Ad 3c. Het gaat te ver om in de visie aan te geven dat wij geen ruimte meer bieden aan uitbreiding of nieuwe grootschalige kampeer- of huisjesparken. In onze visie geven we aan dat wij de kansen voor recreatieondernemers versterken. Kwaliteit gaat daarbij voor kwantiteit, wat als onderwerp in het gesprek met initiatiefnemers centraal zal staan. Het karakter van de ontwikkeling van recreatie staat in het teken van een breed en variërend aanbod inclusief mogelijkheden voor seizoensverlenging. Ontwikkelingen zijn dus mogelijk, maar moeten onderscheidend zijn en bijdragen aan de kwaliteit van het recreatieve product binnen onze gemeente. Dit kan betekenen dat er in de toekomst ruimte wordt geboden aan een nieuw initiatief, mits dit voldoet aan de doelstellingen, zoals opgenomen in onze omgevingsvisie. Samen met andere Veluwse gemeenten wordt een uitgebreid traject doorlopen om juist de kwaliteit van de recreatie te verbeteren en parken volledig beschikbaar te krijgen voor recreatie. Ad 3d. In de ontwerp omgevingsvisie spreken wij over innovatieve woonconcepten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10555561/2