CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Plantoelichting BP Stadsveld - Pathmos 2019

Raadsvergadering 1 februari 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Stadsveld-Pathmos 2019"31.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

5.2

Indeling planregels

Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de regels en de bijbehorende verbeelding waarop de diverse bestemmingen zijn aangegeven. De regels en de verbeelding dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: a. b. c. d.

Hoofdstuk 1 - Inleidende regels; Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 - Algemene regels; Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels.

58

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan “Stadsveld - Pathmos 2019”. In Artikel 1, Begrippen, zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee wordt een eenduidige interpretatie van de begrippen vastgelegd. Artikel 2, Wijze van meten, geeft bepalingen hoe onder meer de hoogtes van gebouwen en de inhoud van gebouwen gemeten moeten worden en hoe bepaalde eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 geeft een omschrijving - de juridische vertaling - van de verschillende in het plangebied voorkomende en op de verbeelding opgenomen bestemmingen. Bij de indeling van de bestemmingsregels wordt conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 een vaste volgorde aangehouden. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: a. b. c. d. e. f.

g.

h.

bestemmingsomschrijving (omschrijving van de toegestane functies en gebruiksdoelen); bouwregels (regels waaraan de bebouwing dient te voldoen); afwijken van de bouwregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de bouwregels); specifieke gebruiksregels (regels die aangeven welk specifiek gebruik verboden is); afwijken van de gebruiksregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de gebruiksregels); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk is); omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden er een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk noodzakelijk is); wijzigingsbevoegdheid (regels die aangeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden onderdelen van het plan gewijzigd kunnen worden).

Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, bestaande uit de anti-dubbeltelregel, de algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 zijn regels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik van gronden. Deze artikelen bevatten regels die als doel hebben de rechtstoestand tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan vast te leggen. De "Slotregel" geeft de naam van het bestemmingsplan aan.

5.3

Beschrijving van het plan

5.3.1

Bestemmingen

Agrarisch - Stadsrandzone (artikel 3) Deze bestemming ligt aan de westzijde van het plangebied, op de overgang van de stad Enschede naar het buitengebied. Binnen deze bestemming is vooral agrarisch gebruik toegestaan en zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van de gronden waar een specifieke aanduiding op ligt.

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

59

Bedrijf (artikel 4) De bestemming "Bedrijf" is toegekend aan verspreid in het plangebied aanwezige bedrijven. Binnen de bestemming "Bedrijf" zijn standaard bedrijven toegestaan die zijn genoemd in de categorieën 1 en 2 uit de hoofdgroep Bedrijven van de Lijst van bedrijfstypen in bijlage 1 bij de planregels. Bedrijfstypen die zijn genoemd in de categorieën 1 en 2 zijn door hun aard en invloed van de milieubelasting toelaatbaar in de onmiddellijke nabijheid van woningen. Bedrijfstypen die niet zijn genoemd in de lijst, maar waarvan kan worden aangetoond dat zij een vergelijkbare hinder (of minder) veroorzaken dan bedrijfstypen die wel in de lijst zijn genoemd kunnen via een binnenplanse afwijking worden toegestaan. Bedrijfstypen die niet zijn toegestaan binnen deze bestemming zijn: risicovolle inrichtingen (bedrijfsactiviteiten met een risicocontour voor gevaar en/of externe veiligheid), geluidzoneringsplichtige inrichtingen (grote lawaaimakers die alleen op geluidgezoneerde bedrijventerreinen zijn toegestaan), vuurwerkbedrijven en garagebedrijven (verkoop en onderhoud en/of reparatie van motorvoertuigen). Bestaande bedrijfsactiviteiten en functies die afwijken van hetgeen is toegestaan binnen deze bestemming zijn met een maatwerkfunctieaanduiding positief bestemd. Ook binnen andere bestemmingen kunnen functie-aanduidingen gelden.

Dit wordt daarom niet meer bij alle bestemmingen herhaald in het navolgende.

Bedrijf - Verkoop motorbrandstoffen met lpg (artikel 5) Dit artikel is opgenomen ter plaatse van het tankstation aan de Haaksbergerstraat vanwege de specifieke activiteiten van dit bedrijf. Vanwege de verkoop van lpg zijn tevens externe veiligheidszones opgenomen. Binnen die zones zijn nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten niet toegestaan.

Bedrijventerrein (artikel 6) De bestemming "Bedrijventerrein" is toegekend aan het bedrijventerrein Josink Es en aan 'Het Poolman', in het noordoosten van het plangebied (ten zuiden van de Westerval). Binnen deze bestemming zijn bedrijven toegestaan die zijn genoemd in de hoofdgroep Bedrijven van de Lijst van bedrijfstypen in bijlage 1 bij de planregels. Op bedrijventerrein Het Poolman is tevens volumineuze detailhandel toegestaan. De bedrijventerreinen zijn inwaarts gezoneerd, gerekend vanaf de woningen buiten de bedrijventerreinen. Dat betekent dat bedrijfsactiviteiten in de hogere milieucategorieën alleen op ruime afstand van de woningen zijn toegestaan, tenzij het gaat om bedrijfsactiviteiten die op basis van maatwerk binnen de van toepassing zijnde richtafstand tot woningen aanwezig mogen zijn. Bedrijfstypen die niet zijn toegestaan binnen deze bestemming zijn: risicovolle inrichtingen (bedrijfsactiviteiten met een risicocontour voor gevaar en/of externe veiligheid), vuurwerkbedrijven en garagebedrijven (verkoop en onderhoud en/of reparatie van motorvoertuigen). Geluidzoneringsplichtige inrichtingen (grote lawaaimakers die alleen op geluidgezoneerde bedrijventerreinen zijn toegestaan) zijn alleen op bedrijventerrein Josink Es toegestaan.

Zoals aangegeven in paragraaf 4.1.4 is dit bedrijventerrein onderdeel van het op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde industrieterrein "Havengebied/Usselerhalte".

Centrum (artikel 7) De bestemming 'Centrum' is toegekend aan gronden aan de Wethouder Nijhuisstraat, de Akkerstraat en het Oogstplein. Hier zijn gebouwen aanwezig waar in de plint diverse functies aanwezig zijn en op de verdiepingen woningen zijn gerealiseerd. De gronden met de bestemming 'Centrum' zijn bestemd voor wonen op de verdieping (met beroep of bedrijf aan huis), detailhandel, cultuur & ontspanning, publieksdienstverlening, horeca en ambachtelijke bedrijvigheid. Voor zover er op de aanwezige verdiepingen wordt gewoond is het gebruik van woningen voor onzelfstandige bewoning (kamerverhuur) niet toegestaan. Nieuwe situaties onzelfstandige bewoning kunnen worden toegestaan met een omgevingsvergunning voor gebruik (inclusief bouwactiviteiten) in afwijking van het bestemmingsplan, waarbij moet worden voldaan aan het toetsingskader voor onzelfstandige bewoning zoals vastgelegd in de beleidsregel 'Onzelfstandige bewoning'.

Cultuur & Ontspanning - Speeltuin (artikel 8) De bestemming 'Cultuur & Ontspanning - Speeltuin' is toegekend aan speeltuinen. Gebouwen zijn hier over

60

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

het algemeen slechts beperkt toegestaan.

Detailhandel (artikel 9) De bestemming 'Detailhandel' is toegekend aan de winkelpanden die verspreid liggen in het plangebied. De gronden met de bestemming 'Detailhandel' zijn bestemd voor detailhandel op de begane grond en voor wonen (met beroep of bedrijf aan huis) op de eventuele daarboven gelegen verdiepingen. Ook is dienstverlening bij recht toegestaan op gronden met de bestemming 'Detailhandel'. Voor zover er op de aanwezige verdiepingen wordt gewoond is het gebruik van woningen voor onzelfstandige bewoning (kamerverhuur) niet toegestaan. Nieuwe situaties onzelfstandige bewoning kunnen worden toegestaan met een omgevingsvergunning voor gebruik (inclusief bouwactiviteiten) in afwijking van het bestemmingsplan, waarbij moet worden voldaan aan het toetsingskader voor onzelfstandige bewoning zoals vastgelegd in de beleidsregel 'Onzelfstandige bewoning'.

Detailhandel - Tuincentrum (artikel 10) Deze bestemming geldt ter plaatse van het tuincentrum aan de westzijde van het plangebied. Hier is een tuincentrum toegestaan met bijbehorende bouwwerken. Tevens gelden regels voor de verkoop van nevenartikelen en voor ondergeschikte horeca.

Groen (artikel 11) De bestemming "Groen" is toegekend aan de structurele openbare groenvoorzieningen in het plangebied. Binnen deze bestemming zijn onder andere ook voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, voeten fietspaden en in-/uitritten toegestaan.

Horeca (artikel 12) De bestemming 'Horeca' is op enkele percelen van toepassing. Deze gronden zijn bestemd voor horecabedrijven als genoemd in categorie 1 van de hoofdgroep Horeca van de Lijst van bedrijfstypen in bijlage 1 bij de planregels.

Kantoor (artikel 13) De bestemming 'Kantoor' geldt voor één kantoor in het noorden van het plangebied. De gronden met de bestemming 'Kantoor' zijn bestemd voor zakelijke dienstverlening.

Maatschappelijk (artikel 14) Op enkele plaatsen in het plangebied geldt de bestemming 'Maatschappelijk'. Deze gronden zijn bestemd voor maatschappelijke basisfuncties. Dit zijn buurt- of wijkgerichte functies met weinig invloed op het woonen leefklimaat, zoals een apotheek of een praktijkruimte.

Maatschappelijk - Onderwijs (artikel 15) De bestemming 'Maatschappelijk - Onderwijs' is toegekend aan diverse scholen in het plangebied, inclusief bijbehorende gymzalen, fietsenstallingen et cetera. Op deze gronden zijn naast onderwijs ook kinderopvang en maatschappelijke basisfuncties toegestaan.

Maatschappelijk - Religie (artikel 16) Deze bestemming is toegekend aan religieuze voorzieningen. Hier zijn onder andere religieuze diensten, uitvaart- en rouwdiensten en andere activiteiten op maatschappelijke-religieus vlak toegestaan. Op deze gronden zijn ook maatschappelijke basisfuncties toegestaan.

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

61

Maatschappelijk - Verenigingsleven (artikel 17) Deze gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen voor het verenigingsleven, zoals de scouting in het noorden van het plangebied (ten zuiden van Westerval). Op deze gronden zijn ook maatschappelijke basisfuncties toegestaan.

Maatschappelijk - Zorginstelling (artikel 18) Binnen de bestemming 'Maatschappelijk - Zorginstelling' zijn zorginstellingen toegestaan. Op deze gronden zijn naast zorginstellingen ook kinderopvang en maatschappelijke basisfuncties toegestaan.

Sport (artikel 19) De bestemming "Sport" is toegekend aan het sportveld in het noorden van het plangebied, aan de Pathmoshal en aan een kleine gymzaal midden in het plangebied. Binnen deze bestemming zijn sportvoorzieningen toegestaan die zijn genoemd in de categorieën 1 en 2 uit de hoofdgroep Sport van de Lijst van bedrijfstypen in de bijlagen bij de planregels. Sportvoorzieningen die zijn genoemd in de categorieën 1 en 2 zijn door hun aard en invloed van de milieubelasting toelaatbaar in de onmiddellijke nabijheid van woningen. Daarnaast zijn het huidige veldsportcomplex (incl. verlichting) in het noorden van het plangebied en de Pathmoshal in het noordoosten van het plangebied toegestaan op basis van de planregels. Verder geldt dat sportvoorzieningen die niet zijn genoemd in de lijst, maar waarvan kan worden aangetoond dat zij een vergelijkbare hinder (of minder) veroorzaken dan sportvoorzieningen die wel in de lijst zijn genoemd kunnen, via een binnenplanse afwijking kunnen worden toegestaan.

Sport - Manege (artikel 20) De bestemming "Sport - Manege" is toegekend aan de gronden ter plaatse van de manege aan de westzijde van het plangebied. Binnen deze bestemming is een manege toegestaan met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen. Ook is hier een functie-aanduiding opgenomen ten behoeve van een paardenfokkerij.

Verkeer (artikel 21) De bestemming "Verkeer" is toegekend aan de hoofdverkeerswegen in het plangebied, met de daarbij behorende gronden, bouwwerken en voorzieningen.

Verkeer-Verblijfsgebied (artikel 22) De gronden met de bestemming “Verkeer-Verblijfsgebied” zijn bestemd voor gebiedsontsluitingswegen, erftoegangswegen en woonerven. Deze bestemming richt zich met name op langzaam verkeer en draagt het karakter van een verblijfsgebied. Dit zijn voornamelijk de 30 km/uur zones waar de verblijfsfunctie belangrijker is dan de verkeersfunctie. De inrichting van de wegen is hierop afgestemd. Op de voor “Verkeer-Verblijfsgebied“ aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten dienste van deze bestemming, zoals straatmeubilair, nutsvoorzieningen en speelvoorzieningen.

Water (artikel 23) De bestemming "Water" is alleen toegekend aan de Usselerstroom. Deze ligt in het westen/noordwesten van het plangebied. Op gronden met de bestemming "Water" mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

Wonen (artikel 24) De bestemming “Wonen” is toegekend aan de gronden waar uitsluitend of in hoofdzaak wordt gewoond. Deze gronden zijn bestemd voor het wonen in zowel grondgebonden woningen als woongebouwen, al dan niet in

62

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

combinatie met een beroep of bedrijf aan huis. Binnen deze bestemming zijn op veel plaatsen functie-aanduidingen aanwezig die aanvullend gebruik mogelijk maken, zoals horeca, detailhandel, dienstverlening. Binnen de bestemming "Wonen" is het gebruik van woningen voor onzelfstandige bewoning (kamerverhuur) alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kamerverhuur' (tenzij al bestaand voor/op 13 november 2017). Nieuwe situaties onzelfstandige bewoning kunnen worden toegestaan met een omgevingsvergunning voor gebruik (inclusief bouwactiviteiten) in afwijking van het bestemmingsplan, waarbij moet worden voldaan aan het toetsingskader voor onzelfstandige bewoning zoals vastgelegd in de beleidsregel 'Onzelfstandige bewoning'. 5.3.2

Dubbelbestemmingen

Leiding - Hoogspanningsverbinding (artikel 25) De dubbelbestemming "Leiding - Hoogspanningsverbinding" is toegekend aan de 'belemmerde strook' rond de bovengrondse hoogspanningsverbinding (110 kv) die net ten noorden van het plangebied ligt. De strook is 25 meter breed, gemeten vanuit het hart van de hoogspanningsverbinding. Op deze gronden is de realisatie van bouwwerken of de uitvoering van werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, uitsluitend toegestaan wanneer dit geen nadelige gevolgen kan hebben voor de functionaliteit en de veiligheidssituatie van de hoogspanningsverbinding en na instemming van de leidingbeheerder.

Waarde - Cultuurhistorie (artikel 26) De dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie" is toegekend aan de gebieden die in de gemeentelijke structuurvisie Cultuurhistorie zijn aangewezen als planologisch te beschermen cultuurhistorisch waardevolle samenhangende gebieden en ensembles. Binnen deze dubbelbestemming is het niet toegestaan om zonder omgevingsvergunning bouwkundige wijzigingen aan bebouwing aan te brengen die consequenties kunnen hebben voor het uitwendige karakter van het betreffende gebouw/object. Deze bescherming is wat strenger dan bij aanduiding 'karakteristiek'. Naast de hoofdvorm zijn onder andere ook de dakhelling en de gevelindeling (positie van ramen, deuren etc) beschermd. Ook is de zichtbare 'buitenruimte' (vanuit openbaar gebied) beschermd door middel van een omgevingsvergunningplicht voor diverse andere werken (geen bouwwerken). Dit geldt bijvoorbeeld voor het kappen van bomen en het verharden van onverhard gebied. Voordat een omgevingsvergunning voor bouwkundige wijzigingen of andere vergunningplichtige werken kan worden verleend vragen burgemeester en wethouders eerst advies aan de cultuurhistorisch deskundige.

Waterstaat - Watersystemen Enschede (artikel 27) Deze dubbelbestemming is toegekend aan de Stadsbeek voorzover de exacte ligging van de beek bekend is (incl. 'Pinkelplein') en de vijver in het Thomas Ainsworthpark (in Pathmos), omdat dit belangrijke onderdelen zijn van de waterhuishouding van Enschede worden deze beschermd in het plan. Op gronden met de bestemming "Waterstaat - Watersystemen Enschede" mag alleen worden gebouwd ten behoeve van essentiële onderdelen van de waterhuishouding van Enschede tenzij het gaat om vervanging/vernieuwing van bestaande bebouwing of normaal onderhoud of beheer. Voor diverse andere werken (geen bouwwerken) is een omgevingsvergunning nodig, zoals het aanleggen of dempen van een watergang of het verharden van onverhard gebied. 5.3.3

Gebiedsaanduidingen

Geluidzone De aanduiding geluidzone is gelegen op de gronden in het noorden van het plangebied. Deze gronden liggen binnen de geluidzone van een geluidgezoneerd industrieterrein waar Josink Es onderdeel van is. Binnen deze zone zijn nieuwe geluidgevoelige objecten en/of terreinen niet (zomaar) toegestaan. Veiligheidszone -lpg De aanduiding Veiligheidszone - lpg is gelegen op de gronden binnen de plaatsgebonden risicocontour (PR bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

63

10 -6) van de lpg afleverzuil, het lpg-vulpunt en de lpg-tank van een lpg-tankstation aan de Haaksbergerstraat. Binnen deze zone zijn nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten niet (zomaar) toegestaan. Archeologisch onderzoeksgebied a In de gebieden met de gebiedsaanduiding "Archeologisch onderzoeksgebied a" geldt een archeologische (voor)onderzoeksplicht voor bodemverstorende activiteiten met een verstoringsoppervlak van meer dan 500 m 2 en een verstoringsdiepte van meer dan 50 cm. In dat geval is de realisatie van bouwwerken, de sloop van bestaande bouwwerken of de uitvoering van werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, uitsluitend toegestaan wanneer uit het (voor)onderzoek blijkt dat in de bodem geen archeologische waarden aanwezig zijn dan wel dat de in de bodem aanwezige archeologische waarden door de uit te voeren activiteiten niet zullen worden verstoord of in de plannen kunnen worden ingepast. Archeologisch onderzoeksgebied b In de gebieden met de gebiedsaanduiding "Archeologisch onderzoeksgebied b" geldt een archeologische (voor)onderzoeksplicht voor bodemverstorende activiteiten met een verstoringsoppervlak van meer dan 2500 m 2 en een verstoringsdiepte van meer dan 50 cm.

In dat geval is de realisatie van bouwwerken, de sloop van bestaande bouwwerken of de uitvoering van werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, uitsluitend toegestaan wanneer uit het (voor)onderzoek blijkt dat in de bodem geen archeologische waarden aanwezig zijn dan wel dat de in de bodem aanwezige archeologische waarden door de uit te voeren activiteiten niet zullen worden verstoord of in de plannen kunnen worden ingepast.

Cultuurhistorische structuur Binnen deze gebiedsaanduiding wordt enerzijds de structuur van aanwezige bebouwing beschermd en anderzijds (net als bij dubbelbestemming 'Waarde-Cultuurhistorie') de zichtbare buitenruimte. Voor de sloop van zichtbare bebouwing geldt een omgevingsvergunningplicht. Deze bebouwing mag alleen worden gesloopt als bij vervangende nieuwbouw de structuur gerespecteerd wordt. Net als bij de dubbelbestemming 'Waarde-Cultuurhistorie' geldt dat de zichtbare 'buitenruimte' (vanuit openbaar gebied) beschermd is door middel van een omgevingsvergunningplicht voor diverse andere werken (geen bouwwerken). Dit geldt bijvoorbeeld voor het kappen van bomen en het verharden van onverhard gebied. Voordat een omgevingsvergunning voor sloop (en nieuwbouw) of andere vergunningplichtige werken kan worden verleend vragen burgemeester en wethouders eerst advies aan de cultuurhistorisch deskundige. Om dit afwegingsproces (en ook de selectiecriteria voor het aanwijzen) helder te maken wordt de beleidsregel 'Koesteren cultuurhistorie' geactualiseerd, zodat deze eveneens kan worden toegepast bij cultuurhistorische structuren. Omgevingsvergunningaanvragen voor sloop (en nieuwbouw) of andere vergunningplichtige werken binnen de gebiedsaanduiding 'cultuurhistorische structuur' kunnen daardoor getoetst worden aan deze beleidsregel.

Ook kunnen er panden/objecten binnen de structuur liggen die op zichzelf waardevol (beeldbepalend) zijn. Deze krijgen aanvullend de aanduiding 'karakteristiek' (zie paragraaf 5.3.4 onder ' bouwaanduidingen').

5.3.4

Overige aanduidingen

Binnen de in het plan voorkomende bestemmingen en dubbelbestemmingen kunnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden worden geregeld door het gebruik van functieaanduidingen, bouwaanduidingen, maatvoeringsaanduidingen en figuren.

Bouwvlak: Het bouwvlak is het gebied binnen de grenzen waarvan de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte bebouwing gerealiseerd dient te worden.

Functieaanduidingen: Functieaanduidingen worden gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een gedeelte van een

64

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

bestemming nader in te kaderen danwel breder te maken. Zo kan met een functieaanduiding worden aangegeven dat ter plaatse alleen een bepaalde functie is toegestaan, juist expliciet is uitgesloten of aanvullend op een bestemming is toegestaan. Bij functieaanduidingen gaat het vaak om het passend bestemmen van een aanwezige, niet (geheel) bij de bestemming passende functie, zoals de functieaanduiding 'garageboxen' binnen de bestemming 'Wonen' om aan te geven waar binnen de woonbestemming garageboxen zijn toegestaan. Daarnaast kunnen functieaanduidingen worden gebruikt om aan te geven dat op een bepaalde locatie binnen een bestemming functies op boven elkaar gelegen verdiepingen zijn toegestaan, zoals een kantoor onder woningen.

Bouwaanduidingen: Bouwaanduidingen worden gebruikt om specifieke aanwijzingen te geven over de gewenste wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken. Bijvoorbeeld of gebouwen vrijstaand moeten worden gebouwd of juist aaneengebouwd, of er bijvoorbeeld een kap verplicht is of juist een plat dak. Ook zijn er bouwaanduidingen voor bijzondere bouwwerken, zoals een antennemast. Gebouwen die beeldbepalend zijn in verband met cultuurhistorie en buiten de dubbelbestemming 'Waarde-Cultuurhistorie' liggen, hebben de aanduiding 'karakteristiek' gekregen. Deze liggen verspreid in het gebied en kunnen ook voorkomen binnen de gebiedsaanduiding 'Cultuurhistorische structuur' (zie paragraaf 5.3.3). Voor het geheel of gedeeltelijk slopen van deze bouwwerken geldt een omgevingsvergunningplicht. Bij de beoordeling of deze vergunning kan worden verleend wordt getoetst aan de beleidsregel 'Koesteren cultuurhistorie'.

Maatvoeringsaanduidingen: Maatvoeringsaanduidingen zijn alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen (goothoogte, bouwhoogte, bouwdiepte, inhoud, breedte), percentages (bebouwd oppervlak, gebruiksoppervlak) en dakhellingshoeken van gebouwen. Daarnaast kunnen maatvoeringsaanduidingen ook iets over aantallen zeggen, zoals het maximum aantal woningen, winkels of parkeerplaatsen.

5.3.5

Algemene regels

anti-dubbeltelregel (artikel 28) De anti-dubbeltelregel is een wettelijk voorgeschreven regel die bepaalt dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan bij de beoordeling van latere bouwplannen voor die grond buiten beschouwing blijft. Daarmee wordt beoogd te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt.

algemene bouwregels (artikel 29) In de algemene bouwregels zijn de bouwregels opgenomen die voor het hele plangebied gelden of voor gronden waarvoor dit in de bestemming is aangegeven. In voorliggend plan gelden voor veel bestemmingen algemene bouwregels voor het bouwen van alle gebouwen en overige bouwwerken. Bij regels voor het hele plangebied gaat het onder andere om het onderkelderen van gebouwen en terreinen, het bouwen van nutsvoorzieningen, het realiseren van appartementen en de bescherming van bomen.

algemene gebruiksregels (artikel 30) In de algemene gebruiksregels zijn naast een algemeen gebruiksverbod ook enkele op specifieke situaties gerichte gebruiksregels opgenomen. In het algemeen gebruiksverbod is geregeld dat het verboden is gronden en bouwwerken te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel dat niet in overeenstemming is met de in dit bestemmingsplan aan die gronden en bouwwerken gegeven bestemming(en). Van deze regel uitgezonderd bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

65

is het afwijkend gebruik dat door burgemeester en wethouders is toegestaan bij een omgevingsvergunning voor handelen in strijd met ruimtelijke regelgeving. De op specifieke situaties gerichte gebruiksregels hebben betrekking op het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis in combinatie met wonen, het verbod op de verkoop, vervaardiging, verwerking en opslag van vuurwerk, het verbod op het gebruik van gronden en bouwwerken als geluidzoneringsplichtige inrichting (tenzij gelegen op een gezoneerd industrieterrein) en het verbod op het gebruik van gronden en bouwwerken als risicovolle inrichting.

algemene aanduidingsregels (artikel 31) Het artikel met algemene aanduidingsregels bevat de regels voor de diverse gebiedsaanduidingen in het bestemmingsplan (zie paragraaf 5.3.3).

algemene afwijkingsregels (artikel 32) In de algemene afwijkingsregels is geregeld onder welke voorwaarden burgemeester en wethouders in concrete gevallen bij een omgevingsvergunning kunnen afwijken van de in het bestemmingsplan opgenomen (algemene) bouw- en/of gebruiksregels.

algemene wijzigingsregels (artikel 33) In de algemene wijzigingsregels is geregeld onder welke voorwaarden burgemeester en wethouders in bepaalde concreet genoemde gevallen onderdelen van het bestemmingsplan kunnen wijzigen. Deze wijzigingsbevoegdheden liggen in veel gevallen in het verlengde van de afwijkingsbevoegdheden zoals genoemd in de algemene afwijkingsregels, maar hebben doorgaans een grotere impact op de woon- en leefomgeving. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan een wijzigingsbevoegdheid voor het in geringe mate wijzigen van bestemmings- en/of bouwgrenzen om een gewenst bouwplan mogelijk te kunnen maken.

algemene procedureregels (artikel 34) In de algemene procedureregels wordt verwezen naar de wettelijk voorgeschreven procedureregels voor de toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheden, aangevuld met enkele specifieke gemeentelijke procedureregels. De algemene procedureregels bevatten ook het afwegingskader voor de toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden. 5.3.6

Overige regels (artikel 34)

In het hoofdstuk 'overige regels' zijn regels opgenomen die aanvullende werking hebben op de bouw- en gebruiksregels in het bestemmingsplan.

Parkeren Dit artikel bevat de regels voor het op eigen terrein realiseren van voldoende voorzieningen voor parkeren, van zowel auto's en fietsen als parkeervoorzieningen voor mindervaliden. Bij de beoordeling of in voldoende mate wordt voorzien in parkeervoorzieningen wordt getoetst aan de parkeernormen zoals die zijn vastgelegd in de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017'. Het artikel bevat een dynamische verwijzing voor het geval de parkeernormennota tussentijds mocht worden gewijzigd of vervangen door een nieuwe parkeernormennota.

Bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater Dit artikel bevat de regels voor het bij nieuwbouw op eigen terrein realiseren van voldoende voorzieningen voor het bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater. Deze regeling is de ruimtelijke vertaling van het gemeentelijke beleidskader zoals dat is vastgelegd in de Watervisie en in het Gemeentelijk Rioleringsplan.

66

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

5.3.7

Flexibiliteit

De planregels vormen het juridisch bindend kader dat aangeeft waar en hoeveel er gebouwd mag worden en waar het voor gebruikt mag worden. De planregels kunnen niet in alle ontwikkelingen voorzien. In sommige gevallen is een bepaalde ontwikkeling wenselijk, maar niet passend binnen de planregels. In deze paragraaf wordt toegelicht op welke wijze invulling gegeven wordt aan de diverse flexibiliteitsbepalingen in de planregels.

Afwijkingsregels De afwijkingsregels van de bouw- of gebruiksregels maken het mogelijk dat burgemeester en wethouders bij een omgevingsvergunning kunnen afwijken van het bestemmingsplan. Het gaat daarbij om afwijkingen van geringe aard en omvang. De bestemming van de grond waarop de afwijking betrekking heeft, wijzigt daardoor niet. Om hiervan gebruik te kunnen maken, moet een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit 'handelen in strijd met ruimtelijke regelgeving' aangevraagd worden. Burgemeester en wethouders maken vervolgens de afweging of de vergunning verleend kan worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het afwegingskader dat in deze paragraaf verder wordt toegelicht. Daarnaast kunnen bij een afwijkingsbevoegdheid specifieke toepassingscriteria genoemd zijn, waar aan moet worden voldaan.

Wijzigingsbevoegdheden De wijzigingsbevoegdheden maken het mogelijk dat burgemeester en wethouders het bestemmingsplan op door de gemeenteraad concreet benoemde onderdelen inhoudelijk kunnen wijzigen. Dat kan een wijziging van een bestemming of een aanduiding zijn, al dan niet in combinatie met een wijziging van de daarbij behorende bouw- en/of gebruiksregels maar ook alleen een wijziging van de planregels zonder dat daarvoor ook de verbeelding hoeft te worden gewijzigd. Bij een verzoek tot toepassing van een wijzigingsbevoegdheid wordt gebruik gemaakt van het afwegingskader dat in deze paragraaf verder wordt toegelicht. Daarnaast kunnen bij een wijzigingsbevoegdheid specifieke toepassingscriteria genoemd zijn, waar aan moet worden voldaan. In tegenstelling tot bij een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan wordt bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid het bestemmingsplan wel inhoudelijk gewijzigd. Een wijzigingsplan doorloopt een afzonderlijke planologische procedure die nagenoeg gelijk is aan die van een bestemmingsplan.

Afwegingskader Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid wordt het algemene beoordelingskader gehanteerd zoals in onderstaand overzicht is weergegeven. Daarnaast kunnen voor toepassing van een afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid nog specifieke toepassingscriteria gelden. Op deze wijze worden aanvragen zoveel mogelijk op dezelfde criteria beoordeeld en geeft het gebruikers/eigenaren van gronden in het plangebied meer duidelijkheid en rechtszekerheid over de toepassing van de flexibiliteitmogelijkheden in de planregels.

Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria: Woon- en leefklimaat:

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

67

Er dient rekening gehouden te worden met het in stand houden van een goed woon- en leefklimaat, hierbij dient gelet te worden op: - de verkeersaantrekkende werking, deze mag geen onevenredige gevolgen hebben voor de bereikbaarheid van de locatie en zijn directe omgeving; - de parkeerbehoefte mag niet tot gevolg hebben dat de parkeerdruk op de openbare ruimte wordt vergroot; - overlast door lawaai, stank en/of trillingen; - lichttoetreding en bezonning, waarbij rekening moet worden gehouden met de uitstraling naar (bebouwing op) aangrenzende gronden; - de eventuele gevolgen voor het aanwezige uitzicht; - de aanwezigheid van voldoende privacy; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor het voorkomen van hittestress; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor een duurzame energievoorziening.

Straat- en bebouwingsbeeld: In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: - een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing); - de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; - gevelbeelden; - de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; - de hoogtedifferentiatie; - de situering van gebouwen op het perceel. Bepalend daarbij is de specifieke situatie ter plaatse van de locatie waarop de beoogde ontwikkeling betrekking heeft en hoe zich die verhoudt tot zijn directe omgeving. Een hoekpand aan een belangrijke stedenbouwkundige structuur vraagt immers om een andere benadering dan een woongebouw in een woonhofje ergens in een groene buitenwijk. Verkeersveiligheid: Ter waarborging van de verkeersveiligheid moet rekening gehouden worden met: - de toename van de verkeersintensiteit; - overlast door lawaai, stank en/of trillingen; - benodigde uitzichthoeken van wegen; - de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; - de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; - de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte.

Sociale veiligheid: Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is moet rekening gehouden worden met: - de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; - de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Voor de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding moet rekening gehouden worden met de volgende aspecten: - aanwezigheid van kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten; - de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; - de bereikbaarheid van de bouwwerken voor hulpdiensten; - de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen. Milieusituatie:

68

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep moet rekening gehouden worden met: - de mate van hinder voor de omliggende functies; - de gevolgen voor de externe veiligheid; - de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; - de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; - de gevolgen voor beschermde (natuur)gebieden; - de gevolgen voor de bodemkwaliteit; - de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit en/of de grondwaterstand; - de situering van gebouwen ten opzichte van het water. Cultuurhistorische waarde: Bij een ruimtelijke ingreep moet rekening worden gehouden met de cultuurhistorische waarde van een gebouw of ensemble van gebouwen in relatie met de omgeving. Gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden: Een nieuwe ontwikkeling in een gebied kan gevolgen hebben voor de omgeving. Als een nieuwe ontwikkeling voldoet aan de planregels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, dan kan de omgeving hier vooraf rekening mee houden. Het afwijken van de planregels of het stellen van nadere eisen voor een nieuwe ontwikkeling mag niet leiden tot het beperken van de bouw- en gebruiksmogelijkheden op aangrenzende gronden. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met eventuele privaatrechtelijke aspecten.

5.3.8

De Lijst van bedrijfstypen

Als bijlage bij de planregels behoort een Lijst van bedrijfstypen, gebaseerd op de gehanteerde indeling uit de herziene publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De Lijst van bedrijfstypen vormt het middel voor het uitvoeren van een eerste toets of een bedrijf van een bepaald bedrijfstype op grond van de planregels toelaatbaar is. De concrete bedrijfsvoering in een bedrijf en/of milieuvergunning(en) bieden nader inzicht in hoeverre een bedrijf tot een bepaalde milieucategorie gerekend moet worden en daarom al dan niet toelaatbaar is. Het ruimtelijk beleid van rijk en provincies biedt gemeenten beleidsvrijheid voor maatwerk op lokaal niveau. De handreiking is in de praktijk een belangrijk hulpmiddel bij het toepassen van milieuzonering, dat wil zeggen het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies in de ruimtelijke planvorming ter bescherming van het woon- en leefklimaat. Gebruikelijk is om bij milieuzonering uit te gaan van alle belastende milieuaspecten, waarbij het milieuaspect met het grootste effect of de grootste afstand uiteindelijk maatgevend is. Gemotiveerd toepassen – in plaats van gemotiveerd afwijken - is het uitgangspunt.

De richtafstanden zijn geactualiseerd, de toelichting is aangepast aan nieuw beleid en bevat stappenplannen voor veel voorkomende praktijksituaties. De Lijst van bedrijfstypen In de VNG-publicatie zijn de bedrijfstypen ingedeeld in milieucategorieën, die samenhangen met de indicatief aan te houden afstand ten opzichte van een milieugevoelige bestemming vanwege de mogelijke hinder van de milieufactoren geur, stof, gevaar en geluid. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. In de lijst worden zes verschillende hoofdcategorieën onderscheiden. In de Lijst van bedrijfstypen zijn veel activiteiten gedifferentieerd naar bedrijfsgrootte, waardoor kleinschalige activiteiten in een lagere milieucategorie vallen en daardoor beter inpasbaar zijn. Vooral bij productiebedrijven zijn richtafstanden toegevoegd voor kleinschalige activiteiten. Daartoe zijn in de VNG-brochure een aantal hoofdcategorieën onderverdeeld in subcategorieën. Milieucategorie 3 is onderverdeeld in subcategorieën 3.1 en 3.2, milieucategorie 4 in subcategorieën 4.1 en 4.2 en milieucategorie 5 in de subcategorieën 5.1, 5.2. en 5.3. De milieucategorieën 1 en 2 zijn niet onderverdeeld in subcategorieën.

Elke milieucategorie of subcategorie heeft een eigen bijbehorende richtafstand die bij voorkeur dient te worden aangehouden ten opzichte van milieugevoelige functies en bestemmingen. Deze richtafstanden gaan in eerste instantie uit van het aanhouden van een afstand tot functies binnen het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Dit is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen er vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven, kantoren, winkels) voor. Hoe gevoelig een gebied is voor bedrijfsactiviteiten is mede afhankelijk van

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

69

het omgevingstype. De gevoeligheid van een gebied kan daarom aanleiding zijn om gemotiveerd af te wijken van de richtafstanden in de Lijst van bedrijfstypen. Bij het omgevingstype 'gemengd gebied', een gebied met een matige tot sterke functiemenging, kunnen de richtafstanden met één afstandstap worden verminderd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat.

milieucategorie richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk (in gemengd gebied kan 1 afstandsstap teruggeschaald worden) 1

10 meter

2

30 meter

3.1

50 meter

3.2

100 meter

4.1

200 meter

4.2

300 meter

5.1

500 meter

5.2

700 meter

5.3

1.000 meter

6

1.500 meter

Tabel: overzicht milieucategorieën VNG-pub licatie met bijbehorende richtafstanden

Om de bruikbaarheid van de Lijst van bedrijfstypen te vergroten, zijn de in de VNG-uitgave genoemde bedrijfstypen van bedrijven en voorzieningen in de lijst gegroepeerd per hoofdgroep, terwijl binnen elke afzonderlijke hoofdgroep tevens een onderverdeling is gemaakt in subgroepen, waarbinnen bedrijfstypen zijn geclusterd. De hoofdgroepen binnen de lijst zijn: agrarische bedrijven, bedrijven, cultuur en ontspanning, detailhandel, dienstverlening, horeca, kantoren, maatschappelijk, recreatie, sport en verkeer. Bij de beoordeling van de milieubelasting van een bedrijf of een voorziening (feitelijke milieuhinder) dient te worden gelet op de volgende aspecten: potentiële geur-, stof-, geluid- of trillingshinder; lucht-, water- of bodemverontreiniging; visuele hinder; verkeersaantrekkende werking; het al dan niet continue karakter van de activiteit; externe veiligheid (gevaar).

Specifieke opslagen en installaties Bij bedrijfsmatige activiteiten van bedrijven en voorzieningen kunnen specifieke opslagen en installaties voorkomen. In de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) is een afzonderlijke Lijst van opslagen en installaties opgenomen. Deze lijst bevat milieuaspecten en richtafstanden voor de daarin genoemde opslagen en installaties. Deze lijst is niet bedoeld voor de vertaling naar een Staat van Bedrijfsactiviteiten of Lijst van bedrijfstypen in een bestemmingsplanregeling. De lijst opslagen en installaties kan als hulpmiddel worden gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van concrete milieubelastende activiteiten of de inpassing van nieuwe woningen nabij bestaande bedrijvigheid.

70

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

5.4

Handhaving

Bestemmingsplannen zijn bindend voor iedereen: burgers, ondernemers en de overheid zelf. Het is een juridisch kader voor burgers en ondernemers waaruit kan worden afgeleid wat de eigen bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, maar ook wat de planologische mogelijkheden in juridische zin zijn op percelen in de directe omgeving. Aan de andere kant kan de gemeentelijke overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen als er sprake is van gebruik en/of bebouwing die niet in het bestemmingsplan passen. In het kader van de bedrijven- en milieuinventarisatie is voorafgaand aan het in procedure brengen van het bestemmingsplan onderzocht in hoeverre diverse functies die in het plangebied voorkomen in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan en bij geconstateerde afwijkingen eventueel gelegaliseerd kunnen worden.

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

71

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Het hoofddoel van dit bestemmingsplan is de bestaande situatie juridisch vast te leggen. Het accent ligt dan ook voornamelijk op het beheer van de bestaande situatie. De gemeente biedt binnen het plangebied geen nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden met financiële consequenties voor de gemeente. Er is dan ook geen exploitatieopzet bij het plan gevoegd. Gelet hierop kan worden gesteld dat de economische uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan voldoende is aangetoond.

72

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

Colofon Dit is een uitgave van: Team Ruimtelijke Plannen Afdeling Omgeving & Recht Gemeente Enschede

© November 2020, gemeente Enschede

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=713ca44e-0fa8-426e-a98f-6f2ba3bcb80d