CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Broekheurne V5

Raadsvergadering 7 juli 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Projectafwijkingsbesluit Zonnepark Broekheurne18.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

2025

Ruimtelijke Onderbouwing ZONNEPARK BROEKHEURNE - ENSCHEDE

COLOFON Coöperatie Enschede Energie

TPSolar Broekheurne BV

bezoekadres: De Klomp 17

bezoekadres: Melbournestraat 9

postcode: 7511 DG Enschede

postcode: 1175 RM Lijnden

e-mail: info@enschede-energie.nl

e-mail: info@tpsolar.nl

website: www.enschede-energie.nl

website: www.tpsolar.nl

Telefoon: 053-2030427

telefoon: 023-741 0144

Projectdata Naam

Zonnepark Broekheurne

Gemeente

Enschede

Versie

4.0

Datum

11-4-2025

Auteur

Mevr. E.M. Hendriks

IMRO

nog niet bekend

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

1

VOORWOORD Wie is Enschede Energie? Enschede Energie is ontstaan uit een burgerinitiatief. De oprichters Jeroen Jansen en Ruud Mulder waren vastberaden om in Enschede duurzame energie op te wekken. Niet voor het financiële gewin, maar voor lokale, onafhankelijke en schone energie. Elke inwoner moest lid kunnen worden en kunnen delen in de opbrengst van de opgewekte stroom. Zo werd de energiecoöperatie Enschede Energie officieel opgericht in 2016. Medio 2021 telde Enschede Energie al 500 leden die samen geïnvesteerd hadden in ruim 20 zonne-energieprojecten op dak. Sindsdien is er een versnelling geweest in de ledengroei naar nu ruim 880 leden in juni 2024. Op dit moment heeft Enschede Energie maar liefst 26 zonnedaken en 3 zonneparken in bezit. De organisatie is tevens gegroeid van een energiecoöperatie naar duurzaamheidscoöperatie. De diensten zijn uitgebreid met een adviesfunctie. Enschede Energie adviseert inwoners, bedrijven en andere organisaties over verduurzaming en organiseren inkoopacties voor leden.

Wie is TPSolar? TPSolar is een Nederlands familiebedrijf met een grote ambitie: een steentje bijdragen aan de energietransitie in Nederland. Daarom ontwikkelen, financieren, bouwen en beheren zij grondgebonden zonneparken. Op een duurzame én ecologisch verantwoorde manier, en op alle mogelijk geschikte locaties, zoals voormalige stortplaatsen, niet uitgegeven industrieterreinen of (slechtere) landbouwgronden. Dit doet TPSolar niet alleen, maar altijd in nauwe samenwerking met landeigenaren, agrariërs, bewoners, gemeenten, provincies en energiecoöperaties. Inmiddels heeft TPSolar acht zonneparken ontwikkeld en gebouwd, namelijk in Uden, Dordrecht, Someren, Zeewolde, twee in Lochem en twee in Beuningen. Deze zonneparken wekken momenteel groene stroom op voor bijna 25.000 huishoudens.

Samenwerking Zowel Enschede Energie als TPSolar hechten groot belang aan het betrekken van de omgeving in de keuzes over het plan, het ontwerp en de mogelijkheid om financieel te participeren. Genoemden werkten al een paar jaar samen, maar hebben hier meer handen en voeten aan gegeven door in 2023 onderling een samenwerkingsovereenkomst overeen te komen. Hierin staat opgenomen dat zij samenwerken aan de ontwikkeling en realisatie van Zonnepark Broekheurne. Beide vragen elk een vergunning aan voor het perceel waar zij met de desbetreffende grondeigenaar een overeenkomst mee hebben. Dit als gevolg van de benodigde SCE-regeling respectievelijk de SDE++-regeling (waar beide een separate vergunning voor nodig is). Eerstgenoemde is namelijk een regeling waar alleen coöperaties voor in aanmerking kunnen komen. Met deze samenwerking wordt conform de wens van de gemeenteraad geborgd dat ten minste 50 procent van de opbrengst van energieprojecten ten goede van de gemeenschap komt, waarbij lokaal eigendom het uitgangspunt is. Door deze verdeling is er feitelijk zelfs sprake van een 40-60% verhouding, aangezien de coöperatie eigenaar wordt van ca. 60% van het zonnepark in de Broekheurne.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

2

INHOUDSOPGAVE 1.

AANLEIDING............................................................................................................................................. 5 1.1 1.2 1.3 1.4

2.

PLANBESCHRIJVING ................................................................................................................................. 9 2.1 2.2

3.

RIJKSBELEID ............................................................................................................................................. 20 PROVINCIAAL BELEID ................................................................................................................................. 21 REGIONAAL BELEID ................................................................................................................................... 26 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................ 26

OMGEVINGSASPECTEN .......................................................................................................................... 29 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

5.

HUIDIGE SITUATIE ....................................................................................................................................... 9 BEOOGDE SITUATIE ................................................................................................................................... 10

BELEID.................................................................................................................................................... 20 3.1 3.2 3.3 3.4

4.

LIGGING PLANGEBIED .................................................................................................................................. 5 VIGEREND BESTEMMINGSPLAN ...................................................................................................................... 7 WERKWIJZE EN PROCES................................................................................................................................ 8 LEESWIJZER ............................................................................................................................................... 8

ECOLOGIE ............................................................................................................................................... 29 CULTUREEL ERFGOED, LANDSCHAP EN STEDENBOUW ....................................................................................... 32 BODEM .................................................................................................................................................. 35 MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ........................................................................................................................ 36 MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN ................................................................................................................ 37 WATER ................................................................................................................................................... 40 GELUID DOOR ACTIVITEITEN ........................................................................................................................ 46 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................................................... 46 WEGEN, VERKEER EN PARKEREN ..................................................................................................................

47 EXTERNE VEILIGHEID EN BRANDVEILIGHEID ..................................................................................................... 47

UITVOERBAARHEID ................................................................................................................................ 50 5.1 5.2 5.3 5.4

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID......................................................................................................... 50 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................ 50 FINANCIËLE UITVOERBAARHEID .................................................................................................................... 51 CRISIS- EN HERSTELWET ............................................................................................................................. 52

6.

VERVOLGPROCES ................................................................................................................................... 53

7.

CONCLUSIE............................................................................................................................................. 54

8.

BIJLAGEN ............................................................................................................................................... 55 BIJLAGE 1A: LANDSCHAPPELIJK ONTWERP .................................................................................................................. 55 BIJLAGE 1B: DOORSNEDEN LANDSCHAPPELIJK ONTWERP ............................................................................................... 55 BIJLAGE 2: INRICHTINGSPLAN & BEHEERPLAN ............................................................................................................. 55 BIJLAGE 3A: TECHNISCH ONTWERP ........................................................................................................................... 55 BIJLAGE 3B: BOUWTEKENINGEN ............................................................................................................................... 55 BIJLAGE 3C: TECHNISCHE SPECIFICATIES BATTERIJ......................................................................................................... 55 BIJLAGE 4A: QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ................................................................................................................. 55 BIJLAGE 4B: NADER ONDERZOEK IJSVOGEL EN GELE KWIKSTAART ....................................................................................

55 BIJLAGE 5: AERIUS-CALCULATIE .............................................................................................................................. 55

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

3

BIJLAGE 6: COMMUNICATIE- EN PARTICIPATIEPLAN ...................................................................................................... 55 BIJLAGE 7A: BEËINDIGINGSPLAN............................................................................................................................... 55 BIJLAGE 7B: BEËINDIGINGSTEKENING ........................................................................................................................ 55 BIJLAGE 8: VERKENNEND BODEMONDERZOEK.............................................................................................................. 55 BIJLAGE 9: WATERTOETS ........................................................................................................................................ 55

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

4

1. AANLEIDING Duurzame energie is een belangrijk agendapunt binnen het Rijk, de provincies en gemeenten. Nederland heeft de noodzakelijke transitie ingezet naar hernieuwbare energiebronnen. De nationale en provinciale ambities zijn om in 2050 (nagenoeg) energieneutraal te zijn. Ook Enschede stapt steeds meer over van fossiele brandstoffen (aardgas, steenkool) naar duurzame energie (zonne-energie, windenergie). Het doel van de gemeente is om het aandeel duurzame energie tot 2030 met minimaal 8 procent te verhogen. In de Energievisie (vastgesteld in december 2021) staat wat daarvoor moet gebeuren. Zo staat hierin hoe de gemeente energie wil besparen, hoe zij overschakelt van fossiele naar duurzame bronnen van energie, hoe koolstofdioxide in de bodem en gewassen kan worden opgeslagen, en de keuzes die gemaakt worden bij het opwekken van zonne- en windenergie. Met de vaststelling verduidelijkt de gemeente aan inwoners, ondernemers en andere partners hoe Enschede de verduurzamingsopgave wil invullen in de periode 2021-2030. Ook geeft de gemeente duidelijkheid over potentiële locaties voor het opwekken van duurzame energie en de hierbij horende beleidsregels. Het zonnepark komt voort uit (en is onderdeel van) de vastgestelde gebiedsagenda Broekheurne (zie verdere toelichting in paragraaf 3.4.5).

Tegen de achtergrond van dit beleid heeft de initiatiefnemer een plan ontwikkeld voor een zonnepark in de Broekheurne. Twee belangrijke uitgangspunten zijn dat de omgeving maximaal betrokken wordt bij de ontwikkeling van het zonnepark en dat omwonenden mee kunnen profiteren van de opbrengsten van dit zonnepark. Om dit park te kunnen bouwen, moet worden afgeweken van het bestemmingsplan en is een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing nodig. Met de ruimtelijke onderbouwing wordt gemotiveerd dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en wordt beschreven wat de effecten van het plan voor de omgeving zijn. Ook laat het zien dat het zonnepark, zoals de initiatiefnemer dat wil realiseren, goed aansluit bij de landschappelijke, cultuurhistorische en maatschappelijke waarden van het buitengebied van Enschede. Bij beëindiging van het zonnepark na 25 jaar exploitatie (ingaand vanaf de datum van ingebruikname van het zonnepark), wordt het park ontmanteld en is de locatie weer grotendeels geschikt voor agrarisch gebruik.

1.1

LIGGING PLANGEBIED

Het plangebied van het zonnepark ligt in de Broekheurne behorend tot gemeente Enschede, in de provincie Overijssel. Op Figuur 1 wordt de locatie van het plangebied op de kaart weergegeven. Het plangebied betreft twee agrarische percelen, beide graslanden. Door het midden van de twee percelen loopt de Usselerstroom. Ten noorden van het plangebied loopt de Usselerveenweg. Aan de westzijde de Usseler Markeweg en de oostzijde de Riethermsteeg. Ten noordwesten van het plangebied ligt het recreatiegebied Het Rutbeek.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

5

F IGUUR 1: T OPOGRAFISCHE LIGGING PLANGEBIED Z ONNEPARK BROEKHEURNE (BLAUW ) IN G EMEENTE E NSCHEDE . BRON: G OOGLE M APS .

De gronden zijn kadastraal bekend als Lonneker, sectie AC, nummer 273 (deel TPSolar) en nummer 279 (deel Enschede Energie). Deze gronden hebben een bruto-oppervlakte van ongeveer 15 hectare. Hieronder zijn de kadastrale nummers met bijbehorende oppervlakten weergegeven. T ABEL 1: K ADASTRALE INFORMATIE VAN DE GRONDEN

Perceel

Oppervlakte

Lonneker AC 273 (TPSolar) Lonneker AC 279 (Enschede Energie) Totale oppervlakte kadastrale percelen Totale oppervlakte plangebied

64.370 m² 87.885 m² 152.255 m² 15,2 ha

Binnen het totale plangebied, bedraagt het oppervlakte van het zonnepark (alles binnen het hekwerk) circa 11 hectare en het oppervlakte groenvoorziening buiten het hekwerk bedraagt circa 4 hectare. Binnen het hekwerk is ook nog een groot deel ingericht als groen of ‘onbedekt’ oppervlakte. Hierdoor wordt de 1/3 vs. 2/3 bedekkingsgraad binnen het hekwerk behaald (zie ook verdere toelichting in beleid).

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

6

F IGUUR 2: T OPOGRAFISCHE LIGGING VAN BEIDE PROJECTPERCELEN . BRON: G OOGLE M APS.

1.2

VIGEREND BESTEMMINGSPLAN

Het plangebied valt in het bestemmingsplan Buitengebied Zuidoost (vastgesteld op 27 mei 2013). Volgens het vigerende bestemmingsplan is de huidige bestemming van de percelen ‘Agrarisch’. Binnen deze bestemming is het bouwen van een zonnepark niet mogelijk. Het beoogde Zonnepark Broekheurne past niet in het vigerend bestemmingsplan. Teneinde het project planologisch mogelijk te maken, is een afwijking van het bestemmingsplan nodig (buitenplanse afwijking). Waar mogelijk moet in de planvorming worden voldaan aan de regels van het vigerend bestemmingsplan.

F IGUUR 3: L IGGING PLANGEBIED ( ROOD OMLIJND ) OP DE KAART VAN HET BESTEMMINGSPLAN. BRON: R UIMTELIJKE P LANNEN .

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

7

Afwijken van het bestemmingsplan Voor de gevallen waarbij buitenplans afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 1°of 2° Wabo niet mogelijk is, biedt artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° Wabo (de uitgebreide vergunningprocedure), de mogelijkheid om van het bestemmingsplan af te wijken met een omgevingsvergunning, mits de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. In deze ruimtelijke onderbouwing komen alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening voor dit project aan de orde en wordt aangetoond dat het project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.3

WERKWIJZE EN PROCES

Een zonnepark-project kan op dit moment niet gerealiseerd worden zonder Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++). 1 Totdat deze subsidie is toegekend, is er feitelijk sprake van een hypothetisch project. Alle inzet tot aan de SDE-aanvraag is erop gericht om de haalbaarheid zo groot mogelijk te maken, bij een acceptabele inspanning/risico. De initiatiefnemers doorlopen daartoe dan ook een gestructureerd en gefaseerd proces. Voor de SDE-aanvraag is een verleende omgevingsvergunning nodig. Sommige details kunnen in de planfase nog niet worden ingevuld, omdat deze pas in een veel later stadium van het proces worden bepaald. Zo wordt de definitieve keuze van type panelen, omvormers en onderaannemers pas gemaakt in de maanden na de SDE-toekenning. Initiatiefnemers zijn immers voor een dergelijk groot bouwproces afhankelijk van de voorraad, productiecapaciteit, levermogelijkheden en beschikbare menskracht van alle toeleveranciers, en die kan pas worden ingeschat wanneer de eerst mogelijke aanvangsmaand van de bouw bekend is. Wel kan worden gesteld dat er gebruik wordt gemaakt van op de markt courante en hoogwaardige zonnepanelen met een antireflectiecoating, zodat de beoogde prestaties gedurende de gehele exploitatieperiode kunnen worden gegarandeerd. In geen geval zal TPSolar gebruik maken van cadmium-houdende zonnepanelen.

Ook voor de omvormers en andere installatiedelen gelden hoogwaardige kwaliteitscriteria.

1.4

LEESWIJZER

Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing bevat het planontwerp met de beschrijving de huidige en de beoogde situatie. Het relevante vigerende overheidsbeleid (zowel op Rijks, provinciaal-, als gemeentelijk niveau) wordt besproken in hoofdstuk 3, waarna de relevante omgevingsaspecten worden toegelicht in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid, waaronder het participatietraject met omwonenden en externe stakeholders. Tot slot wordt er in hoofdstuk 6 ingegaan op het vervolgproces.

1

De betrokken coöperatie maakt gebruik van de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking. Deze regeling is vergelijkbaar met de SDE-regeling, maar is speciaal ingericht voor energiecoöperaties.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

8

2. PLANBESCHRIJVING 2.1

HUIDIGE SITUATIE 2.1.1 LIGGING PLANLOCATIE IN DE OMGEVING

Het plangebied ligt in een zogeheten jonge veldontginningslandschap. De bij het jonge heide- en broekontginningslandschap horende open en ruimtelijke structuren, ruime verkaveling en bijbehorende rechtlijnige wegenstructuur met bomenrijen zijn hier aanwezig en duidelijk herkenbaar in en rond het plangebied. Het plangebied wordt aan alle zijden omgeven door agrarische percelen met verspreid staande boerderijen welke aan de ontsluitingswegen gesitueerd zijn. Ook is er een groepsaccommodatie inclusief woonhuis gevestigd aan het plangebied. Onderstaand twee afbeeldingen van het plangebied vanuit Google Street View.

F IGUUR 4: W EERGAVE PLANGEBIED VANAF DE U SSELERVEENWEG . B RON : G OOGLE STREET VIEW .

F IGUUR 5: W EERGAVE PLANGEBIED VANAF DE RIETHERMSTEEG. BRON: GOOGLE S TREET VIEW .

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

9

2.1.2 H UIDIG GEBRUIK VAN DE GRONDEN Het plangebied bestaat uit twee agrarische percelen bestaande uit zavelgronden welke gebruikt worden als grasland. Momenteel wordt er op deze gronden mest uitgereden.

2.1.3 LANDSCHAP Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Enschede in het gebied Broekheurne dat ten zuiden van de stad Enschede gelegen is. De percelen waar het plangebied uit bestaat, betreft bestorte gronden. Dit zijn percelen/gronden die in het verleden (ca. 1926 t/m 1950) met huisvuil bestort zijn, waarna ze afgedekt zijn met een humushoudende toplaag en geschikt zijn gemaakt voor agrarisch gebruik. Door de gemeente is o.a. dit gebied aangewezen met een basiskwaliteit. Deze gebieden lenen zich voor transformatie en dus kan er gewerkt worden aan een nieuw landschap waarin naast grootschalige zonneparken ruimte is voor nieuwe natuur (zie ook hoofdstuk 3 over het beleid).

2.2

BEOOGDE SITUATIE 2.2.1 LOCATIEKEUZE

De planlocatie is zorgvuldig uitgekozen aan de hand van een aantal factoren. Allereerst ligt de locatie in het gebied Broekheurne, welke in de landschapsstudie van de gemeente is aangemerkt met een basiskwaliteit en als transformatiegebied. Volgens de Energievisie en de bijhorende Beleidsregels voor zonne-energie bestaan hier mogelijkheden voor de duurzame opwek van elektriciteit (zie Figuur 6). De clustering van zonneparken is alleen mogelijk binnen deze gebieden met een basiskwaliteit en uiteraard alleen onder een paar voorwaarden, zoals een goede landschappelijke inpassing.

F IGUUR 6: UITSNEDE KAART MOGELIJKE PLANLOCATIES ZONNEPARKEN MET DAARIN DE PLANLOCATIE WEERGEGEVEN ( ROOD INGETEKENDE CIRKEL ). B RON : B ELEIDSREGELS VOOR ZONNE- ENERGIE (2021), G EMEENTE E NSCHEDE .

Daarnaast kijkt TPSolar altijd naar de ligging ten opzichte van een hoogspanningsstation en naar de bestaande netinfrastructuur in de omgeving. De reden hiervoor is dat het financieel en maatschappelijk

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

10

essentieel is dat het zonnepark binnen een relatief korte afstand kan worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Om de opgewekte stroom aan het net te leveren zal de installatie in dit geval worden aangesloten op het station Wesselerbrink. In overleg met netbeheerder Enexis wordt de definitieve netaansluiting in detail uitgewerkt.

2.2.2 LANDSCHAPPELIJKE INRICHTING Voor de landschappelijke inpassing van het zonnepark is een ontwerp en een inrichtingsplan opgesteld (zie Bijlage 1A: Landschappelijk ontwerp, Bijlage 1B: Doorsneden Landschappelijk ontwerp, en Bijlage 2: Inrichtingsplan & Beheerplan). De voorwaarden die vanuit de provincie Overijssel en de gemeente Enschede aan de landschappelijke inpassing van zonneparken worden gesteld, vormen de basis voor het inrichtingsplan. Uniek aan het plan voor dit zonnepark is ook dat een groot deel van de participatie en communicatie met de inwoners en (agrarische) bedrijven van de Broekheurne is gedaan tijdens het gebiedsproces voor het opstellen van de Gebiedsagenda Broekheurne. In figuur 7 is de landschappelijke inpassing weergegeven (zie Bijjlage 1A voor een weergave in meer detail). Onderstaand de aspecten, uitgangspunten en inrichtingselementen op een rij:

Aspecten: •

•

•

Het plangebied ligt in jonge veldontginningsgronden en het betreft hier bestorte gronden. Het gebied is door de gemeente aangewezen met een basiskwaliteit waarbij de strategie is om deze te transformeren. Binnen gebieden met een basiskwaliteit is de oude landschappelijke identiteit niet leidend bij de vormgeving van nieuwe ontwikkelingen. Transformaties voorzien in een gebiedsontwikkeling en gaan gepaard met een ontwerpopgave. De vastgestelde Gebiedsagenda Broekheurne (juli 2023) is daardoor een belangrijke pijler geweest voor het huidige ontwerp. Meervoudig ruimtegebruik, maatschappelijke en natuurlijke opgaven zijn verweven en vormen een belangrijk onderdeel binnen het totale plan.

Uitgangspunten: •

•

•

• •

De inrichting van het zonnepark in de Broekheurne kent een meervoudig ruimtegebruik met productievelden voor zonne-energie, ruimte voor biodiversiteit, natuur en landschap, en waterberging. Het ontwerp sluit verder aan bij de grootschalige verkaveling en de openheid van het jonge ontginningslandschap. Het zonnepark is ingepast binnen de aanwezige structuren en de hoofdvorm volgt de huidige verkaveling. De aanwezige Usselerstroom die het totale plangebied doorkruist deelt het totale gebied op in een tweetal deelgebieden. Deze doorsnijding van het plangebied biedt kansen en mogelijkheden om een natuurlijke tussenruimte te creëren en een mooie, natuurlijke en groenblauwe inpassing en aanbinding van het totale plangebied op de directe omgeving te realiseren. De zonnepanelen worden dankzij nieuwe groenstructuren overal aan het directe zicht onttrokken en op een logische wijze technisch ingericht. De toegepaste vegetatie (bomen, struiken en kruidachtige gewassen) bestaan uit inheems (bij voorkeur autochtoon) plantmateriaal en zijn veelal vrucht/besdragend. Ook is de vegetatie afgestemd op de bodem.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

11

Inrichtingselementen: • • • •

Struwelen met een aantal boomvormers. Landschappelijke (bijen)hagen. Bloem- en kruidenrijk grasland & ruig-grasvegetatie. Natuurvriendelijke oever.

F IGUUR 7: L ANDSCHAPPELIJK ONTWERP Z ONNEPARK BROEKHEURNE , VOOR VOLLEDIGE WEERGAVE ZIE BIJLAGE 1A: L ANDSCHAPPELIJK ONTWERP . B RON : S TUDIO NICO W ISSING .

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

12

2.2.3 E COLOGISCHE INRICHTING Door ruimte te geven aan natuurontwikkeling levert het zonnepark een bredere bijdrage aan een duurzaam landschap. Initiatiefnemers vinden dit ook een belangrijk thema in de ontwikkeling van het zonnepark.

Huidige ecologische waarde en doel inrichting zonnepark De percelen die het plangebied Zonnepark Broekheurne beslaat, kent nu een monotone graslandvegetatie. Deze wordt intensief beheerd voor agrarische doeleinden en kennen dus een lagere ecologische waarde. Voor het zonnepark is een inrichtings- en beheerplan opgesteld dat ten doel heeft om verslechtering van de bodemkwaliteit, waterkwaliteit en ecologische kwaliteit gedurende de subsidieperiode te voorkomen (zie voor toelichting en volledige onderbouwing ook Bijlage 2: Inrichtingsplan & Beheerplan).

Kansen voor toekomstige ecologische waarde Binnen het plangebied is de nu rechtlijnige watergang Usselerstroom gelegen, welke een functioneel gebruik kent in de afwatering van het gebied. Ten westen van het plangebied is recreatiegebied Het Rutbeek gelegen; een oude zandafgraving met een bosrijke omzoming/uitstraling. Ten zuiden van het plangebied is een verhoging in het landschap (oude storthoop) aanwezig en iets verderop is een relict van het oude veengebied (Eendenplas) aanwezig. In de directe omgeving, met name in zuidelijke en westelijke richting, moet rekening gehouden worden met een diversiteit aan leefgebieden voor flora en fauna. De verwachting is dat de inrichting van het plangebied Zonnepark Broekheurne bij kan (gaan) dragen aan een versterking van deze gebieden en een ecologische verbinding kan gaan creëren.

Stapstenen versterken natuurwaarden Met de juiste landschappelijke inpassing en gebruik van inheemse streekeigen vegetatie, worden de natuurwaarden versterkt in en rond het plangebied. Dit wordt gerealiseerd door de aanplant van een diversiteit en variatie aan beplantingstypen met inheemse en bij voorkeur vrucht/besdragende beplanting. Te denken valt o.a. aan struwelen, bosjes, kruidenrijk grasland, oevervegetatie, e.d. Deze landschappelijke inpassing van groene landschapselementen, de 10 cm vrije ruimte onder het hekwerk t.b.v. doorgang en toegankelijkheid voor kleine zoogdieren, en de realisatie van plasdraszones langs de Usselerstroom dragen bij aan verruiming van het leef- en ontwikkelingsgebied van (beschermde) flora en fauna, waaronder ook de doelsoorten binnen dit deelgebied/landschapstype Veldontginning binnen de gemeente Enschede.

Doelsoorten De beoogde landschappelijke inrichting hoopt een bijdrage te kunnen leveren aan de verruiming van het leef- en ontwikkelingsgebied van verschillende doelsoorten: •

Bloemrijke graslanden trekken veel insecten aan (zoals vlinders, (wilde)bijen, hommels, zweefvliegen, sprinkhanen en kevers), die op hun beurt weer insectenetende vogels aantrekken. Insectenrijke graslanden langs bomen zijn op hun beurt weer jachtplekken voor vleermuizen. Daarnaast vormen bloemrijke graslanden het leefgebied van diverse zoogdieren (bijvoorbeeld (spits)muizen, konijn, haas en egel) en vormen waar ze aan water grenzen een belangrijk landbiotoop voor amfibieën. Ter referentie, zie Figuur 8.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

13

F IGUUR 8: L INKS BLOEMRIJK GRASLAND OP HET Z ONNEPARK B ERKELWEIDE IN L OCHEM , RECHTS BLOEMRIJK GRASLAND OP HET Z ONNEPARK T RANSBERG IN D ORDRECHT . B RON : TPS OLAR .

•

•

Het plangebied wordt daarnaast geoptimaliseerd voor de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing). Zo sluiten de gekozen soorten van de beplanting aan bij het vergroten van het leefgebied van de kleine marterachtigen. De honderden meters aan nieuwe struweelsingels en de beoogde inrichting van de Usselerstroom zorgen er voor dat zij jaarrond voedsel en schuilgelegenheid kunnen vinden op relatief korte afstand en binnen de plangrenzen. Om dit nog meer te bevorderen worden er ook 4 takkenrillen geplaatst. Daarnaast bestaan deze beoogde struweelsingels uit veelal bes- en nootdragende soorten. Uit onderzoek blijkt dat bij een verbetering van het leefgebied van kleine marterachtigen kunnen ook vele andere flora- en faunasoorten meeprofiteren (zoals insecten en kleine zoogdieren). 2 In Het Natuur- en Landschapsplan Enschede van de gemeente Enschede (i.s.m. Eelerwoude) is het ideale leefgebied voor de icoonsoorten als uitgangspunt genomen om te werken aan de natuur- en landschapswaarden in het buitengebied. Het doel hierbij is dat bij ontwikkelingen (overwegend) ingezet wordt op het versterken en het toevoegen van landschapselementen, die passend zijn voor soorten die zich van nature thuis voelen binnen de karakteristieken van het gebied.

Voor het jonge ontginningenlandschap (waar Zonnepark Broekheurne zich in bevindt) zijn er een aantal doelsoorten aangewezen: zoogdieren (de wezel, steenmarter en egel), vogels (huismus en patrijs), maar ook reptielen (adder), amfibieën (boomkikker en poelkikker) en flora (brem). De bepalende inrichtingselementen die zijn opgenomen in het Natuur- en Landschapsplan van de gemeente sluiten daarom aan bij de gekozen inrichtingselementen van het zonnepark (bijvoorbeeld kruidenrijke akkerranden).

Technische inrichting Er is bij het ontwerp van het zonnepark bewust gekozen voor een zuidgeoriënteerde panelen opstelling met ruimte tussen de rijen met zonnepanelen (in tegenstelling tot een meer intensieve oost-west panelen opstelling, of zogeheten ‘dakjes opstelling’). Deze opstelling verhoogt de bewatering en belichting van de grondoppervlakte onder de panelen (bij een zuid-opstelling krijgen zonnepanelen gedurende de dag meer zonlicht), waardoor er meer ruimte onder de panelen beschikbaar is voor plantengroei en wat dus weer ten goede komt aan de groei van de beplanting onder de panelen. Ook is er met deze inrichting gekozen voor een ruime afstand van 3,5 meter tussen de rijen met zonnepanelen.

2 S.A. Westra & R,S,M. Kuiters. Zoogdier vereniging. Beheerwijzer: Landschappelijke maatregelen voor kleine marterachtigen,

2018.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

14

Dit zorgt ervoor dat er grote delen binnen het hekwerk ‘onbedekt’ zijn zodat zich hier bloem- en kruidenrijk grasland kan ontwikkelen (zie Figuur 9 ter referentie). Tevens is er gekozen voor een minimale hoogte vanaf de grond tot aan de zonnepanelen van 80 cm, zodat de zonnepanelen niet te dicht op de grond staan en deze niet dichtslaat. Ook kunnen op deze manier de schapen onder de zonnepanelen door grazen.

F IGUUR 9: V OORBEELD VAN RUIMTES TUSSEN DE RIJEN OP ZONNEPARK H OOGVELD -ZUID IN UDEN. BRON: TPSOLAR .

2.2.4 BEHEERPLAN BIODIVERSITEIT Het belangrijkste onderwerp voor de ontwikkeling van biodiversiteit binnen een zonnepark is het beheer. Als een zonnepark wordt aangelegd op voormalige landbouwgrond, is vaak de voedselrijkdom van deze grond beperkend voor een hoge biodiversiteit. 3 Een oplossing hiervoor is om met het beheer te zorgen voor een langzame verschraling van de bodem. Dit resulteert in een grotere fauna soorten rijkdom, wat weer specifieke insectensoorten zal aantrekken. Als beheermethode wordt er binnen het zonnepark gekozen voor drukbegrazing door schapen. Deze beheermethode stimuleert de variatie in het plangebied, doordat steeds andere zones binnen het plangebied toegankelijk gemaakt worden voor schapen. Ten opzichte van andere beheermethodes heeft deze methode als voordeel: •

dat er continu nectaraanbod is voor insecten;

3 Schotman, A, F.F. van der Zee, G. Hazeu, J. Bloem, J. Sluijsmans & M. Vittek, 2021. Verkenning van bodem en vegetatie in

25 zonneparken in Nederland; Eerste overzicht van de ligging van zonneparken in Nederland en stand van de kennis over het effect van zonneparken op de bodemkwaliteit. Wageningen, Wageningen Environmental Research, Rapport 3061. 112 blz.; 26 fig.; 7 tab.; 8 ref.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

15

• •

dat er opvangzones rondom het perceel worden gecreëerd tijdens het grazen; dat er het gehele jaar opwarmings- en ei-afzet zones zijn en overwintermogelijkheden voor insecten.

Vooral insecten hebben hier baat bij en zij trekken weer vogels en zoogdieren aan. Dit beheer zal voor een stimulans van de gehele flora en fauna in het gebied zorgen. Tevens is uit recent onderzoek gebleken dat schapen op een zonnepark door de aanwezige schaduw onder de panelen een verhoogd dierenwelzijn bereiken. De schapen groeien op een zonnepark net zo goed als op open graasland. Hierdoor is er synergie gevonden tussen het ecologisch onderhouden van het zonnepark en het houden van dieren met verhoogd dierenwelzijn. 4 Indien beheer middels maaien aanvullend benodigd is, dan wordt dit jaarlijks aan het eind van de groeiseizoenen uitgevoerd. Buiten het hekwerk van het zonnepark zullen de bloem- en kruidenrijke graslanden jaarlijks één tot twee keer gemaaid worden en bij voorkeur gefaseerd. Dit zodat er steeds verschillende delen kunnen bloeien op de momenten wanneer de bijen de bloei nodig hebben. De beoogde struweel- en bijenhagen en de natuurvriendelijke oever kennen ook hun eigen beheer. Voor meer informatie over het beheerplan, zie Bijlage 2: Inrichtingsplan & Beheerplan. Ten behoeve van de biodiversiteit op het zonnepark worden er geen bestrijdingsmiddelen en/of kunstmest toegepast.

2.2.5 RECREATIE Met de omwonenden is tijdens het gebiedsproces gesproken over diverse recreatieve mogelijkheden als onderdeel van het plan voor een zonnepark. In het huidige plan is er daarom ook voor toeristisch/recreatief medegebruik ruimte gereserveerd. Er is de mogelijkheid om later (wanneer er goede en veilige verbindingen met het aanwezige omliggende toeristisch- en recreatieve netwerk gemaakt kunnen worden) een (half)verhard voet/fietspad te realiseren door het gebied heen (van oost naar west). Dit zal dan globaal gezien de aangepaste contouren van de Usselerstroom volgen. Het waterschap heeft in haar beleid opgenomen dat beheerstroken nu ook al recreatief gebruikt mogen worden. Door hier gebruik van te maken kunnen passanten de natuurlijke groene ontwikkeling binnen het totale plangebied beleven en krijgen zij een doorkijkje naar de productievelden voor zonne-energie. Om nu alvast te voorzien in informatievoorziening, wordt er middels een informatiebord op een educatieve wijze uitgelegd en toelichting gegeven op het zonnepark in zijn totaliteit, duurzame energieopwekking, de landschappelijke inrichting, historie van de plek en natuurontwikkeling.

2.2.6 TECHNISCHE INRICHTING De beoogde inrichting biedt ruimte aan ongeveer 25.000 panelen, waarmee circa 15 MW-vermogen kan worden opgewekt. Dit betekent ongeveer 50TJ aan duurzame groene energie opwekking. Dat komt neer op het jaarverbruik van ruim 5.000 huishoudens. De oppervlakte van het afgerasterde zonnepark zal circa 11 ha bedragen. Buiten het hekwerk wordt ongeveer 4 hectare ingezet voor de landschappelijk inpassing (de groenstructuren). Het oppervlak

4 Andrew AC, Higgins CW, Smallman MA, Graham M and Ates S (2021) Herbage Yield, Lamb Growth and Foraging Behavior in

Agrivoltaic Production System. Front. Sustain. Food Syst. 5:659175. doi: 10.3389/fsufs.2021.659175.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

16

panelenveld en de installatie binnen het hekwerk (de effectieve productieoppervlakte) bedraagt circa 7,4 hectare. Het oppervlak groenvoorziening binnen datzelfde hekwerk bedraagt circa 4 hectare. Dit zijn de ruimtes tussen de rijen met zonnepanelen, de ruimtes tussen de zonnepanelen en het hekwerk en de ruimtes rondom de overige technische onderdelen. De productietafels hebben een tafellengte van 700 cm en de ruimtes tussen de rijen met zonnepanelen zijn 350 cm breed. Dit is zo ingericht ten aanzien van behoud van de bodemkwaliteit en conform het beleid van de gemeente, waarbij een 1/3 – 2/3 verhouding moet worden gehanteerd. Daar wordt bij het zonnepark in de Broekheurne dus aan voldaan. Voor dit zonnepark is gekozen voor een zuid opstelling. Er wordt één type paneel toegepast in de kleurstelling donkerblauw/zwart. De panelen komen aan de voorzijde op circa 80 cm van de grond en hebben aan de achterzijde een hoogte van circa 2,4 meter. De panelen worden in rijen gemonteerd op een frame, dat op profielen staat. Deze profielen worden de grond in getrild/gedrukt. Tussen de rijen panelen is ongeveer 3,5 meter ruimte. Zie Figuur 10 voor een uitsnede van de technische tekening.

F IGUUR 10: UITSNEDE TECHNISCHE TEKENING VAN DE TE BOUWEN OPSTELLING VAN Z ONNEPARK B ROEKHEURNE . ZIE BIJLAGE 3A VOOR DE GEHELE WEERGAVE VAN HET TECHNISCH ONTWERP . B RON : TPSOLAR .

De stroom van de panelen wordt met omvormers omgezet van gelijkspanning naar wisselspanning. Deze omvormers worden evenals de transformatoren in het midden van het plangebied geplaatst. Voor de transformatoren wordt een minimale betonfundering aangebracht, zodat hun vloerniveau iets boven het maaiveld blijft en de elektrische installatie niet onder water kan komen te staan. Bij twee transformatoren wordt ook een container met batterijopslag ingericht (op elk projectperceel één). Hier is voor gekozen zodat de stroom van het zonnepark tijdelijk kan worden opgeslagen. Vanuit de transformatorgebouwen lopen elektriciteitskabels ondergronds naar het inkoopstation. Hier vindt de koppeling naar het publieke elektriciteitsnet plaats. Het inkoopstation wordt op aangeven van Enexis geplaatst aan de Usselerveenweg. Deze moet namelijk langs een publieke weg bereikbaar en toegankelijk zijn. De technische details van de bouwwerken zijn opgenomen als Bijlage 3B (Bouwtekeningen). Op essentiële plaatsen zal daarnaast gebruik worden gemaakt van brede, halfverharde onderhoudspaden. Deze paden zijn nodig voor het plaatsen van de transformatoren, en biedt bovendien na de bouw bij het uiteindelijk beheer en voor hulpdiensten de mogelijkheid om de transformatorstations bij eventuele calamiteiten te bereiken met zwaar materieel.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

17

2.2.7 BEVEILIGING Een zonnepark is een elektrische installatie zonder toezicht en moet dus worden afgeschermd van (onbedoelde) aanraking door mensen (bijvoorbeeld spelende kinderen). Ook heeft de installatie een hoge waarde en moet dus goed beschermd zijn tegen vandalisme en diefstal. Zowel verzekeringsmaatschappijen als ‘gezond verstand’ (je wilt simpelweg niet het risico nemen dat er iets ergs zou kunnen gebeuren) stellen daarom eisen aan deze afscherming. Er zal een sterk hekwerk rondom het zonnepark geplaatst worden. Het circa 240 cm hoge hekwerk dat rond de productievelden geplaatst wordt, bevindt zich aan de binnenzijde van het omliggende groen dat rond de randen van het totale plangebied gepositioneerd is. Vanaf de grond wordt ongeveer 10 cm vrije ruimte gelaten onder het hekwerk, zodat deze passeerbaar is voor kleine zoogdieren. Bij de hoofdingang en nooduitgang komt camerabewaking op een mast van maximaal 5 meter hoog. Ook bij de hoeken van het park komt deze camerabewaking te staan. Dit komt in totaal neer op 10 cameramasten. Deze staan gericht op het zonnepark. Voor de technische uitwerking en een impressie van deze bouwwerken, zie Bijlage 3B (Bouwtekeningen).

2.2.8 ONDERHOUD Het zonnepark is een energiecentrale die beveiligd is door een hekwerk, afgesloten poorten en camerabewaking. Dat betekent dat er geen vrije toegang is voor het publiek en dat toegang voor onderhoud, begrazing en eventuele rondleidingen strikt geregeld zal zijn. Naar verwachting zal het aantal verkeersbewegingen niet toenemen. Er komen geen lichtmasten. In Bijlage 2 (Inrichtingsplan & Beheerplan) wordt het beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing uiteengezet. Wat betreft het technisch beheer zal de installatie 24/7 op afstand worden gemonitord. Bij geconstateerde gebreken wordt de gecontracteerde lokale onderhoudsinstallateur ingeschakeld. Bij eventuele calamiteiten kan de stroomlevering aan het net worden uitgeschakeld. Voor zowel het landschappelijk onderhoud en het technisch beheer zullen bij voorkeur lokale partijen worden ingeschakeld.

2.2.9 AFBRAAK, TIJDELIJKHEID EN RECYCLING Bij de aanleg en onderhoud van een zonnepark moet duurzaamheid voorop staan. Het bouwen van de constructie, het daaropvolgende onderhoud, én de ontmanteling mogen niet schadelijk zijn voor de omgeving. Initiatiefnemer werkt volgens circulair economische principes, waarbij zij ernaar streeft om zo veel mogelijk hoogwaardig recyclebare materialen te gebruiken. Een voorbeeld hiervan zijn de draagconstructies van de zonnepanelen, deze constructies zijn volledig recyclebaar. TPSolar bouwt en werkt volledig conform WEEE/AEEA-specificaties (Europese recyclingwetgeving) en is lid van PV Cycle middels diens Nederlandse zonnepaneel-recyclingorganisatie ZRN (stichting Zonneenergie Recycling Nederland). Deze organisatie regelt, onder auspiciën van Stichting Open, de recycling van zonnepanelen. Een zonnepark heeft een technische levensduur van meer dan 25 jaar, maar moet conform de vergunning eisen na 25 jaar exploitatie weer worden afgebroken. De percelen worden dan weer opgeleverd in de praktische staat waarin deze verkeerden voordat het zonnepark werd gebouwd. Het zonnepark zal bij voorkeur door een lokale partij worden afgebroken.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

18

Van een initiatiefnemer wordt verwacht dat hij een beëindigingsplan opstelt en overlegt, waarin duidelijkheid moet worden gegeven over de wijze waarop het zonnepark te zijner tijd wordt ontmanteld. Voor het zonnepark is daarom een beëindigingsplan opgesteld, zie Bijlage 7A.

2.2.10 GEDRAGSCODE ZON OP LAND In november 2019 heeft Holland Solar, de branchevereniging voor de professionele zonneenergiemarkt, binnen een consortium met meerdere landelijke natuurorganisaties en belanghebbende partijen (waaronder projectontwikkelaars, Greenpeace, Vogelbescherming, Milieudefensie en Natuurmonumenten) een gedragscode gepresenteerd. Dit is een code voor de fysieke en procesmatige wijze van ontwikkeling, inpassing, vormgeving en beheer van zon-op-landprojecten. Drie principes zijn daarbij leidend: • Samenwerking met stakeholders; • Meerwaarde voor de omgeving; • Oorspronkelijk grondgebruik mogelijk. Elk van deze drie principes dient vanaf het begin van de planvorming mee te worden genomen in het ontwikkelproces. Onderhavig project is volgens de principes van de Gedragscode Zon op Land ontwikkeld.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

19

3. BELEID In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid dat van toepassing zijn op het beoogde plan.

3.1

RIJKSBELEID 3.1.1 E NERGIEAKKOORD EN KLIMAATAKKOORD

In september 2013 werd het Energieakkoord voor duurzame groei gesloten. Het akkoord heeft als doel om de energievraag terug te brengen. Dit wordt gedaan door energiebesparingen met gemiddeld 1,5% per jaar, het terugdringen van het gebruik van aardgas en een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 14% in 2020 en 16% in 2023. In 2022 werd er circa 15% hernieuwbare energie opgewekt. Dit vraagt een intensieve inzet op verschillende bronnen van hernieuwbare opwekking, zoals wind op land, wind op zee, diverse vormen van lokale opwekking zoals zonne-energie en de inzet van biomassa. In 2019 is het Klimaatakkoord tot stand gekomen uit onder andere het Energieakkoord en op 28 juni 2019 is het gepresenteerd door het kabinet. In het akkoord staan meer dan 600 afspraken om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Hierin ligt de nadruk op CO2-reductie. In het Klimaatakkoord (hoofdstuk C5.5) wordt zonne-energie, samen met wind op land, benoemd als een van de primaire manieren van energieopwekking op land. Onderhavig project draagt bij aan deze doelstellingen.

3.1.2 NATIONALE OMGEVINGSVISIE De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet op 1 januari 2024. De NOVI is vastgesteld in september 2020 en komt als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestaande Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel. In de NOVI schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040, door deze te vertalen naar een aantal Nationale Belangen. Hierin is onder meer gesteld dat er voorzien dient te zijn in ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie. Voor de economische ontwikkeling op lange termijn is een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig, zowel vanwege geopolitieke verhoudingen en uitputting van fossiele brandstoffen als vanwege de ambities voor beperking van de CO2-uitstoot. Daarbij zijn de Europese doelstellingen op het gebied van energietransitie het uitgangspunt.

3.1.3 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking (gebaseerd op de ‘SER-ladder’) vastgelegd. Hieruit volgt de verplichte motivering die moet worden opgenomen bij ieder plan voor een nieuwe stedelijk ontwikkeling, waarbij het initiatief aan de ladder wordt getoetst. De Raad van State oordeelt in haar uitspraken van 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:178 en 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3591 dat een zonnepark geen stedelijke ontwikkeling is als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro. Daarbij acht de Afdeling van belang dat een zonnepark naar zijn aard niet kan worden aangemerkt als een stedelijke

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

20

voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Dit betekent dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is.

3.1.4 KAMERBRIEF VOORKEURSVOLGORDE ZON In de Kamerbrief van 26-10-2023 over de Aangescherpte voorkeursvolgorde voor zon staat dat Rijk, provincie en gemeenten met betrekking tot de ontwikkeling van zonne-energie bestuurlijke afspraken hebben gemaakt over het aanscherpen van de zonneladder. De voorkeursvolgorde houdt geen volgtijdelijkheid in. Om de doelstellingen te halen dienen alle treden uit de ladder gelijktijdig te worden ontwikkeld, waarbij de laagste trede wordt ontwikkeld conform de uitzonderingseisen uit de Kamerbrief. Er is aangegeven dat provincies hun Verordening zullen aanpassen op basis van deze afspraken en zij zullen een nadere uitwerking geven van de uitzonderingsregels uit de zonneladder (zie volgend hoofdstuk over beleid van de provincie Overijssel). In de Kamerbrief onderschrijft de minister dat de klimaatdoelstellingen overeind blijven en dat het Rijk inzet op lokale initiatieven voor multifunctioneel ruimtegebruik op zon-PV. Projecten waarvan de participatietrajecten al in een vergevorderd stadium zijn en niet (helemaal) conform de aangescherpte voorkeursvolgorde zon zijn vormgegeven, kunnen doorgang vinden. Voor zon op land zijn er meerdere kaders meegegeven voor de verdere ontwikkeling van het zonnepark in de Broekheurne.

Deze kaders zijn afgeleid van de Energievisie en de beleidsregels voor zonne-energie van de gemeente Enschede, welke beide zijn vastgesteld in 2021. Voor de Broekheurne is er hierin een gemeentelijke doelstelling opgenomen in de orde van grootte van 88 TJ, op te wekken met zon op land, uiterlijk gerealiseerd in 2030. Het zonnepark in de Broekheurne bevindt zich daarnaast in een gebied met een basiskwaliteit. In haar beleid heeft de gemeente voorgeschreven dat dit de gebieden zijn waar grootschalige zonne-energieprojecten met voorrang worden gefaciliteerd. Het initiatief voor het zonnepark vormde uiteindelijk ook de aanleiding voor de start van het gebiedsproces. Het zonnepark maakt dus deel uit van de doelstellig, er is een langdurig participatietraject aan vooraf gegaan en er is sprake van een multifunctioneel zonnepark.

3.1.5 CONCLUSIE RIJKSBELEID Het voornemen past binnen de nationale ambities om te komen tot een meer duurzame vorm van energievoorziening. Er is geen sprake van strijdigheid met Rijksbeleid.

3.2

PROVINCIAAL BELEID 3.2.1 OMGEVINGSVISIE EN -VERORDENING EN PROGRAMMA NIEUWE E NERGIE OVERIJSSEL

Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Overijssel 2017 ‘Beken Kleur’ en de Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. De provincie ziet dat op korte termijn maar een deel van de opgave voor de opwekking van hernieuwbare energie kan worden gerealiseerd binnen het bestaand bebouwd gebied (trede 1 en trede 2). Om deze reden biedt de provincie de mogelijkheid om tijdelijke (maximaal 25 jaar) zelfstandige zonnepanelen te realiseren, waarbij de oorspronkelijke bestemming gehandhaafd blijft (trede 3). Dit is uitgeschreven in de ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’ (KGO), dat regels geeft voor alle nieuwe en grootschalige ontwikkelingen in het buitengebied. Het gaat dan vooral om: • • •

Behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap; Het verbinden van gebieden met natuur- en water; Verbetermogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere belangrijke sectoren;

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

21

• • •

Behoud en verbetering van waterkwaliteit; Beheer van drinkwatervoorraden; Het opwekken van schone energie.

Gelet op de impact die (ook tijdelijke) veldopstellingen van zonnepanelen kunnen hebben op hun omgeving, zal niet alleen de maatschappelijke meerwaarde van het initiatief moeten worden aangetoond, maar zal er ook compensatie moeten plaatsvinden door extra te investeren in de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Meerwaarde kan worden aangetoond via de volgende criteria: • • • •

De mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik (energie opwekking combineren met andere functies); Maatregelen die getroffen worden om de impact te beperken of te compenseren; De mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied; Bijdrage aan maatschappelijke doelen.

De meerwaarde op alle genoemde criteria zal niet in alle gevallen in gelijke mate te bereiken zijn. Dat hangt af van de locatie: zijn er kansen en opgaven te vinden voor deze meerwaarde? Daarnaast zal er moeten worden onderbouwd op welke manier er sprake is van deze maatschappelijke meerwaarde. Bij het zonnepark in de Broekheurne is er sprake van meervoudig (of multifunctioneel) ruimtegebruik. Naast productievelden voor zonne-energie is er namelijk ook ruimte voor biodiversiteit, natuur en landschap en waterberging. Het gehele zonnepark wordt ruim landschappelijk ingepast, waardoor de installatie uit het zicht wordt ontnomen. Het plan sluit aan bij de karakteristieken van het gebied en door de samenwerking met coöperatie Enschede Energie zal een deel van de inkomsten terugvloeien naar de inwoners van Enschede. Voor het gebied wordt ook een omgevingsfonds opgezet.

3.2.2 HANDREIKING KWALITEITSIMPULS ZONNEVELDEN OVERIJSSEL (2020) In april 2020 is de 'Handreiking zonnevelden' vastgesteld door de provincie. De handreiking is een hulpmiddel voor initiatiefnemers, omwonenden van een zonneveld en voor gemeenten om hen te ondersteunen bij de ruimtelijke afweging voor zonnevelden, bij het ontwerp van een kwalitatief goed zonneveld en bij het gesprek over het realiseren van voldoende en passende kwaliteit. De handreiking is gebaseerd op de regels voor ruimtelijke ontwikkeling en in het bijzonder voor zonnevelden in de provinciale Omgevingsverordening. In de handreiking wordt de nieuwe zonneladder van de provincie gepresenteerd. De Overijsselse zonneladder en aanpak kent drie treden. Trede 1: Stimuleren, trede 2: Combineren, en trede 3: Limiteren. 1. Stimuleren o Productie van zonne-energie op daken in bebouwd gebied: woningen, bedrijven, agrarische gebouwen, etc. o Gebruik van te bebouwde gebieden of bruikbare restruimte: ongebruikte gronden, bedrijventerreinen, boven parkeerterreinen en geluidswallen. o Kleine, goed ingepaste zonnevelden van lokale initiatieven in stads- en dorpsranden of op agrarische erven (tot ca. 2 ha). 2. Combineren o Gebiedsopgaven in stads- en dorpsranden en in de groene omgeving (zoals klimaatmaatregelen, extensivering van landbouw, herstel landschap en biodiversiteit, etc.).

Het combineren van verschillende opgaven onder, tussen en rond de panelen

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

22

wordt multifunctioneel ruimtegebruik genoemd. Dit op basis van de 80-20 referentie: 80% ruimte voor het panelenveld en 20% ruimte voor groen en/of water. o Gebiedsontwikkeling in de groene omgeving, waarbij zonnevelden aansluiten op andere gebiedsontwikkelingen of een energielandschap vormen. Door opgaven met elkaar te verbinden wordt het mogelijk lokale maatschappelijke en sociale doelen te incorporeren in de gebiedsontwikkeling. Dit op basis van de 80-20 referentie: 80% ruimte voor het panelenveld en 20% ruimte voor groen en/of water. 3. Limiteren o Monofunctionele zonnevelden op agrarische grond of op water, primair gericht op produceren van duurzame energie. Dit op basis van de 80-20 referentie: 80% ruimte voor het panelenveld en 20% ruimte voor groen en/of water. Omdat meervoudig ruimtegebruik ontbreekt, wordt dit gecompenseerd met investeringen in maatschappelijke opgaven buiten het project. Bij locatiekeuzes worden goede landbouwgronden ontzien. Voor dit zonneveld is trede 2 van toepassing. Dat betreft dan het combineren van verschillende gebiedsopgaven (o.a. klimaatmaatregelen, extensivering landbouw, herstel landschap en biodiversiteit, wateropgaven) binnen de totale planlocatie waarbij multifunctioneel ruimtegebruik mogelijk is.

Dit is ook de reden dat er bij het gebiedsproces (zie paragraaf 3.4.5) niet alleen naar het zonneveld is gekeken, maar ook naar de andere opgaven voor het gebied. Voor de productievelden geldt daarnaast een maximale bezetting van 80% van het plangebied met panelen, waarbij de overige >20% ruimte voor groen en/of water zal zijn. Dit wordt met de inrichting van Zonnepark Broekheurne ruimschoots behaald. Verder gaat de handreiking in op de vier principes van het provinciaal kwaliteitsbeleid: • • • •

Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Inpassen in of bijdragen aan het landschap Beperken en compenseren van de effecten op landschap en ecologie Evenwichtige verdeling van lusten en lasten door realisatie van maatschappelijke meerwaarde

In de handreiking zijn diverse handvaten en voorbeelden gegeven over hoe kan worden omgegaan met de bovenstaande principes. Deze ruimtelijke onderbouwing laat in verschillende hoofdstukken zien op welke manier er bij dit zonnepark invulling is gegeven aan deze principes.

3.2.3 PROVINCIALE ZONNELADDER I.R.T. GEMEENTELIJK BELEID ZONNE-ENERGIE De zonneladder geeft de voorkeursvolgorde aan bij de verdeling van de opwekopgave voor zonneenergie. De provincie heeft in 2018 een eerste ladder gepubliceerd met slechts 2 treden. In 2020 is deze ‘opgewaardeerd’ in 3 treden. Sinds 2020 geeft de provincie de volgende volgorde: Een multifunctionele invulling van een zonneveld in de groene ruimte is uitgangspunt (trede 1 'Stimuleren' en 2 'Combineren'). Pas als gemeente en initiatiefnemer hebben verkend en gemotiveerd dat trede 1 en 2 niet mogelijk zijn, dan komen monofunctionele zonnevelden (trede 3) aan de orde, waarbij bij voorkeur goede landbouwgronden worden ontzien. Dit project valt binnen trede 2 van de ladder. Doordat de ontwikkeling is opgenomen in de gebiedsagenda Broekeurne is namelijk sprake van ‘combineren’. Er is onder andere onder leiding van de gemeente gekeken naar verschillende gebiedsopgaven. Het zonnepark is een gebiedsontwikkeling in de groene omgeving en er is dus niet alleen sprake van het

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Broekheurne

23

produceren van duurzame energie. Desalniettemin is het goed om de eerste trede te ontleden en hier niet zomaar aan voorbij te gaan. Wat valt er binnen trede 1 en wat is een realistische prognose?

Trede 1 van de provinciale ladder: Binnen deze trede valt zon-op-dak in bebouwd gebied: woningen, bedrijven, agrarische gebouwen, etc. Daarnaast valt binnen deze trede bruikbare restruimte zoals ongebruikte gronden, bedrijventerreinen, boven parkeerterreinen en geluidswallen. Ook prevaleert de provincie kleine, goed ingepaste velden op agrarische erven of binnenstedelijk (tot ca. 2 ha) van lokale partijen. Het beleid van Enschede voor zonne-energie (Energievisie en Beleidsregels zonne-energie) sluit aan op de provinciale ladder. In de Energievisie Enschede wordt aangegeven dat zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen, onbenutte terreinen de voorkeur genieten. Echter geeft de gemeente al binnen de pijlers aan dat om de substantiële energiedoelen te halen grootschalige energie-opwek in het buitengebied noodzakelijk is. Binnen de eerste trede zijn er de nodige belemmeringen en onmogelijkheden waardoor zij onvoldoende is om de totale doelstellingen binnen Enschede te halen: 1.

2.

3.

4. 5.

Als stad heeft de gemeente Enschede veel dakoppervlakte. Er is ook een significant deel aan zon-op-dak gerealiseerd. Binnen de gemeente zijn er ook nog daken beschikbaar. Echter zit er een groot verschil in de potentie zon-op-dak ten opzichte van wat de realistische potentie aan opwek is: in veel gevallen is de constructie van het dak ongeschikt. Andere redenen zijn dat het dak niet volledig benut wordt vanwege de particuliere vraag en financiën, dat de businesscase ontoereikend is, dat verzekeraars niet akkoord gaan, brandveiligheid een belemmering vormt of congestie op het (laagspannings)net. Potentie van solarcarports en geluidswallen zijn beperkt. De opwek is gering zien de totale oppervlakte en de businesscase voor beide vormen is ontoereikend. Binnen de huidige financieringsvoorwaarden en funderingskosten zijn solarcarports en geluidswallen (bijna) onmogelijk. De gemeente heeft een haalbaarheidsstudie uitstaan voor carports. De resultaten zijn nog niet bekend. Bedrijventerreinen zijn gereserveerd voor nieuwe bedrijven. Vrijstaande gronden binnen een industrieterrein kennen een enorm hoge grondprijs. Het is immers bedoeld voor andere (permanente) exploitatie. Een zonnepark met zulke grondprijzen is financieel niet haalbaar. Zon-op-water. Wateroppervlakte voor zonne-energie-opwek binnen de gemeente Enschede is beperkt.

Vanuit de beleidsregels mag niet meer dan 50% bedekt zijn. Kleinschalige zonnevelden tot 2ha kennen een moeilijke businesscase. Veelal in specifieke gevallen voor eigengebruik binnen de bedrijfsvoering kan het een uitkomst zijn. Rondom stads- en dorpsranden spelen veel andere onderwerpen als woningbouw. Deze parken leveren een kleine bijdrage aan de totale doelstelling.

Binnen de provincie Overijssel is dit in samenwerking met de RES-en Twente en West-Overijssel extra onderzocht (2022) middels de “memo Belemmeringen voor de businesscase van Zon-op-bedrijfsdaken” van Nieuwe Energie. De parameters t.o.v. 2022 zijn in 2024 niet verbeterd. De gemeentelijke energievisie (zie paragraaf 3.4.3) bevat meerdere thema’s, met elk haar eigen beleidsuitgangspunten en doelstellingen. De meest concrete doelstelling gaat over de opwek van hernieuwbare energie: het doel is dat er in 2030 minimaal 16,6% van het totale energieverbruik in Enschede hernieuwbaar wordt opgewekt. De gemeente moet het aandeel hernieuwbare energie in de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=282e0bf7-1f13-4ec8-b56e-18b459902458