CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Sportaccommodatiebeleid Gemeente Enschede - Synarchis - 250415

Stedelijke commissie - SOCIAAL 19 mei 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Beeldvormend: Brief Motie Vaart maken met de bouw van een (tijdelijke) sporthal41.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Vanuit de beleidsuitgangspunten van een multifunctioneel en efficiënt gebruik van accommodaties en het zoveel mogelijk combineren van voorzieningen voor sport en onderwijs, wordt geadviseerd de keuze voor vervanging van deze gymzalen te betrekken bij de te maken keuze met betrekking tot de vergroting van de Deppenbroekhal. Behoefte turnhal Gymnastiek en turnen vinden van oudsher plaats in multifunctionele binnensportaccommodaties, met name in gymzalen. De laatste decennia is er meer aandacht gekomen voor de beperkingen die dit geeft in relatie tot de trainingsmogelijkheden voor het wedstrijd turnen. Dit betreft enerzijds de maat van een gymzaal en anderzijds het ontbreken van specifieke voorzieningen als een valkuil en een oefenvloer. Er zijn daarom in de loop der jaren steeds meer specifieke turnhallen gerealiseerd. De gemeente Enschede beschikt niet over een turnhal. Van de 7 gymnastiekverenigingen bieden 5 verenigingen wedstrijd turnen aan. Zij kunnen hiervoor gebruik maken van sportzalen, wat door de grotere maatvoering een duidelijke pré is ten opzichte van het gebruik van gymzalen. Doordat deze zalen ook door scholen en andere sportverenigingen worden gebruikt moeten de verenigingen altijd alle toestellen opbouwen en afbreken. Een aantal verenigingen geeft aan behoefte te hebben aan een specifieke turnhal. Dit is een vraag die moet worden beantwoord.

Het aantal inwoners in de gemeente Enschede en het relatief hoge aandeel inwoners van de gemeente dat lid is van een de gymnastiekbond zijn gunstige factoren in relatie tot het draagvlak (draagvlak= aantal inwoners dat gebruik wenst te maken van een voorziening) voor een turnhal. Een turnhal sluit aan bij het beleidsuitgangspunt dat elke sportvereniging moet kunnen sporten in een accommodatie die passend is voor het kunnen beoefenen van de sport. Dit pleit voor een turnhal. Anderzijds is ook multifunctioneel en efficiënt gebruik van accommodaties een uitgangspunt. Dit spreekt tegen de realisatie van een aparte turnhal. Vraagstuk is dus feitelijk in welke mate een regulier sportzaal ‘passend’ is voor de turnsport. Dat dit een lastige afweging is, blijkt uit de rol die gemeenten innemen ten aanzien van specifieke turnaccommodaties. Landelijk zien we veel verschillende ‘constructies’ bij de realisatie van turnhallen. Er zijn hallen in eigendom van de gemeente, van verenigingen en van derden. Specifieke situaties in gemeenten zijn vaak bepalend zoals de aanwezigheid van een bestaande accommodatie die zijn functie verliest en kan worden ‘omgeturnd’ tot een hal. Als de gemeente de handschoen oppakt zien we vaak wel dat de verenigingen die de hal gebruiken beheerstaken (waaronder openstelling en schoonmaak) voor hun rekening nemen.

Aanbeveling turnhal Om een antwoord te geven op het vraagstuk turnhal, wordt geadviseerd om in overleg met alle verenigingen in kaart te brengen welke gebruiksbehoefte er is en wat het effect is van de realisatie van een turnhal op het gebruik van bestaande sportzalen. Is dit nadelig of juist gunstig, bijvoorbeeld doordat er dan meer ruimte vrijkomt in de sportzalen voor de instroom van nieuwe jeugdleden bij de verenigingen? Op basis van het uitgangspunt van efficiënt gebruik kan het bepalen van de minimale omvang van het gebruik van een turnhal een vertrekpunt zijn. Hiervoor kan aansluiting worden gezocht bij de richtlijn voor sporthallen van NOC*NSF, die uitgaat van realisatie bij een minimaal aantal gebruiksuren van 1.400 per jaar voor sport. Hal voor topsport/talenten Naast de noodzaak van een turnhal is er ook de vraag of er in Enschede een hal voor topsport/talenten dient te worden gerealiseerd. Er is geen sluitende definitie van een topsporthal/talentenhal. Naarmate een sport wordt beoefend op een hoger 37

niveau, nemen de eisen die worden gesteld aan een sporthal toe. Dit zijn dan in de eerste plaats sporttechnische eisen zoals de vrije uitloopruimte rondom het veld en de hoogte van de hal, de kwaliteit van de vloer en exclusieve belijning (geen wirwar van lijnen) en eventuele specifieke eisen zoals scoreborden met een meer uitgebreide functie. Daarnaast stellen veel bonden eisen aan de tribunecapaciteit en bijkomende voorzieningen zoals de ruimtes voor de scheidsrechters, jury en pers. Bij trainingen van de topsportteams zijn vaak aanvullende voorzieningen zoals een krachtruimte en ruimtes voor fysiotherapie gewenst. Er zijn momenteel geen zaalsportverenigingen in Enschede die spelen op het niveau waarvoor specifieke voorzieningen zijn vereist. Met het oog op de uitbreiding van de capaciteit aan sporthallen is het de vraag of er een hal moet komen die inspeelt op mogelijke toekomstige situatie. Aanbeveling hal voor topsport/talenten De huidige Diekmanhal (splitsbaar in 2 hallen) heeft een zodanige omvang dat veel takken van sport kunnen worden beoefend op topsportniveau. Momenteel is vervanging van de gymzaal en sportzaal van het Stedelijk Lyceum Zuid (Tiemeister) in de vorm van een sporthal in beeld. Dit vanuit zowel de behoefte aan extra sporthalcapaciteit voor de breedtesport als de behoefte aan ruimte voor het huisvesten van talentenprogramma’s.

Gezien de ligging van deze school kan deze sporthal worden aangehaakt bij de huidige Diekmanhal. Er ontstaat dan een omvangrijk zaalsport cluster op een centrale locatie. Dit sluit goed aan bij de behoefte van de zaalsportverenigingen in Enschede aan een geclusterd gebruik van sporthallen voor de breedtesport.

Het

biedt

daarnaast

veel

potentie

voor

het

huisvesten

van

talentenprogramma’s,

topsport

of

topsportevenementen. Uitgangspunt zou kunnen zijn dat het gehele cluster geschikt is voor de inpassing van trainingen en wedstrijden op topsportniveau van elke (reguliere) tak van zaalsport. Hiermee kan het programma voor de nieuwe sporthal die wordt aangehaakt worden bepaald. Op deze wijze is beoefening van zaaltopsport in Enschede naar de toekomst toe geborgd. Het is geen noodzaak om alle voorzieningen die nodig zijn direct te realiseren. Het ontwerp moet wel ruimte bieden om benodigde aanvullende voorzieningen te kunnen inpassen op het moment dat de noodzaak aanwezig is. De hogere investeringen die samen hangen met de keuze om topsport te kunnen faciliteren kunnen dan in aanvang worden beperkt. Bij de keuzes kan de Ipsalahal in de gemeente Almelo worden betrokken. Deze hal heeft een regionale functie. Buitensportaccommodaties Op het gebied van de buitensportaccommodaties spelen minder knelpunten in relatie tot de kwaliteit en functionaliteit van de accommodaties. Het gaat hier om specifieke accommodaties per tak van sport. Er is maar in beperkte mate van multifunctioneel gebruik van velden. De vraag die hier speelt is wat een goede verhouding is tussen natuur- en kunstgrasvelden. Voetbal Bij de voetbalsport werd kunstgras aanvankelijk met name ingezet om knelpunten in de capaciteit op te lossen.

Een kunstgrasveld kan in tegenstelling tot een natuurgrasveld zowel voor wedstrijden als trainingen worden ingezet, waarmee de capaciteit van een accommodatie zonder fysieke uitbreiding kan worden vergroot. Steeds vaker spelen ook kwalitatieve aspecten een rol bij de keuze voor kunstgras. Het voordeel van kunstgrasvelden ten opzichte van natuurgrasvelden is dat de kwaliteit van het veld gedurende het gehele jaar gelijk is. Hiermee is ook het gebruik gedurende het gehele jaar gewaarborgd. Een vereniging met kunstgras kan de leden dus meer garantie bieden dat wedstrijden (en trainingen) daadwerkelijk doorgang vinden. Tevens kunnen verenigingen met kunstgras langer activiteiten aanbieden aan de leden. Waar natuurgrasvelden idealiter in de zomerperiode 3 maanden uit gebruik zijn voor noodzakelijk herstel, kunnen kunstgrasvelden het hele jaar worden gebruikt. Een vereniging zonder kunstgrasveld(en) kan hierdoor voor (nieuwe) leden minder aantrekkelijk zijn. Kunstgras kent in het voetbal echter ook nadelen. Vanuit sportief oogpunt gaat het om de sporttechnische eigenschappen van het veld. Kunstgras heeft hier beperkingen ten opzichte van natuurgras (denk aan het maken van slidings). Andere belangrijk nadeel is het effect op het milieu. Op het gebied van het infill-materiaal zijn inmiddels milieuvriendelijke alternatieven voor de rubberkorrels.

Maar ook op het gebied van behoefte aan vergroening, warmteregulering en CO2-absorptie zijn kunstgrasvelden nadelig ten opzichte van natuurgrasvelden. Er zijn geen normen voor een goede verhouding tussen het aantal natuurgras- en het aantal kunstgrasvelden. In 2022 was op landelijk niveau het percentage kunstgrasvelden 30%. Door de clustering stijgt het aandeel kunstgrasvelden in Enschede 38

verhoudingsgewijs van 34% naar 41%. Op grond van de knelpunten in de capaciteit aan wedstrijdvelden is een verdere toename van het aantal kunstgrasvelden waarschijnlijk. Als wordt gekeken naar het kwantitatieve aspect, dan kan het op locaties met weinig velden voorkomen dat het nodig is om alle velden in kunstgras uit te voeren. Over het algemeen geven veel verenigingen vanwege de reeds genoemde kwalitatieve voordelen de voorkeur aan de beschikking over kunstgrasvelden. Op alle 12 gemeentelijke sportparken waar voetbal wordt aangeboden zijn, met uitzondering van sportpark Het Centrum, één of meerdere kunstgrasvelden aanwezig. Op deze parken varieert het aantal kunstgrasvelden van 1 tot 4 kunstgrasvelden. In relatie tot het totale aantal velden per locatie is het aandeel kunstgras momenteel minimaal 20% (1 op 5 velden) en maximaal 67% (4 op 6 velden). In dit aandeel zijn alleen de hele velden meegerekend. Op een aantal locaties bevinden zich ook kleinere velden (met een omvang van 0,4 tot 0,8 heel veld). Deze zijn vrijwel allemaal van natuurgras. Op grond van de geconstateerde knelpunten is vermindering van het aantal/aandeel kunstgrasvelden alleen haalbaar als er nieuwe locaties voor voetbal worden gerealiseerd. Bij behoud van het huidige aantal parken, zal het aantal kunstgrasvelden naar verwachting noodzakelijkerwijs nog iets verder toenemen.

Aanbeveling kunstgrasvelden Tot op heden heeft de gemeente Enschede de keuze voor het al dan niet realiseren van kunstgrasvelden uitsluitend gekoppeld aan het kwantitatieve aspect. Geadviseerd wordt om ook het kwalitatieve aspect hierbij te betrekken en vanuit het kwalitatieve aspect te kiezen voor minimaal 1 kunstgrasveld per locatie. Voorwaarde dient wel een goede benutting van het veld te zijn. Dit betekent dat het veld wordt ingezet voor zowel trainingen als wedstrijden en er sprake is van een minimaal aantal gebruiksuren per jaar (hoogte te bepalen). Op dit hebben alle locaties die na de clustering resteren minimaal 1 kunstgrasveld. Wel geldt dat op de locaties sportpark Emos en de clusterlocatie Enschede Oost / Glanerburg het aanwezige kunstgrasveld door de verenigingen zelf is gerealiseerd. Hierbij is ook de grond in eigendom van de verenigingen. Een eventuele overname van deze velden inclusief het grondeigendom door de gemeente kan worden overwogen. Hockey In de hockeysport is kunstgras inmiddels de norm, als gevolg van de betere speltechnische eigenschappen die kunstgras bij hockey biedt. Wel zijn de gevolgen voor het milieu en klimaat een aandachtspunt in de hockeysport. Vanuit de speltechnische eigenschappen zijn de laatste 10 jaar meer watervelden aangelegd. Inmiddels wordt gewerkt aan alternatieven voor dit type veld om het gebruik van grondwater terug te dringen.

Korfbal Bij het korfbal is er in navolging van hockey een duidelijke verschuiving van natuurgras naar kunstgrasvelden ingezet. Het ruimtebeslag van korfbal is veel kleiner dan van voetbal en hockey. Exclusief uitloop is een korfbalveld 800 m2, een hockeyveld 5.027 m2 en een voetbalveld (minimaal) 6.400 m2. Voor korfbal wordt bij natuurgras vaak 1 groter veld aangelegd waarop meerdere speelvelden zijn uitgelijnd. Van de korfbalverenigingen spelen NRC ’22 en DOS-WK al op kunstgrasvelden. De derde vereniging GKV Ons Clubje (Clusterlocatie Enschede Oost/Glanerbrug) wenst omvorming van de natuurgrasvelden naar kunstgras. Omvorming naar kunstgras biedt potentie voor medegebruik voor voetbaltrainingen. Honk- en softbal De huidige accommodatie is voor Tex Town Tigers geschikt voor het trainen en het spelen van de reguliere competitiewedstrijden. De vereniging zou graag internationale wedstrijden/toernooien willen organiseren. De huidige velden zijn hiervoor te klein. Vergroting van de velden op de huidige locatie is niet mogelijk en er is geen ruimte op andere parken om nieuwe velden in te passen. Omdat er geen knelpunten zijn in relatie tot de reguliere activiteiten wordt geadviseerd geen wijzigingen door te voeren.

39

Deel 2 - Bewegingsonderwijs

5.

Bewegingsonderwijs

5.1

Beleid

De gemeente Enschede heeft haar beleid rondom bewegingsonderwijs in verschillende beleidsstukken vastgelegd. Hieronder volgt een kort overzicht van deze stukken met de belangrijkste uitgangspunten die hieruit gehaald kunnen worden. Verordening onderwijshuisvesting (2016) In de verordening onderwijshuisvesting zijn de volgende uitgangspunten vastgelegd in relatie tot accommodaties voor bewegingsonderwijs: De minimale maatvoering van nieuw te realiseren lokalen voor bewegingsonderwijs is 252 m ² en een hoogte van 5,5 meter. Een accommodatie voor bewegingsonderwijs heeft voor het basis- en speciaal onderwijs een capaciteit van 26 klokuren (60 minuten) en voor voortgezet onderwijs 40 lesuren (afhankelijk van de school 45, 50 of een ander aantal minuten afwijkend van een klokuur).

De ruimtebehoefte voor een lokaal bewegingsonderwijs is: Basisonderwijs: 1,5 klokuren voor leerlingen van 6 jaar en ouder Speciaal onderwijs: 2,25 klokuur per groep van 6 jaar en ouder Voortgezet onderwijs: berekening op basis van model 3 van het ruimtebehoeftemodel uit Bijlage III, deel B van de Verordening onderwijshuisvesting De maximale afstanden tussen de school en lokaal voor bewegingsonderwijs zijn: (Speciaal) basisonderwijs en speciaal voortgezet onderwijs: afhankelijk van het aantal klokuren of het aantal groepen leerlingen respectievelijk 1 kilometer, 2 kilometer, 3,5 kilometer en 7,5 kilometer hemelsbreed. Voortgezet onderwijs: 2 kilometer hemelsbreed Beleidsregel bekostiging gymnastiekruimte voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs (2016) In deze beleidsregel zijn enkele uitgangspunten vastgelegd die afwijken van de landelijke beleidsregel en de modelverordening: Voor het basisonderwijs en speciaal (voortgezet) onderwijs wordt het aantal gymgroepen jaarlijks vastgesteld op basis van het daadwerkelijke aantal groepen van 6 jaar en ouder (1,5 uur per groep). Ook mogen de scholen met de groepen 1 en 2 tot 1 lesuur (45 minuten) per groep gebruik maken van een lokaal voor bewegingsonderwijs.

Voor deze groepen geldt dat dit alleen van toepassing is als er voldoende ruimte beschikbaar is en het speellokaal in overleg met de gemeente voor andere doeleinden wordt gebruikt. Het basisonderwijs mag met leerlingen van 6 jaar en jonger gebruik maken van een gymzaal als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: De gymlessen worden door een vakleerkracht verzorgd Het speellokaal wordt in overleg met de gemeente voor andere doeleinden gebruikt Er is voldoende ruimte beschikbaar in het betreffende lokaal bewegingsonderwijs Integraal huisvestingsplan Onderwijs (2019) Net als veel gemeenten staat Enschede voor een grote vernieuwingsopgave van de huisvesting van het onderwijs. Accommodaties voor bewegingsonderwijs maken hiervan onderdeel uit. Het IHP Onderwijs beslaat een lange periode (35 jaar) en wordt elke vijf jaar geactualiseerd. Algemene uitgangpunten bij de vernieuwingsopgaven zijn: Primair wordt uitgegaan van renovatie (vernieuwbouw). Nieuwbouw vindt plaats als met renovatie niet kan worden voldaan aan de gedefinieerde duurzaamheids- en kwaliteitseisen of als de kosten voor renovatie hoger zijn dan voor vervangende nieuwbouw. De kosten van nieuwbouw en renovatie gericht op levensduurverlening komen voor rekening van de gemeente. Bij renovatie geldt dat een levensduurverlenging van minimaal 25 jaar wordt gerealiseerd, maar bij voorkeur 40 jaar.

Basisonderwijs: als een school niet beschikt over een gymzaal in het gebouw, dan dient de gymzaal bij voorkeur tot maximaal 1 kilometer, gemeten langs de kortste voor leerlingen begaanbare weg bereikbaar te zijn. Voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs: indien een school niet beschikt over een gymzaal in het gebouw, dan dient de gymzaal bij voorkeur binnen 1 kilometer hemelsbreedte, maar maximaal binnen 2 kilometer langs de kortste voor leerlingen begaanbare weg bereikbaar te zijn. 41

5.2

Toekomstperspectief

De behoefte aan binnensportaccommodaties voor het bewegingsonderwijs wordt bepaald door het aantal leerlingen in het basisonderwijs, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs. Basisonderwijs De leerlingenprognose1 laat zien dat in het basisonderwijs vanaf 2024 een daling van het aantal leerlingen wordt verwacht. Vanaf 2032 stijgt het aantal leerlingen weer. In 2038 worden ongeveer evenveel leerlingen verwacht als in 2024. Of deze stijging daarna verder doorzet, is onzeker. Dit is te zien in onderstaande figuur. Wanneer wet- en regelgeving rondom bewegingsonderwijs gelijk blijft, betekent dit dat in gemeente Enschede op de lange termijn de behoefte aan bewegingsonderwijs in het basisonderwijs ongeveer hetzelfde zal zijn als in 2024. De gemeente geeft aan dat zij op dit moment kunnen voorzien in alle wettelijk verplichte uren bewegingsonderwijs. Dit is ook terug te zien in de roosters van de verschillende accommodaties waar nog ruimte is voor aanvullende uren bewegingsonderwijs. Deze beschikbare uren worden op sommige locaties al ingevuld met boven wettelijke uren bewegingsonderwijs. Er is dus nog ruimte voor enige groei.

Aantal leerlingen basisonderwijs 12.000 11.800 11.600 11.400 11.200 11.000 10.800 10.600 10.400 2024

2026

2028

2030

2032

2034

2036

2038

2040

Voortgezet onderwijs In het voortgezet onderwijs is in de leerlingenprognose2 tot 2026 een stijging van het aantal leerlingen te zien. Vanaf 2026 daalt het aantal leerlingen gestaag om rond 2039 te stabiliseren. Dit is te zien in onderstaande figuur. Hoewel het totale aantal leerlingen daalt, kunnen er grote verschillen zijn tussen de scholen. Wanneer wet- en regelgeving rondom bewegingsonderwijs gelijk blijft, betekent dit dat in gemeente Enschede als geheel op de lange termijn de behoefte aan bewegingsonderwijs in het voortgezet onderwijs zal afnemen ten opzichte van 2024. Voor gymzalen bij middelbare scholen moet in de toekomst, wanneer renovatie of vernieuwing door de levensduur van de accommodatie aan de orde is, dus goed bekeken worden in hoeverre het aantal zaaldelen nog overeenkomt met het wettelijk benodigde gebruik. Mogelijk kunnen bepaalde gymzalen dan worden samengevoegd of afgestoten.

1 2

Leerlingenprognose basisonderwijs 2024 Gemeente Enschede, januari 2024, xxllnc Leerlingenprognose voortgezet onderwijs 2024 Gemeente Enschede, januari 2024, xxllnc

42

Aantal leerlingen voortgezet onderwijs 9.200 9.000 8.800 8.600 8.400 8.200 8.000

7.800 7.600 7.400 7.200 2024

2026

2028

2030

2032

2034

2036

2038

2040

(Voortgezet) speciaal onderwijs In het (voortgezet) speciaal onderwijs laat de leerlingenprognose3 een soortgelijke curve zien als in het basisonderwijs. Tussen 2024 en 2032 wordt verwacht dat het aantal leerlingen gaat dalen. Vanaf 2032 stabiliseert het aantal leerlingen weer en vanaf 2036 neemt het aantal leerlingen weer toe tot ongeveer het niveau van 2024. Dit is te zien in onderstaande figuur. Wanneer wet- en regelgeving rondom bewegingsonderwijs gelijk blijft, betekent dit dat in gemeente Enschede op de lange termijn de behoefte aan bewegingsonderwijs in het (voortgezet) speciaal onderwijs ongeveer hetzelfde zal zijn als in 2024.

Aantal leerlingen speciaal onderwijs 1.800

1.600

1.400 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040 2042 2044

IHP Onderwijshuisvesting Deze leerlingaantallen laten dus zien dat over 15 jaar de behoefte aan accommodaties voor het bewegingsonderwijs ongeveer gelijk zal zijn aan de huidige behoefte bij het basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs. In het voortgezet onderwijs zal de behoefte aan accommodaties voor bewegingsonderwijs afnemen omdat het aantal leerlingen afneemt. Vanuit het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs is het bij de vervanging van gymzalen dus belangrijk om zo veel mogelijk de koppelkansen van basisscholen en de bijbehorende gymzalen te onderzoeken. Mogelijk kunnen twee basisscholen die bij elkaar in de buurt liggen samen één gymzaal gaan delen en kan een andere gymzaal hierdoor vervallen. Bij het voortgezet onderwijs speelt dit nog sterker omdat het aantal leerlingen hier volgens de prognose gaat dalen. Het is bij het actualiseren van het IHP dus belangrijk om de leerlingenprognoses goed in de gaten te houden zodat er tijdig bijgestuurd kan worden.

3

Leerlingenprognose speciaal onderwijs 2024 Gemeente Enschede, januari 2024, xxllnc

43

Boven normatieve uren bewegingsonderwijs Op de locaties waar nu boven normatieve uren bewegingsonderwijs worden toegestaan, is er op dit moment voldoende capaciteit om dit te kunnen doen. Mochten er in de toekomst tekorten ontstaan op deze locaties door een groeiende normatieve behoefte bewegingsonderwijs, dan zijn er twee oplossingen denkbaar. Als eerste kan de gemeente dan er voor kiezen om kleutergroepen niet langer in de betreffende gymzaal te laten gymmen, maar deze te verwijzen naar het speellokaal. Een tweede oplossing kan zijn om een deel van het schoolplein in te richten voor bewegingsonderwijs. Op deze manier kunnen alle kinderen van de betreffende basisschool (en eventuele basisscholen in de directe omgeving) buiten gymles krijgen waarmee de gymzaal ontlast wordt.

5.3

Geldstromen huidige situatie

Voor het huisvesten van het bewegingsonderwijs ontvangt de gemeente vanuit de Rijksoverheid een vergoeding in het gemeentefonds. Hiermee kan de gemeente de bouw en het onderhoud van gymzalen bekostigen. Hoe deze Rijksvergoeding intern wordt verdeeld, mag elke gemeente zelf bepalen. Voor het bewegingsonderwijs wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende typen onderwijs: Voor het basisonderwijs ontvangt de gemeente een vergoeding bewegingsonderwijs in het gemeentefonds vanuit de Rijksoverheid. De gemeente is wettelijk verplicht om te voorzien in lokalen bewegingsonderwijs voor het basisonderwijs (nieuwbouw en onderhoud). Hiervoor zijn de gymzalen en sportzalen bedoeld die door Sportaal worden geëxploiteerd. Het speciaal onderwijs heeft haar gymlokalen veelal op het eigen terrein staan en is zelf verantwoordelijk voor het gebruik. De gemeente is verantwoordelijk voor de nieuwbouw en het onderhoud hiervan. Deze scholen maken geen gebruik van de gemeentelijke gymzalen of sportzalen voor het bewegingsonderwijs. De betreffende schoolbesturen krijgen vanuit afdeling OHV de vergoeding bewegingsonderwijs voor het beheren en exploiteren van hun gymzalen. Dit is in feite een doordecentralisatie van de gemeentefondsuitkering. Het voortgezet onderwijs ontvangt rechtstreeks vanuit de Rijksoverheid de vergoeding bewegingsonderwijs.

Daarmee kunnen zij ruimte huren in gemeentelijke of particuliere sportaccommodaties of gymlokalen op hun eigen terrein beheren en onderhouden. De gemeente is verantwoordelijk voor de nieuwbouw hiervan. In de meeste gevallen hebben schoolbesturen van het voortgezet onderwijs gymlokalen op het eigen terrein en zijn ze zelf verantwoordelijk voor het gebruik. Zij maken voor het grootste deel van hun bewegingsonderwijs geen gebruik van de gemeentelijke gymzalen en sporthallen. Waar nodig kunnen ze extra uren inhuren bij Sportaal. Greijdanus Enschede heeft geen eigen gymlokalen en huurt volledig. Op dit moment zijn de geldstromen binnen de gemeente vrij omslachtig geregeld. Dit komt mede door de betrokkenheid van verschillende afdelingen en partijen. Figuur A laat dit zien. Deze figuur heeft alleen betrekking op gymzalen en sportzalen die eigendom zijn van gemeente Enschede. Voor de gemeentelijke sporthallen geldt een andere financieringsconstructie. Dit heeft te maken met hoe de verschillende typen onderwijs worden gefinancierd om het bewegingsonderwijs mogelijk te maken en het doel waarmee een accommodatie is gesticht.

44

Vaste v ergoeding € 145.000

Sportbeleid

Vastgoedbedrijf

Onderwijshuisv esting

Exploitatiev ergoeding (lumpsum) Huur sportaccommodaties € 957.000

Vergoeding bewegingsonderwijs € 1.020.000

Variabele v ergoeding € 435.000 Stichtingskosten v ergoeding € 440.000

Huurinkomsten v erenigingen

Figuur 1: huidige geldstromen bewegingsonderwijs (gymzalen en sportzalen) 4

1. In de huidige situatie is het zo dat afdeling Onderwijshuisvesting (OHV) een vergoeding bewegingsonderwijs betaalt voor het bewegingsonderwijs in gymzalen en sportzalen aan Sportaal. Deze vergoeding bestaat uit een vaste vergoeding per accommodatie (a), een variabele vergoeding per klokuur dat er bewegingsonderwijs wordt gegeven (b) en specifiek voor de gymzalen en sportzalen ook nog een stichtingskostenvergoeding (c). Deze laatste is ooit toegevoegd om de geldstromen binnen de gemeente sluitend te krijgen, maar is in feite geen daadwerkelijke stichtingskostenvergoeding (Sportaal bouwt geen nieuwe gymzalen of sportzalen). 2. Sportaal ontvangt naast de vergoeding bewegingsonderwijs ook huurinkomsten vanuit de verhuur van de accommodaties aan de (sport)verenigingen en middelbare scholen. 3. Om de binnensportaccommodaties van gemeente Enschede te mogen gebruiken, betaalt Sportaal een kostendekkende huur hiervoor aan afdeling Vastgoed en Facilitair Bedrijf Enschede (VFBE). 4. Vervolgens ontvangt Sportaal vanuit de afdeling Sportbeleid van de gemeente een lumpsum vergoeding voor de exploitatie van alle (binnen)sportaccommodaties van de gemeente5. In deze constructie is het dus zo dat OHV en Sportbeleid beide een vergoeding betalen aan Sportaal die vervolgens in de vorm van een kostendekkende huur weer gedeeltelijk terugbetaald wordt aan de gemeente via de afdeling VFBE.

Dit ‘rondpompen’ van geld vindt de gemeente inefficiënt en wil ze graag veranderen.

5.4

Voorstel toekomstige situatie

Om het ‘rondpompen van geld’ voor de accommodaties die primair bestemd zijn voor bewegingsonderwijs te voorkomen en het aantal geldstromen terug te brengen zijn verschillende oplossingen mogelijk. Op aangeven van de gemeente Enschede is in onderstaand voorstel voor de toekomstige situatie het uitgangspunt dat VFBE een ‘gesloten product’ is. Kort gezegd betekent dit, dat ook in de nieuwe situatie sprake dient te zijn van een kostprijsdekkende huur die ten gunst komt van VFBE ter dekking van alle eigenaarslasten van de gymzalen en sportzalen. Gemeente Enschede wil graag haar geldstromen zo efficiënt en transparant mogelijk inrichten waarbij elke betrokken partij krijgt waar ze recht op heeft. Om dit te realiseren, moet ook gekeken worden naar de (wettelijke) taken en verantwoordelijkheden van elke partij. Deze zijn aan de linkerkant van figuur B in de groene blokken in beeld gebracht. Aan de rechterkant zijn de daarbij behorende geldstromen in blauwe blokken in beeld gebracht. Van boven naar beneden hebben de betrokken partijen de volgende taken en verantwoordelijkheden met daarbij behorende geldstromen: 4 5

Bedragen zijn afgerond op duizendtallen en gebaseerd op het document “Vergoeding Sport 2025 prijspeil 2025” van gemeente Enschede Deze lumpsum vergoeding is tevens voor de taken van Sportaal op het gebied van de buitensportvoorzieningen, het zwembad en activering.

45

Taken

Afdelingen

Exploitatiever goeding bepalen

Sportbeleid

Geld Exploitatiev ergoeding (lumpsum)

Sportinrichting (vaste) inventaris Exploitatie beheer

Huurinkomsten v erenigingen

Inroosteren klokuren gym Kostprijs dekkende huur

Eigendom Groot onderhoud

VFBE

Eigenaarslasten

Huurkosten v ergoeding Variabele v ergoeding

Nieuw bouw

Onderwijshuisvesting

Vergoeding Bewegingsonderwijs

Vaststellen klokuren gym

Figuur 2: advies toekomstige geldstromen bewegingsonderwijs (gymzalen en sportzalen)

Taken 1. Afdeling Sportbeleid is verantwoordelijk voor het bepalen van de hoogte van de exploitatievergoeding die Sportaal ontvangt en de uitbetaling van deze vergoeding aan Sportaal. Idealiter wordt hiervoor periodiek gekeken naar het aantal objecten dat Sportaal beheert en wordt de exploitatievergoeding aangepast als het aantal objecten wijzigt. 2. Sportaal is verantwoordelijk voor de sportinrichting en (vaste) inventaris van de binnensportaccommodatie, de exploitatie, het dagelijks beheer, het klein onderhoud en het inroosteren van de klokuren bewegingsonderwijs voor het basisonderwijs. Zij doen het dagelijks beheer en het klein onderhoud van de gymzalen en sportzalen. In ruil hiervoor ontvangen ze een (lumpsum) exploitatievergoeding vanuit afdeling Sportbeleid (a), een huurkosten vergoeding vanuit afdeling OHV (b) en huurinkomsten vanuit de (sport)verenigingen (c). 3. Afdeling VFBE is verantwoordelijk voor het eigendom, het groot onderhoud, de eigenaarslasten en de nieuwbouw van alle gymzalen en sportzalen van de gemeente. 4. Afdeling OHV is verantwoordelijk voor het jaarlijks vaststellen van de klokuren bewegingsonderwijs per school. Op basis van deze informatie kan Sportaal de uren bewegingsonderwijs inroosteren. Afdeling OHV krijgt een vergoeding bewegingsonderwijs vanuit de Rijksoverheid in het gemeentefonds.

Geldstromen Sportaal betaalt voor het groot onderhoud en de instandhouding van de gymzalen en sportzalen een kostprijs dekkende huur aan afdeling VFBE (d). OHV vergoedt deze huurkosten één op één aan Sportaal via een huurkosten vergoeding (b). Sportaal ontvangt naast de exploitatievergoeding ook nog huurinkomsten van de (sport)verenigingen door verhuur buiten onderwijstijden (c). Het variabele deel van de vergoeding bewegingsonderwijs is bedoeld om de kosten van het onderhoud en de vervanging van de sportinrichting en de exploitatiekosten (beheer, schoonmaak, verwarming, verlichting, et cetera) te vergoeden. Omdat Sportaal verantwoordelijk is voor de sportinrichting en de exploitatie, blijft deze variabele vergoeding aan Sportaal betaald worden door OHV met daarnaast een één op één huurkostenvergoeding (b). De vaste vergoeding wordt niet langer uitbetaald aan Sportaal omdat deze bedoeld is voor de vaste eigenaarslasten en die zijn verdisconteerd in de huurprijs.

46

Voordelen Deze nieuwe situatie heeft meerdere voordelen ten opzichte van de bestaande situatie: 1. Ten eerste worden er geen vergoedingen meer betaald die niet passend zijn bij de taken en verantwoordelijkheden van een betrokken partij. De stichtingskostenvergoeding die OHV nu aan Sportaal betaalt voor de gymzalen en sportzalen, is namelijk niet hiervoor bedoeld. Sportaal bouwt geen nieuwe gymzalen en sportzalen en heeft in feite dus geen recht op een stichtingskostenvergoeding. De enige reden waarom deze nu betaald wordt, is om het gat tussen de vergoeding bewegingsonderwijs en de kostprijs dekkende huur van afdeling VFBE te dekken. 2. Het tweede voordeel is dat de geldstromen transparanter worden en de gemeente meer inzicht kan krijgen in de kosten en baten per accommodatie. Hierdoor kan de exploitatiekostenvergoeding die Sportaal ontvangt, indien nodig worden aangepast wanneer het aantal objecten verandert. Financiële gevolgen In de huidige situatie ontvangt Sportaal circa € 1.020.000 van OHV. Dit is opgebouwd uit € 435.000 variabele vergoeding, € 145.000 vaste vergoeding en € 440.000 stichtingskostenvergoeding. Daarnaast ontvangt Sportaal een lumpsum exploitatievergoeding vanuit afdeling Sportbeleid en huurinkomsten vanuit de (sport)verenigingen om de exploitatiekosten te kunnen dekken. Sportaal betaalt vervolgens € 957.000 kostprijs dekkende huur aan VFBE.

In de nieuwe constructie ontvangt Sportaal in totaal € 957.000 huurkosten vergoeding en variabele vergoeding vanuit OHV (b). De stichtingskostenvergoeding van € 440.000 en de vaste vergoeding van € 145.000 komen te vervallen. Sportaal gebruikt de huurkosten vergoeding en de variabele vergoeding om de kostprijs dekkende huur van € 957.000 aan VFBE te kunnen betalen (d). Dit betekent dat een bedrag van € 372.000 uit de lumpsum vergoeding van Sportbeleid wordt ingezet om de kostprijs dekkende huur volledig te kunnen betalen (€ 957.000 - € 145.000 - € 440.000 = € 372.000). Op deze manier worden de geldstromen vereenvoudigd terwijl de totale budgetten gelijk blijven. Dit vergt wel een eenmalige aanpassing van de budgetten tussen Sportbeleid en OHV . Renovatie en nieuwbouw Vanuit de kostprijsdekkende huur aan VFBE wordt gedoteerd aan onderhoud en aan een reserve voor wettelijke maatregelen en duurzaamheidsmaatregelen. Hieruit worden renovaties bekostigd. Renovaties leiden dan ook niet tot een huurverhoging. Eventuele huurderswensen die worden uitgevoerd tijdens een renovatie, zoals bijvoorbeeld extra kleedkamers of voorzieningen, zorgen wél voor een huurverhoging. Omdat de kapitaallasten onderdeel zijn van de kostprijs dekkende huur, heeft een hogere boekwaarde of hogere investering invloed op de hoogte van de huur.

Deze stijgt bij toenemende investeringslasten en daalt bij afnemende investeringslasten. Bij nieuwbouw van een gymzaal zorgen de investeringskosten hiervan dus voor een stijging van de huur. Dit betekent dat bij nieuwbouw het budget van OHV verhoogd moet worden om de (hogere) kostprijs dekkende huur aan VFBE te kunnen blijven betalen. Dit kan jaarlijks bepaald worden en kan mogelijk leiden tot een raadsvoorstel voor aanpassing van de begroting. Bij nieuwbouw van een gymzaal is de VNG-norm de basis voor alle vergoedingen vanuit OHV. Dit betekent dat OHV alleen een gymzaal met afmetingen volgens de VNG-norm vergoedt. Een grotere of anders ingerichte gymzaal, die daardoor ook duurder is zoals bijvoorbeeld een KVLO-gymzaal of ASM-gymzaal, is alleen mogelijk als er aanvullende financiering beschikbaar is voor de kosten die bovenop de VNG-norm komen. Hiervoor is de beleidsafdeling (of het schoolbestuur van een VO-school) die de afwijking van de VNG-norm wenst verantwoordelijk. Gezien het tekort aan sporthallen is het van belang dat bij realisatie van nieuwe gymzalen ook de mogelijkheid van clustering naar een sporthal of sportzaal wordt onderzocht. Sporthallen De huidige en nieuwe situatie zijn alleen van toepassing op gymzalen en sportzalen die in eigendom zijn van gemeente Enschede.

Omdat sporthallen in principe gebouwd zijn voor gebruik door sportverenigingen, zijn deze gefinancierd met middelen vanuit Sportbeleid. In enkele gevallen wordt een sporthal ook gebruikt voor het bewegingsonderwijs van basisscholen, bijvoorbeeld bij sporthal De Brug en sporthal Deppenbroek. OHV betaalt hier een vergoeding voor. Mocht de gemeente hier een interne verrekening voor willen optuigen, dan betreft dit alleen de vaste en de variabele vergoeding bewegingsonderwijs

47

voor de uren onderwijs die daadwerkelijk plaatsvinden. Op de governance en geldstromen voor de sporthallen wordt verder ingegaan in hoofdstuk 3. Voortgezet onderwijs Het voortgezet onderwijs dat gebruik maakt van de sporthallen betaalt, net als de sportverenigingen, per uur dat zij gebruik maken van de sporthal. Zij betalen de vaste en variabele vergoeding bewegingsonderwijs die het schoolbestuur rechtstreeks vanuit de Rijksoverheid ontvangt. Voor Sportaal is het voortgezet onderwijs dus één van de partijen waar zij (huur)inkomsten van ontvangen. Op dit moment kunnen alle gewenste uren bewegingsonderwijs van het VO worden ingeroosterd. Sportaal heeft echter geen inzicht in het aantal normatieve uren bewegingsonderwijs dat de VO-scholen minimaal moeten aanbieden. Wanneer er krapte ontstaat in de sporthallen, kan men ervoor kiezen om eerst alle normatieve uren in te roosteren. Pas als er dan nog ruimte over is, kunnen boven normatieve uren van bijvoorbeeld het vak LO2 of een sportprogramma ingeroosterd worden. Dan heeft Sportaal wel inzicht nodig in de normatieve uren per school per schooljaar.

48

Deel 3 - Governance en Financiën

6.

Governance en financiën sportaccommodaties

6.1

Beleid

Naast de gebruikers van de binnen- en buitensportaccommodaties zijn primair drie partijen actief in relatie tot het beheer en de exploitatie (verder ook te noemen: “de governance”) van de sportaccommodaties van de gemeente Enschede: het vastgoeden facilitair bedrijf van de gemeente Enschede (VFBE, als eigenaar), de Afdeling Strategie en Beleid Sociaal Domein (sportbeleid) van de gemeente Enschede (als financier) en Sportaal (als exploitant). In bijlage 1 bij deze rapportage worden kort de belangrijkste karakteristieken van deze partijen beschreven en hun belangrijkste taken en verantwoordelijkheden. Zoals in het vorige onderdeel “bewegingsonderwijs” van dit sportaccommodatiebeleid is beschreven is ook de afdeling onderwijshuisvesting vanuit bewegingsonderwijs betrokken vanwege het feit dat zij de klokuren bewegingsonderwijs vaststellen en zorgdragen voor het inbrengen van financiering ten behoeve van het bewegingsonderwijs. De gemeente Enschede (VFBE en beleidsafdeling sport) en Sportaal hebben hun beleid rondom de governance van de sportaccommodaties en bijbehorende activa in verschillende beleidsstukken vastgelegd. Beperking vindt daarbij plaats tot de accommodaties en activa waar de gemeente eigenaar van is. Hieronder volgt een kort overzicht van deze stukken met de belangrijkste uitgangspunten die hieruit kunnen worden afgeleid.

Beleidskader Vastgoed 2021 In het Beleidskader Vastgoed zijn de uitgangspunten vastgelegd voor de wijze waarop wordt omgegaan met het (maatschappelijk) vastgoed dat in eigendom is van de gemeente Enschede. Het beleidskader kent 4 basisuitgangspunten. Vertaald naar het niveau van de sportaccommodaties zijn dit: Gemeentelijke sportaccommodaties leveren een bijdrage aan de doelen van de stad. Gemeentelijke sportaccommodaties worden zo optimaal mogelijk benut, bezet en beheerd. Gemeentelijke sportaccommodaties zijn vanaf 2040 energieneutraal. Regie op sportaccommodaties is een samenspel tussen de beleidsafdeling sport en VFBE. Ter nadere invulling hiervan zijn de volgende uitgangspunten vastgelegd: Sportaccommodaties blijven (in de tegel) gemeentelijke eigendom. Accommodaties die niet bijdragen aan de doelen van de stad worden afgestoten. Accommodaties waarvan de kosten en baten niet in balans zijn worden afgestoten. De beleidsafdeling sport bepaalt welke behoefte er is aan welk vastgoed voor sport. Accommodaties worden (direct of indirect) kostendekkend verhuurd aan de gebruikers. Subsidie aan gebruikers vindt plaats via de beleidsafdeling sport. Vastgoed zorgt uitsluitend voor instandhouding van bestaande accommodaties. Uitbreiding van accommodaties is alleen mogelijk bij dekking vanuit de beleidsafdeling.

Bij de verduurzamingsdoelstelling wordt rekening gehouden met de staat van het pand en technische en bedrijfseconomische beperkingen. Regeling beheer en onderhoud gebouwen 2023 In de regeling beheer en onderhoud gebouwen is de taakverdeling tussen VFBE als eigenaar en de huurder van de accommodaties vastgelegd. Deze regeling is onverkort van toepassing op de taakverdeling tussen VFBE en Sportaal voor wat betreft de binnensportaccommodaties en maakt als bijlage onderdeel uit van de hoofdhuurovereenkomsten die zijn afgesloten tussen VFBE en Sportaal (zie ook paragraaf 6.2). Er is sprake van een onderverdeling in: Algemene werkzaamheden. Daken en goten. Gevels. Binnenwanden. Plafonds. Vloeren en trappen. Gebouwgebonden installaties. 50

Terreinvoorzieningen. Vaste inrichting. Losse inventaris. Overige zaken (toplagen binnen, beplanting, gebruik(er)specifieke installaties). Kosten van schade(s) die veroorzaakt zijn als gevolg van onzorgvuldig of nalatig gebruik worden door VFBE aan de huurder in rekening worden gebracht. Opdracht Sportaal 2022 - 2026 De afdelingen Strategie en Beleid Sociaal Domein en Vastgoed en Facilitair Bedrijf Enschede zijn verstrekker van de “Opdracht Sportaal 2022 – 2026” aan Sportaal. De opdracht benoemt dat Sportaal de inwoners van Enschede stimuleert tot een leven lang beweging door sport en bewegen te activeren, regisseren en te faciliteren. De opdrachtformulering wordt verdeeld over 7 thema’s: Van jongs af aan vaardig in beweging. Inclusief sporten: iedereen doet mee. Gezonde leefstijl. Vitale sport- en beweegaanbieders en versterken sport-n en beweegaanbod. Accommodaties en verstevigen van de sport- en beweeginfrastructuur. Goede communicatie - Sportaal is herkenbaar en vindbaar. Gezonde bedrijfsvoering en organisatieontwikkeling.

6.2

Overeenkomsten

Met betrekking tot de governance van de sportaccommodaties is, naast de beleidsstukken zoals weergegeven in paragraaf 6.1, sprake van een aantal overeenkomsten tussen de gemeente Enschede en Sportaal. Hieronder volgt een kort overzicht van deze overeenkomsten met de belangrijkste bepalingen die hierin zijn opgenomen: Overeenkomst tussen de gemeente Enschede en Sportaal 2017 (ook wel genoemd: concessieovereenkomst) Hoofdhuurovereenkomsten (3) tussen de gemeente Enschede en Sportaal (gebouwen, sportparken, activa) Huurovereenkomst tussen de gemeente Enschede en Sportaal per object De afspraken over de uitvoering van de taken van Sportaal zijn vastgelegd in een concessieovereenkomst die loopt van 1-12017 t/m 31-12- 2026. De concessieovereenkomst betreft het verlenen van een opdracht tot het uitvoeren van het sportbeleid alsmede voor de exploitatie van de sportaccommodaties en de zwembaden. De afspraken zien er als volgt uit: Sportaal huurt de accommodaties die eigendom zijn van de gemeente tegen een kostendekkend tarief. Hiervoor zijn 3 hoofdhuurovereenkomsten gesloten: gebouwen, sportparken en activa. Per gebouw, sportpark en activum zijn aanvullend hierop afzonderlijke huurovereenkomsten gesloten. De looptijd van deze overeenkomsten sluit aan bij de looptijd van de hoofdhuurovereenkomst, uitgezonderd de overeenkomsten van de activa.

De looptijd is hier gekoppeld aan de resterende levensduur. Sportaal brengt geen kostendekkende maar maatschappelijke huurtarieven in rekening bij de gebruikers. De gemeente heeft kaders gesteld voor de hoogte van de maatschappelijke tarieven. Sportaal ontvangt van de gemeente (Sportbeleid) jaarlijks een lumpsumbijdrage die is onderverdeeld in vier componenten: Sport. Accommodaties. Zwembad. Organisatie. Naast deze bijdrage ontvang Sportaal ook een separate bijdrage voor “Sport en Vitaliteit” (uitvoering sportstimulering) en (vanuit onderwijshuisvesting) de in hoofdstuk 2 genoemde bijdrage voor de gymzalen en sportzalen. Voor het deel van het onderhoud en de vervangingsinvesteringen waarvoor Sportaal verantwoordelijk is vormt Sportaal een onderhoudsvoorziening / vervangingsreserve.

51

Sportaal ontvangt naast de lumpsumbijdrage de vaste en variabele vergoeding voor het bewegingsonderwijs. Voor de gymzalen en sportzalen ontvangt Sportaal ook een stichtingskostenvergoeding. De stichtingskostenvergoeding is ter compensatie voor de door Sportaal te betalen huur voor deze accommodaties. Sportaal verzorgt de inroostering van het bewegingsonderwijs van het primair onderwijs op basis van afspraken met onderwijs (bijlage 3 bij concessieovereenkomst, niet meegeleverd). Sportaal maakt in combinatie hiermee ook de roosters voor de vakleerkrachten en ontvangt hiervoor een vergoeding van de schoolbesturen. De gemeente heeft kaders gesteld voor de prioritering bij de toewijzing van gebruik van accommodaties. Sportaal ontvangt tot slot gelden voor de inzet van personeel voor de uitvoering van sportactiviteiten, ondersteuning van sportverenigingen en de ontwikkeling van de eigen organisatie. Deze gelden zijn niet direct gerelateerd aan de exploitatie van de sportaccommodaties. In de Regeling Beheer en Onderhoud gebouwen is de taakverdeling tussen VFBE als eigenaar en de huurder van de accommodaties vastgelegd. Deze is onverkort van toepassing op de taakverdeling tussen VFBE en Sportaal voor wat betreft de sportaccommodaties en maakt als bijlage onderdeel uit van de hoofdhuurovereenkomsten.

In onderstaande tabel 15 is de eigendomssituatie en de verdeling van de verantwoordelijkheden op het gebied van exploitatie, onderhoud en vervanging tussen VFBE en Sportaal weergegeven. Onderdeel

Vastgoedbedrijf Enschede

Sportaal

Eigendom

Binnensportaccommodaties

Inrichting binnensportaccommodaties

Grond sportparken

Sportvloeren binnensportaccommodaties

Een aatal opstallen op sportparken

Sportvelden op sportparken

Beheer, exploitatie, dagelijks onderhoud Groot onderhoud

Alle gemeentelijke sportaccommodaties Binnensportaccommodaties

Sportvelden op sportparken

Een aantal opstallen op sportparken

Sportvloeren binnensportaccommodaties Sportinventaris binnensport

Vervanging

Sportvelden op sportparken Sportvloeren binnensportaccommodaties Sportinventaris binnensport

Tabel 15: eigendomssituatie en verdeling verantwoordelijkheden Huurovereenkomst tussen Sportaal en huurder buitensportaccommodatie (sportpark) Voor de verhuur door Sportaal van de buitensportaccommodaties (gehele sportparken) wordt een huurovereenkomst afgesloten met de huurder (meestal een vereniging). In deze huurovereenkomst zijn, naast de gebruikelijke onderwerpen, onder meer bepalingen opgenomen over: De huurprijs. Dit betreft een maatschappelijk tarief per veld (gedifferentieerd naar soort veld/baan, sport, kleedruimte, etc.). Alleen met toestemming van Sportaal mag de huurder incidenteel andere activiteiten organiseren op het gehuurde dan waarvoor het primair bestemd is. Het door huurder al dan niet tegen betaling beschikbaar stellen van het gehuurde aan anderen kan alleen met toestemming van verhuurder. De aansprakelijkheid voor schade en letsel (wordt voor een belangrijk deel bij de huurder belegd). De onderhoudswerkzaamheden waarvoor de huurder verantwoordelijk is. Het betreft een opsomming van ongeveer vijftien werkzaamheden zoals het herstellen van speelschade, het knippen/snoeien van hagen, het bestrijden van onkruid en kleine reparaties. De huurder kan ervoor kiezen deze werkzaamheden zelf uit te (laten) voeren of deze in te kopen bij Sportaal. Er zijn enkele bijzondere bepalingen over het gebruik van kunstgrasvelden.

Onder meer is bepaald dat deze vrij toegankelijk zijn voor de buurt. Voor incidentele verhuur van buitensportaccommodaties door Sportaal wordt het regime gevolgd zoals hieronder beschreven voor de verhuur/ingebruikgeving van de binnensportaccommodaties. Verhuur/ingebruikgeving binnensportaccommodatie (sporthallen, sportzalen en gymzalen) Sportaal werkt niet met overeenkomsten bij de verhuur c.q. ingebruikgeving van de binnensportaccommodaties. Er wordt een uitvraag gedaan via een aanvraagformulier waarna de gewenste locatie, de dagen en de uren worden vastgesteld en 52

ingeroosterd. Daarna wordt een bevestiging gestuurd. Met deze bevestiging worden ook de algemene huurvoorwaarden aan de gebruiker verstrekt. Hierin is onder meer opgenomen: Op welke tijdstippen de accommodaties beschikbaar zijn. De gebruiksvoorwaarden en aanwezige materialen. De verantwoordelijkheden voor de gebruiker met betrekking opruimen en melden schades. Vrijwaring van Sportaal bij letsel. Het beleid met betrekking tot annulering. De werkwijze bij sleutelgebruik. Overige contractvormen en huurrelaties Hierboven zijn de huurrelaties beschreven die binnen de gemeente Enschede en bij Sportaal en de verenigingen bestaan met betrekking tot de sportaccommodaties. Voor de binnensportaccommodaties is uitsluitend sprake van huur en verhuur (ook voor de horecavoorzieningen van de vier sporthallen zoals in het vervolg van deze paragraaf beschreven). Voor de buitensportaccommodaties is sprake van een aantal verschillende contractrelaties. In verreweg de meeste gevallen geldt het volgende:: De gronden waarop de sportparken zijn gesitueerd worden door VFBE verhuurd aan Sportaal die hiervoor een huurprijs betaalt. Door VFBE wordt momenteel een methodiek ontwikkeld om te komen tot een huurprijs voor de grond die kostprijsdekkend is (zie ook paragraaf 6.3) .

Sportaal verhuurt de velden en banen en een enkele opstal aan de verenigingen (voor maatschappelijke tarieven die door de gemeente zijn vastgesteld). De meeste opstallen op de sportparken (vooral clubgebouwen, maar ook wel kleedaccommodaties, velden en banen) zijn in eigendom van de verenigingen en zij betalen dan in de meeste gevallen een canon (erfpacht) of retributie (recht van opstal) aan VFBE. Als de grond in eigendom is van de vereniging is hier uiteraard geen sprake van. In enkele situaties is sprake van afwijkende contractrelaties: Enkele opstallen op de sportparken zijn in eigendom van VFBE en worden gehuurd door Sportaal die hiervoor een kostprijsdekkende huurprijs betaalt. Enkele voorzieningen op de sportparken (soms grond, soms kleed- en clubgebouw etc.) zijn in eigendom van VFBE en worden door hen rechtstreeks verhuurd aan een vereniging die hiervoor een kostprijsdekkende huurprijs betaalt. VFBE ontwikkelt momenteel een leidraad voor de juridische uitgangspunten met betrekking tot de accommodaties die zij in eigendom heeft.

In het werkdocument met de (werk)titel “leidraad juridische uitgangspunten vastgoedbedrijf gemeente Enschede” worden de volgende contractvormen en hieraan verbonden overeenkomsten genoemd die binnen de gemeente Enschede met betrekking tot de sportaccommodaties van toepassing zijn: Huurovereenkomst (in de zin van 7:230a-bedrijfsruimten en voor onbebouwde grond). Opstalovereenkomst (zelfstandig en afhankelijk). Erfpachtovereenkomst. Incidenteel kan gebruik worden gemaakt van gebruiksovereenkomsten of kan besloten worden tot het vervreemden van een gemeentelijk vastgoedobject middels een koopovereenkomst. Er is een checklist ontwikkeld die kan worden gehanteerd in gesprekken met toekomstige contractpartijen om te komen tot de beste juridische oplossing. In het juridische document wordt vervolgens ook nog ingegaan op fiscale aspecten en belangrijke wet- en regelgeving bij vastgoeduitgifte. Bij wet- en regelgeving worden concreet genoemd het Didam-arrest, de Wet Bibob, het Staatssteunvraagstuk en de Wet Markt en Overheid. Huurovereenkomsten horeca Momenteel is sprake van vier horecavoorzieningen in sporthallen waarvoor huurovereenkomsten zijn afgesloten tussen Sportaal en een horecaondernemer. Hierin is onder meer vastgelegd dat de ondernemer een huursom betaald. In de overeenkomst worden met name afspraken gemaakt over onderhoud, inventaris en wettelijke verplichtingen c.q.

aansprakelijkheid en slechts in zeer beperkte mate over exploitatie-inhoudelijk zaken zoals openstellingstijden en assortiment. Sportaal dient er (vanuit de concessieovereenkomst) zorg voor te dragen dat de horecavoorzieningen bemenst worden en ook voor de juridische constructie waaronder de horeca-exploitatie plaats vindt. De horecavoorzieningen behorende bij de 53

buitensportaccommodaties worden altijd door de hoofdhuurder van het betreffende sportpark, die meestal ook eigenaar is van de kantine, geëxploiteerd.

6.3

Geldstromen huidige situatie

Voor de sporthallen geldt een andere financieringsconstructie dan bij de gymzalen en de sportzalen. Bij de gymzalen en de sportzalen is, zoals beschreven in het vorige hoofdstuk, een prominente rol weggelegd voor de afdeling OHV en de vergoeding bewegingsonderwijs zoals deze van Rijkswege wordt verstrekt aan de gemeente Enschede. Dit is bij de sporthallen in veel minder mate het geval. Ook de buitensportaccommodaties kennen andere geldstromen. In onderstaande figuren zijn de geldstromen voor de sporthallen en buitensportorganisaties weergegeven. Daarbij dient op voorhand te worden opgemerkt dat er sprake is van uitzonderingen die niet in de figuren zijn weergegeven. Hiervoor wordt verwezen naar de matrices zoals opgenomen bij de rapportage van deel 1 van het sportaccommodatiebeleid.

Vastgoed

Sportbeleid

Sportsubsidie v erenigingen

Huur sporthallen Exploitatiev ergoeding (lumpsum)

Scholen v oortgezet onderwijs

Verenigingen (en andere gebruikers)

Huur zaaluren

Huur zaaluren

Vergoeding Bewegingsonderwijs

Scholen primair onderwijs

Figuur 3: huidige geldstromen sporthallen

Figuur 4: huidige geldstromen buitensportaccommodaties

54

In de huidige situatie betaalt Sportaal voor de sporthallen een kostprijsdekkende huur aan VFBE. Voor VFBE dekt dit volledig hun eigenaarslasten, waaronder de kapitaallasten en het eigenaarsdeel van het onderhoud. Sportaal verhuurt de sporthallen, vrijwel uitsluitend voor maatschappelijke tarieven, aan verenigingen, maatschappelijke organisaties en voortgezet onderwijs. Voor het primair onderwijs, dat van enkele sporthallen gebruik maakt, vindt verrekening plaats tussen Sportaal en OHV. Voor de buitensport is de situatie afwijkend in die zin dat Sportaal eigenaar is van de velden. Sportaal huurt de grond van VFBE en verhuurt de velden voor maatschappelijke tarieven (per maand) door aan de gebruikers. Sporadisch vindt op de kunstgrasvelden incidenteel gebruik plaats waarmee Sportaal extra inkomsten kan genereren. Voor opstallen op de sportparken die in eigendom zijn van verenigingen heeft VFBE, zoals eerder in deze notitie aangegeven, rechten van opstal gevestigd en in een aantal gevallen rechten van erfpacht. Hiervoor ontvangt VFBE retributies en canons. In enkele gevallen ligt het eigendom van opstallen bij VFBE of Sportaal. In het eerste geval verhuurt VFBE dit aan Sportaal die het dan vervolgens doorverhuurt aan de verenigingen, in het tweede geval verhuurt Sportaal het rechtstreeks aan de vereniging.

Deze verhuurconstructies van opstallen in eigendom van VFBE of Sportaal komen sporadisch voor en zijn, zoals eerder aangegeven, niet in bovenstaande figuur opgenomen. In het werkdocument “leidraad juridische uitgangspunten vastgoedbedrijf gemeente Enschede” wordt aangegeven dat het huidige rekenmodel voor het berekenen van kostprijzen voornamelijk is gericht op nieuwbouw van accommodaties en veel minder geschikt is voor de verhuur van gronden en het uitgeven van erfpacht- en opstalrechten. Het vastgoedbedrijf gaat een speciaal kostprijsdekkend huurprijsmodel voor gronden en zakelijke rechten introduceren waarmee het de werkelijke kosten dekt. Het gaat dan om het vaststellen van de kostprijs voor: De canon van de huidige erfpachtrechten. De retributie van de huidige (veelal afhankelijke) opstalrechten (vooral hier ligt een relatie met de huurovereenkomsten tussen Sportaal en de betreffende houder van het opstalrecht (meestal een vereniging)). De verhuurde grond. Het voorgaande zal leiden tot aanpassingen van de hoogte van canons, retributies en huurprijzen. Het algemene juridische advies is om aanpassingen volgens de nieuwe berekeningsmethode in overleg met de wederpartij door te voeren. Indien de wederpartij niet instemt (bijvoorbeeld omdat de wijziging financieel ongunstig uitvalt), dan moeten de bestaande afspraken worden gerespecteerd tot het einde van de contractperiode.

6.4

Voorstel toekomstige situatie governance en geldstromen

6.4.1

Governance

De betrokken partijen zijn over het algemeen positief over de wijze waarop op dit moment het beheer en de exploitatie van de binnensportaccommodaties in de gemeente Enschede is georganiseerd. Voor de binnensportaccommodaties voorziet de “regeling beheer en onderhoud gebouwen” in een duidelijke verdeling van de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de diverse werkzaamheden tussen VFBE en Sportaal. Hiermee ontstaat feitelijk een integrale belegging van alle onderhoudswerkzaamheden omdat aan de gebruikers van de binnensportaccommodaties vrijwel geen verantwoordelijkheden worden toebedeeld met betrekking tot beheer en onderhoud, behoudens het achterlaten van de accommodatie in opgeruimde staat. Sportaal is integraal verantwoordelijk voor het toezicht op de accommodaties, tenzij bij sleutelbeheer deze verantwoordelijkheid contractueel is overgedragen aan een gebruiker. Wij adviseren om de huidige werkwijze met betrekking tot de governance van de binnensportaccommodaties onveranderd te laten. Voor de buitensportaccommodaties ligt de situatie minder eenduidig vast. Er is geen sprake van een “regeling beheer en onderhoud” en de rolinvulling door de verenigingen is wat prominenter dan bij de binnensportaccommodaties het geval is. Het verdient aanbeveling om eenduidig vast te leggen welke verantwoordelijkheden bij welke partij zijn belegd, al lijkt dit soms vanzelfsprekend.

Er zal dan sprake dienen te zijn van een duidelijke markering van de begrenzing van het perceel dat Sportaal huurt van VFBE (“binnen en buiten de hekken”). Buiten het hek is stadsdeelbeheer verantwoordelijk, binnen het hek heeft Sportaal een verantwoordelijkheid voor de governance. Feitelijk is deze verantwoordelijkheid integraal met uitzondering van de volgende aspecten:

55

De verantwoordelijkheden voor de hoofdhuurder (een vereniging) zoals vastgelegd in artikel 7.1 van de huurovereenkomst tussen Sportaal en de vereniging die hoofdhuurder is van een buitensportaccommodatie. De verantwoordelijkheid voor het beheer en de exploitatie van de opstallen of velden/banen die in eigendom zijn van de verenigingen. Het houden van toezicht op het sportpark zoals vastgelegd in de huurovereenkomst. Vergeleken bij veel andere gemeenten is de verantwoordelijkheid van de buitensportverenigingen wat betreft het beheer en onderhoud van de velden maar vooral ook van de overige voorzieningen die op een sportpark aanwezig zijn relatief beperkt. Dit is voor de gemeente Enschede een bewuste keuze geweest met als doel zelf (via Sportaal) maximale invloed te hebben op de kwaliteit van de sportparken en hierop een uniform niveau te bereiken. Ook voorkomt het grijze gebieden met betrekking tot de verantwoordelijkheidsverdeling tussen Sportaal en de vereniging. Zolang de huidige werkwijze passend blijft bij het geen de gemeente voor ogen heeft adviseren wij om geen aanpassingen te doen in de taakverdeling. Beleidslijn governance (samengevat): De huidige werkwijze bij de binnensportaccommodaties blijft in stand. Voor de buitensport worden per sportpark de perceelgrenzen waarbinnen Sportaal verantwoordelijkheden heeft eenduidig vastgelegd.

De verantwoordelijkheden van de binnen- en buitensportverenigingen blijven onveranderd.

Multifunctioneler gebruik sportparken Bij de gemeente leeft een sterke wens om de sportparken, binnen nader vast te stellen openingstijden, een zo veel mogelijk open karakter te geven. Zoals eerder aangegeven zijn verenigingen in de huidige situatie al verplicht om de kunstgrasvelden vrij beschikbaar te stellen aan de wijk en ook bij de clusteringsopgave van de sportparken vormt dit, zoals in het vervolg van dit hoofdstuk beschreven, uitgangspunt. Het verdient aanbeveling om nader te onderzoeken hoe het gebruik van de sportparken, en hiermee de maatschappelijke meerwaarde ervan, verbeterd kan worden. Hierbij kan het een optie te zijn om de verenigingen mede verantwoordelijk te maken voor de verhuur en hen ook de mogelijkheid te geven om hier revenuen uit te verwerven. Daarbij dient wel sprake te zijn van spelregels, zoals maatschappelijk gebruik boven commercieel gebruik en een meldingsplicht van het gebruik door derden door de vereniging aan Sportaal. Een (verdere) intensivering van het multifunctionele gebruik van sportparken stelt, nog meer dan in bestaande situatie, eisen aan het toezicht op de accommodatie. Dit om overlast en vandalisme te voorkomen. De vraag is of verenigingen daar vanuit hun bestaande situatie invulling aan kunnen geven. Tijdens een bijeenkomst met buitensportverenigingen werden hier door een aantal verenigingen vraagtekens bij gezet.

In het land zijn goede voorbeelden bekend van de inzet van sportparkmanagers die het houden van toezicht als één van hun taken hebben. Hiervoor dienen dan vanuit de gemeente wel extra middelen voor beschikbaar te worden gesteld. Ook zijn in dit verband landelijk goede ervaringen opgedaan met het situeren van multifunctionele accommodaties op sportparken of het multifunctioneler gebruiken van bestaande opstallen op de sportparken zodat er ook buiten trainings- en wedstrijdtijden bedrijvigheid is op het sportpark hetgeen overlast en vandalisme kan beperken. Op dit laatste aspect wordt ook bij de clusteringsopgave van de sportparken ingezet (zie verder paragraaf 6.4.4). Beleidslijn multifunctioneler gebruik sportparken (samengevat): De sportparken worden zoveel mogelijk opengesteld voor de wijk en multifunctioneel gebruik. Er worden keuzes gemaakt met betrekking tot de wijze waarop het realiseren van multifunctionele gebruik van de sportparken mogelijk is. Hierbij kan gedacht worden aan een eigen verantwoordelijkheid voor verenigingen, het inzetten van sportparkmanagers en/of het realiseren van multifunctioneler/intensiever gebruik van de opstallen op de sportparken. De verwachting is gerechtvaardigd dat hier in ieder geval extra middelen voor noodzakelijk zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=13db39d2-5aca-4a7d-a2bd-ea89946878e3