CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Plantoelichting BP Stadsveld - Pathmos 2019

Raadsvergadering 1 februari 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Stadsveld-Pathmos 2019"31.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Toelichting Bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019

Status: Vastgesteld

Stadsveld - Pathmos 2019

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure

3 3 3 4 6 7

Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

9 9 9 12

Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving en gewenste ontwikkeling 3.1 Functioneel-ruimtelijke structuur 3.2 Cultuurhistorie 3.3 Archeologie 3.4 Beschermwaardige bomen 3.5 Welstand en beeldkwaliteit 3.6 Duurzaamheid 3.7 Projecten en nieuwe initiatieven 3.8 Overige aanpassingen in het bestemmingsplan

16 16 18 34 35 36 37 39 42

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieu 4.2 Water 4.3 Natuur

47 47 54 56

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Algemeen 5.2 Indeling planregels 5.3 Beschrijving van het plan 5.4 Handhaving

58 58 58 59 71

Hoofdstuk 6

72

2

Economische uitvoerbaarheid

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

Toelichting Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding bestemmingsplan

Het bestemmingsplan Stadsveld-Pathmos 2009 is circa 10 jaar oud. Het plan is toe aan een actualisatie. Dat heeft vorm gekregen in voorliggend bestemmingsplan "Stadsveld-Pathmos 2019". Met het nieuwe bestemmingsplan krijgt het plangebied actuele bestemmingsplanregels. Het gaat hoofdzakelijk om het vastleggen van de bestaande (legaal/vigerende) situatie. Daarnaast worden de bestemmingsplanregels en plankaart (verbeelding genoemd) aangepast naar aanleiding van nieuw beleid en nieuwe (voortschrijdende) inzichten van de gemeente en enkele concrete projecten in het gebied. Het gaat onder ander om het verwerken van vergunningen die na 2009 zijn verleend voor nieuwe of aangepaste functies en/of bouwwerken (die nog niet mochten op basis van bestemmingsplan Stadsveld-Pathmos 2009), het beter beschermen van cultuurhistorische bebouwing en structuren, het specifieker bestemmen van maatschappelijke panden en praktische aanpassingen in de regels voor bedrijventerrein Josink Es. Bij de planbeschrijving in hoofdstuk 4 wordt hier nader op ingegaan.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het gebied waarop het bestemmingsplan “Stadsveld - Pathmos 2019” betrekking heeft ligt in stadsdeel West. Het plangebied wordt begrensd door de Westerval in het noorden, de Pathmossingel in het oosten, de Haaksbergerstraat in het zuiden en de Usselerrondweg in het westen. Het betreft grofweg de wijken Stadsveld, Pathmos (ten westen van de Pathmossingel), 't Zwering en Bruggert en daarnaast het bedrijventerrein Josink Es en een strook met bedrijven aan de zuidzijde van de Westerval. In onderstaande afbeeldingen is het plangebied weergegeven in haar wijdere omgeving (afbeelding 1.1) en op een luchtfoto (abeelding 1.2).

Afbeelding 1.1: ligging plangeb ied in omgeving

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

3

Afbeelding 1.2: b egrenzing plangeb ied; indicatief rood omkaderd

1.3

Geldende juridische regelingen

Afbeelding 1.2 geeft de vigerende bestemmingen in het plangebied weer.

Afbeelding 1.3: Geldende b estemmingen (plangebied indicatief rood omkaderd)

Stadsveld - Pathmos 2009 In het grootste deel van het plangebied geldt het bestemmingsplan "Stadsveld - Pathmos 2009", dat op 24

4

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

september 2012 is vastgesteld. De bestemming 'Wonen' (geel op afbeelding 1.3) overheerst in het plangebied. Verder zijn er onder andere diverse bedrijven gevestigd en als zodanig bestemd (paars) danwel met een functieaanduiding mogelijk gemaakt. Deze zijn met name aanwezig in het noordwesten (bedrijventerrein Josink Es) en het noordoosten (Het Poolman). Daarnaast zijn onder andere centrumfuncties (lichtroze), speeltuinen (felroze) en maatschappelijke functies (bruin) aanwezig. Tussen deze functies wordt de ruimte gevuld met parken en groenvoorzieningen (groen), verkeer- en verblijfsgebied (grijs) en aan de westelijke rand weilandjes met agrarische bestemming (lichtgroen).

Rechtsuitspraak Oogstplein 25-52 In het bestemmingsplan Stadsveld -Pathmos 2009 zijn supermarkten binnen de bestemming en aanduiding 'detailhandel' uitgesloten. De Raad van State heeft het bestemmingsplan voor het perceel Oostplein 25-52 vernietigd en de gemeente opgedragen een juiste regeling te treffen, waarbij de op het Oogstplein gevestigde supermarkt niet meer onder het overgangsrecht valt. De benodigde aanpassing is verwerkt in voorliggend bestemmingsplan. De supermarkt is positief bestemd door deze niet meer te verbieden binnen de aanduiding (en bestemming) 'detailhandel'.

Akkerstraat e.o. Op het perceel tussen de Akkerstraat, J.H.W. Robersstraat en Zweringweg heeft een herontwikkeling plaatsgevonden. Voor deze herontwikkeling is een bestemmingsplan opgesteld: "Akkerstraat e.o.". Daarbij heeft het plangebied (zie onderstaand) de bestemmingen 'Gemengd' en 'Verkeer - Verblijfsgebied' gekregen. Het plangebied is opgenomen in voorliggend plan "Stadsveld - Pathmos 2019". De bestemming 'Gemengd' is echter omgezet in de bestemming 'Centrum', omdat deze in dit geval nagenoeg gelijke mogelijkheden biedt en omdat het functioneel (en ruimtelijk) bij het centrum van Stadsveld hoort, dat in het beleidskader Retail in Enschede is aangeduid als een 'wijkwinkelcentrum'.

Afbeelding 1.4: Bestemmingsplan 'Akkerstraat e.o'

Projectafwijkingsbesluit Achterhofweg 35 Op het perceel Achterhofweg 35 is een manege gevestigd. Ten behoeve van deze manege is binnen de bestemming 'Agrarisch - Stadsrandzone' in afwijking van het bestemmingsplan een vergunning verleend ten behoeve van een paardrijbak en een kavelpad dat de paardrijbak ontsluit. In voorliggend plan zijn bouw- en bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

5

gebruiksmogelijkheden (berijden etc) voor paardrijbakken opgenomen waardoor de situatie aan de Achterhofweg 35 niet meer strijdig is met het bestemmingsplan.

Paraplubestemmingsplannen Naast het hiervoor genoemde gelden de volgende 'paraplubestemmingsplannen' voor het hele plangebied. De werking van deze paraplubestemmingsplannen vervalt met de in werking treding van voorliggend bestemmingsplan voor het plangebied. Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risicovol, geluid) Dit plan, vastgesteld op 18 november 2014, sluit vestiging van risicovolle inrichtingen uit. Het plangebied heeft de gebiedsaanduidingen 'overige zone - risicovolle inrichtingen uitgesloten' en 'overige zone - vuurwerk uitgesloten'. In de regels van voorliggend bestemmingsplan zijn deze verboden overgenomen. Voor bedrijventerrein Josink Es geldt de aanduiding 'overige zone - gezoneerd industrieterrein'. Alleen binnen deze aanduiding zijn (bij recht) nieuwe geluidzoneringsplichtige inrichtingen toegestaan. In voorliggend plan zijn geluidzoneringsplichtige inrichtingen uitgesloten tenzij ze liggen op een gezoneerd industrieterrein. Cultuurhistorie Dit plan, vastgesteld op 6 februari 2017, heeft als doel een planologisch-juridische regeling te geven voor cultuurhistorisch erfgoed. Binnen het plangebied geldt voor de buurt Pathmos (oostelijk gelegen binnen het plangebied) de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie'. Dat is een vrij zware bescherming. Deze wordt overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan, inclusief bijbehorende regels.

De rest van het plangebied valt binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - cultuurhistorie'. Verspreid in dat gebied liggen vier panden met een aanduiding 'karakteristiek'. Ten behoeve van voorliggend bestemmingsplan is een grondige cultuurhistorische inventarisatie uitgevoerd. Daaruit blijkt onder andere dat de naoorlogse wijkontwikkeling onvoldoende gewaardeerd is in het bestemmingsplan Cultuurhistorie (objectmatig en in zijn structuur). De inventarisatie heeft geleid tot het opnemen van de aanduiding 'karakteristiek' op veel extra panden en een nieuwe gebiedsaanduiding voor structuren. Daarmee is het onderwerp cultuurhistorie nader uitgewerkt. Onzelfstandige Bewoning Enschede Dit bestemmingsplan, vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede op 13 november 2017, richt zich op de regulering van onzelfstandige bewoning in het stedelijke gebied van gemeente Enschede om concentratie van onzelfstandige bewoning (gebruik van woningen of andere gebouwen als kamerverhuurpand) tegen te gaan. In de regels van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels omtrent onzelfstandige bewoning uit dit parapluplan doorvertaald. Kwalitatief sturen op appartementen Dit plan heeft als doel om ongewenste ontwikkeling van studio's en appartementen tegen te houden.

Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het verbod door verlening van een omgevingsvergunning voor nieuwe appartementen en studio's als het plan aan diverse specifieke criteria voldoet. De relevante regels van dit plan zijn doorvertaald in voorliggend bestemmingsplan. Parkeren Enschede Dit plan, vastgesteld op 11 maart 2019, zorgt er voor dat de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017' van toepassing is op (bijna) de hele gemeente, waaronder het plangebied. De relevante regels zijn doorvertaald in voorliggend plan.

1.4

Wettelijk kader

Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).

Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van

6

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt. Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen.

Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).

1.5

Adviezen, vooroverleg en procedure

Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Stadsveld - Pathmos 2019” zijn drie erkende wijkorganen actief: Wijkraad Stadsveld, Wijkraad Pathmos en Buurtkring Usselo. In overleg met Buurtkring Usselo is afgesproken dat zij niet actief adviseren over het plan, maar alleen op de hoogte worden gehouden over de voortgang. Met wijkraden Stadsveld en Pathmos is een overleg geweest waarin het plan is toegelicht. Beide wijkraden hebben vervolgens schriftelijk advies uitgebracht. Zij hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het plan. Wel hebben zij aandachtspunten aangegeven op onderwerpen die niet in directe zin in het bestemmingsplan geregeld kunnen worden, zoals de precieze inrichting en het gebruik van de fietsstraten in het plangebied.

Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

7

bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk waarbij ruimtelijke belangen van andere gemeenten en de provincie Overijssel of het Rijk in het geding zijn. Daarom is voor dit plan afgezien van het plegen van vooroverleg met deze instanties. Wel is overleg gevoerd met het waterschap, met name over de bescherming van de Stadsbeek. Deze is al deels aangelegd en vervult een belangrijke waterbergende en -afvoerende functie in en rond het plangebied. Het ontwerpbestemmingsplan wordt verder op de gebruikelijke wijze gedeeld met de provincie. Daarbij wordt aangegeven dat het plan positief bijdraagt aan de doelstelling die is afgesproken met de provincie ten aanzien van het 'afboeken' van hectares bedrijventerrein (Josink Es).

Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Stadsveld - Pathmos 2019” in voorbereiding te nemen op 24 april 2019 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede.

Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet. De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan “Stadsveld - Pathmos 2019” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen is 22 april 2020 gepubliceerd in "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede, het Gemeenteblad en in de Staatscourant.

Zienswijzen Tijdens de periode van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan zijn 12 zienswijzen ingediend. Van de ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarvan is een verslag gemaakt. Dit verslag is bij de besluitvorming over de vaststelling door de gemeenteraad betrokken en is toegezonden aan de indieners van de zienswijzen. De zienswijzen zijn aanleiding geweest tot een aantal aanpassingen in het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. In bijlage 4 is de nota van wijzigingen opgenomen.

Rechtsb escherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.

8

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

Planologisch beleidskader

2.1

Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk

2.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau staat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De structuurvisie is sinds maart 2012 van kracht en vormt de kapstok voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR beschrijft de Rijksoverheid haar visie op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland in de richting van het jaar 2040. Eén van de kernbegrippen in de SVIR is decentralisatie. Het kabinet wil beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen dichter bij burgers en bedrijven brengen. Provincies en gemeenten krijgen letterlijk de ruimte om maatwerk te leveren voor regionale opgaven. Het kabinet heeft dertien nationale (gelijkwaardige) belangen opgesteld. Dit zijn concrete belangen waarvoor het Rijk verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. 2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening

De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan. 2.1.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk

Met de ontwikkelingen die in voorliggend plan worden mogelijk gemaakt, worden geen nationale belangen geschaad. Het plan voldoet aan de SVIR en het Barro en Bro.

2.2

Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel

2.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. Vervolgens wordt de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening ieder jaar geactualiseerd. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

9

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.

Afbeelding 2.1: Uitvoeringsmodel provincie Overijssel

Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de 'Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking welke voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen.

Ontwikkelingsperspectieven (waar) 10

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.

Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving). Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.

2.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden.

2.2.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel

Generieke beleidskeuzes Het plan past binnen de generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel zoals gevat onder de 'Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Het plan betreft een actualisatieplan. Kleine ontwikkelingen die in de loop van de jaren hebben plaatsgevonden of naar aanleiding van veranderde inzichten mogelijk worden gemaakt, zijn niet in strijd met het provinciaal beleid. Als gevolg van (beoogde) sloop en nieuwbouw neemt het aantal woningen in het plangebied naar verwachting af. Ook zijn de regels voor de bouw van appartementen tussentijds aangescherpt door middel van een parapluplan. Deze regels zijn overgenomen in voorliggend plan. Ook is er geen ontwikkeling van nieuwe werklocaties. Wel zijn de regels voor het bestaande werkgebied wat praktischer gemaakt op een aantal punten, waardoor onder andere de uitgifte van langdurig braakliggende kavels mogelijk wordt bespoedigd. Voor het plangebied gelden geen gebiedsspecifieke beleidskeuzes (zoals Natuurnetwerk Nederland (NNN)). Ontwikkelingsperspectieven Voor het plangebied geldt grotendeels het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen stedelijke netwerken'. Binnen dit ontwikkelingsperspectief zorgen herstructurering en transformatie voor het vitaal en aantrekkelijk houden van het gebied, en het vergroten van de diversiteit aan milieus.

Bij herstructurering is het anticiperen op klimaatverandering en het reserveren van ruimte voor groen en water van belang, evenals het leveren van een bijdrage aan de energietransitie (treffen duurzaamheidsmaatregelen). Het betreft vooral een conserverend plan. Met voorliggend plan wordt wel waar het kan bijgedragen aan deze doelen. Er is onder andere meer groen daadwerkelijk als groen bestemd en bestaande kwaliteiten (zoals cultuurhistorische waarden) worden beter beschermd. Voor een smalle strook aan de westzijde van het gebied (stadsrandzone) geldt het ontwikkelperspectief 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Dit wijkt af van de rest van het plangebied. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit staat hier de ambitie 'Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Het beleid richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Het gaat in dit geval om een stadsrandzone. De kenmerkende structuren zijn enigszins verdwenen, maar er worden geen grote ontwikkelingen toegestaan die de huidige structuur sterk bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

11

beïnvloeden. Daarnaast wordt zwaarder ingezet op het beschermen van cultuurhistorische waarden dan in voorgaande bestemmingsplannen. Daarnaast geldt in de stadsrandzone ook de bijzondere gebiedsconditie 'stads- en dorpsrandgebieden'. Deze vormen de overgang tussen de Stedelijke en de Groene Omgeving. Het vormgeven als entree van zowel de Groene als de Stedelijke Omgeving is een belangrijk kwaliteitsdoel. Met de bestemming 'Agrarisch stadsrandzone' wordt in bestemmingsplan aangesloten bij deze 'gebiedsconditie'. Gebiedskenmerken In het plangebied zijn de volgende gebiedskenmerken aangeduid binnen de diverse lagen: 'Natuurlijke laag': 'Dekzandvlakte en ruggen' en 'Beekdalen en natte laagtes' 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap': grotendeels niet van toepassing. De westelijke rand, inclusief bedrijventerrein Josink Es, betreft het 'Essenlandschap'. 'Stedelijke laag': Josink Es en het Poolman betreffen 'Bedrijventerreinen', 't Zwering en een deel van Pathmos betreffen 'Woonwijken 1955-nu' en Pathmos en het oostelijke deel van Stadsveld betreffen 'Bebouwingsschil 1900-1955'. 'Laag van de beleving': 'Stads en dorpsrandgebieden' in alleen de westelijke rand van het plangebied, (alleen de Gronausestraat; grenzend aan noordzijde plangebied) en een 'Wandelroute' door Pathmos aan de oostzijde van het plangebied.

Zoals eerdere aangegeven betreft het een voornamelijk conserverend plan. Het plan heeft geen relevante negatieve invloed op de hiervoor genoemde gebiedskenmerken. De kenmerken van de natuurlijke laag en de laag van het agrarisch cultuurlandschap zijn bovendien weinig meer aanwezig. De cultuurhistorische waarden van het bebouwde gebied worden zoals eerder aangegeven in voorliggend bestemmingsplan beter beschermd dan in het voorgaande bestemmingsplan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

2.3

Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijk relevante beleid van de gemeente Enschede. Waar mogelijk wordt het beleid gerelateerd aan voorliggend bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 en 4 komt ook beleid aan de orde. 2.3.1

Stedelijke Koers

Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012. In Enschede zullen niet alleen minder woningen worden gebouwd, maar ook andere soorten: minder appartementen en meer woningen met een tuin. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld. Voor de kantorensector wordt naast verlagen van het aantal te bouwen kantoren ook gekeken naar hergebruik van bestaande kantoren, omdat er sprake is van leegstand.

12

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

2.3.2

Richting aan Ruimte

Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.

Afbeelding 2.2: RAR kompas

2.3.3

Structuurvisies

De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.

Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit diverse gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. De meeste van deze individuele beleidsnota's zijn nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. Ook zijn sinds 2011 enkele nieuwe inhoudelijke beleidsnota's en -visies vastgesteld waaraan nieuwe initiatieven worden getoetst. Deze hebben echter niet de status van structuurvisie. Een voorbeeld is de Visie Werklocaties welke is vastgesteld in 2019. Zie verder paragraaf 2.3.4. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen.

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

13

De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.

Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld. De voor het plangebied relevante visies zijn hierna genoemd. Voor andere ruimtelijk relevante gemeentelijke beleidsnota's en -visies (zonder status structuurvisie), zie paragraaf 2.3.4. Woonvisie Op 12 maart 2012 is de Woonvisie Enschede 2025 vastgesteld. De Woonvisie vormt een nadere uitwerking van de Structuurvisie, specifiek toegespitst op de gemeentelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van het wonen. Op 17 juni 2019 is een nieuwe Woonvisie vastgesteld. Dit is echter geen structuurvisie. Zie hierna onder kopje 'overig gemeentelijk beleid'.

Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit.

De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede.

Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.

Structuurvisie Externe Veiligheid Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Externe Veiligheid vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid met betrekking tot het beheersen van risico's die mensen lopen door de opslag, de protectie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is vastgelegd wat in Enschede nog als een toelaatbaar risico wordt beschouwd en hoe ongewenste situaties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen of beperkt. In deze structuurvisie is tevens het beleid voor opslagplaatsen en verkooppunten van consumentenvuurwerk vastgelegd.

14

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

2.3.4

Overig beleid

Zoals aangegeven zijn er naast voorgaande nog diverse andere ruimtelijk relevante gemeentelijke beleidsnota's en -visies geldend of in de maak waaraan nieuwe ruimtelijke initiatieven (zullen) worden getoetst. Dit zijn over het algemeen geen structuurvisies. Deze zullen naar huidig inzicht over enkele jaren samen met de hiervoor genoemde structuurvisies uitmonden in een integrale Omgevingsvisie. Voor zover relevant voor voorliggend bestemmingsplan komen deze aan bod in hoofdstuk 3 of 4. Het gaat onder andere om de Visie Werklocaties (13 mei 2019 vastgesteld; geen structuurvisie), de Woonvisie (17 juni 2019 vastgesteld; geen structuurvisie), Beleidskader 'Retail in Enschede' (9 december 2019 vastgesteld) en de Energievisie (wel een structuurvisie; nog niet vastgesteld d.d. januari 2020). 2.3.5

Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

Voorliggend plan betreft een actualisatieplan waarin geen grootschalige nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. De veranderingen ten opzichte van de vigerende bestemmingsplannen komen vooral voort uit vergunde situaties en veranderde wet- en/of regelgeving. Nieuwe (nog niet vergunde) ontwikkelingen zijn veelal dermate klein, dat hiervoor geen specifiek beleid is opgesteld. Op enkele punten is in het plangebied wel een aanpassing gedaan in lijn met (nieuw) gemeentelijk beleid. Waar relevant worden deze stukken benoemd in hoofdstuk 3 of 4 van dit bestemmingsplan. Een voorbeeld is de aanpak van incourante kavels op bedrijventerrein Josink Es, in lijn met de Visie Werklocaties.

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

15

Hoofdstuk 3

Gebiedsbeschrijving en gewenste ontwikkeling

In dit hoofdstuk wordt eerst een algemene beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Daarbij zal worden ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied (3.1), de aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden en bescherming daarvan (3.2 en 3.3), beschermwaardige bomen (3.4), welstand (3.5) en duurzaamheid (3.6). Vervolgens worden de relevante aanpassingen in het bestemmingsplan ten opzichte van het nu geldende bestemmingsplan beschreven. In paragraaf 3.7 worden concrete ontwikkelingen/projecten vermeld en de aanpassingen in het bestemmingsplan die daarvoor zijn gedaan. Vervolgens worden alle overige aanpassingen beschreven (3.8), waaronder praktische aanpassingen (bijv. in bouwregels) en aanpassingen op basis van beleid, verleende vergunningen en de uitgevoerde inventarisatie (veld en bureau). Zoals aangegeven in paragraaf 1.5 hebben de ingediende zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan geleid tot een aantal aanpassingen in het plan. Ook zijn er ambtshalve enkele wijzigingen aangebracht. De wijzigingen tussen het ontwerpplan en het vastgestelde plan zijn aangegeven in bijlage 4. Deze wijzigingen zijn waar relevant ook doorgevoerd in dit hoofdstuk

3.1

Functioneel-ruimtelijke structuur

Structuur op hoofdlijnen Het plangebied ligt in het westen van de stad Enschede, direct ten zuiden van de Westerval. Het plangebied bestaat uit de wijken/buurten Pathmos, Stadsveld, Stevenfenne, Elferink-Heuwkamp en Zwering/Bruggert, het bedrijventerrein Josink Es, bedrijvigheid langs de zuidzijde van de Westerval ('t Poolman) en aan de westzijde een stadsrandzone. De huidige (stedelijke) inrichting van het plangebied is ontstaan in meerdere fasen, tussen 1910 en heden. Door de schoksgewijze en planmatige uitbreidingen kenmerkt het gebied zich door een grote diversiteit aan bebouwing, ruimtelijke opzet en openbare ruimte. Zie paragraaf 3.2 en bijlage 1 en bijlage 2 voor een uitgebreide beschrijving van de ontstaansgeschiedenis van het plangebied, de stedenbouwkundige opzet en de aanwezige cultuurhistorische waarden. Afbeelding 3.1 geeft de functioneel-ruimtelijke structuur van het plangebied op hoofdlijnen weer.

16

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

Afbeelding 3.1: Structuur op hoofdlijnen (plangrens indicatief in rood)

Het grootste deel van het plangebied betreft een woongebied (oranje in bovenstaande afbeelding). De woningtypes variëren van kleine eengezinswoningen, gestapelde appartementen tot vrijstaande villa's. Verspreid over het woongebied zijn er ook diverse speeltuinen, (kleinere) bedrijven, eetgelegenheden en maatschappelijke functies aanwezig. De wijk heeft een zelfstandig functionerend voorzieningenniveau waarbij het "centrum" is gelegen aan de Wethouder Nijhuisstraat, tussen de Elferinksweg en de Zweringweg. De noordzijde van het plangebied kenmerkt zich door de bedrijvigheid op de werklocaties Westerval (ook wel 't Poolman) en bedrijventerrein Josink Es. Deze zorgen voor een representatieve entree van Enschede vanaf de westzijde. De westzijde van het plangebied vormt een overgangsgebied tussen de stad en het buitengebied. Hier staan diverse, met name vrijstaande, woningen verspreid tussen (kleine/hobbymatige) agrarische gronden. Opvallend in dit gebied is de aanwezigheid van een groot tuincentrum en een manege. In deze 'groenzone' ligt ook de Usselerstroom welke sterk gekanaliseerd is en in het zuidwesten het plangebied verlaat.

Verkeer Het plangebied wordt begrensd door de volgende grotere wegen: De Usselerrondweg aan de westzijde van het plangebied. Deze maakt onderdeel uit van een grotere ringstructuur van Enschede. De Westerval in het noorden is de rechtstreekse verbinding tussen de autosnelweg A35 en de Pathmossingel. Deze belangrijke verkeersader kent hoogteverschillen en wordt omzoomd door groen en bedrijventerreinen. De Pathmossingel aan de oostzijde is een onderdeel van de singelstructuur ('ring') rond het centrum van Enschede. De Haaksbergerstraat in het zuiden is een belangrijke stadsentree (radiaal) vanuit het zuidwesten naar de Singel. Vooral in het stedelijke gebied kent de weg karakteristieke lintbebouwing. De ligging van het plangebied, tussen een aantal hoofdwegen, biedt een basis voor een goede verkeersstructuur. Door 'inprikkers' wordt het gebied ontsloten richting deze hoofdwegen. Het middengebied kent een diffusere verkeersstructuur waardoor doorgaand verkeer ontmoedigd wordt. Het grootste deel van het plangebied is aangewezen als 30 km/h-gebied. De Haaksbergerstraat, het oostelijk deel van de Westerval en de overige "inprikkers" (Rembrandtlaan, Tweede Emmastraat en het eerste deel van de Elferinksweg) zijn 50 km/h wegen. Het westelijk deel van de Westerval is een 100 km/h weg. De Westerval heeft een breed invloedsgebied van toeleidende wegen en bedrijventerreinen.

De schaal van de weg is hier overal voelbaar. Met representatieve bebouwing, groen en hoogteverschillen wordt gewerkt aan een aantrekkelijke hoofdroute. Het invloedsgebied versmalt richting de singel. Voor het langzame verkeer zijn voor de oost-west verbinding de routes over de Elferinksweg en de Usselerweg/Zweringweg van belang. Als noord-zuid verbindingen zijn de Ferdinand Bolstraat, B.W. ter Kuilestraat en Wethouder Nijhuisstraat belangrijk. Om het fietsverkeer te ondersteunen zijn in het plangebied inmiddels twee 'fietsstraten' gerealiseerd op hiervoor genoemde routes, één oost-west- en één noord-zuid-verbinding. De eerste verbindt de wijken Pathmos en Stadsveld met de binnenstad. Deze route loopt via de Zweringweg, Usselerweg en Emmastraat. Het is een alternatief voor de drukke Haaksbergerstraat. De tweede route loopt via de Ferdinand Bolstraat (dwars door Stadsveld) en verbindt Helmerhoek met de Havens. Het Bonhoeffer college (locatie Bruggertstraat) ligt langs deze route. De inrichting en het gewenste gebruik van de fietsstraten behoeft nog wel aandacht, zo blijkt uit praktijkervaringen in het plangebied. In het bestemmingsplan hebben de fietsstraten de reguliere bestemming 'verkeer verblijfsgebied'.

Groen en water Het oostelijk deel van het plangebied kent twee grotere groenelementen: het Acaciaplantsoen en het Aintsworthpark. Het overige groen wordt voornamelijk gevormd door kleine parkjes op kruispunten in de verkaveling en verspreid liggende speeltuinen. Het westelijk plandeel kent wel parken en grotere groenzones waarbij de groenzone langs de Usselerrondweg als overgangsgebied functioneert naar het landelijk gebied. bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

17

Tussen deze diverse groenelementen, is weinig samenhang. Door intensievere laanbeplanting wordt gewerkt aan een hechtere groenstructuur in de wijk. De bomen begeleiden de grotere wegen. Het plangebied kent een beperkte hoeveelheid open water. In het westen ligt de Usselerstroom. Deze is bestemd als 'water'. In het Ainsworthpark (in Pathmos) ligt een vijver met een bergende functie. Deze bergende functie is geborgd in het bestemmingsplan met een dubbelbestemming. In de gemeentelijke watervisie was door het plangebied een "Blauwe ader" voorzien van west naar oost. Dit heeft inmiddels vorm gekregen in het project de 'Stadsbeek'. Deze nieuwe beek loopt van de Usselerstroom vanuit het noordwesten van het plangebied door de wijken heen naar het oosten van het plangebied en verder. Een groot deel is inmiddels gerealiseerd. De Stadsbeek wordt beschermd met een dubbelbestemming in voorliggend bestemmingsplan. Zie verder paragraaf 3.7.

3.2

Cultuurhistorie

3.2.1

Ontstaansgeschiedenis

Het plangebied kenmerkte zich voor 1900, voor de sterke groei van de stad, als een enkenlandschap. Het plangebied lag ruim buiten de stad Enschede in een gebied dat deels was ontgonnen en deels bestond uit woeste gronden. Deze woeste gronden waren in die tijd in bezit van de marke Usselo en werden door boeren gebruikt onder andere voor het steken van plaggen als strooisel in de stal waardoor essen ontstonden. Het ontgonnen terrein behoorde bij boerderijen die als een lint ten westen van het ontgonnen terrein lagen in de zuidwestelijke rand van het plangebied (diverse boerderijen krijgen de aanduiding 'karakteristiek'; zie paragraaf 3.2.3). Het hele gebied tot aan de stad Enschede heette destijds 'Usseleresch'. Daarbinnen lagen een aantal kleinere essen: Brugginkesch, Josinkesch en Elferinkesch. De essen vormden een open landschap. Direct daarom heen bevond zich een kleinschaliger landschap met een losse padenstructuur, broekbosjes, beken en losse agrarische bebouwing. Vanaf 1910 kwam het plangebied tot stedelijke ontwikkeling in meerdere fasen (schoksgewijs en planmatig), van het oosten (Pathmossingel) naar het westen. Hierdoor kenmerkt het gebied zich door een grote diversiteit aan bebouwing en openbare ruimte/structuren.

De stedelijke ontwikkeling van het plangebied laat eerst een vooroorlogse tuindorp-ontwikkeling zien, waarvan het waardevolle Pathmos het vroegste deel vormt (zie verder paragraaf 3.2.3). Tot 1933 strekte de ontwikkeling zich uit van de Pathmossingel tot aan de Dennenweg, welke tot de fusie met gemeente Lonneker in 1933 de gemeentegrens vormde. Daarna volgde tot het begin van de oorlog verdere bebouwing van het gebied westelijk van de Dennenweg. Na de oorlog werd de ontwikkeling voortgezet door een kenmerkende uitleg in 2 fasen (Stevenfenne in de jaren '50 en Stadsveld in de jaren '60). Daarop volgden de recentere uitbreidingen uit de jaren '80 (Bruggert) en tot slot de ontwikkeling van 't Zwering die startte in de jaren '90. De uitbreidingen zijn veelal herkenbaar door de toen geldende samenhangende ontwerpprincipes voor architectuur, stedenbouw en landschap. Zie bijlage 1 voor een meer uitgebreide beschrijving van de ontstaansgeschiedenis van het huidige plangebied. 3.2.2

Monumenten

In onderstaande afbeelding zijn de aanwezige rijks- (letter R) en gemeentelijke monumenten (nummers) in het plangebied weergegeven. Deze zijn ook weergegeven in afbeelding 3.3 met dezelfde nummers. In het overige deel van het plangebied zijn geen monumenten aanwezig.

18

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

Afbeelding 3.2: Rijks- en gemeentelijke monumenten in het plangebied (plangrens in rood)

Binnen het plangebied is alleen boerderijcomplex "'t Elferink" (Zweringhoekweg 45) aangemerkt als rijksmonument (R in bovenstaande afbeelding). Daarnaast zijn de volgende gemeentelijke monumenten aanwezig in het plangebied (nummers corresponderen met afbeelding): 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Boekweitstraat 16: openbare lagere school “Het Stevenfenne” Haaksbergerstraat 394-408: winkels/woningen Pathmosplein 1-12: woningen Spinnerstraat 10-12: winkelgalerij/woningen Spinnerstraat 27: voormalig badhuis Spinnerstraat 29-29a: openbare lagere school “Het Stadsveld” Volksparksingel 1: Villa 't Slachthuis (gebruik als kantoor) Tweede Emmastraat 60: Christelijk gereformeerde kerk

Aanvullend op bovenstaande is de (voormalige) boerderij Zwerinkhoekweg 15 kandidaat voor gemeentelijk monument. Aangezien de boerderij vooralsnog geen monument is, wordt deze wel aangewezen als 'karakteristiek' (zie paragraaf 3.2.3). Aan monumenten is in dit bestemmingplan geen juridische betekenis toegekend. De bescherming van deze objecten vindt plaats op grond van de Monumentenwet 1988 en/of de gemeentelijke Monumentenverordening. 3.2.3

Overige cultuurhistorische waarden

Cultuurhistorische waardenkaart en aanscherping op basis van nader onderzoek Naast de hiervoor genoemde monumenten bevinden zich in het plangebied diverse andere cultuurhistorisch waardevolle objecten/panden en gebieden (structuren/complexen). Hoewel het geen monumenten zijn, kunnen deze toch erg belangrijk zijn als dragers van de cultuurhistorische identiteit van gebieden. Gemeente Enschede beschermt deze waarden via het bestemmingsplan en de welstandsnota (zie paragraaf 3.5). De basis voor deze bescherming ligt in eerste instantie in de Cultuurhistorische WaardenKaart (CHWK) van de gemeente Enschede. Panden en objecten die op de CHWK staan, zijn van maatschappelijk belang voor

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

19

de identiteit van Enschede en dus de moeite van het behouden waard. Niet álle panden op de CHWK hebben echter een beschermde status in een bestemmingsplan. De CHWK is dynamisch, een momentopname van de dan beschikbare kennis. De gebouwen en objecten zijn ten behoeve van de CHWK in eerste instantie op basis van vrij algemene criteria gewaardeerd, maar niet specifiek beoordeeld. Bij de vertaling van de CHWK naar bestemmingsplan 'Cultuurhistorie' (vastgesteld in 2016) is deze beoordeling en vertaling naar gebieds- en bouwaanduidingen eveneens globaal gebeurd. Bij ieder nieuw bestemmingsplan is het dan ook de intentie om de analyse nogmaals en nauwkeuriger te doen. Er komen met bijna elk groot nieuw bestemmingsplan waarden in beeld die (nog) niet op de CHWK stonden (bij opstelling CHWK was bijv. informatie over na-oorlogse waarden nauwelijks voorhanden) en ook blijkt bij sommige objecten op de CHWK dat deze bij nader inzien niet waardevol genoeg zijn om te beschermen in een bestemmingsplan. De te beschermen waarden (panden/objecten en structuren/complexen) worden vertaald in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is de enige plek waar panden en structuren op een juridisch zekere manier beschermd kunnen worden. De CHWK is inmiddels niet meer up to date ten opzchte van de beschermde waarden in de bestemmingsplannen. De CHWK heeft in die zin vooral nog een informatieve rol.

Ten behoeve van voorliggend plan is een grondige inventarisatie en analyse van de cultuurhistorische waarden in het plangebied uitgevoerd. Om te komen tot een selectie van te beschermen panden en structuren is enerzijds een inventarisatie in opdracht van de gemeente uitgevoerd. Anderzijds is tegelijkertijd een inventarisatie uitgevoerd door een samenwerking van lokale cultuurhistorische verenigingen. De resultaten van deze iventarisaties (lijsten en rapporten) met mogelijk aan te wijzen panden en structuren zijn niet bij het bestemmingsplan gevoegd, omdat deze lijsten en rapporten niet geschreven zijn ten behoeve van de plantoelichting (kan voor verwarring zorgen). Vervolgens zijn deze inventarisaties naast elkaar gelegd en is een definitieve selectie gemaakt door een cultuurhistorisch deskundige van de gemeente. Deze selectie bestaat enerzijds uit waardevolle structuren/complexen en anderzijds uit objecten/panden die op zichzelf waardevol (beeldbepalend) zijn. Uit de inventarisatie blijkt onder andere dat de naoorlogse wijkontwikkeling tot nog toe onvoldoende gewaardeerd was (zowel objectmatig als in zijn structuur). De inventarisatie heeft geleid tot het opnemen van de aanduiding 'karakteristiek' op veel extra panden en een nieuwe gebiedsaanduiding voor structuren. Daarmee is het onderwerp cultuurhistorie nader uitgewerkt.

In het navolgende worden de waardevolle gebieden en panden/objecten beschreven en wordt aangegeven hoe deze beschermd worden in voorliggend bestemmingsplan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de volgende manieren van bescherming: Dubbelbestemming 'Waarde-Cultuurhistorie': een vrij zware bescherming voor waardevolle gebieden zoals deze al was opgenomen in bestemmingsplan 'Cultuurhistorie'. In voorliggend plan zijn de regels bij deze dubbelbestemming uitgebreid met regels voor de (zichtbare) 'buitenruimte'. Gebiedsaanduiding 'Cultuurhistorische structuur': een nieuwe gebiedsaanduiding waarmee enerzijds de structuur van de bebouwing wordt beschermd en anderzijds (net als bij dubbelbestemming 'Waarde-Cultuurhistorie') de buitenruimte. Bebouwing mag alleen worden gesloopt als bij nieuwbouw de structuur gerespecteerd wordt. Ook kunnen er panden/objecten binnen de structuur liggen die op zichzelf waardevol (beeldbepalend) zijn. Deze krijgen aanvullend de aanduiding 'karakteristiek'. Aanduiding 'karakteristiek': individuele beeldbepalende panden. Deze liggen verspreid in het gebied en kunnen, zoals hiervoor aangegeven, ook voorkomen binnen de gebiedsaanduiding 'Cultuurhistorische structuur'. Zie paragraaf 5.3 voor een meer uitgebreide beschrijving van de manier waarop deze waarden juridisch beschermd worden.

Naast de in het bestemmingsplan aangewezen/beschermde waarden zijn er uiteraard nog meer waarden aanwezig in het plangebied. Het gaat onder andere om kunstwerken in de openbare ruimte en om fraaie nieuwe gebouwen die (nog) niet beschermd worden als cultuurhistorisch waardevol. Een opvallende combinatie van kunst en nieuwe gebouwen zijn de woningen Elferinksweg 251-267. Hier stonden lage woningen uit de jaren vijtig die waren versierd met mozaïeken van de Hengelose Cobra kunstenaar Theo Wolvecamp. In de nieuwe woningen (uit 2011) is het werk van de kunstenaar zeer duidelijk teruggekeerd in muurtjes aan de voorzijde en de nieuwe woningen volgen de oorspronkelijke, karakteristieke opzet van de bebouwing, maar zijn wel hoger gebouwd.

Dubbelbestemming 'Waarde-Cultuurhistorie':

20

bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

De buurt Pathmos (met uitzondering van de 'Drentse buurt') is het enige gebied dat in dit bestemmingsplan wordt beschermd met de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie'. Deze dubbelbestemming was al opgenomen in bestemmingsplan 'Cultuurhistorie'. Zoals hiervoor aangegeven is deze bestemming nu uitgebreid met regels voor de 'buitenruimte'. In onderstaande afbeelding zijn alle cultuurhistorisch waardevolle gebieden weergegeven die een 'status' hebben in dit bestemmingsplan. Pathmos ligt in het oosten van het plangebied (geel vlak in afbeelding; WC1). De andere cultuurhistorisch waardevolle gebieden zijn aangeduid als 'cultuurhistorische structuur' in dit bestemmingsplan (paars in afbeelding; zie hierna). Ook de monumenten (blauw; zie paragraaf 3.2.2) en de karakteristieke objecten (rood; zie hierna) in het plangebied zijn weergegeven. In bijlage 2 is een grote versie van deze kaart opgenomen.

Afbeelding 3.3 Cultuurhistorische waarden

De buurt Pathmos is cultuurhistorisch van groot belang. Pathmos hoort tot het DNA van Enschede. Dit is de eerste wijk in Enschede die vanuit een vooraf bepaald stedenbouwkundig plan in een aantal bouwfasen vanaf 1914 groeit naar de 974 woningen in 1922. De wijk is ontworpen volgens de modernste inzichten uit die tijd over een 'tuinstad'. De hier nagestreefde kwaliteit en opgedane ervaringen leggen de basis voor de grootschalige woningbouw in Enschede tot 1940. Zoals aangegeven in paragraaf 3.2.2 heeft een aantal objecten in Pathmos de status van monument (blauw in afbeelding 3.3 en bijlage 2). De singelstructuur is een belangrijk onderdeel in de ontstaansgeschiedenis van Enschede en is nog steeds een zeer kenmerkend onderdeel van de structuur van de stad. Binnen het plangebied ligt een deel van de singel. Het grootste deel daarvan, de Pathmossingel, ligt binnen de dubbelbestemming 'Waarde-Cultuurhistorie' (WC1 in afbeelding) en wordt daardoor beschermd, inclusief aanliggende bebouwing, op de manier zoals hiervoor beschreven. In voorliggend plan is een stukje van de Pathmossingel toegevoegd aan het gebied met dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' (WC2 in afbeelding 3.3), voor zover deze aansluit op de waardevolle 'Pathmos-bebouwing' aan de noordoostzijde van de singel welke net buiten het plangebied ligt (Pathmossingel 240-250 en Tweede Emmastraat 43-47).

Deze bebouwing is in bestemmingsplan 'Cultuurhistorie' niet opgenomen in de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie', maar zou deze bescherming in de toekomst moeten krijgen, omdat het onderdeel uitmaakt van het oorspronkelijke Pathmos. Voor het kleine overige deel van de singel binnen het plangebied is het profiel van de singel aangewezen als bestemmingsplan Stadsveld - Pathmos 2019 (vastgesteld)

21

'cultuurhistorische structuur' (S1 in afbeelding; zie hierna).

Gebiedsaanduiding 'Cultuurhistorische structuur' Navolgende gebieden hebben de aanduiding 'cultuurhistorische structuur' gekregen (paars in afbeelding 3.3). De nummers corresponderen met afbeelding 3.3 en de kaart in bijlage 2.

S1. Singel Zoals hiervoor aangegeven is de singelstructuur een belangrijk onderdeel in de ontstaansgeschiedenis van Enschede en is nog steeds een zeer kenmerkend onderdeel van de structuur van de stad. Daarmee wordt niet alleen gedoeld op het wegprofiel met de centrale groenberm, maar ook de herkenbare vooroorlogse bebouwing die op veel plaatsen de wanden vormt van deze structuur. Het deel van de singel dat binnen het plangebied ligt (de Pathmossingel) heeft zoals aangegeven grotendeels de dubbelbestemming 'Waarde-Cultuurhistorie' (WC1 in afbeelding). Voor het kleine overige deel van de singel binnen het plangebied is het profiel van de singel aangewezen als 'cultuurhistorische structuur'. Het betreft de noordoostelijke en zuidoostelijke hoek van het plangebied. Op deze plaatsen is er geen bebouwing binnen het plangebied aanwezig die meegenomen moet worden in de bescherming van structuur. Direct buiten de grenzen is dat mogelijk wel het geval. Bij een nieuwe planologische regeling voor dit aangrenzende gebied zal dit onderzocht moeten worden.

S2. Complex Acaciaplantsoen, speeltuin en omliggende rijwoningen Gebouwd in 1945 als complex met 302 noodwoningen, een plantsoen en een speelterrein. Architect is Joh. Sluijmer. Sommige huizen hebben in het bovenlicht boven de voordeur nog de oorspronkelijke kruisvormige roedenverdeling. Stedenbouwkundig hoge waarde als complex rondom een plantsoen met ook een gezicht naar 'buiten' toe, naar de hoofdwegen van de wijk. In hoofdvorm is nog vrij gaaf en herkenbaar als vroeg naoorlogs sociaal woningbouwcomplex. De sterke herhaling, subtiele rooilijnverspringingen, mee-ontworpen schuurtjes en tuinmuren dragen bij aan die samenhang. Passend bij de vroeg naoorlogse periode. Daarbij is een versobering zichtbaar ten opzichte van het vooroorlogse complex van Sluijmer in Stadsveld, dat meer expressiviteit heeft. Kenmerkend zijn ook de voortuinen en het centrale plantsoen evenals de speeltuin die als collectieve voorziening meer verscholen achter een deel van de woningen is gesitueerd.

S3. Ensemble Bruggertstraat/Remb randtlaan van appartementengebouwen, school en kerk Dit deel van Stadsveld wordt gemarkeerd door een stedenbouwkundig ensemble van middelhoogbouw en laagbouw, in een ruime, groene setting met waardevolle groenstructuren. De stedenbouwkundige waarde, de ensemblewaarde, de typische naoorlogse opzet en sterke relatie met het groen (licht, lucht en ruimte) maken dit een kenmerkend deel van de wijk. De voorzieningen als onderdeel van dit ensemble versterken de waarde van de structuur. Het meest noordelijke gebouw is een middelbare school, de overige gebouwen zijn appartementencomplexen en een kerk. De middelhoogbouw markeert de hoofdontsluiting van de wijk (Rembrandtlaan, die overgaat in Weth. Nijhuisstraat en S.L. Louwesstraat) en de dwars daarop gelegen hoofdstructuren (Thomas de Keyserstraat en de al vooroorlogse Bruggertstraat). Deze hoofdstructuren waren de verbinding naar het agrarische landschap De laagbouw is deels nog wel herkenbaar als onderdeel van de 'stempel', maar de stempel is niet meer zo gaaf en op zichzelf niet extra waardevol. De laagbouw is daarom niet meegenomen in de aanduiding als cultuurhistorische structuur. De aanwezigheid van bijzondere functies was in dergelijke wijken veelal gekoppeld aan de hoofdstructuur. Dat is in dit geval ook zo.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=713ca44e-0fa8-426e-a98f-6f2ba3bcb80d