Transitievisie warmte Enschede
Tekst van het document
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
6. Transitiepaden per wijk Tempo all-electric wijken
De verwachting is dat ook veel eengezinswoningen van na 1995 verspreid Tempo naar aardgasvrij
door de hele gemeente Enschede overstappen op een individuele
Wijknaam
Kern
Gemiddelde bouwjaar
Ruwenbos
Enschede
1996
2021-2040
Het Brunink
Enschede
2009
2021-2040
Sleutelkamp
Enschede
1997
2021-2040
Oikos
Glanerbrug
2002
2021-2040
Eilermarke
Glanerbrug
2005
2021-2040
Eekmaat West
Glanerbrug
1998
2021-2040
De Leuriks
Enschede
1983
2021-2050
Stokhorst
Enschede
1978
2021-2050
Bolhaar
Enschede
1966
2021-2050
Delen Lonneker
Lonneker
1983
2021-2050
Delen Boekelo
Boekelo
1990
2021-2050
6.1.3 Transitiepaden bespaarwijken waar op termijn de
BentveldBultserve
Glanerbrug
1975
2021-2050
warmteoptie wordt bepaald
SchipholtGlanermaten
Glanerbrug
1983
2021-2050
verwarmingsoptie met een (hybride) warmtepomp tussen nu en 2040. Op sommige plekken zal aansluiting op een warmtenet voor deze woningen wel rendabel of interessant zijn als dat bijv. mede mogelijk maakt dat woningen in de omgeving hierdoor ook op een warmtenet aangesloten kunnen worden. De gemeentebrede sturing op all-electric voor woningen na 1995 wordt nader beschreven in paragraaf 8.4 De overstap naar all-electric of hybride tussenoplossingen zal veelal gemaakt worden op natuurlijke momenten als bijvoorbeeld de cv-ketel aan vervanging toe is. Uiteraard moet de woning of het bedrijfsgebouw dan wel voldoende geïsoleerd zijn. Hierbij volgt ieder zijn eigen tijdpad. Een (wijk)uitvoeringsplan zal voor deze wijken voorlopig niet opgesteld worden. Wel zal dit transitiepad verder uitgewerkt worden in samenwerking met het Energieloket. Dit zal in deze all-electric wijken onder de aandacht worden gebracht.
Gebouwen Alle gebouwen gaan op natuurlijke momenten naar het basisniveau van isolatie, ventilatie en elektrisch koken.
Tabel 4: Tempo all-electric wijken
52
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
6. Transitiepaden per wijk Warmteoptie en herijking
stappen naar aardgasvrij. Voorlopig ligt de focus hier op gasbesparing en
Voor deze wijken is het nog onduidelijk welke aardgasvrije warmteoptie zij
comfortverbetering door middel van isoleren. Dit geldt ook voor het buitengebied.
krijgen. De modellen geven hierin geen uitsluitsel en laten bijvoorbeeld zien dat de kosten van de verschillende warmteopties (nog) erg dicht bij elkaar liggen.
6.1.4 Transitiepaden bedrijventerreinen
Daarom volgen deze wijken een spijtvrij-transitiepad gericht op gasbesparing en krijgen zij extra aandacht bij de vijfjaarlijkse herijking van de Transitievisie Warmte,
Gebouwen
waarbij de warmteoptie van deze wijken opnieuw wordt beoordeeld op basis van
Voor bedrijfsbebouwing geldt dat inregeling van de klimaatinstallatie vaak
voortschrijdend inzicht. Een hybride warmtepomp is in deze wijken een goede
belangrijker is dan het maken van bouwkundige aanpassingen. Dit is echter
optie. Als de wijk uiteindelijk toch gasvrij wordt, geldt dit als tussenoplossing:
sterk afhankelijk van de gebruiksfunctie van het bedrijfspand.
de hybride warmtepomp maakt dan op termijn plaats voor een volledige warmtepomp of een afleverset (voor een warmtenet). Ook kunnen bij de herijking van de
Warmteoptie
visie nieuwe innovaties worden meegenomen als alternatieve warmteoptie.
Op bedrijventerreinen zullen individuele en (kleinschalige) collectieve warmteopties voorkomen. Het gaat daarbij om all-electric maar ook om
Tempo
kleinschalige collectieve bronnetten of individuele oplossingen naast
Deze wijken stappen in het tempo van gebouweigenaren over naar het
aansluitingen op het warmtenet. De keuze hangt mede af van de vraag naar
basisisolatieniveau en eventueel hybride warmtepompen.
koeling. De energie-infrastructuur op een bedrijventerrein is echter in hoge mate maatwerk, zeker als er procesindustrie op het terrein aanwezig.
Opt-out Binnen deze wijken zullen individueel all-electric en lokale bronnetten als
Tempo
opt-out voorkomen. Kleine delen zouden ook naar een warmtenet kunnen als
Deze wijken volgen in de meeste gevallen voorlopig het tempo van de
deze dicht tegen een warmtenetwijk aanliggen en het type bebouwing zich
gebouweigenaren. Het tempo zal mede bepaald worden door de verplichtingen
goed leent voor een warmtenet.
die bedrijven hebben op basis van de Wet milieubeheer om energie te besparen, en de handhaving van de Omgevingsdienst hierop. Daarnaast
Fasering
moeten kantoren in 2023 energielabel C hebben en in 2030 energielabel A.
Voor deze wijken is op dit moment nog geen fasering aan te geven voor de
53
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
6. Transitiepaden per wijk Tempo bedrijventerreinen
Samen met de hier genoemde bedrijventerreinen (exclusief Kennispark) zijn
In onderstaande tabel (tabel 5) zijn alleen die bedrijventerreinen opgenomen
gebiedsagenda's opgesteld. Onderdeel daarvan is energie. Per terrein zal
die een op zichzelf staande CBS-wijk vormen. De overige bedrijventerreinen
verder gewerkt worden aan een aanpak van de voorgestelde maatregelen,
vallen onder de aanpak van de betreffende overkoepelende CBS-wijk.
te beginnen met het bedrijventerrein Euregio. De route en het tijdpad naar klimaatneutraal c.q. aardgasvrij is voor ieder bedrijventerrein anders. Marssteden en Drienerveld - UT hebben al een warmtenet en hebben daardoor een
Naam bedrijventerrein
Planvorming aardgasvrij
goede uitgangspositie. Josink Es heeft bijvoorbeeld aangegeven een hoge
Transitiepad
Drienerveld - UT
Warmtenet
2021-2030
liever 2050 als horizon. Voor Kennispark geldt dat er een stedenbouwkundig
Marssteden
Warmtenet
2021-2030
Josink Es
Bronnet / all-electric
2021-2030
Kennispark
Mix warmtenet / bronnet
2021-2030
Industrie- en Havengebied
Bronnet / all-electric
2021-2050
6.2 Ambitie aardgasvrij Enschede
Euregio
Bronnet / all-electric
2021-2050
Op basis van de transitiepaden per wijk en de beoogde fasering is een eerste
Tabel 5: Tempo bedrijventerreinen
ambitie na te streven: klimaatneutraal in 2030. Andere bedrijventerreinen nemen plan is opgesteld en de komende jaren een transformatie plaats gaat vinden. In de concept Energievisie is aangegeven hoe de gemeente haar rol en de samenwerking met ondernemers en belangenorganisaties ziet en wil oppakken.
inschatting gemaakt van wat haalbaar zou kunnen zijn in 2030.30 Om dit mogelijk te maken is het uiteraard noodzakelijk om na de Transitievisie warmte
30) Hierbij gaan we ervan uit dat een overstap naar hybride en all-electric oplossingen in all-electric-, bespaarwijken en op bedrijventerreinen gemaakt wordt op moment dat een cv-ketel aan vervanging toe is. Dat zal grofweg voor 50% van de woningen en gebouwen het geval zijn voor 2030. De gemiddelde levensduur van een cv-ketel is namelijk 18 jaar. Uiteraard zal nog slechts een deel van de vastgoedeigenaren deze stap zetten. Voor die wijken waar complexgewijze aansluiting van meergezinswoningen en utiliteit op het warmtenet mogelijk is (zie hoofdstuk 7) gaan we er ook van uit dat een deel van de complexen deze overstap zal maken bij het eerstvolgende ketelvervangingsmoment. Voor die warmtenetwijken waar we alleen gebiedsgericht stappen kunnen zetten hebben we een aparte inschatting gemaakt. Daarnaast verwachten we dat in 2030 de warmtevraag 10% lager kan zijn door isolatie.
54
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
6. Transitiepaden per wijk Warmteopties 2030
In totaal komt dit neer op circa 20.000 WEQ extra die tussen nu en 2030 naar een hybride oplossing gaan of aardgasvrij worden. De ingeschatte verdeling daarbinnen is als volgt:
Warmtenet
45% hybride warmtepomp 40% warmtenet 15% bronnet of all-electric
All-electric of bronnet
Dit komt bovenop de huidige circa 15.000 WEQ die al aangesloten zijn op het Gasnet hybride
warmtenet. Daarnaast zetten we in op een reductie van 10% van de warmtevraag in 2030 door woningen en gebouwen te isoleren.
Gasnet
6.3 De transitiekaart van Enschede De koppeling tussen de warmteoptie per wijk en het pad daarnaartoe, het transitiepad, is weergegeven in figuur 14. Per wijk heeft de werkgroep het transititiepad gekozen en onderbouwd. De basis hiervoor is de warmteoptiekaart van pagina 32. Hierbij is gekeken naar de lokale
Figuur 13: Inschatting van de verdeling van warmteopties in Enschede in 2030
omstandigheden in Enschede, het perspectief op de bronnen van het plannen concreet te maken en inwoners en bedrijven hierin mee te nemen.
warmtenet, goede aansluiting op de uitgangspunten en afwegingscriteria.
In hoofdstuk 8 gaan we hier nader op in. Ook is het hiervoor belangrijk dat er
De onderbouwing van de transitiepaden per wijk is te vinden in bijlage F.
vanuit de Rijksoverheid interessante financiële arrangementen komen, zodat de transitie haalbaar en betaalbaar wordt. In figuur 13 is de inschatting voor 2030 vertaald naar een verdeling over de diverse warmteopties.
55
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
6. Transitiepaden per wijk 90 46 44
72
31
50
70
30
71
22
6
23 24
86
11
80
14
87
81
16
83
88 85
82
12
20 28
96
10
4
5
52 15
7
25
27
51
3
0 26
2
1 8
91
53
42 40
98
93
45 43
41
13
94
84
21 60
67
66 68
97
63
62 61
65 64 69
95
Figuur 14: Transitiekaart met een transitiepad en fasering per wijk in Enschede
56
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
Nummer Buurtnaam
92
73
H2.
Transitievisie Warmte Enschede
0 City 1 Lasonder, Zeggelt 2 De Laares 3 De Bothoven 4 Hogeland-Noord 5 Getfert 6 Veldkamp-Getfert-West 7 Horstlanden-Stadsweide 8 Boddenkamp 10 Velve-Lindenhof 11 Wooldrik 12 Hogeland-Zuid 13 Varvik-Diekman 14 Sleutelkamp 15 't Weldink 16 De Leuriks 20 Cromhoffsbleek-Kotman 21 Boswinkel-De Braker 22 Pathmos 23 Stevenfenne 24 Stadsveld-Zuid 25 Elferink-Heuwkamp 26 Stadsveld-Noord-Bruggert 27 't Zwering 28 Ruwenbos 30 Tubantia-Toekomst 31 Twekkelerveld 40 Walhof-Roessingh 41 Bolhaar 42 Roombeek-Roomveldje 43 Mekkelholt 44 Deppenbroek 45 Voortman-Amelink 46 Drienerveld-U.T. 50 Schreurserve
51 Ribbelt-Ribbelerbrink 52 Park Stokhorst 53 Stokhorst 60 Stroinkslanden Noord-Oost 61 Stroinkslanden-Zuid 62 Stroinkslanden Noord-West 63 Wesselerbrink Noord-Oost 64 Wesselerbrink Zuid-Oost 65 Wesselerbrink Zuid-West 66 Wesselerbrink Noord-West 67 Helmerhoek-Noord 68 Helmerhoek-Zuid 69 het Brunink 70 Industrie- en havengebied 71 Marssteden 72 Koekoeksbeekhoek 73 Kennispark 80 Glanerveld 81 Bentveld-Bultserve 82 Schipholt-Glanermaten 83 Eekmaat 84 Oikos 85 Eilermarke 86 De Slank 87 Dolphia 88 Eekmaat West 90 Dorp Lonneker 91 Dorp Boekelo 92 Buurtschap Lonneker-West 93 Noord Esmarke 94 Buurtschap Zuid-Esmarke 95 Buurtschap Broekheurne 96 Buurtschap Usselo 97 Boekelerveld 98 Buurtschap Twekkelo
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
7. Fasering warmtenetwijken Enschede wordt tussen nu en 2050 aardgasvrij. In dit hoofdstuk zoomen
We starten bovendien waar de uitvoerbaarheid van oplossingen realistisch is
we in op die wijken waar een warmtenet op basis van eerdere analyses
door rekening te houden met de impact op de fysieke ruimte en in de
(zie paragraaf 4.3) naar verwachting het beste past. De volgorde van het
ondergrond.
realiseren van warmtenetwijken is bepaald op basis van een afwegingskader voor wijkfasering dat hieronder nader wordt beschreven.
Aanwezigheid van corporatiebezit In wijken waar veel corporatiebezit is, is een gezamenlijke overstap naar een warmtenet naar verwachting iets eenvoudiger te organiseren dan in een wijk
7.1 Afwegingskader: belangrijke kenmerken voor de wijkfasering
waar voornamelijk particulier woningbezit is. Type bebouwing
De warmtetransitie is een stapsgewijs proces, waarin we plannen maken en
Het aansluiten van meergezinswoningen op een warmtenet is op korte
gaan uitvoeren en terwijl we dat doen continu blijven leren en evalueren.
termijn makkelijker te realiseren dan het aansluiten van eengezinswoningen.
In een aantal warmtenetwijken kunnen we niet zomaar starten. We hebben
In sommige wijken kunnen meergezinswoningen nu al de overstap maken
elkaar nodig om gezamenlijk te zorgen dat er een warmtenet gerealiseerd kan
naar een warmtenet zonder dat omliggende bebouwing ook direct wordt
worden. Dat geldt ook voor sommige wijken binnen wijken. In samenwerking
aangesloten. Bij eengezinswoningen zal altijd sprake moeten zijn van een
met stakeholders en met input van bewoners zijn de volgende belangrijke
collectieve overstap.
kenmerken geïdentificeerd voor de fasering van deze wijken. Wijken die op basis van deze kenmerken als kansrijk worden beschouwd zullen eerder aan
Als er een natuurlijk transitiemoment is
bod komen.
Op het moment dat het merendeel van een wijk in een natuurlijk transitiemoment verkeert kan de overstap naar aardgasvrij makkelijker te
Aanwezigheid van warmte-infrastructuur in de wijk
maken zijn. Onder een natuurlijk transitiemoment wordt verstaan dat er
De nabijheid en beschikbaarheid van een warmtebron of warmte-infrastructuur
grootschalige renovatie, nieuwbouw of transformatie in een wijk gepland staat.
is bepalend in het geval van een collectieve oplossing. Daar waar al een distributienet in de wijk aanwezig is of nabij is, is het makkelijker om een
Werkzaamheden kunnen gecombineerd worden
aansluiting op het warmtenet te realiseren.
We geven voorrang aan locaties waar meerdere infrastructurele en stedelijke
57
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
7. Fasering warmtenetwijken planningen (kunnen) samenvallen. Bij de fasering van warmtenetwijken
Er zijn weinig aanpassingen nodig
creëren we zoveel mogelijk gelijktijdigheid van werkzaamheden. Voorbeelden
Als er in een wijk een simpele en snel uitvoerbare aardgasvrije oplossing
zijn vervanging van het riool en herinrichting van een straat. Door gebruik te
mogelijk is, is het logisch om in deze wijk te starten. Op deze manier laat je
maken van natuurlijke momenten worden oplossingen zo betaalbaar mogelijk.
snel een wijk zien die succesvol aardgasvrij is geworden en die kan dienen als
Een toegevoegde waarde is ook dat de overlast voor de omgeving op deze
voorbeeldwijk. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een wijk die al aangesloten is op
manier minder groot zal zijn. We proberen de druk op de openbare ruimte
een warmtenet maar waar nog kookgas wordt gebruikt of waar nog een aparte
daarbij zo beperkt mogelijk te houden. En zullen oplossingen op een kwalitatief
voorziening voor warm water is. Of in een wijk waar de isolatiegraad al hoog is
goede manier inpassen in de omgeving. Een aandachtspunt is dat afstemming
en er dus sneller tempo gemaakt kan worden met de overstap naar
in planningen niet tot veel vertraging en extra kosten moet leiden, doordat
aardgasvrij.
partijen op elkaar gaan wachten.
7.2 Aanvullende analyses voor fasering warmtenetwijken
Bewoners willen meedoen In wijken waar inwoners positief staan tegenover de warmtetransitie en zich georganiseerd hebben, kunnen sneller stappen gezet worden. Daar is naar
Op basis van aanvullende analyses passend bij het afwegingskader is een
verwachting dan ook sneller draagvlak te verkrijgen. Dit sluit bovendien aan bij
fasering van warmtenetwijken tot stand gekomen. Relevante kwantitatieve en
de wens voor keuzevrijheid en eigen initiatief. Betrokkenheid en draagvlak is
kwalitatieve data zijn gebundeld om inzicht te krijgen in de opgaves op
iets wat moet groeien naarmate de transitie in een wijk vordert en waar blijvend
stads- en wijkniveau. Hierbij valt te denken aan data over renovatieopgaves
aan gewerkt moet worden. Wijken waar al energie-initiatieven zijn (bijv. in
vanuit de woningcorporaties, (sloop)nieuwbouwopgaves, geplande vervanging
coöperatief verband) of waar sociale structuren zoals een wijkvereniging of
van de riolering, geplande scheiding van hemelwaterafvoer en rioolwater,
dorpsraad de betrokkenheid kunnen versterken krijgen - als dat ook vanuit
naast andere fysieke en sociale opgaves. De gegevens zijn gebruikt om via het
andere kenmerken logisch is - voorrang in de prioritering.
afwegingskader te helpen bij het faseren van de warmtenetwijken. In bijlage G zijn een aantal van deze analyses weergegeven.
58
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
7. Fasering warmtenetwijken 7.3 Complexgewijze vs. gebiedsgerichte aanpak
over te gaan naar aardgasvrij, bijvoorbeeld als er kansen zijn om in een bepaalde tijdsperiode werk-met werk te maken.
In de stad Enschede is al een warmtenet-infrastructuur aanwezig (zie ook figuur 12). Dit biedt mogelijkheden om natuurlijke momenten te
2. Combinatie van een complexgewijze en gebiedsgerichte aanpak
benutten. Het maakt het namelijk mogelijk dat de overstap naar aansluiting op
In de groen- en paarsgekleurde wijken is er wel al een distributienet of ligt er
een warmtenet op sommige plekken per complex kan worden genomen.
een distributienet nabij. Daarom is een complexgewijze aanpak van
Niet overal is dus direct een wijk- of gebiedsgerichte aanpak nodig.
meergezinswoningen mogelijk. Dat wil zeggen dat vastgoedeigenaren en VvE’s van meergezinswoningen veel meer zelf kunnen bepalen wanneer ze de
Op basis van een aanvullende analyse zijn er twee aanpakken te definiëren
overstap naar aansluiting op een warmtenet maken. Naar verwachting zullen
voor warmtenetwijken. Deze zijn ook weergegeven in figuur 15.
deze complexen vaak eerst op natuurlijke momenten geïsoleerd worden voordat ze aangesloten worden op het warmtenet. Daarnaast is het handig als
1. Gebiedsgerichte aanpak
bij de vervanging van een verwarmingsinstallatie direct wordt gestreefd naar
Oranje gekleurde wijken in figuur 15 zullen wijk- of gebiedsgericht over moeten
het aansluiten op het warmtenet in deze wijken.
gaan op een warmtenet. In deze wijken is er nog geen distributienet voor een warmtenet aanwezig. Daarom moeten gebouwen in deze wijken gebiedsgericht
De eengezinswoningen in deze wijken zullen echter gebiedsgericht
worden aangesloten op het warmtenet om de infrastructuur die nog aangelegd
aangesloten moeten worden op het warmtenet. In deze straten moet meer
moet worden te kunnen bekostigen. Op natuurlijke momenten zullen woningen
infrastructuur aangelegd worden in de ondergrond. Alleen een gezamenlijke
en gebouwen in deze wijken isolatiestappen nemen. Als alle gebouwen
aanpak heeft hier een grote kans van slagen. Iedereen zal dus toe moeten
voldoende geïsoleerd zijn, kan de temperatuur van het warmtenet van 90 naar
werken naar hetzelfde moment om over te gaan naar een warmtenet.
70 C verlaagd worden.
Het betrekken van bewoners en het samen maken van plannen is hiervoor
o
heel belangrijk. In deze gebieden is het aan te bevelen om te kijken of het op De doorlooptijd van aansluiting op een warmtenet is idealiter rond de 8 jaar in
het moment van overgaan op het warmtenet ook mogelijk is om werk-met-werk
deze gebieden. De isolatieslag zal meer tijd in beslag nemen. In de fasering
te maken.
willen we voor deze wijken zoveel mogelijk kijken naar logische momenten om
59
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
7. Fasering warmtenetwijken
Figuur 15: Complexgewijze en gebiedsgerichte aanpak in wijken met een warmtenet als alternatieve warmteoptie.
60
Transitievisie Warmte Enschede
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
7. Fasering warmtenetwijken 7.4 Waar kunnen we voor 2030 aan de slag?
Wijk
In de wijken met een groene of paarse kleur kunnen bedrijfsgebouwen,
Huidig percentage aangesloten woningen
Bijzonderheden m.b.t. complexgewijze aanpak
Roombeek-Roomveldje
51%
De Bothoven
10%
‘t Zwering
94%
Helmerhoek-Noord en - Zuid
~97%
Wesselerbrink Noord-West
64%
Wesselerbrink Noord-Oost
37%
worden komende jaren. In 2030 kunnen deze terreinen naar verwachting
Wesselerbrink Zuid-West
32%
grotendeels aardgasvrij zijn (zie ook tabel 5 en p.51).
Wesselerbrink Zuid-Oost
36%
Boddenkamp
15%
Alleen rond Molenstraat mogelijk
Boswinkel-De Braker
0%
Alleen grote complexen
Cromhoffsbleek-Kotman
29%
Alleen grote complexen
City
10%
Uitgezonderd het centrum (Oude Markt)
maatschappelijk vastgoed en veelal meergezinswoningen op momenten die passend zijn voor de vastgoedeigenaar of VvE de overstap maken naar aardgasvrij. Daar zullen dus ook voor 2030 al verdere stappen gemaakt worden naar aardgasvrij. Het gaat hierbij om wijken waar complexgewijs bedrijfsgebouwen, maatschappelijk vastgoed en meergezinswoningen zullen worden aangesloten (zie tabel 6). Daarnaast zullen ook in Drienerveld-UT en Marssteden stappen gemaakt
Tabel 6: Complexgewijze aanpak per wijk
61
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
7. Fasering warmtenetwijken
Wijk
Huidig percentage aangesloten woningen
Twekkelerveld - Tubantia-Toekomst heeft op dit moment een pilotstatus binnen Koppeling met andere opgaves
Twekkelerveld Tubantia-Toekomst
0%
Kennispark
14%
Transformatie
Deppenbroek Mekkelholt
10%
Renovaties corporatiewoningen, rioolvervanging
Wesselerbrink
32%
Rioolvervanging, isolatie corporatiewoningen
Varvik-Diekman
21%
Rioolvervanging, scheiding rioolwater, renovaties corporatiewoningen
Enschede. In deze wijken wordt een nadere verkenning uitgevoerd. Hier ligt nog geen warmtenet. Een collectieve, gebiedsgerichte aanpak is hier dus noodzakelijk om tot een warmtenet te kunnen komen. Doel is om voor deze wijken ook een Uitvoeringsplan op te gaan stellen. Hierin zal waarschijnlijk ook een fasering van gebieden binnen wijken opgenomen worden. Lessen die hier geleerd worden zullen uiteraard meegenomen worden in de gebiedsgerichte aanpak in andere wijken. De overige oranjegekleurde wijken zijn als geheel nog niet kansrijk genoeg om nu mee te starten, maar komen wel in beeld vanaf 2031. De planvorming voor alle wijken waar een warmtenet is voorzien is noodzakelijk voor 2040. Alleen dan is het mogelijk om voor 2050 alle woningen en gebouwen aardgasvrij te maken. Daarnaast is de verwachting dat er dan meer duidelijkheid is omtrent landelijke subsidies, financiering en regelgeving. Het is uiteraard wel mogelijk dat enkele clusters in deze wijken voor die tijd al worden aangesloten. Zoals bij renovatieprojecten van de corporaties waardoor het logisch is om een dergelijk
Tabel 7: Gebiedsgerichte aanpak per wijk
moment te gebruiken om al aan te sluiten op het warmtenet.
We willen voor 2030 gebiedsgericht stappen zetten in Twekkelerveld -
In het volgende hoofdstuk beschrijven we kort de aanpak van visie naar
Tubantia-Toekomst, Kennispark, Deppenbroek - Mekkelholt, Wesselerbrink en
uitvoering.
Varvik-Diekman (zie ook hoofdstuk 8). Hier komen diverse opgaves samen waardoor dit aanknopingspunten biedt om diverse opgaven integraal aan te pakken.
62
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
8. Van visie naar uitvoering De transitiekaart en de transitiepaden in het vorige hoofdstuk geven
De warmtetransitie is bovendien geen op zichzelf staande opgave. Het is
per wijk inzicht in de route die wordt doorlopen naar aardgasvrij. In dit
belangrijk dat ambities en plannen worden afgestemd op de ambities en
hoofdstuk maken we een doorkijk met een route richting uitvoering:
plannen binnnen andere thema’s. Bij het inrichten van een structurele aanpak
Hoe worden die routes de komende jaren ingezet, welke instrumenten
proberen we waar mogelijk koppelingen te maken met andere thema’s die
zetten we als gemeente in, en hoe kunnen gebouweigenaren en andere
gemeentebreed of in de wijken of dorpen spelen. Aan de andere kant wordt het
partijen initiatief nemen?
te complex als we in alle wijken alles aan elkaar gaan knopen. Een balans tussen integraliteit en focus is essentieel. In de hierna beschreven aanpak ligt de focus op de warmtetransitie. En er zal afstemming plaatsvinden met en over
8.1 Samenwerken in de warmtetransitie en koppeling met andere opgaven
de volgende thema’s: Aangrenzende duurzaamheidsthema’s zoals klimaatadaptatie, circulariteit, opwek duurzame energie en mobiliteit;
De warmtetransitie is ingewikkeld en wordt niet van de ene op de andere dag
Sociale thema’s zoals energiearmoede, leefbaarheid en sociale problemen;
uitgevoerd. Het gaat om veranderingen aan gebouwen en infrastructuur, er zijn
De drukte in de ondergrond;
energiebronnen nodig, en er komen grote investeringen bij kijken. Deze transitie
Verschillende visies en plannen, zoals de Woonvisie en
vraagt ook om nieuwe vormen van samenwerken met gebouweigenaren,
concept Energievisie;
met inwoners en met het bedrijfsleven. En vraagt tevens om veranderingen
En met plannen van andere stakeholders zoals de woningcorporaties.
binnen de gemeentelijke organisatie. Dergelijke afstemming vindt al plaats de Stedelijke Investeringsafweging (SIA). Samenwerken in de warmtetransitie betekent meer dan het naast elkaar
De SIA is als aanpak gestart om de leefbaarheid in wijken nu en in de toekomst
uitvoeren van de projecten van de individuele stakeholders. Enerzijds dient
op peil te houden. De SIA speelt in op de landelijke leefbaarometer die aan-
er coördinatie te zijn op de (samenhang tussen) de specifieke projecten en
geeft dat in sommige wijken de kwetsbaarheid toeneemt, met name op de
opgaven. Anderzijds liggen er stevige uitdagingen op het gebied van
thema’s leefbaarheid en veiligheid. Problemen lijken zich te concentreren in
samenwerking, strategie, communicatie & participatie en financiering.
wijken met een groter aandeel sociale huurwoningen, met het risico van een
Dit vraagt om een gestructureerde aanpak en sturing. De gemeente neemt
ruimtelijke en sociale tweedeling. Naast deze thema’s zijn er nieuwe opgaven
hierin de regie.
die relevant zijn voor de toekomstbestendigheid van en de leefbaarheid in
63
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
8. Van visie naar uitvoering wijken. Denk aan klimaatadaptatie om beter met zowel de toenemende wateroverlast door forse regenbuien als met hittestress om te kunnen gaan en
Omgevingswet
natuurlijk de warmtetransitie. De SIA bestaat uit zes stappen, waarmee een
Doel van de Omgevingswet is een integrale benadering van de fysieke
prioritering ontstaat in de aanpak van wijken en waar opgaven
leefomgeving. Met de Omgevingswet is beoogd belemmeringen voor
gemeenschappelijk worden opgepakt.
verduurzaming van de leefomgeving weg te nemen en beter aan te sluiten op grote maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie.
De gemeente is regisseur van de warmtetransitie en zal als vervolg op deze Transitievisie Warmte samen met de belangrijkste partners in Enschede en
De belangrijkste instrumenten voor de gemeente zijn:
met haar inwoners en ondernemers werken aan een structurele aanpak voor
De Omgevingsvisie is een samenhangend, strategisch plan voor de
de komende jaren.
leefomgeving. Dat plan richt zich op de fysieke leefomgeving als geheel. De Omgevingswet schrijft voor dat de gemeenten elk één
Ook zoekt de gemeente samenwerking met scholen en bedrijven om ook
omgevingsvisie vaststellen. De omgevingsvisie komt in de plaats van
voldoende arbeidskrachten te hebben om deze transitie te realiseren de
structuurvisies, sommige delen van de natuurvisie, verkeers-en
komende 30 jaar.
vervoersplannen en milieubeleidsplannen. Het Programma bevat concrete maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de leefomgeving. Met die
8.2 Verankering in Omgevingswet
maatregelen moeten omgevingswaarden of doelen voor de leefomgeving worden bereikt. Het programma kan gericht zijn op een
Landelijk verandert de wettelijke context waarin deze transitie plaats moet
bepaalde sector of een gebied.
gaan vinden. Per 1 juli 2022 wordt in Nederland naar verwachting de
Het Omgevingsplan bundelt alle gemeentelijke regels over de fysieke
Omgevingswet van kracht (zie nevenstaand kader). Eén wet die alle wetten en
leefomgeving. Dat zorgt ervoor dat de regelgeving inzichtelijk en
regels op het gebied van de leefomgeving vereenvoudigt en bundelt. Hiermee
samenhangend is. Bovendien maakt het de naleving gemakkelijker.
worden 26 bestaande wetten vervangen door één nieuwe wet. Het doel van de
De Omgevingsvergunning toetst vooraf of een bepaald initiatief mag
overheid bij de invoering van deze wet is om zaken eenvoudiger en efficiënter
en verloopt via één aanvraag bij één loket.
te maken. Om zekerheid en bescherming te bieden maar ook uit te nodigen tot
64
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
8. Van visie naar uitvoering
65
Transitievisie Warmte Enschede
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
8. Van visie naar uitvoering nieuwe initiatieven en ontwikkelingen. Ook ondersteunt en stimuleert het
spelen. Voor gemeenten is onder deze nieuwe wet een stevige regierol
nieuwe instrumentarium de transitie naar een duurzame samenleving. Het
voorzien bij de realisatie van warmtenetten. Deze regierol bestaat er onder
nieuwe omgevingsrecht is flexibel waardoor regionaal en lokaal maatwerk
meer uit dat zonder een voorafgaand gemeentelijk besluit geen warmtelevering
mogelijk is.
kan plaatsvinden. De gemeente wijst een warmtekavel aan en wijst daarna via een transparante procedure een warmtebedrijf aan dat de exclusieve
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat decentrale overheden
bevoegdheid krijgt tot warmtelevering. Vervolgens wordt het uitgewerkte
verantwoordelijkheid nemen voor de tijdige borging van de ambities en
kavelplan vastgelegd in het gemeentelijke omgevingsplan. Het kavelplan is
maatregelen in het decentrale omgevingsinstrumentarium, en waar nodig ook
hierin uitgewerkt in juridische regels die bindend zijn voor burgers en bedrijven
in het bestaand ruimtelijk instrumentarium. Ook de ambities en plannen uit de
in de gemeente. Hoe dit op termijn precies gaat werken is nu nog niet bekend.
Transitievisie Warmte zullen verankerd worden in dit instrumentarium. Dit kan onderdeel worden van de gemeentelijke omgevingsvisie of vormgegeven
In Enschede is er al sprake van een bestaand warmtenet. Daarop zal
worden als apart programma. Op termijn is voorzien dat de uitfasering van
overgangsrecht van toepassing zijn. Ennatuurlijk en Twence hebben daarin
aardgas via het omgevingsplan vorm te geven is evenals de energie-
een belangrijke rol. Deze partijen hebben grote investeringen gedaan om
infrastructuur op wijkniveau. De minimale termijn voor uitfasering is naar
warmtevoorziening via een warmtenet mogelijk te maken. De komende jaren
verwachting acht jaar. Hier is een apart raadsbesluit voor nodig.
kan en zal dit warmtenet verder uitgebouwd worden tot een toekomstbestendige warmtevoorziening voor Enschede. Uiteraard volgt de gemeente de wetsontwikkelingen daarbij nauwgezet en kijkt zij wat dit voor de
8.3 Invoering Wet Collectieve Warmtevoorziening
situatie in Enschede en voor de rol van de gemeente betekent.
Naast een nieuwe Omgevingswet wordt er ook gewerkt aan vervanging van de
Onder de huidige warmtewet worden consumenten beschermd tegen hoge
huidige Warmtewet door de Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW). Deze
tarieven van warmteleveranciers. Het maximumtarief voor warmtelevering is
wet heeft ter inzage gelegen. Echter, de definitieve opzet is nog niet bekend en
daarbij nog gekoppeld aan de prijs van aardgas. Omdat verwarming op basis
zal overgelaten worden aan een nieuw kabinet. Bij de uitwerking van plannen
van aardgas uitgefaseerd wordt, wordt de koppeling met de gasprijs in de
voor gebieden waar een warmtenet beoogd is, gaan zowel de nieuwe
toekomst losgelaten. In de nieuwe WCW is voorzien dat stapsgewijs wordt
Omgevingswet als de Wet Collectieve Warmtevoorziening een belangrijke rol
overgegaan naar een prijs die gebaseerd is op de daadwerkelijke kosten van
66
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
8. Van visie naar uitvoering warmtelevering. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) is hierbij betrokken.
Het spreekt voor zich dat niet iedere woningeigenaar een vergelijkbaar
Daarnaast zullen duidelijke normen voor de maximale CO2-uitstoot opgenomen
handelingsperspectief heeft. Dat verschilt per woningtype en per transitiepad.
worden in de WCW. Per jaar daalt de maximale toegestane CO2-uitstoot. Op
Bovendien zijn er momenteel nog weinig sturingsmogelijkheden voor de
deze manier wordt de verduurzaming van warmtebronnen ook wettelijk geregeld.
gemeente. Het nemen van deze individuele maatregelen is dus op basis van vrijwilligheid. Dat iedere eigenaar de maatregelen individueel treft, betekent niet dat er geen collectief aanbod georganiseerd kan en zal worden, waar
8.4 Gemeentebrede aanpak: energiebesparing en individuele maatregelen
meerdere eigenaren tegelijk gebruik van kunnen maken. Als gemeente willen we inwoners en bedrijven op diverse manieren informeren, faciliteren en stimuleren in samenwerking met partijen zoals het Energieloket en MKB
Zoals aangegeven in hoofdstuk 3 is het uitgangspunt in deze Transitievisie
Twente.
Warmte dat we voortvarend aan de slag gaan met isolatie en andere vormen van energiebesparing. We zetten dus niet alleen in op het realiseren van
Met onze partners gaan we bijvoorbeeld verder onderzoeken:
aardgasvrije woningen, bedrijven en wijken, maar we willen inwoners de kans
Hoe en met welke partijen we het isoleren van woningen kunnen stimuleren.
bieden om stappen te zetten in de warmtetransitie wanneer dat kan en logisch
Op welke plekken en/of doelgroepen een all-electric aanpak zich de
is. Hierbij ligt het voor de hand zoveel mogelijk aan te sluiten op de natuurlijke
komende jaren gaat richten.
momenten van de gebouweigenaar, zoals verhuizing, verbouwing of onderhoud.
Hoe we participatie van inwoners en bedrijven en samenwerking met
Daarbij is toewerken naar een basisniveau van isolatie, ventilatie en elektrisch
belangrijke stakeholders vorm kunnen geven in de all-electric en
koken no-regret en moeten we dat altijd doen, ongeacht het alternatief voor
bespaarwijken.
aardgas. Dit basisniveau bereiken we door binnen de schil maximaal te isoleren.
Waar combinaties met andere thema’s voor de hand liggen.
Naast het basisniveau van bouwkundige maatregelen kunnen ook hybride warmtepompen of volledige warmtepompen no-regret zijn in een wijk,
Hierbij werken we als gemeente ook graag samen met de wijk- en dorpsraden,
afhankelijk van het transitiepad. Hybride warmtepompen kunnen in alle
energiecoöperatie Enschede Energie en mogelijk nieuwe samenwerkings-
transitiepaden een tussenoplossing zijn, in afwachting van een volledig
verbanden van inwoners. Op dit moment kunnen inwoners al terecht bij het
aardgasvrije warmteoptie, maar ook een eindoplossing als de wijk op termijn
Energieloket Enschede. Via de landelijke website www.verbeterjehuis.nl is ook
zicht heeft op duurzaam gas.
67
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
8. Van visie naar uitvoering informatie te vinden over mogelijke verduurzamingsmaatregelen en
Twekkelerveld - Tubantia-Toekomst;
subsidiemogelijkheden.
Enschede-Zuid: Helmerhoek, Wesselerbrink met een doorkijk naar Stroinkslanden;
Het Energieloket Enschede wordt het centrale portaal voor het informeren en
Roombeek-Roomveldje - Mekkelholt - Deppenbroek;
adviseren van bewoners bij het nemen van stappen richting een aardgasvrije
Varvik-Diekman;
woning. Hiernaast gaan we kijken hoe bewoners waar mogelijk ondersteund
Kennispark - UT terrein (zie ook paragraaf 8.6)
kunnen worden in dit proces, door het vormgeven van een ontzorgingspakket. Voor al deze gebieden zal een (wijk)uitvoeringsplan gemaakt worden in samenwerking met bewoners, vastgoedeigenaren, ondernemers en overige
8.5 Gebiedsgerichte aanpak warmtenetwijken
stakeholders.
Naast autonome groei van het aantal aansluitingen op het warmtenet zal er in
Prioritering na 2030
diverse wijken gebiedsgericht in clusters gewerkt moeten worden aan plannen
Voor alle overige wijken waar een warmtenet naar voren komt als
om tot een warmtenet te komen (zie ook hoofdstuk 7). Een collectieve
voorkeursoplossing zal voor 2040 de planvorming gereed moeten zijn. Alleen
oplossing realiseer je niet alleen.
op deze manier kan er gezorgd worden dat in die gebieden een warmtenet gerealiseerd is voor 2050. Uiteraard zal er per wijk nader bekeken worden
Prioritering warmtenetwijken voor 2030
waar binnen de wijk een warmtenet voor de hand ligt. Hierbij is ook specifieke
Op basis van een inventarisatie van onder andere de rioolvervangingsopgave,
aandacht voor de ruimtelijke (ondergrondse) inpassing. En in welke gebiedjes
van renovaties door woningcorporaties, van plannen voor scheiding van het
of straten mogelijk andere oplossingen toch beter passen. Ook hier zal in een
riool- en regenwater, en prioritering van wijken in het kader van een stedelijk
aantal stappen samen met bewoners, ondernemers en betrokken stakeholders
afwegingskader is een prioritering bepaald. Zoals aangegeven in hoofdstuk 7.4
toegewerkt worden naar een (wijk)uitvoeringsplan.
zal de gemeente voor 2030 samen met haar partners gebiedsgericht werken aan planvorming en -zodra mogelijk- de start van de uitvoering voor de volgende gebieden in de stad:
68
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
8. Van visie naar uitvoering Visiedocument als opstap naar een (wijk)uitvoeringsplan31 per gebied
En uiteraard zal iedere particuliere-woningeigenaar uiteindelijk zelf beslissen of
De eerste fase na de Transitievisie Warmte is het opstellen van een
zij mee wil gaan in de beoogde warmteoplossing. Ook bij de huurders zal
visiedocument per bovengenoemd gebied. Dit zal opgesteld worden als er een
hiervoor instemming opgehaald worden via de verhuurder.
logisch startmoment hiervoor is in een gebied. Bijvoorbeeld als er plannen worden gemaakt voor rioolvervanging of als woningcorporaties woningen willen gaan renoveren. Hierin worden de uitkomsten en inzichten vanuit de
8.6 Aanpak bedrijventerreinen
Transitievisie Warmte als startpunt genomen. Vervolgens vindt er een nadere verdieping plaats. Uiteraard zullen inwoners en ondernemers hierbij intensief
Ook alle bedrijventerreinen zullen de overstap moeten maken naar
betrokken worden.
aardgasvrije alternatieven voor verwarming. Deze bedrijventerreinen volgen daarbij het transitiepad van de CBS-wijk waarin zij vallen (zie hoofdstuk 6).
Hierbij wordt onder meer ingezoomd op het type bebouwing in de buurt en
De gemeente ziet voor zichzelf een rol weggelegd om het gesprek tussen
welke partijen vastgoed hebben. Ook wordt gekeken naar andere opgaven in
(georganiseerde) bedrijven te faciliteren en te kijken waar initiatief voor
de buurt en de mogelijkheid om werk-met-werk te maken. Zo ontstaat er een
aardgasvrij kan worden opgestart. Zo heeft Josink Es de ambitie om in 2030
gedetailleerd beeld van de buurt, en wordt inzichtelijk of er gebieden zijn waar
klimaatneutraal te zijn. Daar liggen dus kansen om gezamenlijk aan de slag te
een andere warmteoplossing meer voor de hand ligt (opt-out).
gaan. En in Marssteden is momenteel al een groot deel van de panden aangesloten op het warmtenet. Dat aandeel kan naar verwachting grotendeels
Als blijkt dat er inderdaad goede kansen liggen om voor 2030 aan de slag te
autonoom doorgroeien de komende jaren. In Kennispark zijn een aantal
gaan zullen er samenwerkingsafspraken tussen betrokken partijen gemaakt
laagtemperatuur warmtebronnen zoals de RWZI, de ijsbaan en een datacenter
worden en werken we toe naar een intentieovereenkomst waarna verdere
en loopt een transformatie. Hiervoor is een stedenbouwkundig plan opgesteld
uitwerking volgt. Tegelijkertijd zullen daar waar mogelijk voornamelijk
waar de warmtetransitie onderdeel van uitmaakt.
meergezinswoningen en utiliteitsgebouwen op natuurlijke momenten al aangesloten worden op een warmtenet. In de volgende fases zullen bewoners actief betrokken worden zodat hun
31) Een (wijk)uitvoeringsplan kan zowel op een woonwijk als op een bedrijventerrein of een
zienswijze in het aanbod dat ontwikkeld wordt kan worden meegenomen.
combinatie van die twee betrekking hebben.
69
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
8. Van visie naar uitvoering Specifiek voor Kennispark in combinatie met het UT-terrein zal de gemeente
de verdere planvorming. Hieronder is per optie aangegeven wat het extra
met relevante stakeholders voor 2030 werken aan een uitvoeringsplan. Hier is
ruimtebeslag betreft.
een gebiedsgerichte aanpak noodzakelijk om de lokale warmtebronnen te All-electric
kunnen benutten.
Voor all-electric oplossingen is er bij toepassing op grotere schaal onvoldoende Nu al zijn bedrijven vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer wettelijk verplicht
capaciteit beschikbaar in het huidige elektriciteitsnet. Het meeste ruimtebeslag
energiebesparende maatregelen te treffen als die maatregelen een
zal worden gevraagd door extra traforuimtes die gerealiseerd moeten worden
terugverdientijd hebben van vijf jaar of korter. In 2023 moet elk kantoorgebouw
in all-electric wijken. Deze traforuimten vragen ongeveer 4 x 4 x 2,5 meter aan
minimaal label C hebben en in 2030 zelfs energielabel A. Daarnaast kan de
ruimte in het openbaar gebied. Deze ruimte huisvest een zogenaamde
Omgevingsdienst bij toezichtwerkzaamheden het gesprek openen over
distributie-transformator. Deze kan, afhankelijk van de locatie en
verduurzamingsmogelijkheden en ondersteuning bieden bij het maken van
uitvoeringsvorm, tussen de 150 en 200 woningen voorzien van elektriciteit.
keuzes.
De verwachting is dat het aantal tenminste moet worden verdubbeld bij een all-electric wijk. Naast verzwaring van de bestaande elektriciteitsnetten zal er
In de concept Energievisie is aangegeven hoe de gemeente haar rol en de
per 150 tot 200 woningen op termijn dus een traforuimte bijkomen in deze
samenwerking met ondernemers en belangenorganisaties ziet en wil oppakken.
wijken. Enexis is hier als netbeheerder verantwoordelijk voor. Zij volgen de ontwikkelingen op het elektriciteitsnet nauwgezet en zijn uiteraard ook betrokken bij de verdere planvorming.
8.7 Ruimtebeslag warmteopties in de openbare ruimte en in de woning
Daarnaast vragen all-electric oplossingen om meer ruimtebeslag in de woningen. Met name het boilervat voor warm tapwater (150-300 liter) en in de
De nieuwe, duurzame warmteopties moeten ook ruimtelijk goed ingepast
toekomst mogelijk ook opslag van warmte voor ruimteverwarming vragen om
worden, op wijkniveau, in de straat en in de woningen en bedrijven. De diverse
extra ruimte. Bij een buitenunit verandert mogelijk het gevelbeeld en kan
duurzame warmteopties vragen namelijk om meer ruimtebeslag in de
geluidoverlast ontstaan. De Rijksoverheid heeft de geluidsnormen hiervoor
openbare ruimte. De installaties zien er ook in de woning of het gebouw anders
recent aangescherpt. Het is daarbij dus van belang om goed te kijken naar
uit dan de cv-ketel van nu. Hier zal rekening mee gehouden moeten worden in
plaatsing van deze units zodat overlast zoveel mogelijk voorkomen wordt.
70
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
8. Van visie naar uitvoering Bronnet
De regel- en afleverstations kunnen in veel gevallen in de plint (onderste
Als er een collectieve warmtebron wordt gebruikt moet rekening worden
deel) van gebouwen worden geïntegreerd. Dit is niet altijd mogelijk.
gehouden met een ondergronds tracé van ongeveer 1,5 meter breed voor het
Denk bijvoorbeeld aan wijken met veel grondgebonden woningen of
bronnet. Daarnaast is er ruimte nodig bij de beoogde bron om deze te kunnen
portiekwoningen. In dat geval zijn er per 250-400 woningen afleverstations
ontsluiten, eventueel voor een WKO-installatie en voor een backup installatie.
nodig in de openbare ruimte (4 x 2 x 2,5 meter). Waar mogelijk kunnen deze
Daarnaast moet er rekening gehouden worden met ruimte voor extra
gecombineerd worden met traforuimten voor elektriciteit.
transformatorhuisjes voor de verzwaring van het elektriciteitsnet. Het ruimtebeslag in de woning blijft bij een warmtenet beperkt tot Hybride warmtepompen
distributieleidingen voor zowel ruimteverwarming als warm tapwater en een
Het voordeel van een hybride oplossing is dat deze veel minder extra
afleverset. In veel gevallen is het ruimtebeslag kleiner of gelijk aan een cv-ketel
capaciteit vraagt qua elektriciteit. Het aantal extra traforuimtes zal daarom veel
met rookgasafvoeren.
lager zijn dan bij all-electric oplossingen. Ook is er geen boilervat nodig in de woningen. Bij een buitenunit32 verandert mogelijk het gevelbeeld en kan
Invloed van zonnepanelen en elektrisch rijden
geluidoverlast worden veroorzaakt.
Ook door de komst van meer zonnepanelen en elektrische auto’s wordt er steeds meer gevraagd van het elektriciteitsnet. Op termijn zal hierdoor op
Warmtenet
diverse plekken in de stad de noodzaak ontstaan om het elektriciteitsnet te
De basis van de hoofdwarmte-infrastructuur in Enschede is gerealiseerd,
verzwaren. Ook in warmtenetwijken. Daar waar mogelijk wordt hier in de
inclusief de productielocaties van warmte en hulpwarmtecentrales. Extra
planvorming al rekening mee gehouden. Enexis volgt de belasting van het
ruimtebeslag is dus met name nodig voor nieuwe distributieleidingen en de
elektriciteitsnet op de voet en zal ook bij de verdere planvorming betrokken zijn.
regel- en afleverstations in de wijken. Voor de leidingen is een ondergronds tracé nodig van ongeveer 2 meter breed voor elke straat waar woningen aangesloten worden. Dit is voor alle wijken een uitdaging. Als in een wijk al werkzaamheden plaats gaan vinden in de ondergrond kan voorgesorteerd worden op een toekomstig warmtenet door hier in de ondergrond al ruimte
32) Een buitenunit is alleen nodig bij installatie van een (hybride) lucht-waterwarmtepomp.
voor te creëren.
71
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
8. Van visie naar uitvoering 8.8 Ruimte voor aardgasvrije en besparingsinitiatieven in de gemeente De Transitievisie Warmte geeft richting aan alle gebouweigenaren en nodigt zowel initiatieven met collectieve warmte als gebouweigenaren die individuele (all-electric en besparings-) oplossingen willen nemen uit om stappen te zetten. Bij individuele oplossingen zijn bewoners en bedrijven in principe zelf aan zet op de voor hen natuurlijke momenten. Bij collectieve warmte heeft de gemeente een meer nadrukkelijke (regie)rol in de planvorming en uitvoering. Als er kansrijke ideeën vanuit inwoners of bedrijven worden aangedragen, denken wij als gemeente graag mee of en hoe wij dit kunnen faciliteren. Alleen samen kan deze transitie slagen.
72
Transitievisie Warmte Enschede
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
9. Wat betekent dit voor de stad? In de voorgaande hoofdstukken is een beeld gegeven van de transitie naar een aardgasvrij Enschede in 2050, en is uitgelegd hoe dit beeld tot
9.2 Het mogelijk maken van een betaalbare warmtetransitie
stand gekomen is. Maar wat betekent die transitie voor de gemeente en haar inwoners en bedrijven en welke dilemma’s moeten nog opgelost
De overstap naar aardgasvrij vraagt een bijdrage van alle betrokken partijen in
worden op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving? In dit
Enschede. We willen dat de overstap naar aardgasvrij voor iedereen,
hoofdstuk beschrijven we dit aan de hand van vier relevante thema’s.
bewoners, bedrijven en andere belanghebbenden, betaalbaar is. Betaalbaarheid bekijken we vanuit twee verschillende invalshoeken: 1) de totale maatschappelijke kosten oftewel de gezamenlijke kosten voor de
9.1 Isoleren is altijd goed
gemeenschap, en 2) de kosten voor de gebouweigenaar en/of bewoner/ huurder.
Enschede staat voor een grote isolatieopgave. Het belang van isoleren voor de warmtetransitie is in hoofdstuk 3 al ter sprake gekomen, en geldt in ieder geval
Laagste maatschappelijke kosten
voor alle gebouwen die voor 1995 gebouwd zijn. Dat is het overgrote deel van
Omdat we als gemeente de kosten van de warmtetransitie voor de
de bebouwing in de gemeente Enschede. Naast isoleren zijn ook ventilatie en
gemeenschap als geheel zo laag mogelijk willen houden is in deze
de overstap naar elektrisch koken essentieel in het voorbereiden op een
Transitievisie Warmte zowel bij de volgorde van (warmtenet)wijken als bij de
alternatief voor aardgas. Het is dus belangrijk dat iedere gebouwbezitter
keuze voor aardgasvrije warmteoplossingen gekeken waar de
hiermee begint. Deze maatregelen verdienen zichzelf in de loop van de jaren
maatschappelijke kosten van de warmtetransitie het laagst zijn. Hierbij is de
terug via een besparing op de energierekening en zorgen bovendien voor een
verdeling van deze kosten en dekking over partijen een vervolgvraag.
verbetering van het comfort in de woning. De isolatiemaatregelen dragen ook bij aan de toekomstbestendigheid van de woning. Dit kan resulteren in betere
We zien dat op dit moment de warmtetransitie nog bijna nergens rendabel is.
waardevastheid of zelfs verhoging van de waarde en een betere
Om gebouweneigenaren bereid te krijgen kosten te maken voor de overstap
verkoopbaarheid.
naar aardgasvrij is het noodzakelijk om de onrendabele top weg te nemen. De transitie kan alleen succesvol verlopen als de businesscase voor zowel de bewoners als de andere betrokken partijen passend is. Om dit te kunnen garanderen, is steun vanuit de Rijksoverheid essentieel. Hierbij is het van
73
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
9. Wat betekent dit voor de stad? belang dat we bij de overstap naar aardgasvrij zoveel mogelijk de route volgen
hard voor om in de startwijken met een mix van deze instrumenten steeds
die in deze Transitievisie wordt geschetst, op basis van de laagste
samen met de partners en bewoners in de wijk tot een betaalbaar aanbod voor
maatschappelijke kosten voor alle betrokken partijen in de gemeente. Hoe
iedereen te komen.
meer gebouweigenaren kiezen voor een andere optie dan de maatschappelijk goedkoopste optie in hun wijk, hoe minder we die laagste kosten voor de rest van de gemeente kunnen verzekeren. De volgende paragraaf 9.3 “Hoe sturend
9.3 Hoe sturend wordt de Transitievisie Warmte?
is de Transitievisie Warmte?” gaat daar verder op in. Om de transitie betaalbaar te houden is het belangrijk om te bekijken hoe we Haalbaar en betaalbaar voor iedereen
ervoor zorgen dat de meeste gebouweigenaren kiezen voor de warmteoptie
Uiteraard is het belangrijk niet alleen naar de totale kosten te kijken als het
die in hun wijk de voorkeur heeft. Voor woningeigenaren geldt dat zij in principe
gaat om betaalbaarheid. De gebruikskosten van de gebouweigenaar en/of de
zelf mogen kiezen welke warmteoplossing ze willen toepassen. De praktijk zal
eindgebruiker (bewoner, huurder) hebben een grote impact op de
echter ook uitwijzen dat er niet altijd keuze is. Niet in alle wijken komt een
betaalbaarheid. Het college heeft als uitgangspunt gesteld dat de totale
warmtenet, all-electric vraagt om vergaande isolatie die niet altijd technisch
woonlasten voor huishoudens niet mogen stijgen als gevolg van de kosten van
haalbaar of betaalbaar is, en het gasnet zal in veel wijken uiteindelijk verdwijnen.
de energietransitie. De woningcorporaties onderschrijven dit. Voor de gebruiker bestaat betaalbaarheid uit de totale woon- en energielasten voor en na de
Het lijkt maatschappelijk niet kosteneffectief om een dubbele infrastructuur aan
investering die nodig is om aardgasvrij te worden. Dit betekent dat:
te leggen, maar zoals eerder beschreven verwachten we in alle wijken een
De investering voor een gebouweigenaar haalbaar of financierbaar moet zijn
bepaald percentage “opt-out”. Niet overal is de voorkeursoplossing logisch in
De woonlasten voor de eindgebruiker neutraal blijven.
de wijk en eigenaren kunnen ervoor kiezen om zelf een individuele oplossing
Om de investering voor gebouweigenaren haalbaar te maken, werkt de
of een kleinschalige warmteoplossing met bronnet te realiseren. Voor wijken
gemeente nauw samen met grote eigenaren zoals de woningcorporaties en de
waar een all-electric oplossing wordt voorzien is er geen keuze. Daar is het
grote vastgoedeigenaren. Voor individuele eigenaren die aardgasvrij worden
elektriciteitsnet straks de enige infrastructuur. In het geval van warmtenetten
zijn subsidies op Rijksoverheidsniveau beschikbaar en worden nieuwe
geldt over het algemeen dat hoe meer opt-outs er zijn, hoe duurder de
financieringsinstrumenten opgezet om de voorinvestering voor de
realisatie van het warmtenet in de wijk wordt, wat een negatief effect heeft op
gebouweigenaar haalbaarder te maken. De gemeente Enschede maakt zich er
de betaalbaarheid. Een belangrijk dilemma voor de gemeente als regisseur
74
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.
9. Wat betekent dit voor de stad? van de transitie is daarom in welke mate en op welke manier zij sturend wil zijn
aantal fte nodig is om de taken die in het klimaatakkoord aan gemeenten is
in het realiseren van de voorkeursoptie per wijk. De gemeente heeft op dit
toebedeeld te kunnen invullen. De indicatie die het rapport laat zien is slechts
moment binnen de huidige wetgeving nog geen juridische instrumenten om te
een onderdeel van de totale kosten die de uitvoering van het klimaatakkoord
sturen op de voorkeursinfrastructuur en op de keuzes van woningeigenaren.
met zich meebrengt. Bijlage H geeft per gemeentelijke taak de
Met de komst van de Omgevingswet gaat dat veranderen.
capaciteitsinschatting uit het rapport voor de energietransitie in de gebouwde omgeving (warmtetransitie inclusief energiebesparing).
Bij het opstellen van (wijk)uitvoeringsplannen zal de gemeente, na vaststellen van de Transitievisie door de raad, deze Transitievisie als uitgangspunt nemen
Het rapport laat zien dat er heel veel uitvoeringskracht nodig is - van
voor het gesprek met de wijk, het ontwikkelen van een gemeentebrede aanpak
planvorming tot uitvoering. Hoeveel capaciteit er extra nodig is, hangt onder
voor isolatie en all-electric oplossingen en het opstellen van (wijk)
andere sterk af van het aantal (wijk)uitvoeringsplannen waaraan wordt
uitvoeringsplannen (zie hoofdstuk 8). De praktijk zal leren of verdergaande
gewerkt. Of en wanneer we in Enschede met wijkaanpakken starten, hangt
regie wenselijk of zelfs noodzakelijk is om de ambitie aardgasvrij in 2050 te
sterk af van landelijke randvoorwaarden. Momenteel zijn nog niet voldoende
halen en welke manieren van sturing hiervoor het meest effectief zijn. Als
middelen beschikbaar om deze transitie echt in een stroomversnelling te
uitwerking van het Klimaatakkoord beraadt ook de Rijksoverheid zich met
brengen. Steun vanuit de Rijksoverheid is ook hier een noodzaak.
partners zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op meer sturingsmogelijkheden voor gemeenten.
Daarnaast ontbreekt het aan voldoende gekwalificeerde vakmensen om onze woningen en gebouwen aan te passen en om de benodigde infrastructuur aan te leggen. Hiervoor is (om)scholing nodig. Dit vraagt inzet van scholen en
9.4 Meer uitvoeringskracht is noodzakelijk
bedrijven in de regio om de plannen uit de Transitievisie Warmte de komende 30 jaar ook om te zetten in daden.
Als laatste vraagt deze transitie naar een aardgasvrije warmtevoorziening veel van de gemeente én alle betrokken partijen. De energietransitie in de
Verder is het belangrijk om niet te kijken naar de warmtetransitie als
gebouwde omgeving vraagt om een toenemende inzet van de gemeentelijke
losstaande opgave. In de planvorming en uitvoering kunnen koppelingen
organisatie. Het rapport Uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor
worden gemaakt met opgaven op andere beleidsterreinen. Voor 2022 en de
decentrale overheden in 2022 - 2030 laat zien dat een aanzienlijke groei in het
daaropvolgende jaren is met oog op het bovenstaande een opschaling van de
75
Transitievisie Warmte Enschede
Colofon
Inhoudsopgave
Voorwoord
Samenvatting
9. Wat betekent dit voor de stad? organisatie nodig. De precieze opschaling op basis van het aantal fte’s en uitbreiding van het budget zal in het vervolgtraject na de Transitievisie Warmte verder worden uitgewerkt. Bijlage H en het eerdergenoemde rapport geeft een goede basis voor deze uitwerking en geeft een minimale bandbreedte van de benodigde fte’s tussen de 8,8 en 11,7. Daarbovenop komt dan nog de wijkaanpak waarvan we voorlopig de aanname hebben gedaan dat die 300.000 euro per wijk per jaar gaat kosten inclusief menskracht en kosten voor onderzoek en communicatie, exclusief investeringen. Dit is slechts een inschatting; in de praktijk moeten we uitwerken wat de te verwachten kosten zijn in Enschede. Mogelijkerwijs kan de opschaling worden bekostigd door een verhoging van het gemeentefonds. Ook deze ontwikkelingen zullen in het traject na de Transitievisie Warmte verder worden uitgewerkt. Tenslotte is naast de inzet van de gemeente ook inzet van andere partijen nodig. Ook daar zal nog gewerkt moeten worden aan de uitbreiding van de capaciteit. Het gaat dan bijvoorbeeld om de netbeheerders, de corporaties maar ook de installatie- en bouwbranche.
76
Transitievisie Warmte Enschede
H1.
H2.
H3.
H4.
H5.
H6.
H7.
H8.
H9.