CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

339896 Omgevingsvisie zienswijzennota

Gemeenteraad 9 december 2021, gemeente EpeBij agendapunt: Omgevingsvisie 'Natuurlijk goed leven'23.207 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zienswijzennota Ontwerp omgevingsvisie Natuurlijk Goed Leven

1 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Inhoud 1. Inleiding..............................................................................................................................................3 2. Zienswijzen.........................................................................................................................................4 Algemeen...........................................................................................................................................4 Landbouw...........................................................................................................................................6 Energietransitie................................................................................................................................10 Woningbouw....................................................................................................................................17 Bedrijventerreinen...........................................................................................................................20 Brede, integrale reacties van verschillende organisaties en inwoners.............................................24 3. Voorgestelde aanpassingen van de ontwerp omgevingsvisie...........................................................44

2 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

1. Inleiding Sinds het najaar van 2019 heeft de gemeente Epe gewerkt aan haar omgevingsvisie. Dit is gebeurd met de bijdrage van veel inwoners en organisaties. We spreken daar onze dank voor uit. De omgevingsvisie is breed van opzet en bevat veel thema’s. Er zijn gemeenschappelijke- en botsende belangen. Het gesprek daarover is waardevol. We waarderen dat enorm en kijken terug op mooie inhoudelijke gesprekken. Vanaf 16 juni 2021 tot en met 10 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders de ontwerp omgevingsvisie ter inzage gelegd. Op 30 juni 2021 is een online informatiebijeenkomst georganiseerd voor inwoners, organisaties en belangstellenden. Hier is de ontwerp omgevingsvisie toegelicht. Ook was er gelegenheid tot het stellen van vragen. Tijdens voornoemde periode is een fors aantal zienswijzen ingediend. Een groot deel daarvan is gelijkluidend en specifiek gericht op één bepaald thema. Sommige zienswijzen bevatten ook operationele en specifieke locatiegebonden opmerkingen (zoals te hard rijden/wens om een mantelzorgwoning). Deze vallen buiten de reikwijdte van de omgevingsvisie. Daarover wordt apart het gesprek aangegaan. We vinden het fijn te zien dat veel inwoners zich betrokken voelen bij onze gemeente en vaak ook de wens uitspreken om te blijven meedenken en betrokken te blijven. Leeswijzer De zienswijzen zijn waar mogelijk geclusterd naar onderwerp.

Daarnaast is er een aantal brede, integrale zienswijzen ontvangen van verschillende organisaties en inwoners. In verband met de privacy zijn de namen van individuele personen weggelaten. We starten de beantwoording van de zienswijzen met een algemene inleiding over de status en reikwijdte van de omgevingsvisie. In een aantal zienswijzen zijn daarover opmerkingen gemaakt. Los daarvan is het voor iedereen van belang te weten op welke wijze de omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’ in onze gemeente gelezen moet worden. Daarom vinden we het wenselijk daarmee te starten. We vervolgen de nota met de behandeling van de zienswijzen per thema/gebied. We sluiten af met de reactie op de overige zienswijzen, waarbij ook meerdere onderwerpen aan de orde worden gesteld. De opbouw van de beantwoording is dat we eerst een samenvatting van de zienswijze geven en vervolgens onze reactie daarop. Onderaan deze zienswijzennota is een tabel opgenomen met de voorgestelde aanpassingen van het ontwerp voor de vast te stellen omgevingsvisie. De zienswijzennota kent de volgende hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 5.

Landbouw Energietransitie Woningbouwlocaties Bedrijventerreinen Brede, integrale reacties van verschillende organisaties, inwoners en reacties gemeenten

Aan het slot in bijlage 1 wordt ingegaan op opmerkingen die zijn gemaakt over de strategische afweging omgevingsaspecten.

3 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

2. Zienswijzen Algemeen We starten de beantwoording van de zienswijzen met een algemene inleiding over het instrument omgevingsvisie, de wijze waarop we dit in onze gemeente hebben vormgegeven en het traject na de omgevingsvisie. Gemeenten worden verplicht voor hun grondgebied een Omgevingsvisie te maken. De Omgevingswet zegt het volgende over de Omgevingsvisie: “Een Omgevingsvisie (…) bevat: 1. Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; 2. De hoofdlijn van de voorgenomen ontwikkelingen, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied; 3. De hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid.” De Omgevingsvisie is dus een strategische, integrale en lange termijn visie over de noodzakelijke en gewenste ontwikkeling van de gehele fysieke leefomgeving, waarbij de fysieke leefomgeving meer behelst dan alleen de ruimtelijke aspecten. De omgevingsvisie is geen juridisch bindend instrument. Het normeert ons handelen en geeft richting aan inwoners, organisaties, marktpartijen. De meerwaarde van de Omgevingsvisie voor onze gemeente moet zijn dat naast een samenvoeging van thema’s juist een integratie van alle thema’s plaatsvindt. Er is gezocht naar verbinding, die uiteindelijk ook doorwerkt in de uitvoering van de visie.

Het combineren van thema’s en functies en het verbinden daarvan waren belangrijke aspecten in het gevolgde proces van de Omgevingsvisie. Op pagina 7 van de omgevingsvisie illustreren we dat. Dit betekent ook dat de omgevingsvisie leidend is voor sectoraal beleid en daarin doorwerkt. Dit beleid zal aangepast moeten worden. Bij lopende beleidsontwikkelingen, zoals het mobiliteitsplan en het cultuurhistorisch beleidskader, gebeurt dit al. Tegelijk speelt bij de omgevingsvisie ook het vraagstuk van het algemeen belang versus het individueel belang. We staan voor het algemeen belang en aan ons de taak daaraan richting te geven. Dit betekent dat in een omgevingsvisie ook keuzes gemaakt worden en belangen worden afgewogen, juist vanuit het publiek maatschappelijk belang. Deelbelangen moeten daarin mee- en zorgvuldig afgewogen worden. De waardevolle leefomgeving als kern van de omgevingsvisie en de paragraaf over een duurzame toekomst zijn daar een goed voorbeeld van. Er zijn urgente opgaven: de energietransitie en de klimaataanpak zijn daarvan goede voorbeelden en veel in het nieuws de laatste tijd vanwege het IPPC-rapport van 9 augustus 2021. Hetzelfde geldt voor de grote vraag naar (betaalbare) woningen, waarover ook veelvuldig in de media wordt gepubliceerd, evenals de stikstofdiscussie en de toenemende aandacht voor biodiversiteit.

Ook in onze gemeente Epe willen we die verantwoordelijkheid oppakken. Samen met onze inwoners, bestuurlijke- en maatschappelijke partners en marktpartijen. We moeten écht samen de schouders eronder zetten. Onze reactie op de zienswijzen weerspiegelt die urgentie. Een urgentie die ook terugkomt in de nationale- en provinciale omgevingsvisie. In onze omgevingsvisie wordt het ‘wat, waarom en waar’ beschreven: Wat is waardevol, wat bindt ons? Wat zijn de opgaven waarvoor we staan en waar geven we daaraan invulling? Dit is gedaan mede op basis van het gevolgde uitgebreid participatietraject. We zien de resultaten daarvan ook terug in de inhoud van de zienswijzen (en misschien ook wel in het ontbreken van zienswijzen). Over het ‘Pamflet omgevingsvisie Epe’ (blz. 4 en 5 van de ontwerp omgevingsvisie), waarin de 4 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

ontwikkelprincipes worden benoemd, zijn geen zienswijzen ingediend. Ook de inhoud van de hoofdstukken 2 en 3 wordt breed gedragen, waarbij voor het ‘waar’ wel geldt dat bij zon, wind en woningbouw indieners van de zienswijzen vragen om andere keuzes te maken, dan wel actief betrokken te worden bij de verschillende projecten. Daarover leest u straks meer bij de beantwoording van de zienswijzen. De waardevolle leefomgeving (hoofdstuk 2) en de opgaven (hoofdstuk 3) weerspiegelen onze koers voor de fysieke leefomgeving. Daar staat waarop we ons zullen richten in de toekomst. In hoofdstuk 4 – ruimtelijke keuzes - geven we daaraan nader invulling. We doen dat beschrijvend en gebiedsspecifiek voor de Veluwe, de Veluweflank, de IJsselvallei en de vier dorpen. In de zienswijzen zien we dat juist over dit hoofdstuk de meeste opmerkingen gemaakt worden. De vraag die daarbij speelt is dan vooral gericht op de concreetheid van de ruimtelijke keuzes en de sturing daarin. We begrijpen de opmerkingen die daarover gemaakt worden vanuit de verschillende zienswijzen en we willen daarover graag verder in gesprek met de samenleving. Deze gesprekken horen volgens ons alleen niet nú, bij de omgevingsvisie, maar binnenkort bij de uitwerking/uitvoering daarvan. We kiezen bewust voor een richting, het uitzetten van de koers en niet voor concrete algemene doelen, maatregelen en acties.

We zijn van mening dat de omgevingsvisie daarvoor niet de aangewezen plaats is, juist vanwege het feit dat in deze visie de strategie voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn wordt uitgezet. Naar onze mening is die strategie helder geformuleerd en is de aangegeven richting duidelijk om in de uitwerking/uitvoering van de omgevingsvisie daaraan concreet invulling te geven. In hoofdstuk 5 van de omgevingsvisie wordt voor het proces van uitwerken en uitvoeren een voorzet gegeven. We geven aan dat we voor de opgaven in de landbouw, de energietransitie en het klimaat gebruik willen maken van het instrument ‘Programma’ uit de Omgevingswet. Juist het instrument ‘Programma’ biedt mogelijkheden om invulling te geven aan de wens om doelen en resultaten en de daarbij behorende rollen en verantwoordelijkheden. We vinden dat dit instrument daartoe meer geëigend is dan de omgevingsvisie. Ook starten we met de actualisatie van de Woonagenda 20192023 en het uitwerkingskader zon en wind. Tot slot zullen na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, per 1 juli 2022, de bestemmingsplannen worden omgezet naar één omgevingsplan. Voor al deze activiteiten geldt de omgevingsvisie als vertrekpunt. We hebben de omgevingsvisie participatief opgesteld. In elke fase is het gesprek met de samenleving opgezocht en is vastgelegd en teruggekoppeld wat is opgehaald.

Denk aan de ‘Zwerm’ in november 2019 waarin is uitgevraagd ‘wat van belang is’, de bijeenkomsten met organisaties, de gesprekken met ketenpartners en stakeholders rondom specifieke thema’s, of de verschillende zoombijeenkomsten waarin we met inwoners van gedachten hebben gewisseld om de visie verder aan te scherpen. Deze lijn trekken we door naar de uitwerking/uitvoering daarvan. We zullen dat per opgave/proces invullen. Dit valt buiten de reikwijdte van deze omgevingsvisie. Voordat we daarmee starten, zetten we het participatietraject van de omgevingsvisie door: wat betekent de omgevingsvisie voor de uitwerking/uitvoering daarvan? Het ‘hoe’. Graag gaan we daarover in gesprek. We organiseren in het najaar van 2021 daarvoor (een) bijeenkomst(en). Over de precieze invulling denken we nog na. Daarna gaan we thema- en/of gebiedsgericht aan de slag met alle betrokkenen.

5 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Landbouw De toekomst van het landelijk gebied is een belangrijk thema in de ontwerp-omgevingsvisie. Belangrijke functies en waarden in ons landelijk gebied staan sterk onder druk. De landbouw heeft een belangrijke opgave in de transitie naar een duurzame en natuurinclusieve bedrijfsaanpak. De natuur en de biodiversiteit staan sterk onder druk en nopen tot urgentie in de aanpak om zowel biodiversiteit als natuur en landschap te versterken. De landbouw speelt daar als belangrijk beheerder van het landelijk gebied een prominente rol. Zienswijze 1: LTO Noord Samenvatting van de zienswijze LTO Noord geeft het belang van de landbouw als belangrijkste beheerder van het landelijk gebied aan. Zij geeft aan dat de omgevingsvisie een vals beeld geeft over de beschikbare ruimte voor agrariërs. Men stelt vraagtekens bij de maatregelen die worden voorgesteld in relatie tot de intensieve landbouw en veeteelt in de Veluweflank. LTO Noord vraagt om ruimte voor wat betreft regels voor agrariërs op het agrarisch bouwblok. Ook wordt gevraagd om een meer divers VAB beleid om in plaats van woningen juist gewenste vormen van bedrijvigheid toe te staan, bijvoorbeeld kleinschalige energiehubs. LTO Noord vraagt om terughoudendheid ten aanzien van zonneparken op vruchtbare landbouwgrond met name in de IJsselvallei.

Ook geeft men aan dat in de zonneladder de volgorde verkeerd om is opgesteld en geeft men aan dat de tekst voor de Groene Ontwikkelingszone strijdig is met de Provinciale Omgevingsvisie. Er wordt gevraagd om duidelijkheid omtrent de inzet van programma’s voor het thema landbouw. Begeleidend bij haar inspraakreactie heeft LTO Noord haar Landbouwvisie Noord Oost Veluwe 20212030 in het kader van de inspraak op de ontwerp Omgevingsvisie ingediend. Deze landbouwvisie heeft veel raakvlakken met de onderwerpen die worden belicht in de ontwerp Omgevingsvisie. De landbouwvisie gaat in op de volgende onderwerpen 1. Toekomstperspectief agrarische sector. 2. Verantwoord ondernemen. 3. Water. 4. Energie. 5. Infrastructuur. 6. Imago LTO Noord beschrijft in haar visie haar ambitie voor een duurzame toekomst van de landbouw in de Noord Oost Veluwe. Belangrijk vindt zij een zorgvuldige omgang met het areaal aan goede landbouwgrond, ruimte en flexibiliteit voor de agrarisch ondernemer om in te kunnen spelen op veranderingen met name voor het agrarisch bouwblok, inhoudende: 1. Een waterhuishouding voor optimale condities voor gewas en bodem. 2. Een energietransitie waarbij de nadruk ligt op lokale betrokkenheid en zo min mogelijk ruimtebeslag voor duurzame opwek op landbouwgronden. 3. Een adequate infrastructuur voor landbouwverkeer. Verder gaat zij in op het imago van de agrarische sector.

Zij geeft aan dat zij graag in gesprek gaat over de uitvoering van de Omgevingsvisie

6 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Onze reactie Het klopt dat de agrariërs naast de natuurbeheerorganisaties een belangrijke beheerder van het landelijk gebied zijn. Zij zijn daarmee belangrijke dragers voor het waardevolle landschap van onze gemeente. De agrarische sector is dan ook een belangrijke gesprekspartner voor ons bij het realiseren van de doelen van onze omgevingsvisie. Wij kunnen er echter niet omheen dat de natuur in onze gemeente ernstig onder druk staat en het zwaar te verduren heeft als gevolg van verdroging, vergiftiging, verzuring en vermesting. Dit vraagt om maatregelen. We zien met u de noodzaak van een ingrijpende transitie van de landbouw. Deze transitie voert verder dan de agrarische productiesector, maar heeft zeker ook belangrijke relaties met de consumentenbranche en financiële sector. De transitie kunnen wij niet alleen in gang zetten. Hier hebben wij uw hulp bij nodig. Bovendien zien wij in deze transitie ook kansen voor de landbouw. Verduurzaming van de sector in verhouding met de waardevolle leefomgeving staat hierin centraal. De fysieke ruimte voor landbouw zal de komende tijd afnemen. De Veluweflank en de IJsselvallei bieden wel kansen voor ontwikkeling van duurzame en natuurinclusieve landbouw. In de Veluweflank zijn deze meer gerelateerd aan de omringende kwetsbare natuur en toerisme en recreatie.

In de IJsselvallei staat duurzame agrarische productie voorop in evenwicht met de benodigde biodiversiteit. Wij willen deze verandering samen met u in gang zetten. Bij het inspelen op de kansen erkennen wij dat een zekere flexibiliteit gewenst is. U vraagt daar ook om. Deze flexibiliteit is naar onze mening onderdeel van de gewenste landbouwtransitie. De wijze waarop wij flexibiliteit gaan bieden regelen wij niet in de omgevingsvisie. Dit komt terug zodra we met u en andere betrokkenen aan de slag gaan met het programma landbouw. Wel is duidelijk dat de flexibiliteit die we willen gaan bieden ten gunste moet komen van onze algemene doelstellingen met betrekking tot onze waardevolle leefomgeving. U vraagt om productieve landbouwgronden niet in te zetten voor opwek van zonne-energie. Wij delen deze conclusie ten dele. Daarom spreken wij in de zonneladder dan ook een voorkeur uit voor zon op dak en zonneparken op niet courante gronden. Maar de opgave met betrekking tot de duurzame opwek van energie is veel groter. Vanwege deze omvang van de opgave ontkomen wij er niet aan om ook landbouwgronden in te zetten. Daarbij komen eerst gronden in aanmerking waarbij ook doelen voor natuur en klimaatadaptatie kunnen worden gerealiseerd.

Daarnaast kijken wij in het gebied van het Eekterveld uitdrukkelijk naar gronden waarbij een koppeling met het energienetwerk, energiebehoefte of opslag kan worden gemaakt. Pas daarna zal de keuze vallen op overige gronden. Hoe een en ander precies wordt uitgewerkt wordt opgepakt in een programma met betrekking tot energie. Zie ook de beantwoording in deze zienswijzennota over het onderwerp Energie en Regionale Energiestrategie (RES). U wijst op de mogelijkheden voor windenergie. Kleinschalig zullen wij deze bezien in de regeling voor agrarische erven. Voor grootschalige windenergie kent onze gemeente beperkingen. De nog aanwezige ruimte bevindt zich op agrarische grond in de IJsselvallei. Nader onderzoek moet uitwijzen of deze ruimte kansen biedt voor realisatie. Dit onderzoek vindt niet plaats in het kader van deze visie. In de omgevingsvisie leggen wij de ambities en beleidsdoelen vast voor de fysieke leefomgeving in één samenhangende visie op strategisch niveau. De opgaven uit de omgevingsvisie, zoals het benutten van windenergie, worden vervolgens gebiedsgericht en projectmatig opgepakt. Uw suggestie voor het bezien van kansen van bedrijvigheid bij VAB als kleinschalige energiehubs nemen we mee in de omgevingsvisie en werken we in het programma uit. De teksten ten aanzien van de Groene Ontwikkelingszone zullen wij aanpassen in de omgevingsvisie.

7 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

In de ontwerp-omgevingsvisie komt de noodzaak voor een landbouwtransitie naar een duurzame en natuur-inclusieve landbouw in de gemeente scherp naar voren. Wij zijn dan ook verheugd dat u in uw landbouwvisie dezelfde ambitie heeft neergelegd. De weg die u schetst naar deze duurzame toekomst begrijpen wij vanuit uw perspectief. Het landelijk gebied biedt een thuis aan een scala van functies. In de omgevingsvisie schetsen wij een perspectief voor het landelijk gebied waarin al onze inwoners en gasten kunnen werken, wonen en recreëren. In dit perspectief staat het behoud en versterking van de waardevolle leefomgeving centraal. Wij gaan graag met u en anderen in gesprek over de verwezenlijking van dit perspectief. Zoals wij in het begin van de beantwoording opmerkten staat de landbouw voor een ingrijpende transitie in de uitwerking. Wij zien de noodzaak voor een programma landbouw in de zin van de omgevingswet. Zoals aangegeven doen wij dit niet alleen. Graag gaan wij daar met u en andere stakeholders over in gesprek. Zie ook het algemene hoofdstuk in deze zienswijzennota. Zienswijze 2

Samenvatting van de zienswijze Indiener kan zich niet vinden in de voorgestelde maatregelen ten aanzien van de nieuwvestiging, uitbreiding of intensivering van agrarische bedrijven in de Veluweflank. Men vraagt juist om mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling van de aldaar gevestigde agrariërs. Indiener herkent zich niet in de geschetste problematiek omtrent stikstofdepositie. En stelt de vraag of deze niet met andere maatregelen kan worden opgelost zoals een betere dierhuisvesting. Het bedrijf van betrokkene bevindt zich weliswaar in de Veluweflank doch rondom het bedrijf is feitelijk geen probleem in relatie tot de stikstofdepositie. Indiener wijst juist wegen en stedelijke gebieden aan als bronnen van stikstofdepositie. De omgevingsvisie biedt naar zijn mening geen perspectief voor agrarische bedrijfsontwikkeling doch onthoudt ze van perspectief voor de volgende generatie. Hiermee achten zij de ontwerpvisie onvoldoende zorgvuldig voorbereid. Men verzoekt om de niet grondgebonden veehouderij niet op slot te zetten in de Veluweflank en daadwerkelijk perspectief en zekerheid te bieden voor de bestaande agrarische familiebedrijven. Onze reactie Met u is de gemeente doordrongen van het feit dat de agrarische sector een duurzaam toekomstperspectief benodigd heeft. U vindt dit perspectief niet in deze omgevingsvisie.

Wij kunnen er echter ook niet om heen dat de natuur in onze gemeente ernstig onder druk staat en het zwaar te verduren heeft als gevolg van verdroging, vergiftiging, verzuring en vermesting. Dit vraagt om maatregelen. In onze visie zoeken wij naar een balans tussen de beide onderwerpen. In de omgevingsvisie maken wij daarom een duidelijk onderscheid tussen het perspectief van de agrarische sector in de Veluweflank en het perspectief van de IJsselvallei. Landbouw heeft in Epe in onze ogen zeker een nieuwe toekomst, maar dit doen we vanuit overtuiging dat de landbouw in transitie is. In de Veluweflank veranderen we vanuit het belang van natuur naar een bredere schakering met andere functies zoals de ontwikkeling van bos, recreatie en kleinschalige woningbouw. Zo zien wij hier perspectief voor duurzame en natuurinclusieve landbouw in evenwicht met de kwetsbare omringende natuur van de Veluwe, waarbij ook kleinschalige toeristisch/recreatieve ontwikkeling een plaats heeft. In de IJsselvallei is meer agrarische ontwikkelruimte met daarbij oog voor de versterking van de biodiversiteit. We beseffen dat voor de ontwikkeling van een duurzaam perspectief een scala van maatregelen kan worden ontwikkeld. De manier waarop we dat doen bepalen wij in het instrument programma uit de Omgevingswet. Dit doen wij niet alleen.

De huidige problematiek leent zich juíst voor een brede maatschappelijke aanpak.

8 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Graag gaan wij daarover het gesprek aan met u, en andere agrariërs en stakeholders. In deze aanpak willen wij tezamen met de beheerders van ons waardevolle landelijk gebied een daadwerkelijk perspectief bieden voor het behoud en de versterking van dit gebied.

9 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Energietransitie Energietransitie is één van de urgente opgaven in de ontwerp-omgevingsvisie. Het recente IPCCrapport laat ons duidelijk zien dat maatregelen om ons gebruik van fossiele brandstof te verminderen prioriteit hebben. De effecten van deze maatregelen zullen immers niet meteen de gevolgen van klimaatverandering, die we nu al om ons heen zien, oplossen. Met deze gevolgen zullen we nog lange tijd worden geconfronteerd. In deze omgevingsvisie hebben we de resultaten van de regionale energiestrategie (RES), die uit een proces met stakeholders, overheden en inwoners bijeen zijn gebracht, lokaal geduid in het participatieproces dat we met deze omgevingsvisie hebben gevolgd. Bij de inpassing van grootschalige duurzame opwek staat ons waardevolle landschap centraal. Maar tegelijkertijd is ook te bezien hoe we de opwek van energie zo functioneel mogelijk kunnen inpassen. Daarbij is rekening gehouden met energievraag en energienetwerk. De zienswijzen hebben voornamelijk betrekking op het gebied aangewezen voor opwek door zon en wind rondom Geerstraat/Weteringdijk/Kievitsveld/Nijbroekerweg Zienswijzen Energietransitie 1 Samenvatting van de zienswijzen De indieners van deze zienswijzen zijn verontrust over de aanwijzing van een gebied vanaf het Eekterveld naar het oosten voor grootschalige opwek van zonne- en windenergie.

Zij wijzen op uitgangspunten NOVI en RES voor zonne-energie: eerst daken en onbenutte plekken volleggen, geen landbouwgrond gebruiken. En ze vragen het aangewezen gebied rond de weteringen in Vaassen in haar waarde te laten, primair als agrarisch gebied, maar ook voor extensieve recreatie en natuur. Zij vragen bedrijven en burgers actief te betrekken bij de vormgeving van een duurzame toekomst en de lokale bewoners te betrekken en te laten participeren voor behoud en versterking van onze unieke waarde. De hiernavolgende punten werden in de zienswijzen benoemd: 1. De gemeente Epe heeft zich ten doel gesteld om binnen het zoekgebied ter hoogte van Kanaalweg/Weteringdijk te Vaassen vele hectare landbouwgrond in te zetten voor zonnepanelen en windenergie, voor een periode van vijfentwintig jaar. Waarbij aan het einde van de termijn de grond opnieuw in aanmerking kan komen voor de opwek van energie. 2. De gemeente geeft daarmee geen gehoor aan de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) die Minister 0llongren van Binnenlandse Zaken in September 2020 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het kabinet wil een voorkeursvolgorde om zonnepanelen en zonneparken op landbouwgrond beperken. NOVI zet in op zonne-energie op daken. (Bronx rijksoverheid.nl) 3.

De gemeente druist in tegen de provincie Gelderland die deze omgeving (Gebiedsgroep Beemte –Vaassen heeft aangewezen als landbouwontwikkelingsgebied (LOG). Daarmee wordt ruimte gegeven aan agrarische bedrijven. (Bronx plaatsengids.nl) 4. De gemeente geeft geen gehoor aan een kleine gemeenschap bestaande uit ruim 1000 inwoners die het moet ontgelden. Het zorgt voor onrust en verdeelt de gemeenschap waarvan grondeigenaren, die hun land inzetten, deel uitmaken. 5. De gemeente geeft onvoldoende gehoor aan de aanpak volgens de zonneladder als ordeningsprincipe, waarbij geschikte en minder geschikte locaties voor zonne-energie gerangschikt worden in een voorkeursvolgorde. De provincie beschrijft uitgebreid de zonneparken op de derde trede van de ladder (in het landschap). Welke concrete uitwerking is er voor de eerste 2 treden van de zonneladder zon op daken en resp. binnen de bebouwde kom? 6. Gedeputeerde Staten spreekt de zorg uit over de locatiekeuze van opwek van energie die wordt bepaald door de markt en de ruimtelijke impact op de leefomgeving een optelsom wordt van losse projecten die lukraak verschijnen. Dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de inrichting van de provincie Gelderland. (Bronx Statenbrief Rondetafelconferentie Zone en Wind op 10 maart 2021) 10 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

7. De gemeente voldoet met het uitbreiden van 100 ha voor zonnepanelen in het buitengebied niet aan de ambitie van de provincie Gelderland voor een grotere biodiversiteit op het platteland om een natuurinclusieve energietransitie te bewerkstelligen. Natuurgebieden verhouden zich moeilijk tot grootschalige opwek van energie. (Bronx Uitvoeringsprogramma biodiversiteit; strategie voor een groener Gelderland) 8. De inwoners zijn niet tegen de opwek van duurzame energie, maar voelen zich niet gehoord door de gemeente, die plannen lijkt te creëren zonder actieve participatie van de bewoners in het gebied. Wat betreft de consultatie van bewoners in het tot stand komen van de RES 1.0 vinden wij dat de Cleantech regio gefaald heeft. Voor Epe hebben er online bijeenkomsten plaats gevonden, maar die zijn niet actief aangekondigd bij de belanghebbenden (de bewoners van het zoekgebied opwek energie). Deze bijeenkomsten kwamen voornamelijk neer op een ‘eenzijdig’ verhaal over wat er moet gebeuren en hoe. Er werd ons inziens te weinig input gevraagd en er was geen ruimte voor discussie. Bovendien wordt door enkel online feedback op te halen een grote groep belanghebbenden die minder digitaal vaardig zijn gemist. Het was passender geweest om ook via andere kanalen informatie te delen en op te halen.

Dit had bijvoorbeeld gekund door contact op te nemen met de buurt vereniging of via een schriftelijke enquête. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat de lokale RES buiten de bewoners om plannen voor verduurzaming maakt? Hoe gaat de gemeente Epe alsnog bewoners benaderen en input vragen en verwerken met betrekking tot de omgevingsvisie, die onlosmakelijk is verbonden met de RES? Participatie van de inwoners staat hoog op de agenda bij de gemeente. Maak dit ook waar. 9. In de omgevingsvisie wordt gesproken over zoekgebieden voor opwek van energie. Met name in actieve agrarische gebieden. Hoe borgt de gemeente dat hogere en droge gronden welke een hoge agrarische waarde hebben en zeer geschikt zijn voor het verbouwen van gewassen voor menselijke consumptie en veevoer blijven behouden in dit gebied? Hoe wordt voorkomen dat er zonneparken/ windenergie gerealiseerd worden op hoogwaardige landbouwgrond en enkel de minder courante gronden voor voedselproductie overblijven? 10. Fauna als thema baart ons zorgen. Het leefgebied van onder andere vleermuizen, mollen, zangen roofvogels, ooievaars, reigers, ganzen, eenden, weidevogels, kikkers, padden, salamanders, insecten en spinnen wordt bij plaatsing van de windturbines ernstig aangetast. Tevens gaat er dan een belangrijk recreatiegebied voor alle bewoners van gemeente Epe verloren. Wij vragen uw aandacht hiervoor. 11.

Het zoekgebied rondom Weteringdijk en het Kanaal is een landschap met cultuurhistorische elementen, denk aan woningen en het open landschap. Welke handvatten geeft de omgevingsvisie met betrekking tot het behoud van deze landschapselementen? Hoe wordt voorkomen dat het buitengebied de uitstraling van een industriegebied krijgt? Wij hebben onze zorgen dat dat bij toekomstige opwek (zon of wind) het geval zal zijn. 12. Er wordt op dit moment niet gekeken naar alternatieven voor zon en wind. Kan uit de RES gehaald worden hoe de energie wordt opgewekt en vanuit de Cleantech Regio meer onderzoek gedaan worden naar alternatieven van grootschalige opwek doormiddel van zon en wind? Naar onze mening kan het niet zo zijn dat de technologische ontwikkelingen doorgaan (denk aan kleinschalige windwokkels, energiegebruik beperken etc.), maar deze door de gemeente aan de kant geschoven worden. 13. Opwek van energie. Het elektriciteitsnet is vol aan het raken, hoe garandeert u dat met zoveel plannen voor opwek van energie in een klein gebied het opwekken van energie door zonnepanelen/ windturbines de levering van de energie op het net mogelijk blijft. Wij maken ons zorgen dat straks de opwek van energie, tijdelijk 'uit' moet om te voorkomen dat het net overbelast raakt. Of dat wij zelf als omwonende geen zonnepanelen op eigen grond mogen plaatsen omdat het net vol is.

En hebben we dan daar onze mooie natuur voor opgeofferd, terwijl in eigen tuin we geen energie meer kunnen opwekken? 14. Niet enkel in het buitengebied te zoeken naar mogelijkheden voor opwek van energie, maar vooral ook binnen de bebouwde kom (volgen zonneladder). 11 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

15. Voorwaarden te stellen voor nieuwe bedrijven die zich binnen de Gemeente willen vestigen op het gebied van duurzaamheid en van nieuwe bedrijven te eisen dat deze klimaatneutraal ondernemen binnen de Gemeente Epe. 16. Met de reeds in de Gemeente Epe gevestigde bedrijven te kijken naar hoe deze de komende jaren de overstap kunnen maken naar meer duurzaam ondernemen en meer energie te kunnen opwekken en/of opslaan in plaats van grootschalige opwek in het buitengebied. 17. Het voorbeeld van de Gemeente Voorst te volgen en eerst te kijken welke stappen de Gemeente kan maken in samenwerking met haar bewoners met lokale en door de buurt gedragen initiatieven in plaats van de deur wijd open te zetten voor projectontwikkelaars. 18. Het gebied rond de Weteringen in Vaassen in haar waarde te laten, als onderdeel van de groene gemeente Epe, primair als Agrarisch gebied, maar ook als waardevol gebied voor recreatie, onder andere wandelaars, fietsers en wielrenners en de hier ruimschoots aanwezige flora en fauna. 19. Tot slot, nogmaals, in de proces en besluitvorming de inwoners van het gebied een grotere rol te geven om te zoeken naar een gebiedsinvulling waar draagvlak voor is vanuit de omgeving. Zodat ook de inwoners trots kunnen blijven op hun omgeving en de Gemeente waartoe zij horen.

(In plaats van het gevoel te hebben dat dit gebied tussen de Weteringen en A50 het "afvoerputje" van de gemeente is met de A50, Hoogspanningskabels etc.) 20. De bewoners van het gebied dat bovenstaande betreft, dringen aan op een bewonersavond met de gemeente waarbij gesproken wordt over bovenstaande punten.

Onze reactie Ad 1: De gemeente Epe stelt zich ten doel een energieneutrale gemeente te worden, waar de in de gemeente benodigde energie duurzaam wordt opgewekt. De energieneutraliteit bereiken we door in te zetten op energiebesparing en duurzame opwek door bewezen technieken als zon en wind. Deze duurzame opwek realiseren we volgens de zonneladder bij voorkeur op daken van woningen en bedrijven. Omdat we ons realiseren dat meer duurzame opwek van zon en wind benodigd is dan wat op dak en andere voorkeurslocaties kan worden opgewekt, omvat de zonneladder ook locaties op land waarbij onder voorwaarden zonneparken kunnen worden gerealiseerd. We verwachten dat na verloop van tijd, doordat zon op dak steeds beter kan worden gerealiseerd en het rendement van duurzame opwektechnieken toeneemt, dat het ruimtebeslag van duurzame opwek af zal nemen. Ad 2: De gemeente gebruikt een zonneladder naar het voorbeeld van de NOVI. Dit betekent niet we dat zonneparken op land uitsluiten, maar hier voorwaarden aan verbinden. De gemeente zet met de andere gemeenten in de Cleantech Regio maximaal in op zon op dak. Maar dat betekent dat alsnog bijna de helft van de opgave van opwek door zon op land zal worden gerealiseerd. Ad 3: Ook de gemeente benadrukt in de ontwerp- omgevingsvisie de IJsselvallei het belang van de landbouw.

Maar ook in de IJsselvallei bestaat een opgave voor versterking van natuur en biodiversiteit, verduurzaming van de landbouw en klimaatadaptatie. Wij hopen dat deze opgaven kunnen worden gecombineerd met de opgave voor opwek van duurzame energie. Ad 4: Wij beseffen dat het aangeven van een gebied waar ontwikkelingen worden voorzien leidt tot onrust. In de ontwerp-omgevingsvisie geven wij geen invulling aan de ontwikkeling. Deze invulling willen wij vormgeven in volgende plannen, waarbij het gebied uitdrukkelijk wordt betrokken. Ad 5: We hebben in de ontwerp omgevingsvisie de zonneladder opgenomen als ordeningsprincipe. De ruimtelijke impact van dit ordeningsprincipe is niet overal hetzelfde. Zo beschrijven wij dat de aanpak van zon op dak op bedrijventerreinen veeleer organisatorisch, financieel en technisch van aard is. De ruimtelijke impact van duurzame opwek van zon op dak en binnen de bebouwde kom is minder groot. De aanpak van deze locaties blijft voor ons echter eerste noodzaak. 12 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Ad 6:

In de RES hebben de gezamenlijke gemeenten een proces doorlopen met aandacht voor ruimtelijke inpassing van de opgave voor duurzame opwek. Deze hebben we voor Epe vertaald in de ontwerp Omgevingsvisie. Een volgende stap is een nadere uitwerking in het uitwerkingskader voor zon en wind. Daarmee denken wij dat de ruimtelijk kwaliteit bij de inpassing van windturbines en zonneparken voorop staat en voldoende kan worden geborgd. Ad 7: De opgave voor duurzame energie voor de gemeente Epe wordt nader ingevuld in de Transitievisie Energie en Warmte. Juist voor zonneparken in het landelijk gebied kan op plekken waarin ook opgaven voor biodiversiteit en klimaat spelen, opwek van duurzame energie -mits goed ingericht- leiden tot een versterking van de bij die opgaven horende doelen. Ad 8: Dank voor uw oproep. Zoals eerder gemeld gaan we verder met de invulling van verduurzaming van energie in onze gemeente. Dat gebeurt op bedrijventerreinen, in wijken, in centra en ook in het landelijk gebied. Graag willen we met u als bewoners van dit landelijk gebied in gesprek hierover. We zullen dat de komende tijd doen in de uitwerking van de omgevingsvisie. Concreet met de aanpak van een uitwerkingskader voor zon en wind. Ad 9: In de omgevingsvisie leggen we de verbinding tussen de opgaven die van belang zijn in het landelijk gebied.

Duurzame voedselvoorziening is één van deze doelen, net zoals duurzame energievoorziening. Verbouw van voedselgewassen is meestal moeilijk te combineren met opwek door zonnepanelen. Er bestaan uitzonderingen, zoals de teelt van frambozen waarbij gebruik wordt gemaakt van (al of niet) licht doorlatende zonnepanelen. In het landelijk gebied zijn ook lage of minder productieve gronden met een waarde voor waterberging of als buffer voor natuurgebieden. Hier is onder voorwaarden ook opwek van zonnepanelen mogelijk. Windenergie is weer van een andere orde. Er zijn slechts een beperkt aantal plekken in het landelijk gebied die kansrijk zijn voor windenergie. Die liggen mogelijk ook op vruchtbare landbouwgrond, maar hebben een aanzienlijk kleiner ruimtebeslag dan zonneparken. Ad 10: Windenergie is een complex vraagstuk in onze gemeente, dat heeft alles te maken met de ecologische waarden van ons mooie landschap. Uit onderzoek is gebleken dat de natuurwaarden van de Veluwe (leefgebied van de Wespendief) beperkingen oplegt aan de plannen voor windturbines. De komende tijd wordt door provincie en gemeenten op de Veluwe onderzocht wat precies de mogelijkheden zijn voor windturbines rond de Veluwe. Daarnaast geldt op dit moment geen vast normenkader voor clusters van windmolens. Gemeenten kunnen zelf onderzoeken welke normen zij toepassen.

We beperken ons in de Omgevingsvisie tot het opnemen van een gebied dat het meest kansrijk is voor windturbines in onze gemeente. Voor de uitwerking daarvan zijn de resultaten afhankelijk van het onderzoek naar mogelijkheden voor windturbines rond de Veluwe en een nieuw normenkader dat de rijksoverheid naar verwachting zal opstellen. Ad 11: De bescherming, behoud en versterking van het landschap met haar waardevolle cultuurhistorische en natuurlijke elementen is uitgangspunt van de omgevingsvisie. In het geval van zonneparken willen we daar met de ruimtelijke inpassing invulling aan geven. Windturbines voegen zich minder eenvoudig in het landschap. Met de strategie van koppeling aan grootschalige infrastructuur en lijnen in het landschap proberen wij daar invulling aan te geven. Maar zij blijven aanwezig als (functionele) landmarks in het landschap. Ad 12: De aanpak van de transitie van energie en warmte is een complexe veelomvattende aanpak, die op dit moment op vele terreinen door de gemeente wordt opgepakt. Deze aanpak bevat nu onder andere stimuleren van energiebesparing bij zowel woningen als bedrijven, bevorderen van opwek van duurzame energie door zon op dak bij bedrijven, woningen maar ook organisaties als scholen, zoeken naar goede functiecombinaties van energie opwek en opslag, warmte opwek en distributie.

Daarin werken we als gemeente samen met tal van organisaties als de Cleantech Regio, omliggende gemeenten, hoger onderwijs als Saxion, basis en voortgezet onderwijs, bedrijven- en industriekringen, woningbouwvereniging Triada, 13 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

netleverancier Liander, enthousiaste bewoners en nog vele andere. In deze transitie doen zich steeds nieuwe ontwikkelingen en kansen voor. Daar zullen we in beleid en uitvoering adequaat op moeten reageren. We kunnen dat als gemeente niet alleen, en hebben alle partijen uit de samenleving hard nodig. Met de omgevingsvisie en ook in de andere beleidsterreinen nodigen we u uit deze uitdagingen samen met ons op te nemen. Ad 13: Een belangrijke voorwaarde van de energietransitie is dat het energienetwerk de opgewekte energie goed kan distribueren. De netwerkbeheerder Liander is hier in samenwerking met de gemeente volop mee bezig. Een belangrijke reden om locaties voor duurzame opwek meer te clusteren rond het centrum van het gemeentelijk energienetwerk bij het Eekterveld is dat op deze manier zo efficiënt mogelijk kan worden omgegaan met de opgewekte energie. Maar ook de aanwezige energiebehoefte van de aanwezige industrie op het Eekterveld geeft zo mogelijkheden het energienetwerk zoveel mogelijk te ontlasten. Ad 14: Voor de opwek van zonne-energie volgen wij de zonneladder. Dat betekent dat wij zoveel mogelijk zon op dak en op niet-courante locaties als oude storten stimuleren en faciliteren. Echter daarbij blijft ook het landelijk gebied nadrukkelijk in beeld. Om de opgave te realiseren is in de komende periode inzet op alle terreinen noodzakelijk.

Ad 15: Waar mogelijk vraagt de gemeente Epe van nieuwe en ook bestaande bedrijven dat zij zich richten op klimaatneutraal ondernemen. Het duurzaam bedrijventerrein Eekterveld IV vormt hier een voorbeeld van. Ad 16: De gemeente Epe voert samen met Industriekring Eekterveld op het Eekterveld en de Bedrijvenkring Epe op het Bedrijventerrein Kweekweg projecten uit voor de verduurzaming van de bedrijventerreinen met als doel energieneutrale of zo mogelijk energiepositieve bedrijventerreinen te realiseren. Ad 17: Zoals eerder gezegd hebben we voor de transitie naar duurzame energie en warmte alle handen nodig. Lokale bewoners zijn van belang voor het gezamenlijk met de gemeente (en ook andere partijen als initiatiefnemers) uitwerken van de voorwaarden waaronder we deze transitie kunnen uitvoeren. Ad 18: Het veranderende klimaat en de afname van biodiversiteit noopt om ook in het gebied dat u beschrijft te werken aan een duurzame toekomst. In de Omgevingsvisie willen we dat bereiken door een duurzame en natuurinclusieve landbouw, het water- en bodemsysteem klimaatrobuust te maken, en door opwek van duurzame energie passend in het “nieuwe” landschap te integreren. Ad 19: De Omgevingsvisie is gericht op een duurzame toekomst voor de hele gemeente waarbij behoud, bescherming en versterking van de waardevolle leefomgeving centraal staat.

De opgaven voor de gemeente op het gebied van natuur, duurzaamheid, wonen en werken hebben impact op deze leefomgeving. De omgevingsvisie geeft richting aan de opgave en tracht daarbij recht te doen aan de specifieke kwaliteiten van elk gebied in de gemeente Epe Ad 20: Wij waarderen uw betrokkenheid. Na vaststelling van de omgevingsvisie wordt gewerkt aan een uitwerkingskader zon en wind. Hierin wordt concreter gekeken naar ‘waar en hoe’. In het kader daarvan zullen inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties van de gemeente betrokken worden, hierbij bent u als buurtbewoners van harte welkom. Zienswijzen Energietransitie 2 Samenvatting van de zienswijzen 1. Inspreker is verontrust over aanwijzing van clustergebied voor opwek van duurzame energie door zon en wind. Inspreker heeft grote bezwaren vanwege het verloren gaan van goede landbouwgrond door grote zonneparken en hinder van windturbines en landschappelijke aantasting. Hij voorziet waardevermindering van woningen en wijst op kansen voor natuurinclusieve landbouw.

14 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

2. Insprekers zijn tegen gebruik van goede landbouwgrond voor zonneparken en geven daar hun argumenten voor. Wijzen erop dat eerst andere manieren voor de opgave van energietransitie moeten worden aangewend. Onze reactie In de ontwerp-omgevingsvisie is een gebied opgenomen vanaf het industrieterrein Eekterveld naar het oosten voor opwek van duurzame energie door zonneparken en windturbines. In hoofdstuk drie wordt de energieopgave nader toegelicht. Voor duurzame opwek voor zon staat gebruik van de zonneladder centraal. Hierbij gaat de voorkeur uit naar zon op dak. Daar zetten we als gemeente ook sterk op in, zowel op particuliere woningen als op bedrijventerreinen. Alleen zon op dak is echter niet voldoende voor het realiseren van de opgave voor duurzame opwek. Zonneparken en windturbines blijven benodigd. Daarbij kiezen we voor de omgeving van het Eekterveld om zo vraag en aanbod bij elkaar te brengen door aansluiting bij het bedrijventerrein en het daar gelegen onderstation van Liander. Voor zonneparken geldt ook hier de zonneladder, waarbij voorwaarden worden gesteld aan vestiging van zonneparken. Nadere uitwerking van de zonneladder vindt plaats in het komende uitwerkingskader zon en wind. Windturbines en hinder staan sterk in de belangstelling. Voor de gemeente Epe gelden sterke beperkingen vanwege het Natura 2000 gebied de Veluwe.

De mogelijkheden voor windenergie rond de Veluwe worden de komende tijd in bovenregionaal verband uitgewerkt. Windenergie blijft echter een belangrijke factor voor een evenwichtige energiemix voor duurzame opwek. In gebieden waar mogelijke ruimte aanwezig is voor windturbines willen we deze ruimte aangeven in de wetenschap dat de uitwerking van kansen voor windenergie nog definitief moet worden bepaald. In die afweging spelen de door u aangegeven zorgen ten aanzien van geluid (ook laagfrequent) en slagschaduw. In het aangegeven gebied ten oosten van de A50 liggen voor Epe de meest reële kansen voor realisatie van enkele windturbines. Voor natuurinclusieve landbouw zien wij kansen voor duurzame opwek van energie als economische drager van de transitieopgave. De energieopgave kent meer sporen dan opwek door zon en wind, een belangrijke daarvan is besparing. Hoe minder energie wordt gebruikt, des te minder er hoeft te worden opgewekt, en des te minder ruimtebeslag benodigd is voor opwek van energie. De efficiëntie en daarmee het rendement van de opwek van duurzame energie groeit nog voortdurend. Ook dit heeft zijn weerslag op de benodigde ruimte voor opwek. Niet alleen energietransitie, maar ook de behoefte aan meer woningen en de maatregelen voor klimaatadaptatie gaan meer ruimte vragen in onze gemeente.

De omgevingsvisie geeft de richting waarin we als gemeente een duurzame toekomst vorm willen geven. Verdere toelichting vindt de lezer in het eerste deel van het hoofdstuk Energietransitie zienswijzen (1 t/m 20). Zienswijzen Energietransitie 3 Samenvatting van de zienswijze Insprekers wijzen op uitgangspunten NOVI en RES voor zonne-energie: eerst daken, en onbenutte plekken volleggen, geen landbouwgrond gebruiken. Zij zien niet in hoe opwek van duurzame energie kan bijdragen aan opgaven op het gebied van biodiversiteit en klimaat. Zij vragen bedrijven en burgers actief te betrekken bij de vormgeving van een duurzame toekomst en de lokale bewoners te betrekken en te laten participeren voor behoud en versterking van onze unieke waarde. Onze reactie Dank voor uw aanbod om actief mee te werken aan een duurzame toekomst voor onze mooie gemeente. In de ontwerp Omgevingsvisie hebben wij de zonneladder in de voorkeursvolgorde die u noemt opgenomen. Tegelijkertijd zien we dat de duurzame energieopgave enorm is. In de RES hebben we als regio onze gezamenlijke ambities neergelegd. We zetten volop in op realisatie van zon 15 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

op dak. In de gemeente Epe doen we dat met de alle ondernemersorganisaties. Op het Eekterveld en op de Kweekweg zijn we samen op weg naar energieneutraal of zelfs energieleverend te worden. Maar met alle inspanning is dan nog bijna eenzelfde hoeveelheid opwek van zonne-energie nodig op land. De manier waarop we deze opgave op land ruimtelijk willen inpassen hebben we opgenomen in de ontwerp Omgevingsvisie. Daarbij speelt dubbelgebruik en efficiëntie een grote rol. Met dubbelgebruik beogen we met duurzame opwek ook andere prioritaire doelen zoals op het gebied van klimaatadaptatie of biodiversiteit te realiseren. Intensief agrarisch gebruikte percelen in bufferzones rond natuurgebieden kunnen zo worden geëxtensiveerd en zo optimaal mogelijk worden ingericht voor de beoogde doelen. Met efficiëntie willen we de opgewekte duurzame energie zo effectief mogelijk gebruiken, waardoor het ruimtebeslag zo beperkt mogelijk blijft. Hier biedt het bij het Eekterveld aanwezige onderstation in combinatie met energie vragende bedrijven een kansrijke combinatie. Naast opwek van zonne-energie blijft ook opwek van windenergie van belang. Gebruik van beide vormen geeft meer mogelijkheden voor een evenwichtige energiemix voor een duurzame opwek.

In gebieden waar mogelijke ruimte aanwezig is voor windturbines willen we deze ruimte aangeven in de wetenschap dat de uitwerking van kansen voor windenergie nog definitief moet worden bepaald. In die afweging spelen naast de beperkingen als gevolg van Natura 2000 gebieden ook zorgen ten aanzien van geluid (ook laagfrequent) en slagschaduw. In het aangegeven gebied ten oosten van de A50 liggen voor Epe de meest reële kansen voor realisatie van enkele windturbines. Met de ontwerp Omgevingsvisie bepalen we een richting van de duurzame opwek van energie op hoofdlijnen. Dit hebben we gedaan met inbreng van vele burgers, bedrijven, organisaties en overheidspartners. De invulling daarvan vindt plaats in nu volgende plannen. Zo zijn we bezig met een Transitievisie energie en warmte, waarin de gemeente haar doelen opneemt op dit gebied. Na de Omgevingsvisie gaan we aan de slag hoe en met wie we de duurzame opwek van energie in onze gemeente precies vorm willen geven. Daar gebruiken we graag aanwezige expertise van organisaties en bewoners voor. Verdere toelichting vindt de lezer in het eerste deel van het hoofdstuk Energietransitie zienswijzen (1 t/m 20).

16 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

Woningbouw Zienswijzen Woningbouw ’t Slath Korte samenvatting van de zienswijzen 1. In de omgevingsvisie is de locatie ’t Slath als uitbreidingslocatie voor woningbouw genoemd. Daartegen zijn zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn gericht op het behoud van het groene landschappelijke karakter van het gebied en de aanwezige flora en fauna. Ook worden zorgen geuit over de verkeersstromen en het behoud van de biodiversiteit. Juist vanwege de unieke ligging van ’t Slath – ook als uitloopgebied van het dorp Epe – zou het gebied onbebouwd moeten blijven. Tot slot worden enkele opmerkingen gemaakt over de woningbouwaantallen, transformatie, inbreiding en (hoge) investeringen. 2. Er is ook een zienswijze ingediend om de noordwestkant van de Dijkhuizerzandweg, tussen de Brinkgreverweg en de Plekweversweg bij de woningbouwlocatie ’t Slath te betrekken. In ieder geval voor een woning van betrokkene en desgewenst ook voor woningbouw. Onze reactie Waarom is woningbouw nodig? We starten de beantwoording vanuit de behoefte aan woningen. We hoeven de krant maar open te slaan om te lezen dat deze behoefte in Nederland, en dus ook in onze gemeente, groot is. Dan gaat het zowel om starters, als over doorstromers. Regionaal worden daarover, in samenwerking met de provincie Gelderland, afspraken gemaakt.

De woningbouwbehoefte voor onze gemeente is daarbij lokaal bepaald, onder andere op basis van de PRIMOS-prognoses uit 2020 (maximaal 1.350 woningen tot 2030!). Extra woningbouw, bijvoorbeeld voor nieuwe inwoners vanuit de Randstad is hierin niet meegenomen. Met alleen transformatie van leegstaand vastgoed en inbreiding kan niet aan de vraag naar woningen worden voldaan in de dorpen Emst, Epe, Oene en Vaassen. Temeer ook nu wij in onze dorpen voorzichtig met inbreiding omgaan, juist ook vanwege het groene karakter van de dorpen en de noodzaak van klimaatadaptatie binnen de kernen. Ook worden door transformatie en inbreiding niet alle doelgroepen bediend. In de Woonagenda 2019-2023 is dit al door de gemeenteraad uitgesproken en aangegeven dat uitbreidingslocaties nodig zijn om aan de vraag naar woningen te kunnen voldoen. Juist uitbreidingslocaties bieden kansen om substantieel betaalbare woningen te realiseren, naast de opgave om de komende tijd meer sociale huurwoningen op te leveren. Wij hebben samen een opgave om woningen te realiseren voor onze jongeren, gezinnen en senioren. In het voorafgaande participatietraject werd dit door iedereen onderkend. Om woningen te kunnen realiseren zijn locaties nodig. Voor de kern Epe betreft dit meerdere uitbreidingslocaties als gekeken wordt naar de huidige afspraken over het aantal te realiseren woningen in onze gemeente.

Met alleen ’t Slath of Zuukerenk (waarnaar ook verwezen wordt) kan niet aan de vraag worden voldaan in de kern Epe (ruim 40% van de te realiseren behoefte). Beide locaties staan overigens ook al aangegeven als uitbreidingslocaties in het huidige structuurplan uit 2006. Het betreft een voortzetting van het huidige beleid. Hoe geven we invulling aan de benodigde woningbouw? In de omgevingsvisie staat dat het vertrekpunt bij woningbouw de waardevolle leefomgeving is. Landschap en bestaande natuur zijn inspiratie voor ontwikkeling. Dat is ons DNA. In het ‘Pamflet Natuurlijk goed leven’ waarmee de omgevingsvisie start, staat dat we ons laten inspireren door de rijkdom van de natuur, de kenmerken van het landschap en de eigenheid van het gebied. Nieuwe ontwikkelingen passen bij de identiteit van het gebied en dragen bij aan ruimtelijke kwaliteit en de doelstellingen van de omgevingsvisie. Daarbij kiezen wij voor maatwerk. 17 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

In de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan de inrichting van de fysieke leefomgeving en zijn condities benoemd bij het fysiek ontwikkelen van woningbouwlocaties. Programmering en doelgroepen worden in de omgevingsvisie in algemene zin benoemd. Die uitwerking en de doorwerking van de omgevingsvisie voor het volkshuisvestelijk beleid, vindt plaats bij de actualisatie van de Woonagenda 2019-2023, waarmee in het najaar van 2021 wordt gestart. Aan het ontwikkelen van een woningbouwlocatie wordt in de omgevingsvisie richting gegeven. Het volgende wordt daarover gezegd: o o

o

o

o

Bij nieuwbouw werken we aan duurzaamheid door natuur- en klimaatinclusief te bouwen. Gezondheid: de fysieke omgeving draagt bij aan gezondheid door ruimte voor bewegen, ontmoeten, en groen. Nieuwe verbindingen zijn gericht op actieve recreatie, juist voor de inwoners: veilige en goede fiets- en wandelroutes in en tussen de woonwijken, scholen, woonzorgvoorzieningen, het centrum, het buitengebied, de dorpen onderling en busknooppunten. Gezondheid: langer zelfstandig wonen en zorg op maat zien we als belangrijke maatregelen omdat onze inwoners ouder worden. We versterken de aantrekkelijke woonomgeving voor senioren, onder andere door het toevoegen van ontmoetingsplekken. We werken op termijn aan een meer toegankelijke openbare ruimte, met meer verblijfskwaliteit. De opgaven groen, klimaat en een aantakking op recreatieve structuur zijn hier mooi te koppelen. Wonen: Landschap en bestaande natuur zijn inspiratie voor ontwikkeling. Er wordt voor alle doelgroepen gebouwd en we zetten in op nieuwe woontypologieën, bijvoorbeeld: flexibele bouw, innovatieve woonconcepten en woon-zorgbuurten met bijzondere nieuwe woonvormen voor ouderen. Bij nieuwbouw zetten we ook in op groen (bomenstructuur en een groene ondergrond) en blauw (ruimte voor water). Er zijn groene aders naar de bestaande wijken, het verbeteren van biodiversiteit en inspelen op de klimaatopgave worden gekoppeld.

De omgeving bepaalt mede de manier waarop invulling wordt gegeven aan de opgave. Wonen: het STOP-principe (Stappen, Trappen, OV en Privé) is leidend voor de opbouw van de wijk (bestaand en nieuw), via fietsradialen worden belangrijke verbindingen gelegd met de omgeving en het centrum. Op de fietsradialen wordt verkend of door het inrichten van fietsstraten, eenrichtingsverkeer of een ‘knip’ veilige en snelle verbindingen kunnen worden gerealiseerd. In nieuwbouwwijken is geen doorgaand verkeer. Elektrisch rijden wordt gefaciliteerd.

De opmerkingen in de zienswijzen, zoals over het landschap, het groen, de flora en fauna, de biodiversiteit, het bewegen en de verkeersstromen herkennen wij. Deze eigenheid van het gebied is de bouwsteen voor woningbouw in ’t Slath en in andere toekomstige woningbouwlocaties. Dan gaat het over de ‘hoe vraag’, de uitwerking. Dit valt buiten de reikwijdte van de omgevingsvisie. In de uitwerking komen ook de verkeerstromen aan de orde en het financiële plaatje. Die uitwerking doen wij samen met omwonenden en betrokkenen. Ook de gemeenteraad wordt daarbij actief betrokken. In de zienswijzen wordt gerefereerd aan een krediet dat de gemeenteraad ter beschikking heeft gesteld. Het krediet dient ervoor om te onderzoeken welke mogelijkheden er liggen voor ontwikkeling van woningbouw. Een quickscan. Op basis daarvan wordt uiteindelijk gekeken in welke mate woningbouw mogelijk is, zowel ruimtelijk, als financieel. In de quickscan komen de aspecten over de waardevolle leefomgeving – zoals genoemd in de zienswijzen - terug. De uitkomst en de verder te nemen stappen worden te zijner tijd aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd. Daar wordt dan bepaald of ’t Slath als woningbouwlocatie ontwikkeld wordt. Zoals al eerder is gezegd: we doen dit samen met u, omwonenden en betrokkenen. 18 Zienswijzennota ontwerp omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’

NL.IMRO.0232.VS001Omgevingsvs-VVS1

We gaan niet mee in de oproep om ’t Slath als uitbreidingslocatie te schrappen. De vraag naar woningen is groot en blijft groeien. Om onze jongeren, gezinnen en senioren passende huisvesting te kunnen bieden zijn uitbreidingslocaties nodig, zowel in het dorp Epe, als in Emst, als in Oene, als in Vaassen. Die opgave is wat ons betreft helder. Hoe we die opgave invullen is een traject dat los staat van de omgevingsvisie en hierna volgt. De kaarten in de omgevingsvisie zijn indicatief. Daaraan kunnen geen rechten ontleend worden. In het structuurplan uit 2006 loopt de grens van de uitbreidingslocatie tot de Brinkgreverweg. Dat is ook in deze omgevingsvisie het uitgangspunt. Daar ligt in principe de grens. Het gebied waarnaar wordt verwezen was vroeger benoemd als Ecologische Hoofdstructuur en is nu aangewezen als Groene Ontwikkelingszone in de provinciale omgevingsverordening. Natuur is daar leidend. Ontwikkeling dienen daarmee altijd in evenwicht te zijn en daaraan bijdragen. Zienswijzen Woningbouw Vaassen, n.a.v. kaart op pagina 29 Korte samenvatting van de zienswijzen Alle reacties spitsen zich toe op de kaarten van Vaassen voor woningbouw op pagina 29 en de algemene kaart van Vaassen op pagina 51.

Er wordt niet precies toegelicht wat de gronden van de zienswijzen zijn, behalve dat men uit het kaartbeeld afleidt dat de beoogde woningbouwlocatie Sprenghenparc – althans zo interpreteren wij dat – tot de bebouwde kom van Vaassen zou behoren en al ingetekend zou zijn. Onze reactie De kaarten in de omgevingsvisie zijn bestaande kaarten uit diverse bronnen. De kaarten waarnaar in de zienswijzen verwezen worden, hebben niet als intentie voor te sorteren op de mogelijke komst van Sprenghenparc. De zienswijze verraste ons dan ook in die zin dat men dit wel als zodanig ziet. Hoe dan ook: het enkele feit dat men voornoemde interpretatie heeft, is voor ons voldoende aanleiding om aan te geven dat Sprenghenparc zijn eigen ruimtelijke spoor volgt, waarbij de basis ligt in de Woonagenda 2019-2023. Hetzelfde geldt voor Oosterhof-Zuid. Vandaar dat ervoor is gekozen beide locaties niet in te tekenen als uitbreidingslocatie op de kaarten. Om misverstanden te voorkomen is het wel wenselijk in de omgevingsvisie de volgende zin op te nemen: “Voor Vaassen lopen momenteel twee woningbouwtrajecten (Sprenghenparc: uitbreiding/transformatie en Oosterhof Zuid: uitbreiding). Beiden staan genoemd in de Woonagenda 2019-2023 en volgen hun eigen ruimtelijk spoor (dat al enige tijd geleden in gang is gezet)”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10555561/2