Woonvisie 2024
Tekst van het document
Dit doen we door optimaal gebruik te maken van de kennis en ervaring die in onze regio aanwezig op het gebied van duurzaam bouwen en renoveren. We stimuleren duurzame innovaties in de bouw en we creëren ruimte om deze innovaties in onze regio als pilots toe te passen en verder door te ontwikkelen. Hiermee stimuleren we niet alleen duurzaamheid maar versterken we ook de economische kracht van onze regio door trendsettend te worden in duurzaam bouwen en renoveren. Een voorbeeld hiervan is biobased bouwen. Een regionaal project waarbij gewerkt wordt, samen met agrariërs, industrie, bouwers en woningcorporaties, aan de realisatie van een biobased bouwketen. Zie verder 3.3. Het is duidelijk dat de impact van deze opgave op onze stad en haar inwoners groot is, zowel in de openbare ruimte als ‘achter de voordeur’. Een opgave die nog met aanzienlijke onzekerheden is omgeven, ook in financiële zin. Energiearmoede en de Renovatiedeal Twente Vanuit de afspraken vanuit de concept-Intentieovereenkomst Renovatiedeal Twente tussen de drie Twentse steden, zes corporaties en het Ministerie van BZK (hierna: partijen) wordt in 2024 en 2025 samengewerkt om te komen tot een gezamenlijke integrale en geïndustrialiseerde aanpak ter bestrijding van energie-armoede van alle huishoudens in de drie gemeenten.
De eerste stap om hiertoe te komen is de start van een gezamenlijke reis vanuit ieders eigen opgave, prioritering en planning. Hiermee willen partijen komen tot een programmatische opzet van voorbereiding en uitvoering van de verduurzaming van bestaande woningen van corporaties, van particuliere woningen (primair die van eigenaar-bewoners) en die van VvE’s. Deze gezamenlijke verkenning geldt voor de periode tot en met 2025. In de loop van 2025 besluiten partijen over een gezamenlijk vervolg. Partijen zetten hiervoor een gezamenlijke overlegstructuur op en bepalen samen enkele pilotprojecten. Partijen wensen te leren van de samenwerking en het vertalen van de leerervaringen naar nieuw op te zetten renovatiestromen in de vervolgfase na 2025. Richtinggevende uitspraken • We werken samen met onze partners aan het vergroten van de bewustwording rondom duurzaamheid in de woonomgeving. • We maken optimaal gebruik van de kennis en ervaring die in onze regio aanwezig is m.b.t. duurzaam bouwen en renoveren, we stimuleren duurzame innovaties in de bouw en we creëren ruimte om deze innovaties in onze regio als pilots toe te passen en verder door te ontwikkelen. Hiermee stimuleren we niet alleen duurzaamheid maar versterken we ook de economische kracht van onze regio door trendsettend te worden in duurzaam bouwen en renoveren. Pagina 40 van 62
• • •
•
•
De warmtetransitie staat niet los van onze andere doelen. Waar mogelijk benutten we koppelkansen. In ieder geval leggen we verbinding tussen het proces van de warmtetransitie en wijkaanpakken. Participatie en communicatie zijn van groot belang bij de warmtetransitie. We geven dit zoveel mogelijk vorm vanuit een gebiedsgerichte aanpak, waarbij we bij aanvang helder zijn over de wijze van participatie en de invloed die men daarmee kan uitoefenen. We zetten actief in op de lobby voor aanvullende financiële middelen (de Renovatiedeal Twente). De middelen voor stedelijke vernieuwing en voor de energietransitie (proces- en uitvoeringsgelden) schieten zowel bij gemeenten als bij de corporaties en huiseigenaren vergaand tekort om de opgaven succesvol aan te pakken. De gemeente heeft vanuit het Klimaatakkoord een regierol bij de warmtetransitie. We doen dit samen met woningcorporaties, netwerkbeheerders, warmteleveranciers, gebouweigenaren en inwoners. We werken op basis van concrete ervaringen en toekomstige regelgeving verder uit wat de inbreng en rol van de verschillende partijen is in deze opgave. We stimuleren (de bewustwording van) huiseigenaren om zelf aanpassingen te doen aan hun woning.
Actiegerichte uitspraken • Particuliere woningeigenaren helpen we met de verduurzaming van hun woning. Bijvoorbeeld via het energiebesparingsprogramma. • Om energiearmoede te bestrijden werken de drie Twentse steden, zes corporaties en Ministerie BZK (hierna: partijen) samen om te komen tot een gezamenlijke aanpak (Renovatiedeal Twente). Hiervoor wordt een gezamenlijke verkenning uitgevoerd en een aantal pilotprojecten bepaald. Deze worden na circa twee jaar geëvalueerd. 3.2. Klimaatadaptatie Vanuit de opgave Groen en duurzaam Enschede zetten we onder andere in op een klimaatrobuust Enschede en een groen en biodivers Enschede. Deze opgaven liggen in de praktijk dicht bij elkaar. Zo communiceren we over beide onderwerpen via groenblauwenschede.nl en werken we gezamenlijk aan groenblauwstructuurplannen. Het beleid is voor water en klimaat vastgelegd in het Water- en klimaatadaptatieplan (WEK). Voor groen en biodivers zijn de ambities en principes vastgelegd in het Groenambitieplan Enschede “Enschede één groot groen park”. Belangrijk is ook dat we als Enschede meer willen inzetten op water, bodem en groen sturend (natuurlijke systemen sturend). Hieronder gaan we in op de verschillende opgaven en het beleid voor klimaatadaptatie. In paragraaf 3.3 vindt u de opgaven en het beleid voor biodiversiteit en natuur-inclusief bouwen. Het klimaat verandert en de aarde warmt op.
We krijgen steeds vaker te maken met hitte, droogte en wateroverlast, waardoor het woon- en leefklimaat worden aangetast. Om deze gevolgen tegen te gaan en zoveel mogelijk te voorkomen, nemen we maatregelen. Bijvoorbeeld door kwalitatief groen toe te voegen en verharding te vervangen door groen om wateroverlast te beperken en hittestress tegen te gaan. Groen kan zorgen voor verkoeling, bevordert de gezondheid en zorgt voor een prettiger woon- en leefklimaat. Ook zorgen we voor waterberging in het groen, de aanleg van groene daken en gevels en het zichtbaar maken van water in de stad, zoals via de aanleg van stadsbeken. Daardoor kan regenwater beter worden opgevangen en afgevoerd en ontstaat er minder wateroverlast bij woningen. Bij het ontwikkelen van stedelijke plannen houden we rekening met extra waterberging en kwalitatief groen. De basis daarvoor ligt in het gemeentelijke Water- en Klimaatadaptatieplan. Hierin is o.a. opgenomen dat er per m2 nieuwe verharding 55 mm waterberging moet worden gerealiseerd. Tegelijkertijd hebben we ook een verplichting op dit gebied. Het Delta-programma Ruimtelijke Adaptatie stelt dat Nederland in 2050 klimaatbestendig moet zijn ingericht. Dit geldt zowel voor de Pagina 41 van 62
openbare als de particuliere woon- en leefomgeving. De maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving is hiervoor een richtlijn. Het Rijk verkent momenteel aan diverse tafels hoe hierover concretere afspraken gemaakt kunnen worden. De Enschedese aanpak start met het in beeld brengen van plekken in de stad waar klimaatproblemen zich voordoen. Deze worden vastgelegd in zogeheten klimaatstresstestkaarten. Met de klimaatstresstesten krijgen we inzicht in de locaties waar problemen zijn of kunnen ontstaan. Hiermee wordt een basis gelegd om gezamenlijk maatregelen te kunnen nemen. Zowel in de bestaande woon- en leefomgeving als bij nieuwe ontwikkelingen. Specifiek voor hittestress doen wij een pilot met RVO waarin we onderzoeken hoe we de impact van hittestress kunnen beperken. We voeren daarnaast gesprekken met bouwende partijen hoe we bij nieuwbouw maatregelen kunnen nemen die het drinkwatergebruik beperken en/of hergebruik van regenwater bevorderen. Voor het beperken van drinkwaterverbruik werken we in het Twents waternet samen met alle Twentse gemeenten, waterschap Vechtstromen, provincie Overijssel en Vitens. Richtinggevende uitspraken • We werken aan een Klimaatrobuust Enschede in 2050 vanuit het Water- en klimaatadaptatieplan Enschede “Verder bouwen aan een groenblauw Enschede”.
We zetten in op het beperken van de negatieve effecten van wateroverlast, droogte en hittestress. In de openbare ruimte en op particulier terrein. • Bij het ontwikkelen van stedelijke plannen geven we extra ruimte aan waterberging en “kwalitatief” groen. Ook werken we zowel in ontwikkelingen als in de bestaande ruimte aan het versterken van een schone, hele, veilige, duurzame en biodiverse woon- en leefomgeving. • We geven samen met onze inwoners, bedrijven en partners invulling aan het beperken van wateroverlast, hitte en droogte in Enschede op basis van het gemeentelijke Water- en Klimaatadaptatieplan. • We nemen samen met partners maatregelen om verharding te vervangen door groen, leggen groene daken aan om water op te vangen en beperken de hoeveelheid nieuwe verharding. • We voeren het gesprek met bouwende partijen over hoe bij nieuwbouw maatregelen genomen kunnen worden die het drinkwatergebruik beperken en/of hergebruik van regenwater bevorderen. Actiegerichte uitspraken • In woningbouwprojecten (nieuwbouw en renovatie) zorgen we ervoor dat er klimaatadaptieve maatregelen worden getroffen die de kans op wateroverlast, hittestress en droogte problemen beperken. De maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving is hiervoor de richtlijn. 3.3.
Groen, biodiversiteit en natuurinclusief bouwen Om Enschede aantrekkelijk, gezond en leefbaar te houden in de toekomst is het van belang Enschede verder te vergroenen en de biodiversiteit te verhogen. Dit om ook de balans te houden met de verstening en verdichting van Enschede vanuit bijvoorbeeld de woon-, energietransitie, mobiliteitsen werklocatie opgaven. Dit doen we vanuit de ambitie: Enschede één groot groen park, zoals ook vastgelegd in het Groenambitieplan Enschede “Enschede één groot groen park”. Waarbij het prachtige groene landelijke gebied via unieke groene invalswegen, wiggen, (stads)parken, groene wijken en dorpen en een vergroende singel naadloos overgaat in een sterk vergroend centrum. Een groen park dat ruimte biedt aan mens, plant en dier. We streven daarbij naar een meer natuurlijk evenwicht, waarin plagen als de eikenprocessierups of invasieve dier- en plantsoorten minder kans krijgen. Daarom zetten we ook in het woonbeleid in op het behouden en versterken van het groen en de biodiversiteit in Enschede. Dat doen we op verschillende manieren. Zoals:
Pagina 42 van 62
We vergroenen Enschede kwalitatief via drie principes: 1. Het bestaande groen, de bomen en de natuur beschermen we en verzorgen we goed. Dat geldt ook bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en woningbouw. 2. Daarnaast gebruiken we het groen beter (benutten). Bijvoorbeeld om regenwater op te vangen, en om de stad koel te houden in hete zomers. Maar ook om te sporten, spelen en om uit te rusten. 3. Tenslotte bouwen we groener. Bijvoorbeeld door groene daken op huizen te leggen. Maar ook door bij nieuwbouw meer groen aan te leggen, natuurinclusief te bouwen en verlaten terreinen (tijdelijk) te vergroenen. Ook streven we naar 170.000 bomen erbij in Enschede. We zetten daarbij ook in op stevig buurt- en wijkgroen door ook bij nieuwbouw verder te vergroenen. Om dit te realiseren werken we ook aan concrete groennormen. Waarvoor er ook vanuit het Rijk inmiddels ontwikkelingen zijn ingezet. Denk bijvoorbeeld aan minimaal behoud van boomkroonvolume in stedelijk gebied naar groei van dit volume naar de toekomst. Naast deze algemene lijn zien we ook een aantal prioriteiten. Dit zijn onder andere: • Vergroenen van de binnenstad. De binnenstad willen we de komende jaren vergroenen. Zo maken we ook een plan voor het vergroenen van het Van Heekplein.
Dit betekent dat woonontwikkelingen in de binnenstad (het verdichten) hand in hand moeten gaan met het vergroenen van Enschede of hier op andere wijze aan bijdragen. • We werken aan robuuste groene/ natuurstructuren. We werken vanuit onze ambitie aan robuuste groenverbindingen tussen het landelijk gebied, de groene parken en de binnenstad. Dit bijvoorbeeld via het versterken van de groene wiggen en de hoofdstructuren of het werken aan (een visie op) de parken. Bij de woonopgaven en -ontwikkelingen passen we de woonvormen hier zo veel mogelijk op aan. • We bouwen en ontwikkelen natuurinclusief. Bij het natuurinclusief bouwen gaat het bijvoorbeeld om de toevoeging van kwalitatief groen, maar ook om aanpassing van woningen: het zogenaamde natuur-inclusief bouwen. Door relatief simpele ingrepen kunnen gebouwen een volwaardige plaats in een stedelijk ecosysteem innemen. Denk aan nestplaatsen voor vogels of vleermuizen, groene daken of gevels. Of een diervriendelijke aanpak bij ratten- of duivenoverlast. Natuur-inclusief bouwen zorgt zo voor een gezonde, toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier. De beste mogelijkheden hiervoor liggen in het vroegtijdig betrekken van natuur-inclusief ontwerpen in het planproces.
Soorten management plan (SMP) Om in Enschede op een goede manier om te gaan met kwetsbare of bedreigde diersoorten (hierna: soorten), wordt er gewerkt aan een soorten management plan. Bij nieuwbouw, verbouw, renovatie en verduurzaming van woningen is het verplicht om door een ecologisch deskundige te laten inventariseren of er vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten in of nabij de woning aanwezig zijn. Dit traject duurt vaak erg lang en is kostbaar. Het kan daardoor vertragend werken in de (ver)bouw- en/of verduurzamingsopgave. Om die reden zijn wij gestart met het laten opstellen van een soorten management plan. Daarin worden alle relevante beschermde soorten op stedelijk niveau in kaart gebracht en gekoppeld aan een compensatieopgave of andere passende maatregel. Het is dan direct inzichtelijk welke maatregelen een woningeigenaar moet treffen bij (ver)bouw en verduurzaming om de aanwezige diersoorten te beschermen. Na vaststelling van het soorten management plan en goedkeuring daarvan door de provincie kunnen alle partijen in de stad verder met nieuwbouw, verbouw, renovatie en verduurzamingsmaatregelen zonder daarvoor een omgevingsvergunning bij de provincie te hoeven aanvragen. Voorwaarde is dan wel dat gewerkt wordt volgens de spelregels in het soortenmanagementplan en dit vooraf gemeld wordt bij de gemeente.
Het kan per gebied verschillen welke compensatiemaatregelen noodzakelijk zijn. Niet alleen door fysiek ruimte te maken of te laten voor soorten in een (woon)gebouw, maar ook door bedrijven te stimuleren om natuurvriendelijk te isoleren. Pagina 43 van 62
Het Rijk werkt momenteel aan een wetswijziging die verplicht gaat voorschrijven dat bij nieuwbouw en grootschalige verbouw van woningen altijd ook inpandig verblijfplaatsvoorzieningen voor in ieder geval vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen gerealiseerd moeten worden. Verwachting is dat deze wetswijziging in 2025 in werking treedt. Het soortenmanagementplan sorteert deels al voor op deze wetswijziging. Richtinggevende beleidsuitspraken • We werken samen aan het (kwalitatief) vergroenen en biodiverser maken van Enschede. Waarmee we invulling geven aan het Groenambitieplan Enschede “Enschede één groot groen park” en de visie landelijk gebied. Dit betekent dat we onder andere bestaande bomen en groen beter beschermen, het groen beter benutten en diverser maken. We bouwen aan kwalitatief groen en we bouwen groen. Waarbij we ook inzetten op robuuste groenstructuren en de verbinding landelijk gebied met een te vergroenen binnenstad. Belangrijk hierin is ook het kwalitatief vergroenen van de buurten en wijken, zowel bij nieuwbouw als in bestaande woongebieden. • We bouwen en ontwikkelen natuurinclusief. Dit zodat nieuwe gebieden en woningen klimaatadaptief en tegelijkertijd groen, biodivers en toekomstbestendig zijn. Hiervoor hanteren we ook de richtlijnen van de landelijke “maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving” en werken nadere groennormen uit.
Actiegerichte beleidsuitspraken • De gemeente werkt aan een soortenmanagementplan. Gemeente, ontwikkelaars, corporaties en andere partijen geven vervolgens samen uitvoering aan dit soortenmanagementplan. • De gemeente werkt aan groenblauwstructuurplannen. Dit vormt de ruimtelijke vertaling van het water en klimaatadaptatieplan en het groenambitieplan naar een gebied. Gemeente betrekt de corporaties bij deze groenblauwstructuurplannen. • We maken werk van natuurinclusief bouwen en zorgen dat ontwikkelingen vanuit wonen actief bijdragen en aan het verder vergroenen van Enschede. Waarbij we ook werken aan het behouden en versterken van robuuste structuren en het vergroenen van zowel te ontwikkelen als bestaande buurten en wijken. Hiervoor ontwikkelen we groennormen. 3.4. Circulaire economie In een circulaire economie worden producten, grondstoffen en afval zoveel mogelijk hergebruikt. De uitdaging is het sluiten van kringlopen waarin grondstoffen, materialen en producten zo min mogelijk hun waarde verliezen. In het coalitieakkoord ‘Samen trots op Enschede ‘ 2022-2026 staat dat ‘de gemeente Enschede een zo groot mogelijke bijdrage en verantwoordelijkheid neemt op het gebied van circulaire economie’. Recentelijk is het Koersdocument Circulaire Economie vastgesteld.
De komende periode worden er verschillende uitvoeringsprogramma’s circulaire economie opgesteld met daarin doelen en indicatoren. De Woonvisie krijgt een plek in het Uitvoeringsprogramma Circulaire Gebiedsontwikkeling. De gemeente gaat aan de slag met de implementatie van materialenpaspoorten voor nieuwbouw- en renovatieprojecten waarin alle toegepaste materialen zijn gespecificeerd. Door dit als gemeente in kaart te brengen, helpt dit om doelen te stellen en de voortgang hiervan te monitoren. Daarnaast kan de gemeente met deze inzichten in de gebruiksfase beter sturen op onderhoud en hoogwaardig hergebruik aan het einde van de levensduur. Dit past goed binnen de principes van de circulaire economie, waarbij het doel is om afval te minimaliseren en grondstoffen nu en in de toekomst optimaal te benutten.
Pagina 44 van 62
Inzameling van afval en grondstoffen Bij de inzameling van huishoudelijk afval en grondstoffen is het beleidsuitgangspunt bij grondgebonden woningen dat zowel restafval als gescheiden stromen huis-aan-huis opgehaald kunnen worden. Dit houdt in dat de wijk toegankelijk is voor inzamelvoertuigen en/of loopafstanden tot opstelplaatsen voor minicontainers beperkt blijven. Bij grondgebonden woningen is voldoende ruimte gecreëerd voor gescheiden inzameling met minicontainers. Bij gestapelde bouw en hoogbouw wordt er gewerkt met verzamelcontainers voor restafval en gescheiden stromen (o.a. GFT, oud papier en verpakkingsafval). Circulariteit in woonwijken Niet elke wijk heeft dezelfde behoeften op het vlak van duurzaamheid en circulariteit. Waar in sommige wijken vraag zal zijn naar een reparatiecentrum en/of kringloopactiviteiten, zal in andere wijken wellicht meer behoefte zijn aan het inrichten van een platform of locatie voor het delen van spullen (zo hoeft niet iedereen een ladder of een boormachine te kopen die je maar twee keer per jaar gebruikt). Om achter de specifieke behoefte van een wijk te komen, kan de gemeente in gesprek gaan met de verschillende wijken om gezamenlijk tot een aanpak te komen met bijbehorende locaties die gaat leiden tot meer duurzame consumptie en circulariteit.
De Grondstofvisie voor de inzameling van huishoudelijke afval- en grondstofstromen zal de basis worden voor beleid op dit gebied. Biobased bouwen We werken aan een lokale biobased waardeketen waar veel kansen in te benoemen zijn. Zo biedt het lokaal telen en benutten van de desbetreffende gewassen een alternatief verdienmodel voor de agrariërs (wat geen stikstof of CO2 uitstoot). Ook is het een uitweg uit de stikstof problemen voor de bouwsector en kan het de werkgelegenheid binnen de regio ten goede kunnen komen. Er is een intentieovereenkomst getekend door de Twentse Bouwboeren. Vervolgens is een onderzoek gestart om de (on)haalbaarheden voor een gemeente in kaart te brengen bij het stimuleren van een biologische waardeketen. Recent is de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) gepubliceerd door ministeries BZK, I&W, LNV en EZK, waarbij er 200 miljoen beschikbaar is gesteld. De komende periode bekijken we welke stimuleringsmaatregelen kunnen worden opgenomen in het woonbeleid. Actiegerichte beleidsuitspraken • De gemeente gaat aan de slag met het Uitvoeringsprogramma Circulaire Gebiedsontwikkeling. • De gemeente gaat van start met het implementeren van materiaalpaspoorten voor nieuwbouw -en renovatieprojecten. Hierover gaan we ook met woningcorporaties in gesprek. • De gemeente stelt de Grondstoffenvisie vast met o.a. het thema circulariteit in woonwijken. 3.5.
Monitoring groen en duurzaam Niet alle thema’s in dit hoofdstuk zijn goed in beeld aan de hand van monitoring. Soms gaat het meer om experimenteren, uitproberen en goed evalueren. Dit geldt vooral voor het beleid ten aanzien van circulariteit en natuurinclusiviteit. • •
Warmtetransitie: voor inzicht in energie- en gasverbruik van woningen gebruiken wij de klimaatmonitor van de Rijksoverheid. Daarnaast verzorgen de corporaties inzicht in de energie labels van hun woningen. Klimaatadaptatie: voor inzicht in klimaatdoelstellingen gebruiken wij de klimaatmonitor van de Rijksoverheid.
Pagina 45 van 62
4. Open gemeente Enschede: over samen werken aan de volkshuisvesting Als gemeente hebben wij onze partners in de stad hard nodig om onze volkshuisvestelijke doelen te behalen. We bouwen namelijk zelf geen woningen en voeren geen verduurzamingsmaatregelen uit. Wel hebben wij op veel vlakken een kaderstellende rol. Voortkomend uit zowel regelgeving als ambitie. Daarnaast faciliteren we ruimtelijk initiatieven die wij wenselijk vinden en jagen we proactief nieuwe ideeën en projecten aan. In dit hoofdstuk geven we aan hoe participatie met belanghebbenden heeft plaats gevonden en hebben we een niet-limitatief overzicht van partners en belangrijke overleggroepen opgenomen. Hiermee krijgt u inzicht in de wijze waarop wij met onze partners in de stad – en daarbuiten – samenwerken. 4.1. Participatie Deze Woonvisie is een geactualiseerde versie van het bestaande beleid. Woonbeleid maken wij niet alleen. Onze partners in de stad leveren een belangrijke bijdrage in de totstandkoming, maar vooral ook in de uitvoering van ons beleid. De beleidswijzigingen in deze Woonvisie zijn tot stand gekomen na overleg met onze partners. Dit heeft formeel plaats gevonden tijdens een bespreking van de hoofdlijnen van deze versie van de Woonvisie, maar vind ook basis in alle samenwerkingen die reeds lopen.
Met de woningcorporaties is tevens een concept versie van deze Woonvisie gedeeld en besproken, waarna inhoudelijk nog aanpassingen zijn geweest. We zien dat een aantal groepen belanghebbenden nog niet betrokken zijn bij ons beleid. Denk hierbij aan eigenaren van een koopwoning, particuliere huurders en particuliere verhuurders. Voor deze groepen geldt dat de participatievraag specifieker is dan het beleid in deze Woonvisie. Thema’s die in uitwerkingen van beleid naar praktijk spelen zijn voor deze groepen relevanter. Daarom stellen wij participatie nadrukkelijk aan de orde bij uitwerkingen van de Woonvisie. Dit kan plaats vinden op verschillende schaalniveaus (van gesprekken met enkele inwoners tot grotere participatietrajecten). Op dit moment geldt dat in ieder geval voor de volgende thema’s en onderwerpen: • Ouderen en de toekomstige woningvraag – focusgesprekken met ouderen. • Doorstromingsbeleid – focusgesprekken met individuele ouderen over verhuiswensen en motivatie. • Ontwikkeling van woonconcepten voor talenten en aandachtsgroepen – denk aan focusgesprekken met personen uit de doelgroep. • Wijkaanpakken en wijkuitvoeringsplannen – per plan wordt de wijze van participatie bepaald. 4.2. Samenwerking met partners in de stad Er zijn verschillende partners in de stad betrokken bij het woonbeleid en de uitvoering daarvan.
In deze paragraaf vind u een niet limitatieve lijst met partners en belangrijkste onderwerpen. Woningcorporaties en huurdersorganisaties In Enschede zijn zes woningcorporaties actief. Dit zijn Domijn, Ons Huis, Stichting Jongeren Huisvesting Twente, Veste Wonen (onderdeel van Vechtdal Wonen), de Woonplaats en Woonzorg Nederland. Met deze woningcorporaties en bijbehorende huurdersorganisaties maken wij prestatieafspraken. De basis voor de prestatieafspraken is deze Woonvisie. Onderwerpen die aan de orde komen zijn onder andere woningbouw en de woningbouwopgave, huisvesting voor specifieke doelgroepen en bijbehorende zorgopgave, betaalbaarheid, duurzaamheid, leefbaarheid en samenwerkingsverbanden.
Pagina 46 van 62
Naast en voortvloeiend uit de prestatieafspraken zijn er verschillende werkgroepen waarin we samenwerken. Zoals (ook niet limitatief): • Adaptief programmeren • SIA, uitvoeringsplannen Transitievisie warmte en wijkaanpakken • Huisvesting inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag in werkgroep Woonpalet • Wonen en zorg ouderen • Studentenhuisvesting • WoonStAP • Statushouders • Renovatiedeal Twente Daarnaast werken we ook in diverse pilots, gebiedsgerichte aanpakken en regionale samenwerkingsverbanden samen met de woningcorporaties. De resultaten en afspraken uit al deze overleggen zijn de basis geweest voor deze Woonvisie. Zorg- en welzijnsorganisaties In de komende jaren wordt het verplicht om ook zorg- en welzijnsorganisaties bij de prestatieafspraken te betrekken. De manier waarop we dat gaan doen, werken we de komende tijd uit. Op het gebied van ouderen hebben we in de Woonzorgvisie (2023) al afspraken gemaakt. Dit zijn: • • • • •
We werken samen met zorgkantoor, corporaties, zorg- en welzijnsorganisaties aan opgaven voor ouderen. We betrekken de doelgroep ouderen bij de uitvoering van de woonzorgvisie. We werken domeinoverstijgend en handelen vanuit de bereidheid tot het vinden van nieuwe financieringsvormen. Uitvoeringsafspraken leggen we vast in integrale prestatie- en uitvoeringsafspraken met corporaties, zorgorganisaties, zorgkantoor en welzijnsorganisaties. We werken met een regietafel vastgoed wonen en zorg Enschede waarin we samenwerken met corporaties en zorgorganisaties en welzijn om vraag en aanbod van zorgvastgoed bij elkaar te brengen.
Onderwijsinstellingen Onderwijsinstellingen werken op het vlak van wonen met de studentenhuisvesters samen in de werkgroep studentenhuisvesting. Daar bespreken we de prognoses van studentenaantallen en werken we samen aan voldoende huisvesting voor alle studenten. De uitkomsten van de werkgroep dienen als input voor de opgave voor studentenhuisvesting. Marktpartijen en bedrijfsleven In het Platform Stedelijke Ontwikkeling Enschede (PSOE) vindt met makelaars, projectontwikkelaars, bouwende partijen, woningcorporaties en gemeente Enschede overleg plaats over de ontwikkelingen van de Enschedese woningmarkt. Het aantrekken en behouden van talent is een van de onderwerpen die in een werkgroep van de PSOE verder wordt uitgewerkt. De uitkomsten van deze uitwerking hebben als input gediend voor het woonbeleid voor talent. Naast de PSOE is ook TwenteBoard een belangrijke partner in onder andere deze opgave. Ook in andere overlegstructuren is er contact met de markt, bijvoorbeeld met het World Trade Centre en grote werkgevers in de regio over de woonbaan. Of met de cultuursector als het gaat om het samenwerken aan de groeiende stad. Ook met partijen zoals Enexis en Vitens wordt samen gewerkt. Dit vindt vooral vanuit projecten of vanuit een wijkaanpak plaats. Met Enexis wordt daarnaast samengewerkt om het energienetwerk te verzwaren en toekomstbestendig te maken.
Hierbij zijn ook woningcorporaties betrokken. Pagina 47 van 62
Samenwerking met Hengelo, Almelo, provincie Overijssel en het Rijk Voor Twente hebben de provincie Overijssel, Almelo, Hengelo en Enschede begin 2023 de handen ineengeslagen om een Regionale Stedelijke Investeringsagenda op de stellen die input heeft geleverd aan het Overijsselse ruimtelijk voorstel aan het Rijk. Aanleiding voor de RSIA was de wens om het belang van de verstedelijksopgave en ambitie van de steden gezamenlijk met de provincie onder aandacht van het Rijk te brengen, omdat Twente niet als een van de 16 NOVEX gebieden is aangewezen. Dit zijn gebieden die als gevolg van de nationale opgaven ingrijpend worden heringericht tegen de achtergrond van de nieuwe Nota Ruimte. In de Contourennotitie voor de Nota Ruimte heeft Twente positie gekregen en gaan we met het Rijk samen een verstedelijkingsstrategie opstellen voor een verdere schaalsprong. De ambities in de RSIA sluiten hier goed op aan. De RSIA is in lijn met en een uitwerking van onze eerder geformuleerde bouwstenen van de omgevingsvisie en het toekomstbeeld (fase 3). Ook sluit de RSIA aan op visie voor de Spoorzone Hengelo Enschede (SHE). Almelo, Hengelo en Enschede zijn onlosmakelijk verbonden met de omgeving; vraagstukken bewegen zich over gemeentegrenzen heen en de opgaven in landelijk Twente raken aan die in de steden en andersom.
De effecten van de versterking van de regionale economie en de groei van de bevolking zal ook ten goede komen aan de omliggende gemeenten. De ambities van de RSIA zijn hoog en de uitvoering zal forse inzet en investeringen vergen. Die komen niet enkel van de drie Twentse steden en de provincie Overijssel zelf. Ook de partijen uit de regio en daarbuiten zijn hierin nodig: zowel van de landelijke overheid als van maatschappelijke en private partijen in de regio. De RSIA vormt een unieke propositie waarin het bedrijfsleven, kennisinstellingen en de overheden samenwerken aan één opgave. Andere overheden Met het Rijk, de provincie Overijssel en andere Twentse gemeenten is in 2022 een Woondeal gesloten. Daar hebben we afspraken gemaakt over woningbouw, wonen en zorg voor ouderen en aandachtsgroepen. Samen werken we aan invulling van de landelijke opgave voor woningbouwen de vertaling van de verschillende programma’s die het Rijk heeft opgesteld. Zoals we al eerder beschreven, is deze Woonvisie een lokale vertaling van de afspraken die we in de Woondeal hebben gemaakt. Daarnaast werken we samen met Almelo, Hengelo en provincie Overijssel aan de RSIA richting een verstedelijkingsstrategie voor onze regio. Tot slot werken we met het Rijk aan de uitwerking van de Renovatiedeal Twente.
Wijkorganen Voorafgaand aan vaststelling van deze Woonvisie worden de wijkorganen ‘niveau 3’ geïnformeerd. Dit zijn de wijkorganen die hebben aangegeven intensief met de gemeente te willen samenwerken en nemen deel aan het maken van beleid. Overig Naast al deze organisaties vinden ook gesprekken plaats met inwoners en/of groepen inwoners, zoals de bewoners advies raad sociaal en het senioren platform.
Pagina 48 van 62
Bijlage 1: definities Doelgroepen Aandachtsgroepen Het Rijk maakt onderscheid tussen drie typen aandachtsgroepen in het programma ‘Een thuis voor iedereen’. Bij de eerste gaat het om aandachtsgroepen, waar het Rijk zich primair op richt, die vaak behoefte hebben aan een betaalbare sociale huurwoning met daarnaast ondersteuning en zorg. Het gaat om mensen met een medische of sociale urgentie, dak- en thuislozen, statushouders en mensen die uitstromen uit een intramurale instelling. Ook mantelzorgers en uittredende sexwerkers vallen onder deze groep. Bij de tweede ligt het accent op woonruimte. Het gaat hier om arbeidsmigranten, studenten en woonwagenbewoners. De derde aandachtsgroep is ouderen. Gegeven de grote opgave voor ouderen heeft het Rijk voor ouderen een apart programma opgesteld. Arbeidsmigranten Personen die tijdelijk in Nederland komen werken Gezinnen Personen van 30 tot 65 jaar die duurzaam met elkaar samenleven in gezinsverband. Jongeren Personen van 18 tot 30 jaar. Kenniswerkers Arbeidsmigrant die hooggekwalificeerde arbeid verricht. Mantelzorger Persoon die mantelzorg levert. Mantelzorg is onbetaalde en vaak langdurige zorg voor zieke familieleden of vrienden. Ouderen Personen van 65 jaar en ouder. Statushouders Een vluchteling met verblijfsvergunning. Student Persoon die hoger onderwijs geniet.
Talent (NB: wat niet wil zeggen dat andere doelgroepen geen talent hebben) Persoon tot 40 jaar met een HBO of universitair opleidingsniveau of die een creatieve opleiding gevolgd heeft of momenteel volgt. Uitstromers uit intramurale instellingen Personen die uitstromen uit intramurale voorzieningen (letterlijk: zorg binnen de muren), zoals een ggz-instelling, verpleeg- of verzorgingstehuis hebben een betaalbare en passende woning nodig. De aandachtsgroep betreft: uitstroom uit vrouwenopvang, beschermd wonen, jeugdzorg, ggz-domein, instelling voor gehandicapten, tbs-instelling of overige klinische forensische zorg. Woonwagenbewoner Persoon waarop het afstammingsbeginsel van toepassing is én die ofwel geboren is in een woonwagen in Enschede, of vijf aaneengesloten jaren in Enschede heeft gewoond of familieleden in de 1e of 2e graad in Enschede op een woonwagenlocatie heeft wonen. Woningen Betaalbare woningen Sociale huurwoningen, middenhuurwoningen en betaalbare koopwoningen. Betaalbare koopwoning Een koopwoning met een koopsom onder de 390.000 euro (prijspeil betaalbaarheidsgrens 2024) Dure koopwoning Een koopwoning met een koopsom vanaf 390.000 euro (prijspeil betaalbaarheidsgrens 2024) Pagina 49 van 62
Sociale huurwoning Een huurwoning met een huurprijs onder de liberalisatiegrens (een huurprijs van ten hoogste het in artikel 7:247 van het Burgerlijk Wetboek beschreven bedrag). Middenhuurwoning Een huurwoning die volgens de puntentelling niet meer dan 187 punten bedraagt, maar een huurprijs heeft boven de liberalisatiegrens. Flexwonen Een huurwoning met een tijdelijke huurovereenkomst Flexwoningen Modulair gebouwde woningen die verplaatsbaar zijn. Geclusterde woningen en woonconcepten Een groep (nultreden)woningen (zelfstandig wonen) met een gezamenlijke ruimte voor ontmoeting. Gemengde en gespikkelde woonconcepten In een gemengd of gespikkeld woonconcept worden bewoners met en zonder zorg- of ondersteuningsvraag gezamenlijk en in georganiseerd verband gehuisvest. Er is extra aandacht voor ontmoeting. Tiny house Kleine woningen tot maximaal 50 m2, gemaakt van duurzaam materiaal, energieneutraal, niet belastend voor de omgeving en natuur en vaak flexibel in de bouw en verplaatsbaar. Deze woonvorm wordt ingezet door personen die een andere manier van wonen nastreven. Nultredenwoning In een nultredenwoning zijn woonkamer, keuken, badkamer, toilet en tenminste één slaapkamer gelijkvloers, dus op hetzelfde niveau als de voordeur. Ook van buitenaf is een nultredenwoning zonder traplopen bereikbaar.
Deze woningen zijn met name geschikt voor mensen met (lichte) lichamelijke beperkingen. Woonzorgzone Een aanduiding van een gebied waarbinnen 24uurs zorg en benodigde voorzieningen voor inwoners die nadrukkelijk hierbij gebaat zijn voldoende nabij is. Binnen deze ‘zone’ gaat de ontwikkeling van geclusterde of zorggeschikte woningen voor op andere woningbouwontwikkelingen. Zorggeschikte woning Een geclusterde woon- en verblijfsvorm met 24-uurszorg. Er is sprake van groepswonen met een gemeenschappelijke huiskamer. De woonvorm is bedoeld voor doelgroepen met een Wlz-indicatie en biedt een veilige, beschermde woonomgeving. Onder deze definitie vallen zowel de intramurale verpleegzorgplekken als woonvormen waarbij wonen en zorg inhoudelijk gekoppeld zijn, maar financieel gescheiden. Voorzieningen Voorzieningen Maatschappelijke voorzieningen zijn gebouwen en buitenruimtes voor maatschappelijke functies en activiteiten. Deze vormen een belangrijke plek voor ontmoeting. Maatschappelijke voorzieningen worden niet vanzelfsprekend door de markt gerealiseerd en vragen een actieve rol van de gemeentelijke overheid. Denk hierbij aan onderwijs, jeugd-, (woon)zorg-, en basisvoorzieningen, kunst en cultuur, sport, groen en spelen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen voorzieningen die op buurtniveau nodig zijn en voorzieningen waar aanvullend bovenwijks behoefte aan is.
Ook zijn er niet-gemeentelijke (maatschappelijke) voorzieningen die wel meehelpen in het compleet maken van de stad. Denk hierbij aan de aanwezigheid van plekken voor commerciële voorzieningen zoals winkels en horeca. Woonzorgvoorzieningen Elk initiatief van organisaties of groepen inwoners voor wonen met een zorg component of zorg met een wonen component Pagina 50 van 62
Bijlage 2: trends, ontwikkelingen en omgeving
We geven een korte schets van een aantal trends en ontwikkelingen die relevant zijn voor de Enschedese woonvisie. We maken daarbij onderscheid tussen demografische trends, trends in woonwensen en overige trends. Bij een aantal trends leggen we een relatie met de opgaven die daarvoor uit de Woonvisie voortvloeien. Demografische trends • De belangrijkste demografische ontwikkeling is de toename van het aantal ouderen (75+). Deze groep groeit de komende 20 jaar met 8.000 inwoners. Dat levert verschillende vraagstukken op het gebied van wonen: huisvesting waarin inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen (levensloopgeschiktheid), passende zorg in de omgeving, zorgwoningen voor ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen. • Traditionele gezinsstructuren veranderen, het aantal alleenstaanden neemt toe, er is met een toename van eenoudergezinnen, samenwonenden paren zonder huwelijk en andere vormen van huishoudens. Dit heeft impact op het sociale beleid, de huisvesting en dienstverlening. Trends in betaalbaarheid • De betaalbaarheid staat onder druk door onder andere stijgende woonlasten (toenemende energielasten, huurindexering, hogere zorgkosten en stijgende gemeentelijke en andere belastingen). Hierdoor komt een groeiende groep inwoners in de financiële problemen.
• Armoedeorganisaties slaan alarm, steeds meer mensen kloppen aan omdat ze het hoofd niet meer boven water kunnen houden. Er ontstaan wachtlijsten waardoor iedereen die hulp zoekt niet direct hulp kan krijgen. Hierbij zitten ook steeds vaker mensen met een baan en een normaal inkomen. • De vraag naar betaalbare woningen is onverminderd groot en door stijgende rente, hoge prijzen en schaarste. Het is daardoor moeilijk om een betaalbare woning te vinden. Dit ondervinden met name middeninkomens en starters op de woningmarkt (koopstarters). • Het investeren in vastgoed is voor investeerders minder aantrekkelijk gemaakt door invoering van diverse maatregelen. Veel particuliere huurwoningen worden daarom verkocht, onder andere aan starters. Helaas is er ook een onbedoeld effect, huurders van deze voormalige huurwoningen hebben over het algemeen een lager inkomen dan kopers. Deze groep huurders heeft door deze trend minder kans op een woning (er zijn minder middenhuur woningen beschikbaar) en vallen hierdoor tussen wal en schip. • De voorraad middenhuur woningen is klein en groeit langzaam. Er ontstaat een gat omdat investeren in dit segment voor investeerders niet meer aantrekkelijk is. En voor woningcorporaties is het realiseren van middenhuur woningen lastig omdat er veelal sprake is van een onrendabele top en zij kunnen deze woningen niet financieren met geborgd geld.
• Het wetsvoorstel betaalbare huur is in voorbereiding om de middenhuur te reguleren en op die manier de huur betaalbaar te houden. Het doel is het verbeteren van de bescherming van huurders, het realiseren van meer betaalbare huurwoningen, het verduurzamen van woningen en het stimuleren van investeringen in nieuwbouw. Het WWS wordt van toepassing op huurwoningen tot en met 186 punten, met een maximale huurprijs van € 1123,13 (prijspeil juli 2023). Het voornemen is dat de wet vanaf juli 2024 ingaat. Trends in ‘komen en gaan’ • Sinds het aantrekken van de woningmarkt in 2014 is er een trend waarneembaar dat er steeds meer wordt verhuisd vanuit de Randstad naar overig Nederland, waaronder ook naar Gelderland en Overijssel. Er is echter te zien dat de trek ophoudt bij Deventer. De toename bestaat vooral uit dertigplussers.
Pagina 51 van 62
• •
De instroom van personen uit de Randstad is over de laatste tien jaar toegenomen, zowel absoluut als relatief (t.o.v. de totale verhuisstroom). De omgekeerde stroom bleef betrekkelijk constant van omvang. Een andere trend is dat de instroom uit het buitenland over een aantal jaar bezien is toegenomen. Het coronajaar 2020 vormt hierin wel een trendbreuk, in 2021 herstelde de instroom uit het buitenland weer en in 2022 is de instroom uit het buitenland weer aanzienlijk toegenomen. Het gaat zowel om huishoudens die via een AZC door verhuisden (maar een jaar eerder nog niet in Nederland woonden) en om arbeidsmigranten.
Trends in woonbehoefte • In de woningmarkt zien we sterke aanwijzingen dat jongere talenten zoeken naar een hoogstedelijk milieu • De vraag naar tijdelijke woonruimte neemt toe. Denk aan (buitenlandse) studenten, arbeidsmigranten, expats en mensen die gescheiden zijn. • Ouderen blijven langer in hun woning wonen. De groep die het minst verhuist zijn de nog gezonde, welvarende bewoners met een partner (tot 85 jaar) van de grondgebonden koopwoningen. • Over de gehele linie is er behoefte aan meer grondgebonden woningen. De vraag komt met name uit jonge huishoudens die nu in een sociaal huurappartement wonen. • Vanuit verhuisgedrag zien we dat de druk op sociale huurappartementen op dit moment hoog is. Dit hangt samen met de druk op de (koop)woningen in grondgebonden segmenten. Deze behoefte aan sociale huurappartementen is een stuk kleiner dan op basis van woonwensen kan worden verwacht. Dit komt doordat huishoudens de afgelopen jaren hun grondgebonden woonwensen beperkt hebben gerealiseerd. • Het ‘overschot’ wordt vooral door de jongere doelgroepen veroorzaakt, tegelijkertijd zijn er ook ouderen die juist naar een sociaal huurappartement/nultredenwoning willen verhuizen. De opgave ligt naast de kwantitatieve opgave voor dit segment in een kwalitatieve opgave. • De ambitie is vooral om binnenstedelijk te ontwikkelen.
Dit vraagt ook om ‘gezinsvriendelijker’ te ontwikkelen (denk hierbij na over de publieke ruimte, stedelijke woningtypen voor gezinnen en duurzaam integreren van voorzieningen). Overige trends en ontwikkelingen • Steeds meer mensen hebben behoefte aan flexibele contracten, enerzijds omdat zij nog geen gelegenheid hebben gehad om te zoeken naar een permanente woonplek, anderzijds omdat zij niet permanent in Enschede blijven. Deze trend draagt bij aan een toenemende vraag naar flexwonen. • Het sociale beleid is er meer en meer op gericht om kwetsbare groepen en/of mensen met een zorgvraag in de buurt op wijk op te vangen (extramuralisering van de zorg). • De toename van ouderen en andere inwoners met (fysieke) beperkingen betekent een toenemend beroep op de WMO-voorzieningen. • Er is sprake van afnemende leefbaarheid in buurten met veel kwetsbare inwoners. • Er ontstaat een geografische en economische tweedeling, hoewel de inkomensverdeling in Nederland niet of nauwelijks verandert, ontstaat er toch een geografische en economische tweedeling. Mensen met een baan, inkomen en kinderen kiezen hun eigen wijken, met gelijkgestemden. Voor mensen met een beperkter inkomen resten andere wijken.
• Door vergrijzing en een afnemende beroepsbevolking ontstaat er krapte op de arbeidsmarkt, dit heeft gevolgen voor economische groei en arbeidsmarktbeleid (denk onder andere aan de sectoren bouw en zorg).
Pagina 52 van 62
Bijlage 3: actuele woningbouwprogrammering en -behoefte (1-1-2024)
Dit overzicht bevat harde plannen (waarvoor al een bestemminsplanprocedure is gestart of een nieuwe initiatievenbrief is afgegeven) en zachte plannen (waarover nog niet altijd overeenstemming is of een definitieve locatie bekend is). Woningprogrammering en – behoefte sociale huur Figuur 1: Overzicht kwantitatieve onderbouwing sociale huur BasisGroei naar Woningbouwscenario 9300 woningen programmering EGW 2675 3805 1195 MGW -3130 -1715 3025 Totaal 45 2090 4220 Sloop -1500 Totaal incl. sloop
2720
Woningprogrammering en – behoefte middenhuur Figuur 2: Overzicht kwantitatieve onderbouwing middenhuur Groei naar WoningbouwBasis9300 programmering scenario woningen EGW 620 840 190 MGW 640 810 1235 Totaal 1260 1650 1425 Woningprogrammering en -behoefte dure huur Figuur 3: Overzicht kwantitatieve onderbouwing dure huur Groei naar WoningbouwBasis9300 programmering scenario woningen EGW 310 380 15 MGW 130 160 440 Totaal 440 540 455 Woningprogrammering en -behoefte koop Figuur 4: Overzicht kwantitatieve onderbouwing betaalbare koop Groei naar WoningbouwBasis9300 programmering scenario woningen EGW 1170 2880 820 MGW 370 630 670 Totaal 1540 3510 1490 Figuur 5: Overzicht kwantitatieve onderbouwing dure koop Groei naar WoningbouwBasis9300 programmering scenario woningen EGW 470 1200 1380 MGW 270 310 845 Totaal 740 1510 2225 Pagina 53 van 62
Bijlage 4: onderbouwing woonzorgvisie voor ouderen 1
Woonzorgvisie voor ouderen
Enschede heeft, net als de rest van het land, te maken met een flinke vergrijzing. Daarnaast blijven ouderen3 met een hulpvraag steeds langer zelfstandig wonen als gevolg van het scheiden van wonen en zorg (extramuralisering). De toenemende woon-, zorg- en ondersteuningsvraag van ouderen die zelfstandig wonen leidt nu (soms) al tot knellende situaties. Om de veertigers van nu (ofwel, de toekomstige ouderen) in de toekomst ook te kunnen faciliteren in hun woon- , zorg- en welzijnsbehoefte is het anticiperen op deze ontwikkelingen noodzakelijk. De vraag is in hoeverre de huidige woningen (zowel kwantitatief als kwalitatief), het huidige zorgvastgoed, de woonomgeving en het aanbod van zorg en ondersteuning aansluiten op de woonen zorgbehoeften van ouderen. Nu en in de toekomst. Deze vragen zijn niet vanuit één organisatie te beantwoorden. Samenwerking tussen partners is noodzakelijk. Met input van Menzis Zorgkantoor, Woonzorg Nederland, Domijn, de Woonplaats, Ons Huis, Livio, Liberein, Zorggroep Manna, De Posten en de gemeente Enschede is deze woonzorgvisie tot stand gekomen. In deze woonzorgvisie zijn de gezamenlijke ambities van deze partijen vastgelegd in gemeentelijke beleidsuitspraken. Voor een betere leesbaarheid start de woonzorgvisie met die beleidsuitspraken (zie paragraaf 1.1). Vervolgens wordt in de paragrafen daarna ingegaan op de achtergrondinformatie.
Allereerst wordt in paragraaf 1.2 inzicht gegeven in zowel de woon- als de zorgopgave voor ouderen. Daarna wordt in paragraaf 1.3 de gezamenlijke ambitie voor de komende jaren geformuleerd. Dit wordt gedaan aan de hand van vier hoofdlijnen. In de komende periode gaan we met alle partners (hierbij bedoelen we ook zeker de welzijnsorganisaties) gericht aan de slag met de concrete uitvoering. Hierin heeft elke partner een eigen bijdrage, passend bij de organisatie. De uitvoeringsagenda moet nog ontwikkeld worden en is geen onderdeel van de woonzorgvisie, maar het vervolg op de visie. Vanaf 2024 worden de uitvoeringsafspraken vastgelegd in integrale prestatieafspraken tussen de partners. 2
Gemeentelijke beleidsuitspraken
Deze zijn verwerkt in paragraaf 2.4.
3 Onder ouderen verstaan we: inwoners van Enschede van 65 jaar of ouder.
Pagina 54 van 62
3
Inzicht in de woonzorgopgaven
Vergrijzing Het aantal ouderen in de gemeente Enschede neemt de komende jaren sterk toe. Naast een stijging van het aantal ouderen (als gevolg van de babyboom) leven mensen tegenwoordig ook steeds langer. Het aandeel ouderen in Enschede wordt hierdoor steeds groter (dubbele vergrijzing). Zo was in 2020 17,8% van de inwoners van Enschede 65 jaar of ouder. In 2050 zal dit naar verwachting 25,7% zijn (zie figuur 1). Het aantal ouderenhuishoudens groeit van een kleine 19.000 in 2019 naar bijna 26.000 huishoudens in 2040. In veel gevallen gaat het hier om eenpersoons huishoudens. Pas na 2040 stabiliseert zowel de bevolkings- als de huishoudengroei voor 65-plussers. Figuur 1 Lang niet al deze ouderen hebben een zorgvraag en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifiek soort woning vanwege die zorgvraag. Verreweg de meeste 65-plussers (94%) wonen thuis en zijn daarbij niet afhankelijk van langdurige zorg en ondersteuning. Ook van de 85-plussers woont nog 70% thuis, overigens vaak met ondersteuning vanuit de wijkverpleging.
Dit betekent niet dat ouderen tot hoge leeftijd in dezelfde woning kunnen en willen blijven wonen. De zelfstandig wonende oudere komt, al dan niet gedwongen door omstandigheden, op een bepaald moment voor een keuze te staan: in de huidige woning blijven of op zoek gaan naar een andere woning (bv kleiner, levensloopgeschikt, geclusterde woonvorm met zorg of ondersteuning nabij) of een andere woonomgeving (bv dichterbij voorzieningen, dichterbij familie). Deze veranderende woonwens hangt vaak samen met een afname van de fysieke of geestelijke gezondheid of met het wegvallen van een partner, waardoor de zelfredzaamheid afneemt. Zorgopgave ouderen Extramuralisering De rijksoverheid zet in op het scheiden van wonen en zorg. Een onderdeel van de extramuralisering is de voorwaarde van het Rijk dat het aantal intramurale verpleeghuisplekken landelijk niet mag toenemen. Daarnaast is de tendens dat mensen een steeds hogere zorgindicatie nodig hebben, om naar het verpleeghuis te kunnen. Als gevolg van de dubbele vergrijzing in combinatie met extramuralisering neemt zowel het aantal mensen dat thuis zorg en ondersteuning ontvangt als de zwaarte van de ondersteuning de komende jaren toe. Via het programma Wonen, Ondersteuning en zorg voor Ouderen (Wozo) stimuleert de Rijksoverheid het langer thuis (zelfstandig) wonen van ouderen.
Zij hanteert hierbij de norm “Zelf als het kan, Thuis als het kan, Digitaal als het kan”.
Pagina 55 van 62
Inzet op preventie wordt steeds belangrijker. Denk hierbij aan inzet op positieve gezondheid, zowel fysiek (oa. beweging) als geestelijk (oa. cultuuraanbod). Maar ook door rekening te houden met omgevingsfactoren zoals hittestress als gevolg van klimaatverandering. Daarnaast wordt ingezet op een langer behoud van zelfstandigheid door oa. reablement en (thuis-)technologie.
Reablement: in plaats van hulp bieden naar het behoud van zelfstandigheid faciliteren Bestaande voorbeelden: • Niet jarenlang steunkousen aantrekken, maar iemand leren de steunkousen zelf aan te trekken • Niet tafeltje dekje leveren als de kokende partner overlijdt, maar iemand leren koken • Geen scootmobiel leveren, maar een elektrische driewieler zodat iemand blijft bewegen
Arbeidsmarkt De arbeidsmarkt in de zorg is gespannen. Voorspellingen laten zien dat tekorten in de zorg en ondersteuning in Twente oplopen tot ca. 2500 vacatures in 2030. Het is en blijft een grote uitdaging om voldoende zorg- en ondersteuningspersoneel aan te trekken en te behouden (zie figuur 3). Figuur 3: Bron ABF Research
Door de krapte in de arbeidsmarkt wordt het beroep op mantelzorgers groter. Het aantal potentiële mantelzorgers per hulpbehoevende persoon neemt de komende twintig jaar echter fors af. Nu zijn per hulpbehoevende 14 potentiële mantelzorgers beschikbaar, over twintig jaar zijn dat er nog maar 6. Dit is een gevolg van de procentuele afname van het aandeel mensen dat mantelzorg verleent (over het algemeen 50-74 jarigen). Woonopgave ouderen De typische 65+-plusser bestaat niet. Er is onder ouderen een grote verscheidenheid aan woonwensen. In Enschede is geen specifiek woonwensen onderzoek uitgevoerd onder de doelgroep ouderen4. In algemene zin kan er over de woonwensen wel iets worden gezegd. Betaalbaarheid De betaalbaarheid van de woningen speelt een rol bij de woonwensen. In Enschede is de groep inwoners met een lager inkomen relatief groot. Deze groep woont voornamelijk in een huurwoning en heeft niet altijd de middelen om te wonen zoals zij het liefst zouden willen. Ze zijn financieel niet in staat te kiezen voor collectieve woonzorgvormen in het 4 In het kader van het landelijke Woononderzoek Nederland (WoON) heeft Enschede wel een zogenaamde
oversampeling laten doen, zodat op lokaal niveau betrouwbare informatie wordt verkregen over de huidige woonsituatie van huishoudens en eventuele verhuisbehoefte en woonwensen. Dit is niet specifiek voor ouderen.
Pagina 56 van 62
duurdere (particuliere) segment. Hierdoor zijn zij vaker aangewezen op verpleeghuiszorg. Aan de andere kant zien we een ontwikkeling dat steeds meer woningeigenaren in de huidige woningmarkt vermogen opbouwen en juist wel ruimte hebben om te kiezen voor de collectieve woonzorgvormen of particuliere zorg aan huis. Naar verwachting wordt de kloof tussen deze twee groepen de komende jaren groter. Eenzaamheid De mogelijkheid tot ‘ontmoeten’ in de woonomgeving speelt een rol bij de woonwensen. De Ouderenmonitor GGD (2020) geeft aan dat 53% van de ouderen in Enschede matig tot (zeer) ernstig eenzaam is. Ouderen zijn eenzamer dan andere volwassenen. Binnen de groep ouderen neemt de eenzaamheid aanzienlijk toe met de leeftijd. Dit komt o.a. doordat meer dierbaren zijn overleden, het sociale netwerk kleiner wordt, de zelfredzaamheid (daardoor grotere gebondenheid aan huis) vermindert en ouderen meer kampen met langdurige ziekten5. Ontmoetingsmogelijkheden dragen bij aan vermindering van de eenzaamheid. Geschiktheid van de woning / woonomgeving De geschiktheid van de woning en woonomgeving spelen een rol in de woonwensen van ouderen. Een geschikte woning is een woning die geschikt is voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking. Alle primaire voorzieningen liggen gelijkvloers en zijn zonder traplopen bereikbaar.
Naast de woning is ook de geschiktheid van de woonomgeving van belang bij het langer zelfstandig wonen. Denk hierbij aan toegankelijkheid, ontmoeten en voorzieningen. Doordat ouderen steeds langer zelfstandig thuis wonen wordt de geschiktheid van een woning ook steeds belangrijker. Door Companen6 is becijferd dat in Enschede momenteel ca. 24% van de woningvoorraad geschikt is voor ouderen. Nog eens ca. 25% is geschikt te maken (zie figuur 4). Daarvan bestaat het grootste gedeelte uit koopwoningen, ca 41%. En een kleiner deel uit (sociale) huurwoningen (9% resp. 13%).
Figuur 4
De aanwezigheid van geschikte woningen voor ouderen wil nog niet automatisch zeggen dat deze woningen ook daadwerkelijk door deze doelgroep worden bewoond (zie figuur 5)
Figuur 5
5 SOEK- Resultaten Ouderenmonitor Enschede - Twentse Gezondheidsverkenning 6 Gezond wonen in Enschede, Companen (april 2020)
Pagina 57 van 62
Geclusterde woonvormen Ook het type woonvorm speelt een rol bij de woonwensen van ouderen. In het rapport van Companen is de trend beschreven van een toenemende vraag naar geclusterde woonvormen voor ouderen. Sommige ouderen sorteren daarbij voor op een toekomstige zorgvraag. Voor anderen is het met anderen samenwonen in een geclusterde ‘vernieuwende woonvormen’ (zoals hofjeswonen) juist aantrekkelijk vanwege het niet direct afhankelijk zijn van de zorg en het verminderen van eenzaamheid. Geclusterde woonvormen dragen daarnaast ook bij aan de efficiëntie van de zorg. Companen heeft de behoefte aan geclusterde woonvormen onderzocht. Gesteld wordt dat het gaat om een extra vraag van 1000 – 2000 geclusterde eenheden (zowel met als zonder zorg) Hierbij is geen rekening gehouden met de verdergaande extramuralisering, waarbij het aantal verpleeghuisplekken niet mag groeien en een hogere zorgindicatie nodig is voordat inwoners naar het verpleeghuis kunnen gaan. Er vindt momenteel aanvullend onderzoek plaats om de kwantitatieve behoefte aan geclusterde woonvormen scherper in beeld te krijgen In Nederland zijn diverse voorbeelden van geclusterde woonvormen. Hierbij zijn er verschillen in de doelgroep (bv alleen > 65+ of een mix tussen jong en oud) en in het type nabije zorg. Hoe de geclusterde woonconcepten in Enschede vormgegeven moeten worden staat nog niet vast.
Het is een uitdaging om de woonvariaties zo goed mogelijk te laten aansluiten op de kwantitatieve én kwalitatieve behoeften van inwoners. Hiervoor is, naast inzicht in de kwantitatieve behoefte, ook inzicht nodig in de kwalitatieve behoefte. Doorstroming Algemeen geldt dat ouderen de neiging hebben hun verhuizing naar een meer passende en geschiktere woning/woonomgeving uit te stellen. Vooral een (te) beperkt aanbod van passende woonruimte (in de vertrouwde omgeving) en verhuisangst spelen hierbij een rol. Vaak wordt de stap naar verhuizen pas gezet, nadat er een ingrijpende gebeurtenis, zoals een toenemende zorgvraag of het overlijden van de partner, plaatsvindt. Dit heeft een stagnerende werking op de doorstroming in de totale woningmarkt. Verleiding van ouderen om eerder te verhuizen naar een geschikte woning / woonomgeving vindt in Enschede nog niet op grote schaal plaats. Intramuraal wonen Uit een onderzoek naar de behoefte ontwikkeling van verpleegzorg in Enschede7 volgt dat, als de huidige uitbreidingsplannen van ongeveer 475 plekken worden gerealiseerd, er op stedelijk niveau tot in ieder geval 2040 grotendeels kan worden voorzien in de behoefte aan intramurale verpleegzorg. Op wijkniveau is het aanbod in vergelijking met de behoefte nog niet passend: in enkele wijken is een overschot of tekort. Dit is niet per definitie een probleem.
Specialistische zorg (bv Korsakov, niet aangeboren hersenletsel) wordt in Enschede bewust alleen gecentraliseerd aangeboden om de kwaliteit van de zorg te kunnen garanderen. Een verdieping op de cijfers op wijkniveau is nog niet uitgevoerd.
7 Behoefteontwikkeling Verpleegzorg en geclusterd wonen, Mondria Advies, oktober 2022
Pagina 58 van 62
4
Visie op wonen en zorg ouderen
In de vorige paragraaf zijn de opgaven op het gebied van wonen en zorg voor ouderen beschreven. Het mag duidelijk zijn dat we (zowel gemeente als partners) voor een flinke opgave staan. Zorg kan soms nu al niet voor iedereen gegarandeerd worden. Het is niet zeker dat we dit in de toekomst helemaal kunnen voorkomen, maar als we niets doen wordt dit probleem alleen maar groter. Deze paragraaf beschrijft de gezamenlijke ambitie van de partners aan de hand van vier hoofdlijnen. De eerste drie hoofdlijnen sluiten aan op de hoofdlijnen die zijn gepresenteerd in het Programma Wonen en Zorg voor ouderen van de ministeries BZK en VWS8. Per hoofdlijn zijn gemeentelijke beleidsuitspraken geformuleerd (zie paragraaf 1.1) Ambitie Enschede is een betrokken en daadkrachtige stad, waarin wonen en passende ondersteuning voor ouderen integraal en toekomstgericht zijn georganiseerd. De wensen en behoeften van de ouderen (en hun netwerk) vormen het uitgangspunt en overstijgen organisatiebelangen. Hierbij staat zelfstandigheid en (samen)redzaamheid voorop en wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de identiteit en kracht van wijken en buurten. Dit doen we door samen - als partners - plannen te maken en deze te vertalen naar acties die we gaan uitvoeren.
Het overkoepelende doel is dat ouderen in Enschede zo lang mogelijk en zelfstandig in de eigen omgeving kunnen blijven wonen, zonder eenzaam te zijn. Om dit te bereiken hanteren we vier hoofdlijnen: 1. We zorgen voor een gevarieerd woonaanbod dat ook voor ouderen geschikt is 2. We richten ons op het behouden en versterken van de zelfredzaamheid van ouderen 3. We werken aan zorgzame buurten 4. We werken samen: Samen bereiken we meer! A. Gevarieerd woonaanbod dat ook voor ouderen geschikt is Vanuit het programma Wonen en Zorg voor ouderen wordt ingezet op het versnellen van woningbouw of transformatie voor ouderen. In Enschede wordt deze ambitie ondersteund. We willen hierbij niet alleen een groter (in aantal), maar ook een gevarieerder woonaanbod dat aansluit bij de kwalitatieve behoeften van ouderen. De woonwensen van de Enschedese ouderen (zowel kwantitatief als kwalitatief) zijn op dit moment nog onvoldoende inzichtelijk en worden op korte termijn verder onderzocht. Een toename van het aanbod voor geclusterd wonen is in ieder geval noodzakelijk. Naast nieuwbouw kan dit aanbod ook worden gerealiseerd in bestaande bouw, waaronder bestaande gebouwen met gemengde doelgroepen. Bij de realisatie van woonvormen voor ouderen zijn betaalbaarheid voor de bewoner en ontmoeten van belang.
Het realiseren van deze woonvormen die hieraan voldoen is een serieuze opgave vanwege de kosten die gepaard gaan bij het creëren en exploiteren van ontmoetingsruimten. Dit vraagt om een nauwe samenwerking met partners, waaronder ook welzijn. Daarnaast speelt ook de inrichting van de omgeving en de relatie met de wijk/buurt een rol (verder uitgewerkt in hoofdlijn 2 en 3). Aangezien demografische opbouw en inrichting per wijk verschillen, betekent dit dat ook het woonaanbod per wijk verschillend kan en zal zijn. Het realiseren van voldoende woonaanbod voor ouderen wil nog niet automatisch zeggen dat ouderen daar ook daadwerkelijk gaan wonen. De overstap naar een geschikte woning moet aantrekkelijk en makkelijk genoeg zijn. Als de doorstroming van ouderen naar geschikte woningen tot 8 Programma Wonen en Zorg voor ouderen, 23 november 2022, Ministerie Volksgezondheid Welzijn en Sport &