Zomernota 2021, DEFINITIEF
Tekst van het document
blz. 21 (van 102)
ook nu al tot problemen. De afname en het verdwijnen van diversiteit in plant- en diersoorten leidt tot een verstoord natuurlijk evenwicht en plagen, zoals de eikenprocessierups. Daarnaast zien we grote opgaven op het tegengaan van invasieve exoten (plant- en diersoorten die zich invasief gedragen, de biodiversiteit aantasten, economische schade aanrichten of gezondheidsklachten kunnen veroorzaken). Tegelijkertijd zijn de uitvoeringsmiddelen voor biodiversiteit inmiddels afgelopen, zijn er geen middelen voor de lange termijn aanpak van de eikenprocessierups (werken aan het herstel van het natuurlijk evenwicht in de stad en daarmee de weerbaarheid van de stad) en zijn de vervangingsgelden voor groen niet toereikend om te zorgen voor het kwalitatief vergroenen van de stad. Voor de gemeentebegroting 2022 komen we met een groenambitieplan, als toegezegd aan de Raad. Daarin koppelen we definitief de urgentie en ambitie aan benodigde middelen. Het dilemma is dus: niet investeren in biodiversiteit leidt tot structureel hoge lasten voor het bestrijden van plagen en invasieve exoten. Dit heeft negatieve gevolgen voor het leef- en vestigingsklimaat en de gezondheid van onze inwoners. 33.
Beleidscapaciteit wonen en zorg Met de opdracht "meer wonen, minder zorg" wordt concreet vorm gegeven aan de huisvesting van mensen vanuit opvang en ter voorkoming van opvang in reguliere woonvormen, al dan niet met begeleiding. Deze opdracht loopt nu eind 2021 af en heeft nog een vervolg nodig alvorens het onderdeel kan zijn van het reguliere werk. Daarnaast is de opgave op het terrein van ouderenhuisvesting in toenemende mate in beeld en verwacht wordt dat de gemeente hier een grotere rol in zal gaan spelen. Dit zal allereerst zijn door het uitwerken van beleid op het gebied van wonen en zorg. Daarna in het verder vormgeven van de uitvoering daarvan. Om hier invulling aan te geven is vanaf 2022 ruimte binnen het begrotingsprogramma Duurzaam Wonen Leven Werken vrijgemaakt door herprioritering. 34. Ondergronds brengen hoogspanningskabels Het Rijk heeft aangegeven het grootste gedeelte van de kosten voor het ondergronds brengen van de hoogspanningskabels in Enschede West (door Twekkelerveld, langs de (bedrijfs-)woningen aan de IJsbaanweg en op industrieterrein Westerval Noord) voor haar rekening te willen nemen. De provincie en gemeente moeten dan wel het resterende bedrag beschikbaar stellen. De provincie heeft al groen licht gegeven en middelen vrij gemaakt.
Met de bijdrage van de gemeente van in totaal 550.000 euro wordt een investering mogelijk gemaakt van circa 8 miljoen euro. 35. Toename taken OZJT Het betreft personele inzet als gevolg van de noodzakelijke versterking van het regionaal (strategisch) contractmanagement en het borgen van de financiële expertise ten behoeve van de uitvoering van contractmanagement. 36. Investeren in kansengelijkheid Ten aanzien van kansengelijkheid is er een motie van de Raad ingediend. Om kansengelijkheid écht vorm te geven, stelt het college voor om de ambtelijke capaciteit uit te breiden met een programmamedewerker/kwartiermaker kansengelijkheid. Iemand met kennis en gezag voor een domein-overstijgende coördinatie- en trekkersrol, om met een brede aanpak te komen voor een “trendbreuk” en een 10-jarenplan. Qua inspiratie kan gedacht worden aan de integrale wijkaanpak in Rotterdam. Vooralsnog ramen we voor de uitvoering van dit plan een ton per jaar structureel. Hierbij verwachten we in de uitvoering ook uit andere, bestaande budgetten te kunnen putten, omdat we een integrale benadering van het vraagstuk voorstaan.
blz. 22 (van 102)
37. Impuls op samenlevingsgericht werken en participatie De komende jaren willen we meerdere vormen van participatie toepassen en in de stad gaan experimenteren vooral met de bedoeling om er samen (gemeente, politiek, stad) van te leren. En ook dat participatie echt en realiseerbaar is. ‘Echt’, dat wil zeggen dat inwoners en ondernemers daadwerkelijk samen de stad kunnen maken, eigen voorstellen, gesprekken en besluiten. En met ‘realiseerbaar’ wordt bedoeld dat we het als organisatie ook moeten inplannen en het een volwaardige plek geven in de ‘opdrachtverlening’ binnen de organisatie. Inclusief tijd, geld en expertise rond participatie. We nemen 2 jaar de tijd om met behulp van een concrete uitvoeringsagenda (met bijbehorende toolbox) te experimenteren, te leren, te borgen en te bepalen of en hoeveel structurele middelen vanaf 2024 nodig zijn. 38. Impuls groen herstel: toekomstbestendige bedrijventerreinen Zeker een kwart van alle banen bevindt zich op onze bedrijventerreinen, waar de daar gevestigde bedrijven innovaties van de kennisinstellingen en startups doorontwikkelen, op de markt brengen of toepassen in bestaande productieprocessen. Het belang van de terreinen is dus groot. Echter: de meeste terreinen voldoen niet meer aan de moderne eisen. Diverse rapportages laten zien ze langzaam achteruit gaan, technisch en economisch.
Ook liggen er grote opgaven op het gebied van energie en duurzaamheid. Samen met de georganiseerde ondernemersverenigingen hebben we gebiedsgerichte agenda’s ontwikkeld per terrein. Om deze uit te voeren is, om te beginnen, 100.000 euro nodig. Dit voor het ondersteunen van ondernemersinitiatieven (zoals deelmobiliteit, veiligheid, verduurzamingsacties), verbeteren van verblijfskwaliteit en bereikbaarheid en aanjagen van fondsen voor herstructurering en revitalisering. 39. Fietsvisie basis De Raad heeft in het voorjaar van 2021 unaniem de Fietsvisie Enschede 2030 vastgesteld. Deze visie zet in op drie doelen die sterk met elkaar samenhangen: 1) meer fietsbewegingen, 2) veilig op de fiets en 3) tevreden fietsers. Fietsen levert een belangrijke bijdrage aan de bereikbaarheid, de talentopgave, een duurzame groene stad en een inclusieve samenleving. We hebben in opdracht van de Raad in beeld gebracht wat uitvoering van het basisscenario van de fietsvisie kost. De investeringsreeks loopt op tot een structurele extra last van 750.000 euro. Naar aanleiding van het raadsbesluit Fietsvisie maken we deze kosten hier financieel apart zichtbaar; inhoudelijk horen ze thuis onder het basisscenario ‘mobiliteit’. 40. Materieel budget opgaven en instrumenten visie Landelijk Gebied In de conceptvisie Landelijk Gebied hebben we voor de komende tien jaar de ambities vertaald naar opgaven.
Voor de realisatie van veel van deze opgaven zijn we afhankelijk van de inzet van anderen. Om dit mogelijk te maken, te ondersteunen en voor cofinanciering te zorgen is structureel meer materieel budget nodig. Voor een onderbouwing van de opgaven verwijzen we naar de conceptvisie. 41. Extra inzet voor vroeg-signalering schulden en nazorg detentie Continueren van de tijdelijke inzet omtrent vroeg-signaleren mede als gevolg van veranderende wetgeving en het vormgeven van het beleid van nazorg na detentie. 42. Basisbaan Uit verschillende adviesrapporten blijkt dat er aan de onderkant van de arbeidsmarkt behoefte is aan meer duidelijkheid en zekerheid voor de klant. De basisbaan wordt daar als een oplossing in genoemd. Op dit moment worden verschillende opties voor een basisbaan in kaart gebracht. Het standpunt van het Rijk ten aanzien van de basisbaan is echter nog hoogst onzeker en daarmee ontbreekt ook het (financieel) perspectief op een duurzame oplossing.
blz. 23 (van 102)
Omdat we juist een duurzaam perspectief willen bieden aan onze inwoners wachten we dit af en kunnen we dit perspectief inhoudelijk en financieel nog niet concreet maken. 43. Kapitaallasten investeringsagenda In de investeringsagenda zijn diverse projecten opgenomen. Die projecten bestaan uit een mix van grondexploitaties en investeringsprojecten. Voor de investeringsprojecten geldt dat ze volgens de spelregels geactiveerd moeten worden. Activeren leidt tot een structurele kapitaallasten reeks in de begroting. In het middelenkader hebben we een kapitaallasten reeks opgenomen van 1,6 miljoen euro. Daarmee kunnen we de komende jaren al meerdere projecten uit de investeringsagenda oppakken. Dit bedrag is echter nog niet voldoende om de kapitaallasten van alle projecten in de investeringsagenda te dekken. Dat vraagt op middellange termijn dus mogelijk nog om een verdere ophoging van dit budget. 44. Emancipatie / inclusie-agenda Het betreft de continuering van de gemeentelijke bijdrage voor het kunnen voortzetten van LHBTI-beleid in 2022. Voor continuering vanaf 2023 volgt een nieuwe afweging. 45. Parkeerinkomsten 2022 en 2023 In het coalitie akkoord is de afspraak opgenomen om de parkeertarieven ieder jaar 0,10 euro te verhogen. Deze verhoging is vorig jaar (2021) niet doorgevoerd gezien de impact van corona op de stad.
Om de in het middelenkader begrote opbrengsten voor 2022 te realiseren zou eigenlijk een correctie plaats moeten vinden door het tarief met 0,20 euro te verhogen. Dit is gezien de effecten van corona en de zware tijd die ondernemers op dit moment ondervinden niet wenselijk. Daarom wordt er voor gekozen om in 2022 de reguliere 0,10 euro te verhogen en in de jaren 2023 en 2024 nogmaals 0,10 euro per jaar te verhogen zodat structureel wel de begrote opbrengsten worden gerealiseerd. Door de dotatie groot onderhoud van het parkeerbedrijf in 2023 uit te stellen kan het tekort van het niet verhogen van 0,20 euro in 2023 worden opgevangen. In 2022 is er dan nog een eenmalig tekort dat opgenomen wordt in het middelenkader. Daarbij verwachten we, op basis van de meicirculaire 2021, dat het kabinet ook nog komt met aanvullende coronacompensatie voor inkomstenderving o.a. op parkeren. Toelichting op de besparing van het middelenkader 46. Extra inkomsten gemeentefonds In de inleiding van hoofdstuk 3 is al toegelicht dat het meerjarenbeeld troebel is. Van diverse majeure ontwikkelingen is de impact op het middelenkader nog onduidelijk.
Denk aan ontwikkelingen rondom extra gelden voor jeugdhulp, extra klimaatgelden, compensatie voor invoeren van de omgevingswet, de uitwerking van een nieuwe verdeelmodel voor het gemeentefonds, mogelijke afschaffing van de opschalingkorting, het beleid dat een nieuw kabinet nastaat en de impact van corona op de meerjarenbegroting. Deze onzekerheden bemoeilijken de begrotingsvoorbereiding 2022 en het opstellen van een nauwkeurig meerjarenbeeld. Gemeenten moeten daarom aannames doen in het financiële kader. Te voorzichtig begroten leidt daarbij tot ingrijpende ombuigingsmaatregelen die het herstel uit de coronacrisis kunnen tegenwerken en op termijn mogelijk ook niet nodig blijken te zijn geweest. Te optimistisch begroten kan leiden tot het nemen van onverantwoorde risico's en de noodzaak om op lange termijn weer bij te sturen op de financiële positie. Het is zoeken naar een goede balans tussen prudent en offensief begroten.
blz. 24 (van 102)
De beredeneerde inschatting is gemaakt dat we rekening houden met 800 miljoen euro structurele ophoging in het gemeentefonds. De doorrekeningen van de verkiezingsprogramma's voor de 2e kamer verkiezingen, de uitspraak van de arbitragecommissie op de tekorten rondom de Jeugdhulp en recente uitspraken van de demissionair Minister van Binnenlandse Zaken op het afschaffen van de opschalingskorting geven ons het vertrouwen dat we dat bedrag verantwoord op kunnen nemen. In ons middelenkader was reeds rekening gehouden met 300 miljoen euro structurele compensatie voor jeugdhulp. Dat vertaalde zich voor Enschede in 3,6 miljoen euro structurele dekking in het middelenkader. Bij een ophoging naar 800 miljoen euro komt daarmee 6,0 miljoen euro extra dekking beschikbaar. We nemen hiermee een gecalculeerd risico. Vanuit voorzichtigheidsprincipe hebben we in onze weerstandsratio ook rekening gehouden met een risico dat het tegenvalt op onze aannames. 47. Uitstel dotatie groot onderhoud parkeerbedrijf Door de dotatie groot onderhoud van het parkeerbedrijf uit te stellen kan 300.000 euro worden ingezet om het tekort van het verhogen van de parkeertarieven in 2023 met 0,10 euro in plaats van de eerder begrote 0,20 euro worden opgevangen. 48. Bodem gelden 2016-2020 Het bodemprogramma loopt bijna op zijn eind, een nieuw programma inclusief financiering vanuit het rijk is in de maak.
Omdat het huidige programma bijna afloopt zien we dat daar ruimte is om enkele andere vraagstukken te financieren aangezien we voor het bodemprogramma zelf niet alle middelen nodig hebben. 49. Structurele ruimte Vitaal en Sociaal Op basis van analyse van jaarrekening resultaten van de afgelopen jaren binnen het sociaal domein is voor 2,3 miljoen euro structurele ruimte vrij te spelen. Het is goed te beseffen dat deze begrotingsruimte niet leidt tot wijzigingen in het voorzieningenniveau en uit te voeren werkzaamheden ten opzichte van voorgaande jaren. Het betreft de volgende onderwerpen: -
-
-
-
-
-
Onderwijs (798.000 euro): Het betreft onderbesteding op de gemeentelijke inzet van de peuterarrangementen in het kader van onderwijsachterstanden bestrijding, combifunctionarissen en toezicht op kinderopvang. Sport & Gezondheid (300.000 euro): Het betreft onderbesteding op het budget voor sportsubsidies voor nieuwe initiatieven, innovatie, fusies en daarnaast onderbesteding op het uitvoeringsbudget voor gezondheid. Ondersteuning lokaal (Wmo) (500.000 euro): Financiële ruimte door het actualiseren van de begrotingsuitgangspunten op basis van de gemeenterekening 2020, rekening houdend met specifieke ontwikkelingen omtrent tarieven (Twents Ondersteuningsmodel, Ondersteuning huishouden) en effecten van het abonnementstarief. Algemeen maatschappelijke voorzieningen (150.000 euro): Mantelzorgondersteuning vindt met name plaats door structurele subsidiering van de maatschappelijke partners SMD en M-Pact waarvoor zij mantelzorgondersteuning geven in de vorm van informatie en ondersteuning. Dit mantelzorgbudget is complementair hierop en ondanks inspanningen voor extra aanvullende ondersteuning is gebleken dat er sprake is van structurele onderbesteding op dit budget. Arbeidsmarktparticipatie (450.000 euro): Het betreft structurele ruimte op het budget voor nieuwe initiatieven waar nog geen verplichtingen voor zijn aangegaan, vrijval huurderving en vrijval van WIW/ID banen.
Ondersteuning wijkteams (100.000 euro): Het betreft onderbesteding op het budget Centrum, Jeugd en Gezin en de Powers
blz. 25 (van 102)
50. Stelpost onderuitputting Vitaal en Sociaal Hiervoor is al benoemd dat op basis van een analyse van de gemeenterekening resultaten van de afgelopen jaren binnen het sociaal domein voor 2,3 miljoen euro aan structurele ruimte is vrij te spelen. We gaan er daarnaast vanuit dat er 800 miljoen euro aan extra rijksmiddelen beschikbaar komen. Daarmee wordt ook het structurele tekort van 3,5 miljoen euro dat we hebben op de jeugdhulp afgedekt. Dat maakt dat dit tekort de komende jaren niet meer afgedekt hoeft te worden binnen de exploitatie van het sociaal domein. Gezien de (in absolute zin) positieve jaarrekening resultaten van de afgelopen jaren in het sociaal domein en omdat het college offensiever wil begroten is de verwachting dat aanvullend, dus bovenop de 2,3 miljoen euro structurele ruimte die al is benoemd, nog 3,5 miljoen euro ingezet kan worden voor de algemene afweging. We stellen voor deze 3,5 miljoen euro op een stelpost onderuitputting op te nemen in het begrotingsprogramma Vitaal & Sociaal. Concreet betekent dit dat we de komende jaren anticiperen op onderuitputting op de budgetten in het begrotingsprogramma Vitaal & Sociaal. We kunnen deze onderuitputting op voorhand niet toewijzen aan concrete producten in de gemeentebegroting. Daarvoor zijn de uitkomsten in de jaarrekeningen op de diverse producten te grillig.
Belangrijke oorzaken zijn wijzigingen in de rijksuitkeringen maar ook specifieke omstandigheden zoals de effecten van de corona-pandemie op de uitgaven en inkomsten van de gemeente. Deze stelpost heeft een meerjarig karakter en bedraagt 3,5 miljoen euro. Gelet op het feit dat de geraamde onderbesteding niet te koppelen is aan een bestaand product binnen Vitaal en Sociaal wordt voorgesteld hiervoor een nieuw product toe te voegen in het begrotingsprogramma van de gemeentebegroting: "stelpost onderuitputting Vitaal & Sociaal". Deze stelpost wordt gedurende het begrotingsjaar ‘gevuld’ met voordelen die naar verwachting ontstaan op de verschillende producten. Binnen het programma Vitaal & Sociaal zal de stand van zaken van de invulling van de stelpost nauwlettend worden gemonitord. De actualisaties van de Zomernota zijn de momenten in de Planning & Control-cyclus waarover we over de invulling van deze stelpost zullen rapporteren aan de Raad. Bij de gemeenterekening vindt definitieve verantwoording plaats. 51. Incidentele ruimte inkomensondersteuning Het betreft incidentele financiële ruimte afhankelijk van de veronderstelde groei van het bereik zoals opgenomen in de nota "Rondkomen met je inkomen". 52. Incidentele ruimte transformatiereserve Het betreft de ruimte die ingezet wordt voor extra inzet op het terrein van wonen en zorg voor 2022 en 2023.
De beleidscapaciteit ten behoeve van “Meer wonen, minder zorg” wordt gedekt uit de transformatiereserve Sociaal. 53. Correctie loon- en prijscompensatie maatschappelijke- en vrouwenopvang De centrumtaken op het gebied van Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang worden bekostigd met decentralisatie uitkeringen. Deze uitkeringen worden niet geïndexeerd, de loon-en prijsaanpassingen dienen via het accres vanuit het gemeentefonds van alle deelnemende gemeenten opgehoogd te worden en niet alleen vanuit Enschede. De hiertoe strekkende afspraken zijn met deze gemeenten gemaakt.
blz. 26 (van 102)
3.3. Risico's In deze zomernota zijn een aantal risico's geconstateerd. Het zijn onderwerpen waarvan het op dit moment nog onzeker is of ze zich voor gaan doen. En als ze zich voor doen, wat dan de financiële impact is. In onderstaand overzicht is, op basis van de huidige kennis, een zo realistisch mogelijk beeld van de risico's geschetst. Via de reguliere P&C cyclus wordt geïnformeerd wanneer zich ontwikkelingen binnen de genoemde risico's voor doen. Begrotingsprogramma
Risico's (x 1.000 euro)
2022 2023 2024 2025
Financiën en Organisatie
P&C advies- en ondersteuning
pm
pm
pm
pm
Financiën en Organisatie
Datagedreven werken / BI capaciteit
pm
pm
pm
Pm
Financiën en Organisatie
Uitvoeren cloudstrategie: - investeren - transitie - reserve vervanging en verclouden grote kernapplicaties
pm
pm
pm
Pm
Financiën en Organisatie
Bridge/basis op orde informatie- en archiefbeheer
pm
pm
pm
Pm
Vitaal en Sociaal
Invoering woonplaatsbeginsel jeugdhulp
pm
pm
pm
Pm
Vitaal en Sociaal
Aanbesteding hulpmiddelen Wmo*
pm
pm
pm
Pm
Vitaal en Sociaal
CAO mensen met arbeidsbeperking
pm
pm
pm
Pm
Vitaal en Sociaal
Nieuwe wet inburgering
pm
pm
pm
Pm
Duurzaam Wonen Leven Werken
Omgevingsdienst Twente
0
0
0
0
Duurzaam Wonen Leven Werken
Financiering VTH taken
pm
pm
pm
Pm
Duurzaam Wonen Leven Werken
Kennispunt Bouwen en Milieu
pm
pm
pm
Pm
Duurzaam Wonen Leven Werken
Woonlasten afval en riolering
0
0
0
0
Duurzaam Wonen Leven Werken
Reclamecontracten
0
0
0
0
Duurzaam Wonen Leven Werken
VPB buiten reclame (meevaller indien 0 gemeenten toch niet VPB plichtig worden voor reclameactiviteiten)
-200
-200
-200
Duurzaam Wonen Leven Werken
Opruimingskosten inboedel na ontruiming
100
100
100
100
Samenleving en Bestuur
Communicatiestrateeg
pm
pm
pm
Pm
Samenleving en Bestuur
Werkprogramma Raad, afscheid en installatie
80
0
0
0
Samenleving en Bestuur
Digitale wetgeving o.a. Wet Open Overheid (WOO)
pm
pm
pm
Pm
180
-100
-100
-100
Totaal risico's
* Op korte termijn volgt een raadsbrief met nadere toelichting op de aanbesteding hulpmiddelen
blz. 27 (van 102)
3.4. Investeringsagenda Bij de begroting 2021-2024 heeft de raad breed de motie 'Enschede sterker uit de crisis' omarmt. Het college ziet in deze motie een nadrukkelijke oproep om juist nu extra en slim te investeren. Vandaar dat we met een investeringsagenda met prioritaire projecten komen die bijdraagt aan het herstel uit de crisis. Een agenda die daarbij ook inspeelt op de strategische opgaven voor de stad op lange termijn en bijdraagt aan verhogen van brede welvaart. De raad heeft zich vorig jaar ook uitgesproken voor het principe van een investeringsfonds of agenda. In de vorige zomernota zijn al enkele uitgangspunten benoemd voor investeringsprojecten. Maatschappelijk en economisch renderende projecten als Centrumkwadraat en Kennispark werden als voorbeeld genoemd, waarbij Centrumkwadraat ook al een plek kreeg in de begroting. Het college heeft de afgelopen maanden gefocust op het identificeren van de prioritaire projecten voor deze investeringsagenda en nagedacht over hoe deze agenda te financieren. Op termijn zouden we ook naar een meer structurele inbedding van de investeringsagenda toe willen werken. In deze paragraaf wordt bovengenoemde nader toegelicht. Wat is een investeringsagenda? Een investeringsagenda vormt de schakel tussen onze strategische opgaven en de concrete projecten die we daarvoor uitvoeren.
Het is een sturingsinstrument die inzicht geeft in het toekomstige financiële beslag van strategische investeringen. Het gaat daarbij om grote (gebieds)ontwikkelingen die bijdragen aan kwantitatieve en kwalitatieve groei van de stad en haar voorzieningen. Het is een agenda die nadrukkelijk ook ingezet wordt om medeoverheden en partners in de stad uit te nodigen om mee te investeren in de verdere ontwikkeling van Enschede. Met deze eerste opzet van de investeringsagenda en door daarvoor ook gericht middelen vrij te maken spreekt het stadsbestuur haar commitment uit op grote ontwikkelingen in de stad en kan slagvaardig worden ingespeeld op cofinancieringsmogelijkheden bij derden. Daarbij wordt wel expliciet vermeld dat deze investeringsagenda geen vervanging is voor de werkwijze zoals we die in Enschede kennen dat de Raad uiteindelijk op projectbasis besluit over het vrijgeven van middelen voor investeringen. De investeringsagenda geeft daarmee richting, de financieringsmogelijkheden daarvoor zijn in kaart gebracht, maar uiteindelijk worden individuele investeringsprojecten pas opgepakt als de afweging daarover in de raad heeft plaatsgevonden op basis van afzonderlijke raadsvoorstellen. Prioritaire projecten in de investeringsagenda Deze eerste opzet van een investeringsagenda bevat investeringsprojecten die hoge prioriteit hebben.
Een deel van deze projecten worden op korte termijn opgepakt. Het is geen vaststaande set projecten, de agenda is te zien als een ontwikkeldocument welke in de loop van de tijd aangevuld en aangescherpt zal worden. Dit doordat zich altijd nieuwe kansen voor doen en nieuwe inzichten ontstaan. Verder werkt het planningsproces van investeringen ook zo dat van een ruw idee wordt toegewerkt naar een steeds concreter wordend project. De investeringsagenda beweegt mee met de steeds gedetailleerdere uitwerking van strategische investeringsprojecten. Het lijkt verstandig om in een reguliere cyclus, bijvoorbeeld bij elke zomernota of begroting, een geupdate versie van de investeringsagenda aan de raad aan te bieden. Het college heeft voor de eerste opzet van de investeringsagenda de volgende prioritaire projecten benoemd (in alfabetische volgorde): • • •
Cromhoff park DIA Twekkelerveld DIA Zuid (o.a. Hanenberglanden)
blz. 28 (van 102)
• • • • • •
Esmarkeveld Kop Boulevard Leuriks Oost Multifunctionele sportaccommodaties Enschede Zuid en Diekman Oost Spoorzone Centrumkwadraat Spoorzone Kennispark
Bij het bepalen van de prioritaire projecten voor deze eerste aanzet van de investeringsagenda heeft het college gekeken naar criteria als maatschappelijk en financieel rendement, cofinancieringskansen, koppelkansen (draagt een project bij aan meerdere doelen) en bijdrage aan herstel uit de crisis en realisatie van onze strategische opgaven. De hierboven benoemde investeringen dragen breed bij aan het oplossen van de maatschappelijke opgaven waar we voor staan. Met deze projecten pakken we onder andere de grote krapte op de woningmarkt aan. De vraag op de woningmarkt is veel groter dan het aanbod, wat ook maakt dat woningen steeds minder betaalbaar zijn. Deze projecten stimuleren de lokale economie en creëren werkgelegenheid onder andere als gevolg van de doorontwikkeling van onze topwerklocaties. Binnen deze projecten zetten we ook verdere stappen op het gebied van klimaatbestendigheid en duurzaamheid. Het zijn ook investeringen die inzetten op het vergroten van leefbaarheid in onze wijken en bevorderen van de gezondheid van onze inwoners. Tezamen zullen deze investeringen een positieve uitwerking hebben op de opgaven in ons sociaal domein. Inwoners die op een fijne, duurzame, groene en betaalbare plek kunnen wonen, gezond leven en aan het werk zijn doen een minder groot beroep op sociale voorzieningen. Het zijn verder projecten waar we reële kansen op cofinanciering zien.
We zien op thema's als wonen, werken en duurzaamheid steeds meer stimuleringsfondsen beschikbaar komen en met deze projecten kunnen we die middelen maximaal naar Enschede halen. Financiering van de investeringsagenda De investeringsagenda is niet te realiseren zonder daarvoor ook financiële middelen beschikbaar te maken. Het gaat dan om incidentele middelen om aan de voorkant lasten af te dekken, maar ook om structurele ruimte in de meerjarenbegroting om kapitaallasten af te dekken. Met de aannames onder en keuzes in deze zomernota is het mogelijk om zowel voor incidentele als structurele lasten een substantieel budget vrij te spelen. Dit wordt hieronder nader toegelicht. Met de vrij te spelen middelen kunnen zeker al meerdere projecten uit de agenda op korte termijn opgepakt worden. Zoals reeds benoemd worden individuele investeringsprojecten wel pas opgepakt zodra de raad daarover op individuele raadsvoorstellen heeft besloten. Om de volledige agenda te realiseren zullen echter nog aanvullende middelen noodzakelijk zijn. Veel hangt daarbij ook af van de mate waarin bijdragen van derden loskomen naast de gelden die de gemeente zelf beschikbaar maakt. Voor het afdekken van kapitaallasten in de meerjarenbegroting is een structurele reeks in het middelenkader opgenomen van afgerond 1,6 miljoen euro.
Met deze reeks is voor een deel van de projecten in de investeringsagenda de kapitaallasten structureel af te dekken. Onderwerp (x 1.000 euro) Inschatting oploop kapitaallasten investeringsagenda
2022
2023
2024
2025
0
100
100
800
Kapitaallasten investeringsagenda opgenomen in middelenkader
1.600 1.600 1.600 1.600
Schatting mogelijke toevoeging aan investeringsreserve
1.600 1.500 1.500
blz. 29 (van 102)
Totaal
800 5.400
Om incidentele investeringsmiddelen beschikbaar te krijgen waarmee lasten aan de voorkant van projecten zijn af te dekken ziet het college de volgende investeringsbronnen: 1. Sparen uit kapitaalreeks investeringsagenda (5,4 miljoen euro schatting). In de bovenstaande tabel is te zien dat de eerste jaren de voorgenoemde reeks naar verwachting niet volledig uitgenut wordt. Dit omdat het realiseren van nieuwe investeringen enige doorlooptijd kent. Voorgesteld wordt daarom ook om zolang deze reeks niet uitgenut wordt, de onderuitnutting toe te voegen aan een nieuw op te richten investeringsreserve. Op deze manier verwachten we de komende 4 jaren voor omstreeks 5,4 miljoen euro aan investeringsbudget bij elkaar te sparen. 2. Reserve Majeure Investeringsopgaven (943.000 euro). Deze in het verleden door de raad ingestelde reserve bevat nog 943.000 euro waarbij de projecten die gefinancierd werden uit deze reserve inmiddels zijn afgerond. De intentie van de investeringsagenda die in deze zomernota wordt voorgelegd ligt heel dicht tegen de doelen van de reserve majeure investeringsopgaven aan. Daarom wordt voorgesteld deze middelen hiervoor te herbestemmen. 3. Overschot reserve weerstandsvermogen (4,2 miljoen euro o.b.v. huidige aannames en keuzes in het middelenkader). Met de aannames en de keuzes in deze zomernota is er geen sprake van een verslechtering in ons middelenkader.
Het gat in de meerjarenbegroting wordt daarmee gecompenseerd door ons spaarprogramma. Dat maakt het mogelijk om het overschot in onze reserve weerstandsvermogen af te romen tot het niveau waarop de weerstandsratio gedurende de gehele planperiode minimaal 1,0 blijft. Dit vertaalt zich in 4,2 miljoen euro surplus in de reserve weerstandsvermogen welke gedoteerd kan worden aan nieuw te vormen investeringsreserve. Dit is een voorlopige indicatie, het definitieve bedrag wordt bij de begroting bepaald. Zoals gesteld in de inleiding van hoofdstuk 3 wordt bij de begroting namelijk nog een herijking gedaan van het middelenkader waarbij de meien septembercirculaire en nieuwe ontwikkelingen rondom de rijksmiddelen nog worden meegenomen. 4. Overschot reserve grondbedrijf (5,7 miljoen euro). De afgelopen jaren kenmerkte zich door positieve resultaten in het grondbedrijf. De reserve grondbedrijf is daardoor versterkt en de weerstandsratio grondbedrijf is boven 1,0 uitgenomen. Er is meer dan voldoende weerstandscapaciteit beschikbaar om risico's in het grondbedrijf op te vangen. In onze nota weerstandsvermogen is opgenomen dat als de gemeentebrede ratio en de ratio grondbedrijf beide boven 1,0 zijn dan kan het grondbedrijf met het overschot in de reserve grondbedrijf zowel winst- als verliesgevende grondexploitaties openen en strategische aankopen (met onrendabele top) doen.
Dit zolang beide ratio's maar niet onder 1,0 komen. Per saldo kan hiermee voor 5,7 miljoen euro ingezet worden vanuit de reserve grondbedrijf. 5. Reserve gebiedsontwikkeling (1 miljoen euro). Bij diverse particuliere grondexploitaties worden RO bijdrages in rekening gebracht. Deze zijn bedoeld om bij toekomstige verlieslatende gebiedsontwikkelingen deze bijdrages in te kunnen zetten, mits deze ontwikkelingen voldoen aan de in de structuurvisie gestelde doelen. Jaarlijks worden de ontvangen RO bijdrages gedoteerd aan de Reserve Gebiedsontwikkeling. Inmiddels bedraagt deze reserve afgerond 1 miljoen euro. Ten aanzien van de bronnen 1, 2 en 3 geldt dat deze middelen breed op alle investeringsprojecten inzetbaar zijn. Bij bron 4 en 5 is sprake van een restrictie. Deze middelen zijn in principe enkel inzetbaar op grondexploitatie investeringen / gebiedsontwikkelingen. Verder geldt voor bronnen 2, 3, 4 en 5 dat deze gelden direct beschikbaar zijn en voor bron 1 dat deze gelden in de komende jaren aanvullend worden
blz. 30 (van 102)
gespaard. Verder wordt opgemerkt dat in de algemene reserve ook nog 3,8 miljoen euro gereserveerd staat voor het investeringsproject Cromhoff park. Dit als uitvloeisel van het in 2016 door de raad genomen besluit rondom RAR (Richting aan Ruimte). Dit geeft het volgende totaaloverzicht: Onderwerp (x 1.000 euro)
Direct* Per 2025
Breed in te zetten (bron 1, 2 en 3)
5.143
10.543
Enkel in te zetten op grondexploitaties
6.784
6.784
Gereserveerde middelen Cromhoff
3.800
3.800
Totaal
15.727
21.127
* Te actualiseren bij begroting Per saldo is op deze manier in de komende jaren al 21,1 miljoen euro beschikbaar. De verwachting is dat dit bedrag nog op zal lopen als hier ook cofinanciering vanuit medeoverheden of derde partijen aan toe wordt gevoegd. Verdere concretisering van de investeringsagenda bij de begroting De focus in deze zomernota lag vooral op het identificeren van prioritaire projecten voor de eerste opzet van de investeringsagenda en uitwerken van een plan om substantieel investeringsbudget beschikbaar te maken. Dit is hierboven toegelicht. Zoals in de inleiding van hoofdstuk 3 benoemd wordt bij de begroting nog wel een update gemaakt van het middelenkader. Dan wordt het definitieve budget voor de investeringsagenda vastgesteld en bij de raad opgehaald. Om dat budget vervolgens uit te nutten op individuele investeringsprojecten zal het college voor elke investering een afzonderlijk raadsvoorstel voorleggen. Dit zodat de raad in positie wordt gebracht om op elke investering afzonderlijk afwegingen te maken en haar budgetrecht toe te passen. Mochten zich voor de begroting al grote (co-financierings)kansen voordoen kan het zijn dat het college al vooruitlopend op de begroting bij de raad terugkomt. Bij de begroting zal de investeringsagenda ook in meer detail aan de raad worden voorgelegd.
Dit onder andere door een globale investeringsplanning voor de prioritaire projecten aan de agenda toe te voegen. Het is wel van belang om daarin met elkaar voldoende flexibiliteit te houden om in de planning te schuiven op het moment dat zich grote kansen voordoen of de raad daarin een andere globale planning wenst aan te houden. Zoals gesteld streven we ernaar dat de investeringsagenda ook een meer structureel karakter gaat krijgen. We constateren dat de meeste grote steden in Nederland werken met een investeringsagenda die veelal gekoppeld is aan hun ruimtelijke / omgevingsvisie. Tezamen geven deze documenten richting en invulling aan waar de stad zich over een periode van 10 tot 20 jaar naartoe wil ontwikkelen gegeven de ambities en strategische doelen. Met de raad willen we, ten behoeve van de projecten op de middellange termijn, het instrument van een strategische investeringsagenda en het bestuurlijk afwegingskader daarbinnen verder vorm gaan geven. Ook willen we nader uitwerken op welke wijze we tot een meer structurele dotatie kunnen komen op de investeringsagenda. We komen hierop bij u terug.
blz. 31 (van 102)
3.5. Structureel saldo In het kader van het financieel toezicht op de gemeente door de provincie wordt gekeken naar een structureel sluitende begroting (het structureel saldo baten en lasten; ook wel de structurele exploitatieruimte). Dat houdt in dat de jaarlijks terugkerende lasten zijn gedekt door de jaarlijks terugkerende baten. Alle incidentele baten en lasten worden hierbij dus buiten beschouwing gelaten. Bij de begroting van 2021 was voor het eerst geen sprake meer van een structureel sluitend saldo. In voorgaande jaren was dit wel altijd het geval. Omdat de jaarschijf 2021 vervalt voor het middelenkader 2022 t/m 2025 is bij deze zomernota het structurele saldo voor het komende begrotingsjaar weer sluitend. Op basis van de gedane aannames en gemaakte keuzes in het middelenkader, en uitgaande van dat alle lopende taakstellingen worden gerealiseerd, blijft het structurele saldo meerjarig positief. Structureel saldo in miljoenen euro 2022 2023 2024 2025 Structureel saldo
4,0
5,3
7,1
4,4
3.6. Bezuinigingsmonitor In de zomernota wordt ook stilgestaan bij de haalbaarheid van oude taakstellingen die zijn opgenomen in voorgaande begrotingen. In de onderstaande tabel wordt de voortgang op de lopende bezuinigingen zichtbaar. Alle geel gemarkeerde bezuinigingen zijn in gang gezet, maar kennen nog geen 100% zekerheid dat ze gerealiseerd gaan worden. De bezuinigingen die paars zijn gemarkeerd zijn beoordeeld als onhaalbaar (zie paragraaf 3.2). Voor de bezuinigingen die onhaalbaar zijn wordt voorgesteld deze bij de begroting 2021 af te voeren. Dat verhoogt daarmee wel de financiële opgave in het middelenkader.
blz. 32 (van 102)
blz. 34 (van 102)
blz. 35 (van 102)
3.7. Weerstandsvermogen Op basis van het middelenkader 2022-2025 kan een prognose gemaakt worden hoe de weerstandsratio zich de komende jaren ontwikkelt. De weerstandsratio is het resultaat van de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op hoe beide variabelen tot stand komen. Beschikbare weerstandscapaciteit In onderstaande tabel wordt aangegeven wat de beschikbare weerstandscapaciteit is voor de periode t/m 2025. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen weerstandsvermogen dat direct beschikbaar is ('geld') en de zogenaamde stille reserves welke niet direct beschikbaar zijn ('courante gebouwen en gronden'). In de discussienota financieel beleid is een advies gegeven om stille reserves niet meer mee te tellen als weerstandsvermogen. Dit omdat er vrijwel geen andere gemeenten zijn die dit doen en omdat onze stille reserves voor een groot deel bestaan uit panden welke voor maatschappelijke functies zijn ingezet en gronden met een strategische bestemming. De raad heeft zich op dit punt echter nog niet uitgesproken. Uitgaande van de huidige financiële verordening sturen we daarom op een weerstandsratio inclusief stille reserves welke minimaal boven 1,0 moet zitten. Tegelijkertijd brengen we voor een volledig inzicht wel de ratio in beeld exclusief stille reserves.
In onderstaande tabel is rekening gehouden met het huidige niet sluitende meerjarige middelenkader (zie inleiding hoofdstuk 3) en de voor de investeringsagenda beoogde investeringsgelden. Het gepresenteerde tekort in deze zomernota is in onderstaande berekeningen volledig ten laste van de beschikbare weerstandscapaciteit gebracht. Weerstandscapaciteit in miljoen euro
2021 2022 2023 2024 2025
Beschikbare weerstandscapaciteit incl. stille reserves
92,7
73,0
75,7
80,8
75,1
Beschikbare weerstandscapaciteit excl. stille reserves
82,9
63,2
65,9
71,0
65,4
Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit betreft de reserves die nodig zijn om de risico's die de gemeente kent af te dekken. De benodigde weerstandscapaciteit is onderverdeeld in de risico's van het grondbedrijf van 10,2 miljoen euro en de overige risico's van in totaal 30,9 miljoen euro. Daarnaast zijn nog enkele risico's toegevoegd aan de benodigde weerstandscapaciteit voor als de aannames die we hebben moeten doen op hoeveel rijksmiddelen meerjarig beschikbaar zijn tegenvallen. Het gaat om de volgende risico's: •
•
Een incidentele post van 10 miljoen euro. Indien zich tegenvallers op onze aannames voordoen levert dat direct een aanvullend gat in onze begroting op. Om dit op korte termijn op te kunnen vangen en bijsturing uit te kunnen stellen tot een volgend integraal afwegingsmoment (zomernota / begroting) is het verstandig enige buffer aan te houden in de reserve. Ook omdat beoogd is het overschot in onze algemene reserve af te romen ten behoeve van de investeringsagenda. Structurele reeks van 4,5 miljoen euro voor het geval dat Enschede onvoldoende extra inkomsten vanuit het gemeentefonds ontvangt. In ons middelenkader gaan we ervanuit dat het gemeentefonds met 800 miljoen euro wordt opgehoogd. Totaal gaat het om 9,6 miljoen euro voor Enschede welke we al structureel hebben ingeboekt vooruitlopend op besluitvorming door het Rijk. Mocht dit onverhoopt tegenvallen dan hebben we een groot gat in ons middelenkader. Door dit risico op te nemen borgen we dat we in ieder geval deels meerjarig voldoende buffers aanhouden om tegenvallers op te vangen. Dit risico kan worden afgebouwd of afgevoerd op het
•
moment dat er meer duidelijkheid is over structurele ophoging van het gemeentefonds. Structurele reeks van 2 miljoen euro voor mogelijke negatieve uitkomst nieuw verdeelmodel gemeentefonds. De eerste uitkomsten van het verdeelvoorstel uit begin 2021 lieten een financieel nadeel voor Enschede zien. Hoewel er wordt gewerkt aan een nieuw voorstel lijkt het voorzichtigheidshalve verstandig om in ons benodigde weerstandsvermogen rekening te houden met enige financiële tegenvaller.
Dit vertaalt zich in de volgende aan te houden benodigde weerstandscapaciteit: Benodigde weerstandscapaciteit in miljoen euro 2021 2022 2023 2024 2025 Benodigde weerstandscapaciteit
51,1
55,6
62,1
68,6
75,1
Weerstandsratio Onderstaande tabel toont de ontwikkeling van de weerstandsratio (beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit). Te zien is dat de weerstandsratio in 2021 flink afwijkt van de weerstandsratio ten opzichte van de stand bij de jaarrekening. In de jaarrekening 2020 was de ratio (stand 31-12-2020) nog 2,35 inclusief stille reserves (of 2,11 exclusief stille reserves). Zoals ook in de jaarrekening is toegelicht is de begroting 2021 niet sluitend (-18,3 miljoen euro) waardoor de algemene reserve in 2021 flink daalt. Daarmee resteert er eind 2021 een ratio die flink lager ligt, namelijk op 1,7 inclusief stille reserves (of 1,5 exclusief stille reserves). Die ratio vormt het startpunt voor deze zomernota. Vanaf 2022 wordt vervolgens het nieuwe saldo van de begroting 2022 t/m 2025 aan de algemene reserve onttrokken. Door de toevoeging vanuit het spaarprogramma blijft de stand van de algemene reserve (beschikbare weerstandscapaciteit) vrijwel gelijk. Doordat aan de andere kant wel de risico's toenemen (benodigde weerstandscapaciteit) daalt de weerstandsratio. Deze zit echter in 2025 nog steeds boven de ondergrens van 1,0. Tot slot wordt voor de investeringsagenda in 2022 incidenteel 9,9 miljoen euro (4,2 miljoen euro reserve weerstandsvermogen en 5,7 miljoen euro reserve grondbedrijf) uit de beschikbare weerstandscapaciteit gehaald.
Dit heeft ook consequenties voor de weerstandsratio. De ratio inclusief stille reserves daalt dan tot de afgesproken ondergrens van 1,0 in 2025. 2021 2022 2023 2024 2025 Weerstandsratio incl. stille reserve
1,8
1,3
1,2
1,2
1,0
Weerstandsratio incl. stille reserve zonder investeringsmiddelen
1,8
1,5
1,4
1,3
1,1
Weerstandsratio excl. stille reserve
1,6
1,1
1,1
1,0
0,9
Weerstandsratio excl. stille reserve zonder investeringsmiddelen
1,6
1,3
1,2
1,2
1,0
Ontwikkeling weerstandsratio zonder extra inkomsten gemeentefonds In onderstaande tabel is tevens weergegeven wat de ontwikkeling van de weerstandsratio zou zijn wanneer de extra inkomsten vanuit het gemeentefonds die wij ramen bovenop de richtlijn van de provincie (6 miljoen euro) niet wordt toegekend. Omdat in dat geval ieder jaar 6 miljoen euro extra uit de algemene reserve moet worden gehaald daalt de ratio onder de afgesproken 1,0. Daarbij is dan geen rekening gehouden met dat in een dergelijk scenario mogelijk wel nieuwe bijsturingsmaatregelen worden opgesteld. Er is in dit scenario geen rekening gehouden met middelen voor de investeringsagenda.
blz. 37 (van 102)
2021 2022 2023 2024 2025 Weerstandsratio incl. stille reserve zonder extra inkomsten gemeentefonds
1,8
1,1
1,0
0,9
0,6
Weerstandsratio excl. stille reserve zonder extra inkomsten gemeentefonds
1,6
1,0
0,8
0,7
0,5
Scenario’s Ondanks een grondige aanpak blijft het inschatten van risico’s en de waarde van (stille) reserves deels subjectief. Om een goed beeld te krijgen van de financiële weerbaarheid van de gemeente is het relevant te laten zien hoe de weerstandsratio zich ontwikkelt indien zich onverwachte grote tegenvallers zouden voordoen. Denk daarbij aan mogelijke tegenvallers in de algemene uitkering of bij de transformatie in het sociale domein, maar ook aan nadelige ontwikkelingen bij verbonden partijen, een onverhoopt faillissement bij FC Twente waardoor de gemeente haar vordering geheel af moet schrijven of dalende prijzen van het vastgoed- en grondbezit. Dit soort tegenvallers hebben invloed op de eerder gepresenteerde doorkijk. De gevolgen voor de algemene reserve en de ratio weerstandsvermogen zijn in onderstaande tabellen opgenomen om een beeld te geven hoe volatiel de weerstandsratio is. Daarbij zijn een viertal scenario’s doorgerekend: 1. 2. 3. 4.
Een incidentele tegenvaller van 10 miljoen euro in 2022 Een structurele tegenvaller van 20 miljoen euro vanaf 2022 Een structurele tegenvaller van 5 miljoen euro vanaf 2022 Een structurele tegenvaller van 10 miljoen euro vanaf 2022
4 scenario's met incidentele en structurele tegenvallers 2022 2023 2024 2025 Ratio weerstandsvermogen, inclusief stille reserves 1. Incidentele tegenvaller van 10 miljoen euro in 2022
1,1
1,1
1,0
0,9
2. Incidentele tegenvaller van 20 miljoen euro in 2022
1,0
0,9
0,9
0,7
3. Structurele tegenvaller van 5 miljoen euro vanaf 2022
1,2
1,1
1,0
0,7
4. Structurele tegenvaller van 10 miljoen euro vanaf 2022
1,1
0,9
0,7
0,5
1. Incidentele tegenvaller van 10 miljoen euro in 2022
1,0
0,9
0,9
0,7
2. Incidentele tegenvaller van 20 miljoen euro in 2022
0,8
0,7
0,7
0,6
3. Structurele tegenvaller van 5 miljoen euro vanaf 2022
1,1
0,9
0,8
0,6
4. Structurele tegenvaller van 10 miljoen euro vanaf 2022
1,0
0,7
0,6
0,3
Ratio weerstandsvermogen, exclusief stille reserves
In bovenstaande tabellen is te zien dat incidentele tegenvallers, zoals bijvoorbeeld een faillissement bij FC Twente niet meer op te vangen zijn zonder dat de ratio op lange termijn onder 1,0 daalt. Bij structurele tegenvallers, zoals bijvoorbeeld een daling van de algemene uitkering, wordt de dalende trend in de ratio versterkt. Wanneer zich deze situaties voordoen is bijsturing noodzakelijk om de dalende trend te keren.
blz. 38 (van 102)
4. Stand van zaken 2021 In de gemeentebegroting 2021-2024 zijn de beleidsplannen voor de periode tot en met 2024 gepresenteerd. Halverwege het begrotingsjaar 2021, bij de behandeling van de zomernota, wordt altijd een update van de stand van zaken gegeven. Conform de financiële verordening gaat deze tussenrapportage ook in op de voortgang van uitvoering van beleid. In dit hoofdstuk volgt per programma een toelichting op de verwachte jaarafwijkingen en risico’s met betrekking tot 2021. Bij het bepalen van de voortgang is 1-4-2021 als peildatum genomen. Verder is met betrekking tot 2021 een aantal bijlagen bij deze zomernota relevant: -
-
Bijlage 1 Samenvatting van alle beslispunten uit hoofdstuk 4 (stand van zaken 2021) binnen de bevoegdheid van de raad. Bijlage 2 Technische wijzigingen. Deze begrotingswijzigingen zijn administratief-technisch van aard. De wijzigingen betreffen veelal een verschuiving of een verhoging van budget (bijv. door toevoeging van Rijksmiddelen) maar hebben geen effect op de aard van de output zoals opgenomen in de gemeentebegroting 2021. Of de wijzigingen betreffen een administratieve verwerking van een al eerder genomen besluit. Bijlage 3 Begrotingswijzigingen, waarin we inzicht geven in de financiële consequenties van de hierboven genoemde beslispunten op de doelenboom.
Wij stellen voor: 1. Akkoord te gaan met de technische wijzigingen zoals opgenomen in bijlage 2 en de
begroting te wijzigen. Verwacht resultaat 2021 Bij vaststelling van de begroting 2021 vorig jaar betrof het saldo 18,3 miljoen euro negatief (voetnoot: op te vangen door de Algemene Reserve). De voorlopige prognose in deze tussenrapportage gaat uit van een verbetering van dit saldo met 1 miljoen euro. De verwachting is nu een negatief saldo van 17,3 miljoen euro. Opgemerkt wordt dat dit een voorlopige prognose voor 2021 is. Het resultaat in 2021 is namelijk sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de corona crisis en de bijbehorende maatregelen en compensatie door het Rijk. Omdat ten opzicht van de begroting positief resultaat wordt verwacht is er geen noodzaak tot bijsturingsmaatregelen. (voetnoot: Conform artikel 5 lid 5 van de financiële verordening doet het college bij de tussenrapportage voorstellen voor bijsturing wanneer het geprognosticeerde jaarresultaat 1 miljoen euro (of meer) negatief afwijkt van de begroting). Programma (x 1.000 euro) Saldo begroting 2021
Resultaat 2021 -18.300
Programmaresultaat: Samenleving en bestuur
+165
Duurzaam wonen, leven, werken
-4.352
Vitaal en sociaal
+6.175
Financiën en organisatie
-991
Resultaat 2021 vóór meicirculaire
+997
Effect meicirculaire voor 2021 Totaal resultaat 2021 Verwacht saldo begroting 2021
-52 +945 -17.355
blz. 39 (van 102)
Effect corona in het verwachte resultaat 2021 Hieronder volgt een uitsplitsing van het verwachte resultaat, onderverdeeld naar corona en overige effecten. Verwacht wordt dat corona een positief effect van 758.000 euro op 2021 heeft. Dit door compensatie vanuit het Rijk en activiteiten die door corona niet doorgaan. Vorig jaar werd op dit tijdstip nog een nadeel verwacht door corona. Het verschil is dat nu meer duidelijkheid bestaat over compensatie door het Rijk en er beter inzicht is in activiteiten die niet doorgaan. Het verwachte niet corona gerelateerde voordeel is 239.000 euro. Rekening houdend met de meicirculaire (-52.000 euro voor 2021) komt het geprognosticeerde resultaat 2021 op 945.000 euro positief. Onderwerpen (x1000 euro)
Effect corona 2021
Overige effecten
Verwacht resultaat 2021
Ondersteuning College en Directie
0
165
165
Samenleving en Bestuur
0
165
165
Verkeersinfrastructuur en beleid
-33
0
-33
Versterken economische structuur
0
-60
-60
-150
-36
-186
Bestemmen, Vergunnen, Toezicht en Handhaving
0
258
258
Grondbedrijf
0
-75
-75
Locatieontwikkeling
0
-356
-356
Parkeerbeheer
-3.900
0
-3.900
Duurzaam Wonen, Leven en Werken
-4.083
-269
-4.352
Algemene bijstand levensonderhoud
0
1.402
1.402
Sociale werkvoorziening
0
134
134
Inkomensondersteuning
100
267
367
Algemene maatschappelijke voorzieningen
0
-358
-358
Jeugdhulp
0
-5.340
-5.340
2.550
800
3.350
0
1.200
1.200
Schuldhulpverlening
380
169
549
Ondersteuning lokaal (WMO)
PM
1.012
1.012
Ondersteuning Centrumtaken (WMO)
0
3.426
3.426
Sport en Gezondheid
0
133
133
Ondersteuning wijkteams
0
300
300
Vitaal en Sociaal
3.030
3.145
6.175
Bedrijfsvoering
-130
-1.056
-1.186
Interne Dienstverlening
500
-826
-326
0
350
350
Algemene Belastingen
-160
0
-160
Algemene Inkomsten
1.601
-1.370
231
0
100
100
1.811
-2.802
-991
758
239
997
Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte
Arbeidsmarktparticipatie Onderwijs
Vastgoedbedrijf
Rente en Treasury Financiën en Organisatie Effect 2021
blz. 40 (van 102)
Toelichting: Programmaresultaat (997.000 euro positief) De verwachting voor de begroting 2021 is dat het negatieve saldo van 18,3 miljoen euro iets gaat verbeteren met bijna 1 miljoen euro. Opvallend in het verwachte resultaat voor 2021 zijn de onderlinge verschillen tussen de programma's. Voor Samenleving en Bestuur en Financiën en Organisatie is de prognose redelijk neutraal, voor Duurzaam Wonen Leven en Werken behoorlijk negatief en Vitaal en Sociaal zeer positief. De consequenties van het coronavirus zijn de belangrijkste verklaring voor de afwijkingen in het resultaat. Het is daarnaast ook de grootste onzekerheid voor het resultaat van 2021. De duur van de maatregelen en eventuele compensatie in de september- en decembercirculaire spelen hierin een grote rol. Samenleving en bestuur (165.000 euro positief) belangrijkste ontwikkelingen: •
Het voordeel van 165.000 euro ontstaat door een andere samenstelling van de directie. Het voordeel wordt ingezet bij de invulling van de taakstelling rendement op de organisatie. De uitwerking van deze taakstelling vindt momenteel plaats.
Duurzaam Wonen, Leven en Werken (4,4 miljoen euro negatief) belangrijkste ontwikkelingen: •
•
•
•
•
Op voorhand de opmerking dat toekenning van de toegezegde compensatie voor de nadelen op afval en -eventuele compensatie- voor gederfde parkeerinkomsten op dit moment nog niet duidelijk zijn. Deze zijn dan ook niet in deze prognose meegenomen. Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte verwacht een nadeel van 186.000 euro door hogere inzet bij gladheidsbestrijding in het 1e kwartaal 2021 (336.000 euro nadelig; uitgegaan wordt van 'normale inzet' in het 4e kwartaal), extra inhuur vanwege ziekte bij meerdere medewerkers (200.000 euro nadelig) en omdat de paaskermis en andere evenementen bij het volkspark niet doorgaan (150.000 euro nadelig). Daarnaast is het nog erg onzeker of de herfstkermis doorgaat. Daar staat tegenover dat bij openbare verlichting er meevallers zijn in het onderhoud, energielasten en er minder schades en vandalisme zijn (100.000 euro voordelig). En doordat investeringen in maatschappelijk nut geactiveerd worden (400.000 euro voordelig). Bestemmen, Vergunnen, Toezicht en Handhaving kent een voordeel van 258.000 euro. Om gevraagde inzet en de kwaliteit te waarborgen worden nieuwe medewerkers gefaseerd aangetrokken en na een gedegen inwerkperiode ingezet. Omdat vacatures geleidelijk worden ingevuld is in 2021 nog niet het volledige budget noodzakelijk. Locatieontwikkeling verwacht een nadeel van 356.000 euro.
Reden hiervoor is ontbrekende dekking voor fase 0 en 1 en kerntaken (1.191.000 euro nadelig). Daar staat wel een voordeel tegenover van nog niet benodigde Kapitaalslasten voor De Kop en Boswinkel (835.000 euro voordelig). Parkeerbeheer verwacht door de coronacrisis, en de daarmee samenhangende regeringsmaatregelen, dat ook de betaald parkeren vraag voor 2021 sterk afneemt. Er wordt een tekort van 3,9 miljoen euro verwacht.
Vitaal en Sociaal (6,2 miljoen euro voordelig) belangrijkste ontwikkelingen:
blz. 41 (van 102)
•
•
•
•
•
•
Jeugdhulp is het enige product met een nadeel binnen Vitaal en Sociaal (5,3 miljoen euro). Het tekort op Jeugdhulp ontstaat door toenemende kosten versus een afnemend budget als gevolg van taakstellingen. Het budget neemt met bijna 3 miljoen euro af door hogere taakstellingen (2,2 miljoen euro) en een Rijkskorting op de budgetten van voogdij/18+ (900.000 euro). Het verwachte voordeel binnen onderwijs van 1,2 wordt veroorzaakt binnen de Lokale Educatieve Agenda bij met name de Combinatiefunctionarissen (300.000 euro) en binnen het Onderwijsachterstandenbeleid bij met name de onderdelen Voorschoolse voorziening peuters (450.000 euro) en Peuterarrangementen (440.000 euro). Binnen ondersteuning centrumtaken (WMO) wordt een voordeel van 3,4 miljoen euro verwacht. Oorzaak hiervan is een verwacht voordeel op subsidies bij Beschermd wonen op het aandeel van Enschede (2,9 miljoen euro). Een tweede oorzaak voor het voordelig resultaat is dat de indexactie van de Decentralisatie-uitkeringen voor Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang voortaan niet alleen door de centrumgemeente Enschede wordt bekostigd maar ook door de regiogemeenten. Dit leidt tot een voordeel van 570.000 euro. Verwacht wordt een positief resultaat van circa 1 miljoen euro binnen Ondersteuning Lokaal (Wmo).
Dit wordt veroorzaakt door een positief resultaat op de Wmo maatwerkvoorzieningen 18+ mede als gevolg van niet geleverde zorg door Corona en dalende cliëntenaantallen (mogelijk het effect van de inzet van voorliggende voorzieningen). Daarmee worden toenemende kosten voor Ondersteuning huishouden en Hulpmiddelen als gevolg van het abonnementstarief gecompenseerd. Aanvullend wordt een positief resultaat verwacht op Collectief Vraagafhankelijk Vervoer, mede als gevolg van Corona en lagere declaraties door een lager aantal ritten. Op de Algemene bijstand levensonderhoud wordt een voordeel van 1,4 miljoen euro verwacht. Het verwachte incidenteel voordelig resultaat wordt vooral veroorzaakt door 1,3 miljoen euro lagere uitgaven en bijstelling van het nader voorlopig budget door het rijk voor de Algemene Bijstand LO (BUIG-budget) inclusief Loonkostensubsidie. De onderzoekskosten BBZ, werkzaamheden Sociale Recherche Twente en apparaatskosten vallen 100.000 euro lager uit. Voor Arbeidsmarktparticipatie is vanuit de decembercirculaire voor 2021 door het rijk eenmalig 2,8 miljoen euro toegekend voor corona-effecten op het arbeidsmarktbeleid. Hiervan is besloten om 250.000 euro in te zetten voor ondersteuning aan zelfstandigen. Verder zijn hier nog geen knelpunten naar voren gekomen. Dit leidt vooralsnog tot een incidenteel voordeel van 2,55 miljoen euro.
Verder zien we in de begroting van het structureel beschikbare Participatiebudget dat de posten vakscholing, specialistische dienstverlening en Jobcoaching en ambtelijke uitvoeringskosten (met name vacatureruimte) een voordeel laten zien van respectievelijk 200.000 euro, 100.000 euro en 100.000 euro. Ten slotte zien we vanwege de planvorming (en daarop volgende wervingsprocedures) om structureel een impuls te geven aan de Jongerenaanpak (300.000 euro) en PvA Lange afstand (450.000 euro) dat in 2021 de helft van de geprognotiseerde totale uitgaven worden gerealiseerd. Dit leidt tot een voordeel van 400.000 euro uit ruimte nieuwe initiatieven.
blz. 42 (van 102)
Financiën en Organisatie (991.000 euro nadelig) belangrijkste ontwikkelingen:
•
•
•
De verwachting is dat binnen het programma Duurzaam Wonen, Leven en Werken een tekort gaat ontstaan in het resultaat Bedrijfsvoering van 1,2 miljoen euro. Oorzaken zijn voornamelijk personeel gerelateerd. Het product interne dienstverlening kent een nadeel van 326.000 euro vanwege enkele nadelen als gevolg van hogere kosten voor onder andere aangescherpte wet- en regelgeving en procesoptimalisatie van het gemeentelijke archief en hogere loonkosten vanwege ziekte en vroegtijdige vervanging bij uitstroom. Daarnaast worden t.b.v. de invoering van hybride werken mogelijk nog enkele additionele kosten verwacht. Het vastgoedbedrijf verwacht een voordeel van 350.000 euro als gevolg van het afstoten van maatschappelijk vastgoed (250.000 euro voordeel op personeelskosten) en een voordeel van 100.000 euro op de materiële kosten.
Wij stellen voor: 2. Om de effecten uit de meicirculaire 2021 voor het begrotingsjaar 2021 te verwerken.
4.1 Samenleving en bestuur 1. Goed bestuur We willen Enschede goed besturen. Dat kunnen we nooit alleen, maar alleen samen met de stad: onze partners, onze inwoners, onze ondernemers. We willen de stad meer betrekken bij het aanpakken van de maatschappelijke opgaven waar we als Enschede voor staan. Goed bestuur wil ook zeggen dat we eerlijk besturen. Het bestuur en de gemeentelijke organisatie is integer, communiceert open, streeft naar een zo hoog mogelijke kwaliteit in de besluitvorming en leert van haar fouten. Inwoners moeten kunnen vertrouwen in de procedurele rechtvaardigheid van beslissingen. Daarom moeten we op tijd alle belangen meewegen.
1.01 Integere en transparante organisatie en bestuur Onze medewerkers en bestuurders zijn integer en weten wat wel en niet kan. We zijn alert op risicovolle functies en ondersteunen onze medewerkers in de uitvoering hiervan. We zijn open en communiceren duidelijk over keuzes die gemaakt worden. Zowel deze keuzes als de informatie op basis waarvan deze keuzes worden gemaakt moeten voor inwoners toegankelijk zijn. Openbaarheid van overheidsinformatie is een uitgangspunt. Daarom leggen we geheimhouding alleen op wanneer dit echt nodig is en zorgen we ervoor dat geheimhouding zo snel mogelijk wordt opgeheven.
blz. 43 (van 102)
Acties 2021 Aantal acties: 5
01. We communiceren duidelijk 02. We gaan verder met het verbeteren van de informatievoorziening naar Raad en samenleving en werken zo aan de versterking van de lokale democratie 03. Wij bevorderen onze integriteit 04. Wij verhogen onze weerbaarheid tegen intimidatie en bedreiging 05. Wij bereiden ons voor op de implementatie van de Wet open overheid
. Legenda: = loopt achter, bijsturing heeft onvoldoende effect; verwachting; = boven verwachting; = neutrale wijziging.
= loopt achter, bijsturing mogelijk;
= conform
1.02 Tijdige en kwalitatief afdoende afhandeling van klachten, bezwaar en beroep We zetten in op het tijdig en op een goede manier afhandelen van klachten, bezwaren en beroepen. We focussen op bemiddelen, zodat we onszelf en onze inwoners lange procedures kunnen besparen. We willen onszelf als organisatie verbeteren. De signalen die we binnenkrijgen bij de klachtencommissaris, bezwarencommissie en andere toezichthouders kunnen ons daarbij helpen. We bundelen deze signalen en wanneer we patronen ontdekken voeren we verbeteringen door. We zijn transparant over de aard, inhoud en afhandeling van klachten, bezwaar en beroep en maken dit jaarlijks inzichtelijk in het burgerjaarverslag. Acties 2021 Aantal acties: 2
01. We voorkomen bezwaren en beroepen door in te zetten op bemiddelen 02. We versterken onze tweedelijns juridische adviesfunctie en daarmee de juridische kwaliteit van processen en besluiten De afgelopen jaren is al ingezet op het in contact treden met bezwaarmakers. Door ze te bellen, door te vragen en uitleg te geven, wordt in een aanzienlijk aantal gevallen het bezwaar ingetrokken. Het voorkomen van bezwaarschriften heeft de komende periode, samen met de vakafdeling nog meer onze aandacht. We hebben oog voor het continu verbeteren van besluiten en zetten in op menselijke maat en procedurele rechtvaardigheid. We proberen bemiddeling en de informele aanpak toe te passen waar dit de beste oplossing is.
. Legenda:
= loopt achter, bijsturing heeft onvoldoende effect;
verwachting;
= boven verwachting;
= loopt achter, bijsturing mogelijk;
= conform
= neutrale wijziging.
2. Versterking samenwerking bestuur/samenleving Met het sluiten van het Enschede Akkoord heeft de raad de duidelijke keus gemaakt om in te zetten op het versterken van de samenwerking tussen gemeente en samenleving. We willen de stad meer betrekken bij wat we doen. Bij het kiezen van thema's voor invloed van inwoners houden we rekening met de uitkomsten van de straatgesprekken van het Enschede
blz. 44 (van 102)
Akkoord en werken we samen met de raadswerkgroep. De meest genoemde thema's tijdens deze gesprekken met inwoners waren (zwerf)afval, (verkeers)veiligheid en leefbaarheid. Heldere communicatie is van groot belang om de belofte van het Enschede Akkoord te laten slagen. Daarom zijn we scherp op duidelijke communicatie. We zijn helder over de rol die bestuur en inwoner kunnen spelen in het bedenken van oplossingen en het maken van beleid, maar ook bij bijvoorbeeld het uitvoeren of controleren. We faciliteren en stimuleren het ontplooien van bewonersinitiatieven. We faciliteren ontmoetingen, zowel digitaal als fysiek. Vooral op het gebied van digitale ontmoeting kunnen we de komende periode grote slagen maken.