Plantoelichting BP Stadsveld - Pathmos 2019
Tekst van het document
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden (bij overstroming), het vrij houden van bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het bestemmingsplan "Stadsveld - Pathmos 2019" draagt hier indirect aan bij. In de planregels zijn waterbergingseisen opgenomen voor (vervangende) nieuwbouw in het gehele plangebied. De Stadsbeek wordt beschermd met een dubbelbestemming. Ook is meer (structuur)groen daadwerkelijk als 'Groen' bestemd. Dit helpt het tegengaan van verstening van de openbare ruimte. Circulaire economie: Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen en bedrijven voor de verwerking van afval. Voorliggend bestemmingsplan bevat geen regels die hier een direct verband mee houden.
Biodiversiteit: Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren. Het bestemmingsplan "Stadsveld - Pathmos 2019" draagt indirect bij aan de biodiversiteit. Er is namelijk meer (structuur)groen daadwerkelijk als 'Groen' bestemd. Daardoor zijn deze locaties meer beschermd tegen verstening. Overige actiepunten: Voor de overige actiepunten uit het Actieplan Duurzaamheid kan kortheidshalve worden volstaan met de conclusie dat deze geen ruimtelijke relevantie hebben en als zodanig dus ook niet of hooguit indirect van invloed zijn op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
3.7
Projecten en nieuwe initiatieven
Binnen het plangebied van het bestemmingsplan zijn enkele (her)ontwikkelingslocaties gelegen. Deze worden hierna beschreven. Herontwikkeling drie appartementengebouwen Thomas de Keyserstraat Woningcorporatie Domijn is voornemens drie appartementengebouwen aan de Thomas de Keyserstraat (110-194) te slopen en deze te vervangen. In de huidige situatie gaat het om drie gebouwen van drie bouwlagen (10 meter hoog) met in totaal 66 appartementen. In de nieuwe situatie gaat het naar huidig inzicht om circa 45 appartementen, verdeeld over twee appartementengebouwen van drie bouwlagen (blok 1 en 2 in onderstaande afbeelding), en één rij duplexwoningen (blok 3). In onderstaande afbeelding is een impressie van deze beoogde situatie aangegeven. Het is mogelijk dat er uiteindelijk in blok 3 gekozen wordt voor 'gewone' rijwoningen in plaats van duplexwoningen. Voor blok 3 hangt het exacte aantal woningen van deze keuze af. Het totaal aantal woningen van de 3 blokken samen zal afnemen ten opzichte van de hudige situatie.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
39
Afbeelding 3.6: herontwikkeling ter plaatse van Thomas de Keyserstraat 110-194
Om het plan mogelijk te maken is een aanpassing van het bestemmingsplan nodig. Ten behoeve van de twee appartementengebouwen (blok 1 en 2) is een beperkte uitbreiding van het bouwvlak nodig aan de achterzijde. Dit met name vanwege de uitbouw naar achteren aan de uiteindes van de gebouwen. De maximaal toegestane bouwhoogte is verhoogd van 10 naar 11 meter. Ten behoeve van de rij duplexwoningen wordt het bouwvlak enkele meters verschoven, zodat deze wat verder van de straat kunnen worden gebouwd dan het huidige appartementengebouw. Bovendien kan daardoor de inrichting van de openbare ruimte, met onder andere een groenstrook, in lijn worden gebracht met de (beoogde) aanpassingen van de openbare ruimte in de omgeving. De aanpassingen maken het mogelijk om modernere, ruimere woningen te realiseren die beter aansluiten bij de vraag dan de huidige woningen. Stedenbouwkundig is de ontwikkeling eveneens een vooruitgang, zowel qua aanblik als locatie van 'blok 3' (de duplexwoningen) ten opzichte van de weg. 40
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
Er zijn geen verschillen ten opzichte van de huidige situatie die het uitvoeren van milieuonderzoeken nodig maken. De bestemming is en blijft 'wonen' en de woningen komen niet dichter op de weg te liggen (bouwvlak van 'blok 3' juist verder). Voordat er gesloopt kan worden is er mogelijk wel een flora en fauna-onderzoek nodig. Deze kan uitgevoerd worden in het kader van de sloopmelding, welke in de loop van 2020 wordt verwacht. Er zijn vanuit een goede ruimtelijke ordening verder geen mogelijke belemmeringen voor deze ontwikkeling.
Bouw woningen voormalige muziekschool Adriaen van Ostadestraat/Aert van der Neerstraat Woningstichting De Woonplaats heeft een braakliggende kavel in bezit op de locatie van de voormalige muziekschool aan de Adriaen van Ostadestraat. Oorspronkelijk was hier een appartementengebouw beoogd (er geldt een maximale bouwhoogte van 13 meter). Hier is echter geen vraag naar. Als gevolg van het parapluplan 'Kwalitatief sturen op appartementen' kunnen er ook niet zomaar appartementen gebouwd worden waar deze nu niet aanwezig zijn. In voorliggend plan zijn deze regels voor appartementen doorvertaald (zie paragraaf 1.3). De Woonplaats heeft inmiddels een vergunning voor het bouwen van 10 grondgebonden woningen op deze locatie. De werkzaamheden zijn al in uitvoering ten tijde van de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling past binnen het bestaande bouwvlak zoals dat was opgenomen in het bestemmingsplan Stadveld-Pathmos 2009 (en ontwerp plan Stadsveld-Pathmos 2019) en kon daarom vergund worden. Omdat de 10 in aanbouw zijnde woningen nu als een 'bestaande situatie' worden gezien, is de planverbeelding in voorliggend plan aangepast aan het vergunde bouwplan.
Het bouwvlak (13 m diep) en en de maximale bouwhoogtes (bouwhoogte 10 m; goothoogte 6 m) zijn in lijn gebracht met de bouwmogelijkheden voor andere reguliere grondgebonden (rij)woningen in het bestemmingsplan. Daar passen de vergunde woningen (ruim) binnen.
Alternatieve invulling locatie voormalige school Wethouder Nijhuisstraat 70-70A/Paulus Moreelsestraat 19 Deze school stond geruime tijd leeg en werd tijdelijk verhuurd ('antikraak') voor bewoning aan enkele mensen. De school is inmiddels (in 2020) gesloopt. De gemeente denkt na over een nieuwe bestemming van het perceel. Wonen is een reële optie. Het plan is nu nog niet ver genoeg uitgewerkt om te verwerken in het nieuwe bestemmingsplan. Er is wel een 'wijzigingsbevoegdheid' opgenomen zodat het perceel met een wijzigingsplan omgezet kan worden van onderwijs naar woningen. Voorafgaand aan de sloop is een vleermuisonderzoek gedaan. Als er woningen gebouwd worden is er waarschijnlijk ook een bodemonderzoek nodig en mogelijk een geluidsonderzoek. Er zijn vanuit een goede ruimtelijke ordening verder geen mogelijke belemmeringen voor deze ontwikkeling.
Stadsbeek De Stadsbeek is een project dat bijdraagt aan de weerbaarheid tegen (toekomstige) klimaatveranderingen. Er wordt een beek aangelegd die zoveel als mogelijk bovengronds ligt. Daarnaast worden er bergingsplekken voor regenwater en drainageleidingen aangelegd, zodat ook grondwateroverlast wordt aangepakt. De beek loopt door het plangebied (zie onderstaand). Inmiddels is een groot deel al gerealiseerd.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
41
Afbeelding 3.7 Traject Stadsbeek
Omdat de Stadsbeek een erg belangrijk onderdeel is van de waterhuishouding, wordt deze beschermd in het plan. Daarom is een specifieke dubbelbestemming "Waterstaat - Watersystemen Enschede" in dit bestemmingsplan opgenomen, voorzover de exacte ligging van de beek bekend is. Deze bestemming is ook toegekend aan de vijver in het Thomas Ainsworthpark (in Pathmos). Daarnaast zijn de gronden waar de beek bovengronds ligt zoveel mogelijk als 'groen' bestemd. Dit geldt onder andere voor de bestemming van het 'Pinkelplein' (tussen Lindestraat, B.W ter Kuilestraat en Sparstraat), welke is omgezet van bestemming 'maatschappelijk' naar 'groen'.
Aanpassing bouwvlak Achterhofweg 35 Het bouwvlak van deze manege/paardenfokkerij is aangepast ten behoeve van een bouwplan waarvoor in 2019 een positieve gemeentelijke reactie is gegeven op een vooroverleg-aanvraag. Het betreft een uitbreiding met stallen, aan de zuidwestzijde van de rijhal. Om dit mogelijk te maken is de bouwvlakgrens met 7 meter naar het zuidwesten opgeschoven, over de lengte van de bestaande rijhal. Ter 'compenstatie' is een stuk bouwvlak aan de voorzijde van het erf met eenzelfde oppervlakte als de toevoeging aan de zuidwestzijde van de rijhal (350m2) verwijderd. Om de uitbreiding te kunnen gebruiken voor het beoogde doel (stal) is de bestemming 'Sport - Manege' uitgebreid tot de nieuwe bouwvlakgrens. Bij de beoordeling van het vooroverleg is geconcludeerd dat met deze uitbreiding ook aan de milieuregelgeving kan worden voldaan.
3.8
Overige aanpassingen in het bestemmingsplan
Zoals aangegeven in paragraaf 1.1 gaat het in voorliggend plan hoofdzakelijk om het vastleggen van de bestaande (legaal/vigerende) situatie. Daarnaast wordt het plan aangepast naar aanleiding van nieuw beleid en nieuwe (voortschrijdende) inzichten van de gemeente en enkele concrete projecten in het gebied. De projecten zijn in voorgaande paragraaf behandeld. In deze paragraaf wordt ingegaan op overige aanpassingen ten opzichte van bestemmingsplan 'Stadsveld- Pathmos 2009'. 3.8.1
Aanpassingen op basis van voortschrijdend inzicht en actueel beleid
Bouwregels eenvoudiger In de afgelopen jaren is gebleken dat voor veel kleine bouwplannen waar de gemeente in principe wel aan wil 42
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
meewerken een vergunning nodig is voor afwijking van het bestemmingsplan. Dit komt onder andere veel voor bij aanbouwen aan woningen (met name aan de achterzijde) en uitbreiding van bedrijfspanden (ookal liggen deze binnen bouwvlak). Een afwijking van een bestemmingsplan kost extra tijd en regelmatig ook extra geld voor zowel aanvrager als gemeente. In voorliggend bestemmingsplan zijn de regels praktischer gemaakt, zodat er minder afwijkingsvergunningen nodig zullen zijn. Meer groen krijgt daadwerkelijk groenbestemming In het plangebied is meer 'structuurgroen' (zoals groenstroken langs wegen) daadwerkelijk bestemd als groen. In het geldende plan vallen meer groenstroken nog onder de verkeersbestemming. In het nieuwe plan zijn deze stroken daardoor beter beschermd tegen verstening. Zo kan er bijvoorbeeld niet zomaar een parkeerplaats aangelegd worden in de bestemming 'groen'. Bedrijventerrein Josink Es Bij de verkoop van kavels en vergunningverlening op dit bedrijventerrein liepen zowel geïnteresseerden als de gemeente tegen (praktische) problemen aan, met als gevolg langdurig braakliggende kavels en inhoudelijk onnodige procedures. In voorliggend plan is daarom een aantal aanpassingen doorgevoerd in de bestemmingsplanregeling ten opzichte van Stadsveld-Pathmos 2009.
Het gaat onder andere om algemene aanpassingen ten behoeve van meer praktische bouwregels (zie hiervoor onder kopje 'Bouwregels eenvoudiger'). Daarnaast betreft het meer specifieke aanpassingen voor dit bedrijventerrein. In onderstaande afbeelding zijn deze aanpassingen aangegeven. Het gaat om: Het verplaatsen van enkele rooilijnen dichter naar de weg, zodat daar iets dichter (5 meter) bij de weg gebouwd mag worden. Zo zijn deze 'hoekkavels' beter verkoopbaar en beter te benutten (oranje in afbeelding). Onder voorwaarden mag in de zuidwestelijke helft van het bedrijventerrein (donkerpaars in afbeelding) 50% in plaats van 40% van ieder bedrijfsperceel bebouwd worden. Dit kan op basis van een afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan. Om voorgaande te compenseren wordt in de zuidelijke helft van het terrein een aantal minder goed verkoopbare stukken bestemd als 'groen' (groen in afbeelding), zodat deze niet meer uitgeefbaar is als bedrijfsgrond en de uitstraling van het bedrijventerrein hier groen blijft. Voor een deel van het terrein (rood omkaderd in afbeelding) is de minimale bouwhoogte verlaagd van 10 naar 7 meter. Dit is in lijn met het beeldkwaliteitsplan en maakt het eenvoudiger om bouwplannen op dit deel van het terrein te laten voldoen aan het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
43
Afbeelding 3.8: Aanpassingen in b estemmingsplan op bedrijventerrein Josink Es
De aanpassingen op het bedrijventerrein zijn in lijn met de gemeentelijke Visie Werklocaties. Het draagt onder ander bij aan een afname van het totale areaal aan uitgeefbaar bedrijventerrein, waarover (regionale) afspraken zijn gemaakt met de Provincie. De 'Agenda Radialen' geeft onder andere aan dat er een integrale visie Westerval/Parkweg moet komen. Deze 'entree' van de stad moet aantrekkelijker worden. De aanpassingen in voorliggend plan doen geen afbreuk aan de aantrekkelijkheid van de entree.
Bedrijventerrein Het Poolman (tussen Westerval en Het Poolman) Hier zijn een aantal onpraktische en onduidelijke regels aangepast. Het gaat onder andere om het duidelijker regelen van de verplichte bouwafstand tot de Westerval. In het zuidoosten van dit gebied (hoek Veilingstraat en Het Poolman) zijn kleinere kavels tot ontwikkeling gekomen. Voor dit deel zijn de regels van een minimum oppervlakte van 2000 m2 per bedrijfskavel, een minimum bouwhoogte van 9 meter en een maximum bebouwingspercentage van 70% vervallen.
Beroep en bedrijf aan huis In iedere woning mag een beroep of bedrijf aan huis worden uitgeoefend. Dat was ook al zo in het nu geldende bestemmingsplan, maar de regels hiervoor zijn nu eenvoudiger toepasbaar gemaakt, zodat er minder snel een vergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan nodig is. Deze wijziging is in lijn met de Visie Werklocaties waarin deze is aangekondigd. Detailhandel: supermarkten niet uitgesloten In het nu geldende plan (Stadsveld - Pathmos 2009) zijn supermarkten alleen in de bestemming 'centrum' toegestaan en aan de Akkerstraat (bestemming 'gemengd'). In het nieuwe plan zijn 'supermarkten' ook
44
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
toegestaan op de andere locaties waar zelfstandige detailhandel is toegestaan. Dit heeft enerzijds te maken met een rechtszaak over de supermarkt aan het Oogstplein (zie paragraaf 1.3). Anderzijds met het feit dat er in het plangebied (buiten Oogstplein) alleen kleine verspreide panden met de bestemming of aanduiding 'detailhandel' aanwezig waardoor er geen grote nieuwe 'supermarkten' kunnen komen op basis van het bestemmingsplan. In deze kleinere panden kunnen zich bijvoorbeeld wel 'gemaksconcepten' (of winkels voor een nichemarkt vestigen. Dit is in overeenstemming met het beleidskader 'Retail in Enschede'. Er is één pand met een bestemming 'detailhandel' met een iets groter oppervlak (Thomas de Keyserstraat 63). Voor dit pand geldt ook geen verbod op een supermarkt, maar is de oppervlakte per winkelunit bij recht gemaximeerd op 500 m2.
Maatschappelijke panden specifieker bestemmen Op 9 december 2019 is de beleidsregel 'Ruimtelijk sturen op maatschappelijke functies' vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede. In voorliggend plan zijn de maatschappelijke functies in lijn met deze beleidsregel bestemd. In Enschede zijn veel panden met de bestemming 'maatschappelijk' aanwezig. Dit geldt ook voor het plangebied Stadsveld-Pathmos. De bestemming 'maatschappelijk' kent een veelheid aan gebruiksmogelijkheden. Een pand dat nu in gebruik is als school, kan met het geldende bestemmingsplan zonder nadere afweging of procedure bijvoorbeeld ook gebruikt worden als kerk, moskee, dierenasiel, brandweerpost of zorginstelling voor kwetsbare groepen (zoals drugsverslaafden). Vooral als een pand leeg staat en/of verkocht wordt biedt dit onzekerheid voor de omgeving over de nieuwe invulling. Door deze panden specifieker te bestemmen (bijv. 'maatschappelijk - onderwijs') kunnen ongewenste functies en daarmee ongewenste effecten voor de omgeving worden voorkomen. Maatschappelijke basisfuncties (zoals een huisarts en een apotheek) worden wel bij iedere maatschappelijke bestemming mogelijk gemaakt. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en gebieden Voor heel Enschede geldt het bestemmingsplan 'Cultuurhistorie'. Daarmee worden waardevolle gebouwen beschermd, zodat deze niet zomaar (deels) gesloopt kunnen worden.
In het plangebied Stadsveld-Pathmos is bijna de hele wijk Pathmos beschermd. Daarbuiten zijn nog enkele panden aangeduid als 'karakteristiek'. Zoals toegelicht in paragraaf 3.2 wordt bij ieder nieuw bestemmingsplan gekeken of er nog meer panden/objecten zijn die waardevol (karakteristiek) zijn. In het plangebied is een inventarisatie uitgevoerd. Een substantieel aantal extra objecten is als 'karakteristiek' aangeduid waardoor ze niet zomaar gesloopt kunnen worden. Ook zijn er gebieden aangewezen waarvan de structuur van de bebouwing en/of buitenruimte beschermd wordt. Zie verder paragraaf 3.2. Daarnaast zijn de planregels voor karakteristieke objecten ook licht aangepast, mede naar aanleiding van ingediende zienswijzen. 3.8.2
Legalisatie en actualisatie op basis van inventarisatie
Op basis van bureau- en veldonderzoek is de actuele situatie in het plangebied geïnventariseerd. Daarbij is gekeken welke functies er allemaal (legaal) aanwezig zijn en of dat nog klopt met het geldende bestemmingsplan. Dit heeft geleid tot diverse aanpassingen in het voorliggende bestemmingsplan, waaronder: Het legaliseren van het zandstralen van meubels door een meubelmakerij aan de Poolmansweg 166 op aanvraag van de eigenaar. Uit aangeleverd onderzoek is gebleken dat de activiteit passend is op deze locatie. De activiteit mag doorgezet worden en is in voorliggend plan gelegaliseerd met een specifieke bedrijfsaanduiding. Op de panden Elferinksweg 9-15 is de aanduiding 'detailhandel' weer opgenomen, nadat deze per abuis was verwijderd in het bestemmingsplan 'Stadsveld-Pathmos 2009'. Vlasstraat 43a: in plan 'Stadsveld Pathmos 2009' heeft dit pand (binnen bestemming 'Wonen') de aanduiding 'garagebox' gekregen, terwijl het legaal in gebruik was als leslokaal. Op verzoek van de eigenaar is in 2013 per brief bevestigd dat het gebruik als leslokaal doorgezet mag worden en bij het eerstvolgende bestemmingsplan positief bestemd zal worden. Dit is in voorliggend plan gedaan door het opnemen van de aanduiding 'praktijkruimte'.
Vlasstraat 43B-C: Hier is een bouwbedrijf gevestigd, terwijl er in het bestemmingsplan een aanduiding voor een specifiek bedrijf met 'houtbewerking' is opgenomen binnen bestemming 'wonen'. De
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
45
bestemming is aangepast naar 'bedrijf', aangezien dit meer passend is voor het huidige gebruik. Op de hoek van de Jan Vermeerstraat en de Wethouder Nijhuisstraat is de aanduiding 'garage' verwijderd, omdat er geen garagebedrijf meer aanwezig is. Het verwijderen van de aanduiding 'detailhandel' op de aanwezige panden binnen de percelen Dennenweg 179-181. De panden staan meerdere jaren leeg. Er vindt geen detailhandel meer plaats. Het perceel behoudt wel de woonbestemming. Veilingstraat 10: hier is de aanduiding 'onderwijs' verwijderd, omdat deze functie in 2018 is vertrokken. Er is nu alleen nog bedrijvigheid aanwezig. 3.8.3 Aanpassingen op basis van verleende vergunningen en in werking getreden bestemmingsplannen Sinds het plan Stadsveld-Pathmos 2009 in werking is getreden zijn er diverse vergunningen voor afwijkingen van het bestemmingsplan verleend en zijn (paraplu)bestemmingsplannen in werking getreden. Deze vergunningen en plannen bieden mogelijkheden, plichten en verboden qua gebruiks- en bouwmogelijkheden die afwijken van het plan Stadsveld-Pathmos 2009. Ze zijn onherroepelijk. Ze gelden dus al en er kan geen bezwaar meer tegen worden gemaakt. Voor de overzichtelijkheid zijn de afwijkende gebruiks- en bouwmogelijkheden waar relevant vertaald in voorliggend bestemmingsplan.
Voor de verwerkte paraplu- en bestemmingsplannen, de gerechtelijke uitspraak over het Oogstplein (supermarkt) en het Projectafwijkingsbesluit ter plaatse van Achterhofweg 35 is dit verder toegelicht paragraaf 1.3. De verwerkte vergunningen voor afwijking van het bestemmingsplan betreffen onder andere: Ferdinand Bolstraat 88: deze fysiotherapiepraktijk is naar de voorzijde uitgebreid op basis van een vergunning. Het bestemmingsplan is hier op aangepast. Zweringweg 1: hier was een horecazaak gevestigd tot 2018. Deze is verplaatst naar de Kuipersdijk. Aan Zweringweg 1 mag op basis van de verleende vergunning voor de verplaatsing van de horecazaak alleen nog gewoond worden. In voorliggend plan is de aanduiding 'horeca' dan ook verwijderd. Het Poolman 1: op basis van een verleende vergunning is hier een tankstation gevestigd. Dit is positief bestemd door een aanduiding "verkooppunt motorbrandstoffen zonder LPG" toe te voegen op deze locatie. Het Poolman 35: op basis van een verleende vergunning heeft zich hier een meubelspuiterij gevestigd. Dit is positief bestemd door een specifieke bedrijfsaanduiding aan dit perceel toe te voegen. Panden waarvoor op of na 24 december 2016 een vergunning voor kamerverhuur is verleend hebben de aanduiding 'kamerverhuurpand' gekregen.
46
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Stadsveld - Pathmos 2019" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.
4.1
Milieu
In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de milieuaspecten, bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. 4.1.1
Milieueffectrapportage
Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. 2. 3. 4.
het plan of besluit maakt geen activiteiten mogelijk die in het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht; m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of er mogelijk aanzienlijke milieugevolgen optreden. Zo ja, dan is alsnog het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet nagaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben. Zo ja, dan moet er alsnog een volledige m.e.r.-(beoordelings)procedure worden doorlopen.
Toetsing bestemmingsplan "Stadsveld - Pathmos 2019" aan het Besluit m.e.r. Het bestemmingsplan "Stadsveld - Pathmos 2019" betreft een actualisatieplan waarbij geen grootschalige ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt. Ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt, zijn of ontwikkelingen die binnen het vigerende bestemmingsplan ook al mogelijk waren, maar niet zijn uitgevoerd, of kleine ontwikkelingen die zijn doorgevoerd naar aanleiding van veranderde wet- en regelgeving en/of inzicht. Dit zijn geen activiteiten als bedoeld in het Besluit m.e.r. Een nadere toetsing aan het Besluit m.e.r. kan dan ook achterwege blijven. 4.1.2
Milieuhinder van bedrijven en voorzieningen
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan of er bestaande bedrijfsactiviteiten en voorzieningen in en rondom het plangebied van het bestemmingsplan "Stadsveld - Pathmos 2019" aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat in en rond het plangebied. Daarbij is gekeken naar de potentiële milieubelasting van deze bedrijfsactiviteiten en voorzieningen. De milieubelasting en de bijbehorende hindercontouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. Deze Bedrijveninventarisatie is opgenomen in Bijlage 3 bij deze toelichting.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
47
Bedrijven binnen het plangebied Uitgangspunt (voor de bestaande situatie) is dat bedrijven en voorzieningen van categorie 1 en 2 doorgaans toelaatbaar zijn in een woonomgeving. Binnen het plangebied bevinden zich diverse bedrijven c.q. voorzieningen. De meeste bedrijven worden ingedeeld in categorie 1 of 2. Een aantal bedrijven is aanwezig met een hogere categorie. Deze bedrijven zijn nader beschouwd. Hieruit is naar voren gekomen dat deze bedrijven geen belemmeringen opleveren voor het plangebied, met uitzondering van het bedrijf Boll Meubelservice aan de Poolmansweg 166. Dat bedrijf betreft volgens de VNG uitgave Bedrijven en milieuzonering een categorie 3.2 bedrijf. Echter uit nader aangeleverde gegevens van het bedrijf blijkt dat de feitelijke activiteiten die op het perceel worden uitgevoerd vergelijkbaar zijn met milieucategorie 2. Dit bedrijf krijgt in voorliggend bestemmingsplan een specifieke bestemming waarmee de aanwezigheid van het betreffende bedrijf planologisch juridisch mogelijk is gemaakt. Gelet op het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat de aanwezige bedrijven c.q. voorzieningen binnen het plangebied geen belemmeringen opleveren voor het plangebied Stadsveld-Pathmos. Bedrijvigheid buiten het plangebied In de omgeving van het plangebied is een groot aantal bedrijven gevestigd.
Uit een nadere beschouwing (zie Bijlage 3 Bedrijveninventarisatie) blijkt echter dat deze bedrijven geen knelpunten opleveren voor het plangebied Stadsveld-Pathmos. Gelet op het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat de aanwezige bedrijven en voorzieningen in de omgeving van het plangebied vooralsnog geen belemmeringen opleveren voor het plangebied Stadsveld-Pathmos.
Conclusie milieuhinder bedrijven en voorzieningen Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van milieuhinder van bedrijven en voorzieningen geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 4.1.3
Bodemkwaliteit
Bodemkwaliteit algemeen Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het bodembeleid in Nederland heeft een hervormingsfase ondergaan. Er is sprake van een overgang van het saneren van vervuilde bodems naar het duurzaam beheren en bewust gebruiken van de bodem en de ondergrond. Het beleid richt zich niet uitsluitend meer op het wegnemen van bodemverontreiniging, maar de nadruk is komen te liggen op creatief, innovatief en integraal beheer en gebruik van de bodem en ondergrond. Het oude beginsel van niet bouwen op een vervuilde bodem is hiermee verlaten. Bouwen op een ernstig verontreinigde bodem is onder voorwaarden mogelijk. Functiegericht en kosteneffectief saneren is dan voldoende. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem.
Bodemkwaliteit en het bestemmingsplan "Stadsveld - Pathmos 2019" Het bestemmingsplan "Stadsveld - Pathmos 2019" is hoofdzakelijk conserverend van aard. Hiermee wordt bedoeld dat ten aanzien van dit plan overwegend de bestaande situatie is vastgelegd. De ontwikkelingen die met voorliggend plan worden mogelijk gemaakt of de wijzigingen die worden doorgevoerd, zijn dermate kleinschalig dat een bodemonderzoek voor deze ontwikkelingen niet hoeft te worden uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanprocedure.
Conclusie bodemkwaliteit Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
48
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
4.1.4
Wet geluidhinder
In artikel 3.3.1 van het Bro is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidgevoelige gebouwen en terreinen zijn gesitueerd ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen of terreinen en/of de transformatie van bestaande panden naar wonen of een andere geluidgevoelige functie mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting van de geluidgevoelige gebouwen en terreinen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan het ook noodzakelijk zijn dat akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd in situaties dat de Wet geluidhinder niet van toepassing is.
Wegverkeerslawaai In het plangebied liggen diverse wegen met een geluidszone. Echter maakt voorliggend plan bij recht geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk waarbij geluidgevoelige objecten worden toegestaan op locaties waar eerder geen geluidgevoelige functies waren toegestaan. Bij de herontwikkeling aan de Thomas de Keijserstraat (zie paragraaf 3.7) wordt een deel van de nieuwe woningen verder van de weg geplaatst dan de bestaande woningen. Dit is positief voor de geluidbelasting op de gevels. Een akoestisch onderzoek voor wegverkeerslawaai is niet noodzakelijk voor voorliggend bestemmingsplan.
Railverkeerslawaai Het plangebied is niet gelegen aan of in de nabijheid van een op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde spoorlijn (afstand 300m en verder, waarbij meest nabijgelegen objecten bedrijventerrein betreft). Een nadere toetsing aan de Wet geluidhinder vanwege railverkeerslawaai kan daarom achterwege blijven. Industrielawaai Binnen de grenzen van het plangebied is een deel van het op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde industrieterrein "Havengebied/Usselerhalte" gelegen. Het betreft bedrijventerrein Josink Es. Zie onderstaande afbeelding voor het gezoneerde terrein in combinatie met de plangrens van voorliggend plan.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
49
Afbeelding 4.1 Geluidgezoneerd industrieterrein
Binnen het gezoneerde industrieterrein mogen zich geluidzoneringsplichtige inrichtingen vestigen. Rond het gezoneerde industrieterrein ligt een geluidszone. Deze blijft ongewijzigd in voorliggend bestemmingsplan. De gezamenlijke geluidsbelasting vanwege alle inrichtingen op het industrieterrein mag niet meer bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde op de zonegrens. Daarmee blijft de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein ongewijzigd. Binnen de geluidzone zijn woningen, maatschappelijke functies, recreatieve functies en sportfuncties gesitueerd. Binnen de geluidszone worden geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. Dit geldt ook al voor het vigerende bestemmingsplan "Stadsveld-Pathmos 2009". In voorliggend bestemmingsplan is deze geluidzone overgenomen en daarmee is geregeld dat er bij recht geen nieuwe geluidgevoelige functies zijn toegestaan. Onderzoek naar industrielawaai hoeft niet te worden uitgevoerd.
Conclusie Wet geluidhinder Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de wet geluidhinder geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.1.5
Luchtverkeerslawaai
Het wettelijke kader met betrekking tot luchtverkeerslawaai is geregeld in de Wet luchtvaart en specifiek de wijzigingswet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML). De consequenties met betrekking tot het geluid als gevolg van vliegverkeer zijn vastgelegd in het Luchthavenbesluit, dat op 1 maart 2017 door gedeputeerde staten van Overijssel is vastgesteld en op 30 maart 2017 in werking is getreden. Het plangebied van het bestemmingsplan “Stadsveld - Pathmos 2019” is niet gelegen in de nabijheid van het vliegveld Twente en is ook niet gelegen binnen de geluidszone van het vliegveld. Een nadere toetsing aan het Luchthavenbesluit vanwege luchtverkeerslawaai kan daarom achterwege blijven.
50
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
Conclusie Luchtverkeerslawaai Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat luchtverkeerslawaai geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 4.1.6
Luchtkwaliteit
Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: a. b. c. d. e.
er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL); een project niet voorziet in de realisatie van gevoelige bestemmingen binnen de zone van een op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen gezoneerde rijksweg of provinciale weg.
Luchtkwaliteit en het plangebied “Stadsveld - Pathmos 2019” Het bestemmingsplan “Stadsveld - Pathmos 2019” is hoofdzakelijk conserverend van aard. Hiermee wordt bedoeld dat ten aanzien van dit plan overwegend de bestaande situatie is vastgelegd. Dit betekent ook dat de in dit plan geprojecteerde bestemmingen niet wezenlijk afwijken van die in het vigerende bestemmingsplan. Bij een plan is sprake van 'Niet in betekenende mate' als het plan valt onder de categorieën van gevallen zoals genoemd in de Regeling Niet in betekenende mate. Onder deze categorieën vallen onder andere woningbouwplannen tot 1500 woningen en de ontwikkeling van kantoorlocaties tot 100.000 m 2. De ontwikkelingen die met voorliggend plan mogelijk worden gemaakt zijn (netto) dermate kleine ontwikkelingen dat deze ruim onder de aantallen van de categorieën van gevallen blijven. Voorliggend plan betreft een plan waarbij sprake is van een 'niet in betekenende mate' van verslechtering van de luchtkwaliteit.
Conclusie luchtkwaliteit Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.1.7
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen, buisleidingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10 -6). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers.
De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt. Voor het groepsrisico geldt dat de
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
51
actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen.
Risicovolle activiteiten bij inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) zijn het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Stadsveld - Pathmos 2019” is als enige risicovolle inrichting een LPG-tankstation gevestigd aan de Haaksbergerstraat, op de zuidelijke grens van het plangebied. Deze is in onderstaande afbeelding weergegeven (rood driehoekje), inclusief de bijbehorende (10-6) plaatsgebonden risicocontouren (zwarte cirkels). Deze contouren betreffen (van links naar rechts in de afbeelding) een 35 meter-contour rond het LPG-vulpunt, 25 meter rond de ondergrondse LPG-tank en 15 meter rond de LPG-afleverzuil. De plaatsgebonden risicocontouren zijn opgenomen op de planverbeelding. Ten noordwesten van het plangebied, aan de Hendrik ter Kuilestraat 195, ligt een LPG-tankstation met een bovengronds LPG-reservoir waarvan de plaatsgebonden risicocontour (10-6) 120 meter bedraagt. Deze contour ligt voor een klein deel binnen het plangebied. Het invloedsgebied met betrekking tot het groepsrisico is voor beide LPG-tankstations 150 meter vanaf het LPG-vulpunt en -reservoir (tank).
Het plan maakt geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk binnen deze contouren en leidt niet tot een relevante wijziging van het aantal aanwezigen in het invloedsgebied. Er zijn dan ook geen relevante consequenties van het bestemmingsplan met betrekking tot het plaatsgebonden risico en groepsrisico als gevolg van inrichtingen.
Afbeelding 4.2: Inrichtingen met risicovolle activiteiten en transport van gevaarlijke stoffen (bron: risicokaart.nl)
52
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Binnen het plangebied liggen dergelijke leidingen niet. Ten zuiden van het plangebied, langs de A35, liggen wel hogedruk aardgasleidingen (rode stippellijnen in afbeelding 4.2). Voor de leidingen zijn berekeningen in Carola uitgevoerd (rapport Carolaberekeningen Enschede van juni 2014). Uit deze berekeningen blijkt dat de leidingen ter hoogte van het plangebied geen PR 10-6 contour kennen (daarmee dus niet relevant voor dit bestemmingsplan) en dat het groepsrisico onder de 25% van de oriënterende waarde ligt. Voorliggend bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die een relevante invloed kunnen hebben op het groepsrisico van de betreffende buisleidingen.
Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor of over het water is recentelijk nieuwe wet- en regelgeving in werking getreden. De basis van deze nieuwe regelgeving wordt gevormd door het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet kent 3 vervoersmodaliteiten: Basisnet Water, Basisnet Spoor en Basisnet Weg.
Basisnet Weg Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Stadsveld - Pathmos 2019” liggen geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Ten zuiden van het plangebied (ca 300m en verder) ligt de A35. De A35 is in het Basisnet aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. De A35 kent geen 10-6 contour voor wat betreft het plaatsgebonden risico en geen invloedsgebied / plasbrand-aandachtsgebied over het plangebied. Een nadere toetsing aan het Basisnet Weg kan achterwege blijven.
Basisnet Water Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Stadsveld - Pathmos 2019” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over water. Een nadere toetsing aan het Basisnet Water kan daarmee achterwege blijven.
Basisnet Spoor Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Stadsveld - Pathmos 2019” of in de directe nabijheid daarvan is geen spoorweg aanwezig die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over het spoor. Een nadere toetsing aan het Basisnet Spoor kan daarmee achterwege blijven.
Gebruik van luchthavens De aanwezigheid van vliegvelden en grote luchthavens in de omgeving is van belang in het kader van de externe veiligheid omdat de kans op het neerstorten van vliegtuigen in de buurt van een vliegveld of luchthaven groter is dan elders. Een luchtvaartongeval is daar dus te voorzien en het is denkbaar dat daarbij (woon)bebouwing wordt getroffen. Een vliegtuig of helikopter kan overal neerstorten, de gevolgen kunnen dus in beginsel op elke plek optreden. Het risico is echter het grootst nabij een vliegveld of luchthaven, vooral bij het opstijgen en landen. Het plangebied van het bestemmingsplan “Stadsveld - Pathmos 2019” is hemelsbreed op ca. 5,5 kilometer van het (voormalige) vliegveld Twente gelegen. Dit betekent dat de kans op een luchtvaartongeluk in het plangebied (zeer) klein is.
Conclusie externe veiligheid Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
53
4.2
Water
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in een bestemmingsplan een beschrijving opgenomen van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de waterhuishouding. Hierna wordt eerst ingegaan op de belangrijkste uitgangspunten die de gemeente hanteert ten behoeve van een goede waterhuishouding. Deze gelden ook bij nieuwe ontwikkelingen. Vervolgens wordt aangegeven hoe dit concreet in het bestemmingsplan is meegenomen. Hemelwater Uitgangspunt in het beleid van zowel gemeente als waterschap is het voorkomen van wateroverlast, ook bij hevige buien. In het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) is als beleidsuitgangspunt vastgelegd dat in bestaand stedelijk gebied hemelwater zo min mogelijk wordt afgevoerd via de riolering en in het buitengebied hemelwater niet wordt afgevoerd via de riolering. Bij een toename van verhard oppervlak komt meer hemelwater versneld tot afvoer, hierop is het oppervlaktewatersysteem niet berekend. Het extra afstromend hemelwater moet op eigen terrein worden verwerkt. Indien dit aantoonbaar niet op doelmatige wijze mogelijk is, mag het hemelwater vertraagd worden afgevoerd naar een aanwezige greppel, oppervlaktewater of ander afwateringssysteem in de nabije omgeving. Hiervoor is het nodig het hemelwater tijdelijk op eigen terrein te bergen, zodat het vertraagd kan worden afgevoerd naar voorzieningen in de openbare ruimte.
De tijdelijke bergingsopgave bedraagt in het bestaand stedelijk gebied tenminste 20 millimeter, oftewel 20 liter per vierkante meter verhard oppervlak. In het buitengebied en bij uitbreiding van bebouwd oppervlak in bestaand stedelijk gebied bedraagt de tijdelijke bergingsopgave tenminste 40 millimeter, oftewel 40 liter per vierkante meter verhard oppervlak. Om een goede en doelmatige afvoer naar voorzieningen in de openbare ruimte te kunnen garanderen hanteert het waterschap Vechtstromen een maximum norm van 2,4 liter per seconde per hectare. Alleen wanneer het redelijkerwijs niet mogelijk is om op eigen terrein op doelmatige wijze hemelwater te bergen kan dit (deels) in de openbare ruimte worden gerealiseerd. Vervuiling van hemelwater dient zoveel mogelijk voorkomen te worden door geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken.
Afvalwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt. In nieuwe situaties (nieuwbouw, herontwikkeling) wordt afvalwater gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd. De gemeente zorgt er voor dat het afvalwater vanaf de perceelsgrens wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Vechtstromen. In het buitengebied is niet overal in de openbare ruimte een systeem aanwezig voor de afvoer van hemelwater. In dat geval moet op eigen terrein een individuele behandeling van afvalwater (IBA), al dan niet met een helofytenfilter, worden ingericht.
Oppervlaktewater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijft. Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Vechtstromen en de gemeente Enschede leidend. Het oppervlaktewater wordt liefst op fraaie wijze geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan, zodanig dat het water beleefd kan worden en goed te beheren is. Eventueel nieuw oppervlaktewater mag geen permanente verlaging van de grondwaterstand veroorzaken, tenzij dit oppervlaktewater mede als doel heeft grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken. De aanleghoogte van nieuw oppervlaktewater dient zodanig te zijn dat de overstromingskans vanuit oppervlaktewater beperkt wordt tot eens per 100 jaar (T=100). Bij ontwikkelingen nabij watergangen geeft het waterschap Vechtstromen een aanleghoogte advies.
Grondwater en ontwatering In de Waterwet is vastgelegd dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het grondwater op hun perceel. De ontwatering van een perceel is afhankelijk van het gebruik van de grond. Onder ontwatering wordt verstaan: het verschil tussen het peil van de weg of van de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Om ongewenste effecten van hoge grondwaterstanden te voorkomen wordt
54
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
geadviseerd de in onderstaande tabel genoemde ontwateringshoogtes aan te houden: Grondgebruik
Ontwatering (m – GHG)
Primaire wegen
0,7
Secundaire wegen en erfontsluitingswegen
0,5
Bouwwerken met kruipruimten
0,7
Bouwwerken zonder kruipruimten
0,5
Groen
0,5
De gemeente zorgt in voorkomende gevallen in de openbare ruimte voor passende en doelmatige maatregelen indien er in een gebied sprake is van structureel nadelige gevolgen door de grondwaterstand en de te treffen maatregelen niet tot de zorg van de provincie of het waterschap behoren.
Afwatering Om op perceelsniveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt gelden de volgende advieswaarden voor peilhoogtes: Het vloerpeil minimaal 0,20 m boven straatpeil (kruin van de weg t.o.v. toegang ter plaatse); Het perceel vlak of richting de weg af laten lopen; De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen.
Waterhuishouding en het bestemmingsplan “Stadsveld - Pathmos 2019” (conserverend plan) Het bestemmingsplan “Stadsveld - Pathmos 2019” is hoofdzakelijk conserverend van aard. Hiermee wordt bedoeld dat ten aanzien van dit plan overwegend de bestaande situatie is vastgelegd. Dit betekent ook dat de in dit plan geprojecteerde bestemmingen niet wezenlijk afwijken van die in het geldende bestemmingsplan. Voor mogelijke ontwikkelingen die in de toekomst kunnen worden uitgevoerd op basis van voorliggend plan, geldt het hiervoor genoemde beleid. Zoals beschreven in paragraaf 3.7 zijn er enkele concrete projecten aan de orde in het plangebied. Eén van deze projecten betreft de Stadsbeek. In het bestemmingsplan wordt deze beschermd met een specifieke dubbelbestemming "Waterstaat - Watersystemen Enschede", voorzover de exacte ligging van de beek bekend is. Ook de vijver in het Thomas Ainsworthpark (in Pathmos) krijgt deze dubbelbestemming. Bij de overige genoemde projecten en ontwikkelmogelijkheden zijn geen bijzonderheden aan de orde. Bij nieuwbouw, zoals de beoogde woningbouw aan de Van Ostadestraat (locatie voormalige muziekschool) moet voldaan worden aan de regels die in het bestemmingsplan zijn opgenomen zodat voldoende water wordt geborgen en/of in de bodem geïnfiltreerd, bij voorkeur op eigen grond. Deze regels zijn opgenomen in artikel 35.2.
Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
55
4.3
Natuur
4.3.1
Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden
In hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming wordt de aanwijzing en bescherming van de Europese 'Natura 2000' gebieden en de bijzondere nationale natuurgebieden (toekomstige Natura 2000 gebieden) geregeld. De Wet natuurbescherming bepaalt dat voor alle Natura 2000 gebieden instandhoudingsdoelstellingen en een beheerplan moeten worden vastgesteld. De instandhoudingsdoelstellingen hebben betrekking op de kwaliteit van natuurlijke habitats en de aanwezige habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor de aangewezen natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Indien dat op voorhand niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling en een plan-milieu effect rapportage (planm.e.r.) te worden uitgevoerd. Beschermde natuurgebieden en het plangebied “Stadsveld - Pathmos 2019” Het plangebied ligt grotendeels in de bebouwde kom van Enschede. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden "Buurserzand & Haaksbergerveen", "Witte Veen" en "Aamsveen" zijn op respectievelijk ruim 4,5 kilometer ten zuidwesten, ruim 5 kilometer ten zuiden en ruim 5 kilometer ten zuidoosten van het plangebied gelegen.
Gelet op de grote afstand tot Natura 2000-gebieden en het feit dat voorliggend bestemmingsplan conserverend van aard is en (netto) geen relevante nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, kan een verdere toetsing aan de Wet natuurbescherming voor wat betreft beschermde natuurgebieden achterwege blijven. 4.3.2
Wet natuurbescherming, beschermde planten- en diersoorten
In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van planten- en diersoorten geregeld. Het gaat daarbij niet om de bescherming van individuele planten of dieren maar om te voorkomen dat het voortbestaan van soorten planten of dieren in gevaar komt en dat vaste rust- en verblijfplaatsen en groeiplaatsen opzettelijk worden vernield of verstoord. Hiertoe zijn in deze wet een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het verbod op het opzettelijk doden of verontrusten van dieren of het verbod op het plukken van planten. Daarbij is het “nee, tenzij” principe het uitgangspunt, er mag geen schade worden toegebracht aan beschermde dieren of planten tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan en daarbij zorgvuldig wordt gehandeld. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor in dat gebied voorkomende vaste rust- en verblijfplaatsen en/of anderszins functioneel leefgebied van beschermde soorten. Indien noodzakelijk, dienen tijdig passende preventieve of mitigerende maatregelen te worden getroffen dan wel dient het plan te worden aangepast om overtreding van verbodsbepalingen te kunnen voorkomen en de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten te kunnen waarborgen.
Indien door maatregelen en eventueel planaanpassing negatieve gevolgen voor aanwezige beschermde soorten niet of niet volledig kunnen worden voorkomen is een ontheffing van de betreffende verbodsbepalingen noodzakelijk en dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze redelijkerwijs ook verleend zal kunnen worden.
Beschermde soorten en het plangebied “Stadsveld - Pathmos 2019” Algemene verwachting b eschermde soorten in het plangebied Het plangebied ligt in het stedelijk gebied van Enschede, met aan de zuidwestelijke rand, langs de Usselerrondweg, een overgangszone naar het buitengebied. Over het algemeen is er geen sprake van specifieke soortenrijkdom. Grote oude parken ontbreken, alsook ecologisch interessante waterpartijen. In de oude huizen en in de groene lijnstructuren komen naar alle waarschijnlijkheid wel vleermuissoorten als gewone dwergvleermuis en laatvlieger voor. Bedrijventerrein Josink Es en de zuidwestelijke rand bieden wel mogelijkheden voor de aanwezigheid van meer bijzondere en/of beschermde soorten. Ten westen van het plangebied is een open akkercomplex aanwezig (Usseleres), waar jaarrond beschermde roofvogels als steenuil, torenvalk, buizerd en kerkuil
56
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
worden waargenomen. Vleermuizen gebruiken de bomen in de groene lijnstructuren in het plangebied, met name langs de Usselerrondweg en in de Josink Es om zich oriënteren. Vogels en kleine grondgebonden zoogdieren gebruiken deze structuren om in te schuilen, te nestelen of als voedselbron. Ook voor deze dieren geldt dat ze de groene lijnstructuren kunnen gebruiken om van het stedelijke gebied naar het buitengebied van Enschede te migreren. Beschermde soorten in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen Het bestemmingsplan “Stadsveld - Pathmos 2019” is overwegend conserverend van aard. Zoals beschreven in paragraaf 3.7 zijn er enkele concrete projecten aan de orde in het plangebied. Voordat een vergunning kan worden verleend zal worden bekeken of beschermde soorten effecten kunnen ondervinden. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als gebouwen worden gesloopt en/of beplanting wordt gerooid. Slopen en rooien kan onafhankelijk van het bestemmingsplan, tenzij het bestemmingsplan dit expliciet verbiedt in bepaalde gevallen (bijv. vanuit cultuurhistorie). Zoals aangegeven zal de voormalige school aan de Wethouder Nijhuisstraat 70-70A/Paulus Moreelsestraat 19 gesloopt worden. Er is een vleermuisonderzoek gaande. Dit moet afgerond zijn voordat er gesloopt kan worden. Aan de Thomas de Keyserstraat worden drie appartementengebouwen gesloopt.
Ook hier moet voorafgaand aan de sloop bekeken worden of er mogelijk effecten op beschermde soorten kunnen optreden. Zo ja, dan is er flora- en fauna-onderzoek nodig voordat de sloop uitgevoerd kan worden. Dit zelfde geldt voor andere ruimtelijke ontwikkelingen (vooral bij sloop en rooien van bomen), ook als deze binnen het bestemmingsplan passen. Conclusie De Wet natuurbescherming vormt op voorhand, voor wat betreft de bescherming van planten- en diersoorten, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Een verdere toetsing aan de Wet natuurbescherming kan in het ader van dit bestemmingsplan achterwege blijven. 4.3.3
Natuurnetwerk Nederland
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De aanwijzing van gebieden als onderdeel van het NNN vindt plaats bij provinciale verordening en dient te worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen zoals structuurvisies en bestemmingsplannen. Het NNN kent geen externe werking, tenzij dit bij provinciale verordening als zodanig is bepaald. Het plangebied overlapt niet met het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die onderdeel uitmaken van het NNN liggen op een kleine kilometer ten noordwesten van het plangebied. Een verdere toetsing aan het NNN kan daarom achterwege blijven. 4.3.4
Conclusie
Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat de beschermde gebieden volgens de Wet natuurbescherming en het NNN en de beschermde plant- en diersoorten geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
57
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planopzet
Algemeen
Type bestemmingsplan De Wro en het Bro maken het mogelijk een bestemmingsplan op verschillende manieren vorm te geven. Grofweg kan gekozen worden uit de volgende planvormen: a.
een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan. Een dergelijk plan legt het beoogde gebruik van gronden en opstallen en de bebouwingsmogelijkheden van de in het plan opgenomen gronden gedetailleerd vast. De methodiek wordt wel ingezet om bestaande situaties te conserveren, maar wordt ook gebruikt om beoogde nieuwe ontwikkelingen nauwgezet te sturen; een globaal bestemmingsplan dat nader moet worden uitgewerkt. In een dergelijk bestemmingsplan worden een of meerdere bestemmingen opgenomen, die later moeten worden uitgewerkt. Wordt veelal toegepast in gevallen waar de ontwikkeling van een gebied op hoofdlijnen bekend is, maar waar de concrete invulling nog moet volgen; Een globaal eindplan. In deze planvorm wordt het ruimtelijk en functioneel streefbeeld in globale zin vastgelegd; Een mix van bovenstaande planvormen afhankelijk van de specifieke problemen.
b.
c. d.
Naast dit onderscheid, dat is gebaseerd op de techniek van bestemmen, wordt verschil gemaakt tussen ontwikkelingsgerichte en beheergerichte bestemmingsplannen. Bij de keuze voor een bepaalde systematiek van bestemmingsregeling speelt een rol wat met het plan wordt beoogd: beheren of ontwikkelen. Daarnaast speelt een rol of er in een gebied sprake is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In het bestemmingsplan "Stadsveld - Pathmos 2019" is gekozen voor het onder a. genoemde "traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan" dat nagenoeg geheel de bestaande ruimtelijke en planologische situatie vastlegt.
Wijze van bestemmen Het uitgangspunt van een bestemmingsplan is om een passende bestemming toe te kennen aan de gronden in het plangebied. De bestemming bepaalt welke gebruiksdoelen of functies op grond van een goede ruimtelijke ordening zijn toegestaan. Bij de keuze voor een bepaalde bestemming is de (gewenste) hoofdfunctie doorslaggevend. Als het ruimtelijk relevant is of als een bepaalde functie de omgeving beïnvloedt of daar eisen aan stelt, wordt gekozen voor een specifieke bestemming met eigen regels bouwen en gebruik. Het is mogelijk om binnen de hoofdgroepen bestemmingen specifieker te maken door bijvoorbeeld ondergeschikte functies in de bestemmingsomschrijving op te nemen. Voor bijzondere ondergeschikte functies, die niet onder de algemene bestemmingsomschrijving vallen en niet conflicteren met de bestemming, wordt gekozen voor een afzonderlijke functieaanduiding. In de paragraaf 5.3 wordt nader inhoudelijk ingegaan op de wijze van bestemmen waarvoor in het bestemmingsplan "Stadsveld - Pathmos 2019" is gekozen.