CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Woonvisie 2024

Stedelijke commissie - FYSIEK 26 februari 2024, gemeente enschedeBij agendapunt: Beeldvormend: Woonvisie 202427.530 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Actiegerichte beleidsuitspraken • We gaan in gesprek met partijen die concepten kunnen realiseren voor talenten en sturen actief op ontwikkelingen op plekken die voor deze groepen aantrekkelijk zijn, daaronder met name: de binnenstad en rondom Kennispark. Het gaat onder meer om concepten in de middenhuur, zowel appartementen als grondgebonden woningen. Corporaties worden hierbij als eerste gevraagd een aanbod te doen. • We betrekken samen met onze partners studenten en afgestudeerden om mee te blijven praten over huisvesting en carrièreperspectief in de regio. 1.3. De bestaande stad De grootste opgave in deze woonvisie ligt in de bestaande woningvoorraad van 77.000 woningen. En daarmee het besef dat de meeste woningen al gebouwd zijn. Om een “aantrekkelijke stad” te kunnen zijn moeten we in ieder geval voorkomen dat de leefbaarheid in wijken en buurten afglijdt en streven we naar verbetering. Hier ligt een gemeentelijke opgave om regie te voeren in het samenspel met partners en andere spelers die actief zijn in de buurten en wijken. Belangrijke elementen voor de leefbaarheid zijn de kwaliteit van de woningvoorraad, de kwaliteit van de woon- en leefomgeving – van de kwaliteit van de openbare ruimte tot de aanwezigheid van voorzieningen –, samen zorgen voor een schone, hele en veilige leefomgeving en openbare ruimte en de diversiteit van bewoners in wijken.

De opgave is daarmee om woongebieden “aantrekkelijk en toekomstbestendig” te laten zijn, en wanneer ze dat niet meer zijn een transformatie in die richting op gang te brengen. Richtinggevende uitspraken Toekomstbeeld Omgevingsvisie - We concentreren de verstedelijking rondom OV-knooppunten en ontmoetingsplekken, waarbij concentratie kansen biedt voor een meer divers en aantrekkelijker voorzieningenaanbod; - De huidige inwoners zijn het belangrijkste onderdeel van de leefmilieus van de toekomst. We zorgen dat bestaande leefmilieus bij de tijd blijven om de stad gezond te houden. Dat vinden we net zo belangrijk als nieuwbouw. - We ontwikkelen op kleinere schaal nieuwe woningen en benutten de ruimte beter. Ook op natuurlijke plekken in de wijken, buiten de grote groeigebieden. We houden wonen, voorzieningen en werken in balans, want dat is een voorwaarde voor kwalitatieve groei. Het aantal banen stijgt evenredig met het aantal inwoners. - We ontwikkelen groene en nieuwe leefmilieus in de bestaande stad. We gebruiken ruimte in de bestaande stad slimmer door meer functies te combineren bij OV-knooppunten (bijvoorbeeld wonen en werken). Zo creëren we leefmilieus met meer variatie voor alle gezinssamenstellingen.

Pagina 21 van 62

- We zorgen voor voldoende voorzieningen in de wijkcentra voor inwoners met een ondersteunings- of zorgvraag. We willen inwoners graag zelfstandig laten (blijven) wonen. De grootschalige voorzieningen plaatsen we bij bronpunten en in de SHE.

De opgave is complex en omvattend. Op het niveau van buurten en wijken komen veel vraagstukken samen, denk aan de verduurzamingsoperatie, de inclusieve wijk en de vernieuwingsopgave van de corporaties. Verzwarende omstandigheid is dat de gemeentelijke financiële armslag het afgelopen decennium gemarginaliseerd is. In het verleden droeg het rijk onder meer via het Grote Stedenbeleid en het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing financieel bij aan de opgaven op het gebied van stedelijke vernieuwing; inmiddels is die geldkraan alweer enige tijd dichtgedraaid. Ook op het gebied van duurzaamheid ontbreken substantiële middelen om veel invloed te hebben. Tot slot zijn met de wijziging van de Woningwet in 2015 ook de investeringsmogelijkheden van de woningbouwcorporaties de afgelopen jaren beknot, zowel door de verhuurdersheffing als door de inperking tot hun kerntaak. De huidige vooruitzichten zijn dat daar wat meer ruimte in gaat komen. De gemeente moet het dus hebben van synergie met andere partijen die belangen hebben op het terrein van wonen, verduurzaming, zorg en leefomgeving. Denk aan woningbouwcorporaties, zorgen welzijnsinstellingen, scholen, huurdersorganisaties, politie, ondernemers en de inwoners zelf, waaronder in het verband van buurt-, wijk- en dorpsverenigingen. Om gezamenlijk te onderzoeken wat door krachtenbundeling mogelijk is.

Hiervoor is geen pasklaar antwoord. Enschede is daarin, net als andere steden in Nederland zoekende. Stedelijke vernieuwing “nieuwe stijl” verloopt in ieder geval niet meer via een lineair proces – met een wijkvisie, projectorganisatie en een meerjarig uitvoeringsplan met vastomlijnde doelen en resultaten, maar eerder via korte opeenvolgende cyclische processen, waarin denken en doen elkaar sneller afwisselen en niet altijd in dezelfde volgorde plaatsvinden. Stedelijke Investerings-Afweging (SIA) Op basis van de SIA kunnen we informatie gestuurd aan gebiedsontwikkeling werken: • we kennen de urgenties die in buurten aan de orde zijn - onder andere op het gebied van inkomensondersteuning, zorg, veiligheid en overlast, energietransitie en klimaatadaptatie); • we weten welke investeringen er gepland zijn in buurten – tezamen met een beeld van de urgenties biedt dat zicht op zogeheten “koppelkansen”; • we kunnen de ontwikkeling van de buurten door de tijd beter volgen; • we kunnen de effecten van onze inzet in de buurten beter evalueren; In de verbinding tussen deze elementen liggen kansen voor krachtenbundeling.

Het gaat bijvoorbeeld om gebieden waar afglijden dreigt (urgentie), of waar vervangingsplannen zijn voor woningen van corporaties (investering) en waar vervolgens kansen liggen voor de warmtetransitie (investering / koppelkans) of waar eigendom van de gemeente kan worden omgezet naar een ontmoetingsplek (investering / koppelkans). De meest kansrijke gebieden worden opgenomen in de meerjarenbegrotingen van de verschillende deelnemende partijen, daaronder in ieder geval woningbouwcorporaties en gemeente. Deze gebieden krijgen prioriteit in de geldstromen en capaciteitsinzet op de middellange termijn (van 5-10 jaar).

Pagina 22 van 62

Randvoorwaarden voor stedelijke vernieuwing met de SIA 1. 2.

3.

Gemeente en corporaties delen strategische informatie over portefeuille strategieën; We werken informatie gestuurd en gericht op maximaal maatschappelijk rendement daarom ontwikkelen gemeente, corporaties en Kennispunt Twente een buurtmodel dat dit faciliteert. Genoemde partijen hebben de intentie dit model meerjarig, via een continue proces, toe te passen en het model al werkende door te ontwikkelen op basis van nieuwe inzichten en kennis; Opgave gericht samenwerken aan gebiedsontwikkeling vraagt een gemeentelijke organisatie die daarop is ingericht

Wijkaanpakken Een wijkaanpak kan ontstaan vanuit een aantal thema’s die onder het kopje SIA al staan beschreven. Analyse van verzamelde informatie in de SIA leidt tot de selectie van een ‘kansrijk gebied’ dat verbeterpotentie heeft. Dit hoeft niet altijd de meest urgente wijk te zijn op basis van de beschikbare data. De warmtetransitie en actuele informatie uit de wijk over onder andere leefbaarheid, hittestress of wateroverlast spelen nadrukkelijk mee in de selectie. De warmtetransitie in een gebied is altijd randvoorwaardelijk. Wanneer er wordt gestart met een aanpak in een gebied, is de warmtestrategie voor de wijk daar een belangrijk onderdeel van. Daarnaast kan een stedelijke vernieuwingsopgave een initiator zijn voor een wijkaanpak. Fysieke ingrepen zoals transformatie of herstructurering kunnen aanleiding zijn om in een gebied te kijken – met behulp van SIA-informatie – naar meer thema’s die aandacht behoeven. Wanneer meerdere thema’s in een gebied worden opgepakt, spreken we van een wijkaanpak. Wanneer er één thema speelt is een wijkaanpak niet nodig en is er soms een andere mate van regie wenselijk. Dit thema wordt dan als losstaand project uitgevoerd. In de wijkaanpakken waar ook sprake is van corporatiebezit onderzoeken we de kansen en mogelijkheden om bewoners/eigenaren van particuliere huurwoningen en koopwoningen te laten aanhaken.

Voor deze aanpak is destijds een pilot in Twekkelerveld opgestart, die op dit moment als wijkaanpak wordt gecontinueerd. Ook wordt gestart met een integrale wijkaanpak in stadsdeel Zuid waarbij de focus ligt op 't Lang en de Hanenberglanden. Ten behoeve van de warmtetransitie wordt nu als vervolg op de Transitievisie warmte een vervolgproces uitgewerkt, rekening houdend van o.a. de invoering van de Wet Collectieve Warmte. Eind 2026 zal daarbij een warmteprogramma gereed dienen te zijn waarbij duidelijk wordt in welke wijken de gemeente tot en met 2030 van start gaat. Op basis van de ervaringen in de huidige wijkaanpakken wordt een overzicht met ingrediënten voor een wijkaanpak samengesteld. Hierin worden kaders en minimale vereisten voor een wijkaanpak opgenomen. Dit is een groeiend document door ervaringen op te doen en te leren van de huidige aanpakken. Met dit overzicht kan bij een mogelijke wijkaanpak een gestructureerde start plaats vinden. We zien dat het werken in een wijkaanpak zorgt voor meer kansen om projecten te koppelen. Naast de financiële voordelen van het koppelen van kansen, zorgt een wijkaanpak ook voor minder overlast voor inwoners. Als voorbeeld: de straat hoeft maar één keer open voor vervanging van riool, het aanleggen van een warmtenet en/of het verzwaren van het elektriciteitsnetwerk.

Het samenwerken met andere partijen in de wijk vraagt om vertrouwen, goede communicatie en een stevige commitment. Dit is een belangrijke voorwaarde bij het starten en uitvoeren van een wijkaanpak. In de drie Twentse steden heeft samenwerking geleid tot het voorbereiden van een Renovatiedeal Twente, als uitwerking van het initiatief rond ‘de Twentse Ontzorg Financiering (TOF)’, waarin partijen met elkaar samenwerken om versneld woningen van huishoudens in energiearmoede aan te kunnen passen op het gebied van duurzaamheid en kwaliteit.

Pagina 23 van 62

Specifiek bij het activeren van inwoners om mee te doen in een wijkaanpak merken wij dat het goed werkt om welzijnspartners te betrekken. Welzijnspartners komen makkelijker en sneller met inwoners in gesprek over de warmtetransitie en verduurzaming. We zien dat, wanneer deze partijen eenmaal in gesprek zijn met inwoners, zij ook goed in staat zijn om sociale problematiek te signaleren en bespreekbaar te maken. Beter benutten bestaande woningvoorraad Meer woningen realiseren we niet alleen door nieuwbouw, maar ook in de bestaande woningvoorraad. Gebruikelijke manieren om dit te doen zijn transformatie van gebouwen naar woningen of het verkameren van bestaande woningen. We gaan op zoek naar kansen in gemeentelijk vastgoed om te transformeren naar woningen. Daarnaast verkennen we met onze partners kansen die de bestaande woningvoorraad biedt. Wij denken daarbij aan manieren om de bestaande complexen op te toppen of manieren om woningen te delen. Zoals het pilotproject ‘Onder de Pannen’, waarmee inwoners de gelegenheid krijgen om een kamer te verhuren aan een inwoner die – vanwege scheiding of plotseling verlies van een woning – tijdelijk geholpen is met deze woonruimte. Vanuit de gedachte de juiste inwoner op de juiste plek en daarmee ook beter benutten van de bestaande woningvoorraad zoeken we naar meer manieren om doorstroming te realiseren.

We beginnen daarbij bij ouderen, omdat daarmee de kans op de langste verhuisketen wordt vergroot. Daarvoor ontwikkelen wij een doorstromingsbeleid (zie ook paragraaf 2.2.). Op dit moment worden de meeste sociale huurwoningen via loting verhuurd. Elke inwoner maakt met loting kans op een woning. We zien dat inwoners die aangewezen zijn op een specifieke sociale huurwoning – ouderen zoeken een geschikte woning die in ieder geval nultreden is, jongeren tot 23 jaar zoeken een woning onder de kwaliteitskortingsgrens – meer moeite hebben om een passende woning te vinden. Een van de oorzaken wordt gevonden in passend bewonen: veel woningen die expliciet voor ouderen of jongeren geschikt zijn, worden door een andere doelgroep bewoond. We gaan daarom met de woningcorporaties in gesprek over de inzet op passend (be)wonen voor deze doelgroepen. Draagkracht van een buurt of wijk De draagkracht van een buurt of wijk is een thema dat aandacht vraagt. Als gevolg van de extramuralisering van de zorg stijgt het aantal inwoners dat met een ondersteuningsbehoefte zelfstandig woont. Deze inwoners maken bovengemiddeld gebruik van de buurtnetwerken en op de voorzieningen in wijken en buurten. Specifiek aandachtspunt is de toename van het zelfstandig wonen van mensen met psychiatrische problemen.

Omdat deze mensen doorgaans in het lagere huursegment terecht komen, bestaat het risico dat de druk door bijvoorbeeld inwoners met verward gedrag in relatief kwetsbare buurten met lage(re) huren toeneemt. Voor de afweging over nieuwe (ruimtelijke) woonzorginitiatieven werkt Enschede met een quick scan (ook wel ruimtelijk Kompas genoemd). We hebben de draagkracht van een wijk/buurt toegevoegd aan het Kompas om het onderdeel van de afweging te maken. Zie paragraaf 1.1 voor de wijze van programmeren van maatschappelijke initiatieven. Ondanks de inzet gericht op “draagkrachtige wijken” en daarmee het voorkomen van (cumulatie van) overlast, is er ook een aanpak gericht op de overlast die zich wel voordoet. Hiervoor hebben gemeente, GGD, GGZ, politie, Sociaal Maatschappelijke Dienstverlening Enschede, Tactus verslavingszorg en de woningcorporaties Domijn, Ons Huis en De Woonplaats het convenant Coördinatie Zorg en Veiligheid ondertekend. De ketenpartners werken op basis daarvan samen in onder meer een aanpak voor woonoverlast en een aanpak gericht op personen met verward gedrag en multi-probleemgezinnen. Pagina 24 van 62

Betaalbaarheid We sturen op betaalbare woningen met twee instrumenten. Ten eerste zetten we de doelgroepenverordening in om nieuw gebouwde middenhuur- en sociale huurwoningen in aangewezen gebieden voor 15 jaar in stand te houden. Daarnaast constateerden we dat er veel goedkope koopwoningen werden opgekocht door investeerders. Om die reden is de opkoopbescherming vastgesteld. Hiermee zorgen wij ervoor dat het goedkoopste segment koopwoningen beschikbaar blijft voor inwoners, in plaats van dat deze woningen door investeerders worden opgekocht en in de verhuursector belanden. Bestaande woningen van woningcorporaties De woningcorporaties hebben een onmisbare rol in de opgaven van deze Woonvisie: huisvesting van studenten, stedelijke vernieuwing in de totale woningvoorraad, bijdragen aan de leefbaarheid in wijken en buurten, de huisvesting van inwoners met een zorg- en/of ondersteuningsvraag – en daarmee bijdragen aan een inclusieve stad, en het op gang brengen van de ongekend grote opgave om de woningvoorraad te verduurzamen. De opgaven hangen op onderdelen samen en zijn te groot om in hun geheel aan te pakken. Voor een gezamenlijke aanpak zien we de volgende hoofdlijnen: • We werken gezamenlijk aan de stedelijke vernieuwing van buurten en wijken die de meeste aandacht vragen.

Gemeente en corporaties wisselen kennis en strategische plannen uit en werken op deze manier informatie gestuurd aan aantrekkelijke buurten; van woning tot woonomgeving en van verduurzaming tot bijdragen aan sociale cohesie. Deze samenwerking krijgt vorm via de Stedelijke Investeringsafweging (SIA) en wijkaanpakken; deze zijn eerder in deze paragraaf verder uitgewerkt. • We werken gezamenlijk over de hele stad – dus ook buiten de SIA en DIA – aan inclusieve wijken waaronder op het gebied van wonen en zorg. Een groeiend aantal inwoners met een zorgvraag is gehuisvest in een corporatiewoning. Door een betere onderlinge verbinding kunnen veel problemen worden voorkomen – denk bijvoorbeeld aan het voorkomen van schuldenproblematiek maar ook aan een passende woonomgeving. • In het verlengde van het vorige punt: hoge concentraties van sociale woningbouw met name onder de eerste aftoppingsgrens leiden vaak tot zwakkere buurten met een clustering van verschillende sociale en fysieke problemen. We willen deze problemen verminderen door samen te werken aan meer gedifferentieerde en daarmee evenwichtiger buurten Voor de verdere prestatieafspraken en de samenwerking met de corporaties en huurdersverenigingen kiezen we de volgende uitgangspunten: • Corporaties zijn voor de gemeente de partner in het aanbieden van sociale huurwoningen.

Waar mogelijk ontmoedigt de gemeente het aanbod van sociale huur (zowel nieuw als bestaand) door anderen. De corporaties dragen zorg voor voldoende betaalbare sociale huurwoningen voor de doelgroepen van beleid. Daarnaast zijn woningcorporaties preferente partner voor middenhuurwoningen. • We programmeren woningbouw adaptief vanuit een gedeeld beeld van de toekomst van de woningvoorraad, waaronder indicaties voor de aantallen woningen op het gebied van koop en huur, sociale huur en middenhuur, appartementen en grondgebonden woningen. We delen de informatie die we hebben, maken gezamenlijke analyses en hebben transparante gesprekken over uitkomsten van de analyses. • We maken op stedelijk niveau ‘overkoepelende afspraken’ over de maatregelen die de corporaties in hun portefeuille kunnen nemen, dat zijn: 1. nieuwbouw (van sociale huur of middenhuur), 2. verkoop van woningen, 3. liberalisatie (omzetting van sociale huur naar middenhuur), 4. sloop en verdunning, 5. omzetten van woningen naar een ander (duurder of goedkoper) huursegment. Pagina 25 van 62

• • •

Deze maatregelen vormen voor een belangrijk deel de basis voor de prestatieafspraken op het punt van de woningbouwprogrammering. Met het oog op de middellange tot lange termijn opgaven maken we meerjarige prestatieafspraken die elke twee jaar worden geactualiseerd. De gemeente heeft groot belang bij solide corporaties die kosteneffectief werken en die lokale betekenis en binding hebben. Waar mogelijk ondersteunen we lokale corporaties in het versterken van hun draagkracht en positie ten bate van de Enschedese samenleving en de doelgroep van sociale huisvesting.

Zoektijden sociale huurwoningen Om de druk op de woningmarkt te kunnen volgen en te kunnen vertalen naar een woningbouwprogrammering is de (gemiddelde) zoektijden naar een sociale huurwoning een belangrijke indicator. We streven daarbij naar een gemiddelde zoektijd van 12 maanden voor actief woningzoekenden: dit zijn woningzoekenden die regelmatig reageren op een sociale huurwoning met als doel om op een korte termijn een woning te huren. In de prestatieafspraken maken we daarom ook afspraken over zoektijden voor de volgende sociale huursegmenten. Doelgroepen: (1) onder de kwaliteitskortingsgrens, (2) onder de eerste aftoppingsgrens , (3) onder de tweede aftoppingsgrens, (4) onder de liberalisatiegrens (sociale huurgrens). Bevorderen van leefbare wijken en buurten We streven naar voldoende variatie in woningmarktsegmenten in alle wijken en buurten om de leefbaarheid te bevorderen. Wijken en buurten met een hoge concentratie sociale huur zijn kwetsbaarder dan wijken en buurten waar ook andere woningmarktsegmenten voldoende vertegenwoordigd zijn. In wijken en buurten die kwetsbaar zijn, kijken we naar manieren om te komen tot een betere mix van woningmarktsegmenten. Bijvoorbeeld door andere woningmarktsegmenten toe te voegen. In wijken die draagkrachtiger zijn, kijken we naar kansen om sociale huur toe te voegen.

Richtinggevende beleidsuitspraken • We kijken naar kansen voor wonen in gemeentelijk vastgoed om te transformeren naar wonen. • We faciliteren doorstroming in de bestaande woningvoorraad, waarbij we beginnen bij ouderen omdat daarmee de kans op de langste verhuisketen wordt vergroot (zie verder paragraaf 2.2). • We werken langjarig samen met de corporaties in de SIA en proberen onze planningen en investeringen te bundelen waar mogelijk. • We streven naar een zoektijd van maximaal 12 maanden voor actief woningzoekenden. • In wijken en buurten die kwetsbaar zijn, kijken we naar mogelijkheden om andere woningmarktsegmenten toe te voegen. In wijken die draagkrachtiger zijn, kijken we naar kansen om sociale huur toe te voegen. Actiegerichte beleidsuitspraken • We gaan met woningcorporaties in gesprek over de inzet op passend (be)wonen voor ouderen en jongeren. • We verkennen met onze partners hoe we de bestaande woningvoorraad beter kunnen benutten. • Kaders en minimale vereisten voor een wijkaanpak leggen we vast in een – op basis van ervaringen – groeiend document.

Pagina 26 van 62

1.4. Monitoring woningbouw Er zijn verschillende onderzoeken en monitoringsinstrumenten die we gebruiken voor het in beeld brengen en houden van de nieuwbouw en bestaande bouw. Het gaat onder meer om de volgende onderzoeken en monitoring: • •

•

•

Woonbehoefteonderzoek: eens per 3 jaar vindt het landelijke WOON-onderzoek plaats. Dit onderzoek is input voor het lokale woonbehoefteonderzoek. Afgelopen jaren is dit onderzoek uitgevoerd door de Stec groep. Verhuisstromenonderzoek: we onderzoeken de intergemeentelijke verhuisbewegingen en de verhuisredenen binnen, van en naar Twente. We willen vooral voorkomen dat inwoners, waaronder talent, de regio verlaten omdat ze niet het door hen gewenste woonmilieu kunnen vinden. Hiervoor maken we gebruik van het komen en gaan onderzoek van provincie Overijssel. Voor ontwikkelingen in de nieuwbouw maken wij gebruik van informatie van het Centraal Bureau van de Statistiek. Daarnaast gebruiken wij een monitor van Kennispunt die op dezelfde data is gebaseerd. In deze monitor wordt informatie over woningen en inwoners gecombineerd, waardoor wij meer weten over waar en in welke woningen doelgroepen wonen. Voor monitoring van de bestaande bouw gebruiken wij informatie uit de SIA monitoring en de data die wij van de woningcorporaties ontvangen.

Pagina 27 van 62

2. Inclusief Enschede: over aandachtsgroepen Samen met inwoners en partners in de stad werken we aan een inclusieve en veerkrachtige samenleving. Een samenleving waarin iedereen gelijke kansen heeft en volwaardig kan deelnemen. De inclusieve samenleving kent drie pijlers: bestaanszekerheid, gezond leven en kansengelijkheid. We doen dit zoveel mogelijk integraal omdat deze drie thema’s niet los van elkaar gezien kunnen worden. Het inzetten op en herstellen van bestaanszekerheid kan voor inwoners leiden tot een gezonder leven en het vergroten van gelijke kansen. Gelijke kansen kunnen leiden tot meer bestaanszekerheid en een gezonder leven kan er ook toe leiden dat inwoners makkelijker in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien, bijvoorbeeld omdat mentale klachten minder worden. We bewegen steeds meer van wonen in de zorg naar zorg in de woning. Met de programma’s ‘Eerst een Thuis’ en ‘Wonen, ondersteuning en Zorg voor Ouderen’ streeft het Rijk naar een afbouw van de maatschappelijke opvang en langer thuis kunnen blijven wonen. Iedereen een thuis is meer dan alleen een huis. Het gaat om een plek waar inwoners zich thuis voelen, veilig voelen en de hulp kunnen ontvangen die zij nodig hebben. Het centrale doel daarom is dat iedere inwoner passend kan wonen met wanneer nodig (tijdelijke) ondersteuning en zorg in de nabije omgeving.

Dat betekent dat inwoners zo lang (of zo snel) mogelijk zelfstandig kunnen wonen. We richten ons niet alleen op herstel van het individu, maar nadrukkelijk ook op de relatie met de buurt. Uitgangspunt is dat iemand zich (weer) thuis voelt en mee kan doen in de samenleving. Talent en gezinnen Naast de aandachtsgroepen van het Rijk, waarover u in de volgende paragrafen meer leest, onderscheiden wij ook talent (hierover leest u meer in hoofdstuk 1.2) en gezinnen als doelgroepen. Een volledig overzicht van de doelgroepen van beleid is opgenomen in paragraaf 1.1. Voor gezinnen geldt dat zij in meerdere van de voorgenoemde doelgroepen kunnen vallen, zowel talent als doelgroepen die zorg of ondersteuning nodig hebben, maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. Door de groei van onze stad is er ook behoefte aan meer gezinswoningen. Deze vraag geldt voor alle woningmarktsegmenten maar zien we specifiek terug komen in het betaalbare koopsegment. Door de stijgende woningprijzen hebben gezinnen het de afgelopen jaren moeilijker gekregen op de woningmarkt. Men blijft langer in een sociale huurwoning huren en stroomt minder snel door naar een ander woningmarktsegment. Met een modaal inkomen (1,5 verdiener, € 60.000,--) ligt een betaalbare koopwoning nog net binnen bereik.

Voor Enschedese gezinnen met een lager inkomen geldt dat zij steeds meer zijn aangewezen op de huursector of op een goedkope koopwoning. De opkoopbescherming helpt bij het beschikbaar houden van goedkope koopwoningen voor gezinnen en daarnaast komen er de komende jaren - door doorstroming van ouderen - meer koopwoningen voor gezinnen beschikbaar in de bestaande woningvoorraad. Ook kijken we naar mogelijkheden om nieuwe woningen voor deze doelgroep te realiseren. In nieuwe gebiedsontwikkelingen programmeren we, uiteraard afhankelijk van het gebied en de behoefte, ook voor gezinnen. In dit hoofdstuk gaan we in op de doelgroepen van beleid. Wat hebben deze inwoners nodig en welke specifieke beleidsvoornemens hebben wij voor de desbetreffende doelgroep? We maken onderscheid in: talenten (waaronder ook studenten, paragraaf 1.2), aandachtsgroepen (paragraaf 2.1) en ouderen (paragraaf 2.2). De paragrafen over aandachtsgroepen en ouderen vormen samen de uitwerking van de lokale woonzorgvisie. Vitale beroepsgroepen In het coalitieakkoord staat “De woningbouwcorporaties spelen een belangrijke rol in het zorgen voor een huis voor iedereen. We willen met hen onderzoeken of het mogelijk is om mensen met vitale

Pagina 28 van 62

beroepen (zoals politieagenten, verpleegkundigen en docenten) voorrang te geven op een (huur)woning.”. We gaan in gesprek met woningcorporaties over hoe we vitale beroepsgroepen zoals bedoeld in het coalitieakkoord meer kans kunnen geven op een (sociale huur)woning. Actiegerichte uitspraken • We onderzoeken samen met de woningcorporaties de mogelijkheden om vitale beroepsgroepen meer kans te geven op een sociale huurwoning. 2.1. Aandachtsgroepen Het Rijk maakt onderscheid tussen drie typen aandachtsgroepen in het programma ‘Een thuis voor iedereen’. Bij de eerste gaat het om aandachtsgroepen, waar het Rijk zich primair op richt, die vaak behoefte hebben aan een betaalbare sociale huurwoning (of kamer) met daarnaast ondersteuning en zorg. Het gaat om mensen met een medische of sociale urgentie, dak- en thuislozen, statushouders en mensen die uitstromen uit een intramurale instelling. Ook mantelzorgers en uittredende sexwerkers vallen onder deze groep. Bij de tweede ligt het accent op woonruimte. Het gaat hier om arbeidsmigranten, studenten en woonwagenbewoners. De derde aandachtsgroep is ouderen. Gegeven de grote opgave voor ouderen heeft het Rijk voor ouderen een apart programma opgesteld. In deze paragraaf gaat we in op de eerste aandachtsgroep: inwoners die een zorg- en ondersteuningsvraag hebben.

Deze groep inwoners is tevens doelgroep van programmering zoals genoemd in paragraaf 1.1. Vervolgens is er specifiek beleid voor arbeidsmigranten, woonwagenbewoners en statushouders opgenomen. Het beleid voor studenten heeft u in paragraaf 1.2 gelezen. In paragraaf 2.2 leest u meer over het woonbeleid voor ouderen. Inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag Ontwikkelingen als het scheiden van wonen en zorg, langer/eerder zelfstandig wonen en een vergrijzende bevolking leiden tot een toenemend beroep van inwoners op zorg en ondersteuning in de eigen woonsituatie. Naast een toename van de doelgroepen zien wij ook dat de doelgroep zelf verandert. We krijgen bijvoorbeeld meer te maken met mensen met psychogeriatrische problematiek of problematiek die samenhangt met achteruitgang van het geheugen, zoals dementie Inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag krijgen minder vaak een indicatie voor wonen met verblijf in een zorglocatie. Het wonen en de zorg worden steeds verder gescheiden en van inwoners met een zorgvraag wordt verwacht dat zij zelf in hun woonbehoeften voorzien en ook de zorg zelf regelen. Er kunnen verschillende groepen inwoners worden onderscheiden waarvoor het vinden van geschikte en betaalbare huisvesting – in combinatie met ondersteuning of zorg – niet vanzelf gaat en die extra aandacht nodig hebben.

In het ontwikkelen van nieuwe woningen hebben wij specifiek aandacht voor de behoeften van: ouderen (met en zonder een zorg- of ondersteuningsvraag, zie verder paragraaf 2.2), uitstromers uit een intramurale instelling (BW, MO, jeugdzorg, detentie), inwoners met lichamelijke beperking(en), inwoners met een licht verstandelijke beperking, inwoners met geestelijke gezondheidsproblemen en jongeren met een zorgvraag die de volwassen leeftijd van 18 jaar bereiken (18-/18+ problematiek). Een toenemend deel van deze doelgroepen woont zelfstandig in een reguliere woonwijk. Om hen te kunnen ondersteunen in hun zelfredzaamheid is naast een betaalbare woning de aanwezigheid van voldoende begeleiding (bijv. via mantelzorg of ambulante (woon)begeleiding) een eerste voorwaarde. De nabijheid van een zorgorganisatie kan ook helpen in het signaleren van en ondersteunen bij problemen. Voortkomend uit de aanstaande wettelijke verplichting voor een urgentieregeling gaan wij een urgentieverordening opstellen voor doelgroepen die dat nodig hebben vanwege hun urgente woonvraag of niet houdbare woonsituatie. We werken hierbij regionaal samen als ook lokaal met de woningcorporaties. Pagina 29 van 62

Woonconcepten De manier waarop inwoners willen en kunnen wonen, vooral wanneer zij zorg of ondersteuning nodig hebben, is situationeel en persoonlijk. We kunnen niet anders dan daarin ruimte bieden voor maatwerk. Hiervoor moeten wij draagvlak creëren in wijken en buurten waarbij we voldoende variatie in woningen en passende woonconcepten stimuleren. De samenwerking die nodig is om dit regionaal goed te regelen, vindt zijn basis in de regionale Woonzorgvisie. Daar maken we onder andere afspraken over fair share, de woningbouwopgave en wisselen we kennis en ervaringen uit over doelgroepen en woonconcepten om beter met elkaar te kunnen samenwerken. Daarnaast werken we samen met het Cimot wonen en het Transferpunt (waarin uitstromers uit respectievelijk beschermd wonen en de maatschappelijke opvang worden toe geleid naar een woning) en Woonstap (Enschedese samenwerking voor mensen met een woonbelemmering). In de werkgroep Woonpalet, die voortkomt uit de prestatieafspraken, ontwikkelen we samen met de woningcorporaties potentiële woonconcepten voor verschillende doelgroepen. In die woonconcepten is onder andere aandacht voor de soort woonvorm en de begeleiding die nodig is. Wanneer een locatie beschikbaar komt, kan op basis van de te huisvesten doelgroep een woonconcept geselecteerd worden. Hierover geeft de werkgroep Woonpalet advies.

Deze woonconcepten realiseren we zo veel als mogelijk in cocreatie met de doelgroep. Uitstroom uit instellingen Met het programma ‘Een thuis voor iedereen’ zijn overheden, woningcorporaties, zorg- en welzijnsinstellingen en andere betrokken partijen aan de slag gegaan om te zorgen voor voldoende huisvesting voor verschillende kwetsbare groepen woningzoekenden. Zes regio’s zijn, vooruitlopend op komende wetgeving, aan de slag gegaan om de huisvesting van deze aandachtsgroepen te verbeteren. Enschede was als centrumgemeente een van deze ‘koplopers’. In dit traject is een analyse gemaakt van het aantal personen dat jaarlijks uitstroomt uit instellingen. Over deze doelgroepen worden in de Woondeal nadere afspraken gemaakt ten aanzien van ‘fair share’ en het verkrijgen van urgentie zoals bedoeld in de nog vast te stellen wet Versterking regie volkshuisvesting. Op dit moment zijn er uitstroomafspraken op Twents niveau om personen die uitstromen uit beschermd wonen en de maatschappelijke opvang te helpen met het zoeken naar een nieuwe woning. Voor overige doelgroepen geldt momenteel dat woningcorporaties maatwerk leveren of dat zij via Woonstap geholpen worden met het zoeken naar een woning. Tabel 1 jaarlijkse aantallen uitstroom voor Enschede (HHM, 2023 met eigen bewerking gemeente Enschede naar jaargemiddelden)

Aandachtsgroep Urgenten (medisch/sociaal) Uitstroom: - BW - Detentie* - Jeugdzorg** - MO Overige groepen Totaal

Prognose woningen per jaar 135 132 57 15 NB 60 13 280

* Voor de doelgroep detentie verwachten wij dat er op jaarbasis 10 tot 15 woningen nodig zijn. Een groot deel van deze doelgroep bestaat uit kortgestraften welke veelal terugkeren naar een bestaande woning. Een deel van de doelgroep is na detentie nog niet klaar om zelfstandig te wonen, en krijgt een zorgindicatie. Voor personen die zeer kort vastzitten levert de gemeente maatwerk. Een zeer klein aantal stroomt uit forensische zorg of tbs-klinieken. ** Voor jeugdzorg kunnen we op dit moment nog niet overzien wat het aantal uit te stromen jongeren betekent voor de woningmarkt, het is niet duidelijk hoeveel van hen daadwerkelijk een woning/ kamer zoeken.

Pagina 30 van 62

Het is nog onduidelijk welke impact de regionale ‘fair share’- en urgentieafspraken gaan hebben op de woningmarkt. Duidelijk is dat waar de ene doelgroep voor gaat, een ander langer moet wachten op een (sociale huur)woning. In de uitwerking van de (verplichte) urgentieverordening besteden we hier nadrukkelijk aandacht aan. Daarnaast monitoren we de effecten op de zoektijden (zie paragraaf 2.3). Richtinggevende uitspraken • De behoefte voor aandachtsgroepen zien we met een regionale bril. De regionale sturing op deze behoefte (de te maken fair share afspraken in de Woondeal Twente) is input voor de lokale opgave. • Woonconcepten realiseren we zo veel als mogelijk in co-creatie met de doelgroep. • We sturen op voldoende variatie van woonconcepten, zodat iedereen in een passende woning kan wonen en de kans heeft om specifieke woonwensen in te vullen. Actiegerichte uitspraken • We voldoen minimaal aan de wettelijke eisen ten aanzien van urgentie die zijn opgenomen in de wet Versterking regie woningmarkt. We werken hierbij regionaal samen met andere gemeenten en belanghebbenden en ook lokaal met de woningcorporaties. • We werken met woningcorporaties en het wijkteam samen in WoonStAP. Voor de uitstroom uit beschermd wonen en de maatschappelijke opvang werken we regionaal samen in het Cimot wonen en het Transferpunt.

• We maken de potentiële woonconcepten voor inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag inzichtelijk en snel toepasbaar bij nieuwe ontwikkelingen. • We vergroten de woningvoorraad op basis van adaptief programmeren. Over de huisvesting van inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag maken we afspraken met woningcorporaties en zorgorganisaties. Specifiek over het toe te voegen aantal woningen, de toeleiding naar deze woningen en de betaalbaarheid hiervan. Arbeidsmigranten Op dit moment hebben wij nog geen brede strategie rondom arbeidsmigranten. We zien ook in Enschede het aantal arbeidsmigranten toenemen en weten daarnaast dat zij vaak ook niet goed in beeld zijn. Ook niet op huisvestingsgebied. Wij weten ook dat onze Duitse buurgemeenten problemen ervaren met het huisvesten van arbeidsmigranten. Wij willen hier op korte termijn een beter beeld van krijgen. Voor de lange(re) termijn wordt er gewerkt aan een gemeentelijk beeld over arbeidsmigranten op het vlak van economie, arbeidsmarkt en wonen. In relatie tot tekorten op de arbeidsmarkt is het aantrekken van arbeidsmigranten één van de oplossingen. Aan de hand van de keuzes die we maken over het aantrekken van arbeidsmigranten volgt ook een huisvestingsvraag voor deze doelgroep, waarbij wonen zal zorgen voor passende huisvesting voor deze doelgroep.

Statushouders Als gemeente hebben we vanuit de rijksoverheid een taakstelling om statushouders te huisvesten. Het merendeel van de statushouders vindt zelf huisvesting; op eigen initiatief of door gezinshereniging. Voor statushouders die door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) aan Enschede zijn gekoppeld en die niet zelfstandig in huisvesting kunnen voorzien, geldt een termijn van 12 weken waarbinnen wij woonruimte moeten regelen. Met het oog daarop verwijzen we deze specifieke groep statushouders door naar de corporaties voor een maatwerkoplossing. Voor de corporatie is er vervolgens ruimte voor een eigen afweging, bijvoorbeeld ten aanzien van de locatie van de woning. Door de keuze voor maatwerkoplossingen wordt de huisvesting buiten het reguliere lotingssysteem om georganiseerd. Pagina 31 van 62

Richtinggevende uitspraak • De gemeente heeft een taakstelling voor de huisvesting van statushouders. Voor statushouders die niet zelfstandig in huisvesting kunnen voorzien, wordt deze taak via de corporaties uitgevoerd. Zij bieden voor de huisvesting van statushouders maatwerkoplossingen. Woonwagenbewoners In Enschede faciliteren we als gemeente het woonwagenleven van de lokale Enschedese woonwagenbewoner. Concreet betekent dit dat we het aantal standplaatsen uitbreiden als de lokale behoefte aan standplaatsen groter is dan het aanbod. We kiezen de ‘lokale behoefte’ als vertrekpunt om een aanzuigende werking op niet-lokale woonwagenbewoners te voorkomen. In de toekomst kan dit lokale vertrekpunt mogelijk vervallen, wanneer landelijk het aantal standplaatsen is uitgebreid zodat ook op andere plekken aan de lokale behoefte tegemoet gekomen kan worden. Het toevoegen van standplaatsen is wel afhankelijk van de beschikbare ruimte in de stad en de financiële middelen van de uitvoerende partij. In het geval van woonwagenstandplaatsen biedt de corporatie de huursector aan; tegelijk is het mogelijk op een huurstandplaats een eigen wagen te plaatsen. Standplaatsen worden beschikbaar gehouden voor de doelgroep van lokale woonwagenbewoners. We willen voorkomen dat nietwoonwagenbewoners standplaatsen betrekken.

Behoeftepeiling In 2019 is een behoeftepeiling gehouden onder de huidige bewoners van Sleutelkamp en de woonwagenbewoners die op 1 januari 2019 op de wachtlijst stonden. Uit deze peiling bleek dat de behoefte groter is dan het aantal standplaatsen. Een behoeftepeiling zal worden uitgevoerd zodra 75% van de behoefte uit 2019 is gerealiseerd. Richtinggevende uitspraken • Lokale woonwagenbewoner is degene waarop het afstammingsbeginsel van toepassing is én die ofwel geboren is in een woonwagen in Enschede, of vijf aaneengesloten jaren in Enschede heeft gewoond of familieleden in de 1e of 2e graad in Enschede op een woonwagenlocatie heeft wonen; • We faciliteren het woonwagenleven voor de lokale woonwagenbewoners van Enschede; • We maken het toevoegen van woonwagenstandplaatsen ruimtelijk mogelijk, met de behoeftepeiling als basis; • We monitoren de wachtlijst voor een woonwagenstandplaats in Enschede en peilen de behoefte van de lokale woonwagenbewoners nadat 75% van de behoefte uit 2019 is gerealiseerd; • We streven naar een maximale wachttijd van 5 jaar voor de actief zoekende lokale woonwagenbewoner; • Een corporatie realiseert en exploiteert de woonwagenlocaties Sleutelkamp en de Windmolenweg; • Een corporatie voorziet in de huisvesting van woonwagenbewoners ook voor zover het huurders betreft die qua inkomen niet tot de primaire doelgroep van een corporatie behoren – altijd

binnen de grenzen van wat wettelijk mogelijk is; • Koopstandplaatsen worden niet aangeboden; • We handhaven de huidige locatie aan de Robinson Crusoestraat en houden deze beschikbaar voor de doelgroep kermisexploitanten.

Pagina 32 van 62

2.2. Ouderen Enschede heeft, net als de rest van het land, te maken met een flinke vergrijzing. Daarnaast blijven ouderen1 met een hulpvraag steeds langer zelfstandig wonen als gevolg van het scheiden van wonen en zorg (extramuralisering). De toenemende woon-, zorg- en ondersteuningsvraag van ouderen die zelfstandig wonen leidt nu (soms) al tot knellende situaties. Om de vijftigers van nu (ofwel, de toekomstige ouderen) in de toekomst ook te kunnen faciliteren in hun woon- , zorg- en welzijnsbehoefte is het anticiperen op deze ontwikkelingen noodzakelijk. De vraag is in hoeverre de huidige woningen (zowel kwantitatief als kwalitatief), het huidige zorgvastgoed, de woonomgeving en het aanbod van zorg en ondersteuning aansluiten op de woonen zorgbehoeften van ouderen. Nu en in de toekomst. Deze vragen zijn niet vanuit één organisatie te beantwoorden. Samenwerking tussen partners is noodzakelijk. Met input van Menzis Zorgkantoor, Woonzorg Nederland, Domijn, de Woonplaats, Ons Huis, Livio, Liberein, Zorggroep Manna, De Posten en de gemeente Enschede is de Woonzorgvisie voor ouderen tot stand gekomen. De beleidsuitspraken vindt u terug in deze paragraaf. De achtergrondinformatie die heeft geleid tot deze beleidsuitspraken vindt u terug als bijlage 5. Beleidsuitspraken die specifiek gaan over de nieuwbouw van woningen voor ouderen vindt u in paragraaf 1.1.

Woningbouwopgave voor ouderen In de Woonzorgvisie voor ouderen (2023) zijn de gezamenlijke ambities van deze partijen vastgelegd in gemeentelijke beleidsuitspraken. Deze zijn integraal en met behoud van de hoofdlijnen opgenomen in deze Woonvisie. Mondria advies (2023) heeft in beeld gebracht voor Enschede hoeveel en welk type woningen er nodig zijn voor ouderen tot 2040. Deze aantallen zijn onderdeel van de totale programmering (paragraaf 1.1). Mondria heeft nog geen onderscheid gemaakt in prijssegmenten. De aantallen woningen betreffen dus zowel sociale huur, middenhuur, dure huur als ook koop. In 2024 worden afspraken gemaakt met woningcorporaties en zorgorganisaties over de woningenbouwopgave voor ouderen. Niet alle woningen hoeven nieuw gebouwd te worden. Transformatie van bestaande woningen of de inzet van bestaand (zorg)vastgoed zijn ook opties. Daarnaast zijn er ook kansen in de bestaande woningvoorraad. Tabel 2 uitbreidingsopgave voor ouderen

Woningtype2

nu tot 2030

2030-2040

Totaal

Nultredenwoningen

1400

650

2050

Geclusterde woningen

650

1250

1900

Zorggeschikte woningen

350

350

700

Totaal

2400

2250

4650

Nultredenwoningen Uit analyse van de woningvoorraad blijkt dat er in Enschede veel nultredenwoningen zijn die nu niet door ouderen bewoond worden. We gaan in gesprek met de woningcorporaties over hoe we bestaande nultredenwoningen kunnen inzetten in deze uitbreidingsopgave. Daarnaast hebben we als beleidsuitspraak opgenomen: ‘We vergroten het aantal nultredenwoningen door dit als uitgangspunt

1 Onder ouderen verstaan we: inwoners van Enschede van 65 jaar of ouder.

2 In al deze woningen kan zorg worden geleverd. Het woningtype zegt enkel iets over de fysieke kant.

Pagina 33 van 62

op te nemen voor nieuwe te ontwikkelen appartementen. Deze woningen zijn duurzaam inzetbaar, technisch aanpasbaar: toegankelijk en voor meerdere doelgroepen geschikt.’. Geclusterde en zorggeschikte woningen Naast ‘gewone’ woningen voor ouderen (nultredenwoningen) zijn er ook andere woonvormen nodig om niet alleen woonwensen van ouderen te kunnen bedienen, maar ook mogelijk te maken dat er zorg in de woning geleverd kan worden. Hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het langer zelfstandig kunnen blijven wonen. In geclusterde woonvormen kunnen ouderen (al dan niet gecombineerd met andere doelgroepen) samen wonen. Er is aandacht voor ontmoeting, ook in gemeenschappelijke ruimten, en de mogelijkheid om een community te vormen. Deze beide woonvormen zijn altijd nultredenwoningen. Een zorggeschikte woning is ook altijd een geclusterde woning, maar voldoet daarnaast aan meer eisen op het gebied van toegankelijkheid.

Figuur 7 Schematische weergave van de overlap tussen woonconcepten voor ouderen

In de financiering van zorggeschikte woningen zitten mogelijk uitdagingen. De ontwikkeling van deze woningen is duurder dan van een reguliere woning. Het rijk is gestart met een subsidieregeling voor zorggeschikte woningen om (een deel van) de extra investering te kunnen compenseren. We weten dat ondanks deze subsidie de financiering een uitdaging is en voeren hier samen met onze partners het gesprek over. Geclusterde woningen Een voorbeeld van een uitwerking van geclusterde woningen is een seniorenhof. Op dit moment zijn er in Enschede twee ontwikkelingen gaande: koopwoningen in het gebied Eschmarkeveld en huurwoningen aan de Paulus Moreelsestraat. Deze woningen worden samen met betrokken inwoners en in het laatste voorbeeld met Vereniging Hof Enschede ontwikkeld. Noaberschap en noaberhulp zijn belangrijke begrippen die kenmerkend zijn voor de (toekomstige) inwoners van deze woningen. Een geclusterde woonvorm kan zowel grondgebonden als gestapeld en in verschillende segmenten ontwikkeld worden. We zien daarbij dat de ruimtevraag, zeker in de grondgebonden variant, groot is. We zoeken naast de traditionelere vormen ook naar geclusterde woonvormen met minder ruimtebeslag. Woonzorgzones In paragraaf 1.1 staat dat geclusterde en zorggeschikte woningen voorrang krijgen in ontwikkelingen die in een woonzorgzone vallen.

Een woonzorgzone is een aanduiding van een gebied waarbinnen 24uurs zorg en benodigde voorzieningen voor inwoners die nadrukkelijk hierbij gebaat zijn voldoende nabij is. Hiermee zorgen we voor concentratie van woningen waar zorg geleverd wordt (zodat in de toekomst voldoende zorg geleverd kan blijven worden) als ook aantrekkelijke woningen voor ouderen (en andere doelgroepen) die hierbij gebaat zijn. De daadwerkelijke locaties van deze woonzorgzones worden nog uitgewerkt en worden als kaartlaag in de omgevingsvisie toegevoegd.

Pagina 34 van 62

Uitvoeringsagenda In de komende periode gaan we met alle partners (waaronder ook de welzijnsorganisaties) gericht aan de slag met de concrete uitvoering van acties om in de toekomst te kunnen voorzien in de woon-, zorg- en welzijnsbehoefte van ouderen. Hierin heeft elke partner een eigen bijdrage, passend bij de organisatie. De uitvoeringsafspraken leggen we vast in integrale prestatieafspraken tussen de partners. Doorstroming Eerder in deze Woonvisie heeft u al kunnen lezen dat wij een doorstromingsbeleid willen ontwikkelen, waarin we ons in eerste instantie richten op de doorstroming van ouderen. Dit is een van de punten uit de uitvoeringsagenda. Woonbehoefteonderzoek ouderen Om een goed beeld te krijgen van de woonwensen van (toekomstige) ouderen voeren we een kwalitatief woonbehoefteonderzoek uit onder 55-plussers. Dit onderzoek bestaat uit interviews en groepsgesprekken waarbij we op zoek gaan naar de dieperliggende waarden van mensen (bijvoorbeeld: ik wil er toe doen of ik wil me vrij voelen in de natuur). Deze waarden zetten we om naar criteria waaraan we de nieuw te bouwen / transformeren seniorenwoningen kunnen toetsen. We proberen hiermee het woonaanbod zoveel mogelijk te laten aansluiten op de wensen die onze inwoners hebben.

Richtinggevende beleidsuitspraken Gevarieerd woonaanbod geschikt voor ouderen • Ons woonaanbod voor ouderen sluit aan op de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte van de doelgroep. • We gaan voor meer en gevarieerder geclusterd woonaanbod en nemen dit in nieuwbouw- en of transformatieplanningen als randvoorwaarde mee. • Betaalbaarheid en ontmoeting zijn kernwoorden die wij hanteren bij het realiseren en transformeren van toekomstig woonaanbod voor ouderen. • We ondersteunen initiatieven van (toekomstige) ouderen voor geclusterde woonvormen, zoals een seniorenhof. • We maken doorstroming van ouderen naar beter en geschiktere woningen aantrekkelijker en makkelijker en sturen daarnaast op voldoende levensloopgeschikt woonaanbod voor ouderen. • We sturen op woonzorginitiatieven met een meerwaarde voor de wijk en de gemeente Enschede. • We zorgen voor kwalitatief en kwantitatief passend intramuraal aanbod van zorg-specialistisch vastgoed. Behouden en versterken van de zelfredzaamheid van ouderen • We stimuleren gezond, gelukkig en vitaal ouder worden. • We sturen op het zo lang mogelijk zelf blijven doen, waarbij we het credo “thuis als het kan, zelf als het kan en digitaal als het kan” hanteren. • We informeren en adviseren inwoners over ouder worden en zelfstandig wonen.

Zorgzame buurten • We werken gebiedsgericht aan voldoende aanbod van geschikte woningen voor ouderen in combinatie met / of in aansluiting op de juiste (zorg-) voorzieningen en inrichting van het gebied. • Bij nieuwbouw hebben we vanaf het ontwerp aandacht voor een veilige, toegankelijke en prettige woonomgeving voor ouderen met nabijheid van voorzieningen.

Pagina 35 van 62

• • • •

In bestaande situaties zijn veiligheid, toegankelijkheid en aanbod van voorzieningen voor ouderen een aandachtspunt. We hebben aandacht voor de woonbehoeften van mantelzorgers. We verbeteren de kwaliteit en efficiëntie van preventie en zorg in de thuissituatie van ouderen door samenwerking en werkafspraken op wijkniveau. We hanteren het uitgangspunt dat voor ouderen een ontmoetingsmogelijkheid aanwezig en bereikbaar moet zijn.

Actiegerichte beleidsuitspraken • We gaan in gesprek met de woningcorporaties over hoe we bestaande nultredenwoningen kunnen inzetten in deze uitbreidingsopgave • We werken samen met zorg- en welzijnsorganisaties en woningcorporaties uit waar we geclusterde en zorggeschikte woningen kunnen realiseren, waarbij we beseffen dat de huidige financierings- en subsidiestroom bij zorggeschikte woningen een uitdaging is. • We stimuleren doorstroming van ouderen op de woningmarkt en maken hiervoor doorstromingsbeleid.

2.3. Gezonde leefomgeving

Ons doel is dat iedereen keuzes kan maken die een gezonder leven makkelijker maakt. Belangrijk daarbij is dat iedereen toegang heeft tot een stimulerende gezonde leefomgeving (gebouw en omgeving), die uitnodigt tot gezond gedrag. Het nodigt ons al dan niet uit om te bewegen, spelen, sporten en ontmoeten. Maar de leefomgeving kan onze gezondheid ook bedreigen, denk aan milieufactoren als luchtvervuiling, bodemverontreiniging en geluidoverlast. Of gevolgen van klimaatveranderingen, zoals hittestress en wateroverlast. In de omgevingsvisie is hier ook aandacht voor. We richten ons zowel op gezondheidsbescherming als gezondheidsbevordering. Ook bij de grote woningbouwopgave waar we voor staan, staat de gezonde leefomgeving centraal. We moeten voorkomen dat we nu de achterstandswijken van de toekomst bouwen. Hierdoor stimuleren we ook de marktpartijen om met de gezonde leefomgeving aan de slag te gaan. We streven ernaar dat gezondheid een net zo vanzelfsprekend onderdeel wordt van elke gebiedsontwikkeling als duurzaamheid dat nu is. Richtinggevende uitspraak Toekomstbeeld Omgevingsvisie We bieden inwoners makkelijke keuzes om gezonder te leven. Dat betekent dat we toegang moeten bieden tot een stimulerende leefomgeving. Een leefomgeving die uitdaagt tot sporten, bewegen, spelen en ontmoeten voor alle leeftijden.

Daarom stellen we verblijfskwaliteit en beleving voorop in de stedelijke ontwikkeling en zorgen we voor ontmoetingsmogelijkheden. Dat doen we door de voorzieningen en de sociale veiligheid in de wijken op peil te houden. Daarmee creëren we samen een sterke sociale infrastructuur.

Richtinggevende uitspraken • We streven naar een gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier. Dit in lijn met het in beleid zoals het beleidskader gezond en vitaal Enschede, het sport- beweeg en speelbeleid (zie ook discussienota sporten, bewegen en spelen). Of bijvoorbeeld het Groenambitieplan Enschede, het water en klimaatadaptatieplan en het mobiliteitsbeleid. Actiegerichte uitspraken • We werken aan een gezonde leefomgeving die ook aanzet tot sporten, bewegen, spelen en ontmoeten voor alle leeftijden. Dit doen we deels via een maatwerk buurtaanpak.

Pagina 36 van 62

2.4. Monitoring doelgroepen Naast de monitoring die is genoemd in hoofdstuk 1 vindt ook monitoring plaats naar een aantal specifieke doelgroepen • • •

•

Talent en doelgroepen algemeen: monitor ‘adaptief programmeren’. Studenten: jaarlijks monitort Kences, branchevereniging voor studentenhuisvesters, de ontwikkeling van studentenaantallen en hun woonwensen. Aandachtsgroepen: het Rijk ontwikkelt momenteel een monitor voor aandachtsgroepen, welke via waarstaatjegemeente.nl beschikbaar gesteld wordt. Voor deze Woonvisie is gebruik gemaakt van een monitoring van HHM (2023). Kwalitatief vindt monitoring plaats in de werkgroep Woonpalet. Deze werkgroep is vanuit de prestatieafspraken met de woningcorporaties opgericht om woonconcepten voor inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag uit te werken. Ouderen: voor deze Woonvisie is gebruik gemaakt van het onderzoek van Mondria advies (2023). Voor toekomstige monitoring sluiten we aan bij de bestaande monitoring ‘adaptief programmeren’ en de te ontwikkelen monitor door het Rijk.

Pagina 37 van 62

3. Groen en duurzaam Enschede: over de warmtetransitie, klimaatadaptatie, groen en circulaire economie Om er voor te zorgen dat toekomstige generaties ook goed en gezond kunnen wonen en leven in Enschede streven we naar een duurzame, klimaat- en toekomstbestendige woningvoorraad en leefomgeving. Onder duurzaamheid zien we de volgende woonopgaven: • Warmtetransitie van de woningvoorraad (3.1): zorgen dat de hele woningvoorraad in 2050 van het aardgas af is en dat er voldoende alternatieve energievoorzieningen zijn; • Klimaatadaptatie (3.2): Het klimaat verandert. We krijgen steeds vaker te maken met hitte, droogte of juist extreme wateroverlast. Woningen en de woonomgeving moeten hierop worden voorbereid. • Groen, biodiversiteit en natuur-inclusief bouwen (3.3): Het aantal dier- en insectensoorten neemt wereldwijd af terwijl ze van essentieel belang zijn voor ons ecosysteem. Dit vraagt ook vanuit wonen proactief handelen, bijvoorbeeld via natuur-inclusief bouwen. • Circulaire economie (3.4): Hergebruik van producten, grondstoffen en afval. Voor alle thema’s geldt dat “een groeiende bewustwording” een belangrijke factor is. Daarom zetten we samen met onze partners, waaronder de corporaties en huurdersorganisaties, in op het vergroten van de bewustwording in de samenleving om duurzamer te leven en wonen.

Denk daarbij aan het bewuster omgaan met energie of de mogelijkheden om zelf de eigen woning meer klimaaten natuur-inclusief te maken. Richtinggevende uitspraken Toekomstbeeld Omgevingsvisie: fundament van de stad - Wij houden rekening met de hoogteligging en ondergrond van Enschede. We passen onze ruimtelijke ontwikkeling aan op het natuurlijk systeem van bodem en water. - We versterken de sponswerking van de ondergrond. Waar mogelijk creëren we door stedelijke vernieuwing en transformatie meer ruimte voor groen en blauw op verschillende wijzen. Richtinggevende uitspraken Toekomstbeeld Omgevingsvisie: Land-Goed - We bouwen groen en bouwen aan meer kwalitatief groen. Elke ruimtelijke ontwikkeling moet kwaliteit toevoegen voor de thema’s van Land-Goed Enschede. Om dat te borgen maken we kaders voor de nabijheid van groen voor de inwoner. - We vergroten de biodiversiteit en ontwikkelen altijd en overal natuur inclusief. - Door het toevoegen van groen en water verminderen we hittestress. - We bieden inwoners makkelijke keuzes om gezonder te leven. Dat betekent dat we toegang moeten bieden tot een stimulerende leefomgeving. Richtinggevende uitspraken Toekomstbeeld Omgevingsvisie: innovatief - We geven voorrang aan zon op het dak. Tegelijkertijd investeren we in het opwekken van zonne-energie op parkeerterreinen en langs infrastructuur.

- Wij concentreren het opwekken van windenergie in het zuidwesten bij knelpunt Middenspanning Station (MS) Marssteden en respecteren voorlopig alle zoeklocaties voor windenergie. Daarnaast zetten we fors in op energiebesparing bij woningen, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen. - We voorkomen netcongestie door opwek en verbruik op elkaar af te stemmen (qua ruimte en tijd). Ook zetten we in op het realiseren van energiehubs. - We plaatsen batterijen en realiseren lokale energiehubs om lokaal opgewekte stroom ook lokaal te benutten. - We faciliteren de uitbreiding van het energienetwerk. En we stellen integrale gebiedsplannen op voor de totale energieopgave. Hierbij zorgen we voor een goede combinatie van alle opgaven in het gebied. - Onze Transitievisie Warmte geeft voor elke wijk of bedrijventerrein aan wat het meest kansrijke alternatief is voor de huidige warmtevoorziening. We faciliteren de ruimte die nodig is voor het aardgasvrij maken van wijken en bedrijventerreinen.

Pagina 38 van 62

3.1. Warmtetransitie van de woningvoorraad Op basis van het Klimaatakkoord hebben wij als gemeenten de regie over de warmtetransitie. Dit betekent de omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen voor het “stoken en koken” in woningen naar de inzet van duurzame vormen van warmte. We spreken hierbij over de ‘warmtetransitie’. Deze omschakeling raakt alle bestaande woningen in Enschede in meer of mindere mate, een enorme opgave dus. Het einddoel hierbij is: ‘in 2050 is Enschede aardgasvrij’. De routekaart naar dit doel hebben we vastgelegd in de Transitievisie Warmte Enschede, die in 2022 is vastgesteld. Hierin is per wijk aangegeven wat het meest voor de hand liggende alternatief voor aardgas is, met hieraan gekoppeld een planning voor de overstap naar dit alternatief. De Transitievisie schetst meerdere routes naar een aardgasvrij Enschede, afhankelijk van de karakteristieken van de betreffende wijk. Zo werken we gefaseerd en wijk voor wijk naar een alternatieve warmteoplossing. Voor de gebouwde omgeving maken we onderscheid naar nieuwbouwwoningen en bestaande bouw. In de komende jaren wordt de Transitievisie Warmte, net zoals de Woonvisie, omgevormd naar een programma.

Nieuwbouwwoningen Voor nieuwbouwwoningen gelden landelijke regels; nieuwe woningen worden niet meer op het aardgasnetwerk aangesloten en moeten sinds 2020 voldoen aan de BENG-norm (Bijna EnergieNeutraal Gebouw). De transitieopgave betreft daarmee enkel de bestaande bouw. Bestaande woningvoorraad Voor de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad in Enschede is de opgave groot. In Enschede maken we op een aantal plekken een voor de hand liggende koppeling tussen stedelijke vernieuwing, het verduurzamen van de woningvoorraad en het aardgasvrij maken van de gehele gebouwde omgeving. Dit doen we daar waar meerdere thema’s spelen en het logisch is om deze integraal op te pakken. Vanuit het Rijk hebben gemeenten de regiefunctie gekregen bij de warmtetransitie. Gemeente Enschede geeft hier invulling aan via samenwerking met en een gedeelde verantwoordelijkheid tussen partners. Hierbij zijn met name de corporaties, de netwerkbeheerders en de warmteleveranciers actief betrokken. Ook particuliere woningeigenaren hebben wij nodig in deze opgave. De woningcorporaties worden gezien als startmotor voor de energietransitie. Zij brengen met de verduurzaming van hun eigen bezit het vliegwiel van de grootschalige verduurzaming van de woningvoorraad op gang.

Waar mogelijk worden woningen voorbereid op een alternatieve warmtevoorziening, ook wanneer de aanpak van de desbetreffende wijk in de toekomst ligt. Zo zijn de woningen aardgasvrij-ready en klaar voor de overgang naar duurzame vormen van warmte. Daar waar kansen liggen voor een integrale aanpak, werken we met een wijkaanpak. Hierover heeft u gelezen in hoofdstuk 1.3. Isolatieaanpak Als onderdeel van het aardgasvrij-ready maken van woningen ondersteunen we inwoners met energiearmoede en/of woningen met een D, E,F of G label en een lage WOZ waarde met het isoleren van hun woning. Hiervoor hebben we het Energiebesparingsprogramma opgesteld. We richten ons hierin op het stapsgewijs verbeteren van de isolatie van deze woningen. Bijvoorbeeld via isolatievouchers, een Doe het zelf regeling en een regeling voor VvE’s. We koppelen deze aanpak waar mogelijk ook aan de wijkaanpak. Dit zijn immers ook de wijken waar extra aandacht nodig is.

Pagina 39 van 62

Participatie Speciale aandacht vraagt de participatie van inwoners bij de transitie. De verantwoordelijkheid voor de aanpassing van woningen op de toekomstige warmte-infrastructuur ligt bij de corporaties en de particuliere eigenaren zelf. De gemeente is mede aan zet om bewoners tijdig te informeren over de warmtetransitie. Hierbij is niet enkel duidelijkheid nodig over het beste alternatief voor aardgas per wijk, maar ook over de te nemen maatregelen, financiering en uitvoering. Het Energieloket Enschede speelt hierbij een belangrijke rol. Per wijk maken we een wijkuitvoeringsplan gericht op de concrete overstap naar duurzame warmte. Inwonerparticipatie is hierbij van groot belang. De vorm van deze participatie kan per wijk verschillen. Stimuleren randvoorwaarden Op landelijk en regionaal niveau blijven we aandacht vragen voor goede (financiële) instrumenten die de bewoners en partners ook daadwerkelijk in staat stellen om de benodigde maatregelen uit te voeren. Tot slot ziet de gemeente ook een rol in het stimuleren van verbetering van het aanbod van maatregelen: door onderlinge samenwerking en innovatie te ondersteunen. Daarbij kijken we verder dan het thema energie, maar richten ons ook op bijvoorbeeld circulair bouwen en ICTtoepassingen op het gebied van wonen en zorg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=41be517a-8d7f-4712-be31-d89a84f45168