CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Broekheurne V5

Raadsvergadering 7 juli 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Projectafwijkingsbesluit Zonnepark Broekheurne18.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

24

periode 2021-2030 dan met minimaal 8% laten toenemen Als mogelijke bronnen zijn genoemd: opwek middels zon op dak, zon op land en water, biomassa en wind. Om uit te rekenen welke technieken allemaal nodig zijn om deze doelstellingen te halen en hoeveel van die technieken nodig is, is er een milieu effect rapport vastgesteld. Hierin is opgenomen dat er 328 TJ aan veldopstellingen op land nodig zijn, naast windenergie, productie zon op dak, parkeerterreinen, etc. (zie Figuur 11).

F IGUUR 11: O VERZICHT ENERGIEBRONNEN DIE NODIG ZIJN VOOR AMBITIENIVEAU . BRON : MILIEU EFFECT RAPPORTAGE , G EMEENTE E NSCHEDE.

Op verzoek van de gemeenteraad van Enschede zijn de consequenties van netcongestie op het behalen van de doelstellingen uit de energievisie in kaart gebracht. De conclusie van deze analyse was dat de doelstellingen voor 2030 niet gehaald gaan worden. Dit bleek uit een brief aan de gemeenteraad van november 2023. 5 Dit betekent dus dat het aandeel van hernieuwbare energie met 8% laten toenemen niet gaat lukken. De situatie is eind 2024 ongewijzigd. Wat betreft het aandeel veldopstellingen op land en het aandeel aan de doelbereiking: momenteel heeft de gemeente nog niet de helft van het benodigde TJ gehaald. Volgens de brief aan de gemeenteraad zal door het project in de Broekheurne ruim 1 procentpunt extra worden bijgedragen aan de doelstelling. Dit betrof toentertijd nog een zonnepark van grotere omvang (van ongeveer 50 hectare i.p.v. 15 hectare).

3.2.4 CONCLUSIE PROVINCIAAL BELEID De provincie hecht in haar beleid veel waarde aan het combineren van verschillende functies. De inrichting van het zonnepark moet zowel efficiënt als een meerwaarde voor de maatschappij zijn. Het voorliggende plan past binnen de provinciale ambities en regels om te komen tot een meer duurzame vorm van energievoorziening. Er is geen sprake van strijdigheid met het provinciaal beleid.

5 Brief aan de Raad, Haalbaarheid realisatie doelstellingen energievisie. Online:

https://enschede.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/cfe27a5a-1ac0-4129-bbc9002b7959dd2a?documentId=6a392953-707b-4c3e-9fd3-24e1e37d27f7&agendaItemId=630d1668-65bb-4887-9570c4e0ef9a620a.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

25

3.3

REGIONAAL BELEID 3.3.1 RES-REGIO TWENTE 1.0

Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepubliceerd. Het Klimaatakkoord bevat een samenhangend pakket aan maatregelen dat moet resulteren in een forse CO2-reductie. Dertig verschillende regio’s in Nederland zijn als gevolg hiervan bezig met het opstellen van de RES: Regionale Energie Strategie. De RES is een instrument om met maatschappelijke betrokkenheid te komen tot regionale keuzen voor: 1. De opwekking van duurzame elektriciteit; 2. De warmtetransitie in de gebouwde omgeving; 3. De daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur. In de RES staat beschreven welke strategie de RES-regio hanteert om lokale en regionale energiedoelstellingen te bepalen en te behalen. Gemeente Enschede valt samen met 12 andere gemeenten onder de RES Regio Twente. De RES 1.0 is in juli 2021 vastgesteld door alle gemeenten die deel uitmaken van de RES Twente. Met de ambities van de gemeenten levert RES Twente een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse opgave, namelijk ten minste 1,5 TWh. RES Twente heeft de ambitie ingevuld om in 2050 een energie neutrale regio te zijn. Hiervoor zijn naast andere technieken, ook zonneparken nodig.

3.3.2 CONCLUSIE REGIONAAL BELEID Het voorliggende plan past binnen de regionale ambities en regels om te komen tot een meer duurzame vorm van energievoorziening. Met Zonnepark Broekheurne wordt een deel van de opgave van de RES Twente ingevuld. Er is geen sprake van strijdigheid met het regionaal beleid.

3.4

GEMEENTELIJK BELEID 3.4.1 VISIE LANDELIJK GEBIED E NSCHEDE

De visie landelijk gebied Enschede (2021) is opgesteld om richting te geven aan de vele (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente Enschede. Met een landschapsstudie kunnen nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied afgestemd worden op de kwaliteit van het landschap: zeer hoog, hoog en basiskwaliteit. Zonneparken mogen ontwikkeld worden in landschap met een basiskwaliteit, hierover is verder beleid opgenomen in de Energievisie (2021). Voor zonneparken groter dan 2 hectare is een gebiedsaanpak nodig, waarin de verschillende opgaven die op dat gebied afkomen op elkaar worden betrokken. De opgave ‘groen bij zonnevelden’ beschrijft verder nog dat de groenstructuren van een zonneveld blijvend moeten bijdragen aan het landschap en de biodiversiteit. Voor het zonnepark in de Broekheurne is mede vanuit deze visie samen met een landschapsarchitect van een gemeente een globaal plan voor een ruimtelijke transitie van het gebied gemaakt waar energie opwekking een onderdeel is, maar waar landschap ook een belangrijke rol speelt. Dit plan vormde het vertrekpunt voor het ontwerp van het zonnepark bij de start van het gebiedsproces.

3.4.2 NATUUR- EN LANDSCHAPSPLAN Het Natuur- en Landschapsplan (dd. 24 januari 2023) past de gemeente toe op ruimtelijke plannen in het buitengebied. Zo staat er omschreven uit welke landschapsonderdelen het landelijk gebied is opgebouwd, de verschillende landschapstypen en welke waardering die krijgen, hoe de gemeente de komende tijd natuur en landschap in het landelijk gebied gaat versterken en wat inwoners zelf kunnen

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

26

doen om de natuur in de omgeving te versterken. Voor de inrichting van Zonnepark Broekheurne is gebruik gemaakt van de bouwstenen uit het Natuur- en Landschapsplan. Het zonnepark bevindt zich in een jonge veldontginningslandschap met een basiswaarde. Dit is een gebied dat wel een groen karakter heeft, maar waar het landschap van vroeger niet meer te herkennen is. Er ligt dus bij nieuwe ontwikkelingen een kans om het landschap sterker te maken door nieuwe landschapselementen toe te voegen en zo nieuwe leefgebieden te creëren voor dieren en planten. Om deze reden is gekozen voor nieuwe groenstructuren en de nieuwe inrichting van de Usselerstroom.

3.4.3 E NERGIEVISIE GEMEENTE ENSCHEDE De Energievisie (2021) en de Beleidsregels voor zonne-energie (2021) van de gemeente Enschede vormen de basis van het gemeentelijke beleid op het gebied van grootschalige zonne-energieproductie. De gemeente Enschede wil met de Energievisie het aandeel hernieuwbare energie in de periode 20212030 met minimaal 8% laten toenemen. Grootschalige energieproductie vanuit zon en wind is één van de drie pijlers binnen deze visie. De gemeente kiest hiervoor voor een gebiedsgerichte aanpak, en de toepassing van de beleidsregels voor zonne-energie is de basis voor zorgvuldige locatiekeuze en een goede ruimtelijke inpassing.

3.4.4 BELEIDSREGELS VOOR ZONNE-ENERGIE De ruimtelijke (on)mogelijkheden en de wijze waarop zonneparken ontwikkeld kunnen worden, staan beschreven in de Beleidsregels voor zonne-energie. De clustering van zonneparken in gebieden met een basiskwaliteit wordt geprioriteerd. Deze gebieden met een basiskwaliteit lenen zich vanuit landschappelijk perspectief goed voor de realisatie van een zonnepark. Het voorliggende plan voor Zonnepark Broekheurne valt binnen dit gebied. Naast de locatie, is ook de manier waarop zonneparken ontwikkeld kunnen worden uitgelicht in de Beleidsregels. De gemeente heeft hiervoor spelregels geformuleerd, onder meer op het gebied van het beperken van de impact op de omgeving en het landschap, de bedekkingsgraad, het overleg en samenwerking met de omgeving, de tijdelijkheid van het zonnepark van 25 jaar, en het streven naar 50% lokaal eigendom. Deze ruimtelijke onderbouwing laat in verschillende hoofdstukken zien op welke manier er bij dit zonnepark invulling is gegeven aan deze spelregels.

3.4.5 GEBIEDSPROCES EN GEBIEDSAGENDA BROEKHEURNE De gemeente heeft in haar beleid vastgelegd dat een zonnepark groter dan 2 hectare altijd via een integrale gebiedsgerichte aanpak moet worden opgepakt. Voordat het gebiedsproces kon starten, is in 2021 eerst een verkenning uitgevoerd door een gebiedsverkenner. De gemeente Enschede heeft het gebiedsproces samen met de buurtkring Broekheurne en Stawel opgepakt. Begin 2022 hebben zij een onafhankelijke gebiedsregisseur uitgezocht om een Gebiedsagenda op te stellen in samenwerking met de bewoners, (agrarische) bedrijven en grondeigenaren in de Broekheurne. In een veel groter gebied zijn – samen met de bewoners en bedrijven – alle belangen meegenomen, zoals van landbouw, bewoning, natuur, landschap, recreatie en water. Dit ging dus veel verder dan alleen het zonnepark. Uniek hierdoor is dat een groot deel van de participatie en communicatie met de inwoners en (agrarische) bedrijven van de Broekheurne is gedaan tijdens het gebiedsproces voor het opstellen van de Gebiedsagenda Broekheurne (zie ook het Communicatie- en participatieplan in Bijlage 6). Meer informatie is ook te vinden op: https://www.enschede.nl/gebiedsaanpak-broekheurne.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

27

De gebiedsagenda is op 17 juli 2023 definitief vastgesteld door de gemeenteraad. Bij de Gebiedsagenda Broekheurne horen een toelichting, een maatregelenbundel en een procesverslag. Onderstaande passage komt uit de toelichting van de gebiedsagenda en geeft weer wat de uitkomst voor het zonnepark is en welke maatregelen daarvoor zijn opgenomen.

De inwoners van de Broekheurne zijn bereid om het initiatief van de ontwikkelaars Enschede Energie en TPSolar en vier grondeigenaren in te passen. De logische locatie is het terrein waar in het eerste deel van de vorige eeuw huisvuil is gestort. De gronden zijn goed bruikbaar als grasland in de melkveehouderij, maar hebben wel een verminderde economische waarde. Het landschap heeft basiskwaliteit. Daarvoor geldt dat een nieuw landschap kan worden ontworpen. Vanuit dat oogpunt is het zonneveld binnen het gebiedsproces verder ontwikkeld. De omwonenden van het initiatiefgebied hebben onder meer gevraagd om een compacter en minder grillig ontwerp, waarbij de panelen zo min mogelijk zichtbaar zijn en bestaande zichtlijnen behouden blijven. Vanuit de landbouw is gevraagd om rekening te houden met de verkaveling van hun bedrijven. In vergelijking tot het eerste initiatief zijn de locatie en het ontwerp hierop aangepast. Het veld is ook uitgebreid door toetreding van een vierde grondeigenaar van bruto 35 ha tot bruto 48,5 ha. Naast TPSolar is Enschede Energie mede-ontwikkelaar van het zonneveld. Dat zorgt voor tenminste 50% lokaal eigendom. Het ontwerp van het zonneveld is verder verbeterd om te voldoen aan de eisen die de gemeente stelt in haar beleidsregels voor zonnevelden.

Het ontwerp sluit verder aan bij de grootschalige verkaveling en de openheid van het jonge ontginningslandschap. F IGUUR 12: T OELICHTING GEBIEDSAGENDA BROEKHEURNE. D E UITEINDELIJKE GROOTTE VAN HET ZONNEPARK IS UITEINDELIJK FORS KLEINER GEWORDEN DAN DE GENOEMDE 48,5 HECTARE . BRON : GEBIEDSAGENDA B ROEKHEURNE (2023).

De vastgestelde gebiedsagenda en het voorlopig ontwerp van Zonnepark Broekheurne daarin, vormde het vertrekpunt van waaruit de initiatiefnemers verder konden met het voorbereiden van de vergunningsaanvraag. Onderhavig plan is daar het resultaat van.

3.4.6 CONCLUSIE GEMEENTELIJK BELEID Het voorliggende plan voor Zonnepark Broekheurne voldoet aan de bepalingen uit de Energievisie en de Beleidsregels zonne-energie van de gemeente Enschede. Daarnaast sluit het aan op de vastgestelde gebiedsagenda van de Broekheurne. Het voornemen past binnen de gemeentelijke ambities om te komen tot een meer duurzame vorm van de energievoorziening. Er is geen sprake van strijdigheid met het gemeentelijk beleid.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

28

4. OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse omgevingsaspecten.

4.1

ECOLOGIE

Bescherming in het kader van de natuur is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. De soortenbescherming is sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet Natuurbescherming. Deze is per 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet. De vergunning voor het zonnepark is in 2023 aangevraagd. De gebiedsbescherming is geregeld in de Wet Natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waarbinnen onder meer de Natura 2000-gebieden vallen.

4.1.1 GEBIEDSBESCHERMING Natura 2000-gebieden Er liggen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. De dichtstbijzijnde gebieden zijn weergegeven in Figuur 13: • Witte Veen (290 ha), hemelsbreed 1,54 kilometer van het plangebied; • Buurserzand & Haaksbergervee (1.243 ha), hemelsbreed 2,2 kilometer van het plangebied; • Aamsveen (144 ha), hemelsbreed 6 kilometer van het plangebied.

F IGUUR 13: PLANLOCATIE ( ORANJE OMLIJND ) TEN OPZICHTE VAN DE AANWEZIGE N ATURA 2000- GEBIEDEN (GROEN ). BRON: N ATURA2000.NL / GEBIEDEN /O VERIJSSEL .

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

29

De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de omgevingseffecten uitsluitend beperkt blijven tot het plangebied of de zeer directe zone eromheen. Er zijn daardoor geen directe effecten op voornoemd Natura 2000-gebied te verwachten. Gezien de aard en schaal van de ingreep is een AERIUS-calculatie nodig voor de aanleg- en exploitatieperiode van het zonnepark, zie Bijlage 5 voor de berekeningen en uitgangspunten. Het resultaat van de AERIUS-calculator luidt als volgt: er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit betekent dat de bouw en de exploitatie van het zonnepark in de Broekheurne geen stikstof gerelateerd effect zal hebben op omliggende Natura 2000-gebieden. Een vergunning Wet natuurbescherming, onderdeel stikstof, is derhalve niet aan de orde voor de desbetreffende werkzaamheden.

Natuur Netwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van op elkaar aangesloten natuurgebieden in ons land. Dit netwerk is belangrijk voor de natuur, want grotere natuurgebieden zijn beter bestand tegen droogte, klimaatverandering en andere schadelijke invloeden. Ook kunnen er meer soorten planten en dieren leven. Het plangebied ligt niet binnen (of direct aan) een NNN gebied. Er zijn wel NNN-gebieden aanwezig in de omgeving van het plangebied. De dichtstbijzijnde gebieden zijn weergegeven in Figuur 14, waarbij de meest dichtbij zijnde locatie op 300 meter ligt. Er worden geen effecten verwacht op deze NNN gebieden (formeel heeft de bescherming van NNN ook geen externe werking). Met de beoogde landschappelijke inpassing wordt er juist een stapsteen gecreëerd in het (nog) beter verbinden van deze gebieden.

F IGUUR 14: PLANLOCATIE ( ORANJE ) TEN OPZICHTE VAN NNN- GEBIEDEN (GROEN ) IN DE OMGEVING. B RON: A TLASLEEFOMGEVING. NL .

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

30

Conclusie De ingrepen behorend tot het project leiden niet tot effecten op beschermde natuurgebieden, zoals aantasting van kernkwaliteiten of doelstellingen van het Natuurnetwerk Nederland of externe effecten op Natura 2000-gebieden. Dit is geconcludeerd in de QuickScan flora en fauna die TPSolar heeft laten uitvoeren door ecologisch adviesbureau Otte Groenadvies, zie Bijlage 4A.

4.1.2 SOORTENBESCHERMING Om te beoordelen of het voorgenomen plan voldoet aan de Wet Natuurbescherming is een QuickScan flora en fauna op basis van meerdere veldbezoeken uitgevoerd door Otte Groenadvies (zie Bijlage 4A). De meerdere veldbezoeken zijn mede te danken aan de veranderende plancontouren door de jaren heen. Er wordt met dit onderzoek beoordeeld welke natuurwaarden er verwacht worden in het plangebied en er wordt gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde planten en diersoorten. Flora Hieruit is naar voren gekomen dat er geen beschermde plantensoorten binnen het plangebied zijn aangetroffen en er wat dat betreft geen beperkingen zijn. Fauna Er is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van verschillende diersoorten. Onderstaand de belangrijkste conclusies: • Op de planlocatie zijn geen sporen van de das aangetroffen. Het plangebied ligt op ruime afstand van het bosperceel bij het Rutbeek, waar voorheen nader onderzoek naar de das is uitgevoerd (in de tijd dat het plangebied nog een veel grotere omvang had). Tussen het plangebied en het bosperceel liggen diverse agrarische percelen. Mocht de das het agrarische gebied gebruiken als foerageergebied is hier van het aanbod ruimschoots aanwezig.

Het is zeer onwaarschijnlijk dat het plangebied wordt gebruikt als foerageergebied van de das, het plangebied maakt met zekerheid geen essentieel onderdeel uit van het foerageergebied van de das. Met de herinrichting van het plangebied worden geen negatieve effecten op de das verwacht. • Met name de omgeving van het plangebied, daar waar de boerderijen staan, zijn in potentie geschikt als verblijfplaats voor steenmarter. De planlocatie zelf is minder geschikt door het intensieve agrarisch gebruik. De steenmarter is enkel als passant te verwachten in de ruigte randen en randen met opgaand groen langs de randen van het plangebied. Sporen van vaste verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen en ontbreken in het plangebied. Het is niet te verwachten dat de toekomstige ontwikkeling een negatief effect heeft op de steenmarter. • Voor kleine marterachtigen en de egel is niet met volledige zekerheid te zeggen dat er geen verbodsbepalingen overtreden worden. De ruigte randen langs de waterafvoersloten, de oevers van de Usselerstroom, het aanwezige groen op de voormalig vuilnisbelt tegenover het plangebied en de groenstroken en het bosperceel tegen het plangebied aan zijn in potentie geschikt om te dienen als vaste rust- en verblijfplaats en essentieel functioneel leefgebied voor de wezel, hermelijn, bunzing en de egel. Er worden geen groenstructuren rondom het plangebied aangetast.

Echter, met de voorgenomen nieuwe inrichting van de oever van de Usselerstroom en doordat er tijdens de aanleg (dicht)bij de bermen langs het plangebied werkzaamheden worden verricht, kunnen potentiële verblijfplaatsen en functioneel leefgebied

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

31

•

•

verstoord worden. Hiervoor zullen initiatiefnemers daarom een mitigatieplan opstellen en een vergunning aanvragen bij de provincie. Dit zal separaat van de omgevingsvergunning in gang gezet worden. Omdat deze in 2024 is aangevraagd, moet deze voldoen aan de Omgevingswet. In april 2025 is door de provincie hierover een positief besluit afgegeven. Eén van de maatregelen die specifiek wordt genomen met het oog op de kleine marterachtigen is het plaatsen van 4 takkenrillen. Er is nader onderzoek uitgevoerd naar de ijsvogel en de gele kwikstaart (zie Bijlage 4B: Nader onderzoek ijsvogel en gele kwikstaart). Beide soorten zijn niet aangetroffen op de planlocatie. Het is niet te verwachten dat de toekomstige ontwikkeling een negatief effect heeft op de ijsvogel en de gele kwikstaart. Er hoeft hier geen ontheffing voor worden aangevraagd bij de provincie. Op basis van het veldbezoek is de inschatting dat de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve effecten op vleermuizen heeft. Nader onderzoek is niet nodig.

Zorgplicht Er geldt een zorgplicht tijdens de aanleg en beheer van het zonnepark. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen dienen te worden.

Conclusie Met de landschappelijke inpassing en gebruik van inheemse streekeigen vegetatie, worden de natuurwaarden versterkt in en rondom het plangebied. Dit wordt gerealiseerd door de aanplant van een diversiteit en variatie aan beplantingstypen met inheemse beplanting, maar ook door de beoogde plasdraszones langs de Usselerstroom. Deze landschappelijke inpassing draagt bij aan verruiming van het leef- en ontwikkelingsgebied van beschermde flora en fauna, waaronder ook de doelsoorten binnen dit deelgebied/landschapstype Veldontginning binnen de gemeente Enschede. Omdat voor kleine marterachtigen en de egel niet met een volledige zekerheid te zeggen valt dat er geen verbodsbepalingen overtreden worden, wordt hier separaat een omgevingsvergunning voor een floraen fauna-activiteit met betrekking tot deze soorten aangevraagd bij de provincie. De provincie heeft in april 2025 besloten de omgevingsvergunning te verlenen.

4.2

CULTUREEL ERFGOED, LANDSCHAP EN STEDENBOUW 4.2.1 ARCHEOLOGIE

Binnen het vigerend bestemmingsplan van het plangebied is geen sprake van een dubbelbestemming met een archeologische waarde. De gemeente is bevoegd gezag voor het nemen van besluiten over behoudens waardige archeologie in de bodem. Voor het antwoord of archeologisch onderzoek verplicht is kunnen initiatiefnemers de Archeologische Beleidskaart raadplegen. Volgens de Beleidskaart Archeologie ligt het plangebied in een gebied met een lage verwachting (zie Figuur 15). Dit type archeologisch gebied betreft gebieden met een lage archeologische verwachtingswaarde en of afgravingen met verleende ontgrondingsvergunning waarvoor de vergunning-aanvrager een vrijstelling krijgt van verplicht archeologisch onderzoek. Deze gebieden zijn vrijgesteld van het verplichte archeologisch onderzoek. Dit betekent niet dat er geen archeologie aangetroffen kan worden. Bij eventuele vondsten geldt de meldplicht, in het kader van de Monumentenwet, bij de gemeente Enschede. De gemeente betaalt in dat geval de kosten van archeologisch onderzoek.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

32

F IGUUR 15: PLANLOCATIE ( BLAUW ) OP B ELEIDSKAART ARCHEOLOGIE VAN DE GEMEENTE. BRON: G EMEENTE E NSCHEDE.

Voor de aanleg van het zonnepark wordt er circa 881 m² grond dieper dan 30 cm geroerd. In tabel 2 zijn alle grondroerende activiteiten weergegeven en is er per categorie aangeven wat de te verwachten oppervlak aan grondroering zal zijn. T ABEL 2: OPPERVLAK VERSTOORDE AARDE AANLEG Z ONNEPARK BROEKHEURNE.

Aanduiding Hekwerk Paneelconstructie Bekabeling Poort Inkoopstation Transformatoren & batterijen Hoekpalen Cameramast Totaal

m² verstoorde aarde dieper dan 30 cm 2 m² 2 m² 675 m² 3 m² 8 m² 185 m² 1 m² 5 m² 881 m²

Voor de beoogde inrichting langs de Usselerstroom (zie paragraaf 4.6), welke een ontgraving van de verlaagde/plas-dras-zones van 100 cm en 30 cm t.o.v. huidig maaiveldniveau (circa 3.660 m³) inhoudt, wordt ongeveer 4.730 m² aan aarde verstoord.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

33

Conclusie Er is geen archeologisch onderzoeksrapport nodig voor de geplande activiteiten op de planlocatie. Het aspect archeologie levert op deze locatie geen belemmeringen op voor de aanleg van zonnepark Broekheurne. De wettelijke meldingsplicht archeologische toevalsvondsten is altijd van toepassing. Als er tijdens werkzaamheden toch archeologisch relevante vondsten worden gedaan, dienen die volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet (‘melden toevalsvondsten’) gemeld te worden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (info@cultureelerfgoed.nl of 033-4217456) en de gemeente.

4.2.2 CULTUURHISTORIE Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast archeologische ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen bij een omgevingsvergunningsaanvraag. Deze aanpassing hangt samen met de veranderende betekenis die aan het landschap wordt toegekend. Het landschap is zeer dynamisch door de vele (ruimtelijke) ontwikkelingen die in het gebied plaatsvinden. Tot in de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd het ontginningslandschap met name als agrarisch productiegebied gezien, nu wordt het landschap in toenemende mate beschouwd als uitloopgebied voor de stedeling, als cultuurhistorisch erfgoed en leefgebied voor flora en fauna. Het plangebied is een historisch cultuurlandschap, gezien de status ruilverkavelingsblok 1985-heden. Dit houdt in dat het landschap zich karakteriseert door een open en ‘oud’ landschap, beter bewaard en met grotere kavels. Volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Overijssel wordt er een waarde 2 aan het plangebied toegewezen, wat inhoudt dat ruilverkaveling gedeeltelijk aanwezig of aanwezig is geweest. Het plan is zo ingericht dat de cultuurhistorie in stand wordt gehouden. Met name wordt hierbij gedacht aan de verkavelingspatronen.

F IGUUR 16: H ET PLANGEBIED WEERGEGEVEN OP CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART . BRON: C ULTUURHISTORISCHE W AARDENKAART PROVINCIE O VERIJSSEL .

Het aspect cultuurhistorie levert geen belemmeringen op voor de aanleg van Zonnepark Broekheurne. RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

34

4.3

BODEM

Op een groot deel van het plangebied is sprake van een publieksrechtelijke beperking op basis van de Wet bodembescherming. De reden hiervoor is het geval van ernstige bodemverontreiniging (grond) ten gevolgen van het opbrengen van het huisvuil. Op de locatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Onderstaand staan de meest relevante onderzoeksresultaten beschreven. Tevens is er een raamsaneringsplan vastgesteld welke eveneens onderstaand staat beschreven.

Bodemkaart Op de bodemkaart van de gemeente Enschede staat waar al bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Hierop kan iedereen zien of er op een plek al bodemonderzoeken zijn uitgevoerd, een bodemkwaliteitskaart en of de locatie verdacht is op de aanwezigheid van asbest (asbestsignaleringskaart). Voor het plangebied in de Broekheurne is hier te zien dat er een Bodemsanering NAVOS onderzoek (Nazorg Voormalige Stortplaatsen) heeft plaatsgevonden in 2004 in opdracht van de provincie Overijssel. In 2015 is de locatie vlakdekkend onderzocht. Destijds is tot gemiddeld 0,6 m -mv bijmenging aangetroffen met puin, kooldelen, metaal, porselein en glas. Al het organische materiaal (GFT-afval, afval uit beertonnen et cetera) bleek inmiddels verteerd. Analytisch zijn in de zintuiglijk verontreinigde bodemlaag (tot circa 0,6 m -mv) matig tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen (vooral barium, chroom, koper, lood, nikkel, cadmium en zink) en PAK aangetoond. De gemeten gehalten barium, koper, lood, zink, chroom en PAK overschrijden plaatselijk de interventiewaarde. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties (concentraties > streefwaarde) gemeten. In het verleden zijn plaatselijk sterk verhoogde concentraties gemeten.

Verwacht wordt dat dit verhoogde achtergrondwaarden betreft die niet gerelateerd zijn aan de stortlocatie, een relatie met de stort valt echter niet uit te sluiten. Op basis van de onderzoeksresultaten is een risicobeoordeling uitgevoerd. Hieruit volgt dat er geen humane blootstellingsrisico’s of verspreidingsrisico’s worden verwacht (gebruik ‘wonen met tuin’ en ’landbouw zonder tuin’). Ten aanzien van eventuele ecologische risico’s, volgt uit een maatschappelijke afweging dat een eventuele sanering niet opweegt tegen het ecologisch nut of noodzaak. Derhalve is er geen sprake van onaanvaardbare ecologische risico’s. De landbouwkundige beoordeling geeft geen aanleiding tot aanvullend onderzoek of verwachte risico’s ten aanzien van de consumptie van dieren die op het terrein grazen.

Raamsaneringsplan In 2015 is in opdracht van de gemeente Enschede en de provincie Overijssel een raamsaneringsplan opgesteld voor de aanpak van de ‘huisvuilgronden’ in Buurserveen-Usselerveen. Op de locatie is geen sprake van onaanvaardbare risico’s ten aanzien van het bodemgebruik. Sanering is derhalve niet benodigd tenzij er sprake is van grondroerende werkzaamheden ten behoeve van bouw of grondverzet. In dat geval gelden er regels voor het omgaan met verontreinigde grond. Deze regels worden beschreven in dit raamsaneringsplan. Dit plan is opgesteld om het voldoen aan de eisen van de Wet bodembescherming bij grondroerende werkzaamheden spoedig en kosteneffectief te laten verlopen. In het raamsaneringsplan zijn meldingsformulieren opgenomen die hieraan kunnen bijdragen. Het raamsaneringsplan is beschikt onder de Wet bodembescherming.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

35

In het plan staat opgenomen dat er bij werkzaamheden gebruik moet worden gemaakt van een erkend aannemer met de juiste certificeringen en een milieukundig adviesbureau. Ook moet tijdens de werkzaamheden gescheiden ontgraven worden (in geval van geel zand welke niet gemengd mag worden met verontreinigde zwarte grond). Hoe initiatiefnemer tijdens de bouwwerkzaamheden omgaat met de regels uit het raamsaneringsplan zal voorafgaand aan de bouw moeten worden onderbouwd en gemeld worden aan het bevoegd gezag. Zij moet vervolgens toetsen en toestemming verlenen. De belangrijkste uitkomst is dat er tijdens de grond- en bouwwerkzaamheden geen grond gesaneerd zal worden. Het aantal kuub (huisvuil)grond dat verzet wordt tijdens de bouw zal binnen de perceelsgrenzen van diezelfde gronden worden opgebracht.

Verkennend bodemonderzoek Omdat initiatiefnemer al geruime tijd bekend is met het feit dat de planlocatie zogeheten huisvuilgronden betreft, wilde zij vroegtijdig al eventuele risico’s en/of uitgangspunten m.b.t. bouwwerkzaamheden in kaart brengen. Om deze reden is voorafgaand aan de vergunningsaanvraag door onderzoeksbureau TAUW een vooronderzoek volgens NEN 5725 uitgevoerd op de voorgenomen locatie. In de tijd dat hiervoor opdracht werd gegeven, waren de plancontouren nog groter. De conclusie die hieruit voortkwam is dat een groot deel van het plangebied gelegen is ter plaatste van een historische stortlocatie waar gemiddeld tot 0,6 m -mv bijmenging met puin, kooldelen, metaal, porselein en glas in de bodem aanwezig is. De zintuiglijk verontreinigde bodemlaag (tot circa 0,6 m -mv) is matig tot sterk verontreinigd met zware metalen (vooral barium, chroom, koper, lood, nikkel, cadmium en zink) en PAK. Ook zijn er door TAUW een paar aanbevelingen gedaan, zoals dat er voorafgaand aan de werkzaamheden een saneringsplan moet worden opgesteld en daarover afstemming moet worden gezocht met de gemeente in relatie tot het huidige raamsaneringsplan. Voor volledige conclusie en aanbevelingen, zie Bijlage 8.

Conclusie Er is ter plekke van de planlocatie sprake van bodemverontreiniging. De bodemverontreiniging heeft geen onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid of voor de ecologie. Ook zijn er geen (onaanvaardbare) verspreidingsrisico’s. Omdat er geen onaanvaardbare risico’s zijn, hoeft deze bodemverontreiniging niet met spoed gesaneerd te worden. Voor de aanleg van het zonnepark zal er gebruik moeten worden gemaakt van de regels uit het raamsaneringsplan. Er kan dus worden geconcludeerd dat de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4

MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

Met de uitspraak van de Raad van State van 14 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2770) is er een einde gekomen aan de onduidelijkheid over het wel of niet nodig zijn van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling voor een zonnepark. De Afdeling geeft aan dat een zonnepark niet onder de reikwijdte van het Besluit milieueffectrapportage valt. Een zonnepark voldoet volgens de Raad niet aan de criteria voor een landinrichtingsproject, een stedelijk ontwikkelingsproject of een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water.

Conclusie Er is geen vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

36

4.5

MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN 4.5.1 MILIEUZONERING

Om hinder en gevaar te voorkomen, bepaalt de overheid minimale afstanden tussen woningen en bedrijfsactiviteiten. Hiervoor wordt meestal de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin per bedrijfscategorie richtafstanden voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. In 2019 heeft de VNG de richtlijn ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ gepubliceerd. Gemeenten zijn echter niet verplicht deze nieuwe richtlijn te volgen, de versie uit 2009 is nog steeds bruikbaar en wordt het meest toegepast. De richtlijn nieuwe stijl is niet primair van toepassing op het buitengebied, maar gemeenten mogen naar eigen inzicht de richtlijn wel in het buitengebied toepassen als zij daar aanleiding toe zien. De voorgenomen inrichting van de betrokken gronden als zonnepark levert geen milieuhinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies, met uitzondering van het aspect geluid. Er worden transformators en omvormers geplaatst, die bij belasting op zonnige dagen een geringe mate van geluid produceren. Deze worden echter niet aan de randen van het plangebied gesitueerd. Er dient evenwel een toetsing aan de milieuzoneringsrichtlijnen plaats te vinden.

Toetsing aan de VNG-richtlijn 2009 Het onderhavige zonnepark zal een vermogen van ongeveer 15 MW hebben. In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ valt dit onder de activiteit ‘elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tussen de 10 en 100 MVA’. Het betreft hier een milieucategorie 2 inrichting met een richtafstand van 50 meter vanwege geluid. In de Wet Geluidhinder worden geluidgevoelige bestemmingen aangewezen. Dit zijn woningen, maar bijvoorbeeld ook ziekenhuizen, scholen en verzorgingstehuizen. In de omgeving van de planlocatie liggen de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemmingen ten opzichte van de geluid producerende installaties (transformatoren en omvormers) op een grotere afstand dan de richtafstand van 50 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtlijn ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’.

Toetsing aan de Milieuzonering nieuwe stijl (2019) In de nieuwe richtlijn wordt uitgegaan van het daadwerkelijk opgewekte geluidsniveau van een ‘bedrijventerrein of ander werkgebied’ op de terreingrens van het bedrijf, hetgeen dan resulteert in een minimale afstand van een ‘rustige woonwijk’ of een gemengd gebied. Ervan uitgaande dat een zonnepark tot een ‘bedrijf uit een ander werkgebied’ gerekend kan worden en dat het plangebied als ‘rustige woonwijk’ kan worden aangemerkt zou deze richtlijn van toepassing kunnen zijn. In het onderhavige geval zal het in het zonnepark maximaal opgewekte geluid aan de terreingrens van de installatie geheel zijn opgegaan in het achtergrondgeluid, en niet meer meetbaar zijn. Het geluidsniveau blijft daarmee beneden de laagste maximumwaarde van 35 dB(A) uit de richtlijn. Er wordt daarmee voldaan aan de VNG-richtlijn ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ (2019).

Conclusie Het aspect milieuzonering levert geen belemmeringen op voor de aanleg van het zonnepark.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

37

4.5.2 ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN Uitsluitend bij de omvormers en de transformatoren zullen enige elektromagnetische velden vrijkomen. De rest van de installatie is gelijkstroom en daarbij komen er geen elektromagnetische velden vrij. Voor elektromagnetische velden bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een grens van 0,4 microTesla (μT). De GGD-en adviseren om ook bij andere bronnen van ELF-EM-velden, zoals onderstations en transformatoren van zonneparken, dit voorzorgprincipe te hanteren en dus voldoende afstand aan te houden. Dit voorzorgsprincipe wordt dan ook gehanteerd bij de ontwikkeling van dit zonnepark. Om niet boven de advieswaarde van 0,4 μT uit te komen moet minimaal een afstand van 7 meter gehanteerd worden vanaf de woning tot aan de transformatoren en omvormers. Het zonnepark blijft hier zeer ver onder. De omvormers en transformatoren staan midden in de installatie op minimaal 80 meter van de dichtstbijzijnde woning (gemeten vanaf de dichtstbijzijnde transformator tot aan de erfgrens).

Conclusie Het aspect elektromagnetische velden levert geen belemmering op voor het zonnepark.

4.5.3

LICHTREFLECTIE

Er zijn vier verklaringen waarom de omgeving van het zonnepark geen last zal hebben van spiegeling/ weerkaatsing van het zonlicht in de panelen: natuurkundig, landschappelijk, technisch en in de praktijk.

Natuurkundig Als er al reflectie is van zonlicht, dan is deze bij een zonnepark altijd naar de hemel gericht. Dit kan met een beetje natuurkunde worden uitgelegd. Bij reflectie op gladde oppervlakken, zoals op zonnepanelen, geldt in de natuurkunde dat de hoek van inval gelijk is aan de hoek van uitval. Op 21 juni staat de zon op zijn hoogst en heeft dan een instralingshoek van 61,2°. De panelen worden geplaatst onder een hoek van circa 14° richting het zuiden. De hoek van inval is in de zomer dan 61,2° + 14° = 75,2° ten opzichte van het zonnepaneel. De hoek van uitval is dan ook 75,2° ten opzichte van het zonnepaneel (bijna recht omhoog). Op 21 december staat de zon op zijn laagst, en dan valt het licht onder een hoek van 14° op de panelen, wat een invalshoek en uitvalshoek van 14° + 14° = 28° oplevert (schuin omhoog). Omdat de zon opkomt in het oosten, en dan via het zuiden weer ondergaat in het westen, komt het zonlicht overdag vooral uit zuidelijke richting. Daardoor zal de reflectie dus het hele jaar door omhoog en naar het noorden zijn gericht.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

38

F IGUUR 17: L ICHTWEERKAATSING OP ZONNEPANELEN .

Landschappelijk Aan de zuidkant van het deel van Enschede Energie (de zuidelijke helft van het zonnepark) is geen sprake van direct aangelegen woningen. Aan de Ontginningsweg (in het zuiden) is er, met name in de zomer, nu al sprake van bestaand groen. Tussen dit bestaand groen en het hekwerk wordt er nog bij de gehele zuidzijde een extra (bijen)haag aangeplant als onderdeel van de landschappelijke inpassing van het zonnepark. Aan de zuidkant bij het deel van TPSolar (de noordelijke helft van het zonnepark) is er in de hoek aan de Riethermsteeg sprake van een aanliggende woning. Hier is deels bestaand groen aanwezig, maar zal ook aan de gehele zuidzijde een extra haag worden aangeplant als onderdeel van de landschappelijke inpassing van het zonnepark. Rondom de woning wordt nog aanvullend – vóór de genoemde haag – een grondheuvel ingericht waarop hogere en lagere heesters (struiken) worden aangeplant.

Technisch Er is met de huidige generaties zonnepanelen niet echt sprake meer van reflectie. Zonnepanelen nemen zoveel mogelijk (meer dan 95%) van het invallende zonlicht op, om dit te kunnen omzetten in energie. Weerkaatst zonlicht zou ten koste gaan van de productie en wordt dus op alle mogelijke manieren voorkomen. Hiervoor zorgt allereerst een antireflectie coating op het bovenglas dat door een chemisch proces met het glas wordt ‘versmolten’ en daardoor even lang meegaat als het glas zelf. Daarnaast is er een bewerking aan de binnenzijde van het bovenglas, dat een beetje hetzelfde effect oplevert als een doorkijkspiegel: het licht kan er in één richting vrij doorheen, maar als het wordt teruggekaatst (door de fotocellen) kan het er niet meer uit. Een modern zonnepaneel reflecteert dan ook nog minder dan een mat tv- of laptopscherm en verstrooit bovendien het kleine beetje weerkaatste licht, waardoor er geen schittering optreedt. Ook de frames van de panelen zijn mat en schitteren niet. Verder is er ook bij neerslag of condensatie geen schittering. De panelen worden al snel enigszins warm in de zon waardoor ochtenddauw geen kans krijgt; neervallend regenwater zal direct van de panelen afdruipen (zelfs bij motregen) en het eventuele restant zal bij een beetje zonneschijn al snel verdampen (bij bewolkt weer is er natuurlijk sowieso geen schittering).

In de praktijk Dat een zonnepark geen spiegeling oplevert is ook in de praktijk bewezen. Voor de bouw van Zonnepark Hoogveld-Zuid in Uden, naast luchtmachtbasis Volkel, zijn op verzoek van Defensie reflectietesten

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

39

uitgevoerd. Hierbij is op zonnige dagen een groot aantal testvluchten uitgevoerd boven een proefopstelling van zonnepanelen, waarbij onder verschillende hoeken over droge en bevochtigde panelen werd gevlogen. De uitkomst van deze testen was dat er geen waarneembare reflectie werd geconstateerd voor de militaire laagvliegroute, waarna Defensie goedkeuring verleende aan de bouw van het zonnepark. Het enige zichtbare effect op zeer zonnige dagen is dat de van dichtbij donkerblauw of zwart gekleurde panelen door het kleine beetje strooilicht van een afstand van kleur veranderen en lichtgrijs lijken.

Conclusie Het aspect lichtreflectie levert geen belemmering op voor het zonnepark.

4.6

WATER

Waterrelevant beleid en regelgeving Waterschap Vechtstromen Waterschap Vechtstromen heeft een Watervisie voor 2050 en een Waterbeheerprogramma voor 20222027. Het uitgangspunt voor initiatieven is dat elk initiatief mag, mits daardoor geen kwaliteiten in de leefomgeving in gevaar komen. De ambitie is om te komen tot een klimaatrobuust watersysteem in 2050: een systeem dat zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht tegen een stootje kan en goed is toegerust op veranderingen en grotere weersextremen. Hiervoor zal, daartoe aangezet door de klimaatverandering, voor meer balans gezorgd moeten worden tussen ‘droge voeten’ en het beperken van wateroverlast. Er zal meer aandacht komen aan het vasthouden van water in de bodem en regenwater wordt niet beschouwd als afvalwater, maar als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem. Watertoets (tegenwoordig weging waterbelang) In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening dient het watertoetsproces doorlopen te worden. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten, zie Bijlage 9. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de gemeente en waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium.

De inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren. Uit de watertoets bleek dat de normale procedure gevolgd moet worden en dat het plangebied dicht bij een belangrijke watergang ligt (de Usselerstroom). Er heeft meerdere keren afstemming plaatsgevonden met waterschap Vechtstromen. Ook zijn zij actief betrokken geweest bij het gebiedsproces voor de Broekheurne.

Huidige en toekomstige situatie van de planlocatie Gemeente Enschede stelt net als Waterschap Vechtstromen eisen aan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van waterhuishouding in relatie tot klimaatadaptatie. Zo is hydrologisch neutraal ontwikkelen belangrijk, om wateroverlast te voorkomen. Binnen het plan voor een zonnepark in de Broekheurne wordt de hoeveelheid verharding geminimaliseerd, waardoor de bestaande infiltratiecapaciteit van de percelen minimaal veranderd. De voorgenomen plannen betekenen nauwelijks een verhardingstoename op het perceel omdat het water van de panelen af zal lopen en de ondergrond vrijwel volledig intact blijft. Dit betekent dat al het hemelwater ook na realisatie van het

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

40

plan wordt geïnfiltreerd in de bodem. Ook heeft het plan zowel in de aanleg als in de exploitatie geen invloed op omliggende rijks- en hoofdwatergangen en waterkeringen. T ABEL 3: V ERDELING VERHARD OPPERVLAKTE HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE PLANGEBIED Z ONNEPARK B ROEKHEURNE .

Daken Terrein verharding Onderhoudspaden Onverhard terrein

Huidig m² 0 m² 0 m² 0 m² 152.255 m²

Toekomstig m² 0 m² 165 m² 6.413 m² 145.677 m²

Het gebruik van verhardingen wordt zo veel mogelijk beperkt. De inritten ter hoogte van de toegangspoorten van de productievelden, het doorgaande onderhoudspad en essentiële plaatsen (o.a. de directe zone rond de transformatoren) kennen een waterpasseerbare (half)verharding. Dit t.b.v. toegankelijkheid hulpdiensten ten tijde van calamiteiten, maar ook voor toegankelijkheid/ bereikbaarheid met zwaar materieel t.b.v. onderhoudswerkzaamheden. Hierbij gaat het om een oppervlakte van ongeveer 6.413 m². Deze paden worden gerealiseerd met behulp van een geo-textile foil waarop een laag gecertificeerd bouwpuin granulaat c.q. gecertificeerd niet-teerhoudend asfalt granulaat wordt gelegd. Waarbij het geotextiel zowel zorgt voor stevigheid alsmede een scheidingslaag tussen twee milieuhygiënische verschillende lagen. Hierop worden twee lagen met verschillende diameters materiaal gelegd om de juiste stabiliteit aan de paden te vergeven. De paden liggen hoger dan de rest van het terrein waardoor bluswater in geval van eventuele calamiteiten direct afwatert op omliggend weiland. De batterijen zijn gesitueerd bij de begaanbare weg en het verst af van de Usselerstroom. Ook zijn zij gesitueerd binnen ‘het rondje’ van onderhoudspaden, waardoor de kans dat bluswater naar de Usselerstroom stroomt, nihil is.

De resterende (terrrein) verharding vindt plaats bij de transformatorstations, het inkoopstation, de batterijen en de (opslag)container voor reserve onderdelen. Dit komt neer op nog eens 165 m² aan verharding (Tabel 4). T ABEL 4: R ESTERENDE VERHARDING.

Verhard element Transformatorstations (4 x 15 m²) Inkoopstation (1 x 30 m²) Batterijen en bijbehorende transformator (4 x 15 m²) Opslagcontainer (1 x 15 m²) Totaal

Totaal oppervlakte m² 60 m² 30 m² 60 m² 15 m² 165 m²

De totale verharding bij de ontwikkeling van het zonnepark in de Broekheurne komt neer op ongeveer 6.500 m². Het uitgangspunt is dat de waterhuishouding in beginsel niet negatief mag worden beïnvloed. De afvoercapaciteit van een oppervlaktewaterlichaam mag niet verminderen. Het onderhoud moet doelmatig kunnen worden uitgevoerd. Het voorkomen van negatieve invloed door demping kan gerealiseerd worden door de vermindering van het bergend vermogen te compenseren. Dit kan bijvoorbeeld door het graven van een nieuw oppervlaktewaterlichaam of het verbreden van een bestaand oppervlaktewaterlichaam. Halfverharding wordt gerekend als 50% verharding. In het huidige beleid hanteert het waterschap dat een initiatiefnemer 55mm moet aanhouden per m2 toename

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

41

verhard oppervlak. Deze compensatie wordt bij het zonnepark ruimschoots ingevuld door een waterberging en natuurontwikkeling functie in de beoogde plasdraszones langs de Usselerstroom (zie ook verdere toelichting hieronder).

Landschappelijke inrichting Het zonnepark wordt landschappelijk ingericht. Eén element hiervan is de beoogde inrichting van de Usselerstroom. Momenteel is er al sprake van een flauw-natuurlijk talud (zie Figuur 18). In de gebiedsagenda, die door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, is de wens opgenomen om te onderzoeken of de Usselerstroom verondiept kan worden om zo de verdroging van het gebied te bestrijden. Een idee daarbij was ooit om de ruimte onder het zonnepark eventueel te gebruiken voor waterberging bij piekafvoeren uit het landelijk gebied/Duitsland die gemiddeld zes keer per jaar optreden. Nu het zonnepark (als drager van het gebiedsproces) veel kleinere plancontouren heeft gekregen, is opnieuw naar de haalbaarheid van dit idee gekeken. Dit bleek uiteindelijk niet realistisch. De wens om droogte te bestrijden in dit gebied blijft. Dit past ook binnen het klimaatbeleid van het waterschap, maar er ligt op dit moment geen concrete opgave om de Usselerstroom aan te pakken. Initiatiefnemers willen graag met deze aanvraag wel hierop voortborduren, ook al zijn dus de plancontouren kleiner geworden. Voor het deel van de watergang welke door het zonnepark loopt, zal daarom alsnog een waterberging en natuurontwikkeling functie gecreëerd gaan worden. Deze inrichting is ook tijdens overleggen de afgelopen tijd meermaals afgestemd met het Waterschap.

F IGUUR 18: F OTO VAN HUIDIGE VORM WATERGANG U SSELERSTROOM TUSSEN PLANGEBIED IN. BRON: QUICKSCAN F LORA EN F AUNA , O TTE GROENADVIES .

De Usselerstroom blijft (v.w.b. hoofdstroom/afwatering) behouden zoals deze nu is, waarbij aan beide zijden een smalspooronderhoudspad aanwezig blijft van 250cm breed. Dit onderhoudspad zal op een aantal plekken wat verlaagd worden, maar wel begaanbaar blijven voor de smalspoortrekker. Op deze manier ontstaan er doorwaadbare plekken (deze worden voorzien van grasbetonklinkers) en kunnen de plas-dras-zones bij hoger water gevuld worden en dienst doen als waterbergingszone. Dit gebeurt in de periode tussen december en april, gedurende maximaal 1 dag. Dit zal zo’n 6 keer per jaar optreden. Ook is er een ruimtereservering gedaan voor een onderhoudspad (minimaal 250cm breed) rond de nieuw

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

42

aan te leggen verlagingen aan de Usselerstroom, hierdoor is ook rondgang met een smalspoortrekker mogelijk rond de nieuwe insteekcontouren. Het Waterschap heeft als eis een totale minimale breedte van 11 meter (van de Usselerstroom met onderhoudspaden). Deze is overal gerealiseerd en in werkelijkheid is deze breedte nog veel ruimer, door de aan te brengen verlagingen. Onderstaande doorsnede geeft inzicht in het nieuwe profiel-voorstel van de Usselerstroom met verlagingen en onderhoudspaden.

F IGUUR 19: D OORSNEDE MET VERLAGINGEN EN ONDERHOUDSPADEN , BEOOGDE INRICHTING U SSELERSTROOM . B RON: STUDIO N ICO W ISSING .

Er is een globale berekening opgesteld inzake de te verwachten ontgraving t.b.v. realisatie van de verlaagde / plas-dras-zones. Uitgaande van een ontgraving van de verlaagde / plas-dras-zones van 100 cm en 30 cm t.o.v. huidig maaiveldniveau, komen wij uit op een ontgraving van circa 3.660m³. Om dit te kunnen realiseren moet separaat een vergunning worden aangevraagd bij het Waterschap. Hier zullen ook aanvullende gegevens en berekeningen voor aangeleverd worden.

Technische inrichting Voor dit zonnepark is gekozen voor een zuid-opstelling. De panelen komen op circa 80 cm van de grond en hebben een hoogte van 2,4 meter. De panelen worden in rijen gemonteerd op een frame, dat op gegalvaniseerd stalen H-profielen staat. Deze profielen worden de grond in getrild/geduwd. De panelen worden circa 2 cm van elkaar gemonteerd, hierdoor zal (regen)water gelijkmatiger de grond bereiken. Tussen de rijen panelen is ongeveer 3,5 meter tussenruimte. Behalve de onderhoudspaden e.d. zijn alle gronden onder en tussen de zonnepanelen onverhard en beplant met gras. Voor technische doorsnede, zie paragraaf 2.2.6.

Bodem De bestaande maaiveldhoogte varieert van oost naar west van circa +33,5 naar +32,5 m NAP. De percelen lopen aan de westzijde wat meer af (zie Figuur 20). De maaiveldhoogte wordt niet veranderd. De bouwwerken, panelen met constructie en transformator- en omvormerstations, komen maximaal 3,00 meter +mv. De bodem bestaat hoofdzakelijk uit zandgrond.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

43

F IGUUR 20: V ERSCHILLENDE HOOGTES BIJ HET PLANGEBIED , WESTZIJDE LOOPT WAT MEER AF . B RON : AHN- VIEWER , A CTUEEL H OOGTEBESTAND N EDERLAND .

Grondwater De gemiddelde hoogste grondwaterstand in het plangebied bedraagt tussen de: 0-10 cm en de 60-70 cm ten opzichte van het maaiveld. 6 Het plangebied ligt niet binnen grondwaterbeschermingsgebieden. Zonnepark Broekheurne kent geen emissies en er worden geen uitlogende materialen gebruikt. Hierdoor zijn er geen negatieve invloeden op de kwaliteit van het grondwater te verwachten, ook niet bij calamiteiten (er worden momenteel in Nederland zelfs drijvende zonneparken op drinkwaterbekkens gebouwd). Ook zorgt Zonnepark Broekheurne niet voor wezenlijke veranderingen in de waterhuishouding. De bestaande infiltratiecapaciteit en het waterbergend vermogen blijven behouden. Hierdoor worden er geen veranderingen aan het grondwaterniveau verwacht.

Oppervlaktewater In Figuur 21 wordt de huidige situatie ten aanzien van watergangen en andere water gerelateerde regels en/of bouwwerken weergegeven. Het plangebied (oranje omlijnd) wordt doorkruist door een Awatergang met een beschermingszone van 5 meter. Het waterschap is verantwoordelijk voor het beheer van deze watergang. Er is met het waterschap besproken dat dit beheer bij hen blijft liggen, ook als initiatiefnemer de beoogde plas en dras zones realiseert. In het midden van deze A-watergang, is een schotbalkstuw gesitueerd. Het Waterschap is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van deze stuw (ST01464). Links van de stuw is een duiker gesitueerd. Deze duiker wil initiatiefnemer graag verplaatsen, zodat het onderhoudspad in één rechte lijn door het plangebied kan lopen. Dit punt wordt meegenomen in de separate vergunning bij het waterschap.

6 Atlas van Overijssel van de Provincie Overijssel. Online te raadplegen via:

https://geo.overijssel.nl/viewer/app/master/v1?layers=3733&extent=158612.8,457458.4,281387.2,543541.6&levelOrder=L2 260,L1784,L54,L2387,L2345,L2386,L1621,L1622,L355,L55,L56,L57,L58,L59,L60,L61,L62,L1127,L15,L6,L2768,L2795,L8,L9,L10, L11,L12,L13,L14&drawing1=%7B%7D&&name=Atlas%20van%20Overijssel.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

44

F IGUUR 21: HUIDIGE SITUATIE PERCELEN M .B .T . WATERGANGEN . BRON: W ATERSCHAP V ECHTSTROMEN.

Afvalwater Er wordt met dit plan geen afvalwater geproduceerd.

Hemelwater Ten behoeve van het kunnen uitvoeren van beheer en onderhoud in het zonnepark, is het noodzakelijk dat de panelen en transformatorhuisjes per as bereikbaar zijn. Hiervoor worden diverse onderhoudspaden aangelegd. De onderhoudspaden zullen bestaan uit halfverharding en hemelwater wordt niet verzameld en afgevoerd naar oppervlaktewater. Hemelwater zal deels afstromen van de paden en in de onverharde gronden naast de paden infiltreren. Daardoor is er geen sprake van versnelde afvoer vanaf de onderhoudspaden. De zonnepanelen worden direct op het maaiveld geplaatst middels een paalconstructie. De afwatering van de panelen vindt direct plaats op het maaiveld en wordt niet verzameld en afgevoerd. Het plaatsen van de zonnepanelen leidt dus niet tot versnelde afvoer van het afstromende hemelwater. De zonnepanelen zijn niet verontreinigend. Door het afstromende regenwater vindt dan ook geen verontreiniging van bodem en water plaats. Het zonnepark wordt niet aangesloten op het rioleringsstelsel. De ontwikkeling is dan ook niet van invloed op de belasting van het rioleringssysteem. Op het zonnepark wordt dan ook bergen en infiltreren als methode toegepast voor het omgaan met hemelwater.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

45

Conclusie Het aspect water levert geen belemmeringen op voor het zonnepark. Omdat de Usselerstroom een legger-watergang betreft, zal separaat een vergunning via het Waterschap aangevraagd moeten worden voor de beoogde inrichting. Deze aanvraag is gedaan.

4.7

GELUID DOOR ACTIVITEITEN

De Wet geluidhinder (Wgh) vormt een belangrijk juridisch kader voor het Nederlandse geluidbeleid. Hierin staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Voor de geluidgevoelige objecten moeten bepaalde grenswaarden in acht worden gehouden. Er zijn drie woningen (en bedrijven) in de buurt van het zonnepark. Bij het zonnepark is nauwelijks sprake van geluidsproductie. Er is bijna alleen laagspanning op de gehele installatie (<1.000V), waardoor de geluiden zoals bekend van hoogspanningsinstallaties (brommen/zoemen) alleen voorkomen bij de trafostations, die midden op het park staan. Dit geluid is op een paar meter afstand al niet meer hoorbaar. De gebruikte omvormers, transformators en regelapparatuur worden weliswaar soms actief gekoeld, maar deze zijn ook in vol bedrijf buiten de grenzen van de installatie niet hoorbaar (zie ook hoofdstuk 4.5 Milieubelastende activiteiten). Er is ook geen sprake van geluidsreflectie van bijvoorbeeld weg-, trein of vliegverkeer naar de omgeving. Hoewel de panelen wel geluid reflecteren, zal dit door de hellingshoek naar de lucht zijn gericht. Hierdoor zal er geen waarneembare geluidsreflectie voor de omgeving zijn.

Conclusie Het aspect geluid levert dus geen belemmering op voor het zonnepark.

4.8

LUCHTKWALITEIT

Projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven niet te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van NIBM, zijn vastgelegd in de AMvB-NIBM. In de AMvB-NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Ng/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Voorliggend plan beoogt het realiseren van een zonnepark. Een dergelijke functie heeft, met uitzondering van verkeer in verband met onderhoudswerkzaamheden, geen verkeer aantrekkende werking. De verkeersgeneratie van de nieuwe functie is dan ook nihil. Het project moet derhalve worden beschouwd als een NIBM-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmering op voor het zonnepark.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

46

4.9

WEGEN, VERKEER EN PARKEREN

Het zonnepark heeft in de gebruiksfase geen verkeersaantrekkende werking. Het zonnepark is een beveiligde energiecentrale. Dat betekent dat er geen vrije toegang is voor het publiek en dat toegang voor onderhoud, en eventuele rondleidingen strikt geregeld zal zijn. Het aantal verkeersbewegingen in de omgeving van het zonnepark zal niet toenemen. Enkel gedurende de realisatiefase is er sprake van het aanleveren van materieel. De bouwperiode bedraagt circa 6 maanden waarbij tijdens de piek van ongeveer 3 maanden dagelijks enkele vrachtwagens en busjes naar het bouwterrein zullen gaan. In overleg met de gemeente wordt gekeken naar de meest gunstige aanrijroute is om het zonnepark te bereiken. Dit wordt gedaan om te zorgen dat overlast van het bouwverkeer zo veel mogelijk wordt vermeden. Voor de aansluiting van het zonnepark op het openbare elektriciteitsnetwerk zal de netbeheerder een aparte stroomkabel moeten trekken naar de percelen. Hiervoor zal klein graafmaterieel worden ingezet, en deze werkzaamheden zullen lokaal mogelijk enkele dagen beperkte verkeershinder opleveren. Gedurende de bouw en wanneer het zonnepark in bedrijf is kan er op de planlocatie zelf geparkeerd worden.

Conclusie Het aspect wegen, verkeer en parkeren levert geen belemmeringen op.

4.10 EXTERNE VEILIGHEID EN BRANDVEILIGHEID Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.

Situatie projectgebied Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Uit de inventarisatie blijkt dat de locatie: • zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); • zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is;

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

47

•

zich niet bevindt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Bij het plan moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse leidingen. Een KLIC-oriëntatieverzoek leverde op dat er geen leidingen aanwezig zijn binnen het plangebied en directe omgeving.

Brandveiligheid Beter nog dan het beperken en blussen van brand is het voorkomen van brand. De kans op brand kan worden teruggebracht door de installatie van het zonnepark goed te onderhouden en de mogelijke interne en externe brandoorzaken te beperken. De initiatiefnemer neemt een aantal risico-reducerende maatregelen: • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=282e0bf7-1f13-4ec8-b56e-18b459902458