Plantoelichting BP Stadsveld - Pathmos 2019
Tekst van het document
De school, de kerk en de winkelplint met appartementen aan Thomas de Keyserstraat vallen extra op door hun verschijning. De school en de kerk zijn als 'karakteristiek' aangemerkt (zie beschrijvingen van objecten K5 en K24). De gebouwen aan de oostkant van de Rembrandtlaan zijn uitgevoerd in 'shake-hands' architectuur, de overige in 'het Nieuwe Bouwen'. Deze heeft van oorsprong een sterke verwantschap met de bebouwing aan 22
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
de Thomas de Keijserstraat (zelfde architect). Dat is bijvoorbeeld zichtbaar in het geel bakstenen metselwerk onder de vensters. Voor het grootste deel zijn deze bakstenen accenten nu verstopt achter beplating. De Thomas de Keyserstraat is niet meegenomen in de begrenzing van de cultuurhistorische structuur. Deze bestond eerder uit een groter ensemble van middelhoogbouw, maar deze zijn later vervangen door nieuwbouw. Voor de het merendeel van de overgebleven bebouwing zijn vergevorderde plannen voor sloop-nieuwbouw, met uitzondering van het gebouw met de winkelplint.
S4. Complex 'Zweeringshof' Dit complex, gelegen tussen Oogstplein, J.H.W. Robersstraat, Sikkelstraat en Zweringweg, bestaat uit 3 volumes die geschakeld worden door transparante trappenhuizen. Zo ontstaat een U-vorm waarbinnen een eenvoudig plantsoen ligt. Stedenbouwkundig markeert het gebouw een plek van voorzieningen binnen de wijk, het tegenover gelegen Oogstplein. De beeldbepalende, stedenbouwkundige ligging, de ruime opzet met groen plantsoen en de architectonische rijkdom en variatie binnen één complex en detaillering geven het complex een hoge waarde binnen de wijk. Het vormt bovendien een zorgvuldige stedenbouwkundige wand aan het plein waarbij juist het groen een belangrijke overgang vormt naar het van oorsprong stenige plein. Vanwege de beeldbepalende waarde is het pand ook aangemerkt als 'karakteristiek' (zie beschrijving object K17).
S5. Winkelcentrum (tussen Jan van Goyenstraat, Nicolaas Maesstraat, Weth. Nijhuisstraat en Zweringweg) Dit winkelcentrum, met twee woonlagen boven een plint met winkels aan drie zijden, is gebouwd in 1956 (architect W. de Bruijn Utrecht). Het is een carrévormig gebouw onder plat dak met centrale binnenplaats met bergingen/garages. Op de hoeken heeft het inspringende gevels. Aan de noordkant twee toegangen naar de binnenplaats. Het oorspronkelijke metselwerk is aanwezig met gevelpanelen met daarin een raampartij en donkere borstweringen. Boven de winkels een licht uitspringende omlopende rand die de overgang van winkels naar woningen arceert. In de huidige situatie is het metselwerk geschilderd. Daarmee is de verhouding donker-licht in de gevel omgekeerd. Verder is er een brede luifel aangebracht boven de winkels. Zoals gebruikelijk in een naoorlogse wijk is deze voorziening gepositioneerd aan de hoofdontsluiting van Stadsveld. Rondom het gebouw waren verbrede stoepen en aan de oostzijde een pleinachtige ruimte die gekoppeld was aan de Wethouder Nijhuisstraat. Deze centrale, hiërarchische positie van het winkelcentrum binnen de wijk is gewijzigd doordat er in de directe nabijheid volumineuze gebouwen zijn gezet en doordat de Wethouder Nijhuisstraat hier van belangrijke verkeersader tot parkeerplaats is geworden.
Toch blijft het gebouw vooral door zijn vorm herkenbaar als een centraal voorzieningencluster in een wederopbouwwijk en enig in zijn vorm in Enschede. De stedenbouwkundige waarde met de nog aanwezige verbrede stoep aan 3 zijden, maar ook de unieke vorm en de nog herkenbare architectuur, maken het complex van belang voor leesbaarheid en de opzet van de wijk.
S6. Zweringweg De Zweringweg vormt en vormde een oude route vanuit het centrum naar het oorspronkelijke open landschap van de enk bij aanleg van de wijk Stadsveld. Langs het winkelcentrum van de wijk. Een belangrijke oost west verbinding haaks op de hoofdontsluiting van de wijk. Het gewicht wat toegekend werd hieraan is hier aangezet met middelhoogbouw die niet parallel staat aan de weg maar die onder een hoek is geplaatst.Voor de grondgebonden woningen aan de overzijde geldt dit ook. Hierdoor zijn overhoeken voor groen ontstaan die zijn aangezet met bomen. De structuur wordt aan de westzijde 'opgevangen' door het complex aan de Ferdinand Bolstraat (S7) die vrij op een ruim groen kavel is gepositioneerd. Waardoor een zelfde overgang naar het landschap wordt gemaakt als bij de woningen aan de Paulus Potterstraat (S10).
S7. Ferdinand Bolstraat 20-82
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
23
Dit complex uit 1958 bestaat uit 32 maisonnettes (architectenbureau Joh. Sluijmer; i.o.v. Ons huis). Het zorgvuldige architectonische ontwerp, het levendige gevelbeeld, de landschappelijke inpassing en de stedenbouwkundige ligging aan de toenmalige groene rand van de wijk en aan einde hoofdstructuur bepalen de waarde van het complex. De naoorlogse principes van licht, lucht en ruimte komen goed naar voren in dit complex. Het pand is tevens aangemerkt als 'karakteristiek' (zie beschrijving object K11). De gebouwen staan in een flauwe bocht van de Ferdinand Bolstraat. Eén staat min of meer parallel aan de weg, de ander staat daar haaks op. Het complex heeft een prominente stedenbouwkundige liggen. Het is ruim ingepast in het stedenbouwkundige plan, op de overgang naar het toen meer agrarische gebied, en aan het einde van de hoofdstructuur Zweringweg. In de oksel van de gebouwen, aan de voorzijde, een zorgvuldig aangelegde groenvoorziening. Ook de achterkant kent een ruime, groene opzet.
S8. Jacob van Ruysdaalstraat 16-86 Deze structuur is onderdeel van de oorspronkelijke wijkopzet van Stadsveld volgens de leidende principes van de wederopbouw. De wijk kende aan de westzijde niet alleen doorgaande routes die de verbinding maakte met het open landschap van de es maar ook is er meerdere malen gekozen voor open parkstroken in de wijk die een directe relatie hadden met het aangrenzende open es-landschap. Deze gebieden werden veelal voorzien van scholen of gebouwen met een buurtfunctie en soms 'aangezet' met middelhoogbouw. Daarvan is ook hier sprake. De 2 flats aan de Jacob van Ruysdaalstraat markeren hier zo'n groene ruimte. De school die oorspronkelijk ook in deze groene parkstrook stond heeft plaatsgemaakt voor rijwoningen aan de Carel Fabritiusstraat waardoor het groen nu minder ver de wijk inloopt.
S9. Ensemble Korenstraat 2-72 en aangrenzende rijwoningen (Warmoesstraat, Remorsstraat, Hennepstraat en Tuinbouwstraat) In 1953 gebouwd complex van rijwoningen en middelhoogbouw (twee portiekflats). De architect (H. & A.H. Klomp Utrecht; i.o.v. Woningbouwvereniging 'Vooruit') is bekend van diverse complexen in Enschede. De middelhoogbouw (twee portiekflats) is gesitueerd aan 1 van de hoofdroutes van de wijk, die dwars vanaf de hoofdontsluiting het landschap in loopt. Het vormt een ensemble met de laagbouw die haaks op de middelhoogbouw ligt. Als onderdeel van de oorspronkelijke wijkopzet van Stadsveld is gekozen voor middelhoogbouw op de "rand" van de wijk, volgens de leidende principes van de wederopbouw. De twee flatgebouwen vormen samen met de achterliggende laagbouwwoningen een samenhangende structuur/stedenbouwkundige stempel. Op niveau van de wijk is met name de middelhoogbouw belangrijk als overgang naar het landschap (zuidelijk gelegen waarbinnen het complex met 2-laagse beneden-bovenwoningen is gesitueerd; S11). Daarnaast begeleidt de bebouwing een route naar het oude open enklandschap waar later een nieuwe wijk is gebouwd. Deze verbinding is consequent op 5 plekken in de wijk gemaakt en behoort tot de stedenbouwkundige hoofdopzet.
In vormgeving, materialisatie en opzet is het geheel behoorlijk gaaf en één van de weinige gave stempels van Stadsveld, in een traditioneel uiterlijk. De objecten zijn dan ook tevens als 'karakteristiek' aangeduid (zie beschrijving object K15).
S10. Ensemble drie flats Paulus Potterstraat 28-134 Ook in deze structuur is er, als onderdeel van de oorspronkelijke wijkopzet van Stadsveld volgens de leidende principes van de wederopbouw, gekozen voor middelhoogbouw op de “rand” van de wijk. De 3 flatgebouwen vormen samen met de achterliggende laagbouwwoningen een samenhangende structuur of stedenbouwkundige stempel. Ook hiervoor geldt dat op niveau van de wijk deze middelhoogbouw met name belangrijk is als overgang naar het landschap (zuidelijk gelegen, waarbinnen het complex met 2-laagse beneden-bovenwoningen is gesitueerd S11). Daarnaast begeleidt de bebouwing, net als structuur S9, een route naar het oude open enklandschap waar later nieuwe woningen zijn gebouwd. Zoals hiervoor aangegeven (bij S9) is deze verbinding consequent op 5 plekken in de wijk gemaakt en behoort tot de stedebouwkundige hoofdopzet.
24
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
S11. Complex b ovenb enedenwoningen inclusief groene omgeving (Paulus Potterstraat, Frans Halsstraat, Adriaen van Ostadestraat, Dr. Van der Zandestraat, SL Louwesstraat, Korenstraat) Dit is een complex van galerijwoningen (1954; architect W. de Bruijn, Utrecht) van twee lagen met afzonderlijke, mee-ontworpen bergingen, liggen binnen een royaal plantsoen op ruime afstand van de Haaksbergerstraat. De woningen zijn daarvan gescheiden door speelweiden en plantsoen. Stedenbouwkundig vormen ze de begrenzing van de wijk, in een landschappelijke overgang. De S.L. Louwesstraat loopt min of meer dwars door de rijen woningen heen naar de achterliggende wijk. Het open karakter is enigszins gewijzigd door schuttingen en andere bebouwing die in de achtertuintjes is ontstaan en die de ruimtelijke beleving beïnvloeden. De woningen zijn uitgevoerd in gele baksteen onder zadeldak met rode of gesmoorde pannen en prominente schoorsteen. Aan de straatzijde en aan voetpaden is een galerij met opgangen aan de uiteinden. Het decoratieve, ijzeren hekwerk van de galerij is origineel en draagt bij aan het 'luchtige' karakter van het complex. De keuken is aan de straatzijde, de woonkamer is aan de achterzijde en kijkt uit op tuinen (bij de benedenwoningen) en plantsoenen en speelweiden.
Aan de kopse kanten van de rijen woningen bevinden zich op de begane grond in het verlengde of haaks daarop rijtjes bergingen onder zadeldak. De woningen vormen door de unieke stedenbouwkundige opzet een subtiele, maar dudielijke overgang naar het landschap/begrenzing van de wijk. De opzet met het vele (openbare)groen met diverse doorkijkjes oogt ruim in zijn opzet. Samen met de middelhoogbouw aan de Korenstraat en Paulus Potterstraat, die de wijk begrenzen, ontstaat een ruimtelijke samenhang. Door de open opzet en wisselende rooilijnen overal het groen zichtbaar en aanwezig. De woningen en mee-ontworpen bijgebouwen zijn ook aangewezen als 'karakteristiek' (zie beschrijving object K18). Aanduiding 'karakteristiek': waardevolle (solitaire) panden/objecten De eerdere genoemde monumenten en de bebouwing binnen Pathmos worden respectievelijk beschermd tegen sloop op basis van de monumentenstatus en de dubbelbestemming 'Waarde-Cultuurhistorie'. Op basis van de inventarisatie is gebleken dat aanvullend daarop nog veel beschermwaardige panden verspreid in het gebied liggen. Deze krijgen allen de aanduiding 'karakteristiek'. Een aantal van deze panden ligt binnen de gebiedsaanduiding 'cultuurhistorische structuur'.
Deze zijn dus niet alleen 'structuurbepalend', maar ook 'beeldbepalend' en zijn daarmee strenger beschermd dan panden zónder aanduiding 'karakteristiek' binnen de gebiedsaanduiding 'cultuurhistorische structuur'. In afbeelding 3.3 zijn de karakteristieke panden in rood aangegeven. Een grotere kaart is opgenomen in bijlage 2. In het navolgende is aangeven welke objecten de aanduiding 'karakteristiek' hebben gekregen. De nummers corresponderen met de nummers die zijn aangeven op de kaart in bijlage 2.
Bestaande karakteristieke objecten De objecten die de aanduiding 'karakteristiek' al hadden in bestemmingsplan "Cultuurhistorie" zijn nu weer opgenomen. Dit betreft slechts enkele panden aan de Haaksbergerstraat: KB1: Haaksbergerstraat 468, kerk ('Philadelphia'), bouwjaar 1920 KB2: Haaksbergerstraat 502 en 504, twee-onder-één-kap woningen, bouwjaar 1940 KB3: Haaksbergerstraat 512, vrijstaande woning, bouwjaar 1929 Eén pand (Tweede Emmastraat 60) was eerder aangewezen als 'karakteristiek', maar is tevens een monument. Daarom is de aanduiding 'karakteristiek' vervallen voor dit pand.
Nieuw aangewezen karakteristieke objecten K1. Achterhofweg 35 Onderdeel van het boerderijensemble aan de rand van een vroeg ontginningsgebied (krans es).Het betreft een ensemble van boerderij en grote schuur. De huidige gevels van de traditionele boerderij met renaissance elementen (3- beukig hallenhuis) hebben het uiterlijk van een boerderij rond 1920, bedrijfsgedeelte is naar de straat gekeerd. Gezien de positie op het erf en de situatie in 1832 bestaat het vermoeden dat de binnenkant aanmerkelijk ouder is. In 1832 was de erfnaam Egberink No 2. In 1972 is de oostelijk zijgevel uitgebouwd en
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
25
is het dak daar iets verhoogd. De schuur betreft een grotendeels zwartgeschilderde houten schuur met hoog zadeldak met rode dakpannen en rechte topgevels met overstek. Dergelijke schuren worden steeds zeldzamer binnen de gemeente Enschede.
K2. B.W. ter Kuilestraat 253-271 Rijtje van 5 twee-onder-een-kappers met erker onder schilddak in traditionalistische stijl met kenmerken van Engelse landhuisstijl. De buitenste paren hebben een naar voren komende uitbouw onder een zadeldak. Architect is Wiersma-Hoekstra, bouwjaar 1939. De woningen vertonen overeenkomsten met de woningen aan de B.W. ter Kuilestraat 177-209. Mogelijk zijn ze hierop geïnspireerd. Alle woningen hebben een voortuin en hebben door hun bijzondere verschijning een prominente ligging, versterkt doordat de hoekhuizen als accenten zijn opgezet en door de ligging tegenover een plantsoen.
K3. B.W. Kuilestraat 175, 177-207 en Zweringweg 104-144 Het complex bestaat uit een voormalig verenigingsgebouw en woonhuizen. Het verenigingsgebouw is gebouwd in 1937 voor de Hervormde kerk van buurtschap Usselo. Architect is Van de Lijke & Mink iov dhr. Lasonder. Het traditionalistisch gebouw heeft kenmerken van de Engelse landhuisstijl, met zadeldak, net als de haaks geplaatste zij-ingang. De woonhuizen (zelfde architect) aan de B.W. ter Kuilestraat bestaan uit twee rijtjes van vier afgewisseld met twee-onder-éénkappers onder schilddak met erker. De huizen hebben laag doorlopende zijdakvlakken en/of zij-uitbouwen op de verdieping vergelijkbaar met de zuidwestelijke entree van het voormalige verenigingsgebouw. De ramen zijn opvallend in de gevel geplaatst, dicht onder de goot. Bij de rijtjes van vier is er een centrale gang naar het achterterrein. Een deel van de woningen aan de B.W. ter Kuilestraat heeft een rond raam boven de deur vergelijkbaar met het ronde raam in de oostgevel van het voormalige verenigingsgebouw. Voormalig verenigingsgebouw en de woonhuizen vormen een karakteristiek ensemble op een prominente locatie op de kruising van twee hoofdwegen. De stedenbouwkundige waarde is hoog. Weliswaar kent het verenigingsgebouw latere toevoegingen, maar toch is er sprake van een gaaf en herkenbaar ensemble, van hoge architectonische waarde. K4. B.W.
ter Kuilestraat 184 Vermoedelijk vroeg naoorlogs gerealiseerd electriciteitshuisje. Ondanks het relatief simpele metselwerk, met een plint in een donkere steen, valt het gebouw op door het prominente tentdak, met rode pannen, en gootklossen. Dergelijke gebouwtjes weerspiegelen vaak de bouwstijl van de tijd waarin ze ontstonden. Stedenbouwkundig is het markant gelegen op de hoek van 2 kruisende straten (BW ter Kuilestraat en de Zweringweg). Beide straten zijn van oorsprong oude dreven en die kruispunt vormde het middelpunt van de vroeg naoorlogse uitbreiding wat de positie van dit electriciteitshuisje verklaart.
K5. Bruggertstraat 60 Deze school bestaat uit twee geschakelde hoofdvolumes parallel aan de Bruggertstraat. Het ontwerp uit 1962 is van architecten A. Komter en L. van Schelt. In het verbindingsstuk tussen de volumes is de terugliggende hoofdingang geplaatst, met een trap ervoor als accent, gelegen aan een omsloten tuin. Op de westgevel bevindt zich een plastiek, typisch voor de naoorlogse scholenbouw. De zuidgevel heeft een markant uitspringend geveldeel op de eerste verdieping. De gevels, ook van de latere gymzaal, zijn transparante met repeterende invullingen. De ligging van de school op een ruim en door groen omgeven perceel versterkt de stedenbouwkundige/ landschappelijke waarde.
K6. Bruggertstraat 350 Deze voormalige boerderij is onderdeel van het boerderijensemble aan de rand van een vroeg ontginningsgebied (krans es). Bouwjaar van het huidige gebouw is 1927. het erf stamt uit de 18e eeuw. In 1832 eigenaar Jan Afink. Erfnaam Afink No 1, ook 'De Gijns'. De huidige functie is kantoor.
26
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
De voormalige boerderij is gebouwd op de plek van de oude boerderij Het Afink (nr 1). Deze nieuwe boerderij had in het bedrijfsgedeelte een doorrijmogelijkheid doordat in beide zijgevels een toegangsdeur was aangebracht. Het vee dat in een traditionele boerderij aan weerskanten van de deel staat, stond in deze boerderij achterin het bedrijfsgedeelte tegen de achtergevel. Aan de buitenkant tegen de achtergevel bevond zich een overkapte mestopslag die nu is dichtgezet. Aan de voorzijde van het bedrijfsgedeelte was de paardenstal, de wasruimte en de hooiopslag. Het bedrijfsgedeelte heeft een zadeldak. Het voorhuis heeft een erker met gemetseld balkon en verdieping onder schilddak met drie dakkapellen. Het heeft een boogvormige entree met terugliggende voordeur. Er zijn geen bijzondere bijgebouwen. K7. Bruggertstraat 443 (voormalige schuur) en 445 (voormalige boerderij) Dit complex is onderdeel van het boerderijensemble aan de rand van een vroeg ontginningsgebied (krans es). Ensemblewaarde van boerderij en schuur met de omringende bomen. In 1832 is Abraham Eulderink eigenaar en de erfnaam is Bertelink No 3, ook wel 'De Oabrams'. In 1832 zijn op het perceel twee gebouwen aanwezig met dezelfde ligging en oriëntatie ten opzichte van elkaar als in de huidige situatie. Daarom is de verwachting dat de kern van beide gebouwen uit die tijd of daarvoor stamt.
In de voormalige schuur boerderij leken de telmerken daar ook op te wijzen. De uitvoering van de schil van de huidige gebouwen wijst op een bouwjaar van rond 1920. De aanbouw aan de zuidwest kant van de boerderij is van latere datum maar voor 1997. De voor- en achtergevel van de schuur zijn bij de restauratie afgebroken en met dezelfde stenen weer opgebouwd in dezelfde stijl. Overige bijgebouwen niet bijzonder.
K8. Dennenweg 219 Karakteristiek interbellum pand, onder een verspringend schilddak. Opvallend zijn de ronde vormen in de gevel. De smalle voorgevel heeft een halfronde erker. Het gemetselde balkon is halfrond met gemetselde balusters. Door zijn specifieke en zorgvuldige vormgeving springt dit pand eruit in de straat. K9. Dr. Lovinkstraat 20-42/21-43, Ploegstraat 2-26/21-35, B.W. ter Kuilestraat 273-321 Klein buurtje met arbeiderswoningen gebouwd in 1938 in opdracht van woningbouwvereniging 'Ons Huis'. Architect is Joh. Sluijmer uit Enschede, hij heeft naast kerken in Nederland veel woningen in Enschede ontworpen. Het complex heeft principes van een tuindorp. De huizen onder zadeldak zijn gebouwd in rijtjes van 4 (een enkele keer van 3) met voortuin en met in het midden een gang naar het achterterrein. Hier en daar verspringt de voorgevelrooilijn. Hoeken zijn groen. De entrees hebben veel aandacht gekregen. De voordeuren liggen iets teruggeplaatst twee aan twee onder een gezamenlijke gemetselde toog. In de bouwblokkenvan 4 woningen zijn in het midden gangen naar de achtertuinen opgenomen. Ook hier markeert een toog de gangen. Deze elementen typeren ontwerpen van Sluijmer. De ramen van de verdieping zijn opvallend direct onder de goot aangebracht.
De stedenbouwkundige samenhang en de zorgvuldige architectuur, zichtbaar in ambachtelijk materiaalgebruik en architectonische details, ontworpen door een lokaal bekende architect, geven het complex zijn waarde. K10. Elferinkshoekweg 50 De boerderij is onderdeel van een ensemble van meerdere boerderijen aan de rand van de Usseleresch (krans es). Door uitbreiding van de stad zijn de boerenerven omsloten door stedelijk gebied. Maar ze zijn door hun erf en bebouwing nog steeds herkenbaar en waardevol. In 1832 staan op dit perceel 2 gebouwen op dezelfde plek en met dezelfde oriëntatie. Vermoedelijk bevat de huidige boerderij nog een oud gebintwerk uit de 19 e eeuw. De huidige verschijning is jonger. Het beeld van een traditioneel hallenhuis met neo renaissance versiering in de gevels stamt uit begin 20 ste eeuw. Waarschijnlijk betrof het eerst een boerderij met vakwerk en leemwanden die begin 20 ste eeuw versteend werd. De waardering als ouder erf, uit de agrarische periode, met nog een herkenbare boerderij op het erf, is belangrijk voor de waardering. Er zijn geen waardevolle bijgebouwen.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
27
K11. Ferdinand Bolstraat 20-82 Dit complex uit 1958 bestaat uit 32 maisonnettes (architectenbureau Joh. Sluijmer; i.o.v. Ons huis). Het zorgvuldige architectonische ontwerp, het levendige gevelbeeld, de landschappelijke inpassing en de stedenbouwkundige ligging aan de toenmalige groene rand van de wijk en aan het einde van een hoofdstructuur bepalen de waarde van het complex. De naoorlogse principes van licht, lucht en ruimte komen goed naar voren in dit complex. Vanwege de zorgvuldige inpassing en ligging is het pand inclusief buitenruimte tevens aangemerkt als 'stedenbouwkundige structuur' (zie beschrijving structuur S7). In het ontwerp wordt de zijde die naar de straatkant is gekeerd 'achtergevel' genoemd. De gebouwen hebben een rechthoekige plattegrond onder licht hellend zadeldak met overstek. Op de kopse kanten een iets lagere uitbouw onder (afwijkend) lessenaarsdak met ruim overstek. Daarin bevindt zich het trappenhuis naar de maisonnettes op de kopse kant op de begane grond en de bovenste maisonnettes. De overige maisonnettes op de begane grond zijn te bereiken via twee trappartijen vanaf maaiveld. Onder de onderste maissonnettes bevinden zich de bergingen. Alle maisonnettes hebben op de verdieping een geschakeld balkon met stalen balustrade. Deze balkons worden samen met de galerij gedragen door E-vormige stalen constructies.
Door het vooruitspringen van de balkons ten opzichte van galerij en de opvallende betonnen staanders die deze 2 verschillende elementen verbinden, ontstaat een expressief gevelbeeld. Naast de voordeuren bevindt zich metselornamentiek doordat een aantal stenen is weggelaten.
K12. Hennepstraat 2-2A, Wicher Nijkampstraat 121-123 Gebouwd in 1952 als winkel-woonhuis met pakhuis voor een levensmiddelenbedrijf. Architect is J.G. Klein Breteler, die meer ontwerpen in Enschede op zijn naam heeft staan, zoals een woonwinkelpand in de binnenstad en een kantoor met bedrijfsruimte op Getfert. De winkel is later een cafetaria geweest en is nu woonhuis. De architectuur van het pand is traditioneel, zichtbaar in het materiaal, het zadeldak, de overstekken met klossen en elementen als erkers met een 'dakje'. Samen met de sterke omkadering van de gevelelementen onstaan zo herkenbare en opvallende gevels, die de stedenbouwkundige waarde versterken. Wel is de voorgevel van het pand gewijzigd door het toevoegen van dakkapellen en het wijzigen van invullingen van de gevelopeningen. De zijgevel is gewijzigd door een andere raaminvulling. De lagere aanbouw heeft niet meer het karakter van een opslagruimte. Stedenbouwkundig valt het pand sterk op, door de positie op de hoek, de wijze waarop de verschillende bouwvolumes de hoek vormgeven en de als introductie naar de buurt erachter. Ondanks de wijzigingen is het nog herkenbaar dat het pand een afwijkende functie had.
K13. Jan Vermeerstraat 10 Dit trapezium vormige gebouw uit 1976 is gebouwd voor 24 meergezinshuizen, in 3 lagen. Oorspronkelijk was dit terrein bedoeld voor bijzondere bebouwing, zoals de kerk die van oorsprong naast dit gebouw stond, maar hier bleek uiteindelijk geen behoefte aan te zijn. Vandaar dat op deze locatie in de jaren '70 alsnog woningen werden gebouwd. Het complex koopwoningen is ontworpen door de Hengelose architect H. Groothuis. Het complex valt door de bijzondere vormgeving op. De entree zit aan de kopgevel, de woningen worden ontsloten via een binnenstraatje over 3 lagen met lichtkoepels. Volgens de bouwaanvraag waren de kozijnen en boeien zwart en balkons wit. Het complex kent 2 voorgevels. De balkons bepalen sterk het gevelbeeld in horizontale belijning. Als verticale tegenhanger lopen de schoorstenen als zware gemetselde schijven door tussen de woningen in het gevelbeeld, afgewisseld met dunnere schijven. De balkons lopen aan de zijkant van het gebouw door in metselwerk met daarin decoratieve halfronde uitsparingen. De woningen op de begane grond hebben een tuin, de bovenste 2 lagen bestaan uit maisonnettes. De karakteristieke hoofdvorm, waarbij het gebouw smaller wordt in de hoogte, de karakteristieke, zorgvuldige architectuur en de ruime inpassing maken het complex een blikvanger in de straat.
De ruime inpassing op het perceel past binnen de vroeg naoorlogse principes van de wijk, waardoor het zich in de wijk voegt.
28
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
K14. Josink Hofweg 9 Boerderij 'Het Slat', oorspronkelijk wönner bij boerderij Het Josink. Traditioneel hallenhuis onder laag doorlopend zadeldak met rode pannen. In de gevel Neo renaissance versiering in de vorm van witte aanzeten sluitstenen. Het bedrijfsgedeelte is naar de openbare weg gekeerd. Deze boerderij is in ieder geval gebouwd na 1832, vermoedelijk rond 1900. Mogelijk is een deel van de boerderij gebouwd met hergebruik van materiaal van een oudere boerderij. De boerderij is het enige restant van een groep boerderijen op deze locatie uit de periode van vroege ontginning ten westen van Enschede.
K15. Ensemble Korenstraat 2-72 en aangrenzende rijwoningen (Warmoesstraat, Remorsstraat, Hennepstraat en Tuinbouwstraat) In 1953 gebouwd complex van rijwoningen en middelhoogbouw (twee portiekflats). De architect (H. & A.H. Klomp Utrecht; i.o.v. Woningbouwvereniging 'Vooruit') is bekend van diverse complexen in Enschede. De middelhoogbouw (twee portiekflats) is gesitueerd aan één van de hoofdroutes van de wijk, die dwars vanaf de hoofdontsluiting het landschap in loopt. Van belang is de ensemblewaarde met de haaks op de portiekflats liggende laagbouw. Vanwege het belang van het ensemble als geheel zijn de panden inclusief buitenruimte ook aangewezen als 'stedenbouwkundige structuur' (zie beschrijving structuur S9). De twee portiekflats hebben drie woonlagen, een licht hellend zadeldak met een ruime overstek en een souterrain met bergingen. Aan de straatkant heeft iedere woning een min of meer half rond balkon met een verzinkte balustrade. De gevelopening ligt daar terug, heeft een gemetselde profielrand en is getoogd. De trappenhuizen hebben een langwerpige aan de boven- en onderzijde getoogde raampartij met oorspronkelijke roedenverdeling. Ook de gevelopening voor de toegangsdeur is getoogd. Beide worden door prominent metselwerk omrand. De gevels aan de kopse kanten hebben grote muurankers en schouders met daaronder een forse gemetselde uitkraging.
Aan de achterzijde heeft iedere woning een balkon en de onderste woningen hebben een trap naar de tuin. De traditionele architectuur met metselwerk ornamentiek en trappenhuizen als accenten versterken de stedenbouwkundige waarde van de gebouwen. De laagbouw bestaat uit 2 typen bebouwing. Van het B type zijn er 69 gebouwd en van het minder diepe maar bredere type C zijn er 22 gerealiseerd. De woningen zijn in de architectuur overwegend gelijk. De meer klassieke opzet uit zich vooral bij de voordeuren, het metselwerk en de details in bijvoorbeeld de raamverdeling en de toepassing van klossen onder de dakgoot. Beide typen kennen een eigen oplossing bij de voordeur waarbij met granieten pilasters de toegang tot de woning is aangezet. De woningen zijn opgetrokken in metselwerk en voorzien van schuine daken met dakpannen. Woningtype C komt met name voor als 2 onder 1 kap woning maar is ook als 3- en 4- onder 1 kap gebouwd. Type B komt met name voor als rijwoning (6 onder 1 kap). Type C kent vaak een sterk terugliggende rooilijn waardoor interessante stedenbouwkundige ruimtes ontstaan rondom kruisingen van wegen. In vormgeving, materialisatie en opzet is het geheel behoorlijk gaaf, heeft een sterke ensemblewaarde en is het één van de weinige gave stempels van Stadsveld, in een traditioneel uiterlijk. K16. Meindert Hob b emastraat 37 Gebouwd in 1957 in shake-hands architectuur.
Voormalige Titus Brandsmaschool, enig overgebleven van twee identieke gebouwen met bijbehorend groen. De andere school was de Kardinaal de Jongschool. Het gebouw heeft een rechthoekige plattegrond en twee bouwlagen onder een licht hellend zadeldak met pannen en uitstekende gootklossen. De gevel is expressief door uitspringende betonnen omlijstingen van de gevelopeningen. Ornamentiek in het metselwerk door groepen kleine openingen in het metselwerk. Het schoolgebouw was 7-klassig, één klaslokaal diep en met een personeelsruimte en twee trappenhuizen. Stedenbouwkundig is de school gepositioneerd aan één van de hoofdstructuren (tegenover stond ooit ook middelhoogbouw ter bevestiging van deze hoofdstructuur) die dwars vanaf de hoofdontsluiting naar de groene rand van de wijk liepen. De school is van belang vanwege de gave shake-hands architectuur, het fraaie ritme van de gevelopeningen en -invullingen en de zorgvuldige detailleringen, zoals in het materiaalgebruik, het metselwerk en de gootklossen. Ook de stedenbouwkundige positie, volgens de naoorlogse principes, waarbij voorzieningen zoals scholen op belangrijke plekken stonden, de lichttoetreding, de open ruimte rondomen verbondenheid met omringend groen zijn kenmerkend. Als één van de weinig overgebleven schoolgebouwen uit de ontstaanstijd van de wijk bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
29
heeft het gebouw zeldzaamheidswaarde.
K17. Oogstplein 1-24, J.H.W. Rob ersstraat 91-113, Sikkelstraat 1-11, Zweringweg 126-130 Gebouwd in 1955 als 'Zweeringshof' (Architect is H. & A.H. Klomp, Enschede). De beeldbepalende, stedenbouwkundige ligging, de ruime opzet met groen plantsoen en de architectonische rijkdom en variatie binnen één complex en detaillering geven het complex een hoge waarde binnen de wijk. Vanwege deze beeldbepalende, stedenbouwkundige ligging is het pand inclusief buitenruimte tevens aangemerkt als 'stedenbouwkundige structuur' (zie beschrijving structuur S4). Het complex bestaat uit 3 volumes die geschakeld worden door transparante trappenhuizen. Zo ontstaat een U-vorm waarbinnen een eenvoudig plantsoen ligt. Het hoofdvolume aan het Oogstplein is een rechthoekig gebouw onder plat dak. Het ruime, rank vormgegeven overstek geeft het gebouw een luchtig karakter. Er zijn vier woonlagen boven een plint met bergingen en garages. Het centrale deel is een galerijflat waarvan de witgeschilderde galerijen geplaatst zijn voor het gebouw en die toegankelijk zijn via een brede trap op de begane grond en een centraal trappenhuis. De woningen links en rechts zijn bereikbaar via trappenhuizen die de schakel zijn naar de andere 2 volumes. Deze volumes hebben ook een centrale portiekontsluiting, geaccentueerd door een kleine verhoging in de dakrand.
De betonnen panelen van de galerijen en balkons zijn decoratief vormgegeven. Aan de kant van de Zweringweg hebben de woningen een deels terugliggend balkon. De woningen op de kopse kanten hebben daar een erker, behalve aan de Sikkelstraat waar een trappenhuis is. Aan beide lange kanten hebben de woningen een balkon.
K18. Paulus Potterstraat 1-95, Frans Halsstraat 1-87, Adriaen van Ostadestraat 92-122, Dr. Van der Zandestraat 15-69, 40-54, SL Louwesstraat 161-183, Korenstraat 5-35 Dit complex van galerijwoningen (1954; architect W. de Bruijn, Utrecht) heeft naast een stedenbouwkundige, landschappelijke waarde (zie beschrijving structuur S11) ook architectuurhistorische waarde. Dit laatste vanwege hun zorgvuldige, traditionele vormgeving, herkenbaar aan onder andere zadeldak, pannen, lichte baksteen, schoorstenen en kenmerkende galerij met decoratieve hekwerken. Galerijwoningen zijn vrij zeldzaam in Enschede, tweelaags versterkt dat. De woningen zijn uitgevoerd in gele baksteen onder zadeldak met rode of gesmoorde pannen en prominente schoorsteen. Aan de straatzijde en aan voetpaden is een galerij met opgangen aan de uiteinden. Het decoratieve, ijzeren hekwerk van de galerij is origineel en draagt bij aan het 'luchtige' karakter van het complex. De keuken is aan de straatzijde, de woonkamer is aan de achterzijde en kijkt uit op tuinen (bij de benedenwoningen) en plantsoenen en speelweiden. Aan de kopse kanten van de rijen woningen bevinden zich op de begane grond in het verlengde of haaks daarop rijtjes bergingen onder zadeldak.
K20. Poolmansweg 40 De Poolmansweg is een oude weg naar een voormalig boerenerf. De bebouwing bestaat vooral uit traditionele woningen uit de jaren dertig, afgewisseld met meer recente bebouwing en bedrijvigheid en horeca. Deze voormalige hoofdonderwijzerswoning met verdieping bestaat uit 2 in hoogte verschillende bouwdelen met verschillende kapvormen. De vormgeving is traditionalistisch met metselversiering. Entree ligt in teruggelegen portiek met fraaie voordeur. De ruime voortuin wordt afgesloten door sierhekwerk. Vanwege zorgvuldige vormgeving en afwijkende ligging aan de straat is het een markant object binnen de straat. De voormalige woning hoorde bij de school aan Veilingstraat 3. Het hekwerk loopt ook voor en tot aan de voormalige school en laat zo de samenhang tussen beide gebouwen zien. Veilingstraat 3 is niet aangewezen als karakteristiek object. Hier is een vergunning verleend voor sloop en nieuwbouw. Een deel van de (forse) nieuwbouw is al gerealiseerd aan het bestaande gebouw vast.
K21. Poolmansweg 136
30
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
De Poolmansweg is een oude weg naar een voormalig boerenerf. De bebouwing bestaat vooral uit traditionele woningen uit de jaren dertig, afgewisseld met meer recente bebouwing en bedrijvigheid en horeca. Dit pand kenmerkt zich doorinterbellum architectuur. De afwisselende lijnstructuur bepaalt het karakter van het pand: dak voor/achterzijde, dak erker, uitkragend metselwerk onder venster verdieping, portiek en bloembak. Architect is H. Klomp uit Zwolle, die meer ontwerpen in Enschede op zijn naam heeft staan. Achter het huis stond een wasserij. K22. Poolmansweg 182 De Poolmansweg is een oude weg naar een voormalig boerenerf. De bebouwing bestaat vooral uit traditionele woningen uit de jaren dertig, afgewisseld met meer recente bebouwing en bedrijvigheid en horeca. Dit is een karakteristiek interbellum pand met uitkragend schilddak. Opvallend zijn de ronde vormen. De voorgevel is smal en heeft een erker met afgeronde hoeken. Het gemetseld balkon heeft ook afgeronde hoeken en een stalen omranding. Vanwege deze typische en zorgvuldige vormgeving is het pand een blikvanger in de straat.
K23. Stevenfennestraat 18-56, 15-37, Gerststraat 4-48, 7-67, W. Nijkampstraat 1B-19, 47-53, Boekweitstraat 2-10 Het complex is gebouwd in 1930, ontworpen door architect H. Klomp (i.o.v. Woningbouwvereniging 'Vooruit') Klomp was verantwoordelijk voor diverse sociale woningbouwcomplexen in Enschede. Het tuinstedelijk ensemble bestaat uit rijtjes arbeiderswoningen. De rijtjes zijn afwisselend in hun kapvorm, rooilijnen en goothoogtes, wat zorgt voor een rijk en levendig beeld. Woningen met een roodgedekte mansardekap met dakkapel parallel aan de weg worden afgewisseld door blokvormige traditionalistische woonhuizen onder roodgedekt schilddak in een rijtje of twee-onder-een-kap. Op de hoeken met een zijstraat bevindt zich een klein schuurtje onder roodgedekt tentdak, de architectuur van het complex volgend. Bij de entree van de Stefenvennestraat vanaf de Wicher Nijkampstraat bevindt zich een voormalig winkelpand, typisch voor dergelijke complexen. De blokvormige woonhuizen hebben vensters vrij direct geplaatst onder de goot en daaronder een doorlopende op de kant gezette kopse steenlaag. Alle woningen hebben om de voordeur een gemetselde omlijsting. Het complex is waardevol vanwege zijn stedenbouwkundige opzet, de ensemblewaarde, de relatieve gaafheid en de afwisseling en levendigheid in het straatbeeld.
De architectonische verschijning wordt gekenmerkt door het markeren van de entrees in subtiel metselwerkornamentiek, de eigenwijze plaatsing van de vensters op de verdieping en de kenmerkende roodgedekte daken. K24. Thomas de Keyserstraat 20 De Apostel Thomaskerk is gebouwd in 1963, naar een ontwerp van architect J.H.C. Spruyt. De zaalkerk met plat dak is gelegen aan een pleinachtige ruimte op de hoek Rembrandtlaan/ Thomas de Keyserstraat. Het object heeft een gevarieerde opzet die bestaat uit verschillende bouwdelen, in vorm en hoogte. Het blokvormige hoge volume heeft een halfronde koorsluiting en in de zuidgevel drie verticale rijen van 4 lage ramen. Een in hoogte verspringende lage, omlopende aanbouw met plat dak omsluit een patio. Deze lagere aanbouw is aan de voorzijde deels transparant (waaronder pergola) en speelt zo met de overgangen van binnen naar buiten. Hieraan is een voorplein gecreëerd. De hogere rechte half open klokkentoren in witgeschilderd beton en metselwerk is een markante blikvanger in de wijk. De achterzijde grenst aan openbaar groen met grasveld en bomen. Zoals gebruikelijk in een wederopbouwwijk heeft de kerk een prominente stedenbouwkundige ligging, gelegen op de hoek en aan de hoofdontsluiting. De ruime en groene opzet hoort bij de opzet van de wederopbouwwijk en versterkt de stedenbouwkundige waarde.
Van oorsprong kende de wijk meer kerken, waarvan er nu maar 2 resteren. Dit is de enige aan de hoofdontsluiting van de wijk. De kerk heeft daarmee een zeldzaamheidswaarde binnen de naoorlogse, waardevolle en typische kenmerken van de wijk. De kerk is bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
31
dan ook opgenomen binnen een aanduiding 'cultuurhistorische structuur' (zie beschrijving structuur S3).
K27. Wethouder Nijhuisstraat 1, 3A-C, 13, 13A Kantoorgebouw met zes dienstwoningen. Gebouwd in 1956 iov de gemeentelijke Reinigingsdienst, ontworpen door architecten H. Mastenbroek en J.H. de Herder, Zwolle. In architectuur geïnspireerd op de Nieuwe Haagsche School. Kenmerkend zijn de getrapte hoofmassa met platte daken en verspringende gevelpartijen. De gevels kenmerken zich door een spel van horizontale lijnen door raampartijen en verticale lijnen door lisenen in het metselwerk. De raampartijen zijn omlopend en de ingang wordt aangezet door een plat afdak. De bijbehorende woonhuizen bestaat uit een twee onder één kap woning (dubbele ambtenaarswoning) en een rijtje van vier onder licht hellend zadeldak (dienstwoningen). In deze laatste een doorlopend gevelpaneel/gevelinvuling als markering van de terugliggende entrees en een eigenzinnige gevelindeling. De twee onder één kap woning heeft een sterk horizontale belijning. De woningen zijn uitgevoerd in een opvallend gele baksteen. Van belang zijn de prominente stedenbouwkundige ligging (bij de woningen aangezet door hun afwijkende/ opvallende baksteen), de ensemblewaarde en de architectonische waarde. Opvallend is de stijl van het kantoor, geinspireerd op Nieuwe Haagsche School en de opvallende gevelindeling en herkenbare wederopbouwarchitectuur van de bijbehorende woningen. K28.
Wethouder Nijhuisstraat 37 Gebouwd in 1909, als een dubbel woonhuis 'bij de koffieboon en mestvaalt te Lonneker', architect Zeggelink. De woning behoort tot de eerste bebouwing van de straat die later Wethouder Nijhuisstraat ging heten. Het andere huis van het dubbel is sterk gewijzigd. Het betreft de helft van een dubbele afdakswoning onder zadeldak met betonnen golfpannen. De voorgevel heeft een traditionele geprofileerde onderplint met daarboven een eerste steen en een vensteropening met lateien met art-deco versiering. Boven de deur eenzelfde decoratieve latei. De goot heeft geprofileerde gootklossen en de later geplaatste dakkapel heeft op de boei een profilering geïnspireerd op de bestaande lateien. De gaafheid van het dubbele woonhuis is weliswaar aangetast door het buurpand, maar afdakswoningen worden steeds zeldzamer in Enschede. Dit voorbeeld (enkel woonhuis) is relatief gaaf en kent expressieve (art deco) details. De cultuurhistorsche waarde wordt versterkt doordat het huis hoort bij de oudste bebouwing van de Wethouder Nijhuisstraat. K29. Wicher Nijkampstraat 48 Vermoedelijk gebouwd rond 1900. De woning met schuur is gebouwd in destijds landelijk agrarisch gebied waarbij het verstedelijkte gebied nog op flinke afstand lag en eindigde bij de Dennenweg.
De woning (voormalige landarbeiderswoning/boerderij?) heeft een zadeldak met gesmoorde pannen en dubbele dakkapel, aan de achterzijde loopt het dakvlak lager door. De voorgevel heeft een geprofileerde gemetselde onderplint en getoogde vensteropeningen. De zijgevel heeft grote getoogde gevelopening. Later (1930) is de schuur vervangen door de huidige stenen schuur met houten topgevel. Daarin was toen plaats voor koeien en varkens. De schuur heeft geen aanduiding 'karakteristiek' gekregen in dit bestemmingsplan. Vooral na de oorlog is deze voormalige agrarische bebouwing omsloten door de zich uitbreidende stad. En hoewel er veranderingen zijn aangebracht aan het pand is het karakter behouden gebleven en is het een herinnering aan het agrarische verleden. Het heeft een herkenbare, traditionele bouw en fraaie detaillering. De herkenbaarheid als afwijkende en voormalige agrarische bebouwing komt door: de positionering van het pand op het (ruime) erf die afwijkt van de latere stedenbouwkundige invulling; de vorm van het pand met een kap parallel aan de weg met een zadeldak dat aan de achterzijde laag doorloopt; de voorgevel met de vensteropeningen (getoogd met gevulde boogvlakken); de geprofileerde aangesmeerde plint onder de ramen. In de westelijke zijgevel is later weliswaar een nieuwe opening aangebracht, maar deze geeft de indruk van een voormalige niendeuropening.
Daardoor doet deze geen afbreuk aan het voormalige agrarische karakter van het pand. De dakkapellen zijn ook van latere datum, maar wat betreft uitvoering en materialisering 32
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
detoneren zij niet en is er sprake van een passende aanvulling op het bestaande pand. De latere toevoeging van een waterput aan de voorzijde ondersteunt de agrarische uitstraling van het pand. Al met al is dit pand één van de weinig resterende voorbeelden in Enschede van agrarische bebouwing die is omsloten door een uitbreidende stad en is daarmee cultuurhistorisch van belang. Qua architectuur is het pand vergelijkbaar met de Weleweg 170 dat gemeentelijk monument is. K30. Wicher Nijkampstraat 95 Gebouwd als gereformeerde kerk en wijkcentrum, ontworpen door architect P.Bügel in 1959. Naoorlogse wijken kenmerken zich door diverse voorzieningen op buurtniveau, waaronder kerken. Deze kerk heeft een centrale ligging in de buurt, is gelegen tegenover een school en omgeven door een plantsoen. De zaalkerk heeft een trapeziumvormige plattegrond en aflopend zadeldak met ornament in de top. Symmetrisch tegen de voorgevel is een aanbouw geplaatst met trapeziumvormige plattegrond en aflopend zadeldak, min of meer spiegelbeeldig aan het hoofdvolume. Links een lage aanbouw met plat dak. De ruime en groene opzet hoort bij de opzet van de wederopbouwwijk en versterkt de stedenbouwkundige waarde. Van oorsprong kende de wijk meer kerken, waarvan er nu maar 2 resteren.
De voor een Wederopbouwwijk kenmerkende oorspronkelijke functie als kerk en wijkgebouw, de bijzonder vorm, de ruimte situering en de stedenbouwkundig prominente ligging maken de kerk beeldbepalend voor de wijk. K31. Zweringb eekweg 50/50A Traditioneel hallenhuis onder een zadeldak met rode pannen. De huidige bouwstijl van de boerderij wijst op een bouw aan het begin van de 20e eeuw, maar in het boek 'Boerderijen in Enschede' deel 3 staat vermeld dat de huidige boerderij is gebouwd rond 1857. Dat zou dan zijn in de plaats van de boerderij die hier in ieder geval in 1832 heeft gestaan. Destijds was het bedrijfsgedeelte naar de straatzijde gekeerd, nu is dat omgekeerd. Mogelijk is bij de herbouw gebruik gemaakt van materiaal dat afkomstig is van de oude boerderij. De waarde van de boerderij wordt niet specifiek bepaald doordat deze rond 1857 gebouwd zou zijn of door mogelijk hergebruik van ouder materiaal. Wel door de huidige verschijning als traditioneel hallenhuis en herkenbaar als een historische boerderij uit de periode van voor de verstedelijking van Stadsveld. De boerderij is onderdeel van een ensemble van meerdere boerderijen aan de rand van de Usseleresch (een kranses). Door uitbreiding van de stad zijn de boerenerven omsloten door stedelijk gebied. Maar ze zijn door hun erf en bebouwing nog steeds herkenbaar en waardevol.
De waardering als ouder erf, uit de agrarische periode, met nog een herkenbare boerderij op het erf, is belangrijk voor de waardering.
K32. Zweringhoekweg 15 Onderdeel van het boerderijensemble aan de rand van een vroeg ontginningsgebied (krans es). Erve het Zweering wordt al genoemd in de 13e eeuw. Het is naamgever van de achterliggende wijk en van diverse straten in de omgeving. Erve Het Zweering bestaat uit een boerderij met endskamer, een bakspieker, een grote zwartgeschilderde houten schuur en een waterput (nu buiten gebruik). Verder is er een kleine houten schuur die buiten de bescherming valt. Het erf heeft een dubbel ijzeren toegangshek dat hangt in twee zuilen van Bentheimer zandsteen. De kern van de huidige boerderij stamt uit 1728 en in 1747 is de endskamer tegen de voorgevel gebouwd. De bakspieker is gebouwd in 1790 en na verval in 1997 gerestaureerd/opnieuw opgebouwd. Uit vergelijking met de kadastrale kaart 1832 blijkt dat hij ten opzichte van toen is verplaatst. De zwartgeschilderde grote houten schuur is van na 1832. Het ensemble is hoogstwaarschijnlijk monumentwaardig. K33. Zweringhoekweg 80 Boerderij en schuur zijn onderdeel van het boerderijensemble aan de rand van een vroeg ontginningsgebied (krans es). Op dit erf bevonden zich in 1832 een boerderij en een schuur op dezelfde locatie als de huidige opstellen en met dezelfde oriëntatie ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de weg.
Vermoedelijk is de kern van beide gebouwen (deels) ouder dan de huidige bouwstijl, die past bij het begin van de 20e eeuw. Bedrijfsgedeelte is naar de straatzijde gekeerd. In 1832 ging het om een boerderij met endskamer en een
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
33
kleinere schuur. De erfnaam was destijds Egberink no. 1. Het betreft traditionele boerderijbouw met renaissance elementen. Hallenhuis onder zadeldak met rode pannen. De traditionele bakstenen schuur heeft ook een zadeldak met rode pannen. De hoofdvolumes zijn gaaf en de gevels hebben nog een originele indeling.
3.3
Archeologie
3.3
Archeologie
In het gemeentelijk archeologiebeleid (2008 vastgesteld) is opgenomen op welke wijze binnen de gemeente Enschede invulling wordt gegeven aan de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. In de beleidsnota is een handleiding voor het archeologisch werkproces opgenomen, met daarin te onderscheiden processtappen van inventarisatie, waardering, selectie en specifieke beheersmaatregelen. Het beleid geeft aan wanneer (o.b.v. de bijbehorende kaart) archeologisch onderzoek nodig is en biedt eveneens de basis voor het opnemen van aanduidingen in nieuwe bestemmingsplannen ter bescherming van archeologische waarden. Archeologie in het plangebied In onderstaande afbeelding is een uitsnede opgenomen van de gemeentelijke archeologische beleidskaart. Het plangebied is grotendeels aangeduid als 'onderzoeksgebied B', voor een kleiner gedeelte als 'onderzoeksgebied A' (rond oude hoeven) of 'Lage verwachting' en voor twee kleine stukjes als een 'verstoord gebied met een middelhoge of hoge verwachting'.
Afbeelding 3.4 Archeologische b eleidskaart
Op basis van het beleid geldt voor deze gebiedstypen het volgende: 'Onderzoeksgebied A': bij een (potentiële) bodemverstoring van meer dan 250 m2 en dieper dan 50 34
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
centimeter onder het maaiveld, moet de aanvraag aan een archeologisch adviseur van de gemeente worden voorgelegd. 'Onderzoeksgebied B'. bij een (potentiële) bodemverstoring van meer dan 2.500 m2 en dieper dan 50 centimeter onder het maaiveld, moet de aanvraag aan een archeologisch adviseur van de gemeente worden voorgelegd. 'Verstoord gebied met een middelhoge of hoge verwachting': vrijgesteld van archeologisch onderzoek voor 'bouwen' of 'slopen'. Bij een omgevingsvergunning voor aanleg of een bestemmingsplanherziening/-wijziging moet de aanvraag aan een archeologisch adviseur van de gemeente worden voorgelegd bij een (potentiële) bodemverstoring van meer dan 1 ha (10.000 m2) en dieper dan 50 centimeter onder het maaiveld. 'Lage verwachting': vrijgesteld van archeologisch onderzoek voor 'bouwen' of 'slopen'. Bij een omgevingsvergunning voor aanleg of een bestemmingsplanherziening/-wijziging moet de aanvraag aan een archeologisch adviseur van de gemeente worden voorgelegd bij een (potentiële) bodemverstoring van meer dan 10 ha (100.000 m2) en dieper dan 50 centimeter onder het maaiveld. Sinds het vaststellen van het archeologiebeleid zijn enkele archeologische onderzoeken uitgevoerd in het plangebied op locaties waar ruimtelijke ontwikkelingen zijn geweest.
Het betreft onder andere onderzoeken ten behoeve van bedrijventerrein Josink Es en een deel te n oosten daarvan, woningbouw aan de noordzijde van Pathmos en woningbouw (appartementen) aan de S.L. Louwesstraat. Op basis van de onderzoeksresultaten zijn deze onderzoeksgebieden vrijgegeven voor archeologisch onderzoek in de toekomst. Relatie met en vertaling naar het bestemmingsplan In het voorliggende bestemmingsplan is geen sprake van een nieuwe (stedelijke) ontwikkeling die het uitvoeren van een archeologisch onderzoek ten behoeve van dit bestemmingsplan of ten behoeve van een (stedelijke) ontwikkeling noodzakelijk maakt. Wel zijn ten behoeve van de bescherming van (mogelijke) archeologische waarden in het gebied de volgende gebiedsaanduidingen opgenomen, overeenkomstig met het archeologisch beleid en de daarin opgenomen regels voor uit te voeren onderzoek: "archeologisch onderzoeksgebied a" "archeologisch onderzoeksgebied b" De gebieden met een lage verwachtingswaarde en de verstoorde gebieden hebben geen gebiedsaanduiding ten behoeve van archeologie gekregen. De gebieden die zijn vrijgegeven op basis van archeologisch onderzoek hebben eveneens geen aanduiding meer gekregen in het bestemmingsplan.
3.4
Beschermwaardige bomen
De bescherming van bomen is geregeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op het bij de APV behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, waarvan voor het vellen in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de APV is vereist. Het is een interactieve bomenkaart die is te raadplegen op de website van de gemeente Enschede. Op het bomenoverzicht zijn niet alle beschermde bomen weergegeven. Ook de gemeentelijke bomen die niet op het bomenoverzicht zijn weergegeven zijn beschermd op grond van de APV. In het plangebied van het bestemmingsplan "Stadsveld - Pathmos 2019" zijn diverse beschermwaardige bomen aanwezig. Voorliggend plan maakt geen concrete ontwikkelingen mogelijk waarvan op voorhand duidelijk is dat deze negatieve effecten hebben op deze bomen. Mochten in de toekomst ontwikkelingen plaats gaan vinden in de nabijheid van de beschermenswaardige bomen, dan worden deze bomen via de APV beschermd. Ook is een regel in het bestemmingsplan opgenomen ter bescherming van deze bomen bij bouwwerkzaamheden (artikel 29.6).
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
35
3.5
Welstand en beeldkwaliteit
In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota Enschede voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Deze identiteiten hangen samen met de diverse bestemmingen en functies in het plangebied. Iedere identiteit kent zijn eigen specifieke criteria waaraan eventuele nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen. Voor het plangebied van het bestemmingsplan gelden veel verschillende welstandsidentiteiten, zoals zichtbaar is onderstaande afbeelding. Het betreft onder andere 'regenboogwijken' (rood), 'stratenrijtjes' (lichtroze), 'stempelwijken' (felroze/lichtpaars), 'erkerwijken' (groen-bruin), 'tuinstedelijke ensembles' (rood-bruin), dorpse linten' (paars), 'vrije landelijke bebouwing' (lichtgroen) en specifieke beeldkwaliteitsplannen (grijs).
Afbeelding 3.5: Uitsnede welstandskaart
De kaart met de geldende welstandsidentiteiten en bijbehorende 'folders' is raadpleegbaar via de website van gemeente Enschede (ten tijde van opstelling van voorliggend plan op deze locatie: https://www.enschede.nl/wonen-bouwen/bouwen/welstandsnota). De begrenzing van de identiteiten is enigszins indicatief en komt niet altijd overeen met bestemmingsgrenzen. De geldende identiteiten geven geen rechten voor het ontwikkelen van functies die niet in de ter plaatse geldende bestemming passen. Aanvullend op de locatiespecifieke welstandsidentiteiten bevat de Welstandsnota ook een folder over cultuurhistorie. Deze is van toepassing zodra er sprake is van cultureel erfgoed zonder monumentenstatus. Voor monumenten gaan (ver)bouwplannen altijd langs de monumentencommissie. In het plan zijn op voorhand geen ontwikkelingen voorzien die niet of slechts ten dele passen binnen de geldende welstandsidentiteit(en). Een wijziging van de Welstandsnota is niet nodig.
36
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
3.6
Duurzaamheid
Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Voor 2015 werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was toen nog geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 3.6.1
Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid
In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:
Energie Eigen organisatie Verhogen van het op eigen grondgebied Zelf het goede voorbeeld geven. opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie. Biodiversiteit Behoud en versterken van de verscheidenheid aan dier- en plantsoorten in de leefomgeving
Groene groei Groei van de economie zonder dat dit nadelig is voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit.
Circulaire economie Klimaatadaptatie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval Negatieve gevolgen die gepaard gaan met door afvalpreventie en het beter scheiden van klimaatverandering beperken en de kansen restafval. die de klimaatverandering biedt benutten. Duurzame mobiliteit WEconomy Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het Bewoners in Enschede dragen in collectief totaal aantal verplaatsingen, stimuleren van verband actief bij aan een of meer van de het gebruik van het openbaar vervoer en duurzame stimuleren van het gebruik van elektrische doelstellingen. auto's.
Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.
Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag.
bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)
37
Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.
Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen. Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente.
3.6.2
Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan
In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities. Algemeen Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, c.q. aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress. Het bestemmingsplan "Stadsveld - Pathmos 2019" draagt hooguit op indirecte wijze bij aan het realiseren van de gemeentelijke duurzaamheidsdoelen. Energie: Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag.
Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor bijvoorbeeld het realiseren van windturbines of zonneparken en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het bestemmingsplan draagt niet relevant bij aan energiebesparing. De bouw- en gebruiksregels van het bestemmingplan staan niet in de weg aan bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen en het realiseren van zonnepanelen op daken. Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de 38