Reactienota Visie landelijk gebied Enschede -geanonimiseerd
Tekst van het document
Beantwoording gemeente Nederland een tekort ontstaat aan zuivelproducten, de hoofdtak van de landbouw in Enschede. Dat neemt niet weg dat ook de gemeente Enschede in de Visie landelijk gebied voorkeur geeft aan het verkorten van de keten tussen agrarische producent en consument. Zoals in de bij de ontwerp-Visie gevoegde bijlage ‘Overleg en participatie’ valt te lezen is dit punt in de aanloop naar de Visie ook met LTO besproken. Productie voor de lokale markt biedt veel voordelen, maar zal toch een nichemarkt zijn. De omvang van de zuivel- en vleesproductie van de landbouwers in Enschede is groter dan de lokale consumptie. Anders gezegd: het argument dat vanwege de Nederlandse voedselvoorziening geen landbouwgrond kan worden gemist, wordt niet gedeeld. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp D.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp I.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp J.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp H. Het waterbeheer is een taak van het waterschap. Als indiener meer van die taken zelf wil uitvoeren, dan dient dat in overleg en overeenstemming met het waterschap plaats te vinden. De landbouw en de landbouwers dragen in grote delen van het landelijk gebied bij aan de identiteit en de leefbaarheid van het buitengebied. Als landbouwers besluiten om hun grond op een andere wijze te gaan gebruiken, verandert het landschap. Daarom is een zorgvuldige afweging nodig. Of de leefbaarheid dan ook hard achteruitgaat, zoals de zienwijze stelt, zal in grote mate 38
Zienswijze dragen de agrariërs bij. Laat investeerders niet zomaar grote stukken land opkopen, dan gaat ook de leefbaarheid hard achteruit. De verplichting om zonnevelden te omzomen met houtwallen heeft als gevolg dat het open veld en de kenmerkende doorkijken verdwijnen.
Beantwoording gemeente afhangen van de bewoners van het buitengebied zelf. Een (voormalige) landbouwer die zonnepanelen op zijn perceel plaatst kan nog steeds een goede buur zijn, die bijdraagt aan de leefbaarheid van het platteland. De beleidsregels zonne-energie, bij de (ontwerp-) Energievisie, stellen dat circa 80% van een ontwikkelingslocatie wordt benut voor het panelenveld en 20% ruimte voor groen en/of water. De eis geldt niet dat elk zonneveld omzoomd wordt met houtwallen, zoals de zienswijze stelt. In een open landschap kan de 20% groen en/of water ook op een andere wijze dan met houtwallen worden ingevuld. Als het gaat om plaatsing van zonnevelden in een transformatiegebied, kan ook overwogen worden om het landschap opnieuw vorm te geven met een minder open beeld.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie.
Indiener 15 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener is eigenaar, bewoner en gebruiker van een landgoed in Enschede. Het landgoed ontleent haar waarde aan de bebouwing maar wellicht nog meer aan haar omgeving met aangrenzend bos en landbouwgrond. De indiener is verheugd over de aandacht die de Visie aan landgoederen besteedt en de grote waarde ervan erkent. Echter de koppeling tussen het belang en de waarde van die landgoederen en de direct omliggende percelen in onvoldoende gelegd. Daardoor schiet de bescherming van de landgoederen tekort. Hoewel indiener het vanwege de schaal van de kaart lastig vindt om het precies te plaatsen lijkt het landgoed en de directe omgeving te zijn ingedeeld onder jonge ontginningsgronden en te vallen onder de waardering hoog, waar indiener vindt dat het landgoed ligt in een divers landschap (oude hoeven en boslandschap) en de waardering ‘zeer hoog’ verdient met de strategie ‘inpassen’. Dit zou moeten gelden voor een omtrek van één km rond het landgoed. Dat moet ook gelden voor de groenblauwe structuur.
Beantwoording gemeente De toelichting over de methodiek van de landschapswaardering staat in het hoofdstuk met gebundelde reacties onder onderwerp C.
De toelichting over de methodiek van de landschapswaardering staat in het hoofdstuk met gebundelde reacties onder onderwerp C. Voor de aangegeven locatie geldt de volgende toelichting. Op het kaartbeeld van 1920 komt het landgoed niet voor en is de plek nog onontgonnen. Het gaat derhalve om een jonge veldontginning. Deze wordt ter plaatse hoog gewaardeerd. Dat betekent dat de typische kenmerken die horen bij een jonge veldontginning nog redelijk goed intact zijn, maar hier en daar niet meer goed herkenbaar zijn.
39
Zienswijze
Beantwoording gemeente
Het specifieke landgoed waar hier sprake van is, dateert uit omstreeks 1940 en heeft zelf een aantal landschappelijke kenmerken die afwijken van de kenmerken van een jonge veldontginning (rechte lijnvormige opgaande elementen en rechthoekige open dan wel gesloten ruimten). De beperkte omvang van het landgoed maakt dat hiermee de hele omgeving geen andere landschapstypering en -waardering krijgt.
De Visie maakt niet duidelijk wat onder het ‘beschermen’ van kwaliteiten wordt verstaan en vraagt om een scherpe formulering voor historische landgoederen en in elk geval voor het eigen landgoed. Het benutten van de omgeving van het landgoed voor meer stedelijke ontwikkelingen, zoals wonen, zonneparken, windturbines zou ernstig tekortdoen aan de kwaliteiten van het landgoed en haar omgeving. Het kaartmateriaal moet de planologische bescherming uitdrukken. Net als het Natuur Netwerk Nederland moeten ook op historische landgoederen zonnevelden worden uitgesloten men een straal van één kilometer rond het landgoed. De voorwaarden waaronder een zonneveld nu geplaatst kan worden zijn niet scherp omschreven en kunnen door een rechter tot de beleids- en beoordelingsruimte van een gemeente worden gerekend. De visie
Zoals in de gebundelde reactie op deze en soortgelijke zienswijzen (onderdeel C) is vermeld is de veronderstelling niet juist dat de waardering zelf planologische bescherming biedt. De waardering is wel gekoppeld aan een ontwikkelingsstrategie die aangeeft hoe met het landschap moet worden omgegaan bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bij de strategie ‘aanpassen’, die voor de aangegeven locatie geldt, houdt dit in dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het weer leesbaar maken van het landschap. Nieuwe structuren en lijnen zijn mogelijk, maar ze moeten de herkenbaarheid van het landschapstype versterken. De Visie houdt geen waardering in van individuele landgoederen en waardeert grotere landschappelijke clusters. Zoals bij de gebundelde reacties onder C is vermeld, is de landschapswaardering geen instrument van planologische bescherming.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp C. Aanvullend wordt opgemerkt dat indiener niet duidelijk maakt op grond waarvan een beschermingszone van 1 kilometer rond het landgoed moet worden ingesteld.
40
Zienswijze biedt nu onvoldoende bescherming aan gebieden met hoge of zeer hoge landschappelijke waarde. Het landgoed valt onder de gebieden waar de Visie juist grootschalige opwekking wil toepassen.
Beantwoording gemeente
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie.
Indiener 16 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Het stemt tot tevredenheid dat het landschap van het buitengebied Usselerhalte de kwalificatie ‘hoog’ heeft gekregen. Het gebied is een uiterst aantrekkelijk wandelgebied voor werknemers in de Marssteden. Het kan nog beter, maar op voorstellen reageert de gemeente niet.
Als knelpunt wordt aangehaald dat een plan niet achtereenvolgens door verschillende afdelingen wordt beoordeeld, maar synchroon moet plaatsvinden en wordt een accountmanager genoemd. Is dat iemand die de materiedeskundigen tot spoed moet manen. Dat moet niet iemand zijn met drie petten, ook toezichthouder en handhaver. Wat zeker wel helpt is een geautomatiseerde vorm van voortgangsbewaking, helpt ook om de burger te informeren over de voortgang. Verantwoord landschapsbeheer kan alleen plaatsvinden als voldoende inkomen wordt gegenereerd. Dat lukt niet in de landbouw met de kleine bedrijven en niet door landgoedeigenaren. Recreatieve mogelijkheden (zoals B&B, minicampings) genereren wel wat omzet, maar weinig netto revenuen. Ten aanzien van woningsplitsing, onzelfstandige bewoning, studio’s etc constateert indiener een vorm van koudwatervrees, waardoor het feitelijk onmogelijk wordt gemaakt nieuw inkomen te verwerven om het landschap in stand te houden. Dat zou ook helpen voor de leefbaarheid, gaat de verpaupering van
Beantwoording gemeente De toelichting over de methodiek van de landschapswaardering staat in het hoofdstuk met gebundelde reacties onder onderwerp C. De waardering is gekoppeld aan een ontwikkelingsstrategie die aangeeft hoe met het landschap moet worden omgegaan bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bij de strategie ‘aanpassen’, die voor de aangegeven locatie geldt, houdt dit in dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het weer leesbaar maken van het landschap. Nieuwe structuren en lijnen zijn mogelijk, maar ze moeten de herkenbaarheid van het landschapstype versterken. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp A.
De zorgen van indiener over het genereren van voldoende middelen om het landschap verantwoord te kunnen (blijven) beheren worden in algemene zin onderkend. Indiener doet het echter voorkomen dat het toestaan van (meer) bewoning de enige oplossing is voor het genereren van duurzaam voldoende (financiële) middelen. Dat is niet zo. Het toevoegen van bewoning is niet per definitie een garantie voor een betere kwaliteit van wonen en leven en van minder verpaupering of verrommeling in het landelijk gebied. Sterker nog, dit kan ook tot het omgekeerde resultaat leiden. Het is ook niet zo dat woningsplitsing en onzelfstandige bewoning in het landelijk gebied categorisch niet meer worden toegestaan, de hoofdlijn wordt ‘nee, tenzij’. Voor specifieke doelgroepen die 41
Zienswijze leegstaande gebouwen en ondermijning tegen en verlicht de woningnood. Indiener leest in de Visie dat het weiden van een aantal vleeskoeien in een bloemrijke weide of akkerranden met een bloemenmengsel, of paarden houden in een slowfood omgeving al ‘natuur’ wordt genoemd. Het gaat volgens indiener gewoon om vormen van landbouw. De gemeente heeft vooralsnog geen middelen beschikbaar voor de uitvoering van de Visie en beperkt eigenaren om fondsen te genereren om de taak van rentmeester en beheerder behoorlijk in te vullen. Oplossing wordt gezocht bij een ‘Fonds landelijk gebied’. Daar wordt dubbel betaald: het initiatief moet een publiek doel dienen en daarvoor moet ook nog een flinke duit in het Fonds worden gedaan.
Beantwoording gemeente kunnen helpen een kwaliteitsimpuls te realiseren zal zeker ruimte blijven in het landelijk gebied. De voorwaarden daartoe worden nader uitgewerkt in de nieuwe Gids Buitenkans. De Visie kiest onder het thema Groene Pijler niet voor grote uitbreiding van de oppervlakte met de enkelbestemming natuurgebied, maar verwacht juist dat veel biodiversiteitswinst te bereiken valt in combinatie met ander grondgebruik. Dat kan heel goed een wat extensiever vorm van agrarisch gebruik zijn. Een agrarische weide met vleeskoeien is geen natuurreservaat, maar kan wel veel natuurwaarden herbergen en ook nog eens in combinatie met opbrengst voor de landbouwer. Veel initiatieven in het landelijk gebied gaan over een bedrijfsbelang of woongenot. Denk aan een recreatievoorziening of de bouw van een woonhuis. Omdat het landelijk gebied ook een collectieve waarde heeft, en in Enschede is die waarde vaak hoog, wordt van initiatiefnemers verlangd om met dat collectieve belang rekening te houden. Daarmee dient het initiatief nog geen publiek doel, het moet daar wel rekening mee houden. Zeker waar die publieke bijdrage op de plek waar het initiatief wordt gerealiseerd niet voldoende tot uitdrukking kan worden gebracht met maatregelen, kan via het Fonds landelijk gebied een afdracht plaatsvinden om elders in de gemeente de kwaliteit van het landelijk gebied te versterken.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie.
Indiener 17 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener is als landgoedeigenaar al 13 jaar in gesprek met de gemeente over het veiligstellen van de toekomst van haar landgoed. In die tijd is met verschillende personen gesproken. Indiener moest de problematiek waar van landgoedeigenaren tegenaan lopen vaak nog duiden. Goed om te zien dat de Visie geluisterd heeft en de input verwerkt is in de Visie De Visie stelt dat de gemeente landgoedeigenaren steun biedt bij het maken van een toekomstplan voor landgoederen met maatschappelijke meerwaarde. Wat verstaat de gemeente onder maatschappelijke meerwaarde?
Heeft de gemeente voorbeelden van ‘andere manieren’ om tot eenzelfde
Beantwoording gemeente De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp A.
Zoals de Visie stelt hangt de waarde van de landgoederen samen met het historische samenstel van natuur, landschap, monumentale gebouwen en bijzondere tuinen. De herkenbaarheid (ziet de bezoeker van het buitengebied dat het om een samenhangende en historisch eenheid gaat?), de zichtbaarheid (is het landgoed vanaf openbaar gebied te zien?) en de toegankelijkheid (kan een bezoek worden gebracht aan het landgoed, de tuinen en/of gebouwen?) vult die maatschappelijke betekenis verder in. De gemeente heeft tot nu toe zeer beperkte capaciteit om actief mee te denken bij het maken van plannen voor landgoederen of 42
Zienswijze resultaat te komen en wil de gemeente het veld in trekken en meedenken. Indiener ontmoet vriendelijkheid en bereidwilligheid bij de gemeente, maar het ontbreekt aan flexibiliteit. We zitten opgesloten tussen formaliteiten en papieren realiteit. Landgoedeigenaren zijn vaak al bezig met het in de Visie genoemde gebiedsgerichte maatwerk. Een verkenning van de gemeente onder de landgoederen kan zinvol zijn om hier een beeld van te krijgen. Pas op dat de negen instrumenten die de gemeente wil ontwikkelen elkaar niet gaan tegenwerken. Kijk meer naar maatwerkoplossingen. Indiener vraagt ook wanneer de herziening van de Gids buitenkans is voltooid. Maakt de gemeente onderscheid tussen recreatiewoningen (solitair, solitair op landgoed, op een recreatieterrein) bij het omzetten in een woonbestemming? Indiener licht toe dat een (recreatie)woning op een landgoed vaak noodzakelijk is om het onderhoud te kunnen voorzien, toezicht te kunnen houden. Het is gewenst op een landgoed een woning te kunnen realiseren om permanent te kunnen verblijven voor toezicht, onderhoud, materiaalopslag etc.
Beantwoording gemeente om samen met de landgoedeigenaren het veld in te trekken. De Visie bevat het voorstel om de inzet uit te breiden. Het is aan de Gemeenteraad om de daarvoor benodigde menskracht middelen beschikbaar te stellen. Bij de aanbieding van de Visie aan de Gemeenteraad heeft het College daarvoor een voorstel gedaan. De uitgevoerde studie naar landgoederen, die bij de Visie is gevoegd, geeft een eerste overzicht. In een gebiedsgerichte aanpak, waaraan landgoederen deelnemen, zullen vanzelfsprekend de maatwerkwensen en -mogelijkheden van de deelnemende landgoederen worden betrokken. Het is de bedoeling dat de Gemeenteraad de herziene Gids buitenkans dit kalenderjaar kan vaststellen. Het is een goede waarschuwing dat de gemeente in de verschillende instrumenten geen tegenstrijdige en elkaar in de weg zittende regels gaat opnemen. Het provinciale beleid over dit onderwerp, dat verder wordt uitgewerkt in de Gids buitenkans, biedt de mogelijkheid voor omzetting van recreatiewoningen die geen bijdrage meer leveren aan het recreatief product van het gebied in een woonbestemming. De gemeente kan in aanvulling op het provinciale beleid extra voorwaarden stellen. De gemeente Enschede maakt bij de beoordeling of omzetting naar een woonbestemming mogelijk is, geen onderscheid naar locaties van solitaire recreatiewoningen.
Voor (verruiming van) de bouw- en gebruiksmogelijkheden op landgoederen (bijvoorbeeld om een schuur voor opslag te kunnen bouwen) geven het bestemmingsplan en de Gids Buitenkans de voorwaarden.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie.
Indiener 18 Zienswijze Identiek aan nummer 14
Beantwoording gemeente Zie onder nummer 14
Conclusie: Voor de conclusies naar aanleiding van deze zienswijze wordt verwezen naar zienswijze 14.
Indiener 19 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener is het eens met de aanleiding voor de “Visie landelijk gebied Enschede”. Het is van groot belang dat er duidelijkheid en richting komt hoe wij met ons landelijk gebied willen omgaan. Ook in de gehanteerde basisprincipes kan indiener
Beantwoording gemeente De gemeente ziet met instemming dat de aanleiding en uitgangspunten van de Visie worden onderschreven.
43
Zienswijze zich vinden. Hiermee omarmen we de uitgangspunten van de visie. Indiener vindt dat eerst de Warmtevisie moet zijn opgesteld, dan blijkt hoeveel elektriciteit nodig is, dan de Energievisie over de hoeveelheid opwekking van elektriciteit en dat dan pas de Visie landelijk gebied kan volgen. Nu wordt in de Visie landelijk gebied uitgegaan van een nog niet vastgestelde Energievisie. Ook blijven nu de mogelijkheden voor geothermie buiten beeld, terwijl die perfect gekoppeld kan worden aan de andere doelstellingen uit de Visie landelijk gebied zoals recreatie duurzame landbouw etc..
De kaart maakt een precieze plaatsbepaling lastig. Kunnen bijvoorbeeld meer wegen op de kaart worden gezet? In de waarderingskaart voor het landschap zitten voor de deelgebieden Broekheurne en Usselo twee foute keuzen. Het natuurgebied Usselerveen (eigendom van het landschap Overijssel) ligt in een gebied dat is aangemerkt als “Veldontginningslandschap” en heeft de waardering ‘basis’ gekregen (blz. 36/37 van het rapport). Het stempel transformeren past daarbij niet omdat dan allerlei ontwikkelingen mogelijk zijn. Een groot gebied ten zuiden van de Usselerstroom en de Brunninksbeek heeft de landschappelijke waarde ‘basis’ gekregen. Dat is veel te ongenuanceerd. Conclusie van de indiener is dat de waarderingsklassen en de daaruit volgende strategie veel te grof is en hiermee verkeerde verwachtingen (kan) scheppen. Op deze wijze worden initiatieven die wellicht toch passen in niet ontwikkelingsgebied tegengehouden en ontwikkelingen in transformatiegebieden die er juist niet passen gestimuleerd. Het Rutbeek en omliggende terrein is heeft een grote belevingswaarde voor de bewoners van Enschede. Een deel van het gebied heeft nog steeds haar oorspronkelijke cultuurhistorische waarde. Het gebied is een waardevol onderdeel van het buitengebied van Enschede geworden.
Beantwoording gemeente
Het is kan lastig zijn om te bepalen wat eerst moet worden besloten, voordat andere zaken kunnen worden ingevuld. In dit geval lijkt de gekozen ‘volgorde der dingen’ een logische keuze. De Visie landelijk gebied gaat immers over de ontwikkeling van het landelijk gebied in de volle breedte van alle onderwerpen die daar spelen. Het evenwicht tussen beschermen en benutten staat voorop. Het is onjuist om daar één vorm van benutten (warmte en elektriciteit) uit te halen en daar keuzen in te maken en vervolgens de rest als afgeleide daarvan te beschouwen. De gemeente zet de kwaliteit van het landelijk gebied en de vele gebruiksvormen voorop. De energiemaatregelen moeten daarin als een van de vele claims om ruimte bij worden ingepast. Dat de totstandkoming van de Energievisie en de Visie landelijk gebied grotendeels parallel lopen bevordert de onderlinge afstemming. De toelichting over de methodiek van de landschapswaardering staat in het hoofdstuk met gebundelde reacties onder onderwerp C. De toelichting over de methodiek van de landschapswaardering staat in het hoofdstuk met gebundelde reacties onder onderwerp C. Het natuurgebied Usselerveen ligt in een groter gebied dat als een jonge veldontginning is aangemerkt. Een jonge veldontginning krijgt veelal de waardering basiskwaliteit, tenzij dit gebied een bijzonder meerwaarde heeft door reliëf, beleving of natuur.
Kijkend naar de veldontginningsgebieden ten zuiden van de Usselerstroom en Bruninksbeek is de indeling in type en de waardering voor het gehele blok met de kwalificatie ‘basis’ juist. Binnen het gebied met basiskwaliteit kunnen meer waardevolle elementen en deelgebieden voorkomen, zoals het Usselerveen. De strategie transformeren die hoort bij de landschappelijke waarde ‘basis’ past op het grote geheel. Maar dit betekent natuurlijk niet transformatie geldt voor elk element daarbinnen. Het Usselerveen kan juist een goed uitgangspunt en vast onderdeel zijn bij een transformatie.
Het Rutbeek valt onder het werkingsgebied van de Visie landelijk gebied. Het is een intensief gebruikte en ingerichte recreatieplas, die ontstaan is na een zandwinning. Het is een geheel nieuw en geïsoleerd element in het landschap. Aan dergelijke gebieden is vanuit historische kenmerken geen landschapstype te koppelen en daarom ontbreken in de landschapsstudie een waardering en 44
Zienswijze Het is onbegrijpelijk dat dit gebied in de visie niet is aangemerkt als buitengebied. Ten zuiden van de Helmerhoek is een gebiedje ten onrechte niet aangemerkt als buitengebied.
Het is onbebouwd gebied gelegen buiten het stedelijk gebied van Enschede. Het maakt daarom gewoon deel uit van het buitengebied van Enschede. Indiener verzoekt dit gebied aan te merken als landelijk gebied en de kwaliteit van dit landschap, net als het omliggende gebied, aan te merken als zeer hoog. De visie vermeldt op pagina 44 dat daken, parkeerterreinen en onbenutte ruimtes in de bebouwde kom onvoldoende zijn de gemeentelijke energiedoelstellingen te halen. Indiener vindt deze aanname niet goed onderbouwd. Met het aanleggen van grote zonneparken in het buitengebied, moet naar de mening van indiener zeer terughoudend worden omgegaan. Nadruk ligt te weinig op behoud van het buitengebied.
Beantwoording gemeente strategie. Het is aangeduid als ‘overig gebied’. Dat neemt niet weg dat de belevingswaarde van het Rutbeek voor recreanten hoog is. Het betreffende gebied maakt onderdeel uit het projectgebied ’t Brunink. In het bestemmingsplan is dit als een woongebied bestemd. Daarom wordt dit gebied niet tot het landelijk gebied gerekend.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp E.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie.
Indiener 20 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener is geboren en getogen en woont de prachtige en landelijke gelegen buurtschap Broekheurne. Het gebied wordt het hele jaar druk bezocht door wandelaars en fietsers, nu nog meer wegens de Corona
Beantwoording gemeente De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp E. De buurtschap waar indiener is geboren en getogen wordt in de landschapsstudie gezien als een jong veldontginningslandschap met de waardering basiskwaliteit. Voor deze gebieden geldt de 45
Zienswijze pandemie. Ook indiener geniet elke dag van het natuurschoon. Het woonhuis ligt midden in de voorkeurslocatie voor grootschalige opwek zonne-energie. Indiener is het absoluut niet eens met de komst van zonnevelden rond zijn huis. De leefbaarheid wordt een stuk minder, het gebied verliest waarde voor wandelaars en fietsers. Het gebied ligt tegen het Witte Veen. Indiener kan zich niet voorstellen dat Natuurnetwerk Nederland de aanleg van zonnevelden toestaat rondom dit gebied. De nabij gelegen kikkerpoel (aangelegd door Landschap Overijssel in 2014 om het uitsterven van de boomkikker te voorkomen) verstoort het wild rond die poel. Zonnepanelen horen op het dak, niet in de weide! De beleidsregels zonne-energie (20% groen) betekent dat “iets dat groot en lelijk is, wordt verborgen door een klein beetje groen”.
Voor zover indiener het kan beoordelen valt zijn buurt niet onder de locaties voor windturbines met een tiphoogte van 190 tot 230 meter. Mocht dit wel het geval zijn dan gelden tegen plaatsing van eventuele windmolens (kleine of grote) dezelfde redenen als hierboven beschreven voor zonnevelden.
Beantwoording gemeente strategie ‘transformeren’. Deze strategie zegt niet dat in dit gebied een zonneveld moet komen, wel dat er mogelijkheden zijn voor grootschalige aanpassingen van het landschap. Dat kan een zonneveld zijn, maar ook een inrichting voor kringlooplandbouw, natuur of anderszins. Als sprake is van een zonneveld groter dan 2 ha, dan vindt altijd een traject van gebiedsontwikkeling plaats, waarin de samenspraak met bewoners en belanghebbenden centraal staat.
De voorkeur gaat uit naar plaatsing van zonnepanelen op daken en restruimten. Daar is echter lang niet genoeg ruimte om te voldoen aan de toekomstige energiebehoefte van Enschede. Vandaar dat ook gekeken wordt naar mogelijkheden in het landelijk gebied. De regel dat daarbij 20 % van de ruimte met groen en/of water moet worden ingericht levert ook stevige bijdrage aan de biodiversiteit en het vastleggen van CO2. Bovendien kan groen en water om een zonneveld wel degelijk bijdragen aan de beleving van de ruimte. De locaties voor zonnevelden en windturbines zijn onderwerp van de Energievisie Enschede.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie.
Indiener 21 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener is als bewoners van het landelijk gebied zeer trots op het buitengebied. Het gebied wordt goed onderhouden door agrariërs met groot hart voor de natuur. De visie landelijk gebied biedt dan ook mogelijkheden om het gebied te versterken. Dit kan alleen door de agrariërs
Beantwoording gemeente De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp A.
46
Zienswijze mee te laten beslissen hoe het buitengebied eruit gaat zien. Het gebied in de Esmarke heeft een aanpassingsinrichting gehad en de landbouw is het verdienmodel. Door uitbreiding van de gebieden met een groenblauwe structuur zal de waarde van de landbouwgrond dalen en daardoor is het onmogelijk om aan de eisen van de kringlooplandbouw te voldoen. Voldoende veevoer halen uit eigen omgeving wordt dan lastig. Het Natura 2000 gebied Aamsveen ligt voor 700 hectare in Duitsland, het gedeelte in Nederland is al een uitloop van dit gebied. Dus verdere vermazing in Nederland is overbodig. Aamsveenweg is een reële grens. Met de gebiedsgerichte aanpak wordt de duurzame energieopwekking in het buitengebied neergelegd. Indiener vindt dat de energieopwekking moet plaatsvinden waar het verbruikt wordt, dus op industrieterreinen en in het stedelijk gebied. Hierdoor heb je ook geen overbelasting van het net en geen kosten voor het aanleggen van een dure kabel. De gemeente Enschede zal zelf ook het goede voorbeeld moeten geven door al haar daken van de gemeentelijke gebouwen vol te leggen met zonnepanelen. Indiener zijn boerderij is al sinds 2017 energieneutraal. Dit is een voorbeeld voor alle bedrijven in Enschede. Na het ontmantelen van een zonnepark op agrarische grond zal alle grond weer de agrarische bestemming krijgen.
Dus niet 20% in de natuur behouden, zoals in de visie staat beschreven. Het betrekken van de stadsburger met het buitengebied is zeer belangrijk. Wanneer men het buitengebied meer waardeert, zal er ook minder afval gedumpt worden. Met verplichte boerderijbezoeken van basisschoolkinderen betrek je de jeugd bij wat er allemaal groeit en bloeit in het buitengebied. Indiener ontvangt al jaren klassen en dat geeft zoveel positiviteit van beide kanten. Voor een toekomstgericht buitengebied mag de gezonde landbouw niet ontbreken.
Beantwoording gemeente
Het aantal actieve boeren neemt landelijk, provinciaal en gemeentelijk af. Hierdoor ontstaat ruimte om andere functies een plek te geven waaronder meer ruimte voor een groenblauwe structuur. Bovendien beperkt de stikstofregelgeving de verdergaande schaalvergroting. Kringlooplandbouw begint met circulair denken op bedrijfsniveau en daarna in de directe omgeving van het bedrijf. Samenwerking voor het sluiten van kringlopen (akkerbouw met veebedrijven) op regionaal niveau kan daar goed op aansluiten.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp E. Het vastgoed van de gemeente Enschede is divers qua samenstelling. Niet alle objecten lenen zich, bijvoorbeeld door hun cultuurhistorische waarde, even goed voor verduurzaming. De ambitie is niettemin om al het vastgoed in 2040 energieneutraal te laten zijn. Op dit moment wordt geïnventariseerd wat daarvoor nodig is en welke aanpak daarbij hoort.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp F.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp K.
47
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie.
Indiener 22 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze De indeling van de gebieden op basis van landschap is te volgen. Wat mist is de afweging vanuit landbouwkundig oogpunt waar gesproken wordt over gebruik van de open wat grotere vlakten voor zonnevelden. Dat zijn voor de landbouw aantrekkelijke gebieden. Door grond te reserveren voor o.a. energie en natuur kunnen landbouwers moeilijker invulling geven aan kringlooplandbouw en gewenste ontwikkelingen zoals biodiversiteit en landschapselementen. De verminderde verdiencapaciteit laat geen tijd, ruimte en budget voor extra zaken als afwisseling gewassen, biodiversiteit, weidegang en houtwallen. Een grootschalig zonneveld kan tot wel € 40.000 subsidie krijgen per hectare, de landbouwer ontvangt maximaal € 360 als aan alle eisen is voldaan. Vanuit landbouwkundig gebruik heeft indiener minder moeite met windmolens. De voorgestelde gebiedsgerichte aanpak moet serieus worden aangepakt. Dat betekent ook dat als er onvoldoende ruimte is voor een zonneveld in de afweging van belangen, dan ook nee gezegd wordt tegen dat zonneveld.
Het draagvlak voor zon op dak is groot. Waarom dan zo’n lage ambitie van maar 20% van de daken. Veel bezwaren, zoals de dakconstructie, zijn op te lossen. Een getal van 50% zou beter passen als ambitie. De Visie moet de grootste gebruikers in het landelijk gebied perspectief bieden. Om aan de gewenste ontwikkeling (kringloop, natuurinclusief, lokale keten etc) te voldoen is grond nodig. Voor een zonneveld wordt € 5000 – € 9000 per ha per jaar geboden. Dat is veel meer dan grondhuur van € 800 - € 1000 per ha per jaar voor landbouwgebruik. Ook bij aankoop voor natuur wordt de
Beantwoording gemeente Aan de Visie liggen zowel een landbouw- als een landschapsstudie ten grondslag. Dus voor beide (landschap én landbouw) is volop aandacht. Dat geldt ook voor de transformatiegebieden, waar de gemeente vaak een gebiedsaanpak wil volgen. In de afweging van belangen krijgt de toekomstgerichte landbouw daarin een belangrijke plek De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp G.
Deze stelling wordt onderschreven: als in het gebiedsproces blijkt dat een zonneveld niet inpasbaar is, dan ligt de conclusie voor de hand om het veld niet aan te leggen. Het vervolg kan wel zijn dat gezocht wordt naar een andere plek, een minder groot veld dan wel naar een andere vorm van duurzame opwekking. Ook betekent dit niet dat altijd volledige overeenstemming wordt bereikt. De verschillende deelnemers aan het gebiedsproces kunnen verschillend aankijken tegen de conclusie dat onvoldoende ruimte aanwezig is. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp E.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp E.
48
Zienswijze grondprijs opgevoerd, door de betaling in vervangende grond. Minder vitale bedrijven zullen dan vaak stoppen als de ondernemer op leeftijd is. Er is geen perspectief voor de jonge opvolger. Verbreding heeft alleen een kans als het een keuze uit kracht is. De tijdelijkheid van een zonneveld geldt niet meer nu in de (Energie)visie staat dat groenstructuren na het verdwijnen van het zonneveld blijven. Daar komt geen landbouw terug en het is maar de vraag of de overige grond wel naar de landbouw teruggaat. Ook is niet verzekerd dat tegen het einde van de economische levensduur de exploitant van een zonneveld de panelen ook echt opruimt. Het is lucratiever om de BV failliet te laten gaan en de gemeenschap met het probleem te laten zitten. Het is de gemeente(raad) die het risico loopt. Dit risico kan ook spelen bij bliksem of brand. Indiener ziet parallellen met oude schuren, waar de gemeente via Rood voor Rood een bouwblok weggeeft. In de Visie staat om met monitoring in de toekomst na te kunnen gaan of de doelen worden gehaald. Daarbij worden tellingen door natuurgroeperingen genoemd. Betrek daarbij ook landbouwkundigen, voor de brede acceptatie. En ook zou de gemeenteraad zelf zich moeten verdiepen om niet afhankelijk te zijn van externen.
Bij het motto ‘nieuw voor oud’ vindt indiener dat oude gebouwen mogen blijven staan zolang ze dienstbaar zijn aan het bedrijf en de vestigingslocatie. Goed onderhoud is dan een vereiste.
Een onderbouwing van het plan voor 120.000 bomen in het landelijk gebied ontbreekt. Vergt bij 5 m2 per boom toch weer 60 ha. Dat is anderhalf keer de oppervlakte van een gemiddeld landbouwbedrijf. Een goed afweging moet aan dit idee voorafgaan.
Beantwoording gemeente
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp F.
De suggestie om ook deskundigen vanuit andere disciplines te betrekken is goed te begrijpen en wordt overgenomen.
Om verstening van het landelijk gebied tegen te gaan is het niet gewenst dat bij (vervangende) nieuwbouw de oude schuur blijft staan, terwijl die geen functie meer heeft. Als de schuur geen agrarische toepassingsmogelijkheden (dat is breder dan vee in onderbrengen) meer heeft, dan geeft de gemeente voorkeur aan sloop. Sloop is dus niet nodig als de schuur nog nuttig landbouwkundig wordt gebruikt en is overigens ook niet gewenst als de schuur een cultuurhistorische waarde vertegenwoordigd. Goed onderhoud van de oude schuur is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. De tekst wordt op deze punten verduidelijkt. (Zie ook zienswijze 8.) De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp D.
49
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. Bij het instrument monitoring wordt de betrokkenheid niet beperkt tot natuurgroeperingen en bij het motto ‘nieuw voor oud’ bij nieuwbouw van agrarische schuren wordt verduidelijkt. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie. De laatste zin onder het thema landbouw in hoofdstuk 5 wordt als volgt aangepast (cursief is nieuw) De gemeente beperkt geen bestaande rechten, maar wil bij nieuwbouw in afwijking van het bestemmingsplan als voorwaarde stellen dat sloop plaatsvindt tenzij: - De schuur nog een functie blijft houden en van nut is voor de agrarische bedrijfsvoering - De schuur van betekenis is voor de cultuurhistorische waarde van het erf.
Indiener 23 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener sluit zich aan bij de zienswijzen 11 en 36. De opgave om jaarlijks 10 boerenerven opnieuw in te richten, mag niet opgevat worden als ‘dwang’. In plaats van opgave, kan hier beter staan dat dit een wens is.
De visie spreekt regelmatig van een leidende of (bij)sturende rol van de buurtkringen. Er zijn echter grote verschillen tussen de buurtkringen en zij vertegenwoordigen niet altijd voldoende boeren en burgers in een gebied. Indiener adviseert de gemeente om menskracht en middelen beschikbaar te stellen op de professionaliteit van de buurtkringen op te krikken. Het buitengebied mag zich rijk prijzen met een organisatie als Stawel. De kruisbestuiving tussen Stawel en buurtkringen voelt echter al jaren niet goed, omdat het bestuur van Stawel uit een afvaardiging van de buurtkringen bestaat (die sterk verschillen en de buurt niet altijd goed vertegenwoordigen).
Het lijkt indiener een goed moment voor het oprichten van een Stadsdeel Buitengebied, waar al jaren over wordt gesproken. Dan is de uitvoering van de Visie
Beantwoording gemeente
De gemeente wil met de Visie niet volstaan met ‘vergezichten’ en toekomstbeelden, maar ook aangeven op wat voor manier in praktijk de kwaliteit van het landelijk gebied kan worden aangepakt. De voorstellen daarvoor zijn samengevat onder opgaven. Dat zijn de twintig handvatten voor realisatie. Wat zou het mooi zijn als bijvoorbeeld elk jaar op ongeveer 10 plekken de inrichting van de erven wordt aangepakt. Als de gemeenteraad daarvoor de middelen beschikbaar stelt, dan gaat de gemeente dat bevorderen en onder de aandacht brengen van de eigenaren in de hoop dat zij daarop willen ingaan. Van dwang is geen sprake. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp A.
Het bestuur van Stawel bestaat naast vertegenwoordigers van de buurtkringen uit bestuursleden van LTO, het Overijssels Particulier Grondbezit (OPG), plattelandsjongeren en de organisatie Vrouwen van Nu. Bovendien is bij een aantal buurtkringen ook een toename te zien van leden van niet agrarische origine. Geografisch gezien dekken de buurtkringen het buitengebied. De opmerking dat de buurtkringen qua organisatiegraad verschillen is juist. Verschillende buurtkringen en gebieden werpen zich inmiddels op als officieel adviserend orgaan van de gemeente, net als de dorpsraden. Door lidmaatschap vertegenwoordigen zij ook steeds meer de bewoners van het landelijk gebied. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp A.
50
Zienswijze landelijk gebied, en ook van de Energievisie, beter bestuurlijk ingebed. Dat moment kan ook aangegrepen worden voor herbezinning op de organisatorische structuur en functionele rol van Stawel, gezien het hiervoor genoemde punt van de buurtkringen. Indiener heeft gehoord dat vergevorderde plannen bestaan voor 44 ha zonneveld in Broekheurne. De vervuilde grond is slechts een verzachtende factor om zonnevelden op landbouwgrond toe te staan.
Beantwoording gemeente
Zoals in hoofdstuk 7 van de Visie (en in de Energievisie) staat wordt bij initiatieven voor zonnevelden groter dan 2 ha een gebiedsgerichte aanpak gevolgd. Voor de Broekheurne is inmiddels de verkenning in gang gezet – niet gericht op zonnevelden, maar op alle opgaven die in het gebied spelen.
Het waarschijnlijke welslagen van een gebiedsgerichte aanpak in dit gebied kan nooit als voorspellend model worden gezien voor ander gebieden. Voor conclusies moet tenminste één ander gebied op die manier verkend worden.
De aanpak in Broekheurne levert naar verwachting inzicht op over de manier waarop deze complexe maar noodzakelijk aanpak kan worden ingevuld. Een voorspellend model ontwikkelen is geen doel, leren van ervaringen is iets waar de gemeente wel naar streeft. Niet alles zal immers direct goed gaan. Dat is niet erg, als de aanpak herstel toelaat.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie.
Indiener 24 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Het ontbreekt in de Structuurvisie Landelijk Gebied aan beleid dat de biodiversiteit in dierensoorten stimuleert. Een beleid dat is gebaseerd op een inventarisatie en doelstellingen SMART formuleert voor soorten en aantallen per soort. Het gaat alarmerend slecht met de biodiversiteit. Het buitengebied van Enschede is zeker geen uitzondering. Ofschoon de Visie Landelijk Gebied goede opmerkingen maakt over de problemen rond de biodiversiteit, is het gevoel van urgentie dat bij dit onderwerp zou moeten horen, niet terug te vinden in geformuleerd beleid.
Beantwoording gemeente De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp J. Aanvullend: Deze Visie maakt biodiversiteit en natuur steviger dan voorheen onderdeel van het gemeentelijke beleid. Bij de realisatie wil de gemeente samenwerken met haar partners, zoals de andere overheden (Rijk, provincie en waterschap), terrreinbeherende organisaties, landgoederen en andere grondgebruikers. Voor de praktische invulling zal de gemeente een landschapsplan opstellen. Vanwege de bredere opstelling verandert de gemeente de naam daarvan in Natuur- & Landschapsplan. Om een stimulans te geven en aan te geven waar kansen liggen – zonder dat daarvoor altijd grote budgetten nodig zijn- is in de Visie ook de Natuurkansenkaart opgenomen. Zie ook de reactie op zienswijze 27.
Het stimuleren van de biodiversiteit van de fauna moet onderdeel zijn van iedere integrale gebiedsaanpak. Het gaat om het stellen van randvoorwaarden en hoeft geen beslag te leggen op financiële middelen. Onder de juiste voorwaarden groeit de 51
Zienswijze biodiversiteit vanzelf. Indiener verzoekt de Visie hierop aan te passen
Beantwoording gemeente
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. Aanvullend is mede naar aanleiding van deze zienswijze de naam van het op te stellen plan dat praktische invulling moet geven aan de versterking van natuur en biodiversiteit en landschap aangepast in Natuur- & Landschapsplan en is de bestaande Natuurkansenkaart in de Visie opgenomen. Voor de invoeging van de Natuurkansenkaart start de tekst over de aanpak van het thema Groene Pijler in hoofdstuk 5 als volgt (toevoeging cursief): Waar zich kansen voordoen wil de gemeente bijdragen aan het verder invullen van de groenblauwe structuur, zowel de robuuste hoofdstructuur als de fijne dooradering van het hele landelijke gebied. De Natuurkansenkaart, die de gemeente heeft ontwikkeld, kan daarbij een leidraad vormen en inspiratie geven bij het vinden van de juiste maatregelen. [kaart invoegen] Bij de versterking van de Groene Pijler gaat het niet om grote uitbreiding van de oppervlakte natuurgebied. De gemeente wil vooral meer kwaliteit van de Groene Pijler bereiken in combinatie met de benutting van het landelijk gebied. Dat zal vaak het agrarische gebruik zijn, …..
Indiener 25 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener sluit zich aan bij de zienswijzen 8, 9, 11, 18, 26, 31. Bescherm de mensen die zich door het gebied Boekelo-Rutbeek bewegen met voldoende brede, goed onderhouden wegen en overzichtelijke kruispunten. Overleg vooraf, met als voorbeeld het ongelukkige wegvak Windmolenweg Haimersweg Indiener is tegen zonnevelden, foeilelijk en onnatuurlijker kan niet. Leg panelen op daken en parkeerplaatsen etc. Hou vast aan de evenredigheid zon op dak – zon op land, Maak zon op dak zo makkelijk mogelijk: weinig bureaucratie, lagere OZB-belasting en dwing netbeheerders de infrastructuur op orde te brengen. En als het dan toch zonnevelden komen, dan dicht aan de bebouwing en niet weggestopt achter onnodige met hout omzoomde velden (neemt zon en oppervlakte weg). Zorg ervoor dat de mensen in de stad weten waar hun energie vandaan komt. Geef gemeentegrond duurzaam (langjarig) aan (jonge) agrariërs. Extra eisen zijn prima, wanneer de prijs meebeweegt.
Beantwoording gemeente
Verkeersveiligheid is overal in de gemeente een belangrijk thema. De gemeente zoekt continu naar de beste balans tussen veiligheid, behoud van cultuurhistorische waarde, fietscomfort, toegankelijkheid voor landbouwverkeer, bereikbaarheid, etc.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp E. Aanvullend over het wegstoppen van zonnevelden: De velden hoeven niet altijd (of niet per se) volledig weggestopt te zijn achter een groenstructuur. De regel is dat 20 % van de ruimte wordt ingericht met groen en/of water. Het is daarbij zaak om een inrichting te ontwerpen die past bij het landschapstype en de omgeving. Het is verder inderdaad goed dat de inwoners van Enschede weten waar de door hen gebruikte energie vandaan komt.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp G.
52
Zienswijze Ondermijning blijft, zolang overheden bij consumptie van verdovende middelen niet de productie ervan reguleert. Korte transportafstanden zijn duurzaam staat in de Visie. Indiener is benieuwd wat de gemeente vindt van verkoop van Chileense wijn, Argentijns rundvlees of Braziliaanse kip. Roomboter wordt voldoende in Enschede geproduceerd. Indiener heeft niet de indruk dat de natuur te lijden heeft van de landbouw en vraagt om onderbouwing van de uitspraak daarover in de Visie. Indiener vindt het plan om 120.000 bomen in het buitengebied te planten een niet acceptabele claim op schaarse landbouwgrond en vraagt om een nadere verduidelijking van dit plan.
Beantwoording gemeente Het gaat de bevoegdheden en de spankracht van de gemeente Enschede en de reikwijdte van de Visie landelijk gebied ver te boven om de werkelijke oorzaken van ondermijning weg te nemen. De gemeente ziet grote voordelen in zowel een korte fysieke afstand tussen de plek van productie en consumptie als van het verminderen van het aantal stappen in de keten tussen boer en consument. De melktap is daarvan een mooi voorbeeld, afzet van andere (zuivel)producten is ook kansrijk. Dit houdt echter geen verbod in op verkoop van producten uit verre landen. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp J.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp D.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie.
Indiener 26 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener stelt dat de kwaliteit van het landelijk gebied voor Enschede van levensgroot belang is en dat de waarde van de Esmarke volgens de uitgevoerde landschapsstudie hoog en zeer hoog is. Voorkomen moet worden dat de Esmarke opgeofferd wordt voor grootschalige energieopwekking. Grootschalige energieopwekking doet enorm afbreuk aan de leefbaarheid en het vestigingsklimaat van dit gebied.
Indiener voorziet dat het kenmerken tot transitiegebied met de strategie aanpassen zorgt voor een enorme verstoring van de grondmarkt en tot enorme stijgingen van de grondprijzen. De grond wordt voor agrariërs onbereikbaar, zij kunnen niet uitbreiden, zoals voor kringlooplandbouw nodig is. Ze zullen moeten vertrekken of
Beantwoording gemeente De toelichting over de methodiek van de landschapswaardering staat in het hoofdstuk met gebundelde reacties onder onderwerp C. Om de ontwikkeling van een gebied aan te laten sluiten bij de ontstaansgeschiedenis en de kwaliteiten van het landschap zijn drie ontwikkelstrategieën in de Visie opgenomen. Omdat het landschap van een groot deel van de Esmarke gewaardeerd is met een hoge of zeer hoge kwaliteit ligt het niet voor de hand dat op al deze locaties grootschalige zonnevelden inpasbaar zijn. Dat zou in die gebieden inderdaad teveel afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten. In andere delen van de Esmarke, vooral waar de kwaliteit is gewaardeerd met ‘basis’, zijn meer mogelijkheden om bij de transformatie van het landschap onder meer zonnevelden onderdeel te maken van een nieuwe gebiedsinrichting. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp G
53
Zienswijze stoppen waardoor afbreuk van het buitengebied plaatsvindt. De aanplant van 170.000 bomen (50 tot 100 ha) legt extra druk op de schaarse landbouwgrond. Indiener is het niet eens met de uitspraak in de Visie dat de groenstructuur rond een zonneveld na afloop van de levensduur achter moet blijven. De volledige oppervlakte moet weer teruggebracht worden naar de oorspronkelijke agrarische bestemming. De landsbouw moet ontwikkelingsruimte krijgen voor verbrede landbouwactiviteiten en ruimte krijgen om in te spelen op de sterk toegenomen vraag naar lokale, eerlijke producten. Ondersteun processen gericht op toekomstgerichte landbouw. De aanvankelijke energiedoelstelling van minimaal 12% in 2030 en minimaal 27% in 2050 van het verbruik is gewijzigd in een totaal onrealistische en absurde wens om in 2050 als stad energieneutraal te zijn. De lasten worden bovendien niet eerlijk verdeeld; de lasten liggen volledig bij het landelijk gebied en de baten bij de gemeente en energiegiganten. Nagenoeg het hele buitengebied van de Esmarke zal door de Visie letterlijk getransformeerd worden tot een gebied voor grootschalige energie: hoge windmolens en zonnevelden. Indiener wil allerlei alternatieven inzetten van maximale besparing tot een eerlijker verdeling over het hele buitengebied tot promoten van de postcoderoos.
Beantwoording gemeente
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp D. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp F.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp H.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp E. Over de omvang van de energiedoelstelling wordt verwezen naar de Energievisie Enschede.
De Esmarke kent vooral gebied dat in de Visie landelijk gebied is gewaardeerd met een hoge of zeer hoge kwaliteit en voor kleiner deel met basiskwaliteit. Grootschalige transformatie ligt vanuit het landschap bezien niet voor de hand in gebieden met een hoge of zeer hoge kwaliteit, ook niet om grootschalige opwekking van elektriciteit mogelijk te maken. Het landschap biedt daarvoor meer mogelijkheden in gebied met een basiskwaliteit van het landschap. Voor de keuzen over de energietransitie en de overwegingen die daarbij verder een rol spelen wordt verder verwezen naar de Energievisie, die parallel met de Visie landelijk gebied is opgesteld. Voor het pleidooi voor een eerlijke verdeling over de gemeente hebben wij begrip. Tegelijkertijd constateren we dat niet elk deel van de gemeente zich even goed leent voor het opwekken van duurzame energie. Een eerlijke verdeling betekent dus niet dat elk gebied even veel energie kan bijdragen. Ook de gemeente is voorstander van een eerlijke verdeling van de lasten en de lusten. Voor de goede merken wij op dat de fiscale Regeling Verlaagd Tarief (postcoderoosregeling) op 1 april jl. is vervangen door de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE).
54
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie.
Indiener 27 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener geeft complimenten voor de nu voorliggende ruimtelijke visie, die een goede basis geeft om in Enschede adequaat te reageren op de grote opgaven die ons nog te wachten staan (energie, stikstof, klimaat, drinkwater, woningbouw etc.). De zienswijze bevat suggesties om de visie nog scherper en effectiever te maken. Het verdient aanbeveling dat de diverse overheidslagen (rijk, provincie, regio en waterschap) en hun vaste partners (nog) onderling afstemmen. Voorkom dat de burger in relatief korte tijd wordt geconfronteerd met verschillende ruimtelijke visies en programma's. Een gezamenlijke integrale toekomstvisie op Twente zou een gezamenlijk doel moeten zijn.
Geef goede voorlichting en educatie over de ernst en urgentie van de actuele opgaven. Denk bijvoorbeeld aan de dramatische achteruitgang van de biodiversiteit. Velen beseffen amper de ernst daarvan. En ook in de visie klinken ernst en urgentie maar matig door.
De demissionair minister Ollongren stuurde een brief aan de Tweede Kamer over het politiek breed gedragen voornemen om burgers directer te betrekken bij de aanpak van de grote opgaven waar de samenleving (ook in Twente) nu voor staat. Experimenteer met nieuwe vormen van zeggenschap voor burgers, zoals burgerfora. Indiener vraagt de regio om daarbij het voortouw nemen om draagvlak te verkrijgen. Laten we een eigen Twents
Beantwoording gemeente De gemeente neemt dit compliment met dank in ontvangst.
Voor wat betreft de afgestemde programmering staat de reactie in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp B. De gemeente heeft zeker als wens dat de nu opgestelde Visie bijdraagt aan de regionale afstemming. Veel vraagstukken houden niet op bij de gemeentegrens of vragen om een aanpak die in breder verband met meer effect en efficiency kan worden aangepakt. Toch zullen nog meer Visies en plannen langskomen. Het is wel de bedoeling om onder de nieuwe Omgevingswet (die naar verwachting op 1 januari 2022 in werking treedt) meer samenhang te brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving. De gemeente zal dan ook de huidige visies gaan bundelen en integreren in een omgevingsvisie voor het hele grondgebied. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp J. Zoals ook bij zienswijze met nummer 24 is geantwoord is de Natuurkansenkaart in de Visie opgenomen om een stimulans te geven aan het verhogen van de biodiversiteit en natuur. Om de kennis en het besef van waarde te bevorderen bevat de Visie in hoofdstuk 6 ook de opgave voor de versterking van educatie. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp A.
55
Zienswijze model voor het direct betrekken van burgers ontwikkelen. In de binnenstad van Enschede is succesvol geweest om ter effectuering van de visie op die binnenstad een stimuleringsbudget te reserveren. Met een soortgelijke combinatie van visie+budget kunnen boeren, burgers en buitenlui gestimuleerd worden om zelf acties te ondernemen om de visie op Twente / Enschede waar te maken. Laat de overheid daarvoor een fors bedrag en menskracht beschikbaar stellen. Overweeg een voorbereidingsbesluit te nemen om in kwetsbare gebieden verder verval van natuur en landschap tegen te kunnen gaan bv met een aanlegvergunning.
Beantwoording gemeente
Deze suggestie wordt meegenomen bij het voorstel dat het College samen met de Visie naar de Raad stuurt. De effectiviteit van een flexibel in te zetten stimuleringsbudget zal ook in de Visie worden opgenomen. Bij dit onderwerp wordt verwezen naar de gebundelde reacties onder onderwerp B.
De gemeente zal deze suggestie in overweging nemen, waar daarvoor concrete aanleiding bestaat.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. Aanvullend is mede naar aanleiding van deze zienswijze de bestaande Natuurkansenkaart in de Visie opgenomen. Ook is bij de instrumenten een flexibel in te zetten budget benoemd. Voor een flexibel budget is aan hoofdstuk 8 onder ‘budget’ de zin opgenomen: Door over een flexibel in te zetten eigen gemeentelijk budget te beschikken, kan de gemeente aanhaken en stimulansen bieden waar zich kansen voordoen. Voor de invoeging van de Natuurkansenkaart start de tekst over de aanpak van het thema Groene Pijler in hoofdstuk 5 als volgt (toevoeging cursief): Waar zich kansen voordoen wil de gemeente bijdragen aan het verder invullen van de groenblauwe structuur, zowel de robuuste hoofdstructuur als de fijne dooradering van het hele landelijke gebied. De Natuurkansenkaart, die de gemeente heeft ontwikkeld, kan daarbij een leidraad vormen en inspiratie geven bij het vinden van de juiste maatregelen. [kaart invoegen] Bij de versterking van de Groene Pijler gaat het niet om grote uitbreiding van de oppervlakte natuurgebied. De gemeente wil vooral meer kwaliteit van de Groene Pijler bereiken in combinatie met de benutting van het landelijk gebied. Dat zal vaak het agrarische gebruik zijn, …..
Indiener 28 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener ondersteunt in grote lijnen de indelingsmethode voor de landschapswaardering en de specifieke criteria die worden gebruikt. Indiener ziet wel een probleem met de grofmazigheid. Een uitkomst van deze methode lijkt te zijn dat eenheden elementen van hoge kwaliteit kunnen bevatten, maar omdat ze voor het grootste deel elementen van basiskwaliteit bevatten, uiteindelijk de kwalificatie ‘basiswaarde’ krijgen.
Beantwoording gemeente De toelichting over de methodiek van de landschapswaardering staat in het hoofdstuk met gebundelde reacties onder onderwerp C, met name het onderdeel over de methodiek.
56
Zienswijze Deze grofmazige indelingsmethode levert ongewenste effecten op wanneer de indelingen vervolgens worden gebruikt om beleid te maken. In dat beleid zijn dan namelijk de waardevolle elementen in landschappelijke eenheden met basiswaarde niet zichtbaar, en is er een grote kans dat zij niet in het beleid worden meegenomen. Dit geldt in het bijzonder voor kleinere natuurgebieden, met name onderdelen van Natuurnetwerk Nederland.
Beantwoording gemeente
Gebieden met een basiskwaliteit kunnen in aanmerking komen voor de plaatsing van grootschalige zonnevelden. Dit terwijl in de bijbehorende kaarten geen erkenning of zichtbaarheid is van onderdelen van Natuurnetwerk Nederland of andere bijzondere gebieden binnen de landschappelijke eenheden met basiswaarde. Indiener vraagt deze indelingsmethode te herzien en er zorg voor te dragen dat deze voldoende fijnmazig is zodat waardevolle elementen zoals gebieden van de Natuurnetwerk Nederland zullen worden ontzien. Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2.
Indiener 29 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener wil dat voldoende grond beschikbaar blijft voor de landbouw. Enorm veel landbouwgrond is nodig voor de 170.000 bomen die in de Visie zijn genoemd. Een zonneveld moet aan het einde van de levensduur inclusief groenstructuur terug worden gebracht in haar oorspronkelijke vorm, met een agrarische bestemming. Indiener vraagt op optimale benutting van mogelijkheden voor zon en wind in stedelijk gebied, vraagt om energiebesparing, wil geen windmolens in het buitengebied en vindt dat ook in Lonneker en Diene energie moet worden opgewekt.
Beantwoording gemeente De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp D.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp F.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp E. Voor de keuzen over de energietransitie wordt verwezen naar de Energievisie Enschede. De Energievisie sluit, behoudens de opwek van zonne-energie binnen het Natuurnetwerk Nederland, geen 57
Zienswijze
Beantwoording gemeente gebieden uit voor het opwekken van duurzame energie. Ook van Lonneker en Driene wordt een bijdrage gevraagd.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2.
Indiener 30 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener is terreinbeheerder van ongeveer 1000 ha, ofwel 7% van de totale gemeentelijke oppervlakte met natuurgebieden en landgoederen en van een bezoekerscentrum. De vrijwillige inzet van veel inwoners is daarbij onmisbaar. Indiener voelt zich erg thuis in Enschede en wil graag bijdragen aan een groener, natuurlijker en leefbaarder stad. De corona-pandemie heeft het waardebesef van natuur zo dicht bij de stad vergroot én het aantal bezoekers vergoot. Dat is een blijvende ontwikkeling, die volop kansen biedt in het verder vergroten van maatschappelijke betrokkenheid en burgerparticipatie. Het buitengebied van Enschede verdient meer aandacht, onderscheidt Enschede van andere steden en is misschien wel de beste secondaire arbeidsvoorwaarden voor werkenden. Indiener vindt het prachtig om te lezen dat de Visie deze kwaliteit onderkent, de intentie heeft om het besef van waarde bij de inwoners te vergroten en meer verbinding te maken tussen stad en platteland. Indiener daagt de gemeente uit om groot te denken. Zet de droom centraal dat Enschede het middelpunt is van een nieuw Nationaal Park dat zich uitstrekt van Haaksbergen tot Noordoost Twente. Natuur, landschap, cultuurhistorie, recreatie en duurzame voedselproductie worden daar in samenhang met elkaar ontwikkeld.