Reactienota Visie landelijk gebied Enschede -geanonimiseerd
Tekst van het document
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp J.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp A. 19
Zienswijze Mensen die in de stad wonen zijn over het algemeen minder geïnteresseerd in hoe wordt omgegaan met het buitengebied, simpelweg omdat ze daar niet in de buurt wonen of amper komen.
Beantwoording gemeente De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp K.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2.
Indiener 3 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Het kleinschalige en gevarieerde landschap rond Enschede is waardevol en vraagt om maatwerk. Dat is in de Visie niet altijd terug te zien.
De Visie is niet duidelijk over de aanpak in gemeentegrensoverschrijdende issues, zoals de gebiedsaanpak Twekkelo (met Hengelo), de Regionale Energiestrategie (Twente) en in Enschede Zuid (met Haaksbergen)
Het verkeersluw maken van historische wegen is niet ‘terug naar af’ maar dient cultuurhistorie, landschap, recreatie en leefbaarheid. De zienswijze denkt in dit verband met hoge urgentie aan de Beldershoekweg.
Het kleinschalige Twentse landschap is niet geschikt voor zonnepanelen en windmolens. Uitzondering kan
Beantwoording gemeente De noodzaak om het kenmerkende landschap van het buitengebied heel gericht en met maatwerk te benaderen wordt onderschreven. Om die reden is aan de Visie een uitvoerige landschapsstudie ten grondslag gelegd en is in vervolg daarop ‘Vanuit het landschap ontwikkelen’ een van ontwikkelingsprincipes van de Visie. De Visie geeft alle ruimte om met maatwerk tot invulling te komen: zoals in de gebiedsaanpak en door maatwerkregels uit te werken in de Gids buitenkans. De aanpak onder het thema ‘landgoederen’ begint met de constatering dat maatwerk nodig is. Voor een nadere toelichting op het gebruik van de uitgevoerde landschapsstudie wordt verwezen naar onderwerp C in het hoofdstuk met de gebundelde reacties. De Visie legt bewust niet precies vast wat er in gebieden moet gebeuren. Dat is immers maatwerk, zoals ook indiener stelt. Wel geven de ontwikkelingsprincipes (hoofdstuk 4), de ambities per thema (hoofdstuk 5) en de twintig opgaven (hoofdstuk 6) aan wat de inzet is van de gemeente en welke ontwikkeling de gemeente wenst. Met de beschrijving van de gebiedsaanpak (hoofdstuk 6) en de instrumenten (hoofdstuk 7) geeft de gemeente aan welke werkwijze daarvoor wordt gevolgd. Voor zowel inhoud als proces maakt de Visie geen verschil of een gebied deels in een andere gemeente ligt. Samenwerking is altijd nodig en gewenst.
Een aanpassing, zoals het verkeersluw maken van een weg, beïnvloedt de bredere omgeving en haar bereikbaarheid. Dergelijke keuzes vragen een integrale afweging samen met diverse betrokkenen. In het specifieke geval van de Beldershoekweg ook samen met de Gemeente Hengelo. De gemeente Enschede voorziet geen aanpassing op dit moment. Omdat het verkeersluw maken op de ene plek gevolgen heeft voor het verkeer op een ander wegvak is onze suggestie om dit soort vragen vanuit de buurt aan te kaarten. Dat kan via de buurtkring of dorpsraad. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp E. Aanvullend: Kleine 20
Zienswijze worden gemaakt voor de kleinere EAZ-windmolens. Dan wordt ook aangesloten op innovaties van de TU. Dat laatste mist indiener ook meer in het algemeen. De Visie besteedt wel aandacht aan lichtvervuiling, maar niet aan geluidoverlast van evenementen en feesten. Op zijn minst moet het aantal toegestane decibel in stad en landelijk gebied gelijk worden getrokken. Het buitengebied kan niet meer verdragen dan de stad. Integendeel.
De zienswijze vraagt aandacht voor ontbrekende aansluitingen op de riolering in het buitengebied, zoals langs de Beldershoekweg.
Om overlast aan te pakken bevordert ‘besef van waarde’ het draagvlak voor de kwaliteiten in het landelijk gebied. Daar besef en kennis blijkt niet voldoende. Het is nodig toezicht en handhaving te versterken. Bij de prioriteit daarvoor is een bijdrage in de kosten van BOA’s welkom.
Beantwoording gemeente windturbines, zoals de in de zienswijze genoemde EZAwindmolen, zijn op veel plekken toegestaan. De gemeente is er trots op als innovaties afkomstig uit Enschede benut worden. Het “Toetsingskader voor evenementenvergunningen 2017” van de gemeente Enschede maakt het beperkt mogelijk om evenementen in het buitengebied van de gemeente te houden. Eventuele commerciële feesten vallen onder dit toetsingskader. Om overlast voor de omgeving zoveel mogelijk te voorkomen zijn voor evenementen onder andere geluidsvoorwaarden opgenomen. Die komen overeen met de voorwaarden die in het stedelijk gebied gelden. Datzelfde geldt voor de eindtijden van evenementen. Afhankelijk van het type evenement is de vergunde eindtijd niet later dan 23.00, 24.00 of in uitzonderlijke situaties 01.00 uur. Het Toetsingskader voor evenementenvergunningen gaat niet over feesten die individuele inwoners op hun eigen grondgebied in het buitengebied organiseren. Daarvoor gelden de normale omgangsvormen, waarbij mensen rekening met hun omgeving dienen te houden en geen overmatige overlast veroorzaken. Sommige woningen in het buitengebied, zoals langs de Beldershoekweg, zijn bewust niet aangesloten op de drukriolering. De reden is dat dit te duur zou worden. Dat is het geval als percelen wat meer achteraf en ver verwijderd van de bebouwde kom liggen of een lage woningdichtheid hebben.
In die gevallen hebben de bewoners/eigenaren een IBA moeten aanschaffen. Het beleid over de zorgplicht van afvalwater is opgenomen in het Gemeentelijke RioleringsPlan (GRP). De gemeente wil langs verschillende sporen bijdragen aan de leefbaarheid van het landelijk gebied. Naast een goede inrichting en hoge kwaliteit van de fysieke leefomgeving gaat het om kennis (besef van waarde), openheid en overleg en daarnaast ook om toezicht en handhaving. . Al deze onderdelen zitten in de Visie en zijn mede op basis van deze zienswijze van een aangepaste tekst voorzien, zoals ook is toegelicht in onderwerp A (overleg en participatie) in het hoofdstuk met de gebundelde reacties. Het knelpunt bij toezicht en handhaving zit vooral bij de omvang van menskracht en middelen en de verdeling daarvan over stad en land. Het is aan de Raad om daarvoor ook de noodzakelijke menskracht en middelen beschikbaar te stellen. Het College heeft daarvoor in de prioriteitstelling een voorstel aan de gemeenteraad bij de aanbieding van deze Visie gedaan. Zie daarvoor ook 21
Zienswijze
De gemeente betrekt de landgoedeigenaren onvoldoende bij de besluitvorming in het landelijk gebied. Vraag is de landgoederen een zetel aan te bieden in verschillende gremia, in een op te zetten Raad van Advies en bij concrete kwesties. Betrek de landgoedeigenaren ook bij het op te stellen Landschapsplan en de herziening van de Gids buitenkans
De gekozen tweedeling tussen waardevolle en nietwaardevolle schuren is helder en eenvoudig, maar daardoor kunnen ook kansen worden gemist. In de geschrapte tussencategorie kan met een andere functie en een facelift een landschapssierende functie ontstaan.
Particuliere landgoederen moeten partij zijn bij de (criteria) voor waardestelling van het landschap. In een gebied met zeer hoge waarde is bijvoorbeeld een zonneveld minder voorstelbaar. De gemeente geeft te weinig impuls aan bestaande landgoederen bij het vinden van economische dragers. Genoemd worden het beter belonen en faciliteren van pioniers in de landbouw, bos niet beschouwen als natuur of als agrarisch gebied en het verruimen van accommodatiemogelijkheden. Het opbrengend vermogen van bos moet behouden blijven. De provinciale actie ‘iedereen een boom’ was voor indiener niet interessant omdat o.a. geen vrije soortkeuze werd geboden. Laat dit aan de eigenaar. Publieke financiering van beheer komt ten goede aan terreinbeherende organisaties en niet aan
Beantwoording gemeente de toelichting op onderwerp B (Boter bij de visie) in het hoofdstuk met de gebundelde reacties. De constatering in de zienswijze is terecht. Het contact tussen gemeente en de verschillende actoren in het landelijk gebied, zoals de landgoedeigenaren, was niet voldoende intensief. De gemeente heeft daarom in de aanloop naar de Visie de (georganiseerde) landgoedeigenaren opgezocht en hen gevraagd om een goed beeld te schetsen van de situatie van de landgoederen in Enschede. De studie, die het OPG heeft opgesteld, staat aan de basis van deze Visie. De Visie stelt in vervolg daarop vast dat een aanspreekpunt voor de landgoederen gewenst is en dat overleg met inwoners en bedrijven essentieel is. Daaronder worden vanzelfsprekend ook de eigenaren bedoeld, waaronder de landgoederen. De gemeente zal graag overleg voeren met de landgoederen bij het uitwerken van de Gids buitenkans en het Natuur- & Landschapsplan. Overigens zijn de landgoederen via het OPG ook vertegenwoordigd in het bestuur van Stawel en zijn in het Groenberaad enkele landgoederen aangesloten. De gemeente voert daarmee op geregelde basis overleg. De versterking van het overleg met de inwoners, bedrijven en eigenaren in het landelijk gebied krijgt in de Visie, mede op basis van deze zienswijze, extra aandacht en uitwerking.
De vereenvoudiging en verheldering van het onderscheid tussen al dan niet landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle gebouwen vergroot het toepassingsgebied van de Rood voor Rood-regeling. Het is niet de bedoeling dat als gevolg van deze vereenvoudiging kansen worden gemist. Bij de uitwerking van de vereenvoudiging in de Gids buitenkans krijgt dat nadere aandacht. Voor de Visie landelijk gebied (en de Energievisie) is al een landschapsstudie met waardestelling uitgevoerd. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp C. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp H. Aanvullend: De gemeente heeft beperkte invloed op provinciaal en rijksbeleid, waar de zienwijze over bijvoorbeeld het bosbeleid (indirect) naar verwijst.
Voor zover het de gemeente bekend is, kunnen ook particuliere eigenaren gebruik maken van regelingen 22
Zienswijze landgoedeigenaren. Een voorbeeld is het bekostigen van de verplichte zorgvuldige bomencontrole voor wandelpaden.
Beantwoording gemeente voor beheer van landgoederen. De gemeente beschikt zelf niet over de middelen voor substantiële aanvullende financiering.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. Op basis van deze zienswijze is onder het thema leefbaarheid in hoofdstuk 5 van de Visie aangehaald wat de regels zijn voor geluid bij evenementen. In het voorstel van het College aan de Gemeenteraad is mede op basis van deze zienswijze een voorstel gedaan voor versterking van toezicht en handhaving. Ook over participatie en overleg bevat de Visie een aangevulde tekst, mede naar aanleiding van deze zienswijze. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie.
Indiener 4 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener vraagt om op experimentele basis af te wijken van de hoofdregel ‘geen verstening van het buitengebied’ ten gunste van een seniorenhof van ongeveer 25 grondgebonden woningen. Dit seniorenhof wordt ecologisch verantwoord gebouwd en in de stadsrand een naadloze overgang vormen en aansluiten bij zowel de stad als het buitengebied. Dit initiatief past ook bij de beleidsregels waarmee in december 2020 de Woonvisie is aangevuld voor het faciliteren van een zoektocht naar een locatie voor een ‘knarrenhof’ of vergelijkbare seniorenhuisvesting. Een dergelijke voorziening zorgt ook voor doorstroming op woningmarkt.
Beantwoording gemeente De Visie landelijk gebied bevat onder wonen het algemene uitgangspunt om het dichtslibben van het landelijk gebied met bebouwing tegen te gaan. De Visie zet, in het verlengde van de Woonvisie, het landelijk gebied niet op slot. De Visie geeft ruimte aan een initiatief voor een bijzondere doelgroep of een pilot én stelt als voorwaarde dat het initiatief waarde toevoegt aan de kwaliteiten van het landelijk gebied. In het laatste tekstblok onder het thema Wonen is niet duidelijk dat deze ‘uitzondering’ betrekking heeft op het algehele uitgangspunt om verstening tegen te gaan. Nu lijkt het alsof het uitgangspunt alleen slaat op daarvoor staande tekst over de omzetting van recreatiewoningen om die reden is het laatste tekstblok onder wonen beperkt aangepast. De uitzondering kan dus ook betrekking hebben op het seniorenhof. Toch wordt bij de vaststelling van de Visie landelijk gebied geen besluit genomen over het in de zienswijze genoemde seniorenhof. De Visie geeft in hoofdlijn aan wat de voorwaarden zijn. Het is aan de initiatiefnemers om aan te tonen dat voldaan wordt aan de voorwaarden over een bijzondere doelgroep of pilot en dat het voorstel bijdraagt aan de kwaliteiten van het landelijk gebied. Voor nadere toetscriteria wordt verwezen naar de (te herziene) Gids buitenkans.
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om de inhoud van de Visie aan te passen. Wel is de tekst onder Wonen beperkt aangepast om de duidelijkheid te vergroten. Het laatste tekstgedeelte onder Wonen heeft niet direct betrekking op ‘inwoning, mantelzorg etc’ maar op alle woonvormen die bij kunnen dragen aan verstening van het buitengebied. Na ‘De Gids buitenkans werkt deze en aanvullende regels nader uit’ volgt een regel wit. De tekst gaat dan verder met: ‘Een uitzondering op het uitgangspunt om geen woningen aan het buitengebied toe te voegen betreft ook initiatieven voor bijzondere doelgroepen en voor pilots, die nu geen plek in het buitengebied hebben. ….’
23
Indiener 5 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Naar aanleiding van pagina 10 wordt gevraagd naar het opgestelde MER.
Beantwoording gemeente Op pagina 10 van de ontwerp-Visie staat dat een m.e.r.beoordeling is uitgevoerd. De notitie van deze (vormvrije) m.e.r.beoordeling is als bijlage bij de Visie gevoegd (‘Notitie vormvrije m.e.r beoordeling Visie Landelijk Gebied’). Het doel van de m.e.r.-beoordeling is om na te gaan of het opstellen van een MER voor de Visie noodzakelijk is. Dat is het geval als belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht kunnen worden als gevolg van de Visie.
In aansluiting op de stelling op pagina 11 dat afdoende middelen ontbreken wordt gevraagd hoe dan wel keuzes worden gemaakt. Gemist wordt een consistente prioritering die niet varieert per gebied of thema en een tijdslijn waarbinnen getoetst kan worden en monitoring kan plaatsvinden. Ook ontbreekt een link naar bestaand beleid waardoor “quick-wins” kunnen worden gerealiseerd. Gevraagd wordt om in te gaan op de evaluatie van de Gids buitenkans (2014), wat de tekortkomingen zijn in het traject van initiatief tot uitvoering (blz 17) en wat de evaluatie betekent, welke kaders de Visie aangeeft voor de vernieuwde versie van de Gids, voor de Omgevingsvisie en voor het op te stellen Landschapsplan. In algemene zin wordt een beschrijving van een toetsingskader gemist waarlangs komende initiatieven kunnen worden beoordeeld met een vooraf geformuleerde aanpak en toetsingskader in geval van tegengestelde belangen. Gevraagd wordt in hoeverre de buurgemeenten bij de opstelling van deze Visie zijn betrokken? Bij pagina 25 over het versterken van de groenblauwe structuur is de verbinding met de gemeente Haaksbergen niet vermeld. Is die verbinding niet gelegd?
De conclusie van de uitgevoerde m.e.r.-beoordeling is dat van de Visie landelijk gebied geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. Het college van B&W van Enschede heeft dan ook besloten dat het opstellen van een (plan)MER niet noodzakelijk is. Er is dan ook geen MER opgesteld. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp B.
In de evaluatie, die bij de ontwerp-Visie is gepubliceerd, wordt kort vermeld dat de gemeente het traject van initiatief tot uitvoering niet altijd voldoende kan begeleiden en sturen. Denk bijvoorbeeld aan de check op het nakomen van afspraken en voorwaarden die in vergunningen of anderszins zijn opgenomen. Wat betreft de kaders, geeft de beschrijving van de Gids buitenkans in hoofdstuk 8 aan welke onderwerpen daar in elk geval aan de orde komen. De daarbij behorende kaders staan per thema in Hoofdstuk 5 van de Visie. Deze hoofdlijnen worden in de Gids verder uitgewerkt.
Met de buurgemeenten is overleg gevoerd over de Visie. Gemaakte opmerkingen zijn verwerkt. Zie ook het bijlagerapport ‘Overleg en participatie’ dat al bij het ontwerp was gevoegd. De groenblauwe structuur in de richting van Haaksbergen is met pijlen op de kaart aangegeven. In de tekst zijn alleen twee ecologische verbindingen met name genoemd omdat die tussen/door stedelijke gebieden lopen. Dat geldt niet voor de ecologische verbinding in de richting van buurgemeente Haaksbergen.
24
Zienswijze Welke leidraad is van toepassing op de balans tussen behoud van cultuurlandschap, landgoederen en natuur versus het gebruik van het landelijk gebied voor allerhande activiteiten?
Wat wordt bedoeld met de uitspraak op pagina 33 dat de Groene Pijler alleen kan blijven bestaan als die past bij de huidige en toekomstige samenleving? En moet de uitspraak dat de Groene Pijler zich moet aanpassen en vernieuwen om duurzaam te blijven bestaan niet juist worden omgekeerd?
De herziene Gids Buitenkans geeft [straks] aan welke bijdrage aan de Groene Pijler wordt geboden als tegenwicht voor initiatieven in de natuurlijke omgeving. Waarom is een tegenwicht nodig en moet dat niet deze Visie worden vastgelegd?
Welke stappen zijn ondernomen om de nadelige effecten van de landbouw op de natuurlijke omgeving te verminderen (blz 34) en waar heeft dat toe geleid. Hoe verhoudt de aanpak voor de landbouw zich tot de aanpak van de Groene Pijler?
Waaruit blijkt dat de landbouw voldoet aan de regelgeving. Hoeveel en hoe vaak wordt gecontroleerd?
Bij het thema wonen (pagina 36) vraagt indiener naar de rationele samenhang tussen analyse, ambitie en aanpak. Hoe zit
Beantwoording gemeente In hoofdstuk 3 van de Visie is, met verwijzing naar de nieuwe Omgevingswet, toegelicht dat de balans tussen beschermen en benutten de kern vormt van het beleid. De vier ontwikkelingsprincipes uit hoofdstuk 4 vormen de leidraad voor het bepalen of een ontwikkeling bijdraagt aan de gemeentelijke ambities voor het landelijk gebied. Per thema volgt in hoofdstuk 5 de verdere uitwerking. Ook bij de gebiedsaanpak zal telkens gezocht worden naar het evenwicht tussen beschermen en benutten dat het beste bij dat gebied past. De Gids buitenkans werkt de gewenste balans voor diverse activiteiten in regels uit. Aan het begin van de themabeschrijving staat dat Groene Pijler voortkomt uit het unieke samenspel van fysieke kenmerken en gebruik. Dat is geen statische situatie. Met de uitspraak wordt bedoeld dat de Visie niet streeft naar hoe het vroeger was. Ook voor de Groene Pijler denkt de gemeente toekomstgericht. Een historisch landgoed moet bijvoorbeeld met behoud van cultuurhistorische kenmerken en kwaliteiten ook in de huidige tijd kunnen functioneren. Het gaat om de juiste balans tussen beschermen en benutten. Om tot duurzaam gebruik en beheer te komen moet ook de Groene Pijler in zekere mate aansluiten bij de huidige maatschappelijke omstandigheden.
De huidige Gids buitenkans (2014) geeft tal van regels, die duidelijk maken wanneer sprake is van een evenwichtige belangenafweging. Een privaat initiatief is alleen acceptabel als dat in voldoende mate rekening houdt met publieke belangen. Een van de vele voorbeelden is de Rood voor Rood-regeling, waarin een nieuw bouwkavel kan worden verdiend door sloop van landschapsontsierende schuren. De herziene Gids gaat deze en soortgelijke regels actualiseren. Voorbeelden van aanpassingen van de landbouwbedrijven gericht op het beperken van nadelige effecten op de omgeving zijn het terugbrengen van hoeveelheid dierlijke mest op de percelen, het selectievere gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, de toegenomen aandacht voor de bodemkwaliteit (groenbemesters), het plaatsen van zonnecollectoren op schuren. De ontwikkeling naar kringlooplandbouw brengt extensiever landgebruik met zich mee met meer ruimte voor natuur en landschap. In de gebiedsaanpak (hoofdstuk 7) komen verschillende opgaven samen, veelal ook die van de landbouw en de Groene Pijler. De verhouding zal per gebied verschillen en de gebiedsaanpak is er juist voor om dan telkens een evenwichtige aanpak te vinden. De gemeente heeft beleid voor Bestemmen-, Vergunningen-, Toezicht en Handhavingstaken (BVTH-taken) op het gebied van de fysieke leefomgeving.
Jaarlijks worden de resultaten en voortgang van de uitvoering beschreven in het jaarverslag BVTH fysieke leefomgeving. Dit omvat ook BVTH-taken gericht op de landbouw. Grote varkens- en kippenbedrijven worden jaarlijks gecontroleerd; overige agrarische bedrijven 1 keer per 3 jaar. De hoofdlijn voor het thema wonen is nu en blijft ook in de Visie landelijk gebied het tegengaan van verstening van het landelijk gebied. De in de zienswijze aangehaalde Rood voor Rood-regeling 25
Zienswijze het met de geformuleerde ambitie om toekomstige stadsuitbreiding mogelijk te maken, waarbij elders in het gebied compensatie zou moeten plaatsvinden, met de ‘rood voor rood’ regeling en de medewerking voor het omzetten van tijdelijke naar permanente bewoning. Hoe verhoudt het ‘verstenen’ van het platteland zich tot het behoud en herstel van de natuur?
Hoe past de ambitie voor duurzaam recreatie en toerisme (blz 40) bij de ruimte voor toevoeging -en revitalisering- van verblijfsaccommodaties en nieuwe horeca en leisure concepten? Hoe wordt gewaarborgd dat natuur en het milieu worden beschermd en verstevigd? Waarom krijgt bij verkeer en vervoer (blz 41) de analyse van drukte op de vaak smalle buitenwegen en de ambitie voor een verschuiving naar langzaam verkeer geen vervolg bij de aanpak, waar alleen straatverlichting concreet genoemd? Wat is de strategie voor energie (bl 43)? De zienswijze noemt in dit verband de analyse waarin concreet isolatie en plaats voor zonen windenergie wordt aangegeven. Bij de ambitie wordt dit o.m. vertaald [als afgeleide uit de Energie visie] naar 20% benutting van daken voor zonnepanelen. Bij de aanpak staat dat de beoordeling van initiatieven zal plaatsvinden aan de hand van landschapswaardering. In algemene zin mist in deze visie een entiteit die de regie neemt
Beantwoording gemeente brengt bijvoorbeeld een uitruil die daar inhoud aan geeft. Sloop van een schuur van tenminste 850 m2 geeft toestemming voor nieuwbouw van maximaal 750 m3. Dat betekent in praktijk een forse afname van ‘steen’ in het landelijk gebied. De Visie zet de maatschappelijke ontwikkeling niet volledig stil. Daarom komen in de Gids buitenkans ook regels voor omzetting van woningen als daar redelijke maatschappelijke belangen voor aanwezig zijn: wat is mogelijk en welke condities gelden. Daarnaast geldt dat de stad Enschede groeit en dat niet alle ruimte daarvoor binnenstedelijk valt te vinden. De Visie landelijk gebied doet geen uitspraak over mogelijke locaties; wel geldt het uitgangspunt dat naast een zorgvuldige landschappelijke inpassing van een stedelijke uitbreiding ook verlies aan groene kwaliteit zoveel mogelijk elders in het landelijk gebied gecompenseerd moet worden. In de Gids buitenkans wordt een kwalitatief toetsingskader opgenomen voor nieuwe verblijfsaccommodaties / horeca- en leisure-concepten. In dat toetsingskader wordt ook de afweging van effecten op natuur en milieu opgenomen. Initiatieven die een bijdrage leveren aan het behoud van natuur en landschap zullen een streepje voor hebben. Ook de voorgestelde gebiedsindeling kan daarbij meetellen. De ambitie voor verschuiving naar langzaam verkeer is breder dan alleen het buitengebied.
Die ambitie wordt nader uitgewerkt in de Mobiliteitsvisie. Het punt van straatverlichting geldt specifiek voor het buitengebied en is daarom wel apart benoemd. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp E.
De gemeente kan bij veel ontwikkelingen in het landelijk gebied een regierol vervullen, zeker als daarvoor voldoende menskracht en instrumenten beschikbaar zijn en partijen de gemeente deze rol ook willen geven. In hoofdstuk 8 van de Visie zijn instrumenten opgenomen die behulpzaam zijn bij het invullen van de regierol. Het gaat daarbij overigens altijd om een samenspel met andere overheden, maatschappelijke organisaties, inwoners en bedrijven. Zoals in hoofdstuk 1 (dilemma ‘van regie tot handhaving’) en in hoofdstuk 2 (huidige rol van de gemeente) is verwoord beschikt de gemeente nu over beperkte mogelijkheden en middelen om de regierol ten volle te vervullen. Daarom is ook vermeld onder het dilemma ‘boter bij de visie’ dat aanvullende menskracht en middelen nodig zijn om de regierol nader te kunnen oppakken. 26
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie.
Indiener 6 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Zonneparken en windturbines in het landelijk gebied hebben alleen maar nadelen. Ze gaan ten koste van de ruimte voor de landbouw, zo is er geen toekomst voor de bedrijfsopvolger. Grasland legt ook CO2 vast en de biodiversiteit onder zonnepanelen neemt flink af. Er is genoeg ruimte voor zonnepanelen op daken.
Beantwoording gemeente De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp E.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2.
Indiener 7 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener deelt de hoofdlijnen van de Visie landelijk gebied van de gemeente, met name het belang dat de hoge kwaliteit van het landelijk gebied heeft voor de hele stad. De Visie landelijk gebied en de Energievisie zijn onvoldoende met elkaar verweven. Ze lijken qua opzet in inhoud geheel los van elkaar opgesteld. Voorstel is om de Visies direct op te stellen als Omgevingsvisie met doorkijk naar het omgevingsplan en programma.
Beantwoording gemeente De gemeente vindt het belangrijk dat indiener de hoofdlijnen van de Visie onderschrijft. Een verder reactie op de betekenis van het landelijk gebied voor de hele stad staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp K. De bijlage ‘Overleg en participatie Visie landelijk gebied’, die al bij het ontwerp was gevoegd, gaat naar aanleiding van een opmerking van de Commissie omgevingsbeleid in op de verhouding van de Energievisie en de Visie landelijk gebied. Deze reactie wordt hier herhaald: ‘Beide Visies hebben een heel verschillende invalshoek. De Visie landelijk gebied gaat over 70% van het grondgebied van Enschede. Het gaat over alle fysieke onderwerpen in het buitengebied. Het opwekken van duurzame energie is daar één van. De Energievisie volgt het stramien van het Klimaatakkoord.’ De Visies zijn volledig afgestemd vooral waar het gaat om de duurzame opwekking van elektriciteit met zon en wind in het buitengebied.
De Visie bevat meer ambities dan de gemeente zegt aan te kunnen en geeft niet voldoende antwoord en richting voor alle dilemma’s, waar de Gids buitenkans uitwerking aan gaat geven. Op grond
Omdat het nu al nodig is om regie te voeren en regels te hebben is het niet verstandig om te wachten tot de Omgevingswet in werking is en de gemeente binnen de regels van die nieuwe wetgeving een Omgevingsvisie heeft opgesteld. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp A.
27
Zienswijze hiervan is het voorstel om een breed samengesteld adviesorgaan met de naam Buitengebied 2021 in het leven te roepen dat kan meehelpen om het ambitieuze plan operationeel te maken en de integraliteit te bevorderen. Het participatietraject geeft aan hoe de gemeente partijen wil samenbrengen. Dat is ook de kern van de gebiedsaanpak. De gereserveerde middelen zijn niet toereikend om de ambitieuze plannen te realiseren. Plannen zoals het herstel van houtwallen, aankoop van grond voor het breed toegejuichte plan voor extra bomen, dreigen daarmee een loos gebaar te zijn. Bij de soortkeuze voor nieuwe aanplant moet rekening worden gehouden met de verwachte klimaatverandering. De bomenhub (collectieve kwekerij) is een interessant idee. De Visie is niet duidelijk over de benodigde ruimte voor nieuwe bomen. Of gaat het om vervangende aanplant? Wees daarover duidelijk. Inschatting van indiener is dat 17 tot 37 ha nodig is voor nieuwe aanplant. De oproep in de Visie om verstening tegen te gaan heeft alles te maken met de wateroverlast bij stortbuien. Omdat de stad deels in een kom ligt, zal overtollig water uit het buitengebied naar de stad stromen. Gevraagd wordt om in de Visie op te nemen welke voorzieningen in het buitengebied worden genomen om overstroming tegen te gaan.
Hittestress vraagt ook in het buitengebied hittebestendige plekken te maken om verdere teruggang van de biodiversiteit te voorkomen. Vraag is om hier ook in de Visie op in te gaan. Vraag om in de visie op te nemen dat er geen harde grens is tussen een natuurgebied en diens omgeving. Hierbij in het bijzonder aandacht geven aan risico’s op verdroging en stikstofbelasting en rekening houden met beschermde vogelsoorten. Gevraagd wordt om een proactieve rol te pakken om meer verbinding tussen de mensen en activiteiten van de stad en het
Beantwoording gemeente
De gemeente onderschrijft deze zienswijze.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp B.
Bij het opstellen van het Natuur- & Landschapsplan zullen de soortkeuze en de bomenhub in overweging worden genomen.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp D.
Het tegengaan van verstening dient meerdere doelen: beperken van wateroverlast, beperken van hittestress en bestrijden van droogteproblemen, door aanvulling van de grondwatervoorraad. Aangezien de stad op een stuwwal ligt zal er relatief weinig water van het buitengebied naar het stedelijk gebied stromen. Eerder is het omgekeerde aan de orde. Vanuit dat mechanisme is het idee ontstaan om langs de stadsranden retentiegebieden te realiseren, om zo de wateroverlast te bestrijden. Voor zover er sprake is / kan zijn van water dat uit het buitengebied richting de stad stroomt, zouden deze retentievoorzieningen eveneens dienst kunnen doen om dat water “af te vangen”. Hittestress is vooral een binnenstedelijk probleem (“urban heat effect”). Hittebestendige plekken in het buitengebied bestaan op dit moment al in de bossen en in gebieden met veel bomen. Deze kunnen de teruggang van biodiversiteit beperken. De prioriteit voor het terugdringen van hittestress ligt in het stedelijk gebied. Deze zienswijze sluit direct aan bij de uitspraak onder ‘groenblauwe structuur’ in hoofdstuk 4 van de Visie. Daarin staat dat natuur geen geïsoleerde potplant is (blz 25) en iets verderop dat de natuur in natuurgebieden niet voldoende is en een fijnmazige groenblauwe dooradering van het agrarische cultuurlandschap moet bijdragen aan de biodiversiteit.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp K.
28
Zienswijze buitengebied aan te brengen. De terugtredende overheid lijkt op zijn retour. Indiener vraagt de gemeente in haar visie buitengebied ook een visie op burgerparticipatie over onderwerpen die het buitengebied aangaan te expliciteren of een apart hoofdstuk over burgerparticipatie aan de visie toe te voegen. In de Natura 2000 gebieden in en rond Enschede wordt de KDW (Kritische Depositie Waarde) reeds met 50% of meer overschreden. In de visie staat niet op welke wijze de gemeente met deze overschrijding wil omgaan en welk gewicht de gemeente geeft aan het verlagen van de depositiewaarden. Dit met name om te voorkomen dat straks bij de uitvoering van nieuwe projecten blijkt dat daar onvoldoende rekening mee is gehouden en zo veel tijd en energie verloren is gegaan. Aangezien dit een groot landelijk probleem is zal de gemeente, via de VNG, hierover ook druk moeten uitoefenen op de regering om dit probleem ook echt aan te pakken.
Beantwoording gemeente
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp A.
Het klopt dat in de Natura 2000 gebieden rond Enschede de kritische depositiewaarde wordt overschreden. Het beleid om deze overschrijding in te perken wordt ontwikkeld door Rijk en provincie en staat daarom niet in de Visie landelijk gebied. De gemeente Enschede wordt betrokken bij de ontwikkeling van het provinciale beleid voor stikstof. Het doel van dit beleid is om de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden te verminderen en de natuur te herstellen. Waar nodig oefent de gemeente ook druk uit op de landelijke overheid om dit probleem aan te pakken, zodat de natuur beter wordt beschermd en weer ruimte ontstaat voor ruimtelijke ontwikkelingen.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie.
Indiener 8 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener sluit zich aan bij de zienswijzen 9, 11, 18, 25, 26, 31 De Visie maakt niet duidelijk wat met het in de Visie veelgenoemde begrip Kringlooplandbouw wordt bedoeld. De melkveehouders in Enschede zijn daar al volop mee bezig, sinds 2017 volgens de verplichte kringloopwijzer. Daarmee kan de melkveehouder duurzaam voedsel produceren en tegelijkertijd kosten besparen. Veel bedrijven zijn al goed bezig met verduurzaming. Ook in samenwerking met afnemers van de producten. Daarnaast zijn er veel verplichtingen van de overheid. Dat zet de bedrijven onder druk. Kringlooplandbouw is alleen mogelijk met voldoende grond. Gevraagd wordt om de gemeentelijke grond in gebruik te geven bij
Beantwoording gemeente
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp I.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp G. 29
Zienswijze bedrijven uit Enschede en bij voorkeur aan jonge agrarische veehouders. Dat geeft hen een meer duurzaam toekomstperspectief, zeker als de grond meer dan 2 jaar wordt uitgegeven. De gebieden die zijn aangeduid als transformatiegebied vallen grotendeels samen met de voormalige landbouwontwikkelingsgebieden. Die waren voorheen bedoeld om voor veehouders ruimte te bieden, zodat zij niet intensiever hoeven te worden. Het transformeren van deze gebieden, waarschijnlijk in ecologische / natuurlijke vorm, houdt geen rekening met de economische waarde van deze gebieden. Het verzoek is om nogmaals kritisch naar deze gebieden te kijken.
De gemeente zit met de ambitie van 20% zon op dak extreem laag. De Energievisie komt daardoor uit bij de landbouw. Het past niet bij elkaar: het verplichten van kringlooplandbouw en natuurinclusief boeren en tegelijkertijd landbouwgrond gebruiken voor het opwekken van energie. Wek de energie op waar het wordt gebruikt en kijk ook naar alternatieven zoals een drijvend zonneveld op de waterplas aan de Haaksbergerstraat, waterkracht etc. Het gebruik van landbouwgrond drijft ook de grondprijs op. Ook heeft het geen zin om duurzaam energie op te wekken, als we niet in staat zijn energie op te slaan en het net telkens vaker overbelast raakt.
Niet onderbouwd is de uitspraak dat de natuurlijke variatie het gevolg is van het intensieve landbouwgebruik. Betekent het motto nieuw voor oud bij de bouw van agrarische schuren, dat de schuur gesloopt moet worden als die niet meer
Beantwoording gemeente
De landbouwontwikkelingsgebieden komen uit de Reconstructiewet Concentratiegebieden van 2002. In deze gebieden was destijds uitbreiding, hervestiging of nieuwvestiging van intensieve veehouderij voorzien. Ze waren wel bedoeld om veehouders ruimte te bieden, maar niet voor een extensiever bedrijfsvoering. Los daarvan kent de aanduiding als transformatiegebied in de Visie landelijk gebied een andere insteek en achtergrond. Het zijn de gebieden waar de oorsprong van het landschap niet bijzonder is, de kenmerken niet goed herkenbaar zijn en de kwaliteit niet hoog is. In deze gebieden kan aan een nieuw landschap worden gewerkt waarin ruimte is voor verschillende opgaven. Dat kan een ontwikkeling naar kringlooplandbouw zijn, tegengaan van verdroging, inpassing van zonnevelden, terugbrengen van houtwallen etc. De aanduiding tot transformatiegebied zegt iets over de kwaliteit van het landschap en de behoefte tot verandering daarvan, maar niets over de functies en het gebruik dat het getransformeerde landschap krijgt. Zie ook in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp C. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp E.
Onder invloed van de energietransitie wordt de productie van elektriciteit weersafhankelijk. Om vraag en aanbod onder alle omstandigheden op elkaar af te stemmen, moet ons energiesysteem flexibeler worden. Dat kan op verschillende manieren: door de opslag van elektriciteit in batterijen, door de productie van waterstof, door de beïnvloeding van de vraag naar elektriciteit (via zogenaamde smart grids), door regelbare productie en door uitwisseling van elektriciteit met het buitenland. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp J. Om verstening van het landelijk gebied tegen te gaan is het niet gewenst dat bij (vervangende) nieuwbouw de oude schuur blijft staan, terwijl die geen functie meer heeft. Als de schuur geen 30
Zienswijze voor vee wordt gebruikt, maar wel andere toepassingsmogelijkheden heeft.
Betrek de landbouw bij de groenblauwe structuur. Met groenblauwe diensten kunnen agrarische bedrijven hier een verdienmodel uithalen zodat het landschap wordt onderhouden en verduurzaming kan plaatsvinden. Het buitengebied is het visitekaartje voor toerisme. De ambities van de Visie zijn hoog en tegelijkertijd wordt aangegeven dat er weinig financiële middelen zijn. Is het plan wel reëel en uitvoerbaar?
Beantwoording gemeente agrarische toepassingsmogelijkheden (dat is breder dan vee in onderbrengen) meer heeft, dan geeft de gemeente voorkeur aan sloop. Sloop is dus niet nodig als de schuur nog nuttig landbouwkundig wordt gebruikt en is overigens ook niet gewenst als de schuur een cultuurhistorische waarde vertegenwoordigd. Goed onderhoud van de oude schuur is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. De tekst wordt op deze punten verduidelijkt. (Zie ook zienswijze 22.) De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp H.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp B.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. De tekst over ‘nieuw voor oud’ bij de nieuwbouw van agrarische schuren wordt op basis van deze zienswijze verduidelijkt. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie. De laatste zin onder het thema landbouw in hoofdstuk 5 wordt als volgt aangepast (cursief is nieuw) De gemeente beperkt geen bestaande rechten, maar wil bij nieuwbouw in afwijking van het bestemmingsplan als voorwaarde stellen dat sloop plaatsvindt tenzij: - De schuur nog een functie blijft houden en van nut is voor de agrarische bedrijfsvoering - De schuur van betekenis is voor de cultuurhistorische waarde van het erf.
Indiener 9 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener heeft al in april 2018 bijeenkomsten gehouden over de strategische visie buitengebied en is sinds die tijd nauw betrokken bij de totstandkoming van de Visie. Indiener spreekt zijn waardering uit en kan zich in grote lijnen vinden in de Visie Uitgangspunt is de kwaliteit van het landelijk gebied dat van groot belang is voor het woon-, werk en leefklimaat van de stad Enschede. De landbouw is belangrijke economische factor en is samen met de landgoederen de drager van een vitaal, veerkrachtig en aantrekkelijk landelijk gebied.
Beantwoording gemeente De gemeenten waardeert de inbreng die via de bijeenkomsten heeft bijgedragen aan de Visie en de inbreng van indiener bij het opstellen van de Visie.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp K.
31
Zienswijze De beschikbaarheid van landbouwgrond is een belangrijke factor bij het kunnen inspelen op uitdagingen zoals kringlooplandbouw en het verbeteren van de biodiversiteit. De gemeente wordt gevraagd om het goede voorbeeld te geven met de eigen grond, door deze in te zetten voor ontwikkelingsruimte voor agrariërs in Enschede. Tal van nieuwe initiatieven leiden tot grondclaims, die de landbouw vooral zal voelen in de transitiegebieden. Gevraagd wordt om een evenwichtige samenhangende afweging, die er ook toe kan leiden dat tegen nieuwe initiatieven nee gezegd wordt. Landbouwgrond is niet het laaghangende fruit bij het toestaan van nieuwe ontwikkelingen, treedt in overleg met de landbouw en ondersteun projecten die bijdragen aan het verdienmodel in de landbouw. Het aantal initiatieven van verbreding en lokale vermarkting van landbouwproducten groeit. Indiener wil hieraan ondersteuning en hulp geven met de Groene Kennis Poort. De landgoederen zijn belangrijk in Enschede naar aantal en oppervlakte. De verwevenheid van landgoederen en landbouw biedt kansen zoals bij betaalde ecosysteemdiensten door boeren en grondeigenaren. Daarvoor is ook belangstelling, zoals voor kruidenrijke akkerranden. Gevraagd wordt om passende en meerjarige vergoedingen in samenwerking met landgoederen, groenorganisaties, Landschapsfonds Enschede en een fonds landelijk gebied.
Het landelijk gebied is aantrekkelijk voor wandelaar en fietsers. Alleen zijn het wegenstelsel en de parkeervoorzieningen niet op de toeloop berekend. Dat levert conflicten op met het landbouwverkeer. Pas de wegenstructuur en de parkeervoorzieningen aan op het huidige gebruik.
Indiener reageert ook op de Energievisie, maar roept bij de Visie landelijk gebied op om het landelijk gebied te ontzien, door
Beantwoording gemeente De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp G.
De gebiedsaanpak is bedoeld om diverse opgaven bij elkaar te brengen, te bezien of een gecombineerde aanpak mogelijk is en waar dat nodig is tot afwegingen te komen tussen verschillende belangen en opgaven. De landbouw en het landbouwbelang is een belangrijke factor. Hoe de afweging van belangen uitpakt zal per gebied verschillen. Deze Visie loopt op de uitkomst niet vooruit. Wel wordt hier in het algemeen gesteld dat het belang van zonnevelden of bomenaanplant niet bij voorbaat zwaarder weegt dan de landbouw. Ook het omgekeerde is niet het geval.
Deze ondersteuning is zeer welkom en past in de ambities van de Visie.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp H.
Het fiets- en wandelnetwerk in Enschede is wijdverbreid. De TOP’s (Toeristische Opstap Punten) bieden mogelijkheden om op logische plekken van het netwerk te parkeren. In de tijden van Corona is wel meer druk op de voorzieningen ontstaan, maar over het geheel genomen zijn de problemen niet zo groot dat de wegenstructuur moet worden aangepast en veel extra parkeervoorzieningen aangelegd moeten worden. Op plekken waar wel structurele overlast bestaat zal naar een oplossing voor die specifieke plek gekeken worden, waarbij ook het draagvlak (natuur en landschap) van het ontsloten gebied wordt betrokken. Dit past binnen de het beleid van de Visie. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp E.
32
Zienswijze inzet op energiebesparing, benutten van de opwekmogelijkheden in stedelijk gebied. Indiener ondersteunt de gebiedsaanpak en wil daar zelf ook aan bijdragen. Voor het gebied Enschede Zuid wordt daar al concreet aan gewerkt. Oproep is om de gebiedsaanpak in samenwerking te ondersteunen ook met voldoende financiële middelen. Betrek alle belanghebbenden haal niet alleen de krenten uit de pap, maar zorg dat het hele plaatje klopt. Zorgpunt is de financiering van de ambities, die de Visie uitstraalt. Menskracht en middelen bij de gemeente zijn onvoldoende. Gevraagd wordt om herijking en om slimmer om te gaan met externe middelen bij Rijk, provincie, waterschap. Indiener wil een bijdrage leveren en haar inzet uitbreiden in het landelijk gebied. Indiener vraagt de betrokkenheid van de gemeenteraad te versterken met een stadsdeel buitengebied.
Beantwoording gemeente
In samenwerking met Stawel en de buurtkring Broekheurne heeft de gemeente – geheel volgens de voorgestelde aanpak in hoofdstuk 7 van de Visie- een neutrale verkenner gevraagd om de eerste stap van de gebiedsaanpak te zetten. Volgens de planning wordt de verkenning in juni 2021 afgerond.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp B.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp A.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie.
Indiener 10 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener heeft bezwaar tegen zonnepanelen en/of windmolens in een gebied grenzend aan het prachtige natuurgebied Het Witte Veen. Het aanzicht veranderd drastisch, de biodiversiteit zal flink afnemen en het gaat ten koste van waardevolle landbouwgrond. Er zijn genoeg alternatieven op daken op bedrijventerreinen.
Beantwoording gemeente De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp E. Het beleid sluit zonnevelden in natuurgebieden uit. Aanliggende gebieden zijn niet uitgesloten, mits de zonnevelden goed zijn ingepast en aan andere voorwaarden kan worden voldaan die zijn opgenomen in de Energievisie.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2.
Indiener 11 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Zorgpunt is hoe de stem van het buitengebied met de juiste waarde wordt gemeten. In 70% van de oppervlakte wonen
Beantwoording gemeente De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp A. 33
Zienswijze slechts 3% van de inwoners. Indiener constateert met instemming dat de contacten met de gemeente de laatste tijd intensiever zijn geworden. In de landbouw gaat meer differentiatie ontstaan, productiegericht, verbreding en tussenvormen. Combinatie van functies is mogelijk, maar kent ook grenzen. De agrarische sector zet actief in op nieuwe ontwikkelingen en trends in diverse programma’s en werkverbanden. Vraag aan de gemeente is om voor innovatie ruimte te bieden en aan te sluiten bij lopende initiatieven en niet een eigen programma op te bouwen. De grens tussen landelijk gebied en stad op de Visiekaart roept de vraag waar de grens op is gebaseerd (bebouwde kom, harde grens bebouwing-buitengebied?) wat de gevolgen zijn voor agrariërs in de stadsrand. Gevraagd wordt om in gesprek te gaan met indiener over (aanpassingen) in de grens.
De transformatiegebieden worden herkend als voormalige landbouwontwikkelingsgebieden, in het verleden bedoeld voor de ontwikkeling van intensieve veehouderijen. De gebieden lijken voort te komen uit de waarderingskaart, die is opgezet vanuit natuurlijk / ecologisch opzicht. Die waardering houdt geen rekening met de economische waarde. Transformatie lijken ten koste te gaan van de landbouw. Gevraagd wordt om dit nogmaals kritisch te bekijken. Indiener ziet dat zonnevelden de agrarische structuur decennialang hinderen. Zonnevelden drijven de grondprijs op en schaden de kansen voor jonge boeren. Als zonnevelden niet te vermijden zijn, dan op locaties die niet haaks staan op een duurzame ontwikkeling van het buitengebied. Handhaving werkt geen samenwerking in de hand. Verzoek is om in te zetten op
Beantwoording gemeente
De vraag om geen eigen gemeentelijke programma’s te starten, maar aan te sluiten bij lopende initiatieven en ruimte te bieden voor innovatie sluit aan bij de gemeentelijke voorkeur om in samenwerking tot uitvoering te komen van de Visie.
De grens is gekozen, zoals in de voetnoot met nummer 14 is uitgelegd, op basis van het feitelijk gebruik van gronden en de grens van bestemmingsplannen. Bovendien zijn kleine enclaves vermeden. De begrenzing is ten opzichte van het ontwerp op enkele punten aangepast, onder meer door de inliggende wegen tot het landelijk gebied te rekenen en kleine enclaves in het noorden van de gemeente niet meer uit te sluiten. De grens heeft geen ‘eeuwigheidswaarde’. Nieuwe afwegingen en toekomstige ruimtelijke keuzen kunnen ertoe leiden dat aanpassing nodig is. Dat is het geval als besloten wordt tot stadsuitbreiding. Een dergelijk ingrijpend besluit doorloopt een publieke procedure met daarbij horende waarborgen voor de belanghebbenden. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp C.
De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp E.
Bij samenwerking hoort ook dat partijen erop kunnen vertrouwen dat afspraken worden nagekomen. Een check of dat ook inderdaad 34
Zienswijze samenwerking in plaats van versterking van handhaving. Indiener vraagt zich af of de relatie die de Visie veronderstelt tussen het intensieve landgebruik en de schrale natuurlijke variatie wel juist is. De melkveehouderij in Enschede is relatief extensief en agrarische ondernemers zijn actief bezig meer natuurinclusief te denken en doen. Indiener vraagt de versterking van de groenblauwe structuur niet van bovenaf op te leggen. Een verdienmodel vormt de basis. Indiener wil vanuit expertise graag meedenken over de invulling. Indiener waarschuwt voor het negatieve effect van gebiedsprocessen op de sociale cohesie. Noaberschap kan door tegenstrijdige belangen uit elkaar vallen.
De waarde van het landelijk gebied en de beheerstaken van de boeren worden onvoldoende in geld gewaardeerd. Betaling van agrariërs voor onderhoud is een reële denkrichting. Verzoek aan de gemeente is om hierover actief in gesprek te gaan.
Verkeersveiligheid in het landelijk gebied kan worden verbeterd door doorgaand landbouwverkeer op het hoofnetwerk te faciliteren. Invoering van een tractorkenteken en verhoging van de maximumsnelheid geven mogelijkheden het onderliggende wegennet te ontlasten. Snelfietspaden zouden moeten worden gecombineerd met de hoofdwegenstructuur. Verder moeten bij aanpassingen van wegen de effecten op het landbouwverkeer worden meegenomen.
Beantwoording gemeente het geval is, kan het vertrouwen ondersteunen. De gemeente wil graag samenwerken én nagaan of wat afgesproken is ook wordt uitgevoerd. De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp J.
De algemene reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp H. Aanvullend: De gemeente stelt zich bij een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering voor dat het bevorderen van kennisoverdracht, het bij elkaar brengen van partijen e.d. meer effect heeft dan dwang. Het gebiedsproces dat de gemeente voor ogen heeft, is juist bedoeld om verschillen bespreekbaar te maken en tegengestelde opvattingen zo goed mogelijk bij elkaar te brengen. Ook denkt de gemeente dat een gebiedsproces zelf geen tegenstellingen schept. Het zijn de verschillen in belangen en opvattingen die daarvoor zorgen. Waar een goede dialoog ontbreekt komt noaberschap eerder in gevaar. De gemeente wil ingaan op het verzoek uit agrarische kring om bij onderhoud van wegbermen en slootkanten met inzet van landbouwers een meer ecologisch beheer te realiseren. Daarvoor is een opgave hoofdstuk 6 van de Visie opgenomen. Ook voor het onderhoud van houtwallen is een opgave opgenomen. Wel heeft de gemeente onvoldoende middelen om hieraan invulling te geven. De gemeente stelt zich voor om zelf of via Stawel ondersteuning te bieden bij het uitwerken van deze denkrichting. Zie verder ook in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp H. De gemeente heeft geen plannen voor een omvangrijke aanpassing van het wegennet.
Waar wel aanpassingen plaatsvinden is het landbouwverkeer altijd een van de belangen die wordt meegewogen. De invoering van een kenteken voor tractors en verhoging van de maximumsnelheid is een landelijke ontwikkeling, waarover de discussie op landelijk niveau plaatsvindt.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. Mede naar aanleiding van deze zienswijze is de grens tussen bebouwd en landelijk gebied nogmaals bekeken en op onderdelen aangepast. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie.
35
Indiener 12 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener sluit zich aan bij zienswijze 13.
Beantwoording gemeente
Conclusie: Zie voor de conclusie onder de zienswijze met nummer 13.
Indiener 13 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener spreekt namens zijn client, die een overeenkomst heeft gesloten met de eigenaar van een perceel aan de Geessinkbraakweg. De overeenkomst strekt ertoe de mogelijkheden voor de realisatie van 73 woningen te onderzoeken. Volgens indiener is dit verzoek passend binnen de Woonvisie. Inspreker stelt vast dat hiermee een objectief bepaalbaar belang voor client ontstaat en dat die ontvankelijk en belanghebbend is. De indiener stelt dat de ontwerp-visie onzorgvuldig is voorbereid en onvolledig ter inzage is gelegd omdat de visie niet is gepubliceerd in de Staatscourant of op de landelijke website ruimtelijkeplannen.nl is geplaatst. Een geometrische plaatsbepaling ontbreekt De indiener stelt dat het vigerende bestemmingsplan aan het perceel de enkelbestemming geeft ‘agrarisch met waarden’ en dat de Structuurvisie gemeente Enschede 2011 de aanduiding heeft ‘landschapstype stedelijk gebied’. Het perceel is thans in agrarisch gebruik, maar ligt binnen de begrenzing van de stad c.q. de bebouwde kom waardoor een ander gebruik in de toekomst voorzienbaar is. Het opnemen van dit perceel in de Visie landelijk gebied beschouwt indiener als een begrenzingsfout. Het gebied moet op grond van stedenbouwkundige argumenten niet als landelijk gebied te worden aangemerkt. Indiener vraagt de grens hierop aan te passen.
Op blz 2 van de Visie staat dat de Visie landelijk gebied naast andere bestaande visies staat. De genoemde Structuurvisie gemeente Enschede 2011 duidt het gebied aan als stedelijk gebied. Dit biedt geen
Beantwoording gemeente De zienswijzeprocedure staat voor ‘een ieder’ open en ook zonder deze argumentatie over het ‘objectief bepaalbaar belang’ was deze zienswijze van een reactie voorzien.
Zoals indiener zelf ook stelt is voldaan aan de eisen van het Besluit ruimtelijke ordening. Derhalve is geen sprake van een onjuiste procedure. Ook valt uit de in de Visie opgenomen kaarten op te maken waar het perceel ligt waar de indiener naar verwijst.
Het bestemmingsplan, dat onherroepelijk is geworden in april 2012, dateert van na de structuurvisie Gemeente Enschede 2011 (vastgesteld op 7 november 2011). Bovendien is het bestemmingsplan wel en de structuurvisie niet bindend voor derden. Daarmee is evident dat het planologische regiem voor het genoemde perceel uitgaat van een agrarische bestemming. De voorliggende Visie bevestigt dit regiem. Er is geen aanleiding om het betreffende gebied buiten de Visie te laten, zeker omdat het bestendige beleid van de gemeente is om de groene longen de stad in te laten komen. Dat heeft ook betrekking op deze voormalige es.
Enschede kent een groot aantal structuurvisies, die uitspraken doen over het gemeentelijke grondgebied. Een strikte hiërarchie is niet aangebracht. Het bijlagerapport bij de Visie geeft daarop een nadere toelichting. 36
Zienswijze rechtszekerheid. Ook is vermeld dat de Visie landelijk gebied onderdeel uit gaat maken van de op te stellen Omgevingsvisie. Ook dat geeft onzekerheid – wordt mogelijk bedoeld ‘geïncorporeerd’?
Uit de HNS-studie naar het landschap volgt dat het perceel geen landschappelijke waarden van betekenis heeft. De zichtlijn die is aangegeven is onjuist, die zichtlijn begint pas bij de forse houtwal aan de zuidzijde van het perceel. Bij de houdbaarheid van de landbouwanalyse zet indiener vraagtekens. De grootschalige landbouw wordt bemoeilijkt in Nederland en op deze locatie en toch moeten de gronden behouden blijven voor de bewoners van de stad. De benodigde zorgvuldige belangenafweging is niet gemaakt. Het ambitieniveau van de Visie is te verstrekkend. De facto zet de Visie het betreffende perceel in planologische zin op slot en dat strookt niet met de uitspraak in de Visie op blz 37 en 38 waarin staat dat dit niet het geval is. Door een goede landschappelijke inpassing valt wel een goede balans te vinden tussen maatschappelijke woningbehoefte en landschapsonderhoud.
Beantwoording gemeente In de Visie landelijk gebied wordt gesteld dat de opgenomen begrenzing van het landelijk gebied de situatie aangeeft zoals die geldt op het moment van vaststelling. Ook constateert de indiener terecht dat deze Visie landelijk gebied te zijner tijd wordt betrokken bij het opstellen van de Omgevingsvisie en dat bij de vaststelling van die Omgevingsvisie, naar verwachting niet eerder dan eind 2022, bepaald wordt welke delen van de Visie landelijk gebied daarin worden opgenomen. In de Visie wordt de redactie aangepast. De toelichting over de methodiek van de landschapswaardering staat in het hoofdstuk met gebundelde reacties onder onderwerp C. Het genoemde perceel heeft in de Visie een zeer hoge kwaliteit en de strategie ‘inpassen’ is van toepassing. De Visie heeft geen zichtlijnen opgenomen. De constatering van indiener is juist over de stevige opgaven waar de landbouw voor staat. De vervolgconclusie, dat de landbouw in Enschede geen toekomst heeft, wordt echter niet gedeeld. Zoals in de Visie staat en in diverse zienswijzen naar voren wordt gebracht werken de gronddruk en de daarbij behorende hoge grondprijzen belemmerend voor de ontwikkeling van de landbouwbedrijven. De mogelijkheden voor een landbouwbedrijf om met grondaankopen een gezonde omvang te krijgen nemen nog verder af als landbouwgrond overgaat in woongebied.
De Visie zet het beleid voort om nieuwbouw in het landelijk gebied te beperken, maar niet volledig onmogelijk te maken.
Conclusie: De reactie op de gebundelde zienswijzen en de daaraan te verbinden conclusies staan in hoofdstuk 2. Naar aanleiding van deze zienswijze wordt in de Visie duidelijker aangegeven wat de verhouding is van de Visie landelijk gebied ten opzichte van de nog op te stellen omgevingsvisie. Ook wordt aangegeven dat de grens tussen stad en landelijk gebied in de toekomst kan worden aangepast. De overige delen van deze zienswijze geven geen aanleiding tot het aanpassen van de Visie.
Indiener 14 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze Indiener vraagt waar we onze grond voor willen inzetten en antwoord zelf dat er naast vraag naar energie ook veel vraag naar voedsel is. Indiener stelt dat voedsel niet van buiten Noordwest-Europa moet worden weggehaald, om zekerheid te hebben over de kwaliteit en omdat
Beantwoording gemeente De reactie staat in het hoofdstuk met de gebundelde reacties onder onderwerp E. Aanvullend op de gebundelde reactie: Nederland is de op twee na grootste exporteur van agrarische producten in de wereld. Het is weinig waarschijnlijk dat door het aanbrengen van zonnevelden in 37
Zienswijze transport veel CO2 kost. Lokaal geproduceerd voedsel is niet schadelijk voor de leefomgeving, zeker in vergelijking tot een veld zonnepanelen. Voorrang moet worden gegeven aan lokaal produceren van voedsel produceren. Gras legt ook veel CO2 vast in de bodem. Zonnepanelen doen dat niet.
Op zich is er niks mis met het voornemen om 120.000 bomen in het buitengebied te plaatsen. Als het maar niet ten koste gaat van landbouwgrond. Landbouwgewassen slaan minstens zoveel CO2 op. Ook wordt gevraagd naar het onderhoud van de bomen. Hoewel het begrip kringlooplandbouw nog erg vaag is, is wel duidelijk dat landbouwbedrijven niet intensiever worden en grond nodig hebben. Wijzig dus geen of zo min mogelijk grond met een landbouwbestemming in een andere bestemming. Indiener vraagt zich sterk af of de bewering in de Visie wel juist is, dat de natuur te lijden heeft onder de intensivering van de landbouw. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, kunstmest en dierlijke mest zijn de afgelopen 30 jaar sterk gereduceerd, het aantal bedrijven is drastisch gedaald en er is nagenoeg geen intensieve veehouderij meer. De landbouw is de laatste tientallen jaren extensiever geworden. Indiener staat ervoor open om het bermbeheer in het buitengebied op zich te nemen. Ook het waterbeheer wil indiener zelf in de hand houden. Dan groeien de gewassen beter en is het minder nodig om die uit andere gebieden te halen. Landbouwers dragen bij aan de leefbaarheid van het landelijk gebied en de aantrekkelijkheid voor toeristen door het onderhoud van het landschap, koeien in de wei. Ook met praktische zaken als sneeuwruimen en stormschade opruimen