Sportaccommodatiebeleid Gemeente Enschede - Synarchis - 250415
Tekst van het document
3.2.1
Voetbal
Algemene punten In 2020 was 6,6% van de inwoners van Enschede lid van de voetbalbond (10.600 leden), wat aansloot bij het landelijk gemiddelde van 6,7% en hoger was dan het gemiddelde van 6,1% in de referentiegemeenten in het onderzoek van het Mulier Instituut. In 2023 was dit percentage gestegen naar 6,9% (11.200 leden). Het landelijke gemiddelde steeg in de periode 2020-2023 ook en lag in 2023 op 6,8%. In het Mulieronderzoek is ook de velddruk, het gemiddelde aantal spelers per veld, in beeld gebracht. Hierin is het aantal leden uit 2020 en het aantal hele velden in 2022 gebruikt. Dit waren er 64, waarvan 22 kunstgras. De velddruk was met 166 iets hoger dan het landelijke gemiddelde van 155, maar lager dan het gemiddelde van 197 in de referentiegemeenten. De parken die na de clustering overblijven hebben momenteel samen 51 volledige velden, waarvan 21 kunstgras. Omdat het aantal voetballers in Enschede niet is gedaald, betekent dit dat de velddruk bij realisatie van de clustering verder toeneemt. De velddruk geeft onvoldoende inzicht in de daadwerkelijke verhouding tussen vraag en aanbod. Hiervoor dient de benodigde veldcapaciteit per locatie te worden berekend. Wij hebben deze berekening gemaakt op basis van het actuele aantal teams van de verenigingen (sportjaar 2024-2025).
Bij de 3 locaties waar de clustering nog moet worden gerealiseerd (MFSA Schreurserve, Enschede Oost/Glanerbrug en MFSA Zuid) is de berekening gebaseerd op de teams van alle verenigingen die hier na de clustering zijn gehuisvest en het huidige aantal en soort velden op deze locaties. In tabel 11 is weergegeven op welke locaties er op grond van deze berekening sprake is van tekort of een overschot aan veldcapaciteit. Voor de benodigde wedstrijdcapaciteit is de zaterdag (drukste speeldag) leidend.
21
Tekort capaciteit Wedstrijdcapaciteit
Overschot capaciteit
Trainingscapaciteit
Wedstrijdcapaciteit
Rigtersbleek
Rigtersbleek
Emos
Het Wooldrik
Het Wooldrik
Wesselerbrink-Midden
Zoutendijk
Zoutendijk
Trainingscapaciteit Emos
Enschede Oost/Glanerbrug* MFSA Schreurserve* De Zweede Tabel 11: verhouding vraag aanbod wedstrijdvelden op zaterdag
*=clusterlocatie
De tabel laat zien dat er op 6 locaties sprake is van een tekort aan veldcapaciteit en met name aan wedstrijdcapaciteit. Dit tekort doet zich voor op de zaterdagen, wanneer de meeste teams competitie spelen. Landelijk is er al jaren sprake van een verschuiving van de wedstrijden van de senioren van de zondag naar de zaterdag. Ook in Enschede is dit aan de orde. In het sportjaar 2021 – 2022 hadden de verenigingen samen 449 teams die speelden in de weekendcompetitie. In het sportjaar 20242025 is dit gegroeid naar 503 teams (+ 54 teams). Het aantal teams dat op zaterdag speelt groeide in deze periode van 376 naar 451 (+ 75 teams) en het aantal teams dat op de zondag speelt daalde van 73 naar 52 (- 21 teams). De druk op de zaterdag is dus beduidend toegenomen. De knelpunten op de clusterlocaties Enschede Oost/Glanerbrug en MFSA Schreurserve doen zich pas voor als de clustering wordt gerealiseerd. Het oplossen van het tekort aan veldcapaciteit is onderdeel van het traject van uitvoering van de clustering. Ontwikkeling benodigde capaciteit tot 2040 De populariteit van de voetbalsport is in Enschede na een periode van daling sinds 2021 weer toegenomen en ligt met een percentage van 6,9% inwoners met een lidmaatschap bij de bond nu iets boven het landelijke gemiddelde. Bij de voetbalverenigingen stromen de leden in de regel als jeugdlid in.
Ondanks de verwachte groei van de bevolking tot 2040 met circa 10.000 inwoners neemt het aantal kinderen in de periode 2024 – 2040 niet toe. Het aantal daalt aanvankelijk en stijgt vervolgens weer. In 2044 zijn er naar verwachting 311 kinderen meer in het basisonderwijs. In het voortgezet onderwijs ligt het aantal kinderen in 2044 566 lager. Bij een gelijkblijvende populariteit van de voetbalsport zal het aantal voetballers in Enschede de komende jaren waarschijnlijk niet stijgen, maar ongeveer gelijk blijven. Een verdere verschuiving van het aantal teams van de zondag naar de zaterdag neemt de benodigde capaciteit aan wedstrijdvelden verder toe. Op grond van de actuele woningbouwplanning worden de meeste nieuwe woningen gebouwd in de stadsdelen Noord en Centrum. Dit kan leiden tot meer instroom bij de verenigingen in stadsdeel Noord en nabij stadsdeel Centrum.
3.2.2
Tennis en padel
Algemene punten Tennis en padel vallen beiden onder de tennisbond (KNLTB). De KNLTB heeft op dit moment geen exact inzicht in het aandeel leden dat uitsluitend tennis of uitsluitend padel speelt. Doel is dit wel inzichtelijk te krijgen. Niet alle tennissers of padelspelers zullen overigens lid zijn van de KNLTB. Er is bij tennis en padel ook commercieel aanbod en ook steeds meer verenigingen bieden de mogelijkheid aan niet-leden aan om banen te huren. In 2020 was 2,5% van de inwoners van Enschede lid van de KNLTB, wat lager was dan het landelijk gemiddelde van 3% en het gemiddelde van de referentiegemeenten van 3,3%. In 2023 was dit percentage gestegen naar 2,9%, wat gelijk staat aan een toename van ruim 600 bondsleden in Enschede. Het landelijke gemiddelde steeg in deze periode naar 3,5%. De landelijke toename van het aantal bondsleden hangt voor een groot deel samen met de groei van het aanbod aan padelbanen bij verenigingen. Echter ook bij de verenigingen die geen padelbanen aanbieden is er gemiddeld sprake van een lichte groei in het ledenaantal in de laatste jaren. In Enschede zal de groei ook voor een groot deel samenhangen met padel. Het aanbod aan padelbanen is sinds 2020 duidelijk gegroeid. In 2024 is huidige aantal outdoor tennisbanen in Enschede 71 en het aantal leden van de KNLTB 4.690. Dit leidt tot een gemiddelde baandruk (aantal spelers per baan) van 66.
In de praktijk is de gemiddelde baandruk waarschijnlijk lager omdat 22
het aantal leden dat uitsluitend padel is, onbekend is en is opgenomen in deze berekening. De KNLTB gaat uit van een benodigde capaciteit van 1 tennisbaan per 70-90 spelers, waarmee de totale capaciteit in ieder geval toereikend is. Wel is er sprake van verschillen op verenigingsniveau. Bij 4 tennisverenigingen, waaronder de studententennisvereniging, was er in 2022 duidelijk sprake van een overcapaciteit aan tennisbanen (baandruk tussen de 15 en 41). Bij 5 verenigingen sloot de baandruk aan bij de richtlijn van de tennisbond (baandruk tussen 73 en 93). Bij 1 vereniging (TV Topspinners) was er sprake van een hoge baandruk (141). Deze vereniging had in 2022 echter ook 3 padelbanen, wat een vertekend beeld geeft. Er zijn voor zover bekend bij de gemeente en de KNLTB, geen knelpunten op het gebied van de capaciteit aan tennisbanen op een specifieke locatie. In 2024 is er in Enschede een aanbod van 14 outdoor padelbanen en 15 indoor padelbanen. Hiervan zijn 10 outdoor banen in eigendom van 3 tennisverenigingen. Het overige aanbod is commercieel aanbod. De populariteit van padel is nog steeds groeiend en de groei van het aantal banen loopt vaak nog achter bij de vraag. Momenteel beoefent 1,7% van de Nederlanders padel. De KNLTB gaat er op basis van onderzoek vanuit dat er een groeipotentie is naar 2,5%, waarbij wordt uitgegaan dat 50% outdoor padel speelt en 50% indoor.
Op basis van bovenstaande cijfers maakt de KNLTB per regio een analyse van de verhouding tussen vraag en aanbod. Er vindt nog nader onderzoek plaats naar de juiste norm voor de baandruk (aantal spelers per baan). Momenteel wordt voor een outdoor baan uitgegaan van 75 spelers per baan (bandbreedte (60-90) en voor een indoor baan van 200 spelers per baan (bandbreedte 160-240). Als we de cijfers van de KNLTB toepassen op Enschede dan is er sprake van een actuele behoefte aan 18 outdoor padelbanen en 7 indoor padelbanen. Hiermee is er een tekort van 4 outdoor padelbanen. Het aantal indoor padelbanen is meer dan toereikend. Bovenstaande sluit aan bij de praktijk. De tennisverenigingen T.E.Z., die al beschikt over 3 outdoor padelbanen wil dit aantal graag uitbreiden. Daarnaast willen ook de verenigingen TV Het Wooldrik, LSV Lonneker en de studententennisvereniging graag outdoor padelbanen aanleggen. Bij Het Wooldrik is de haalbaarheid al onderzocht en blijkt dit niet mogelijk in relatie tot de afstand tot de omliggende woningen (geluidshinder). Ontwikkeling benodigde capaciteit tot 2040 De KNLTB verwacht voor de lange termijn een op landelijk niveau een behoefte aan tennis bij 2,5% van de inwoners. Ook bij padel wordt uitgegaan van een groeipotentie naar 2,5%.
Als we voor tennis voorzichtigheidshalve uitgaan van een 2,8%, dan leidt dit in Enschede bij een groei naar 170.000 inwoners tot 4.760 tennissers. De norm voor de baandruk bij tennis is al lang niet meer aangepast. Momenteel vindt hier onderzoek naar plaats en de verwachting is dat deze norm neerwaarts wordt bijgesteld (minder spelers per baan). Als we rekenen met de ondergrens van de huidige norm van 70 spelers per baan, dan zijn er bij 4.760 tennissers 68 banen nodig. Dit sluit aan bij de huidige capaciteit van 71 banen. Als het aantal inwoners dat padel wil spelen in Enschede groeit tot 2,5%, dan leidt dit bij een groei naar 170.000 inwoners tot 2.125 indoorspelers en 2.125 outdoor spelers. Rekenend met de ondergrens van de huidige norm van 60 spelers per outdoor baan en 160 spelers per indoor baan, dan zijn er bij 170.000 inwoners 35 outdoor en 13 indoor banen nodig. Dit betekent een flinke uitbreiding van het aantal outdoor banen (nu 14). Het aantal indoorbanen blijft toereikend. Bij padel is er sprake van een relatief grote reisbereidheid. De KNLTB gaat ervan uit dat mensen tot 10 kilometer willen reizen om outdoor padel te kunnen spelen en tot 20 kilometer om indoor padel te kunnen spelen. Daarom onderzoekt de KNLTB ook de benodigde capaciteit op regionaal niveau.
In de ‘padelregio’ waarin Enschede valt bevinden zich momenteel 26 outdoorbanen versus een behoefte van 35 banen (bij 75 spelers per baan) en 18 indoorbanen (bij 200 spelers per baan) wat aansluit bij de behoefte. Bij een groei tot 2,5% stijgt de behoefte in de regio naar 52 outdoorbanen en 28 indoorbanen.
23
3.2.3
Hockey
Algemene punten In 2020 was 1% van de inwoners van de gemeente Enschede lid van de hockeybond. In 2023 was dit licht gestegen naar 1,1%. Het landelijke gemiddelde bleef in deze periode gelijk met 1,4%. Het gemiddelde in de referentiegemeenten lag in 2020 met 1,8% wat hoger. De velddruk (aantal spelers per veld) was in 2022 (op basis van het aantal leden in 2020) 241 spelers per veld. Dit was lager dan het landelijke gemiddelde van 262 en fors lager dan het gemiddelde van de referentiegemeenten 325. Op verenigingsniveau was er sprake van een overschot aan capaciteit bij de studentensportvereniging (0,8 veld op zondag en een heel veld op zaterdag). Prinses Wilhelmina (PW) had een tekort van 0,8 veld op de zaterdag. Bij EHV was vraagaanbod het beste in balans met een beperkt overschot van 0,2 veld op de zaterdag en een hoger overschot op zondag. Bij hockey geldt de vuistregel dat een vereniging die op beide speeldagen voldoende veldcapaciteit heeft ook voldoende capaciteit heeft voor de trainingen. Bij een tekort aan wedstrijdcapaciteit is er mogelijk een tekort aan trainingscapaciteit. Dit hangt samen van de mate van tekort aan wedstrijdcapaciteit. Ten opzichte van de situatie in 2022 is de veldcapaciteit bij EHV toegenomen van 3 naar 4 velden. De vereniging beschikt tevens over een blaashal voor zaalhockey die op 1 van de eigen velden wordt gezet.
De vereniging houdt hierdoor voldoende capaciteit en heeft ruimte voor groei. Ontwikkeling benodigde capaciteit tot 2040 Net als bij voetbal stromen ook bij hockeyverenigingen de leden in de regel als jeugdlid in. Op basis hiervan wordt er voor de periode tot 2040 geen groei van het aantal hockeyers verwacht, tenzij de populariteit van de hockeysport groeit. EHV heeft momenteel het 4e veld niet nodig voor de veldhockeywedstrijden en kan dus nog groeien binnen de bestaande veldcapaciteit. De studentenhockeyvereniging heeft de 2 velden nodig, maar heeft wel nog ruimte om groei op te vangen binnen deze capaciteit. Bij PW kampt nog steeds met een tekort aan veldcapaciteit. Op het eigen sportpark is geen ruimte om de veldcapaciteit uit te breiden. Door de gemeente is aangegeven dat de vereniging aanvullend gebruik maakt van de velden van de studentenhockeyvereniging. Beide clubs zijn gehuisvest in het stadsdeel Noord, waarmee er sprake is van een geografisch goede aansluiting. Het exacte gebruik is niet bekend. Ook is niet bekend of dit op lange termijn een passende oplossing is voor PW.
3.2.4
Overige takken van sport
Voor de overige takken van buitensport (korfbal, beachvolleybal, honk- en softbal, atletiek, rugby en American Football is de huidige capaciteit van de voorzieningen toereikend voor het huidige gebruik. Tevens is er bij alle voorzieningen ruimte om een eventuele groei van het aantal leden op te vangen. Bij een gelijkblijvende populariteit van deze takken van sport is geen ledengroei te verwachten. Bij American Football is het gebruik van het beschikbare veld minimaal. De vereniging heeft alleen 1 seniorenteam.
24
4.
Beleidskaders
In dit hoofdstuk wordt een voorstel gedaan voor de beleidskaders op basis waarvan in de toekomst onderbouwde besluiten met betrekking tot het aanbod van sportaccommodaties kunnen worden genomen. Bij de uitwerking van de beleidskaders zijn de relevante uitgangspunten die vastliggen in het gemeentelijke beleid betrokken. Deze zijn daarom eerst uitgewerkt in paragraaf 4.1. Daarnaast geldt dat op basis van de analyse in de hoofdstukken 1 en 2 inzicht is ontstaan in de actuele knelpunten en toekomstige behoeften. Daarom worden in paragraaf 4.2.aanvullend op de beleidskaders ook een aantal aanbevelingen gedaan.
4.1
De contouren: Uitgangspunten gemeentelijk beleid
De uitgangspunten van het gemeentelijke beleid dat een relatie heeft met het te ontwikkelen sportaccommodatiebeleid, zijn vastgelegd in diverse beleidsdocumenten en in de overeenkomsten tussen de gemeente en Sportaal. Daarnaast zijn er uitgangspunten voor de clusterlocaties vastgesteld. In deze paragraaf zijn deze uitgangspunten op een rij gezet. Concessieovereenkomst gemeente – Sportaal (2017) Het beheer en de exploitatie van de gemeentelijke sportaccommodaties wordt uitgevoerd door Sportaal. In tabel 12 is de huidige verdeling van eigendommen en in de verantwoordelijkheden in exploitatie, beheer en onderhoud weergegeven: Onderdeel
Vastgoedbedrijf Enschede
Sportaal
Eigendom
Binnensportaccommodaties
Inrichting binnensportaccommodaties
Grond sportparken
Sportvloeren binnensportaccommodaties
Een aatal opstallen op sportparken
Sportvelden op sportparken
Beheer, exploitatie, dagelijks onderhoud Groot onderhoud
Alle gemeentelijke sportaccommodaties Binnensportaccommodaties
Sportvelden op sportparken
Een aantal opstallen op sportparken
Sportvloeren binnensportaccommodaties Sportinventaris binnensport
Vervanging
Sportvelden op sportparken Sportvloeren binnensportaccommodaties Sportinventaris binnensport
Tabel 12: verdeling eigendom en taken sportaccommodaties gemeente - Sportaal De afspraken over de uitvoering van de taken Sportaal zijn vastgelegd in een concessieovereenkomst die loopt van 1-1-2017 t/m 31-12- 2026. Daarnaast zijn er huurovereenkomsten. De afspraken zien er als volgt uit: Sportaal huurt de accommodaties die eigendom zijn van de gemeente tegen een kostendekkend tarief. Hiervoor zijn 3 hoofdhuurovereenkomsten gesloten: activa, sportparken en gebouwen. Per activum, sportpark en gebouw zijn aanvullend hierop afzonderlijke huurovereenkomsten gesloten. De looptijd van deze overeenkomsten sluit aan bij de looptijd van de hoofdhuurovereenkomst, uitgezonderd de overeenkomsten van de activa. De looptijd is hier gekoppeld aan de resterende levensduur. Sportaal brengt geen kostendekkende maar maatschappelijke huurtarieven in rekening bij de gebruikers. De gemeente heeft kaders gesteld voor de hoogte van de maatschappelijke tarieven. Sportaal ontvangt van de gemeente (Sportbeleid) jaarlijks een lumpsumbijdrage voor de exploitatie van de sportaccommodaties. Voor het groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen van de accommodaties vormt Sportaal een onderhoudsvoorziening / vervangingsreserve. Sportaal ontvangt naast de lumpsumbijdrage de vaste en variabele vergoeding voor het bewegingsonderwijs.
Voor de gymzalen en sportzalen ontvangt Sportaal ook een stichtingskostenvergoeding. De stichtingskostenvergoeding is ter compensatie voor de door Sportaal te betalen huur voor deze accommodaties. Sportaal verzorgt de inroostering van het bewegingsonderwijs van het primair onderwijs op basis van afspraken met onderwijs (bijlage 3 bij overeenkomst). Sportaal maakt in combinatie hiermee ook de roosters voor de vakleerkrachten en ontvangt hiervoor een vergoeding van de schoolbesturen. 25
De gemeente heeft kaders gesteld voor de prioritering bij de toewijzing van gebruik van accommodaties. Een verdieping hierop is gewenst. Sportaal ontvangt tot slot gelden voor de inzet van personeel voor de uitvoering van sportactiviteiten, ondersteuning van sportverenigingen en de ontwikkeling van de eigen organisatie. Deze gelden zijn niet direct gerelateerd aan de exploitatie van de sportaccommodaties. Beleidsregels publieke taak leningen en garanties gemeente Enschede (2018) In deze beleidsregel zijn de spelregels voor het verstrekken van leningen en garantstellingen door de gemeente Enschede vastgelegd. Sportverenigingen voldoen (in de regel) aan de criteria die zijn gesteld aan rechthebbenden. De belangrijkste criteria voor sportverenigingen zijn: De investering moet bijdragen aan het gemeentelijk beleid en het openbaar belang. Een lening of garantstelling is essentieel voor het voortbestaan of in voldoende mate kunnen functioneren van de aanvrager (functionaliteitscriterium). De organisatie kan de investering niet zelf kan financieren of kan niet een lening of garantstelling krijgen bij een financiële instelling (vangnetcriterium). Een samenwerking met de Stichting Waarborgfonds voor de Sport is een voorwaarde. Het minimale bedrag voor een lening of garantstelling is € 7.500,-. Bij een bedrag hoger dan € 250.000,- geldt dat de gemeenteraad beslist.
Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (2019) en Verordening onderwijshuisvesting (2016) Integraal huisvestingsplan Onderwijs Net als veel gemeenten staat Enschede voor een grote vernieuwingsopgave van de huisvesting van het onderwijs. Accommodaties voor bewegingsonderwijs maken hiervan onderdeel uit. Het IHP Onderwijs beslaat een lange periode (35 jaar) en wordt elke 5 jaar geactualiseerd. Algemene uitgangpunten bij de vernieuwingsopgaven zijn: Primair wordt uitgegaan van renovatie (vernieuwbouw). Nieuwbouw vindt plaats als met renovatie niet kan worden voldaan de gedefinieerde duurzaamheids- en kwaliteitseisen of als de kosten voor renovatie hoger zijn dan voor vervangende nieuwbouw. De kosten van nieuwbouw en renovatie gericht op levensduurverlening komen voor rekening van de gemeente. Bij renovatie geldt dat een levensduurverlenging van minimaal 25 jaar wordt gerealiseerd, maar bij voorkeur 40 jaar. Basisonderwijs: als een school niet beschikt over een gymzaal in het gebouw, dan dient de gymzaal bij voorkeur tot maximaal 1 kilometer, gemeten langs de kortste voor leerlingen begaanbare weg bereikbaar te zijn.
Voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs: indien een school niet beschikt over een gymzaal in het gebouw, dan dient de gymzaal bij voorkeur binnen 1 kilometer hemelsbreedte, maar maximaal binnen 2 kilometer langs de kortste voor leerlingen begaanbare weg bereikbaar te zijn. In de praktijk wordt voor speciaal onderwijs maximaal 1 kilometer aangehouden. Verordening onderwijshuisvesting In de verordening onderwijshuisvesting zijn de volgende uitgangspunten vastgelegd in relatie tot accommodaties voor bewegingsonderwijs: De minimale maatvoering van nieuw te realiseren lokalen voor bewegingsonderwijs is 252 m2 en een hoogte van 5,5 meter. een accommodatie voor bewegingsonderwijs heeft voor het basis- en speciaal onderwijs een capaciteit van 26 klokuren en voor voortgezet onderwijs 40 klokuren. De ruimtebehoefte voor een lokaal bewegingsonderwijs is: Basisonderwijs: 1,5 klokuren voor leerlingen van 6 jaar en ouder Speciaal onderwijs: 2,25 uur per groep van 6 jaar en ouder Voortgezet onderwijs: berekening op basis van model 3 van het ruimtebehoeftemodel De maximale afstanden tussen de school en lokaal voor bewegingsonderwijs zijn: (Speciaal) basisonderwijs: afhankelijk van het aantal klokuren of het aantal groepen leerlingen respectievelijk 1 kilometer 3,5 kilometer en 7,5 kilometer hemelsbreed. Voortgezet (speciaal) onderwijs: 2 kilometer hemelsbreed
26
In een beleidsregel die is toegevoegd aan de verordening is vastgelegd dat in het basisonderwijs toekenning van het aantal klokuren bewegingsonderwijs niet plaatsvindt op basis van het normatieve aantal klokuren maar op basis van het aantal groepen (1,5 klokuur per groep). Tevens kunnen de scholen ook met de groepen 1 en 2 ook 0,75 uur per groep gebruik maken van een lokaal voor bewegingsonderwijs. Voor deze laatste groepen geldt dat dit alleen van toepassing is als er voldoende ruimte beschikbaar is én er een vakleerkracht bewegingsonderwijs wordt ingezet.
Beleidskader Vastgoed Enschede (2021) Het beleidskader vastgoed kent 4 basisuitgangspunten. Vertaald naar het niveau van de sportaccommodaties zijn dit: Gemeentelijke sportaccommodaties leveren een bijdrage aan de doelen van de stad. Gemeentelijke sportaccommodaties worden zo optimaal mogelijk benut, bezet en beheerd. Gemeentelijke sportaccommodaties zijn vanaf 2040 energieneutraal. Regie op sportaccommodaties is een samenspel tussen de beleidsafdeling sport en VBE. Ter nadere invulling hiervan zijn de volgende uitgangspunten vastgelegd: Sportaccommodaties blijven gemeentelijke eigendom. Accommodaties die niet bijdragen aan de doelen van de stad worden afgestoten. Accommodaties waarvan de kosten en baten niet in balans zijn worden afgestoten. De beleidsafdeling sport bepaalt welke behoefte er is aan welk vastgoed voor sport. Accommodaties worden (direct of indirect) kostendekkend verhuurd aan de gebruikers. Subsidie aan gebruikers vindt plaats via de beleidsafdeling sport. Vastgoed zorgt uitsluitend voor instandhouding van bestaande accommodaties. Uitbreiding van accommodaties is alleen mogelijk bij dekking vanuit de beleidsafdeling. Bij de verduurzamingsdoelstelling wordt rekening gehouden met de staat van het pand en technische en bedrijfseconomische beperkingen.
Conceptnota Bewegen, spelen en sport (2024) In deze conceptnota is het nieuwe sport- en beweegbeleid opgenomen dat naar verwachting in het eerste kwartaal van 2025 ter besluitvorming wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. In november 2023 is een voorlopende discussienota besproken in de Stedelijke Commissie – Sociaal. Ten aanzien van de gemeentelijke sportaccommodaties is prioriteit in het beleid dat de basis op orde is. Hoofdambitie en deelambities De basis op orde is vertaald in een hoofdambitie. Deze luidt dat er in 2028 voldoende en goed onderhouden binnensportaccommodaties zijn, waardoor er geen (structurele) knelpunten meer zijn in de verhuur van de sporthallen. Ook heeft Enschede dan een divers aanbod aan accommodaties: gymzalen, sportzalen, sporthallen en zwembaden die efficiënt gebruikt worden. Deze hoofdambitie vertaalt zich voor de gemeentelijke sportaccommodaties in de volgende ambities: De gemeente blijft investeren in sportvoorzieningen voor de breedtesport. De bereikbaarheid en beschikbaarheid van binnensportaccommodaties voor alle inwoners van Enschede zo hoog mogelijk te laten zijn. Uitbreiding van het aantal sporthallen met 2 uitgebreid waarvan een hal in samenwerking met onderwijshuisvesting en het Stedelijk Lyceum Zuid op Diekman-West in de periode 2025-2030.
Het afronden van de clustering op Diekman-Oost met de nieuwbouw van het clubhuis door rugbyvereniging ERC’69. Voortzetten van de clustering van sportverenigingen en efficiënter gebruik van sportparken door realisatie van 2 multifunctionele sportparken in Enschede-Zuid en Schreurserve met duurzame toekomstbestendige voorzieningen en met een moderne uitstraling en het faciliteren van de verhuizing van SV Sportlust naar GVV Eilermark. Zorgen voor een duurzame en meerjarige exploitatie van de ijsbaan Twente door een externe partij. Uitvoeren van de Zwembadvisie Enschede 2021-2050. Uitgangspunten Gekoppeld aan de realisatie van de ambities zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd:
27
De gemeente Enschede wil ruimte bieden voor een diversiteit aan sporten. De gemeente ziet het als haar verantwoordelijkheid en taak om te zorgen voor kwalitatief goede en voldoende breedtesportvoorzieningen/ accommodaties in Enschede. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Sportverenigingen kunnen sporten op een plek die passend is voor het kunnen uitoefenen van de sport. Sportaccommodaties zijn open, toegankelijk (fysiek en financieel) en bereikbaar voor alle inwoners. Efficiënt en multifunctioneel gebruik en bezetting van sportlocaties door combinatie van onderwijs en sportverenigingen, met modernere inrichting van sportruimtes het liefst gebaseerd op het principe ‘Veelzijdig bewegen’. Zo min mogelijk solitair bouwen. Binnensportvoorzieningen liggen dichtbij scholen in de wijk en verspreid over de stad. Gemeentelijke sportlocaties zijn duurzaam en toekomstbestendig conform het beleidskader Vastgoed 2021. Primair wordt uitgegaan van renovatie van gymzalen (vernieuwbouw). Waar mogelijk wordt de combinatie met verenigingssport gezocht. Om de betaalbaarheid van sport te waarborgen, kunnen verenigingen en inwoners van Enschede tegen maatschappelijk tarief de accommodaties huren. Daar waar mogelijk faciliteren en ondersteuning bieden aan sportverenigingen op niet-gemeentelijke sportparken.
Voor de kunstgrasvelden is in 2020 (door een apart raadsbesluit) bepaald dat er bij vervanging zo mogelijk wordt gekozen voor natuurgrasvelden. Dit vanwege de behoefte aan vergroening en vanwege de voordelen van natuurgras in relatie tot de milieuaspecten zoals vermogen tot CO2-absorptie, betere warmteregulering en betere afvoer van regenwater. Ook de betere speltechnische eigenschappen worden als argument benoemd. Als vervanging door natuurgras niet mogelijk is vanwege benodigde capaciteit, dan wordt gekozen voor de meest natuur- en milieuvriendelijke variant van kunstgras. Clustering sportparken (2024) De clustering op de locatie Diekman Oost is nagenoeg afgerond. In juli 2024 heeft de gemeenteraad via de zomernota vanaf 2027 middelen beschikbaar gesteld voor de 3 andere clusterlocaties: Schreurserve, Oost/Glanerbrug en Zuid. Daarnaast zijn er uitgangspunten vastgesteld voor de nog te realiseren clusterlocaties. Onderstaand zijn samengevat de belangrijkste uitgangspunten weergegeven (in relatie tot de toekomstige situatie): Clustering moet leiden tot meer samenwerking en verbinding tussen de verenigingen. Fusie is geen verplichting. De parken vervullen ook een ontmoetingsfunctie en zijn overdag toegankelijk voor wijkbewoners. Er wordt ruimte geboden voor medegebruik van voorzieningen door maatschappelijke partners.
Van een MFSA maken bij voorkeur 1.500 en minimaal 1.200 spelende leden gebruik. Als na realisatie van een MFA het aantal leden daalt onder 1.200 is aansluiting van nieuwe gebruikers gewenst De gemeente bouwt de MFSA’s en financiert de bouw en de inrichting die nodig is voor aanbieden kernactiviteit: het aanbieden van sportactiviteiten door (voetbal)verenigingen voor hun leden. Uitgangspunt voor de bouw (PVE): functioneel en doelmatig met toepassing van kwaliteitsnormen KNVB. De gemeente verhuurt het gehele sportpark inclusief de MFSA’s aan Sportaal. Sportaal verhuurt het sportpark en de MFSA’s aan de verenigingen/een door de verenigingen opgerichte stichting. Voor de verdeling van de verantwoordelijkheden voor onderhoud en exploitatie worden demarcatielijsten opgesteld: gemeente – Sportaal en Sportaal – verenigingen. Sportaal betaalt een kostendekkende huur aan VBE. Sportaal verhuurt de velden aan verenigingen tegen een maatschappelijke huur (conform huidig beleid). Voor de MFSA wordt eveneens een niet-kostendekkende huur voorzien. Sportaal ontvangt ter compensatie voor deze niet-kostendekkende huur een exploitatiebijdrage van de gemeente. Het aantal benodigde velden en kleedlokalen wordt bepaald op basis richtlijn KNVB aangevuld met een verfijningsmethode van Sportaal die uitgaat van meer efficiency bij clustering en een groei van 20%.
28
4.2
Beleidskaders
In deze paragraaf is, binnen de in paragraaf 4.1 gepresenteerde contouren, een beleidskader uitgewerkt op basis waarvan afwegingen kunnen worden gemaakt bij de actuele en toekomstige huisvestingsvraagstukken voor de sport. De te maken keuzes bij sportaccommodatiebeleid zijn in te delen in de volgende onderdelen: 1. Capaciteit (paragraaf 4.2.1). 2. Functionaliteit (type) en kwaliteit (paragraaf 4.2.2). De uitwerking vindt daarom plaats op basis van bovenstaande onderdelen. Wel geldt dat er samenhang en overlap zit tussen de onderdelen. Om voldoende overzicht te houden vindt uitwerking per onderdeel plaats, waarbij wel de relaties en verbanden worden aangegeven.
4.2.1
Capaciteit
Sporthallen en sportzalen In hoofdstuk 1 is berekend dat de behoefte aan sporthallen in Enschede vanuit de sportverenigingen uitkomt op 1 hal per 22.500 inwoners (exclusief de studentenpopulatie). Dit vraagt om uitbreiding van het aantal sporthallen van 5 naar 7. Hierdoor zou er voldoende capaciteit moeten zijn bij een groei naar 157.500 inwoners (exclusief de studentenpopulatie), wat overeenkomt met de verwachte groei tot 2040. Op grond van de beleidsuitgangspunten van de gemeente Enschede is een efficiënt en multifunctioneel gebruik van accommodaties vereist. Voorgesteld wordt het toetsingskader voor het bepalen van de benodigde capaciteit aan sporthallen te verbreden met de mate van gebruik. Hiervoor kan worden aangesloten bij de scores die op basis van landelijke referenties zijn gekoppeld aan het gecombineerde jaargebruik door onderwijs en sport, zoals weergegeven in tabel 13 (herhaling van tabel 3 in hoofdstuk 1). Score
Sporthal
Sportzaal
Goed
>2.500
> 2.100
Ruim voldoende
2.100 - 2.500
1.700 - 2.100
Voldoende
1.900 - 2.100
1.500 - 1.700
Matig
1.500 - 1.900
1.100 - 1.500
Onvoldoende
< 1.500
< 1.100
Tabel 13: beoordeling jaargebruik sporthallen en sportzalen op basis van landelijke referenties Voorgesteld wordt om te kiezen voor de score ruim voldoende. Met de score goed wordt de lat te hoog gelegd. Er is immers sprake van gebruik dat niet jaarrond is (korfbal en hockey). Daarnaast vormt ook een zoveel mogelijk geclusterd gebruik van verenigingen een uitgangspunt. Beide factoren maken dat het (jaarrond) benutten van 100% van de capaciteit van een sporthal niet haalbaar is.
Beleidskader capaciteit sporthallen Een extra sporthal wordt gerealiseerd als: Er behoefte is aan een extra sporthal op grond van de gebruiksvraag van de zaalsportverenigingen én Er minder dan 1 sporthal per 22.500 inwoners is (exclusief de studentenpopulatie) én Het gemiddelde jaargebruik van de sporthallen (inclusief de nieuwe hal) hoger is dan 2.100 uur. Bij het gemiddelde jaargebruik van 2.100 uur wordt een verwachte groei binnen een periode van 10 jaar meegerekend.
Het rekenen zonder de capaciteit van de studentenpopulatie betekent dat de scheiding tussen de gemeentelijke sporthallen en de sporthallen van de Universiteit Twente (UT) in stand blijft. Er is op dit moment geen aanleiding om dit te wijzigen. De UT heeft de capaciteit van de 2 eigen sporthallen volledig nodig en er is in deze hallen geen ruimte voor gebruik door andere sportverenigingen. Er zijn wel signalen dat de capaciteit van de 2 sporthallen voor de studentenverenigingen ontoereikend is. Dit is ook zichtbaar in een beperkt medegebruik van de gemeentelijke binnensportaccommodaties door de
29
studentenverenigingen (nu geplaatst in sportzalen). De verwachting is dat bij de realisatie van 2 extra sporthallen door de gemeente de ruimte aanvankelijk niet voor 100% nodig zal zijn voor de reguliere sportverenigingen. Dit biedt ruimte voor de studentenverenigingen. In hoofdstuk 1 werd duidelijk dat er bij de sportverenigingen vooral een behoefte is aan gebruik van sporthallen en in mindere mate aan sportzalen. De sportzalen hebben met name een belangrijke functie voor de turnverenigingen. Hierdoor is medegebruik door de zaalsportverenigingen minder efficiënt (teveel versnippering). Momenteel worden 7 van de 9 sportzalen in Enschede ingezet voor medegebruik door sportverenigingen. Van deze 7 zalen is het gebruik van 1 zaal (van ROC van Twente) recent toegevoegd wegens gebrek aan sporthalcapaciteit. De zaal wordt ingezet voor trainingen van Twente ’05 (volleybal). Als het aantal sporthallen van 5 naar 7 kan worden uitgebreid dan lijkt er geen noodzaak om op termijn extra sportzalen te realiseren. Er zullen dan uren van de sportzalen verschuiven naar de sporthallen, waardoor er weer ruimte vrij komt in de sportzalen voor andere gebruikers. Zo nodig kan het medegebruik van de sportzaal van het ROC van Twente worden voortgezet.
Als beleidskader voor het aantal sportzalen wordt daarom voorgesteld geen koppeling te leggen met het aantal inwoners, maar uitsluitend met de behoefte aan gebruik van sportzalen door sportverenigingen. Vanuit de uitgangspunten efficiënt en multifunctioneel gebruik wordt er net als bij de sporthallen een relatie gelegd met de mate van gebruik.
Beleidskader capaciteit sportzalen Een extra sportzaal wordt gerealiseerd als: Er behoefte is aan een extra sportzaal op grond van de gebruiksvraag van de zaalsportverenigingen én Het gemiddelde jaargebruik van de sportzalen (inclusief de nieuwe zaal) hoger is dan 1.700 uur. Bij het gemiddelde jaargebruik van 1.700 uur wordt een verwachte groei binnen een periode van 10 jaar meegerekend.
Aanbevelingen capaciteit sporthallen Momenteel is voor één van de twee gewenste nieuwe sporthallen een locatie in beeld: Diekman-West. De realisatie is gekoppeld aan de noodzaak tot vernieuwing van de sportzaal en de gymzaal van het Stedelijk Lyceum College Zuid (Tiemeister). Voor de gewenste 2e extra sporthal wordt aanbevolen op korte termijn een locatieonderzoek te starten. Ook hier geldt dat een combinatie met gebruik door onderwijs de voorkeur heeft. Bij een groeiende behoefte vanuit zowel de sportverenigingen als de studentensportverenigingen kan in een later stadium de meerwaarde van het gezamenlijk realiseren van een achtste sporthal worden onderzocht. Gymzalen Binnen het IHP onderwijs wordt geen daling van het aantal gymzalen voorzien. In de analyse in hoofdstuk 1 is naar voren gekomen dat het huidige aantal gemeentelijke gymzalen voor de sportverenigingen en andere sportaanbieders toereikend is. Er zijn hiernaast 24 niet-gemeentelijke gymzalen (in hoofdzaak eigendom van de schoolbesturen). Bij behoefte aan extra capaciteit ligt hier een oplossing. In relatie tot het beleidskader voor het benodigde aantal gymzalen is verder het volgende van belang: De afstandseisen in de beleidsuitgangspunten van het IHP Onderwijs en de huisvestingsverordening onderwijs sluiten niet naadloos bij elkaar aan.
Geadviseerd wordt dit te betrekken in de actualisaties van het IHP Onderwijs en de onderwijshuisvestingsverordening. Gezien het tekort aan sporthallen is het van belang dat bij realisatie van nieuwe gymzalen ook de mogelijkheid van clustering naar een sporthal of sportzaal wordt onderzocht.
30
Beleidskader capaciteit gymzalen Het benodigde aantal gymzalen komt voort uit de (toekomstige) behoefte aan gymzalen voor het bewegingsonderwijs door de scholen. Via Sportaal worden alle gymzalen die eigendom zijn van de gemeente ingezet voor medegebruik door sportverenigingen en andere sportaanbieders. Als dit ontoereikend is, wordt onderzocht welke gymzalen in eigendom van schoolbesturen aanvullend kunnen worden ingezet. Medegebruik verloopt bij voorkeur via Sportaal. Bij de vernieuwing van gymzalen wordt altijd beoordeeld of er een mogelijkheid is tot clustering naar een sportzaal of een sporthal. Als deze mogelijkheid er is, dan wordt op basis van de actuele ontwikkelingen in de behoefte aan sporthallen en sportzalen bij sportverenigingen een afweging gemaakt.
Toewijzing gebruik binnensportaccommodaties Sportaal verzorgt de inroostering van de binnensportaccommodaties. Vanuit de gemeente is voor de prioritering in de toewijzing van het gebruik het volgende kaders gesteld: 1e prioriteit: onderwijsinstellingen, sportverenigingen, doelgroepen, maatschappelijke instellingen en individuele inwoners uit Enschede; 2e prioriteit: onderwijsinstellingen, sportverenigingen, doelgroepen, maatschappelijke instellingen en individuele inwoners uit de regio; 3e prioriteit: maatschappelijke evenementen en activiteiten vanuit Sportaal of met medewerking van Sportaal (maatschappelijk ondernemerschap); 4e prioriteit: commerciële bedrijven en/of organisaties uit Enschede, de regio of buiten de regio. Deze kaders zijn globaal en er is behoefte aan een meer specifieke uitwerking. Bij het toekennen van het gebruik voor een nieuw schooljaar/sportjaar wordt eerst het gebruik dat valt onder prioritering 1 geplaatst. Het grootste deel van de gebruikers van de binnensportaccommodaties valt (logischerwijze) binnen prioriteit 1. Deze prioriteit bevat verschillende gebruikersgroepen. Hier dient eerst een volgorde van prioriteit te worden bepaald. Dit is vastgelegd in een basisbeleidskader. Hierna kunnen bij knelpunten nadere criteria worden gehanteerd om te komen tot een toewijzing.
Hierbij spelen zowel de belangen van de gebruikers als het uitgangspunt dat accommodaties efficiënt worden gebruikt een rol. Criteria die vanuit dit perspectief kunnen worden betrokken bij de toewijzing zijn vastgelegd in het aanvullend beleidskader:
Basisbeleidskader prioritering toewijzing gebruik binnensportaccommodaties Scholen voor (speciaal) basis en (speciaal) voortgezet onderwijs hebben voorrang op alle andere gebruikers voor het plaatsen van de lessen bewegingsonderwijs die scholen op grond van hun wettelijke taak moeten invullen. Hierna hebben sportverenigingen voorrang op alle andere gebruikers.
Aanvullend beleidskader prioritering toewijzing gebruik binnensportaccommodaties Structureel gebruik (= wekelijks gebruik) heeft voorrang op incidenteel gebruik. Historisch gebruik (= gebruikers met structureel gebruik, die al jarenlang een vast uur / vaste uren huren) heeft voorrang op ander potentieel gebruiker. Historisch gebruik wordt alleen verplaatst naar een andere passende accommodatie ten gunste van een andere gebruiker als: er een duidelijk belang is voor de verplaatsing. bijvoorbeeld: de andere gebruiker heeft de specifieke functionaliteit van de accommodatie nodig. de verplaatsing leidt niet tot knelpunten in relatie tot de herkomst van de leden bijvoorbeeld: de historische gebruiker heeft een wijkfunctie dat verplaatsing leidt niet tot organisatorische knelpunten bijvoorbeeld: de verplaatsing leidt voor de historische gebruiker tot een te grote versnippering van het gebruik Lang gebruik (> 20 weken per jaar) heeft voorrang op kort gebruik (< 20 weken per jaar). Bij een sportzaal: de huur van 2 zaaldelen heeft voorrang op de huur van 1 zaaldeel. Bij een sporthal: de huur van de hele sporthal heeft voorrang op de huur van een deel van de sporthal.
31
Het basisbeleidskader stelt 2 gebruikersgroepen voorop: het (speciaal) basis- en (speciaal) voortgezet onderwijs en de sportverenigingen. Het onderwijs heeft een wettelijke taak om bewegingsonderwijs in te vullen. Gebruik van binnensportaccommodaties door de scholen voor dit doel dient daarom voorrang te krijgen op alle andere gebruikers. Daarna is het gebruik van sportverenigingen voorop geplaatst. Sportverenigingen bedienen in de regel veel leden en bieden meerdere activiteiten aan (trainingen en wedstrijden) en kennen een hoge mate van inzet van vrijwilligers. Dit maakt de planning en organisatie meer complex dan bij andere gebruikers. Borging van passend accommodatiegebruik is voor verenigingen van groot belang. Het aanvullend beleidskader vormt geen sluitend instrumentarium, maar bieden wel houvast en geven meer duidelijkheid aan gebruikers. Altijd geldt dat toepassing van de criteria ‘redelijk en billijk’ dient te zijn voor alle gebruikers. Na het plaatsen van de gebruikers die vallen binnen prioriteit 1, kan gebruik van de achtereenvolgens de prioriteiten 2, 3 en 4 worden geplaatst. Voor prioriteit 2 kan eveneens het beleidskader worden gehanteerd. Van belang is dat de toewijzing die voor een schooljaar/sportjaar is gedaan definitief is. Een gebruiker die gedurende het sportjaar/sportseizoen met een gebruiksvraag komt kan nooit een geplaatste gebruiker ‘verdringen’.
Voetbal Op een aantal locaties zijn er knelpunten op het gebied van de beschikbare veldcapaciteit. Dit betreft met name de capaciteit aan wedstrijdvelden. Bij een gelijkblijvende populariteit van de voetbalsport zal het totale aantal voetballers in de periode tot 2040 naar verwachting niet toenemen. Een verdere verschuiving van competitieteams van de zondag naar de zaterdag vergroot de druk op de benodigde veldcapaciteit. De mate waarin er (nieuwe) knelpunten ontstaan hangt samen met de verandering van het aantal leden per locatie. In relatie tot het behoud van voldoende capaciteit aan velden is het van belang dat de verhouding tussen vraag en aanbod per locatie zo goed mogelijk bij elkaar aansluit. Met andere woorden: clubs met resterende veldcapaciteit groeien idealiter en clubs zonder resterende veldcapaciteit groeien idealiter niet. De meeste verenigingen omarmen echter groei, zeker zolang de locatie de mogelijkheid biedt om de veldcapaciteit te vergroten, bijvoorbeeld door omvorming naar kunstgras of door vergroting van het absolute aantal velden. Uitbreiding van veldcapaciteit bij clubs die groeien, kan een valkuil zijn. De groeiende aantrekkingskracht van de club wordt verder gevoed, wat ten koste gaat van de aanwas van leden bij andere clubs. Hier is dan veldcapaciteit over die niet wordt benut.
Tevens kan een daling van het aantal leden leiden tot (financiële) knelpunten bij deze clubs. Daarom adviseren wij in de regel om een duidelijk afwegingskader te hanteren voor de keuze om de veldcapaciteit op een locatie al dan niet uit te breiden. Een afwegingskader geeft op voorhand duidelijkheid aan verenigingen over de wijze waarop de gemeente ‘in de wedstrijd zit’. De vereniging kan hierop haar beleid afstemmen. Het voorgestelde afwegingskader is opgenomen in tabel 14. Belangrijke onderdelen van dit afwegingskader zijn het bepalen van de oorzaak van het (ervaren) capaciteitstekort en de mate waarin dit structureel van aard is.
32
AFWEGINGSKADER UITBREIDING VOETBALVELDEN 1
STAP Is er te weinig capaciteit op grond van de richtlijnen van de KNVB?
JA
NEE
naar 4
naar 2
2
Wordt het tekort veroorzaakt door een beperking in de bespeelbaarheid van velden?
Beoordelen welke maatregelen nodig zijn om dit op orde te krijgen en wie verantwoordelijk is voor uitvoering en financiering.
naar 3
3
Wordt het tekort veroorzaakt door een hogere gebruiksbehoefte dan de richtlijn van de KNVB, bijvoorbeeld door een hoger ambitieniveau?
Geen uitbreiding capaciteit tenzij er sprake is van aansluiting bij vastgesteld sportbeleid.
Geen uitbreiding capaciteit
4
Is er al minimaal 3 jaar sprake van te weinig capaciteit?
naar 5
Geen uitbreiding capaciteit
5
Blijft het tekort op lange termijn bestaan?
naar 6
Geen uitbreiding capaciteit
6
Wordt het tekort (in hoofdzaak) veroorzaakt door instroom/overstap van leden van andere verenigingen in Enschede of van buiten de gemeente Enschede?
Geen uitbreiding capaciteit
Beoordelen op welke wijze het tekort aan capaciteit kan worden opgelost.
Tabel 14: beleidskader capaciteit voetbal Via het afwegingskader wordt eerst bepaald of er daadwerkelijk sprake is van tekort op grond van de richtlijnen van de bond. Vervolgens wordt gekeken naar de oorzaken en de mate waarin dit structureel van aard is. Als de vragen in het kader zijn doorlopen en de uitkomst bij vraag 6 is “nee”, dan kan worden gezocht naar een oplossing. Deze bestaat uit onderstaande opties die in volgorde worden doorlopen: De bestaande veldcapaciteit op de eigen locatie beter benutten door: Uitbreiding van het aantal trainingsuren (vroeger starten, later te eindigen, (meer) trainingen op de vrijdag) Eerder starten en later eindigen van wedstrijden Meer wedstrijden spelen op zondag Een natuurgras trainingsveld gaan gebruiken als wedstrijdveld of andersom en zo nodig veldverlichting plaatsen Gebruik te maken van restcapaciteit op een andere locatie Een natuurgrasveld vervangen door een hybride veld, bijvoorbeeld Grassmasterveld Een natuurgrasveld vervangen door een kunstgrasveld Uitgangspunt is dus dat eerst wordt gekeken naar optimalisatie van het gebruik van de ‘eigen’ velden door een andere planning van de activiteiten of door het maken van een andere verdeling tussen de beschikbare natuurgras wedstrijdvelden en trainingsvelden. Bij ‘omvorming’ van wedstrijdveld naar trainingsveld is dan veelal plaatsing van verlichting nodig.
Als dit niet leidt tot een oplossing, dan is gebruik van overcapaciteit op een andere locatie het eerste uitgangspunt. Het is dan wel van belang dat de er sprake is van een redelijk alternatief. In Enschede zou hierbij een oplossing binnen het stadsdeel en/of een maximale reisafstand kunnen worden gehanteerd. Gebruik van deze oplossing is eenvoudiger als de velden en kleedlokalen in eigendom zijn van de gemeente of Sportaal. Momenteel is een (beperkt) aantal voetbalvelden niet in eigendom bij Sportaal. Op het gebied van de kleedlokalen ligt het eigendom grotendeels bij de verenigingen. De huurovereenkomst van de velden zou in ieder geval zodanig kunnen worden vormgegeven dat medegebruik van velden door andere verenigingen mogelijk is, inclusief het gebruik van de kleedlokalen door de ‘medegebruikende’ vereniging.
33
Als gebruik van een andere locatie geen redelijk alternatief is, komt uitbreiding van de veldcapaciteit op de eigen locatie aan de orde. Dit kan door het toevoegen van een veld (bij voldoende ruimte) of door omvorming van een natuurgrasveld naar hybride veld of kunstgrasveld. Uitbreiding van capaciteit op de eigen locatie is mogelijk tot de maximale capaciteit is bereikt. De maximale capaciteit wordt in ieder geval bereikt als het absolute aantal velden op een locatie gelijk is aan het aantal wedstrijdvelden dat nodig is op de zaterdag. Het aantal benodigde trainingsvelden is nooit hoger dan het benodigde aantal wedstrijdvelden. In principe kunnen alle velden op een locatie daarom worden ingezet als wedstrijdveld. Het aantal benodigde trainingsvelden bepaalt het aandeel van de wedstrijdvelden dat dient te worden uitgevoerd in kunstgras. Aanbevelingen capaciteit voetbalvelden Een verdere teruggang in locaties voor voetbal wordt vanuit een gecombineerd oogpunt van spreiding en behoud van een voldoende totale capaciteit aan velden niet geadviseerd. Zeker bij een verdere groei van de stad (naar meer dan 170.000 inwoners) en een eventuele verdere verschuiving van de seniorenwedstijden naar de zaterdag is de beschikbare capaciteit volledig nodig. Er zijn op dit moment op een aantal locaties knelpunten in de verhouding vraag-aanbod.
De grootste knelpunten zitten in het stadsdeel Oost. Met behulp van het afwegingskader kan worden beoordeeld of uitbreiding van de veldcapaciteit nodig is en wat een passende oplossing is, waarbij ook de beschikbare ruimte op andere locaties (in hetzelfde stadsdeel) wordt betrokken. Op sportpark EMOS zijn 2 van de 6 velden eigendom van de vereniging (inclusief grondeigendom). Op sportpark Ekersdijk (clusterlocatie Enschede Oost/Glanerbrug) zijn alle velden eigendom van de vereniging. Vanuit de verwachting dat alle velden in Enschede in de toekomst toe nodig zijn om invulling te kunnen geven aan de vraag verdient overname van de velden aanbeveling. Met het oog op de toekomst is het goed benutten van de veldcapaciteit per locatie van belang. Het verschuiven van leden tussen verenigingen kan leiden tot nieuwe disbalans en nieuwe knelpunten. Het verschuiven van leden tussen clubs kent veel oorzaken. Problemen bij een vereniging (bestuurlijk, organisatorisch, financieel) liggen hier vaak aan ten grondslag. Het vroegtijdig kunnen ondervangen van problemen kan nieuwe knelpunten in de capaciteit per locatie voorkomen. Verenigingsondersteuning kan bijdragen aan het voorkomen of tijdig oplossen van problemen bij verenigingen. Dit verdient aandacht in het beleid voor verenigingsondersteuning.
Om te voorkomen dat op veel locaties door verschuiving van leden capaciteit moet worden uitgebreid, kunnen (per stadsdeel) locaties worden geselecteerd waar bij knelpunten capaciteit wordt uitgebreid. Bij het beoordelen hiervan dienen aspecten als bereikbaarheid, parkeercapaciteit en effect op de omgeving te worden meegewogen. Bij verschuivingen in ledenaantallen ligt de oplossing dan in gezamenlijk veldgebruik. Dit vraagt samenwerking tussen verenigingen. Eigendom van velden en kleedvoorzieningen bij de gemeente Enschede of Sportaal is hierbij een voordeel. Tennis en padel In hoofdstuk 2 is aangegeven dat het huidige aantal tennisbanen toereikend, ook in relatie tot de verwachte groei van het aantal tennissers op grond van de demografische ontwikkeling. Anders is dit bij padel. Hier is sprake van een groeiende behoefte door de toename van de populariteit van deze sport. De bevolkingsgroei versterkt dit effect. We zagen dat dit leidt tot een tekort aan outdoor padelbanen. De actuele behoefte is berekend op 18 outdoor padelbanen, wat naar verwachting groeit tot 35 padelbanen bij een behoefte aan padel van 2,5% en 170.000 inwoners. Hierbij is uitgegaan van 75 spelers per baan (bandbreedte aantal spelers per baan is vooralsnog 60-90). Het huidige aantal is 14 banen.
Het is uiteraard onzeker of de populariteit van de behoefte aan padel in Enschede daadwerkelijk groeit naar 2,5% van de inwoners. Het verschil tussen 14 en 35 is echter zodanig dat er bij groei van het aantal banen voorlopig geen overcapaciteit ontstaat. Van de 10 tennisverenigingen beschikken 3 verenigingen over padelbanen. Hiervan wil 1 vereniging het aantal banen uitbreiden.
Van
de
andere
7
verenigingen,
willen
3
verenigingen
graag
banen
aanleggen,
waaronder
de
studententennisvereniging. Van 1 vereniging (TV Het Wooldrik) is al bekend dat dit wegens geluidsnormen niet haalbaar is. Gezien de groeiende behoefte is het kunnen realiseren van extra padelbanen door verenigingen een pré. Het biedt de tennisverenigingen extra leden en hiermee versterking van de toekomstbestendigheid. De belangrijkste rol van de gemeente is het faciliteren van de verenigingen. Primair gaat dit om het beoordelen van de mogelijkheden bij de verenigingen die hebben aangegeven padelbanen te willen realiseren/uitbreiden. Aanvullend kan dit gaan om het zoeken naar oplossingen voor verenigingen waarbij dit niet mogelijk is. Een samenwerking tussen verenigingen kan oplossingen bieden. Als er binnen de 34
bestaande locaties van de tennisverenigingen onvoldoende ruimte is om padelbanen te realiseren, zou een nieuwe locatie kunnen worden gezocht die geschikt is om padelbanen aan te leggen. Hiervan zou een aantal verenigingen gezamenlijk gebruik kunnen maken. Op grond van de grotere reisbereidheid voor padel is een dergelijke gezamenlijke locatie geen knelpunt. Aanbevelingen Sportpark Diekman Oost is een ruime centrale locatie. Bij draagvlak voor een gezamenlijke ‘padellocatie’ bij de verenigingen kan haalbaarheid van de inpassing op deze locatie worden onderzocht. Bij een clustering van banen is het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen mogelijk financieel beter haalbaar. Hockey Voor de hockeysport is behoud van een goede spreiding van de leden over beide verenigingen van belang. Als het medegebruik van de velden van de studentenhockeyvereniging niet meer mogelijk is, heeft hockeyvereniging Prinses Wilhelmina een derde veld nodig. De hockeyvereniging deelt het gelijknamige sportpark met golfvereniging Prinses Wilhelmina. De 2 velden zijn omringd door de golfbaan. Inpassing van een extra veld gaat ten koste van de omvang van de golfbaan. Sportaal ziet een kans in het wegvallen van zwembad Slagman. Dit zwembad grenst aan het sportpark en vervalt als het nieuwe zwembad Aquadrome gereed is.
De golfbaan zou op deze plek kunnen worden uitgebreid waarmee het wegvallen van ruimte door een derde hockeyveld kan worden gecompenseerd. Deze optie kan in overleg met de verenigingen worden onderzocht. Overige takken van sport Voor de overige takken van sport is er op grond van de verwachte ontwikkeling van de gebruiksvraag tot 2040 voldoende capaciteit. Vanuit de beleidsuitgangspunten efficiënt gebruik van accommodaties is American Football punt van aandacht. Het veld van deze vereniging kent een zeer beperkt gebruik. Sportaal voorziet medegebruik van dit veld door de rugbyvereniging. Als gebruik door beide verenigingen beperkt blijft kan het in de toekomst zo nodig (mede) worden ingezet voor de voetbalsport.
4.2.2
Functionaliteit en kwaliteit
In relatie tot de functionaliteit en de kwaliteit van de accommodaties geldt het uitgangspunt dat sportverenigingen kunnen sporten op een plek die passend is voor het kunnen uitoefenen van de sport. Ook de betaalbaarheid van voorzieningen is van belang. Hiervoor wil de gemeente inzetten op behoud van maatschappelijke tarieven.
Binnensportaccommodaties Op het gebied van de functionaliteit van de accommodaties spelen de volgende vraagstukken / knelpunten: De functionaliteit van de gymzalen sluit niet altijd aan bij de wensen van de gebruikers. Niet alle sporthallen zijn geschikt voor alle zaalsporten, dit beperkt het verschuiven van activiteiten. Er is bij enkele verenigingen behoefte aan een turnhal. Moet er in Enschede een sporthal voor topsport/talenten komen? Vernieuwing gymzalen De huidige gymzalen zijn vrijwel allemaal gymzalen met een standaard maat van 21 x 12 meter en een hoogte van 5,5 meter. Ook de inrichting is traditioneel. Voor het onderwijs wordt door de KVLO geadviseerd om nieuwe gymzalen uit te voeren in een grotere maat. Hiervoor geldt bij basisonderwijs een maat van minimaal 22 x 14 meter en voor voortgezet onderwijs een maat van 26 x 14 meter en een hoogte van 7 meter. Een ruimere maat biedt ook voor sportverenigingen en andere sportaanbieders die de gymzalen gebruiken meer gebruiksmogelijkheden. Daarnaast vormt de beperkte capaciteit aan bergruimte voor de laatste groep soms een knelpunt. Bij vernieuwing van gymzalen gaat renovatie of vernieuwbouw boven vervangende nieuwbouw (IHP Onderwijs).
Nieuwbouw vindt alleen plaats als met renovatie niet kan worden voldaan aan de gedefinieerde duurzaamheids- en kwaliteitseisen of als de kosten voor renovatie hoger zijn dan voor vervangende nieuwbouw. Vanuit het beleidskader voor het benodigde aantal sporthallen en sportzalen gebeurt dit tevens als er een belang is om meerdere gymzalen te clusteren tot een sporthal en sportzaal. 35
Het moderniseren van de inrichting staat los van de keuze voor renovatie of vervanging. Bij het moderniseren van de inrichting is het van belang dat deze aansluit bij de behoeften van zowel het onderwijs als de sportgebruikers. Een inrichting volgens het principe ‘veelzijdig sporten’ zal bijvoorbeeld beter aansluiten bij het onderwijs en in mindere mate bij de sportgebruikers. Variatie in de inrichting is daarom van belang om alle sportgebruikers in de toekomst een passende plek te kunnen bieden.
Beleidskader vernieuwing gymzalen De inrichting van nieuwe en bestaande gymzalen dient aan te sluiten bij de behoeften van zowel de scholen als de sportverenigingen en andere sportaanbieders. Bij (vervangende) nieuwbouw van gymzalen wordt gekozen voor een maat die aansluit bij de behoeften van alle gebruikers. De actuele adviezen van de KVLO en NOC*NSF worden betrokken bij de te maken keuze. Bij (vervangende) nieuwbouw van gymzalen wordt beoordeeld of er aanvullende voorzieningen nodig zijn voor gebruik door sportverenigingen en andere sportaanbieders, bijvoorbeeld een extra bergruimte.
Vernieuwing sporthallen De functionaliteit van sporthallen heeft betrekking op diverse factoren, waaronder de maatvoering van de sportvloer, de hoogte van de sportruimte, de omvang van de bergruimte, de (vaste) inrichting en belijning en de tribunecapaciteit. Niet elke hal hoeft een gelijke functionaliteit te hebben. Er zijn immers verschillende sporttakken die verschillende eisen stellen. Het is wel van belang dat er voor elke tak van sport een geschikte plek die aansluit bij de behoeften van de gebruikers. Ook dient er voldoende flexibiliteit te zijn, zodat er ook bij veranderingen in de vraag (bijvoorbeeld meer basketbal en minder handbal) mogelijkheden zijn om te komen tot een passende inroostering. Van de huidige 5 sporthallen is de maat voldoende voor inpassing van alle sporttakken op competitieniveau. Uitzondering hierop vormt de Deppenbroekhal. Deze hal voldoet in de lengte niet aan de minimale maat van 44 meter, die nodig is voor het spelen van wedstrijden op het combiveld (korfbal, handbal, zaalvoetbal, zaalhockey). De belangrijkste gebruiker van deze hal is basketbalvereniging Jugglers. De afmeting van de basketbalvelden in de hal is onvoldoende voor het spelen van wedstrijden hoger dan het niveau van de tweede klasse.
Renovatie/vernieuwing en uitbreiding van de sporthallen zijn natuurlijke momenten om beperkingen in de functionaliteit van het totale pakket aan sporthallen te verbeteren. Het totale pakket dient geschikt te zijn voor inpassing van alle activiteiten waarbij er voldoende flexibiliteit is om in te spelen op veranderingen in de vraag.
Beleidskader vernieuwing sporthallen De inrichting van nieuwe en bestaande sporthallen dient aan te sluiten bij de behoeften van zowel de scholen als de sportverenigingen en andere sportaanbieders. Bij renovatie, vernieuwbouw en (vervangende) nieuwbouw van sporthallen wordt zo nodig en mogelijk de functionaliteit van de sporthal verbeterd. De noodzaak wordt bepaald als onderdeel van de functionaliteit die binnen het totale pakket aan sporthallen gewenst is.
Aanbeveling Deppenbroekhal Voor de Deppenbroekhal staat een renovatie op stapel. De basketbalvereniging heeft de gemeente verzocht om gekoppeld aan deze renovatie de maatvoering van de sporthal te vergroten, zodat de gebruiksmogelijkheden voor trainingen en wedstrijden worden verbeterd en ook het spelen van wedstrijden hoger dan tweede klasse mogelijk is. Naar aanleiding van dit verzoek zijn 2 varianten uitgewerkt voor de vergroting. Hierover dient een besluit te worden genomen. De huidige hal heeft een sportruimte van 42 x 28 meter. De varianten voorzien in uitbreiding naar 51,3 x 30,1 meter en 56,9 x 30,1 meter. De Deppenbroekhal is de enige sporthal in Enschede Noord. Het verschuiven van de basketbalvereniging naar een andere hal kan het probleem dat de vereniging ervaart oplossen. De vereniging heeft echter de nadrukkelijke wens om te blijven spelen in de Deppenbroekhal. Tevens is de maat van de huidige Deppenbroekhal nu ook niet optimaal geschikt voor andere takken van
36
sport. De wedstrijden van de sporten die worden gespeeld op het combiveld (handbal, korfbal, zaalvoetbal en zaalhockey) kunnen niet plaatsvinden in deze hal. Het vergroten van de Deppenbroekhal levert een situatie op waarbij voor de langere termijn alle takken van sport kunnen worden ingepast (trainingen en wedstrijden). De capaciteit die de basketbalvereniging niet benut, kan bij een uitbreiding dus beter worden ingezet voor andere takken van sport. Vergroting van de Deppenbroekhal draagt bij aan het verbeteren van de functionaliteit aan en de flexibiliteit van het totale pakket aan sporthallen. De Deppenbroekhal wordt momenteel ook gebruikt door het basis- en voortgezet onderwijs. Hiervoor wordt niet de gehele beschikbare capaciteit van de hal (2 zaaldelen) gebruikt. Bij een keuze voor de vergroting van de hal, is de maat van de hal (bij beide scenario’s) ruim voldoende om een splitsing in 3 ruime zaaldelen voor het onderwijs te realiseren. Op korte termijn is er vervangende nieuwbouw voorzien van 3 gymzalen van het Stedelijk Lyceum, 2 op de locatie Kottenpark en 1 aan de Dr. Coppesstraat. De afstand van deze locaties tot de Deppenbroekhal is respectievelijk 1,5 kilometer en 1 kilometer, wat kleiner is dan de maximale afstand van 2 kilometer voor voortgezet onderwijs.