CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Sportaccommodatiebeleid Gemeente Enschede - Synarchis - 250415

Stedelijke commissie - SOCIAAL 19 mei 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Beeldvormend: Brief Motie Vaart maken met de bouw van een (tijdelijke) sporthal41.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Met betrekking tot dit onderwerp wordt de relatie gelegd met de uitgangspunten zoals die al zijn geformuleerd bij de clusteringsopgave van de sportparken.

56

Juridische uitgangspunten uitgifte vastgoed De gemeente is momenteel, zoals eerder aangegeven, bezig met het opstellen van een leidraad voor de juridische uitgangspunten voor VFBE bij de uitgifte van vastgoed. In dit werkdocument zijn de verschillende bestaande vormen beschreven (huur, ingebruikgeving, opstal, erfpacht, verkoop) en de voor- en nadelen zijn benoemd. Er is een checklist ontwikkeld voor gesprekken met contractpartijen on te komen tot de beste juridische oplossing. Tevens wordt geconstateerd dat de huidige wijze van kostprijsberekening door VFBE vooral geschikt is voor accommodaties en in minder mate voor de uitgifte van gronden en het vestigen van erfpacht- en opstalrechten. Er wordt gewerkt aan nieuwe calculatiemethodieken. Verdere uitwerking van het werkdocument vindt momenteel plaats. Er is dus nog geen oplossingsrichting waar een oordeel over gegeven kan worden. In de landelijke praktijk is sprake van diverse juridische oplossingen voor de uitgifte van sportaccommodaties. Wij merken daarbij op dat er geen “beste manier” is maar dat het vooral van belang is dat sprake is van eenduidigheid en aansluiting bij de werkwijze bij een gemeente bij het vaststellen en aanpassen van budgetten en de verdeling van taken en verantwoordelijkheden.

In de situatie in Enschede is het feit dat VFBE een gesloten product is sterk richtingbepalend voor de juridische invulling van de governance van de sportaccommodaties. Hierdoor dient bijvoorbeeld de grond waarop de sportparken zijn gesitueerd (kostprijsdekkend) te worden verhuurd aan een partij (in dit geval Sportaal) die een exploitatiebijdrage ontvangt waardoor het mogelijk is om de velden op die grond tegen maatschappelijke tarieven te verhuren aan verenigingen. Vanwege het feit dat de beleidslijn is dat de opstallen op de sportparken in eigendom zijn van verenigingen, ligt in het verlengde van het voorgaande het vestigen van een recht van opstal hierop voor de hand. Zoals eerder is opgemerkt, en zoals uit de matrices die zijn opgesteld op basis van de uitgevoerde inventarisatie (deel 1 van het sportaccommodatiebeleid) is af te lezen, zijn er uitzonderingen waarbij VFBE of Sportaal eigenaar is van opstallen en die weer doorverhuren of dat er voor deze objecten sprake is van rechten van erfpacht.

Uit de juridische notitie die door de VFBE wordt opgesteld is af te leiden dat streven is om op termijn (op natuurlijke momenten, dus bij het aflopen van overeenkomsten) over te gaan naar een geüniformeerde situatie waarbij eigenlijk voor de opstallen nog uitsluitend sprake is van rechten van opstal (gebruiksafhankelijk en afhankelijk van de huurovereenkomst tussen de houder van het recht van opstal en Sportaal). Wij vinden dit een goede lijn. Beleidslijn juridische uitgangspunten uitgifte vastgoed (samengevat): De beleidslijn zoals weergeven in het gemeentelijk werkdocument “leidraad voor de juridische uitgangspunten voor VFBE bij de uitgifte van vastgoed” wordt gevolgd en verder uitgewerkt. Uniformering van juridische contractvormen en het ontwikkelen van een verbeterde methodiek voor het berekenen van een kostprijsdekkende huur, zodat VFBE daadwerkelijk als een “gesloten product” kan worden beschouwd, zijn hierbij belangrijke elementen.

6.4.2

Geldstromen

Bij veel grote gemeenten zoals Enschede (die beschikken over een Sportbedrijf) is het niet eenvoudig de eerder in dit hoofdstuk beschreven en gevisualiseerde geldstromen die betrekking hebben op realisatie en exploitatie van sportaccommodaties met elkaar in balans te brengen en te houden. Op basis van de beschikbare informatie kan niet eenduidig worden vastgesteld of de verschillende geldstromen op dit moment voor wat betreft de gemeentelijke sportaccommodaties in de gemeente Enschede met elkaar in balans zijn. In gesprekken met de diverse betrokkenen wordt aangegeven dat de overtuiging bestaat dat dit op dit moment wel het geval is. Indien dit daadwerkelijk door partijen wordt onderschreven adviseren wij dit moment te markeren en de huidige budgetten als basis te nemen voor de verdere ontwikkelingen. Daarbij worden de geldstromen voor de gymzalen en sportzalen aangepast conform het in hoofdstuk 2 (“bewegingsonderwijs”) gepresenteerde voorstel. Dit betreft een budgettair neutrale maatregel. De belangrijkste uitdaging op het gebied van de geldstromen is om de budgetten ook in de toekomst met elkaar in balans te houden. Daarbij is het met name van belang dat de lumpsum exploitatievergoeding die Sportaal ontvangt bij veranderende omstandigheden passend blijft bij de opdracht die zij hebben. Indien de opdracht verandert dient de exploitatievergoeding te worden aangepast.

De dekking hiervoor dient binnen het budget van de Afdeling Strategie en Beleid Sociaal Domein te worden gevonden.

57

De huidige Lumpsum vergoeding aan Sportaal voor het onderdeel “accommodaties” kent 4 componenten: sport, accommodaties, zwembad en organisatie. Het verdient aanbeveling om in deze indeling een budgettair neutrale aanpassing aan te brengen en de vergoeding in de toekomst op te bouwen uit de volgende componenten: Huur accommodaties: Deze component heeft de omvang van de werkelijke huur die Sportaal voor de accommodaties betaalt aan VFBE. De reden om dit als aparte component op te nemen is dat Sportaal hier geen invloed op heeft en de omvang hiervan door hen als gegeven dient te worden beschouwd. Exploitatie accommodaties: Deze component betreft het cumulatieve exploitatieresultaat van alle sportaccommodaties die door Sportaal worden geëxploiteerd. Hiervoor is per accommodatie derhalve inzicht nodig in de inkomsten en de kosten. Ook dient eenduidigheid te bestaan over de kosten die wel en de kosten die niet worden toegerekend. Centrale organisatie: Deze component betreft de niet aan de exploitatie van de individuele sportaccommodaties toegerekende kosten. Het betreft dus feitelijk de “overhead”6. Ongewijzigde opdracht Sportaal Zolang er geen wijzigingen optreden in het accommodatiebestand dat door Sportaal wordt geëxploiteerd blijft de exploitatievergoeding die zij ontvangen in principe ongewijzigd, behoudens de jaarlijkse indexering.

Dit betekent dat zij veranderingen in het gebruik van de accommodaties (en hiermee een verandering van de omzet) of stijging van exploitatiekosten op dienen te vangen binnen de exploitatie van de accommodaties of binnen de overhead-organisatie. Hierbij is het van belang dat de indexering van de huurbedragen die Sportaal aan VFBE betaalt gelijk is aan de indexering van de exploitatievergoeding die zij ontvangen. Opgemerkt dient te worden dat het voor Sportaal slechts in zeer beperkte mate mogelijk is om door hen aan gebruikers in rekening gebrachte tarieven aan te passen en op deze wijze eventuele kostenstijgingen door te belasten aan de gebruikers. Het merendeel van de gebruikers van de binnen- en buitensportaccommodaties betreft namelijk gebruikers waarvoor maatschappelijke tarieven gelden die door de gemeente Enschede worden vastgesteld. Indien de kostenstijgingen (zoals bijvoorbeeld personeel en energie) hoger zijn dan de indexering van de maatschappelijke tarieven, de vergoedingen voor bewegingsonderwijs en de exploitatievergoeding zal Sportaal derhalve oplossingen moeten vinden binnen de bedrijfsvoering van de accommodaties of de centrale organisatie (kostenbesparing).

Gewijzigde opdracht Sportaal Op het moment dat wijzigingen optreden in het accommodatiebestand dat door Sportaal van VFBE wordt gehuurd en door hen wordt geëxploiteerd dient in de regel een aanpassingen van de exploitatievergoeding plaats te vinden. De wijziging van de opdracht aan Sportaal kan bestaan uit: Het toevoegen of juist vervallen van een accommodatie. Het functioneel renoveren (in aard en/of omvang aanpassen) of verduurzamen van een accommodatie. In dit geval dient voor de nieuwe of aangepaste accommodatie een businesscase te worden opgesteld waaruit de volgende aspecten duidelijk worden: Leidt de wijziging van de opdracht tot een verandering van de totale omvang van de kostprijsdekkende huur die Sportaal aan VFBE dient te voldoen? In dat geval dient dit effect één op één te worden verdisconteerd in de (nieuwe) component “huur accommodaties” van de exploitatievergoeding die Sportaal van de gemeente ontvangt. Wat is het exploitatieresultaat van de nieuwe of vervallen accommodatie of wat is het effect van de functionele renovatie of verduurzaming op het exploitatieresultaat van de betreffende accommodatie? Dit effect dient te worden verdisconteerd in de exploitatievergoeding die Sportaal van de gemeente ontvangt.

Het initiatief voor een aanpassing in het accommodatiebestand (nieuwbouw of aanpassing functionaliteit) dient derhalve altijd te komen vanuit Cluster Strategie en Beleid Sociaal Domein. Alvorens het besluit kan worden genomen tot het functioneel renoveren of nieuwbouwen van een accommodatie dient tussen VFBE en Cluster Strategie en Beleid Sociaal Domein overeenstemming te worden bereikt waarbij bepalend is of de beleidsafdeling in staat is om het extra benodigde budget (voor 6

Overwogen kan ook nog worden om alle kosten van Sportaal toe te rekenen aan de individuele accommodaties die zij exploiteren zodat er geen sprake meer is van een component overhead.

58

een verhoging van de exploitatievergoeding aan Sportaal) te genereren. Ook indien aanpassing van de opdrachtenportefeuille van Sportaal leidt tot een gunstig effect op de jaarlast dient dit te worden gemarkeerd en dient dit te leiden tot een korting op de door Sportaal ontvangen exploitatievergoeding. Duurzaamheidsinvesteringen worden geïnitieerd vanuit VFBE maar de consequenties voor de jaarlast van de sportaccommodaties (in de regel hogere kostprijsdekkende huur en lagere energiekosten), en dus voor de vergoeding van beleid aan Sportaal, dienen eerst inzichtelijk te worden gemaakt door middel van een businesscase. Eventueel benodigde budgetten dienen te worden gevonden en te worden verdisconteerd in de exploitatievergoeding aan Sportaal. Ook een eventuele besparing op de jaarlast als gevolg van verduurzamingmaatregelen dient te worden verdisconteerd in de exploitatievergoeding aan Sportaal. Ook bij duurzaamheidsmaatregelen is een optimale afstemming tussen VFBE en Cluster Strategie en Beleid Sociaal Domein van de gemeente Enschede derhalve van het allergrootste belang. Beleidslijn geldstromen (samengevat): De absolute omvang van de huidige budgetten/geldstromen wordt als basis genomen. Er wordt een budgettair neutrale maatregel doorgevoerd door het aanpassen van de geldstromen voor het bewegingsonderwijs voor de gymzalen en sportzalen zoals voorgesteld in hoofdstuk 2.

De indexering van de exploitatievergoeding aan Sportaal wordt gelijkgesteld aan de indexering van de kostprijsdekkende huur die Sportaal aan VFBE betaalt. De opbouw/samenstelling van de exploitatievergoeding die Sportaal ontvangt voor het exploiteren van de sportaccommodaties wordt (budgettair neutraal) aangepast. De vergoeding bestaat dan uit de componenten “huur accommodaties”, “exploitatie accommodaties” en “centrale organisatie”. Alvorens nieuwe accommodaties aan de opdracht van Sportaal worden toegevoegd of onttrokken, of op het moment dat functionele aanpassingen aan of verduurzaming van bestaande accommodaties uit de opdrachtportefeuille van Sportaal plaats vindt, dienen de financiële effecten inzichtelijk te worden gemaakt en dient de exploitatievergoeding te worden aangepast. Indien het leidt tot een verhoging van deze vergoeding dan dient op voorhand budget te worden gevonden binnen de Cluster Strategie en Beleid Sociaal Domein. Hiervoor is intensief contact tussen “beleid” en “VFBE” noodzakelijk.

6.4.3

Maatschappelijke tarieven en subsidies

De sportverenigingen betalen maatschappelijke tarieven voor de huur van een bepaald type veld, baan, ruimte in een binnensportaccommodatie of de inzet van een vakleerkracht of combinatiefunctionaris. Het is niet mogelijk om te bepalen of de maatschappelijke tarieven zoals deze worden gehanteerd binnen de gemeente Enschede marktconform zijn. De maatschappelijke tarieven voor de huur van sportaccommodaties zijn namelijk in de meeste gemeenten historisch bepaald en de verschillen tussen gemeenten zijn aanzienlijk. De absolute hoogte van maatschappelijke tarieven wordt onder meer bepaald door: De politieke signatuur van een gemeente (dienen sportaccommodaties voor iedereen laagdrempelig toegankelijk te zijn of is een substantiële mate van profijtbeginsel acceptabel?). De draagkracht van de inwoners van de betreffende gemeenten (wat is bijvoorbeeld het gemiddelde inkomensniveau c.q. de koopkracht). De vraag of en op welke wijze sportverenigingen worden gesubsidieerd, bijvoorbeeld zoals in de gemeente Enschede het geval is door middel van een sportsubsidie op basis van het aantal leden. De gemeente Enschede staat aan de vooravond van een herijking van de subsidieverordening sport. Daarbij zal in belangrijkere mate zal worden gesubsidieerd op de (brede) maatschappelijke meerwaarde van een vereniging en in mindere mate op het aantal leden.

Uitgangspunt is dat de herijking een budgettair neutraal karakter heeft: de totale omvang van de subsidie die voorafgaand aan de herijking aan de sportverenigingen wordt verstrekt is gelijk aan de totale subsidie na doorvoering van de herijking. Dit betekent dat bepaalde verenigingen voordeel zullen ondervinden en andere verenigingen nadeel. Of dit leidt tot verenigingen die de tarieven niet meer kunnen opbrengen zonder dat sprake is van vraaguitval is nog onduidelijk.

59

Beleidslijn maatschappelijke tarieven (samengevat): De huidige maatschappelijke tarieven blijven in stand. Deze zijn opgenomen in bijlage 6. De marktconformiteit van deze tarieven kan, vanwege de grote verschillen tussen gemeenten, niet worden bepaald. De tarieven in Enschede zijn historisch bepaald en als passend beoordeeld voor de situatie in de gemeente. In ieder geval hebben verenigingen hier hun financiële bedrijfsvoering op afgestemd. Binnen deze financiële bedrijfsvoering is de sportsubsidie een inkomstenbron voor de verenigingen. De subsidieverordening sport wordt momenteel herijkt. Na invoering van de nieuwe subsidieverordening dient te worden bepaald wat dit voor consequenties heeft voor verenigingen en op welke wijze hiermee wordt omgegaan.

6.4.4

Horeca

De horecavoorziening van binnensportaccommodaties is in toenemende mate onderwerp van gesprek bij gemeenten. Het blijkt in de praktijk steeds minder eenvoudig te zijn om een externe partij te vinden die een dergelijke opdracht ter hand wil nemen. Uiteraard is dit wel afhankelijk van de aard en omvang van de accommodatie en het gebruik en hieruit volgend de mogelijkheid om een verdienmodel te realiseren. Indien een sportaccommodatie wordt geëxploiteerd door een (landelijk opererende) marktpartij is dit vraagstuk eenvoudig op te lossen omdat de betreffende partij in de regel de voorkeur heeft de exploitatie van de horecavoorziening zelf ter hand te nemen om op deze wijze optimaal aan te kunnen sluiten bij het primaire product (het gebruik van de sportaccommodatie). Dit is echter in Enschede niet het geval. Behalve exploitatie van de horeca door de exploitant en verpachting kunnen nog andere varianten worden onderscheiden die ook in Enschede kunnen worden overwogen: Exploitatie van de horecavoorzieningen van de sporthallen door Sportaal. Door Sportaal wordt aangegeven dat dit niet hun voorkeur heeft vanwege het feit dat zij dit niet als hun specifieke expertise beschouwen. Ook kan dit worden beschouwd als een voor een overheidsbedrijf minder voor de hand liggende taak. Exploitatie van de horecavoorzieningen van de sporthallen door één vereniging.

Indien er binnen een sporthal sprake is van één vereniging die kan worden beschouwd als hoofdhuurder en deze vereniging ook door andere gebruikers als zodanig wordt erkend kan met deze vereniging worden verkend of zij de exploitatie van de horeca ter hand zouden kunnen nemen en onder welke voorwaarden. Belangrijk aandachtspunt is dan onder meer de bemensing van de bar op momenten dat andere verenigingen gebruik maken van de sporthal, ook op tijdstippen dat de omzetverwachting relatief beperkt is. Exploitatie van de horecavoorzieningen van de sporthallen door meerdere verenigingen gezamenlijk. Een dergelijke construct biedt verenigingen de mogelijkheid om op en rondom momenten dat hun leden gebruik maken van de sporthal extra inkomsten te genereren. Hoewel ook goede voorbeelden bekend zijn blijkt in veel gevallen dat het voor bepaalde verenigingen niet eenvoudig is zorg te dragen voor de bemensing van de bar en dat er erg goede afspraken moeten worden gemaakt tussen de verenigingen onderling (over zaken zoals registratie omzet en verbruik, inkoop, beheer van de bar, etc.) om problemen en conflictsituaties te voorkomen. Geadviseerd wordt om waar mogelijk de huidige situatie van verpachting van horecavoorzieningen voort te zetten. Mogelijk kan de huurovereenkomst in de toekomst nog wat worden aangescherpt om een betere aansluiting bij de exploitatie van de sporthal te realiseren.

In algemene zin kan namelijk worden gesteld dat een (niet door een marktpartij geëxploiteerde) sporthal het best af is met een horeca die wordt geëxploiteerd door een goede pachter. Zoals aangegeven is het echter in toenemende mate een probleem een dergelijke ondernemer te vinden. Mocht dit in de toekomst in Enschede onverhoopt inderdaad niet meer mogelijk blijken dan adviseren wij om een afweging te maken tussen het ter hand nemen van de exploitatie door Sportaal of door één vereniging die als hoofdhuurder van de accommodatie kan worden beschouwd. De realiteitswaarde van deze laatste optie wordt uiteraard bepaald door het daadwerkelijk beschikbaar zijn van een dergelijke vereniging. Door Sportaal wordt op voorhand aangegeven dat in het geval de verantwoordelijkheid voor de horecaexploitatie bij Sportaal wordt belegd gebruik gaat worden gemaakt van vendingmachines. Dit vanwege de (te) hoge personeelskosten.

60

Beleidslijn horeca sporthallen (samengevat): De huidige situatie van verpachting van de horecavoorzieningen in de sporthallen wordt voortgezet, mogelijk kunnen huurovereenkomsten in de toekomst nog worden verbeterd. Indien dit in de toekomst niet meer mogelijk blijkt te zijn worden alternatieven onderzocht. Hierbij komen exploitatie door Sportaal (vendingmachines) of door één prominente gebruiker van de sporthal het meest in aanmerking.

6.4.5

Clustering sportparken

Momenteel wordt in Enschede uitvoering gegeven aan een clusteringsopgave voor een aantal sportparken. Hierbij worden vijf sportparken

gesloten

en

drie

nieuwe

sportparken

ontwikkeld.

Voor

de

drie

clusteringslocaties

worden

haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd naar de realisatie van duurzame en toekomstbestendige sportaccommodaties met op twee clusterlocaties een Multifunctionele Sportaccommodatie (MFSA). De clustering heeft consequenties voor de governance en de geldstromen. De uitgangspunten op dit gebied zijn inmiddels door de gemeente geformuleerd: De gemeente is als eigenaar van de grond de opdrachtgever en financier van de bouw en wordt eigenaar van de MFSA. Er wordt een demarcatielijst opgesteld welke onderdelen door de gemeente worden gefinancierd en welke onderdelen door de verenigingen zelf bekostigd worden. De gemeente verhuurt het totale MFSA-gebouw aan Sportaal. Sportaal fungeert in navolging van andere sportaccommodaties als exploitant. Gemeente en Sportaal bepalen de demarcatie van kosten en verantwoordelijkheden met betrekking tot exploitatie en onderhoud. Hierbij geldt in ieder geval dat Sportaal geen verantwoordelijkheden heeft buiten de hekken van het sportpark. De verenigingen organiseren zich in een beheerstichting die huurder wordt van het MFSA-gebouw en de velden. Sportaal maakt afspraken met de beheerstichting over de demarcatie van kosten en verantwoordelijkheden met betrekking tot exploitatie en onderhoud. Er wordt een huurovereenkomst opgesteld tussen Sportaal en de beheerstichting voor het hele sportpark en een onderhuurovereenkomst die verbonden is aan het MFSA-gebouw.

De gemeente (VFBE) brengt een kostprijsdekkende huur voor de MFSA in rekening bij Sportaal. Sportaal brengt een deel van deze huur in rekening bij beheerstichting waarbij nog nader dient te worden bepaald hoe hoog deze huur is. Het verschil tussen de kostprijsdekkende huur en de huur die Sportaal in rekening brengt aan de beheerstichting wordt via de exploitatiebijdrage door de gemeente vergoed aan Sportaal. De clusteringslocaties vervullen een ontmoetingsfunctie en zijn overdag toegankelijk voor wijkbewoners. Er wordt ruimte geboden aan maatschappelijke partners die het park of de gebouwen willen huren op bepaalde momenten. Sportaal wordt naar verwachting verantwoordelijk voor deze (incidentele) verhuur. Het is ook nog een optie om deze laatste verantwoordelijkheid bij de beheerstichting te beleggen waarbij voor de incidentele verhuur dan wel goedkeuring door Sportaal nodig. Duidelijk is dat de clustering van de sportparken consequenties heeft voor de governance en de geldstromen van de buitensportaccommodaties. Met name de taakverdeling tussen Sportaal en de beheerstichting met betrekking tot de exploitatie van het MFSA-gebouw is een nieuwe situatie die af zal wijken van de huidige werkwijze bij de buitensportaccommodaties. De demarcatie tussen VFBE en Sportaal ligt naar verwachting in lijn met de “regeling beheer en onderhoud gebouwen” bij de binnensportaccommodaties.

Ook de financiële consequenties dienen inzichtelijk te worden gemaakt waaronder het “maatschappelijke tarief” voor de verhuur door Sportaal van het MFSA-gebouw aan de beheerstichting. Last but not least dienen ook tussen de verenigingen die deel uitmaken van de beheerstichting eenduidige inhoudelijke en financiële afspraken te worden gemaakt over de huur- en de exploitatie van het MFSA-gebouw maar ook over de velden en de overige onderdelen van het sportpark. Dit alles zal binnen het project “clustering van de sportparken” verder moeten worden uitgewerkt.

6.5

Beleidsregels publieke taak leningen en garanties gemeente Enschede (2018)

In deze beleidsregels zijn de spelregels voor het verstrekken van leningen en garantstellingen door de gemeente Enschede vastgelegd. Sportverenigingen voldoen (in de regel) aan de criteria die zijn gesteld aan rechthebbenden. De belangrijkste criteria voor sportverenigingen zijn: De investering moet bijdragen aan het gemeentelijk beleid en het openbaar belang. 61

Een lening of garantstelling is essentieel voor het voortbestaan of in voldoende mate kunnen functioneren van de aanvrager (functionaliteitscriterium). De organisatie kan de investering niet zelf kan financieren of geen lening of garantstelling krijgen bij een financiële instelling (vangnetcriterium). Een samenwerking met de Stichting Waarborgfonds voor de Sport (SWS) is een voorwaarde. Het minimale bedrag voor een lening of garantstelling is € 7.500,-. Bij een bedrag hoger dan € 250.000,- geldt dat de gemeenteraad beslist. De beleidsregels van de gemeente Enschede voor wat betreft leningen en garanties liggen in lijn met het beleid in veel andere gemeenten en passen bij de situatie waarbij de gemeente geen eigenaar is van de opstallen. Vanwege het feit dat de gemeente geen eigenaar is van de meeste kleed- en clubaccommodaties ligt het niet voor de hand om als gemeente te investeren in deze voorzieningen. De gemeente Enschede en Sportaal constateren echter in toenemende mate dat verenigingen problemen hebben om investeringen in hun accommodaties te doen en dat ook de mogelijkheden die de beleidsregels leningen en garanties van de gemeente Enschede bieden, niet altijd toereikend zijn.

Deze situatie sluit aan bij een landelijke ontwikkeling waarbij verenigingen steeds meer problemen ondervinden om de kosten te kunnen dragen van onderhoud, renovatie of vervangende nieuwbouw van hun opstallen. Deze ontwikkeling zal nog versterkt worden indien in mindere mate gebruik kan worden gemaakt van de BOSA-regeling of deze regeling zelfs zou ophouden te bestaan. Dit leidt bij sommige gemeenten tot overname van het eigendom van deze opstallen (al dan niet onder de noemer van een deprivatisering) of realisatie en verhuur van nieuwe clubgebouwen in eigendom van de gemeente. Vervolgens verhuurt de gemeente de opstallen aan de vereniging. In de regel is de kans gering dat een vereniging een kostprijsdekkende huur kan opbrengen waardoor het voor de gemeente dus geen kostenneutrale operatie betreft. Op het moment dat de gemeente Enschede ook in de toekomst geen eigenaar wil zijn van clubaccommodaties (met uitzondering van de MFSA-gebouwen) ligt het doen van investeringen in accommodaties van derden niet voor de hand. Indien de gemeente toch bereid is een grotere rol te spelen bij investeringen in clubaccommodaties dan in de huidige situatie met de leningen en garanties het geval is, maar geen eigendomspositie wil verwerven, staat uiteindelijk het subsidieinstrumentarium nog open.

Op deze wijze is het mogelijk om deze rol van de gemeente beleidsmatig vast te leggen en niet op basis van eenmalige afwegingen te besluiten om al dan niet een bijdrage te leveren en op deze wijze precedentwerking te creëren. Toch zal het ook met een subsidieregeling lastig zijn om precedentwerking te voorkomen. Wat je voor de ene vereniging doet zou onder gelijke omstandigheden (op termijn) ook voor een andere vereniging gedaan moeten worden. Indien een subsidieregeling voor investeringen in sportaccommodaties voor de gemeente Enschede een bespreekbare optie is zou voor de volgende route worden gekozen: Bepalen of de vereniging in staat is om een investering te doen met een BOSA-subsidie, eigen middelen, een eigen lening of een lening of garantstelling vanuit de gemeente Enschede (conform de huidige beleidsregels). Als dit niet haalbaar blijkt te zijn dan als gemeente een subsidie verlenen om het leningsdeel te beperken tot een (voor SWS) acceptabel niveau. Uiteraard dienen verenigingen in alle gevallen aan eisen te voldoen die nu ook al voor een belangrijk deel in de beleidsregel s leningen en garanties zijn vastgelegd. Het behoeft geen betoog dat een dergelijke subsidieregeling extra budget vergt ten opzichte van de huidige situatie met betrekking tot de clubaccommodaties.

62

Bijlage 1

Korte beschrijving partijen

VFBE Vastgoed: vervult de rol van eigenaar, verhuurder, aanbieder en beheerder van het gemeentelijk vastgoed (gronden en panden). VFBE is het bedrijfseconomisch geweten voor het vastgoed van de gemeente en maakt vanuit die rol afwegingen op basis van risico, rendement en kwaliteit. Het vastgoedbedrijf zorgt voor een optimale balans tussen het financieel en maatschappelijk rendement. Het financieel rendement is daarbij primair de verantwoordelijkheid van het vastgoedbedrijf. Het maatschappelijk rendement wordt bepaald door de beleidsafdelingen. VFBE stelt zich neutraal op tegenover beleidsdoelstellingen. Voor nieuwe toevoegingen aan de vastgoedportefeuille moet altijd integrale dekking zijn. VFBE speculeert niet met vastgoed en verstrekt geen subsidies. Elk jaar wordt een jaarplan opgesteld. Het vastgoedbedrijf fungeert als een gesloten product binnen de gemeente Enschede. Alle kosten moeten dus gedekt worden uit de huuropbrengsten. Er wordt dan ook kostprijsdekkend verhuurd.

Er ligt een beleidskader met als kernpunten: Vastgoed in gemeentelijk eigendom levert een bijdrage aan doelen van de stad Regie op vastgoed is een samenspel tussen de beleidsafdelingen en het vastgoedbedrijf Vastgoed dat de gemeente bezit wordt zo optimaal mogelijk benut, bezet en beheerd Al het vastgoed is energieneutraal in 2040 Het vastgoedbedrijf is transparant over financiën en afwegingen In dit beleidskader zijn spelregels vastgelegd omtrent samenwerking, mutaties in de portefeuille, financiële systematiek, onderhoud en (planning) verduurzaming. Tevens benoemt het de volgende taken en verantwoordelijkheden van VFBE. Het vastgoedbedrijf is verantwoordelijk voor het duurzaam verhuren, in stand houden, afstoten, aanhuren en zo nodig verwerven van gemeentelijk vastgoed voor het uitvoeren van beleidstaken en het huisvesten van gemeentelijke diensten. Onder de verantwoordelijkheden vallen in ieder geval: Integraal inzichtelijk maken van vraag en aanbod, bewerkstelligen van synergie tussen beleidsafdelingen, signaleren van knelpunten en het benoemen van oplossingsrichtingen. Afstemmen met beleidsafdelingen over toekomstvisie ten aanzien van vastgoed. Advisering aan beleidsafdelingen en het bij huisvestingsvraagstukken aan de voorkant meedenken. Verzorgen van managementinformatie over de prestatie van het vastgoed.

Rapporteren over het vastgoed naar gebruiker, beleid, management, bestuur en raad. Opstellen onderhoudsplannen en bepalen benodigd budget. Verwerken van mutaties in de vastgoedportefeuille (huren, kopen en verkopen) en het onderhouden van contacten die hiervoor noodzakelijk zijn. Het uitvoeren van projectmanagement van vastgoedprojecten en vastgoedadvisering. Beleidsafdeling Sport: zorgt voor sportbeleid waarmee de gemeentelijke ambities worden ondersteund (gezondheid, maatschappelijke functies, talentontwikkeling, versterken verenigingskracht, bevorderen van gezonde leefstijl, zorgen voor duurzame en toekomstbestendige sportaccommodaties en verenigingen – Sportnota). Sportnota bepaalt de kaders voor de uitvoering gemeentelijk sportbeleid. De beleidsafdelingen bepalen welke behoefte er is aan welk vastgoed. Afdeling sportbeleid geeft waar nodig aan welke eigendomspositie de voorkeur heeft: gemeente versus recht van opstal. De beleidsafdeling kan bepalen op welke wijze de huur in rekening wordt gebracht. De huur kan door het vastgoedbedrijf aan de gebruiker worden gefactureerd of intern worden verrekend. Het te voeren accommodatiebeleid en de ontwikkelingen binnen de portefeuille (in geval van sport o.a. de clustering van sportparken, wie huurder) wordt door het vastgoedbedrijf met de betrokken beleidsafdelingen besproken in de jaaroverleggen.

De beleidsafdelingen hebben veelal een subsidierelatie met de gebruiker van het vastgoed. Net als de meeste andere gemeenten heeft Gemeente Enschede een algemeen belangbesluit genomen dat de exploitatie van sportaccommodaties plaats vindt in het algemeen belang. Voor andere (economische) activiteiten dient Sportaal een marktconforme prijs in rekening te brengen. Voor zover passend staat het Sportaal vrij om invulling te geven aan activiteiten en evenementen.

63

Taken en verantwoordelijkheden Beleidsafdeling Sport: Gemeente wil zich als organisatie ontwikkelen tot een regieorganisatie en daar waar mogelijk uitvoerende taken uitbesteden. De gemeente Enschede behoudt haar regisseurstaak op het gebied van sport (strategisch, beleidsmatig, opdrachtgeversrol). Deze taak is belegd binnen het Cluster Strategie en Beleid Sociaal Domein. Dit principe past bij de ambitie van de gemeente om door te ontwikkelen naar een wendbare en efficiënte organisatie Beleidsbepaler Effectiviteit projecten meten Uit de haalbaarheidsstudie “clustering van sportparken” komt naar voren dat gemeentelijke sturing op samenwerking en kruisbestuiving tussen de sportverenigingen nodig is Gemeente formuleert de uitgangspunten voor de gemeentelijke sportaccommodaties Inzicht houden in welke accommodaties renderen en welke minder goed De gemeente is financieel verantwoordelijk voor nieuwbouw, vervangende nieuwbouw en uitbreiding van gymnastiekzalen Zorgdragen voor een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke oefening Jaarlijks vaststellen van het aantal klokuren bewegingsonderwijs waarop een school aanspraak kan maken Sportaal: voert het beheer uit van de sporthallen, sportzalen, gymzalen, sportvelden en de Enschedese zwembaden, roostert het bewegingsonderwijs in en voert het sportbeleid van de gemeente uit.

Daarnaast heeft Sportaal een verbindende rol met betrekking tot het sport-, beweeg- en leefstijlakkoord. Sportaal is een onderneming met een toezichthoudende Raad van Commissarissen. Sportaal ontvangt een exploitatievergoeding (lumpsum, van ongeveer 9 miljoen) vanuit de Beleidsafdeling Sport. De exploitatiebijdrage wordt aangewend voor de reguliere exploitatie en het realiseren van vervangingsinvesteringen. Sportaal is verantwoordelijk voor het vormen van een vervangingsreserve en/of onderhoudsvoorziening. Vanuit Onderwijshuisvesting (OHV) ontvangt Sportaal een vergoeding bewegingsonderwijs (970k in 2023), al ligt er nu een voorstel om OHV de sportaccommodaties, waarvoor de zorgplicht geldt, rechtstreeks te laten huren van het Vastgoedbedrijf. Sportaal betaalt huur aan VFBE Vastgoed. Sportaal verhuurt alleen de specifieke voorzieningen op de parken, zoals de velden, door aan de verenigingen. Huren voor de velden worden bepaald en betaald op basis van volledige sportparken. De tarieven hiervoor zijn door de gemeente bepaald (maatschappelijke tarieven voor verenigingen). De binnensportaccommodaties worden door Sportaal verhuurd aan de scholen en aan de verenigingen. Voor de toewijzing van verhuur van de accommodaties door Sportaal zijn prioriteiten bepaald.

Sportaal wordt geacht de taken en de uit eigen middelen extra te realiseren voorzieningen en activiteiten voor eigen rekening en risico gedurende 10 jaar op publieksgerichte wijze uit te voeren overeenkomstig de in de concessie overeenkomst opgenomen voorwaarden (o.a. informatieverstrekking, personeel, aansprakelijkheid en verzekeringen). De gemeente Enschede is opdrachtgever en stuurt op de resultaten, niet op de uitvoering. De gemeente Enschede gaat over de WAT-vraag. Sportaal is opdrachtnemer en voert de opdracht conform prestatieafspraken uit. Sportaal gaat over de HOEvraag. Op basis van de opdracht maakt Sportaal een jaarplan. Jaarlijks wordt voorafgaand aan het opstellen van het jaarplan input opgehaald bij de stadsdelen, VFBE en Sportbeleid om te bepalen of doelstellingen aangescherpt moeten worden en welke prioriteiten gesteld worden. De concessie overeenkomst en de inhoudelijke opdracht (ondertekend op 23-03-2022) aan Sportaal loopt tot en met 2026. Eind 2025/ begin 2026 volgt een algehele evaluatie.

In de concessieovereenkomst wordt het volgende vermeld over de taken en verantwoordelijkheden van Sportaal: Het effectief en efficiënt exploiteren van de sportaccommodaties en zwembaden en hiermee ook faciliteren van de ruimtebehoefte van de Enschedese sporters en sportorganisaties voor wat betreft sporten die beoefend kunnen worden in de gemeentelijke sportaccommodaties en de zwemaccommodaties. Het geven van informatie en voorlichting aan inwoners over sportmogelijkheden in Enschede. Het faciliteren en coördineren van sportkennismakingsactiviteiten voor de jeugd en ouderen die nog geen lid zijn van een sportvereniging. Het verbinden van initiatieven en activiteiten op het gebied van sport van partners in de Enschedese sport. Het bieden van verenigingsondersteuning aan sportverenigingen in de vorm van voorlichten, adviseren en verbinden. Het verzorgen van de inroostering van het bewegingsonderwijs in de accommodaties, voor de scholen van het primair onderwijs en het speciaal (voortgezet) onderwijs. 64

Het signaleren van en informeren van de Gemeente over ontwikkelingen en kansen in de Enschedese sportwereld en op regionaal, provinciaal en landelijk niveau. Invulling geven aan de één-loket-gedachte voor de sport in Enschede. Het versterken van de zichtbaarheid, het organisatietalent en de slagkracht van verenigingen. Het zijn van kenniscentrum en de kennis bij verenigingen weten te benutten en te verbinden. Het doen van tevredenheidsonderzoek onder recreatieve gebruikers en verenigingen.

65

Bijlage 2

Trends en ontwikkelingen

In deze bijlage worden de belangrijkste trends, ontwikkelingen en maatschappelijke uitdagingen beschreven die van invloed zijn op het sport- en beweeggedrag van mensen en hiermee op de behoefte aan het gebruik van sportaccommodaties. Eerst worden de landelijke trends en ontwikkelingen in beeld gebracht en vervolgens de specifieke trends en ontwikkelingen in de gemeente Enschede.

Landelijke trends en ontwikkelingen Demografische ontwikkelingen Sport en bewegen hangen samen met bevolkingskenmerken. De bevolking groeit en hierbij is er met name een toename van migranten. Het aandeel ouderen stijgt en het aandeel jongeren neemt af en er komen meer eenoudergezinnen. De levensverwachting en het opleidingsniveau stijgen en er is steeds meer aandacht voor leefstijl. Desondanks neemt het aantal mensen met overgewicht verder toe. Deze ontwikkelingen hebben naast effect op de sportdeelname ook effect op vrijwilligerswerk (steeds vaker een specifiek project, passend bij de professie)7. Kijkende naar dit soort kenmerken is het een uitdaging om oog te hebben voor de specifieke behoeften, motieven en belemmeringen, van verschillende doelgroepen, bijvoorbeeld: minder sportcommitment bij de jeugd, tijdgebrek bij 19 tot 44 jarigen en actievere ouderen8. Naast leeftijd spelen dus ook levensfase, sociale context en levensopvattingen een rol. Het enthousiasmeren van specifieke doelgroepen om te bewegen vraagt om andere aanbieders en andere aanpakken (anders dan het lidmaatschap van een vereniging). De wekelijkse sportdeelname in Nederland is het afgelopen decennium stabiel gebleven en ligt in 2023 rond de 55 procent 9. De sportdeelname neemt af naarmate de leeftijd toeneemt. Wel sporten nieuwe generaties ouderen meer dan eerdere generaties ouderen10.

Ook zijn er verschillen per regio. De provincie Utrecht heeft de hoogste wekelijkse sportdeelname, Flevoland en Groningen scoren het laagst11. In 2023 sportten mensen die voldeden aan de beweegrichtlijnen anderhalf tot twee keer zo vaak wekelijks als mensen die niet voldeden aan de beweegrichtlijnen. Dit komt overeen met de cijfers uit eerdere jaren 12. Ongeveer een kwart van de Nederlandse bevolking is lid van 1 of meerdere sportbonden. De fitnessdeelname zit tegen de 30%13. De maandelijkse sportfrequentie van de jeugd stijgt, maar het is nog niet terug op het niveau van voor de Corona jaren. Vrouwen en meisjes blijven achter in sportfrequentie14. Mensen met een laag inkomen en met een laag opleidingsniveau sporten minder vaak dan mensen met een hoog inkomen en hoog opleidingsniveau. Over de tijd lijken de verschillen groter te worden15. Het wegnemen van alleen financiële hobbels is dus onvoldoende om deze groep aan het sporten en bewegen te krijgen16. Belemmeringen zitten ook in andere factoren zoals gezondheidsproblemen, schaamte, onvoldoende kennis over (het nut) van een gezonde leefstijl, laaggeletterdheid, andere prioriteiten en weinig ondersteuning vanuit de directe sociale omgeving. Mensen met een lage SES sporten vaak vooral voor de sociale contacten, minder vaak via een sportvereniging en minder frequent.

Mensen met een beperking voldoen minder vaak aan de beweegrichtlijnen. Ook sporten, fietsen en wandelen ze minder vaak in hun vrije tijd dan mensen zonder beperking. Knelpunten zitten in vervoer, ondersteuning en niet toegankelijke sportvoorzieningen. Sport- en beweegdeelname varieert per type beperking: met name bij mensen met een motorische

7

Sport Toekomst Verkenning: https://www.sportenbewegenincijfers.nl/toekomstverkenning NOC*NSF, Sportgedrag in Nederland 2023: https://nocnsf.nl/media/6776/onderzoeksrapport-sportgedrag-in-nederland-digitaal-2023.pdf 9 NOC*NSF rapporteert hier 60% (Zo Sport Nederland 2023) 10 Mulier Instituut: Brancherapport Sportaccommodaties en sportenbewegenincjifers.nl 11 NOC*NSF: Zo sport Nederland (2023) 12 Sportenbewegenincijfers.nl 13 https://www.sportknowhowxl.nl/nieuws-en-achtergronden/column-xl/item/156342/de-ontwikkeling-van-de-nederlandse-fitnessbranche-eensterk-verhaal 14 NOC*NSF: Zo sport Nederland (2023) 15 Sportenbewegenincijfers.nl 16 Mulier Instituut: Deelname sport en bewegen van mensen met een lage ses (2022) en https://www.allesoversport.nl/thema/meedoen-doorsport-en-bewegen/mensen-met-een-lage-sociaal-economische-status-wat-drijft-en-belemmert-hen-bij-sport-en-bewegen/ 8

66

beperking is de sport- en beweegdeelname (erg) laag. Bij volwassenen met alleen een chronische aandoening komt de deelname in de buurt van mensen zonder beperking17. Economische ontwikkelingen Ondanks onrustige omstandigheden (o.a. energieprijzen en consumentenvertrouwen) blijkt onze economie weerbaar 18. De arbeidsmarkt blijft krap, de werkloosheid loopt licht op. Er is op veel plekken sprake van een hoge werkdruk en meer verzuim. Het belang van mentale gezondheid en bijvoorbeeld het effect van sport en bewegen hierop krijgt meer aandacht 19. De koopkracht herstelt door daling van de (nog steeds forse) inflatie en loongroei, maar er zijn ook meer mensen die leven onder de armoedegrens. Kansenongelijkheid is duidelijk zichtbaar in de sport. Bij mensen met een laag inkomen kennen meer belemmeringen om deel te nemen aan sport- en beweegactiviteiten. Voorbeelden van belemmeringen zijn voorbeeldgedrag van de ouders of schaamte. Voorzieningen als een sportpas of een regeling zoals het Jeugdsport- en cultuurfonds zijn soms onbekend en vaak onvoldoende om deze groep duurzaam aan het sporten en bewegen te krijgen20. Overheden geven 3,8 miljard euro uit aan sport21. Gemeenten gaven in 2022 zo’n 1,7 miljard euro uit aan sport, waarvan bijna driekwart aan de sportaccommodaties22. Het is van belang om een relatie te leggen tussen de kosten en de maatschappelijk opbrengsten.

Het Kenniscentrum Sport & Bewegen heeft onderzoek laten doen naar de Social Return On Investment (SROI), een manier om het maatschappelijk rendement van investeringen in sport en bewegen uit te drukken. De SROI wordt geschat op 2.76; de opbrengsten (o.a. hogere levensverwachting, betere kwaliteit van leven, besparing zorgkosten, afname ziekteverzuim en toename van arbeidsproductiviteit) zijn dus 2.76 keer hoger dan de kosten, waardoor investeren loont23. Sporters besteden € 2,8 miljard aan activiteiten, waarvan € 1,8 miljard ten goede komt aan commerciële aanbieders en € 1 miljard wordt uitgegeven aan contributies en andere uitgaven bij sportverenigingen. 24 De georganiseerde sport in Nederland drijft op vrijwilligers. Op basis van een 36-urige werkweek is landelijk sprake van een inzet van circa 59.000 fte vrijwilligers in de sport.25 Deze inzet vertegenwoordigt een enorme economische waarde (meer dan € 2 miljard op basis van € 40.000 per fte). Als het om betaalde krachten zou gaan, zou verenigingssport in Nederland vrijwel onbetaalbaar worden. Sociale en technologische ontwikkelingen Sportbeoefening wordt de laatste jaren steeds individueler en informeler (maatschappelijke verbanden worden losser) en vindt het meest individueel, in anders georganiseerd en ongeorganiseerd verband plaats 26.

De concurrentie voor sport en bewegen de laatste decennia steeds groter geworden (commercialisering vrijetijdsaanbod) terwijl de hoeveelheid vrije tijd constant blijft. Mensen zijn steeds meer op zoek naar een ‘beleving’ en hebben meer behoefte aan vrijheid en flexibiliteit 27. Vormen van vrijetijdsbesteding als bioscoopbezoek en speel/springparadijzen concurreren steeds vaker met sportbeoefening. Het aantal verenigingslidmaatschappen stabiliseert en deelname aan de ‘ondernemende’ sport (specifiek fitness) en sporten in de openbare ruimte (wandelen, hardlopen, fietsen, bootcamp, etc.) neemt toe. Daarnaast concurreert reguliere sportbeoefening onder jongeren steeds vaker met zaken als gamen, tablets en televisie 28. We leven in een informatiesamenleving waarin ICT vaardigheden onmisbaar zijn geworden en (sociale) media een steeds centralere rol

17

Mulier Instituut: Deelname sport en bewegen door mensen met een beperking (2022) Prinsjesdag 2024: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/prinsjesdag/economische-ontwikkelingen-2024 19 Trimbos Kennisdossier bewegen en mentale gezondheid: https://www.trimbos.nl/kennis/mentale-gezondheid-preventie/expertisecentrummentale-gezondheid/bewegen-en-mentale-gezondheid/ 20 Kenniscentrum Sport & Bewegen: https://www.allesoversport.nl/thema/meedoen-door-sport-en-bewegen/sport-en-bewegen-voorvolwassenen-in-armoede-een-overzicht/ 21 CBS, De Nederlandse sporteconomie 2019, https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2021/de-nederlandse-sporteconomie2019?onepage=true#c-3--De-kern-van-de-sporteconomie 22 Mulier Instituut Monitor sportuitgaven gemeenten 2022: https://www.mulierinstituut.nl/publicaties/27789/monitor-sportuitgaven-gemeenten2022/ 23 Kenniscentrum Sport & Bewegen: https://www.allesoversport.nl/thema/beleid/sroi-van-sport-en-bewegen-maatschappelijke-opbrengsten-276-keer-zo-hoog-als-de-kosten/ 24 KPMG, Brancherapport Sport 2019, https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=9752&m=1573120314&action=file.download 25 CBS, De Nederlandse sporteconomie 2019, https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2021/de-nederlandse-sporteconomie2019?onepage=true#c-3--De-kern-van-de-sporteconomie 26 NOC*NSF Zo sport Nederland 2023:

https://nocnsf.nl/wat-doet-nocnsf/sport-in-nederland/sportonderzoek/zo-sport-nederland 27 Sport Toekomst Verkenning: https://www.sportenbewegenincijfers.nl/toekomstverkenning 28 Mulier Instituut: Ontwikkeling sportdeelname naar leeftijd en sporttak en Brancherapport Sport en bewegen in de openbare ruimte 18

67

spelen (ook in maatschappelijke discussies), we zijn altijd en overal online en we zien steeds meer ‘slimme’ apparaten die via het internet met elkaar verbonden zijn29. Er is sprake van beweegarmoede. Minder dan de helft van de Nederlanders voldoet aan de beweegrichtlijnen. Gezondheidswinst is vooral te behalen bij kleuters, jongeren en jongvolwassenen in het vmbo en mbo, sportende volwassenen die overdag te veel zitten, mensen in armoede, mensen met een migratieachtergrond, mensen met een beperking, sociaal kwetsbare mensen en thuiswonende ouderen met een lichte of zwaardere beperking30. We krijgen te weinig dagelijkse beweging, bewegen te eenzijdig, zitten steeds meer en spelen steeds minder. Al jaren nemen de motorische vaardigheden van kinderen af. Dit is zorgelijk want het draagt niet bij aan gezondheid, heeft effect op de sportdeelname en persoonlijke ontwikkeling. Gebruik van ICT apparatuur en technologie leidt vaak tot meer zittend gedrag. Het is een uitdaging voor beleidsbepalers om het gebruik van technologie te combineren met vormen van bewegen (VI, beweegmuren etc.) en voor sportaanbieders het om het aanbod aan te passen aan deze nieuwe ‘wereld’31. Een vitale sportaanbieder heeft de organisatie op orde, zorgt voor passend sportaanbod en vervult waar mogelijk een bredere maatschappelijke functie.

Hierbij is het van belang om te kijken welke aanbieder een bijdrage wil en kan leveren aan welke maatschappelijke uitdaging. Promotieonderzoek van Maikel Waardenburg heeft laten zien dat sportaanbieders een rol kunnen spelen als accommodatiebeheerder, als opleidingsinstituut (denk aan sociale vaardigheden), als aanbieder van sport- en beweegactiviteiten en/of als projectuitvoerder32. Ecologische ontwikkelingen De fysieke omgeving heeft invloed op ons sport- en beweeggedrag. Helaas zien we een ontwikkeling van een omgeving die inactiviteit bevordert en meer eten stimuleert, ook wel een obesogene omgeving genoemd 33. Nederland is rijk bedeeld qua sportinfrastructuur, met vele voorzieningen, variërend van sportzalen tot zwembaden 34. Gebruikers van maatschappelijke voorzieningen stellen steeds hogere eisen aan de kwaliteit en uitstraling van deze voorzieningen. Vanwege de toegenomen mobiliteit zijn mensen in de regel in staat en bereid langer te reizen voor hun vrijetijdsbesteding. Hierdoor daalt de sportdeelname in landelijk gebieden en neemt deze in stedelijke gebieden toe. Dit kan leiden tot het verdwijnen van sportvoorzieningen in landelijke gebieden. In stedelijke gebieden is er soms te weinig ruimte of geld voor nieuwe voorzieningen. Dit pleit voor het meer multifunctioneel inzetten van de beschikbare ruimte zoals multifunctionele (ontmoetings)centra of -plekken35.

Er is meer vraag naar bewegen in het groen. Een gezonde en groene leefomgeving met meer ruimte om te bewegen en bijvoorbeeld minder auto’s heeft veel positieve effecten. Denk aan minder geluidsoverlast, betere luchtkwaliteit, vaker fietsen en lopen en meer ontmoeting36. Dit vraagt echter wel een bredere blik vanuit o.a. gezondheid, verkeer en milieu en een behoorlijke investering (zie: miljardeninvestering om NL groener te maken). Politieke ontwikkelingen Ook politieke ontwikkelingen raken de sport- en beweegsector. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan. Gezondheid (en dus ook sport en bewegen) moet door het integraal benaderen van de leefomgeving meer prioriteit krijgen in de ruimtelijke afweging37. Met de komst van het Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), het Sportakkoord (SA) en de brede SPUK is er meer aandacht voor sport, bewegen en preventie. De laatste jaren wordt meer ingezet op de verbinding tussen sport en bewegen en de maatschappelijke agenda38. Mede als gevolg van de decentralisatie van zorgtaken naar gemeenten (jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen) is er lokaal steeds meer oog voor de verbinding tussen sport, bewegen en het sociaal domein. Tegelijk blijkt het in de praktijk lastig om voldoende concreet te

29

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/45/nederlanders-digitaal-steeds-vaardiger NLsportraad en Kenniscentrum Sport & Bewegen: Analyse bewegen tijdens de levensloop 31 Mulier Instituut: Kennis- en Innovatiescan WP2 32 Maikel Waardenburg: Dubbelspel, over instrumentalisering van de sportvereniging 33 Sport Toekomst Verkenning: https://www.sportenbewegenincijfers.nl/toekomstverkenning 34 Sportakkoord I: www.sportakkoord.nl 35 Mulier Instituut: https://www.mulierinstituut.nl/actueel/het-mi-in-ss-multifunctionele-accommodaties/ 36 RIVM: De maatschappelijke waarde van een gezonde en groene leefomgeving, een verkenning 37 https://www.allesoversport.nl/thema/beleid/de-beweegvriendelijke-omgevingswet-een-overzicht/ 38 Brancherapport Sport, Sportaccommodaties in Nederland: https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=7295&m=1475158489&action=file.download 30

68

worden in de uitwerking. Meer (professionele) ondersteuning (Brede Regeling Combinatiefuncties, voorbeeld Nevobo) en maatwerk lijken nodig om een volgende stap te kunnen zetten. De participatiesamenleving biedt kansen, maar er zijn nog steeds groepen die onvoldoende (kunnen) meedoen. Sport en bewegen kunnen teveel worden gezien als ‘wondermiddel’ bij de maatschappelijke opgaven en er zitten ook negatieve aspecten aan sport. Een positieve sportcultuur is nog geen vanzelfsprekendheid en verruwing van omgangsvormen in de samenleving komt ook in de sport steeds vaker voor39. Bewijslast blijft nodig om sport en bewegen op waarde te kunnen blijven schatten. Overheidsfinanciën staan onder druk, de herziening van het kansspelbeleid 40 kan zorgen voor minder middelen voor de sport en waar sport en bewegen vaak is ontzien bij bezuinigingen door gemeenten, is het de vraag wat het effect is van de voorziene korting op het Gemeentefonds in 2026 (bekend als het ‘ravijnjaar’). De gemeente heeft een wettelijke rol bij het realiseren van accommodaties voor bewegingsonderwijs voor (speciaal) basisen voorgezet onderwijs. Per augustus 2023 moeten de basisscholen 1.5 klokuren per week bewegingsonderwijs (gegeven door bevoegde (vak)leerkrachten) aanbieden41. Dit houdt voor sommige gemeenten een stijging van het gebruik van accommodaties door bewegingsonderwijs in.

De buitenruimte of schoolpleinen worden hierin nog onvoldoende benut 42. In de afgelopen decennia is het schoolzwemmen in veel gemeenten beperkt of afgeschaft. Kosten en reistijd speelden daarbij vaak een rol. Schoolzwemmen kan als ‘natte gymles’ worden ingezet om kennis te maken met water, vaardigheden in het water op te (blijven) doen of een diploma te behalen43. Op 15 februari 2024 werd bekend dat de Tweede Kamer schoolzwemmen weer wil invoeren44. Er is hierover nog geen besluit genomen. Accommodaties voor bewegingsonderwijs De gemeente heeft een wettelijke rol bij het realiseren van accommodaties voor bewegingsonderwijs. Van oudsher hebben veel gymzalen een maat van 12 x 21 x 5,5m op basis van de verordening op onderwijshuisvesting van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) Bij de realisatie van nieuwe gymzalen kiezen gemeenten, op advies van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Oefening (KVLO), vaker voor een grotere maat van 4 x 22 x 5,5m 45. Ook neemt de inpassing in grotere accommodaties (sportzalen en sporthallen) toe zodat sprake kan zijn van dubbelgebruik van de accommodatie door verenigingen of andere sportaanbieders46. Bijna alle scholen in Nederland beschikken binnen 1 km over een gymnastieklokaal 47. Er is een landelijke afname van het aantal leerlingen en dus neemt ook het benodigde aantal accommodaties voor het bewegingsonderwijs af.

In de meeste grootstedelijke gemeenten wordt er echter een (sterke) toename van het aantal leerlingen verwacht48. Op jaarbasis is het gebruik van sporthallen gemiddeld ongeveer 2.000 uur, van sportzalen 1.800 uur en gymzalen 1.400. In de avonden en weekenden is dit sportgebruik, overdag bewegingsonderwijs 49. Schoolleiders ervaren slecht of verouderd sport- en spelmateriaal en achterstallig onderhoud als grootste belemmeringen bij accommodaties voor bewegingsonderwijs. In het VO worden vooral de inrichting van de accommodatie, zoals onvoldoende luchtkwaliteit, slechte akoestiek, te weinig daglicht of een te gladde vloer en verouderde accommodaties benoemd als belemmeringen50. Omdat sport en bewegen in de loop der jaren is veranderd, zijn innovatieve concepten voor bewegingsonderwijs ontwikkeld: de Beweegbox51, de Athletic Skills Model (ASM)52 gymzaal, de Buitengymzaal53 en de Nieuwe Gymzaal van InFit54.

39

Monitor Sportakkoord Sport verenigt Nederland: https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=10049&m=1593589627&action=file.download NOC*NSF: https://nocnsf.nl/nieuws/2024/05/doorrekening-hoofdlijnenakkoord-basisfinanciering-sport-in-gevaar 41 KVLO: https://www.kvlo.nl/wat-we-doen/hulp-advies/thema.aspx?item=primair-onderwijs 42 https://www.stad-en-groen.nl/article/43871/stelling-het-schoolplein-is-een-ideale-plek-om-bewegingsonderwijs-te-organiseren 43 Mulier Instituut: Brancherapport sportaccommodaties 44 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2024Z02310&did=2024D05274 45 KVLO Handboek huisvesting bewegingsonderwijs 46 Mulier Instituut: Brancherapport Sportaccommodaties 47 Mulier Instituut: Brancherapport Sportaccommodaties 48 Mulier Instituut: Brancherapport Sportaccommodaties 49 Mulier Instituut: Kennis- en innovatiescan WP5 50 Mulier Instituut: Brancherapport Sportaccommodaties 51 Beweegbox.nl 52 Athleticskillsmodel.nl 53 Nijha.nl 54 https://infitbv.nl/ 40

69

Het verbeteren van de motorische vaardigheden van en meer bewegen door kinderen kan worden gestimuleerd door het inrichten van vrij toegankelijke sport- en beweegvriendelijke schoolpleinen, de aansluiting van scholen op langzaamverkeersroutes en situering van schoolgebouwen en sportvoorzieningen in elkaars nabijheid. Ook het optimaliseren van de inrichting en het gebruik van gymzalen gedurende en na de schooldag kan hieraan bijdragen. Binnen- en buitensportaccommodaties Er staan zo’n 25.000 sportaccommodaties in de Database SportAanbod. Binnen 2 kilometer vindt de gemiddelde Nederlander een fitnesscentrum, een sporthal, een zwembad, een voetbal- en een tennisaccommodatie. Nederlanders zijn over het algemeen (zeer) tevreden met deze voorzieningen. Dit geldt onder andere voor de bereikbaarheid, kwaliteit, diversiteit, toegankelijkheid en deels betaalbaarheid55. De afgelopen jaren is het aantal padelbanen, beachvelden en blaashallen (met name voor hockey) sterk toegenomen56. Het voorzieningenniveau neemt toe als de bevolkingsdichtheid en -omvang afneemt. Op plekken waar de SES-WOA score laag is en ook de sportdeelname van deze mensen achterblijft, zijn sportaccommodaties vaker afwezig en speelplekken juist meer aanwezig57. Een grotere diversiteit aan accommodaties draagt bij aan een hogere maandelijkse sportdeelname 58.

Er is druk op de ruimte en dus ook op de ruimte voor sport en bewegen. Dit geldt vooral in stedelijk gebied. Stapeling zou onderzocht kunnen worden. In plattelandsgebieden spelen juist meer zaken als bereikbaarheid en leefbaarheid 59. Er zijn landelijke normen en richtlijnen voor het aantal benodigde voorzieningen. Deze kunnen behulpzaam zijn voor gemeenten. Realisatie van voorzieningen conform een norm of richtlijn is echter geen doel op zich. Er moet sprake zijn van een goede aansluiting tussen de norm en de praktijk, tussen vraag en aanbod. Een goede analyse van de lokale situatie en ambities is hiervoor van belang. Door kostenstijgingen en duurzaamheidsmaatregelen staat de exploitatie van sportaccommodaties onder druk60 en neemt het belang van het goed benutten van de sportaccommodaties toe. Dit is een complex vraagstuk, onder andere door het spanningsveld tussen de maatschappelijke waarde van sportaccommodaties en een optimale exploitatie. Ook moet er naast de hardware aandacht zijn voor de org- en software en regie. Sinds 2017 is er weinig verandering in het eigenaarschap van sportaccommodaties (veelal gemeente) of zwembaden (vaker geprivatiseerd). Wel is er een grote rol van verenigingen bij het onderhoud van sportaccommodaties. Er wordt sterk ingezet op multifunctionaliteit en meervoudig gebruik. Met naast sportieve ook maatschappelijke benutting.

Omnisportverenigingen en publiek-private samenwerking (vb. kinderopvang) of clustering kunnen voordelen bieden 61. Stedelijkheid speelt een rol bij de huurtarieven62. Een belangrijk thema voor veel gemeenten is de mate van kostendekkendheid en de verdeling van de kosten. Vooralsnog leidt dit echter niet tot sterke stijgingen van de huurtarieven en volledig kostendekkende huurtarieven63. Gebruik binnen- en buitensportaccommodaties Voorkeuren voor sportbeoefening zijn aan fluctuaties onderhevig. Sporten die in een zaalsportaccommodatie worden beoefend, laten voornamelijk een daling in leden zien. Het percentage inwoners dat bondslid is bij een zwem-, gymnastiekof volleybalvereniging is flink afgenomen. Korfbal, handbal en badminton dalen iets, maar minder. Basketbal kent een behoorlijke toename van leden64. Gemiddeld wordt een hockeyveld door 255 bondsleden bespeeld, voor tennis zijn dit 45 bondsleden en bij voetbal 155 bondsleden65. Onder andere door de groeiende populariteit van damesvoetbal neemt de druk op de voetbalaccommodaties toe. Om de kwaliteit en de aantrekkingskracht van het voetbal te verbeteren is vanaf het seizoen 2017/2018 ingezet op andere

55

Mulier Instituut: Brancherapport Sportaccommodaties Mulier Instituut: Brancherapport Sportaccommodaties 57 Mulier Instituut: Brancherapport Sportaccommodaties en Sport en bewegen in de openbare ruimte 58 Hoekman (2018) proefschrift 59 Mulier Instituut: Kennis- en innovatiescan WP5 en Brancherapport Sportaccommodaties 60 Mulier Instituut: Kennis- en innovatiescan WP5 61 Mulier Instituut: Kennis- en innovatiescan WP5 62 Mulier Instituut: Kennis- en innovatiescan WP5 63 Mulier Instituut: Brancherapport Sportaccommodaties 64 Mulier Instituut: Brancherapport Sportaccommodaties en NOC*NSF Zo sport Nederland (2023) 65 Mulier Instituut: Kennis- en innovatiescan WP5 56

70

spelvormen bij de jeugd waarbij er met kleinere teams wordt gespeeld en op andere veldjes. Flexibele speeldagen kunnen ook een uitkomst bieden66. Het aantal kunstgrasvelden voor voetbal neemt nog steeds toe. Met de aanleg van één of meerdere kunstgrasvelden per vereniging zijn deze minder weersafhankelijk. Ook is de bespelingscapaciteit van kunstgras hoger dan van natuurgras. Het percentage Nederlanders dat lid is van een paardensport- of atletiekvereniging is behoorlijk afgenomen. Hockey en voetbal ogen stabiel/licht groeiend. Het percentage sportbondleden van sportvis-, tennis- en golfverenigingen laten een toename zien67 Het aantal mensen dat lid is van een tennisvereniging daalde tussen circa 2010 en 2020 erg sterk. Inmiddels is deze daling gestopt en is er weer sprake van groei. Om nieuwe leden aan te trekken gebruiken veel tennisverenigingen de overcapaciteit die is ontstaan aan tennisbanen voor de aanleg van padelbanen. Padel is een relatief nieuwe sport dat een combinatie is van tennis en squash. Deze sport groeit nog steeds in populariteit 68. Bij de realisatie van padelbanen stuiten verenigingen vaak op beperkingen door het geluidsniveau. Ook is er sprake van concurrentie van commerciële aanbieders. Zwembaden In de Database SportAanbod (DSA) staan bijna 1.900 zwembaden geregistreerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=13db39d2-5aca-4a7d-a2bd-ea89946878e3