Verordening kwaliteit leefomgeving
Tekst van het document
Hier geldt echter wel een uitzondering en dat betreft spandoeken voor ideële doeleinden. Deze worden in uitzonderlijke gevallen toegestaan als daarmee een publiek belang wordt gediend (denk bijvoorbeeld aan de campagne “ wij gaan weer naar school” ter bevordering van de verkeersveiligheid). Voor andere ideële uitingen (bijvoorbeeld tijdens verkiezingen, overige vormen van vrijheid van meningsuiting) zijn er in Enschede plakzuilen geplaatst waar vrij aangeplakt mag worden. Commerciële reclame op deze zuilen plakken is niet toegestaan. Een andere uitzondering voor het mogen maken van reclame betreft de spandraden in het stadserf van Enschede. Deze waren oorspronkelijk bedoeld voor het aanbrengen van sfeerverlichting in de kerstperiode. Gaandeweg is echter gebleken dat deze onder bepaalde voorwaarden ook geschikt zijn om de stad tijdens evenementen sfeervol“ aan te kleden”. In dat kader zijn afspraken gemaakt met de Stichting Enschede Promotie om te bepalen in welke gevallen en onder welke voorwaarden de spandraden mogen worden gebruikt. Andere uitingen aan spandraden dan wel het aanbrengen van uitingen door derden anders dan (onder regie van) Enschede Promotie zijn niet toegestaan. Dit vanuit veiligheidsoogpunt (te veelvuldige belasting voorkomen) en het behoud van de beeldkwaliteit in het stadserf.
3.2.3 Digitale reclame Het is de verwachting dat de huidige reclamevormen op lange termijn geleidelijk zullen verdwijnen waarbij digitale technieken (LED/projectie via licht) de boventoon gaan voeren. We willen ruimte bieden aan dit soort initiatieven van reclame-exploitanten, maar dan in eerste instantie op pilot basis vanwege de impact die deze reclamevormen kunnen hebben op het verkeer en omwonenden. De keuze of een vernieuwende/innovatieve vorm van reclame op pilot basis wordt toegestaan zal bij voorkeur in de vorm van vroegtijdig vooroverleg met de diverse betrokken gemeentelijke vakafdelingen plaatsvinden. Hiertoe behoren in ieder geval de disciplines stadsdeelbeheer/-management, vergunningen, stedenbouw, reclamebeleid, ondernemersloket en verkeer). Het toestaan van LED technieken in de openbare ruimte zal via een aanbestedingsprocedure vorm krijgen (waarbij dus wordt uitgegaan van het plaatsen op pilotbasis). Dit vanuit het oogpunt van transparantie bij het gunnen van overheidsopdrachten. Echter als geldende contractuele bepalingen met concessiehouders hiertoe ruimte bieden en zowel gemeente als concessiehouder tot overeenstemming komen kan hiervan worden afgeweken. Bij het plaatsen van digitale reclame in de openbare ruimte zoals LED schermen wordt uitgegaan van een maximum van 10 stuks. Het principe om eerst op pilotbasis te plaatsen heeft ermee te maken dat deze
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
79
vorm van reclame een grotere invloed heeft op de omgeving dan conventionele reclame en we hier als gemeente eerst ervaring mee willen opdoen. 3.2.4. Handelsreclame (vergunningvrij) Het gaat hier om commerciële reclame aan gevels, waarvoor geen (omgevings)vergunning vereist is. In 2018 is besloten deze vorm van reclame te dereguleren om zo de regeldruk voor bedrijven te verminderen. De algemene regels staan hieronder vermeld. Begripsomschrijvingen: 1. Buitenreclame: alle vanaf de openbare weg zichtbare reclame. 2. Reclame: het openbaar aanprijzen van producten, (bedrijfs)gebouwen, diensten en namen door middel van (verlichte) opschriften, logo’s, afbeeldingen en schermen met naar buiten tredend licht. 3. Bouwwerk: een constructie die dusdanig wordt aangemerkt in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 4. Bedrijf: een organisatie van mensen en middelen met als doel het leveren van producten of het verlenen van diensten aan andere organisaties of particulieren. De term bedrijf wordt in dit beleid gebruikt voor alle ondernemingen, instellingen en andere organisaties (met of zonder winstoogmerk). 5. Gebieden met een Hoge beeldregie: gebieden zoals aangegeven op de kaart ‘kwaliteit voor Enschede’ zoals geplaatst op de gemeentelijke website: https://enschede.maps.arcgis.com/apps/SimpleViewer/index.html?appid=b8f66405444f4b388da868a0224 b9895 6.
Uitstalling: een los voorwerp geplaatst op de openbare weg voor een (on)roerende zaak, dat een onmiskenbare relatie heeft met de bedrijfsactiviteiten van het in de (on)roerende zaak gevestigd bedrijf. 7. Raamsticker: een reclame-uiting welke aan de binnenzijde van een raam wordt geplakt. Uitgangspunten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Reclames dienen bescheiden te worden toegepast en moeten een eenheid vormen met de architectuur van de (on)roerende zaak. De reclame heeft een directe relatie met de activiteit die in de (on)roerende zaak wordt uitgevoerd. Voor bedrijfsverzamelgebouwen en overdekte winkelcentra geldt dat de namen van de verschillende bedrijven dienen te worden aangebracht op gemeenschappelijke reclamedrager(s). Reclame mag alleen worden aangebracht op de bedrijfsgevel en niet op de gevel van bijvoorbeeld een bovengelegen woning (tenzij het een banier betreft). Het gevelvlak tussen de begane grond en de eerste verdieping mag, om een visuele scheiding tussen de bouwlagen te voorkomen, niet helemaal bedekt worden met reclame. De reclame is zodanig dat de verkeersveiligheid niet in gevaar wordt gebracht of dat ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. 7. Hinder door geluid voor omliggende (on)roerende zaken is niet toegestaan. Wie in een (on)roerende zaak met buitenreclame woont of werkt, danwel omwonenden die in de nabijheid van het reclameobject wonen mogen daar geen overlast van ondervinden. Om dit punt objectief te kunnen bepalen wordt verwezen naar de geluidsnota van de gemeente Enschede. Enige andere vorm van hinder of overlast veroorzaakt door het reclameobject is niet toegestaan. 8. Per (on)roerende zaak is de volgende reclame toegestaan: 1.
maximaal één evenwijdig aan de gevel aangebrachte reclame die voldoet aan de volgende voorwaarden: i. geplaatst in de zone tussen begane grond en onderkant kozijn van de eerste verdieping en minimaal 50 cm uit de zijkant of hoek van het gebouw ii. binnen het gebied met een hoge beeldregie mag de reclame alleen bestaan uit losse letters en/of een logo. 2. maximaal één haaks op de gevel geplaatste reclame die bestaat uit en voldoet aan:
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
80
i. ii.
een uithangbord met de maximale afmeting van 0,5m2; of een banier die maximaal 70 cm uit de gevel steekt en een maximale afmeting van 1,0 m2. 3. Naast reclame uit sub 1 en 2 is de volgende reclame toegestaan: i. raamstickers tot maximaal 20 % van de glasoppervlakte van de totale gevel, waarbij de raamsticker(s) minimaal 150 mm afstand tot het kozijn heeft of hebben en deze aan de binnenzijde van het raam of ramen wordt of worden aangebracht. ii. één vlag, met een maximale stoklengte van 1 meter en een maximale afmeting van 0,5 m2. iii. een naambord bij een bedrijf, niet zijnde detailhandel, met een maximaal oppervlakte van 0,5 m2. 4. Voor de reclame uit sub 2 en sub 3 onderdelen b en c geldt dat de vrije hoogte (tussen maaiveld en onderzijde reclame) zodanig is dat de weggebruiker geen hinder van de reclame ondervindt. 9. Een lichtreclame voldoet aan de richtlijnen ter voorkoming van lichthinder die de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde heeft opgesteld. 10. Een lichtreclame moet tussen 23.00 en 07.00 uur uitgeschakeld zijn, met uitzondering van lichtreclames voor horecabedrijven. 11. Schermen met uittredende verlichting moeten altijd dimbaar zijn. Beelden mogen overvloeiende effecten kennen met een frequentie niet lager dan 10 seconden. 12. Uitgezonderd van deze Nadere regels zijn: 1.
reclames die aangemerkt worden als het bouwen van een bouwwerk in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, gebouwen die in het bestemmingsplan zijn aangemerkt als bouwwerk dat cultuurhistorisch waardevol is of bouwwerken die vallen onder de werkingssfeer van de Erfgoedwet; 2. reclames die aangemerkt worden als een uitstalling in de zin van het uitstallingenbeleid van de Gemeente Enschede. Mogelijkheid tot ontheffing: Op grond van een gemotiveerd verzoek kan het college, op grond van onder meer de specifieke situatie van het pand, de transparantie van een reclame-uiting of de vorm ervan, een ontheffing van deze Nadere regels verlenen. 3.2.5 Overige nieuwe reclamesoorten Voor reclameobjecten buiten de bestaande reclamesoorten, die al in Enschede voorkomen (in bijlage 2 vallend onder de categorie “overige borden”) wordt een terughoudend beleid gehanteerd. Nieuwe vormen van reclame moeten ten opzichte van het huidig aanwezige areaal aan reclame-uitingen een duidelijk toegevoegde waarde bieden. Het toestaan van dergelijke reclame zal via een aanbestedingsprocedure vorm krijgen. Dit vanuit het oogpunt van transparantie bij het gunnen van overheidsopdrachten, tenzij contractuele bepalingen met concessiehouders hiertoe ruimte bieden en zowel gemeente als concessiehouder tot overeenstemming komen.
Onder deze categorie reclame valt ook een reclamevorm die de laatste jaren in opkomst is. Het gaat hier om reclame op stoeptegels, waarbij met een sjabloon en hogedruk reiniger/ of krijtachtige substanties een reclame op stoeptegels kan worde aangebracht. De ervaring leert dat indien dit wordt toegestaan er vermeerderd algenvorming optreedt. Daarom willen we dit niet toestaan. Enerzijds vanwege veiligheidsaspecten, anderzijds omdat daarmee de onderhoudskosten voor de openbare ruimte toenemen.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
81
4. Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde bij of krachtens deze beleidsregel afwijken voor zover de toepassing daarvan gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de bepalingen te dienen doelen. 5. Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt 1 dag na rechtsgeldige bekendmaking in werking. Vastgesteld door Burgemeester en Wethouders van Enschede op 23 april 2019, de loco-secretaris, drs. E.A. Smit de burgemeester, dr. G.O. van Veldhuizen Opnieuw vastgesteld door het college op basis van artikel 4.13 Verordening kwaliteit leefomgeving op datum 1 februari 2021 [ na vaststelling door de gemeenteraad van de Verordening kwaliteit leefomgeving ] met als datum van inwerkingtreding 1 mei 2021
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
82
Bijlage 4.13.1 Specifieke toetsingscriteria voor reclame geplaatst in de openbare ruimte (reclame door reclame-exploitanten met wie de gemeente een concessie is overeengekomen) Verkeersveiligheid
Ruimtelijke kwaliteit
Reclame-object moet dusdanig van aard Reclame-uitingen moeten 90% van zijn dat het zicht van de tijd schoon zijn. verkeersdeelnemers op verkeerssituaties niet belemmerd wordt.
Reclameobject mag niet conflicteren met kleurstelling bebording of verkeerslichten/lichtsignalen
De verlichting van reclameobjecten werkt 90% van de tijd.
Knipperende, bewegende opvolgende beelden en/of (dag)lichtreflecterende reclame is niet toegestaan
Schades worden uiterlijke binnen 72 uur gerepareerd. Bij gevaarzetting dienen schades onmiddellijk te worden gerepareerd zodat geen verdere gevaarzetting kan optreden.
Reclame mag het wegbeeld niet dusdanig vervormen dat het wegverloop door verkeersgebruikers niet (goed) kan worden ingeschat
Reclame moet passend zijn in het beeld van de betreffende locatie/overeenstemmen met criteria voor beeldregie voor het betreffende gebied
Reclame mag het zicht niet onttrekken van belangrijke verkeersinformatie (bebording)
Reclame aan gebouwen moet passen binnen de bepalingen opgenomen in het bestemmingsplan
Reclame mag niet binnen een afstand van 20 meter gemeten vanuit het hart van een kruispunt geplaatst worden. Voor digitale vormen van reclame geldt een minimale afstand van 40 meter vanuit het hart van een kruispunt.
Reclame moet passen binnen de criteria zoals vermeld in de welstandsnota
Lichtuitstraling In geval van hinderlijke lichtuitstraling kan een beperking van lichtuitstraling en/of tijdsduur worden geëist, wanneer het woongenot van panden in de nabijheid van het reclameobject nadelig wordt beïnvloed. Er geldt een grenswaarde voor de maximaal toegestane gemiddelde oppervlakteluminantie van reclameborden en –objecten zoals aangegeven in de betreffende richtlijnen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV).
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
83
Reclame mag uitsluitend haaks op de rijrichting geplaatst worden (tussen de 60en 90 graden ten opzichte van de rijrichting). Parallel aan de rijrichting geplaatste reclame is niet toegestaan
Reclame mag geen verstorend effect op de flora en fauna hebben (rechtstreeks vanuit de Wet natuurbescherming, hier voor de volledigheid meegenomen)
Indien sprake is van wisselende beelden op de reclame-uiting, moet de tussentijd tussen deze wisselende beelden minimaal 10 seconden bedragen. De reclame mag geen geluid of trillingen voortbrengen.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
84
Bijlage 4.13.2
Reclame in de openbare ruimte in concessie door de gemeente aan reclame-exploitanten gegeven: gebiedsgerichte criteria Hoofd-infra
Verblijfsgebied
Stadserf
Buitengebied
Winkelcentra
Abri’s: bushalte met schuilgelegenheid voor passagiers
Max 220 stuks
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Lichtmastreclamebakken
Maximaal 200 stuks
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
A0-reclame aan lichtmasten
Maximaal 220 stuks
Ja
Nee
Nee
Ja
Ja
Billboard: verlichte reclamevitrine van 8m²
Maximaal 15 stuks
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Mupi’s: verlichte reclamevitrine van 2m²
Maximaal 125 stuks
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Stadsklokken (al dan niet voorzien van reclame)
Maximaal 12 stuks
Ja
Ja
Nee
Nee
Ja
Plakzuilen voor ideële uitingen
1 per 10.000 inwoners
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
LED schermen en andere vormen van digitale reclame
Maximaal 10 stuks
Ja, mits niet in strijd met welstandsnota
Nee
Nee, tenzij geen strijd met de welstandsnota
Nee
Beperkt, tenzij geen strijd met welstandsnota
Stoeptegelreclame
Geen
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Spandoeken voor ideële reclame
Zeer beperkt mogelijk, enkel bij uitzondering voor ideële reclame
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Bewegwijzering voorzien van reclame
Zo beperkt mogelijk, enkel als de situatie hierom vraagt
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Overige reclamevormen
Zo beperkt mogelijk, enkel als de situatie hierom vraagt en de reclame een toegevoegde waarde heeft
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Nee
Beperkt
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
85
Voor het plaatsen van reclameobjecten in de Gemeente Enschede wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende locaties. Er worden 6 categorieën onderscheiden te weten: >Hoofdinfrastructuur: alle wegen binnen de bebouwde kom waar een snelheidsregime geldt van 50 km per uur.(of meer), regime NSVV 2017: lichthinderzone stedelijk gebied E3 of industriegebied E4. >Verblijfsgebieden: alle wegen binnen de bebouwde kom waar een snelheidsregime geldt van max. 30 km per uur ), regime NSVV 2017: lichthinderzone stedelijk gebied E3. >Stadserf: zie kaart 2A, regime NSVV 2017: lichthinderzone stadscentrum E4. >Buitengebied: het gebied buiten de bebouwde kom zoals aangemerkt in de Wegenverkeerswet), regime NSVV 2017 :lichthinderzone landelijk gebied E2 of natuurgebied E1 >Winkelcentra: locaties binnen de bebouwde kom waar zich meer dan 5 ondernemers op een punt gevestigd hebben, regime NSVV 2017: lichthinderzone stedelijk gebied E3 > Gebied binnen de singels: zie kaart 3B , regime NSVV 2017: lichthinderzone stedelijk gebied E3 of lichthinderzone stadscentrum E4.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
86
2A
Gebied Stadserf
Opnieuw vastgesteld op [ datum raadsbesluit tot vaststelling Verordening kwaliteit leefomgeving ]
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
87
3B
Gebied binnen de Singels excl. Stadserf
Opnieuw vastgesteld door het college op basis van artikel 4.13 Verordening kwaliteit leefomgeving op datum 1 februari 2021 [ na vaststelling door de gemeenteraad van de Verordening kwaliteit leefomgeving ] met als datum van inwerkingtreding 1 mei 2021
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
88
Bijlage 4.14
Nadere regels terrassen bij horecabedrijven
De Burgemeester van Enschede, gelezen het voorstel van domein Fysiek, cluster Omgeving & Recht van 12 februari 2018; Gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet en artikel 4.14 van de Verordening kwaliteit leefomgeving; Besluit: Vast te stellen de navolgende Nadere regels terrassen bij horecabedrijven gemeente Enschede, waarin wordt uiteengezet welke algemene regels de burgemeester hanteert om zonder ontheffing een terras te mogen inrichten, in gebruik te nemen en te houden. Artikel 1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: 1. Gevelterras: het terras dat direct tegen de buitengevel van het ter plaatse gevestigde horecabedrijf wordt geplaatst. 2. Eilandterras: een terras dat gescheiden is van de gevel van het horecabedrijf door bijvoorbeeld een fietspad of rijweg. 3. Bestaande exploitanten: exploitanten van een horecabedrijf met terras, welke het terras reeds (als vergunninghouder) exploiteerden voordat bekendmaking van de wijzigingen in de artikelen 2:27 tot en met 2:28c APV plaatsvond. 4. Buitenbar: mobiele bar samengesteld uit tap- en/of klapbuffetten, niet zijnde een tapwagen met een maximale omvang van 4.40 meter * 4.40 meter 5. Mobiele debrasseertafel: handmatig verrijdbare tafel voor de opslag en aanvoer van bestek, borden e.d. welke dient voor plaatsing op het terras tijdens de openingstijden van datzelfde terras. 6.
Detailhandel activiteiten: activiteiten uitgevoerd door bedrijven die onder de definitie ‘detailhandel’ vallen zoals genoemd in de Detailhandelsstructuurvisie Enschede 7. Evenementen: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak zoals genoemd in het evenementenbeleid en de artikelen 2:24 tot en met 2:25b APV 8. Gebied Oude Markt: gebied zoals aangegeven in de bijlage ‘terrassen: gebied Oude Markt’ welke is toegevoegd aan deze verordening. 9. Uitgaansgebied Centrum: gebied genoemd in artikel 2:27 lid 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening 10. Gebied Stadserf: gebied zoals aangegeven in de bijlage ‘terrassen: gebied Stadserf’ 11. Gebied rest van Enschede: alle locaties in Enschede niet zijnde ‘gebied Oude Markt’, ‘uitgaansgebied Centrum’ of ’gebied Stadserf’.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
89
12. Horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of anders dan om niet, en/of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is dranken en/of etenswaren worden verstrekt voor directe consumptie . Hieronder wordt mede verstaan een (dagmarkt)kiosk van waaruit bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren worden verstrekt voor directe consumptie. Onder horecabedrijf in het kader van deze Nadere regels wordt niet verstaan een (ondergeschikt) horecabedrijf dat is gevestigd: a. in een pand met de (hoofd)bestemming ‘detailhandel of winkels’ b. in een pand met een bestemming of aanduiding 'cultuur & ontspanning', c. in een pand met een aanduiding 'atelier' of d. in een pand met een aanduiding ‘voor ambachtelijke bedrijvigheid en/of publieksgerichte dienstverlening’. 13. Horecavergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 Drank- en Horecawet en artikel 7 Drank- en Horecaverordening. 14. Inrichting: de lokaliteiten waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van (alcoholhoudende) drank voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte15.
Openbare ruimte: voor publiek vrij toegankelijk gebied (hieronder begrepen ook de openbaar toegankelijke ruimte in overdekte winkelcentra, niet zijnde de binnenruimte van winkelpanden). 16. Terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar zitgelegenheid wordt geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en genuttigd en/of spijzen voor directe consumptie worden bereid, verstrekt en genuttigd. 17. Vlonder: houten, kunststof of metalen vloerconstructie welke al dan niet is verankerd in de grond. 18. Weg: een weg als bedoeld in artikel 1, lid 1 sub b van de Wegenverkeerswet 1994. 19. Windscherm: afscherming aangebracht aan de zijkant(en) van het terras ter bescherming van bezoekers tegen weersinvloeden. Artikel 2 Terrassen 1. Terrassen worden in de gemeente gebiedsgebonden gereguleerd. De vier te onderscheiden gebieden zijn: a. het Gebied Oude Markt: hier mogen gedurende het gehele jaar terrassen worden ingericht conform de gids ‘Terrassen Oude Markt’ en het bepaalde in artikel 3. b. het uitgaansgebied Centrum: gedurende het gehele jaar zijn terrassen toegestaan conform de begrenzing aangegeven in de algemene regels sluitingstijdenbeleid (kaart 1: Uitgaansgebied Centrum). c. het Gebied Stadserf; gedurende het gehele jaar zijn terrassen toegestaan conform de begrenzing aangegeven in (kaart 2: Stadserf en Oude Markt). d.
het Gebied rest van Enschede: in de gebieden die niet vallen onder de gebieden vermeld onder a. tot en met c. zijn gedurende het gehele jaar terrassen toegestaan. De in de binnenruimte van winkelcentra aanwezige terrassen mogen uitsluitend tijdens de openingstijden van het winkelcentrum geëxploiteerd worden.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
90
2. Gevel of-eilandterrassen mogen worden geplaatst indien: a. het terras geen gevaar, schade of hinder oplevert voor passanten, bezoekers, de omgeving en de bruikbaarheid van de weg of openbare ruimte; b. het terras het gebruik van één of meerdere nooduitgangen van het horecabedrijf of in de nabijheid gelegen onroerende zaken niet belemmert, een rechtstreekse toegang tot het terras vanaf de openbare weg mogelijk is en blijft en bij inrichting van het terras op grond van de gemeente geen sprake is van het feitelijk onttrekken ervan aan het openbaar domein ; c. het gevelterras direct dan wel zo direct mogelijk tegen, vóór en haaks op de gevel van het horecabedrijf is gelegen; d. een terras buiten de besloten ruimte van het bijbehorende horecabedrijf gelegen is; e. het inrichten van een terras niet strijdig is met geldend gemeentelijk flankerend beleid zoals het bestemmingsplan; f. het terras de verkeersveiligheid niet nadelig beïnvloedt; g. te allen tijde minimaal 1,50 meter breedte op het trottoir is vrijgelaten ten behoeve van een vrije doorgang voor voetgangers en minder validen en tenminste een strook van 1,50 meter ‘voor’ c.q. ‘rondom’ het terras blad- en sneeuwvrij wordt gehouden; h.
voor 2 tegen over elkaar gelegen horecabedrijven waar een gevelterras mag worden ingericht geldt bij het gebruik van de 2 gevelterrassen dat vanaf het midden van de weg/straat aan beide zijden een vrije doorgang van tenminste 1,75 meter in acht moet worden genomen. Daarnaast geldt dat bij 2 schuin tegen over elkaar gelegen horecabedrijven bij het inrichten van gevelterrassen een onderlinge afstand van 3,50 meter – in evenredigheid - in acht moet worden genomen ten behoeve van de hulpdiensten; i. Voor 2 tegenover gelegen horecabedrijven waar in verband met de fysieke inrichting van de weg en/of de looproute (zoals H.J. van Heekplein aan de zijde van Mooienhof) een eilandterras wordt ingericht geldt dat de daarvoor beschikbare ruimte naar evenredigheid wordt verdeeld. j. voor hulpdiensten een vrije doorgang van ten minste 3,50 meter aanwezig is; k. door het plaatsen van het terras brandkranen voldoende toegankelijk zijn voor hulpdiensten; l. het gebruik van nutsvoorzieningen/voorzieningen voor algemeen nut of de toegang tot nutsvoorzieningen/voorzieningen voor algemeen nut niet wordt beperkt of belemmerd; m.de situering van het terras niet strijdig is met het ter plekke geldende bestemmingsplan of met een ter plaatse geldende omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan.
n.de horeca-exploitant beschikt over een geldige drank- en horecavergunning waarop het desbetreffende terras vermeld staat. o. voor het Gebied Oude Markt geldt in aanvulling op lid 2 sub a tot en met m, dat terrassen mogen worden geplaatst indien de terraszone is ingericht zoals aangegeven in de gids ‘Terrassen Oude Markt’. p. het eilandterras dat wordt ingericht dusdanig is geplaatst dat:
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
91
- het begin van het terras niet verder dan op een afstand van 15 meter gelegen is gerekend vanaf de gevel van het horecabedrijf - het terras haaks op de gevel van het horecabedrijf is geplaatst - het terras niet breder is dan de gevelbreedte van het horecabedrijf. Op het Van Heekplein heeft een (eiland)terras een diepte van maximaal 10 meter. q. het eilandterras zichtbaar is vanuit het bijbehorende horecabedrijf en vice versa. r. rondom aanwezig straatmeubilair een vrije ruimte van 1.50 meter in acht wordt genomen; s. indien het terras niet wordt geëxploiteerd dient de daarvoor in gebruik genomen openbare ruimte geheel met uitzondering van de parasolvoeten obstakelvrij te zijn en is het niet toegestaan om overige terrasobjecten in welke vorm dan ook op te slaan. 3. Bij een ‘ondergeschikt horecabedrijf’ dat is gevestigd in een pand met de (hoofd)bestemming of aanduiding ‘detailhandel of winkels’, 'cultuur & ontspanning', 'atelier' of ‘ambachtelijke bedrijvigheid en/of publieksgerichte dienstverlening’ mag geen terras worden ingericht. 4.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, de verkeersveiligheid, het belang van het evenement voor de stad, de volksgezondheid, de bescherming van het milieu en het uiterlijk aanzien van het terras het gebruik van terrassen tijdens evenementen of tijdens andere bijeenkomsten van enige omvang aan nadere voorschriften verbinden. 5. Hetgeen bepaald is in lid 3 en 4 is van overeenkomstige toepassing op terrassen welke in de binnenruimte van winkelcentra zijn ingericht met uitzondering van lid 2 sub h tot en met j . Aanvullend geldt dat: a. te allen tijde ten minste 1,50 meter breedte op de looppaden in het winkelcentrum wordt vrijgelaten ten behoeve van een vrije doorgang voor voetgangers en minder validen. b.de looppaden tevens te allen tijde goed toegankelijk zijn voor hulpdiensten. Artikel 3 Inrichting van terrassen in het gebied Oude Markt 1. Op het terras mogen uitsluitend tafels, stoelen, mobiele debrasseertafels, terrasverwarmers en -koelers, windschermen, parasols, mobiele bloembakken als afscheiding en menuborden geplaatst worden. 2. Voor de bloembakken geldt dat deze uitsluitend geplaatst mogen worden indien zij handmatig verplaatsbaar zijn en een maximale hoogte van 1 meter en een maximale breedte van 0.5 meter hebben.
Bloembakken als afscheiding voor een terras mogen alleen op specifieke locaties worden geplaatst zoals aangegeven in de gids “Terrassen Oude Markt’. 3. Voor menuborden geldt dat per horecapand één menubord geplaatst mag worden met een maximale hoogte van 1,5 meter en een breedte van maximaal 0,50 meter. 4. De objecten, zoals genoemd in lid 1 dienen op deugdelijke wijze te worden geplaatst en opgeslagen zodat geen gevaarzetting kan optreden.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
92
5. Het is verboden om op objecten op het terras reclame te plaatsen met uitzondering van windschermen en parasols, waarop uitsluitend de bedrijfsnaam en/of het bedrijfslogo vermeld mag worden. 6. Het tussen het winter- en zomerterras feitelijk door middel van hoogteverschil in de bestrating als looppad ingerichte weggedeelte dient te allen tijde vrijgehouden te worden. 7. Parasols moeten worden geplaatst in de ter plekke ingestrate ‘bussen’ in de verharding. 8. Windschermen op het direct tegen de gevel gelegen ‘winter’terras dienen in de grond verankerd te zijn. 9. Vlonders mogen alleen worden geplaatst als daarvoor ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 2:28 lid 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening. 10. Indien het terras niet is ingericht dient de ingestrate ‘bus’ voor het aanbrengen van een parasol op veilige wijze afgedekt te zijn met een deksel dat gelijk valt met de bovenzijde van de verharding. 11. In afwijking van lid 1 is het als onderdeel van een evenement en opgenomen in de vergunning voor het evenement toegestaan om op het terras een buitenbar geplaatst te hebben. Voorwaarde is dat daarvoor door de burgemeester een ontheffing op basis van de Drank- en horecawet is verleend, waarin is opgenomen dat één buitenbar geplaatst mag worden voor het betreffende horecabedrijf; 12.
indien het terras niet wordt geëxploiteerd dient de daarvoor in gebruik genomen openbare ruimte geheel met uitzondering van de parasolvoeten obstakelvrij te zijn en is het niet toegestaan om overige terrasobjecten in welke vorm dan ook op te slaan. Artikel 4 Inrichting van terrassen in de overige 3 gebieden 1. Op het terras mogen uitsluitend tafels, stoelen, mobiele debrasseertafels, terrasverwarmers en -koelers, windschermen, parasols, mobiele bloembakken als afscheiding en menuborden geplaatst worden. 2. Voor de bloembakken geldt dat deze uitsluitend geplaatst mogen worden indien zij handmatig verplaatsbaar zijn en een maximale hoogte van 1 meter en een maximale breedte van 0.5 meter hebben. 3. Voor menuborden geldt dat per horecapand één menubord geplaatst mag worden met een maximale hoogte van 1,5 meter en een breedte van maximaal 0.50 meter. 4. De objecten, zoals genoemd in lid 1, dienen op deugdelijke wijze te worden geplaatst en opgeslagen zodat geen gevaarzetting en overlast kan optreden. 5. Het is verboden om op objecten op het terras reclame te plaatsen met uitzondering van windschermen en parasols, waarop uitsluitend de bedrijfsnaam en/of het bedrijfslogo vermeld mag worden. 6. Vlonders mogen alleen worden geplaatst als daarvoor ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 2:28 lid 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening. 7.
Windschermen mogen worden geplaatst voor zover zij niet vast met de gevel van het horecabedrijf of de grond verankerd zijn. 8. Het is niet toegestaan objecten zoals genoemd in lid 1 in de grond te verankeren.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
93
9. In afwijking van lid 7 en 8 kan de burgemeester bepalen dat objecten op het terras in de verharding moeten worden verankerd in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid en/of de verkeersveiligheid. 10. In afwijking van lid 1 is het tijdens evenementen toegestaan om op het terras een buitenbar geplaatst te hebben. Voorwaarde is dat daarvoor door de burgemeester een ontheffing op basis van de Drank- en horecawet is verleend, waarin is opgenomen dat één buitenbar geplaatst mag worden voor het betreffende horecabedrijf. Artikel 5 Electra en gasvoorzieningen op terrassen 1.Elektra- en gasvoorzieningen zijn op gevel- en eilandterrassen toegestaan indien voldaan wordt aan de volgende eisen: a. Vanuit het restauratiegedeelte van het horecabedrijf kan via een mantelbuis een aansluiting voor een gasen/of elektravoorziening worden toegestaan naar het terras. b. De mantelbuis moet uitmonden in het terras in een vooraf ingestrate ‘bus’, bij voorkeur gelegen nabij een parasolvoet. c. De mantelbuis moet door de horecaondernemer voorzien zijn van kabels of leidingen. d. De buis moet indien het terras niet is ingericht worden afgedekt met een deksel dat gelijk is aan het deksel van de ‘bus’ van de parasolvoet. e.
Een terrasverwarmer/-koeler of elektravoorziening dient dusdanig geconstrueerd te zijn dat geen gevaarzetting op kan treden voor bezoekers van het terras of passanten. f. Met uitzondering van terrasverwarmers en-koelers is het verboden om objecten op het terras te plaatsen die open vuur mogelijk maken. Artikel 6 Openingstijden terras 1. Voor het gebied ‘Oude Markt’ geldt dat terrassen niet mogen worden geëxploiteerd na het sluitingstijdstip van het horecabedrijf 2. Voor het ‘uitgaansgebied Centrum’ geldt dat terrassen niet mogen worden geëxploiteerd na het sluitingstijdstip van het horecabedrijf. 3. Voor het gebied ‘Stadserf’ geldt dat terrassen niet mogen worden geëxploiteerd na 24.00 uur en voor 08.00 uur. 4. Voor het gebied ‘rest van Enschede’ geldt dat terrassen niet mogen worden. geëxploiteerd na 22.00 uur en voor 08.00 uur.
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
94
Artikel 7 Inwerkingtreding Deze Nadere regels treden in de plaats van de op 1 juni 2017 vastgestelde Nadere regels en treden in werking de dag na de datum van bekendmaking.
Vastgesteld door de burgemeester van Enschede op 20 februari 2018,
Dr. G.O. van Veldhuizen
Opnieuw vastgesteld door de burgemeester op basis van artikel 4.14 Verordening kwaliteit leefomgeving op datum 1 februari 2021 [ na vaststelling door de gemeenteraad van de Verordening kwaliteit leefomgeving ] met als datum van inwerkingtreding 1 mei 2021
Bijlagen: aanduiding gebieden terrassenbeleid
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
95
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
96
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
97
Bijlage 5.13 Selectiecriteria voor aanwijzing beschermd gemeentelijk monument Een monument, monumentaal complex wordt gewaardeerd aan de hand van één of meer van de selectiecriteria. De selectiecriteria zijn:
Architectuurhistorische waarden 2. Cultuurhistorische waarden 3. Stedenbouwkundige waarden 4. Overige waarden
1. Architectuurhistorische waarden: a. het object/ complex is een goed voorbeeld van een bepaalde bouwstijl en/ of bouwtechniek, al dan niet met plaatselijke variaties; b. het object/ complex is een goed voorbeeld van het oeuvre van een architect, bouwmeester of kunstenaar en neemt een belangrijke plaats in binnen de plaatselijke, regionale of landelijke architectuurgeschiedenis; c. het object/ complex is van belang vanwege hoogwaardige (esthetische) kwaliteiten van het ontwerp in het exterieur en/ of interieur(onderdelen), zoals gave verhoudingen en/ of een goede, bijzondere of zeldzame detaillering in vormgeving; d. het object/ complex is van belang vanwege bijzonder en/ of zeldzaam kleur-, materiaalgebruik en/ of ornamentiek; e. het object/ complex heeft een bijzonder en/ of zeldzaam interieur of bevat bijzondere en/ of zeldzame onderdelen in het interieur; f. het object/ complex is van belang vanwege een constructiewijze die historisch is overgeleverd of vernieuwend is voor de tijd van ontstaan (innovatieve waarde/ pioniersfunctie); g. het object/ complex of onderdelen hiervan bezit(ten) bouwhistorische waarde. h. het object/ complex is van belang vanwege de gaafheid van de hoofdvorm en architectonische detaillering en vanwege de gaafheid van ex- en/ of interieur. 2. Cultuurhistorische waarden: a.
het object/ complex is van belang vanwege een plaatselijk, regionaal en/ of landelijk historisch gegeven, zoals bijvoorbeeld bekende bewoners, beroepen, bijzondere activiteiten; b. het object/ complex is van belang vanwege zijn bestemming, die verbonden is met bijvoorbeeld (een) sociaal-historische, sociaal-economische en/ of religieuze ontwikkeling(en); c. het object is van belang vanwege zijn verschijningsvorm, dat verbonden is met bijvoorbeeld (een) sociaalhistorische, sociaal-economische, technische of religieuze ontwikkeling(en); d. het object/ complex is van belang als goed en/ of zeldzaam voorbeeld van (een) technische, functionele en/ of typologische ontwikkeling(en);
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
98
e. het object/ complex is van belang vanwege een constructiewijze die historisch is overgeleverd of vernieuwend is voor de tijd van ontstaan (innovatieve waarde/ pioniersfunctie); f. het object/ complex of onderdelen hiervan bezit(ten) kunsthistorische waarde. 3. Stedenbouwkundige waarden: a. het object heeft ensemblewaarde vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie tussen de onderdelen van een groter geheel (complex), dat van plaatselijk, regionaal of landelijk belang is; b. het object/ complex is onderdeel van een historisch gegroeid stedelijk/ landschappelijk gebied en speelt daarin een beeldbepalende rol; c. het object/ complex is van belang vanwege de duidelijke relatie van het object/ complex met de wijze van (historische) verkaveling/ inrichting en/ of voorzieningen; d. het object/ complex is van bijzondere betekenis voor het aanzien van een streek, stad, dorp of wijk; e. het object/ complex is van belang vanwege de historisch-ruimtelijke relatie met groenvoorzieningen, wegen, wateren en/ of bodemgesteldheid; f. het object/ complex is onderdeel van een belangrijk stedenbouwkundig/ landschappelijk concept; g. het object/ complex is van belang vanwege het zichtbaar houden van het werk van een bekend stedenbouwkundige of landschapsarchitect; h. het object/ complex heeft een zeldzaamheidswaarde qua aanleg, structuur en relatie met de omgeving; i.
het object/ complex is van belang in relatie tot de structurele en/ of visuele gaafheid van de stedelijke, dorpse of landschappelijke omgeving. 4. Overige waarden a. Het terrein is van archeologische waarde vanwege daar aanwezige zaken die van algemeen belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde. Opnieuw vastgesteld door het college op basis van artikel 5.13 Verordening kwaliteit leefomgeving op datum 1 februari 2021 [ na vaststelling door de gemeenteraad van de Verordening kwaliteit leefomgeving ] met als datum van inwerkingtreding 1 mei 2021
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
99
Bijlage 5.23
Selectiecriteria voor aanwijzing beschermd stads en dorpsgezicht
Een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt gewaardeerd aan de hand van één of meer van de selectiecriteria. De selectiecriteria zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
Historisch-ruimtelijke of stedenbouwkundige waarden Cultuurhistorische waarden Situationele waarden Gaafheid/herkenbaarheid Zeldzaamheid
1. Historisch-ruimtelijke of stedenbouwkundige waarden: a. belang van het gebied voor de geschiedenis van de ruimtelijke ordening en/of stedenbouw; b. belang van het gebied wegens de bijzondere samenhang van functies, schaal, verschijningsvorm, wegen, wateren, groenvoorzieningen en open ruimten, mede in relatie tot de regionale of lokale ontwikkelingsgeschiedenis; c. belang van het gebied wegens hoogwaardige ruimtelijke, esthetische en/of functionele kwaliteiten, op basis van een herkenbaar stedenbouwkundig concept; d. belang van gebied wegens bijzondere verkaveling, inrichting van de openbare ruimte en/of specifieke functies. 2. Cultuurhistorische waarden: a. belang van het gebied als bijzondere uitdrukking van (een) culturele, sociaal-economische en/of geestelijke ontwikkeling(en); b. belang van het gebied als bijzondere uitdrukking van (een) geografische, landschappelijke en/of bestuurlijke ontwikkelingen; c. belang van het gebied als bijzondere uitdrukking van (een) technische, structurele en/of functionele ontwikkeling(en); d. belang van het gebied wegens innovatieve waarde of pionierskarakter. 3. Situationele waarden: a. belang van het gebied wegens de bijzondere samenhang van historisch-ruimtelijke, structurele, esthetische en/of functionele kwaliteiten van bebouwde en onbebouwde ruimten in relatie tot hun stedelijke of landschappelijke omgeving; b.
belang van het gebied wegens de hoogwaardige kwaliteit van de aanwezige bebouwing (monumenten) en hun groepering in relatie met groenvoorzieningen, wegen, wateren en/of terreingesteldheid. 4. Gaafheid/Herkenbaarheid a. belang van het gebied wegens de herkenbaarheid of gaafheid van de (oorspronkelijke) historischruimtelijke structuur, bebouwing en functionele opzet als geheel;
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020
100
b. belang van het gebied wegens de architectonische gaafheid van de (oorspronkelijke) bebouwing; c. belang van het gebied wegens de structurele en/of visuele gaafheid van de stedelijke of landschappelijke omgeving. 5. Zeldzaamheid a. Belang van het gebied wegens de unieke verschijningsvorm vanuit historisch-ruimtelijk, stedenbouwkundig, functioneel en/of landschappelijk oogpunt; b. Uitzonderlijk belang van het gebied wegens één of meer onder 1 t/m 4 genoemde kwaliteiten.
Opnieuw vastgesteld door het college op basis van artikel 5.23 Verordening kwaliteit leefomgeving op datum 1 februari 2021 [ na vaststelling door de gemeenteraad van de Verordening kwaliteit leefomgeving ] met als datum van inwerkingtreding 1 mei 2021
Verordening kwaliteit leefomgeving / versie op basis Gemeentewet concept 12 november 2020