CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening kwaliteit leefomgeving

Raadsvergadering 1 februari 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Verordening kwaliteit leefomgeving33.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 7. Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening. Huishoudelijke afvalstoffen Artikel 10.11 1. 2. 3.

Het college wijst de inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Afdeling 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdige beslissing) is niet van toepassing. Het college kan nadere regels stellen over de voorbereiding van de aanwijzing en over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen (zie bijlage 10.11)

Artikel 10.12 1.

2.

Aanwijzing van de inzameldienst

Regulering van andere inzamelaars

Het is anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door het college; b. bij nadere regels van het college van het verbod is vrijgesteld; of c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer [en na inwerkingtreding ervan: de Omgevingswet en daarop gebaseerde besluiten]. Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 10.11, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10.13

Aanwijzing van inzamelplaats

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

50

Het college draagt zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente, waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten. Artikel 10.14

Algemene verboden

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen:   

ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 10.11, eerste lid; over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 10.12, eerste lid; of achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 10.13.

Artikel 10.15

Afvalscheiding

1.

Het college stelt regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel. 2. In ieder geval de volgende bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld: a. groente-, fruit- en tuinafval; b. papier en karton; c. glas; d. textiel; e. verpakkingen van plastic, metaal of drankenkartons; f. elektrische of elektronische apparatuur; g. klein chemisch afval. 3. In het belang van een doelmatig afvalstoffenbeheer kan het college de aanwijzing van afzonderlijk in te zamelen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in het tweede lid, of fracties daarvan, achterwege laten. Artikel 10.16 1.

2.

Gescheiden aanbieding

Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 10.15, anders dan afzonderlijk: -ter inzameling aan te bieden; -achter te laten op een inzamelplaats, bedoeld in artikel 10.13. Het college kan nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 10.17

Tijdstip van aanbieding

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door het college daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld.

Artikel 10.18

Wijze en plaats van aanbieding

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

51

1.

2. 3.

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door het college te stellen regels over: A. het gebruik van inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; B. het gebruik van inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel; C. het aanbieden van afvalstoffen bij de inzamelplaats, bedoeld in artikel 10.13. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de tijden, bedoeld in artikel 10.17 , buiten een perceel te laten staan. Het college kan nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.

Bedrijfsafvalstoffen Artikel 10.19

Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst

Het college kan bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen krachtens artikel 10.11 in gevallen waarin de voor deze inzameling bij of krachtens de vastgestelde en geldende verordening regelende de heffing en invordering van reinigingsheffingen verschuldigde heffing is voldaan. Artikel 10.20

Aanbieden ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen

Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 10.19 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden, aan de inzameldienst over te dragen of bij de inzamelplaats, bedoeld in artikel 10.13 achter te laten. Artikel 10.21 1. 2.

Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen

Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door het college te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 10.19 aangewezen bedrijfsafvalstoffen. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbieden of overdragen van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst (zie bijlage 10.21 ). Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, inhouden.

Zwerfafval en overige Artikel 10.22

Dumpingsverbod

1.

Het is verboden zonder vergunning van het college, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening; b. het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan; c. het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; d. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit [ en na inwerking er: van de Omgevingswet of daarop gebaseerde besluiten] .

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

52

3. 4.

Indien de in strijd met dit artikel aangetroffen stof of stoffen worden herleid tot één persoon of meer personen, worden zij aangemerkt als overtreder(s), waarop artikel 10.28 van toepassing is. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 10.23 1. 2. 3.

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde. Het is verboden ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen.

Artikel 10.24 1.

2.

3.

2.

Zwerfafval rondom inrichtingen [na i.w.t. Omgevingswet: bij het verrichten van activiteiten]

Degene die een inrichting drijft [ na i.w.t. Omgevingswet: die een activiteit verricht ] waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting, van een voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval. Degene die de inrichting drijft [na i.w.t. Omgevingswet: die een activiteit verricht als bedoeld in lid 1 ] verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer [ na het in werking treden Omgevingswet: Besluit activiteiten leefomgeving ].

Artikel 10.25 1.

Zwerfafval in de openbare ruimte

Afval en verontreiniging op de weg

Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten. Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.

Artikel 10.26

Geen opslag van afval in de open lucht

Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer [ na inwerkingtreding Omgevingswet: als activiteit als bedoeld in de Omgevingswet ] op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met de artikelen 10.11 tot en met 10.18 van deze verordening aanbieden of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 10.27

Ontdoen van autowrakken

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

53

Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken [ na i.w.t. Omgevingswet: als activiteit in de zin van de Omgevingswet c.q. Besluit activiteiten leefomgeving ] . Overgangsrecht Artikel 10.28 1.

2.

3.

4. 5.

Overgangsrecht

Vergunningen en ontheffingen welke zijn verleend op grond van bepalingen overeenkomstig de ingetrokken Afvalstoffenverordening 2017 blijven - indien en voor zover het gebod of het verbod waarop de vergunning betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening – van kracht totdat deze zijn vervallen of ingetrokken. Voorschriften en beperkingen opgelegd op grond van bepalingen overeenkomstig de ingetrokken Afvalstoffenverordening 2017 blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge die voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening – van kracht totdat deze zijn vervallen of ingetrokken. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning op grond van de Afvalstoffenverordening 2017 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast. Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid, en voorschriften en beperkingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht vergunningen, ontheffingen, voorschriften en beperkingen in de zin van deze verordening te zijn.

In afwijking op het eerste lid, blijft een vergunning of ontheffing van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend.

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

54

Hoofdstuk 11 Activiteiten m.b.t. de bodem Artikel 11.1

Activiteiten

Dit hoofdstuk 11 gaat over activiteiten die betrekking hebben op de bodem …… Artikel 11.2

Oogmerken

[ gereserveerd ]

De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. < specificeren: uitbreiding of beperking van de algemene doelen uit artikel 1.13 van deze verordening > Artikel 11.3

Specifieke zorgplicht

Artikel 11.4

Algemene regels

Artikel 11.5

Beoordelingsregels

Artikel 11.6

Meldingsplicht

[ gereserveerd ]

[ gereserveerd ] [ gereserveerd ] [ gereserveerd ]

Voor het verrichten van de volgende activiteiten is een melding vereist: Artikel 11.7

Maatwerkvoorschriften

Artikel 11.8

Omgevingsvergunning

[ gereserveerd ] [ gereserveerd ]

Voor het verrichten van de volgende activiteiten is een omgevingsvergunning vereist: Artikel 11.9

Gegevens en bescheiden

[ gereserveerd ]

Artikel 11.10 Gelet op de lopende discussie, mede in de raadscommissie Omgevingsbeleid, over een nieuwe visie op de bodem en ondergrond (Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur) wordt dit hoofdstuk voor activiteiten m.b.t. de bodem gereserveerd.

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

55

Hoofdstuk 12 Artikel 12.1

Overige (milieubelastende) activiteiten Activiteiten

Dit hoofdstuk 12 gaat over activiteiten die betrekking hebben op het kamperen buiten aangewezen kampeerterreinen, ontsteken van vuurwerk en carbidschieten. Artikel 12.2

Oogmerken

[ gereserveerd ]

De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. < specificeren: uitbreiding of beperking van de algemene doelen uit artikel 1.13 van deze verordening > Artikel 12.3

Specifieke zorgplicht

[ gereserveerd ]

Artikel 12.4

Algemene regels

[ gereserveerd ]

Artikel 12.5

Beoordelingsregels

[ gereserveerd ]

Artikel 12.6

Meldingsplicht

Voor het verrichten van de volgende activiteiten is een melding vereist: het in overeenstemming met de algemene regels kamperen voor recreatief (nacht) verblijf buiten een kampeerterrein (12.10 lid 6). Artikel 12.7

Maatwerkvoorschriften

[ gereserveerd ]

Artikel 12.8

Omgevingsvergunning

[ gereserveerd ]

Voor het verrichten van de volgende activiteiten is een omgevingsvergunning vereist:   

het in afwijking van de algemene regels kamperen voor recreatief (nacht) verblijf buiten een kampeerterrein (12.10 lid 5), het in afwijking van de regels bezigen van consumentenvuurwerk (12.11) en het in afwijking van de regels schieten met carbid (12.16).

Artikel 12.9

Gegevens en bescheiden

[ gereserveerd ]

Kamperen buiten aangewezen kampeerterreinen Artikel 12.10 1. 2. 3.

Kamperen

Het is verboden ten behoeve van recreatief (nacht)verblijf één of meer kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een regulier kampeerterrein. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. Het verbod geldt niet voor kamperen dat een directe relatie heeft met evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemeen Plaatselijke Verordening.

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

56

4.

Het verbod geldt niet voor het kamperen door een groep, uitgaande van een vereniging of andere organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve, sportieve of wetenschappelijke aard en mits aan alle navolgende voorwaarden wordt voldaan: a. De landschaps- en natuurwaarden niet worden aangetast door het kamperen; b. Het kamperen veilig gebeurt, voor zowel personen als goederen; c. Het kamperen zedelijk en hygiënisch gebeurt; d. Het kamperen geen overlast veroorzaakt voor de directe omgeving; e. Er niet wordt gekampeerd in een gebied dat valt onder Natuur Netwerk Nederland; f. Er voorafgaand aan het kamperen een melding wordt gedaan op de wijze als aangegeven in lid 6; g. Er wordt gekampeerd met maximaal 150 personen. 5. Het college kan een vergunning verlenen in afwijking van het verbod in het eerste lid. 6. De melding dient tenminste 5 werkdagen voordat er daadwerkelijk wordt gekampeerd via info@brandweertwente.nl, postbus20@enschede.nl of via Postbus 20, 7500 AA Enschede te worden ingediend. 7. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Vuurwerk Artikel 12.11 1. 2. 3. 4. 5.

Bezigen van vuurwerk

Het is verboden consumentvuurwerk te bezigen op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats. Het is verboden consumentvuurwerk op een openbare plaats te bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor zover artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Het college kan vergunning verlenen in afwijking van het in het eerste lid gestelde verbod. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Carbid schieten Artikel 12.12

Verbod carbidschieten

Carbidschieten in de openlucht is verboden. Artikel 12.13 1.

Vrijstelling verbod

Het verbod gesteld in het vorige artikel geldt niet indien carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur, mits: a. daarbij gebruik wordt gemaakt van een bus met een inhoud van ten hoogste 1 liter; b. daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, geldt het verbod gesteld in artikel 5.12.12 eveneens niet indien carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur buiten de bebouwde kom, mits: a. daarbij gebruik wordt gemaakt van een bus met een inhoud van ten hoogste 50 liter; b. daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving;

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

57

c. degene die het carbidschieten verricht, een schriftelijke toestemming daartoe kan overleggen van de eigenaar van het terrein van waaraf wordt geschoten; d. de plaats op het terrein van waaraf wordt geschoten is gelegen: - op een afstand van ten minste 75 meter van woonbebouwing; - op een afstand van ten minste 300 meter van inrichtingen voor de intramurale zorg; - op een afstand van ten minste 300 meter van in gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van dieren; - op een afstand van ten minste 500 meter van een vogelbeschermingsgebied. e. wordt geschoten in een richting welke tegengesteld is aan de richting waarin de dichtstbijzijnde woonbebouwing is gelegen; f. het vrije schootsveld ten minste 75 meter is en hierin geen verharde openbare wegen of paden liggen; g. er geen bus deksels of andere gevaar zettende voorwerpen worden weggeschoten; h. het gebruik van (voet)ballen of andere afsluitingen zodanig is dat daardoor geen schade aan mens, dier of goed kan worden veroorzaakt; i. het terrein van waaraf wordt geschoten is afgezet met linten of ander vergelijkbaar materiaal; j. binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond de plaats waar het carbidschieten plaatsvindt, in totaal niet meer dan tien bussen voor het carbidschieten worden gebruikt dan wel gebruiksklaar voor carbid-schieten aanwezig worden gehouden; k.

de bussen zodanig stevig in de bodem, in een frame of op andere wijze zijn verankerd, dat terugslag wordt voorkomen; l. het carbidschieten plaatsvindt door een persoon van ten minste 16 jaar oud die niet verkeert onder invloed van alcohol of andere psychotrope stoffen; m. teneinde de veiligheid van het publiek en de eigen veiligheid te waarborgen, toezicht op het carbidschieten wordt gehouden door ten minste één persoon van ten minste 18 jaar oud die niet verkeert onder invloed van alcohol of andere psychotrope stoffen; n. het terrein van waaraf wordt geschoten goed is verlicht indien het carbidschieten plaatsvindt na zonsondergang. Artikel 12.14 1. 2.

Bij zich hebben van carbid

Het is verboden op of aan de weg carbid bij zich te hebben op andere dagen dan op 31 december tussen 10.00 en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degenen aan wie carbid is afgeleverd, gedurende de tijd die nodig is om thuis te komen, noch op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of bedrijf.

Artikel 12.15

Aanwijzing gebieden zonder vrijstelling

Het gestelde in artikel 12.13 is niet van toepassing op door het bevoegde bestuursorgaan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast of in het belang van de natuurbescherming aangewezen gedeelten van de gemeente of plaatsen. Artikel 12.16 1. 2.

Vergunning in afwijking van het verbod

Het college kan in afwijking van het in het artikel 12.12 gestelde verbod een vergunning verlenen. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

58

Hoofdstuk 13 Artikel 13.1

Overgangsrecht algemeen Overgangsrecht

De op basis van de Marktverordening, Algemene Plaatselijke Verordening, Afvalstoffenverordening, Havenverordening, Monumentenverordening verleende vergunningen en ontheffingen gelden als vergunningen, ontheffingen en toestemmingen krachtens deze Verordening kwaliteit leefomgeving.

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

59

Hoofdstuk 14 Artikel 14.1

Strafbaarstelling en slotbepalingen Strafbepaling

 Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij op grond van artikel 2.4, 3.4, 4.4, 5.4, 6.4, 7.4, 8.4, 9.4, 10.4, 11.4 en 12.4, 3.7, 4.7, 5.7, 6.7, 7.7, 8.7, 9.7, 10.7, 11.7 en 12.7 gegeven voorschriften en beperkingen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.  Overtreding van het bij of krachtens deze verordening kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.  In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens: a. de artikelen 4.10 (objecten op de openbare weg) als sprake is van een omgevingsvergunning verplichte activiteit, b. artikel 6.14 (kapverbod) en c. de artikelen 10.12 (afvalinzamelaars), 10.14 (algemene verboden afval), 10.16 tot en met 10.18 (aanbieden van afvalstoffen) en 10.20 tot en met 10.27 (bedrijfsafvalstoffen en zwerfafval) . Artikel 14.2 1.

2.

3. 4.

Bestuurlijke boete

Overtreding door een natuurlijke persoon of rechtspersoon van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde of de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen kan worden beboet met een bestuurlijke boete: 3.10, 3.12 tot en met 3.22, 3.23, 3.24, 4.10, 4.11, 4.12, 4.14, 4.15, 6.10 tot en met 6.19 7.10, 9.10 tot en met 9.13, 10.10, 10.12, 10.14, 10.16 tot en met 10.18 en 10.20 tot en met 10.27 12.10 tot en met 12.16. Bij overtreding door een natuurlijke persoon van de artikelen als genoemd in lid 1, is de hoogte van de bestuurlijke boete gelijk aan het bedrag dat in de bijlage is vermeld bij het desbetreffende artikel(lid) (zie bijlage 14.2). Bij overtreding door een rechtspersoon van de artikelen als genoemd in lid 1, wordt de hoogte van de bestuurlijke boete die geldt voor een natuurlijke persoon vermenigvuldigd met de factor vijf. Indien het boetebedrag bedoeld in het derde lid, hoger is dan het wettelijk maximum boetebedrag bedoeld in artikel 154b, zesde lid, van de Gemeentewet, geldt het wettelijk maximum boetebedrag.

Artikel 14.3 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2021 onder gelijktijdige intrekking van: a. de Marktverordening 2016 b. de Monumentenverordening 2010 c. de Havenverordening 2021 d. de Afvalstoffenverordening 2017 e. de navolgende artikelen van de Algemene Plaatselijke Verordening 2009:

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

60

artikelen 2.10, 2.11 tot met 2.12.2, 2.28, 2.53, 2.57, 2.58, 2.60 en 2.61, 2.71 tot en met 2.73, 2.78 tot en met 2.83, 4.1 tot en met 4.6b, 4.9, 4.10 tot en met 4.11.6, 4.13, 4.15 en 4.16, 4.17 en 4.18, 5.1 tot en met 5.12, 5.18, 5.32, 5.33 en 5.34. Artikel 14.4

Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening kwaliteit leefomgeving 2021.

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

61

Bijlagen bij de Verordening kwaliteit leefomgeving Bijlagen maken -op termijn - een integraal onderdeel uit van het omgevingsplan. Om ook de bijlagen van deze verordening en in latere instantie van het omgevingsplan overzichtelijk te houden zou een goede praktijk zijn dat een bijlage is genummerd volgens het artikelnummer waar het op is gebaseerd of bij hoort. Bijlage 3.18 hoort bij artikel 3.18, bijlage 4.10.1 hoort bij artikel 4.10, bijlage 4.10.2 eveneens, bijlage 4.14 hoort bij artikel 4.14 etc. Op deze wijze kan een nieuwe bijlage altijd in de lopende volgorde worden ingevoegd, zonder dat met anummers hoeft te worden gewerkt. Dat komt de duidelijkheid ten goede.

NB De bijlagen betreffen voor een deel door het college van burgemeester en wethouders c.q. door de burgemeester vastgestelde nadere of beleidsregels. Deze beleidsregels zijn – na vaststelling van de Verordening kwaliteit leefomgeving door de gemeenteraad, op dezelfde datum door het college c.q. de burgemeester opnieuw vastgesteld, maar dan op basis van het desbetreffende artikel uit deze verordening.

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

62

Bijlage 1.2 Begrippenlijst als bedoeld in artikel 1.2 Algemeen college

het college van burgemeester en wethouders van Enschede

openbare weg

hetgeen daaronder verstaan wordt in de Wegenwet, met inbegrip van de daarin gelegen kunstwerken en wat verder naar zijn aard daartoe behoort

uitweg

de uitweg als bedoeld in artikel 14, lid 3 onder III Wegenwet, te weten iedere rechtstreekse ontsluitingsmogelijkheid van een perceel naar de openbare weg, waaronder worden verstaan de begrippen inrit en uitrit

houder inrichting

degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft [ na inwerkingtreding Omgevingswet: diegene die de activiteit verricht ]

geografisch informatieobject

een object dat in een informatiesysteem waarin (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, ook wel geo-informatie genoemd, kan worden bekeken ('viewen'), opgeslagen, beheerd, bewerkt ('editen'), geanalyseerd, verrijkt, geïntegreerd en gepresenteerd

Kappen, vellen en snoeien boom

een houtachtig, overblijvend gewas met een omtrek van de stam van minimaal 15 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. In het geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam

houtopstand

één of meer bomen, hakhout, houtwal of houtsingel

hakhout

één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen

houtwal/houtsingel

Lijnvormige begroeiing hoofdzakelijk bestaande uit inheemse struiken en boomvormers, die een afscheiding in het landschap vormt;

bosperceel

houtopstand die een zelfstandige eenheid vormt en een oppervlak heeft van 10 are (1000 m²) of minder. Het gaat hierbij om bospercelen die niet vallen onder de bescherming van de Wet natuurbescherming.

beschermwaardige boom

Binnen de bebouwde kom: een boom als opgenomen op het overzicht beschermwaardige bomen, met een stamomtrek van minimaal 100 centimeter op 130 centimeter hoogt boven het maaiveld. Buiten de bebouwde kom: alle bomen met een stamomtrek van minimaal 100 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld

beschermwaardige houtopstand Houtopstand waarvoor het aanvragen van een vergunning verplicht is

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

63

beschermwaardig boomgebied

Gebied dat aangegeven is op het overzicht beschermwaardige bomen, waarbinnen het voor alle houtopstanden, waarbij de bomen een stamomtrek hebben van minimaal 100 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld, verplicht is een vergunning aan te vragen

meldingsplichtige houtopstand

Houtopstand waarvoor geen vergunning nodig is, maar waarvoor wel een melding moet worden gedaan

rooien

het verwijderen van een houtopstand, boom of bomen inclusief het wortelgestel

vellen

rooien of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een houtopstand, boom of bomen tot gevolg kunnen hebben

kappen

rooien of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een boom tot gevolg kunnen hebben

dunnen

kappen als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van een houtopstand

afzetten

afzagen tot op de stronk waarna de houtopstand opnieuw uitloopt

kandelaberen/knotten

het inkorten van de hoofdtakken, waardoor een stam met takstompen ontstaat.

her(be)planten

door aanplant, bezaaiing of natuurlijke verjonging of op andere wijze realiseren van een nieuwe houtopstand

boomwaarde

de boomwaarde wordt bepaald door toepassing van de Richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (Rekenmodel N.V.T.B.).

bebouwde kom bij kappen e.d.

de bebouwde kom van de gemeente, als bedoeld in artikel 4.1, onder a van de Wet natuurbescherming

Geluid collectieve festiviteit

festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal activiteiten is verbonden

incidentele festiviteit

festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal activiteiten

geluidsgevoelig gebouw woningen en gebouwen die worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende activiteit geluidsgevoelig terrein

terreinen die moeten worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende activiteit

Markten en standplaatsen dag marktplaats

de tijdelijke marktplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld omdat deze niet als vaste marktplaats is toegewezen of ingenomen

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

64

vaste marktplaats

de marktplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder

markt

de algemene warenmarkt die plaatsvindt op een door het college vastgestelde dag, plaats en tijd.

demonstrateur

(markt)ondernemer die uitsluitend één product ter verkoop aanbiedt op een markt door een aansprekende uiteenzetting over de werking van het product.

anciënniteitslijst

overzicht van de houders van een vaste marktplaatsvergunning met vermelding van de datum waarop hen voor het eerst een vaste marktplaatsvergunning werd verleend voor die betreffende markt. Op deze lijst wordt tevens vermeld welke artikelen voornoemde vaste marktplaatshouders verhandelen, voor welke markt anciënniteit wordt opgebouwd en de branche waartoe zij behoren.

branchegerelateerde producten producten uitsluitend gerelateerd aan de hoofdgroep en subgroep van het brancheringsbesluit waarvoor een marktvergunning is verkregen. Standplaats

vanaf een vaste locatie te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of aanbieden van diensten, gebruikmakend van fysieke middelen zoals een kraam, een wagen of een tafel

Havens en gemeentelijk vaarwater binnenvaartschip

schip, niet zijnde een zeeschip.

bunkercontrolelijst

bunkercontrolelijst waarin uitsluitend de onderdelen zijn overgenomen zoals die staan in de Bunkering Safety Checklist van de International Safety Guide for Oil Tankers and Terminals (ISGOTT).

bunkeren

overslag van brandstofolie of smeerolie van een tankschip naar een binnenschip.

exploitant

eigenaar, beheerder of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het schip.

gevaarlijke stoffen

stoffen die gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen opleveren, zoals vermeld in de IMO Code voor het vervoer van verpakte gevaarlijke stoffen over zee (International Maritime Dangerous Goods Code), de Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (International Bulk Chemical Code), de Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen die vloeibaar gemaakte gassen in bulk vervoeren (International Gas Carrier Code) en het in de bijlage bij het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over binnenwateren opgenomen Reglement (ADN), met uitzondering van eetbare oliën.

haven

wateren die in het beheer zijn van de gemeente en die voor de scheepvaart openstaan, alsmede alle daartoe behorende kaden, kunstwerken, meergelegenheden, trappen, scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven en los- en laadplaatsen.

ladingresiduen

de restanten van lading in ruimen of tanks aan boord die na het lossen en schoonmaken achterblijven, met inbegrip van restanten na laden of lossen en morsingen.

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

65

ontvangstvoorziening

voorziening geschikt voor de ontvangst van scheepsafval, overige schadelijke stoffen of restanten van schadelijke stoffen.

schip

elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton, een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting.

kegelschip

een schip dat gevaarlijke of schadelijke stoffen vervoert en volgens wettelijk voorschrift overdag één of meer blauwe kegels moet voeren.

pleziervaartuig

een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding.

tankschip

schip, gebouwd of aangepast en gebruikt voor het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn laadruimten.

scheepsafval

afval, met inbegrip van residuen, niet zijnde ladingresiduen, en sanitair afval, dat ontstaat tijdens de bedrijfsvoering van een schip en dat valt onder de reikwijdte van bijlagen I, IV, V en VI van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels, en met het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol bij dat Verdrag met Bijlage en Aanhangsels, alsmede lading gebonden afval, zijnde al het materiaal dat aan boord bij de stuwage en verwerking van de lading als afval overblijft, met inbegrip van stuwmateriaal, schoorpalen, laadborden, verpakkingsmateriaal, houten platen, papier, karton, draad en stalen banden.

schipper

degene die de feitelijke leiding over een binnenschip voert.

havenmeester

degene die door Burgemeester en wethouders de zorg voor de naleving van de bepalingen van deze verordening en de regeling van het verkeer in de havens en op de voor scheepvaart openstaande wateren opgedragen is.

spudpaal

een verticale buizenconstructie, waarmee schepen zichzelf kunnen vastleggen.

Afval(stoffen) huishoudelijke afvalstoffen

bedrijfsafvalstoffen

afvalstoffen, afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen

afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen

gevaarlijke afvalstoffen bij ministeriële regeling als zodanig aangewezen afvalstoffen, met inachtneming van ter zake voor Nederland verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties ter inzameling aanbieden

inzamelmiddel

de wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box of big bag, ten behoeve van één huishouden

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

66

inzameldienst

de krachtens artikel 10.11 aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen

andere inzamelaars

de krachtens artikel 10.12 aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen

straatafval

huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel

zwerfafval

straatafval dat niet in de daartoe bestemde inzamelbakken is gedeponeerd maar elders in de openbare ruimte is terecht gekomen

minicontainer

een container voorzien van deksel en een inhoud van 140 of 240 liter, bestemd als bewaarmiddel voor afval, waarin de afvalstoffen ter inzameling worden aangeboden

rolcontainer

een verrijdbare container voorzien van vier wielen en afsluitbaar deksel met een inhoud groter dan 360 liter, bestemd als bewaarmiddel voor afval, waarin bedrijfsafvalstoffen ter inzameling worden aangeboden

binnenstad

het gebied van het stadshart van Enschede, begrensd door de Oldenzaalsestraat, Parallelweg, Stationsplein, Nijverheidsstraat, Boulevard 1945 en Mooienhof, en zoals weergegeven in de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte bijlage 10.1

A-hout

Onbehandelde planken, balken of spaanplaten

B-hout

Geverfde planken, balken of spaanplaten

C-hout

Bielzen, geïmpregneerd hout en gecreosoteerd hout

Cultureel erfgoed cultureel erfgoed

monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet

gemeentelijk cultureel erfgoed

de door het college aangewezen cultuurgoederen, monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten

stads- en dorpsgezichten

groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden.

gemeentelijk monument

monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister en/of monument of archeologisch monument

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

67

waaraan in het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven. normaal onderhoud

noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van monumentale waarde.

Restauratie

werkzaamheden die het normale onderhoud te boven gaan en noodzakelijk zijn voor herstel.

Parkeren Motorvoertuig

motorvoertuig als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving

Parkeren

parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

Voertuigen

voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

Overige milieubelastende activiteiten carbidbus

een al dan niet originele melkbus, of een andere bus van staal of ijzer, een container, een opslagvat, een buis of een ander daarmee gelijk te stellen voorwerp

carbidschieten

het in een bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen carbid (calcium-acetylide) en water of van een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen

Opnieuw vastgesteld door de raad op 1 februari 2021 [ datum raadsbesluit tot vaststelling Verordening kwaliteit leefomgeving met inwerkingtreding per 1 mei 2021 ]

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

68

Bijlage 2.10

Woonmilieukaart antenne-installaties

Het volledige beleid antenne-installatie zendamateurs (2013) is te vinden via de navolgende link: ttps://dloket.enschede.nl/loket/sites/default/files/DOC/BELEID_ANTENNEINSTALLATIES_ZENDAMATEURS_def. pdf

Opnieuw vastgesteld door het college op basis van artikel 2.10 Verordening kwaliteit leefomgeving op datum 1 februari 2021 [ na vaststelling door de gemeenteraad van de Verordening kwaliteit leefomgeving ] met als datum van inwerkingtreding 1 mei 2021

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

69

Bijlage 3.18

Grote voertuigen

BESLUIT PARKEREN VAN GROTE VOERTUIGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit besluit wordt verstaan onder: A Verordening: de Verordening kwaliteit leefomgeving; B Bebouwde kom: de bebouwde kom als bedoeld in artikel 1.2 van de verordening; C Wegen: wegen als bedoeld in artikel 1.2 van de verordening; D Logiesverblijf: gebouw of gedeelte van een gebouw dat is bestemd voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan mensen die hun hoofdverblijf elders hebben; E Gezondheidszorggebouw: gebouw of gedeelte van een gebouw dat is bestemd voor medische verpleging of verzorging. Artikel 2 Aanwijzing wegen 1 Als wegen bedoeld in de verordening worden aangewezen de wegen en gedeelten van wegen die zijn gelegen binnen de bebouwde kom. 2 De aanwijzing in het eerste lid geldt niet: a voor wegen en gedeelten van wegen die zijn gelegen op een afstand van meer dan 50 meter van een woning, een logiesverblijf of een gezondheidszorggebouw; b vanaf 1 uur voor aanvang van een markt op het H.J. van Heekplein tot 1 uur na afloop daarvan, voor voertuigen die noodzakelijk zijn voor de aan- en afvoer van zaken voor die markt; c voor bussen, voor zover het parkeren geschiedt in directe relatie met het verrichten van openbaar vervoer, of als onderdeel van het verrichten van besloten busvervoer, een en ander als bedoeld in de Wet personenvervoer (Stbl. 175, 1987).

Artikel 3 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking tegelijk met de inwerkingtreding van de wijziging van artikel 5.1.8 van de APV, vastgesteld bij raadsbesluit van 29 april 1997. vastgesteld door Burgemeester en Wethouders op 21-4-1997. Opnieuw vastgesteld door het college op basis van artikel 3.18 Verordening kwaliteit leefomgeving op datum 1 februari 2021 [ na vaststelling door de gemeenteraad van de Verordening kwaliteit leefomgeving ] met als datum van inwerkingtreding 1 mei 2021

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

70

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

71

Bijlage 4.10.1

Begrenzing Stadserf plaatsen voorwerpen in de openbare ruimte

Opnieuw vastgesteld door het college op basis van artikel 4.10 Verordening kwaliteit leefomgeving op datum 1 februari 2021 [ na vaststelling door de gemeenteraad van de Verordening kwaliteit leefomgeving ] met als datum van inwerkingtreding 1 mei 2021

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

72

Bijlage 4.10.2

Beleidsregel uitstallingen in de openbare ruimte

Beleidsregel uitstallingen in de openbare ruimte Het college van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Enschede, Gelet op het bepaalde in artikel 4.10 van de Verordening kwaliteit leefomgeving; besluit vast te stellen de volgende Beleidsregel Uitstallingen in de Openbare ruimte Artikel 1 Definitie Onder uitstalling wordt verstaan, een los voorwerp geplaatst voor een pand op de weg, dat een onmiskenbare relatie heeft met de handel van de in dat pand gevestigde onderneming en niet valt onder het gemeentelijke reclamebeleid of het terrassenbeleid. Artikel 2 Vergunningvrij aanwezig zijn van een uitstalling Een uitstalling mag zonder vergunning aanwezig zijn op de weg indien: a. b. c.

de uitstalling tot maximaal 1,0 meter uit de gevel aanwezig is op de weg, en de uitstalling een hoogte heeft van niet meer dan 2,0 meter, en de uitstalling enkel aanwezig is op de weg op tijden dat de in dat pand gevestigde onderneming voor het publiek geopend is.

Artikel 3 Statafels bij detailhandelsbedrijven Bij een detailhandelsbedrijf, niet zijnde een horecabedrijf, mogen zonder ontheffing statafels (met een maximale oppervlakte van 100 bij 100 cm) worden geplaatst voor consumptie ter plaatse van spijzen en/of dranken. Er mag geen zitgelegenheid worden gecreëerd. Artikel 4 Vrije doorgang verkeer 1. 2. 3. 4. 5.

Een uitstalling die voldoet aan het in artikel 2 van deze beleidsregel gestelde, mag uitsluitend op de weg zoals bedoeld in artikel 1 sub b Wegenverkeerswet aanwezig zijn indien een vrije doorgang van ten minste 3,50 meter gewaarborgd is; Een uitstalling die voldoet aan het artikel 2 van deze beleidsregel gestelde, mag uitsluitende op de weg die niet begaanbaar is voor gemotoriseerd verkeer op meer dan twee wielen aanwezig zijn indien een vrije doorgang van ten minste 1,5 meter gewaarborgd is; Indien de toegankelijkheid van de weg belemmerd wordt door de aanwezigheid van een uitstalling op de weg, is dit reden om af te wijken van het bepaalde in artikel 2, lid 3 van dit artikel ten nadele van de ondernemer. De toegankelijkheid van de weg moet altijd gewaarborgd blijven voor hulpdiensten. De toegankelijkheid van de onderneming moet altijd gewaarborgd blijven voor minder valide verkeersdeelnemers.

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

73

Artikel 5 Overdekte winkelcentra 1. 2.

In een overdekt winkelcentrum mag een uitstalling enkel aanwezig zijn indien wordt voldaan aan het in de omgevingsvergunning bepaalde inzake vluchtwegen alsmede wanneer wordt voldaan aan de regels inzake de brandveiligheid. In een overdekt winkelcentrum waarvoor een gebruiksvergunning is verleend mag een uitstalling enkel aanwezig zijn indien wordt voldaan aan de in de vergunning opgenomen voorwaarden voor het vrijhouden van vluchtwegen.

Artikel 6 Evenementen Tijdens evenementen mogen op de locatie van dat evenement geen uitstallingen aanwezig zijn. Artikel 7 Inwerkingtreding Deze regeling, nader te noemen Beleidsregel Uitstallingen in de Openbare Ruimte, treedt na de bekendmaking ervan in werking. Artikel 8 Intrekking beleidsregel 2007 Op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregel vervalt de ‘Beleidsregel uitstallingen in de openbare ruimte’, welke is vastgesteld op 19 juni 2007.

Enschede, 20 februari 2018 Burgemeester en Wethouders van Enschede, de loco-secretaris,

de burgemeester

Opnieuw vastgesteld door het college op basis van artikel 4.10 Verordening kwaliteit leefomgeving op datum 1 februari 2021 [ na vaststelling door de gemeenteraad van de Verordening kwaliteit leefomgeving ] met als datum van inwerkingtreding 1 mei 2021

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

74

Bijlage 4.12

Nadere regels aanleggen van uitwegen gemeente Enschede

Artikel 1 Algemene regels Een uitweg mag worden aangelegd als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

7.

De bruikbaarheid van de weg wordt voldoende gewaarborgd. Daarbij geldt dat de aanleg van een uitweg er niet toe mag leiden dat een openbare parkeerplaats wordt opgeheven of niet meer bruikbaar is, met uitzondering van de volgende situaties: als de parkeerbalans niet wordt aangetast door de verwijdering van een openbare parkeerplaats ten behoeve van de uitweg, als de parkeerbalans wordt hersteld door de aanleg van een nieuwe openbare parkeerplaats in de onmiddellijke omgeving. De uitweg moet passen binnen de functie van de weg. Per perceel mag uitsluitend één uitweg worden aangelegd. Dit geldt ook als een perceel door meerdere wegen wordt omsloten, of als het gaat om aaneengesloten gronden die bestaan uit meerdere (kadastrale) percelen. De verkeersveiligheid moet voldoende gewaarborgd zijn. Hiervan is sprake als de uitweg qua vormgeving, uitvoering en uniformiteit als zodanig door de weggebruiker te herkennen is en door de aanleg van de uitweg geen verkeersgevaarlijke situaties ontstaan. De uitweg mag niet worden gebruikt als parkeerplaats voor motorvoertuigen, caravans, campers, bestel- en vrachtwagens of hiermee te vergelijken (motor)voertuigen of objecten. Ook mag er niet geparkeerd worden in de voortuin voor de voorgevel van het pand. Om de verkeersveiligheid te kunnen waarborgen: a. mag de uitweg niet breder en langer zijn dan redelijkerwijs noodzakelijk is; b.

mag de uitweg enkel zodanig gesitueerd zijn dat er voldoende zicht is op de weg en vice versa; c. mag de uitweg niet in een kruisingsvlak van wegen gesitueerd zijn; d. mag de uitweg niet gesitueerd zijn binnen de directe invloedsfeer van een kruispunt dat wordt geregeld door een verkeerslicht; e. mag de uitweg enkel zodanig gesitueerd zijn dat ten behoeve van de aanleg ervan geen lichtmast of andere objecten in de openbare ruimte verplaatst moeten worden. Bij andere objecten moet u denken aan bijvoorbeeld abri’s, verkeersborden, etc.; f. mag de uitweg enkel zodanig gesitueerd zijn dat voldoende rekening wordt gehouden met bomen en bebording. De uitweg mag het uiterlijk aanzien van de omgeving niet op onaanvaardbare wijze aantasten. Hier is sprake van als: a. De uitweg het bijzondere architectonische beeld van de weg of de wijk doorkruist; b. De uitweg markante percelen, openbaar groen en/of bomenrijen en beplanting doorkruist; c. De uitweg op onaanvaardbare wijze inbreuk maakt op de groenvoorziening van de gemeente. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de uitweg een groenstrook doorbreekt die voor het straatbeeld van belang wordt geacht. Hetzelfde geldt voor te beschermen bomen of houtopstanden die voor de aanleg van de uitweg moeten worden gekapt.

Artikel 2 Aanleg van een uitweg 1. 2.

De uitweg wordt door of namens de gemeente aangelegd overeenkomstig met het Toetsingskader Openbare Ruimte; Alle kosten voor de aanleg van de uitweg en de kosten voor het verplaatsen van obstakels en/of objecten in de openbare ruimte zijn voor rekening van degene die heeft verzocht om de aanleg van de uitweg.

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

75

Artikel 3 Intrekking van verleende uitwegvergunningen/opheffing bestaande uitweg Het college kan besluiten tot intrekking van een verleende vergunning en/of tot opheffing van de uitweg indien: a. De uitweg niet binnen een halfjaar is aangelegd na verlening van een uitwegvergunning; b. De uitweg niet meer als zodanig functioneel in gebruik is. Artikel 4 Wegen die niet in beheer zijn bij de gemeente De voorgaande artikelen zijn niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.

Vastgesteld door Burgemeester en Wethouders van Enschede op 01-09-2015 de loco-secretaris,

de burgemeester,

Opnieuw vastgesteld door het college op basis van artikel 4.12 Verordening kwaliteit leefomgeving op datum 1 februari 2021 [ na vaststelling door de gemeenteraad van de Verordening kwaliteit leefomgeving ] met als datum van inwerkingtreding 1 mei 2021

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

76

Bijlage 4.13

Nadere regels ‘voeren van handelsreclame bij, op of aan een (on)roerende zaak in Enschede’

Beleidsregel ‘beleid reclame geplaatst in de openbare ruimte/zichtbaar vanuit de openbare ruimte’ 1. Inleiding In 2008 is het beleid voor reclame in de openbare ruimte opgesteld. Inmiddels zijn er veel nieuwe vormen van reclame bijgekomen die het nodig maken ons opnieuw te oriënteren wat we als stad willen en daarmee het bestaande beleid te actualiseren. De zorg voor de dagelijkse leefomgeving is een belangrijk aspect van het gemeentelijke beleid. Reclame beïnvloedt het beeld en de beleving van de leefomgeving in een stad. Daarnaast kan het ook het gedrag van verkeersdeelnemers beïnvloeden. Het is dus zaak het belang van een kwalitatief hoogwaardige en veilige leefomgeving af te wegen tegen de behoefte van adverteerders om reclame te maken in die openbare ruimte. Het is voor het bedrijfsleven en de werkgelegenheid van belang dat bedrijven in staat gesteld worden reclame te maken. Naast het in Enschede gevestigde bedrijfsleven hebben ook culturele organisaties en instellingen behoefte aan voldoende mogelijkheden om hun activiteiten onder de aandacht van het publiek te brengen. Dit vraagt dus om een integraal afwegingskader, waarbij enerzijds de belangen van de zijde van adverteerders dienen te worden afgewogen en anderzijds het publieke belang voor wat betreft de inrichting, veiligheid en kwaliteit van de openbare ruimte.

Om te komen tot een integraal afwegingskader zijn in dit reclamebeleid algemene richtlijnen opgesteld voor het maken van reclame in de openbare ruimte. Zo willen we borgen, dat reclame de sociale, economische en ruimtelijke kwaliteit van de stad ondersteunt Het doel is reclame met de juiste kwaliteit en in de juiste kwantiteit te bevorderen zodat enerzijds het bedrijfsleven bediend wordt in haar behoeftes en dat anderzijds de behoefte van inwoners aan een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving geborgd is. 2. Juridische grondslag Het plaatsen van reclame valt onder de artikelen 2:10 (plaatsen objecten in de openbare ruimte) en 4:16 (handelsreclame) van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van dit artikel is het mogelijk nadere regels op te stellen voor het plaatsen van reclame in de openbare ruimte of die zichtbaar is vanuit de openbare ruimte. In bepaalde gevallen is het mogelijk om vergunningsvrij reclameobjecten te plaatsen. De criteria hiervoor zijn opgenomen in Afdeling 3.2.4. Echter kan er vanuit landelijke regelgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) toch een vergunningplicht gelden indien een (handels)reclame object wordt aangemerkt als bouwwerk. Tijdelijke objecten zoals uitstallingen van diverse aard vallen niet onder dit beleid, maar worden getoetst aan het uitstallingenbeleid van de gemeente Enschede. 3.

Soorten reclame Er kan onderscheid worden gemaakt tussen diverse soorten reclame. Deze vallen uiteen in grofweg drie categorieën. Reclame aan gebouwen (gevelreclame), reclame in de openbare ruimte (geplaatst in of op gemeentegrond) en reclame zichtbaar vanuit de openbare ruimte (niet zijnde gevelreclame). Deze vormen van reclame worden hieronder toegelicht. Voor elk van deze soorten reclame wordt aan diverse kaders/beleid getoetst. Dit is in het onderstaande schema weergegeven.

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

77

3.1 Gevel reclame en reclame/naamsvermelding op eigen terrein Het plaatsen van reclame op eigen terrein wordt niet toegestaan, tenzij aan de geldende welstandsvereisten wordt voldaan. Voor het onderdeel welstand zijn criteria opgenomen in de “ themafolder reclame en naamsvermelding welstandsnota Enschede” . Ook voor diverse gebiedssoorten zijn welstandscriteria geformuleerd. Deze worden in dit document niet nogmaals expliciet benoemd. Deze zijn na te lezen op de gemeentelijke website www.enschede.nl (tip: hier kan dan bij de zoekfunctie “welstandsnota, worden ingevoerd om deze criteria te bekijken, die zich bevinden onder het tabje “bijzonderheden” op de website). Specifiek voor LED/digitale-reclame op eigen terrein worden nog een aantal aanvullende criteria gehanteerd. Naast het feit dat voor deze reclamesoort meestal een omgevingsvergunning nodig is, gelden de volgende aanvullende regels. Een reclamezuil dient een functionele relatie te hebben met het gebouw waaraan of in de buurt waarvan het geplaatst wordt. Solitaire zuilen op eigen terrein enkel met het oogmerk om reclame voor derden te maken zijn niet toegestaan. De reclamezuil dient zich goed te verhouden tot de schaal van de omringende gebouwen en neutraal van kleur te zijn.

Daarbij geldt dat geen reclame voor derden mag worden gemaakt met uitzondering voor bedrijven die zich binnen een radius van 1000 meter van de reclamezuil bevinden en op hetzelfde bedrijventerrein zijn gevestigd als degene die het reclameobject geplaatst heeft. Hiermee wordt beoogd een veelheid aan LED schermen en daarmee verrommeling van de openbare ruimte tegen te gaan. Het reclameobject mag uitsluitend wisselende statische beelden tonen. Bewegende en/of opeenvolgende beelden (zoals bij video-/filmopnames) zijn dus niet toegestaan. Bij het wisselen van beelden geldt een minimale overlooptijd van 10 seconden tussen beelden, de richtlijnen van de NSVV (richtlijn lichthinder 2017 of opvolgende versies) zijn van toepassing, het reclameobject mag tussen 22.30 en 07.00 uur niet verlicht zijn, het reclameobject mag niet binnen 40 meter van een kruising van wegen geplaatst worden. Tevens mag de verkeersveiligheid niet nadelig beïnvloed worden. Reclame voor derden is niet toegestaan enkel reclame voor het eigen bedrijf of indien het een bedrijventerrein betreft, reclame voor de aldaar gevestigde bedrijven. In geval van plaatsing van een reclameobject bij een complexe verkeerssituatie, wordt dit situationeel beoordeeld.

Is er bij reclame op eigen terrein sprake van een constructie die niet wordt aangemerkt als bouwwerk in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, dan is geen vergunning nodig, maar gelden de nadere regels voor handelsreclame zoals vermeld in Afdeling 3.2.4. 3.2 Reclame in de openbare ruimte Reclame plaatsen in de openbare ruimte (gemeentegrond) is onder voorwaarden toegestaan. Zie wederom het bovenstaande schema op de vorige pagina. De gemeente heeft met een aantal reclame-exploitanten overeenkomsten gesloten. Deze exploitanten mogen beperkt reclame maken in de openbare ruimte. Particuliere of bedrijfsmatige initiatieven, dienen dus via deze exploitanten te lopen. De reden hiervoor is reclame in de openbare ruimte mogelijk te maken, maar te voorkomen dat er door een teveel aan reclame verrommeling van diezelfde openbare ruimte optreedt. Reclame in de openbare ruimte door particulieren of individuele bedrijven(terreinen) is daarom niet toegestaan. Voor dit onderwerp blijven we dezelfde uitgangspunten hanteren als in voorgaande jaren. We staan reclame in de openbare ruimte toe via een aantal reclame-exploitanten waarmee contractuele afspraken zijn gemaakt. Dit maakt meerdere reclamevormen mogelijk (mupi, vitrine, A0, abri en lichtmastreclamebakken) en garandeert dat er geen verrommeling optreedt in diezelfde openbare ruimte.

Ook willen we LED en andere innovatieve technieken toestaan, maar dan wel onder de voorwaarde dat dit via concessies wordt gegund aan professionele reclame-exploitanten. Voor reclameobjecten met LED of andere soorten digitale technieken gelden dezelfde aanvullende voorwaarden als bij LED reclame op eigen terrein, behalve dat hier wel reclame voor derden is toegestaan. Voor de volledigheid wordt nog opgemerkt dat we bij digitale vormen van reclame het uitgangspunt hanteren dat deze niet geplaatst mogen worden binnen 40 meter van een kruising van

Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020

78

wegen. Voor de huidig geplaatste reclameobjecten die op dit moment niet digitaal zijn wordt een minimale afstand van 20 meter van een kruising van wegen gehanteerd. In geval van plaatsing van een reclameobject bij een complexe verkeerssituatie, wordt dit situationeel beoordeeld. 3.2.1 Onderlinge afstand en keuze per gebiedssoort Indien diverse soorten reclame-uitingen binnen hetzelfde wegvak worden geplaatst geldt een minimale tussenafstand voor het plaatsen van deze reclame-uitingen. De onderlinge afstand tussen diverse soorten reclame-uitingen moet in het binnenstedelijk gebied tenminste 50 meter bedragen. In het gebied buiten de bebouwde kom gebied wordt deze norm op 250 meter gesteld. Dit geldt niet voor A0-reclame aan lichtmasten en lichtmastreclamebakken. Deze mogen aan dezelfde lichtmast bevestigd worden. Voor reclame in de openbare ruimte gelden nog een aantal aanvullende specifieke toetsingscriteria om reclame al dan niet toe te staan (zie bijlage 1). Ook is een keuze gemaakt in welke gebieden we deze vormen van reclame toestaan en is tevens per reclamesoort een maximum plaatsbaar aantal voor de gehele stad opgenomen (zie bijlage 2) . 3.2.2 Reclame aanbrengen door bedrijven/particulieren Het bovenstaande brengt met zich mee dat we het aanbrengen van reclamevormen door particulieren, individuele ondernemers, verenigingen e.d. in de openbare ruimte niet toestaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=07cf42ac-b4cf-42db-b7b6-5a2bd06261ef