Uitgangspuntennotitie Varvik-Diekman
Tekst van het document
5
Bijzondere openbare ruimte
Bijzondere openbare ruimte De TOR geeft een standaard kader aan voor de inrichting van de openbare ruimte. Dit geldt voor de hele stad, maar er zijn ook uitzonderingen waar, na overleg met en akkoord van Stadsdeelbeheer, afgeweken kan worden van de standaard. We hebben kerngebieden aangewezen die bijzonder zijn vanwege de grote verblijfsfunctie, de cultuurhistorie en de ruimte voor innovatie. Het gaat om de binnenstad, het kennispark, de dorpskernen en de stadsparken. Deze gebieden vallen ook grotendeels in de hoge beeldregie voor de welstand. Kaart bijzondere openbare ruimte en parken:
Binnenstad Onze binnenstad is het visitekaartje van Enschede en heeft als enige gebied een hoog onderhoudsniveau (CROW A) (Zie kaart Beheergebieden Centrum). Hier is dan ook de grootste afwijking van de standaard aanwezig. Denk aan natuursteen voor de bestrating, ander straatmeubilair, afwijkende lichtmasten, gebruik van boomroosters, etc. Raadpleeg de Leidraad openbare ruimte Stadserf (LORS) voor richtlijnen en handvaten voor inrichting en beheer van het stadserf. Het juiste type straatmeubilair voor de binnenstad is terug te vinden in het hoofdstuk Objecten of bij de betreffende inhoudelijk contactpersoon.
6
Bijzondere openbare ruimte Kaart beheergebieden Centrum binnenstad:
Kennispark Kennispark Twente behoort tot de top 3 van innovatiecampussen van Nederland. Door een dynamische ruimte te creëren wordt ontmoeting en samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en ondernemers bevorderd. De openbare ruimte heeft een hoogwaardige uitstraling en laat zien welke innovatieve en duurzame dingen er gebeuren in het gebied. Het innovatiepad is hierbij een structuurdrager. Stadsparken De stadsparken zijn groene rustpunten in de stad die veelvuldig door de bewoners van Enschede worden gebruikt. Deze groene parels grenzen aan de radialen of de singel en zijn van hoge cultuurhistorische waarde. Het oorspronkelijke parkontwerp dient gerespecteerd te worden bij het beheer of bij aanpassingen in het park, bijvoorbeeld de Engelse landschapsstijl in de meeste stadsparken of een typische ‘jaren 70 look’ in het Wesselerbrinkpark. Elk park heeft z’n eigen thema: • Volkspark: cultureel vermaak, • van Heekpark: sportief, • Wooldrikpark: collectief bomen, • Blijdensteinpark: collectief kunst, • Abraham Ledeboerpark: ambachtelijk educatief, • Wesselerbrinkpark: van cultuur tot natuur, • Ooster- en Westerbegraafplaats: gedenken. • Ecopark Eschmarke: natuur • Zweringbeekpark: natuur Verschillende thema’s en verschillend gebruik betekent dat per park de inrichting anders zal zijn.
Afwijkingen van de standaard zal vooral zitten in straatmeubilair, materiaal voor de wandelpaden en de beplanting.
7
Bijzondere openbare ruimte Dorpskernen Elk dorp heeft ook z’n eigen karakteristieken en deze komen tot uiting in het dorpshart. Het is een ontmoetingsplek voor dorpsgenoten maar vooral in Boekelo en Lonneker ook een toeristische pleisterplaats. Cultuurhistorische gebouwen zoals de kerk, horecagelegenheden, weekmarkten en dorpsfeesten zijn mede bepalend voor de inrichting van de openbare ruimte. Pathmos en Plein West-Indië Enschede heeft twee uitzonderlijke tuindorpen, typisch voor een bepaalde fase van stadsuitbreiding. De stedenbouwkundige structuur, de bebouwing en de openbare ruimte zijn beschermd. Dit betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen de cultuurhistorische waarden maximaal behouden worden. Afwijken van de standaard Zoals gezegd geldt voor de hele stad het standaard kader zoals beschreven in deze TOR. Mocht er buiten de gebieden en stadsparken aanleiding zijn om af te wijken van de standaard, zoals bijvoorbeeld een ontmoetingsplek in de wijk, het testen van een innovatief materiaal, buurtinitiatief, duurzaamheidsaspecten of cultuurhistorie (zie beleidskaart), dan is dit alleen mogelijk in overleg met en een akkoord van Stadsdeelbeheer en eventueel andere specifieke beheerdisciplines. Cultuurhistorische beleidskaart:
8
TOR duurzaamheid
Duurzaamheid
1. Duurzaamheid A. Inleiding In Enschede is duurzaamheid altijd onderdeel van het afwegingskader. Documenthouder Inhoudelijk contactpersoon
Opdrachtgever Versie
Jan van der Steege (beleidsadviseur), 06 – 23 58 91 70, j.van.der.steege@enschede.nl Algemeen: Janet Oosterhof Energie: Ed van ’t Erve Circulaire economie: Theo Matton Biodiversiteit: Nicolette Hoogeveen Klimaatadaptatie: Koen Wagelaar Duurzame mobiliteit: Benjamin Groenewolt Groene groei: Jan van der Steege Weconomy: Nicolette Hoogeveen Janet Oosterhof 17-08-2022
Kader Omschrijving Wettelijk kader, o.a. a. Energie: - Bouwbesluit 2012 - Klimaatakkoord 2015 - Klimaatwet juli 2019 - Activiteitenbesluit Milieubeheer - Besluit Activiteiten Leefomgeving - Onderdeel van de Omgevingswet - Besluit Bouwwerken Leefomgeving - Onderdeel van de Omgevingswet b. Biodiversiteit: - Wet Natuurbescherming - t.z.t. worden beiden verwerkt in de “Aanvullingswet - Boswet natuur Omgevingswet” c. Circulaire economie: - Afvalstoffenbeleid - Rijksbreed programma ‘Nederland circulair in 2050’ (2016) - Grondstoffenakkoord (2017) - Uitvoeringsprogramma circulaire economie 2020-2023 (2021) d. Klimaatadaptatie: Deltraprogramma ruimtelijke adaptatie. Landelijke richtlijn a. Energie: - Landelijk energie-akkoord, 2014 - nationaal Klimaatakkoord (2019) Beleid Enschede a. actieplan is afgesloten. Inhoud nog bruikbaar/actueel. a. Actieplan duurzaamheid, 2015 b. Energievisie (20-12-2021) c. Nog niet vastgesteld in de Raad. c. Transitievisie warmte (concept 2022) Proceseisen 1. In dit document staan uitgangspunten waar een ontwerp aan moet voldoen. 2. Neem duurzaamheidseisen op in een exploitatie-overeenkomst, een bestemmingsplan, in bestekken of in een programma van eisen. 3.
Binnen elk project dient aandacht gegeven te worden aan alle thema’s op het gebied van duurzaamheid (thema’s: biodiversiteit, circulaire economie, energie, groene groei, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit). 4. Neem duurzaamheid als doelstelling op in de projectopdracht en het projectplan. 5. Aan het begin van elk project kiest de initiatiefnemer per duurzaamheidsthema welke plannen/maatregelen op het gebied van duurzaamheid binnen het project worden opgenomen.
9
Duurzaamheid 6.
Bepaal de duurzaamheidsambities aan het begin van elk project (bijv. via het Ambitieweb, zie figuur hieronder). 7. De keus van de plannen/maatregelen wordt door de initiatiefnemer gemotiveerd. 8. De initiatiefnemer legt de plannen/te nemen maatregelen op het gebied van duurzaamheid ter toetsing voor aan de inhoudelijke contactpersoon voor het betreffende duurzaamheidsthema. 9. De plannen/te nemen maatregelen op het gebied van duurzaamheid worden na toetsing (als onderdeel van het project) opgenomen in een exploitatie-overeenkomst, in het programma van eisen, in het bestemmingsplan en in het bestek voor het project. 10. De initiatiefnemer bewaakt de plannen/te nemen maatregelen gedurende het gehele project. 11. Na elke projectfase worden de plannen/te nemen maatregelen door de initiatiefnemer geëvalueerd en wordt gekeken of ze (in het vervolg van het project) nog haalbaar zijn. Bij twijfel of vragen kan een beroep worden gedaan op de inhoudelijk contactpersoon. 12. Afwijken van de in stap 3 gekozen plannen/te nemen maatregelen kan alleen na overleg met de contactpersoon duurzaamheid. In dat overleg wordt bepaald in hoeverre afwijken mogelijk is en welke stappen daarvoor moeten worden gezet. Figuur: het ambitieweb (duurzaam GWW, 2016)
Zie ook Aanpak Duurzaam GWW op https://www.duurzaamgww.nl/aan-de-slag/de-aanpak.
B. Beleid In het coalitieakkoord 2018-2022 wordt over duurzaamheid het volgende aangegeven: - we willen dat Enschede in 2050 klimaatneutraal is; - we hebben plannen voor het opwekken van energie en het besparen van energie; - we hebben nieuw beleid tegen teveel droogte, warmte en (grond)water;
10
Duurzaamheid - we bewaken de luchtkwaliteit; - we benutten kansen rond circulaire economie; - we gaan voor afvalloos Twente; - we beginnen bij onszelf.
C. Inrichtingseisen Duurzaamheid Voor gemeentelijke projecten gelden t.a.v. duurzaamheid de volgende algemene afspraken: - 10% van het projectbudget wordt besteed aan maatregelen op het gebied van duurzaamheid; - Elk project legt verantwoording af t.a.v. duurzaamheid; - We onderhouden onze openbare ruimte op een milieuvriendelijke manier; - Gemeente Enschede streeft er naar om 100% duurzaam in te kopen. Zie: PIANOo Maatschappelijk Verantwoord Inkopen. Om dit te bereiken nemen wij de volgende aspecten in acht: o Bij de product- en marktanalyse, voorafgaand aan het inkooptraject inventariseert de inkoopverantwoordelijke samen met de inkoopadviseur welke werken, leveringen of diensten op het gebied van duurzaamheid op de markt worden aangeboden en of deze toepasbaar zijn in de voorgenomen inkoop; o In de aanbestedingsstukken en in de te sluiten overeenkomsten worden duurzaamheidscriteria opgenomen conform de, voor de productgroep relevante, criteria documenten opgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu; o De Gemeente kiest, waar mogelijk en proportioneel, om digitaal in te kopen (E-procurement, gebruik van e-mail etc.); o Tijdens de contractfase monitort de contractmanager de overeengekomen duurzame oplossingen, om deze te kunnen borgen in de eigen organisatie en haar werkwijze. - De tenderboard adviseert projecten t.a.v.
duurzaamheid: adviezen van de tenderboard zijn zwaarwegend.
D. Mogelijkheden per thema Het “Actieplan duurzaamheid 2015” kent acht thema’s. Voor de belangrijkste thema’s die van toepassing zijn op inrichting van de openbare ruimte zijn hieronder mogelijke duurzaamheidsmaatregelen aangegeven. Biodiversiteit en klimaatadaptatie: - Houd/maak de openbare ruimte geschikt voor bepaalde diersoorten (bijv. planten van inheemse boomsoorten, groenstructuren verbinden, bouwen van vleermuistoren, ophangen nestkasten en insectenhotels); Tips en tricks zijn te vinden op de natuur en waterkansenkaart. - Pas zo min mogelijk verharding toe (verminder de verharding waar mogelijk en vervang ze door planten die bijdragen aan biodiversiteit) waardoor water in de bodem kan infiltreren; - Maak ruimte voor het bergen van water (dus ruimte voor wadi’s, poelen, beken etc.); - Houdt schoon water gescheiden van vervuild water en voer schoon water niet af naar de zuivering. - Onderzoek of en hoe het project kan bijdragen aan het verminderen van hittestress; - Pas geveltuinen toe; - Onderzoek hoe vrijkomende biomassa hoogwaardig kan worden hergebruikt. Het verbranden van biomassa moet worden voorkomen (i.v.m.
de luchtkwaliteit); - Pas bij-vriendelijke bloemen, struiken en bomen toe; - Pas zo weinig mogelijk verlichting toe, mits aantoonbaar noodzakelijk dan met specifieke lichtkleur voor bescherming van diersoort(en) die lokaal belangrijk zijn voor de biodiversiteit; - Maak gebruik van inheemse soorten; - Pas boompalen van onbehandeld hout toe; - Pas duurzame meststoffen toe. Insectenhotel landschapstuin Eschmarke Circulaire economie/materiaalgebruik: Onderstaande mogelijkheden zijn zoveel mogelijk gerangschikt op basis van het 10R model circulariteit.
11
Duurzaamheid
Eerst een aantal maatregelen die moeilijk in bovenstaand schema zijn in te passen: - Maak zoveel mogelijk gebruik van biobased materialen; - Wees bewust welke plaats het project inneemt in de keten van gebruik van grondstoffen en materialen en de afvalstoffen die hierbij ontstaan: zowel tijdens de projectfase als nadat het product of goed is opgeleverd; - Maak de leverancier verantwoordelijk voor het te leveren product en het gebruik ervan, oftewel koop “dienstverlening” in plaats van een concreet op te leveren product (bijv. leasen van speeltoestellen en straatmeubilair op basis van een goed kader van smart-gemaakte kwaliteitscriteria: er zijn ook voorbeelden dat wegen geleased worden!) - Hou de grondbalans gesloten; - Gebruik zo mogelijk asfalt met een duurzaam asfaltbindingsmiddel. Onderzoek hoe de gebruikte materialen zoveel mogelijk hergebruikt kunnen worden in de nieuwe situatie (stap 3 van het 10R model); - Onderzoek de mogelijkheden voor het optimaliseren van het gebruik van grondstoffen en materialen voor het maken van een product of goed en het toekomstig hergebruik van betreffende grondstoffen en materialen als het product of goed wordt afgedankt.
En laat dit bij aanbestedingen en bestekken concreet tot uiting komen (stap 3); - Onderzoek alternatieve asfaltsoorten die langer meegaan of minder onderhoud nodig hebben (stap 6); - Als hout gebruikt wordt, gebruik dan afvalhout uit de omgeving (bijv. snoeihout uit houtwallen) of hout met FSC keurmerk (stap 7); - Maak zoveel mogelijk gebruik van grondstoffen die herbruikbaar zijn (bijv. gebakken klinkers) (stap 8); - Maak waar mogelijk gebruik van asfalt dat kan worden gerecycled (stap 8). - Wees zuinig met grondstoffen door het materiaalgebruik te beperken (stap 9); - Probeer de asfaltdikte zo laag mogelijk te houden (stap 9); Energie: - Pas de CO2 prestatieladder toe; - Neem in het bestek de eis op dat gebruikte machinale werktuigen worden aangedreven met schone of duurzame brandstoffen (bijv. euro 5 of beter, of voldoen aan stagenormen III B of gelijkwaardig; liever nog werktuigen die geen fossiele brandstoffen gebruiken; in 2030 willen we inzetten op materieel dat geen CO2 uitstoot; - Onderzoek alternatieve vormen van verlichting zoals reflectoren en fluorescent materiaal; - Pas vleermuisvriendelijke verlichting toe; - Pas “slimme” verlichting toe die middels sensoren pas aangaat wanneer personen worden waargenomen op daarvoor geschikte locaties;
12
Duurzaamheid -
Ruimte maken voor vormen van duurzame energieopwekking; Gebruik maken van materialen met een lage energie-inhoud.
Zonnepanelen
Groene groei (groei waarbij het milieu niet belast wordt): - Voorkom vervuiling van bodem, water en lucht; - Gebruik stille en schone werk- en voertuigen; - Gebruik geen producten die zorgen voor uitloging van giftige stoffen; - Gebruik geen giftige gewasbeschermingsmiddelen; - Voorkom verbranding van afvalstoffen; - Gebruik stille en schone bladblazers. Mobiliteit: • Stimuleer lopen en fietsen; • Realiseer korte, comfortabele en veilige fietsroutes, inclusief goede stallingsvoorzieningen aan het einde van de rit; • Zorg voor slimme verkeersregelinstallaties met korte wachttijden met name voor de fiets; • Realiseer goede Openbaar Vervoer verbindingen en stimuleren duurzaam OV; • Stimuleer elektrisch rijden door (op verzoek) realiseren van openbare laadvoorzieningen in de openbare ruimte op basis van een strategische plankaart indien de aanvrager niet over een eigen parkeergelegenheid beschikt. Weconomy: • Werk samen met bewoners en ondernemers aan doelstellingen op het gebied van duurzaamheid; • Ondersteun bewonersinitiatieven op het gebied van duurzaamheid.
Fietssnelweg
13
TOR onderzoeken
TITEL?
Onderzoeken
§ 2.1 Bodem
2. ONDERZOEKEN Inhoud 2.1 Bodem 2.2 Archeologie 2.3 Niet gesprongen explosieven 2.4 Geluid 2.5 Flora en fauna
2.1 Bodem A. Inleiding Bij de inrichting van de openbare ruimte zal in verschillende projectfasen rekening moeten worden gehouden met de kwaliteit van de ondergrond (grond en grondwater). Zowel de grond als het grondwater kan binnen de gemeente Enschede vanwege verschillende historische activiteiten plaatselijk licht tot sterk verontreinigd zijn. Documenthouder Inhoudelijk contactpersoon Opdrachtgever Versie
Marc de Jong (technisch adviseur), 06 – 20 60 25 48, mc.de.jong@enschede.nl bodeminfo@enschede.nl Petra Klein Breukink 17-08-2022
Kader Wettelijk kader Diverse wetten bijvoorbeeld: a. Wet Bodembescherming (Wbb). b. Besluit Ruimtelijke ordening. c. Woningwet. d. Bouwverordening. e. Arbowetgeving. Landelijke richtlijn a. Bodemconvenant Beleid Enschede a. Nota bodembeheer regio Twente ‘Twents beleid veur oale groond 2.0’, 5 oktober 2018. b. Regionale bodemkwaliteitskaart, Rapportage bodemkwaliteitskaart, 23 maart 2018. c. Gebiedsgericht grondwaterbeheer Integraal waterbeheerplan Roombeek in Enschede Uitwerking gebiedsgericht grondwaterbeheer (Wbb) en uitvoeringsmaatregel GRP, 1 november 2013. Gebiedsgericht grondwaterbeheerplan centrum, omliggende wijken en havengebied Enschede, 24 december 2019. d. Beleidsregels PFAS regiogemeenten Twente, 28 mei 2020 e. Bodemkwaliteitskaart PFAS Twente, 28 mei 2020
Omschrijving
a. t/m e. zijn te vinden op: www.odtwente.nl → Thema’s → Bodem → Bodemkwaliteitskaart → onder ‘Welke kwaliteit grond mag toegepast worden?’ staan in de tekst de links naar de documenten. (De linken werken niet onder Citrix)
B. Beleid -
Ten aanzien van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is landelijke wet- en regelgeving van toepassing.
14
Onderzoeken -
-
§ 2.1 Bodem
Bij grondverzet moet gehandeld worden volgens de Nota bodembeheer regio Twente en de Regionale bodemkwaliteitskaart Twente en de beleidsregels en bodemkwaliteitskaart PFAS regiogemeente Twente. Deze stukken zijn opgesteld conform het besluit bodemkwaliteit. Indien grondwater onttrokken gaat worden dient te worden nagegaan of de werkzaamheden binnen een gebied vallen waar Gebiedsgericht grondwaterbeheer van toepassing is. Daarnaast wordt er getoetst of er verontreinigd grondwater wordt onttrokken, of dat een grondwaterverontreiniging niet toelaatbaar verplaatst gaat/kan worden, conform de Wet bodembescherming.
C. Proces Initiatiefnemers moeten bij de planvorming voor de inrichting van de openbare ruimte nagaan of en in hoeverre de bodem milieuhygiënisch geschikt is voor de beoogde functie. - Om mogelijke verontreinigingsbronnen vanuit het verleden te kunnen vaststellen, is in alle gevallen historisch onderzoek volgens NEN 5725 nodig vóórdat een bodemonderzoek daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Hiervoor dient in ieder geval gebruik gemaakt te worden van de beschikbare informatie op enschede.nl/ondergrond. - Indien geen voldoende actuele bodemonderzoekgegevens beschikbaar zijn, afhankelijk van de situatie mag een bodemonderzoekrapportage maximaal 5 tot 10 jaar oud zijn, dan dient er een bodemonderzoek volgens NEN 5740 te worden uitgevoerd en in geval van een asbestverdachte locatie ook volgens NEN 5707. Indien grondverzet plaats vindt wordt ook geadviseerd om onderzoek te doen naar PFAS in de bodem. - Aan de hand van de resultaten van het bodemonderzoek dienen die maatregelen te worden genomen die wet- en regelgeving verlangen. - Bij grondroerende werkzaamheden dient de opdrachtgever en de opdrachtnemer te voldoen aan de CROW 400 (werken in en met verontreinigde grond) en CROW 500 (Schade voorkomen aan kabels en leidingen). - Voor informatie en technisch advies over bodem kan men terecht bij de afdeling Stadsdeelbeheer. Per mail te bereiken via: bodeminfo@enschede.nl.
- Voor procedurele ondersteuning (procedures Wet bodembescherming en/of Besluit Uniforme Saneringen) kan men terecht bij het cluster Omgeving & Recht en de omgevingsdienst Twente (www.odtwente.nl). - Grondverzet valt onder het besluit bodemkwaliteit. De taken met betrekking tot toezicht en handhaving is door de gemeente Enschede belegd bij de omgevingsdienst Twente, zij zullen dus ook namens de gemeente toetsen of het grondverzet voldoet aan de gestelde beleidskaders en aan het besluit bodemkwaliteit.
15
Onderzoeken
§ 2.2 Archeologie
2.2 Archeologie A. Inleiding Documenthouder Inhoudelijk contactpersoon Opdrachtgever
Versie
Bart ter Beek (technisch adviseur), 06 - 20 67 31 25, b.t.beek@enschede.nl Bart ter Beek (technisch adviseur), 06 - 20 67 31 25, b.t.beek@enschede.nl Stedelijke ontwikkeling en beleid: Werner Gerritsen Openbare ruimte: Nicole Verzijl Wettelijke taken: Nardy Stegeman 17-08-2022
Kader Wettelijk kader Erfgoedwet
Omschrijving Met het in werking treden van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg op 1 september 2007 heeft de gemeente de zorgplicht voor de archeologie. Deze wetgeving komt voort uit het verdrag van Malta (Valletta). De wetgeving is gericht op behoud in de bodem van waardevolle archeologie. Op 1-7-2016 is deze wet vervangen door de Erfgoedwet.
Landelijke richtlijn Beleid Enschede a. Archeologiebeleid (28-01-2008) b. Wijzigingen voor verplicht archeologisch onderzoek. (26-09-2011) Bijlagen 1. Beleidsnormen 2. Beleidskaart
Toetsings- en wegingskader bij bestemmingsplannen en vergunningverlening.
De beleidskaart is ook in GIEL beschikbaar.
B. Beleid Het archeologiebeleid is gericht op het behoud van waardevolle archeologie.
C. Proces -
-
-
De bodem kan worden verstoord door bv graafwerkzaamheden bij bouwen, slopen, aanleg van beken, riolering en leidingen, diepploegen, een gebied ontwikkelen voor woningen, bedrijven etc. Bij deze regelgeving kan vooraf archeologisch onderzoek nodig zijn in gebieden met middelhoge en hoge archeologische verwachtingswaarden en in gebieden met gewaardeerde archeologische waarden. Het werk of de aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden uit het bestemmingsplan. Is hierin niets geregeld voor wat betreft archeologie dan wordt er getoetst aan het beleid. Het werk of de aanvraag wordt door de gemeentelijke behandelaar / interne projectleider voorgelegd aan de archeologisch adviseur. De archeologisch adviseur beoordeeld of het plangebied kan worden vrijgegeven of dat er archeologisch onderzoek noodzakelijk is, op basis van de “Archeologische beleidskaart” en het “Overzicht normen verplicht archeologisch onderzoek”. Indien een archeologisch vervolgtraject nodig is, dan trekt de archeologisch adviseur gezamenlijk op met de regioarcheoloog. Extra informatie is te vinden op Monumenten en Archeologie - Erfgoed Enschede.
16
Onderzoeken
§ 2.3 Ontplofbare oorlogsresten
2.3 Ontplofbare oorlogsresten (Niet gesprongen explosieven) A. Inleiding In de bodem van Enschede kan sprake zijn van ontplofbare oorlogsresten, voorheen niet gesprongen explosieven. Bij het uitvoeren van grondwerkzaamheden kan dit tot problemen leiden. Daarom is het belangrijk dat, voordat grondwerkzaamheden worden uitgevoerd, er wordt nagegaan of op betreffende locatie mogelijk ontplofbare oorlogsresten aanwezig zijn. Documenthouder Inhoudelijk contactpersoon Opdrachtgever Versie
Marc de Jong (technisch adviseur), 06 – 20 60 25 48, mc.de.jong@enschede.nl - Marc de Jong (technisch adviseur), 06 – 20 60 25 48, mc.de.jong@enschede.nl - Bodemloket: bodeminfo@enschede.nl Paul Wesseloo 17-08-2022
Kader Wettelijk kader a. Arbo wet
Landelijke richtlijn a. Beoordelingsrichtlijn voor het opsporen van conventionele explosieven (WSCS-OCE) Beleid Enschede a. ‘Detectie van explosieven uit WO II’ B&W besluit 6 september 2005 b. Explosieven risicokaart c. Begeleidend document risicokaart CE (definitief), BeoBOM, 14 februari 2020
Omschrijving a. (Grondverzet)bedrijven moeten voldoen aan de Arbo wetgeving en moeten op basis daarvan een veiligheidsen gezondheidsplan hebben. a. Deze richtlijn geeft de eisen waaraan het vooronderzoek moet voldoen.
a. Hoe om te gaan met de gemeentelijke verantwoordelijkheid t.a.v. niet gesprongen explosieven. b. Digitaal: www.enschede.nl/ondergrond c. Document zie: Bijlagen offline in de hoofdstukken
B. Beleid In het bestuursvoorstel van 2005 is besloten: - dat detectie uitvoeren naar explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in beginsel een verantwoordelijkheid van de grondeigenaar/projectontwikkelaar is; - dat de “verwachtingenkaart” (Explosieven risicokaart) gebruikt wordt als indicatie voor nader oriënterend onderzoek en eventuele detectie. Bij wegreconstructies dient men rekening te houden met niet gesprongen explosieven dit in het kader van de openbare orde en veiligheid. Dit houdt in dat binnen verdachte gebieden onderzoek naar niet gesprongen explosieven noodzakelijk is. Indien het gebied verdacht is zullen maatregelen noodzakelijk zijn om de risico’s voor de openbare orde en veiligheid weg te nemen. Daarnaast dienen opdrachtnemers op de hoogte gesteld te worden van de situatie en dienen deze te werken conform Arbowetgeving en maatregelen te treffen voor hun medewerkers en omgeving.
C. Proces -
-
Voorafgaand aan grondverzet moet de initiatiefnemer informatie met betrekking tot verdachtheid inwinnen via www.enschede.nl/ondergrond. (Zie Processchema verdachtheid en het hieronder.) Als het gebied verdacht is en er moeten maatregelen getroffen worden, moet er advies ingewonnen worden bij de gemeente (bodeminfo@enschede.nl). Hier wordt aan de hand van de Explosieven risicokaart en de ligging beoordeeld of en welke volgonderzoeken/maatregelen noodzakelijk zijn (detectie, benadering en ruiming). Als het gebied onverdacht is, kunnen grondroerende werkzaamheden regulier uitgevoerd worden, echter als er dan onverhoopt toch oorlogsresten worden aangetroffen dient men te handelen conform toevalsvondsten protocol. (Zie Stroomschema protocol toevalsvondst hieronder).
17
Onderzoeken -
§ 2.3 Ontplofbare oorlogsresten
Mocht men bij grondwerkzaamheden stuiten op ontplofbare oorlogsresten, dan dient evt. ruiming plaats te vinden. De burgemeester heeft (op grond van zijn bevoegdheden in het kader van openbare orde en veiligheid) de mogelijkheid om bij direct gevaar door ontplofbare oorlogsresten op te treden. Kosten voor onderzoek en eventuele ruiming van ontplofbare oorlogsresten (excl. inzet van de EODD) komen ten laste van het project. Voor gemeentelijke projecten is er een vorm van financiële tegemoetkoming (max. 68% van de gemaakte kosten voor onderzoek en uitvoering). Nadere informatie bij het bureau Subsidies van de gemeente (contactpersoon Rick Schulte). Ook markpartijen kunnen gebruik maken van deze financiële tegemoetkoming, dit loopt via de gemeente Enschede (bureau Subsidies). Hiervoor moeten vooraf afspraken worden gemaakt en moeten financiële stukken worden overlegd aan de gemeente.
Processchema verdachtheid:
Stroomschema protocol toevalsvondst:
18
Onderzoeken
§ 2.3 Ontplofbare oorlogsresten
19
Onderzoeken
§ 2.4 Geluid
2.4 Geluid A. Inleiding Wanneer projecten aan gemeentelijke wegen vanaf 30 km/u in de openbare ruimte worden uitgevoerd (bijvoorbeeld bij wegaanpassingen, veranderen van verhardingssoort, plaatsen van verkeerslichten, veranderen van de maximum snelheid) kan het aspect geluid een rol spelen. Bij een dergelijke aanpassing wordt altijd advies ingewonnen bij een geluidmedewerker. Zie C. Proces. De geluidmedewerker gaat na of sprake is van een reconstructie en of het in het specifieke geval nodig is om te komen tot een geluidreductie. Bij een reconstructie kan bijvoorbeeld geluidreducerend asfalt toegepast worden, hiermee kan een belangrijke geluidsreductie worden gerealiseerd. Geluidreducerend asfalt is vaak een efficiënte oplossing langs een weggedeelte met geluidsoverlast. Dit is wel situatie afhankelijk.
Documenthouder Inhoudelijk contactpersoon Opdrachtgever Versie
Jan van der Steege (beleidsadviseur), 06 – 23 58 91 70, j.van.der.steege@enschede.nl Roy Kuipers (technisch adviseur), 06 – 10 01 75 86, rkuipers@enschede.nl Henk-Jan van Tubbergh 17-08-2022
Kader Wettelijk kader a. Wet Geluidhinder b. Aanvullingswet Geluid c. Besluit kwaliteit leefomgeving d. Besluit activiteiten leefomgeving Landelijke richtlijn Beleid Enschede a. Actieplan Omgevingslawaai, gemeente Enschede (2018) b. Herziene Geluidnota Enschede, 3 april 2018 c. Notitie ‘Toepassing stille wegdekken in de gemeente Enschede’ van bureau Van Keulen Advies (zie a.)
Omschrijving a. wordt: Aanvullingswet Geluid b. onder de Omgevingswet c. onder de Omgevingswet d. onder de Omgevingswet
c. Met deze notitie als leidraad kan bij onderhoudswerkzaamheden aan het gemeentelijk wegdek per project een afweging worden gemaakt of het mogelijk is geluid reducerend wegdek toe te passen.
B. Beleid Bij wegreconstructies is het voorkomen/beperken van geluidhinder op geluidgevoelige bebouwing (woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen) een belangrijk aspect, waarvoor het wettelijk kader is opgenomen in de Wet Geluidhinder. Met de inwerkingtreding van de omgevingswet wordt dat de “Aanvullingswet Geluid”, onder deze link staan de toekomstige wijzigingen. Vooral voor wegen met een hoge verkeersintensiteit en een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur heeft dit consequenties. Hoewel we hier in onze Geluidnota op vooruitlopen zal met name de verplichte monitoring gevolgen kunnen hebben m.b.t. keuzes in verkeerscirculatie, wegverharding en toegestane snelheid. Van een reconstructie in de zin van de nu nog Wet Geluidhinder is sprake indien een fysieke wijziging(en) aan de weg, berekend in het toekomstige maatgevende jaar, zonder het treffen van maatregelen verantwoordelijk is voor een toename van de geluidsbelasting met (afgerond) 2 dB of meer. Het dient hierbij te gaan om een wijziging in fysieke zin. Enkele voorbeelden hiervan: - wijziging van profiel, wegbreedte, hoogteligging of wegdek; - wijziging van het aantal rijstroken; - aanleg van kruispunten; - aanleg van aansluitingen, op- en afritten; - verwijdering, plaatsing of wijziging van verkeerstekens; - aanleg Verkeersregelinstallatie;
20
Onderzoeken -
§ 2.4 Geluid
verandering van het snelheidsregime.
In 2018 is het Actieplan omgevingslawaai 2018-2023 vastgesteld. In het actieplan is aangegeven dat bij groot onderhoud aan hotspots (weggedeelten waarlangs veel woningen liggen met een geluidniveau hoger dan 63 dB) een afweging wordt gemaakt tussen het toepassen van geluidreducerend asfalt en woningisolatie. De hotspots zijn aangegeven in de bijlage bij het actieplan en in het onderstaande overzicht. Het actieplan is hier te openen. Voor de meerkosten van geluidreducerend asfalt op de hotspots is vaak een rijkssubsidie beschikbaar.
In 2024 wordt een nieuw actieplan omgevingslawaai vastgesteld.
C. Proces -
-
-
-
Om te bepalen of sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet Geluidhinder dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden. Een dergelijk onderzoek hoeft niet plaats te vinden als sprake is van: o een snelheidsverlaging, o het vervangen van een wegdeklaag door een wegdeklaag met dezelfde of een groter geluid reducerende werking. Mocht uit het akoestisch onderzoek blijken dat sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet Geluidhinder, dan dient tevens onderzocht te worden in hoeverre er maatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelasting terug te brengen naar de heersende waarde. Als dit niet mogelijk is kan eventueel een hogere geluidsbelasting worden vastgesteld, waarbij tevens dient te worden nagegaan of maatregelen moeten worden getroffen om het binnen niveau (het geluidniveau binnen de woning) te waarborgen. Maatregelen aan de bron (weg) zijn uit doelmatigheids-overwegingen, kosten en aantal, te verkiezen boven maatregelen bij de ontvanger (woning). De notitie ‘Toepassing stille wegdekken in de gemeente Enschede’ van bureau Van Keulen Advies is de leidraad bij onderhoudswerkzaamheden aan het gemeentelijk wegdek, om per project een afweging te maken of het mogelijk is geluid reducerend wegdek toe te passen.
Voor de uitvoering van het akoestisch onderzoek, het maken van de afweging bij hotspots en het aanvragen van rijkssubsidie voor geluidreducerend asfalt, kan contact opgenomen worden met de inhoudelijk contactpersoon R. Kuipers.
21
Onderzoeken
§ 2.5 Flora en fauna
2.5 Flora en fauna A. Inleiding Documenthouder Inhoudelijk contactpersoon Opdrachtgever
Versie
Bart ter Beek (technisch adviseur), 06 - 20 67 31 25, b.t.beek@enschede.nl - Bart ter Beek (technisch adviseur), 06 - 20 67 31 25, b.t.beek@enschede.nl - Natuurloket: Natuuradvies@enschede.nl Stedelijk ontwikkelingsprojecten en beleid: Werner Gerritsen Openbare ruimte: Nicole Verzijl Wettelijke taken: Nardy Stegeman 17-08-2022
Kader Wettelijk kader Wet Natuurbescherming (Wnb)
Omschrijving - Vanaf 1 januari 2017 zijn de Flora en Faunawet (soortenbescherming) en de Natuurbeschermingswet (gebiedsbescherming) geïntegreerd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Internationale verplichtingen uit onder andere de Europese Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, Verdragen van Bern en Bon, de Wetlands Conventie en het CITES-verdrag zijn hierin geïmplementeerd. - Voor wat betreft gebiedsbescherming kent Enschede 2 (Natura 2000) gebieden: het Aamsveen en het Lonnekermeer. Er dient echter ook rekening gehouden te worden met Natura 2000 gebieden die buiten de gemeente- en rijksgrenzen liggen. Het bevoegd gezag is Provincie Overijssel.
Landelijke richtlijn Beleid Enschede a. Wettelijke verplichting: - Soortenbescherming: Er wordt gewerkt volgens een goedgekeurde landelijke gedragscode voor (bestendig) beheer en gedragscode voor ruimtelijke ontwikkeling. - Gebiedsbescherming: geen uitgewerkt eigen beleid. Bijlagen a. Natuurkansenkaart voor het buitengebied (concept)
a. Wettelijke verplichting: De taak van de gemeente is om bij beheer te toetsen of de werkzaamheden niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Daarnaast heeft de gemeente een adviserende rol.
a. Natuurkansenkaart (concept): Op de kaart is aangegeven waar en voor welke soorten ecologische maatregelen het meest effectief zijn. Ook het beheer kan op basis van deze kaart worden aangepast.
B. Beleid Zie het schema.
C. Proces 1. Wet natuurbescherming 1.1 Bepalingen uit de Wet natuurbescherming - Opdrachtgevers en opdrachtnemers moeten voldoen aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming. - De gedragscodes “Bestendig beheer en onderhoud” en “Ruimtelijke Ontwikkeling” bestaan niet meer. De gedragscode die hiervoor in de plaats is gekomen hebben wij nog niet van toepassing verklaard. In 2022 wordt bekeken hoe we hier verder mee om willen gaan. - Hierin wordt aangegeven wat wel en niet mag bij aanwezigheid van beschermde soorten.
22
Onderzoeken -
§ 2.5 Flora en fauna
Binnen de gemeente Enschede zijn medewerkers geschoold in het herkennen van beschermde soorten en/of hoe te handelen bij aanwezigheid van beschermde soorten.
Ecologisch onderzoek - Bij werkzaamheden die mogelijk verstoring of vernietiging van (verblijfplaatsen van) beschermde soorten tot gevolg kunnen hebben dient (uitvoerig) ecologisch onderzoek te worden uitgevoerd en zo nodig een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. - De verantwoordelijkheid voor het laten uitvoeren van ecologische onderzoek en het inzichtelijk maken van de aan-/afwezigheid van beschermde soorten ligt bij de opdrachtgever. Deze vraagt ook een ontheffing i.h.k.v. de Wet natuurbescherming aan. Dit wordt doorgegeven aan de opdrachtnemer. Heeft de opdrachtgever dit naar behoren gedaan maar blijken zich er toch (in de tussentijd) beschermde soorten gevestigd te hebben dan moet de opdrachtnemer dit constateren. Dus de man op de maaimachine kan in dat geval verantwoordelijk zijn voor het afmaaien van een veldje beschermde bloemen. - De kennis om te beoordelen of er mogelijk (strikt) beschermde waarden worden verstoord ligt bij de gemeente. Meerdere gemeente medewerkers zijn de laatste jaren geschoold in het herkennen van beschermde soorten. Daarnaast kan ook via het Natuurloket van Gemeente Enschede om informatie gevraagd worden (natuuradvies@enschede.nl). Zij kunnen bepalen of er ecologisch onderzoek gedaan moet worden.
- Het ecologisch onderzoek wordt in de meeste gevallen door een ecologisch adviesbureau gedaan (soms door de gemeente zelf). - De ecologische rapportage wordt vervolgens beoordeeld door de gemeente (Natuurloket van gemeente Enschede). 1.2 Gebiedsbescherming - Bij beheer- en onderhoudswerkzaamheden in, of in de nabijheid van, een Natura 2000 gebied dient te worden gewerkt in overeenstemming met het door het bevoegd gezag (provincie Overijssel) bepaalde in het voor het betreffende gebied vastgestelde Beheerplan. - Alleen daarin genoemde werkzaamheden kunnen zonder nadere toetsing aan de Wnb worden uitgevoerd. - Voor alle andere werkzaamheden in een Natura 2000 gebied dient altijd te worden beoordeeld of dit kan worden aangemerkt als voortgezet bestaand gebruik/beheer. o Voortgezet bestaand gebruik/beheer: dan kunnen ook deze werkzaamheden worden uitgevoerd zonder verdere toetsing aan de Wnb. o Geen voortgezet bestaand gebruik/beheer: dan zal er een nadere toets aan de Wnb moeten worden uitgevoerd om te kunnen bepalen of het werkzaamheden betreft die verslechterende of mogelijk zelfs significant negatieve gevolgen voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende Natura 2000 gebied kunnen hebben. In voorkomend geval kan het noodzakelijk zijn een Wnb-vergunning aan te vragen bij het bevoegd gezag.
De kennis om te beoordelen of een nadere toets aan de Wnb noodzakelijk is ligt in beperkte mate bij de gemeente (natuurloket van de gemeente Enschede). In veel gevallen zal afstemming met de provincie (bevoegd gezag) noodzakelijk zijn. 1.3 Natuurkansenkaart buitengebied - De Natuurkansenkaart geeft de kansen weer in het buitengebied voor 14 soorten (planten en dieren). - De Natuurkansenkaart voor het buitengebied is gemaakt voor initiatiefnemers die iets willen doen voor de natuur, maar ook voor initiatiefnemers die bijvoorbeeld een tegenprestatie moeten leveren voor ontwikkelruimte. De Natuurkansenkaart stimuleert het gericht uitvoeren van natuurmaatregelen, zodat elke geïnvesteerde euro de meeste winst oplevert voor de natuur. - Het natuurloket van de gemeente beoordeelt ontwikkelingsinitiatieven en geeft aan welke ecologische kansen de planlocatie heeft.
23
TOR water
Water en riolering
3. WATER en RIOLERING A. Inleiding Dit hoofdstuk gaat over de inrichtingseisen op het gebied van water. We stellen eisen om veilig te kunnen bouwen (en inrichten openbare ruimte) t.b.v. hoog grondwater en extreme buien. Documenthouder Inhoudelijk contactpersoon
Opdrachtgever Versie
Koen Wagelaar (adviseur water en klimaatadaptatie), 06 – 20 54 38 99 - Sander Dimmendaal (technisch adviseur riolering), 06 – 41 33 58 59 - Hans Koetsier (technisch adviseur rioleringen), 06 - 20 60 35 79, c.koetsier@enschede.nl - Koen Wagelaar (ontwerper water), 06 – 20 54 38 99 Peter Dijkstra 17-08-2022
Kader Wettelijk kader a. Waterwet b. Wet ruimtelijke ordening c. Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie d. Bouwbesluit e. Activiteitenbesluit
Landelijke richtlijnen a. Kennisbank riolering
Beleid Waterschap Vechtstromen a. Waterbeheerprogramma b. Keur c. Legger
Beleid Enschede a. Watervisie b. Water en klimaatadaptatieplan (2510-2021)
Omschrijving a. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. b. Bij ruimtelijke planvorming moet aandacht besteed worden aan de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding c. Werkwijze om de gevolgen van klimaatverandering in het stedelijk gebied in beeld te brengen en aan te pakken. d. bevat regels over drinkwater, warm water en afvalwatervoorzieningen alsmede draagconstructies van daken in nieuwbouw en bestaande bouw. e. bevat regels over de afvoer van vervuild water vanuit inrichtingen.
a. Handreikingen van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, methoden en technieken door Stichting RIONED. a. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. b. Als u als inwoner of bedrijf iets wilt bouwen, graven, plaatsen of een andere activiteit bij het water wil doen dan gelden er regels die zijn vastgelegd in de Keur(de basisverordening van het waterschap). c. Op de legger staan de watergangen en kunstwerken welke essentieel zijn voor de aan- en afvoer van het watersysteem. a. Waterdoelen en ambities van Enschede. b. Het Water- en Klimaatadaptatieplan beschrijft hoe de gemeente Enschede omgaat met water en riolering en wat er wordt gedaan om Enschede voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering.
24
Water en riolering Proces - In dit document staan de randvoorwaarden waar een ontwerp van water- en rioleringsvoorzieningen in de openbare ruimte aan moet voldoen centraal. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de aansluitcriteria voor de afvoer van regen- en vuilwater vanuit de particuliere ruimte naar de openbare ruimte. - Afhankelijk van het project wordt er verwezen naar deze ontwerprichtlijnen en afwijkingen worden met argumentatie opgenomen in een exploitatie-overeenkomst, bestemmingsplan of het Programma van Eisen (PvE). - Communicatie met kopers van kavel/grond over de aanwezige voorzieningen voor ontwatering en afwatering en hoe de perceelontwatering en –afwatering dient te worden ingericht ligt bij de verkopende partij. - De initiatiefnemer dient de plannen voor een ruimtelijke ontwikkeling vanaf de initiatiefase kort te sluiten met de waterbeheerders (gemeente en waterschap). Deze eis komt voort uit de watertoets, die sinds november 2003 is verankerd in de wet ruimtelijke ordening. - Bij het opstellen van ruimtelijke plannen dient een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd te worden en een waterhuishoudingsplan en beheerplan opgesteld te worden. In het beheerplan moet worden uitgelegd wat de functie van de aangelegde voorzieningen is en hoe deze moeten worden onderhouden. Deze stukken moeten altijd worden goedgekeurd door de betreffende waterbeheerder(s). Bijlagen a.
Programma van eisen voor rioolgemalen. b. Standaard waterhuishoudkundig plan.
a. De voorwaarden en eisen die van toepassing zijn bij ontwerp en realisatie van rioolgemalen.
B. Beleid Watervisie De watervisie geeft aan alle (ruimtelijke) projecten de volgende opdracht mee: 1 Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. 2 De beleving van groene en blauwe kwaliteit versterken door water zichtbaar te maken. 3 Buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme neerslag. 4 Lasten beheersbaar. 5 Bewoners en ondernemers van Enschede gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. 6 De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en -kwantiteit. Water- en klimaatadaptatieplan gemeente Enschede 2022-2026 Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste, klimaatbestendige en biodiverse gemeente in 2050. Enschede wordt nog ‘groener’ en ‘blauwer’ om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke ‘duurzame en groene stad’ waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst. In het plan zijn nieuwe waterbergingsnormen opgenomen.
C. Inrichtingseisen water en riolering 1. Algemeen Geen gemeentelijke voorzieningen aanleggen op particulier terrein. 2. Oppervlaktewater Bestaande ontwateringsmiddelen zoals sloten en greppels zijn noodzakelijk voor de waterafvoer en ter voorkomen van hoge grondwaterstanden. Verwijderen van deze middelen is alleen na goedkeuring van gemeente en waterschap toegestaan. - Verkaveling afstemmen op natuurlijk verhang en afwatering. - Veel beken zijn in beheer bij het waterschap Vechtstromen, op deze beken rust de zgn. ‘Keur”. Dit betekent dat voor activiteiten aan weerszijde van de beek tot een breedte van 5m toestemming noodzakelijk is van het waterschap. - Toepassen van stedelijke afvoernorm: maximaal 2,4 l/ s/ ha (incl. kwelwater).
25
Water en riolering
3. Grondwater 3.1 Algemeen Hoge grondwaterstanden kunnen leiden tot ongewenste effecten. Zo kan door (te) hoge grondwaterstanden water in kruipruimten en vochtoverlast in woningen ontstaan, waardoor mensen ziek kunnen worden. Hoge grondwaterstanden kunnen leiden tot verweking of opvriezen van wegcunetten, waardoor wegverzakkingen ontstaan. Voor het groen kunnen hoge waterstanden tot afsterven leiden. Afhankelijk van de frequentie en omvang waarmee dit optreedt leidt dit tot een groter of minder groot probleem, of risico. - Om ongewenste effecten van hoge grondwaterstanden te voorkomen, houden we de onderstaande waarden aan. Tabel 1 Ontwateringshoogtes (gerelateerd aan de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG))
Bestemming Ontwatering m - GHG Primaire wegen 0,7 Secundaire wegen en erfontsluiting 0,5 Bouwwerken met kruipruimten 0,7 Bouwwerken zonder kruipruimten 0,5 Groen 0,5 - De waardes uit de tabel kunnen middels ophoging of drainage worden verwezenlijkt. - De voorkeursvolgorde is ophogen en als 2e drainage. De drainage mag enkel pieken in de grondwaterstand aftoppen, dus geen permanente verlaging van de grondwaterstand. - Bij ophoging geldt een maximum van 50cm om waterbezwaar naar de omgeving te voorkomen. - Waterdichtheid van kelder (inclusief de leidingdoorvoeren) is altijd een verantwoordelijkheid van de eigenaar. - Bij verlaging van het grondwater is een melding of vergunning bij/van het waterschap noodzakelijk. - Kelders kunnen invloed hebben op de natuurlijke grondwaterstroming. Mocht het vermoeden bestaan dat de kelder vanwege omvang en/of situering dit doet, dan dient onderzoek plaats te vinden. - Geohydrologisch onderzoek: zie bijlage “Standaard waterhuishoudkundig plan”. - De grondwaterstanden zijn te raadplegen onder: https://grondwater.webscada.nl/twentswaternet. 3.2 Drainage - Enkel het aftoppen en afvoeren van grondwaterstandspieken via een schoonwatersysteem is toegestaan. In principe geen toename van de afvoer van grondwater. - Bij verlaging van het grondwater is een melding of vergunning bij/van het waterschap noodzakelijk.
- Aansluiting op rioolstelsel of oppervlaktewater. Drainages voeren af op oppervlaktewater. In overleg met rioolbeheerder mag drainage in een tijdelijke situatie aangesloten worden op gemengde riolering. Dit kan het geval zijn als aanleg van een nieuw gescheiden rioolstelsel nog even duurt. - Detaillering drainage conform detail 50. - DT riool conform detail 49. 3.3 Kelders op particuliere kavels - Waterdichtheid van kelder (inclusief de leidingdoorvoeren) is altijd een verantwoordelijkheid van de eigenaar. - Kelders kunnen invloed hebben op de natuurlijke grondwaterstroming. Mocht het vermoeden bestaan dat de kelder vanwege omvang en/of situering dit doet, dan dient onderzoek plaats te vinden. 4. Hemelwater: 4.1 Algemeen - Het bouwpeil minimaal 0,30 m boven straatpeil (kruin van de weg t.o.v. toegang ter plaatse) om het risico op waterschade bij hevige neerslag te beperken. - Bij voorkeur bovengrondse afvoer van hemelwater, om reden: o Inzicht in werking van het systeem en mogelijke tekortkomingen;
26
Water en riolering
-
o Een lagere beheernorm. Geen kosten voor een 2e rioolbuis; o Een grotere betrokkenheid van burgers; o Een betere toegankelijkheid bij calamiteiten. Hemelwater gescheiden van afvalwater aanbieden aan perceelgrens (bouwbesluit). Voor bovengrondse aansluiting zie detail.
4.2 Systeemkeuze - Gescheiden of gemengde riolering wordt bepaald middels de watertoets en de richtlijnen uit het Water en Klimaatadaptatieplan. - Veiligheid: i.v.m. wateroverlast dient het systeem doorgerekend te worden. Hierbij moet inzichtelijk gemaakt worden of en wanneer water op straat, wateroverlast en waterschade ontstaat. - De waterhuishouding ontwerpen op basis van risicogestuurd rioolbeheer. - Als vuistregel hanteren: doorrekenen met T=2: geen water op straat, T=100: Geen waterstanden hoger dan 0,20 meter en geen water in woningen. 4.3 RWA-riolering - Detaillering conform detail 45. 4.4 Straatkolken Voor de herkenbaarheid van een gemengd en gescheiden rioolstelsel passen we 2 typen straatkolken toe. Een waaiermotief wordt toegepast bij een voorziening waarbij het regenwater in de bodem infiltreert of op het oppervlaktewater loost.
Waaiermotief op standaardkolken.
4.5 Berging en Infiltratie 4.5.1 Algemeen Als gevolg van de klimaatverandering zal naar verwachting de neerslag extremer worden en de kans op wateroverlast of overstromingen toenemen. Naast extreem natte periodes kan een warmer klimaat leiden tot hittestress of juist extreem droge perioden veroorzaken. We zullen ons moeten aanpassen aan deze omstandigheden (adaptie) om de stad en omgeving leefbaar te houden. De trits Vasthouden, Bergen, Afvoeren (conform de commissie Waterbeheer 21e eeuw) wordt daarom steeds belangrijker. Vasthouden betekent dat het regenwater zoveel mogelijk op de plek waar het valt wordt vastgehouden om daar te gebruiken of in de bodem te infiltreren. Wat niet vastgehouden kan worden moet geborgen worden zodat het later in de bodem kan infiltreren of vertraagd wordt afgevoerd. Als laatste wordt het regenwater (direct) afgevoerd naar oppervlaktewater. Vanuit deze principes werkt de gemeente Enschede bij het omgaan met (regen)water.
27
Water en riolering Bergingsopgave en percentage groen: - 55mm waterberging (1 liter waterberging per vierkante meter verharding). - Voor het bergen van water zijn diverse oplossingen mogelijk: wadi’s, greppels, verlaagde groenzones, molgoten, vijvers. - Voor nieuwe openbare ruimte minimaal 20% van het oppervlak groen inrichten. 4.5.2 Vijvers - Vijvers dienen voor berging en afvoer van grondwater. - Bodemdiepte van (minimaal) 0,7 m onder de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) dit voorkomt hoge onderhoudskosten en zorgt voor een goed ecologisch evenwicht. - Bergingsvijvers moeten voldoen aan de keur van het waterschap Vechtstromen. - Vijver situeren op laagste punt binnen het plangebied; - Talud boven GLG minimaal 1:3 i.v.m. machinaal onderhoud; onderhoudsstrook voor het onderhoud van de vijver.
Bergingsvijver Roombeek
4.5.3 Groene daken Begroeide daken dienen te voldoen aan: - NTA 8292:2016 (NEN); geeft specifieke informatie voor begroeide daken. In het bijzonder over de brandveiligheid, waterbuffering en windbelasting. Dit betreft de Nederlandse Technische Afspraak, aan welke technische eisen moet het groene dak dus voldoen. - BRL Dak- en Gevelbegroening:2016 (aanvulling juni 2020); Betreft het kwaliteitsmanagementsysteem waar dak- en gevelbegroeiing aan moet voldoen. Dit betreft: o Ontwerp- en advies van dak- en gevelbegroeiing o Aanleg van dak- en gevelbegroeiing o Onderhoud van dak- en gevelbegroeiing - BRL Dak- en Gevelbegroening - Groenkeur; Praktijkboek Multifunctionele groene daken en gevels; is de vervanger van het SBR handboek daken in het groen. Dit betreft een praktisch handboek voor het ontwerpen, realiseren, onderhouden en slopen van de groene daken. - Meerlaags begroeid daksysteem, wat voldoet aan de volgende waternorm: o Indien het groene dak wordt ingezet als waterbergende voorziening moet middels berekeningen en documentatie inzichtelijk worden gemaakt hoeveel de bijdrage aan de waterbergingsopgave bedraagt. o De bergende voorziening dient na 48 uur weer volledig beschikbaar te zijn, waarbij het debiet van 2,3 l/s/ha niet wordt overschreden.
4.5.4 Wadi - Detaillering conform de gemeentelijke Standaarddetails - Detail: 46-47-48 - Stedelijke wadi: Wadi met verticale wanden, onderhoudsextensieve vegetatie, breedte van min 1,50 tot 15 m. Detaillering en opbouw conform standaarddetail XX.
28
Water en riolering
Wadi Ruwenbos (gras)
Wadi Bijvank (ruwe vegetatie)
5. Afvalwater 5.1 Algemeen - De gemeente zamelt het afvalwater in en verzorgt het transport naar de rioolzuivering van het waterschap. - De perceeleigenaar is verplicht om het afvalwater aan het gemeentelijk systeem aan te bieden. - Afvalwater aanbieden aan de perceelgrens. - De riolering op bestaande nabijgelegen riolering aansluiten, middels een aanvraag. - In bijzondere gevallen, wanneer bijvoorbeeld riolering ontbreekt, dient een individuele zuivering (IBA) te worden ingericht. - Afvoer onder vrij verval, afwijking alleen na akkoord waterbeheerder. - De afvoer van afvalwater vanuit het gebied dient geen problemen in het bestaande rioolstelsel te veroorzaken. 5.2 DWA-riolering en Gemengde riolering - Detaillering conform detail 45. - Huis- en kolkaansluitingen detail 44. 5.3 Persleidingen en drukriolering - Detaillering conform detail 51. 5.5 Rioolgemaal: zie bijlage “Programma van eisen voor rioolgemalen”
Aanleg riolering Auke Vleerstraat
29
TOR wegen
Wegen
4. WEGEN A. Inleiding In dit hoofdstuk worden de belangrijkste en vereiste documenten en handelingen beschreven om een civieltechnisch werk te kunnen voorbereiden en aanbesteden. Documenthouder Inhoudelijk contactpersoon
Opdrachtgever Versie
Peter te Velde (verkeersontwerper), 06 – 30 71 73 99, p.t.velde@enschede.nl - Peter Bult (civiel technisch), 06 - 51 55 22 38, p.bult@enschede.nl - Peter te Velde (verkeersontwerper), 06 –30 71 73 99, p.t.velde@enschede.nl - Kees van der Neut (VRI regisseur), 06 - 10 01 44 27, c.vd.neut@enschede.nl - Cora de Hamer (gladheidsbestrijding), 06 - 12 18 64 79, c.d.hamer@enschede.nl - René ter Meer (kostendeskundige), 06 - 51 55 22 18, r.t.meer@enschede.nl - Denise Jager (civieltechnische aanbestedingen), 06 – 18 34 53 52 Peter Dijkstra 17-08-2022
Kader Wettelijk kader a. Omgevingsvergunning b. Wegenwet c. Bouwbesluit Landelijke richtlijn a. CROW a. Beleid Enschede a. Verordening Kwaliteit Leefomgeving b. Beleidsplan Gladheidbestrijding c. Wegenbeleidsplan 2020-2023 d. Fietsvisie 2030 e. Parkeervisie 2013-2020 f. Nota Parkeernormen Enschede 2017 g. Mobiliteitsvisie Enschede h. Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019.
Omschrijving a. Vergunning voor sloop, bouwen, lozen en onttrekken grondwater. b. Wegenverkeerswet en het RVV c. Bluswatervoorziening en bereikbaarheid a. Richtlijnen ten aanzien van inrichting wegen, bestekken en tekeningen a. Plaatselijke vergunningen b. Strooibeleid, d.d. 8-12-2014 c. Wegenonderhoud d. Fietsbeleid e. Parkeerbeleid f. Parkeernormen voor auto’s en fietsen g. Mobiliteitsvisie h. Brandweereisen aan weginrichting, d.d. 2019.
Proces - Om te voorkomen dat er bij elk ontwerp discussie ontstaat over de toe te passen materialisering en maatvoering is er een standaard. Standaardisering betekent niet dat alles er hetzelfde uit komt te zien. Er is voldoende keuzemogelijkheid in inrichting van het profiel, profiel maten en keus van materiaal om verschil te kunnen maken zonder de eenheid en herkenbaarheid te niet te doen. Tevens vraagt elke straat zijn eigen inrichting i.v.m. profielbreedte, aantal woningen, parkeerdruk, inritten, e.d. Het aanpassen van de openbare ruimte gebeurt altijd in samenspraak (bv. inloopavond) met de bewoners en wijkraad. - Het ontwerpen en realiseren van openbare ruimte wordt altijd gedaan door of in nauw overleg met de betrokken contactpersonen van de specifieke locatie (zie overzicht inhoudelijke contactpersonen). - De Bewoners Adviesraad Sociaal (BAS), Adviescommissie Toegankelijkheid (AT), Fietsersbond en Adviescommissie Cultuurhistorie krijgen vroeg in het proces een overzicht met de aan te pakken wegen. Hierdoor kunnen zij vroegtijdig aangeven of er vanuit hun belang iets speelt bij deze wegen en wat hun advies daarbij is. *BAS en AT om ons scherp te houden op de inclusieve samenleving.
*De Adviescommissie Toegankelijkheid fysiek (AT) geeft gevraagd advies op herinrichtingsplannen in de openbare ruimte rondom voor publiek openbaar toegankelijke voorzieningen en kan daarnaast ongevraagd advies geven tot aanpassing van de openbare ruimte t.b.v. mensen met een beperking. Grootstedelijke en grotere infrastructurele werken dienen altijd ter advies aan de commissie te worden voorgelegd.
30
Wegen *Fietsersbond: vanuit onze mobiliteitsopgaven, duurzaamheid en het bevorderen van gebruik van de fiets. *Adviescommissie Cultuurhistorie: om cultuurhistorische afwegingen beter mee te kunnen nemen. - Om te bepalen of sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet Geluidhinder dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden. Een dergelijk onderzoek hoeft niet plaats te vinden als sprake is van: een snelheidsverlaging, het vervangen van een wegdeklaag door een wegdeklaag met dezelfde, of een groter geluid reducerende werking. Bijlagen - Kaart Bijzondere openbare ruimte - Kaart wegencategorieën - Standaarddetails Enschede
B. Beleid De diverse beleidsdocumenten geven de randvoorwaarden waaraan elk project moet voldoen. De belangrijkste beleidsuitgangspunten zijn in dit hoofdstuk opgenomen, zodat er een eenduidig wegbeeld ontstaat. In de verschillende beleidsnotities wordt verwezen naar kaarten. De belangrijkste informatie is in de kaarten in de bijlagen opgenomen. De standaardisering geldt voor heel Enschede met uitzondering van de “Bijzondere openbare ruimte” (Zie blz. 6))). De verschillende typen wegen zijn te vinden op de kaart wegencategorieën (zie bijlage).
C. Inrichtingseisen Wegen 1. Algemeen - De Enschede eisen zijn afgeleide van de landelijke richtlijnen aangepast op de Enschedese situatie en gaan daarom boven de landelijke richtlijnen. - Een woonerf wordt in principe niet meer toegepast. Bij profielwijzigingen in de oude woonerven wordt het profiel waar mogelijk aangepast naar de standaard inrichting van een erftoegangsweg (30 km/u). - Snelheidsbeperkende remmende maatregelen worden in principe enkel genomen in verblijfsgebieden op kruispunten van wegen middels een plateau of wegvakdrempel Indien dit vanuit waterproblematiek noodzakelijk is kan worden gekozen voor een punaise. Detail 23-24-25. - In lange stukken zonder zijaansluitingen is met een tussenruimte van minimaal 70 meter en maximaal 100 meter een drempel, wegversmalling of andere snelheidsbeperkende maatregel noodzakelijk; in busroutes en vanuit waterproblematiek kan gekozen worden voor een Gumacon busvriendelijke drempel. - Doorgaande voetgangersvoorzieningen dienen bij zijstraten te zijn voorzien van bandverlagingen en blindengeleide voorzieningen op hoofdroutes. Detail 19 + 20. - Doodlopende wegen zijn op bedrijfsterreinen niet toegestaan tenzij in een keerlus voorzien wordt. In andere gebieden zijn doodlopende wegen toegestaan mits de rijbaan minimaal 5 meter breed is (of 4,5 meter met een keermogelijkheid op het eind).
Kan hier niet aan worden voldaan dan mag de weg maximaal 40 meter lang zijn (Bron: Handreiking-Bluswatervoorziening-en-Bereikbaarheid2019). - Een straat moet altijd via een tweede onafhankelijke route bereikbaar zijn of maximaal 40 meter diep. Deze alternatieve route mag afsluitbaar zijn mits deze door alle hulpdiensten te openen is. - Rondom een brandkraan dient een minimale diameter van 180 centimeter vrij te blijven (detail 38). - Een bus-route over een 30 km weg heeft als materialisatie klinkers, tenzij de intensiteit van busverkeer en zwaar vervoer zeer hoog is. - Als het materiaal van het wegdek gewijzigd wordt van een stillere variant (bijv. asfalt) naar een variant die meer geluidhinder kan veroorzaken (bijv. klinkers) dan dient altijd tijdig advies te worden ingewonnen bij de geluidmedewerker (zie paragraaf 2.4 Geluid).
31
Wegen
Kruispuntplateau met drempelelementen Fietsen - Fietspaden zijn binnen de bebouwde kom altijd rood van kleur, buiten de kom is zwart toegestaan maar dienen de kruisingen (+5 meter aan weerskanten) rood gemaakt te worden wanneer het pad in de voorrang is. Fietsstroken zijn altijd rood van kleur. - De fietspaden die onderdeel zijn van de regionale fietsroutes F35 zijn binnen en buiten de bebouwde kom zijn altijd rood van kleur. - Waar mogelijk heeft het de voorkeur vrij liggende fietspaden te realiseren. - I.v.m. gladheidsbestrijding door fietspadstrooiers moet rekening worden gehouden met een minimale beschikbare breedte van 2,5 meter tussen trottoirbanden, verkeersgeleiders of obstakels, een draaicirkel van 11 meter (R=6m) en een vrije hoogte van 3,00 meter. - Palen op fietspaden om autoverkeer te weren worden in principe zeer terughoudend toegepast. Bij noodzaak van een paal zie voor waarschuwingsmarkering en maatvoering detail 28. I.vm. gladheidsbestrijding geen vaste palen plaatsen, maar een standaard overrijdbare paal: Polecone PC80 NS DRW-NL, met reflectie (van Haagen DBS) indien de paal in het strooiseizoen moet blijven staan. Op hotspots een paal met brandweersleutel uitvoeren. Trottoir - Korte en doodlopende straatjes (<100m) hoeven geen trottoir, mits lage verkeersstroom.
Minimale vrije doorgangsruimte 0,90 meter bij puntvernauwingen (lichtmasten, verkeersborden) en 1,20 meter bij langere versmallingen. Zie C4. - Er dient rekening te worden gehouden met voorzieningen voor mensen met een beperking. Richtlijnen en informatie hiervoor zijn te vinden in: “Voetpaden voor iedereen” (Bouw Advies Toegankelijkheid, Utrecht). Parkeren - Naast parkeervakken aansluitend aan groen (haaks en langs) altijd een uitstapmogelijkheid creëren van 30 cm + band. Detail 7. - Bij parkeerhavens langs rijbanen, uit te voeren conform detail 1 t/m 7, streven naar een onderbreking om de ca. 35 meter om bomen, groenvakken en/of oversteken mogelijk te maken. - Parkeerplaatsen voor mensen met een beperking dienen bij voorkeur op een eindvak te worden gepositioneerd met een naastliggende uitstapstrook of trottoir, waarop het uitstappen voor mensen met een beperking mogelijk is. Kan dit niet dan dient het vak bij haaksparkeren ten minste 3,50 meter breed te zijn. - Haaksparkeren niet toepassen langs gebiedsontsluitingswegen en bedrijventerreinen en bij voorkeur niet langs fietsstraten. - Beëindiging langsparkeren is standaard met een haakse (wel afgeronde) hoek. Deze standaard wordt ook gebruikt bij een onderbreking t.b.v. een lichtmast of een boom.