CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting bp Parkeerterrein Perfromance Factory

Raadsvergadering 31 januari 2022, gemeente enschedeBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan "Parkeerterrein Performance Factory" en vaststelling Wijziging 117 van de Welstandsnota Enschede.31.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Toetsing bestemmingsplan "Parkeerterrein Performance Factory" aan het Besluit m.e.r. Aanmeldnotitie ruimtelijke ontwikkeling Voor de ontwikkeling van een woongebouw met 202 appartementen en de realisatie van 1600 m 2 aan commerciële- cq. bedrijfsruimten op het parkeerterrein op de hoek van de Oldenzaalsestraat en de Hoge Bothofstraat, is in opdracht van de initiatiefnemer van de beoogde ontwikkeling een aanmeldnotitie opgesteld. Deze aanmeldnotitie is als bijlage bij deze plantoelichting gevoegd. Uit de aanmeldnotitie blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Op basis van de aanmeldnotitie hebben burgemeester en wethouders op 24 augustus 2021 besloten dat het niet noodzakelijk is om voor de beoogde ontwikkeling op de hoek van de Oldenzaalsestraat en Hoge Bothofstraat een (formele) m.e.r.-beoordeling uit te voeren of een milieueffectrapportage op te stellen. In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen activiteit aan onderstaande criteria getoetst en een eindafweging gemaakt. 1. De kenmerken van de activiteit; 2. De plaats van de activiteit; 3. De samenhang met andere activiteiten (cumulatie); 40 teld)

bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastges

4. De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. Kenmerken van de activiteit Het voornemen bestaat om binnen het projectgebied een appartementencomplex te realiseren met commerciële ruimten. Bij de kenmerken van de activiteit dient in het bijzonder in overweging te worden genoemd: • De omvang van het project; • hinder. Omvang: De ontwikkeling is compact waarbij sprake is van een beperkt ruimtebeslag. Het voornemen vormt een belangrijke bijdrage voor de (sociale)woningbehoefte in de gemeente Enschede. Geconcludeerd wordt dat dit project ver beneden de drempelwaarden van de m.e.r.-beoordelingsplicht blijft. Hinder: Tijdens de uitvoering van het voornemen kunnen mensen, flora en fauna hinder ondervinden. Uit de ecologische afweging ten aanzien van de soortenbescherming en de stikstofberekening is echter gebleken dat de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soort- of gebiedsbescherming leiden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden in het kader van soort- of gebiedsbescherming. Plaats van de activiteit Het projectgebied is geheel binnen grondgebied van de gemeente Enschede gelegen. Het gaat om een binnenstedelijk locatie.

De voorgenomen activiteit is niet gelegen in beschermd gebied in het kader van waterhuishouding of natuur. Binnen het projectgebied zelf zijn ook geen waardevolle groenstructuren aanwezig. Samenhang met andere activiteiten ter plaatse Er vinden in de directe omgeving van het projectgebied geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats waarmee rekening dient te worden gehouden. Kenmerken van de belangrijke nadelige milieugevolgen Voor de beoordeling van eventuele belangrijke nadelige milieugevolgen van de voorgenomen activiteit moet, daar waar opportuun, rekenschap worden gegeven aan de volgende zaken: • Het bereik van het effect (geografische zone en de grootte van de getroffen bevolking); • Het grensoverschrijdende karakter van het effect; • De waarschijnlijkheid van het effect; • De duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect. Gebleken is dat de ontwikkeling op de relevante milieu- en omgevingsaspecten verkeer, geluid, weg- en railverkeerslawaai, luchtkwaliteit, geur, ecologie (waaronder stikstof), externe veiligheid, water en archeologie geen belangrijke structurele nadelige en onomkeerbare milieugevolgen met zich meebrengt. De ontwikkeling gaat wel gepaard met tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden, maar deze zullen na afronding volledig vervallen.

Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-b eoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling b eperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een plan-m.e.r. noodzakelijk maakt. Op b asis van de informatie in deze notitie neemt het bevoegd gezag (het college van B&W van gemeente Enschede) een m.e.r.-beoordelingsbesluit waarin zij besluit of een volledige m.e.r.-procedure nodig is.

bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastgesteld) 41

5.1.2

Milieuhinder van bedrijven en voorzieningen

In verband met de realisering van een woongebouw op een deel van het parkeerterrein op de hoek de Oldenzaalsestraat en de Hoge Bothofstraat heeft er een inventarisatie plaatsgevonden van bestaande bedrijvigheid en voorzieningen in de omgeving van het plangebied, die van invloed kunnen zijn op het plangebied. Er is onderzoek gedaan naar de potentiële milieubelasting van deze bedrijven en voorzieningen. De milieubelasting en de bijbehorende contouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. Op basis van de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering", is van de aanwezige bedrijven en voorzieningen rondom het plangebied de milieucategorie bepaald. Verder is een beknopte beschrijving gemaakt van de (bedrijfs)activiteiten en zijn voor de bedrijven en voorzieningen de indicatieve hindercontouren aangegeven (zie bijlage 3.). Voor nieuwe bedrijfsactiviteiten en commerciële functies in nieuwbouw geldt dat de geluidwering voor de scheiding tussen wonen en bedrijfsactiviteiten moeten voldoen aan de eisen voor geluidwering bij nieuwbouw zoals opgenomen in het Bouwbesluit. Daarnaast moet worden voldaan aan de eisen die het Activiteitenbesluit stelt voor het geluidsniveau in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen en (verblijfs)ruimten.

Milieuhinder van bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied voor woningen in en rondom het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn diverse bedrijven gelegen (zie bijlage 1). Van een aantal bedrijven zijn de indicatieve hindercontouren gelegen binnen het plangebied. Deze bedrijven zijn nader beschouwd. Uit deze nadere beschouwing is naar voren gekomen dat het merendeel van deze bedrijven geen knelpunten opleveren voor de realisering van het geprojecteerde woongebouw binnen het plangebied. Om te kunnen bepalen of een tweetal bedrijven in het plangebied (Nederlandse Reisopera en Polaroid Photography BV) voor wat betreft het aspect geluid mogelijk een knelpunt vormt voor de uitvoering van het plan is een in 2014 uitgevoerde akoestisch geactualiseerd. Voor dit onderdeel wordt verwezen naar paragraaf 5.1.4 (Wet geluidhinder) onder: Goede ruimtelijke ordening/Aktiviteitenbesluit. Conclusie van dit geactualiseerde onderzoek is Op grond van het geactualiseerde onderzoek (zie bijlage bij deze plantoelichting) kan worden geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.3

Bodemkwaliteit

Bodemkwaliteit algemeen De geschiktheid van de bodemkwaliteit voor de voorgenomen bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen vormen het uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening. Dit is beschreven in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. De bodemgesteldheid speelt een rol bij het vaststellen of een plan uitvoerbaar is. Artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening regelt dit. Ook de Wet bodembescherming kan hierbij van toepassing zijn. Het bodembeleid is de afgelopen jaren hervormd. Van het saneren van verontreinigde bodem naar het duurzaam en efficiënt beheer/gebruik van de bodem. Het wegnemen van onaanvaardbare risico's van oude bodemverontreinigingen staat daarbij centraal. Dit wegnemen kan door middel van een bodemsanering, maar ook door het slim herinrichten van een locatie. Bouwen op (ernstig) verontreinigde bodem is onder voorwaarden mogelijk. Denk daarbij aan situaties waarin er geen direct contact met de verontreinigde bodem mogelijk is. Ten behoeve van de beoogde nieuwbouw op de hoek van de Oldenzaalsestraat en Hoge Bothofstraat, is door Geofoxx een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit verkennend bodemonderzoek met het documentkenmerk 20200023_a1RAP (d.d. 20 maart 2020) is als bijlage bij deze plantoelichting gevoegd.

Samenvatting Verkennend bodemonderzoek: Tijdens de veldwerkzaamheden is onder de fundatie een geroerde grondlaag aangetroffen, met zwakke 42 teld)

bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastges

bijmengingen aan puin, baksteen en kolengruis. Analytisch blijkt deze geroerde bodemlaag licht verontreinigd met zware metalen, PCB en minerale olie en plaatselijk matig verontreinigd met PAK (in de zuidoostelijke hoek). Uit de toetsingsresultaten van de uitsplitsing blijkt dat de PAK gehaltes in de afzonderlijke deelmonsters hooguit de achtergrondwaarde overschrijden. Na toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is de grond op locatie indicatief geclassificeerd als kwaliteitsklasse industrie. Gezien de samenstelling is deze geroerde bodemlaag verdacht op de aanwezigheid van asbest. Vanwege de huidige locatie-specifieke omstandigheden (volledig verhard met asfalt en een puinfundatie) kan momenteel geen verkennend asbestonderzoek worden uitgevoerd. Geadviseerd wordt om voorafgaande aan de daadwerkelijke herontwikkeling van het terrein (en na verwijdering van de huidige verharding) een dergelijk asbestonderzoek uit te voeren. Het doel van een asbestonderzoek is een uitspraak te doen of de verdenking op de parameter asbest terecht is. De slakkenverharding kan niet hergebruikt worden als “bouwstof”. Dit is enkel toegestaan als toepassing in een groot oppervlaktewater conform bijlage O van de regeling Besluit bodemkwaliteit en als toepassing in IBC werken. Uit de analyseresultaten blijkt dat er in de puinfundatie geen asbest is aangetoond.

Derhalve is de puinfundatie niet verdacht op de parameter asbest. Ondanks het feit dat tijdens onderhavig onderzoek hoofdzakelijk licht verhoogd gehaltes zijn aangetoond, geeft dit een steekproefsgewijze weergave van de situatie. Bij het onderzoek is ook een optimale representativiteit nagestreefd, waarbij gebruik is gemaakt van de gangbare inzichten, methoden en technieken. Mocht bij de graafwerkzaamheden afwijkingen in de bodem worden aangetroffen, dient vanuit de vigerende wet- en regelgeving hier passende maatregelen getroffen te worden.

Conclusie bodemkwaliteit: Uit het onderzoek b lijkt dat de locatie nagenoeg geschikt is voor de voorgenomen wijziging van de bestemming. Alleen voor de parameter asbest is te weinig informatie aanwezig. Dit onderzoek kan pas plaatsvinden als het asfalt en de b ovenliggende puinlaag zijn verwijderd. Uit dit aanvullende onderzoek zal b lijken of aanvullende maatregelen ten aanzien van de bodem noodzakelijk zijn. De financiële uitvoerbaarheid van het b estemmingsplan wordt door de aanwezigheid van deze bodemverontreinigingen niet b elemmerd. De b etreffende bodemverontreinigingen kunnen functiegericht en kosteneffectief worden gesaneerd.

5.1.4

Wet geluidhinder

Woningcorporatie Domijn heeft het voornemen om op het parkeerterrein op de hoek van de Oldenzaalsestraat en de Hoge Bothofstraat een appartementencomplex te realiseren. Het project betreft in totaal 202 appartementen en commerciële ruimtes met verschillende functies. Om dit mogelijk te maken is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Ten behoeve van de onderbouwing van het aspect geluid is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het door Alcedo opgestelde rapport “Performance Factory Enschede, Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai, Wet geluidhinder; rapportnummer 20-08116.R01.V03; d.d. 7 juli 2021”. Het rapport is beoordeeld en akkoord bevonden. Ten behoeve van het bestemmingsplan dient een ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld waarin o.a. de milieugevolgen inzichtelijk moeten worden gemaakt. In dit advies zal worden ingegaan op het aspect geluid. Onderstaande tekst kan als geluidsparagraaf opgenomen worden. Tevens zijn aanbevelingen gedaan met betrekking tot de op te nemen planregels.

Geluid: In artikel 3.3.1 van het Bro is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidgevoelige gebouwen en terreinen zijn gesitueerd ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen of terreinen en/of de transformatie van bestaande panden naar wonen of een andere geluidgevoelige functie mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastgesteld) 43

binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting van de geluidgevoelige gebouwen en terreinen. Het plangebied is gelegen binnen de akoestische invloedssfeer van de Oldenzaalsestraat, Hoge Bothofstraat, Oosterstraat/Molenstraat, Van Lochemstraat en de spoorlijn Enschede-Gronau. Voor de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Oldenzaalsestraat en het railverkeer op de spoorlijn Enschede-Gronau geldt op grond van de Wet geluidhinder een onderzoeksverplichting. Voor de Hoge Bothofstraat, Oosterstraat/Molenstraat en de Van Lochemstraat geldt op grond van de Wet geluidhinder geen onderzoeksverplichting omdat het hier 30 km-wegen betreft. Ondanks dat op 30 km-wegen de Wet geluidhinder niet van toepassing is moet op grond van uitspraken van de Raad van State bij een ruimtelijke procedure wel aandacht worden besteed aan de geluidsbelasting vanwege 30 km-wegen. Industrielawaai en luchtvaartlawaai zijn voor het plangebied niet relevant. Om de geluidsbelasting vanwege weg- en railverkeerslawaai in beeld te brengen is door Alcedo een akoestisch onderzoek uitgevoerd.

De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport “Performance Factory Enschede, Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai, Wet geluidhinder; rapportnummer 20-08116.R01.V03; d.d. 7 juli 2021”. Het rapport is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

Wegverkeerslawaai: Wettelijk kader In artikel 74 van de Wgh is bepaald dat zich aan weerszijden van een weg een zone bevindt. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. De zonering geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en voor wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur. Volgens artikel 76a/77 van de Wgh moet bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan of een projectbesluit, waarin nieuwe woningen of andere geluidgevoelige functies mogelijk worden gemaakt, binnen onderzoekszones van wegen, als bedoeld in artikel 74 van de Wgh, akoestisch onderzoek worden verricht. De binnen het plangebied te realiseren woningen zijn gelegen in stedelijk gebied binnen de zone van bestaande wegen. Op woningen bedraagt de voorkeurswaarde 48 dB (artikel 82, eerste lid Wgh). Indien deze waarde wordt overschreden kan onder voorwaarden een hogere waarde worden verleend tot ten hoogste 63 dB (artikel 83, tweede lid Wgh). Voor vervangende woningen bedraagt de ten hoogste vast te stellen hogere waarde 68 dB (artikel 83, vijfde lid Wgh).

Het vaststellen van een hogere waarde is pas mogelijk indien aangetoond wordt dat maatregelen (bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger) om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde niet doeltreffend zijn (bezwaren stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard), en voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Geluidnota Enschede 2009-2012 (verder Geluidnota). De Geluidnota is op 3 april 2018 door Burgemeester en Wethouders (gedeeltelijk herzien) vastgesteld. Bij de beoordeling van het geluid van 30 km-wegen wordt aangesloten bij de grenswaarden en systematiek van de Wet geluidhinder en het hogere waarde beleid uit de Geluidnota.

Resultaten akoestisch onderzoek Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat vanwege het wegverkeer op de Oldenzaalsestraat en de 30 km-wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh) wordt overschreden. De geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Oldenzaalsestraat en de 30 km-wegen bedraagt ten hoogste respectievelijk 60 en 54 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh). Daarmee wordt voldaan aan de ten hoogste toegestane waarde van 63 dB. Onderzocht is of door middel van bron- en of overdrachtsmaatregelen de geluidsbelasting kan worden gereduceerd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen onvoldoende effect hebben of bezwaren ontmoeten van verkeerskundige, stedenbouwkundige of financiële aard. Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Wet geluidhinder

44 teld)

bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastges

voor het toestaan van een hogere geluidsbelasting. Om een hogere waarde te kunnen vaststellen moeten grondgebonden woningen, op grond van de Geluidnota, over en geluidluwe gevel beschikken. Voor niet-grondgebonden woningen, waarvan in het plan Parkeerterrein Performance Factory sprake is, is dit geen harde eis en heeft een geluidluwe gevel de voorkeur. Afgezien van 3 woningen gesitueerd aan de oostelijke gevel van blok F (beoordelingspunt 007) voldoen de woningen aan de voorwaarde voor een geluidluwe gevel. Om de woningen die vanwege het wegverkeer op de Oldenzaalsestraat een geluidsbelasting van meer dan 48 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh) ondervinden te kunnen realiseren moet voor deze woningen een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Het gaat daarbij om een hogere waarde van 53 dB voor 18 woningen in blok A, van 50 dB voor 10 woningen in blok B, van 49 dB voor 3 woningen in blok C1, van 56 dB voor 41 woningen in blok D, van 60 dB voor 35 woningen in blok E en 60 dB voor 15 woningen in blok F. Daarmee is tevens, op grond van het Bouwbesluit, gegarandeerd dat in de woningen het binnenniveau niet meer dan 33 dB bedraagt.

Voor woningen waarop de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Oldenzaalsestraat voldoet aan de voorkeursgrenswaarde maar die vanwege het verkeer op de Oldenzaalsestraat en de nabij het plan gelegen 30 km-wegen (Hoge Bothofstraat is maatgevend) een cumulatieve geluidsbelasting ondervinden van meer dan 48 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh) is het binnenniveau niet gegarandeerd. Omdat geen hogere waarden kunnen worden vastgesteld, de Wet geluidhinder is niet van toepassing op 30 km-wegen, is het niet mogelijk om via het Bouwbesluit eisen te stellen aan de geluidwering van de gevels van de te realiseren woningen. Om er voor te zorgen dat het binnenniveau in de woningen ten hoogste 33 dB bedraagt is het noodzakelijk om in de regels van het bestemmingsplan aanvullende eisen voor de gevelwering op te nemen.

Conclusie wegverkeerslawaai De realisatie van de woningen die vanwege het wegverkeer op de Oldenzaalsestraat een geluidsbelasting van meer dan 48 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh) ondervinden is alleen mogelijk als daarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld. Aan de voorwaarden, uit de Wet geluidhinder en de Geluidnota, voor het vaststellen van een hogere waarde wordt voldaan. Gelijktijdig met de procedure voor dit bestemmingsplan wordt een procedure gestart voor het vaststellen van de hogere waarden. Het gaat daarbij om een hogere waarde voor 122 woningen. De vast te stellen hogere waarden bedragen ten hoogste 60 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh). Door het vaststellen van de hogere waarde worden op grond van het Bouwbesluit eisen aan de gevelwering gesteld waardoor het binnenniveau is gegarandeerd. Om voor de woningen waarvoor vanwege het wegverkeer op de Oldenzaalsestraat geen hogere waarde nodig is maar die vanwege wegverkeer wel een cumulatieve geluidsbelasting ondervinden van meer dan 48 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh) een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen is het noodzakelijk om in de regels van het bestemmingsplan aanvullende eisen voor de gevelwering op te nemen. Het gaat daarbij om 1 woning in blok A en 15 woningen in blok B.

Railverkeerslawaai Het plangebied van het bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory is gelegen binnen de onderzoekszone zone van de spoorlijn Enschede-Gronau. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op de woningen de geluidsbelasting ten hoogste 52 dB bedraagt vanwege het railverkeer op de spoorlijn Enschede-Gronau. Daarmee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB en vormt railverkeer geen belemmering voor de realisatie van het plan.

Industrielawaai Het plangebied van het bestemmingsplan parkeerterrein Performance Factory is niet gelegen in de nabijheid van een gezoneerd industrieterrein. Bovendien voorziet het bestemmingsplan niet in bestemmingen waarop geluidzoneringsplichtige inrichtingen als bedoeld in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht ('grote lawaaimakers') gevestigd kunnen worden.

bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastgesteld) 45

Luchtvaartlawaai Het plangebied van het bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory is niet gelegen in de nabijheid van het (voormalige) vliegveld Twente en ook niet gelegen binnen de geluidszone van het vliegveld.

Goede ruimtelijke ordening/Activiteitenbesluit In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient ook aandacht te worden besteed aan relevante geluidsbronnen die niet vallen onder de geluidswetgeving voor wegverkeers-, railverkeers-, industrie- en luchtvaartlawaai. Op het terrein van de Performance Factory zijn in de voormalige Polaroid-panden bedrijven gevestigd. De te realiseren woningen in het plangebied zullen vanwege deze bedrijven een geluidsbelasting ondervinden. Om inzicht te krijgen in de geluidsbelasting die de binnen het plangebied te realiseren woningen zullen ondervinden vanwege de bedrijven is door Noorman een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in de notitie “Performance Factory Enschede – berekening geluidsbelasting industrielawaai; nummer 22010505.N01a; d.d. 3 augustus 2021”. De notitie is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uit de notitie blijkt het volgende: Langtijdgemiddeld b eoordelingsniveau: Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau vanwege alle bedrijven tezamen bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde. De te realiseren woningen op het parkeerterrein van de Performance Factory liggen volgens de gebiedstypenkaart van de Geluidnota Enschede ((gedeeltelijk herzien) vastgesteld bij besluit van 3 april 2018 door Burgemeester en Wethouders) in het gebiedstype 'Ongezoneerd Bedrijventerrein'.

Voor dit gebiedstype geldt voor individuele bedrijven een richtwaarde van 55 dB(A) etmaalwaarde. Aan deze richtwaarde wordt voldaan. Maximale geluidsniveau: Uit de notitie blijkt dat de maximale geluidsniveaus hoofdzakelijk worden veroorzaakt door het aan- en afrijden van voertuigen (vrachtwagens met name in de dagperiode en personenauto's verdeeld over het gehele etmaal) alsmede door de laad- en losactiviteiten in de dagperiode (tussen 07.00 uur en 19.00 uur). Het maximale geluidsniveau bedraagt In de dagperiode ten hoogste 74 dB(A) vanwege laad- en losactiviteiten op het terrein achter de stadswerkplaats en in de avond- en nachtperiode ten hoogste 44 dB(A) vanwege het dichtslaan van autoportieren. Daarmee wordt op de te realiseren woningen binnen het gebiedstype 'Ongezoneerd Bedrijventerrein ” voldaan aan de toelaatbare te achten maximale geluidniveaus van 75 dB(A) in de dag-, 70 dB(A) in de avonden 65 dB(A) in de nachtperiode. Deze waarden komen tevens overeen met de voor de individuele bedrijven van toepassing zijnde algemene geluidvoorschriften van het Activiteitenbesluit milieubeheer conform artikel 2.17, derde lid, tabel 2.17c geldend voor geluidsgevoelige gebouwen (hier: de te realiseren woningen) op het bedrijventerrein.

De te realiseren woningen op het parkeerterrein van de Performance Factory vormen daarmee geen belemmering voor de bedrijven binnen de Performance Factory.

Conclusie: Op grond van het b ovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het b estemmingsplan. Om het plan te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat voor diverse woningen vanwege het wegverkeer op de Oldenzaalsestraat een hogere waarde wordt vastgesteld. Om voor woningen waarvoor geen hogere waarde wordt vastgesteld maar die vanwege wegverkeer wel een cumulatieve geluidsbelasting van meer dan 48 dB (incl. aftrek artikel 110 g Wgh) ondervinden een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen is het voor die woningen, omdat de Wet geluidhinder en het Bouwbesluit daarop niet van toepassing zijn, noodzakelijk dat extra aandacht wordt besteed aan de gevelwering van deze woningen. .

46 teld)

bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastges

5.1.5

Trillingen spoorwegverkeer

Het plangebied van het bestemmingsplan "Parkeerterrein Performance Factory" is gelegen nabij de spoorlijn Enschede-Münster cq. Dortmund. Voor de beoordeling van trillingen en het aspect trillinghinder wordt de SBR-richtlijn "Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, deel B Hinder voor personen in gebouwen" aangehouden. Deze richtlijn heeft geen wettelijke status maar heeft, mede door jurisprudentie, een ruim draagvlak opgebouwd en wordt geïnterpreteerd als de meest recente stand van inzichten. De richtlijn hanteert, afhankelijk van de functie, streefwaarden voor trillingen ter voorkoming van trillinghinder. Treinverkeer kan aanleiding geven tot trillingen in gebouwen. Trillingsbronnen oefenen een kracht uit op bijvoorbeeld de rails, resulterend in de opwekking van trillingen. Indien bouwplannen binnen een afstand van 150 meter vanaf een spoorlijn liggen, dient rekening te worden gehouden met deze trillingen.

Trillinghinder en het bestemmingsplan "Parkeerterrein Performance Factory". WeBoost DATA heeft onderzoek uitgevoerd naar het aspect trillingen en dit gerapporteerd in het rapport "Performance Factory, Trillingsonderzoek t.b.v. nieuwbouw"; rapportnummer WBD2031; versie 1.0O16022-2-RA; d.d. 29 januari 2021. Hierin zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Het volledige onderzoek is als bijlage bij deze plantoelichting gevoegd. De te ontwikkelen woonlocatie is gelegen ten zuiden van de spoorlijn Enschede-Münster cq. Dortmund. De afstand van het spoor tot aan de dichtstbijgelegen gevel van de beoogde nieuwbouw bedraagt ca. 75 meter. Op basis van trillingsmetingen, gegevens over de bodemopbouw en gegevens over de te realiseren bebouwing is een inschatting gemaakt van de te verwachten trillingen in de geplande nieuwbouw. Uit het onderzoek blijkt dat in de nog te realiseren woningen voldaan kan worden aan de SBR-richtlijn.

Conclusie: Het aspect trillingen vormt geen b elemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.1.6

Luchtverkeerslawaai

Het wettelijke kader met betrekking tot luchtverkeerslawaai is geregeld in de Wet luchtvaart en specifiek de wijzigingswet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML). De consequenties met betrekking tot het geluid als gevolg van vliegverkeer zijn vastgelegd in het Luchthavenbesluit, dat op 1 maart 2017 door gedeputeerde staten van Overijssel is vastgesteld en op 30 maart 2017 in werking is getreden. Het plangebied van het bestemmingsplan "Parkeerterrein Performance Factory" is niet gelegen in de nabijheid van het vliegveld Twente en is ook niet gelegen binnen de geluidszone van het vliegveld. Een nadere toetsing aan het Luchthavenbesluit vanwege luchtverkeerslawaai kan daarom achterwege blijven.

Conclusie: Op b asis van het b ovenstaande kan worden geconcludeerd dat luchtverkeerslawaai geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het b estemmingsplan.

5.1.7

Luchtkwaliteit

Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen is geregeld in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wm en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastgesteld) 47

1. 2. 3. 4.

er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Met het bestemmingsplan "Parkeerterrein Performance Factory" worden 202 appartementen en ca. 1.600 m 2 bedrijfsruimtes/commerciële ruimtes mogelijk gemaakt. De appartementen zijn bestemd voor verhuur. De appartementen en bedrijfsruimtes/commerciële ruimtes worden niet aangesloten op het gasnet. Uit de 'Regeling niet in betekenende mate' blijkt dat woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 woningen als niet in betekenende mate zijn aan te merken. Het aantal appartementen voldoet hier ruimschoots aan. Omdat niet alleen appartementen worden gerealiseerd maar ook bedrijfsruimtes/commerciële ruimtes is niet op voorhand duidelijk of ook het gehele plan als niet in betekenende mate is aan te merken. Voor de luchtkwaliteit zijn uitsluitend de verkeersbewegingen relevant. Emissies vanwege stookinstallaties zijn er niet omdat alle appartementen en bedrijfsruimtes/commerciële ruimtes gasloos zullen zijn. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)'. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: Verstedelijkingsgraad: sterk stedelijk/ gemeente Enschede (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: schil centrum

In de CROW-publicatie is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In het navolgende is uitgegaan van het gemiddelde. Volgens de CROW-publicatie bedraagt voor huur appartementen (incl. sociale huur) de verkeersgeneratie 3,2 verkeersbewegingen per appartement per dag. Voor 202 appartementen komt dit neer op 646,4 verkeersbewegingen. Niet in betekenende mate zou een aantal van 4.800 verkeersbewegingen per dag zijn (1.500 appartementen x 3,2 verkeersbewegingen per appartement per dag). In het plan wordt naast de 202 appartementen nog ca. 1.600 m 2 aan bedrijfsruimtes/commerciële ruimtes mogelijk gemaakt. Volgens de CROW-publicatie bedraagt voor commerciële dienstverlening de verkeersgeneratie 8,7 bewegingen per 100 m 2 bvo (bruto bloeroppervlak). Voor de ca. 1.600 m 2 te realiseren bedrijfsruimten/commerciële ruimten komt dit neer op 139,2 verkeersbewegingen per dag. Voor de appartementen en de bedrijfsruimten/commerciële ruimten samen komt dit neer op totaal 785,6 verkeersbewegingen per dag. Dit is ruimschoots lager dan de 4.800 verkeersbewegingen voor 1.500 appartementen die als niet in betekenende mate worden aangemerkt. Het plan kan daarmee gezien worden als een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.

In de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) zijn gegevens opgenomen met betrekking tot de huidige en toekomstige luchtkwaliteit in Nederland. Uit de monitoringstool 2020 blijkt dat op het plangebied in alle zichtjaren (2019, 2020 en 2030) aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit wordt voldaan. Conclusie: Uit het oogpunt van luchtkwaliteit (art 5.16 WM, lid 1 onder b) ligt er geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

48 teld)

bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastges

5.1.8

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10 -6). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt.

Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen.

Risicovolle activiteiten bij inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Parkeerterrein Performance Factory” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarop het Bevi van toepassing is.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Binnen of in de nabijheid van het plangebied van het bestemmingsplan “Parkeerterrein Performance Factory” zijn geen buisleidingen aanwezig waarop het Bevb van toepassing is.

Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor of over het water zijn de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de Circulaire Vervoer Gevaarlijke Stoffen het wettelijk kader. Momenteel is nieuwe weten regelgeving in voorbereiding voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. De basis van die nieuwe regelgeving wordt gevormd door het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet kent 3 vervoersmodaliteiten: Basisnet Water, Basisnet Spoor en Basisnet Weg.

Basisnet Weg: Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Parkeerterrein Performance Factory” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen wegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg.

Basisnet Water: Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Parkeerterrein Performance Factory” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over water.

bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastgesteld) 49

Basisnet Spoor: Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Parkeerterrein Performance Factory” of in de directe nabijheid daarvan is geen spoorweg aanwezig die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over het spoor.

Vliegverkeer Het wettelijke kader met betrekking tot externe veiligheid ten gevolge van het vliegverkeer is geregeld in de Wet luchtvaart en specifiek de wijzigingswet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML). De consequenties met betrekking tot het vliegverkeer is middels het Luchthavenbesluit vastgesteld. Uit de bij het Luchthavenbesluit gevoegde berekeningen van de veiligheidscontouren blijkt dat het plangebied van het bestemmingsplan “Parkeerterrein Performance Factory” buiten de plaatsgebonden risicocontour en het aandachtsgebied voor wat betreft het groepsrisico is gelegen en daarom geen belemmering vormt. Conclusie externe veiligheid Op b asis van het b ovenstaande en het gegeven dat het plan geen (nieuwe) kwetsbare of beperkt kwetsbare ob jecten mogelijk maakt b innen risicocontouren kan worden geconcludeerd dat de externe veiligheid geen b elemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.9

Explosieven

Met betrekking tot mogelijke onontplofbare oorlogsresten in het plangebied van het bestemmingsplan "Parkeerterrein Performance Factory" is door Tavela BV uit Zwolle een explosievenonderzoek uitgevoerd. De bevindingen, conclusies van dit onderzoek zijn samengevat in een rapportage (rapport DER 0219, d.d. 19 februari 2021) dat als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Op basis van dit uitgevoerde onderzoek is, voordat met de bouw van het appartementengebouw wordt begonnen, nader onderzoek naar het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten noodzakelijk. Dit vervolgonderzoek bestaat uit aanvullende detectie na verwijdering storende bodemlagen en het benaderen van een aantal objecten. Op dit moment kan op dit terrein geen regulier bodemroerende werkzaamheden worden uitgevoerd. Het terrein is nog verdacht met betrekking tot het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten (OO). Ontwikkelaar is verantwoordelijk voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek naar het voorkomen van ontplofb are oorlogsresten in het plangebied van dit bestemmingsplan. De kosten hiervan en de kosten van een eventuele ruiming van ontplofbare oorlegsresten zijn voor rekening van de ontwikkelaar. De financiële uitvoerbaarheid van dit b estemmingsplan is hiermee niet in het geding.

5.2

Water

Waterbeleid in Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) en Waterbeheerprogramma van waterschap Vechtstromen In het gemeentelijk rioleringsplan (2016 – 2021) is het beleid met betrekking tot regenwater, afvalwater en grondwater vastgelegd. Het waterbeheerprogramma en de keur bevat beleid en regels met betrekking tot het beheer van oppervlaktewater.

Hemelwater Uitgangspunt is dat we het liefst geen wateroverlast willen, maar dat kunnen we helaas bij extreme neerslag niet altijd voorkomen. Onder wateroverlast verstaan we bijvoorbeeld dat wegen tijdelijk niet of minder begaanbaar zijn tijdens of vlak na hevige regenval. Ernstiger wordt het wanneer water huizen, winkels en kantoren binnendringt of wanneer het op een andere manier aanzienlijke schade aanricht of voor gevaarlijke situaties zorgt. Bij het voorkomen en aanpakken van overlast door regenwater maken we gebruik van het principe

50 teld)

bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastges

'vasthouden – bergen – afvoeren'. Enschede heeft flinke hoogteverschillen, waardoor het van belang is om regenwater bij voorkeur bovenstrooms vast te houden, door het niet of langzaam te laten afstromen. Als dat niet mogelijk is, bergen we het water voordat we het afvoeren, in speciaal daarvoor aangelegde voorzieningen in de particuliere of in de openbare ruimte. Zo komt er niet teveel druk op de afvoer te leggen. Bij nieuwbouw, herbouw of verbouw van bijvoorbeeld woningen, scholen en bedrijfspanden zal het verhard oppervlak toenemen waardoor meer hemelwater versneld tot afvoer komt. Hierop is het oppervlaktewatersysteem niet berekend. In het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) is als beleidsuitgangspunt vastgelegd dat in het buitengebied hemelwater niet en in bestaand stedelijk gebied zo min mogelijk wordt afgevoerd via de riolering. Het extra afstromend hemelwater moet op eigen terrein worden verwerkt of tijdelijk worden geborgen zodat het vertraagd kan worden afgevoerd naar voorzieningen zoals sloten en wadi's in de openbare ruimte. Vervuiling van hemelwater dient daarbij door geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken zoveel mogelijk voorkomen te worden. In het buitengebied en bij uitbreiding van bebouwd oppervlak in bestaand stedelijk gebied bedraagt de verwerking/bergingsopgave tenminste 40 millimeter, oftewel 40 liter per vierkante meter verhard oppervlak.

Bij aanpassing van riolering of aanleg van hemelwatervoorzieningen in bestaand stedelijk gebied bedraagt deze tenminste 20 millimeter, oftewel 20 liter per vierkante meter verhard oppervlak.

Afvalwater De gemeente zorgt voor het inzamelen en transporteren van al het afvalwater dat vrijkomt in het stedelijk gebied van Enschede. Dit omvat al het huishoudelijk afvalwater, of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater. Een goed functionerende riolering is belangrijk voor de volksgezondheid en zorgt ervoor dat bewoners zo min mogelijk in contact komen met afvalwater. Vanaf de erfgrens van een woning of bedrijf wordt het afvalwater via een (vuilwater)riolering getransporteerd naar het rioolgemaal van het waterschap en vandaar wordt het afvalwater door het waterschap getransporteerd naar de rioolwaterzuivering. De waterzuivering is een taak van het waterschap Vechtstromen. In wat oudere woonwijken ligt vaak gemengde riolering waarmee ook regenwater wordt afgevoerd. In nieuwere wijken, bij nieuwbouw en herontwikkelingen ligt vaak gescheiden riolering. Bij gescheiden riolering moet het afvalwater gescheiden van het regenwater op de erfgrens worden aangeleverd. Het is niet doelmatig aan te sluiten op de riolering indien de afstand tot (druk)riolering groter is dan 40 meter. Dat kan het geval zijn in het landelijk gebied. Dan wordt er gebruik gemaakt van een lokale zuiverende voorziening (IBA of septictank) die loost op de bodem of oppervlaktewater. Waterschap en in het geval er sprake is van een grondwaterbeschermingsgebied ook de provincie kunnen dan nadere eisen stellen.

Voor bedrijfsmatige lozingen gelden de voorwaarden uit het activiteitenbesluit. Uitgangspunt hierbij is dat bedrijfsafvalwater niet ongezuiverd wordt geloosd op oppervlaktewater of in de bodem.

Oppervlaktewater In beginsel ligt de taak om wateroverlast vanuit het oppervlaktewater te voorkomen bij het waterschap. Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Vechtstromen leidend. Natuurlijk spelen we hierin als gemeente ook een rol, door het regenwater niet zomaar naar het oppervlaktewater af te voeren. We stemmen onze maatregelen goed met het waterschap af. Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) in stand gehouden en het liefst op fraaie wijze geïntegreerd wordt in het stedenbouwkundig plan; zodanig dat het water beleefd kan worden en goed te beheren is. Nieuw oppervlaktewater mag geen permanente verlaging van de grondwaterstand veroorzaken, tenzij dit oppervlaktewater mede als doel heeft grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken. Om een goede en doelmatige afvoer vanuit beken, sloten en voorzieningen in de openbare ruimte te kunnen garanderen, hanteert het waterschap Vechtstromen een afvoernorm van maximaal 2,4 liter per seconde per hectare naar een leggerwatergang. De aanleghoogte van nieuw oppervlaktewater dient zodanig te zijn dat de overstromingskans vanuit oppervlaktewater beperkt wordt tot eens per 100 jaar (T=100).

Bij ontwikkelingen nabij watergangen geeft het waterschap Vechtstromen een aanleghoogte advies.

bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastgesteld) 51

Grondwater en ontwatering Perceeleigenaren zijn volgens de waterwet verantwoordelijk voor het grondwater op hun eigen terrein. Om ongewenste effecten van hoge grondwaterstanden te voorkomen wordt geadviseerd voldoende ontwateringshoogtes aan te houden. Onder ontwateringshoogte wordt het verschil tussen het peil van de weg of van de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) verstaan. De ontwateringshoogte van een perceel is afhankelijk van het gebruik van de grond. Zie daarvoor onderstaande tabel:

Grondgebruik

Ontwatering (m – GHG)

Primaire wegen

0,7

Secundaire wegen en erfontsluitingswegen

0,5

Bouwwerken met kruipruimten

0,7

Bouwwerken zonder kruipruimten

0,5

Groen

0,5

Bij onderkeldering onder bouwwerken is er bij hoge grondwaterstanden een reëel risico op grondwateroverlast omdat de natuurlijke stroming door de kelder wordt geblokkeerd en het grondwater een andere weg zoekt. Dit kan op hetzelfde of op een ander perceel tot overlast leiden. Soms treffen we als gemeente maatregelen in openbare gemeentelijke gebieden, om grondwateroverlast op particulier terrein te bestrijden. Dit doen we als er sprake is van niet-acceptabele risico's, als het doelmatiger is om dit als gemeente te doen en als de te treffen maatregelen niet tot de zorg van de provincie of het waterschap behoren. De afvoer van grondwater naar een, eventueel door de gemeente aangelegde, drainageleiding komt voor eigen rekening.

Afwatering Om op perceel niveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt gelden de volgende advieswaarden voor peilhoogtes: Het vloerpeil minimaal 0,20 m boven straatpeil (kruin van de weg t.o.v. toegang ter plaatse); Het perceel vlak of richting de weg af laten lopen; De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen.

Waterhuishouding en het bestemmingsplan “Parkeerterrein Performance Factory” Het bestemmingsplan “Parkeerterrein Performance Factory” beoogt het mogelijk maken van een appartementencomplex met op de begane grondverdieping voorzieningen.

verhard oppervlak Het plangebied is momenteel in gebruik als parkeerplaats en is volledig verhard met asfalt. De oppervlakte van het gebied bedraagt circa 3.000 m2.

hemelwaterafvoer Het planontwerp gaat uit van verschillende manieren waarop hemelwater wordt geborgen. In figuur 1 staat schematisch de wijze van waterberging aangegeven. In het planontwerp is voorzien in de realisatie van een groendak (groen) temidden van de woonblokken aan de rand van de het plangebied. In het groendak is een mogelijkheid aanwezig voor het bergen van hemelwater. Boven op de woonblokken (paars) is eveneens een optie aanwezig voor het bergen van hemelwater. De verhardingsstrook tussen de groendaken (bruin) wordt deels ingericht als paviljoen, en deels als toegangsweg. Onder de toegangsweg is een mogelijkheid aanwezig voor het aanleggen van de infiltratiekratten. Het (hemel) water zal in de volgende volgorde worden geborgen / en of geïnfiltreerd: Dak (berging) > Groendak (berging) > Infiltratiekrat (berging/ infiltratie) > HWA riool (overstort)

52 teld)

bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastges

Vanuit de planontwikkeling wordt in zuidelijke richting een vuilwaterriool en apart hemelwaterriool aangelegd. Het hemelwaterriool heeft als functie een vertraagde afvoer en kan bij extreme situaties als noodafvoer dienen. Het hemelwaterriool wordt voorlopig aangesloten op het gemengd riool in de Hoge Bothofstraat.

Wijze van waterberging in het plangebied bestemmingsplan :Parkeerterrein Performance Factory"

Navolgend wordt per watersysteemonderdeel (daken, groendaken, infiltratiekratten en riool) een korte uitwerking gegeven.

Daken: Op de daken van de appartementencomplexen (circa 1.950 m2) zal waterberging op het dak worden gerealiseerd. Hiertoe wordt middels een opstaande rand een vloeistofdichte bak gecreëerd waar tot een waterhoogte van 40 mm, water kan worden geborgen. De bak is voorzien van een geknepen afvoer voor vertraagde afvoer richting de gemeentelijke riolering en een overstort om de maximale waterhoogte te handhaven. De bergingseis van 20 mm kan geborgen kan worden op de dakoppervlaktes zelf. Dit komt overeen met circa 40 m3.

Groen dak: In het ontwerp is voorzien in de aanleg van een “binnentuin” in de vorm van een groendak. In de constructie / laagopbouw, benodigd voor het groendak, is waterberging mogelijk. Het waterbufferend vermogen van het gehele systeem bedraagt circa 27 l/m2, hetgeen overeenkomt met 27 mm neerslag / m2. De bergingseis van 20 mm welke op het groendak zelf valt) kan geborgen worden en komt overeen met circa 12 m3.

Verhard oppervlak en afstroming naar krattensysteem: Het verhard oppervlak te midden van de planontwikkeling kan afstromen naar een te realiseren krattensysteem onder de verharding. Totaal bedraagt de verharding binnen de woonbokken een oppervlakte van 730 m2. Uitgaande van een bergingseis van 20 mm dient circa 15 m3 water geborgen te kunnen worden in het krattensysteem om het hemelwater wat op de weg valt te kunnen bergen.

afvalwaterafvoer: Totaal worden er binnen het plangebied 202 wooneenheden gerealiseerd. Uitgaande van max (gemiddeld) 3 personen per wooneenheid, zijn circa 606 personen aanwezig binnen het complex. Uitgaande van een afvoertijd van 10 uur/dag en een verbruik van 130 l p.p., wordt circa 7 m3/uur aan afvalwater geloosd op het DWA-riool. Het riool dient aangesloten te worden op het gemengd riool in de Hoge Bothof. De capaciteit van het riool is ruim voldoende om de hoeveelheid (extra) afvalwater af te voeren.

bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastgesteld) 53

oppervlaktewater: In de nieuwe situatie wordt geen permanent oppervlaktewater gerealiseerd.

grondwater, ontwatering en afwatering: Het maaiveld aan de oostzijde is circa 43,9 m+NAP en aan de westzijde circa 43,5 m+NAP. Bij onderzoek zijn bodemvreemde materialen aangetroffen in de vorm van puin, kolengruis, aardewerk en baksteen. Over de gehele locatie bestaat de bodemlaag vanaf circa 2,0 m-mv uit klei. De bovengrond bestaat uit matig fijn zand met zwakke tot matige bijmengingen van puin en/of baksteen. De bovengrond tot 2,0 m-mv is geroerd, de samenstelling en doorlatendheid wijken dus sterk af van de natuurlijke situatie (klei). In de kleilaag zijn sporen van roest aangetroffen. Hieruit wordt de indicatie verkregen dat de grondwaterstrand op deze dieptes (2,0 t/m 5,0 m-mv) fluctueert. Op basis van peilbuismetingen in de omgeving van het plangebied kan geconcludeerd worden dat het grondwaterstand in de omgeving van het plangebied met circa 1,05 meter fluctueert. Gesteld kan worden dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand circa 41,8 m+NAP (2,1 m-mv) bedraagt en de gemiddelde laagste grondwaterstand op circa 40,6 m+NAP (3,2 mmv) bedraagt. De maaiveldhoogtes binnen het plangebied zodanig bepalen dat water ten allen tijde onder vrij verval kan afstromen naar de lagere gelegen delen buiten het plangebied.

Dit bekend dat de verharding in het binnenplein, tussen de woonbokken, onder afschot aangelegd dient te worden met het laatste deel in het noorden, ter plaatse van de uitrit. Bij het bepalen van het woningpeil rekening houden dat bij extreme neerslag (20 cm water op de openbare weg) geen water het pand binnen loopt. Daarbij wel rekening houden dat in de openbare ruimte geen voorzieningen nodig zijn om hoogteverschillen op te vangen.

Conclusie: Op b asis van het b ovenstaande kan worden geconcludeerd dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het b estemmingsplan.

5.3

Natuur

5.3.1

Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden

In hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming wordt de aanwijzing en bescherming van de Europese 'Natura 2000' gebieden en de bijzondere nationale natuurgebieden (toekomstige Natura 2000 gebieden) geregeld. De Wet natuurbescherming bepaalt dat voor alle Natura 2000 gebieden instandhoudingsdoelstellingen en een beheerplan moeten worden vastgesteld. De instandhoudingsdoelstellingen hebben betrekking op de kwaliteit van natuurlijke habitats en de aanwezige habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor de aangewezen natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Indien dat op voorhand niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en een plan-milieu effect rapportage (plan-MER) te worden opgesteld. Wanneer ook op basis van een uitgevoerde passende beoordeling significant negatieve gevolgen niet met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen worden uitgesloten kunnen de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen alleen mogelijk worden gemaakt indien er redelijkerwijs geen alternatieven aanwezig zijn, er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en de negatieve gevolgen in voldoende mate worden gecompenseerd.

Beschermde natuurgebieden en het plangebied "Parkeerterrein Performance Factory" Het plangebied ligt ten noordoosten van het centrum van Enschede. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden zijn Aamsveen op ca. 4,8 km ten zuidoosten van het plangebied, Dinkelland op ca. 5,6 kilometer ten oosten van het plangebied en Lonnekermeer op ca. 6,2 kilometer ten noorden van het plangebied. De voor deze

54 teld)

bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastges

gebieden aangewezen habitattypen en habitats van soorten zijn allen gevoelig tot zeer gevoelig voor verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Andere Natura 2000 gebieden in de omgeving zijn gelegen op meer dan 7 kilometer afstand van het plangebied. Andere mogelijke verstoringsfactoren dan stikstofdepositie Eventuele negatieve effecten op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden als gevolg van andere mogelijke verstoringsfactoren dan stikstofdepositie kunnen op voorhand worden uitgesloten. Verstoringsfactoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten kunnen alleen aan de orde zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen in of in de directe nabijheid van een Natura 2000 gebied. Voor andere verstoringsfactoren dan stikstofdepositie kan een nadere toetsing aan hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming achterwege blijven. Stikstofdepositie In het kader van het voorliggende bestemmingsplan is door BJZ.nu een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd. In het onderzoek is de stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase bepaald. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport "Aerius-berekening PF-locatie, Enschede; d.d. juni 2021". Het rapport is als bijlage bij deze toelichting opgenomen.

Uit het onderzoek blijkt dat zowel tijdens de aanlegfase als de gebruiksfase de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden niet hoger zal zijn dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. Conclusie Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat de Wet natuurb escherming voor wat betreft beschermde natuurgebieden op voorhand geen b elemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.3.2

Wet natuurbescherming, beschermde planten- en diersoorten

In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van planten- en diersoorten geregeld. Het gaat daarbij niet om de bescherming van individuele planten of dieren maar om te voorkomen dat het voortbestaan van soorten planten of dieren in gevaar komt en dat vaste rust- en verblijfplaatsen en groeiplaatsen opzettelijk worden vernield of verstoord. Hiertoe zijn in deze wet een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het verbod op het opzettelijk doden of verontrusten van dieren of het verbod op het plukken van planten. Daarbij is het “nee, tenzij” principe het uitgangspunt, er mag geen schade worden toegebracht aan beschermde dieren of planten tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan en daarbij zorgvuldig wordt gehandeld. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor in dat gebied voorkomende vaste rust- en verblijfplaatsen en/of anderszins functioneel leefgebied van beschermde soorten. Indien noodzakelijk dienen tijdig passende preventieve of mitigerende maatregelen te worden getroffen dan wel dient het plan te worden aangepast om overtreding van verbodsbepalingen te kunnen voorkomen en de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten te kunnen waarborgen.

Indien door maatregelen en eventueel planaanpassing negatieve gevolgen voor aanwezige beschermde soorten niet of niet volledig kunnen worden voorkomen is een ontheffing van de betreffende verbodsbepalingen noodzakelijk en dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze redelijkerwijs ook verleend zal kunnen worden.

Beschermde soorten en het plangebied “Parkeerterrein Performance Factory” Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om een woongebouw op de hoek van de Oldenzaalsestraat en de Hoge Bothofstraat te realiseren. Het gaat hierbij om een woongebouw in meerdere bouwlagen waarbij de begane grondverdieping primair bedoeld is voor commerciële ruimten en woon-werk eenheden, met daarboven in meerdere verdiepingen, woningen. Betreffend gebied is momenteel in zijn geheel in gebruik als een verhard parkeerterrein (asfalt). Er bevinden zich op dit terrein geen gebouwen en/of landschapselementen waardoor op voorhand kan worden uitgesloten dat bij de realisatie van de beoogde bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastgesteld) 55

ontwikkeling, verbodsbepalingen uit de Flora- en faunawet zullen worden overtreden. Indien op voorhand met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten dat verbodsbepalingen zullen worden overtreden kan een verdere toetsing aan de Wet natuurbescherming voor wat betreft de bescherming van soorten achterwege blijven. Conclusie Wet natuurbescherming, bescherming van planten- en diersoorten Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat de Wet natuurb escherming voor wat betreft de bescherming van planten- en diersoorten op voorhand geen b elemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.3.3

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De aanwijzing van gebieden als onderdeel van het NNN vindt plaats bij provinciale verordening en dient te worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen zoals structuurvisies en bestemmingsplannen. Het NNN kent geen externe werking, tenzij dit bij provinciale verordening als zodanig is bepaald.

Het NNN en het plangebied “Parkeerterrein Performance Factory” Het plangebied van het bestemmingsplan “Parkeerterrein Performance Factory” is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die onderdeel uitmaken van het NNN zijn op ca. 2,2 kilometer ten noordoosten van het plangebied gelegen. Een verdere toetsing aan het NNN kan daarom achterwege blijven. Conclusie NNN Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat het NNN geen b elemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

56 teld)

bestemmingsplan Parkeerterrein Performance Factory (vastges

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planopzet

Algemeen

Type bestemmingsplan De Wro en het Bro maken het mogelijk een bestemmingsplan op verschillende manieren vorm te geven. Grofweg kan gekozen worden uit de volgende planvormen: a.

b.

c. d.

een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan. Een dergelijk plan legt het beoogde gebruik van gronden en opstallen en de bebouwingsmogelijkheden van de in het plan opgenomen gronden gedetailleerd vast. De methodiek wordt wel ingezet om bestaande situaties te conserveren, maar wordt ook gebruikt om beoogde nieuwe ontwikkelingen nauwgezet te sturen; een globaal bestemmingsplan dat nader moet worden uitgewerkt. In een dergelijk bestemmingsplan worden een of meerdere bestemmingen opgenomen, die later moeten worden uitgewerkt. Wordt veelal toegepast in gevallen waar de ontwikkeling van een gebied op hoofdlijnen bekend is, maar waar de concrete invulling nog moet volgen; Een globaal eindplan. In deze planvorm wordt het ruimtelijk en functioneel streefbeeld in globale zin vastgelegd; Een mix van bovenstaande planvormen afhankelijk van de specifieke problemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=0a780638-52be-4689-a76c-e57a887c9f1b