CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie warmte Enschede

Raadscommissie Omgevingsbeleid 15 november 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling Transitievisie Warmte Enschede27.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

minder isolatiemaatregelen en aanpassingen aan de binneninstallatie nodig.

27

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

3. Isoleren en aardgasvrije warmteopties In de woning is qua techniek in plaats van een CV-ketel alleen een

voor toepassing van een warmtenet of all-electric alternatief. Dat komt onder

zogenaamde afleverset aanwezig, maar om je energierekening van

andere door drukte in de ondergrond en de oude, soms monumentale staat

gelijkblijvend naar verlagend te brengen, zijn extra isolatiemaatregelen

van de bebouwing die werkzaamheden kostbaar en technisch moeilijk

natuurlijk wel noodzakelijk om de vaste kosten omlaag te brengen.

inpasbaar maken. Met de kennis van nu is het daarom logisch om het

De temperatuur van het aangeleverde warme water moet voldoende zijn om

bestaande gasnet hier (voorlopig) te handhaven. In een deel van deze wijken

de woningen te kunnen verwarmen. Voor veel bestaande woningen zal een

blijft het gasnet op termijn mogelijk ook bestaan. Voor andere wijken zal blijken

middentemperatuurwarmtenet dat 70°C levert op de koudste dagen van het

dat over een aantal jaar een ander alternatief haalbaar is. Bij elke herziening

jaar de laagste maatschappelijke kosten hebben.

van de Transitievisie Warmte zal dit opnieuw worden bekeken.

Warmtenetten hebben als belangrijk kenmerk dat er grote investeringen in

Als in sommige wijken het gasnet blijft bestaan is de randvoorwaarde dat er op

de infrastructuur nodig zijn. Hierdoor zijn warmtenetten alleen haalbaar in

termijn voldoende duurzaam gas is, zoals groengas of waterstofgas, om het

gebieden met een hoge bebouwingsdichtheid. Een ander belangrijk kenmerk

aardgas te vervangen. Aangezien duurzaam gas zeer schaars is en voorlopig

van warmtenetten is dat een warmtenet in een relatief kort tijdsbestek moet

ook zal blijven, is in deze wijken wel gasbesparing nodig (zie bijlage C 3.1 voor

worden ontwikkeld, om zodoende snel voldoende aansluitingen te krijgen

meer informatie). Door middel van isolatie, het toepassen van hybride

waarmee je voorinvesteringen voorkomt en zo snel mogelijk de bron kunt

warmtepompen en door naoorlogse gebouwen wel zoveel mogelijk gasvrij te

verduurzamen. Ook is het van belang dat er voldoende CO2-neutrale

maken, kan een gasbesparing van 60% tot 70% worden gerealiseerd in deze

warmtebronnen aanwezig zijn als bron voor een warmtenet. Door het stedelijke

wijken.

karakter van de stad Enschede en de aanwezigheid van een warmtenet is een aanzienlijk deel van de bestaande bouw geschikt voor aansluiting op het

Het schema op de volgende pagina geeft een samenvatting van de

warmtenet.

verschillende warmteopties.

Gasnet Voor sommige wijken is het nu nog niet te bepalen wat op termijn het beste alternatief voor aardgas is. De laagste maatschappelijke kosten van alternatieven liggen (nog) dichtbij elkaar. Ook kunnen er belemmeringen zijn

28

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

3. Isoleren en aardgasvrije warmteopties All-electric

Warmtenet

Gasnet

Isolatie

Op natuurlijke momenten naar een basisniveau.

Op natuurlijke momenten naar een basisniveau.

Op natuurlijke momenten naar een basisniveau.

Techniek in de woning

Laag-temperatuur afgiftesysteem en een warmtepomp. Relatief veel impact in de woning.

Midden-temperatuur afgiftesysteem en een afleverset. Relatief weinig impact in de woning.

Midden-temperatuur afgiftesysteem en een hybride warmtepomp. Relatief veel impact in de woning.

Infrastructuur

Verzwaring elektriciteitsnet is in de meeste gevallen nodig. Impact op zowel onder- als bovengrond voor extra infrastructuur.

Relatief veel impact in de ondergrond.

(Bestaande) gasnet. Relatief weinig impact in de ondergrond.

Bovengrondse impact

Geluid- en zichtimpact door warmtepompen buiten in de tuin of op het dak. Plaatsing zonnepanelen en windturbines om tot een aanvaardbare duurzame energiemix te komen.

Warmte-overdracht-stations in de openbare ruimte.

Beperkt.

Bronnen

Landelijke, op termijn duurzame elektriciteitsmix.

Mix van duurzame, lokale bronnen. Bij lage temperatuur bronnen hoort nog een collectieve warmtepomp op duurzame elektriciteit.

Op termijn duurzaam gas (groen gas of waterstof).

Opt-out14

Lokale bronnetten.

All-electric en lokale bronnetten.

All-electric en lokale bronnetten. Opt-out is wenselijk aangezien dan al direct de stap naar aardgasvrij wordt gemaakt.

Tabel 1: Samenvatting van verschillende warmteopties 14) Opt-out: met opt-out bedoelen we dat niet 100% van de woningen en gebouwen in een wijk aangesloten zullen worden op de voorkeurswarmteoptie (de warmteoptie met de laagste maatschappelijke kosten). Voor een deel van de panden ligt een andere warmteoptie meer voor de hand omdat er binnen een wijk bijv. vaak een variatie is in het type en bouwjaar van woningen. Ook zullen niet alle inwoners kiezen voor de oplossing die als technische voorkeur naar voren komt.

29

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

3. Isoleren en aardgasvrije warmteopties Biomassa

Gezien de doelstellingen van de Nederlandse overheid om in 2050 een

Biomassa is een containerbegrip dat vele potentiële vormen van energie

volledige circulaire economie te hebben, zetten we niet in op de verder uitbouw

omvat. Onder biomassa vallen bijvoorbeeld hout, mest, rioolslib, zeewier, GFT

van biomassabronnen voor het warmtenet. De huidige B-houtcentrale van

en algen. Biomassa kan daarnaast is vele soorten energiedragers voorkomen:

Twence gebruikt alleen reststromen hout15 die (nog) niet op een andere manier

vaste brandstoffen zoals resthout, vloeibaar zoals in biobrandstoffen of

te gebruiken zijn. Meer informatie over biomassabronnen in Enschede is terug

gasvorming zoals bij groen gas. Energie uit biomassa is chemische energie die

te vinden in bijlage C.

in de materialen zit, die omgezet kan worden in hoge temperatuur warmte of elektriciteit. Een speciaal soort biomassa energiedrager is groen gas. Dit kan

In all-electric wijken bestaat het risico dat huiseigenaren de keuze maken om

gebruikt worden als alternatief voor aardgas.

houtachtige biomassa te gebruiken, bijvoorbeeld met een pelletketel of houtkachel. Deze oplossingen zijn echter niet wenselijk in verband met uitstoot

Sommige vormen van biomassa, zoals houtverbranding, staan de laatste jaren

van fijnstof en mogelijke stankoverlast. Daarnaast is het de vraag hoe

ter discussie. Bij specifieke situaties en toepassingen worden vraagtekens

betaalbaar houtpellets op de langere termijn zullen zijn.

gezet of de biomassa wel als duurzaam gezien kan worden. Er is ook veel politieke discussie over bepaalde vormen van biomassa. Het is belangrijk om altijd te specificeren welke vorm van biomassa bedoeld wordt en waar deze vandaan komt. Ook is het belangrijk om te overwegen of biomassa in een

3.5 Verduurzaming (bedrijfs)gebouwen en maatschappelijk vastgoed

andere toepassing niet meer waarde heeft. De stappen voor bedrijfsgebouwen, utiliteitsgebouwen en maatschappelijk Op dit moment wordt er al een significante hoeveelheid biomassa toegepast in

vastgoed zijn hetzelfde als voor woningen: eerst isoleren om het gebouw

Nederland, voornamelijk uit reststromen die geen duidelijke andere functie

transitiegereed te maken en daarna aardgasvrij.

hebben. Maar biomassa is niet onbeperkt beschikbaar. Daarom moet er zuinig mee omgesprongen worden. Als dezelfde biomassa ingezet kan worden als grondstof, kan het beter niet ingezet worden voor verwarming van woningen of gebouwen.

15) B-hout is bijvoorbeeld hardboard, spaanplaat, vezelplaat, geperst hout, meubels, geverfd hout, deuren, kozijn en niet-geïmpregneerd hout.

30

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

3. Isoleren en aardgasvrije warmteopties 3.6 Hittestress en koudevraag

Er zijn wel een paar specifieke aandachtspunten: Voor kleine utiliteitsgebouwen (<500 m2) zijn de aardgasvrije alternatieven vergelijkbaar met die bij woningen. Voor grotere gebouwen zijn ook andere

Hitte in en rond gebouwen wordt een steeds belangrijker onderwerp.

oplossingen beschikbaar zoals een bronnet of WKO-installatie (warmte-

De laatste jaren zijn er steeds vaker hittegolven in Nederland. Vooral de dagen

koude opslag). Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de potentie van WKO

waarbij temperaturen oplopen tot boven de 30 graden kunnen zorgen voor

in Enschede laag is.

overlast van warmte in de gebouwde omgeving. Het effect van hitte wordt

De meeste bedrijven gebruiken aardgas alleen voor verwarming. Verbruik

versterkt in wijken met veel hoogbouw en verstening. De eerste effecten van

van warm water en koken is wel relevant bij zorggebouwen, horeca (in het

klimaatverandering worden hiermee zichtbaar.

bijzonder hotels) en sommige sportvoorzieningen (bijv. zwembad). Daarnaast is koeling voor veel bedrijven belangrijk. Vooral als veel mensen

Hitte is niet alleen een probleem van gebouwen en gebruikers van gebouwen,

op een beperkt oppervlak bij elkaar komen en als er goed geïsoleerd is.

maar ook van de leefomgeving rond gebouwen. Ook wordt hittestress niet

Voorbeelden zijn kantoren, winkels, onderwijs en zorg. Dit betekent dat

alleen veroorzaakt door gebouweigenschappen (o.a. mate van isolatie,

oplossingen die verwarming en koeling kunnen combineren (zoals een

glaspercentage, zonwering en oriëntatie) maar ook door locatiespecifieke

bronnet, en all-electric oplossingen) aantrekkelijk kunnen zijn als

eigenschappen (verstening en bebouwingsdichtheid).

voorkeursalternatief. Voor kantoren geldt aanvullend dat deze in 2023 energielabel C moeten

Isolatie zorgt er in de winter voor dat de warmte onze woningen en gebouwen

hebben en in 2030 energielabel A. De gebouwen met energielabel D of E zijn

minder snel verlaat. Een prettig bijeffect is dat isolatie er ook voor zorgt dat

in de meeste gevallen nog eenvoudig te verbeteren naar energielabel C,

deze woningen en gebouwen in de zomer koeler blijven. Dat komt doordat de

bijvoorbeeld met zonnepanelen of besparing van het elektriciteitsverbruik.

isolatielaag de warmte buiten houdt. Als de warmte eenmaal binnen is, raken

Bij gebouwen met energielabel F of G is de opgave groter en moet vaak

(zeer) goed geïsoleerde woningen wel moeilijker hun warmte kwijt.

ingrijpend verbouwd worden. Denk daarbij aan het vervangen van beglazing en isolatie van de gebouwschil. Deze komen dan bovenop eenvoudigere

Warmteoverlast kan voorkomen worden door:

maatregelen als zuinige verlichting en zonnepanelen. Energielabel A vereist

Gebouwen aan te passen en zo te voorkomen dat deze verregaand

aanzienlijke isolatie of een hybride warmtepomp, bronnet of warmtenet.

opwarmen; Actief koelen van gebouwen en/of ruimtes om warmte kwijt te raken.

31

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

3. Isoleren en aardgasvrije warmteopties Het voorkomen van veel warmte is vaak beter dan het massaal actief gaan

3.7 Innovaties in de warmtetransitie

koelen van gebouwen. Dit kan door beschaduwing, reflectie, verdamping en ventilatie (zie ook bijlage C4). Dit soort maatregelen worden ook wel

Tussen nu en 2050 zullen er naar verwachting nog diverse technische

‘klimaatadaptieve maatregelen’ genoemd.

verbeteringen doorgevoerd worden in volgende generaties warmtetechnieken. Ook zullen er nog innovaties volgen die nu nog in de kinderschoenen staan of

Afhankelijk van de gekozen warmteoplossing in de wijk zijn er andere

die we nog niet kennen. We moeten echter wel nu starten om in 2050 een

mogelijkheden om hittestress te voorkomen of actief te koelen:

aardgasvrije en CO2-neutrale stad te realiseren. Als de Transitievisie Warmte

Isolatie: door te zorgen dat woningen en gebouwen voorzien worden van

wordt bijgesteld zal telkens opnieuw gekeken worden naar de stand van de

basisisolatie wordt warmte beter buitengehouden;

techniek en nemen we dat mee in de route die we bewandelen op weg naar

Warmtenet: aanleg van een warmtenet is een logisch moment om in de wijk

2050.

ook klimaatadaptieve maatregelen te nemen. Daarnaast is adsorptiekoeling een mogelijkheid voor specifieke ouderencomplexen of kantoren16;

Innovaties in all-electric

Bronnet: bij aanleg van een bronnet ontstaat er ook de mogelijkheid tot

Binnen all-electric zijn nog veel innovaties te verwachten. De belangrijkste

koeling via de warmte-infrastructuur;

innovaties zijn warmtepompen die ook efficiënt hoge temperaturen kunnen

All-electric: als er laagtemperatuur radiatoren zijn geplaatst is koeling

maken en innovaties op het gebied van energieopslag in de woning. Deze

mogelijk.

innovaties17 kunnen op termijn leiden tot een besparing van maatschappelijke

Bijlage C4 gaat in meer detail in op de gevolgen van hittestress en de

kosten, bijvoorbeeld doordat het elektriciteitsnet minder hoeft te worden

toenemende koudevraag door klimaatverandering en maatregelen voor de

verzwaard of omdat ook oude, complexe wijken gasvrij kunnen worden.

gebouwde omgeving om hiermee om te kunnen gaan. 16) Absorptie koeling is een koelmethode die een warmtebron gebruikt om energie te leveren voor het koelsysteem. 17) Nieuwe generatie warmtepompen: Er komen steeds meer nieuwe generatie warmtepompen op de markt, die een grotere temperatuursprong kunnen maken door gebruik te maken van andere koudemiddelen, zoals ammoniak (NH3) en CO2. De nieuwe generatie warmtepompen zijn ontwikkeld voor de industrie en worden daar al jaren toegepast. Speciaal voor woningen is er nu ook een individuele lucht-water-warmtepomp op de markt met als koudemiddel CO2, die zonder problemen 70°C kan produceren. Voordeel is dat je dan dus niet meer de bestaande radiatoren hoeft te vervangen. Nadeel is dat ze wel minder energie-efficiënt zijn. De verwachting is dat er ook water-water-warmtepompen voor woningen op de markt komen met dezelfde eigenschappen. Deze zullen naar verwachting efficiënter zijn.

32

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

3. Isoleren en aardgasvrije warmteopties Een ander voordeel is dat een warmtepomp in combinatie met warmteopslag

Innovaties bij warmtenetten

de mogelijkheid voor vraagsturing biedt. Wanneer de elektriciteitsprijs laag is of

Bij een warmtenet wordt al op grote en kleine schaal met warmteopslag

er overschotten zijn van (zelf) opgewekte hernieuwbare elektriciteit kan de

gewerkt. Dit zijn buffervaten, boven of ondergronds, gevuld met warm water

warmteopslag gevuld worden voor gebruik op een later moment.

die dienen als warmtebatterij. Bij de meeste warmtenetten hebben de

Op momenten dat er een piek is in de elektriciteitsvraag wordt (ook) warmte

duurzame bronnen niet voldoende capaciteit om ook in de winterpiekvraag te

vanuit de warmteopslag geleverd. Opslag is dus noodzakelijk om de

voorzien. Opslag maakt dat wel mogelijk, zodat (piek)gasketels minder ingezet

elektriciteit, die een warmtepomp gebruikt, CO2-neutraal op te kunnen wekken.

hoeven te worden.

Om warmteopslag in woningen in combinatie met warmtepompen toe te

Daarnaast zien we diverse innovaties om bestaande woningen op een

kunnen passen moet echter nog wel een sprong gemaakt worden. Voor een

warmtenet aan te sluiten. Bijvoorbeeld door afleversets aan de buitenkant van

waterbuffer is in veel gevallen geen ruimte. Er worden ook nieuwe compactere

woningen te plaatsen. Of door de aanvoer van het warmtedistributienet door

warmtedragers dan water uitgetest en ontwikkeld, zoals phase change

de woning naar de zolder te leiden. Daar staat in de meeste gevallen nu de

materials (PCM’s) en thermochemische warmtebatterijen. Deze breed

cv-ketel.

18

toepasbare technieken voor opslag zijn echter nog niet marktrijp.

18) Phase change materials (PCM's) zijn materialen waarvan de faseverandering (van vast naar vloeibaar en andersom) wordt gebruikt om warmte of koude op te nemen en af te staan. In PCM’s wordt energie tijdelijk opgeslagen voor gebruik op een later moment. Het bestaat uit een zoutoplossing of zoutkristallen in een zak of in een paneel. Het materiaal neemt warmte op uit de omgeving en smelt dan. De omgeving koelt hierdoor. Wanneer de temperatuur zakt, geeft het materiaal de warmte weer af aan de omgeving, waardoor omgeving opwarmt. De tijdelijke opslag voorkomt extreme temperaturen in een gebouw en vermindert de koel- en verwarmingsbehoefte in een gebouw. Hierdoor is een kleinere technische installatie voor koeling en verwarming nodig en het energieverbruik lager. Om een vergelijking te maken: warmte-koudeopslag in de bodem heeft een warmtepomp en een warmtebron (omgevingslucht of bronput) nodig. Bij PCM ligt de bron in de ruimte zelf. Bron: RvO, 2021

33

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

4. Aardgasvrije warmteoptie per wijk In dit hoofdstuk geven we per wijk aan wat met de kennis van nu naar

4.2 Laagste maatschappelijke kosten

verwachting het aardgasvrije alternatief wordt voor verwarmen en koken met aardgas.

Bij het bepalen van de warmteoptie in wijken kijken we naar zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Dit is ook het uitgangspunt in het Klimaatakkoord.

4.1 Criteria voor bepaling van warmteopties per wijk

We streven naar warmteopties met de meest gunstige verhouding van kosten en baten. Onder maatschappelijke kosten worden alle kosten en baten

Naast de leidende principes voor de warmtetransitie (zie hoofdstuk 2) hebben

verstaan die we als samenleving maken voor een bepaalde warmteoptie,

we ook criteria opgesteld die bepalend zijn voor welke warmteoptie waar komt.

ongeacht wie wat betaalt. Daarnaast hebben we rekening gehouden met de

Deze criteria zijn: laagste maatschappelijke kosten, bestaande infrastructuur

kosten voor het totale systeem, dus niet alleen met de kosten die specifiek

per wijk en beschikbaarheid van warmtebronnen. Tabel 2 geeft een

gelden voor een betreffend gebied of wijk, om versnippering van infrastructuren

samenvatting van deze besliscriteria.

te voorkomen. Daarbij worden niet alleen de investeringen, maar ook onderhoud en operationele kosten meegenomen, dus inclusief de

In hoofdstuk 5 zoomen we in op de duurzaamheid van de aardgasvrije

energierekening van de eindgebruiker, gedurende een periode van 30 jaar.

warmteopties en op de beschikbaarheid van warmtebronnen.

Besliscriterium

Korte beschrijving

Laagste maatschappelijke kosten

De aardgasvrije warmteoptie waarvoor de totale maatschappelijke kosten voor een gebied het laagst zijn, krijgt voorrang boven duurdere oplossingen.

Bestaande infrastructuur per wijk

Bestaande of reeds geplande infrastructuur heeft invloed op de warmteoptie per wijk. Zo nemen we bijvoorbeeld mee waar de bestaande warmtenet-infrastructuur ligt.

Aanwezigheid van warmtebronnen

De nabijheid van warmtebronnen weegt mee en kan bepalend zijn voor de warmteoptie in een wijk

Tabel 2: Criteria voor bepalen warmteopties

34

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

4. Aardgasvrije warmteoptie per wijk Uit zowel de enquête als discussies met andere stakeholders blijkt dat er in

inductiekookplaat), kosten voor de infrastructuur en kosten voor de bron en

Enschede zorgen bestaan over de kosten van de overstap naar aardgasvrij.

levering van energie. Daarbij worden niet alleen de investeringen, maar ook

De Transitievisie Warmte lost niet alle vraagstukken rond de betaalbaarheid

onderhoud en operationele kosten meegenomen, dus inclusief de

van de transitie op, maar sorteert wel voor op de meest betaalbare transitie

energierekening van de eindgebruiker, gedurende een periode van 30 jaar.

door per wijk de warmteoptie met de laagste maatschappelijke kosten te

Het model houdt tevens rekening met de bestaande infrastructuur in een wijk.

kiezen. De Transitievisie Warmte geeft geen antwoord op de vraag hoe de kosten vervolgens eerlijk verdeeld kunnen worden, en gaat niet over de

Vergelijkende analyse met andere modellen. De uitkomsten van het

diverse instrumenten die kunnen zorgen voor een eerlijke verdeling van de

Warmtetransitiemodel (WTM) van Over Morgen zijn vergeleken met drie

kosten. Dat zijn vraagstukken waar de Rijksoverheid zich over buigt en waar in

andere modellen, te weten een studie met het CEGOIA-model van CE Delft,

de eerste wijkuitvoeringsplannen ervaring mee wordt opgedaan. We weten dat

de Startanalyse van PBL19 en een studie door Ecofys. Bovendien heeft

dit randvoorwaardelijk is voor het slagen van de transitie. Toch willen we nu al

Over Morgen een extra analyse gedaan om te komen tot warmte-eilanden,

stappen zetten en inzichtelijk maken hoe Enschede op termijn aardgasvrij kan

gebieden waar de concentratie van warmtevraag het hoogste is.

worden. De snelheid van de warmtetransitie zal uiteindelijk bepaald worden door de snelheid waarmee de transitie financierbaar, betaalbaar en uitvoerbaar wordt.

4.3 Aardgasvrije warmteoptie per wijk De laagste maatschappelijke kosten per warmteoptie zijn bepaald op basis van een financieel-technische analyse (zie bijlage D voor een gedetailleerde

Het onderzoeksbeeld dat is ontstaan na de analyse laat zien in welke wijken er

beschrijving van de analyse). Deze analyse bestaat uit twee onderdelen:

een robuuste uitkomst is van meerdere modellen en waar er geen of minder consensus is tussen de modellen. Het onderzoeksbeeld is de basis voor de

Modelmatige financieel-technische analyse met het Warmtetransitiemodel

keuze van een warmteoptie en transitiepad per wijk. Rekenmodellen zijn

(WTM) van Over Morgen. De analyse wordt verder toegelicht in de

echter niet onfeilbaar en werken op basis van allerlei aannames, inputdata en

technische notitie die is toegevoegd als bijlage D. De analyse laat de

bevatten diverse onzekerheden.

aardgasvrije warmteopties zien met de laagste maatschappelijke kosten per wijk. Die kosten omvatten de gehele keten, dus zowel kosten voor

19) Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) (2020), Startanalyse uit de Leidraad Transitievisie

aanpassingen aan gebouwen (zoals isolatie, een warmtepomp of een

Warmte

35

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

4. Aardgasvrije warmteoptie per wijk Naast de laagste maatschappelijke kosten hebben we dus ook gekeken naar

Per wijk is bijgehouden wat de afweging precies is geweest om tot een

de ligging van het huidige warmtenet (de bestaande infrastructuur),

warmteoptie te komen. Deze afwegingen en de uiteindelijke warmteoptie

de beschikbaarheid van warmtebronnen en de duurzaamheid van bronnen

per wijk zijn te vinden in bijlage F. Het resultaat wordt weergegeven in de

(zie ook het volgende hoofdstuk). Daarnaast zijn de uitkomsten gevalideerd

warmteoptiekaart (figuur 6), die tevens is opgenomen in bijlage D.

met de werkgroep en zo nodig gecorrigeerd op basis van lokale afwegingen en informatie.

Nummer Buurtnaam

92 90 46 44

73

43

41

72

50

70

30

71

22

6

23 24

96

13

21

66 68

97

63

64 69 95

62 61

65

87

81

16

83

88 85

60 67

11

80

14

82

12

20 28

86

15

4

5

52

10

7

25

27

51

3

0 26

2

1 8

91

53

42

31 40

98

93

45

94

84

0 City 1 Lasonder, Zeggelt 2 De Laares 3 De Bothoven 4 Hogeland-Noord 5 Getfert 6 Veldkamp-Getfert-West 7 Horstlanden-Stadsweide 8 Boddenkamp 10 Velve-Lindenhof 11 Wooldrik 12 Hogeland-Zuid 13 Varvik-Diekman 14 Sleutelkamp 15 't Weldink 16 De Leuriks 20 Cromhoffsbleek-Kotman 21 Boswinkel-De Braker 22 Pathmos 23 Stevenfenne 24 Stadsveld-Zuid 25 Elferink-Heuwkamp 26 Stadsveld-Noord-Bruggert 27 't Zwering 28 Ruwenbos 30 Tubantia-Toekomst 31 Twekkelerveld

Figuur 6: Warmteoptie per wijk

36

Transitievisie Warmte Enschede

40 Walhof-Roessingh 41 Bolhaar 42 Roombeek-Roomveldje 43 Mekkelholt 44 Deppenbroek 45 Voortman-Amelink 46 Drienerveld-U.T. 50 Schreurserve 51 Ribbelt-Ribbelerbrink 52 Park Stokhorst 53 Stokhorst 60 Stroinkslanden Noord-Oost 61 Stroinkslanden-Zuid 62 Stroinkslanden Noord-West 63 Wesselerbrink Noord-Oost 64 Wesselerbrink Zuid-Oost 65 Wesselerbrink Zuid-West 66 Wesselerbrink Noord-West 67 Helmerhoek-Noord 68 Helmerhoek-Zuid 69 het Brunink

70 Industrie- en havengebied 71 Marssteden 72 Koekoeksbeekhoek 73 Kennispark 80 Glanerveld 81 Bentveld-Bultserve 82 Schipholt-Glanermaten 83 Eekmaat 84 Oikos 85 Eilermarke 86 De Slank 87 Dolphia 88 Eekmaat West 90 Dorp Lonneker 91 Dorp Boekelo 92 Buurtschap Lonneker-West 93 Noord Esmarke 94 Buurtschap Zuid-Esmarke 95 Buurtschap Broekheurne 96 Buurtschap Usselo 97 Boekelerveld 98 Buurtschap Twekkelo

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

4. Aardgasvrije warmteoptie per wijk Uitkomsten van de analyse

of het dan wel duidelijk is welke eindoplossing hier het beste past.

Als we inzoomen op figuur 6 zien we dat in een flink aantal wijken in de stad Enschede een warmtenet als voorkeursoplossing naar voren komt.

In Glanerbrug en Lonneker verwachten we niet dat bebouwing aangesloten

De maatschappelijke kosten voor een warmtenet zijn in al deze groengekleurde

gaat worden op het huidige warmtenet van Enschede. Ook een lokaal

wijken het laagste. De donkergroene kleur betekent dat we hier verwachten dat

warmtenet ligt niet direct voor de hand omdat er geen lokale warmtebronnen

er een mix van een warmtenet en een bronnet komt. Dat zijn wijken waar

voor handen zijn. In Boekelo kan in de toekomst een warmtenet nog een optie

zowel veel woningen als bedrijfsgebouwen, kantoorgebouwen en

worden. Het beeld is nu dat deze dorpen deels naar all-electric gaan en voor

utiliteitsgebouwen staan. Voor dergelijke gebouwtypen is een bronnet namelijk

een deel is de eindoplossing ook nog niet bekend. Sowieso zal de focus hier in

vaak ook een interessante optie in plaats van een warmtenet. In Enschede

eerste instantie liggen op isoleren.

hebben we echter wel te maken met een lage potentie voor WKO. Hierdoor is een bronnet lastiger te realiseren. Bedrijfsgebouwen kiezen dan mogelijk toch voor aansluiting op het warmtenet of voor een all-electric oplossing. Bij de grote bedrijventerreinen zien we diverse mogelijke eindoplossingen. All-electric voor woningen zal slechts in een beperkt aantal wijken in de stad Enschede de voorkeursoplossing zijn naar we nu al kunnen voorzien. En wel in de blauwgekleurde wijken. In deze wijken is het belangrijk om stapsgewijs toe te werken naar het benodigde isolatieniveau om zo de overstap naar all-electric, een warmtepomp, te kunnen maken op termijn. Daarnaast zal voor nieuwe (eengezins)woningen (gebouwd na 1995) verspreid over de hele gemeente naar verwachting ook vaak gekozen worden voor een all-electric oplossing. Er zijn ook wijken waar we de best passende oplossing nog niet van kennen. In alle oranje gekleurde wijken liggen de kosten van de opties dicht bij elkaar. Hier starten we met isoleren. Bij de herziening van de Transitievisie kijken we

37

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

4. Aardgasvrije warmteoptie per wijk Voor het buitengebied geven deze modellen geen uitkomst. Aansluiting op een

Naar verwachting zal op termijn het gasnet verdwijnen uit die straten en wijken

warmtenet is daar niet mogelijk. Over het algemeen is voor woningen in het

waar een warmtenet komt of waar all-electric oplossingen passend zijn. Bij de

buitengebied die na 1995 gebouwd zijn all-electric een goede optie. Voor

verdieping op wijkniveau (zie hoofdstuk 8) zal inzichtelijk gemaakt worden of er

andere woningen zal de focus moeten liggen op warmtebesparing door isolatie

logischerwijs gebieden zijn binnen de wijk waar een andere warmteoptie dan

en op een hybride warmtepomp als tussen- of mogelijk zelfs eindoplossing.

de voorkeursoplossing beter past zoals bijv. voor een wijkje met vrijstaande woningen in een warmtenetwijk. En tegelijkertijd kijken we hoe we daar waar logisch gebouweigenaren stimuleren om te kiezen voor de warmteoptie die in

4.4 Keuzevrijheid en maatwerk per wijk

hun wijk de voorkeur heeft. We maken de inschatting dat een bepaald percentage van de vastgoedeigenaren in warmtenetwijken zal kiezen voor een

Een belangrijke nuance bij de warmteoptiekaart is dat de inkleuring van een

all-electric oplossing, en dat een ander percentage (voornamelijk

wijk nooit betekent dat de hele wijk volledig op die warmteoptie over gaat.

utiliteitsgebouwen) zal kiezen voor een lokaal bronnet. Ook in wijken waarvan

Om uiteenlopende financiële, technische of andere, lokale redenen kunnen

we nu nog niet weten wat de eindoplossing wordt verwachten we dat deze

gebouweigenaren kiezen voor andere warmteopties dan de

deels overgaan naar all-electric of een bronnet. In tabel 2 is een inschatting

voorkeurswarmteoptie in een wijk. Dit wordt ook wel ‘opt-out’ genoemd.

van deze spreiding (opt-out) van warmteopties binnen wijken weergegeven.

Eigenaren hebben volgens de huidige en verwachte regelgeving keuzevrijheid om te kiezen voor de aardgasvrije warmteoplossing van hun eigen voorkeur. Opt-out

Wonen

Niet wonen

Gasnet

20%

30%

de betaalbaarheid van de warmtetransitie in de betreffende wijk. Voor een

Warmtenet

30%

50%

collectieve warmteoplossing geldt dat die betaalbaarder wordt als er meer

All-electric en bronnet

30%

50%

Dit betekent bijvoorbeeld dat individuele vastgoedeigenaren een keuze hebben om aan te sluiten op een collectieve warmte-infrastructuur of niet. Het afwijken van de overwegende warmteoptie in de wijk kan echter wel invloed hebben op

woningen en kantoren aangesloten zijn. Andersom geldt dat het individueel afwijken van de voorkeursoplossing kan leiden tot hogere individuele

Tabel 3: Inschatting van de spreiding van warmteopties binnen wijken (‘opt-out’).

investeringen in bijvoorbeeld een warmtepomp.

Ofwel het verwachte percentage woningen en gebouwen dat een andere warmteoptie dan de voorkeurswarmteoptie in een wijk zal kiezen

38

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

4. Aardgasvrije warmteoptie per wijk Op basis van de warmteopties per wijk zoals weergeven in figuur 6 en de optout zoals hierboven aangegeven in tabel 3, kunnen we een inschatting maken van de verwachte spreiding over de drie categorieën warmteopties. In figuur 7 is dit weergegeven. Met de kennis van nu schatten we in dat ongeveer evenveel woningen en gebouwen op een warmtenet zijn aangesloten als een all-electric oplossing (incl. bronnet) zullen hebben in 2050. Voor een deel van het vastgoed zal duurzaam gas in combinatie met een hybride warmtepomp de eindoplossing worden (‘gasnet’ zoals in de figuur hieronder). Warmteopties 2050

Gasnet

Warmtenet

All-electric of bronnet

Figuur 7: Inschatting verdeling van warmteopties in 2050 in Enschede

39

Transitievisie Warmte Enschede

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

5. Analyses duurzaamheid en beschikbaarheid warmtebronnen Zoals in het vorige hoofdstuk beschreven is door middel van een

afweging voor een duurzame energie-infrastructuur. Hernieuwbare

financieel-technische analyse en vergelijking tussen modellen de

energiebronnen zijn schaars in Nederland. Hoe efficiënter de warmteoplossing

warmteoptie per wijk bepaald op basis van de laagste maatschappelijke

is, hoe minder energie er nodig is en dus hoe minder duurzame bronnen nodig

kosten. Vervolgens zijn die resultaten getoetst aan drie andere belangrijke

zijn. Energie die je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken. De efficiëntie

criteria: aanwezigheid van infrastructuur in de wijk, aanwezigheid en

van een warmteoptie heeft daarom invloed op zowel de korte termijn als op de

duurzaamheid van warmtebronnen (zie ook paragraaf 4.1). In dit

langere termijn CO2-uitstoot.

hoofdstuk gaan we in de op de laatste twee. Ook bekijken we de technische mogelijkheden die het huidige warmtenet in Enschede biedt.

Besparing CO2 op de korte termijn In figuur 8 wordt de CO2-uitstoot van de huidige gasketel vergeleken met de huidige CO2-uitstoot van individuele warmteopties (all-electric en hybride) en

5.1 Toets op duurzaamheid warmtebronnen

collectieve oplossingen (warmtenet). Deze vergelijking is gemaakt op basis van landelijke en lokale kentallen van diverse warmtebronnen20. De CO2-uitstoot

Efficiëntie warmteoplossing

van deze warmteopties is uitgedrukt in het aantal kilogram CO2, dat jaarlijks

Bij de keuze voor een duurzame infrastructuur en de daarbij horende

wordt uitgestoten om een geïsoleerde woning van 106 m2 (gemiddelde

aardgasvrije warmteoplossing is het van belang dat deze op korte termijn

woonoppervlakte in Enschede), te voorzien van ruimteverwarming en warm

CO2 bespaart en dat deze op langere termijn de hoogste kans geeft op een

tapwater.

CO2-neutrale energievoorziening. Bij de keuze voor een duurzame aardgasvrije warmteoplossing spelen daarom

20) Voor elektriciteit is aangenomen 0,475 kg CO2 per kWh en voor aardgas 1,884 kg per m3. Voor

twee aspecten een belangrijke rol: de efficiëntie van de warmteoplossing en de

afvalverbranding is 26,49 kg per GJ aangenomen. Dit getal is gecorrigeerd naar ongeveer 18 kg

mogelijkheid om de energiebron te verduurzamen. Op basis van inzicht in deze

CO2 per GJ, omdat het warmtenet in Enschede veel minder gas gebruikt dan het landelijke

twee aspecten kunnen we per warmteoplossing de CO2-uitstoot op de korte

gemiddelde (aanname is 5% in plaats van 20%10). Diepe geothermie resulteert in 25,05 kg per

termijn en de toekomstbestendigheid voor de lange termijn vergelijkbaar

GJ. Bron: co2emissiefactoren.nl. Ennatuurlijk heeft aangegeven dat de CO2-uitstoot van het

maken.De efficiëntie van de warmteoplossing speelt in aanvulling op de

huidige warmtenet 5,5 kg CO2 per GJ is (waardes voor 2019). Dit is dus nog lager mede omdat er

laagste maatschappelijke kosten een belangrijke rol bij het maken van een

ook gebruik wordt gebruikt van biomassa en omdat het huidige gasverbruik maximaal 1% is.

40

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

5. Analyses duurzaamheid en beschikbaarheid warmtebronnen CO2 emissie verwarming en warmtapwater

van vandaag. Richting de toekomst zal de energiemix steeds duurzamer

Gasnet

3500

All-electric

Warmtenet

warmte vragen lager zal worden.

3000

Uit de grafiek kan worden afgeleid dat bijna alle aardgasvrije warmteopties met

2500

de technieken van vandaag al leiden tot minder CO2-uitstoot ten opzichte van de huidige gasketel. Infraroodpanelen zijn hierop een uitzondering. Ook is het

2000

zo dat aansluiting op een warmtenet21 met als warmtebron een B-hout

1500

biomassa-installatie zoals in Enschede, al bijzonder veel CO2 bespaart op de

1000

korte termijn. Daarnaast is de uitstoot van een dergelijke installatie aanzienlijk lager ten opzichte van een afvalverbrandingsinstallatie die bij andere

500

warmtenetten in Nederland wordt gebruikt. Dit hangt mede samen met het feit ZI RW

weinig gas nodig is voor de piekvraag van warmte. Twence heeft ook plannen

va l

voor CO2-afvang waardoor ook de restwarmte vanuit de afvalverbranding nog

Af

gunstiger wordt om te gebruiken.

In

fra

ro

od

m

et

e-

bo

ile r ve rb ra D nd ie in pe g G eo th er m ie

p po m

p

dat het huidige warmtenet in Enschede is overgedimensioneerd22 waardoor er

Lu

ch t

-w

at

er -w

ar m te

po m

p

ar m te

at -w

W at

er

nl u

ch t

w

er -w

ar

m

te

po

m

p po m

ar m te Bu ite

ila

tie

lu

ch t

w

H

R

-k

et

el

0

Ve nt

KG CO2 per woning per jaar

worden, waardoor de CO2-uitstoot van warmteopties die elektriciteit, gas of

Elektriciteitsmix

Figuur 8: Jaarlijkse CO2-uitstoot voor verwarmen en warmtapwater

Gasmix

per warmteoptie op basis van de energiemix in 2020.

Warmtemix 21) Warmtenet 5,5 kg CO2 per GJ is (waardes voor 2019). Dit is dus nog lager mede omdat er

Een belangrijke kanttekening bij de grafiek is dat de CO2-uitstoot is berekend

ook gebruik wordt gebruikt van biomassa en omdat het huidige gasverbruik maximaal 1% is.

op basis van de huidige stand van de techniek, met de huidige Nederlandse

22) Het warmtenet van Ennatuurlijk heeft op dit moment nog een grote capaciteit voor WEQ om

warmte-, gas- en elektriciteitsmix. Deze grafiek geeft dus een momentopname

aangesloten te worden. Door deze situatie, zal het warmtenet piekvragen van WEQ tijdens

weer, namelijk de gemiddelde CO2-uitstoot van de verschillende warmteopties

extreme koude winterdagen goed op kunnen vangen.

41

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

5. Analyses duurzaamheid en beschikbaarheid warmtebronnen 5.2 Mogelijkheden om energiebronnen te verduurzamen

Ontwikkeling gasvraag

Een tweede en zeer belangrijk aspect bij de keuze voor een duurzame

150.000.000

duurzame energiebronnen, waardoor gedurende de warmtetransitie de CO2-uitstoot verder kan dalen en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen afneemt. Het einddoel is immers niet alleen aardgasvrij, maar ook CO2-neutraal. We maken daarbij onderscheid tussen gas, elektriciteit en warmte.

Gasvraag in m3 per jaar

energie-infrastructuur is dat deze (op termijn) kan worden gevoed met

Huidig

2030

2050

120.000.000

90.000.000

Per energiedrager of -bron (gas, warmte, elektriciteit) is de toekomstige beschikbaarheid en de mogelijkheid om op termijn te verduurzamen geanalyseerd, op basis van de kennis van nu. In bijlage C, hoofdstuk C3.3

60.000.000

wordt hier nader op ingezoomd. 30.000.000

Gas De inschatting is dat in Enschede op de lange termijn (zie figuur 9) voor het

0

voeden van warmtenetten en gasnetten nog een gasvraag over zal blijven van

Figuur 9: Inschatting ontwikkeling gasvraag

Wonen

ongeveer 15% van de huidige gasvraag.15 % van de huidige gasvraag is gelijk

in Enschede tussen nu en 205023

Niet wonen

aan de beoogde landelijke productie van groen gas in 2030. In de bespaar-

Warmtenet

wijken waar het gasnet voorlopig blijft liggen is het noodzakelijk om het gasverbruik sterk te reduceren door te isoleren en over te gaan op hybride

het belangrijk om de meest CO2-arme oplossingen te stimuleren, zoals

systemen.

warmtepompen. Daarnaast is het zo dat all-electric oplossingen een grote

Elektriciteit

23) De gasvraag wordt in dit scenario teruggebracht naar circa 20 miljoen m3. Dit is ongeveer

Ten aanzien van all-electric zien we wat betreft efficiëntie een grote variatie

15% van de huidige vraag. Mogelijk komt er meer duurzaam gas beschikbaar voor de gebouwde

tussen oplossingen (zie figuur 8). Voor CO2-besparing op de korte termijn is

omgeving, maar dit is nu nog onzeker. Zie bijlage C voor meer informatie.

42

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

Elektriciteitsvraag kWh per jaar

5. Analyses duurzaamheid en beschikbaarheid warmtebronnen impact op het elektriciteitsnet hebben vanwege de hoge piekbelasting.

moment nog onvoldoende duurzame elektriciteit is - zeker in de winter - en

De hoge piekbelasting van all-electric oplossingen ontstaat doordat inwoners

gascentrales mogelijk moeten bijspringen om de piekbelasting op te vangen.

en bedrijven in het stookseizoen (vooral de winter) elektriciteit gebruiken voor

Desondanks zorgt een warmtepomp door de hoge efficiëntie nu al voor een

verwarming. Daardoor hebben zij ook een grotere kans op afhankelijkheid van

vermindering van de CO2 uitstoot, zelfs wanneer de stroom volledig uit een

fossiele bronnen op de lange termijn dan warmtenetten, omdat er op dit

gasgestookte centrale zou komen.

Toename elektriciteitsvraag warmtetransitie

Het merendeel van de duurzame elektriciteit, die nodig is voor het duurzaam

250.000.000

Huidig

2030

2050

verwarmen van Enschede zal van buiten de gemeentegrenzen moeten komen. Uiteraard wordt er ook in de stad zoveel mogelijk elektriciteit opgewekt. Voor de Transitievisie Warmte is aangenomen dat er voldoende elektriciteit op nationaal en internationaal niveau duurzaam kan worden opgewekt. Ook de stad

200.000.000

en de regio zullen hier dus een bijdrage aan leveren. De bijdrage in duurzame opwek op land vanuit de stad en regio wordt bepaald in de RES Twente en de

150.000.000

Enschedese concept Energievisie. Een overzicht van de verwachte toename van de elektriciteitsvraag door de warmtetransitie is gevisualiseerd in figuur 10.

100.000.000

Een grotere afhankelijkheid van elektriciteit heeft ook een nadelig effect op de snelheid waarmee we de transitie kunnen realiseren, omdat het elektriciteitsnet (laagspanningsnet en op sommige plekken het middenspanningsnet) niet is

50.000.000

afgestemd op een groeiende vraag naar elektriciteit. Daarom is het noodzakelijk dat netverzwaring plaats gaat vinden. Dit kost tijd en kan daarom

0

tempobepalend zijn. De impact op het elektriciteitsnet van bepaalde collectieve

Figuur 10: De ingeschatte toename van de

All-electric

oplossingen, zoals een warmtenet is lager dan die van een individuele all-

elektriciteitsvraag in Enschede voor de verwarming van

Hybride

electric oplossing. De CO2-uitstoot van een warmtenet met een mix van

woningen en gebouwen en elektrisch koken (E-koken)

Warmtenet

diverse duurzame bronnen kan daarom sneller dalen dan die van all-electric

door de warmtetransitie tussen nu en 2050

E-koken

oplossingen. Andere ontwikkelingen die impact hebben op het elektriciteitsnet

43

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

5. Analyses duurzaamheid en beschikbaarheid warmtebronnen zijn onder andere elektrisch rijden en een toenemende vraag voor koeling door

Ontwikkeling vraag warmtenet

de gevolgen van klimaatverandering. Deze laatste heeft een beperkte impact. sommige wijken sowieso nodig zijn. Meer informatie over dergelijke ontwikkelingen en de impact hiervan op de toename op de elektriciteitsvraag is terug te vinden in bijlage C. Warmte Naast duurzame elektriciteit en gas zijn er ook duurzame warmtebronnen nodig in de stad om de wijken die worden aangesloten op collectieve warmtenetten te voorzien van duurzame warmte. Onder warmte wordt de warmte verstaan die door een warmtenet naar gebouwen wordt gebracht. Omdat warmte lastiger te transporteren is dan gas en elektriciteit, moeten warmtebronnen, in tegenstelling tot gas en elektriciteit, lokaal of in de regio beschikbaar zijn. Naast de beschikbaarheid van de warmtebron is ook de

Warmtevraag in GJ per jaar

Door deze ontwikkelingen zullen aanpassingen aan het elektriciteitsnet in

Huidig

2030

2050

1.800.000 1.600.000 1.400.000 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000 0

temperatuur van de warmtebron van belang. Ook moet het warmtenet voldoende

Wonen

capaciteit hebben om de warmte van de bron naar de woningen en gebouwen

Figuur 11: Inschatting ontwikkeling

te transporteren. Deze analyses worden beschreven in de volgende paragraaf.

warmtevraag warmtenet tussen nu en 2050

Niet wonen

goede inschatting hebben van hoeveel woningen en bedrijven naar

5.3 Warmtenet: capaciteit infrastructuur en beschikbaarheid bronnen

verwachting op het warmtenet aangesloten zullen gaan worden tussen nu en 2050. Zie daarvoor figuur 11. In de figuur zien we de ontwikkeling van de warmtevraag. De groei van nieuwbouw is hierin nog niet meegenomen.

Om te kunnen bepalen of er voldoende duurzame warmte beschikbaar is en

Op basis van een analyse van het huidige warmtenet en van de capaciteit van

blijft en of de warmtenetinfrastructuur hiervoor toereikend is, moeten we een

alle leidingen zien we dat er met de huidige infrastructuur nog een flinke groei

44

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

5. Analyses duurzaamheid en beschikbaarheid warmtebronnen

Figuur 12: Huidige aansluitingen warmtenet in Enschede en mogelijkheden tot groei binnen het transportnet voor drie deelgebieden.24 24) Hierbij gaan we voor deze berekening uit van een warmtevraag van 36 GJ/jaar per WEQ. Als de warmtevraag omlaag gaat door isolatie kunnen er meer WEQ voorzien worden van warmte.

45

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

5. Analyses duurzaamheid en beschikbaarheid warmtebronnen van het warmtenet mogelijk is. De infrastructuur biedt voldoende capaciteit om

rekening met de ontwikkeling naar een circulaire economie waarin de

tot tenminste 31.000 aangesloten WEQ25 door te groeien. Alleen in

hoeveelheid afval drastisch wordt beperkt. Dat heeft invloed op de

Centrum+Noord kan er op termijn mogelijk een knelpunt ontstaan. Dat kan

beschikbaarheid van restwarmte bij de afvalverbrandingsinstallatie van

opgelost worden door daar lokaal bronnen toe te voegen. Bijvoorbeeld

Twence. In een zeer conservatief scenario is er in 2050 geen biomassa

geothermie als alternatieve bron voor afval als blijkt dat er potentie is om deze

beschikbaar. De B-houtinstallatie die nu het warmtenet voedt is buiten gebruik.

bron op termijn te ontsluiten. Er is genoeg tijd om mogelijkheden hiervoor te

Daarnaast is er nog maar heel beperkt afval beschikbaar. Als we ervan uitgaan

onderzoeken. Ondertussen kan het warmtenet zeker verder groeien. Figuur 12

dat tweederde van het regionale afval gerecycled wordt en er geen afval meer

geeft een verdeling van de mogelijkheden tot groei van het warmtenet in Zuid,

geïmporteerd wordt, blijft er slechts een beperkte hoeveelheid restwarmte bij

West en Centrum + Noord.

Twence beschikbaar in 2050 om Enschede en andere steden in de regio van warmte te voorzien. Daarnaast is er aan lokale bronnen in de stad Enschede

Beschikbaarheid duurzame warmtebronnen

ook nog beperkt lokale warmte beschikbaar. Dit is bij elkaar zeker genoeg om

Warmte voor het warmtenet kan zowel uit bronnen van hoge als lage

het warmtenet in Enschede te laten groeien naar 30.000-35.000 WEQ.

temperatuur worden geleverd. Er is een inventarisatie gemaakt van alle

Voor groei naar 40.000-45.000 WEQ zoals voorzien voor 2050 zijn in dit

mogelijke warmtebronnen voor een warmtenet (zie bijlage C, paragraaf C3.3).

conservatieve scenario extra bronnen nodig. De komende 10 jaar zullen we de

Naast de B-hout biomassacentrale van Twence is er ook zeer veel restwarmte

ontwikkeling en mogelijkheden van geothermie in Nederland en Twente dan

van de afvalverbranding beschikbaar. Dit wordt momenteel beperkt gebruikt

ook nauwgezet volgen en verder onderzoeken. Daarnaast blijven we volgen

om het warmtenet te voorzien van warmte in het winterseizoen.

hoe de circulaire economie zich ontwikkelt.

In de huidige situatie is er dan ook meer dan voldoende (rest)warmte beschikbaar. De huidige installaties kunnen aan ongeveer 85.000 WEQ warmte leveren.26 Dat is meer dan het aantal woningen en gebouwen dat met de huidige inzichten in 2050 aangesloten wordt op een warmtenet in Enschede.

25) Dit in het minimale scenario. Als alle woningen geïsoleerd worden tot label B of hoger en de dekkingsgraad vanuit Twence ~75% is, kun je maximaal 54.000 WEQ aansluiten.

We hebben ook gekeken naar een scenario waarin de beschikbare

26) De maximale capaciteit van de transportleiding tussen Twence en Enschede betekent dat het

hoeveelheid restwarmte op termijn veel lager zal zijn. Daarbij houden we

maximum dat door Enschede benut kan worden 54.000 WEQ is.

46

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

6. Transitiepaden per wijk Aan de basis van de Transitievisie Warmte voor Enschede staat een

We onderscheiden de volgende transitiepaden op wijkniveau:

onderzoek met hierin centraal een vergelijkende analyse van verschillende

Warmtenetwijken

warmtemodellen (zie paragraaf 4.3 en voor gedetailleerde informatie bijlage D).

All-electric wijken

Hieruit komt een beeld naar voren met per wijk daar waar mogelijk de

Bespaarwijken waar op termijn de warmteoptie bepaald wordt

aardgasvrije warmteoptie. In deze analyse is het “eindbeeld” de situatie die is

Bedrijventerreinen

bereikt in 2050. Het jaar waarin de warmtetransitie in Enschede afgerond moet zijn. 2050 is echter nog ver weg en gedurende deze periode zijn er allerlei onzekerheden die dit beeld beïnvloeden. Daarom is het belangrijk om ons te

In alle gevallen isoleren

richten op het pad naar dit eindbeeld, de zogenaamde transitiepaden. In dit

Een niet opzichzelfstaand transitiepad, maar wel van wezenlijk belang in

hoofdstuk beschrijven we de verschillende transitiepaden en de koppeling van

de warmtetransitie is het isoleren van alle woningen en gebouwen in

de transitiepaden aan de verschillende type wijken in Enschede.

Enschede om de warmtevraag terug te brengen. Maar ook om nieuwe verwarmingsopties (zoals all-electric) mogelijk te maken. Daarom moeten we in de warmtetransitie in Enschede voortvarend aan de slag

6.1 Vier transitiepaden naar aardgasvrij

met isolatie en andere vormen van energiebesparing. Dit is een randvoorwaarde die bij elk transitiepad terugkomt. In alle transitiepaden

In een transitiepad schetsen we per wijk kort de route om een duurzame

werken we aan de gebouwkant zoveel mogelijk toe naar een

warmteoptie te realiseren. In het transitiepad schetsen we zowel een fasering

basisniveau van isolatie (vloer-, gevel-, raam- en dakisolatie), ventilatie

als tussenstappen, hoe we omgaan met opt-out en welke aanpak erbij hoort,

en elektrisch koken. Het basisniveau van isolatie bereiken we als we

zoals een wijkgerichte aanpak, complexgerichte aanpak of een

maximaal isoleren binnen de bestaande schil, bij voorkeur op natuurlijke

doelgroepgerichte aanpak. De transitiepaden geven handvatten voor welke

momenten om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden

maatregelen waar en wanneer gewenst zijn om gezamenlijk de warmtetransitie

(zie ook paragraaf 4.3). Het basisniveau is dus no-regret (spijtvrij) en

te realiseren. Bovendien zullen alle woningen en gebouwen geïsoleerd moeten

moeten we altijd doen, ongeacht het alternatief voor aardgas.

worden.

47

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

6. Transitiepaden per wijk 6.1.1 Transitiepaden Warmtenetwijken

Handelingsperspectief De volgende stappen moeten genomen worden voor woningen en gebouwen

Gebouwen

die in een warmtenetwijk liggen om aan te kunnen sluiten op een warmtenet

Alle gebouwen gaan op natuurlijke momenten naar het basisniveau van

van (uiteindelijk) maximaal 70°C:

isolatie (vloer-, gevel-, dak- en raamisolatie), ventilatie en elektrisch koken.

Isoleren van woningen om de warmtevraag te beperken en te zorgen dat woningen en gebouwen comfortabel warm kunnen worden met een

Warmteoptie

warmtenet van maximaal 70°C. Hierbij hoort ook elektrisch koken. Om de

Een warmtenet is een infrastructuur van ondergrondse leidingen dat warm

kosten te beperken gaan we ervan uit dat dit op natuurlijke momenten wordt

water vervoert naar meerdere gebouwen. Er is dan dus sprake van een

gedaan. Denk aan glasvervanging direct voordat er geschilderd wordt,

collectieve warmtevoorziening. In de woning is qua techniek in plaats van een

dakisolatie als het dak vervangen wordt, isolerende maatregelen bij

cv-ketel alleen een zogenaamde afleverset aanwezig. De temperatuur van het

verbouwing etc.

aangeleverde warme water moet voldoende zijn om de woningen te kunnen

Aansluiten op het warmtenet. Hiervoor moet er een distributienet in de wijk

verwarmen. Voor veel woningen zal een middentemperatuurwarmtenet dat

tot de woning of het gebouw worden aangelegd. Daarnaast moet in het

70°C levert op de koudste dagen van het jaar de laagste maatschappelijke

gebouw een afleverset worden geïnstalleerd i.p.v. een cv-ketel

kosten hebben. We werken dan ook toe naar woningen en gebouwen die

Aansluiten op een warmtenet kan ook voordat woningen (volledig) geïsoleerd

voldoende geïsoleerd zijn zodat een warmtenet met een aanvoertemperatuur

zijn omdat het warmtenet in eerste instantie ook warmte van 90°C kan

van 70°C voldoet. Hiermee kan de woning of het bedrijf ook van warm water

aanvoeren. Dit kan soms nodig zijn om het mogelijk te maken dat er een

worden voorzien.27

warmtenet in sommige straten of wijken komt. Uiteindelijk zal echter de aanvoertemperatuur overal verlaagd worden naar maximaal 70°C.

Warmtenetten hebben als belangrijk kenmerk dat er grote investeringen in de infrastructuur nodig zijn. Hierdoor zijn warmtenetten alleen haalbaar in wijken met een hoge bebouwingsdichtheid. In Enschede is al een flinke warmtenetinfrastructuur aanwezig. Dit warmtenet van Ennatuurlijk kan ook hoge temperatuur warmte leveren met een aanvoertemperatuur naar woningen en

27) De richtlijnen met betrekking tot de temperatuur van tapwater en legionella stellen dat deze

gebouwen van maximaal 90°C.

minimaal 55oC moet zijn. Deze is noodzakelijk voor legionellapreventie.

48

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

6. Transitiepaden per wijk Perspectief op duurzame bronnen

Wijken waar nog geen transport- of distributienet aanwezig is. Deze wijken

Zoals beschreven in bijlage C, hoofdstuk C5 is de energie uit de

zullen gebiedsgericht moeten worden aangepakt. Daarbij zullen gebieden of

biomassaenergiecentrale van Twence die als warmtebron dient voor het

wijken binnen de wijk gefaseerd de overstap maken naar een warmtenet om

huidige warmtenet van Ennatuurlijk duurzaam. Daarnaast laten de analyses

een warmtenet mogelijk te maken in deze wijken. De overall fasering van de

zien dat er voldoende capaciteit en beschikbaarheid is van duurzame warmte

warmtenetwijken zal worden besproken in hoofdstuk 7.

op de lange termijn om het warmtenet door te laten groeien naar 25.000 aangesloten woningequivalenten in 2030 en 40.000-45.000 aangesloten

Tempo

woningequivalenten in 2050. Vanaf 2030 zijn er mogelijk andere duurzame

In de wijk- of gebiedsgerichte aanpak zal een wijk of gebied binnen de wijk,

bronnen, zoals geothermie nodig om de duurzaamheid te blijven waarborgen

in een bepaald tempo aan moeten sluiten op het warmtenet. Dit tempo is

wanneer het aantal aansluitingen op het warmtenet toeneemt. Bij de herijking

belangrijk aangezien het warmtenet in de wijk in korte tijd ‘moet vollopen’ om

van de Transitievisie Warmte zal hier meer over duidelijk worden.

voldoende schaalgrootte te kunnen halen om zo de benodigde investeringen in de infrastructuur te kunnen doen. Grote warmtevragers in deze wijken zijn

Varianten

belangrijk als startmotor, zoals de woningcorporaties. Er kan in de wijken

We onderscheiden twee mogelijke varianten qua aanpak in dit transitiepad:

worden gestart met hoge temperatuur als (een deel van de) gebouweigenaren

Wijken waar al een distributienet ligt of waar het transportnet doorheen loopt.

nog niet klaar zijn voor een middentemperatuur warmtenet (maximaal 70°C).

In de meeste gevallen is hier ook al een deel van de woningen en gebouwen

De snelheid waarin verschillende doelgroepen in een wijk wel of niet aansluiten

aangesloten op een warmtenet. In deze wijken kunnen meergezinswoningen

is vooral afhankelijk van landelijke subsidies, financiering en regelgeving. Meer

(hoogbouw) complexgewijs aangesloten worden op het warmtenet. Isolatie

informatie over de aanpak van warmtenetwijken wordt beschreven in hoofdstuk 7.

wordt op natuurlijke momenten uitgevoerd en de aansluiting op het warmtenet zal in de meeste gevallen worden gerealiseerd als de huidige verwarmingsinstallatie aan vervanging toe is. De eengezinswoningen zullen wel gebiedsgericht op het warmtenet aangesloten moeten worden. Hier zal

28) Een warmteoverdrachtstation (WOS) is een ontvangspunt waar warmte van het

nog een distributienet moeten worden aangelegd en mogelijk ook

stadswarmtenetwerk via een ondergronds leidingnetwerk naar toe getransporteerd wordt. Het

warmteoverdrachtstations . Om dit te kunnen bekostigen is een zekere mate

overdracht station doseert de juist hoeveelheid opgewarmd water en transporteert het water via

van gelijktijdigheid in de overstap nodig.

een netwerk naar de afnemer, zoals woningen en gebouwen.

28

49

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

6. Transitiepaden per wijk 6.1.2 Transitiepaden all-electricwijken

Opt-out Binnen warmtenetwijken zal niet 100% van alle woningen en gebouwen aangesloten worden op een warmtenet. Verdere analyses en verkenning van

Gebouwen

wijken die in aanmerking komen voor het aansluiten op het warmtenet bepalen

Alle gebouwen gaan op natuurlijke momenten naar het basisniveau van isolatie,

welke delen van de wijk logisch zijn om aan te sluiten op dit warmtenet. Als in

ventilatie en elektrisch koken. Daarnaast is in deze gebouwen een extra stap

een bepaald buurtje binnen een wijk bijvoorbeeld allemaal vrijstaande

nodig om de binnenhuisinstallatie29 (bijvoorbeeld radiatoren) geschikt te maken

woningen staan, ligt een warmtenet in dat deel van de wijk minder voor de

voor lagetemperatuurverwarming op basis van elektriciteit (all-electric).

hand. Voor vooral nieuwe woningen van na 1995 kan all-electric ook een goed alternatief zijn. Daarnaast hebben eigenaren op dit moment/bij de huidige

Warmteoptie

regelgeving de keuzevrijheid om voor een ander (aardgasvrij) duurzaam

Individueel all-electric door middel van een warmtepomp en boilervat in de

alternatief te gaan. Binnen deze wijken is de verwachting dat all-electric en

woning en een extra verzwaard elektriciteitsnet in de wijk is de voorkeurs-

lokale bronnetten voorkomen als opt-out.

oplossing. Als bron voor deze warmtepompen kunnen de lucht, bodem, of zonthermische panelen dienen. Deze laatste twee bronnen hebben het beste

Combinatie warmtenet en bronnet

rendement en belasten het elektriciteitsnet minder dan luchtwarmtepompen.

In diverse wijken in Enschede voorzien wij een combinatie van een

De all-electric warmteoptie die wordt afgeraden is met infraroodpanelen. Deze

warmtenet en een bronnet. De woningen in deze wijken zullen naar

hebben een hoog elektriciteitsgebruik en daardoor op dit moment een hoge

verwachting grotendeels op een warmtenet aangesloten worden en

CO2-uitstoot en een forse belasting op het elektranet.

volgen het transitiepad zoals hierboven beschreven. Voor bedrijfsgebouwen kan een all-electric oplossing eventueel in

Tempo

combinatie met een bronnet gunstiger zijn (zie ook transitiepad

Deze wijken stappen gestaag over op all-electric, in het tempo van

bedrijventerreinen). Zeker als er ook een aanzienlijke koudevraag is.

gebouweigenaren. Een te hoog tempo is in deze wijken onwenselijk en

Een deel zal naar verwachting echter ook aangesloten worden op het

onnodig door:

warmtenet. In hoofdstuk 7 gaan we nader in op de aanpak en fasering van de warmtenetwijken. 29) Hieronder vallen het leidingwerk, de radiatoren, convectoren en vloerverwarming in een woning

50

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

Inhoudsopgave

Voorwoord

Samenvatting

H1.

H2.

H3.

H4.

H5.

H6.

H7.

H8.

H9.

6. Transitiepaden per wijk De extra stap die deze gebouwen moeten zetten in de binnenhuisinstallatie,

Opt-out

die bij voorkeur op een natuurlijk moment (verbouwing / verhuizing) wordt

Binnen deze all-electric wijken zullen lokale eilanden van warmtenetten als

gezet.

opt-out kunnen voorkomen. Deze gebieden zullen alleen voorkomen bij wijken

Het feit dat er nog veel innovaties verwacht worden die de kosten van de

die grenzen aan warmtenetwijken. Ook is het mogelijk dat een deel van de

overstap naar all-electric verlagen en netverzwaring van het elektriciteitsnet

bewoners en bedrijven kiest voor een kleinschalige collectieve oplossing met

wellicht voorkomen.

een bronnet.

Doordat in de nieuwere wijken van na 1995 de gas en elektriciteitsleidingen nog lang niet afgeschreven zijn.

Varianten

Doordat deze nieuwere wijken vaak ook al redelijk goed geïsoleerd zijn,

We onderscheiden twee varianten in dit transitiepad:

waardoor er relatief weinig klimaatwinst te behalen valt op dit moment.

Relatief jonge wijken: deze wijken hebben bouwjaar van na 1995. Zij zijn al relatief goed geïsoleerd en hebben dus minder natuurlijke momenten nodig

Netverzwaring

om de transitie te doorlopen. Deze wijken kunnen naar verwachting rond

Op een gegeven moment zijn zoveel gebouwen in een wijk overgestapt op een

2040 aardgasvrij zijn, door vanaf nu no-regret maatregelen op natuurlijke

warmtepomp dat netverzwaring in de wijk onvermijdelijk is. Netbeheerder

momenten te nemen.

Enexis monitort de capaciteit op het net en kan op deze ontwikkelingen

Relatief oude wijken: deze wijken hebben een bouwjaar van voor 1995.

anticiperen. In sommige wijken zal ook vooraf het net verzwaard worden,

Zij hebben relatief veel natuurlijke momenten nodig om de transitie te

voordat limieten zijn bereikt. In samenspraak tussen de gemeente en Enexis

doorlopen en zijn naar verwachting pas rond 2050 aardgasvrij.

kan er worden besloten om op natuurlijke momenten het elektriciteitsnet te verzwaren en mogelijk ook het gasnet te verwijderen, zoals bij rioolvervanging. Dit wordt ook wel het benutten van meekoppelkansen genoemd. Netverzwaring en gasnetverwijdering hoeven niet per definitie op hetzelfde moment doorgevoerd te worden. Verzwaring van het elektriciteitsnet houdt in de meeste gevallen in dat er kabels verzwaard moeten worden en extra transformatorhuisjes in de wijk geplaatst moeten worden.

51

Transitievisie Warmte Enschede

Colofon

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=705e3450-7b70-4944-8119-2d088769d69b