Sportaccommodatiebeleid Gemeente Enschede - Synarchis - 250415
Tekst van het document
Beleidsdocument
Sportaccommodatiebeleid Gemeente Enschede
15 april 2025
Inhoudsopgave Inleiding en leeswijzer
3
Deel 1 - Vraag en Aanbod 1.
Inleiding
6
2.
Binnensportaccommodaties
7
2.1
Inventarisatie aanbod binnensportaccommodaties
7
2.1.1
Overzicht aanbod
7
2.1.2
Diversiteit in het aanbod
8
2.1.3
Ontwikkelingen in het aanbod
8
2.1.4
Spreiding van het aanbod
9
2.2
Analyse huidige en toekomstige benodigde aanbod
9
2.2.1
Sporthallen
9
2.2.2
Sportzalen
13
2.3
Gymzalen
14
3.
Buitensportaccommodaties
17
3.1
Inventarisatie aanbod buitenportaccommodaties
17
3.1.1
Overzicht aanbod
17
3.1.2
Diversiteit in het aanbod
18
3.1.3
Ontwikkelingen in het aanbod
19
3.1.4
Spreiding van het aanbod
20
3.2
Analyse huidige en toekomstige benodigde aanbod
21
3.2.1
Voetbal
21
3.2.2
Tennis en padel
22
3.2.3
Hockey
24
3.2.4
Overige takken van sport
24
4.
Beleidskaders
25
4.1
De contouren: Uitgangspunten gemeentelijk beleid
25
4.2
Beleidskaders
29
4.2.1
Capaciteit
29
4.2.2
Functionaliteit en kwaliteit
35
Deel 2 - Bewegingsonderwijs 5.
Bewegingsonderwijs
41
5.1
Beleid
41
5.2
Toekomstperspectief
42
5.3
Geldstromen huidige situatie
44
5.4
Voorstel toekomstige situatie
45
Deel 3 - Governance en Financiën 6.
Governance en financiën sportaccommodaties
50
6.1
Beleid
50
6.2
Overeenkomsten
51
6.3
Geldstromen huidige situatie
54
6.4
Voorstel toekomstige situatie governance en geldstromen
55
6.4.1
Governance
55
6.4.2
Geldstromen
57
6.4.3
Maatschappelijke tarieven en subsidies
59
6.4.4
Horeca
60 1
6.4.5
Clustering sportparken
61
6.5
Beleidsregels publieke taak leningen en garanties gemeente Enschede (2018)
61
Bijlagen Bijlage 1 Korte beschrijving partijen Bijlage 2 Trends en ontwikkelingen Bijlage 3 Inventarisatiematrix binnensportaccommodaties Bijlage 4 Inventarisatiematrix buitensportaccommodaties Bijlage 5 Kaarten met sportaccommodaties en scholen Bijlage 6 Maatschappelijke tarieven 2025
2
Inleiding en leeswijzer Inleiding Sport en bewegen staat voor plezier en passie, maar ook voor samenwerking, verbinding, vitaliteit, gezondheid en participatie. Wekelijks maken veel inwoners van de gemeente Enschede gebruik van de vele sportvelden, banen, zalen en andere sportvoorzieningen die de gemeente rijk is. Als actief sporter, als toeschouwer of als vrijwilliger. Omdat het leuk is en omdat het gezelligheid biedt. Sport en bewegen geeft energie en juist dat zorgt ervoor dat mensen bijna onopgemerkt ook op andere vlakken hiervan profiteren. Daarmee heeft sport en bewegen een intrinsieke waarde en een maatschappelijke waarde. De gemeenteraad van de gemeente Enschede heeft op 27 januari 2025 de beleidsnota “Bewegen Spelen Sporten: Samen Spelen Samen Sporten” vastgesteld. In deze beleidsnota wordt al op onderdelen gerefereerd aan het sportaccommodatiebeleid dat hier onlosmakelijk aan is verbonden. Een zeer groot deel van het gemeentelijk sportbudget wordt namelijk besteed aan het beheer, het onderhoud, de renovatie en de exploitatie van gemeentelijke sportaccommodaties. De doelstelling van het voor u liggende sportaccommodatiebeleid is om deze middelen op een verantwoorde wijze in te zetten en op deze wijze de sportbeoefening op optimale wijze te stimuleren, te bevorderen en te ondersteunen door middel van adequate en toegankelijke faciliteiten.
Het voorgaande vraagt ook om een goede samenwerking tussen de verschillende bij de sportaccommodaties betrokken partijen. In de gemeente Enschede betreft dit: Sportaal: Exploitant van de gemeentelijke sportaccommodaties en uitvoeringsorganisatie van het gemeentelijk sportbeleid. Vastgoed en Facilitair Bedrijf Enschede (verder te noemen: VFBE): Onderdeel van de Gemeente Enschede, eigenaar en verhuurder van het gemeentelijk vastgoed. Gemeente Enschede: Draagt zorg voor het sportbeleid. Betrokken gemeentelijke afdelingen zijn Sport en Bewegen, Onderwijshuisvesting en Financiën. Externe partijen: Eigenaars en exploitanten van niet-gemeentelijke sportaccommodaties, onderwijs, verenigingen en andere gebruikers. In bijlage 1 is een korte beschrijving van de stakeholders Sportaal, VFBE en de gemeente Enschede opgenomen. Het sportaccommodatiebeleid heeft betrekking op de sportaccommodaties waar de gemeente Enschede zeggenschap over of betrokkenheid bij heeft. Het betreft dan vooral de accommodaties die door VFBE verhuurd worden aan Sportaal. Er zijn echter ook sportaccommodaties die rechtstreeks aan verenigingen worden verhuurd of waar verenigingen of derden eigenaar van zijn.. Ook deze worden bij het sportaccommodatiebeleid betrokken.
De ijsbaan, het zwembad en de sportfaciliteiten in de openbare ruimte vallen buiten het de scope van het nieuwe sportaccommodatiebeleid omdat hierop meer specifiek beleid van toepassing is of hier geen sprake is van fysieke accommodaties. Op basis van de uitgangssituatie met betrekking tot de sportaccommodaties in Enschede en de behoefte aan beleid hierop zijn drie clusters gedefinieerd voor het op te stellen sportaccommodatiebeleid: 1.
Afstemming tussen de vraag naar en het aanbod van sportaccommodaties.
2.
De huisvesting van het bewegingsonderwijs.
3.
Governance en geldstromen met betrekking tot sportaccommodaties.
Dit beleidsdocument “Sportaccommodatiebeleid” is opgebouwd op basis van de drie hiervoor genoemde clusters. Deze deelproducten zijn uitgewerkt in drie afzonderlijke onderdelen van deze rapportage: Onderdeel 1: Beleidskader Vraag en Aanbod. Onderdeel 2: Beleidskader Bewegingsonderwijs. Onderdeel 3: Beleidskader Governance en Financiën. Om als eerste invulling te geven aan een beleidskader voor Vraag en Aanbod van Sportaccommodaties is een bewuste keuze geweest. Omdat dit onderdeel het hele spectrum van het sportaccommodatiebeleid beslaat maakt een brede inventarisatie van
3
de sportaccommodaties, de reeds aanwezige beleidsdocumenten en de lokale en landelijke ontwikkelingen hiervan onderdeel uit. Naar deze brede inventarisatie wordt in de onderdelen 2 en 3 van dit beleidsdocumenten meerdere malen verwezen. In een aantal gevallen is er bij onderdeel 2 en onderdeel 3 voor gekozen om teksten uit de inventarisatie die in het kader van onderdeel 1 is uitgevoerd te herhalen. Dit is enerzijds gedaan om de leesbaarheid van deze twee onderdelen te verbeteren en te voorkomen dat steeds “terug dient te worden gebladerd”. Anderzijds is hiervoor gekozen omdat onderdeel 2 en 3 ook in belangrijke mate autonome onderdelen zijn van het sportaccommodatiebeleid. Op deze wijze kan de implementatie van de beleidskeuzes op deze onderdelen onafhankelijk van elkaar ter hand worden genomen op basis van op zichzelf staande documenten.
4
Deel 1 - Vraag en Aanbod
1.
Inleiding
Dit onderdeel van het sportaccommodatiebeleid betreft de relatie tussen de vraag naar en het aanbod van de sportaccommodaties en bestaat uit een inventarisatie van de bestaande faciliteiten en een behoefteanalyse en toekomstplan. Antwoord wordt gegeven op de volgende onderzoeksvragen: Waar is sprake van een erg hoge en waar is sprake van een erg lage bezetting van de binnensportaccommodaties? Op basis van onze ervaring beantwoorden wij de vraag of het aannemelijk is dat er sprake is van vraag die niet kan worden geëffectueerd. Waar is sprake van een tekort of juist een groot overschot van capaciteit (wedstrijd en training) voor de buitensportaccommodaties? Deze beoordeling vindt plaats op basis van de ook de richtlijnen van de sportbonden. Synarchis heeft echter ook een breder beoordelingsinstrument ontwikkeld waar ook andere aspecten onderdeel van uitmaken waardoor een meer genuanceerde beoordeling mogelijk wordt. Is sprake van een evenwichtige verdeling van de accommodaties over de gemeente? Is sprake van een evenwichtige verdeling tussen de soorten binnensportaccommodaties (sporthallen, sportzalen en gymnastieklokalen).
Is sprake van een evenwichtige verdeling tussen kunstgras- en natuurgrasvelden? Is sprake van een volledig aanbod van soorten sportaccommodaties of zijn er bepaalde sporten die niet (goed) in Enschede kunnen plaatsvinden? Hoe verhoudt het aanbod van sportaccommodaties in Enschede zich tot het aanbod in vergelijkbare gemeenten. Hoe verhoudt zich dit met de sportparticipatie in Enschede ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. In hoofdstuk 2 staan de binnensportaccommodaties centraal. In de eerste paragraaf van dit hoofdstuk wordt ingegaan op het aanbod van de binnensportaccommodaties. In de tweede paragraaf vindt een analyse plaats naar het huidige en toekomstige benodigde aanbod (kwantitatief en kwalitatief). Bij deze analyse worden de trends en ontwikkelingen betrokken die zijn opgenomen in bijlage 2 bij deze rapportage. Hoofdstuk 3 kent een vergelijkbare opzet als hoofdstuk 2, maar dan voor de buitensportaccommodaties. In hoofdstuk 4 zijn de beleidskaders uitgewerkt op basis waarvan afwegingen kunnen worden gemaakt bij de actuele en toekomstige huisvestingsvraagstukken voor de sport. In paragraaf 4.1 worden eerst de contouren waarbinnen de ontwikkeling van het sportaccommodatiebeleid van de gemeente Enschede dient plaats te vinden geschetst. Het betreft dan met name de relevante uitgangspunten op aanpalende gemeentelijke beleidsterreinen.
Binnen deze contouren en met inachtneming van de bevindingen uit de hoofdstukken 1 en 2 worden in paragraaf 4.2 beleidskaders gepresenteerd voor dit onderdeel van het nieuwe sportaccommodatiebeleid van de gemeente Enschede en worden tevens aanbevelingen gedaan voor het oplossen van concrete knelpunten met betrekking tot de vraag naar en het aanbod van binnen- en buitensportaccommodaties in de gemeente Enschede.
6
2.
Binnensportaccommodaties
In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde: Inventarisatie aanbod binnensportaccommodaties (paragraaf 2.1). Overzicht aanbod (paragraaf 2.1.1). Diversiteit in het aanbod (paragraaf 2.1.2). Ontwikkelingen in het aanbod (paragraaf 2.1.3). Spreiding van het aanbod (paragraaf 2.1.4). Analyse huidige en toekomstige benodigde aanbod (paragraaf 2.2). Sporthallen (paragraaf 2.2.1). Sportzalen (paragraaf 2.2.2). Gymzalen (paragraaf 2.2.3).
2.1
Inventarisatie aanbod binnensportaccommodaties
2.1.1
Overzicht aanbod
In de gemeente Enschede bevinden zich 48 gymzalen, 9 sportzalen en 6 sporthallen, waarvan 1 hal (Diekmanhal) de capaciteit van 2 sporthallen heeft. Samen zijn dit 64 accommodaties. Ze bieden huisvesting voor het bewegingsonderwijs van de scholen en sportactiviteiten van sportverenigingen en andere organisaties en groepen (zoals buitenschoolse opvang, recreatieve sportgroepen en particulieren. Als we kijken naar het eigendom/de rol van de gemeente dan zijn de binnensportaccommodaties als volgt in te delen:
Accommodaties in eigendom van Vastgoedbedrijf Enschede (VBE), verhuurd aan Sportaal Het betreft 24 gymzalen, 3 sportzalen en 4 sporthallen (effectief 5). VBE verhuurt deze accommodaties aan Sportaal. Sportaal is verantwoordelijk voor de exploitatie.
Accommodaties in eigendom van schoolbesturen Dit betreft 18 gymzalen en 3 sportzalen in eigendom van schoolbesturen, met name voortgezet onderwijs. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de exploitatie. VBE is vanuit de wettelijke taak van de gemeente voor het huisvesten van het bewegingsonderwijs wel verantwoordelijk voor de vervanging van deze accommodaties.
Accommodaties in eigendom van andere partijen die worden gehuurd door VBE Het betreft 3 gymzalen en 2 sportzalen waarvan het eigendom berust bij andere partijen waaronder Wooncorporatie Domijn en Stichting Multifunctionele Accommodatie Boekelo. VBE huurt deze accommodaties voor het plaatsen van lessen bewegingsonderwijs van diverse basisscholen. De eigenaren van de accommodaties zijn verantwoordelijk voor de exploitatie. Sportaal verzorgt voor deze accommodaties wel de inroostering van de basisscholen.
Accommodaties in eigendom van derden zonder verantwoordelijkheid van de gemeente Dit betreft 2 gymzalen en 2 sporthallen van de Universiteit Twente, 1 sportzaal van ROC van Twente (MBO-onderwijs) en 1 gymzaal van revalidatiecentrum Roessingh. Exploitatie van deze accommodaties berust bij de eigenaren. Bovenstaande is vertaald in tabel 1:
7
Rol gemeente
Gymzalen
Sportzalen
Sporthallen
Volledig eigendom VBE, verhuurd aan Sportaal
24
3
5
Economisch eigendom gemeente
18
3
Volledig eigendom derden, gehuurd door gemeente
3
2
Volledig eigendom derden, geen rol gemeente
3
1
2
Totaal
48
9
7
Tabel 1: aanbod verdeeld naar rol gemeente binnensportaccommodaties Een volledig overzicht van alle binnensportaccommodaties met een specificatie van de aanwezige voorzieningen is bijgevoegd als bijlage 3. Kaarten waarop alle binnen- en buitensportaccommodaties én de scholen zijn weergegeven zijn bijgevoegd als bijlage 5.
2.1.2
Diversiteit in het aanbod
Alle accommodaties hebben een multifunctioneel karakter. Ze kunnen worden ingezet voor meerdere takken van sport/vormen van sportbeoefening. Het aandeel aan gymzalen is relatief groot (47 van de 63). Als we kijken naar de maatvoering van de gemeentelijke accommodaties, dan kennen de sporthallen de grootste verschillen: Bij de 4 hallen varieert de maat van 42 x 28 meter tot 50 x 60 meter. De grootste hal (Diekmanhal) kan worden gesplitst in 2 afzonderlijke hallen van elk 50 x 30 meter. Alle hallen hebben een grotere afmeting dan de minimale door NOC*NSF gehanteerde maatvoering van 44 x 24. De hoogte is 7 of 8 meter (minimale obstakelvrije hoogte sporthal is 7 meter). De 3 sportzalen hebben allemaal de veel voorkomende standaardmaat van 28 x 22 meter en een hoogte van 7 meter. Ook bij de gymzalen is er weinig verschil in de maatvoering. Van de 24 zalen hebben 19 zalen een maat van 21 x 12 meter en 5,5 meter hoogte, wat aansluit bij de maat die door de Vereniging Nederlandse Gemeenten wordt gehanteerd in de modelverordeningen onderwijshuisvesting. 3 zalen, gebouwd in respectievelijk 2030, 2054 en 2060, zijn kleiner (18 x 10 meter). De 2 jongste zalen (2011 en 2013) hebben een ruimere maat (24 x 14 meter). Van de niet gemeentelijke accommodaties zijn de exacte maten niet volledig in beeld.
Wel geldt dat een van de gymzalen van de Professor Huizingschool een vergroot speellokaal is van 122 m². Deze wordt wel gebruikt als gymzaal en is daarom meegeteld als gymzaal.
2.1.3
Ontwikkelingen in het aanbod
Vanwege van de leeftijd van veel accommodaties staan voor de periode tot 2040 diverse vervangingen en renovaties op stapel: Van de 5 gemeentelijke sporthallen is de Patmoshal recent gerenoveerd en staat renovatie van de Deppenbroekhal op de planning voor 2025. Hierbij moet nog een keuze worden gemaakt of de hal gekoppeld aan de renovatie ook wordt vergroot. De vergroting is een wens van de basketbalvereniging die in deze hal van oudsher haar thuisbasis heeft. Bij de huidige maatvoering van de hal kunnen op de velden die ‘overdwars liggen’ alleen wedstrijden worden gespeeld op het niveau tot en met 2e divisie bij de jeugd en tot en met 4e divisie bij de senioren. Teams die in hogere divisies spelen moeten hierdoor gebruik maken van het centre court. In dat geval kan er maar 1 wedstrijd gelijktijdig worden gepland. De hal is tevens te klein voor het inpassen van een combiveld voor de sporttakken handbal, korfbal, zaalvoetbal en zaalhockey. Hierdoor kunnen voor deze takken van sport geen wedstrijden worden gepland in deze hal. De renovatie of vervanging van sportzalen en gymzalen is onderdeel van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP Onderwijs). Op basis van ontwikkeling bij scholen wordt beoordeeld of de voorziening behouden dient te blijven. Bij behoud wordt een keuze gemaakt tussen vervangende nieuwbouw of renovatie.
Het huidige IHP Onderwijs beslaat de periode 2021-2055. In deze periode is renovatie van vrijwel alle gymzalen en sportzalen aan de orde, het grootste deel in de periode 2021-2040. In de periode 2021-2024 zijn minder renovaties / vervangingen uitgevoerd dan voorzien. Hierdoor neemt het aandeel te vernieuwen voorzieningen in de periode 2025-2040 verder toe. De gymzaal van het Bonhoeffer College (WL Hofstedeweg) is een tijdelijk gymzaal die nog 2 tot 3 jaar in gebruik blijft. In het stadsdeel Oost is een extra gymzaal nodig in de omgeving van het Bonhoeffer College (van der Waalslaan) en Het Stedelijk Lyceum Innova (te gebruiken door meerdere scholen).
8
Op basis van de behoefte aan extra sporthallen (zie voor toelichting paragraaf 2.2) wordt beoordeeld of bij een cluster van gymzalen vervanging in de vorm van een sporthal mogelijk is. Hiervoor zijn aanvankelijk 2 opties in beeld gekomen: Bonhoeffer College (locatie van der Waalslaan) waar 3 gymzalen vervangen moeten worden en Het Stedelijk Lyceum Zuid (locatie Tiemeister), waar 1 sportzaal en 1 gymzaal vervangen moeten worden. Inmiddels is besloten dat bij het Bonhoeffer College (locatie van der Waalslaan) geen sporthal wordt gerealiseerd.
2.1.4
Spreiding van het aanbod
Door de koppeling tussen binnensportaccommodaties en scholen is er sprake van een goede spreiding van de binnensportaccommodaties over Enschede. Voor het niet-onderwijs gebruik geldt dat voor gymzalen en sportzalen een evenwichtige spreiding over de gemeente van meer belang is dan bij de sporthallen. Sporthallen worden gebruikt door de grote zaalsportverenigingen. Deze hebben leden uit de hele gemeente. Voor deze gebruikers is met name een goede bereikbaarheid van de voorzieningen (aanrijroute en parkeergelegenheid van belang). Op het gebied van de spreiding van de voorzieningen zijn geen knelpunten bekend.
2.2
Analyse huidige en toekomstige benodigde aanbod
In deze paragraaf wordt inzichtelijk gemaakt of er sprake is van een goede verhouding tussen vraag en aanbod van de binnensportaccommodaties en wat de verwachte ontwikkeling hierin is tot 2040. Hierbij is de volgende informatie betrokken: De bevindingen uit paragraaf 2.1. De vraag-aanbod analyse van het Mulier Instituut (2022). De resultaten van het overleg met de verenigingen en de enquête die door Sportaal is uitgezet in relatie tot de behoefte aan extra sporthalcapaciteit. De voor de binnensport relevante trends en ontwikkelingen (landelijk en lokaal) zoals weergegeven in bijlage 2.
2.2.1
Sporthallen
Resultaten Mulieronderzoek In het Mulieronderzoek is het aanbod aan sporthallen afgezet tegen landelijke en regionale gemiddelden en tegen het aanbod in referentiegemeenten. In alle vergelijkingen is het aantal sporthallen (inclusief de 2 sporthallen van de UT) in Enschede lager dan de gemiddelden. Het verschil met het landelijke en regionale gemiddelde is logischerwijze het grootst. In grotere gemeenten, waartoe Enschede behoort is het aantal sporthallen in de regel lager dan in middelgrote gemeenten en nog lager ten opzichte van kleinere gemeenten (of gemeenten met een spreiding over veel kernen). Een vergelijking met referentiegemeenten is daarom een betere maatstaf. In de referentiegemeenten is sprake van 1,6 sporthallen per 25.000 inwoners. Enschede beschikt over 1,2 sporthal per 25.000 inwoners, wat 25% lager is. In het Mulieronderzoek is nog een verfijning gemaakt door de studentenpopulatie die woonachtig is in Enschede te splitsen van de overige inwoners. Een logische verfijning omdat de UT 2 eigen sporthallen heeft waarvan de 31.500 studenten gebruik kunnen maken. Een deel van deze studenten (circa 14.000) woont in Enschede.
Voor de behoefte van de overige inwoners wordt in het Mulieronderzoek uitgegaan van een benodigd aantal sporthallen van minimaal 1 hal per 17.500 inwoners (1,4 hal per 25.000 inwoners) en maximaal 1 hal per 10.000 inwoners (2,5 hal per 25.000 inwoners). Dit leidt tot een bandbreedte van 8,4 tot 14,7 benodigde sporthallen. De bandbreedte in het Mulieronderzoek is bepaald op basis van landelijke planologische richtlijnen (de bevolkingsomvang) en niet op basis van de specifieke lokale situatie. Zoals aangegeven speelt in de eerste plaats het aantal inwoners van een gemeente een rol en de geografische spreiding van het aantal inwoners (mate van spreiding inwoners over kernen). Daarnaast leiden specifieke situaties in een gemeente tot verschillen in de behoefte. Dit hangt bijvoorbeeld samen met de populariteit van takken van binnensport (handbal vergt bijvoorbeeld meer zaalruimte dan volleybal) en het niveau waarop de verenigingen acteren (hoe hoger het niveau hoe hoger de behoefte aan trainingsuren). Ook de mate waarin de gemeente bereid is ambities van sportverenigingen te faciliteren speelt een rol. De resultaten van het Mulieronderzoek dienen daarom te worden vertaald naar de lokale situatie. Verenigingsgebruik sporthallen In totaal zijn er in Enschede 16 verenigingen die de 5 sporthallen gebruiken voor trainingen en wedstrijden.
Hiermee zijn alle 7 reguliere zaalsporten, die noodzakelijkerwijs of bij voorkeur worden beoefend in sporthallen, in Enschede 9
vertegenwoordigd: badminton, basketbal, volleybal, zaalhandbal, zaalkorfbal, zaalvoetbal en zaalhockey. De tak van sport met de meeste verenigingen is volleybal (5 verenigingen). Voor de andere takken van sport zijn er 2 verenigingen per sporttak, uitgezonderd hockey (1 vereniging). Er zijn 2 hockeyverenigingen, maar de andere vereniging gebruikt voor de het zaalhockey een eigen blaashal. Sportaal heeft een indeling gemaakt van de verenigingen op basis van het aantal leden (klein, middelgroot, groot). Op basis hiervan vallen 8 verenigingen in de categorie klein, 6 in middelgroot en 2 in groot. Van de 2 grote verenigingen betreft 1 hockeyvereniging PW, die de sporthallen maar 3 maanden per jaar gebruikt (zaalhockeyperiode in de winter). In tabel 2 is deze de indeling weergegeven. < 100 leden
101 - 250 leden
> 250 leden
SV Twente Sparta (volleybal)
Vosta (volleybal)
Twente ‘05 (volleybal)
Vips Bardot (volleybal)
Avanti Wilskracht (handbal)
PW (hockey)
EHC ’95 (handbal)
DOS – WK (korfbal)
GKV Ons Clubje (korfbal)
NRC 22 (korfbal)
BC Orion (badminton)
BV Amical (basketbal)
BC Wik (badminton)
EBV Jugglers (basketbal)
EZV (zaalvoetbal) Acacia (zaalvoetbal) Tabel 2: indeling binnensportverenigingen die de sporthallen gebruiken op basis van het aantal leden Er is in Enschede geen sprake van factoren die leiden tot een bovengemiddelde behoefte aan sporthallen. De meest populaire tak van sport is volleybal. Voor deze tak van sport kunnen relatief veel teams gelijktijdig in één sporthal trainen en wedstrijden spelen, wat in relatie tot de benodigde capaciteit een gunstige factor is. Daarnaast is er geen sprake van verenigingen met veel teams op hoger niveau (extra trainingsintensiteit). Het aantal van 5 sporthallen ligt wel beduidend onder het minimum aantal sporthallen van 8,4 dat in de rapportage van het Mulier Instituut is aangegeven. Er wordt door de verenigingen dan ook een tekort aan sporthalruimte ervaren en dit wordt door de gemeente en Sportaal onderschreven. De sporthallen kennen allemaal een goede bezetting. De grootste knelpunten bevinden zich op het gebied van de beschikbare trainingscapaciteit op doordeweekse dagen. Veel zaalsportverenigingen maken daarom voor de trainingen aanvullend gebruik van sportzalen en gymzalen. Gebruik van sportzalen is voor trainingen in de regel
‘passend’. Gymzalen zijn in principe te klein en niet hoog genoeg voor
zaalsporttrainingen. Gebruik van gymzalen door de zaalsportvereniging is daarom te kwalificeren als ‘noodoplossing’. Een deel van de verenigingen speelt uitsluitend of mede competitie doordeweeks. Dit is een landelijke trend (mensen wensen minder verplichtingen in het weekend) die extra druk legt op de schaarsere ruimte op de doordeweekse avonden. In het weekend zijn op zaterdag alle hallen nodig voor het plannen van de wedstrijden en wordt er in een aantal hallen noodzakelijkerwijs tot een laat tijdstip gepland. Dit speelt met name van medio november tot begin april als de korfbalcompetitie in de zaal plaatsvindt. Op de zondagen is het gebruik beperkt en de capaciteit ruim voldoende. Omvang van het gebruik gerelateerd aan landelijke richtlijnen Op basis van een landelijke richtlijn van NOC*NSF is realisatie van een (extra) sporthal of sportzaal nodig (reëel) bij een jaargebruik van 1.400 uur (exclusief onderwijsgebruik). Bij 46 weken gebruik per jaar, komt dit overeen met een gemiddeld gebruik van 30 uur per week. De VNG heeft als richtlijn dat de realisatie van een (extra) sporthal of sportzaal nodig (reëel) is bij een jaargebruik van 1.600 uur. Hierbij wordt uitgegaan van zowel het onderwijsgebruik als het gebruik door sportverenigingen.
Naast deze richtlijnen is er een beoordeling van de bezetting van de accommodaties mogelijk op basis van landelijke referenties van het jaargebruik van sporthallen en sportzalen gebaseerd op het gezamenlijke gebruik van scholen en sportverenigingen. De beoordeling is ingedeeld in 5 categorieën en loopt van onvoldoende tot goed. Hierbij zijn er verschillen tussen sporthallen en sportzalen. In tabel 3 is bovenstaande uitgewerkt. 10
Richtlijn
Beoordeling
Uren sporthal
Uren sportzaal
NOC * NSF
Minimaal aantal uren sport
1.400
1.400
VNG
Minimaal aantal uren onderwijs en sport
1.600
1.600
Goed
>2.500
> 2.100
Ruim voldoende
2.100 - 2.500
1.700 - 2.100
Voldoende
1.900 - 2.100
1.500 - 1.700
Matig
1.500 - 1.900
1.100 - 1.500
Onvoldoende
< 1.500
< 1.100
Score voor aantal uren gebruik onderwijs en sport per jaar op basis landelijke referenties
Tabel 3: beoordeling jaargebruik sporthallen en sportzalen op basis van landelijke referenties In het Mulieronderzoek is het jaargebruik van de sporthallen in beeld gebracht voor het jaar 2019 (i.v.m. corona was 2021 niet representatief). De resultaten zijn weergegeven in tabel 4: Nr.
Accommodatie
Uren onderwijs
Uren sport
Uren totaal
1
Deppenbroekhal
2
Score landelijke referentie
845
1.221
2.066
Voldoende
Diekmanhal I
1.322
949
2.271
Ruim voldoende
3
Diekmanhal II
1.321
1.153
2.474
Ruim voldoende
4
Pathmoshal
1.026
1.576
2.602
Goed
5
De Brug
519
1.160
1.679
Matig
Gemiddeld
1.007
1.212
2.218
Ruim voldoende
Tabel 4: jaargebruik sporthallen 2019 In 2019 was het gemiddelde jaargebruik van de sporthallen door de sport(verenigingen) 1.212 uur. De Pathmoshal kende met 1.576 uur het hoogste gebruik en de Deppenbroekhal met 949 het laagste gebruik. Dat er ondanks de ervaren krapte geen sprake is van een jaargebruik van 1.400 uur (richtlijn NOC*NSF) hangt samen met de veelheid aan verenigingen, waardoor het niet altijd lukt te komen tot een optimaal gebruik van elke accommodatie. Het gebruik door korfbal en hockey (23 en 12 weken per jaar) drukt tevens de omvang van het jaargebruik. Ook gebruiken sommige ‘jaarrond’ gebruikers de hal minder dan 46 weken per jaar. Het jaargebruik door onderwijs en sport samen was gemiddeld 2.218 uur per jaar en ook voor alle hallen afzonderlijk hoger dan 1.600 uur (richtlijn VNG). De Patmoshal had de meeste gebruiksuren (2.601) en De Brug het laagste aantal gebruiksuren (1.680). De score op basis van de landelijke referenties zijn weergegeven in de laatste kolom. De lage score van sporthal De Brug hangt met name samen met een lager onderwijsgebruik. Het aantal uren sportgebruik is met 1.160 uur net onder het gemiddelde gebruik van alle hallen. Het gebruik van de sportzalen wordt verderop in deze paragraaf toegelicht.
Inventarisatie behoefte aan extra capaciteit bij de verenigingen Aansluitend aan het Mulieronderzoek is door de gemeente en Sportaal een enquête uitgezet onder de zaalsportverenigingen om meer duiding te krijgen met betrekking tot de daadwerkelijke behoefte aan extra sporthalcapaciteit. De resultaten zijn ook met de verenigingen besproken. De belangrijkste resultaten hiervan zijn: De verenigingen hebben behoefte aan geclusterd accommodatiegebruik: zoveel als mogelijk alle activiteiten in één accommodatie. Een deel van de verenigingen maakt nu gebruik van (veel) verschillende accommodaties om de trainingsuren te kunnen plaatsen. Deze versnippering is vanuit organisatorisch oogpunt niet gewenst. Ook voor het creëren van een ‘verenigingsgevoel’ is er behoefte aan clustering van de activiteiten. Gebruik van de sportzalen en met name de gymzalen wordt ook vanuit sporttechnisch oogpunt en efficiency als minder/niet passend ervaren. Ook het nadeel van de versnippering speelt hier weer een rol.
11
Niet alle sporten kunnen in elke hal worden gepland, bijvoorbeeld door het ontbreken van de juiste belijning. De flexibiliteit om in te kunnen spelen op veranderingen bij specifieke sporttakken is hierdoor niet optimaal. Een aantal verenigingen heeft behoefte aan extra trainingsuren in relatie tot het huidige aantal teams en ‘betere’ trainingstijden. Twee verenigingen hebben een ledenstop ingevoerd vanwege gebrek aan ruimte in de sporthallen. De behoefte van de Universiteit Twente (UT) om gebruik te maken van de gemeentelijke sporthallen wordt ook als aandachtspunt benoemd. De capaciteit van de 2 eigen sporthallen van de UT lijkt niet toereikend om in de behoefte van de studenten(verenigingen) te voorzien. Benoemd is dat de maat/faciliteiten van de huidige hallen in Enschede beperkingen geeft voor het organiseren van (topsport)evenementen. De locatie van nieuwe sporthallen is voor de verenigingen minder van belang, zolang de bereikbaarheid goed is. De locaties van de Diekmanhal en de Patmoshal worden als goed beoordeeld. Een ligging in het buitengebied heeft niet de voorkeur. De huurprijs is duidelijk benoemd als een factor die een rol speelt bij de behoefte aan extra gebruiksuren. De huidige huurprijzen worden als hoog ervaren en voor verenigingen is het daardoor soms niet haalbaar om extra uren te huren als er capaciteit beschikbaar is/komt.
Benodigde capaciteit aan sporthallen tot 2040 Sportaal heeft in kaart gebracht hoeveel trainingsuren de zaalsportverenigingen nu gebruik maken van de gymzalen en sportzalen. Dit is vertaald in benodigde sporthalcapaciteit. Omdat het tekort aan capaciteit voor trainingen het grootst is, is hierbij uitgegaan van de benodigde trainingscapaciteit (ma-vr avonden). Aan een sporthal is een trainingscapaciteit van 25 uur per week toegekend (1.150 uur per jaar op basis van 46 weken gebruik). Ook is rekening gehouden met de grotere maat van een sporthal. De conclusie is dat er een capaciteit van 2 extra sporthal wenselijk is. Er is 1 extra hal nodig om de trainingen van de sportzalen en gymzalen te verplaatsen naar de sporthallen. De 2 e extra hal is nodig om ook te komen tot een betere indeling (minder versnippering), de invulling van de gewenste extra trainingsuren en het wegwerken van wachtlijsten. De capaciteit van de 2e extra hal zal dan door de verenigingen initieel naar schatting voor 50% worden gevuld. Er is dan dus nog ruimte voor groei. Exclusief de studentenpopulatie is de huidige behoefte dus 5 + 1,5 = 6,5 sporthallen. Het aantal inwoners exclusief de studentenpopulatie ligt rond de 147.000, wat gedeeld door 6,5 leidt tot een actuele behoefte van 1 hal per 22.500 inwoners.
Bij de realisatie van 7 hallen zou er voldoende capaciteit moeten zijn tot 7 x 22.500 inwoners = 157.500 inwoners (exclusief studentenpopulatie). Dit is conform de verwachte groei van 10.000 inwoners (exclusief studenten) tot 2040. Een verdere groei leidt mogelijk tot behoefte aan een achtste sporthal. De capaciteitsberekening is gebaseerd op een gelijkblijvende populariteit van de deelname aan zaalsporten in Enschede. Landelijk is er al jaren sprake van een neerwaartse trend in de deelname (bondsleden) bij de zaalsporten. Uitzondering hierop vormt het basketbal. Bij de overige takken van sport zien we de laatste jaren dat de daling afneemt en er sprake is van stabilisatie. Het gros van de leden van de zaalsportverenigingen zit in de leeftijdsgroep van 5 t/m 35 jaar. In de ontwikkeling van de bevolkingsopbouw zal het aandeel van deze leeftijdsgroep afnemen. Oudere leden van zaalsportverenigingen zijn meestal op recreatief niveau actief en ‘gebruiken’ minder uren dan de leden die competitie spelen. Bij uitbreiding van het aantal sporthallen kan beter worden voldaan aan de wens van geclusterd gebruik door verenigingen. Dit zal leiden tot verschuivingen en kan ook bijdragen aan een betere bezettingsgraad per hal. Bij de huidige inroostering van het gebruik in de hallen speelt ook het historische gebruik een rol.
Door wijzigingen in gebruiksomvang bij verenigingen in de loop der jaren is er mogelijk geen sprake meer van een optimale inroostering (efficiënt gebruik van accommodaties). In de praktijk vormen grote wijzigingen voor veel verenigingen een ‘struikelblok’. De komst van een extra sporthal is het ideale moment om te komen tot een nieuwe en meer efficiënte indeling. Bij een beperkte capaciteit aan sporthallen, kunnen sportzalen een geschikte aanvulling zijn voor trainingen. De sportzalen in Enschede worden echter veel gebruikt door de gymnastiek/turnverenigingen (zie toelichting bij ‘sportzalen’ in paragraaf 2.2.2). Om extra trainingsuren te creëren wordt vanaf 1 november 2024 de sportzaal van Het ROC van Twente ingezet voor Twente ’05 (volleybal). De verhuur van deze zaal verloopt via Sportaal. Dit is een zeer ruime sportzaal, waarin meerdere volleybalvelden zijn ingepast.
12
2.2.2
Sportzalen
Resultaten Mulieronderzoek In het Mulieronderzoek is ook het aanbod aan sportzalen afgezet tegen het landelijke en regionale gemiddelde en tegen het aanbod in referentiegemeenten. Het aantal sportzalen ligt in Enschede met 1,1 per 25.000 inwoners exact op het landelijke gemiddelde. In vergelijking met de regio (1,5) en met de referentiegemeenten (1,2) is het aantal sportzalen lager. Van de 9 sportzalen worden er 7 ingezet voor zowel onderwijs als sport. De andere 2 zalen worden alleen ingezet voor het onderwijs. Sportaal exploiteert de 3 gemeentelijke sportzalen en doet tevens de inroostering voor het verenigingsgebruik van de sportzaal Het Zwering van het Stedelijk Lyceum en de sportzaal van het ROC van Twente. De andere 2 sportzalen zijn Prismare en MFA De Zweede. Deze maken deel uit van bredere multifunctionele accommodaties en worden geëxploiteerd door de eigenaren van de accommodaties. Verenigingsgebruik sportzalen De zaalsportverenigingen gebruiken de sportzalen als aanvulling op de sporthalcapaciteit voor trainingen. Er zijn nog wel uren beschikbaar in de sportzalen. In relatie tot de knelpunten in de sporthalcapaciteit wordt de beschikbare capaciteit niet geheel benut. Dit hangt samen met organisatorische aspecten. Een teveel versnipperd gebruik is voor sportverenigingen lastig in te vullen.
De sportzalen vervullen een belangrijke rol voor de gymnastiek-/turnverenigingen. Gymnastiek/turnen is relatief populair in Enschede. Het aantal inwoners dat lid is van de gymnastiekbond ligt 30% boven het landelijke gemiddelde. Er zijn 7 gymnastiek/turnverenigingen actief, waarvan er 3 onderdeel zijn van een Omnivereniging. Het aantal leden per vereniging is wel relatief laag. Slechts 1 vereniging heeft meer dan 250 leden. In tabel 5 zijn de gymnastiek/turnverenigingen weergegeven, ingedeeld op omvang. < 100 leden Hercules Hebe
101 - 250 leden Sparta Wilhelmina
> 250 leden GV Sportlust
WIK Glanerbrug GV Unisson* Avanti Wilskracht* GVV Lonneker* Tabel 5: indeling gymnastiek/turnverenigingen op basis van het aantal leden (* = onderdeel Omnivereniging) Van de 7 verenigingen maken 2 verenigingen uitsluitend gebruik van gymzalen. De andere 5 verenigingen gebruiken naast gymzalen ook de sportzalen: Esmarke (10 uur per week), De Zweede (omvang onbekend), Helmerhoek (11 uur) per week en Het Zwering (30 uur per week). Het grote voordeel van de sportzalen ten opzichte van de gymzalen is de maat. Er kunnen meer toestellen worden ingepast en er kan met meer turnsters gelijktijdig worden getraind. GVV Sportlust zou graag beduidend meer uren gebruik maken van de sportzalen dan nu mogelijk is. Omdat jeugd van 4 t/m 12 jaar de belangrijkste doelgroep is in de gymnastiek/turnsport, is er met name behoefte aan accommodatiegebruik tussen 16.30 en 20.00 uur op doordeweekse dagen en op de zaterdagen. Door de beperking aan capaciteit in de sportzalen op dit tijdstip kunnen nu minder kinderen instromen in de vereniging(en). Voor de gymnastiek-/turnverenigingen geldt dat behoud van een gespreid accommodatiegebruik gewenst is. Hierdoor kunnen zij de activiteiten (instroomactiviteiten jeugd) en activiteiten voor ouderen dicht bij de inwoners brengen. Van de 7 verenigingen bieden 5 verenigingen wedstrijd turnen aan.
Voor wedstrijd turnen (aangeboden door 5 van de 7 verenigingen) is er bij enkele verenigingen een nadrukkelijke wens gebruik te kunnen maken van een permanent ingerichte turnaccommodatie. Omvang van het gebruik gerelateerd aan landelijke richtlijnen In het Mulieronderzoek is het jaargebruik van de 3 gemeentelijke sportzalen in beeld gebracht voor het jaar 2019 (i.v.m. corona was 2021 niet representatief). De resultaten zijn weergegeven in tabel 6:
13
Nr.
Accommodatie
1
Helmerhoek
2 3
Uren onderwijs
Uren sport
Uren totaal
Score landelijke referentie
877
1.234
2.111
Goed
Stroinkslanden
1.055
968
2.023
Ruim voldoende
Esmarke
844
1.012
1.856
Ruim voldoende
Gemiddeld
925
1.071
1.997
Ruim voldoende
Tabel 6: jaargebruik sportzalen 2019 In 2019 was het gemiddelde jaargebruik van de sportzalen door sport(verenigingen) 1.071 uur en hiermee lager dan 1.400 uur (richtlijn NOC*NSF). Het gebruik van sportzaal Helmerhoek was met 1.234 uur het hoogste en van Stroinkslanden met 968 uur het laagst. Het jaargebruik door onderwijs en sport samen was gemiddeld 1.997 uur per jaar, wat hoger is dan 1.600 uur (richtlijn VNG). Sportzaal Helmerhoek scoorde het hoogste met 2.111 uur en de Esmarke het laagste met 1.856 uur. De score op basis van de landelijke referenties (zie tabel 3) zijn weergegeven in de laatste kolom. Deze zijn ruim voldoende of goed. Naast de 3 gemeentelijke sportzalen worden ook de sportzalen Het Zwering. Prismare en De Zweede ingezet voor zowel onderwijs als sport. Deze zalen zijn niet meegenomen in het Mulieronderzoek. Voor Het Zwering (eigendom schoolbestuur) verzorgt Sportaal de inroostering van het sportgebruik. Het gebruik door sport(verenigingen) van deze zaal is erg hoog. Alleen de gymnastiekvereniging heeft hier al een jaargebruik van bijna 1.400 uur. Benodigde capaciteit aan sportzalen tot 2040 Sportzalen vormen door de grotere maat (t.o.v. een gymzaal) vaak een goede aanvulling op het aanbod aan sporthallen voor trainingen van zaalsportverenigingen.
In dorpen/kleine kernen wordt soms gekozen voor een sportzaal in plaats van een gymzaal als er behoefte is aan een grotere accommodatie voor de verenigingen en er te weinig gebruik is voor een sporthal. De sportverenigingen in Enschede hebben een duidelijke voorkeur voor het gebruik van sporthallen omdat dit leidt tot een minder versnipperd gebruik. In de berekening van de benodigde capaciteit van 7 sporthallen is een verplaatsing van uren van de zaalsportverenigingen uit sportzalen meegenomen. In de praktijk zullen mogelijk niet alle uren verhuizen naar de sporthallen als gebruik van de sportzaal is gekoppeld aan de ligging van de sportzaal. De sportzalen hebben in Enschede met name een belangrijke functie voor de turnverenigingen, maar in de 3 gemeentelijke sportzalen zal nog ruimte overblijven om zo nodig een eventuele extra trainingsbehoefte van de sportverenigingen op te vangen. Vanuit de behoeften van de sportverenigingen is er geen noodzaak voor extra sportzalen.
2.3
Gymzalen
Algemene punten Het aantal benodigde gymzalen hangt in hoge mate samen met de omvang van het bewegingsonderwijs van de scholen. Gemeenten hebben de wettelijke taak te voorzien in huisvesting voor het bewegingsonderwijs van het (speciaal) basis- en voortgezet onderwijs. Gymzalen worden nog veel gezien als de meest geschikte accommodatietype voor het invullen van lessen bewegingsonderwijs.
Daarnaast
zijn
ze
geschikt
voor
allerlei
sportactiviteiten
zoals
gymnastiek,
dans,
zelfverdedigingssporten, vechtsporten en sommige zaalsporten zoals volleybal en badminton op recreatief niveau. Vanuit het oogpunt van efficiency kiezen de meeste gemeenten ervoor ook sporthallen en sportzalen zoveel als mogelijk in te zetten voor bewegingsonderwijs. Door het aanbrengen van scheidingswanden biedt een sportzaal een capaciteit van 2 gymzalen en een sporthal in de regel 2 of 3 gymzalen (soms meer). Een zaaldeel in een sporthal of sportzaal is groter en hoger dan een gymzaal. Qua maatvoering sluit dit beter aan bij de door de KVLO geadviseerde maat van een ‘lokaal voor bewegingsonderwijs’ voor voortgezet onderwijs.
Afspraken huisvesting bewegingsonderwijs De afspraken voor de huisvesting van bewegingsonderwijs liggen vast in de verordening onderwijshuisvesting. Globaal zien deze er als volgt uit:
14
Aan een ‘lokaal voor bewegingsonderwijs’ wordt door de gemeente Enschede een maximale capaciteit van 40 klokuren per week toegekend. Bij het basis- en speciaal onderwijs geldt op grond van het aantal uren onderwijs per week dat er maximaal 26 klokuren in één accommodatie kan worden gepland. De gemeente Enschede houdt voor het voortgezet onderwijs in de praktijk in plaats van 40 klokuren een capaciteit van 40 lesuren aan. Een lesuur is hierbij 50 minuten. Doelstelling is dit bij de aankomende aanpassing van de verordening ook formeel zo vast te leggen. Er gelden landelijk vastgestelde normen om de omvang van het te huisvesten bewegingsonderwijs te berekenen (normatieve aantal uren). Dit wordt per school berekend op basis van het aantal leerlingen. Bij het basis- en speciaal onderwijs is dit het aantal leerlingen vanaf groep 3. Voor de groepen 1 en 2 is een speellokaal toereikend. In het voortgezet onderwijs tellen alle leerlingen mee in de berekening. Hierbij vindt indeling plaats op basis van het type onderwijs dat wordt gevolgd (Praktijkonderwijs, vmbo, havo of vwo). Voor sommige basisscholen biedt het normatieve aantal klokuren onvoldoende ruimte om alle leerling groepen 1,5 klokuren per week te laten gymmen.
Deze scholen hebben dan in verhouding meer kinderen in de groepen 3 t/m 8 dan in de groepen 1 en 2 (berekening gaat uit van gelijk aantal leerlingen per leerjaar) en/of ze werken met relatief kleine groepen leerlingen, waardoor er meer groepen leerlingen zijn. De gemeente Enschede heeft gekozen voor toekenning van 1,5 klokuren bewegingsonderwijs per door de school geformeerde groep leerlingen. Tevens biedt de gemeente ruimte aan scholen om ook de leerlingen van groep 1 en 2 één keer per week (= 0,75 klokuur) te laten ‘gymmen’ in een gymzaal in plaats van het speellokaal. Voorwaarde is dat de gymles verzorgd wordt door een vakleerkracht bewegingsonderwijs en er voldoende capaciteit beschikbaar is. In het Mulieronderzoek is aangegeven dat in 2019 het aantal uren bewegingsonderwijs in gymzalen bij het basisonderwijs 37% hoger lag dan het normatieve aantal klokuren. Voor het bepalen van de benodigde capaciteit aan accommodaties voor het bewegingsonderwijs speelt naast de omvang (aantal klok) ook de locatie van de accommodaties een rol. Gemeenten leggen hiervoor de maximale reisafstanden van de school naar de sportaccommodatie vast. Vaste factor die een rol speelt bij het bepalen van de maximale reisafstand is het type onderwijs. Bij het basis- en speciaal onderwijs speelt ook de omvang van het bewegingsonderwijs per school een rol.
De keuzes die de gemeente Enschede hierin heeft gemaakt zijn weergegeven in paragraaf 4.1. Benodigde capaciteit aan gymzalen tot 2040 Scholen In het Mulieronderzoek is berekend dat, als reisafstand geen rol zou spelen, het bewegingsonderwijs in het schooljaar 20212022 kon worden ingevuld in 50 gymzalen/zaaldelen. Op grond van de leerlingenprognoses zou dit in 2040 zijn gedaald naar 45. Hierbij is niet uitgegaan van de afwijkende inroostering van het basisonderwijs die een ruimere capaciteit vraagt. In 2024 worden er 45 gymzalen, 8 sportzalen en 5 sporthallen ingezet voor het bewegingsonderwijs van het (speciaal) basis- en voortgezet onderwijs. Alle sportzalen zijn deelbaar is 2 zaaldelen. Van de 5 sporthallen zijn er 3 deelbaar in 2 zaaldelen en 2 deelbaar in 3 zaaldelen. In totaal vertegenwoordigd dit een capaciteit van 73 zalen/zaaldelen. Het hogere aantal zalen is inherent aan de spreiding van het onderwijs en de leeftijd van de accommodaties (hogere benodigde capaciteit in het verleden). De planning van de vervanging van gymzalen en sportzalen is onderdeel van het IHP Onderwijs. Op basis van de ontwikkelingen bij scholen, zoals leerlingenaantallen en clustering van scholen wordt bepaald welke zalen moeten worden vervangen en welke niet. In de meeste gemeenten is in de loop der jaren het aantal leerlingen in het onderwijs gedaald.
Ook is er landelijk een tendens van clustering van scholen bij vervangende nieuwbouw. Dit leidt vaak tot een geleidelijk dalend aantal gymzalen. Op grond van voorziene en mogelijke ontwikkelingen treden er de komende jaren naar verwachting wijzigingen op in het aanbod van gymzalen: De gymzaal van het Bonhoeffer College (WL Hofstedeweg) is een tijdelijke gymzaal die nog 2 tot 3 jaar in gebruik blijft. In het stadsdeel Oost is een extra gymzaal nodig (te gebruiken door meerdere scholen) in de omgeving van het Bonhoeffer College (van der Waalslaan) en Het Stedelijk Lyceum Innova. Bij Het Stedelijk Lyceum Zuid (Tiemeister) is vervanging van de bestaande sportzaal en gymzaal nodig. Hiervoor is de optie van realisatie van clustering van deze voorzieningen naar een sporthal in beeld.
15
Verenigingen en andere groepen In de regel worden met name de gemeentelijke gymzalen ingezet voor medegebruik door sportverenigingen en andere organisaties. De zalen in eigendom van de schoolbesturen worden hier niet of in mindere mate voor ingezet. Dit is ook in Enschede het geval. In het Mulieronderzoek is gekeken naar de bezetting van de gemeentelijke gymzalen in 2019 op doordeweekse dagen in de tijdsperiode 16.00–23.00 uur. Dit komt uit op een gemiddeld gebruik van 12,5 uur per week. Concentratie van het gebruik ligt in de periode 18.00– 22.00 uur (gemiddeld 8 uur per week). Er is geen richtlijn voor de mate van medegebruik van een gymzaal, maar over het algemeen geldt dat er bij een gemiddeld medegebruik van 15 uur per week sprake is van een ‘volle bezetting’. Dit hangt samen met de voorkeurstijden van groepen die de gymzalen gebruiken. Met een gemiddeld medegebruik van 12,5 uur per week is er dus sprake van voldoende capaciteit aan gymzalen. De realisatie van extra sporthallen zal leiden tot een verschuiving van gebruiksuren van gymzalen naar sporthallen en hiermee tot een toename van de beschikbare capaciteit.
De mate van medegebruik van de gymzalen in Enschede sluit aan bij het beeld van andere gemeenten die relatief veel gymzalen hebben om het bewegingsonderwijs te huisvesten: de capaciteit aan gymzalen dat nodig is voor het bewegingsonderwijs van de scholen is ruim voldoende om de behoefte aan gebruik van gymzalen door sportverenigingen en andere groepen in te vullen. Knelpunten zitten wel in de functionaliteit. In de regel betreft dit een gebrek aan bergruimte. De capaciteit aan bergruimte van een gymzaal is meestal gekoppeld aan de benodigde materialen voor het bewegingsonderwijs. Voor een deel van de medegebruikers is dit niet toereikend. Dit speelt bijvoorbeeld bij de gymnastiekverenigingen die vaak eigen materialen nodig hebben en judogroepen die bergruimte nodig hebben voor de matten.
16
3.
Buitensportaccommodaties
In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde: Inventarisatie aanbod buitensportaccommodaties (paragraaf 3.1). Overzicht aanbod (paragraaf 3.1.1). Diversiteit in het aanbod (paragraaf 3.1.2). Ontwikkelingen in het aanbod (paragraaf 3.1.3). Spreiding van het aanbod (paragraaf 3.1.4). Analyse huidige en toekomstige benodigde aanbod (paragraaf 3.2). Voetbal (paragraaf 3.2.1). Tennis en padel (paragraaf 3.2.2). Hockey (paragraaf 3.2.3). Overige takken van sport (paragraaf 3.2.4).
3.1
Inventarisatie aanbod buitenportaccommodaties
3.1.1
Overzicht aanbod
In de gemeente Enschede bevinden zich 28 sportparken. Deze parken worden in hoofdzaak gebruikt door sportverenigingen en aanvullend voor bewegingsonderwijs van de scholen en activiteiten van andere organisaties, zoals buitenschoolse opvang. Een volledig overzicht van alle sportparken met een specificatie van de aanwezige voorzieningen is bijgevoegd als bijlage 4 Kaarten waarop alle binnen- en buitensportaccommodaties en de scholen zijn weergegeven zijn bijgevoegd als bijlage 5. Als we kijken naar het eigendom en de rol van de gemeente dan zijn de sportparken als volgt in te delen:
Sportparken in eigendom van de Vastgoedbedrijf Enschede (VBE), verhuurd aan Sportaal Het betreft 18 parken die door VBE zijn verhuurd aan Sportaal. Van deze parken worden er 4 binnen enkele jaren gesloten. De activiteiten van de te sluiten parken wordt ingepast op 4 andere parken (clusterlocaties, zie voor toelichting clustering paragraaf 3.1.3). Hierdoor daalt het aantal sportparken dat in eigendom is van VBE naar 14. Op 2 parken is de grond deels in eigendom van de voetbalverenigingen. Dit gaat om de verenigingen RKSV EMOS en GVV Eilermark. Deze delen van de parken vallen buiten de huurovereenkomst met Sportaal. Voor de eigendommen van de opstallen (club- en kleedaccommodaties) en de sportvelden zijn er verschillende situaties: Opstallen VBE is eigenaar en verhuurt aan Sportaal. Sportaal verhuurt aan vereniging(en). VBE is eigenaar en verhuurt aan de vereniging(en). Een vereniging is eigenaar exclusief het grondeigendom (recht van opstal of recht van erfpacht met VBE). Een vereniging is volledig eigenaar Velden VBE is eigenaar en verhuurt aan de vereniging(en). Sportaal is eigenaar (exclusief het grondeigendom) en verhuurt aan de vereniging(en). Een vereniging is eigenaar exclusief het grondeigendom (recht van opstal of recht van erfpacht met VBE).
Een vereniging is volledig eigenaar Ook binnen één sportpark kan er sprake van verschillende situaties met betrekking tot het eigendom van de opstallen en de velden. Het kan voorkomen dat er op een park zowel velden in eigendom zijn van verenigingen als van Sportaal, zowel opstallen in eigendom zijn van verenigingen als van VBE etc.
17
Sportparken in eigendom van de gemeente, verhuurd aan verenigingen Het betreft 6 parken. Op deze parken is er wel sprake van een eenduidige situatie met betrekking tot de velden en de opstallen. Deze zijn allemaal eigendom van de verenigingen. VBE heeft uitsluitend het grondeigendom. De grond wordt door VBE verhuurd, is in erfpacht gegeven of er is recht van opstal gevestigd. Sportparken in eigendom van derden Dit betreft in totaal 4 parken: het sportpark van de Universiteit van Twente en 3 parken met voorzieningen voor tennis en padel. De gemeente heeft hier geen rol, maar de parken zijn voor de volledigheid wel meegenomen in de inventarisatie omdat ze wel een rol spelen bij het bepalen van de benodigde capaciteit aan sportaccommodaties. Bovenstaande is vertaald in tabel 7:
Sportparken in eigendom van de gemeente, verhuurd aan Sportaal
18
Na afronding clustering 14
Sportparken in eigendom van de gemeente, verhuurd aan verenigingen
6
6
Sportparken in eigendom van derden
4
4
Totaal
28
24
Rol gemeente
Huidige situatie
Tabel 7: aanbod verdeeld naar rol gemeente buitensportaccommodaties Omvang en karakter van de parken Van de 24 sportparken die na de clustering resteren zijn er 14 parken die monofunctioneel zijn: er is maar 1 tak van sport gehuisvest. De andere 10 parken zijn multifunctionele parken: er zijn minimaal 2 takken van sport gehuisvest. De parken met de grootste diversiteit zijn Diekman Oost en het sportpark van de Universiteit Twente met 5 en 7 takken van sport. De structuur met veel monofunctionele parken hangt samen met de historie waar verenigingen gespreid over Enschede zijn gehuisvest. Veel locaties hebben daarom een relatief beperkte omvang die onvoldoende ruimte biedt voor het clusteren van meerdere takken van sport. Het karakter van de meeste sportparken is nog als traditioneel te bestempelen. De gebruikers van de parken zijn in hoofdzaak intern gericht op de eigen leden en ook bij meerdere verenigingen per park is er weinig sprake van onderlinge samenwerking. De gemeente streeft naar het verbreden van de functie van de parken en het gebruik, waarbij ook een relatie wordt gelegd met de buurt. Bij de nog te realiseren clusterlocaties is dit onderdeel van de planvorming.
Eigendom gemeente/Sportaal sportvelden per sporttak VBE/Sportaal heeft velden voor de volgende sporttakken in eigendom: voetbal, korfbal, honk- en softbal, atletiek, beachvolleybal, handbal, rugby en American Football. Bij voetbal en korfbal zijn ook enkele velden eigendom van verenigingen. Bij hockey en tennis zijn alle banen en velden eigendom van de verenigingen. De ondergrond is bij tennis en hockey wel gemeentelijke eigendom. Deze eigendomsverhouding sluit aan bij het landelijke beeld.
3.1.2
Diversiteit in het aanbod
In totaal zijn er op de sporttakken voorzieningen voor 16 verschillende takken van sport. In tabel 8 zijn deze takken van sport weergegeven. Hierbij is tevens inzichtelijk gemaakt wie de eigenaren zijn van de velden. Er worden 3 (soorten) eigenaren onderscheiden: 1. VBE/Sportaal, 2. verenigingen en 3. de Universiteit Twente (UT). Buiten beschouwing gelaten zijn de voorzieningen van commerciële sportaanbieders. Dit beperkt zich tot tennis en padelbanen. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 3.2.2.
18
Sport
Veldeigendom
Veldeigendom
Veldeigendom
VBE / Sportaal
verenigingen
Universiteit Twente
Voetbal Tennis Padel Korfbal Honk- en softbal Hockey Atletiek Handbal (regulier en beach) Beachvolleybal Rugby American Football Jeu de boules Bowls Mountainbike (jeugdparcours) Golf Frisbee Tabel 8: aanbod sporttakken en eigendom velden De diversiteit aan sporttakken in Enschede sluit aan bij het landelijke beeld. Dit beeld is dat in (nagenoeg) alle gemeenten voorzieningen voor voetbal en tennis (en padel) aanwezig zijn. Dit zijn de sporttakken met de meeste beoefenaars. Naarmate een gemeente meer inwoners heeft, ontstaat er draagvlak voor voorzieningen voor andere takken van sport zoals korfbal, handbal, honk- en softbal, hockey, jeu de boules, bowls, beachvolleybal en atletiek. Rugby en American Football hebben landelijk weinig beoefenaars. Voorzieningen voor deze takken van sport zijn er in de regel enkel in een aantal grotere gemeenten aanwezig en de verenigingen hebben veelal een beperkt aantal leden (met name American Football). De diversiteit van het aanbod in Enschede is goed. Alle ‘gangbare’ veldsporten die op competitieniveau worden beoefend zijn in Enschede vertegenwoordigd. Een minder voorkomende sporttak die in Enschede wordt beoefend is frisbee. Daarnaast is er in Enschede nog een golfvereniging aanwezig met een geheel eigen voorziening. In de regel is er bij de golfsport sprake van commerciële banen.
3.1.3
Ontwikkelingen in het aanbod
Omdat er grote verschillen waren in de mate van gebruik van de verschillende parken is er in 2017 gestart met een traject om het aantal sportparken te verminderen (clustering sportparken). Dit heeft geleid tot de keuze om 4 gemeentelijke sportparken af te stoten (geen functie meer voor sport) en 1 park vrij te maken voor FC Twente (Diekman West). De activiteiten van deze 5 parken zijn/worden ingepast op 4 clusterlocaties, allemaal bestaande gemeentelijke sportparken. In tabel 9 zijn de parken die komen te vervallen en de parken waar is/wordt geclusterd weergegeven. Parken die vervallen
Clusterlocaties
Sportpark Diekman West (behoud voor topsport)
Sportpark Diekman Oost
Wethouder Horstmanpark
Sportpark Schreurserve
Sportpark CVV Achilles / Horstlindelaan
Sportpark Wesselerbrink-Zuid (Zuid)
Sportpark Phenix / Zuid Esmarkerrondweg
Sportpark Ekersdijk (Oost/Glanerbrug)
Sportpark Bultserve (Glanerbrug) Tabel 9: parken die vervallen en clusterlocaties
19
Met de clustering is de verhuizing van 7 voetbalverenigingen, 1 rugbyvereniging en 1 scheidsrechtersvereniging gemoeid. De clustering op Diekman Oost is nagenoeg afgerond en hiermee is sportpark Diekman West vrijgespeeld voor topsport (FC Twente). Op de andere clusterlocaties vindt momenteel uitwerking plaats in overleg met de verenigingen. De verenigingen op de clusterlocaties maken gezamenlijk gebruik van de velden. Op de clusterlocaties Schreurserve en Zuid is een nieuwe Multi Functionele Sport Accommodatie (MFSA) onderdeel van het programma. Dit is één nieuwe club/kleedaccommodatie voor alle verenigingen samen. Aan de clustering zijn geen gedwongen fusies van verenigingen gekoppeld, maar op termijn kan dit een logisch gevolg zijn dat op initiatief van de verenigingen kan plaatsvinden. Vooralsnog kiezen de verenigingen niet voor fusies en is er (straks) sprake van meerdere voetbalverenigingen per clusterlocatie. Met de verenigingen die nog zijn gehuisvest op de 4 af te stoten sportparken worden afspraken gemaakt over het tijdstip van de verhuizing naar een van de clusterlocaties.
3.1.4
Spreiding van het aanbod
Er is sprake van een goede spreiding van de sportparken over de gemeente, ook na de uitvoering van de clustering. In tabel 10 is het aantal sportparken per stadsdeel weergegeven. Stadsdeel Centrum
Aantal sportparken 1
Noord
7
Oost
11
West
0
Zuid
5
Tabel 10: spreiding sportparken De tabel laat zien dat, uitgezonderd in de stadsdelen Centrum (1) en West (0) in elk stadsdeel meerdere sportparken zijn. Het lage aantal in de stadsdelen Centrum en West is geen knelpunt. De gemiddelde inwoner van Enschede hoeft niet ver te reizen om te kunnen deelnemen aan buitensport. Met name voor voetbal en tennis is er sprake van korte afstanden voor de inwoners. Deze takken van sport worden op veel parken gespreid over de gemeente aangeboden (respectievelijk 13 en 11). Voor hockey en korfbal is er keuze uit meerdere locaties, die geografisch gezien goed zijn gespreid. Voor de sporttakken met 1 locatie geldt dat ze allemaal zijn gesitueerd op goed bereikbare locaties binnen het stedelijke gebied. Voor het voetbal, tennis, hockey en korfbal wordt nog iets specifieker ingegaan op de spreiding. Voetbal In totaal wordt er voetbal aangeboden op 13 sportparken. De voorziening op het park van de UT is alleen toegankelijk voor de studentensportvereniging. Van de resterende 12 locaties is sportpark Het Centrum een kleine locatie van 2 velden. De vereniging die hier speelt heeft 1 seniorenteam en 1 jeugdteam (onder 19). De vereniging heeft geen groeiambitie en met de vereniging is overeengekomen dat 1 veld uit gebruik gaat. De parken Wesselerbrink-Midden en clusterlocatie Wesselerbrink Zuid grenzen aan elkaar (scheiding door een weg).
De parken Zoutendijk en clusterlocatie Oost (Ekersdijk) grenzen eveneens aan elkaar. Een samenvoeging van deze locaties is in het kader van de clustering onderzocht, maar werd niet gesteund door de verenigingen. Tennis en padel Het aanbod voor tennis en padel is goed gespreid over de gemeente. De inwoners van Enschede kunnen op 10 locaties outdoor tennissen bij een vereniging, waaronder de studententennisvereniging. Op 3 van deze locaties kan ook outdoor padel worden gespeeld: Topspinners (Noord), TV Glanerbrug (Oost) en T.E.Z. (Zuid). Daarnaast biedt commerciële aanbieder Triforia (Oost) outdoor tennis- en padelbanen. De locaties hebben allemaal een minimale omvang van 5 tennisbanen. 20
Voor indoor tennis en padel is er alleen commercieel aanbod: Trifora (Oost) en het Diekman BV (Zuid) bieden uitsluitend indoor tennisbanen. Indoor tennis en padel ’t Wooldrik (Oost) biedt tennis- en padelbanen. De Performance Factory (Centrum) en Padel Plaza (Noord) bieden uitsluitend indoor padelbanen. Hockey De spreiding van het hockey is goed. Naast de studentenvereniging is er sprake van 2 verenigingen: EHV en Prinses Wilhelmina (PW). EHV is gehuisvest op sportpark Wesselerbrink Noord (Zuid) en PW op sportpark Prinses Wilhelmina (Noord). PW maakt mede gebruik van een veld van de studentenvereniging op het sportpark van de UT omdat de capaciteit van de eigen velden niet toereikend is. Het sportpark van de UT ligt ook in het stadsdeel Noord, waardoor er sprake is van een gunstige combinatie.
Korfbal De spreiding van het korfbal is goed Naast de studentenvereniging zijn er 3 verenigingen, die gesitueerd zijn in 3 verschillende stadsdelen: NRC ’22 (Noord), DOS-WK (Zuid) en GKV Ons Clubje (Oost).
3.2
Analyse huidige en toekomstige benodigde aanbod
In deze paragraaf wordt inzichtelijk gemaakt of er sprake is van een goede verhouding tussen vraag en aanbod van de buitensportaccommodaties en wat de verwachte ontwikkeling hierin is tot 2040. Bij is de volgende informatie betrokken: De bevindingen uit paragraaf 3.1. De vraag-aanbod analyse van het Mulierinstituut (2022). De voor de buitensport relevante trends en ontwikkelingen (landelijk en lokaal) zoals weergegeven in bijlage 2.