Verordening kwaliteit leefomgeving
Tekst van het document
Kapverbod
Het is verboden zonder vergunning van het college een houtopstand te vellen of te doen vellen in de gevallen, zoals aangegeven in de in lid 5 opgenomen tabel. Het is verboden zonder melding aan het college een houtopstand te vellen of te doen vellen in de gevallen, zoals aangegeven in de in lid 5 opgenomen tabel. Het college stelt de criteria voor en het overzicht (kaart) met beschermwaardige bomen vast (zie bijlage 6.14). Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Tabel van vergunningplichtige en meldingsplichtige houtopstanden als bedoeld in het eerste en het tweede lid: Omschrijving
Vergunning vereist voor het vellen van een houtopstand
Melding vereist voor het vellen van een houtopstand
JA
Nee
Nee
JA
Binnen de bebouwde kom Houtopstand als opgenomen op het overzicht beschermwaardige bomen, waarbij de bomen een stamomtrek hebben van minimaal 100 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld, behalve de in deze tabel hieronder genoemde uitzonderingen.
Bomen met een stamomtrek van meer dan 100 centimeter op een hoogte van 130 cm boven het maaiveld, die niet zijn opgenomen op het overzicht beschermwaardige bomen.
Buiten de bebouwde kom en niet vallend onder de bescherming van hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
27
Alle beschermwaardige bomen, behalve de in de tabel hieronder genoemde uitzonderingen.
JA
Nee
Het vellen van een houtwal/ houtsingel of een bosperceel. Ook als deze geen beschermwaardige bomen bevat, behalve de in de tabel hieronder genoemde uitzonderingen.
JA
Nee
Populieren en/ of wilgen, die als wegbeplanting en eenrijige beplanting op of langs landbouwgronden zijn toegepast.
Nee
Nee
Vruchtbomen en windschermen om boomgaarden
Nee
Nee
Kweekgoed
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Uitzonderingen buiten de bebouwde kom
zoals kerstbomen, coniferen e.a.
Houtwallen en houtsingels en bospercelen:
Afzetten van een houtwal/ houtsingel Toelichting: Het afzetten van beschermwaardige bomen in een houtwal/ houtsingel is dus wel vergunningplichtig.
Reguliere dunningswerkzaamheden (bestendig beheer) bedoelt als verzorgingsmaatregel ter instandhouding of groei van het betreffende bos of boomgebied.
Uitzonderingen zowel binnen als buiten de bebouwde kom
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
28
Het vellen van een houtopstand op grond van de Plantenziektewet of na een aanschrijving van het college.
Nee
Nee
Als er direct gevaar ontstaat voor de veiligheid en de burgemeester toestemming geeft tot direct vellen.
Nee
Nee
Houtopstanden die zijn aangeplant vanuit een herplantplicht. Ook als deze bestaat uit bomen met een omtrek van minder dan 100 cm.
Ja
Nee
Het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud (bestendig beheer).
Nee
Nee
Artikel 6.15 1. 2. 3.
Toetsingsgronden vergunning Het college kan nadere eisen stellen aan de gegevens en documenten, die de rechthebbende bij een aanvraag van een vergunning tot het kappen van een boom / houtopstand moet indienen. Het college kan in nadere regels toetsingscriteria vaststellen aan de hand waarvan zij beoordeelt of vergunning kan worden verleend (bijlage 6.15) Het college kan aan een vergunning voorschriften of beperkingen verbinden, zoals: a. het opleggen van een herplantplicht b. aanvullende voorwaarden om in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna te beschermen in het kader van de natuurwetgeving.
Artikel 6.16 1.
Het college kan aan de rechthebbende een verplichting opleggen tot herplant, of tot het betalen van een vergoeding: a. b.
2.
Herplantplicht
als aanvullend voorschrift bij het verlenen van een vergunning; als een beschermwaardige houtopstand zonder vergunning is geveld.
Het college kan aan de rechthebbende: a. b. c.
voorschriften stellen ten aanzien van het aantal, de soort en locatie van de herplant; voorschriften stellen aan de termijn waarbinnen de herplant moet zijn uitgevoerd en waarbinnen niet aangeslagen beplanting vanuit de herplantplicht moet zijn vervangen; een verplichting opleggen tot het betalen van een, door het college aan de hand van de boomwaarde te bepalen, vergoeding en deze te laten storten op de rekening van de gemeente, indien herplant in ruimtelijke zin niet mogelijk is of als herplant de waarde van de gevelde houtopstand naar redelijkheid onvoldoende compenseert.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
29
Vergunning en melding Artikel 6.17
Vervaltermijn vergunning
De vergunning vervalt een jaar na de inwerkingtreding als deze niet of niet volledig is gebruikt. Artikel 6.18 1.
Verrichten van een melding
De rechthebbende moet de melding minimaal 15 werkdagen voor het vellen van het houtopstand indienen via het digitale loket (op de website) van de gemeente Enschede.
Bescherming van bomen en houtopstanden Artikel 6.19 1. a. b. 2. 3.
Bescherming bomen / houtopstanden
Het is verboden om houtopstanden die zijn gelegen in de openbare ruimte: te beschadigen, te bekladden of te beplakken daaraan snoeiwerk te verrichten, behalve als het gaat om snoeiwerk door of in opdracht van het college. Het aanbrengen of bevestigen van één of meer voorwerpen in, op of aan een houtopstand in de openbare ruimte is verboden, tenzij hiervoor toestemming is verleend door het college. Bij (ernstige) bedreiging van het voortbestaan van een beschermwaardige houtopstand, of boom gelegen in de openbare ruimte, kan het college aan de rechthebbende de verplichting opleggen om deze bedreiging weg te nemen. Het college kan daarbij een termijn opleggen waarbinnen de bedreiging moet zijn weggenomen en maatregelen opleggen over de wijze waarop de bedreiging moet worden weggenomen.
Artikel 6.20
[ gereserveerd ]
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
30
Hoofdstuk 7 Activiteiten met betrekking tot markten en standplaatsen Artikel 7.1
Activiteiten
Dit hoofdstuk 7 gaat over activiteiten die betrekking hebben op het innemen van standplaatsen, het organiseren van markten en openingstijden van winkels. Artikel 7.2
Oogmerken
[ gereserveerd ]
De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. < specificeren: uitbreiding of beperking van de algemene doelen uit artikel 1.13 van deze verordening) Artikel 7.3
Specifieke zorgplicht
Artikel 7.4
Algemene regels
[ gereserveerd ]
Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de locaties waar standplaatsen mogen worden ingericht, het gebruik en de gebruiksduur van standplaatsen (bijlage 7.10) en ten aanzien van warenmarkten (bijlage 7.24). Artikel 7.5
Beoordelingsregels
Artikel 7.6
Meldingsplicht
[ gereserveerd ]
[ gereserveerd ]
Voor het verrichten van de volgende activiteiten is een melding vereist: Artikel 7.7
Maatwerkvoorschriften
[ gereserveerd ]
Artikel 7.8
Omgevingsvergunning
[ gereserveerd ]
Voor het verrichten van de volgende activiteiten is een omgevingsvergunning vereist: het innemen van een marktplaats (7.12) en van een dagplaats op een warenmarkt (7.19) Artikel 7.9
Gegevens en bescheiden
[ gereserveerd ]
Innemen van een standplaats Artikel 7.10 1. 2.
Standplaatsen in de openbare ruimte
Het is verboden een standplaats in te nemen tenzij wordt voldaan aan de door het college vastgestelde Nadere regels (bijlage 7.10). Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de locaties waar standplaatsen mogen worden ingericht, het gebruik en de gebruiksduur van standplaatsen.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
31
Algemene warenmarkten Artikel 7.11
Inrichtingsplan
Burgemeester en wethouders stellen voor elke algemene warenmarkt een inrichtingsplan vast. Dit inrichtingsplan geeft in ieder geval de fysieke grenzen van de warenmarkt aan, welke delen van de warenmarkt bestemd zijn voor welke marktactiviteiten en de dagen en tijdstippen waarop warenmarkten plaatsvinden.
Artikel 7.12 1. 2. 3. 4. 5.
Vergunningen voor een marktplaats
Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een plaats voor het uitoefenen van markthandel in te nemen of om goederen uit te stallen dan wel te koop aan te bieden op de markt. Een vaste marktplaatsvergunning geldt voor onbepaalde tijd en voor de op de vergunning vermelde locatie. Een dagplaatsvergunning geldt voor één dag voor een specifieke warenmarkt. Aan een vergunning kunnen burgemeester en wethouders nadere voorschriften en beperkingen verbinden. Op de aanvraag om een vaste marktplaatsvergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 7.13
Weigeringsgronden vergunning marktplaats
Burgemeester en wethouders kunnen een aanvraag voor een marktplaatsvergunning in ieder geval weigeren indien: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
het aan te bieden assortiment niet past binnen het brancheringsbesluit van de betreffende warenmarkt. de aanvrager niet is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. het bij de aanvrager niet gaat om een natuurlijk persoon. de aanvrager reeds in het bezit is van een geldige marktvergunning voor de betreffende warenmarkt waarvoor vergunning wordt aangevraagd. de aanvrager een betalingsachterstand heeft in de betaling van het marktgeld. de aanvrager zich in het verleden op de Enschedese warenmarkten schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog. er geen marktplaats kan worden toegewezen wegens ruimtegebrek op de betreffende warenmarkt. er geen marktplaats kan worden toegewezen wegens het ontbreken van een voorziening voor het gebruik van elektriciteit op de betreffende warenmarkt.
Vaste marktplaatsvergunningen Artikel 7.14 1.
Vrijgekomen marktplaats
Indien een marktplaats vrijkomt die werd ingenomen door een houder van een vaste marktplaatsvergunning, kan deze op verzoek door burgemeester en wethouders worden verleend aan de hoogstgeplaatste op de anciënniteitslijst in volgorde van de datum waarop hem voor het eerst een vaste marktplaatsvergunning werd verleend. Indien de plaats bestemd is voor het verhandelen van een specifieke groep artikelen of voor een specifieke branche, zoals aangegeven in het inrichtingsplan van de betreffende markt, komen alleen degenen die handelen in goederen van desbetreffende branche in aanmerking.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
32
2. 3. 4.
Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing indien de hoogst geplaatste op de anciënniteitslijst een achterstand heeft bij de betaling van het marktgeld. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de te volgen werkwijze in lid 1 en lid 2 indien sprake is van een zwaarwegend belang voor de betreffende warenmarkt. Op het moment dat aan een vergunninghouder op grond van lid 1 of lid 3 een marktplaats wordt toegewezen, vervalt de eerder verkregen anciënniteit van die vergunninghouder voor een periode van één jaar. Na deze periode verkrijgt de vergunninghouder zijn oorspronkelijke anciënniteit.
Artikel 7.15
Selectiecommissie voor concurrerende aanvragen
Burgemeester en wethouders stellen een selectiecommissie in. Bij concurrerende aanvragen voor de verlening van een vaste marktplaatsvergunningen kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door deze selectiecommissie. Artikel 7.16 1. 2.
3. 4. 5.
6.
Indien de houder van een vaste marktplaatsvergunning is overleden, blijvend arbeidsongeschikt verklaard, onder curatele gesteld of hij heeft zijn bedrijf op de Enschedese markt beëindigd, dan kunnen burgemeester en wethouders zijn vergunning overschrijven op naam van een opvolger. De vergunninghouder of diens wettelijke vertegenwoordiger dient bij Burgemeester en wethouders schriftelijk een verzoek in voor overschrijving van de vergunning. Overschrijving van de vergunning kan alleen plaatsvinden binnen dezelfde branche waarin de vergunninghouder als bedoeld in het voorgaande lid werkzaam was. Bij overschrijving behoudt degene aan wie de vergunning wordt overgeschreven zijn eventueel opgebouwde anciënniteit zoals bedoeld in artikel 7.14 . Overschrijving kan niet plaatsvinden aan een bestaande vergunninghouder op dezelfde warenmarkt waarvoor het verzoek tot overschrijving is gedaan. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden, de blijvende arbeidsongeschiktheidsverklaring, de ondercuratelestelling of de bedrijfsbeëindiging. Indien binnen deze termijn geen aanvraag tot overschrijving wordt ontvangen treedt de procedure conform artikel 7.14 in werking.
Overschrijving kan niet plaatsvinden indien degene die het verzoek tot overschrijving doet of degene aan wie de vergunning zou worden overschreven een achterstand heeft in de betaling van de marktgelden.
Artikel 7.17 1.
Overschrijving vaste marktplaatsvergunning
Intrekking vaste marktplaatsvergunning
Burgemeester en wethouders kunnen een vaste marktplaatsvergunning intrekken: a. op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; b. na ondercuratelestelling of overlijden van de vergunninghouder, tenzij de vergunning wordt overgeschreven met toepassing van artikel 7.16; c. indien de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; d. bij ziekte van de vergunninghouder of diens vervanger, indien de vergunninghouder of diens vervanger langer dan een periode van 12 maanden zijn marktplaats niet heeft ingenomen. Bij ziekte dient de vergunninghouder dit schriftelijk aan te geven. Indien de vergunninghouder langdurig ziek is dient deze na zes maanden nadat hij heeft aangegeven ziek te zijn, contact op te nemen met de gemeente om de voortgang van het herstel te bespreken. e. indien de vergunninghouder of zijn vervanger niet tenminste tienmaal per kwartaal zijn marktplaats inneemt. Bij vakantie dient de vergunninghouder schriftelijk aan te geven dat hij zijn marktplaats tijdelijk niet zal innemen; f. indien de houder van deze vergunning gedurende een periode van 2 betaaltermijnen geen marktgeld heeft betaald, ondanks aanmaning daartoe.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
33
g. indien de verkoopwagen of marktkraam in onvoldoende staat van onderhoud verkeert, waarbij sprake is van onvoldoende beeldkwaliteit ten opzichte van de overige verkoopwagens/marktkramen op de betreffende warenmarkt, of wanneer er sprake is van gevaarzetting. h. indien de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die in loondienst is van de vergunninghouder, zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag, bedrog of bij of krachtens deze verordening gestelde bepalingen heeft overtreden. i. indien in het geval zoals aangegeven de termijn genoemd in artikel 7.16 lid 5 wordt overschreden. Artikel 7.18 1.
2.
3. 4.
Persoonlijk innemen marktplaats; vervanging
De houder van een vaste marktplaatsvergunning neemt de hem toegewezen marktplaats persoonlijk in of stelt een vervanger aan. De vergunninghouder dient deze vervanger schriftelijk aan te melden bij Burgemeester en wethouders. In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden dient de vergunninghouder het verzoek tot vervanging zo spoedig mogelijk in te dienen bij Burgemeester en wethouders. Indien de vergunninghouder of zijn vervanger de marktplaats niet uiterlijk om 08.00 uur van de betreffende marktdag heeft ingenomen, vervalt het recht om de marktplaats in te nemen voor die dag. Dit geldt niet indien de vergunninghouder overmacht kan aantonen. Dit ter beoordeling van de marktmeester. De vergunninghouder neemt de op de vergunning vermelde meters daadwerkelijk in. Een verzoek tot wijziging van het aantal vergunde meters, kan slechts worden ingediend indien een periode van een jaar na toekenning van de marktplaatsvergunning is verstreken. De rechten en verplichtingen die bij of krachtens deze verordening gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op diens vervanger, dan wel op personen die de vergunninghouder in loondienst heeft.
Dagplaatsen en demonstratieplaatsen Artikel 7.19 1. 2.
3.
Indien een marktplaats bestemd voor de houder van een vaste marktplaatsvergunning om 08.00 uur nog niet door de vergunninghouder is ingenomen, kan daarvoor door de marktmeester een dagplaatsvergunning worden afgegeven. Een dagplaatsvergunning kan worden verleend voor het innemen van een marktplaats voor het uitoefenen van markthandel op een markt, op plaatsen die niet zullen worden ingenomen door de houder van een vaste marktplaatsvergunning, omdat de vergunninghouder niet in staat is de plaats in te nemen en niet is voorzien in vervanging overeenkomstig artikel 7.18. Een dagplaatsvergunning kan niet worden overgedragen. De vergunninghouder kan zich niet laten vervangen.
Artikel 7.20 1. 2.
Dagplaatsvergunning
Demonstratieplaatsen
Voor de invulling van de zogenaamde. “demonstratieplaatsen” stellen Burgemeester en wethouders een aantal plaatsen per markt beschikbaar waar demonstrateurs hun waren kunnen aanprijzen en verkopen. De demonstratieplaats mag een afmeting hebben van ten hoogste negen vierkante meter.
Algemene bepalingen voor vergunninghouders Artikel 7.21
Diverse verboden en verplichtingen
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
34
1. 2. 3.
Het is een vergunninghouder verboden meer dan 3 uren voor aanvang en meer dan 2 uren na afloop van de markt ruimte in te nemen of te laten innemen op het marktterrein, met een voertuig, met goederen of anderszins, of goederen aan- of af te voeren of te laten aan- of afvoeren. Een vergunninghouder neemt zijn marktplaats in tot sluitingstijd van de markt. Burgemeester en wethouders kunnen in uitzonderlijke gevallen besluiten de sluitingstijd van de markt te wijzigen. Een vergunninghouder laat zijn marktplaats en de directe omgeving daarvan geveegd schoon achter.
Artikel 7.22 1.
Onmiddellijke verwijdering
Burgemeester en wethouders kunnen een vergunninghouder, zijn of haar vervanger of iemand die hem bijstaat gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien deze: a. het bij of krachtens deze verordening bepaalde in grove mate overtreedt; b. zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog.
Artikel 7.23
Overige sanctiemiddelen
Burgemeester en wethouders kunnen andere dan de hierboven genoemde bestuursrechtelijke sanctiemiddelen hanteren, indien de vergunninghouder voorschriften van de aan hem verstrekte vergunning dan wel voorschriften bij of krachtens deze verordening overtreedt. Artikel 7.24
Nadere regels
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen betreffende het bepaalde in dit hoofdstuk (bijlage 7.24 Nadere regels m.b.t. warenmarkten).
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
35
Hoofdstuk 8 Activiteiten met betrekking tot havens en ligplaatsen Artikel 8.1
Activiteiten
Dit hoofdstuk 8.1 is van toepassing op de havens en het gemeentelijk vaarwater van de gemeente Enschede, die op een kaart (bijlage 8.1) als zodanig zijn aangewezen. Artikel 8.2
Oogmerken
[ gereserveerd ]
De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. < specificeren: uitbreiding of beperking van de algemene doelen uit artikel 1.13 van deze verordening > Artikel 8.3
Specifieke zorgplicht
1.
Een ieder die met zijn vaartuig in de havens of op het gemeentelijk vaarwater verblijft, is verplicht het aan boord van zijn vaartuig aanwezige huisvuil te deponeren in de daarvoor bestemde door of vanwege de gemeente geplaatste containers. 2. De ligplaatshouder, dan wel de schipper, is verplicht: a. zodanige maatregelen te nemen dat het te water geraken van (vloei)stoffen en voorwerpen, die tot nadelige gevolgen voor het milieu kunnen leiden, wordt voorkomen; b. onmiddellijk na het te water geraken van de in sub a genoemde (vloei)stoffen en voorwerpen, daarvan mede kennis te geven aan de havenmeester en er zorg voor te dragen, dat deze vloeistoffen en voorwerpen onmiddellijk, of binnen de door de havenmeester te bepalen tijd, uit het water worden verwijderd. 3. Degene aan wie een vergunning is verleend houdt deze, of een kopie hiervan, aan boord van het schip waarop deze betrekking heeft, tenzij het een schip zonder bemanningsverblijf betreft. Artikel 8.4
Algemene regels
1. Het college kan nadere regels stellen in het kader van de orde, de veiligheid, de bescherming van het milieu, de kwaliteit van de dienstverlening in of in de omgeving van de haven of ter voorkoming van gevaar, schade of hinder, over: a. b. c. d. e. f.
de gegevens die aan de havenmeester moeten worden gemeld voordat met een schip een haven wordt aangedaan, voordat ligplaats wordt ingenomen of voordat bepaalde activiteiten worden ondernomen; de wijze waarop de melding, bedoeld onder a, moet plaatsvinden; de wijze waarop een aanvraag van een vergunning moet plaatsvinden; de voorwaarden waaronder schepen zich in een door het college aangewezen gebied mogen bevinden, die betrekking kunnen hebben op daar te ondernemen activiteiten en op eisen waaraan schepen of bemanning moeten voldoen om deze activiteiten te mogen ondernemen; de aanvraag om een vergunning als bedoeld in de artikelen 8.12 en 8.24; de wijze van afmeren van schepen en het innemen van een ligplaats.
2. Het college kan in de haven verkeerstekens plaatsen die zijn vermeld in het Binnenvaartpolitiereglement en deze voorzien van nadere aanduidingen. 3. Het college kan een ligplaatsenoverzicht vaststellen, dat in elk geval bevat een kaart van de haven met daarop aangegeven: a. de plaatsen of gebieden die bestemd zijn om ligplaats te nemen; b. indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor bepaalde categorieën schepen;
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
36
c.
4.
indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor ligplaatsvergunninghouders.
Het college kan stoffen die stank of hinder kunnen veroorzaken aanwijzen waarvoor nader bepaalde aanvullende risicobeheersende maatregelen getroffen dienen te worden.
Artikel 8.5
Beoordelingsregels activiteit
Het college kan een vergunning of ontheffing in ieder geval weigeren, wijzigen of intrekken als: a. b. c. d. e. f.
dit in het belang van de orde, de veiligheid en het milieu in of in de omgeving van de haven, of de kwaliteit van de dienstverlening in de haven noodzakelijk is; de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nagekomen; op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na de verlening daarvan, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan deze is vereist; ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; hiervan geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of, bij gebreke van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of de houder dit verzoekt.
Artikel 8.6
Meldingsplicht
Voor het verrichten van de volgende activiteiten of gebeurtenissen is een melding vereist:
het plaatsen van een steiger, meerpaal of ander voorwerp in gemeentelijk vaarwater (8.16 lid 2), het gebruik maken van een anker e.d. (8.25 lid 4) bedrijfsstoringen, gebreken of schades aan of aan boord van een schip die gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken aan het schip of de omgeving indien een voorwerp of stof vrijkomt of in het water terechtkomt, waardoor gevaar, schade of hinder wordt of kan worden veroorzaakt,
De meldingen vinden plaats bij de havenmeester per telefoon, per marifoon op het daarvoor bestemde kanaal of per e-mail.. Artikel 8.7
Maatwerkvoorschriften
1. Het college kan stoffen die stank of hinder kunnen veroorzaken aanwijzen waarvoor nader bepaalde aanvullende risico beheersende maatregelen getroffen dienen te worden. 2. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk, die onder meer betrekking kunnen hebben op: a. de soort ontvangstvoorzieningen en de veranderingen daarvan; b. geschiktheid en beschikbaarheid van de ontvangstvoorzieningen; c. de verplichting tot het in ontvangst nemen van scheepsafvalstoffen; d. de soorten stoffen waarvoor de aanwijzing geldt; e. het meedelen van het tarief van de kosten die in rekening worden gebracht aan schepen die scheepsafvalstoffen afgeven; f. melden van ontvangst van scheepsafvalstoffen en het verstrekken van gegevens daaromtrent; g. de maximale verblijfsduur van de ontvangen stoffen in de ontvangstvoorzieningen en het verstrekken van gegevens en houden van registratie daaromtrent, of; h. het afleveren van de ontvangen stoffen.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
37
Artikel 8.8
Omgevingsvergunning
1. 2.
Voor het verrichten van de volgende activiteiten is een (omgevings)vergunning vereist: het innemen van een ligplaats (8.11), het langer dan 7 x 24 uur achtereen met een schip verblijven in de haven (8.12) het plaatsen van constructies in gemeentelijk vaarwater (8.16 lid 3), het gebruiken van verkeersobjecten in gemeentelijk vaarwater (8.18), het gebruiken van een generator door een binnenschip in de haven (8.19) het zwemmen of duiken in gemeentelijk vaarwater (8.22), het (laten of hebben) liggen van voorwerpen in gemeentelijk vaarwater (8.23), het gebruiken van voorstuwers (8.24) het gebruik van een anker e.d. (8.25), het laden en lossen van een ondeugdelijk afgemeerd schip (8.26), het zich voortbewegen op een zeilplank, jetski e.d. in gemeentelijk vaarwater (8.28), het in werking hebben van de hoofdmotor van een afgemeerd schip (8.29), het verrichten van werkzaamheden i.v.m. de bedrijfsgereedheid of herstel van een schip (8.31) het ontsmetten van een schip of lading met gassen en stoffen (8.32), het laten ontsnappen van hinder veroorzakende stoffen (8.35) het in ontvangst nemen van afvalstoffen van een zeeschip (8.37) het niet binnen 24 uren na beëindiging van werkzaamheden reinigen van de kaden e.d. (8.39). Tenzij bij of op grond van dit hoofdstuk anders is bepaald, wordt een vergunning verleend voor de duur van 1 jaar. 3.
Een vergunning voor een eenmalige gedraging of handeling wordt verleend voor de duur van die gedraging of handeling, op voorwaarde dat de vergunning voor maximaal zes maanden wordt verleend. 4. Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning op basis van dit hoofdstuk binnen 8 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 5. Het college kan deze termijn eenmaal met ten hoogste 8 weken verlengen. Artikel 8.9
Gegevens en bescheiden
Artikel 8.10
Normadressaat
1. 2.
[ gereserveerd ]
Tenzij in deze verordening anders is bepaald, is de schipper verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde bij of op grond van deze verordening. Bij afwezigheid van een schipper, is de exploitant verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde bij of op grond van deze verordening.
Innemen van een ligplaats Artikel 8.11
Innemen van een ligplaats
1. Het is verboden zich met een schip te bevinden op een plaats die: a. daartoe niet is bestemd; b. is bestemd voor schepen van een andere categorie, c. is bestemd voor ligplaatsvergunninghouders. 2. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, geldt niet als dit gebeurt in overeenstemming met de geplaatste verkeerstekens en de daarbij behorende nadere aanduidingen en met instemming van de eigenaar, huurder of erfpachter van het aan de plaats gelegen terrein. 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder c, geldt niet voor ligplaatsvergunninghouders.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
38
Algemene bepalingen Artikel 8.12 1. 2. 3. 4.
Het is verboden met een schip langer dan 7 x 24 uur achtereen te verblijven in het havengebied. Als een schip terugkeert in de haven zonder dat er sprake is geweest van bedrijfsmatig vervoer als bedoeld in artikel 1 van de Binnenvaartwet, wordt de looptijd of overschrijding van de periode, bedoeld in het eerste lid, geacht niet te zijn onderbroken of beëindigd. Het college kan in afwijking van het in het eerste lid gestelde verbod vergunning verlenen. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 8.13 1. 2. 3.
Verblijfsduur in de haven
Aanwijzingen
Het college kan gebieden aanwijzen waar schepen zich alleen mogen bevinden onder de door het college nader te bepalen voorwaarden. Het college kan mondeling of schriftelijk aanwijzingen geven in het belang van de orde en veiligheid in de haven, in het bijzonder ter regeling van het scheepvaartverkeer, het nemen van ligplaats en ter voorkoming van gevaar, schade of hinder. Degene tot wie een aanwijzing is gericht, is verplicht de aanwijzing onmiddellijk op te volgen.
Artikel 8.14
Aanwijzing van een havenmeester
Het college van Enschede wijst een havenmeester aan. Ordening in en gebruik van de havens en gemeentelijk vaarwater Artikel 8.15
Overlast aan vaartuigen
Tenzij bij of op grond van deze verordening anders bepaald is het anderen dan de eigenaar of schipper van een schip niet toegestaan, zonder goedkeuring van de eigenaar of schipper dat schip vast te houden, zich daarop te begeven, zich daarop te bevinden of los te maken. Artikel 8.16 1. 2. 3. 4.
Het is verboden voorzieningen of voorwerpen in, op, onder of boven water te hebben, te plaatsen of aan te brengen, als daardoor gevaar, schade of hinder kan ontstaan. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het hebben, plaatsen of aanbrengen van scheepstoebehoren en voorzieningen die dienen, en als zodanig in gebruik zijn, voor het laden en lossen van schepen. Het college kan van het in het eerste lid vergunning verlenen. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 8.17 1. 2.
Voorwerpen in, op en boven gemeentelijk vaarwater
Bereikbaarheid van afgemeerde vaartuigen
Een afgemeerd schip beschikt over een toegang die geen gevaar of schade aan personen kan opleveren. Het eerste lid geldt niet voor schepen indien: a. tijdens laad- en/of loshandelingen een veilige toegang niet gegarandeerd kan worden; of b. het afmeren slechts van korte duur is.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
39
Artikel 8.18 1.
2. 3. 4.
Voor zover hierin niet door het Binnenvaartpolitiereglement wordt voorzien, is het verboden, meerboeien en tonnen in gemeentelijk vaarwater, alsmede tekens, lantaarnpalen, bomen, beschoeiingen, railingen, werken, kadeterreinen, loswallen, taluds, oevers, steigers, trappen, bruggen, sluizen en daarmee vergelijkbare kunstwerken, meergelegenheden, scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven, los- en laadplaatsen, bouwwerken of daarmee vergelijkbare objecten op of langs de openbare weg voor een ander doel te gebruiken dan waarvoor deze zijn bestemd. Het is verboden te handelen in strijd met verkeerstekens of de daarbij behorende nadere aanduidingen. Het college kan in afwijking van het verbod in het eerste lid vergunning verlenen. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 8.19 1. 2. 3.
Gebruik van (verkeers)objecten en verkeerstekens
Gebruik van generatoren door binnenschepen
Het is verboden om aan boord van een binnenschip een generator te gebruiken. Het college kan in afwijking van het in het eerste lid gestelde verbod vergunning verlenen. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 8.20
Maximumvaarsnelheid
Het college kan een maximumvaarsnelheid in stellen onder de door het college nadere te bepalen voorwaarden. Artikel 8.21
Breken van ijs
Bij ijsgang of dichtgevroren water in de haven is de schipper verplicht, als hij met zijn schip een ligplaats wil innemen of verlaten, of een aanwijzing van het college daartoe ontvangt, voor zijn rekening en risico zo nodig het ijs te breken of een sleepboot te gebruiken. Artikel 8 .22 1. 2. 3.
Verbod tot baden en duiken
Het verboden om in de havens en het gemeentelijk vaarwater of op een andere dan een bij openbare kennisgeving door het college aangegeven openbare zwemplaats te baden of te zwemmen of duikwerkzaamheden uit te voeren. Het college kan in afwijking van het verbod in het eerste lid vergunning verlenen. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 8.23 Onbeheerd drijvende vaartuigen en drijvende voorwerpen 1. Het college is bevoegd onbeheerd drijvende vaartuigen die in de havens of het gemeentelijk vaarwater worden aangetroffen, te meren, te verhalen en in bewaring te nemen voor rekening en risico van de rechthebbende(n) van het vaartuig. 2. Het is verboden om houtvlotten, balken, bomen, planken, visbunnen of daarmee vergelijkbare voorwerpen in de havens en het gemeentelijk vaarwater te deponeren. 3. Het college kan in afwijking van het verbod in het tweede lid vergunning verlenen. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
40
Gebruik van voorstuwers, ankers Artikel 8.24 1.
2. 3. 4. 5.
Gebruik van voorstuwers
Het is verboden voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven te gebruiken als het schip: a. aan de grond zit; b. is afgemeerd, ten anker of op spudpalen ligt, of c. ter hoogte van de kade of oever wordt gaande gehouden of tegen de kade of oever wordt gedrukt, anders dan noodzakelijk voor het ontmeren of afmeren. Tijdens het gebruik van voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven is een persoon die bekend is met de bediening van het schip in de stuurhut aanwezig. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing als het een aan een ander schip gemeerd bunker- of bevoorradingsschip betreft, dat moet bij- of afdraaien om schade te voorkomen. Het college kan in afwijking van het eerste lid vergunning verlenen. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 8.25 1.
2. 3. 4.
Het is verboden een anker te gebruiken, tenzij: a. ligplaats wordt genomen in een boeienspan of een palenligplaats, of b. dit gebeurt door een drijvende kraan, waarbij zeker is gesteld dat gebruik van een anker geen schade toebrengt aan de in de onderwaterbodem aangebrachte leidingen, kabels, duikers of oever- of kadeverdedigingswerken en het voornemen daartoe overeenkomstig het tweede lid aan de havenmeester is gemeld. De melding bedoeld in het eerste lid vindt plaats per telefoon, per marifoon op het daarvoor bestemde kanaal, per fax of per e-mail. Het college kan in afwijking van het in het eerste lid gestelde verbod vergunning verlenen. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 8.26 1. 2. 3. 4.
Gebruik van ankers
Deugdelijk afmeren
Het is verboden te laden of te lossen op een schip dat op ondeugdelijke wijze is afgemeerd. Het is verboden om de Safe Working Load van aan de wal geplaatste bolders te overschrijden. De Safe Working Load van bolders geldt bij een verticale troshoek van maximaal 45 graden. Het college kan in afwijking van het in dit artikel bepaalde vergunning verlenen. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 8.27
Hond aan boord
Ligplaatshouders die (een) hond(en) aan boord van hun vaartuig hebben, zijn, indien ambtenaren die belast zijn met de zorg voor de nakoming van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften dit verlangen, verplicht om deze hond(en) bij het betreden van het vaartuig door die ambtenaren en gedurende hun verblijf aan boord vast te leggen en vastgelegd te houden.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
41
Artikel 8.28
Zeilplanken e.d.
1.
Het is een ieder verboden om zich in de havens en het gemeentelijk vaarwater met een zeilplank, een jetski, hovercraft, waterscooter of daarmee vergelijkbaar vaartuig dan wel zich met waterski’s of daarmee vergelijkbare voorwerpen voort te bewegen. 2. Het college kan in afwijking van het verbod in het eerste lid vergunning verlenen. 3. Het college kan nadere voorschriften en beperkingen verbinden aan de ontheffing bedoeld in het tweede lid. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 8.29 Verbod gebruik hoofdmotor 1. Het is verboden in de haven op een afgemeerd schip de hoofdmotor in werking te hebben, met uitzondering van direct voor vertrek van het schip. 2. Het college kan in afwijking van het in het eerste lid gestelde verbod vergunning verlenen. 3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 8.30
Reddingsmiddelen
Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe in de omgeving van de havens en het gemeentelijk vaarwater aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. Werkzaamheden aan schepen en ontsmetten Artikel 8.31 Werkzaamheden 1. Het is verboden om aan, buitenboord of onder een schip of aan een voorwerp aan boord van een schip werkzaamheden te verrichten of doen verrichten, die verband houden met de bedrijfsgereedheid, de aanpassing, het herstel of de verbetering van het schip of het voorwerp, tenzij: a. het schip ligplaats heeft op of bij een scheepswerf of herstellingsinrichting waarvoor een vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend, of b. per scheepsbezoek aan de haven de te verrichten werkzaamheden ten hoogste drie dagen in beslag nemen en er door de werkzaamheden geen gevaar, schade of hinder kan ontstaan, en: I . als de werkzaamheden plaatsvinden op een tankschip of aan of in een brandstoftank van een schip, er voor de reparatiewerkzaamheden door een gasdeskundige als bedoeld in artikel 4.1 van de Arbeidsomstandighedenregeling een Veiligheids- en Gezondheidsverklaring is afgegeven voor de uit te voeren werkzaamheden; II. dat doelmatige brandblusmiddelen en personen die met het gebruik van die middelen bekend zijn beschikbaar zijn, en III.
de werkzaamheden plaatsvinden op ten minste 25 meter van gevaarlijke stoffen of brandbaar materiaal. 2. 3.
Het college kan in afwijking van het in het eerste lid gestelde verbod vergunning verlenen. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 8.32 1. 2.
Ontsmetten van schepen
Het is verboden een schip of de lading te ontsmetten door het te behandelen met gassen of stoffen die gassen afstaan. In afwijking van het eerste lid is het verboden een schip, geladen met los gestorte bulklading in vaste vorm die is behandeld met gassen of stoffen die gassen afstaan, te ontsmetten, tenzij dit wordt gedaan
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
42
3. 4.
door een gasmeetdeskundige die in het bezit is van een bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 71, tweede en vierde lid, van de Wet gewasbescherming en biociden, en voor het schip een verklaring is afgegeven dat het schip en de lading voldoende vrij zijn van gassen of stoffen. Het college kan in afwijking van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden vergunning verlenen. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Bunkeren Artikel 8.33 1.
Bunkeren
Het is verboden om een binnenschip te bunkeren, tenzij: a. de daarbij betrokken schepen beschikken over een bunkercontrolelijst die volledig, positief en naar waarheid is ingevuld; b. deze bunkerlijst is ondertekend door de voor het bunkeren verantwoordelijke personen; c. tijdens het bunkeren het daarover in de bunkercontrolelijst gestelde wordt nageleefd.
2. De bunkercontrolelijst wordt tijdens en tot vierentwintig uur na het einde van de bunkering aan boord van de daarbij betrokken schepen gehouden. 3. Als meer dan één bunkerlichter betrokken is bij de aanlevering van een partij bunkerolie vult iedere bunkerlichter voor zich een afzonderlijke bunkercontrolelijst in, die wordt ondertekend door bij de bunkering betrokken partijen. Artikel 8.34 1. 2.
Stuwadoorsmaterieel en garneren van goederen
Het is verboden om zonder toestemming van de havenmeester na afloop van de laad- en loswerkzaamheden stuwadoorsmaterieel op of bij gemeentelijke werken en wegen achter te laten. Het is verboden om goederen, die met vorkhefwagens moeten worden verwerkt, op of bij gemeentelijke werken en wegen anders op te slaan dan met gebruikmaking van houten onderliggers van voldoende dikte om bij het onderschuiven van de vork beschadiging aan het oppervlak van de gemeentelijke werken en wegen te voorkomen.
Veiligheid en milieu Artikel 8.35 1. 2.
Milieuschade en hinder veroorzakende stoffen
Het is verboden stoffen uit een schip te laten ontsnappen, waardoor gevaar, schade of hinder ontstaat of kan ontstaan. Het college kan in afwijking van het in het eerste lid gestelde verbod vergunning verlenen.
Artikel 8.36
Gebruik afvalverbrandingsoven
Het is verboden aan boord van een schip een afvalverbrandingsoven in gebruik te hebben. Artikel 8. 37 Vergunning ontvangstvoorzieningen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college scheepsafval, overige schadelijke stoffen of restanten van schadelijke stoffen die rechtstreeks afkomstig zijn van schepen die de haven aandoen in ontvangst te nemen. 2. Onverminderd artikel 8.7 lid 2 kan het college voorschriften en beperkingen verbinden aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid, die onder meer betrekking kunnen hebben op:
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
43
a. b. c. d. e. f.
de soort ontvangstvoorzieningen en de veranderingen daarvan; geschiktheid en beschikbaarheid van de ontvangstvoorzieningen; de verplichting tot het in ontvangst nemen van scheepsafvalstoffen; de soorten stoffen waarvoor de aanwijzing geldt; melden van ontvangst van scheepsafvalstoffen en het verstrekken van gegevens daaromtrent; de maximale verblijfsduur van de ontvangen stoffen in de ontvangstvoorzieningen en het verstrekken van gegevens en houden van registratie daaromtrent, of; g. het afleveren van de ontvangen stoffen. 3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 8.38 1. 2. 3.
Verplaatsen van schepen
Het college kan een exploitant of schipper schriftelijk opdragen een schip te verplaatsen of te laten verplaatsen naar een andere ligplaats, als dit in het kader van de bescherming van de orde, de veiligheid of het milieu in of in de omgeving van de haven noodzakelijk is. Als geen gevolg wordt gegeven aan de opdracht een schip te verplaatsen kan het college het schip voor rekening en risico van de exploitant verhalen of doen verplaatsen. In spoedeisende gevallen of als de exploitant onbekend is, kan het college het schip voor rekening en risico van de exploitant direct verhalen of doen verplaatsen.
Artikel 8.39 1.
2. 3.
Reinigen van openbare kaden, terreinen en wegen
Onverminderd het bepaalde in de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente zijn de gebruikers van de gemeentelijke werken en wegen, verplicht er op toe te zien dat, indien ten gevolge van door hen of op hun last verrichte werkzaamheden, waaronder transporten mede zijn begrepen, restanten lading, emballage, garnering, vuilnis, puin, gruis, kalk, sintels, kolen, aarde, olieproducten of afvallen daarvan, smeer of daarmee vergelijkbare (vloei)stoffen op de gemeentelijke werken en wegen na afloop van de werkzaamheden achterblijven, behoorlijk, zulks ter beoordeling van de havenmeester, te reinigen binnen 24 uren na beëindiging van de werkzaamheden, en indien die werkzaamheden langer dan een dag duren, ten minste één (1) maal per etmaal. Indien de gebruikers aan de in het vorige bedoelde verplichting niet of niet tijdig voldoen, kan het college besluiten de schoonmaakwerkzaamheden op kosten van degenen, die het reinigen hebben nagelaten, te laten verrichten. Het college kan in afwijking van de in het eerste lid opgenomen verplichting vergunning verlenen.
Plezier- en zeilvaart in de haven Artikel 8.40 1.
2. 3.
Plezier- en zeilvaart in de haven
Het is verboden zich met een pleziervaartuig, waarmee al dan niet eveneens bedrijfsmatig wordt gevaren, in de haven te bevinden, tenzij: a. het schip ligplaats heeft genomen in overeenstemming met het ligplaatsenoverzicht, de geplaatste verkeerstekens en de daarbij behorende nadere aanduidingen of met instemming van de eigenaar, huurder of erfpachter van het aan de plaats gelegen terrein, of b. het schip zich rechtstreeks en zonder onderbreking begeeft naar een in de haven gelegen ligplaats waar het in overeenstemming met het ligplaatsenoverzicht, de geplaatste verkeerstekens en de daarbij behorende nadere aanduidingen of met instemming van de eigenaar, huurder of erfpachter van het aan de plaats gelegen terrein ligplaats zal nemen. Het college kan in afwijking van het in het eerste lid gestelde verbod vergunning verlenen. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
44
Handhaving en toezicht Artikel 8.41 1. 2.
Toezicht
Met het toezicht op de naleving van het bij of op grond van deze verordening bepaalde is belast de havenmeester. Het college kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
Artikel 8.42
Binnentreden woning op vaartuig
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of op grond van deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Overgangsrecht Artikel 8.43 1. 2.
Overgangsrecht
Op aanvragen om een vergunning of ontheffing die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn gedaan en waarop door het college op het moment van inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, worden de desbetreffende bepalingen van deze verordening toegepast. De intrekking van de "Havenverordening Enschede 2018" heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop deze besluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover deze besluiten niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
45
Hoofdstuk 9 Artikel 9.1
Activiteiten met betrekking tot het maken van geluid Activiteiten
Dit hoofdstuk 9 gaat over activiteiten die betrekking hebben op het veroorzaken van geluidsoverlast. Artikel 9.2
Oogmerken
[ gereserveerd ]
De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. < specificeren: uitbreiding of beperking van de algemene doelen uit artikel 1.13 van deze verordening> Artikel 9.3
Specifieke zorgplicht
Artikel 9.4
Algemene regels
Artikel 9.5
Beoordelingsregels
Artikel 9.6
Meldingsplicht
[ gereserveerd ]
[ gereserveerd ] [ gereserveerd ] [ gereserveerd ]
Voor het verrichten van de volgende activiteiten is een melding vereist: Artikel 9.7
Maatwerkvoorschriften
Artikel 9.8
Omgevingsvergunning
[ gereserveerd ]
Voor het verrichten van de volgende activiteiten is een omgevingsvergunning vereist: het veroorzaken van geluid op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt (9.13). Artikel 9.9
Gegevens en bescheiden
[ gereserveerd ]
Geluidhinder bij collectieve en incidentele festiviteiten Artikel 9.10 1.
2.
3. 4.
Aanwijzing collectieve festiviteiten
De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: Besluit) [ en na inwerkingtreding ervan: de Omgevingswet en daarop gebaseerde besluiten ] en artikel 9.12 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113, eerste lid van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van de volgende (stads)delen noord, zuid, centrum, oost en west exclusief het gebied buiten de bebouwde kom. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
46
5.
Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door activiteiten, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. Onder het equivalente geluidsniveau wordt verstaan, het in de meterstand LAeq (“Fast”) gemeten niveau gedurende minimaal één minuut. 7. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 9.12 van deze verordening - uiterlijk om 24.00 uur te worden beëindigd. Dit tijdstip is met één uur verlengd indien de dag volgend op de festiviteit een zaterdag of zondag betreft dan wel de volgende dag: a. valt binnen de basisschoolvakanties; b. Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Koninginnedag, Hemelvaartsdag of Tweede Pinksterdag is. Artikel 9.11 Kennisgeving incidentele festiviteiten 1.
2.
3. 4. 5. 6.
7. 8.
Het is degene die een activiteit verricht waarbij geluid wordt gemaakt toegestaan maximaal 2 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit [ en na inwerkingtreding ervan: de Omgevingswet en daarop gebaseerde besluiten ] en artikel 9.10 van deze verordening niet van toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 2 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113 lid 1 van het Besluit niet van toepassing is mits de houder van de inrichting ten minste 10 werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. Onder het equivalente geluidsniveau wordt verstaan, het in de meterstand LAeq (“Fast”) gemeten niveau gedurende minimaal één minuut. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 9.12 van deze verordening - uiterlijk om 24.00 uur te worden beëindigd. Dit tijdstip is met één uur verlengd indien de dag volgend op de festiviteit een zaterdag of zondag betreft dan wel de volgende dag: a. valt binnen de basisschoolvakanties; b. Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Koninginnedag, Hemelvaartsdag of Tweede Pinksterdag is.
Onversterkte muziek Artikel 9.12 1.
Onversterkte muziek
Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen [ na inwerkingtreding van de Omgevingswet: Besluit kwaliteit leefomgeving of overige op de Omgevingswet gebaseerde regelgeving ] is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
47
a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. e. Tabel 7.00 – 19.00 uur
19.00 – 23.00 uur
23.00 – 7.00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
2.
3.
Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een gebouw gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing. Het eerste lid geldt niet indien artikel 9.10 of artikel 9.11 van deze verordening van toepassing is.
Overige geluidhinder Artikel 9.13 1.
2. 3. 4.
Overige geluidhinder
Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer toestellen of geluidsapparaten [ en na inwerkingtreding ervan: bij een activiteit als bedoeld in de Omgevingswet en daarop gebaseerde besluiten ] in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Het college kan in afwijking van het verbod vergunning verlenen. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening [na inwerkingtreding ervan: de Omgevingswet en daarop gebaseerde besluiten ]. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 9.14
[ gereserveerd ]
Hoofdstuk 10 Activiteiten met betrekking tot inzamelen en verbranden van afvalstoffen Artikel 10.1
Activiteiten
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
48
Dit hoofdstuk 10 gaat over activiteiten die betrekking hebben op de inzameling en verbranding van afvalstoffen en beat regels die zijn gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen. In bijlage 10.1. is in het kader van dit hoofdstuk de begrenzing van de Binnenstad aangegeven. Artikel 10.2
Oogmerken
[ gereserveerd ]
De regels in deze Afdeling zijn gesteld met het oog op: a. < specificeren: uitbreiding of beperking van de algemene doelen uit artikel 1.13 van deze verordening > Artikel 10.3
Specifieke zorgplicht
Artikel 10.4
Algemene regels
[ gereserveerd ]
Het college kan in het belang van de bescherming van de openbare orde en veiligheid, de bescherming van de volksgezondheid of de bescherming van flora & fauna nadere regels vaststellen: a. voor het verbranden van afvalstoffen buiten een inrichting in de zin van artikel 10.2 van de Wet milieubeheer [en na inwerkingtreding ervan: de Omgevingswet : als activiteit in de zin van de Omgevingswet] of anderszins vuur aanleggen of stoken (bijlage 10.10) b. over de voorbereiding van de aanwijzing en over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen (bijlage 10.11) c. voor categorieën van ter inzameling aanbieden of achterlaten van bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.16; d. voor categorieën van percelen m.b.t. de wijze en plaats van aanbieding van huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.18; e. voor het aanbieden of overdragen van bedrijfsafvalstoffen als bedoeld in artikel 10.21. Artikel 10.5
Beoordelingsregels
Artikel 10.6
Meldingsplicht
[ gereserveerd ] [ gereserveerd ]
Voor het verrichten van de volgende activiteiten is een melding vereist: het branden van een paasvuur als bedoeld in artikel 6 in bijlage 10.10 (Nadere regels verbranden afval en stoken van vuur) Artikel 10.7
Maatwerkvoorschriften
Artikel 10.8
Omgevingsvergunning
[ gereserveerd ]
Voor het verrichten van de volgende activiteiten is een omgevingsvergunning vereist: het in afwijking van de algemene regels verbranden van afvalstoffen en het stoken van een vuur (10.10 lid 5) en het buiten een daartoe bestemde voorziening storten van afvalstoffen (10.22).
Artikel 10.9
Gegevens en bescheiden
[ gereserveerd ]
Verbranden van afvalstoffen en stoken
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
49
Artikel 10.10
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
1.
Het is verboden afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van artikel 10.2 van de Wet milieubeheer [ en na inwerkingtreding ervan: de Omgevingswet en daarop gebaseerde besluiten ] of anderszins in de openlucht vuur aan te leggen, te stoken, in stand te houden of te hebben. 2. Het verbod als bedoeld in lid 1 geldt niet indien sprake is van: o verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; o sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven (indien geen afvalstoffen worden verbrand); o vuur voor koken, bakken en braden en geen gevaar, overlast of hinder wordt veroorzaakt voor de omgeving. 3. Het verbod als bedoeld in lid 1 geldt niet indien wordt voldaan aan de door het college vastgestelde Nadere regels als bedoeld in lid 4. 4. Het college kan in het belang van de bescherming van de openbare orde en veiligheid, de bescherming van de volksgezondheid of de bescherming van flora & fauna nadere regels vaststellen voor het verbranden van afvalstoffen buiten een inrichting in de zin van artikel 10.2 van de Wet milieubeheer [ en na inwerkingtreding ervan de Omgevingswet en daarop gebaseerde besluiten] of anderszins vuur aanleggen of stoken (bijlage 10.10). 5. Het college kan in afwijking van het verbod in het eerste lid en van de nadere regels als bedoeld in het vierde lid vergunning verlenen. 6.